Bijl. 1 - BOPA Motivering (Goflo)
Tekst van het document
Natura 2000-gebieden hebben een externe Sweco | Dwarsregeltransformatoren 150 kV-station Waalwijk Projectnummer 51012174 Datum 01-05-2026
Versie D3
Documentreferentie D3 - BOPA Motivering Dwarsregeltransformatoren 150 kV-station Waalwijk
29/50
werking, zodat ook ingrepen die buiten deze gebieden plaatsvinden en verstoring kunnen veroorzaken, moeten worden getoetst op het effect van de ingreep op soorten en habitats. Een ruimtelijk plan dat significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied kan alleen worden vastgesteld indien uit een passende beoordeling de zekerheid is verkregen dat het plan de natuurlijke kenmerken van het gebied niet zal aantasten. Indien deze zekerheid niet is verkregen, kan het plan enkel worden vastgesteld, indien wordt voldaan aan de volgende drie voorwaarden: I. II. III.
Alternatieve oplossingen zijn niet voorhanden; Het plan is nodig om dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard; en De noodzakelijke compenserende maatregelen worden getroffen om te waarborgen dat de algehele samenhang van het Natura 2000-netwerk bewaard blijft.
In afdeling 8.6 Bkl staat het beoordelingskader voor de omgevingsvergunning voor Natura 2000-activiteiten. Dit is door middel van het aanvullingsspoor Natuur gebeurd. Soortenbescherming Onder de Omgevingswet zijn veel dier- en plantsoorten beschermd. De bescherming richt zich op soorten van Europees belang, die onder de reikwijdte van de Vogel- en Habitatrichtlijn vallen, als om bepaalde soorten van nationaal belang. Soortenbescherming vindt plaats binnen en buiten het natuurnetwerk Nederland. Het kan de vorm hebben van wet- en regelgeving, maar ook van fysieke maatregelen die bescherming, vestiging of uitbreiding van een soortenpopulatie stimuleren. Op grond van artikel 2.18 lid 1 sub f Omgevingswet zijn in beginsel de provincies hiervoor verantwoordelijk. Ook decentrale overheden kunnen hier echter actief beleid voor voeren. Hierbij kan worden gedacht aan het vaststellen van bijvoorbeeld een programma voor soortenbescherming. Door strikte formulering van een flora- en fauna-activiteit moet bij vrijwel alle activiteiten in de fysieke leefomgeving nagegaan worden of: er soorten aanwezig zijn; en welke soorten dat zijn.
Onderzoek Door Sweco Nederland B.V. is een verkennend ecologisch onderzoek uitgevoerd (zie bijlage 3). Daaruit kwamen de volgende conclusies: Gebiedsbescherming Natura 2000-gebieden Het projectgebied bevindt zich op grote afstand van Natura 2000-gebieden, waardoor oppervlakteverlies en verstorende effecten zijn uitgesloten. Bij de uitvoering van de werkzaamheden wordt gebruik gemaakt van mobiele werktuigen, hetgeen mogelijk gepaard gaat met stikstofemissie. Een AERIUSberekening is daarmee benodigd. In paragraaf 4.5 Stikstofdepositie wordt hier verder op ingegaan. Natuurnetwerk Brabant (NNB) Het projectgebied ligt niet binnen NNB‑gebied. Hoewel de werkzaamheden en
Sweco | Dwarsregeltransformatoren 150 kV-station Waalwijk Projectnummer 51012174 Datum 01-05-2026
Versie D3
Documentreferentie D3 - BOPA Motivering Dwarsregeltransformatoren 150 kV-station Waalwijk
30/50
de eindsituatie gepaard kunnen gaan met licht-, geluid- of trillingshinder, is geen aanvullend onderzoek noodzakelijk om effecten op het Natuurnetwerk Brabant uit te sluiten. Wel is het van belang dat bij de nadere uitwerking van de werkzaamheden en bij de uiteindelijke inrichting zorgvuldig wordt omgegaan met mogelijke verstorende factoren, zodat negatieve effecten op nabijgelegen NNB‑waarden worden voorkomen. Door in het ontwerp en tijdens de uitvoering expliciet rekening te houden met deze aspecten kan worden geborgd dat de ontwikkelingen niet ten koste gaan van de kwaliteiten van het Natuurnetwerk Brabant. Groenblauwe mantel Het projectgebied ligt binnen de begrenzing van de Groenblauwe mantel. Ontwikkelingen in deze zone zijn toegestaan zolang zij de bestaande natuurfuncties respecteren of bijdragen aan de verbetering daarvan. Hoewel het project ruimte inneemt binnen de Groenblauwe mantel, blijkt uit de huidige beoordeling dat geen aanvullend onderzoek noodzakelijk is. Wel moet bij de verdere uitwerking van de werkzaamheden en bij de inrichting van de eindsituatie zorgvuldig rekening worden gehouden met de natuur-, bodem- en waterwaarden die in dit gebied aanwezig zijn.
Dit vraagt om afstemming met het bevoegd gezag, de Provincie Noord-Brabant, zodat bij de uitvoering en afronding van het project wordt gewaarborgd dat de kwaliteiten van de Groenblauwe mantel behouden blijven en niet worden aangetast. Attentiezone waterhuishouding/ Natte natuurparels Het projectgebied bevindt zich tussen twee stroken waar de attentiezone van kracht is. Tevens is op ruim een kilometer van het projectgebied een natte natuurparel gelegen. De ontwikkeling mag geen negatieve effecten hebben op de kwaliteit van de natte natuurparel. Als gevolg van het voornemen wordt er verharding toegevoegd, dit wordt in de directe omgeving van het projectgebied gecompenseerd. Hier wordt verder op ingegaan in paragraaf 4.7 Water. Gezien de compensatie direct nabij het projectgebied wordt gerealiseerd kan gesteld worden dat de effecten niet zullen reiken tot aan de natte natuurparel. Overig provinciaal beschermd gebied De activiteiten binnen het projectgebied bevinden zich buiten gebieden die zijn aangewezen als belangrijk weidevogelgebied en groene buffer. Er worden bij de werkzaamheden geen effecten verwacht op de natuurverbinding en weidevogelgebied. Er zijn geen vervolgstappen noodzakelijk.
Soortenbescherming Vanuit de voorgenomen geplande werkzaamheden kunnen mogelijk negatieve effecten optreden op het functionele leefgebied van (algemeen voorkomenden beschermde) grondgebonden zoogdiersoorten, vliegroutes van vleermuizen, algemene broedvogels, beschermde ongewervelden en algemeen voorkomende amfibiesoorten. Vogels Uit het onderzoek blijkt dat er naar verwachting in de omgeving geen nesten aanwezig zijn van vogels met jaarrond beschermde nesten, het gebied wordt wel geschikt geacht voor algemene broedvogels. Uitvoeren van de geplande
Sweco | Dwarsregeltransformatoren 150 kV-station Waalwijk Projectnummer 51012174 Datum 01-05-2026
Versie D3
Documentreferentie D3 - BOPA Motivering Dwarsregeltransformatoren 150 kV-station Waalwijk
31/50
activiteiten gedurende de broedperiode kan mogelijk tot verstoring leiden bij nieuw gevestigde vogels, hetgeen in overtreding is met de Omgevingswet (artikel 11.37 Bal). Indien werkzaamheden buiten de broedperiode (maart tot en met juli) worden uitgevoerd worden geen negatieve effecten verwacht. Indien dit niet mogelijk is dan dient voorafgaand aan de werkzaamheden een broedvogelinspectie plaats te vinden en geldt de zorgplicht. Vleermuizen Negatieve effecten op vliegroutes van vleermuizen worden niet op voorhand uitgesloten, er dient gewaarborgd te worden dat er geen lichtuitstraling op de bomenrij ten zuidwesten van het hoogspanningsstation plaatsvindt, bijvoorbeeld door uitsluitend overdag te werken en licht hooguit in een hoek van 45 graden te laten schijnen. Ook in de uiteindelijke situatie mag geen sprake zijn van lichtuitstraling richting de bomenrij ten zuidwesten van het hoogspanningsstation. Enkel indien deze maatregelen worden geborgd, is geen soortgericht vervolgonderzoek of een omgevingsvergunning flora- en faunaactiviteit op de Omgevingswet nodig. Algemeen voorkomende grondgebonden zoogdiersoorten In het projectgebied kunnen algemeen voorkomende grondgebonden zoogdiersoorten voorkomen, hiervoor geldt de specifieke zorgplicht.
