Bijlage 1.1 Bijlagen bij Toelichting
Tekst van het document
RUrHRJczhrJS (23 november 2023)
6/16
Projectberekening
Per eigen rekenpunt
2 1
RUrHRJczhrJS (23 november 2023)
Naam
Coördinaat
Arendonk, Merksplas, Oud-Turnhout, Ravels en Turnhout (22 X:128460 km) Y:384676 Heesbossen, Vallei van Marke en Merkske en Ringven met X:115326 valleigronden langs de Heerlese Loop (20 km) Y:389643
Projectbijdrage (mol N/ha/jr)
-
7/16
Projectberekening
Beoogd bouwfase, Rekenjaar 2024 1
Landbouw | Stalemissies
Naam Stal 2 Locatie X:126500,23 Y:407540 Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Dierverblijven
Gebouw Uittreedhoogte Warmteinhoud
Diersoort RAV-code - Omschrijving
2
3
Landbouw | Stalemissies
Stal 3 2,3 m 0,000 MW
NH₃
BWLcode
Landbouw | Stalemissies
Gebouw Uittreedhoogte Warmteinhoud
Diersoort RAV-code - Omschrijving
4
Stof Emissiefactor (kg/dier/j)
Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte t.o.v. maaiveld Verkeer
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer
RUrHRJczhrJS (23 november 2023)
462,0 kg/j
Reductie Emissie
-
5,0 kg/j
NH₃ 4,4
-
132,0 kg/j
Stof Emissiefactor (kg/dier/j)
Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren
-
NH₃ 5
Aantal dieren
Bedrijfswegverkeer Noord X:126523,51 Y:407808,48 748,25 m Buitenweg Beide richtingen 1 Normaal 0m
Reductie Emissie
137,0 kg/j
NH₃
BWLcode
Max. snelheid
NH₃ 4,4
Stal 2 0,8 m 0,000 MW
A3.100 - overige huisvestingssystemen Overig 96 (Rundvee; vrouwelijk jongvee tot 2 jaar)
Wegverkeer | Weg
462,0 kg/j
Aantal Stof Emissiefactor dieren (kg/dier/j)
K1.100 - overige huisvestingssystemen Overig 1 (Paarden; volwassen paarden (3 jaar en ouder)) A3.100 - overige huisvestingssystemen Overig 30 (Rundvee; vrouwelijk jongvee tot 2 jaar)
Naam Iglo's Locatie X:126466,53 Y:407529,59 Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Dierverblijven
Aantal dieren
A3.100 - overige huisvestingssystemen Overig 105 (Rundvee; vrouwelijk jongvee tot 2 jaar)
Diersoort RAV-code - Omschrijving
NH₃
BWLcode
Naam Stal 3 Gebouw Locatie X:126464 Y:407551 Uittreedhoogte Wijze van ventilatie Niet geforceerd Warmteinhoud Temporele variatie Dierverblijven
Stal 2 6,3 m 0,000 MW
422,4 kg/j
NH₃ 4,4
Type scherm Hoogte Afstand tot de weg
Reductie Emissie
-
Links Rechts NOₓ - NO₂ - NH₃
-
-
Aantal voertuigbewegingen
52,0 /jaar 0,0 /jaar 303,0 /jaar 0,0 /jaar
422,4 kg/j 0,7 kg/j 0,2 kg/j 21,8 g/j
In file
0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %
8/16
Projectberekening
5
Wegverkeer | Weg
Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte t.o.v. maaiveld Verkeer
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer 6
Wegverkeer | Weg
Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte t.o.v. maaiveld Verkeer
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer 7
Wegverkeer | Weg
Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte t.o.v. maaiveld Verkeer
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer
RUrHRJczhrJS (23 november 2023)
Bedrijfswegverkeer Zuid X:126595,97 Y:407099,24 1.122,79 m Buitenweg Beide richtingen 1 Normaal 0m Max. snelheid
Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Privé wegverkeer Noord X:126522,94 Y:407847,02 671,16 m Buitenweg Beide richtingen 1 Normaal 0m Max. snelheid
Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Privéwegverkeer Zuid X:126599,74 Y:407060,88 1.045,70 m Buitenweg Beide richtingen 1 Normaal 0m Max. snelheid
Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren
Type scherm Hoogte Afstand tot de weg
Links Rechts NOₓ - NO₂ - NH₃
-
-
Aantal voertuigbewegingen
52,0 /jaar 0,0 /jaar 303,0 /jaar 0,0 /jaar Type scherm Hoogte Afstand tot de weg
Links Rechts NOₓ - NO₂ - NH₃
-
-
Aantal voertuigbewegingen
1.161,0 /jaar 0,0 /jaar 0,0 /jaar 0,0 /jaar Type scherm Hoogte Afstand tot de weg
Links Rechts NOₓ - NO₂ - NH₃
-
-
Aantal voertuigbewegingen
1.193,0 /jaar 0,0 /jaar 0,0 /jaar 0,0 /jaar
1,1 kg/j 0,3 kg/j 32,8 g/j
In file
0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %
0,1 kg/j 29,7 g/j 13,9 g/j
In file
0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %
0,2 kg/j 47,5 g/j 22,3 g/j
In file
0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %
9/16
Projectberekening
8
Wegverkeer | Weg
Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte t.o.v. maaiveld Verkeer
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer 9
Privéwegverkeer West X:125905,02 Y:407404,77 1.501,87 m Buitenweg Beide richtingen 1 Normaal 0m
Type scherm Hoogte Afstand tot de weg
Max. snelheid
Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren
Mobiele werktuigen X:126497,9 Y:407557,41 1,00 ha
-
-
Aantal voertuigbewegingen
0,2 kg/j 44,9 g/j 21,1 g/j
In file
785,0 /jaar 0,0 /jaar 0,0 /jaar 0,0 /jaar
0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %
NOₓ NH₃
373,3 kg/j 0,5 kg/j
Mobiele werktuigen | Landbouw
Naam Locatie Oppervlakte
Links Rechts NOₓ - NO₂ - NH₃
Naam
Stageklasse
Tractor 75 kW
Stage-IIIA, 2006-2010, 56-75 kW, diesel, 6650 l/j SCR: nee
Tractor 45 kW
Stage-IIIA, 2006-2010, <= 56 kW, diesel, 5059 l/j SCR: nee
730 u/j
Loader 35 kW
Stage-IIIA, 2006-2010, <= 56 kW, diesel, 2372 l/j SCR: nee
365 u/j
136,7 kg/j NH₃ 49,9 g/j NOₓ 155,4 kg/j NH₃ 37,9 g/j NOₓ 73,0 kg/j
Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, 1468 l/j SCR: ja
57 u/j
NH₃ 17,8 g/j NOₓ 8,2 kg/j
Stationair draaien 10
Wonen en Werken | Woningen
Naam Stookinstallatie Gebouw bedrijfswoning Uittreedhoogte Locatie X:126535 Y:407519 Warmteinhoud Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Continue Emissie
RUrHRJczhrJS (23 november 2023)
Brandstofverbruik
Bedrijfswoning 7,0 m 0,000 MW
Draaiuren AdBlue verbruik
730 u/j
88 l/j
Stof Emissie
NOₓ
NH₃ 0,4 kg/j NOₓ
3,6 kg/j
10/16
Projectberekening
11
Wegverkeer | Weg
Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte t.o.v. maaiveld Verkeer
Bouwverkeer Noord X:126524,41 Y:407747,66 869,89 m Buitenweg Beide richtingen 1 Normaal 0m Max. snelheid
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer 12
Wegverkeer | Weg
Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte t.o.v. maaiveld Verkeer
Bouwverkeer Zuid X:126595,81 Y:407100,4 1.125,12 m Buitenweg Beide richtingen 1 Normaal 0m
Links Rechts NOₓ - NO₂ - NH₃
-
-
Aantal voertuigbewegingen
Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer 13
Type scherm Hoogte Afstand tot de weg
In file
3,0 /etmaal 0,0 /etmaal 1,0 /etmaal 0,0 /etmaal Type scherm Hoogte Afstand tot de weg
Max. snelheid
Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren
0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %
Links Rechts NOₓ - NO₂ - NH₃
-
-
Aantal voertuigbewegingen
