Bijlage 1 bij vragen en antwoorden VVD Nederland naar een burgerbegroting
Tekst van het document
Dit betekent onder meer het gebruik van duurzame materialen en een minimaal energieverbruik. Samen met de aandacht voor zo efficiënt mogelijk toezicht, leidt het ontwerp tot veel lagere exploitatiekosten dan bij normale ontwerpen. De geschatte besparing op gemeenschapgeld op lokaal niveau bedraagt de eerste tien jaar al ongeveer € 800.000. Besluitvorming Het voorstel ligt nu bij de gemeenteraad van Dinkelland. Als door de raad positief wordt beslist over het plan wordt naar alle waarschijnlijkheid nog in 2011 gestart met de bouw. De opening van het gehele complex zal dan naar verwachting in het najaar van 2012 plaatsvinden. Uit: www.zwembadbranche.nl 3
Budget waarmee geschoven kan worden
Rol: De belangrijkste rol van budget binnen een burgerbegroting is die van financier van diensten. In de veranderingsslag van meer beleidstransparantie en meer burgerinvloed heeft het ook de functie van de overtuigende perspectiefverlener. Doordat de toegang tot het budget verruimd wordt, geeft het burgers een reëel perspectief dat ze echt zaken kunnen veranderen en dat burgers van vragende partij naar meebepalende partij overstappen.
24
Een burgerbegroting veronderstelt dat er qua omvang voldoende budgettaire ruimte moet zijn om diensten te kunnen inkopen, dat er voldoende vrije toegang is tot financiële bronnen, fondsen en regelingen, dat burgers middels het stellen van prioriteiten flexibel kunnen schuiven met de bestaande budgetdelen. Dat budget kan via een invoeringsmodel stapsgewijs worden vrijgemaakt. Te beginnen met vrij inzetbaar geld, vervolgens geld dat nog niet toebedeeld is maar wel al gelabeld. Daarna kan het budget met meerjarige verplichtingen vrijgemaakt worden voor de burgerbegroting. Kernvraag is op welk budget een vorm van budgetbestedingsrecht kan worden toegepast.
4
Alle partijen als partners die samen aan de klus staan
Rol: Van maatschappelijke partijen, als woningcorporaties, zorgpartijen of welzijnswerk, scholen en politie, wordt een actieve deelname aan de discussies in de bijeenkomsten verwacht. Ze kunnen hun dienstverlening aanpassen op de vragen en prioriteitsstelling en hulp bieden bij de uitvoering van projecten en diensten. Partijen met eigen geldbronnen (woningcorporaties, zorginstellingen) kunnen delen van hun budget ook inbrengen als onderdeel van de burgerbegroting. Eventueel gelabeld, bijv. alleen bedoeld voor woondiensten of alleen voor zorgdiensten. Denkend vanuit de burger, is leefkwaliteit een optelsom van elkaar versterkende kwaliteiten rond wonen, zorgen, werken, spelen, enz. Daarom moeten ook al deze partijen meedoen in het proces. Zowel bij de ontwikkeling van het dienstenaanbod vanuit burgers, als om het geven van een eigen professionele visie op het leefklimaat. Voorkomen moet worden dat een burgerbegroting een geïsoleerd burgerproces wordt met alleen een burgerwensenlijst. Van alle sleutelpartijen worden visie, inzet en toekomstplannen verwacht. Het is het verschil tussen inventarisatie en deliberatie. Het is het verschil tussen ‘Wij nemen het mee’ en ‘Wij gaan het samen aanpakken’. Bij de uitvoering van de burgerbegroting is, omwille van de geloofwaardigheid van het proces, van belang dat de projecten en diensten snel van de grond komen.
Waarbij het de kunst is dat de ontwikkeling van de diensten geïmplementeerd worden in de standaardprocessen van de overheid of andere partijen. Anders blijft de burgerbegroting een sympathieke nevenstaande aanpak en veranderen de overheid of andere partijen niet mee. Een belangrijke uitkomst van alle burgerbegroting-aanpakken is dat door het mens tot mens samenwerken in dit proces, de partnerships op programmatisch niveau tussen instanties, burgers en overheid groeien. En niet andersom.
5
Een methode als permanente krachtmotor
Rol: Het is een systematisch opgebouwd proces dat niet alleen de samenwerking tussen alle partijen organiseert, maar vooral forceert dat er met maximale deelname van alle partijen, binnen het tijdplan gekomen kan worden tot begrotingsprioriteiten. De methode informeert over de budgetten, organiseert een aantal sleutelbijeenkomsten die bepalend zijn voor de volgende stap in het proces. Het leidt tot gewogen begrotingsvoorstellen van burgers. Het analyseert de begrotingsprioriteiten en investeringsvoorstellen van de burgers en zorgt ervoor dat de diverse voorstellen, zoals het begrotingskader en het proces van de burgerbegroting worden aangehaakt aan de bestaande besluitvormingsprocessen van de overheid en/of derde partijen.
25
De methode moet open en activerend zijn. Gericht zijn op oplossingen, uitwisseling van opvattingen en beelden van bewoners en instanties en uiteindelijk het maken van keuzes door burgers. Een waaier van naast elkaar bestaande en elkaar beïnvloedende participatietechnieken die stapsgewijs worden uitgevoerd is het meest effectief. In jargon ‘Liever multitasking dan standalone’. Het hoofdstuk ‘Routekaart burgerbegroting voor Nederland’ introduceert een basismethode voor de Nederlandse situatie. Een rode lijn in de methode is permanente, uitnodigende, verhelderende communicatie. Zowel activerend (“doe mee”), verhelderend (“dit zijn de budgetten, zo loopt het proces”), actueel informatief (“stand van zaken van initiatieven. De agenda van de komende week is…”) en informatief (“dit zijn de spelregels en de deelnemers”). Er moet vroegtijdig een akkoord zijn tussen alle deelnemers over de methode en de spelregels om te komen tot evenwichtige prioriteitstelling, het bouwen aan consensus, conflictafhandeling enz. Een burgerbegroting zonder een methode leidt bijna altijd tot het terugvallen op al bestaande methoden en systemen. Zoals het indienen van burgerinitiatieven of intensieve inspraakbijeenkomsten. De meest inspirerende bijdrage uit alle methodische beschouwingen is: “Make participation fun.
Lets Party-cipate!” In het kort Diverse onderzoeken geven vijf kritische succesfactoren voor een burgerbegroting aan: een actieve en bijna uitdagende opstelling van de overheid (procesmanager, commitment met het proces, faciliteren), inzet van betrokkenheid en deskundigheid van burgers met de bereidheid er samen uit te willen komen, voldoende beïnvloedbaar budget waarbinnen ook geschoven kan worden met posten, een meedoe-rol van alle partijen in alle stadia van het proces zodat er nieuwe werkrelaties gesmeed kunnen worden tussen burgers en maatschappelijke partijen, een aansprekend en helder uitgelijnd methodisch proces dat ervoor zorgt dat er stapsgewijs besluiten worden genomen .
26
8
Resultaten
De resultaten van een burgerbegroting spelen zich af op het terrein van de vitalisering van de lokale democratie. Er is sprake van vier zichtbare ontwikkelingen: de ontwikkeling van de invloed van burgers, de ontwikkeling en verandering van verbanden van burgers en maatschappelijke organisaties, de ontwikkeling van de lokale overheid, de ontwikkeling van de overheid burgerrelatie in nieuwe publieke arena’s. Bij alle vormen van een burgerbegroting is sprake van een groei richting meer democratische vitaliteit. Dat varieert van kleine stapjes, als de toename van bewonersvoorstellen die ingebracht worden, tot grote veranderingen omdat burgers de eindkeuzes maken. Zoals in Keulen waar de burgers de 300 belangrijkste stadsprojecten in de openbare ruimte kiezen. Of tot de verbeelding sprekende voorbeelden van burgervoorstellen. Zoals in Independencia in Peru, waar de bevolking haar steeds meer uitdijende vuilnisbelt met bijbehorende milieuproblematiek niet wilde sluiten, maar het aangreep om er geld aan te verdienen. Ze bouwden een afvalverwerkingsinstallatie. Het leidde tot significante verbeteringen van de milieusituatie. En het resulteerde in een productie en verkoop van 6,6 ton compost per dag. Waarvan 3,6 ton weer gebruikt wordt voor de productie van havermout, spinazie, en artisjokken. En tot de verkoop van 1,5 ton anorganische afval per dag (plastic, glas, blikjes, enz.).
