Bijlage 1 Haalbaarheidsonderzoek Kerkvaartse haven
Tekst van het document
HAALBAARHEID ONTWIKKELING KERKVAARTSE HAVEN
Inhoud 1.
INLEIDING................................................................................................................... 3
2.
DOELEN EN AMBITIES ................................................................................................... 5
3.
ONTWERPTECHNISCHE HAALBAARHEID .......................................................................... 6
4.
PLANOLOGISCHE HAALBAARHEID .................................................................................. 11
5.
FINANCIELE HAALBAARHEID ......................................................................................... 12
6.
MAATSCHAPPELIJKE HAALBAARHEID ............................................................................. 15
7.
RISICO’S .................................................................................................................... 17
8.
CONCLUSIE ................................................................................................................ 19
9.
VERVOLG.................................................................................................................... 20
Bijlage 1: Optimalisatie uitbreiding Kerkvaartse haven ............................................................ 21 Bijlage 2: Tekening plangebied ............................................................................................ 22 Bijlage 3: Planologische aspecten Kerkvaartse haven .............................................................. 23 Bijlage 4: Participatieplan Kerkvaartse haven ......................................................................... 31 Bijlage 5: Overzicht adviezen en onderzoeken Kerkvaartse haven ............................................ 37
Haalbaarheid ontwikkeling Kerkvaartse haven
2
1. INLEIDING Ten noorden van Waspik ligt de Kerkvaartse haven, het water is in eigendom van de gemeente Waalwijk (op een klein deel in het zuiden van de haven na). De haven is gelegen aan het Oude Maasje, dat weer verbonden is met de Bergsche Maas. Om de Kerkvaartse haven te bereiken, moeten de schepen de keersluis Schipdiep in het Oude Maasje passeren. Aan de westzijde van de Kerkvaartse haven ligt het bedrijventerrein Maasoever. Aan deze zijde zijn kades van verschillende (watergebonden) bedrijven aanwezig (en een stukje gemeentelijke loswal), die tevens de regionale waterkering vormen. Aan de oostzijde ligt een regionale waterkering (dijk) met daarachter agrarische gronden. Voor deze regionale waterkeringen gelden eisen vanuit waterschap Brabantse Delta (WBD). De dijk die ter hoogte van het bedrijventerrein ligt is in eigendom van WBD. In het zuiden wordt de haven begrensd door de jachthaven waar thans watersportvereniging Waalwijk is gevestigd. De recreatievaart van deze jachthaven moet door de bedrijfshaven varen om de haven uit te komen. Bij de T-splitsing met het Oude Maasje ligt aan de noordzijde jachthaven ’t Oude Maasje.
Afbeelding 1: Projectlocatie Kerkvaartse haven in Waspik
Haalbaarheid ontwikkeling Kerkvaartse haven
3
In 2013 heeft WBD de oostelijke regionale kering (dijk) van de Kerkvaartse haven afgekeurd op beheerdersoordeel. De beschoeiing is slecht, de oever van stortstenen is deels beschadigd door scheepvaart. Het herstellen van de stortstenen heeft het nadeel dat dit ten koste gaat van de breedte van de haven. Hierdoor wordt de haven te smal en daarmee nagenoeg niet meer toegankelijk voor binnenvaartschepen in combinatie met de recreatievaart. Met de ondernemers verenigd in de Coöperatieve Vereniging Kerkvaartse Haven (CVKH) en WBD zijn meerdere gesprekken geweest over de versteviging van de dijk in relatie tot het waarborgen van de bereikbaarheid. Daar is uiteindelijk een oplossingsrichting uit tot stand gekomen die de betrokken partijen gezamenlijk wilden uitwerken en financieren. Deze oplossingsrichting is omschreven in het ontwikkelplan Kerkvaartse haven. In het ontwikkelplan wordt beschreven hoe de Kerkvaartse haven zich kan doorontwikkelen als regionaal knooppunt voor het vervoer van bulkgoederen over water door het noordelijke deel van de haven te verbreden en de agrarische gronden aan de oostzijde te ontwikkelen voor bedrijfspercelen. Het ontwikkelplan is in juni 2020 door de raad vastgesteld. Tevens is toen een voorbereidingskrediet beschikbaar gesteld om de haalbaarheid van de beschreven plannen te onderzoeken.
In dit document wordt de haalbaarheid van de plannen in kaart gebracht.
Haalbaarheid ontwikkeling Kerkvaartse haven
4
2. DOELEN EN AMBITIES Doelen Het doel is om de bestaande haven toekomstbestendig te maken voor de binnenvaart (i.c.m. de recreatievaart) en deze zo optimaal mogelijk te benutten door de oostzijde te ontsluiten en geschikt te maken voor watergebonden bulkbedrijven. Vanwege de schaalvergroting die plaatsvindt in de binnenvaart valt hieronder ook het mogelijk maken dat grotere schepen met eventueel meer diepgang de Kerkvaartse haven in kunnen. De noodzaak tot aanpassing van de waterkering aan de oostzijde van de Kerkvaartse haven is de uitgelezen mogelijkheid om tot een verbreding van de haven te komen en ook de veiligheid op het water voor vaartuigen te verbeteren. Door de bedrijfshaven vaart ook de recreatievaart van de jachthaven die is gelegen aan de zuidzijde van de Kerkvaartse haven. De bedrijfshaven is erg smal (ca. 25 m ipv 39 m breed) wat de nodige problemen oplevert wanneer binnenvaartschepen liggen aangemeerd en andere beroepsschepen of soms ook recreatievaart wil passeren. Ook de situatie van binnenvaartschepen die de haven indraaien is penibel. Dit gaat gepaard met steken en het gebruik van motorvermogen. Dat verplaatsing en omwoeling van de havenbodem tot gevolg heeft. Het verruimen van de ingang van de havenkom moet dit oplossen.
Hiervoor zal de haveningang worden verruimd, ter hoogte van de bestaande bedrijven wordt de haven verbreed en een deel van de oostoever wordt voorzien van een kade. Zowel de ontsluiting via het water als via de weg maakt de percelen aan de oostoever een geschikte locatie voor de ontwikkeling van een watergebonden bedrijventerrein. Voor de ontwikkeling van deze gronden wordt bewust ingezet op bulkbedrijven omdat deze voorziening voor vaarklasse Va (lengte 110 m breedte 11,4 m en een diepgang van maximaal 3,5 m) in de regio niet aanwezig is. Ambities Voor de economische ontwikkeling van de gemeente Waalwijk is bereikbaarheid over weg en water een belangrijke randvoorwaarde. De doelstellingen op het gebied van duurzaamheid en milieu benadrukken het belang van vervoer over water. Goederentransport over water kost minder energie en geld dan over de weg en levert een verlaging van de CO2-uitstoot op (van 25% tot 50%). Bovendien is er op het water meer ruimte dan op de volle wegen. Het is daarom belangrijk dat de waterbereikbaarheid in de Kerkvaartse haven niet verslechtert, maar juist verbetert. Een ambitieuze aanpak van de waterbereikbaarheid van de Kerkvaartse haven zorgt voor duurzaam en toekomstbestendig bulkvervoer voor de gemeente en regio.
Schaalvergroting door het gebruik van steeds grotere schepen betekent ook dat het huidige volume bulk met minder vaarbewegingen kan worden gerealiseerd, wat leidt tot een lagere milieubelasting per kubieke meter vracht. Samen met het realiseren van een containerterminal, ten noorden van de bestaande industriehaven van Waalwijk op bedrijventerrein Haven 8, garandeert dit een duurzame faciliteit in de gemeente. Een faciliteit die bijdraagt aan een modalshift van wegvervoer naar vervoer over water.
