CConstaterende datWaalwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Motivering BOPA woning Nieuwstraat 14-16 Waalwijk

Raadsvergadering 5 maart 2026, gemeente WaalwijkBij agendapunt: Adviesrecht gemeenteraad over een aanvraag voor omgevingsvergunning (BOPA) voor het realiseren van een woning op de locatie Nieuwstraat 14-16, Waalwijk17.159 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Onderzoek Conform artikel 1.3 sub a Omgevingswet is het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit een belangrijk maatschappelijk doel van de Omgevingswet. De aspecten veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit hangen nauw met elkaar samen. Het gezondheidsaspect heeft een centrale rol binnen de Omgevingswet. In hoofdstuk 3 ‘Voorgenomen ontwikkeling’ en hoofdstuk 7 ‘Milieuaspecten in de fysieke leefomgeving’ worden verschillende aspecten onderzocht waarmee een veilige en gezonde fysieke leefomgeving gewaarborgd wordt. Deze verschillende aspecten vormen geen belemmering op het planvoornemen. Het projectperceel ligt in een woonomgeving en niet in de nabijheid van een agrarische bestemming waar in principe teelt met een spuitzone kan plaatsvinden. Volgens de Afdeling bestuursrechtspraak geldt als vuistregel dat de veilige afstand van een spuitzone minimaal 50 meter tot woningen moet bedragen. Aan deze afstand wordt ruimschoots voldaan. Deze situatie wijzigt niet in de toekomst. Er hoeft dus geen rekening te worden gehouden met een spuitzone.

Gemeente Waalwijk Motivering Bopa Woning Nieuwstraat Waalwijk

30

Ketenpartner Onder de Omgevingswet adviseert de GGD als de ketenpartner over gezondheidskundige aspecten. Om gezondheid op een goede manier mee te nemen in ruimtelijke ontwikkelingen heeft de GGD het portaal GGD Omgevingsadvies ontwikkeld. Kwetsbare gebieden en gebouwen worden ook wel gevoelige bestemmingen genoemd. Onder gevoelige bestemmingen verstaat de GGD anders dan in ‘besluit gevoelige bestemmingen’ niet alleen kinderdagverblijven, scholen en verzorgings- en verpleegtehuizen, maar ook (voormalige bedrijfs- en plattelands-) woningen. Bij een gezonde leefomgeving ben je zowel binnen als buiten de gevoelige bestemming beschermd tegen negatieve invloeden van o.a. luchtverontreiniging en geluid. En de omgeving is zo ingericht dat je gestimuleerd wordt om te bewegen, ontspannen en ontmoeten. Dit verlaagt het risico op hart- en vaatziekten, longziekten, hinder, slaapverstoring, obesitas en eenzaamheid. Het maakt bewoners ook zelfredzamer, zorgt dat ze langer thuis kunnen blijven wonen en voorkomt (overlast)meldingen bij de gemeente. Gezond wonen is dus van levensbelang! De GGD adviseert om een gezonde omgeving voor de bouw van woningen of andere gevoelige bestemmingen te kiezen. In dat kader is een Brabantse Omgevingsscan opgesteld die een beeld geeft van de lokale situatie.

Projectperceel

Uitsnede Brabant Scan GGD Omgevingsveiligheid

De procentuele bezorgheid over de gezondheid door het wonen in de nabijheid van een route voor gevaarlijke stoffen zit in de laagste categorie (0-5%). Ook anderszins laat de scan geen directe risico’s zien. Voor de verschillende onderdelen die mogelijk van invloed zijn op de gezondheid (bodem, geur, geluid, luchtkwaliteit e.d.) wordt verwezen naar de onderscheidene paragrafen in dit hoofdstuk. Conclusie Vanuit het aspect bescherming van de gezondheid is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies. Gemeente Waalwijk Motivering Bopa Woning Nieuwstraat Waalwijk

31

7.3

Omgevingsveiligheid

Wettelijke kader Een woning c.q. een gebouw met een woonfunctie wordt in bijlage VI van het Bkl aangemerkt als een kwetsbaar gebouw. Om die reden moet de omgevingskwaliteit worden beoordeeld. Plaatsgebonden risico Grenswaarden en standaardwaarden voor het Plaatsgebonden Risico (PR) ten aanzien van (zeer) (beperkt) kwetsbare gebouwen en (beperkt) kwetsbare locaties zijn opgenomen in artikel 5.6 tot en met artikel 5.11a van het Bkl. Grenswaarden voor kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en kwetsbare locaties (art. 5.7 lid 1 Bkl) worden in een Omgevingsplan in acht genomen. Met standaardwaarden voor beperkt kwetsbare gebouwen en locaties wordt in een omgevingsplan rekening gehouden (art. 5.11 Bkl). Voor het plaatsgebonden risico gelden, afhankelijk van de activiteit, vastgestelde afstanden of te berekenen afstanden (bijlage VII Bkl). Groepsrisico Bij groepsrisico is sprake van ‘aandachtsgebieden’. Risicovolle activiteiten hebben van rechtswege aandachtsgebieden (art. 5.12 Bkl). Het opnemen van aandachtsgebieden in een omgevingsplan is niet verplicht. Aandachtsgebieden zijn gebieden rond activiteiten met gevaarlijke stoffen die zichtbaar maken waar mensen binnenshuis, zonder aanvullende maatregelen onvoldoende beschermd zijn tegen de gevolgen van ongevallen met gevaarlijke stoffen (RIVM a, z.d.). Aandachtsgebieden zijn er voor brand, explosie en gifwolk.

Afhankelijk van het type activiteit met gevaarlijke stoffen, zijn er voor het aandachtsgebied in de regelgeving vaste afstanden vastgesteld of zijn deze afstanden rekenkundig te bepalen (bijlage VII Bkl). Aandachtsgebieden worden zichtbaar gemaakt in het Register externe veiligheidsrisico’s (REV). Binnen een aandachtsgebied kan sprake zijn van een voorschriftengebied. Een gemeente kan in het Omgevingsplan afzien van aanwijzing van een brand- of explosievoorschriftengebied of een kleiner brand- of explosievoorschriftengebied aanwijzen (art. 5.14 Bkl). Als het initiatief ligt in een voorschriftengebied, dan gelden voor nieuwbouw aanvullende bouweisen uit het Besluit bouwwerken leefomgeving (art. 4.90 tot en met 4.96 Bbl). Voor zeer kwetsbare gebouwen, zoals scholen, kinderdagopvang, en verzorgingstehuizen, geldt altijd een voorschriftengebied, en gelden dus aanvullende bouweisen bij nieuwbouw (art. 5.14 Bkl). Los van een eventueel voorschriftengebied kan een gemeente aanvullende eisen stellen, bijvoorbeeld aan vluchtroutes en de bereikbaarheid van het gebied door hulpdiensten. Dergelijke eisen worden dan opgenomen in de omgevingsvergunning.

Een berekening van het groepsrisico is onder de Omgevingswet optioneel; het is niet meer verplicht om het groepsrisico te bepalen, maar een gemeente mag hier nog wel om vragen (via een voorschrift) om de toelaatbaarheid van de situatie te beoordelen. Naast bovengenoemde regels over veelvoorkomende situaties zijn voor een aantal specifieke situaties nog de volgende delen van het Bkl van belang: • Beperkingen in het belemmeringengebied (voormalige belemmeringenstrook in de huidige regelgeving) van buisleidingen: par. 5.1.2.3 Bkl; • Veiligheid rond opslaan, herverpakken en bewerken van vuurwerk en pyrotechnische artikelen voor theatergebruik: par 5.1.2.4 Bkl; • Veiligheid rond het bewerken en opslaan van ontplofbare stoffen voor civiel gebruik en op militaire objecten (par. 5.1.2.5 Bkl); • Veiligheid rond luchthavens (par. 5.1.2.6 Bkl). Gemeente Waalwijk Motivering Bopa Woning Nieuwstraat Waalwijk

32

Onderzoek Geïnventariseerd dient te worden of in de nabijheid van het projectperceel risicobronnen aanwezig zijn met een plaatsgebonden risico en/of aandachtsgebied. Onderstaande afbeelding betreft een uitsnede van de risicokaart van de Atlasleefomgeving.nl. Hierop is te zien dat er rondom het projectperceel enkele risicovolle inrichtingen zijn te vinden.