Mobiele bronnen bouw X:126403,63 Y:407501,33 0,15 ha
Graafmachine
Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: ja
Betonpomp
Naam
0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %
NOₓ NH₃
23,6 kg/j 1,0 kg/j
Brandstofverbruik
Draaiuren AdBlue verbruik
80 u/j
153 l/j
Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: ja
1018 l/j
32 u/j
61 l/j
14,0 kg/j NH₃ 0,6 kg/j NOₓ 5,7 kg/j
Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: ja
509 l/j
16 u/j
31 l/j
NH₃ 0,2 kg/j NOₓ 2,6 kg/j
Graafmachine 20 Stage-IV, 2014-2018, <= 56 kW, diesel, 62 l/j kW SCR: nee
16 u/j
Mobiele Bouwkraan
RUrHRJczhrJS (23 november 2023)
Stageklasse
1,5 kg/j 0,5 kg/j 60,3 g/j
In file
3,0 /etmaal 0,0 /etmaal 1,0 /etmaal 0,0 /etmaal
Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning
Naam Locatie Oppervlakte
1,2 kg/j 0,4 kg/j 46,6 g/j
2545 l/j
Stof Emissie
NOₓ
NH₃ 0,1 kg/j NOₓ 1,3 kg/j NH₃ 0,0 kg/j
11/16
Projectberekening
14
Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning
Naam Locatie Oppervlakte Naam
Mobiele bron sloop X:126533,33 Y:407519,42 0,09 ha
Stageklasse
Graafmachine Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: ja
RUrHRJczhrJS (23 november 2023)
NOₓ NH₃
Brandstofverbruik
1018 l/j
5,7 kg/j 0,2 kg/j
Draaiuren AdBlue verbruik
32 u/j
61 l/j
Stof Emissie
NOₓ NH₃
5,7 kg/j 0,2 kg/j
12/16
Projectberekening
Referentie, Rekenjaar 2024 1
Landbouw | Stalemissies
Naam Stal 2 Locatie X:126500,23 Y:407540 Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Dierverblijven
Gebouw Uittreedhoogte Warmteinhoud
Diersoort RAV-code - Omschrijving
2
3
Landbouw | Stalemissies
Stal 3 2,3 m 0,000 MW
NH₃
BWLcode
Landbouw | Stalemissies
Gebouw Uittreedhoogte Warmteinhoud
Diersoort RAV-code - Omschrijving
4
Stof Emissiefactor (kg/dier/j)
Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte t.o.v. maaiveld Verkeer
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer
RUrHRJczhrJS (23 november 2023)
462,0 kg/j
Reductie Emissie
-
5,0 kg/j
NH₃ 4,4
-
132,0 kg/j
Stof Emissiefactor (kg/dier/j)
Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren
-
NH₃ 5
Aantal dieren
Bedrijfswegverkeer Noord X:126523,51 Y:407808,48 748,25 m Buitenweg Beide richtingen 1 Normaal 0m
Reductie Emissie
137,0 kg/j
NH₃
BWLcode
Max. snelheid
NH₃ 4,4
Stal 2 0,8 m 0,000 MW
A3.100 - overige huisvestingssystemen Overig 96 (Rundvee; vrouwelijk jongvee tot 2 jaar)
Wegverkeer | Weg
462,0 kg/j
Aantal Stof Emissiefactor dieren (kg/dier/j)
K1.100 - overige huisvestingssystemen Overig 1 (Paarden; volwassen paarden (3 jaar en ouder)) A3.100 - overige huisvestingssystemen Overig 30 (Rundvee; vrouwelijk jongvee tot 2 jaar)
Naam Iglo's Locatie X:126466,53 Y:407529,59 Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Dierverblijven
Aantal dieren
A3.100 - overige huisvestingssystemen Overig 105 (Rundvee; vrouwelijk jongvee tot 2 jaar)
Diersoort RAV-code - Omschrijving
NH₃
BWLcode
Naam Stal 3 Gebouw Locatie X:126464 Y:407551 Uittreedhoogte Wijze van ventilatie Niet geforceerd Warmteinhoud Temporele variatie Dierverblijven
Stal 2 6,3 m 0,000 MW
422,4 kg/j
NH₃ 4,4
Type scherm Hoogte Afstand tot de weg
Reductie Emissie
-
Links Rechts NOₓ - NO₂ - NH₃
-
-
Aantal voertuigbewegingen
52,0 /jaar 0,0 /jaar 303,0 /jaar 0,0 /jaar
422,4 kg/j 0,7 kg/j 0,2 kg/j 21,8 g/j
In file
0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %
13/16
Projectberekening
5
Wegverkeer | Weg
Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte t.o.v. maaiveld Verkeer
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer 6
Wegverkeer | Weg
Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte t.o.v. maaiveld Verkeer
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer 7
Wegverkeer | Weg
Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte t.o.v. maaiveld Verkeer
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer
RUrHRJczhrJS (23 november 2023)
Bedrijfswegverkeer Zuid X:126595,97 Y:407099,24 1.122,79 m Buitenweg Beide richtingen 1 Normaal 0m Max. snelheid
Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Privé wegverkeer Noord X:126522,94 Y:407847,02 671,16 m Buitenweg Beide richtingen 1 Normaal 0m Max. snelheid
Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Privéwegverkeer Zuid X:126599,74 Y:407060,88 1.045,70 m Buitenweg Beide richtingen 1 Normaal 0m Max. snelheid
Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren
Type scherm Hoogte Afstand tot de weg
Links Rechts NOₓ - NO₂ - NH₃
-
-
Aantal voertuigbewegingen
52,0 /jaar 0,0 /jaar 303,0 /jaar 0,0 /jaar Type scherm Hoogte Afstand tot de weg
Links Rechts NOₓ - NO₂ - NH₃
-
-
Aantal voertuigbewegingen
1.161,0 /jaar 0,0 /jaar 0,0 /jaar 0,0 /jaar Type scherm Hoogte Afstand tot de weg
Links Rechts NOₓ - NO₂ - NH₃
-
-
Aantal voertuigbewegingen
1.193,0 /jaar 0,0 /jaar 0,0 /jaar 0,0 /jaar
1,1 kg/j 0,3 kg/j 32,8 g/j
In file
0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %
0,1 kg/j 29,7 g/j 13,9 g/j
In file
0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %
0,2 kg/j 47,5 g/j 22,3 g/j
In file
0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %
14/16
Projectberekening
8
Wegverkeer | Weg
Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte t.o.v. maaiveld Verkeer
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer 9
Privéwegverkeer West X:125905,02 Y:407404,77 1.501,87 m Buitenweg Beide richtingen 1 Normaal 0m
Type scherm Hoogte Afstand tot de weg
Max. snelheid
Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren
Mobiele werktuigen X:126497,9 Y:407557,41 1,00 ha
-
-
Aantal voertuigbewegingen
0,2 kg/j 44,9 g/j 21,1 g/j
In file
785,0 /jaar 0,0 /jaar 0,0 /jaar 0,0 /jaar
0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %
NOₓ NH₃
373,3 kg/j 0,5 kg/j
Mobiele werktuigen | Landbouw
Naam Locatie Oppervlakte
Links Rechts NOₓ - NO₂ - NH₃
Naam
Stageklasse
Tractor 75 kW
Stage-IIIA, 2006-2010, 56-75 kW, diesel, 6650 l/j SCR: nee
Tractor 45 kW
Stage-IIIA, 2006-2010, <= 56 kW, diesel, 5059 l/j SCR: nee
730 u/j
Loader 35 kW
Stage-IIIA, 2006-2010, <= 56 kW, diesel, 2372 l/j SCR: nee
365 u/j
136,7 kg/j NH₃ 49,9 g/j NOₓ 155,4 kg/j NH₃ 37,9 g/j NOₓ 73,0 kg/j
Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, 1468 l/j SCR: ja
57 u/j
NH₃ 17,8 g/j NOₓ 8,2 kg/j
Stationair draaien 10
Wonen en Werken | Woningen
Naam Stookinstallatie Gebouw bedrijfswoning Uittreedhoogte Locatie X:126535 Y:407519 Warmteinhoud Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Continue Emissie
Brandstofverbruik
Bedrijfswoning 7,0 m 0,000 MW
Draaiuren AdBlue verbruik
730 u/j
88 l/j
Stof Emissie
NOₓ
NH₃ 0,4 kg/j NOₓ
3,6 kg/j
Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.