Dit staat voor een omzet van ongeveer 245.000 US dollars. De nieuwe publieke arena waar overheid en burger in samenwerken leidde er in het Duitse Vlotho toe dat burgers een vriendenvereniging hebben opgericht; om het tekort voor het plaatselijke boszwembad te laten afnemen. En in Emsdetten (Duitsland) hebben burgers zelfs gekozen voor een lichte belastingverhoging om de begroting overeind te houden. Ik ben Woerden De gemeente Woerden heeft twee sporen uitgezet om met de bevolking het gesprek aan te gaan over bezuinigingen: 1 Verenigingen, belangengroepen en andere lokale organisaties zijn aangesproken en uitgenodigd alternatieve suggesties aan te leveren om de bestaande lokale voorzieningen te kunnen blijven laten draaien. 2 Alle Woerdenaren zijn opgeroepen bezuinigingsideeën aan te leveren via de website www.ikbenwoerden.nl. Uiteindelijk zal de gemeenteraad de uitkomsten gebruiken bij het vaststellen van de begroting. Vooral de website heeft goed gewerkt. In een maand tijd zijn er 7000 bezoeken geweest. Ook via Twitter is de Woerdense variant van participatief bezuinigen te volgen; 176 volgers doen dat. En tijdens de verkiezingen van de Provinciale Staten heeft de gemeente niet alleen stembiljetten uitgereikt, maar ook een kaartje waarop bezuinigingsideeën geschreven konden worden.
De totaalsom van deze benadering is dat er in één maand 600 bezuinigingssuggesties zijn opgehaald. Die stuk voor stuk beantwoord worden. Is het een bezuiniging? Is het uitvoerbaar? En strookt het met het coalitiebeleid? Het College van B en W en de Raad zal deze oogst benutten bij het opstellen en beoordelen van de meerjarenbegroting. Een greep uit de 600 rijpe en groene suggesties uit de lokale samenleving: - Parkeergarage winstgevend maken! - Verbreed de Zandwijksingel met een loopvlonder. - Geen modernisering van het afval brengstation. - Voer reclamebelasting in. - Investeer in theater, niet in een gebouw. - Een shared service center maken van de afdeling financiën. - Stop met partnerstad Steinhagen. - Halveer het onderhoud aan het ‘Vinkje’. - Zonnepanelen op het gemeentehuis en alle lampen vervangen door ledlampen. - Laat de molenaar gewoon in zijn molen blijven wonen - .Breng het beheer van watergangen en groen onder bij private partijen
27
In 1992, twee jaar na de start van de burgerbegroting in Porto Alegre, werd het bestuur van de stad geëvalueerd: 61% van de ondervraagden kwalificeerde het bestuur als 'goed' of 'uitstekend' (tegen slechts 13% in 1990). Een stap die aan deze voorbeelden van vitalisering van de lokale democratie vooraf gaat zijn de zogenaamde eendimensionale resultaten van het proces van een burgerbegroting. Oftewel de nieuwe projecten en voorzieningen in de wijk. “Alleen resultaat telt”, noemde een wijkraadslid uit Rotterdam het op een bewonersbijeenkomst. In tegenstelling tot de ontwikkelingen op het gebied van lokale democratisering, is er wereldwijd weinig vastgelegd in dit soort enkelvoudige resultaten. Wel is in Porto Alegre is de kwaliteit van de basisvoorziening in de gehele stad enorm toegenomen (zie tabel 2). In Bangalore, India, is de kwaliteit van de dienstverlening gemeten en ook dat is sterk toegenomen (zie tabel2). Het Marc Bloch Center in Berlijn heeft een onderzoek in 19 Europese burgerbegroting-steden gedaan naar de effecten van de burgerbegroting op de vernieuwing van de lokale overheid (zie tabel 3). Hun conclusie: het leidt tot aanmerkelijk betere dienstverlening, betere coördinatie en snelheid in procedures. De kostenreductie of extra inzet van bewoners valt tegen. Dat kan er ook mee te maken hebben dat de Europese burgerbegrotingen sterk bestuurlijk zijn ingericht.
In Zuid-Amerika is er veel meer ruimte voor doe-het-zelf initiatieven. Verbetering (basis)diensten in Porto Alegre 1988 bevolking zonder water 5,8% wegen zonder wegdek 690 km bevolking zonder rioolaansluiting 54% woningen met sanitair 46% bevolking zonder huisvuilverzameling 15% bevolking zonder illegale bewoning 25,8% Ongeletterdheid 5,6% kindersterfte (per 1000 geboortes) 18,6 (1992) openbare scholen 29 Kinderopvang 2
2003 0,5% 390 km 16% 85% 0% 18,4% (2001) 3,3% 12,9 (2005) 86 120
Tabel 1 Resultaten Porto Alegre
Tabel 2 Burgertevredenheid Bangalore India
28
Tabel 3 Effecten op vernieuwing
Een ander hard resultaat zijn deelnamecijfers. Deze zijn in de regel zeer hoog te noemen (zie tabel 4). Dezelfde deelnametrend zien we in Duitsland. De burgerbegroting in Berlijn-Lichtenberg kent in 2010 zonder internet 4500 deelnemers en met internet komen er nog 2500 geregistreerde deelnemers bij. Keulen werkt alleen maar via internet en heeft ruim 10.000 actieve en geregistreerde deelnemers die 5.000 voorstellen aanleverden. De site kende 120.000 unieke bezoekers die samen 52.000 keer gestemd hebben. Een bijzondere kanttekening hoort bij de Porto Alegre deelname: 40% van de deelnemers aan de bijeenkomsten in 1995 waren arm (inkomen gelijk aan of minder dan het bestaansminimum) en 18% verdiende net iets meer dan het bestaansminimum. Wat de scholingsgraad betreft: 42% had de volledige cyclus van het lager onderwijs niet afgemaakt, 12% had enkel een diploma van het lager onderwijs. Dit toont aan dat het proces in Porto Alegre niet overheerst wordt door de geschoolde en welgestelde lagen van de bevolking. Belo Horizonte kent zonder internet een deelname van rond de 30.000 inwoners. Met internet is de deelname opgeschroefd naar 176.000 en daarmee doet 10% van de stad mee.
Tabel 4 Deelname burgers Burgerbegroting vijf Braziliaanse steden
29
In het kort - Een burgerbegroting kent twee soorten resultaten. De resultaten die terugslaan op de vitalisering van de lokale democratie en de harde resultaten in de vorm van betere dienstverlening in steden en wijken. - De ontwikkeling van lokale democratie is vooral zichtbaar door de enorme aantallen burgers die meedoen. In grote steden in Zuid-Amerika loopt dat in de tienduizenden deelnemende burgers. Maar ook in de Duitse voorbeelden gaat het om honderden tot duizenden deelnemers. - Internationaal onderzoek toont aan dat een burgerbegroting leidt tot aanmerkelijk betere dienstverlening, betere coördinatie en snelheid in procedures. De kostenreductie en extra inzet van bewoners valt tegen.
30
9
De beloftes van de burgerbegroting
Een burgerbegroting claimt grote, hele grote en kleine veranderingen in wijken, politieke omgevingen, sociale leefkwaliteit, burgers, projectkeuzes, aanbestedingen, bestuursmodernisering, enz. Bijna de maatschappelijke ‘wast witter dan wit’-belofte. De cijfers en ervaringen wijzen uit dat het grotendeels klopt. Toch kan er enige bedrijfsblindheid ontstaan bij de burgerbegrotingbelievers. Daarom tien keer de achterkant van de burgerbegroting.
1 Politiek cliëntelisme en vaste aanbestedingsketens zijn er nog steeds De hoofdreden om in Zuid-Amerika, als bakermat van de burgerbegroting, te beginnen met een burgerbegroting was het doorbreken van de stevige banden tussen de elite van de stad en bestuurders en tussen de overheid en projectontwikkelaars. Transparantie, vertrouwen, open dialoog, dat waren de kernbegrippen. Met de invoering van de burgerbegroting is dat zeker niet verdwenen. In een burgerbegroting-voorbeeldstad als Belo Horizonte wordt politiek cliëntelisme nog steeds als een groot probleem gezien. Met name omdat de aanbesteding van projecten buiten de burgerbegroting valt, blijft de band tussen projectontwikkelaar en overheidsdienst nog sterk. Dat zou wel af kunnen nemen door te werken met een burgeraanbesteding. Of door meer in te zetten op community challenge.