Projectperceel

Uitsnede risicokaart

Projectperceel

Uitsnede signaleringskaart

Vooraleer bedrijfsspecifieke toelichting te geven zijn in algemene zin van belang dat het plangebied is gelegen binnen de gifwolkaandachtsgebieden van het Regionaal Overslag Centrum Waalwijk B.V. en de A59 en het explosieaandachtsgebied van diezelfde A59. Het plangebied is gelegen binnen een giftig (toxisch) invloedsgebied, hetgeen betekent dat er door uiteenlopende omstandigheden (brand, lekkages) een wolk met giftige stoffen kan vrijkomen die zich verspreidt in de omgeving. Aanwezigen in het plangebied die worden blootgesteld aan de toxische wolk kunnen ernstige gezondheidsschade oplopen en kwetsbare groepen (longpatiënten) kunnen in het ‘worstcase scenario’ overlijden. Overige gevolgen zijn irritatie van de luchtwegen en branderige ogen. Gemeente Waalwijk Motivering Bopa Woning Nieuwstraat Waalwijk

33

Het plangebied is daarnaast gelegen in de nabijheid van de A59. Vanwege het transport van gevaarlijke stoffen bestaat er een mogelijkheid dat brandbare vloeistoffen vrijkomen die in korte tijd kunnen uitstromen en zich kunnen verspreiden. Ontsteking van deze vloeistoffen kunnen leiden tot een explosie en een korte hevige brand. Als gevolg van hittestraling en rook kunnen slachtoffers vallen en schade en brand in de omgeving ontstaan. Hittestraling is in combinatie met de blootstellingsduur bepalend voor het slachtoffer- en schadebeeld. Dichtbij de bron kunnen personen overlijden en verder van de bron af kan het leiden tot (ernstige) brandwonden. De warmtestraling en overdruk in de omgeving is direct dodelijk zowel binnen als buiten gebouwen. Op grotere afstand zullen aanwezigen (brand)wonden oplopen. Daarnaast ontstaat schade aan gebouwen als gevolg van de druk. De locatie is niet aangewezen als een voorschriftengebied. Om dit ten behoeve van het toevoegen van één extra woning alsnog te doen ligt niet in de rede. Met het initiatief namelijk wordt voorzien in maatregelen ter verbetering van de zelfredzaamheid door het toepassen van een afsluitbare mechanische ventilatie. Gevels, ramen en kozijnen van de nieuw beoogde woning worden goed luchtdicht uitgevoerd.

In het kader van de actieve communicatie met initiatiefnemers van bouwprojecten over de risico’s is bij de gemeente een centraal aanspreekpunt voor vragen die burgers hierover hebben. De gemeente Waalwijk organiseert jaarlijks in samenwerking met de VGR een brandpreventieweek, waarbij met name particulieren en instellingen en scholen met beperkt zelfredzame personen de doelgroepen zijn. Daarnaast is via de website van Waalwijk alle noodzakelijke informatie voor zelfredzaamheid op een eenvoudige manier te vinden. Binnen de gemeente is een overzicht beschikbaar van de bluswatervoorziening. De gemeente heeft een hoofdwegenstructuur voor de brandweer vastgesteld. Deze hoofdwegenstructuur voldoet aan de eisen die de brandweer hieraan stelt. De zelfredzaamheid van aanwezigen in het plangebied kan als goed worden getypeerd. ▪ Total Tankstation Het tankstation bevindt zich aan de Laageindse Stoep 5 en ligt op een afstand van ruim 350 meter. Het plangebied ligt daarmee buiten het invloedsgebied van het groepsrisico van deze inrichting (150 meter). Vanuit het Total tankstation gelden geen belemmeringen. ▪ DSM NeoResins BV Op 28-03-2013 is ten behoeve van herziening van bestemmingsplan Waalwijk een QRA opgesteld, welke is uitgevoerd middels wettelijk voorgeschreven rekenprogramma Safeti-NL 6.53. Op basis hiervan blijkt dat het invloedsgebied maximaal 3.526 meter bedraagt.

De afstand tot de beoogde woningbouwlocatie bedraagt 1500 meter, waarmee het plangebied binnen het invloedsgebied van de inrichting ligt. Uit het objectrapport van de signaleringskaart blijkt dat de oriëntatiewaarde door de inrichting niet wordt overschreden. Gezien de beperkte omvang van het initiatief (één woning) en de afstand tot de risicobron zal de planvorming geen invloed hebben op de hoogte van het groepsrisico van DSM Neo Resins. ▪ Stahl Europe BV Stahl Europe BV is gevestigd aan de Sluisweg 10 te Waalwijk. Het betreft een inrichting voor het vervaardigen van chemische producten. Op 15-02-2015 is ten behoeve van een revisie omgevingsvergunning een QRA opgesteld, welke is uitgevoerd middels het wettelijk voorgeschreven rekenprogramma Safeti-NL 6.54. Op basis hiervan blijkt dat het invloedsgebied maximaal 2.796 meter bedraagt. De afstand tot de beoogde woningbouwlocatie bedraagt 1400 meter, waarmee het plangebied binnen het invloedsgebied van de inrichting ligt. Uit het objectrapport van de Gemeente Waalwijk Motivering Bopa Woning Nieuwstraat Waalwijk

34

signaleringskaart blijkt dat de oriëntatiewaarde door de inrichting niet wordt overschreden. Gezien de beperkte omvang van het initiatief (één woning) en de afstand tot de risicobron zal de planvorming geen invloed hebben op de hoogte van het groepsrisico van Stahl Europe BV. ▪ Regionaal Overslag Centrum Waalwijk Op circa 1.200 meter van het plangebied is, aan de Emmikhovensestraat 8, de inrichting Regionaal Overslag Centrum Waalwijk B.V. gelegen. Binnen deze inrichting worden overslagactiviteiten uitgevoerd. Het plangebied ligt binnen het invloedsgebied van deze inrichting. Conform de informatie van de risicokaart is uit berekeningen gebleken dat de oriëntatiewaarde van de hoogte van het groepsrisico niet wordt overschreden. Voor deze inrichting is het niet noodzakelijk om de hoogte van het groepsrisico kwantitatief te beschouwen aangezien de afstand groter is dan 750 meter. Wel dienen de risico’s van deze inrichting (toxisch scenario) meegenomen te worden in de verantwoording van de hoogte van het groepsrisico. Binnen 1,5 km van het projectgebied zijn geen overige risicovolle objecten gesitueerd naast de risicovolle objecten die hiervoor zijn beschreven. Het initiatief betreft het toevoegen van één woning. Als gevolg hiervan zal de personendichtheid binnen het invloedsgebied weliswaar toenemen, maar die is vanwege het toevoegen van slechts één woning te verwaarlozen.