RUrHRJczhrJS (23 november 2023)
15/16
Projectberekening
Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie 2023.0.1_20231106_3125d8b3c1 Database versie 2023.0.1_3125d8b3c1_calculator_nl_stable Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/
RUrHRJczhrJS (23 november 2023)
16/16
bestemmingsplan Leiweg 1, Waspik
Bijlage 5 QuickScan Flora en Fauna
bestemmingsplan "Leiweg 1, Waspik" (vastgesteld)
53
Natuur
ECOLOGISCHE QUICKSCAN Onderzoek naar beschermde natuurwaarden ten behoeve van ruimtelijke ontwikkeling
Locatie: Leiweg 1 Waspik Rapportnummer: 2023-BE-0779 In opdracht van: Van Dun Advies Raadhuisstraat 32 5126 CJ Gilze
Ecologische quickscan Leiweg 1 Waspik, BE-0779
Colofon Rapportage Brabant Eco Rapportnummer 2023-BE-0779 Opdrachtgever Van Dun Advies Contactpersoon Mevrouw N. Leenen Locatie Leiweg 1 Waspik
Auteur Freek Rovers Verantwoordelijke controle Frenk van de Wal
Opleverdatum 29 november 2023
De Lange Kant 27 5061 PX Oisterwijk 06-24218274 www.brabanteco.nl
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
Overname, verveelvoudiging of openbaarmaking van dit rapport is niet toegestaan zonder vermelding van bron.
Dit rapport is met de grootste zorg samengesteld. Desondanks aanvaardt Brabant Eco geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit het gebruik van de resultaten van dit onderzoek door toepassing van adviezen.
1
Ecologische quickscan Leiweg 1 Waspik, BE-0779
Inhoudsopgave SAMENVATTING ................................................................................................................... 3 1.
INLEIDING EN ONDERZOEK ........................................................................................... 4 1.1 Aanleiding ............................................................................................................................. 4 1.2 Doelstelling ........................................................................................................................... 4 1.3 Centrale vraagstelling .......................................................................................................... 4 1.4 Criteria................................................................................................................................... 4 1.5 Geldigheid onderzoek........................................................................................................... 5
2.
BELEIDSKADER .............................................................................................................. 6 2.1 Gebiedsbescherming ............................................................................................................ 6 2.2 Soortenbescherming ............................................................................................................ 6 2.3 Bescherming van houtopstanden ........................................................................................ 8 2.4 Zorgplicht .............................................................................................................................. 8
3.
PLANGEBIEDSBESCHRIJVING ......................................................................................... 9 3.1 Huidige situatie ..................................................................................................................... 9
4.
PRAKTIJK ECOLOGISCHE QUICKSCAN .......................................................................... 12 4.1 Bureauonderzoek ............................................................................................................... 12 4.2 Veldonderzoek .................................................................................................................... 13 4.3 Beschrijving plangebied ..................................................................................................... 13
5.
BESCHERMDE NATUURWAARDEN .............................................................................. 16 5.1 Gebiedsbescherming .......................................................................................................... 16 5.2 Soortenbescherming .......................................................................................................... 17 5.3 Houtopstanden ................................................................................................................... 25
6.
RESULTATEN EN ADVIES ............................................................................................. 26 6.1 Resultaten ........................................................................................................................... 26 6.2 Advies en aanbevelingen .................................................................................................... 26
7.
BRONNEN ................................................................................................................... 28
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
2
Ecologische quickscan Leiweg 1 Waspik, BE-0779
SAMENVATTING
Initiatiefnemer is voornemens om de bestaande woning met garage op de planlocatie aan de Leiweg 1 te Waspik te slopen. Daarnaast zal het bouwvlak aangepast worden. Daarna wordt een nieuwe bedrijfswoning met garage gerealiseerd. Bij deze werkzaamheden is de opdrachtgever gebonden aan de Wet natuurbescherming. Omdat overtreding van de Wet natuurbescherming op voorhand niet uitgesloten kan worden is aan Brabant Eco de opdracht gegeven voor het uitvoeren van een ecologische quickscan op de planlocatie in het kader van de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling. Dit voorliggend rapport geeft een beschrijving van het plangebied en het uitgevoerde onderzoek. Daarnaast geeft dit rapport inzicht in de mogelijke knelpunten in het kader van de natuurwetgeving en beleid en de mogelijke effecten op beschermde flora en fauna en op beschermde natuurgebieden als gevolg van het project. Het rapport kan voor de opdrachtgever als bewijsstuk dienen voor het verrichtte natuuronderzoek. Op basis van uitgevoerd onderzoek zijn geen effecten met werkzaamheden te verwachten die van negatieve invloed zijn op de mogelijk aanwezige beschermde soorten en hun functioneel leefgebied. Het grasland is begroeid met Engels raaigras en enkele algemene kruidensoorten. De bebouwing is in goede staat en volledig afgesloten onder andere middels bijenbekjes en vogelschroot.
Hierdoor is de te slopen woning met garage volledig ongeschikt als nest- of verblijfplaats van beschermde diersoorten. Het deel van de Leij waarover beoogd wordt een brug te bouwen wordt enkele tientallen meters verderop al onderbroken door de Vogelzangstraat die over de Leij loopt. De eventuele stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden dient aangetoond of uitgesloten te worden met een Aerius berekening. Nader onderzoek of een ontheffingsaanvraag is niet nodig. De zorgplicht is altijd van toepassing. Natuurinclusief bouwen wordt aanbevolen. Freek Rovers Brabant Eco November 2023
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
3
Ecologische quickscan Leiweg 1 Waspik, BE-0779
1. INLEIDING EN ONDERZOEK
1.1 Aanleiding Volgens opdrachtgever Van Dun Advies is het voornemen om op de planlocatie aan de Leiweg 1 te Waspik het bouwvlak aan te passen. De bestaande woning met garage zal gesloopt worden, daarna zal in het nieuwe bouwvlak een bedrijfswoning met garage gerealiseerd worden. Bij deze werkzaamheden is opdrachtgever gebonden aan de Wet natuurbescherming. In opdracht heeft Brabant Eco een ecologische quickscan uitgevoerd voor de planlocatie en directe omgeving in het kader van de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling.
1.2 Doelstelling Het doel van dit verkennend onderzoek is om vast te stellen of de geplande ontwikkeling mogelijk effect heeft op de beschermde flora en fauna en op beschermde natuurgebieden. Ingeschat wordt of er binnen het invloedsgebied planten- en diersoorten aanwezig of te verwachten zijn, die volgens de Wet natuurbescherming een beschermde status hebben en die mogelijk negatieve invloeden kunnen ondervinden door de voorgenomen ingreep. Tevens wordt beoordeeld of de voorgenomen ingreep invloed kan hebben op Natura 2000-gebieden, houtopstanden die middels de Wet natuurbescherming zijn beschermd, of op gebieden die deel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland. Er wordt een eerste inzicht verkregen in de mogelijke effecten op deze beschermde natuurwaarden in en om het plangebied en de mogelijke vervolgstappen die moeten worden ondernomen met betrekking tot aanvullend veldonderzoek, nader effectonderzoek en nadere procedures. Naast soorten die bijzondere bescherming genieten, geldt er een algemene zorgplicht om planten en dieren niet onnodig te verstoren. Daarom dienen flora en fauna en eventuele effecten in kaart gebracht te worden om deze te kunnen toetsen aan de natuurwetgeving.
Dit rapport geeft inzicht in de mogelijke knelpunten in het kader van natuurwetgeving en -beleid en de mogelijke effecten als gevolg van het project en kan voor de opdrachtgever als bewijsstuk dienen voor het verrichtte natuuronderzoek.
1.3 Centrale vraagstelling Is de voorgenomen ontwikkeling op basis van de gevonden resultaten in strijd met de natuurwetgeving en dienen eventuele vervolgstappen genomen te worden voordat met de uitvoering gestart kan worden?