Haalbaarheid ontwikkeling Kerkvaartse haven
5
3. ONTWERPTECHNISCHE HAALBAARHEID Belangrijke uitgangspunten •
•
•
•
•
•
•
•
• •
De ontwikkeling van de Kerkvaartse haven is onderdeel van de bedrijventerreinafspraken 2020-2024 van de regio Hart van Brabant. De oostzijde kan vraaggericht worden ontwikkeld als themagerelateerd terrein voor watergebonden bulkbedrijven. Ten behoeve van die ontwikkeling moeten ook aan de zijde van de nieuwe bedrijfspercelen aanmeerplaatsen worden gerealiseerd voor de beroepsvaart. Om de Kerkvaartse haven te bereiken, moeten de schepen de keersluis Schipdiep en het Oude Maasje passeren. Uitgangspunt is dat er geen constructieve aanpassingen aan de sluis zelf gaan plaatsvinden om de toegang van langere schepen of schepen met meer diepgang in de Kerkvaartse haven mogelijk te maken. Ook voor het Oude Maasje geldt dat het profiel van de vaarweg intact blijft. De Kerkvaartse haven is een insteekhaven die vrijwel haaks aansluit op het Oude Maasje. De Kerkvaartse haven is ongeveer 1,2 km lang (waarvan 700 m voor beroepsvaart). Alleen het deel van de Kerkvaartse haven dat toegankelijk is voor beroepsvaart is onderdeel van het plangebied (bijlage 2 ). In de huidige situatie zijn klasse Va schepen toegestaan met een lengtebeperking van 95 m. Voor de toekomstbestendigheid van de haven is het nodig om de lengtebeperking te laten vervallen en dus schepen tot en met een lengte van 110 m toe te staan. De waterstanden in Kerkvaartse haven worden beïnvloed door het getij en de rivierafvoer.
Dit zorgt ervoor dat de waterstanden in de haven sterk fluctueren. Momenteel geldt er in de haven een diepgangbeperking van 2,5 m ongeacht de waterstand. De wens is om de toegestane diepgang van de schepen te koppelen aan de waterstanden (ten opzichte van NAP). Zodoende kunnen schepen bij hogere waterstanden een grotere diepgang hanteren en dus een grotere hoeveelheid lading vervoeren. Aan de westzijde van de Kerkvaartse haven zijn vijf verschillende kades aanwezig waar beroepsschepen kunnen aanmeren. Deze kades zijn, op het stukje gemeentelijke loswal na, in eigendom van de verschillende bedrijven die aan de westzijde zijn gelegen. Uitgangspunt is dat door deze ontwikkeling geen aanpassingen nodig zijn aan deze kades. Mocht blijken dat het voor de ondernemers toch wenselijk is om aanpassingen te doen, dan is dit de verantwoordelijkheid (en op kosten) van de eigenaren van deze kades. Het uitgangspunt voor de ontwikkeling van de haven en het bedrijventerrein is een gesloten grondbalans. De geschikte vrijkomende grond (milieu- en geotechnisch) wordt hergebruikt voor benodigde ophoging van het terrein aan de oostzijde. Er wordt geen grond van buiten het gebied aangevoerd voor extra ophoging.
Het huidige profiel van de Polanenweg is ongeschikt om de toename van de verkeersintensiteit en de typen voertuigen die van en naar de te ontwikkelen percelen zullen gaan rijden af te wikkelen. Voor de verkeersveiligheid wordt een vrijliggend fietspad aangebracht. Het rijprofiel van de weg zelf zal ook ingericht moeten worden t.b.v. het toekomstig gebruik. Ook zal er een reservering in het profiel komen t.b.v. de kabels en leidingen naar de te ontwikkelen percelen. Dit alles betekent een verbreding van het wegprofiel en aanpassing van de waterhuishouding (sloten). Het wordt een gasloos bedrijventerrein. Uiteraard zijn er nog andere uitgangspunten die voortkomen uit (landelijke) wet en regelgeving en het (Waalwijks) beleid. Voorbeelden hiervan zijn hydrologisch neutraal bouwen, 10% groen (landschappelijk inpassing), parkeren op eigen terrein enz.
Haalbaarheid ontwikkeling Kerkvaartse haven
6
Omschrijving ontwerp Advies- en ingenieursbureau Witteveen+Bos is gevraagd om aan de hand van de bovenstaande uitgangspunten, de verschillende onderzoeken die er zijn gedaan en hun eigen expertise om te komen tot het meest gunstige ontwerp voor de haven en de te ontwikkelen bedrijfskavels (zie bijlage 1). Het ontwerp van de Polanenweg is door de gemeente verzorgd. De noodzaak tot aanpassing van de secundaire waterkering aan de oostzijde is zoals eerder omschreven de uitgelezen mogelijkheid om een toekomstbestendig haven realiseren. Om grotere beroepsschepen te ontvangen en deze aan beide zijden van de Kerkvaartse haven te kunnen laten afmeren moeten zowel de noordelijkste ca. 700 m van het havenkanaal als de havenmonding verruimd worden. De noordelijkste 500 m (ter hoogte van de nieuwe bedrijfspercelen) wordt aan de oostzijde voorzien van een stalen damwand. De bovenkant van de damwand komt op NAP +2,4 m en de onderkant komt tot NAP -12,0 m onder de grond. De 200 m ten zuiden van deze damwand krijgt aan de oostzijde een groene dijk. Deze dijk is ter hoogte van de boomgaard en krijgt een kruin van 3 m breed en wordt ook NAP +2,4 m hoog.
Bedrijventerrein
Afbeelding 3: Verbreding Kerkvaartse haven in Waspik
Haalbaarheid ontwikkeling Kerkvaartse haven
7
In het ontwerp begint het havenkanaal relatief breed bij de havenmond en wordt smaller verder de haven in (zie afbeelding 3). Het deel waar aan beide zijden van de haven aanmeerruimtes komen, wordt op het smalste punt 57 m breed. In de huidige situatie varieert de breedte van de haven tussen de 22 en 29 m. Vanaf de overgang tussen de nieuwe kade en de nieuwe groene dijk wordt het havenkanaal versmald omdat daar alleen aan de westzijde beroepsschepen aanmeren. Om die reden heeft het zuidelijk deel van het havenkanaal een breedte van ca. 40,0 m. De haven wordt breder dan in eerste instantie is aangegeven in het ontwikkelplan. Deze breedte is nodig voor een veilige passeerbaarheid van de beroeps- en recreatievaart. De havenmond wordt verbreed van 50 m (effectieve breedte 45 m) naar 80 meter. Dit is ruim voldoende voor schepen van 110 m lang. In het ontwikkelplan werd nog uitgegaan van een zwaaikom op de kop van de haven (een verbreding waardoor een schip helemaal rond kan draaien), maar dit is bij een verbrede havenmond niet meer nodig. De schepen varen vanuit het westen de haven binnen. Als ze vertrekken doen ze dat door het schip eerst achteruit in de oostelijke rivierarm te trekken en dan weer in westelijke richting te vertrekken. Deze manoeuvre maakt een zwaaikom overbodig en levert ecologische en financiële voordelen op.
De oever van het Oude Maasje heeft een hoge natuurwaarde en iedere meter oever die verdwijnt voor deze ontwikkeling moet dan ook gecompenseerd worden.
Diepgang Momenteel geldt er in de haven voor schepen een diepgangbeperking van 2,5 m ongeacht de waterstand. Het is wel verboden te varen met een vaartuig dat een grotere diepgang heeft dan in verband met de waterstand in de haven toelaatbaar is. De wens is om de toegestane diepgang te koppelen aan de waterstanden (ten opzichte van NAP). Daarbij kunnen schepen bij hogere waterstanden een grotere diepgang hanteren en dus een grotere hoeveelheid lading per keer vervoeren. Het plan is om bij waterstanden tot NAP +0,20 m de huidige diepgang beperking van 2,5 m te handhaven. Bij elke 0,10 m boven deze waterstand (NAP +0,20 m) kunnen schepen met 0,10 m extra diepgang worden toe gelaten. Dit betekent dat in de Kerkvaartse haven bij een waterstand van bijvoorbeeld NAP +0,5 m, die 50 % van het jaar voorkomt, schepen met een diepgang van 2,8 m zijn toegestaan. Om dit mogelijk te maken moet de Kerkvaartse haven een minimale vaarwegdiepte hebben van NAP -2,65 m. Dit betekent dat de onderhoudsdiepte van de Kerkvaartse haven gelijk is aan NAP -3,10 m. Om deze onderhoudsdiepte te bereiken is het nodig om de Kerkvaartse haven te verdiepen. Dit kan echter stabiliteitsproblemen veroorzaken voor een aantal van de bestaande kades aan de westzijde van de Kerkvaartse haven. Deze kades zijn in eigendom van de verschillende bedrijven en een klein deel is gemeentelijke loswal.