Conclusie Op basis van het bovenstaande wordt geconcludeerd dat er personen in het plangebied worden blootgesteld aan externe veiligheidsrisico’s, ook na het treffen van maatregelen. De Veiligheidsregio is voldoende ingericht om tijdig de noodzakelijke hulpverleningscapaciteit van de beschreven scenario’s te leveren. Vanuit het aspect omgevingsveiligheid is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies. 7.4

Bodem

Wettelijke kader Ter bescherming van de gezondheid en het milieu zijn voor het aspect bodem instructieregels in het Bkl opgenomen. De inhoud van deze regels is via het Aanvullingsbesluit bodem Omgevingswet opgenomen in paragraaf 5.1.4.5 Bkl. Het aanvullingsbesluit bepaalt voor welke activiteiten kan worden volstaan met een melding. Er worden drie basisvormen van bodemgebruik onderscheiden: landbouw/natuur, wonen en industrie. De kaders zijn gebaseerd op de risicogrenswaarden die voor de betreffende situaties zijn afgeleid. De algemene doelstelling van het bodembeleid is het waarborgen van de gebruikswaarde van de bodem en het faciliteren van het duurzaam gebruik van de functionele eigenschappen van de bodem, door: • Het beschermen van de bodem tegen nieuwe verontreinigingen en aantastingen; • Een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, rekening houdend met de kwaliteiten van de bodem; • Het duurzaam en doelmatig beheren van de resterende historische verontreinigingen en aantastingen. Artikel 5.89i Bkl bepaalt dat waarden voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem voor het bouwen van een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie, opgenomen worden in het definitieve omgevingsplan. Deze waarden kunnen per gebied of per gebruiksfunctie verschillen. Bij een Gemeente Waalwijk Motivering Bopa Woning Nieuwstraat Waalwijk

35

overschrijding van een vastgestelde waarde (zie art. 5.89i Bkl) is het bouwen van een bodemgevoelig gebouw alleen toegelaten als de in het omgevingsplan voorgeschreven sanerende of andere beschermende maatregelen worden getroffen (art. 5.89k Bkl). Daarnaast zijn er specifieke regels over bodem opgenomen in het AbO en het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal): • Regels over nazorg van de bodem na saneren op grond van het Besluit activiteiten leefomgeving, het omgevingsplan, een omgevingsvergunning of een maatwerkvoorschrift (artikel IIIa, paragraaf 2.3.6a.2); • Regels over graven in de bodem (paragraaf 3.2.21 en 3.2.22 Bal); • Regels over activiteiten op een locatie met historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar risico (paragraaf 2.3.6a.4); • Maatwerkregels over het saneren van de bodem in het zinkassengebied, (paragraaf 2.3.6a.5). Onderzoek Door Bakker Milieuadviezen te Waalwijk is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd op de projectlocatie te Waalwijk (rapportage d.d. augustus 2022, projectnr. BM/2875-2022). Het verkennende bodemonderzoek, dat als bijlage is bijgevoegd, is uitgevoerd ten behoeve van de bepaling van de huidige milieuhygiënische bodemkwaliteit voor zowel grond als grondwater in het kader van de geplande ontwikkeling van het terrein ten behoeve van woningbouw.

Op basis van het hierboven beschreven bodemonderzoek kan voor de onderzoekslocatie het volgende worden geconcludeerd: ▪ De bovengrond, die is opgebracht na uitvoering van een bodemsanering in 1998, bevat licht verhoogde gehalten aan kwik en lood. Opgemerkt wordt dat de nu aangetroffen gehalten van beide parameters in 1998 bij de toen geldende streefwaarden niet verhoogd waren, ofwel destijds was er sprake van grond met de kwaliteitsklasse landbouw/natuur. ▪ De ondergrond van 0.5-1.5 m-mv bevat eveneens lichte verhogingen aan kwik en lood en daarnaast geldt dit ook in minimale mate voor PAK (1.6 mg/kgds t.o.v.1.5 mg/kgds). Ook dit is vermoedelijk grond die na de sanering is aangebracht. ▪ De extra onderzochte parameter chroom is zowel in de bovengrond als de ondergrond niet verhoogd aangetroffen. ▪ In het grondwater is alleen molybdeen in lichte mate verhoogd aangetroffen. Conclusie Hiermee is aangetoond dat geen sprake is van een belemmering voor de beoogde ontwikkeling waarmee kan worden gesteld dat er vanuit het aspect bodem sprake is van een evenwichtige toedeling van functies.

7.5

Water

De projectlocatie valt onder het waterschap Brabantse Delta. Verwezen wordt naar paragraaf 5.3. Toetsing De gemeente Waalwijk eist 60 mm berging voor alle nieuwbouw. De nieuw beoogde woning kent een dakoppervlak van 144,73 m². Het hellend dakvlak bedraagt 70,10 m² en het platte dak 74,63 m². Het hemelwater op onverharde terreindelen infiltreert direct in de grond. Het hemelwater van bestrating watert af in de grond en infiltreert daar ter plaatse. De waterberging wordt via infiltratiekratten met een grindkoffer die zich bevindt onder de infiltratiekratten juist in de GHG (hoogste grondwaterstand) op eigen terrein geïnfiltreerd. Wanneer de voorziening vol zit (bij extreme neerslag) en hiermee boven de beschikbare capaciteit komt, is er een overstortvoorziening opgenomen met een zandvanger Ø 315 mm, Gemeente Waalwijk Motivering Bopa Woning Nieuwstraat Waalwijk

36

waarna het water over de verharding in de goot van de straat loopt. De benodigde capaciteit van de infiltratiekratten (tevens berging) op het projectperceel bedraagt 8,6 m³. Conclusie Vanuit het aspect water is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies. 7.6

Natuur

Wettelijke kader De Wet natuurbescherming (Wnb) gaat op in de Omgevingswet: de Aanvullingswet natuur, het Aanvullingsbesluit natuur en de Aanvullingsregeling natuur. Deze regels komen grotendeels overeen met de regels die zijn opgenomen in de huidige Wet natuurbescherming. Er is sprake van een beleidsneutrale overgang. Het huidige normenkader, de instrumenten en de bevoegdheidsverdeling voor het natuurbeschermingsrecht blijft ongewijzigd. Het gaat hierbij in de eerste plaats om regels voor de gebiedsbescherming van aangewezen Natura 2000-gebieden, regels voor de soortenbescherming van te beschermen planten diersoorten (waaronder vogels) en regels ter bescherming van houtopstanden. Het gebieds- en soortenbeschermingsregime vloeit voor een belangrijk deel voort uit twee Europese richtlijnen, te weten de Vogelrichtlijn (79/409/EEG) en de Habitatrichtlijn (92/43/EEG). Gebiedsbescherming De Europese Vogel- en Habitatrichtlijn beschermt Natura 2000-gebieden. De minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit wijst de Natura 2000-gebieden aan. Op grond van artikel 2.43 Omgevingswet legt hij ook de instandhoudingsdoelstellingen vast. Dit gebeurt in een aanwijzingsbesluit.

Als er naar aanleiding van projecten, plannen en activiteiten, afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten, mogelijkerwijs significante effecten optreden, dienen deze bij de voorbereiding van een omgevingsplan in kaart te worden gebracht en beoordeeld. Natura 2000-gebieden hebben een externe werking, zodat ook ingrepen die buiten deze gebieden plaatsvinden en verstoring kunnen veroorzaken, moeten worden getoetst op het effect van de ingreep op soorten en habitats. Een ruimtelijk plan dat significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied kan alleen worden vastgesteld indien uit een passende beoordeling de zekerheid is verkregen dat het plan de natuurlijke kenmerken van het gebied niet zal aantasten. Soortenbescherming Onder de Omgevingswet zijn veel dier- en plantsoorten beschermd. De bescherming richt zich op soorten van Europees belang, die onder de reikwijdte van de Vogel- en Habitatrichtlijn vallen, en op bepaalde soorten van nationaal belang. Soortenbescherming vindt plaats binnen en buiten het natuurnetwerk Nederland. Het kan de vorm hebben van wet- en regelgeving, maar ook van fysieke maatregelen die bescherming, vestiging of uitbreiding van een soortenpopulatie stimuleren. Op grond van artikel 2.18 lid 1 sub f Omgevingswet zijn in beginsel de provincies hiervoor verantwoordelijk.