1.4 Criteria Op dit natuuronderzoek zijn de volgende criteria van toepassing: o Het onderzoek is uitgevoerd door deskundige ecologen volgens de definitie van de Rijksdienst voor ondernemend Nederland (ecologisch deskundige/RVO.nl). o Het onderzoek is uitgevoerd door een onafhankelijk bureau. Brabant Eco en Frenk van de Wal verklaren hierbij geen enkel belang te hebben in de uitkomst van dit onderzoek. o De resultaten zijn zo objectief en betrouwbaar mogelijk verkregen. o De uitkomsten en vervolgstappen van het natuuronderzoek zijn te begrijpen voor de opdrachtgever. o Het onderzoek voldoet aan de interne proces- en kwaliteitseisen van Brabant Eco.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
4
Ecologische quickscan Leiweg 1 Waspik, BE-0779
1.5 Geldigheid onderzoek Dit onderzoek is uitgevoerd conform de landelijk geldende richtlijnen. De bevoegde gezagen (provincies) hanteren de volgende definitie voor de geldigheid van onderzoeken naar beschermde soorten: “Onderzoeksgegevens mogen maximaal drie jaar oud zijn in gebieden waar weinig of geen ruimtelijke of kwalitatieve veranderingen zijn opgetreden in de afgelopen drie jaar. In gebieden waar dit niet voor geldt, moeten de gegevens recenter zijn.”
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
5
Ecologische quickscan Leiweg 1 Waspik, BE-0779
2. BELEIDSKADER
De Wet natuurbescherming is de Nederlandse wet die de bescherming van natuurgebieden en soorten regelt. Met deze wet worden de Europese natuurbeschermingsrichtlijnen (de vogel- en habitatrichtlijn) zo helder mogelijk geïmplementeerd. Bovendien sluit het instrumentarium van de Wet natuurbescherming aan op het huidige omgevingsrecht en de toekomstige Omgevingswet. Het eerste aanspreekpunt voor de aanvraag van een omgevingsvergunning is de gemeente. De bevoegdheden om te toetsen aan de Wet natuurbescherming is bij de provincie gelegd. Het uitgangspunt van de wet is dat er geen schade mag worden toegebracht aan beschermde dieren of planten, tenzij dit nadrukkelijk is toegestaan.
2.1 Gebiedsbescherming 2.1.1 Natura 2000 Natura 2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden. In Nederland worden deze gebieden aangewezen binnen de EU-vogelrichtlijn en de EU-habitatrichtlijn. In Natura 2000 gebieden worden bepaalde diersoorten en hun natuurlijke leefomgeving beschermd om de biodiversiteit te behouden. In het opgestelde beheerplan wordt beschreven hoe de instandhoudingsdoelstellingen bereikt dienen te worden. Nederland heeft ruim 160 Natura 2000 gebieden.
2.1.2 Natuurnetwerk Nederland (NNN) Het Natuurnetwerk Nederland (NNN), vroeger de Ecologische hoofdstructuur genoemd (EHS), is het Nederlandse netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het bestaat uit gebieden die samen een netwerk vormen door Nederland waar de natuur voorrang heeft. Het netwerk helpt voorkomen dat planten en dieren in geïsoleerde gebieden uitsterven en dat natuurgebieden hun waarde verliezen. In het NNN geldt het ‘nee, tenzij’ principe. Dit houdt in dat ruimtelijke ingrepen niet zijn toegestaan, tenzij er geen alternatieven zijn en er sprake is van een groot openbaar belang. De effecten van de ingreep moeten bovendien worden gecompenseerd. Naast ongeveer 20 Nationale parken, meren, rivieren en de kustzone van de Noordzee en de Waddenzee vallen alle Natura 2000 gebieden onder het NNN. De landbouwgebieden worden beheerd volgens agrarisch natuurbeheer.
2.2 Soortenbescherming De Wet natuurbescherming beschermt de in Nederland voorkomende wilde planten- en diersoorten via een zogenaamde zorgplicht. Voor deze beschermde soorten is het uitgangspunt dat activiteiten moeten worden voorkomen die deze beschermde soorten aantasten. Wanneer dit niet mogelijk is, dan is het uitvoeren van een dergelijke activiteit alleen toegestaan met een ontheffing van de provincie.
2.2.1 Beschermde planten en dieren De Wet natuurbescherming kent drie algemene beschermingsregimes waarin de voorschriften van de Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn en twee verdragen (Bern en Bonn) zijn geïmplementeerd en waarin aanvullende voorschriften zijn gesteld voor de dier- en plantensoorten die niet onder die specifieke voorschriften vallen, maar wel bescherming behoeven. Elk van deze beschermingsregimes kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten voor vrijstelling of ontheffing van de verboden. Om af te mogen wijken van de verbodsbepalingen via een ontheffing of vrijstelling moet aan drie criteria zijn voldaan: o Ten eerste mag alleen van de verbodsbepaling afgeweken worden als er geen andere bevredigende oplossing voor de handeling mogelijk is.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
6
Ecologische quickscan Leiweg 1 Waspik, BE-0779
o
o
Ten tweede moet tegenover de afwijking van het verbod een in de wet genoemd belang staan. De wet geeft voor de verschillende beschermingsregimes aan wat die belangen zijn zoals volksgezondheid of openbare veiligheid. Tenslotte mag de ingreep geen afbreuk doen aan de staat van instandhouding van de soort.
Als aan deze drie vereisten voldaan is kan een ontheffing worden verleend. Voor een aantal handelingen zijn bovendien vrijstellingen mogelijk, bijvoorbeeld in de vorm van een provinciale verordening of een gedragscode. Bij het besluit of een afwijking van het verbod kan worden toegestaan, wordt evenwel niet naar de gevolgen van deze afwijking voor het individuele plant of dier gekeken, maar naar de gevolgen voor de instandhouding van de betrokken soort. Wel zal rekening gehouden moeten worden met de zorgplicht en het dierenwelzijn.
2.2.2 EU-Vogelrichtlijn Het doel van de Vogelrichtlijn is het in stand houden van alle natuurlijke, in Europa in het wild levende, vogelsoorten. De Vogelrichtlijn vereist dat EU-lidstaten alle nodige maatregelen nemen om de populatie van alle vogelsoorten op een niveau te houden of te brengen, dat met name beantwoordt aan de ecologische, wetenschappelijke en culturele eisen. Daarnaast moeten de lidstaten alle nodige maatregelen nemen om voor deze vogels een 'voldoende gevarieerdheid van leefgebieden en een voldoende omvang ervan te beschermen, in stand te houden of te herstellen'. De richtlijn is dus van toepassing op vogels, hun eieren, hun nesten en ook hun leefgebieden. De EU-Vogelrichtlijn is in 1981 van kracht geworden. De Wet natuurbescherming bevat een aantal verboden handelingen die van toepassing zijn op alle inheemse vogels. Deze verboden gelden in heel Nederland. De wet verbiedt: o Het opzettelijk doden of vangen van vogels (artikel 3.1 lid 1); o Het opzettelijk vernielen of beschadigen van nesten, rustplaatsen en eieren van vogels, of het wegnemen van nesten (artikel 3.1 lid 2); o Het rapen en onder zich hebben van eieren van vogels (artikel 3.1 lid 3); o Het opzettelijk storen van vogels (artikel 3.1 lid 4); o Het bezit, het vervoer en de handel in vogels, dood of levend, dan wel delen of producten daarvan (artikel 3.2).
Van de soorten die beschermd worden onder de Vogelrichtlijn is geen limitatieve lijst beschikbaar. Het gaat om ca. 700 soorten die van nature voorkomen op het grondgebied van de Europese Unie. In de praktijk betreft het alle soorten die in Nederland als broedvogel, standvogel, wintergast of doortrekker aanwezig kunnen zijn, met uitzondering van exoten. Op alle vogels is het beschermingsregime van paragraaf 3.1 van de Wet natuurbescherming van toepassing.
2.2.3 EU-Habitatrichtlijn Het doel van de Habitatrichtlijn is het waarborgen van de biologische diversiteit in de Europese Unie door de natuurlijke habitat en wilde dier- en plantensoorten die van Europees belang zijn in een gunstige staat van instandhouding te behouden of te herstellen. Dit zijn soorten die genoemd zijn in bijlage IV van de Habitatrichtlijn, bijlage II van het Verdrag van Bern en bijlage I van het Verdrag van Bonn, voor zover hun natuurlijke verspreidingsgebied zich in Nederland bevindt. Op deze soorten (zie bijlage 2) is het beschermingsregime van paragraaf 3.2 van de Wet natuurbescherming van toepassing. De EUHabitatrichtlijn is in 1992 van kracht geworden.