Er zijn twee scenario’s in het vervolgtraject mogelijk: 1. De gehele haven krijgt dezelfde diepte. 2. De haven wordt aan de oostelijke zijde op de gewenste onderhoudsdiepte van NAP -3,10 m gebracht en de bodem loopt geleidelijk op naar de westkant (zie afbeelding 4). Op deze manier kan aan de westzijde de diepte blijven zoals deze in de huidige situatie al is.
Haalbaarheid ontwikkeling Kerkvaartse haven
8
Afbeelding 4: Schematische weergave van schuin bodemprofiel
Het doel is om de haven en dus de oostelijke kade toekomstbestendig te maken en niet de mogelijke stabiliteitsproblemen van de westelijke zijde leidend te laten zijn voor het ontwerp van de oostelijke kade. Scenario 1 heeft daardoor de voorkeur omdat in één keer een toekomstbestendige haven wordt gerealiseerd. In de vervolgfase zal integraal bekeken moeten worden of dit scenario haalbaar is. Daarvoor is in eerste instantie onderzoek nodig naar de technische kwaliteiten van de verschillende stukken kade. Op basis daarvan wordt bekeken of en wat er per stuk kade nodig is om deze te versterken om de onderhoudsdiepte van NAP -3,10 m mogelijk te maken. Op basis van teruggevonden tekeningen en berekeningen van deze kades is eerder geconcludeerd dat er stukken kades zijn waaraan niks hoeft te gebeuren, er stukken kades zijn die verstevigd moeten worden met extra ankers maar er mogelijke ook stuk(ken) kades zijn die vervangen zullen moeten worden. De mogelijkheid van scenario 1 is echter afhankelijk van de bereidheid van de ondernemers om deze kosten voor mogelijke aanpassingen/vervanging van de damwanden voor hun rekening te nemen. De CVKH heeft aangegeven dat zij scenario 1 verder willen onderzoeken. Afhankelijk van de uitkomst van deze onderzoeken zullen de ondernemers een afweging moeten maken of zij een investering willen doen in hun kades.
Sluis Schipdiep Er is een toets uitgevoerd om te bepalen of de constructies van de sluis Schipdiep en de bodembescherming ter plaatse van de keersluis de belasting van de grotere schepen aan kunnen. Uit de toetsing blijkt dat de keersluis voldoet aan de hogere belasting van de grotere schepen. De bodembescherming voldoet niet aan de hogere boegschroef belastingen van de grotere schepen. Er zal echter incidenteel sprake zijn van deze hoge boegschroef belasting op de bodembescherming. In de vervolgfase zal in nauw overleg met de beheerder moeten worden besproken of de bodembescherming kan worden gemonitord en dat op basis van deze resultaten wordt besloten of de bodembescherming versterkt moet worden. Of dat de bodembescherming al meteen moet worden versterkt. Dit kan door de bodembescherming te penetreren met beton. De kosten hiervoor zijn voor de zekerheid al meegenomen in de exploitatieopzet.
Ontwikkeling bedrijventerrein oostzijde De agrarische gronden achter de oostelijk kade wordt ontwikkeld tot 2 of 3 bedrijfspercelen voor watergebonden bulkbedrijven (in totaal ca. 10 ha). Op het noordelijke gedeelte van het terrein staat een hoogspanningsmast (zie afbeelding 3). De hoogspanningsleiding beperkt het gebruik van de grond er onder, hier moet rekening mee worden gehouden bij het inrichten van het bedrijfsperceel. De percelen liggen tussen de haven met de kade en de Polanenweg in en worden direct vanaf de Polanenweg ontsloten.
Haalbaarheid ontwikkeling Kerkvaartse haven
9
De grond die vrijkomt door het verbreden van de nieuwe haven wordt gebruikt (indien geschikt) als ophoogmateriaal achter de nieuwe kade aan de oostzijde. Er wordt geen grond van buiten het gebied aangevoerd voor extra ophoging. Het is aan de toekomstige bedrijven om hun terreinen op de gewenste hoogte te brengen met deze vrijkomende grond en als zij dat nodig vinden extra grond aan te laten voeren. Ook voor het verleggen van de dijk geldt dat vrijkomende klei van de huidige dijk indien geschikt zoveel mogelijk zal worden hergebruikt voor de aanleg van de nieuwe waterkering (dijk). Uiteraard zal de grond die niet hergebruikt mag worden na het ontgraven worden afgevoerd naar een erkende verwerker
Polanenweg Om het regelmatige gebruik door vrachtverkeer in combinatie met het (recreatieve) fietsverkeer mogelijk en veilig te maken moet de Polanenweg worden verstevigd, verbreed en opgewaardeerd. Er wordt een vrij liggend fietspad aan de westzijde van Polanenweg gerealiseerd en ook een brede berm voor de nutsvoorzieningen. Er is gekozen voor de westzijde omdat de fietsoversteek aan de zuidkant dan verder weg ligt van het hoogste punt van het viaduct over de snelweg zodat automobilisten beter zicht hebben op het overstekend fietsverkeer (zie afbeelding 5). Ook moeten fietsers die naar het bedrijfsterrein rijden niet meer de Polanenweg over te steken.
Afbeelding 5: Principe dwarsprofiel Polanenweg te Waspik
Haalbaarheid ontwikkeling Kerkvaartse haven
10
4. PLANOLOGISCHE HAALBAARHEID De verbreding van de Kerkvaartse Haven en van de Polanenweg kunnen op basis van de geldende bestemmingsplannen worden gerealiseerd. Dit geldt niet voor de ontwikkeling van het watergebonden bedrijventerrein. Hiervoor zijn een aantal belangrijke planologische aspecten onderzocht zodat een inschatting gemaakt kan worden van de haalbaarheid van dit project. In bijlage 3 is meer in detail aangegeven welke planologische consequenties te verwachten zijn en welke ingrepen noodzakelijk zijn. Hieronder wordt daarom volstaan met de conclusie. Wat betreft het beleid zijn de plannen voor de Kerkvaartse haven naar verwachting haalbaar. De ontwikkeling van de gronden aan de oostzijde van de Kerkvaartse haven voor water gerelateerde bulkbedrijvigheid is ingebracht in de regionale bedrijventerreinenafspraken voor de Regio Hart van Brabant. Dit heeft geleid tot opname van deze ontwikkeling in het programma bedrijventerreinen van de Provincie Noord-Brabant. Voor de realisatie van deze bedrijfspercelen moet een planologische procedure worden doorlopen. Het uitgangspunt is dat de bedrijfspercelen vraaggericht worden ontwikkeld op basis van een concrete marktvraag van een bulkbedrijf. Er is sprake van meerdere gegadigden en daarom zullen de gemeentelijke gronden in het plangebied middels een openbare selectieprocedure aan geschikte bedrijven moeten worden uitgegeven.
Op 1 januari 2024 treedt de Omgevingswet in werking. Onder deze wet hebben wij twee instrumenten waarmee we deze ontwikkeling mogelijk kunnen maken: de wijziging van het omgevingsplan en een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (Bopa). Vanwege de technische en inhoudelijke complexiteit van het wijzigen van het omgevingsplan kiezen wij er vooralsnog voor deze ontwikkeling mogelijk te maken door de geselecteerde bedrijven een aanvraag voor een Bopa te laten doen. Deze werkwijze is op Haven 8 reeds succesvol toegepast onder de huidige regelgeving. Uit diverse onderzoeken zijn maatregelen naar voren gekomen die uiteindelijk financiële gevolgen hebben omdat deze maatregelen kostenverhogend zijn. Zoals mitigerende maatregelen i.v.m. soortenbescherming, compensatie vanwege ecologie, de aantasting van de waterkwaliteit (door het slaan van damwanden, baggeren en toename van scheepvaartbewegingen), het afvoeren van vervuilde grond en de kosten voor het detecteren en ruimen van niet gesprongen explosieven etc. Dit zijn vooral maatregelen waarmee bij de realisatie van het plan rekening zal moeten worden gehouden. Er zijn geen consequenties uitgekomen waardoor de plannen op voorhand niet oplosbaar zijn waardoor het project niet haalbaar is.