Er dient voorafgaand en tijdens de werkzaamheden in redelijkheid alles te worden verricht of gelaten om te voorkomen dat individuen opzettelijk gedood, gevangen of verzameld worden en vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen opzettelijk beschadigd of vernield worden. Hiertoe moeten maatregelen genomen worden die beschadiging van individuen zoveel mogelijk voorkomen. Algemeen voorkomende amfibiesoorten Ook hier geldt de specifieke zorgplicht: er dient voorafgaand en tijdens de werkzaamheden in redelijkheid alles te worden verricht of gelaten om te voorkomen dat individuen opzettelijk gedood, gevangen of verzameld worden en vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen opzettelijk beschadigd of vernield worden. Hiertoe moeten maatregelen genomen worden die beschadiging van individuen zoveel mogelijk voorkomen. Specifieke zorgplicht Naast bepalingen voor specifiek aangewezen soorten, geldt krachtens artikel art.11.27 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) van de Omgevingswet, de specifieke zorgplicht voor alle in het wild levende dieren en planten, alsmede voor hun directe leefomgeving. Maatregelen dienen getroffen te worden om verwonding of doding van individuen zoveel als redelijkerwijs mogelijk te beperken.
Hierbij kan gedacht worden aan het rustig opstarten van de werkzaamheden en zoveel mogelijk één richting op te werken zodat individuen de kans krijgen het projectgebied te verlaten. Maatregelen dienen opgenomen te worden in een ecologisch werkprotocol. Betekenis voor het project Mitigerende maatregelen worden getroffen en worden opgenomen in het ecologisch werkprotocol. Daarmee vormt het aspect ecologie geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het project.
Sweco | Dwarsregeltransformatoren 150 kV-station Waalwijk Projectnummer 51012174 Datum 01-05-2026
Versie D3
Documentreferentie D3 - BOPA Motivering Dwarsregeltransformatoren 150 kV-station Waalwijk
32/50
4.4 Luchtkwaliteit Relevant kader Om een goede luchtkwaliteit in Europa te garanderen heeft de Europese Unie een viertal kaderrichtlijnen opgesteld. Het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) geeft in hoofdstuk 5 instructieregels om de luchtkwaliteit te beschermen in Nederland. De gemeente moet voor een aantal activiteiten de rijksomgevingswaarden voor stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10) in acht nemen, behalve als een activiteit niet in betekenende mate bijdraagt (NIBM) aan de luchtverontreiniging. Een project of activiteit draagt niet in betekenende mate bij als de toename van de concentratie NO2 en PM10 niet hoger is dan 1,2 microgram/m3. Dat is 3% van de omgevingswaarde voor de jaargemiddelde concentraties. Deze grenswaarde volgt uit artikel 5.53 en 5.54 van het Bkl. Aantonen dat een project of activiteit valt onder NIBM kan op twee manieren: I.
II.
Het project valt binnen de getalsmatige grenzen van een aangewezen categorie (standaardgevallen NIBM, artikel 5.54 Bkl). Dit betreffen onder andere projecten voor kantoren, woonwijken en het telen van gewassen. Middels kwalitatieve beschrijving of berekening (NIBM-tool) aannemelijk maken dat een project niet in betekenende mate bijdraagt.
Betekenis voor het project Er worden met de omgevingsvergunning geen ontwikkelingen mogelijk gemaakt die leiden tot een substantiële toename van verkeer. Enkel de werkzaamheden ten behoeve van uitbreiding van het hoogspanningsstation resulteren tijdelijk in extra verkeersbewegingen ten opzichte van de bestaande situatie. Nadat de werkzaamheden zijn afgerond zijn de verkeersbewegingen weer op niveau van de bestaande situatie. Het hoogspanningsstation zelf produceert geen uitstoot die kan leiden tot een verslechtering van de luchtkwaliteit. Het project beïnvloed dan ook niet in betekenende mate de luchtkwaliteit in de zin van het Besluit nibm. Aan de wettelijke grenswaarden wordt daarmee voldaan. Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de beoogde herontwikkeling van het hoogspanningsstation in Waalwijk. De ontwikkeling van de DRT’s betreft een technische nutsvoorziening zonder emissies van fijnstof (PM10) of stikstofdioxide (NO₂) tijdens de gebruiksfase. Een hoogspanningsstation kent geen verbrandingsprocessen, geen continue verkeersbewegingen en geen activiteiten die leiden tot luchtverontreiniging. Eventuele verkeersbewegingen zijn zeer beperkt en bestaan uitsluitend uit incidentele onderhoudsbezoeken.
Hiermee is de bijdrage aan concentraties van NO₂ en PM10 verwaarloosbaar en valt de activiteit duidelijk niet in betekenende mate (NIBM) onder de drempel van 1,2 µg/m³ zoals bedoeld in artikel 5.53–5.54 Bkl. Het project past bovendien niet binnen een van de aangewezen categorieën van standaardgevallen, maar kan op basis van een kwalitatieve beoordeling eenduidig worden aangemerkt als NIBM, omdat geen structurele emissies of relevante verkeersgeneratie optreden. Tijdens de bouwfase kan sprake zijn van tijdelijk bouwverkeer, maar deze bijdrage is kortdurend en valt binnen de reguliere marges die voor bouwactiviteiten worden geaccepteerd. Daarmee vormt luchtkwaliteit geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het project.
Sweco | Dwarsregeltransformatoren 150 kV-station Waalwijk Projectnummer 51012174 Datum 01-05-2026
Versie D3
Documentreferentie D3 - BOPA Motivering Dwarsregeltransformatoren 150 kV-station Waalwijk
33/50
4.5 Stikstofdepositie Relevant kader In het kader van gebiedsbescherming dient voor de vergunningverlening van een BOPA te worden aangetoond dat er met het initiatief geen significante effecten te verwachten zijn op Natura 2000-gebieden ten opzichte van de feitelijke en planologische situatie voor zowel de aanleg- als gebruiksfase. Middels het rekenprogramma AERIUS kan de stikstofdepositie van het initiatief op de dichtstbijzijnde Natura-2000 gebieden worden berekend. Er zijn geen significante effecten te verwachten, wanneer uit de AERIUS-berekeningen blijkt dat er geen sprake is van een toename van de stikstofdepositie (kleiner dan of gelijk aan 0,00 mol N/ha/jaar). Wanneer er wel een toename aan stikstofdepositie uit de berekening blijkt, kan een ruimtelijk plan worden vastgesteld indien uit een passende beoordeling de zekerheid is verkregen dat het plan de natuurlijke kenmerken van het gebied niet zal aantasten. Indien deze zekerheid niet is verkregen, kan het plan enkel worden vastgesteld, indien wordt voldaan aan de volgende drie voorwaarden (ADC-toets): I. II. III.
Alternatieve oplossingen zijn niet voorhanden; Het plan is nodig om dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard; en De noodzakelijke compenserende maatregelen worden getroffen om te waarborgen dat de algehele samenhang van het Natura 2000-netwerk bewaard blijft.