Echter, ook decentrale overheden kunnen hierover actief beleid voeren. Hierbij kan worden gedacht aan het vaststellen van bijvoorbeeld een programma voor soortenbescherming. Door strikte formulering van een flora- en fauna-activiteit moet bij vrijwel alle activiteiten in de fysieke leefomgeving nagegaan worden of: • er soorten aanwezig zijn; en • welke soorten dat zijn. Toetsing Door BNL Advies te Boekel is een quickscan flora en fauna uitgevoerd op het projectperceel te Waalwijk (rapportage d.d. 27 november 2025, projectcode 25186.QFF). De quickscan die als bijlage is Gemeente Waalwijk Motivering Bopa Woning Nieuwstraat Waalwijk

37

bijgevoegd is uitgevoerd ten behoeve van de ruimtelijke onderbouwing “Woning Nieuwstraat Waalwijk” en daarmee gelijktijdig ten behoeve van de ontwikkeling op het terrein ten behoeve van woningbouw. Uit de quick scan flora en fauna blijkt het volgende: • Door de ingreep wordt het Nautuurnetwerk Nederland (NNN) niet aangetast. • Beschermde houtopstanden zijn in het plangebied niet aanwezig. • Beschermde flora en fauna zijn óf niet aanwezig óf komen vanwege het ontbreken van een geschikt habitat niet voor. Op basis van de informatie welke uit de QuickScan flora en fauna naar voren is gekomen, is er geen aanleiding om een aanvullend flora- of faunaonderzoek uit te voeren. Tijdens de werkzaamheden blijft te allen tijde de zorgplicht van kracht en bij een veranderende situatie dient te allen tijde een ecoloog ingeschakeld te worden. Vanuit het criterium ‘natuurinclusief bouwen’ is de aanbeveling gedaan om eventueel (vleermuis)nestkasten op te hangen. Dit is daarentegen geen verplichting. Stikstofdeposite Door Ingenieursbureau AET B.V. is een stikstofdepositieberekening uitgevoerd voor de realisatiefase en gebruikersfase ten behoeve van dit initiatief (berekening d.d. 17 juni 2025).

In verband met de bouw van de woning is voor de realisatiefase en gebruikersfase separaat van elkaar met toepassing van de AERIUS Calculator de uitstoot van stikstof en de neerslag daarvan op Natura 2000-gebieden berekend. Doel van deze berekening is om te beoordelen of de bouw en het gebruik van de geplande woning leidt tot significant negatieve effecten op Natura 2000-gebieden. De resultaten van de berekeningen zijn separaat reeds toegezonden, zijn opgesteld door AET B.V. d.d. 19 november 2025 en bestaat uit de volgende documenten:

▪ stikstofdepositieberekening realisatie- en gebruikersfase woning Nieuwstraat 14d Waalwijk; ▪ stikstofdepositieberekening Werktuigen en verkeersbewegingen met daarin opgenomen koude start en stationair draaien, zoals afgestemd in juni 2025 met de Omwb;

▪ toelichting stikstofdepositieberekening realisatie- en gebruikersfase woning Nieuwstraat 14d Waalwijk. Uit de berekeningen blijkt dat er geen rekenresultaten zijn, hoger dan 0,00 mol/ha/jaar. Op basis daarvan wordt geconcludeerd dat de bouw (realisatiefase) van de geplande woning en het gebruik van de woning (gebruikersfase) aan de Nieuwstraat te Waalwijk niet leidt tot negatieve effecten op Natura 2000-gebieden. Conclusie Vanuit het aspect natuur is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies. 7.7

Luchtkwaliteit

Wettelijk kader Ter bescherming van de gezondheid zijn voor het aspect luchtkwaliteit instructieregels opgenomen in paragraaf 5.1.4.1 Bkl. Volgens deze regels gelden zogeheten omgevingswaarden voor onder andere de in de buitenlucht voorkomende stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10). Een activiteit is toelaatbaar als aan één van de volgende voorwaarden wordt voldaan: • er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; • het project leidt per saldo niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; • het project draagt alleen niet in betekenende mate bij aan de luchtverontreiniging. Gemeente Waalwijk Motivering Bopa Woning Nieuwstraat Waalwijk

38

Het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) bevat grenswaarden voor zwaveldioxide, stikstofdioxide, stikstofoxiden, fijnstof, koolmonoxide, lood, benzeen en ozon. In Nederland zijn met name de grenswaarden voor stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM2,5 en PM10) van beland. De vigerende grenswaarden voor stikstofdioxide en fijnstof zijn conform artikel 2.4 en 2.5 Bkl en weergegeven in onderstaande tabel. Stof Stikstofdioxide (NO2) Fijnstof (PM10) Fijnstof (PM2,5)

Toetsing van Jaargemiddelde concentratie Jaargemiddelde concentratie Jaargemiddelde concentratie

Grenswaarde 40 μg/m³ 40 μg/m³ 25 μg/m³

NIBM Voor de volgende activiteiten geeft het Bkl in artikel 5.54 grenzen aan. Als een activiteit binnen deze grenzen valt, is geen toetsing nodig aan de rijksomgevingswaarden voor (NO2) en fijnstof (PM10). Want de activiteit draagt dan per definitie niet in betekenende mate (NIBM) bij aan de luchtverontreiniging. Woonwijken zijn NIBM als het gaat om maximaal: • 1.500 woningen bij 1 ontsluitingsweg; • 3.000 woningen bij 2 of meer ontsluitingswegen. Onderzoek ▪ Luchtkwaliteit ter plaatse Voor de bepaling van de luchtkwaliteit ter plaatse is getoetst aan de Grootschalige Concentratie- en Depositiekaarten van Nederland (GCN en GND van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en milieu – RIVM). Hierbij is gebruik gemaakt van de kaarten voor 2030 (gegevens 2023). De resultaten van het onderzoek zijn weergegeven in onderstaande tabel. Op basis van de kaarten van het RIVM is de luchtkwaliteit ter plaatse hiermee ruimschoots voldoende. Daarnaast zal naar verwachting de luchtkwaliteit in de toekomst nog verder verbeteren. Stof

Toetsing van

Grenswaarde

Stikstofdioxide (NO2) Fijnstof (PM10)

Jaargemiddelde concentratie Jaargemiddelde concentratie Jaargemiddelde concentratie

40 μg/m³

Luchtkwaliteit ter plaatse 18,1 μg/m³

40 μg/m³

16,8 μg/m³

25 μg/m³

9,4 μg/m³

Fijnstof (PM2,5)

▪ NIBM Onderhavig planvoornemen voorziet in minder dan 1.500 woningen. Een aanvullend onderzoek luchtkwaliteit is derhalve niet noodzakelijk. Conclusie Vanuit het aspect luchtkwaliteit is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies. 7.8

Milieubelastende activiteiten

Wettelijk kader Gemeente Waalwijk Motivering Bopa Woning Nieuwstraat Waalwijk

39

Bedrijvigheid is belangrijk voor de werkgelegenheid, economie en welvaart. Maar bedrijven kunnen ook een negatief effect hebben op de fysieke leefomgeving, bijvoorbeeld door geluid van werkzaamheden, installaties of verkeer. Ook kan er sprake zijn van geurhinder of opslag van gevaarlijke stoffen. Bedrijfsactiviteiten worden derhalve vaak gezien als een milieubelastende activiteit (mba). Het begrip ‘milieubelastende activiteit’ is in de bijlage bij artikel 1 van de Omgevingswet gedefinieerd als een “activiteit die nadelige gevolgen voor het milieu kan veroorzaken”. Bedrijven kunnen heel verschillend zijn. Er zijn kleinschalige bedrijven die weinig effect hebben op de omgeving. Maar ook grootschalige bedrijven met productie of bewerking van producten ter plaatse. Deze kunnen veel geluid- of geurhinder geven op de omgeving. Daarom passen sommige bedrijven in een woonomgeving. En andere juist op een bedrijventerrein. Bedrijven kunnen hinder opleveren voor gevoelige functies, zoals woningen. Daarom is het belangrijk voldoende afstand aan te houden. Wat voldoende afstand is, is afhankelijk van de aard van de bedrijvigheid. Meestal is geluid de belangrijkste factor. Soms is juist de geurhinder, stofhinder of veiligheid (door opslag van gevaarlijke stoffen) bepalend voor de afstand tot gevoelige functies.

Om te beoordelen of de afstand tussen milieubelastende activiteiten en gevoelige functies acceptabel is, wordt aangesloten bij de richtafstanden zoals opgenomen in handreiking ‘Bedrijven en Milieuzonering’ van de VNG (Vereniging van Nederlandse Gemeenten). De benodigde afstand tussen bedrijven en gevoelige functies is afhankelijk van de aard en omvang van het bedrijf en de omgeving. Voor een rustige woonomgeving gelden andere eisen dan voor drukke woonwijken, gemengde gebieden en landelijke gebieden. In de VNG-publicatie is een omschrijving van de gebiedstypes gemengd gebied en rustige woonwijk/ rustig buitengebied gegeven. Omgevingstype gemengd gebied Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen, behoren eveneens tot het omgevingstype gemengd gebied. Hier kan de verhoogde milieubelasting voor geluid de toepassing van kleinere richtafstanden rechtvaardigen. Geluid is voor de te hanteren afstand van milieubelastende activiteiten veelal bepalend.