Volgens de huidige stand van zaken van wetgeving en jurisprudentie lijkt stikstofdepositie niet in de weg te staan van deze ontwikkeling. Er is een stikstofberekening gemaakt voor de aanleg- en gebruiksfase, waaruit blijkt dat er nergens een netto toename van stikstofdepositie wordt berekend. Hieruit volgt dat er geen negatieve effecten worden veroorzaakt op de nabijgelegen Natura 2000-gebieden. Er hoeft daarom geen externe stikstofdepositieruimte te worden verworven. Dit laatste zou een belemmering opleveren, vanwege de vergunningstop die de provincie NoordBrabant heeft afgekondigd voor Wnb-vergunningen op basis van extern salderen. Omdat het stikstofvraagstuk continu in beweging is, blijft dit onderdeel een risico. Wijzigt hier iets in ten nadele van dit project, moeten we onderzoeken of er andere maatregelen te treffen zijn om de stikstofemissie omlaag te krijgen.
Haalbaarheid ontwikkeling Kerkvaartse haven
11
5. FINANCIELE HAALBAARHEID Om de ontwikkeling Kerkvaartse haven te kunnen realiseren moeten er financiële middelen worden gezocht. Naast de verbreding van het noordelijkste deel van de haven zullen de percelen aan de noordoostoever ontwikkeld worden tot een watergebonden bedrijventerrein. De eventuele opbrengsten van deze bedrijventerreinontwikkeling kunnen bijdragen aan de kosten voor de realisatie van de verbreding van de haven en de opwaardering van de Polanenweg. Ook dragen de CVKH en WBD bij aan deze ontwikkeling. Grondbeleid: Voor de ontwikkeling van deze gronden wordt er bewust ingezet op bulkbedrijven omdat deze voorziening voor vaarklasse Va in de regio niet aanwezig is. Er zijn diverse bedrijven in de regio die concrete belangstelling hebben getoond. Deze grote vraag wordt eveneens onderschreven door adviesbureau Stec in hun uitgebrachte grondprijsadvies. Eén van de geïnteresseerde bedrijven heeft bovendien zelfs het noordelijkste perceel van een agrariër aangekocht om er zeker van te zijn dat zij een plek hebben. Een groot deel van het grondoppervlak is hierdoor in eigendom bij een eindgebruiker. Hierdoor kan de gemeente de gronden niet geheel zelf bouw- en woonrijp maken en uitgeven. Met de betreffende eindgebruiker zullen hierover afspraken gemaakt moeten worden.
Hiertoe zal een anterieure overeenkomst af moeten worden gesloten waarin het kostenverhaal geregeld wordt. De gemeente ontvangt dan een bijdrage van de betreffende eindgebruiker voor de gemaakte kosten. Van oudsher heeft de gemeente Waalwijk agrarische grond in eigendom aan de oostzijde van de Kerkvaartse Haven in het gebied dat ontwikkeld wordt tot bedrijventerrein. Naast het hierboven genoemde kostenverhaal is ook het uitgangspunt dat de gemeente de te ontwikkelen gronden die reeds in eigendom zijn zelf ontwikkelt. Hieruit volgen opbrengsten welke ingezet kunnen worden ter financiering van de gehele ontwikkeling. De uit te geven gronden worden conform het Didamarrest uit 2021 uitgegeven middels een openbare selectieprocedure. Overheden kunnen pas tot uitgifte overgegaan nadat op grond van objectieve criteria een partij geselecteerd is. Hiervoor zal dus een procedure moeten worden doorlopen. Hoe deze er uit komt te zien en op basis van welke objectieve criteria wordt geselecteerd zal in de vervolgfase verder worden uitgewerkt. Het is dus niet mogelijk om alvast intentieovereenkomst(en) te sluiten met geïnteresseerde kopers van de bedrijfspercelen. Grondverwerving: Naast de al in eigendom zijnde gronden en de door de eindgebruiker aangekochte grond zijn ook andere gronden van derden benodigd voor de ontwikkeling. De gemeente dient deze gronden nog te verwerven.
Dit zijn stroken grond aan de Polanenweg, welke benodigd zijn voor het opwaarderen van deze weg, en grond aan de haven ten zuiden van het toekomstige bedrijventerrein, welke benodigd zijn voor de verbreding van de haven. Getracht wordt om met deze grondeigenaren minnelijk overeenstemming te bereiken over de aankoop van deze gronden. Indien dit niet mogelijk blijkt, heeft de gemeente de mogelijkheid om de gronden middels onteigening in eigendom te krijgen. Daarnaast heeft de gemeente ook nog de mogelijkheid om de Wet voorkeursrecht gemeenten te vestigen op de gronden binnen het plangebied. Dit met uitzondering van de gronden waarop eerder al een Wet voorkeursrecht gemeenten is gevestigd. Hiermee kan worden voorkomen dat de gronden worden overgedragen aan derden. Met dit instrument kan echter geen verkoop worden afgedwongen. Om slagvaardig te kunnen handelen, wordt aan de raad voorgesteld om in te stemmen met het mandaat om binnen een bepaalde bandbreedte eigenstandig gronden te verwerven. Daarnaast dient het perceel dat in eigendom is bij de gemeente pachtvrij gemaakt te worden. Op dit perceel is een reguliere pachtovereenkomst afgesloten. Om dit perceel pachtvrij te kunnen maken, zal de gemeente de pachter schadeloos moeten stellen.
Voordat de gronden verworven worden, zullen de betreffende gronden getaxeerd worden, zodat bekend is wat de alsdan geldende marktwaarde van deze gronden zijn.
Haalbaarheid ontwikkeling Kerkvaartse haven
12
Financiële haalbaarheid: Om te kunnen beoordelen of de ontwikkeling financieel haalbaar is, is een globale gemeentelijke grondexploitatieberekening opgesteld. Deze grondexploitatieberekening is op basis van de reeds uitgevoerde onderzoeken en opgestelde ramingen opgesteld. Uit deze berekening blijkt dat de gehele ontwikkeling budgetneutraal uitgevoerd kan worden. In de berekening is rekening gehouden met de volgende belangrijkste/grootste posten: Kosten: o
o o
o
Opbrengsten: o o o o o
Kosten bouw- en woonrijp maken: ▪ Opwaarderen (verbreden) Polanenweg ▪ Verbreding haven ▪ Aanleg kade aan oostzijde. ▪ (Gedeeltelijk) bouwrijp maken uitgeefbare kavels Plankosten Verwervingskosten en schadeloosstellingen ▪ Er dienen nog enkele percelen verworven te worden ten behoeve van de verbreding van de haven en van de Polanenweg. Overige kosten, waaronder: ▪ Bijdrage n.a.v. Werkafspraken Kwaliteitsverbetering Landschap’ ▪ Legeskosten ▪ Onderzoekskosten ▪ Verstevigen bodem van keersluis Schipdiep
Grondopbrengsten door verkoop bouwrijpe kavel Exploitatiebijdrage door kostenverhaal Bijdrage WBD Bijdrage Coöperatieve Vereniging Kerkvaartse Haven (CVKH) Bijdrage vanuit IUP voor de verbreding van de Polanenweg
Er is geen rekening gehouden met: o Beheers-/exploitatiekosten in de toekomst o Subsidie(s) Financiële risico’s: Bij uitvoering van het gemeentelijk grondbeleid worden risico’s gelopen. In het algemeen geldt dat hoe langer de looptijd van een plan is, hoe complexer het is om de te lopen financiële risico’s in te schatten. Desalniettemin is het wel van belang om de risico’s zo goed mogelijk in beeld te brengen en – waar mogelijk – in beeld te brengen wat de (financiële) gevolgen kunnen zijn voor de lopende projecten. In de grondexploitatieberekening zijn een aantal risicoreserveringen opgenomen. In de opgestelde raming voor de verbreding van de haven en de aanleg van de kade aan de oostzijde is rekening gehouden met objectgebonden risico’s, het betreft een voorziening voor met name technische risico’s. Er is daarnaast ook rekening gehouden met objectoverstijgende (projectgebonden) risico’s, het betreft hier met name overige risico’s zoals juridische, organisatorische, maatschappelijke, ruimtelijke en financiële risico’s. In hoofdstuk 7 staan de belangrijkste risico’s beschreven. Instandhoudingskosten Dit zal in de vervolgfase nog in beeld moeten worden gebracht en is afhankelijk van de uiteindelijke eigendomsverdeling.