2 Financiële grenzen De financiële limieten en mogelijkheden van de burgerbegroting zijn beperkt. Het gaat vaak om een paar procent van de gemeentebegroting, terwijl de maatschappelijke vraagstukken vaak om zware investeringen vragen.
3 Bewonersinzet stopt als de buit binnen is Veel burgers stoppen met participeren als hun wensen uitgevoerd worden. Daarmee haken ze af op het moment dat het ‘empoweren’ kan beginnen. Namelijk leren van de inspanningen en strategisch vooruitdenken als het gaat om permanente burgerinvloed. Dit is het Catch22 scenario van een burgerbegroting; zijn kracht is namelijk dat het de ideeën van bewoners direct oppakt, beoordeeld en uit kan voeren. Daarmee wordt de overheid echter weer de regelaar voor de bewoners en bevordert het daarmee het non-participatieve consumentisme.
4 Meedoen op de agenda van de ander De nauwe samenwerking met de overheid zorgt ervoor dat actieve bewoners meerollen in de gewoonten, systemen en perspectieven van de overheid en daarmee een risico nemen ten koste van haar eigen onafhankelijkheid. Sterker nog, de burgerbegroting kan misbruikt worden door bestuurlijke sleutelfiguren en dezen kunnen de burgerbegroting-programma’s inzetten voor hun eigen agenda’s. Zo wist de burgemeester van Recife het carnaval te financieren vanuit de burgerbegroting.
5 Afhankelijk van die ene overheid Het burgerbegroting-proces is vaak afhankelijk van de wil en bevlogenheid van een bestuurlijke voortrekker. De burgemeester van Berlijn-Lichtenberg, Christina Emmrich is een zeer betrokken aanjager, duwer, klankbord en promotor van haar Burgershaushalt. Maar de Lichtenbergse
31
gemeenteraad doet zeer beperkt mee. Het instrument burgerbegroting is sterk afhankelijk van de wil van de lokale overheid. Zij bepaalt of het er komt, in welke vorm, ze organiseert de bijeenkomsten, geeft de informatie, organiseert de afstemming met de diverse diensten, enz. Zonder een sterke en brede politieke lokale ruggensteun, worden de groeikansen voor een sterkere en vooral duurzamer burgerbegroting kleiner.
6 Deelname van de niet-elite Het blijft hard werken om te komen tot een brede deelname van alle bevolkingsgroepen en lagen in de bevolking. De echte armen, jongeren en de maatschappelijke middenklasse doen beperkt mee. Een burgerbegroting bereikt wel de lagere inkomensgroepen maar niet de mensen op en onder het sociaal minimum. Vooral in de grote Zuid-Amerikaanse steden is dat een groot tekort in de burgerbegroting. De problemen van deze groepen zijn ook niet echt oplosbaar met de beperkte burgerbegroting-budgetten. Hoewel riolering en bestratingen wel een stap vooruit zijn in de krottenwijken van Porto Alegre of Sao Paulo. Een burgerbegroting zorgt er wel voor dat er meer participatie en beslisinvloed is van bevolkingsroepen die vroeger niet meededen. De claim dat burgerbegroting met name de groep ongeorganiseerde burgers een positie heeft gegeven klopt, zeker gezien de hoge maar wel wisselende deelnamecijfers bijvoorbeeld in Porto Alegre. Daarnaast blijft ook een grote groep burgers meedoen (plm. 40%) die ook voor de invoering van de burgerbegroting al actief waren in de wijk. Beter is om het te hebben over de burgerbegroting als een proces dat werkt aan versterken van de politieke inzet van de niet-elite.
7 Representativiteit Het vraagstuk van representativiteit wordt vaak beschouwd vanuit het idee dat de burgerparticipatie de rol van de overheid en haar bestuurders dreigt te vervangen. Het uiteindelijke begrotingskader wordt vastgesteld door de gemeenteraad, maar de opbouw, de maatschappelijke discussies met bijbehorende overwegingen vindt plaats in buurthuizen en zelfs voetbalstadions.3 Waar de grens ligt tussen de discussies en afwegingen vanuit de samenleving en de keuzes en afwegingen van de gemeenteraad, is moeilijk vooraf te bepalen. In het burgerbegrotingmodel Christchurch vindt een peiling plaats onder burgers of een consultatie, het model Porto Alegre laat burgers ook prioriteiten aangeven en forceert zelfs om te komen tot gezamenlijke voorstellen. De representativiteitvraag moet vanzelfsprekend ook gesteld worden aan de vertegenwoordigers van wijkorganisaties of andere belangenorganisaties. Wel is duidelijk dat door de burgerbegroting lokale bestuurders, het traditionele maatschappelijke middenveld en de infrastructuur van bekende insprekers, adviesraden en commissies, hun monopolie verliezen als vertegenwoordigers voor lokale belangenafweging.
8 Korte klap en lange klap Veel energie gaat zitten in korte termijn aanpakken en is er minder aandacht voor stedelijke planning en lange termijnprojecten. Daarmee blijft de burgerbegroting vooral een hier en nu aanpak en worden de lange termijnbesluiten elders genomen.
3
Elk jaar zit het stadion van Gremio in Porto Alegre vol met 30.000 burgers die meedoen aan de burgerbegroting.
32
Deventer bezinnigt De gemeente Deventer heeft in 2010 besloten om in samenspraak met de Deventer samenleving tot 15 miljoen euro aan voorstellen te ontwikkelen aan verdien- en bezuinigingsmogelijkheden. Onder de titel ‘Deventer bezinnigt!’ is in augustus een interactief adviesproces gestart om te komen tot verdien- en bezuinigingsmogelijkheden voor Deventer De gemeente neemt met deze participatieve aanpak alvast een voorschot op de toekomst door aan te geven dat dit proces ook bedoeld is voor het meer betrekken van de samenleving bij besluitvorming en het overgaan naar een meer permanent proces van herijken. Tussen 27 augustus en 1 november zijn in het stadhuis en de wijken in totaal 24 werksessies georganiseerd rondom de aandachtgebieden ‘Jeugd en onderwijs’, ‘Dienstverlening en regelgeving’, ‘Leefomgeving’, ‘Ruimte en projecten’, ‘Samenleven en meedoen’ ‘Economie en cultuur’ en ‘Bestuur en organisatie’. Alle inwoners, organisaties en bedrijven van Deventer zijn bij deze werksessies uitgenodigd. Voor de werksessies zijn vertegenwoordigers van maatschappelijke instellingen en organisaties waarmee de gemeente een directe (financiële) band of subsidierelatie heeft ook gericht uitgenodigd. Op www.deventer.nl/deventerbezinnigt kon iedereen reageren op al bestaande ideeën van de gemeente en inwoners en zelf nieuwe ideeën aandragen.
Het proces kent uit 3 stappen: 1 verbreden: welke andere mogelijkheden dan die zijn genoemd ziet u om te verdienen en/of te bezuinigen? 2 verdiepen: uitwerken van de meest kansrijke, interessante of uitdagende suggesties. 3 effecten: aangeven van de maatschappelijke effecten. In totaal hebben bijna 700 mensen mee gedaan aan de werksessies. De deelnemers schreven ruim 400 suggesties op. Via de website kwamen 48 nieuwe ideeën en meer dan 270 reacties op al bestaande suggesties binnen. De site werd tot eind november ruim 12.000 keer bekeken. Al deze suggesties zijn tegen het licht gehouden in de diverse werksessies. Vaak waren het ‘ongepolijste’ ideeën of waren ze volstrekt niet haalbaar. Uiteindelijk zijn ze samengevat in 85 unieke, nieuwe mogelijkheden. Vervolgens is gekeken wat de maatschappelijke effecten kunnen zijn van de bezuinigingssuggesties: treft het de burger, de ruimtelijke kwaliteit of het maatschappelijk middenveld of de concurrentiepositie van de stad, enz. Het College heeft daarop richtingen aangegeven voor de bezuinigingen plus een bezuinigingsopgave per domein. Voor het domein ‘Samenleven en meedoen’ bijvoorbeeld zijn voor 10,4 miljoen bezuinigingssuggesties gedaan.