Omgevingstype rustige woonwijk/ rustig buitengebied Een rustige woonwijk is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Afgezien van de wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies (zoals bedrijven of kantoren) voor. Langs de randen (in de overgang naar mogelijke bedrijfsfuncties) is weinig verstoring door verkeer. Een vergelijkbaar omgevingstype qua aanvaardbare milieubelasting is een rustig buitengebied (eventueel inclusief verblijfsrecreatie), een stiltegebied of een natuurgebied. Toetsing Het kader Voor het behoud en de verbetering van de kwaliteit van de woon- en leefomgeving is een juiste afstemming tussen de verschillende voorkomende functies wonen noodzakelijk. Het bestemmingsplan ‘Gemengd gebied’ stelt dat de omgeving wordt aangemerkt als ‘gebied met functiemenging’. Kenmerkend voor functiemengingsgebieden is dat sprake is van variatie aan functies en een grotere levendigheid. Bedrijven binnen een gebied met functiemenging bestaan uit categorieën A, B en C. Binnen de bestemming ‘Gemengd’ zijn bedrijven in categorie A en B toegestaan. Categorie A betreft bedrijven met activiteiten die zodanig weinig milieubelastend voor hun omgeving zijn, dat deze Gemeente Waalwijk Motivering Bopa Woning Nieuwstraat Waalwijk

40

aanpandig aan woningen –in gebieden met functiemenging– kunnen worden uitgevoerd. De eisen uit het bouwbesluit voor scheiding tussen wonen en bedrijven zijn daarbij toereikend. Categorie B betreft bedrijven waarvan de activiteiten in een gemengd gebied kunnen worden uitgeoefend, en die een zodanige milieubelasting voor hun omgeving hebben dat zij bouwkundig afgescheiden van woningen en andere gevoelige functies dienen plaats te vinden. Uit de toelichting moet blijken dat de omliggende bedrijven niet in de bedrijfsvoering worden belemmerd door het realiseren van de appartementen. Onderzoek De locatie aan de Nieuwstraat kan op basis van de VNG‐brochure ‘Bedrijven en milieuzonering’ gezien worden als een ‘gebied met functiemenging’. Het bestemmingsplan ‘Gemengd gebied’ onderschrijft deze gebiedstypering. De locatie is gelegen in een gebied dat is bestemd als ‘Gemengd’ waarbinnen met aanduidingen verscheidene functies zijn toegestaan, waaronder (kleinschalige) bedrijvigheid, horeca en wonen. Uit bestemmingsplan ‘Gemengd gebied’ blijkt in de nabijheid van het plangebied uitsluitend bedrijven en categorie A en B zijn toegestaan. Adres

Type bedrijf

Taxandriaweg 15 Groenstraat 25 Haven Taxandriaweg 10 Taxandriaweg 11 en 12 Taxandriaweg 13

Desso tapijtfabriek Brandweerkazerne Gezoneerd bedrijventerrein Activiteitencentrum Prisma Kantoren Jongerencentrum

Algemeen Gemengd gebied Grotestraat 401 Van Engelen Communicatie Grotestraat 393 Dienstverlening / kapsalon Grotestraat 391 Maico horeca / snackbar

Gewenste afstand 100 50 500 10 10 30

Werkelijke afstand 15 135 600 325 280 190

30 10 10

105 20 25

In bovenstaande tabel is onder ‘Algemeen Gemengd gebied’ een overzicht opgenomen van de bedrijven in de nabijheid van het plangebied. Voor alle bedrijven geldt dat deze vallen onder de categorie A of B uit de Staat van bedrijfsactiviteiten – functiemenging van de VNG of dat deze naar aard en omvang gelijk te stellen zijn aan categorie A inrichtingen. Deze bedrijven verhouden zich goed tot nieuwe gevoelige bestemmingen, mits ze bouwkundige gescheiden zijn van deze gevoelige bestemmingen. Er gelden vanuit de ABC-benadering geen minimale richtafstanden.

▪ Desso Het bedrijf Desso is op grond van de VNG handreiking Bedrijven en milieuzonering aan te merken als een ‘tapijt-, kokos en vloermattenfabriek’. Een dergelijke bedrijf valt in beginsel in milieucategorie 4.1. Hiervoor geldt op grond van de richtafstandenlijst uit voornoemde handreiking het aspect geluid de maatgevende afstand, te weten 200 meter. Deze afstand dient te worden gemeten vanaf de grens van bedrijfsbestemming van Desso tot aan de uiterste situering van de gevel van woning die op grond van het projectafwijkingsbesluit kan worden gerealiseerd. Voor het onderdeel geur geldt een richtafstand van 100 meter. Omdat de omgeving van de planlocatie is aan te merken als ‘gemengd gebied’ –het betreft immers geen rustige woonwijk, maar een omgeving met een matige tot sterke functiemenging, waarbij direct Gemeente Waalwijk Motivering Bopa Woning Nieuwstraat Waalwijk

41

naast woningen andere functies voorkomen– kan, zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat, deze richtafstand met één afstandstap worden verlaagd (in dit geval voor geluid tot 100 meter en voor geur tot 50 meter). De planlocatie aan de Nieuwstraat is gesitueerd op een afstand van circa 15 meter vanaf de bedrijfsbestemming van Desso. De VNG Handreiking voorziet in een toetsingskader, bestaande uit een stappenplan, dat gebruikt kan worden bij een projectafwijkingsbesluit, teneinde de milieubelasting te toetsen ter plaatse van de toe te stane woning. Aangezien de richtafstand wordt overschreden en de vermindering van deze afstand met één afstandstap niet toereikend is, geldt er een nadere onderzoeks- en motiveringsplicht, zo volgt uit het stappenplan. Beoordeeld dient derhalve te worden of het realiseren van een nieuwbouwproject op kortere afstand van Desso dan de daarvoor geldende richtafstand, in het kader van goede ruimtelijke ordening aanvaardbaar kan worden geacht. Daar waar het gaat om geluid geldt voor het bedrijf Desso dat aan de geldende milieuvergunning de voorwaarde is verbonden, dat de geluidsbelasting van Desso op woningen in de omgeving van het bedrijf niet meer mag bedragen dan 50dB(A). Aan de zijde van de Nieuwstraat zijn de kantoren van Desso gevestigd.

Ter plaatse van de projectlocatie aan de Nieuwstraat is bovendien van belang dat het concreet gaat om de invulling van een open plek tussen bestaande woningen langs die straat. Aan weerszijden naast het projectgebied zijn in de bestaande situatie reeds andere woningen aanwezig. Ingeval van een uitbreiding van het bedrijf is de tegenover het projectperceel aanwezige woning Nieuwstraat 33 maatgevend, omdat deze op een kortere afstand van het bedrijf is gesitueerd dan de projectlocatie. Feitelijk grenst deze woning direct tegen de bedrijfsbestemming van Desso. Daarmee staat genoegzaam vast dat het bedrijf Desso door de nieuwe woning niet verder zal worden ingeperkt in de bedrijfsvoering vanwege de aangrenzende woning Nieuwstraat 33. Zoals aangegeven zijn aan de zijde van de Nieuwstraat de kantoren van het bedrijf ondergebracht met aansluitend opslag. De milieubelastende activiteiten zijn meer noordelijk in de bedrijfsbebouwing ondergebracht, meer specifiek op een afstand van circa 80 meter ten opzichte van de projectlocatie. Op grond van deze omstandigheden is zeer aannemelijk dat geluid en geur geen daadwerkelijke belemmeringen oplevert en dat ter plaatse van de projectlocatie een goed woon- en leefklimaat is en kan worden gegarandeerd. ▪ Brandweerkazerne Ten noordwesten van de projectlocatie is enkele jaren geleden de brandweerkazerne gerealiseerd.