2.2.4 Overig beschermde soorten Dit zijn soorten genoemd in bijlage A van de Wet natuurbescherming. Het gaat hier om de bescherming van zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen, kevers en vaatplanten voorkomend in Nederland. Het betreft een limitatieve lijst (zie bijlage 3). De beschermde status van soorten kan per provincie verschillen. Provincies hebben de bevoegdheid om bij provinciale verordening vrijstelling te verlenen voor nationaal beschermde soorten. Er is dan geen ontheffing nodig voor werkzaamheden. Voor soorten die niet in de bijlagen van de Wet natuurbescherming worden genoemd, fungeert de zorgplichtbepaling (artikel 1.11 Wet natuurbescherming) als vangnet. Op grond van deze bepaling moeten schadelijke handelingen voor alle in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving in
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
7
Ecologische quickscan Leiweg 1 Waspik, BE-0779 beginsel achterwege worden gelaten, dan wel moeten maatregelen worden genomen om schadelijke gevolgen (zoveel mogelijk) te voorkomen.
Tabel: Beschermingsregime van de Wet natuurbescherming
2.3 Bescherming van houtopstanden De belangrijkste elementen m.b.t. de bescherming van houtopstanden zijn de meldingsplicht, de herplantplicht en het kapverbod. De provincies bepalen welke gegevens bij een melding moeten worden aangeleverd. Als het gaat om beplantingen van bomen groter dan 10 are of als het een rijbeplanting betreft die uit meer dan 20 bomen bestaat, dan valt bos, mits het buiten de bebouwde kom ligt, onder de Wet natuurbescherming. De gemeente kan voor de Wet natuurbescherming een andere ‘bebouwde kom Wet natuurbescherming’ vaststellen dan de bebouwde kom volgens de Wegenverkeerswet.
2.4 Zorgplicht Voor alle in het wild levende planten en dieren, ook niet wettelijk beschermde soorten, kent de Wet natuurbescherming een zorgplicht. Deze zorgplicht houdt in dat eenieder voldoende zorg in acht moet nemen voor het in het wild levende planten en dieren, alsmede voor hun leefomgeving. Dit betekent dat handelingen (of het nalaten hiervan) waarvan men weet, of redelijkerwijs kan vermoeden, dat ze nadelig zijn voor planten en/of dieren, niet mogen worden uitgevoerd.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
8
Ecologische quickscan Leiweg 1 Waspik, BE-0779
3. PLANGEBIEDSBESCHRIJVING
3.1 Huidige situatie De planlocatie is gelegen aan de Leiweg 1, ten zuidoosten van de kern van Waspik, in de gemeente Waalwijk. Waalwijk is een gemeente in de provincie Noord-Brabant en heeft een totale oppervlakte van 68,15 km2. De gemeente telt 49.934 inwoners (31 januari 2023) en bestaat uit de plaatsen Waalwijk, Sprang-Capelle en Waspik. Waspik is tussen Raamsdonk en Capelle gelegen. Dichtstbijzijnde grote plaatsen zijn Oosterhout en Waalwijk. Ten zuidwesten van Waspik ligt het natuurgebied Westelijke Langstraat. Tussen Waspik en Waspik-Zuid ligt De Vest, ten noorden ligt het Oude Maasje. De Overdiepse Polder ligt tussen het Oude Maasje en de Bergsche Maas in. Van het Oude Maasje loopt het riviertje de Kerkvaart naar Waspik. Door Waspik loopt het Zuiderafwateringskanaal. Ten oosten van Waspik ligt de straat 't Vaartje die deel uitmaakt van De Langstraat. Het plangebied is gelegen in het buitengebied van Waspik, ten westen van Kaatsheuvel en ten oosten van ’s Gravenmoer, aan de kruising van de Leiweg, met Raventosweg en Vogelenzangweg. De directe omgeving van de planlocatie bestaat uit een gemengd agrarisch landschap met agrarische bedrijven, agrarisch gerelateerde bedrijven, weilanden, een hoogspanningsleiding en beek de Leij. De ligging van het plangebied in de wijdere omgeving is weergegeven in onderstaande afbeelding.
Waspik
Satellietfoto omgeving plangebied, planlocatie is rood omcirkeld. Bron: Google Earth.
Het plangebied bestaat uit de woning met bijbehorende garage, de gecultiveerde tuin en het achterliggende grasland. Het invloedsgebied bestaat vooral uit de rundveestal en bijbehorende graslanden. De directe omgeving bestaat uit cultuurgronden afgewisseld met tuinpercelen behorende bij de woningen. Voor een gedeelte zijn de Ravenbosweg en de Vogelzangweg voorzien van laanbeplanting, hier en daar zijn bomenrijen te vinden in het landschap. Naast het plangebied stroomt de Leij. Op onderstaande afbeelding wordt het plangebied globaal aangegeven.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
9
Ecologische quickscan Leiweg 1 Waspik, BE-0779
Globaal omlijnde planlocatie in blauw, te slopen bebouwing in rood omkaderd. Bron: Google Earth.
3.2 Voorgenomen ontwikkeling Het initiatief bestaat uit het wijzigen van het bouwvlak op de planlocatie aan de Leiweg 1 te Waspik. Dit omdat het plan is om de 380KV hoogspanningsleiding over het perceel aan de Leiweg 1 te leggen. De planlocatie bestaat uit een bedrijfswoning met garage, een rundveestal, een jongveestal annex machineberging, een sleufsilo en een aantal kuilplaten. Het voornemen is de bestaande woning met garage te slopen om daarna, in het nieuwe bouwvlak een bedrijfswoning met garage te realiseren. Als inrit voor de woning zal mogelijk een brug gerealiseerd worden, of als alternatief een inrit waar nu het schouwpad (rijplaten) zich bevindt. Het geheel zal landschappelijk worden ingepast.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
10
Ecologische quickscan Leiweg 1 Waspik, BE-0779
Bestaande en beoogde situatie. Bron: van Dun Advies
Beoogde situatie. Met blauwe stippellijn huidig bouwvlak, met geel het beoogde bouwvlak aangegeven. De zwarte lijnen zijn de aanduiding van de hoogspanningsleiding. Bron: ruimtelijkeplannen.nl
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
11
Ecologische quickscan Leiweg 1 Waspik, BE-0779
4. PRAKTIJK ECOLOGISCHE QUICKSCAN
Een ecologische quickscan is de eerste stap van ecologisch onderzoek dat uitgevoerd wordt in het kader van een ruimtelijke ingreep. Een aanvraag voor een omgevingsvergunning wordt getoetst aan de Wet natuurbescherming. In het kader van deze wet is het noodzakelijk te weten welke flora- en faunasoorten potentieel voorkomen in het plangebied. Naast het effect op beschermde soorten kan het nodig zijn om onderzoek te verrichten naar eventuele negatieve effecten van de ingreep op de kwaliteit van beschermde gebieden in de omgeving. Bij een ecologische quickscan worden de ecologische waarden van een omgeving in kaart gebracht middels een bureaustudie en veldonderzoek. De ingreep wordt goed en duidelijk omschreven. Er worden eventueel mitigerende en compenserende maatregelen aanbevolen waarmee de overtreding van de Wet natuurbescherming voorkomen wordt. De ecologische quickscan, ook wel quickscan flora en fauna genoemd, geeft de mogelijke effecten van een ruimtelijke ingreep weer op beschermde planten en dieren.
Door middel van een quickscan worden de volgende vragen beantwoord: o Welke beschermde soorten zijn potentieel aanwezig in het invloedsgebied van de beoogde ingreep? o Wat zijn de effecten van de voorgenomen plannen op deze aanwezige soorten? o Wordt de Wet natuurbescherming overtreden? o Welke mogelijkheden zijn er om negatieve effecten op de beschermde soorten te minimaliseren of te voorkomen? o Is er een aanvullend onderzoek nodig naar soorten of functies? o Is het noodzakelijk om voor de voorgenomen plannen een ontheffing van de Wet natuurbescherming aan te vragen bij de provincie Noord-Brabant De quickscan flora en fauna is een toets van de ecologische potenties van het plangebied en de directe omgeving. Het is een momentopname en betreft geen volwaardig specifiek soortenonderzoek. Er zijn in dit onderzoek geen inventarisaties uitgevoerd van soorten en soortgroepen. Een ecologische inventarisatie bestaat uit meerdere veldbezoeken gedurende de voor de soortgroep meest gunstige periode van het jaar.