Dat is uiteindelijk terugvertaald in een bezuinigingsopgave van 6,7 miljoen die gevonden moet worden in vijf zoekrichtingen, elk met een eigen financiële opdracht: efficiëntere inzet maatschappelijk vastgoed, participatiecluster WWB/WMO/WSW/Wajong, bedrijfsvoering maatschappelijke instellingen, zwem- en sportaccommodaties, vrijwilligerswerk. Op verzoek van de raad is een pakket van 2 miljoen euro aan (reserve)voorstellen toegevoegd bedoeld om de raad meer keuzevrijheid te beiden. Hierdoor bedroeg de totale bezuinigingsopgave 17,9 miljoen euro In het totaal aan bezuinigingsvoorstellen zijn uiteindelijk 38 voorstellen uit de samenleving opgenomen ter grote van 8,6 miljoen euro. De bezuinigingsvoorstellen van het college zijn voor advies ook aan de diverse adviesraden voorgelegd. 9 Werk in uitvoering Burgers haken af door het langzame tempo van uitvoering. Met name als het gaat om werken in de publieke ruimte. Burgers hebben zelf veel tijd gestoken in het aanleveren van ideeën, presenteren, afwegen, verdedigen en keuzes maken. Deze dynamiek stopt vaak bij het begin van de uitvoering, omdat deze fase in het burgerbegroting-proces valt onder de reguliere planningscycli van de overheidsdiensten.
33
10 Bezuiniging De burgerbegroting is in zoverre een bezuinigingsaanpak dat het de dienstverlening verbetert en de bureaucratische beslisprocedures versnelt. En daar waar burgers eigen voorstellen bedenken kan het goedkoper uitpakken. Een heel enkele maal zoeken burgers naar nieuwe vormen van financiering. Zoals de voorbeelden in Duitsland, waar burgers een vriendenclub oprichten voor het zwembadbeheer en in één geval zelfs een belastingverhoging voorstellen. De huidige burgerbegroting-praktijk leert dat er weinig bezuinigingseffecten zijn. Dat komt vooral omdat het beperkt blijft tot het opstellen van een begroting. Een volgende stap als bewonersopdrachtgeverschap, zoals in Breda, Hoogeveen of Deventer zit niet in proces. Hetzelfde geldt voor bewonersaanbesteding zoals in Emmen. Door dit toe te voegen aan de Nederlandse burgerbegroting-modellen is de kans op minder geld uitgeven aanmerkelijk groter.
34
10
Routekaart burgerbegroting voor Nederland
Onderstaande routekaart is een voorbeeldmodel voor Burgerbegroting voor Nederland, gebaseerd op de uitgangspunten van de aanpak in Porto Alegre. Dat wil zeggen: meebeslissende invloed van burgers bij het opstellen van delen van de begroting en het maken van investeringsplannen. Er zijn andere, lichtere, varianten mogelijk. Het is in metaforische zin te beschouwen als een routekaart van plekken, kruispunten, drukke jungles en lege woestijnen waar het proces van de burgerbegroting langs moet, wil het slagen. Da’s nou typisch Nederland Voor de Nederlandse situatie is rekening gehouden met een gebiedsomvang dat aanzienlijk kleiner is dan de districten van Porto Alegre. Toch moet er enige omvang zijn om te kunnen komen tot verdeelkeuzes. De rode lijn van het proces kan ook in kleinere gebieden of dorpen uitgevoerd worden. Alleen is het dan kosteneffectiever om de procesaanpak af te slanken. Verder is er een sterkere de rol van maatschappelijke partijen in Nederlandse wijken. Organisaties als woningcorporaties, welzijnswerk, zorgpartijen, onderwijsinstellingen en politie zijn als (semi) autonome partijen meebepalend voor de kwaliteit van de dienstverlening. Participatie in Nederland is inmiddels vier generaties ver en steeds meer uitgebreid van inspraak voor burgers, naar interactieve samenwerking met burgers naar initiatiefkracht en zelfregie van burgers.
De burgerbegroting kent onderdelen van deze vier generaties. Maar waar in Porto Alegre het nog een verbetering is van de (slechte) inspraakcultuur inclusief vertegenwoordigingsmodellen is dat in Nederland minder aan de orde. Het werken met vertegenwoordigingsmodellen wordt in Nederland steeds minder beschouwd als effectieve participatie. Per gemeente en situatie moet maatwerk geleverd worden om te komen tot een set afspraken voor een goed draaiend proces van een burgerbegroting. In elk geval moeten er maatwerkantwoorden komen op onderstaande punten: - Indeling in gebieden - Inpassen van stedelijke thema’s - Toegang tot budgetten, budgetomvang en benoeming beleidsdomeinen voor de burgerbegroting - Communicatiestrategie en communicatiemiddelen voor grote hoeveelheid informatie die toegankelijk moet worden voor de deelnemers - Processchema met processtappen, tijdsplan, bijeenkomsten, locaties - Programma voor de mobilisatie van burgers en maatschappelijke partijen - Spelregels voor de diverse openbare bijeenkomsten t.a.v. deelname, uitkomsten, procesvoortgang, scheidsrechter - Afspraken over conflicthantering - Overzicht van alle instrumenten, werkvormen, werkgroepen, enz.
en hun functies in het proces - Criteria voor het alloceren en verdelen van de budgetten - Selectieprocedure en competentie-eisen wijkdeelnemers in de Regie Burgerbegroting - Mandaten, rollen, taken, verantwoordelijkheden deelnemers Regie Burgerbegroting - Activeringprogramma voor groepen die minder makkelijk meedoen - De manier van inpassing de burgerbegroting in bestaande begrotingscyclus
35
De routekaart, een procesvoorbeeld in 15 stappen De burgerbegroting is een proces van besluitvormende samenwerking. Om het tastbaar te houden kun je zeggen dat de burgerbegroting een constellatie is van het begrotingskader voor de stad en investeringsbegroting voor de wijken. De routekaart is een stappenplan voor een burgerbegroting, gebaseerd op het model Porto Alegre, de meest participatieve vorm van begrotingsontwikkeling. Het begrotingsmodel Christchurch en/of het budgetmodel Deventer kennen alle twee een andere startpositie. ‘Christchurch’ start met een ambtelijk voorbereid begrotingsvoorstel, waarop burgers kunnen reageren. Soms in een consulterende rol ,soms in de sfeer van een burgerpeiling en heel soms in de vorm van een gekwalificeerd advies. De routestappen: 1- wijk,-of gebiedsvisie, 2- beleidsopgaven formuleren, 3- begrotingsvoorstellen maken, 4- oproepen tot alternatieven, tegenvoorstellen, begrotingsideeën, 6- bespreking begrotingsvoorstellen gemeente en bevolking, 7- bestuurlijke beoordeling (nieuwe) begrotingsvoorstellen op haalbaarheid en gewenstheid , 8- vaststellen begroting door raad. ‘Deventer’ start met het vrijmaken van budgetten per wijk, die op basis van bewonersideeën en gevolgd door wijkkeuze-bijeenkomsten worden ingezet.
De routestappen zijn: 1- budget vrij maken, 2- initiatieven en ideeën op wijkniveau ophalen, 3- tussenbeoordeling op haalbaarheid en mogelijkheid door professionals en bewoners, 4- prioriteiten stellen door bewoners, 5prioriteitenvolgorde inbouwen in budgetruimte.
Nadat het besluit voor het invoeren van een burgerbegroting gevallen is neemt het proces van een burgerbegroting grofweg de volgende stappen
1
Ruimte maken Ruimte in de begroting organiseren wat te beschouwen is als het participatieve budget. •
Het organiseren van budget wat beïnvloedbaar is voor sturing vanuit burgers. In de praktijk blijkt dat ruim 80% van de bestaande begroting dicht zit met harde afspraken. Denk bijvoorbeeld aan de salarissen van het personeel. In Porto Alegre is 18-20% van de begroting participatief budget en in Berlijn-Lichtenberg gaat het om 6% (32 miljoen euro). Een voorbereidend onderzoek 1 in de gemeente Hoogeveen maakt duidelijk dat van de ruim € 43 miljoen aan uitgaven op de exploitatiebegroting er € 8 miljoen aangewend kon worden voor vormen van participatief budgetteren. Het gaat om het stuurbare budgetdeel in de begroting. Deels is dat vrij inzetbaar en deels is dat gelabeld geld. De maatschappelijke verplichtingen van de lokale overheid staan niet ter discussie, wel kan binnen deze verplichtingen gekeken worden naar een uitvoering die het best past bij de vraag, mogelijkheden en wensen van de wijk. Geld wat de gemeente van bijvoorbeeld de rijksoverheid ontvangen heeft met een bepaald oormerk, kan ook alleen met dat oormerk ingevoegd worden in de burgerbegroting. Hetzelfde geldt voor budget wat derde partijen hebben ingebracht, zoals wooncorporaties, zorgpartijen of projectontwikkelaars.
