CConstaterende datWaalwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Ruimtelijke onderbouwing

Raadsvergadering 15 december 2022, gemeente WaalwijkBij agendapunt: Bouwplan Grotestraat 143-14511.120 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Er is dus geen directe beïnvloeding, ook niet via de lucht door stikstofuitstoot in de gebruiksfase.

5.10 Waterberging Voor een dergelijk plan is het sinds 2003 wettelijk verplicht om een beschrijving te geven van de manier waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding. In de huidige situatie, zoals te zien is in paragraaf 3.1, is sprake van 100% verharding aangezien het een parkeerterrein met bebouwing is. In de nieuwe situatie zal sprake zijn van 7 nieuwe starterswoningen en 3 woningen in de bestaande bouw, met elk hun eigen buitenruimte in de vorm van patio’s / tuintjes/loggia’s. Het percentage verharding zal dus omlaag gaan en daarom is er geen hemelwatercompensatie vereist. Het stelsel zal worden aangesloten op het gemeentelijk gescheiden stelsel onder de Grotestraat. Gezien de bestaande bebouwing en verwachte hoeveelheid zal dit zonder aanpassingen verwerkt kunnen worden door het bestaande rioolstelsel. Hergebruik van hemelwater is in dit plan geen harde eis. Hetzelfde geldt voor vegetatiedaken. Concluderend kan worden gesteld dat ‘’water’’ geen belemmering zal vormen voor dit plan. Hier bovenop komt dat er voor referentieprojecten positief advies is uitgegeven door Waterschap Brabantse Delta. Wat wij graag toepassen in het project zijn Raingardens: Door klimaatverandering neemt de kans op wateroverlast, hittestress en periodes van droogte toe.

Daardoor wordt het steeds belangrijker om tijdens een bui zoveel mogelijk regenwater op te slaan. Dat kan bijvoorbeeld met behulp van een wadi of infiltratiekratten.

Ruimtelijke onderbouwing

39

“Het regenwater komt bijna altijd eerst boven in de raingarden terecht. Het water infiltreert dan door de laag met tuinaarde en granulaat naar diepere lagen. De plantenwortels in de raingarden nemen een deel van het water op. De rest gaat naar het natuurlijk watersysteem. De plantenwortels zorgen dat de bodem open blijft en nemen verontreinigd materiaal op. En komt er te veel water in de raingarden terecht? Dan voert een slokop het water direct af naar een drain, die het water dan weer verder afvoert.” (klimaatadaptatie Nederland).

De Groenbeleidsvisie ‘’Groen Leeft!’’ vormt de basis voor alle beleids- en beheersvisies op het gebied van groen. De visie geeft aan hoe er een bijdrage kan worden geleverd aan het behouden en versterken van de eigenheid en karakteristiek van de dorpen, het verduurzamen

en klimaatbestendig maken van de gemeente en het economisch (nog) aantrekkelijker maken van de gemeente. Het hemelwater van de woningen zal worden afgekoppeld en via lange drainagebuizen naar de bomen worden geleid. Met deze duurzaamheidsmaatregel wordt optimaal gebruik gemaakt van het regenwater. We leggen ook tuintjes waar nu bestrating is, om hittestress te verminderen. Daarnaast zal op alle ruimte waar geen parkeerplaatsen hoeven te worden gerealiseerd, groen worden aangelegd. Op deze manier kan minimaal 10% van het totale ontwerp als grondgebonden groen worden ingericht met oog op diversiteit. We denken hierbij aan parkeren op halfverharding. Wij herontwikkelen een geheel versteende ruimte naar een interessante woon-/groenstructuur met een blijvende meerwaarde voor de leefomgeving. Volgens de Groenbeleidsvisie is het belangrijk dat verharding, zoals parkeerruimte, plaats maakt voor groen. Hier kunnen veel diverse bloemetjes worden geplant. Bewoners dragen hier ook zorg over het groen. Er komt zo meer groen in plaats van verharding. We leveren hiermee een bijdrage aan de biodiversiteit. De Winterdijk is van oudsher een belangrijk, structureel, groen element dat de diverse plekken in de gemeente aan elkaar verbindt middels een langzaam verkeer route.

Door de ontwikkelingen bij de Haven kunnen wij op ons terrein meewerken aan het versterken van de groenstructuur op deze wandel-/fietsroute van haven naar centrum. De bomen aan de Winterdijk die tot de groene hoofdstructuur behoren, staan in het openbaar gebied en blijven gehandhaafd.