De in acht te nemen afstand ten opzichte van nieuwbouw bedraagt 50 meter. Aangezien de werkelijke afstand 135 meter bedraagt is een goed woon- en leefklimaat ten opzichte van de brandweerkazerne gegarandeerd. ▪ Gezoneerde bedrijventerrein Haven Alle bedrijventerreinen Haven in de gemeente Waalwijk zijn geluidgezoneerde terreinen (industrieterreinen in de zin van de Wet geluidhinder), met uitzondering van het meest zuidelijke deel van Haven VII. De terreinen hebben op dit moment ieder een eigen geluidszone en worden ook afzonderlijk van elkaar getoetst. De gemeente heeft voor het bedrijventerrein het Geluidreductieplan+ opgesteld. In dit plan wordt ernaar gestreefd om: - overschrijding van de geluidszone ongedaan te maken; Gemeente Waalwijk Motivering Bopa Woning Nieuwstraat Waalwijk

42

- nieuwe geluidsruimte te creëren; en vervolgens - de geluidsruimte evenwichtig te verdelen. Het eerste doel is met de uitvoering van het Geluidreductieplan+ gerealiseerd. Het tweede en derde doel zijn zijn verder uitgewerkt in het zonebeheerplan en juridisch verwerkt in het Facetbestemmingsplan Geluidtoedeling Bedrijventerrein Haven. Het projectperceel is buiten de geluidzone van genoemd bestemmingsplan gelegen. Op basis van het vigerend bestemmingsplan ‘Haven’ zijn ten noordwesten van het projectperceel onder andere bedrijven toegestaan tot een maximale milieucategorie 5.3. De bij deze milieucategorie geldende richtafstand bedraagt 1000 meter. Omdat sprake is van een gemengd gebied mag deze met één afstandsstap worden verlaagd, in casu tot 700 meter. De afstand tot het projectperceel bedraagt ruim 600 meter maar ligt, zoals aangegeven, buiten de geluidzone van het bestemmingsplan “Haven”. De nieuwbouwlocatie is bovendien niet maatgevend voor de beoordeling van ontwikkelingen voornoemde bedrijven, omdat veel andere woningen aan de zuidzijde van de A59 op een kortere afstand van het bedrijventerrein zijn gelegen dan het projectperceel. Dit betreft woningen aan de noordzijde van de Grotestraat, de oostzijde van de Hertog Janstraat en de westzijde van de Groenstraat (aangrenzend aan de brandweerkazerne).

Bovendien is de beoogde woning verder nog van het bedrijventerrein gescheiden door de A59 en voorts nog door het bestaande bedrijventerrein Laageinde. In die zin is voldoende geborgd dat ter plaatse van de nieuwbouwwoning sprake is van een goed woon- en leefklimaat en dat de bedrijven als gevolg van de nieuwbouw niet worden belemmerd in de bedrijfsvoering, noch de uitbreidingsmogelijkheden. ▪ Taxandriaweg 10 Op deze locatie worden dagactiviteiten gehouden door de stichting Prisma. Gezien het grote verschil tussen de gewenste en feitelijke afstand tussen de perceelsgrens van deze functie en het projectperceel is van enige belemmering van een uitbreiding geen sprake. Binnen het geldende bestemmingsplan is sprake van een bestemming Bedrijventerrein met de functieaanduidingen ‘specifieke vorm van bedrijventerrein – afwijkende functie’ en ‘specifieke vorm van bedrijventerrein – milieucategorie 1’. De afwijkende functie is in het plan geduid als maatschappelijk. Met de aanduiding milieucategorie 1 is op basis van de bijbehorende Staat van Bedrijven vastgelegd dat het qua (maximale) planologische gebruiksmogelijkheden beperkt dient te blijven tot activiteiten c.q. functies die weinig tot geen milieuhinder veroorzaken. De op grond van voormelde Staat van Bedrijven geldende afstand tot woningen is en blijft beperkt tot maximaal 10 meter.

In die zin is voldoende geborgd dat ter plaatse van de nieuwbouwwoning sprake is van een goed woon- en leefklimaat en dat de maximale planologische functiemogelijkheden op het perceel Taxandriaweg 10 noch de huidige maatschappelijke functie dan wel toekomstige functies als gevolg van de nieuwbouw niet worden belemmerd in de bedrijfsvoering, noch in de uitbreidingsmogelijkheden. ▪ Taxandriaweg 11 en 12 Op deze locaties zijn kantoren gevestigd. Gezien het grote verschil tussen de gewenste en feitelijke afstand tussen de perceelsgrenzen van deze functies en het projectperceel is van enige belemmering van uitbreidingen geen sprake. Gemeente Waalwijk Motivering Bopa Woning Nieuwstraat Waalwijk

43

Binnen het geldende bestemmingsplan is sprake van een bestemming Bedrijventerrein met de functieaanduidingen ‘specifieke vorm van bedrijventerrein – afwijkende functie’ en ‘specifieke vorm van bedrijventerrein – milieucategorie 1’. De afwijkende functie is in het plan geduid als maatschappelijk. Met de aanduiding milieucategorie 1 is op basis van de bijbehorende Staat van Bedrijven vastgelegd dat het qua (maximale) planologische gebruiksmogelijkheden beperkt dient te blijven tot activiteiten c.q. functies die weinig tot geen milieuhinder veroorzaken. De op grond van voormelde Staat van Bedrijven geldende afstand tot woningen is en blijft beperkt tot maximaal 10 meter. In die zin is voldoende geborgd dat ter plaatse van de nieuwbouwwoning sprake is van een goed woon- en leefklimaat en dat de maximale planologische functiemogelijkheden op het perceel Taxandriaweg 11 en 12 noch de huidige maatschappelijke functie dan wel toekomstige functies als gevolg van de nieuwbouw niet worden belemmerd in de bedrijfsvoering, noch in de uitbreidingsmogelijkheden. ▪ Taxandriaweg 13 Op deze locatie is een jongerencentrum gevestigd. Gezien het grote verschil tussen de gewenste en feitelijke afstand tussen de perceelsgrenzen van deze functies en het projectperceel is van enige belemmering van uitbreidingen geen sprake.

Binnen het geldende bestemmingsplan is sprake van een bestemming Bedrijventerrein met de functieaanduidingen ‘specifieke vorm van bedrijventerrein – afwijkende functie’ en ‘specifieke vorm van bedrijventerrein – milieucategorie 1’. De afwijkende functie is in het plan geduid als maatschappelijk. Met de aanduiding milieucategorie 1 is op basis van de bijbehorende Staat van Bedrijven vastgelegd dat het qua (maximale) planologische gebruiksmogelijkheden beperkt dient te blijven tot activiteiten c.q. functies die weinig tot geen milieuhinder veroorzaken. De op grond van voormelde Staat van Bedrijven geldende afstand tot woningen is en blijft beperkt tot maximaal 10 meter. In die zin is voldoende geborgd dat ter plaatse van de nieuwbouwwoning sprake is van een goed woon- en leefklimaat en dat de maximale planologische functiemogelijkheden op het perceel Taxandriaweg 13 noch de huidige maatschappelijke functie dan wel toekomstige functies als gevolg van de nieuwbouw niet worden belemmerd in de bedrijfsvoering, noch in de uitbreidingsmogelijkheden. Algemeen ‘Gemengd gebied’ Zowel het projectperceel als de hieronder beschreven functies zijn allen gelegen in het bestemmingsplan “Gemengd gebied”. In dit plan is gebruik gemaakt van een beoordelingssystematiek voor gebieden met functiemenging.