36
Een gemeente kan kiezen om te beperken en bepaalde beleidsdomeinen beschikbaar te stellen voor de burgerbegroting, daarmee verengd ze het principe van de burgerbegroting al snel tot spelen binnen de lijntjes van de bestaande begrotingsindeling. Terwijl de succesvolle methoden vooral succesvol zijn omdat ze de begroting mede indelen. De gemeente Dordrecht heeft in 2009 in de wijk Stadspolders (7200 inwoners) een aantal stedelijke budgetten herrekend naar de wijk. Het ging om de budgetten voor welzijnswerk (jongerenwerk, opbouwwerk, leefbaarheidinitiatieven, maatschappelijke activering, kinderwerk), infrastructuur (verkeersveiligheid, parkeren, gebouwen en herstructurering), de omgeving (onderhoud bestrating en wegen, groenbeheer totaal, divers onderhoud, vervuiling tegengaan en onderhoud in de buurt) en veiligheid (toezicht en sociale veiligheid). De wijkbegroting voor deze diensten was € 600.000. •
2
Benoemen van plm. 15 lokaal stuurbare beleidsdomeinen die relevant geacht worden voor de kwaliteit van samenleven in de stad en de wijken.
Ontwerpen Informeren potentiële sleutelorganisaties en burgers om te komen tot een lokaal ontwerpproces voor het opstellen van een burgerbegroting. Met deze partijen een aantal uitgangspunten en kwaliteitseisen voor het proces benoemen. Inclusief de procesmonitoring. •
Omdat het primair gaat om het leveren van goede diensten op het goede moment en op de goede plaats, is het van belang dat alle partijen die bijdragen aan het leefklimaat in de wijken van de stad, ook partij zijn in het proces van de burgerbegroting. Ze zullen het belang ervan moeten onderkennen en mee moeten willen werken aan de bijeenkomsten in de wijken. Daarom moeten ze hun belangen en ambities ook terug kunnen vinden in het proces.
• In Hoogeveen hebben de gemeente, drie corporaties, politie, welzijnswerk en wijk/dorpsorganisaties gewerkt met de ontwerpmethode Charrette en daardoor in een kleine week het hele proces uitgelijnd. •
3
Deze routekaart kan als referentie dienen voor het lokale procesmodel.
Voorbereiden online tools Rol internet in diverse fasen in het proces aangeven en daarvoor webapplicaties maken. •
Internet kan ondersteunend zijn doordat het 24 uur per dag veel informatie en suggesties kan ophalen, het kan discussies organiseren en aanjagen en informatie verspreiden. Cruciaal is de vraag of internet de drager wordt van de burgerbegroting of ondersteunend wordt met diverse tools. Zie ook hoofdstuk ‘Burgerbegroting online’. In Keulen is het proces van de burgerbegroting geformeerd rond internet. Burgers kunnen via internet voorstellen indienen, discussies aangaan, voorkeuren aangeven en komen tot een ranglijst. Uiteindelijk wordt letterlijk achter de schermen de top 100 aan voorstellen voorbereid voor invoering in de begroting. Dat kan leiden tot begrotingswijzigingen. De gemeenteraad besluit hierover. Zonder internet kan een burgerbegroting niet meer. Kenmerkend is dat 40% van alle discussies in Keulen zich in de avonduren en in de weekends afspeelden.
37
4
Indelen Vaststellen van de stedelijke thema’s. Vaststellen van de wijkenindeling die geldt als kader waarop diensten kunnen worden georganiseerd. Vertaling maken van de stedelijke budgetten van de dienstverlening naar de schaal van de wijk. •
De stedelijke onderwerpen zorgen ervoor dat de stad niet exclusief beschouwd wordt als een verzameling van wijken, maar ook een op zichzelf staande eenheid is. Twee voorbeelden van stedelijke onderwerpen. In de burgerbegroting Porto Alegre 2010 gaat het om: 1-onderwijs, sport en vrije tijd, 2volksgezondheid en sociale zorg, 3-volkshuisvesting, stedelijke ontwikkeling en milieu, 4- cultuur, 5economische ontwikkeling, belastingen en toerisme, 6-verkeer, transport en mobiliteit in de stad. Een consultatieronde rond bezuinigingsvoorstellen in Deventer in 2010 leverde een volgende onderwerpenafbakening op: 1-samenleven en meedoen, 2-jeugd, 3-dienstverlening en regelgeving, 4-leefomgeving, 5-ruimte en projecten, 6-economie en cultuur, 7- bestuur en organisatie.
•
De meest logische wijkindeling is voor elke gemeente anders. Van belang bij de overwegingen is in elk geval het inwonertal, het (sociale) leefklimaat in de wijk en de karakteristiek van de wijk (past het een beetje bij elkaar). Voor bewoners geldt dat het gebied beleeft moet kunnen worden als een logische eenheid. Vanuit de organisatie van de dienstverlening is van belang dat de dienstverleners in elk geval allemaal dezelfde wijkindeling hanteren als een kader voor het organiseren van de diensten. De wijk moet ook weer zo groot zijn dat er voldoende massa aan diensten uitgevoerd worden, zodat er ook geschoven kan worden met prioriteiten. De districtenkeuze van Porto Alegre kent de volgende criteria: • inwoneraantal • lokale prioriteiten (woningkwaliteit, onderwijs, gezondheid) • aanwezigheid basisvoorzieningen • natuurlijke begrenzing (rivier, autowegen) Porto Alegre kent een correctiefactor in de uiteindelijke begrotingsomvang per wijk. Dit is op basis van inwoneraantal en leefkwaliteit per wijk. Daarom hoeven de wijken ook niet van vergelijkbare omvang te zijn. Zie hoofdstuk ‘Porto Alegre als voorbeeld’.
5
Voorbereiding materiaal Ondersteunende instrumenten voor een burgerbegroting-proces gebruiksklaar maken voor alle partijen die met het proces te maken krijgen. Twee soorten instrumentaria moeten klaargestoomd worden: - informatiemateriaal - werkmateriaal •
Het informatiemateriaal gaat: - over de uitleg van het burgerbegroting-proces (waarom, hoe steekt het proces in elkaar, waar informatie te halen, hoe mee te doen, enz.),
38
- over de diensten die aan de orde komen (wat is het, voor wie, wat betekenen ze voor de samenleving, huidige gebruik/oordeel), - over de bestaande budgetverdeling per wijk (bestaande begrotingsindeling per wijk, opbouw begroting, hoeveel budget naar welke dienst), - over de wijk (bevolkingssamenstelling, sociale kwaliteit van het leven, prioriteiten voor ontwikkeling in de wijk - wijkvisie -, ingrijpende plannen voor de wijk). •
Het werkmateriaal zijn de aggregatiewerkvormen die ingezet kunnen worden in het proces om met een onderbouwde techniek, de keuzes en de voortgang te kunnen forceren: - vorm om te komen tot een begrotingskader op basis van wijkprioriteiten, - formule voor budgettoedeling per beleidsonderwerp per wijk, - de prioriteitsstelling van investeringsvoorstellen in wijken, - selectie- en keuzemodel voor deelnemers uit de wijken aan de Regie Burgerbegroting (zie hiervoor stap 9), - conflictbemiddeling en beslisafspraken. Voor de budgettoedeling over de wijken is in Porto Alegre een slimme formule ontwikkeld waarin een verbinding wordt gelegd tussen de stedelijke prioriteiten en drie wijkeigenschappen, namelijk de wijkprioriteiten, de aanwezigheid van diensten/voorzieningen in de wijk en het inwonertal per wijk. Al deze zaken krijgen een bepaalde wegingsfactor dat uiteindelijk leidt tot een beleidsinhoudelijk gestuurde verdeling van het budget over de stad. Zie ook hoofdstuk ‘Porto Alegre, als voorbeeld’.