Ruimtelijke onderbouwing

40

5.11 Stikstof 5.11.1

Inleiding

Als een plan mogelijk stikstofeffect heeft op een Natura-2000 gebied, is er een toets nodig In het kader van de Natuurbeschermingswet. Op basis van berekende effecten blijkt of er sprake is van vergunningsplicht of dat eventueel een melding voldoende is. Blijft het effect onder de drempelwaarde, dan is geen van beide nodig en is het initiatief vergunningsvrij3. Er zijn voor dit plangebied twee nabijgelegen ‘’Natura-2000’’ gebieden: De Langstraat (1,4km ten westen van het plangebied) en De Loonse- en Drunense Duinen (2,4 km ten zuidoosten van het plangebied). Mede door de afstand van het plangebied tot deze Natura-2000 gebieden zijn externe effecten, zoals geluid en licht, uitgesloten. Voor de stikstofdepositie is een berekening benodigd, welke is gemaakt volgens de nieuwste versie van de AERIUS-calculator.

3

https://www.youtube.com/watch?v=a5Z5b-UgEMY

Ruimtelijke onderbouwing

41

Figuur 9: Ligging van het projectgebied (licht blauw omlijnt) ten opzichte van nabijgelegen Natura 2000-gebieden (blauw gearceerd) (bron: Natura 2000 Network Viewer) 5.11.2

AERIUS-berekening

Met een AERIUS-berekening kunnen de negatieve effecten op Natura 2000-gebieden worden berekend op voorhand. In de bijlagen zijn de rapportages te vinden die door AERIUS zijn gegenereerd voor de gebruiksfase van dit project. Uit deze berekeningen blijkt dat er voor gebruiksfase geen rekenresultaten hoger zijn dan 0,00 mol/ha/j. Het volgende hoofdstuk geeft toelichting op de invoer van enkele onderdelen van de AERIUS-berekening.

5.11.2.1

Gebruiksfase

Woningen De 3 appartementen in de bestaande bouw worden niet gasloos opgeleverd en zorgen dan ook voor stikstofemissie. In de woningen worden Cv-ketels geplaatst (Intergas Xtreme36). Zoals uit kengetallen van het CBS en CBP blijkt zal de stikstofemissie per woning rond 1,11 kg NOx per jaar liggen. De totale emissie van de 3 woningen komt dus neer op circa 3 kg NOx per jaar. Dit is ingevoerd in de AERIUS-berekening. De nieuwbouwwoningen worden wel gasloos opgeleverd en deze zorgen dus niet voor stikstofemmissie. Verkeer De verkeersbewegingen die met de gebruiksfase samenhangen zorgen ook voor een stikstofemissie. De verwachte verkeersaantrekkende werking van het planvoornemen voor de Grotestraat 163/Winterdijk is destijds berekend op basis van de CROW-rekentool ‘Verkeersgeneratie en parkeren’. In totaal worden hier gemiddeld 44 verkeersbewegingen per etmaal gegenereerd op een gemiddelde weekdag met de voorgenomen ontwikkeling (TS, 2020)4. Dit plan, 4

TS. (2020, maart 30). R7_2-20 Bijlage 1 Ruimtelijke onderbouwing. Opgehaald van https://waalwijk.notubiz.nl: https://waalwijk.notubiz.nl/document/9140010/1/R7_220%20Bijlage%201%20Ruimtelijke%20onderbouwing

Ruimtelijke onderbouwing

42

Grotestraat 143-145/ Winterdijk, voor 10 woningen zal gebruikmaken van dezelfde wegen en parkeergelegenheden en daarom kunnen de uitkomsten van de berekening van Grotestraat 163/Winterdijk worden aangehouden in dit onderzoek. Ook de verkeersroute waarover het wegverkeer is gemodelleerd is hetzelfde voor dit planvoornemen als voor het plan van Grotestraat 163/ Winterdijk. De volledige verkeersgeneratie (44 mvt/etmaal) is over 2 verkeersroutes uitgezet. Richting het westen en richting het oosten. Deze gegenereerde verkeersroutes zijn in de stikstofberekening verwerkt via een worst-case benadering. De auto’s van bewoners/bezoekers zullen namelijk niet bij het plangebied worden geparkeerd maar in de omgeving (parkeerterrein Heulstraat). Hier is rekening mee gehouden. Zie voor meer informatie de bijgevoegde AERIUS-rapportage. Conclusie Het depositieresultaat met de ingevoerde verkeersgeneratie en de uitstoot van de woningen is niet hoger dan 0,00 mol/ha/j.