Onderzoek Voor de nieuwbouw van de twee DRT’s bij het hoog-spanningsstation Waalwijk is door Sweco Nederland B.V. een stikstofdepositieberekening uitgevoerd met AERIUS Calculator 2025 (zie bijlage 4). De aanlegfase leidt niet tot een toename groter dan 0,00 mol N/ha/jaar op de (naderend) overbelaste habitattypen en leefgebieden in de Natura 2000-gebieden. Negatieve effecten op de stikstofgevoelige habitattypen en leefgebieden in Natura 2000-gebieden kunnen op voorhand worden uitgesloten. Betekenis voor het project Er is geen sprake van een vergunningsplicht voor een Natura 2000-activiteit voor wat betreft het aspect stikstofdepositie. Stikstofdepositie vormt daarmee geen belemmering voor het project.
4.6 Klimaatadaptatie Relevant kader Met het veranderende klimaat wordt het steeds belangrijker om ruimtelijke ontwikkelingen klimaatadaptief en duurzaam te realiseren. De urgentie van de klimaatopgave wordt in de Omgevingswet benadrukt. Artikel 2.1, derde lid van de Omgevingswet biedt onder sub i “het tegengaan van klimaatverandering” als juridische basis voor regelgeving die de bevoegdheden van bestuursorganen uitwerkt of begrenst. Betekenis voor het project De realisatie van de DRT’s draagt bij aan het tegengaan van klimaatverandering doordat deze installaties het elektriciteitsnet robuuster en
Sweco | Dwarsregeltransformatoren 150 kV-station Waalwijk Projectnummer 51012174 Datum 01-05-2026
Versie D3
Documentreferentie D3 - BOPA Motivering Dwarsregeltransformatoren 150 kV-station Waalwijk
34/50
flexibeler maken in een tijd waarin extreme weersomstandigheden, sterk wisselende duurzame opwek en toenemende elektrificatie elkaar versterken. Door het actief kunnen sturen van energiestromen worden piekbelastingen beter opgevangen, kunnen fluctuaties in zonne‑ en windenergie efficiënter worden verdeeld en wordt overbelasting van het net tijdens periodes van hitte, droogte of stormen voorkomen. Met het project wordt voldoende rekening gehouden met de klimaatadaptatie. Vanuit dit aspect is dan ook sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
4.7 Water Relevant kader De weging van het waterbelang is het proces van informeren, adviseren, afwegen en uiteindelijk beoordelen van waterhuishoudkundige aspecten in ruimtelijke plannen en besluiten. Het doel is het waarborgen en het expliciet en op evenwichtige wijze in beschouwing nemen van alle waterhuishoudkundige doelstellingen. Door middel van de weging van het waterbelang kunnen de initiatiefnemer en waterbeheerder, al tijdens de planontwikkeling, overeenstemming bereiken over water in het ruimtelijk plan. De weging van het waterbelang resulteert in onderstaande waterparagraaf, waarin is aangegeven met welke randvoorwaarden en uitgangspunten ten aanzien van water rekening dient te worden gehouden bij de verdere uitwerking van het plan. Het is een toelichting op het doorlopen proces en maakt de besluitvorming ten aanzien van water transparant. Onderzoek Sweco Nederland B.V. heeft een geohydrologische Quickscan en een watertoets uitgevoerd (zie bijlagen 5 en 6). Geohydrologie Het geohydrologisch onderzoek concludeert dat voor de aanleg van de ondergrondse kabels een tijdelijke bemaling noodzakelijk is, met een verwacht debiet van circa 5 m³/uur, waardoor de onttrekking meldingsplichtig maar niet vergunningsplichtig is.
De bemaling heeft naar verwachting een zeer beperkte invloedssfeer van minder dan 25 meter en brengt geen risico op opbarsten met zich mee, waardoor een spanningsbemaling niet nodig is. Daarnaast blijkt uit waterkwaliteitsanalyses dat het bronneringswater mogelijk niet voldoet aan de norm voor onopgeloste stoffen, waardoor voor de lozing naar oppervlaktewater waarschijnlijk een omgevingsvergunning vereist is. Tot slot zijn representatieve grondwaterstanden (GHG 0,5–0,7 m -mv; GLG 1,0–1,3 m -mv) vastgesteld specifiek voor het bemalingsontwerp. Het is aannemelijk dat de effecten van de bemalingswerkzaamheden reiken tot binnen de beschermingszone van een waterkering. Omdat voor bemalingswerkzaamheden binnen deze beschermingszone een vergunning vereist is, wordt aanbevolen om een bemalingsadvies op te stellen. In dit bemalingsadvies kan nader worden ingegaan op de geohydrologische situatie ter plaatse van het kabeltracé, waaronder een nauwkeurigere bepaling van de bodemopbouw en de grondwaterstanden. Met behulp van dit advies kan een betrouwbaardere inschatting worden gemaakt van het benodigde debiet, het invloedgebied en het waterbezwaar. Sweco | Dwarsregeltransformatoren 150 kV-station Waalwijk Projectnummer 51012174 Datum 01-05-2026
Versie D3
Documentreferentie D3 - BOPA Motivering Dwarsregeltransformatoren 150 kV-station Waalwijk
35/50
Weging van Waterbelang De uitbreiding van het station met de twee DRT’s leidt tot een toename van 2.650 m² verhard oppervlak. Op basis van de waterschapsverordening geldt hiervoor een compensatieverplichting, waarbij minimaal 159 m³ aan waterberging moet worden gerealiseerd. Deze berekening volgt uit de rekenregel van Waterschap Aa en Maas voor verhardingscompensatie, waarbij voor het projectgebied een gevoeligheidsfactor van 1,0 van toepassing is. Om aan de compensatie-eis te voldoen, wordt het hemelwater lokaal opgevangen in infiltratiekratten die voldoende capaciteit bieden voor de vereiste 159 m³ waterberging. Potentieel vervuild hemelwater dat van de DRT’s afkomstig kan zijn, wordt via een olie‑waterafscheider geleid voordat het wordt afgevoerd naar deze infiltratievoorzieningen. Schoon hemelwater kan direct infiltreren in de bodem of via het hemelwatersysteem worden afgevoerd. Door de keuze voor lokale berging worden geen aanvullende lozingen op oppervlaktewater of riool noodzakelijk geacht. De waterkwaliteit wordt geborgd door het toepassen van een KOMO‑gecertificeerde Klasse I olie‑waterafscheider, waarmee het effluent tot minder dan 5 mg/l restolie wordt gezuiverd. Dit maakt het water geschikt voor infiltratie in de bodem.
In geval van calamiteiten sluit het systeem automatisch af, waardoor verontreinigingen niet in het hemelwatersysteem of oppervlaktewater kunnen terechtkomen. De in de lekbak verzamelde olie wordt handmatig verwijderd en afgevoerd, waarna de lekbak kan worden gereinigd. Hiermee worden risico’s voor bodem, grondwater en oppervlaktewater effectief beperkt. De geplaatste DRT’s produceren geen vuilwater. Daarom is een nieuwe aansluitpunt op de riolering niet nodig. Het bestaande rioolstelsel blijft uitsluitend belast met zwartwater van de reeds aanwezige installaties. Het hemelwatersysteem wordt volledig gescheiden gehouden, conform gemeentelijk beleid voor afval- en hemelwater. Aanvullende afstemming met de gemeente over vuilwaterafvoer is hierdoor niet vereist. Het maaiveld in het uitbreidingsgebied wordt met circa 4,85 meter opgehoogd, waardoor de ontwateringsdiepte van minimaal 0,7 meter (zoals door de gemeente Waalwijk voorgeschreven) ruimschoots wordt gehaald. Door eveneens de kraanopstelplaats enkele centimeters op te hogen, zoals door het waterschap geadviseerd, wordt extra marge gecreëerd tegen wateroverlast. Dit maakt het terrein toekomstbestendig en geschikt voor piekbuien of hoge grondwaterstanden. Betekenis voor het project De uitgevoerde geohydrologische quickscan en watertoets tonen aan dat het project waterhuishoudkundig uitvoerbaar is.