4.1 Bureauonderzoek Het bureauonderzoek heeft zich gericht op bekende ruimtelijke plannen, zowel lokaal, provinciaal, als nationaal. Door middel van literatuuronderzoek is onderzocht of zich in de nabijheid van de planlocatie gebieden bevinden die beschermd zijn in het kader van de natuurwetgeving en is er een inschatting gemaakt op het voorkomen van beschermde soorten. Hierbij is gebruik gemaakt van de database quickscanhulp.nl, zie bijlage 1, aangevuld met gegevens uit relevante recente verspreidingsatlassen en actuele websites, onder andere RAVON, Sovon, FLORON en Waarneming.nl. NDFF Verspreidingsatlas is een naslagwerk met afbeeldingen en informatie over duizenden soorten die in de Nederlandse natuur voorkomen. De verspreidingskaarten worden gemaakt met gevalideerde gegevens uit de Nationale Databank Flora en Fauna. De inhoud van de atlas wordt mede verzorgd door zes verenigingen en stichtingen: de Nederlandse Mycologische Vereniging (NMV), FLORON, het Landelijk Informatiecentrum Kranswieren (LIK) en stichting ANEMOON, stichting RAVON en de Zoogdiervereniging. Voor de gebiedsgerichte bescherming is onderzoek uitgevoerd naar aanwezigheid van relevante natuurterreinen in de omgeving, het betreft de Natura 2000 gebieden en het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Daarvoor is o.a.
gebruik gemaakt van de website van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en die van de provincie Noord-Brabant.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
12
Ecologische quickscan Leiweg 1 Waspik, BE-0779
4.2 Veldonderzoek Op donderdag 24 november 2023 in de middag hebben ecologen Frenk van de Wal en Freek Rovers in het kader van het natuurwaardenonderzoek het veldonderzoek uitgevoerd aan het plangebied en de directe omgeving. De weersomstandigheden waren bewolkt met een noordwestenwind met windkracht 3 en droog. De gemiddelde temperatuur lag rond de 9 graden Celsius. Tijdens het veldonderzoek werd de ecologische potentie van het invloedsgebied in relatie met het mogelijk voorkomen van beschermde soorten onderzocht. In het plangebied en omgeving is zoveel mogelijk informatie verzameld over de aan- of afwezigheid van beschermde soorten. Hierbij zijn waarnemingen, zowel visueel als auditief, en sporenonderzoek cruciaal. Er is gekeken naar de aanwezigheid van vraat-, loop- en veegsporen, nesten, holen, uitwerpselen, prooiresten en haren. Daarnaast is op basis van terreinkenmerken beoordeeld of het plangebied geschikt is voor de in de regio voorkomende beschermde soorten. De aanwezige habitats tijdens het veldbezoek en de waarnemingen uit de NDFF werden vergeleken met de habitatvereisten van beschermde planten- en diersoorten. De waarnemingen uit de NDFF zijn bij de beoordeling betrokken. Op basis van deze vergelijking en expert judgement is beoordeeld welke van deze soorten in het plangebied kunnen voorkomen.
4.3 Beschrijving plangebied In de invloedssfeer van de ingreep staat een te behouden rundveestal en een te behouden loods. Ook ligt de Leij, het naastgelegen grasland en de kruidenrijke groenstrook in de invloedssfeer van de ingreep. De te behouden rundveestal bestaat uit wanden van betonelementen en sandwichpanelen. Aan de voorzijde bevindt zich zowel een personeelsingang als een grotere roldeur die wordt gebruikt voor vee en transportvoertuigen. Het dak van de rundveestal bestaat volledig uit sandwichpanelen. De te behouden loods bestaat volledig uit damwand. Aan de zuidzijde is een deur aanwezig voor personeelstoegang. Aan de oostzijde is een grotere deur aanwezig voor landbouwvoertuigen. Ten westen van de te slopen bebouwing ligt een kruidenrijke groenstrook. In deze groenstrook groeit onder andere duizendblad, rode en witte klaver, smalle weegbree en paardenbloem.
Te behouden rundveestal
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
Te behouden loods
13
Ecologische quickscan Leiweg 1 Waspik, BE-0779
Overzicht grasland plangebied
Overzicht kruidenrijke groenstrook plangebied
De te slopen bebouwing bestaat uit het woonhuis en de bijbehorende garage. Beide gebouwen zijn in dezelfde stijl gebouwd. De wanden zijn gemaakt van bakstenen en het dak is bedekt met dakpannen. In de wanden van beide gebouwen zijn stootvoegen aanwezig. Deze zijn afgesloten met bijenbekjes. Verder verkeren de gebouwen nog in goede staat, de kozijnen en deurposten sluiten nog strak aan, de gevelbetimmering is strak tegen de gevel zelf bevestigd en er liggen geen pannen los op de daken. In de gecultiveerde tuin rond het woonhuis staan enkele leilindes en de tuin wordt begrensd met beukenhagen. Direct ten zuiden stroomt de Leij. Onderdeel van het voornemen is om een brug te bouwen over de Leij. De oevers zijn begroeid met Engels raaigras, riet en gele lis. Langs het betonplaten pad staat een struweelhaag. Deze struweelhaag bestaat onder andere uit berk, eik, hazelaar en meidoorn.
Overzicht woonhuis
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
14
Ecologische quickscan Leiweg 1 Waspik, BE-0779
Overzicht garage
Betonplaten pad langs de Leij
Duiker onder de weg
Overzicht struweelhaag
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
15
Ecologische quickscan Leiweg 1 Waspik, BE-0779
5. BESCHERMDE NATUURWAARDEN
Het volledig overzicht van de output van beschermde soorten van tabel 2 en 3 en vogels met mogelijk jaarrond beschermde nesten is door middel van verspreidingsgegevens van NDFF opgenomen in bijlage 1. Bijlage 2 is een opsomming van beschermde soorten onder paragraaf 3.2 van de Wet natuurbescherming. Bijlage 3 geeft een opsomming van de beschermde soorten onder paragraaf 3.3. Bij het veldonderzoek is het plangebied onderzocht op het voorkomen van beschermde soorten of resten hiervan. Er is met name geïnspecteerd op potentiële groei-, rust-, nest-, en verblijfplaatsen voor beschermde soorten. Per soortgroep wordt in onderstaande beschreven welke soorten er zijn waargenomen tijdens veldbezoek, welke soorten voorkomen in de omgeving, welke soorten worden verwacht in het plangebied, en welke effecten (mogelijk) aan de orde zijn.
5.1 Gebiedsbescherming 5.1.1 Natura 2000 Het plangebied ligt op minimaal 2,5 kilometer afstand van noordelijk gelegen gronden behorend tot Natura 2000 gebied Langstraat. Op ongeveer 5,5 kilometer afstand naar het oosten ligt Natura 2000 gebied Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen en noordwestelijk op 10 kilometer Natura 2000 gebied Biesbosch. Op onderstaande afbeelding wordt de ligging van Natura 2000 gebieden in de omgeving van het plangebied weergegeven. De ligging van het plangebied wordt met een rode cirkel aangegeven. Natura 2000 gebieden zijn in blauw aangegeven.
Minimaal 2,5 kilometer tussen het plangebied en gronden behorend tot Natura 2000
Natura 2000 gebieden. De afstand tussen het plangebied en Natura 2000 is met een pijl aangegeven. Bron: Natura2000.eea.europa.eu
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
16
Ecologische quickscan Leiweg 1 Waspik, BE-0779 Met de meest nabije Natura 2000-gebieden op minder dan 10 kilometer afstand valt een negatief effect van de geplande acties op Natura 2000-gebieden niet uit te sluiten (Aanpak Stikstof). Door de korte afstand kan er mogelijk verspreiding van schadelijke stoffen via de lucht of het water naar Natura 2000-gebieden plaatsvinden. Een stikstofberekening om eventuele stikstofdepositie ten gevolge van de geplande inrichtings-, sloop- en/of bouwwerkzaamheden op Natura 2000-gebieden aan te tonen of uit te sluiten is daarom noodzakelijk.