5.11.2.2

Resultaat en conclusie

Uit de berekeningen die zijn uitgevoerd blijkt dat bij zowel de aanlegfase als de gebruiksfase geen depositieresultaten hoger zijn dan 0,00 mol/ha/j. Daarmee kunnen negatieve effecten op voorhand op Natura 2000-gebieden gebieden vanwege stikstofdepositie worden uitgesloten.

5.12 Bedrijven en milieuzonering 5.12.1 Beleidskader Een project mag niet in strijd zijn met een goede ruimtelijke ordening. Dit dient in het kader van de juridisch-planologische procedure goed onderbouwd te worden. Hierbij moet onder andere worden ingegaan op het voorkomen van voorzienbare hinder door milieubelastende activiteiten. Functiescheiding en milieuzonering zijn hierbij leidende begrippen. De Vereniging Nederlands Gemeenten (VNG) heeft een handreiking geschreven om duidelijkheid te geven in welke situaties deze begrippen dienen te worden toegepast en van welke richtafstanden dient te worden uitgegaan. De VNG-uitgave "Bedrijven en milieuzonering, editie 2009" (verder: VNG-uitgave) geeft op systematische wijze informatie over de ruimtelijk relevante milieuaspecten van een scala aan bedrijfsactiviteiten. De handreiking is oorspronkelijk bedoeld als hulpmiddel bij de ruimtelijke planvorming. Uit de rechtspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (verder: de Afdeling) vloeit voort dat de handreiking als hulpmiddel is erkend. Werking handreiking op hoofdlijnen In de handreiking zijn bedrijven en bedrijfsactiviteiten ingedeeld in verschillende typen (milieubelastende) bedrijvigheid, gerangschikt naar SBI-code. Dit betekent dat er is gestandaardiseerd en dat is uitgegaan van gemiddelde situaties.

De hieruit voortvloeiende richtafstanden (10 tot 1500 meter) geven een indicatie van de te verwachten milieubelasting. Deze milieubelasting dient vervolgens te worden afgezet tegen de belasting waarvan in de omgeving al sprake is. Ook dit is gestandaardiseerd, in dit geval in twee omgevingstypen: 'rustige woonwijk/rustig buitengebied' en 'gemengd gebied'. Samengevat dient men als volgt te werk te gaan: 1. bedrijf(sactiviteit) indelen in een SBI-code; 2. de hoogste bij de SBI-code behorende richtafstand is bepalend; 3. bepalen van welk omgevingstype er sprake is;

Ruimtelijke onderbouwing

43

4. de richtafstand met 1 stap verlagen indien sprake is van type 'gemengd gebied'. Gemotiveerd toepassen Soms is niet geheel duidelijk in welke categorie een bepaalde situatie valt. Ook kan een feitelijke situatie significant verschillen als gevolg van specifieke bedrijfsprocessen, hinderbeperkende maatregelen, de concrete inrichting van het bedrijf en/of de geldende milieuvergunning. De daadwerkelijke milieubelasting kan in dat geval aanzienlijk afwijken van de uitgangspunten die gehanteerd zijn bij het bepalen van de standaard richtafstanden. Dit is de reden dat de Afdeling heeft bepaald dat de richtafstanden niet zondermeer overgenomen mogen worden: er dient te worden gemotiveerd waarom welke afstanden gelden (ofwel waarom een situatie in een bepaalde categorie valt) en waarom hier (eventueel) van kan worden afgeweken. Voor een onderzoek naar de milieuzonering kan daarom concreet en gedetailleerd onderzoek naar de feitelijke milieubelasting zinvol of noodzakelijk zijn. De handreiking bevat hiervoor een aantal stappenplannen. Omgevingstype In een intensief gebruikt gebied, met veel functies en bedrijvigheid, wordt vaak minder hinder ervaren van een milieubelastende activiteit dan in een rustige woonwijk. Dit heeft onder andere te maken met acceptatie, gewenning en achtergrondbelasting. De VNG-uitgave hanteert twee omgevingstypen: 1.