6
Opstellen invoeringsplannen Plannen maken gericht op de organisatie van de invoering van de burgerbegroting voor stedelijke onderwerpen en voor wijkgerichte onderwerpen. •
Opstellen van een invoeringsplan stedelijke onderwerpen Checklist Organisatie van de regie per onderwerp Communicatiestrategie In beeld brengen kernpartijen Rol van internettools Verzamelen relevante informatie en bestaande ontwikkelingen rond de onderwerpen Opstellen agenda en tijdsplan Instructie c.q. trainingsprogramma voor begeleiders en kernpartijen Voorbereidingsworkshop met leidinggevenden van overheidsdiensten en maatschappelijke partijen
39
•
Opstellen van een invoeringsplan per wijk Checklist Organisatie van de regie in de wijk voor een burgerbegroting-proces, Communicatiestrategie Faciliteren en opstellen mobilisatiestrategie in de wijk In beeld brengen kernpartijen in de wijk Rol van internettools Verzamelen bestaande ontwikkelingen in de wijk en beleidsintenties en dat invoegen in wijkproces van burgerbegroting Wijkeigen zaken toevoegen aan proces, doelen, criteria Opstellen bijeenkomstenagenda en tijdsplan Instructie c.q. trainingsprogramma voor begeleiders en kernpartijen Voorbereidingsworkshop met leidinggevenden van overheidsdiensten en maatschappelijke partijen
7
Naar buiten Operationaliseren burgerbegroting-proces rond de stedelijke onderwerpen en in de wijken. •
Stedelijke onderwerpen Er is een regieorganisatie voor de zes stedelijke onderwerpen, zij organiseert zes stadsateliers. In elk stadsatelier wordt het beleid, de uitvoering en wijze waarop met het onderwerp wordt omgegaan in de stad, besproken en beoordeeld. Daarna wordt aangegeven welke onderdelen binnen het onderwerp meer aandacht verdient. Bijvoorbeeld bij gezondheid: meer aandacht voor babyzorg of meer aandacht voor eenzaamheid onder senioren. Dit wordt geprioriteerd en leidt tot een top vier.. De regie scout potentiële deelnemers voor de Regie Burgerbegroting (stedelijke Regiegroep voor Burgerbegroting) en legt de selectie voor de Regie Burgerbegroting uit. Namens alle stadsateliers komen twee deelnemers in de Regie Burgerbegroting. De deelnemers aan de stadsateliers kunnen zich aanmelden voor deze functie. Alle deelnemers aan de stadsateliers kunnen na het laatste stadsatelier stemmen. Bijvoorbeeld via internet of een speciale stemdag.
•
De wijken De wijkregie voert de variatie aan bijeenkomsten uit, waaronder een startbijeenkomst en een keuzebijeenkomst, die uiteindelijk leiden tot een overzicht aan begrotingsprioriteiten per wijk en tot een overzicht aan gerangschikte investeringsvoorstellen per wijk. Dit wordt aangeboden aan het gemeentebestuur. Daarnaast kiezen wijken vertegenwoordigers voor de Regie Burgerbegroting Startbijeenkomst per wijk. Onderwerpen: proces burgerbegroting in de wijk, tijdsplan, participatiemogelijkheden markeren, budgetomvang, beleidsdomeinen inclusief huidig gebruik en kosten, gewenste wijkontwikkelingen.
40
-
Variëteit aan kleine bijeenkomsten in straten en buurten, bij clubs en verenigingen, tijdens jongerenactiviteiten of ouderensoos enz. Gericht op het verkennen en bespreken van de beleidsdomeinen en het verzamelen van ideeën en projecten voor de wijk. Allemaal volgens het motto groots en meeslepend en klein en innemend. En gericht op het scouten en vragen van wijkdeelnemers voor de stedelijke Regie Burgerbegroting. Hetzelfde proces krijgt een online variant via internet.
-
Het stemlokaal: een wijkbijeenkomst gericht op het maken van keuzes per wijk. Er wordt drie keer gestemd. De aanwezige burgers introduceren hun ideeën, wijkopvattingen en bepalen door keuzes te maken tussen de beleidsdomeinen hun begrotingsprioriteiten voor de wijk. Daarna worden binnen de begrotingsprioriteiten een voorkeurslijst van plannen en ideeën vastgesteld. Er worden ook wijkdeelnemers gekozen voor de Regie Burgerbegroting. In diverse steden (bijvoorbeeld Sevilla) worden door burgers punten toegekend (1 t/m 4) voor die beleidsdomeinen die ze van waarde achten voor het leefklimaat in de buurt. De optelsom van alle burgerwaarderingen is de begrotingsprioriteit per wijk. In Dordrecht, Stadspolders, is op basis van bewonersbijeenkomsten en vraaggesprekken op straat, de buurtbegroting opgedeeld in drie scenario’s met als titels Houen Zo!, Meer blauw en minder groen, Meer hard en minder zacht. Via een internetpeiling hebben 1611 van de ruim 7000 bewoners gestemd tussen de 3 buurtbegrotingen. Het stellen van prioriteiten in de wijk kan door middel van het bekende ‘stickeren’. Een andere techniek is de checklist die in Elbassan, Albanië gebruikt wordt om de voorstellen te waarderen.
Daarin worden de voorstellen beoordeeld op 10 onderdelen als lange termijnwerking, de daadwerkelijke noodzaak, negatieve effecten, beheer, vergelijking met andere projecten, gedragenheid in de buurt.
8
Schaalsprong Twee sprongen: 1 keuzes vertalen naar financiële consequenties op stedelijke schaal 2 keuzes vertalen naar uitvoeringsconsequenties op buurt-, straat- of netwerkschaal •
Stedelijke schaal Voorbereiden van de sprong van de uitkomst per wijk naar de organisatorische afweging op stedelijk niveau. Dat wil zeggen het vastleggen van de overdracht van de stadsateliers en de wijken naar het gemeentebestuur, de communicatie rond overdrachtsmoment, het voorbereiden van de vervolgstappen op stedelijk niveau totdat het weer terug naar de wijken gaat. De mate van volgen van het stedelijke proces (hoe, waar, hoe te beïnvloeden). De voorbereiding van de plantechnische, financiële en juridische advisering van voor de diverse investeringsvoorstellen. Voorbereiden van het installeren van een stedelijke regiegroep voor de burgerbegroting (Regie voor Burgerbegroting)
41
•
9
Buurten-, straten-, netwerkenschaal Met burgers aanscherpen van de plannen en investeringsvoorstellen (voorkeurslijsten) die passen in de lijn van de vier begrotingsprioriteiten van de wijk. Dit leidt tot een ‘planbeeld’ met letterlijke verbeelding van probleem- en oplossingsmogelijkheden. Het gaat om het op te lossen probleem, de beschrijving van de vraag/dienst en de positie die het voorstel heeft in de voorkeurslijst van de wijk. Hiertoe krijgen burgers professionele ondersteuning van een ambtenaar of vakdeskundige van een andere maatschappelijke partij.
Regie voor Burgerbegroting instellen Een stedelijke groep, de Regie voor Burgerbegroting wordt ingesteld, zij begeleiden het proces van de inrichting van de burgerbegroting. Ze stellen de burgerbegroting voor aan het gemeentebestuur en maakt zogenaamde voorontwerpen van de planbeelden van de wijken. En ze bewaken de uitvoering in de wijken. •
Samenstelling - twee deelnemers (burgers) uit elke wijk die er niet zitten als wijkvertegenwoordiger of wijkonderhandelaar, maar als een soort vooruitgeschoven post van de wijk. Hij/zij kent de waarde en betekenis van bepaalde wijkprioriteiten, kent de achtergronden van de investeringsvoorstellen en de situatie ter plekke (mensen, verhoudingen, problemen, mogelijkheden), - twee deelnemers uit de stadsateliers, - twee deelnemers van de overheid en maatschappelijke partijen (corporatie, welzijnsorganisatie, zorgpartij, veiligheidshuis, cultuurcentrum, school, buurtbeheerbedrijf, enz.), - ondersteund door een staf van deskundigen op gebied van financiële planning, participatie en projectenuitvoering.
•
Opdracht voor Regie Burgerbegroting - Stel een voorstel begrotingskader voor de stad op, dat recht doet aan de begrotingsprioriteiten uit de wijken en stadsateliers. - Stel een investeringsbegroting per wijk op. - Zoek binnen de technische, juridische en financiële mogelijkheden en afspraken de grenzen op van wat mogelijk is. - Bewaak de uitvoeringskwaliteit in de wijken.