5.1.2 Natuurnetwerk Nederland Het plangebied ligt op minimaal 1,3 kilometer afstand van gronden die tot het Natuurnetwerk Nederland behoren: Het Eendennest. Op onderstaande afbeelding wordt de ligging van het Natuurnetwerk Nederland in de omgeving van het plangebied weergegeven. De ligging van het plangebied wordt met een rode cirkel aangegeven. De NNN-gebieden in groene kleur.
Minimaal 1,3 kilometer tussen het plangebied en gronden behorend tot Natuurnetwerk Nederland
Natuur Netwerk Nederland gebieden. De afstand tussen het plangebied en NNN is met een pijl aangegeven. Bron: Atlas Leefomgeving
In of in de directe nabijheid van een NNN-gebied zijn geen ontwikkelingen toegestaan die de ‘wezenlijke kenmerken of waarden’ aantasten. Het plangebied ligt niet in, of direct aangrenzend aan het NNN-gebied. De significante aantasting van en negatieve effecten door externe werking op de wezenlijke kenmerken en waarden van de NNN zijn, gezien de omvang, de aard, het effectbereik en de locatie van het voornemen, op voorhand uit te sluiten.
5.1.3 Conclusie Het plangebied behoort niet tot het Natuurnetwerk Nederland of Natura 2000 gebied. Vanwege de ligging buiten het Natuurnetwerk Nederland, leiden de voorgenomen activiteiten niet tot wettelijke consequenties. De voorgenomen activiteiten hebben mogelijk geen negatief effect op instandhoudingsdoelen van Natura 2000 gebieden. Een Aerius berekening is nodig om externe effecten op Natura-2000 gebieden uit te sluiten.
5.2 Soortenbescherming Bijlage 1, project Leiweg met nummer BE-0779 d.d. 9 november 2023 geeft een overzicht van de waargenomen plant- en diersoorten in en in de omgeving van het plangebied volgens de verspreidingsgegevens van de NDFF. De NDFF, Nationale Databank Flora en Fauna is de meest omvangrijke
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
17
Ecologische quickscan Leiweg 1 Waspik, BE-0779 landelijke informatiebron van verspreidingsgegevens en bevat betrouwbare waarnemingen van planten en dieren in Nederland. Nieuwe gegevens worden met regelmaat toegevoegd. Alle gegevens in de NDFF zijn door soortexperts gevalideerd. De soorten worden per alinea beschreven.
5.2.1 Flora Volgens de NDFF is er de laatste vijf jaar 1 beschermde plantensoort waargenomen binnen een straal van twee kilometer rond het plangebied. Deze plant staat op de rode lijst en is sinds 1 januari 2017 wettelijk beschermd. Deze beschermde plantensoort is te vinden in de onderstaande tabel. Soort
Afstand plangebied
Habitat
Wilde ridderspoor
0-2 km
Zonnige plaatsen op vochtige, matig voedselrijke, matig bemeste, kalkrijke, omgewerkte zandige klei (zavel en lichte klei)
Het plangebied bestaat naast de bebouwing en verharding uit een grasland, een kruidenrijke groenstrook en een gecultiveerde tuin. In de intensief bewerkte agrarische omgeving zullen geen beschermde plantensoorten voorkomen. Deze zullen dan ook niet voorkomen in de groenstrook. Conclusie Het ontbreekt volledig aan geschikte plaatsen waar beschermde planten kunnen groeien. De aanwezigheid van strikt beschermde vaatplanten wordt gezien de aanwezige biotopen uitgesloten.
5.2.2 Zoogdieren Volgens de NDFF zijn er de laatste vijf jaar 5 zoogdiersoorten aangetroffen binnen een straal van twee kilometer rond het plangebied. Hiertoe behoren 2 vleermuissoorten, 1 marterachtige en 2 overige soorten. Vleermuizen Alle soorten vleermuizen vallen onder de groep strikt beschermde soorten. Dit betekent dat ze beschermd zijn tegen verstoring van vaste rust- en verblijfplaatsen. Onder deze vaste rust- en verblijfplaatsen wordt verstaan: ‘het gehele systeem waarvan een populatie gebruik maakt tijdens de jaarcyclus van de soort’. Dit houdt in dat niet alleen verblijfplaatsen, maar ook belangrijke verbindingen hiertussen (vlieg- en foerageerroutes) beschermd zijn. Voor alle vleermuissoorten geldt geen vrijstelling of ontheffingsverlening indien het puur gaat om een ruimtelijke ontwikkeling en inrichting. De checklist vleermuisprotocol 2021 geeft voor gebouwen de volgende drie aandachtspunten: Zijn er potentieel aanwezige ruimtes voor winter-, kraam-, zomer- en paarverblijfplaatsen, zijn er sporen van aanwezigheid en is er sprake van een foerageergebied? De vleermuissoorten die volgens de NDFF de laatste vijf jaar zijn waargenomen binnen een straal van twee kilometer rond het plangebied zijn te vinden in de onderstaande tabel. Vleermuis soort Gewone dwergvleermuis Meervleermuis
Afstand plangebied 0-2 km
Habitat en bescherming
0-2 km
Vooral bebouwing, strikt beschermd
Vooral bebouwing, strikt beschermd
Het plangebied is beoordeeld op de geschiktheid als vleermuishabitat. Er zijn vleermuizen die in bomen hun verblijfplaatsen onderhouden en soorten die in gebouwen verblijven. De in het plangebied staande bomen met geschikte stamdiameter zijn tijdens het veldbezoek geïnspecteerd op holtes, gaten of loshangende schors waarin vleermuizen mogelijk verblijfplaatsen kunnen hebben. Hiervan zijn geen waarnemingen gedaan. Alle bomen in en rond het plangebied blijven behouden tijdens de voorgenomen werkzaamheden.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
18
Ecologische quickscan Leiweg 1 Waspik, BE-0779 Vleermuisverblijfplaatsen in bebouwing kunnen aangetroffen worden onder dakpannen, tussen dakbeschot, boeiboorden, onder gevelbekleding, in spleten en kieren in muren of in de spouw door open stootvoegen. Het woonhuis en de garage in het plangebied beschikken over een holle spouw, maar er zijn geen potentiële invliegopeningen, zoals stootvoegen, in de buitengevels van de woning waargenomen. De aanwezige stootvoegen zijn afgesloten met bijenbekjes. Ook zijn de overstekbetimmeringen strak tegen de buitengevels geplaatst, waardoor geen gaten en kieren ontstaan die vleermuizen de kans bieden de spouw te betreden. Ook zijn er geen andere potentiële verblijfplaatsen van vleermuizen, zoals een holle ruimte achter een vensterluik, dakpan, loodslab, windveer of boeiboord, in het plangebied waargenomen.
Stootvoegen met bijenbekjes
Stootvoegen met bijenbekjes
Gesloten kopgevelpannen
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
Weringsborstels onder de nokpannen
19
Ecologische quickscan Leiweg 1 Waspik, BE-0779
Strak aansluitende overstek
Strak aansluitende gevelbetimmering
Vleermuizen oriënteren zich op lijnvormige elementen in het landschap zoals bomenlanen, kanalen of houtwallen, om zich te verplaatsen van verblijfplaats naar foerageergebieden. De Leij is een lijnvorming onderdeel van het landschap. Echter wordt de mogelijke vliegroute op dit moment al onderbroken door de Vogelzangstraat met duikers eronder. Direct naast de weg staat een bomenlaan die waarschijnlijk dient als vliegroute van hogere kwaliteit. Foeragerende vleermuizen in (de omgeving van) het projectgebied zouden voor kunnen komen. Alle structuren waren goed toegankelijk en visueel goed te onderzoeken.