'rustige woonwijk en rustig buitengebied' “Een rustige woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies (zoals bedrijven en kantoren) voor. Langs de randen (in de overgang naar mogelijke bedrijfsfuncties) is weinig verstoring door verkeer. Een vergelijkbaar omgevingstype qua aanvaardbare milieubelasting is een rustig buitengebied (eventueel inclusief verblijfsrecreatie), een stiltegebied of een natuurgebied.” 2. 'gemengd gebied' “Een gemengd gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen behoren eveneens tot het omgevingstype gemengd gebied. Hier kan de verhoogde milieubelasting voor geluid de toepassing van kleinere richtafstanden rechtvaardigen. Geluid is voor de te hanteren afstand van milieubelastende activiteiten veelal bepalend.” Bij het bepalen van het van toepassing zijnde omgevingstype moet niet gekeken worden naar de locatie zelf, maar naar het (soort) gebied waarin de locatie ligt. Tevens kan in het bestemmingsplan de aanduiding ‘gemengd gebied’ zijn opgenomen.

De richtafstanden uit de VNG-uitgave, van zowel een 'rustige woonwijk en rustig buitengebied' als van 'gemengd gebied', zijn in navolgende tabel 1 weergegeven.

Ruimtelijke onderbouwing

44

Er liggen een aantal functies in de omgeving van het plangebied die voor het aspect bedrijven en milieuzonering relevant kunnen zijn. In de navolgende tabel is de relevante bedrijvigheid in de directe omgeving opgenomen, één en ander bepaald op basis van de dichtstbijzijnde bedrijvigheid op basis van type bestemming en/of functie in alle windrichtingen. Per locatie worden de gebruiksmogelijkheden bekeken op basis van de geldende bestemmingsplannen en beoordeeld of deze van invloed kunnen zijn op de planlocatie. Dit met oog op de richtafstanden behorende bij het omgevingstype ‘gemengd gebied’ en de (bouwkundige) voorwaarden ter plaatse van het gebied met aanduiding ‘functiemenging’.

In de directe omgeving van de projectlocatie liggen verschillende milieubelastende activiteiten. Er is gekeken of er wordt voldaan aan de richtafstanden voor het omgevingstype ‘gemengd gebied’ uit de VNG-uitgave ‘Bedrijven en milieuzonering, editie 2009’, waarbij tevens rekening is gehouden met ‘functiemenging’. Uit de toetsing kan worden geconcludeerd dat er richtafstanden van nabijgelegen activiteiten reiken tot binnen het plangebied. Daarom is er met het planvoornemen niet per definitie sprake van een goede functionele scheiding. Middels akoestisch onderzoek is echter aangetoond dat het aspect geluid, dat doorgaans het meest maatgevende milieuaspect is, geen probleem vormt voor onderhavige ontwikkeling. Er zijn al woningen gelegen op een afstand dichterbij de bedrijvigheid, waardoor deze niet in zijn ontwikkelingsmogelijkheden wordt beperkt als gevolg van onderhavige ontwikkeling. Ook met oog op een verantwoord woon- en leefklimaat kan gesteld worden dat deze bedrijven reeds rekening moeten houden met de normen en afstanden vanuit de milieuvergunning of het Activiteitenbesluit milieubeheer ten opzichte van bestaande woningen, waardoor de verder weg te projecteren woningen ter plaatse van het plangebied in voldoende mate worden beschermd.

5.12.1.1 Conclusie Het aspect ‘’Bedrijven en milieuzonering’’ vormt geen belemmering.

5.13 Agrarisch Er zijn geen agrarische bedrijven in de omgeving want het betreft een stedelijk concentratiegebied.

Ruimtelijke onderbouwing

45

5.14 Kabels en leidingen Het aspect ‘’kabels en leidingen’’ leidt niet tot belemmering voor dit plan. Op de risicokaart van Nederland staan leidingen die een risico kunnen vormen voor bepaalde functies. Er zijn geen leidingen onder of boven het plangebied. Ten noorden ligt de aardgasleiding van Vermilion Energy Netherlands BV en ten zuiden Gasunie Transport Services BV met een aardgasleiding.

5.15 Externe veiligheid Tritium advies heeft het aspect externe veiligheid beschouwd ten behoeve van deze ontwikkeling. Zie hiervoor de bijlage. Externe veiligheid betreft het risico dat aan bepaalde activiteiten verbonden is voor niet bij de activiteit betrokken personen. Het externe veiligheidsbeleid richt zich op het voorkomen en beheersen van risicovolle bedrijfsactiviteiten en van risicovol transport (onder andere van gevaarlijke stoffen). Het gaat daarbij om de bescherming van individuele burgers en groepen tegen ongevallen met gevaarlijke stoffen of omstandigheden. Risicobronnen kunnen onderscheiden worden in risicovolle inrichtingen (onder andere lpg-tankstations), vervoer van gevaarlijke stoffen en leidingen (onder andere aardgas, vloeibare brandstof en elektriciteit). Om voldoende ruimte te scheppen tussen risicobron en de personen of objecten die risico lopen (kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten) moeten vaak afstanden in acht worden genomen. Ook ontwikkelingsmogelijkheden die ingrijpen in de personendichtheid kunnen om onderzoek vragen. Voor de beoogde kleinschalige planontwikkeling is het standaardadvies 2020 van 23 december 2020 van de regionale brandweer van toepassing, omdat de beoogde planontwikkeling is gelegen binnen blauw gebied (zie bijgevoegd kaartje).