Mogelijkheid subsidie Er is sinds 2022 een subsidieregeling (SPUK) voor het realiseren of verbeteren van openbare havenvoorzieningen ten behoeve van de binnenvaart in binnenhavens. Het doel van de regeling is om het goederenvervoer over water te bevorderen waardoor er minder over de weg hoeft te
Haalbaarheid ontwikkeling Kerkvaartse haven
13
worden vervoerd (modal shift). Het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) heeft hiervoor een totaalbedrag van 10 miljoen beschikbaar. Per projectaanvraag kan er vanuit het Rijk maximaal 1 miljoen incl. BTW ter beschikking worden gesteld. Voorwaarde is dat zowel de decentrale overheden als de private partijen bijdragen. Deze regeling is interessant, maar kent ook diverse voorwaarden waardoor het nu nog niet duidelijk is of er subsidie kan worden verkregen. De plannen moeten daarvoor verder uitgewerkt zijn. Pas dan is het zinvol om een aanvraag in te dienen. Bovendien moeten de havenfaciliteiten in publiek eigendom blijven. Daarmee gepaard gaan verantwoordelijkheden, risico’s en kosten (zoals beheer en onderhoudskosten). In de vervolgfase moet worden afgewogen of dit opweegt tegen de eenmalige inkomsten van te verkrijgen subsidie.
Haalbaarheid ontwikkeling Kerkvaartse haven
14
6. MAATSCHAPPELIJKE HAALBAARHEID Coöperatieve vereniging Kerkvaartse haven (CVKH) Waterschap Brabantse Delta (WBD) In de afgelopen periode zijn er regelmatig gesprekken geweest met de vertegenwoordigers van de CVKH en het WBD. Met de ondernemers en het WBD hebben we besproken wat onze bevindingen en dilemma’s zijn en zij zijn op de hoogte gehouden van de voortgang. Ook is er gesproken over de constructie waarop de financiële bijdrage van de ondernemers kon worden gedaan. In eerste instantie was het idee om deze bijdrage te doen d.m.v. een Bedrijven investeringszone (BIZ). Dit gaf echter een groot financieel risico voor de gemeente. Besloten is om het privaatrechtelijk regelen (d.m.v. een overeenkomst). Ook is er gesproken over de nieuwe afmetingen en diepte van de haven en de kwaliteit van de damwanden die bij de verschillende ondernemers in eigendom zijn. Dit heeft zoals eerder beschreven invloed op de plannen. De CVKH had liever gezien dat de zwaaikom zoals in het ontwikkelplan staat beschreven, zou worden gerealiseerd. Zij begrijpen echter ook het standpunt van de gemeente over de nut en noodzaak van de zwaaikom. De Kerkvaartse haven zelf wordt ten opzichte van het ontwikkelplan wel breder. De ondernemers zien dat de huidige plannen een hele verbetering zijn ten opzichte van de huidige situatie en zijn daardoor bereid om te investeren in de ontwikkeling.
Omliggende bedrijven Met een afgevaardigde van jachthaven ‘t Oude Maasje hebben we een aantal keren apart gesproken. In deze gesprekken gaf hij aan een zo groen mogelijk inpassing van de bedrijfskavels te wensen, voornamelijk aan de noordzijde. Ook is er gesproken over de nieuwe afmeting en diepte van de haven. Doordat er geen zwaaikom (met kade) meer zal worden gerealiseerd op de kop van de haven blijft de dijk aan de noordzijde voor het grootste gedeelte bestaan. Achter de dijk wordt een strook vrij gehouden waar bomen kunnen worden gepland voor de inpassing van het bedrijventerrein aan de noordzijde. Alle bedrijven op Maasoever-Scharlo hebben in juli 2020 een brief gekregen met daarin een korte toelichting van de plannen. Er is aangegeven dat er contact kon worden opgenomen met de ambtelijk projectleider als er vragen waren en dat er een presentatie van de plannen zal worden gehouden tijdens een bijeenkomst van de Industriële Club Waspik (ICW). Deze presentatie heeft plaatsgevonden in april 2021, dit was een digitale bijeenkomst. De aanwezige ondernemers hadden toen nauwelijks vragen of opmerkingen. In de jaren hierna zijn deze ondernemers verder via bijeenkomsten van ICW op de hoogte gehouden van de voortgang. Als de ondernemers vragen hadden konden die daar gesteld worden aan de bedrijfscontactfunctionaris van de gemeente.
Omwonenden Na vaststelling van het ontwikkelplan Kerkvaartse haven is er in juli 2020 een bewonersavond georganiseerd. Er zijn naar ca. 30 adressen uitnodigingsbrieven gestuurd en uiteindelijk hebben wij op deze avond van zes adressen mensen gesproken. De gesprekken hebben in Den Bolder in Waspik plaatsgevonden. De plannen zijn, vanwege het Coronavirus dat toen rond ging, apart per huishouden toegelicht en besproken. Een van de belangrijkste zorgen die er leefde bij de omwonenden m.b.t. de plannen was dat de bedrijfspercelen uiteindelijk toch verder naar het zuiden zou gaan dan de ingetekende grens ten noorden van de boomgaard. De toenmalige wethouder Bakker heeft aangegeven dat de gemeente deze plannen nu niet heeft en dat de woningen aan de overkant van de haven (Scharlo) hierbij bovendien bepalend zijn. Daarnaast is er angst voor meer stof-, geur- en geluidsoverlast bij bepaalde windrichtingen. De toekomstige bedrijven zullen te zijner tijd bij de vergunningverlening moeten laten zien hoe zij van plan zijn zich aan de milieuregelgeving te gaan houden en er dus voor te zorgen dat de mogelijke overlast op de omgeving beperkt blijft. Ook zijn er die avond zorgen geuit over de veiligheid van de Polanenweg. Een losliggend fietspad ziet men als een
Haalbaarheid ontwikkeling Kerkvaartse haven
15
verbetering maar hoe zit het met de kruising van Polanenweg en Scharlo nabij de A59? Hier is het zicht in de huidige situatie al slecht geeft een bewoner aan. Tot slot hebben omwonenden gewezen op de verschillende ontwikkelingen waarmee zij worden geconfronteerd: de ontwikkeling van bedrijventerrein tussen Maasoever en Scharlo, de uitbreiding van de Kerkvaartse Haven en de mogelijke komst van windmolens. Wethouder Bakker heeft hierop geantwoord dat de wereld nu eenmaal niet stilstaat. Een afgevaardigde van Platform Waspik heeft aangegeven een flinke groen omzoming van de bedrijfskavels te willen zien. Er is in de plannen aan zuid- oost- en noordzijde een strook vrij gehouden waar groen ten behoeve van de landschappelijke inpassing kan worden gepland. Afronding haalbaarheid Nu de haalbaarheidsfase bijna is afgerond wordt aan alle belanghebbende teruggekoppeld met een brief de bevindingen van de haalbaarheidsfase en de stand van zaken van het project zoals het raadsvoorstel en raadsvergadering van december 2023. In het bijgevoegde participatieplan (bijlage 4) staat beschreven hoe de participatie verder zal worden vormgegeven.
Haalbaarheid ontwikkeling Kerkvaartse haven
16
7. RISICO’S Elke ontwikkeling heeft te maken met verschillende ruimtelijke en financiële aspecten die risico's met zich meebrengen. Het is belangrijk om risico’s tijdig te signaleren en waar mogelijk de plannen hier op af te stemmen. In de haalbaarheidsfase van de planontwikkeling zijn diverse onderzoeken verricht (zie bijlage 5) en aspecten onderzocht om een goed beeld te krijgen van de haalbaarheid van de plannen. Waar nodig is hierover gesproken met betrokken instanties en/of belanghebbenden. Er blijven in deze fase echter nog diverse risico’s over. Deze hebben vooral financiële gevolgen en/of gevolgen voor de doorlooptijd van het project. Voor de ontwikkeling van de Kerkvaartse haven gelden er diverse risico’s die op dit moment voor veel projecten gelden vanwege mondiale en landelijk tendensen. Hieronder zijn de belangrijkste risico’s kort vermeld: •
•
•
•
Het fors blijven stijgen van de prijzen van de bouwkosten. Hierdoor kan de exploitatie er op het moment van realisatie heel anders uit komen te zien. We zullen dit moeten blijven monitoren in de periode tot realisatie en wanneer nodig de raad hierover consulteren. Het toenemen van economische onzekerheid bij ondernemers. Tegen de tijd dat het bedrijfsperceel kan worden verkocht door de gemeente kan er sprake zijn van een economische laagconjunctuur. Hierdoor kan de markt er anders uit zien met mogelijk minder vraag naar bedrijfspercelen of dalende uitgifte prijzen. Stikstofdepositie blijft een onzekerheid. Er is voor de plannen een berekening gemaakt voor de aanleg- en gebruiksfase en er blijkt dat er nergens een netto toename van stikstofdepositie wordt berekend. De berekening is gebaseerd op de huidige regels voor intern salderen. Deze worden naar verwachting komend jaar gewijzigd door invoering van een vergunningplicht. De provincie kan hier aanvullende regels aan verbinden. Verder is stikstof een landelijk probleem en afhankelijk van het landelijk en Europees beleid kan dit de doorlooptijd en/of haalbaarheid beïnvloeden. Bij de verkoop van het bedrijfsperceel kan de emissie van de geïnteresseerde bedrijven meegewogen worden. Bij de bouwfase zal ten aanzien van het gebruik van materieel en materiaal het e.e.a.