Bomenrij langs de Leij
Marterachtigen Marterachtigen hebben voor hun overleving drie zaken nodig: dekking, verbinding en rustplaatsen. Deze dieren zijn vooral ’s nachts actief waardoor het fysiek aantreffen van individuen tijdens een veldbezoek zeer onwaarschijnlijk is. Bij onderzoek naar marters wordt daarom vooral gekeken naar sporen van de aanwezigheid van marters. De marterachtigen die volgens de NDFF de laatste vijf jaar zijn waargenomen binnen een straal van twee kilometer rond het plangebied zijn te vinden in de onderstaande tabel. Marter soort Bunzing
Afstand plangebied 0-2 km
Bescherming Beschermd
Bunzing Doordat ze niet kieskeurig zijn wat betreft hun voedsel, komen bunzings voor in vele verschillende landschapstypen. Ze komen vooral voor in bebost laagland nabij water, waaronder rivieroevers en moerassen. In de winter worden bebouwde gebieden opgezocht en is de bunzing te vinden in de buurt van boerderijen. Deze zoogdieren verplaatsen zich vooral via lijnvormige landschapselementen zoals hagen die tot aan de grond komen (geen opgesnoeide hagen) of greppels, en vinden er hun voedsel.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
20
Ecologische quickscan Leiweg 1 Waspik, BE-0779 Landschapselementen in een geschikt habitat voor kleine marterachtigen zijn o.a. struwelen, hoge graslandvegetatie, houtstapels, holle bomen, houtwallen, takkenrillen of stapels stenen of puin. Voor de bunzing is water in de nabijheid van belang. De ruigte in de groenstrook en ook de hagen in de tuin zouden schuilplaatsen of foerageergelegenheden kunnen herbergen voor kleine marterachtigen zoals de bunzing of wezel. Doordat de bestaande houtwallen en verdere vegetatie in en rond het plangebied behouden zullen worden, zullen er altijd rustige hoekjes met dekking aanwezig zijn waar de dieren heen kunnen vluchten. In de nieuwe situatie blijven deze schuilhoekjes en vegetatie bestaan en door de landschappelijke inpassing en zal het leefgebied van de kleine marterachtigen niet verslechteren. Het plangebied is daarom geen essentieel onderdeel van de leefomgeving van marterachtigen en de werkzaamheden hebben geen negatief effect op aanwezige soorten. Overige beschermde soorten De overige beschermde soorten omvatten vooral knaagdieren en algemeen voorkomende soorten. Sommige van deze soorten zijn beschermd, maar een aantal van deze soorten vallen er in de provincie Noord-Brabant tot de vrijgestelde soorten.
Voor soorten uit deze categorie betekent dat bij ruimtelijke ontwikkeling er geen ontheffing hoeft te worden gevraagd en dat rust- of verblijfplaatsen verwijderd mogen worden, wanneer geen andere bevredigende oplossing bestaat. Het is echter wel noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor de aanwezige individuen en al het redelijkerwijs mogelijke dient gedaan te worden om het doden van individuen te voorkomen. In de onderstaande tabel zijn de overige beschermde zoogdiersoorten te vinden die volgens de NDFF de laatste vijf jaar zijn waargenomen binnen een straal van twee kilometer rond het plangebied. Overige soort Bever Eekhoorn
Afstand plangebied 0-2 km 0-2 km
Bescherming Beschermd Beschermd
Bever In 1988 is men begonnen met het uitzetten van bevers in Nederland en het lijkt erop dat de bever langzamerhand een vaste plek in onze fauna heeft heroverd. Bevers komen voor in het overgangsgebied tussen land en water zoals moerassen, langs beken, rivieren en meren. De bever heeft een voorkeur voor rustige rivieren en meren omzoomd door broekbossen met bomen als wilg en es. De aanwezigheid van bossen op de oevers is een vereiste. Eekhoorn De voorkeurshabitat voor eekhoorn bestaat uit gemengde bossen, bosrijke tuinen, parken en houtwallen, daar waar voedselmogelijkheden voorhanden zijn. In en rond het plangebied is wel te foerageren voor de eekhoorn door het aanwezig zijn van geschikte voedselbomen en bosrijk biotoop. Alle bomen blijven behouden en in de bomen in het plangebied zijn geen nesten van eekhoorns waargenomen tijdens het veldbezoek. Het plangebied is door de ligging en inrichting geen essentieel onderdeel van het leefgebied voor de bever en de wolf. Er zijn geen eekhoornnesten waargenomen in het plangebied. Het is daardoor uit te sluiten dat het plangebied essentieel onderdeel is van de habitat van een eekhoorn. Alle bomen in en rond het plangebied blijven behouden. Het is aannemelijk dat er een enkel individu van een beschermde soort in de planlocatie kan worden aangetroffen, zoals egel, mol, veldmuis en bepaalde spitsmuizen.
Deze soorten zijn weliswaar beschermd, maar behoren in de provincie Noord-Brabant tot de vrijgestelde soorten. Conclusie Door uitvoering van de voorgenomen activiteiten wordt geen vleermuis verstoord, verwond of gedood en wordt er geen rust- of verblijfplaats beschadigd of vernield. Er is dus geen ontheffing nodig voor deze soortgroep.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
21
Ecologische quickscan Leiweg 1 Waspik, BE-0779 In de omgeving van het plangebied is en blijft voldoende geschikt foerageergebied aanwezig voor vleermuizen. De werkzaamheden hebben geen significant negatief effecten op foerageergebieden van vleermuizen. In het plangebied komen geen marterachtigen voor. Het is mogelijke dat er een enkele individu van een vrijgestelde soort aanwezig is in het plangebied. De zorgplicht is altijd van kracht. Tijdens het veldbezoek zijn geen beschermde zoogdieren waargenomen.
5.2.3 Vogels In de Wet natuurbescherming worden alle broedende vogels strikt beschermd op grond van de Vogelrichtlijn waardoor alle bewoonde nesten in het broedseizoen vallen onder de bescherming van deze wet. De Wet natuurbescherming hanteert geen standaardperiode voor het broedseizoen, maar voor de volledigheid wordt vaak gesproken van half maart tot half juli. Van belang is of een broedgeval aanwezig is, ongeacht de periode. Men dient daarom gedurende kap- en sloopwerkzaamheden rekening te houden met het broedseizoen van vogels. Overtreding van verbodsbepalingen ten aanzien van vogels wordt voorkomen door bepaalde werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren. Van een aantal vogelsoorten worden de nesten ook buiten het broedseizoen beschermd. De zogenaamde ‘Jaarrond beschermde verblijfplaatsen’. Als deze nesten door een ruimtelijke ontwikkeling verdwijnen, kan afhankelijk van de soort die het nest gebruikt, een ontheffingsaanvraag noodzakelijk zijn. De bescherming van vogels kan worden opgedeeld in 5 categorieën. Categorie 1-4 De eerste 4 categorieën betreffen vogels welke zeer honkvast broeden en (1-4) of welke zelf niet of nauwelijks in staat zijn om een eigen nest te bouwen (4). De vogelsoorten die volgens de NDFF de laatste vijf jaar zijn waargenomen in een straal van twee kilometer rond het plangebied zijn te vinden in de onderstaande tabel.
Soort Boomvalk Buizerd Gierzwaluw Grote gele kwikstaart Havik Huismus Kerkuil Ooievaar Ransuil Roek Slechtvalk Sperwer Steenuil
Afstand plangebied 0-2 km 0-2 km 0-2 km 0-2 km 0-2 km 0-2 km 0-2 km 0-2 km 0-2 km 0-2 km 0-2 km 0-2 km 0-2 km
Bescherming categorie* en habitat 4, boom bewonend 4, boom bewonend 2, gebouw bewonend 3, boom of gebouw bewonend 4, boom bewonend 2, gebouw bewonend 3, gebouw bewonend 3, boom of gebouw bewonend 4, boom bewonend 2, boom bewonend 3, gebouw bewonend 4, boom bewonend 1, gebouw bewonend
* Op de volgende categorieën gelden de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming het gehele seizoen: 1. Nesten die, behalve gedurende het broedseizoen als nest, buiten het broedseizoen in gebruik zijn als vaste rust- en verblijfplaats. 2.Nesten van koloniebroeders die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing of biotoop. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar. 3. Nesten van vogels, zijnde geen koloniebroeders, die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar. 4. Vogels die jaar in jaar uit gebruik maken van hetzelfde nest en die zelf niet of nauwelijks in staat zijn een nest te bouwen.