Bron: omgevingsdienst Voor een verantwoording van het groepsrisico dient de Veiligheidsregio in de gelegenheid te worden gesteld advies uit te brengen. De Veiligheidsregio heeft ervoor gekozen om in vooraf bepaalde situaties een standaardadvies af te geven. Het onderhavige plan komt hiervoor in aanmerking, gelet op de ligging en/of aard van het plan. Zie bijlagen. 5.15.1

Conclusie

Het aspect ‘’externe veiligheid’’ zorgt niet voor belemmeringen.

Ruimtelijke onderbouwing

46

5.16 M.e.r. – plicht Het is een heel kleinschalig initiatief op deze locatie. De potentiële effecten van het plan, in relatie tot de kenmerken en de plaats van het plan, zijn dusdanig beperkt van aard en omvang dat dit geen belangrijk nadelige milieugevolgen tot gevolg heeft die het doorlopen van een m.e.r.-procedure noodzakelijk maken.

Ruimtelijke onderbouwing

47

6 UITVOERBAARHEID 6.1

Economische uitvoerbaarheid

Het betreft een initiatief als particulier eigenaar en investeerder. De uitvoering is dus voor eigen rekening. Wij gaan ervan uit dat de gemeente een anterieure grondexploitatieovereenkomst zal afsluiten. De economische uitvoerbaarheid is hiermee verzekerd.

6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Wij doen dit omdat we heilig geloven in het maken van een mooiere wereld voor onze doelgroep. De locatie is perfect gelegen en sluit aan bij de wensen van de gemeente om de Grotestraat met de Winterdijk te verbinden. In de visie op de Winterdijk heeft de gemeente vastgelegd dat ontwikkelingen op deze locatie geïnitieerd worden door de initiatiefnemers. Wij zijn al vele jaren bezig met de voorbereidingen van dit plan en hebben in 2009 reeds een eerste overleg gehad dat positief beoordeeld werd. Vervolgens hebben wij in 2020 een principeverzoek ingediend dat ook positief beoordeeld werd. In 2019 en 2020 heeft overleg plaatsgevonden met plaatselijke makelaars waaruit blijkt dat er grote behoefte is aan het type woningen dat door ons ontwikkeld wordt.

6.3

Participatie

Via een draagvlakformulier zullen de belangen van de directe omwonenden over dit plan opgehaald worden. Via deze manier van participatie zal er meer draagvlak voor het plan worden gecreëerd. Dit zorgt voor betere besluiten.

Ruimtelijke onderbouwing

48

7 CONCLUSIE Met deze herontwikkeling komt de cultuurhistorie van Waalwijk weer tot leven. De eerste looierij van Waalwijk stond hier. De herinnering hieraan wordt teruggebracht door het realiseren van een viertal karakteristieke woningen met een industriële uitstraling en de naam van de voormalige looierij hierop geprojecteerd: De Witte Leeuw. Door de particuliere stedenbouwkundige ontwikkeling, wordt Winterdijk met Grotestraat verbonden in een fijnmazige structuur en wordt het gemeentelijk monument Winterdijk 12 weer beleefbaar voor alle Waalwijkers. Daarmee wordt deze plek een belangrijke stepping stone tussen de nieuwe ontwikkeling aan de Haven en het centrum, tezamen met verschillende andere ontwikkelingen zoals de Wellsteeg en Grotestraat 239-243.

Ruimtelijke onderbouwing

49

8 BIJLAGEN

Alle externe rapportages en bijlagen bijbehorend bij deze ruimtelijke onderbouwing worden aangeleverd in de aanvraag omgevingsvergunning. Dit betreffen de volgende rapportages: -

Archeologie Akoestiek Bedrijven en milieuzonering Externe veiligheid Flora en fauna Geotechniek Meetresultaten sonderingen AERIUS – gebruiksfase Presentaties aan de gemeente Waalwijk Standaard verantwoording groepsrisico externe veiligheid Aanvraag ontheffing Db

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12014300/1