kunnen worden voorgeschreven aan de aannemer om de emissie te beperken. Capaciteitsproblemen bij de netbeheerder (Enexis). Als de bedrijfspercelen niet tijdig kunnen worden aangesloten op het elektriciteitsnet zal dit vertragend zijn voor het kunnen starten van de bedrijfsvoering van de nieuwe bedrijven. Er is en wordt contact gehouden met Enexis en een gangbare bedrijfsaansluiting zou gerealiseerd kunnen worden na de komst van een nieuwe verdeelstation op het nieuwe bedrijventerrein Maasoever-Scharloo.
Andere risico’s die ook voor bijna alle ruimtelijke projecten gelden zijn: •
•
•
Bezwaarmakers die bij de ruimtelijke procedure of één van de benodigde vergunningen in beroep gaan bij de rechtbank en/of de Raad van State. De ervaring leert dat dit voor flinke vertraging kan zorgen. Door een zorgvuldig participatieproces en een goede inhoudelijke onderbouwing wordt geprobeerd om dit te voorkomen. Onverwachte archeologische vondsten ondanks dat in het verkennende archeologisch onderzoek de kans op het aantreffen van intacte resten ingeschat is als laag. De kans is klein, maar kan wel financiële gevolgen hebben en mogelijk de planning verstoren. De projectlocatie is een verdachte plek voor het aantreffen van niet geëxplodeerde explosieven (NGE). Tijdens detectieonderzoek zijn meerdere objecten geïdentificeerd en meerdere verstoringen in het gebied gedetecteerd. Deze objecten moeten in een vervolgfase benaderd worden om het ongewenst ontploffen van oorlogsresten te voorkomen. De kosten van deze werkzaamheden is gebaseerd op expert judgement. Van de totale opsporingskosten wordt 67% vergoed vanuit het gemeentefonds, waardoor de financiële risico’s enigszins beperkt blijven.
Als laatst zijn er project specifieke risico’s die er vooral zijn vanwege de aard van de ontwikkeling en/of deze plek:
Haalbaarheid ontwikkeling Kerkvaartse haven
17
•
•
•
•
•
•
•
Het niet kunnen aankopen van de gronden die nodig zijn voor het verbreden van de haven of de verbreding van de Polanenweg. Als een grondeigenaar niet bereidt is om een stuk grond te verkopen kan er uiteindelijk onteigend worden. Hiermee is echter veel tijd gemoeid en het kan dus voor vertraging zorgen van het project. De compensatie- en mitigerende maatregelen m.b.t. ecologie en waterkwaliteit zijn volgens de beoordelende instanties niet afdoende of kunnen niet worden uitgevoerd. Bijvoorbeeld de damwanden kunnen niet worden gedrukt vanwege de bodemgesteldheid. Het drukken van damwanden (i.p.v. heien) is waarschijnlijk nodig omdat bij het heien van damwanden de trillingen negatieve gevolgen heeft voor vleermuizen, vissen en broedvogels. Tevens kunnen activiteiten elders in het KRW-waterlichaam van ‘t Oude Maasje effect hebben op de waterkwaliteit waardoor ontwikkelingsmogelijkheden worden bemoeilijkt. Er zal dan vooral gezocht moeten gaan worden naar andere maatregelen en die zijn meestal kostenverhogend. Er blijken zich in de tussentijd beschermde soorten, zoals de bever, in het gebied te hebben genesteld waar dit niet wenselijk is. Er zal bekeken gaan worden of het gebied zo snel als mogelijk onaantrekkelijk gemaakt kan worden voor deze soorten.
In de vervolgfase blijkt dat om technische reden de damwanden aan westzijde toch beperkend zijn voor de diepte van de haven aan de oostzijde. Ook scenario twee zoals in hoofdstuk 3 is beschreven is geen optie. Er zullen dan gesprekken moeten worden gevoerd om te komen tot een nieuwe oplossing. Dit zal vertragend zijn voor het project maar zal mogelijk ook financiële consequenties hebben. De eigenaar van het noordelijke perceel besluit om wat voor reden dan ook om niet (op korte termijn) over te gaan tot ontwikkeling en zijn bedrijf daar deels te vestigen. Een fors deel van de kosten kan dan niet verhaald worden. De gemeente heeft dan de mogelijkheid om kostenverhaal te regelen in de afwijking op het omgevingsplan. Wanneer de eigenaar in een later stadium een vergunningaanvraag doet, kunnen de kosten als nog dwingend verhaald worden. Afwijkende bodemkwaliteit, anders dan dat op basis van het verkennende onderzoek wordt verwacht. Gronden kunnen niet worden gebruikt in het projectgebied of vervuilde grond mag niet worden afgevoerd naar het Rijksdepot. De geotechnische stabiliteit ter plaatse van de dijk blijkt in praktijk ongunstiger te zijn dan uit onderzoek blijkt. Bij het bodemonderzoek zijn op een aantal plaatsen boringen/sonderingen verricht, maar tussen die locaties kan de ondergrond zodanig afwijken dat aanpassingen aan de dijkopbouw noodzakelijk zijn.
Het WBD is of wordt genoodzaakt om de dijk eerder op te knappen dan de werkzaamheden van de verbreding starten i.v.m. de waterveiligheid en de afspraken die het WBD hierover heeft met de provincie. In 2025 moet er gestart worden met de werkzaamheden of zicht zijn op de start. Het risico is in ieder geval dat de bijdrage van het WBD (350.000 euro) komt te vervallen.
Het is belangrijk om de bovenstaande risico’s goed te monitoren en waar nodig (en waar dit kan) beheersmaatregelen te treffen. Op deze manier blijven de meerkosten en vertragingen uit, dan wel beperkt.
Haalbaarheid ontwikkeling Kerkvaartse haven
18
8. CONCLUSIE Het doel is om een bedrijfshaven te realiseren in de Kerkvaart die toekomstbestendig is voor de binnenvaart (i.c.m. de recreatievaart) en deze zo optimaal mogelijk te benutten door de oostzijde eveneens te ontsluiten en geschikt te maken voor watergebonden bulkbedrijven. De noodzaak tot aanpassing van de waterkering aan de oostzijde van de Kerkvaartse haven is de uitgelezen mogelijkheid om tot de verbreding van de haven te komen en ook de veiligheid op het water te verbeteren. Het belang van vervoer over water neemt steeds verder toe vanwege doelstellingen op het gebied van duurzaamheid en milieu. Ook voor de economische ontwikkeling van de gemeente Waalwijk is bereikbaarheid over weg en water een belangrijke randvoorwaarde. Een ambitieuze aanpak van de waterbereikbaarheid van de Kerkvaartse haven zorgt dan ook voor duurzaam en toekomstbestendig bulkvervoer voor de gemeente en regio. Het realiseren van de verbreding van de Kerkvaartse haven, de ontwikkeling van de bedrijfspercelen en de opwaardering van de Polanenweg gaat uiteraard niet vanzelf. Vanuit planologisch perspectief is deze variant mogelijk, maar er is wel een planologische procedure nodig om de bedrijfspercelen mogelijk te maken. Daarnaast zijn er compensaties nodig vanwege de verslechtering van de waterkwaliteit en mogelijk verstoring van het NNB.