10
Vaststelling begrotingskader •
Door de Regie Burgerbegroting wordt het budget voor de burgerbegroting ingedeeld volgens de begrotingsprioriteiten die vanuit de wijken en vanuit de stadsateliers zijn ingesteld. Dit wordt ondersteund door ambtelijke advisering op financieel, plantechnisch en juridisch gebied. Met behulp van een aggregatietechniek (of open discussie) rolt er een indeling uit; dit is het begrotingskader. De gemeenteraad stelt dit vast. Volgend hierop wordt per wijk duidelijk gemaakt wat het budget is waar vervolgens investeringsvoorstellen voor kunnen worden gemaakt.
42
•
Taken Regie Burgerbegroting - Zich informeren over de uitkomsten in de wijken en stadsateliers. - Bekend maken uitkomsten in de vorm van een stedelijke begrotingsprioriteitenlijst. - Opstellen van een voorstel begrotingskader. - Aanbieden begrotingskader aan College en Raad. - Bezoeken van wijken en locaties waar de planbeelden voor geschetst worden. - Voorontwerpen maken: doorrekenen en doortekenen van de planbeelden door vakdeskundigen op basis van de uitkomsten van de stedelijke begrotingsprioriteitenlijst.
•
Formule voor het inrichten van het begrotingskader - Het optellen van de begrotingsprioriteiten per wijk leidt tot een score in de 15 beleidsdomeinen die als bepalend worden gezien voor de ontwikkeling van de kwaliteit van het leefklimaat. De 4 hoogst scorende beleidsdomeinen worden beschouwd als de stedelijke begrotingsprioriteiten. Zij bepalen daarmee voor 80% de omvang bij de inrichting van het begrotingskader. - Van het vrij inzetbare deel van het participatieve budget wordt 80% gereserveerd voor de stedelijke begrotingsprioriteiten. - De overige 20% is voor plannen die wel op de voorkeurslijst van wijken voorkomt, maar niet als stedelijke prioriteit gelden. - Naast de 80% en 20% zijn er ook nog de gelabelde budgetten die gelden als aanvullend budget in de beleidsdomeinen waar ze onder vallen. - Het totale 80%-budget wordt verdeeld over de vier begrotingsprioriteiten. En het 20%-budget over de overige 11 beleidsdomeinen. Het gelabelde budget wordt in de bij het label passende beleidsdomeinen geplaatst. - Dit gebeurt door rekening te houden met de uitkomsten en aanbevelingen van de stadsateliers, met al aangegane verplichtingen, met het willen hebben van basiskwaliteit van een goed leefklimaat in wijken en de indrukken van de wijkbezoeken. - De uitkomst van deze verdeling is het voorstel begrotingskader van de stad.
- Na interne besprekingen (overheid, meefinancierende maatschappelijke partijen) wordt het besproken en mogelijk bijgesteld door de Regie Burgerbegroting. - De Regie Burgerbegroting stelt het voorstel begrotingskader vast en biedt het aan het College van B en W en Gemeenteraad aan. Deze neemt een finale besluit. Voor de beoordeling van de kwaliteit van het leefklimaat kan gebruik gemaakt worden van de monitor Leefbarometer. Deze geeft de algemene leefbaarheidscore per wijk weer. Hiervoor hanteert ze 49 indicatoren. Ook de afzonderlijke aspecten die een wijk leefbaar maken worden inzichtelijk gemaakt, zoals de veiligheidssituatie, de sociale samenhang, het voorzieningenniveau en de bevolkingssamenstelling. In de meeste Zuid-Amerikaanse steden wordt het begrotingskader voor een burgerbegroting voor een belangrijk deel opgebouwd vanuit de prioriteiten uit de wijken. Hiervoor is een begrotingsmatrix gemaakt. Uit 12 tot 15 beleidsdomeinen bepalen aanwezige burgers op een wijkbijeenkomst de vier belangrijkste met de waardering van 4 tot en met 1 punt. Deze vier zijn de begrotingsprioriteiten van de wijk. Op stedelijk niveau worden alle beleidsdomeinen opgeteld en dat leidt tot een stedelijke lijst. De top drie van deze lijst geldt stadsbreed en is bepalend voor de verdere inrichting van de begroting.
Het planningsinstituut maakt hierop een begrotingsinrichting en houdt ook rekening met nog drie punten: de prioriteiten vanuit de zes stedelijke thema’s, de investeringen waartoe besloten werd in het kader van de langetermijnplanning, het uitgangspunt om een bepaald minimum niveau aan basisdiensten te willen leveren. De Regie Burgerbegroting stemt over het begrotingskader en uiteindelijk beslist de gemeenteraad. Zie ook hoofdstuk ‘Porto Alegre, als voorbeeld’.
43
11
Plannen maken per wijk Per wijk worden de voorbereidingen getroffen om de gemaakte planbeelden om te zetten in realisaties. Op de eerste plaats middels wijkcommunicatie de uitkomsten te delen van begrotingsprioriteiten per wijk en burgers op te roepen mee te doen bij de verdere planontwikkeling. •
12
Werkaanpak Zo snel mogelijk na de installatie van de Regie Burgerbegroting wordt de stedelijke begrotingsprioriteitenlijst bekend gemaakt die het resultaat laat zien van de belangrijkste begrotingsprioriteiten van alle wijken en stadsateliers. Daardoor weten burgers wat de top vier is. Op basis van deze stedelijke begrotingsprioriteitenlijst kunnen burgers besluiten verder te gaan met de voorbereiding en uitwerking van hun plannen. Ze kunnen ook op zeker spelen en de definitieve investeringsbegroting per wijk afwachten.
Vaststellen investeringsbegroting per wijk Met het begrotingskader letterlijk als kader wordt het participatieve budget verdeeld over de wijken. De Regie Burgerbegroting organiseert de toedeling per wijk. •
Werkaanpak Voorontwerpen maken: doorrekenen en doortekenen van de planbeelden door vakdeskundigen op basis van de uitkomsten van de stedelijke begrotingsprioriteitenlijst. Toedelen van de budgetten per wijk op basis van drie factoren: het inwonertal van de wijk, de gestelde wijk begrotingsprioriteiten en de leefkwaliteit in de wijk. Eventuele budgetaanvulling door gelabeld budget van maatschappelijke partijen of derde partijen, toe te voegen aan de investeringsbegroting. Per wijk aangeven welke plannen met welke prioriteit gerealiseerd moeten worden.
Inhoud van een voorontwerp: - Geldt voor zowel fysieke, ruimtelijke, sociale of economische planbeelden. - Geeft mogelijkheden aan om het planbeeld te realiseren. - Geeft oplossingstechnische en juridische (on)mogelijkheden aan. - Geeft maatvoering aan van het plan: verhouding tot de omgeving en andere voorzieningen in de omgeving. - Geeft relatie aan met andere planbeelden, projecten, voorzieningen en diensten en mogelijkheden tot afstemmen. - Geeft een financiële bandbreedte aan.
44
Matrix voor budgetverdeling per wijk De drie stedelijke begrotingsprioriteiten worden per prioriteit verdeeld over de wijken door een formule van inwoneraantal + leefkwaliteit + prioriteit in de wijk. Inwonertal: het aantal inwoners in een wijk krijgt een puntenaantal. De minst bevolkte wijken krijgen 1 en de dichtstbevolkte wijken een 4. Elke gemeente moet zijn eigen vierkwarts schaalindeling maken. Leefkwaliteit: de zeven treden van de leefbarometer krijgen een waardering. Is de leefbaarheidscore uiterst negatief of negatief 4 punten, matig 3 punten, matig positief en positief 2 punten, uiterst positief 1 punt. Wijkprioriteit: scoort het beleidsdomein in de beleidsprioriteit van de wijk. Staat het bovenaan 4 punten, tweede plek 3, derde plek 2 punten en op de vierde plaats 1 punt. De drie toewijzingscriteria krijgen een wegingsfactor mee: het inwonertal heeft de zwaarte 2, de leefkwaliteit 3 en de wijkprioriteit 5. Door het puntenaantal te vermenigvuldigen met de wegingsfactor krijgt elke wijk een puntenaantal per beleidsdomein. Het puntenaantal is percentueel bepalend voor de toewijzing van het budget dat voor dat beleidsdomein in het begrotingskader van de stad is gereserveerd. Door de uitkomsten voor alle beleidsdomeinen op te tellen ontstaat er een wijkbudget, dit kan nog aangevuld worden met budget van andere partijen.