De noodzakelijke bemaling is meldingsplichtig maar niet vergunningsplichtig, terwijl voor de lozing van bronneringswater mogelijk een omgevingsvergunning vereist is. De toename aan verhard oppervlak wordt volledig gecompenseerd met voldoende waterberging, en de waterkwaliteit wordt geborgd door een Klasse I olie‑waterafscheider. Water vormt daarmee geen belemmering voor het project.
Sweco | Dwarsregeltransformatoren 150 kV-station Waalwijk Projectnummer 51012174 Datum 01-05-2026
Versie D3
Documentreferentie D3 - BOPA Motivering Dwarsregeltransformatoren 150 kV-station Waalwijk
36/50
4.8 Mer-beoordeling Relevant kader De milieueffectrapportage (mer) is een hulpmiddel om bij diverse procedures het milieubelang een volwaardige plaats in de besluitvorming te geven. Een mer-procedure is verplicht bij de voorbereiding van plannen en besluiten van de overheid over initiatieven en activiteiten van publieke en private partijen die aanzienlijke milieueffecten kunnen hebben. De wettelijke basis voor de mer ligt in Europa: • •
de mer-richtlijn regelt de milieueffectrapportage voor projecten; de smb-richtlijn regelt de milieueffectrapportage voor plannen en programma’s.
Daarnaast geldt het verdrag van Espoo, inclusief het SEA-protocol, als er grensoverschrijdende milieueffecten kunnen zijn. De eisen van de bovengenoemde richtlijnen en het verdrag zijn nationaal omgezet in afdeling 16.4 van de Omgevingswet en hoofdstuk 11 van het Omgevingsbesluit (Ob). De Commissie voor de milieueffectrapportage (Commissie mer) is geregeld in artikel 17.5 van de Omgevingswet en hoofdstuk 12 van het Ob. In de Omgevingswet wordt onderscheid gemaakt in mer voor plannen (planmer) en mer voor projecten (project-mer). In beide gevallen kan er sprake zijn van een milieueffectrapport (MER) of mer-beoordeling (een procedure waarin moet worden onderzocht of een MER nodig is). In het Ob staat in bijlage V opgesomd welke projecten mer-plichtig of merbeoordelingsplichtig zijn. Voor projecten die onder deze bijlage vallen, dient op grond van de selectiecriteria in de Europese richtlijn milieueffectbeoordeling te worden vastgesteld of belangrijke nadelige gevolgen van de activiteit voor het milieu kunnen worden uitgesloten, een zogenaamde ‘mer-beoordeling'. Pas als is vastgesteld dat belangrijk nadelige gevolgen zijn uitgesloten, geldt voor de activiteit geen mer-plicht. Onderzoek Het project betreft een activiteit die valt onder de aanleg, wijziging of uitbreiding van een bovengrondse hoogspanningsleiding (J8) en industrieterrein (J10).
Omdat er sprake is van een project uit bijlage V van het Omgevingsbesluit (de wijziging van een bovengrondse hoogspanningsleiding en industrieterrein) en er een BOPA procedure uitgevoerd moet worden, is er sprake van een project-m.e.r.-beoordeling. Sweco Nederland B.V. heeft deze uitgevoerd (zie bijlage 7). Het omgevingsbesluit geeft onder ‘gevallen’ per activiteit aan wat de relevante (indicatieve) drempel is voor een mer-(beoordelings)plicht. Met het planvoornemen worden de (indicatieve) drempelwaarden uit het Omgevingsbesluit niet overschreden, aangezien het niet gaat om een hoogspanningsleider met een spanning van 220 kV of meer en het leidingtracé niet meer dan 15 km bedraagt. Voor het industrieterrein geldt geen drempelwaarde. Op grond van de selectiecriteria in de Europese richtlijn milieueffectbeoordeling dient te worden vastgesteld of belangrijke nadelige gevolgen van de activiteit voor het milieu kunnen worden uitgesloten, een
Sweco | Dwarsregeltransformatoren 150 kV-station Waalwijk Projectnummer 51012174 Datum 01-05-2026
Versie D3
Documentreferentie D3 - BOPA Motivering Dwarsregeltransformatoren 150 kV-station Waalwijk
37/50
zogenaamde mer-beoordeling'. Pas als is vastgesteld dat belangrijk nadelige gevolgen zijn uitgesloten, geldt voor de activiteit geen mer-plicht. Bij de mer-beoordeling dient het bevoegd gezag expliciet te beoordelen of zij het noodzakelijk acht om de mer-procedure te doorlopen. Er kunnen twee uitkomsten zijn: -
Aanzienlijke milieueffecten kunnen niet uitgesloten worden à er dient een mer-procedure doorlopen worden; Aanzienlijke milieueffecten treden niet op à er wordt gemotiveerd aangegeven dat geen mer-procedure wordt doorlopen.
Het uitgangspunt bij deze beoordeling is: Nee, tenzij… (zie hiervoor verder kader 1.2). Dit uitgangspunt betekent dat geen nadere mer-procedure nodig is, tenzij sprake is van mogelijke aanzienlijke milieueffecten op basis waarvan een dergelijke procedure wel noodzakelijk moet worden geacht. Bereik van het effect De potentiële effecten van het project treden uitsluitend lokaal op, namelijk binnen of direct grenzend aan het projectgebied. De dichtstbijzijnde gevoelige functie betreft de arbeidsmigrantenhuisvesting tegenover het station, maar ook daar blijven de effecten beperkt van omvang. Doordat het ruimtelijk bereik klein is, wordt geen groter gebied of grotere populatie beïnvloed. Aard van het effect De effecten vallen uiteen in tijdelijke hinder tijdens de aanlegfase en beperkte permanente effecten in de gebruiksfase. Tijdens de aanleg kan sprake zijn van tijdelijke geluid-, verkeers- en trillinghinder. In de gebruiksfase gaat het om permanente effecten zoals een lichte toename van geluid en een toename van verhard oppervlak. De aard van deze effecten is echter beperkt en goed beheersbaar. Orde van grootte en complexiteit effect De orde van grootte van de effecten is klein: • •
Bodem en water: Door het toepassen van lekbakken en een olie/waterafscheider wordt de kans op bodem- en waterverontreiniging verwaarloosbaar (zie paragraaf 4.2). Soortenbescherming: Uit ecologisch bureau- en veldonderzoek blijkt dat in het projectgebied geen beschermde plantensoorten of verblijfplaatsen van gebouw- of boombewonende vleermuizen voorkomen. Negatieve effecten op deze soorten worden uitgesloten. Mogelijke effecten op vliegroutes van vleermuizen kunnen worden voorkomen door ’s nachts niet te werken en lichtuitstraling richting bomen en watergangen te vermijden. Voor vogels wordt verstoring voorkomen door buiten het broedseizoen te werken of voorafgaand aan werkzaamheden te controleren op aanwezige nesten. Voor zoogdieren zoals muizen geldt de zorgplicht, waarbij maatregelen genomen moeten worden om schadelijke effecten te voorkomen. Effecten op amfibieën, reptielen en vissen zijn uitgesloten doordat geen werkzaamheden plaatsvinden in watergangen of geschikt leefgebied. Ook beschermde ongewervelden worden niet verwacht op de locatie. Hiermee kunnen alle potentiële effecten op soortenbescherming effectief worden uitgesloten.