Vanuit civieltechnisch perspectief is het geheel goed aan te leggen. Kijkend naar de financiën is het de verwachting dat het budget neutraal gerealiseerd kan worden. De inkomsten van de verkoop van het bedrijfsperceel worden samen met de bijdrage van het WBD, de ondernemers, de IUP-bijdrage en de reserve Kerkvaartse Haven gebruikt om deze kosten te dekken. Kantekening hierbij is dat we in deze fase van het project (de haalbaarheidsfase) een aantal aannames hebben moeten doen om de haalbaarheid te onderzoeken. Zoals bij ieder project zijn er ook diverse risico’s. Risico’s die op dit moment voor veel ruimtelijke projecten gelden vanwege mondiale en landelijk tendensen, risico’s die er bij ieder ruimtelijk project zijn en risico’s die specifiek bij dit project horen vanwege haar ligging of het soort ontwikkeling. Uit de grondexploitatieberekening blijkt dat er nog ruimte is om eventuele vertragingen en meerkosten vanwege het optreden van risico’s te dekken. Uiteraard is het belangrijk de risico’s goed te monitoren en waar nodig (en waar dit kan) beheersmaatregelen te treffen. Op deze manier blijven de meerkosten en vertragingen uit, dan wel beperkt. Waardoor de conclusie is getrokken dat het project haalbaar is. De conclusie is dat het project zoals omschreven in dit document haalbaar is.
Het project lost een probleem om dat al jaren bestaat en sluit bovendien aan de duurzaamheidsambities en economische ambities van de gemeente Waalwijk en hogere overheden.
Haalbaarheid ontwikkeling Kerkvaartse haven
19
9. VERVOLG Nu de haalbaarheidsfase bijna is afgerond wordt aan alle belanghebbenden een brief gestuurd. Hierin wordt teruggekoppeld de bevindingen van de haalbaarheidsfase en de stand van zaken van het project zoals het raadsvoorstel en raadsvergadering van december 2023. In het bijgevoegde participatieplan (bijlage 4 ) staat beschreven hoe de participatie verder wordt vorm gegeven. Wanneer de raad instemt om de plannen voor de Kerkvaartse haven verder uit te gaan voeren zal een van de eerste stappen zijn om met de verschillende partijen zoals de CVKH, WBD en de eigenaar van het noordelijke perceel overeenkomsten af te sluiten. In deze overeenkomst worden de (financiële) bijdragen vastgelegd waaronder de Gemeente bereid is om waar dat nodig is de planologische procedure te doorlopen en uiteindelijk tot uitvoering over te gaan. Ook zullen er afspraken worden gemaakt over de samenwerkingsvorm en wie waarvoor verantwoordelijk is. Gelijktijdig gaan we aan de slag om overeenstemming te krijgen over de stroken grond die nog moeten worden aangekocht. Deze gronden zijn nodig voor de verbreding van de haven en de opwaardering van de Polanenweg. Ook zal de pacht op het zuidelijke perceel aan de oostzijde van de haven, d in bezit is van de gemeente, beëindigd moeten worden.
Nadat er meer duidelijkheid is over de nog aan te kopen gronden en de beëindiging van de pacht is de volgende stap om te bepalen op basis van welke objectieve criteria een partij geselecteerd wordt voor het zuidelijke perceel. Hierna zal een verkoopprocedure moeten worden doorlopen. Vervolgens zal de planologische procedure worden voorbereid en worden doorlopen voor de bedrijfspercelen. Afhankelijk van de ervaringen met de omgevingswet wordt bekeken welke procedure hiervoor het meest geschikt is. Vooralsnog gaan we ervan uit dat de geselecteerde bedrijven een aanvraag omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (bopa) doen, vergelijkbaar met de werkwijze die op Haven 8 is gehanteerd. Veel van de onderzoeken die nodig zijn voor de planologische procedure zijn in de haalbaarheidsfase al gedaan en zullen t.z.t. vooral moeten worden geactualiseerd. Vooral m.b.t. milieu zijn er wel nog onderzoeken die moeten worden uitgevoerd omdat deze afhankelijk zijn van de precieze bedrijfsactiviteiten de toekomstige bedrijven. Gelijktijdig met de bovenstaande activiteiten (het sluiten van overeenkomsten) zal in eerste instantie een plan worden gemaakt voor compenserende maatregelen die op het gebied van ecologie nodig zijn. En deze plannen worden besproken met de betrokken instanties.
Vervolgens ook het een en ander technisch verder worden onderzocht, uitgewerkt en uitgetekend (waaronder de diepgang van de haven). Nadat er overeenstemming is bereikt met de verschillende externe partijen (CVKH, WBD, eigenaar van het noordelijke perceel en andere grondeigenaren) over de overeenkomsten verwachten we de grondexploitatie aan de raad te kunnen voorleggen. Tegen die tijd zal ook het technische en ruimtelijk ontwerp verder zijn uitgewerkt (waaronder de diepgang van de haven).
Haalbaarheid ontwikkeling Kerkvaartse haven
20
Bijlage 1: Optimalisatie uitbreiding Kerkvaartse haven Apart document door Advies- en ingenieursbureau Witteveen+Bos
Haalbaarheid ontwikkeling Kerkvaartse haven
21
Bijlage 2: Tekening plangebied
Haalbaarheid ontwikkeling Kerkvaartse haven
22
Bijlage 3: Planologische aspecten Kerkvaartse haven Gemeentelijk beleid Beleidsvisies In de strategische visie Waalwijk 2025 Samen werken aan de toekomst staat de doelstelling benoemd om de bereikbaarheid van Waalwijk te bevorderen o.a. door de ligging van Waalwijk aan de Maas benutten. In de Structuurvisie Waalwijk 2025 is de westelijke helft van de percelen die direct tegen de oostzijde van de Kerkvaartse haven liggen aangewezen als ruimtelijke reservering uitbreiding bedrijventerrein / industriegebied / havengebied. Eén van de speerpunten in de structuurvisie is de bereikbaarheid over water te optimaliseren. Er is in de visie ervoor gekozen om toekomstbestendige havenvoorzieningen te ontwikkelen en te thematiseren.
Bestemmingsplan Het plangebied valt in de volgende geldende bestemmingsplannen: Bedrijventerreinen ➔ Bestemmingen ‘Water’ en ‘Agrarisch met waarden – openheid’ Buitengebied ➔ Bestemming ‘Agrarisch met waarden – openheid’ en dubbelbestemmingen ‘Waarde – Archeologie’ en ‘Leiding’ (i.v.m. de hoogspanningsleiding).
De geldende bestemmingen laten de geplande werkzaamheden met betrekking tot de verbreding van de haven en de Polanenweg toe. Voor een eventuele aanvraag omgevingsvergunning is alleen de activiteit ‘uitvoeren van werken, werkzaamheden, geen bouwwerk zijnde’ van toepassing. Om het nieuwe watergebonden bedrijventerreinen mogelijk te maken, moet een planologische procedure moeten worden doorlopen. Het uitgangspunt is dat de bedrijfspercelen vraaggericht worden ontwikkeld op basis van een concrete marktvraag van een bulkbedrijf. Als sprake is van meerdere gegadigden zullen de gemeentelijke gronden in het plangebied middels een openbare selectieprocedure aan geschikte bedrijven worden uitgegeven. Op 1 januari a.s. treedt de Omgevingswet in werking. Onder deze wet hebben wij twee instrumenten waarmee we deze ontwikkeling mogelijk kunnen maken: de wijziging van het omgevingsplan en een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (Bopa). Vanwege de technische en inhoudelijke complexiteit van het wijzigen van het omgevingsplan kiezen wij er vooralsnog voor deze ontwikkeling mogelijk te maken door de geselecteerde bedrijven een aanvraag voor een Bopa te laten doen. Deze werkwijze is op Haven 8 reeds succesvol toegepast onder de huidige regelgeving.