Het begrip gebied met functiemenging wordt toegepast om een gebied aan te duiden waar men te maken heeft met milieubelastende en milieugevoelige functies die op korte afstand van elkaar zijn gesitueerd of waar men een grote levendigheid tot stand wil brengen. Belangrijk is dat de functies in dat gebied tenminste in enige mate elkaar moeten afwisselen. Binnen het geldende plan zijn 3 milieucategorieën toegekend: ➢ bedrijven van categorie A: toelaatbaar aanpandig aan woningen; ➢ bedrijven van categorie B: toelaatbaar als ze bouwkundig zijn afgescheiden van woningen; ➢ bedrijven van categorie C: toelaatbaar indien gesitueerd aan een hoofdweg. Nu het geldende bestemmingplan uitgaat van de beoordelingssystematiek voor gebieden met functiemenging wordt niet geredeneerd aan de hand van richtafstanden, maar wordt er beoordeeld aan de hand van een beoordelingssystematiek gekoppeld aan bovenvermelde categorieën. Gemeente Waalwijk Motivering Bopa Woning Nieuwstraat Waalwijk

44

▪ Van Engelen Communicatie Op Grotestraat 401 is een full service communicatiebureau met drukwerkfaciliteiten gevestigd. De categorieën waarin het bedrijf valt zijn aan te merken als type B inrichting. De afstand van het pand van Van Engelen tot de gevel van de nieuwe woning bedraagt ca 105m. Door de afstand tussen de panden mag worden verwacht dat geen hinder optreedt en het bedrijf niet in zijn bedrijfsvoering wordt beperkt door de nieuwe woning. Bepalend daarentegen is dat deze functie niet wordt belemmerd vanwege de beoordeling dat deze bouwkundig is afgescheiden van de nieuwbouwwoning. ▪ Kapsalon Grotestraat 393 Binnen het plan Gemengd gebied geldt hier de bestemming ‘Gemengd’ met de functieaanduiding ‘Dienstverlening’. De categorieën waarin het bedrijf valt zijn aan te merken als type B inrichting. De afstand van dit pand tot de gevel van de nieuwe woning bedraagt ca 20m. De panden zijn bouwkundig gescheiden en mede door de afstand tussen de panden mag worden verwacht dat geen hinder optreedt en het bedrijf niet in zijn bedrijfsvoering wordt beperkt door de nieuwe woning. ▪ Snackbar Grotestraat 391 Binnen het plan Gemengd gebied geldt hier de bestemming ‘Gemengd’ met de functieaanduiding ‘Horeca’. Het pand is in gebruik als snackbar. De categorieën waarin het bedrijf valt zijn aan te merken als type B inrichting.

De afstand van dit pand tot de gevel van de nieuwe woning bedraagt ca 25m. De panden zijn bouwkundig gescheiden en mede door de afstand tussen de panden mag worden verwacht dat geen hinder optreedt en het bedrijf niet in zijn bedrijfsvoering wordt beperkt door de nieuwe woning. Conclusie Vanuit het aspect milieubelastende activiteiten is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies. 7.9

Geluid – (spoor)wegverkeer

Wettelijk kader Geluid kan van grote invloed zijn op het woon- en leefklimaat van mensen en op hun gezondheid. Voor belangrijke geluidsbronnen zoals wegen en spoorwegen worden via de Aanvullingswet geluid en het Aanvullingsbesluit geluid regels toegevoegd aan de Omgevingswet en het Bkl. De regels voor geluid hebben een tweezijdige werking om de bescherming tegen geluidsbelasting vorm te geven. Enerzijds bij de aanleg of aanpassing van (spoor)wegen en anderzijds bij het mogelijk maken van nieuwe geluidsgevoelige gebouwen en locaties nabij een geluidsbron. In de Bruidsschat (BS) is het onderdeel 'geluid' geregeld in paragraaf 22.3.4. Daarin staan regels over geluid door een activiteit op of in een geluidgevoelig gebouw die op een locatie is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit. In de Bruidsschat zijn waarden bepaald. Geluidsgevoelige gebouwen In artikel 3.20 van Bkl is bepaald welke gebouwen geluidsgevoelig zijn. Het betreft gebouwen, waaronder een gebouw of een gedeelte van een gebouw dat een woonfunctie heeft. De geluidsnormen hebben betrekking op het geluid op de gevel van een geluidsgevoelig gebouw en hebben primair als doel het beschermen van de gezondheid door het stellen van eisen aan het geluid op en rond woningen, waar mensen langdurig verblijven en slapen.

Hierbij wordt onderscheid Gemeente Waalwijk Motivering Bopa Woning Nieuwstraat Waalwijk

45

gemaakt tussen de voorgevel, zijgevel en achtergevel. Voor andere gebouwen of locaties bepaalt de gemeente zelf de mate van bescherming tegen geluid. Dat doet de gemeente vanuit haar taak 'evenwichtige toedeling van functies aan locaties'. Geluidsproductieplafond De Omgevingswet werkt met geluidsaandachtsgebieden. De omvang van de geluidsaandachtsgebieden wordt bepaald op basis van berekeningen en beslaat het gebied waarbinnen de standaardwaarde mogelijk worden overschreden. De wijze waarop het gebied moet worden bepaald is opgenomen in de Aanvullingsregeling geluid (Arg). De bepaling van een geluidsaandachtsgebied is afhankelijk van de juridische status van de bron. Als een geluidsproductieplafond is vastgesteld, wordt gebruik gemaakt van de gegeven bij vaststelling daarvan. Dit betreft met name rijkswegen, hoofdspoorwegen en provinciale wegen. Hetzelfde geldt voor een waterschapsweg, lokale weg of lokale spoorweg als daarvoor een geluidsproductieplafond is vastgesteld. Als geen geluidsproductieplafond is vastgesteld wordt gebruik gemaakt basisgeluidsemissies voor die bronnen. Overgangsrecht Wet geluidhinder Totdat het bevoegd gezag geluidproductieplafonds heeft vastgesteld, blijft de Wet geluidhinder (Wgh) van toepassing. In de Wet geluidhinder wordt onderscheid gemaakt tussen verkeers- en spoorweglawaai.

Ter bepaling van de geluidsbelasting dient op grond van de wet iedere weg in beschouwing te worden genomen, met uitzondering van woonerven en 30 km/uur wegen. De te beschouwen wegen hebben een onderzoekszone waarbinnen een akoestisch onderzoek dient plaats te vinden. Toetsing Door Kragten te Den Bosch is een akoestisch onderzoek naar het geluid vanwege wegverkeer uitgevoerd ten behoeve van de voorgenomen bouw van een woning op het perceel tussen Nieuwstraat 14b en 16 te Waalwijk (rapportage d.d. 2 december 2025, projectnr. DJA006). In het kader hiervan is conform het gestelde in de Omgevingswet een akoestisch onderzoek uitgevoerd (het rapport is als bijlage bijgevoegd) naar het geluid vanwege wegen waarvan het geluidaandachtsgebied het plangebied overlapt. Het geluid is getoetst aan het stelsel van standaardwaarden en grenswaarden uit het Besluit kwaliteit leefomgeving. Het onderzoek is uitgevoerd volgens de standaard rekenmethode zoals omschreven in de meet- en rekenmethode geluid wegen uit bijlage IVe van de Omgevingsregeling. Uit het onderzoek blijkt het volgende: ➢ Gemeentewegen Het geluid vanwege gemeentewegen voldoet ter plaatse van het gehele plangebied aan de standaardwaarde van 53 dB. ➢ Rijkswegen Het geluid vanwege rijkswegen voldoet ter plaatse van het gehele plangebied aan de standaardwaarde van 50 dB.