Sweco | Dwarsregeltransformatoren 150 kV-station Waalwijk Projectnummer 51012174 Datum 01-05-2026
Versie D3
Documentreferentie D3 - BOPA Motivering Dwarsregeltransformatoren 150 kV-station Waalwijk
38/50
•
Geluid: Uit onderzoek blijkt dat zowel voor woningen als voor arbeidsmigrantenhuisvesting wordt voldaan aan de relevante geluidnormen (zie paragraaf 4.14). • Waterhinder: De benodigde waterberging (minimaal 158 m³) wordt volledig gecompenseerd via infiltratiekratten (zie paragraaf 4.7). • Archeologie en cultuurhistorie: De archeologische verwachting is laag en cultuurhistorische waarden worden slechts beperkt beïnvloed (zie paragraaf 4.13). Deze effecten zijn overzichtelijk, niet complex en goed te beheersen. Om de effecten met betrekking tot soortenbescherming te mitigeren, dienen de volgende mitigerende maatregelen getroffen te worden: • • •
•
Door het plaatsen van een olie/water afscheiding tussen de lekbak en het hemelwaterafvoersysteem, word voorkomen dat met olie verontreinigend water in het watersysteem terecht komt. Door ’s nachts geen werkzaamheden uit te voeren, wordt de kans op het verstoren van mogelijke vliegroutes verkleind. Door buiten het broedseizoen te werken, wordt verstoring van broedende vogels in de graslanden, bosjes en de oevers voorkomen. De broedperiode loopt globaal van half maart tot begin augustus. Als niet voorkomen kan worden om in het broedseizoen te werken dient kort voor de uitvoering gecontroleerd te worden of sprake is van broedgevallen binnen de verstoringsafstand. Als dit het geval is moet worden gewacht tot de jongen het nest verlaten hebben. De zorgplicht is van kracht voor zowel beschermde als vrijgestelde soorten die het projectgebied passeren. Dit houdt voornamelijk in dat de werkwijze zo gekozen wordt dat aanwezige dieren het projectgebied altijd kunnen verlaten.
Betekenis voor het project Gelet op de aard en omvang van de effecten in combinatie met de mitigerende maatregelen, worden geen belangrijk nadelige gevolgen voor het milieu verwacht als gevolg van het planvoornemen.
4.9 Verkeer Relevant kader Wanneer een ruimtelijke ontwikkeling wordt mogelijk gemaakt dient er inzicht te worden gegeven in de gevolgen van de ontwikkeling op de bereikbaarheid, verkeersafwikkeling en parkeren op het gebied. In het facetbestemmingsplan parkeren wordt de parkeerregelgeving vastgesteld. Hierin is bepaald dat een omgevingsvergunning voor het bouwen van gebouwen slechts verleend wordt indien er aangetoond is dat er in voldoende mate wordt voorzien in parkeerruimte of stallingen voor auto’s ten behoeve van het geplande gebouw. Of de parkeervoorzieningen voldoende zijn, wordt bepaald met inachtneming van de beleidsregels zoals opgenomen in de Beleidsregel Parkeernormen Waalwijk 2025. In de Beleidsregel Parkeernormen Waalwijk 2025 worden parkeernormen bepaald voor verschillende gebieden in de gemeente. Deze zijn ontstaan op
Sweco | Dwarsregeltransformatoren 150 kV-station Waalwijk Projectnummer 51012174 Datum 01-05-2026
Versie D3
Documentreferentie D3 - BOPA Motivering Dwarsregeltransformatoren 150 kV-station Waalwijk
39/50
basis van de parkeerkencijfers van het CROW. De gemeente onderscheidt Waalwijk voor de gebiedsprofielen de volgende gradaties in stedelijkheid: 1. Stedelijkheidsgraad matig stedelijk: geldt voor het centrum van Waalwijk, de schil van het centrum (direct aan het centrum grenzende wijken) en voor de rest bebouwde kom Waalwijk (overige woonwijken van de kern Waalwijk), Landgoed Driessen en het oostelijk deel van Sprang-Capelle. Het oostelijk deel van Sprang-Capelle is regionaal opgenomen als stedelijk gebied. 2. Stedelijkheidsgraad weinig stedelijk: geldt voor de rest bebouwde kom kernen, zijnde de kern Waspik en het westelijk deel van Sprang-Capelle. 3. Stedelijkheidsgraad niet stedelijk: geldt voor het buitengebied, oftewel het landelijk gebied buiten de bebouwde kom. Figuur 7 laat de gebiedsindeling zien. Het projectgebied is rood omcirkeld.
Figuur 7 Gebiedsindeling Waalwijk uit Beleidsregel Parkeernormen Waalwijk 2025 (projectgebied rood omcirkeld)
Betekenis voor het project Parkeren Voor een hoogspanningsstation zijn in de Beleidsregel Parkeernormen Waalwijk 2025 geen parkeernormen opgenomen. De normen in het beleidsdocument zijn uitsluitend opgesteld voor functies die een structurele parkeervraag genereren, zoals wonen, werken, detailhandel, maatschappelijke voorzieningen of recreatieve functies. Een hoogspanningsstation is een nutsvoorziening zonder publieksfunctie en zonder vaste gebruikers of werknemers die op locatie aanwezig zijn. De incidentele aanwezigheid van monteurs voor onderhoud leidt niet tot een structurele parkeervraag zoals bedoeld in de beleidsregel. De Beleidsregel Parkeernormen bepaalt dat voor functies zonder parkeernorm een alternatieve onderbouwing moet worden geleverd. Gezien het feitelijk ontbreken van een dagelijkse parkeerbehoefte is een parkeernorm van 0 passend en logisch. Daarmee geldt dat de aanleg van parkeerplaatsen geen onderdeel vormt van de parkeereis en dat de
Sweco | Dwarsregeltransformatoren 150 kV-station Waalwijk Projectnummer 51012174 Datum 01-05-2026
Versie D3
Documentreferentie D3 - BOPA Motivering Dwarsregeltransformatoren 150 kV-station Waalwijk
40/50
ontwikkeling in redelijkheid zonder parkeernormen kan worden beoordeeld. Bovendien is er op het terrein beperkt ruimte tot parkeren, en biedt de oprijlaan ook enige parkeermogelijkheid. Verkeer Tijdens de bouwfase van het hoogspanningsstation zal sprake zijn van een tijdelijke toename van verkeersbewegingen. Dit betreft voornamelijk bouwverkeer, waaronder aan- en afvoer van materialen, transport van installaties en voertuigen van uitvoerend personeel. Deze piek is beperkt tot de realisatieperiode en neemt na afronding van de werkzaamheden sterk af. In de gebruiksfase genereert een hoogspanningsstation slechts beperkte verkeersbewegingen. Alleen bij gepland onderhoud of incidentele storingen bezoeken enkele monteurs de locatie. Hierdoor is de verkeersintensiteit structureel zeer laag en is er geen sprake van een relevante parkeer- of verkeersvraag.
4.10 Ontplofbare oorlogsresten Relevant kader De bodemingrepen die gepaard gaan met de geplande werkzaamheden zullen eventueel aanwezige ontplofbare oorlogsresten (OO) in de bodem kunnen activeren. Derhalve dienen, voorafgaand aan de werkzaamheden, de risico’s op het aantreffen van OO binnen het onderzoeksgebied in kaart te worden gebracht. Het vooronderzoek OO heeft tot doel om te beoordelen of er indicaties zijn dat binnen het onderzoeksgebied explosieven aanwezig zijn, en zo ja, om het verdachte gebied af te bakenen. Onderzoek Er is onderzoek uitgevoerd door Sweco Nederland B.V. (zie bijlage 8). Op basis van de analyse van het historisch feitenmateriaal in dit vooronderzoek OO conflictperiode wordt het onderzoeksgebied als onverdacht aangemerkt op het aantreffen van OO (zie ook de OO-bodembelastingkaart in bijlage 8). Er wordt geadviseerd om de grondroerende werkzaamheden in het onderzoeksgebied normale doorgang te laten hebben. Betekenis voor het project Voorliggend onderzoek geeft geen aanleiding tot het nemen van vervolgstappen op het gebied van OO.