Provinciaal beleid Interim omgevingsverordening (IOV) De uitbreiding van het bedrijventerrein aan de oostzijde van de Kerkvaartse haven is gelegen binnen het Landelijk gebied met aanduiding Verstedelijking afweegbaar. Een duurzame stedelijke ontwikkeling is hier mogelijk, mits (artikel 3.43 IOV):
Haalbaarheid ontwikkeling Kerkvaartse haven
23
a. b. c. d.
binnen Stedelijk Gebied feitelijk of vanuit kwalitatieve overwegingen onvoldoende ruimte beschikbaar is; transformatie van cultuurhistorisch waardevol of geschikt leegstaand vastgoed niet tot de mogelijkheden behoort; de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken, bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken; de stedenbouwkundige- en landschappelijke inrichting rekening houdt met de omgevingskwaliteit en structuren in het gebied en de naaste omgeving waaronder een duurzame afronding van het Stedelijk Gebied.
Aan deze voorwaarden kan in beginsel worden voldaan. De plannen om de oostzijde van de Kerkvaartse haven te ontwikkelen voor water gerelateerde bulkbedrijvigheid is ingebracht in de regionale bedrijventerreinenafspraken voor de Regio Hart van Brabant en heeft geleid tot opname van deze ontwikkeling in het programma bedrijventerreinen van de Provincie Noord-Brabant. Dit is in december 2019 bestuurlijk bekrachtigd. Daarnaast geldt voor stedelijke ontwikkeling dat deze (artikel 3.42 lid 2 IOV): a. b. c. d. e. f.
bevordert een goede omgevingskwaliteit met een veilige en gezonde leefomgeving; bevordert zorgvuldig ruimtegebruik, waaronder de transformatie van verouderde stedelijke gebieden; geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor productie en gebruik van duurzame energie; houdt rekening met klimaatverandering, waaronder het tegengaan van hittestress en voldoende ruimte voor de opvang van water; geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor duurzame mobiliteit; draagt bij aan een duurzame, concurrerende economie.
De IOV staat op voorhand de voorgenomen ontwikkeling niet in de weg.
Natuurnetwerk Brabant (NNB) Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is een Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het Noord-Brabantse deel van het NNN wordt aangeduid als het NNB. De IOV stelt regels ten aanzien van de NNB, bijvoorbeeld ten aanzien van externe werking. Dit houdt in dat ook voor ontwikkelingen buiten NNB-gebied rekening dient te worden gehouden met mogelijke negatieve effecten op de aanwezige ecologische waarden en kenmerken van het NNB. Het plangebied ligt net buiten het NNB. In de omgeving liggen verschillende beheertypen. Omdat er in de aanleg- en gebruiksfase mogelijke verstoring kan optreden (geluid, licht en trilling, optische verstoring), is er een ‘Nee-tenzij-toets NNB’ opgesteld. Hieruit volgt dat het plan kan worden uitgevoerd zonder dat er ecologische waarden en kenmerken van het NNB worden aangetast. Voor de gebruiksfase is hierbij uitgegaan van bulkoverslag en de bijbehorende scheepsvaartbewegingen. Toekomstige bedrijven die ter plaatse mogelijk (neven)activiteiten willen ontplooien, dienen naast planologische goedkeuring eveneens rekening mee te houden met externe werking op en mogelijke verstoring en compensatie van NNB.
Haalbaarheid ontwikkeling Kerkvaartse haven
24
Waterschap beleid Het waterschap Brabantse Delta (WBD) is verantwoordelijk voor het waterbeheer in de gemeente. Het gaat dan om het waterkwantiteits- en kwaliteitsbeheer, de waterkeringzorg, waterzuivering, het grondwaterbeheer, het waterbodembeheer en vaak ook het scheepvaartbeheer.
Waterbeheerprogramma 2022 – 2027 In het Waterbeheerprogramma 2022 - 2027 staat hoe het WBD haar taken in deze periode uitvoert en welke koers daarbij wordt gevaren. Er staan doelstellingen en ambities in. In het Waterbeheerprogramma neemt het WBD de kerntaken als uitgangspunt. Die taken zijn: bescherming tegen overstromingen en zorgen voor schoon en gezond water dat voldoende voorhanden is. Het WBD kijkt bij het plannen en uitvoeren van die kerntaken zo integraal mogelijk naar alle wateropgaven. Betreft de Kerkvaartse haven worden met name de kerntaken beschermen tegen en zorgen voor gezond water meegenomen.
De Keur Om deze kerntaken te borgen hanteert het WBD het Keurkwartet bestaande uit de Keur, de algemene regels, de beleidsregels en de legger. De Keur is een wet die aansluit op de regels uit de Waterwet en geeft aan wat je wel en niet mag doen rondom waterstaatswerken die aangegeven staan op de legger. Voor de verbreding van de Kerkvaartse haven moet de bestaande waterkering aan de oostzijde worden verlegd. Dit betreft een kering die op de legger van WBD is aangewezen als regionale kering/boezemkade. Op grond van de Keur van WBD is voor werkzaamheden aan een dergelijke kering een vergunning vereist in de zin van de Waterwet. De bestaande kering wordt grotendeels vervangen door een damwanconstructie. Om hiervoor de benodigde vergunning te kunnen verkrijgen, dient de damwand te voldoen aan de relevante veiligheidsnormen. Tevens moet rekening worden gehouden met beperking in gebruik van de bijbehorende beschermingszone. De kadeconstructie wordt vormgegeven in overleg met WBD. Daarnaast is het WBD beheerder van het water van het Oude Maasje. Dit betreft een KRWoppervlaktewaterlichaam (KRW=Kaderrichtlijn water). Maatregelen in of vlak buiten een KRWwaterlichaam dienen getoetst te worden op negatieve effecten op de waterkwaliteit.
De uitbreiding van de haven en de ontwikkeling van het bedrijventerrein mag niet leiden tot significante achteruitgang van de waterkwaliteit van het waterlichaam Oude Maasje. De Waterwet vereist dat indien er negatieve effecten worden vastgesteld hiervoor gecompenseerd wordt. WBD hanteert voor toetsing van fysieke ingrepen op de KRW het ‘Toetsingskader Gevolgen van de KRW voor fysieke projecten in en om het water’ dat in 2007 landelijk is ontwikkeld in het kader van de vergunningverlening. Het beleid van WBD staat op voorhand niet in de weg van de voorgenomen ontwikkeling. Onder het kopje Waterkwaliteit van het oppervlaktewater staat de uitkomst van de toets beschreven die naar aanleiding KRW is uitgevoerd.
Milieueffecten Op het gebied van de milieueffectrapportage is een en ander in de Omgevingswet geregeld. Een lijst met m.e.r.-(beoordelings)plichtige projecten is opgenomen in bijlage V van het Omgevingsbesluit. In deze bijlage is een onderscheid gemaakt tussen binnenvaarwegen en havens. De Kerkvaart is ooit aangelegd als vaarweg, maar is door de komst van de industrie in de laatste decennia uitgegroeid tot haven. Het is doodlopend en alleen de eerste (noordelijkste) 700 m is
Haalbaarheid ontwikkeling Kerkvaartse haven
25
toegankelijk voor binnenscheepvaart. Ook voor het nieuwe ontwerp van de haven is met betrekking tot de ontwerpeisen (Richtlijnen Vaarwegen (RVW2020) uitgegaan van een insteekhaven zonder een apart vaarwegprofiel. Voor de aanleg, wijziging of uitbreiding van een haven geldt een mer-beoordelingsplicht bij de voorbereiding van een omgevingsplan. In dit geval hoeft er geen omgevingsplan te worden vastgesteld, want het bestemmingsplan/tijdelijk omgevingsplan laat de activiteit haven al toe. Er geldt dus geen MER-plicht of MERbeoordelingsplicht. Het bestemmingsplan/tijdelijk omgevingsplan laat de realisatie van een watergebonden bedrijventerrein (in tegenstelling tot de haven) niet toe. De nieuwe bedrijfskavels zullen met een omgevingsvergunning voor een afwijkactiviteit (bopa) mogelijk worden gemaakt. Op grond van artikel 11.8, lid, 3 van het Omgevingsbesluit moet het milieueffectrapport door middel van een mer-beoordeling aan deze omgevingsvergunning worden gekoppeld. Een mer-beoordeling zal ook nodig zijn bij de omgevingsvergunning voor de ontgrondingsactiviteit (ontgrondingsvergunning). Dit is o.a. afhankelijk van de diepte van de ontgronding. Bij het ontgraven dieper dan 3 meter onder maaiveld (en dat is het plan) geldt een MER-beoordelingsplicht.