De Regie Burgerbegroting geeft aan welke investeringsvoorstellen van de wijk per beleidsdomein gerealiseerd moeten worden. Daarvoor speelt ze in op de voorontwerpen die gemaakt zijn per planbeeld. Zie ook voorbeeldmatrix in hoofdstuk ‘Porto Alegre, als voorbeeld’.
13
Plannen smeden Per investeringsvoorstel een uitvoeringsorganisatie opzetten met burgers, overheid, maatschappelijke partijen en bedrijfsleven. In de uitvoeringsorganisatie is altijd een plaats voor burgers ingeruimd. De uitvoeringsorganisatie wordt in eerste instantie opgebouwd vanuit de bewoners die het idee hebben aangedragen en het eerste planbeeld hebben geschetst. Ze moet de investeringsvoorstellen omzetten in haalbare uitvoeringsplannen, de aanbesteding organiseren en daarna zorg dragen voor de uitvoering. Het voorstel voor de uitvoeringsorganisatie wordt gemaakt vanuit de wijkregie. De wijkdeelnemers vanuit de Regie Burgerbegroting worden toegevoegd aan de wijkregie. In de gemeente Emmen hebben wijken en dorpen de mogelijkheid om de aanbesteding van diensten en producten op onderdelen zelf te doen. Daarvoor heeft de gemeente de aanbestedingsprocedure in vijf fasen ontrafeld en per fase afgesproken welke verantwoordelijkheid bij het wijk/dorp gelegd kan worden en welke verantwoordelijkheid bij de gemeentelijke overheid hoort. Bewoners aanbestedingsmodel Gemeente Emmen: Control Wijk/dorp Gemeente Specificeren Selecteren
Wens Evt. opstellen bestek Aanvraag offertes Selecteren offertes
Contracteren
Handtekening
Bewaken levering
Extra ogen
Nazorg
Opstellen / goedkeuren bestek Controleren offertes Wettelijk toezicht (milieu, arbo) Overnemen Onderhoud
45
14
Volgen en verbeteren Het volgen van de uitvoering van de investeringsvoorstellen door de Regie Burgerbegroting. Het beoordelen van het proces van de burgerbegroting.
15
•
Uitvoering De uitvoering wordt in de eerste plaats bewaakt door burgers die een plek hebben in de uitvoeringsorganisatie, in de tweede plaats door de wijkdeelnemers uit de Regie Burgerbegroting die na het vaststellen van de investeringsbegroting meedraaien in de wijkregie. Er moeten schriftelijke voortgangsrapportages gemaakt worden voor de RBB. Waar nodig moet de RBB kunnen ingrijpen om het uitvoeringsproces te versnellen of bij te sturen.
•
Proces burgerbegroting De RBB organiseert een evaluatie van de jaarcyclus van de burgerbegroting. Ze komt met een rapportage, conclusies, aanbevelingen en concrete verbetervoorstellen. Ze neemt een besluit en is bevoegd de keuzes in te voegen in de volgende jaarcyclus burgerbegroting.
Afronden en overdragen De Regie Burgerbegroting sluit de jaarcyclus af door het melden van: - de laatste stand van zaken van de voortgang - de evaluatie-uitkomsten - de besluiten die ze genomen hebben naar aanleiding van de evaluatie. De Regie Burgerbegroting draagt hiermee haar werk over en verzoekt het gemeentebestuur een volgende cyclus burgerbegroting te starten
Meerjaren invoeringsstrategie Een stadsbrede aanpak burgerbegroting kan bijna nooit in één keer ingevoerd worden. De stad is immers al honderden jaren in beweging. Naast jarenlange gewoontes zijn er ook oude afspraken die niet direct opgezegd kunnen worden. Daarnaast moet er een burgerbegroting-organisatie opgetuigd worden. Om drie redenen pleiten we voor een meerjaren invoeringsstrategie: 1 Geld vrij maken kost tijd in verband met bestaande verplichtingen. a. budget is al voor meerdere jaren vastgelegd voor een bepaalde dienst of opgave, b. er zijn contactuele meerjarenafspraken met leveranciers, c. er zijn verplichtingen aangegaan met samenwerkingspartners (andere overheden, PPP-constructies). 2 Organisatiekosten voor personeel en uitvoering is bij de start vaak niet rond en moet in de loop der tijd opgebouwd worden. 3 Keuze voor een oefenperiode van 1 à 2 jaar. En ondertussen, op een tweede spoor, wel de voorbereidingen treffen voor een gemeentebrede invoering.
46
Literatuurlijst -Abers, Rebecca, cientelisme tot cooperatie: plaatselijk bestuur, beleidsdeelname en burgerinitiatief in Porto Alegre, Brazilië -Acioly Jr., Claudio, André Herzog, Eduardo Sandino, Victor Henry Andrade, Participatory Budgeting in the Municipality of Santo André, Brazil: the challenges in linking short-term action and long-term strategic planning -Allegretti Giovanni, "The spreading of Participatory Budgeting in Europe. How the season of networks is strengthening social and technical issues?". -Babcock, Courtney, Erin Brannan , Priyanka Gupta, Shital Shah, Western participatory practices: observations on experience -Baiocchi, Gianpaolo, Patrick Heller, Shubham Chaudhuri, Marcelo Kunrath Silva, Measuring and Evaluating Empowerment: Participatory Budgeting in Brazilian Municipalities -Benda, Wim, Porto Alegre: Participatief budget of openbreken kapitalistisch keurslijf? -Bertelsmann Stiftung -Kommunaler Burgerhaushalt.
in Leitfaden für den Praxis -Blesgraaf, Heleen, Gezocht leider (m/v) Een analyse van de consejeros van het Participatief Budget in San Joaquín (Santiago) -Bhatnagar, Deepti, Animesh Rathore Deepti Bhatnagar, Moreno Torres, Parameeta Kanungo and Animesh Rathore, Participatory budgeting in Brazil -I Bonder, Cintia, Julio Jacobo Waiselfisz, Jovchelovitch Noleto, Miriam Thais Dias, Paulo Chiecheski Paths to social inclusion,:Porto Alegre’s Network of Popular Participation -Bos, Willem Meer dan ´democratisering van het Poldermodel´. Pleidooi voor participatief budgetteren in Nederland\ -Bos, Willem, Participatief budgetteren ook in Nederland zinvol -Conceição Comiche, Eneas, Overview of the Key Factors Underlying Policy Reforms in Africa to Strengthen Budget Transparency, Voice and Independent Oversight -Doucet, Clive, The Participative Budget in Porto Alegre: Insights from a Study Visit of a Canadian Councillor -Duijn, Marco van, is participatief budget alternatief voor representatieve democratie? -Durose, Catherine, Lawrence Pratchett, Vivien Lowndes, Graham Smith, Gerry Stoker, Corinne Wales, Empowering communities to influence local decision making -Emmrich, Christina, Bürgerhaushalt im Bezirk Berlin-Lichtenberg -Engbersen, Radboud, Kees Fortuin, Joop Hofman.
Bewonersbudgetten, wat schuift het? Engel, Denise, Richard Oelmann Planspiel „Bürgerhaushalt“ -Gemeente Etten Leur, Eindrapportage Burgerparticipatie Ombuigingen -Gemeente Bergheim, Bürgerbeteiligung Haushalt 2008 / 09 Wir rechnen mit Ihnen! -Gemeente Bonn, Burgerhaushalt, Begreifen, Bewerten, Beteiligen -Gemeente Deventer, Kwestie van Kiezen -Gemeente Lichtenberg von Berlin Alles, was zählt, Tipps und Infos zum 2. Bürgerhaushalt Lichtenberg 2008 -Gemeente Lichtenberg Berlijn, Bürgerhaushakt Lichtenberg 2011 -Gemeente Midden Drenthe, Eeindverslag projectgroep bezuinigen -Gemeente Freiburg, Der Freiburger Beteiligungshaushalt 2008. Eine Zwischenbilanz -Gret, Marion, Yves Sintomer, Het participatieve budget: een originele voorziening -Hendriks, Frank Vitale democratie -Herzberg, Carsten, Bürgerhaushalt in Großstädten -Herzberg, Carsten, Anja Röcke, Yves Sintomer Von Porto Alegre nach Europa.