4.11 Omgevingsveiligheid Relevant kader Bij het mogelijk maken van nieuwe activiteiten moet rekening worden gehouden met omgevingsveiligheid (externe veiligheid) om een evenwichtige toedeling van functies aan locaties te waarborgen. Het gaat daarbij om: o
de bescherming van personen in gebouwen en op locaties in de omgeving van een risicovolle activiteit, en
Sweco | Dwarsregeltransformatoren 150 kV-station Waalwijk Projectnummer 51012174 Datum 01-05-2026
Versie D3
Documentreferentie D3 - BOPA Motivering Dwarsregeltransformatoren 150 kV-station Waalwijk
41/50
o
het beperken van schade aan de fysieke leefomgeving in bredere zin (schade aan gebouwen en het milieu) bij een ongeval bij een risicovolle activiteit.
De hoofdlijnen van het wettelijk kader omtrent de externe veiligheid zijn opgenomen in instructieregels in afdeling 5.1.2 Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). In bijlage VII van het Bkl zijn activiteiten aangewezen als risicobronnen. Deze risicobronnen zijn van belang voor de regels over het plaatsgebonden risico en aandachtsgebieden. Het betreft de volgende activiteiten: • • • •
Activiteiten met gevaarlijke stoffen bij bedrijven. Dit zijn verschillende milieubelastende activiteiten uit het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). Het basisnet vervoer gevaarlijke stoffen (weg, water en spoor). Buisleidingen met gevaarlijke stoffen die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit in het Bal. Windturbines die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit in het Bal.
Voor de Milieubelastende Activiteiten (MBA’s) met externe veiligheidsrisico’s staan twee begrippen centraal: het plaatsgebonden risico en aandachtsgebieden. Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico is de kans op het overlijden van een persoon als gevolg van een ongeval bij een risicovolle activiteit. Voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit wordt op de begrenzing van een risicogebied externe veiligheid een standaardwaarde voor het plaatsgebonden risico in acht genomen van ten hoogste 1 op de miljoen per jaar. Voor nieuwe kwetsbare gebouwen, zeer kwetsbare gebouwen en kwetsbare locaties geldt dat het plaatsgebonden risico van 10-6/jaar een grenswaarde is. Dit betekent dat binnen de plaatsgebonden risicocontour van 10-6/jaar geen nieuwe kwetsbare gebouwen, zeer kwetsbare gebouwen en kwetsbare locaties gerealiseerd mogen worden. Hier gelden enkele uitzonderingen voor. Aandachtsgebieden Wanneer een plan is gelegen binnen aandachtsgebieden van risicobronnen is extra aandacht nodig voor de bescherming van mensen als gevolg van ongevallen met gevaarlijke stoffen. In het Bkl zijn drie categorieën opgenomen waarvoor de regels bescherming bieden: beperkt kwetsbaar (gebouwen en locaties), kwetsbaar (gebouwen en locaties) en zeer kwetsbaar (alleen gebouwen).
In een omgevingsplan neemt de gemeente regels op om deze gebouwen en locaties te beschermen vanwege externe veiligheidsrisico’s. De nadruk ligt op de bescherming van de kwetsbare gebruiksfuncties in een gebouw in plaats van de bescherming van het gebouw als geheel. Voor het groepsrisico gelden aandachtsgebieden waar mensen binnenshuis onvoldoende beschermd zijn tegen een ongeval met gevaarlijke stoffen. Binnen een aandachtsgebied bepaalt het bevoegd gezag de benodigde beschermde maatregelen. Er zijn drie typen aandachtsgebieden: 1. Brandaandachtsgebied; 2. Explosieaandachtsgebied; 3. Gifwolkaandachtsgebied.
Sweco | Dwarsregeltransformatoren 150 kV-station Waalwijk Projectnummer 51012174 Datum 01-05-2026
Versie D3
Documentreferentie D3 - BOPA Motivering Dwarsregeltransformatoren 150 kV-station Waalwijk
42/50
Betekenis voor het project De realisatie van de twee DRT’s vormt geen risicovolle activiteit in de zin van bijlage VII van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). De installatie van de DRT’s brengt geen processen met zich mee die leiden tot een plaatsgebonden risico of tot een toename van het groepsrisico. Daarnaast worden met het project geen nieuwe kwetsbare, beperkt kwetsbare of zeer kwetsbare gebouwen of locaties mogelijk gemaakt. De bestaande functies in de omgeving blijven ongewijzigd en de toevoeging van de transformatoren heeft geen effect op de veiligheidsafstanden of risicobronnen in de omgeving. Omgevingsveiligheid vormt daarmee geen belemmering voor de uitvoering van het project en de plaatsing van de DRT’s.
4.12 Geur Relevant kader Geurhinder is onderdeel van de evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Dit is opgenomen in paragraaf 5.1.4.6 Bkl ‘Geur’, onderdeel van paragraaf 5.1.4 ‘Beschermen van de gezondheid en van het milieu’. Geurhinder kan door verschillende bedrijfs- of hobbyactiviteiten veroorzaakt worden. Hierbij valt te denken aan veehouderijen en andere agrarische activiteiten maar ook bijvoorbeeld rioolwaterzuiveringsinstallaties. Voor een evenwichtige toedeling van geurhinder dient het aspect geur onderzocht te worden: • •
indien geurveroorzakende activiteiten in de buurt van bestaande geurgevoelige gebouwen en/of locaties worden toegelaten. indien geurgevoelige gebouwen en/of locaties in de buurt van bestaande geurveroorzakende activiteiten worden toegelaten.
Beschouwing De voorgenomen ontwikkeling betreft de aanleg en het gebruik van een hoogspanningsstation. Een hoogspanningsstation wordt niet aangemerkt als een geurveroorzakende activiteit in de zin van het Bkl. Voor energie infrastructuur zijn binnen het Bkl geen geurnormen, beoordelingsregels of afstanden tot geurgevoelige objecten opgenomen. De geurregels uit het Bkl zijn derhalve niet van toepassing op deze ontwikkeling. Daarnaast maakt het plan geen geurgevoelige functies mogelijk. Betekenis voor het project Het aspect geur vormt geen belemmering voor het project.
4.13 Archeologie en cultuurhistorie Relevant kader Wat onder cultureel erfgoed wordt verstaan is verduidelijkt met de Invoeringswet Omgevingswet. Het gaat hierbij om 'monumenten,
Sweco | Dwarsregeltransformatoren 150 kV-station Waalwijk Projectnummer 51012174 Datum 01-05-2026
Versie D3
Documentreferentie D3 - BOPA Motivering Dwarsregeltransformatoren 150 kV-station Waalwijk
43/50
archeologische monumenten, stads- en dorpsgezichten, cultuurlandschappen en, voor zover dat voorwerp is of kan zijn van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, ander cultureel erfgoed als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet.' Het cultureel erfgoed kunnen zowel uit het verleden geërfde materiële als immateriële bronnen betreffen. De Erfgoedwet bevat de wet- en regelgeving voor beheer en behoud van het cultureel erfgoed. Voor de bescherming van het landschap geldt voor Nederland het Europees landschapsverdrag. Dit verdrag erkent dat landschappen een onderdeel zijn van de fysieke leefomgeving. In artikel 1.2 lid 1 sub g Omgevingswet worden 'landschappen' als onderdeel van de fysieke leefomgeving aangemerkt. Het landschapsbeleid kan door Rijk, provincie of gemeente in een omgevingsvisie zijn vastgelegd. Deels zijn landschapswaarden in instructieregels van het Bkl verankerd. Artikel 5.130 Bkl bevat bijvoorbeeld een instructieregel over het behoud van cultureel erfgoed over onder andere bescherming van cultuurlandschappen. Bij het beschermen van cultureel erfgoed in het omgevingsplan moeten gemeenten rekening houden met bepaalde uitgangspunten. In artikel 5.130 lid 2 Bkl staan de instructieregels gesteld door het Rijk. Deze gaan over: • • • • • •
Ontsiering, beschadiging of sloop van beschermde monumenten of archeologische monumenten; Verplaatsing van beschermde monumenten; Gebruik en wijziging van monumenten; Aantasting van de omgeving van een beschermend monument; Aantasting van beschermde stads- en dorpsgezichten en beschermde cultuurlandschappen; Conserveren en in stand houden van archeologische monumenten.