Gemeente Waalwijk Motivering Bopa Woning Nieuwstraat Waalwijk

46

➢ Indirecte akoestische effecten Het plan wordt ontsloten via de Nieuwstraat. De beoogde ontwikkeling zorgt voor een beperkt aantal (<10) extra verkeersbewegingen. Op de Nieuwstraat bedraagt de intensiteit inclusief de verkeersgeneratie ruim minder dan 2500 motorvoertuigen per etmaal. Artikel 5.78af (indirecte akoestische effecten) van het Besluit kwaliteit leefomgeving is derhalve niet van toepassing voor deze weg. Conclusie Vanuit het aspect geluid – (spoor)wegverkeer is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies. 7.10

Geur

Wettelijk kader Het Rijk stelt voor een aantal gebouwen specifieke regels aan geurbelasting. Deze instructieregels van het Bkl voor geur zijn gericht op aangewezen geurgevoelige gebouwen. In de aanwijzing van geurgevoelige gebouwen is de functie bepalend. Hierbij kan gedacht worden aan wonen, onderwijs of zorg. Voor overige gebouwen of locaties bepaalt de gemeente zelf de mate van geurbescherming. In artikel 5.91 Bkl worden de geurgevoelige gebouwen aangewezen die in ieder geval beschermd moeten worden. Hieronder vallen ook gebouwen met een woonfunctie, gebouwen voor onderwijs, gezondheidszorg en kinderopvang. De geur van een activiteit op een geurgevoelig gebouw moet aanvaardbaar zijn (artikel 5.92 lid 2 Bkl). Dit betekent dat beoordeeld moet worden of waarden, afstanden en gebruiksregels in het omgevingsplan leiden tot een aanvaardbaar hinderniveau. De gemeente heeft beleidsvrijheid om te bepalen welke mate van geurhinder aanvaardbaar is. Voor een aantal activiteiten moet de gemeente geurregels opnemen in het omgevingsplan. Hiervoor staan instructieregels in het Bkl. Dit geldt voor rioolwaterzuiveringsinstallaties (rwzi’s), het houden van landbouwhuisdieren (veehouderijen) en andere agrarische activiteiten (bijv. het opslaan van mest). Een onderdeel van het omgevingsplan van rechtswege is ook de gemeentelijke geurverordening, hierin kan worden afgeweken van de standaardnorm.

Indien de gemeentelijke geurverordening nog niet is geïmpliceerd in het omgevingsplan en/of de gemeente überhaupt geen geurverordening kent, dan gelden de regels uit de Bruidsschat. In de Bruidsschat zijn geuremissiefactoren (waarden) en afstandsnormen opgenomen. In artikel 22.98 zijn de ten hoogste toegestane geurbelastingen bepaald ten aanzien van het houden van landbouwhuisdieren, zoals opgenomen in de onderstaande tabel. Geurgevoelig object

Waarde

Gelegen binnen de bebouwde kom en buiten een concentratiegebied geurhinder en veehouderij

2,0 OUe/m3

Gelegen binnen de bebouwde kom en binnen een concentratiegebied geurhinder en veehouderij

3,0 OUe/m3

Gelegen buiten de bebouwde kom en buiten een concentratiegebied geurhinder en veehouderij

8,0 OUe/m3

Gemeente Waalwijk Motivering Bopa Woning Nieuwstraat Waalwijk

47

Gelegen buiten de bebouwde kom en binnen een concentratiegebied geurhinder en veehouderij

14,0 OUe/m3

Op basis van artikel 22.100 en 22.101 mag de afstand tot een geurgevoelig object, niet kleiner zijn dan de afstand als bedoeld in onderstaande tabel: Geurgevoelig object

Afstand

Gelegen binnen de bebouwde kom

100 meter

Gelegen buiten de bebouwde kom

50 meter

Onderzoek Binnen de relevante afstandsmaat is geen in bedrijf zijnde veehouderij met een geuremissie aanwezig. Het projectperceel ligt daarmee ruimschoots buiten de richtafstand van 100 meter ten opzichte van de dichtstbij gelegen veehouderij. Om te bepalen of ter plaatse van sprake is van een goed woon- en leefklimaat wordt gebruik gemaakt van de kaart ‘Achtergrondbelasting Geur’ van de Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant. Op deze kaart is de achtergrondbelasting in een concentratiegebied, veroorzaakt door de aanwezigheid van intensieve veehouderijen, opgenomen in odour units per kubieke meter.

Uit deze kaart blijkt dat er op de locatie sprake is van een zeer goede kwaliteit van de leefomgeving (0 – 3,0 OUe/m3). Geconcludeerd kan worden ter plaatse sprake is van een goed woon- en leefklimaat en dat anderzijds het plan geen belemmering vormt voor nabijgelegen veehouderijen ten aanzien van het aspect geur. Conclusie Vanuit het aspect geur is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies.

Gemeente Waalwijk Motivering Bopa Woning Nieuwstraat Waalwijk

48

8

FINANCIELE EN MAATSCHAPPELIJKE VERANTWOORDING 8.1

Financieel-economische haalbaarheid

Kostenverhaal De realisatie van het project is een particulier initiatief en vindt plaats op eigen terrein. Alle kosten van het plan, gericht op de realisatie van de woning komen geheel voor rekening van de initiatiefnemer. Nu hiermee de kosten anderszins zijn verzekerd is het opstellen van een exploitatieplan niet noodzakelijk. Nadeelcompensatie Er is een nadeelcompensatie overeenkomst (voorheen planschade overeenkomst) gesloten tussen de initiatiefnemer en de gemeente. De vergoeding van eventuele succesvolle nadeelcompensatieclaims zullen op basis van deze overeenkomst op de initiatiefnemer worden verhaald. 8.2

Maatschappelijke verantwoording

Advies en instemming In het kader van advies en instemming, wordt de buitenplanse omgevingsplanactiviteit toegezonden aan de volgende overleginstanties: Provincie Noord-Brabant en waterschap Brabantse Delta. Proces Op de onderhavige aanvraag is conform artikel 16.62 Omgevingswet de reguliere procedure van titel 4.1 Algemene wet bestuursrecht van toepassing. De beslistermijn is acht weken.

8.3

Participatie

Met betrekking tot het eerdere initiatief uit 2022 is destijds uitgegaan van vier belanghebbenden (aangrenzend aan het projectperceel): ▪ de eigenaar / bewoner van de woning Hoekeinde 5; ▪ de eigenaar / bewoner van de woning Hoekeinde 7; ▪ de eigenaar / bewoner van de woning Nieuwstraat 14b; ▪ de eigenaar / bewoner van de woning Nieuwstraat 16. De initiatiefnemer heeft inmiddels rechtstreeks overleg gevoerd met de eigenaren van genoemde directe buurpercelen. Tevens zijn de eigenaren / bewoners bij brief van 22 juli 2022 schriftelijk geïnformeerd. Zowel mondeling als schriftelijk heeft de initiatiefnemer het plan op inhoud toegelicht en de omwonenden direct geïnformeerd. Deze hebben geen bezwaren kenbaar gemaakt tegen de voorgenomen bouw van de woning. Omdat anderen geen zicht hebben op de beoogde, nieuwe woning zijn andere mensen niet direct geïnformeerd. Bij brief van 1 december 2024 is de directe omgeving nogmaals geïnformeerd over het initiatief. De eigenaar van Hoekeinde 3A heeft aangegeven graag een stenen erfscheiding tussen hun perceel en de nieuwbouwlocatie te realiseren. Dit zal met instemming voor gezamenlijke rekening vergunningvrij worden uitgevoerd. Het participatieplan is als bijlage bij deze motivering gevoegd.

Gemeente Waalwijk Motivering Bopa Woning Nieuwstraat Waalwijk

49

9.

BELANGENAFWEGING EN CONCLUSIE

Voor zover een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een buitenplanse omgevingsplanactiviteit wordt de omgevingsvergunning alleen verleend met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (Etfal, artikel 8.0a, lid 2, Bkl). Naast de regel dat omgevingsvergunningen slechts kunnen worden verleend met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, gelden de beoordelingsregels in artikel 8.0b tot en met 8.0e van het Bkl (zie ook ‘beleidskader Rijk en provincie’, hoofdstuk 4). Het planvoornemen aan de Nieuwstraat leidt tot een situatie waarbij er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies. Om dit te kunnen beoordelen zijn alle voor de fysieke leefomgeving relevante aspecten (voor zover betrekking hebbend op de gevraagde activiteit) nader onderzocht en afgewogen (zie de hoofdstukken 3, 5, 6 en 7). Gezien hetgeen uiteengezet in voornoemde hoofdstukken kan worden geconcludeerd dat het planvoornemen geen nadelige effecten heeft op de fysieke leefomgeving en er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Alles overwegende is de ontwikkeling aanvaardbaar.

Gemeente Waalwijk Motivering Bopa Woning Nieuwstraat Waalwijk

50

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16511748/1