Onderzoek Archeologie Sweco Nederland B.V. heeft een bureauonderzoek uitgevoerd voor het projectgebied (zie bijlage 9). De aanleiding voor dit bureauonderzoek is de versterking van het elektriciteitsnet door uitbreiding van het bestaande hoogspanningsstation 150 kV te Waalwijk. De verwachte bodemopbouw in het projectgebied bestaat uit komafzettingen (Formatie van Echteld) op veen (Formatie van Nieuwkoop) op dekzand (Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden). Op basis van de resultaten van dit bureauonderzoek geldt er voor het projectgebied een archeologische verwachting op twee niveaus: 1. Dekzand. Voor het dekzand geldt er een middelhoge verwachting op archeologische resten uit het Laat-Paleolithicum tot en met het VroegNeolithicum al ontbreken vooralsnog vondsten in de omgeving uit deze perioden. De verwachting op archeologische waarden uit deze periode is dan ook theoretisch. 2. Oeverafzettingen Oude Maasje. Indien aanwezig geldt er een middelhoge verwachting op archeologische resten uit de IJzertijdRomeinse Tijd. Voor het getijdengebied met komafzettingen en het veen geldt er een lage archeologische verwachting.
Sweco | Dwarsregeltransformatoren 150 kV-station Waalwijk Projectnummer 51012174 Datum 01-05-2026
Versie D3
Documentreferentie D3 - BOPA Motivering Dwarsregeltransformatoren 150 kV-station Waalwijk
44/50
Cultuurhistorie Het cultuurhistorisch beleid van de gemeente Waalwijk is vastgelegd in het Bestemmingsplan Buitengebied (onherroepelijk vastgesteld 2010-12-09). Binnen dit bestemmingsplan geldt geen dubbelbestemming cultuurhistorie voor het projectgebied. Het projectgebied valt binnen de Baardwijkse Overlaat. Door het reeds aanwezige verdeelstation ten zuiden van het projectgebied en de hoogspanningsverbinding in het projectgebied is de open vlakte naast het stelsel van dijken reeds niet meer zo open en naar verwachting zal het plaatsen van de DRT’s daarom een gering effect op de cultuurhistorische waarden hebben. Betekenis voor het project Archeologie Op basis van de resultaten van het bureauonderzoek adviseert Sweco Nederland in het projectgebied een vervolgonderzoek uit te voeren in de vorm van een inventariserend veldonderzoek door middel van verkennende boringen. Geadviseerd wordt om 18 verkennende boringen uit te voeren in het projectgebied. Deze boringen dienen in een grid van 40 bij 50 te worden gezet tot 0,3 m in de C-horizont van het dekzand of tot maximaal 2,0 m -mv. Boringen worden uitgevoerd met en edelmanboor van 7 cm in diameter en/of met een guts van 3 cm. Het booronderzoek is inmiddels uitgezet.
In overleg met de gemeente dient te worden bepaald of dit (boor)onderzoek voorafgaand aan de vergunningverlening moet worden aangeleverd, dan wel als voorwaarde wordt opgenomen in de omgevingsvergunning. Het is aan het bevoegd gezag (de gemeente) om het onderzoek te beoordelen en hierover een selectiebesluit te nemen. Cultuurhistorie Gezien het effect van de ontwikkeling naar verwachting een gering effect heeft op het reeds niet meer zo open vlakten. Gezien er vanuit het cultuurhistorisch beleid (vastgelegd in het Bestemmingsplan Buitengebied, onherroepelijk vastgesteld 2010-12-09) geen noodzaak voor een volledig cultuurhistorisch onderzoek bestaat en de effecten van de ontwikkeling gering worden geacht, worden aanvullende maatregelen in het kader van de voorgenomen plannen daarom niet noodzakelijk geacht. Algemeen Indien bij de uitvoering van de werkzaamheden toch onverwacht archeologische resten worden aangetroffen, dan is conform artikel 5.10 en 5.11 van de Erfgoedwet aanmelding van de desbetreffende vondsten bij de minister verplicht (vondstmelding via de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed: d.m.v. een Archis-vondstmelding) en de bevoegde overheid (Waalwijk/ provincie Noord-Brabant).
De Omgevingswet regelt dat in het geval van archeologische toevalsvondsten van algemeen belang, niet alleen de minister van OCW, maar ook de gemeente bevoegd is om bodemverstorende werkzaamheden stil te leggen. De bevoegde overheid neemt op basis van dit rapport een (selectie)besluit. De mogelijkheid bestaat dat dit besluit afwijkt van het door ons opgestelde advies.
Sweco | Dwarsregeltransformatoren 150 kV-station Waalwijk Projectnummer 51012174 Datum 01-05-2026
Versie D3
Documentreferentie D3 - BOPA Motivering Dwarsregeltransformatoren 150 kV-station Waalwijk
45/50
4.14 Geluid Relevant kader Ieder bevoegd gezag heeft de algemene taak ‘evenwichtige toedeling van functies aan locaties’ (artikel 4.2, Omgevingswet) bij het mogelijk maken van activiteiten te waarborgen. Instructieregels die deze algemene taak invullen staan in hoofdstuk 5 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Voor het beoordelen van geluid zijn deze regels bedoeld voor de bescherming van de gezondheid en het milieu. Het bevoegd gezag moet rekening houden met gezondheid (artikel 2.1 lid 4, Omgevingswet). De centrale regels voor beoordeling van geluid door activiteiten, lokale (spoor)wegen en op geluidgevoelige gebouwen staan in de artikelen 5.59, 5.78l en 5.78s van het Bkl. In het licht van het bovenstaand, moet bij een buitenplanse omgevingsplanactiviteit rekening worden gehouden met de geluiduitstraling door individuele activiteiten, activiteiten op een industrieterrein, geluiduitstraling door gemeentewegen, waterschapswegen, provinciale wegen, snelwegen en spoorwegen. Het gaat daarbij zowel om de geluidbelasting van de mogelijk gemaakte activiteit op gevoelige functies de omgeving, als om de geluidbelasting van de omgeving op de activiteit (indien het een geluidgevoelige functie betreft).
Onderzoek Er is een akoestisch onderzoek uitgevoerd door Peutz (zie bijlage 10). Volgens de specificaties van TenneT bedraagt het geluidvermogen van elke transformator maximaal 85 dB(A). Beide dwarsregeltransformatoren worden opgesteld in een driezijdige cel; hierbij zijn zowel de bovenkant als de zuidelijke zijde van de cel open gelaten. Deze openingen zijn onder andere van belang voor de ventilatie en afvoer van warmte. De transformatoren zullen continu, gedurende het gehele etmaal, in bedrijf zijn. Alle berekeningen zijn uitgevoerd conform methode II in ‘Meet- en rekenmethode geluid industrie’ in bijlage IVh, Omgevingsregeling. Betekenis voor het project In de directe omgeving van het projectgebied zijn een (bedrijfs)woning en huisvesting van arbeidsmigranten aanwezig. De huisvesting van arbeidsmigranten is toegestaan middels een tijdelijke vergunning. Uit het onderzoek blijkt dat ter plaatse van de (bedrijfs)woning aan de Valkenvoortweg 22a langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus kunnen optreden van ten hoogste 37 dB(A) in de dag-, de avond- en de nachtperiode ((inclusief toeslag van 5 dB voor tonaal geluid). Hiermee wordt voldaan aan stap 2 van de VNG-richtlijn voor ‘gemengd gebied’. Tevens kan worden voldaan aan de waarden van 50 dB(A) in de dagperiode, 45 dB(A) in de avondperiode en 40 dB(A) in de nachtperiode zoals opgenomen in het omgevingsplan van de gemeente.
Ter plaatse van overige woningen in de omgeving zijn langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus berekend van ten hoogste 31 dB(A) in de dag-, avond- en nachtperiode (inclusief toeslag van 5 dB voor tonaal geluid). Hiermee wordt voldaan aan stap 2 van de VNG-richtlijn voor ‘rustige woonwijk’. Tevens kan (ruimschoots) worden voldaan aan de waarden van 50 dB(A) in de dagperiode,
Sweco | Dwarsregeltransformatoren 150 kV-station Waalwijk Projectnummer 51012174 Datum 01-05-2026
Versie D3
Documentreferentie D3 - BOPA Motivering Dwarsregeltransformatoren 150 kV-station Waalwijk
46/50
45 dB(A) in de avondperiode en 40 dB(A) in de nachtperiode zoals opgenomen in het omgevingsplan van de gemeente. Ter plaatse van de huisvesting van arbeidsmigranten zijn langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus berekend van ten hoogste 40 dB(A) in de dag-, de avonden de nachtperiode (inclusief toeslag van 5 dB voor tonaal geluid). Het geluid op deze huisvesting behoeft formeel gezien niet te worden getoetst, echter is voor de volledigheid wel mee beschouwd in het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL). Het optredende geluid voldoet aan stap 2 van de VNG-richtlijn voor ‘gemengd gebied’. Op basis hiervan kan worden gesteld dat ook bij deze huisvesting sprake is van een goed woon- en leefklimaat en er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, één en ander ter beoordeling aan het bevoegd gezag. Geconcludeerd kan worden dat er geen akoestische belemmeringen lijken te zijn ten aanzien van de nieuwe activiteiten van TenneT.
4.15 Conclusie fysieke leefomgeving Met inachtneming van hetgeen dat is omschreven in dit hoofdstuk en de bijbehorende onderzoeksrapportages, is er met de ontwikkeling van de verbindingsweg op het projectgebied sprake van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving en daarmee sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
Sweco | Dwarsregeltransformatoren 150 kV-station Waalwijk Projectnummer 51012174 Datum 01-05-2026
Versie D3
Documentreferentie D3 - BOPA Motivering Dwarsregeltransformatoren 150 kV-station Waalwijk
47/50
5
Uitvoerbaarheid 5.1
Maatschappelijke haalbaarheid
Vaststellingsprocedure Voor de omgevingsvergunningaanvraag voor onderhavige buitenplanse omgevingsplanactiviteit wordt de uitgebreide procedure gevolgd. De beslistermijn begint te lopen zodra de aanvraag is ontvangen. Als het bevoegd gezag de beslissing op de aanvraag aanhoudt, begint de termijn te lopen op de dag waarop de aanhouding eindigt. In de reguliere procedure bedraagt de beslistermijn in beginsel zes maanden. Het bevoegd gezag kan deze termijn eenmaal met maximaal 6 weken verlengen. Een omgevingsvergunning die is voorbereid met de uitgebreide voorbereidingsprocedure treedt in werking met ingang van de dag na de terinzagelegging. Er geldt een uitzondering wanneer de vergunning een activiteit mogelijk maakt die kan leiden tot een onherstelbare verandering van een bestaande situatie, zoals bijvoorbeeld bij kap- of sloopactiviteiten. In dat geval moet het bevoegd gezag expliciet in de omgevingsvergunning opnemen dat deze 4 weken na bekendmaking in werking treedt. Hierdoor krijgen belanghebbenden de kans om een verzoek om een voorlopige voorziening in te dienen. In geval van spoedeisende omstandigheden kan het bevoegd gezag afwijken van de termijn van 4 weken. Bezwaar en beroep Na de besluitvorming bestaat voor belanghebbenden de mogelijkheid om bezwaar aan te tekenen. Na het bezwaar is er nog de gelegenheid voor beroep en hoger beroep.
Participatie Participatie over de uitbreiding met de DRT’s en de APFC heeft plaatsgevonden via schriftelijke informatievoorziening aan omwonenden op 17 februari 2026. In deze brief zijn het project, de werkzaamheden, de onderzoeken en de BOPA‑procedure toegelicht, met de mogelijkheid om per e‑mail vragen te stellen of aandachtspunten te delen. Er zijn geen formele reacties ontvangen. Enkele informele vragen over planning, geluid en veiligheid zijn individueel beantwoord. De input heeft niet geleid tot aanpassingen in het ontwerp, maar wel tot extra aandacht voor communicatie richting de omgeving tijdens de uitvoering.
Sweco | Dwarsregeltransformatoren 150 kV-station Waalwijk Projectnummer 51012174 Datum 01-05-2026
Versie D3
Documentreferentie D3 - BOPA Motivering Dwarsregeltransformatoren 150 kV-station Waalwijk
48/50
5.2 Economische haalbaarheid In deze motivering is onderbouwd dat voor de voorliggende buitenplanse omgevingsactiviteit een evenwichtige toedeling van functies aan locaties wordt bereikt en dat de toegekende functie binnen een redelijke termijn kan worden gerealiseerd. Daarnaast is de realisatie van de ontwikkeling in handen van één initiatiefnemer, TenneT. Daarmee is de uitvoering van de ontwikkeling volledig voor rekening en risico van de initiatiefnemer. Gelet hierop kan aangenomen worden dat de realisatie economisch uitvoerbaar is. Op voorhand is er geen reden om aan te nemen dat de toegekende functie om financiële redenen niet binnen een redelijke termijn kan worden gerealiseerd. Kostenverhaal Op grond van artikel 13.11 Omgevingswet is de gemeente verplicht tot kostenverhaal, indien sprake is van één of meerdere aangewezen bouwactiviteiten. Het gaat om zogenaamde kostenverhaal plichtige activiteiten zoals genoemd in artikel 8.13 Omgevingsbesluit. De voorgenomen ontwikkeling is geen bouwactiviteit zoals bedoeld in artikel 8.13 Omgevingsbesluit. De plicht tot kostenverhaal is dan ook niet aan de orde. Wel wordt met de initiatiefnemer een nadeelcompensatieovereenkomst gesloten.
Sweco | Dwarsregeltransformatoren 150 kV-station Waalwijk Projectnummer 51012174 Datum 01-05-2026
Versie D3
Documentreferentie D3 - BOPA Motivering Dwarsregeltransformatoren 150 kV-station Waalwijk
49/50
6
Conclusie
TenneT is voornemens het bestaande 150 kV‑hoogspanningsstation in Waalwijk uit te breiden met twee dwarsregeltransformatoren (DRT’s). Deze uitbreiding is noodzakelijk om de toenemende elektriciteitsvraag en de groeiende netcongestie in de regio op te vangen. De plaatsing van de DRT’s past echter niet binnen het geldende omgevingsplan van de gemeente Waalwijk. Voor de realisatie van deze installaties is daarom een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) vereist. Om dit voornemen daarom mogelijk te maken wordt een omgevingsvergunning voor een BOPA aangevraagd. Een dergelijke omgevingsvergunning dient te zijn voorzien van een ruimtelijke motivering. Onderhavige rapportage vormt deze ruimtelijke motivering. Uit deze ruimtelijke motivering blijkt dat de DRT’s niet strijdig zijn met de beleidsdoelstellingen uit het landelijk, provinciaal en lokaal beleid. Op basis van een toets aan de relevante milieu- en omgevingsaspecten kan daarnaast worden geconcludeerd dat er geen belemmeringen zijn. De afwijking van het vigerend omgevingsplan is hiermee aanvaardbaar. Ook bij het gebruik van de gronden als locatie voor de DRT’s is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
Sweco | Dwarsregeltransformatoren 150 kV-station Waalwijk Projectnummer 51012174 Datum 01-05-2026
Versie D3
Documentreferentie D3 - BOPA Motivering Dwarsregeltransformatoren 150 kV-station Waalwijk
50/50