Bijl. 1.5 - Sweco Archeologisch rapport incl. cultuurhistorie
Tekst van het document
28 29
www.bodemloket.nl Geraadpleegd via Verstoringsbronnenkaart
Sweco | SWECO ARCHEOLOGISCHE RAPPORTEN 2937 Projectnummer: 51011997 Datum: 30-01-2026
Versie: C2
Document referentie: NL25-648800269-155495
32/43
Afbeelding 2.15: De kabels en leidingen in het plangebied.
2.6
Cultuurhistorische Waarden
Beleid cultuurhistorie Met ingang van 1 januari 2024 is de Omgevingswet van kracht geworden en hebben gemeenten hun beleid voor ruimtelijke ordening en omgevingsfactoren vastgelegd in omgevingsplannen en zijn alle geldende ruimtelijke plannen van rechtswege opgenomen in het omgevingsplan. Omdat gemeenten vaak veel bestemmingsplannen hadden met verschillende regels (dubbelbestemmingen) voor cultuurhistorie, blijven al deze verschillende regels nog geldig totdat ze zijn overgegaan naar het omgevingsplan. De gemeente Waalwijk heeft in het vigerende bestemmingsplan het beleid vastgesteld (Bestemmingsplan Buitengebied, onherroepelijk vastgesteld 2010-12-09).30 Hieruit blijkt dat op het plangebied geen dubbelbestemming Waarde Cultuurhistorie ligt. Conform het beleid / de planregels is cultuurhistorisch onderzoek daarom niet noodzakelijk.
30
Geraadpleegd via www.ruimtelijkeplannen.nl of Regels op de kaart - Omgevingswet - Regels op de kaart Omgevingsloket (overheid.nl)
Sweco | SWECO ARCHEOLOGISCHE RAPPORTEN 2937 Projectnummer: 51011997 Datum: 30-01-2026
Versie: C2
Document referentie: NL25-648800269-155495
33/43
Cultuurhistorische beschrijving onderzoeksgebied 31 Het plangebied is gelegen in een gebied dat bekend staat als de Baardwijkse Overlaat. Het cultuurhistorisch complex tussen 's-Hertogenbosch en Waalwijk, De Baardwijkse Overlaat, is een natuurlijke laagte die tussen de dekzandruggen van Vlijmen-Drunen en de Loonse en Drunense Duinen ligt. Twee eeuwen lang was deze laagte een belangrijk onderdeel van de Beerse Maas, een overlaatsysteem om het hoge water van de Maas via laaggelegen binnendijkse gronden af te voeren naar het westen. De Baardwijkse Overlaat ligt ten zuiden van -Hertogenbosch, Vlijmen en Drunen en buigt tussen Drunen en Waalwijk af richting de Maas in het noorden. De oudste materiële essentie in dit gebied stamt uit de 14 e eeuw. De Baardwijkse Overlaat is nog steeds een open gebied met afwisselde landbouwgronden, graslanden, natuurgebieden en verspreid door het gebied is bewoning aanwezig. De Baardwijkse Overlaat is een watersturend en waterbergend systeem bestaande uit open graslanden waarop het water werd vastgehouden en dijken waarmee het water werd gestuurd en buiten de bewoning werd gehouden. Ten zuiden van de dorpen Vlijmen en Drunen heette deze de Heidijk. Deze dijk is in 1360 is aangelegd en deels geslecht voor de realisatie van de Overlaat. In het noorden sluit de Heidijk aan op de Elshoutse Zeedijk.
Dit is een oude zijdwende of zijdijk die na de watersnoodramp van 1421 is aangelegd en de dorpsgebieden van Elshout en Doeveren beschermde. Aan de westkant van de Overlaat lag de Liniedijk, die Baardwijk en Waalwijk tegen het water beschermde. Bij Cromvoirt diende de Cromvoirtsedijk als bescherming tegen overstromingen. De noordkant van de Baardwijkse Overlaat wordt tegenwoordig afgesloten door de Zomerdijk met oude Hollandse Linden die bij de aanleg van de Bergsche Maas is opgeworpen. Ten zuiden van de Heidijk ligt nog een restant van de Loonse Turfvaart die in 1396 is gegraven en tot 1642 dient om de turf uit de gebieden van de -Hertogenbosch af te voeren. Langs de Elshoutse Zeedijk zijn in de rampjaren 1740, 1795 en 1799 bij dijkdoorbraken wielen ontstaan. Het herstel van de dijk waarbij de wielen behouden zijn gebleven, zorgt voor de grillige loop van de dijk. Langs de Heidijk en in het gebied ten zuiden van de Heidijk ligt eveneens een aantal wielen waarvan de oudste uit de 15e eeuw komen. De wielen in de Overlaat zijn restanten van doorbraken in de compartimentsdijkjes en de Heidijk. Het grootste wiel is De Nieuwe Wiel, ook wel De Lange Wiel genoemd die in het gedeelte tussen Waalwijk en Drunen ligt. De Nieuwe Wiel bestaat uit meerdere wielen uit verschillende perioden.
De oostkant van het wiel dateert uit 1784, het lange westelijke deel is ontstaan tijdens de verdediging van Waalwijk tegen het Franse leger in 1794/1795. De kleine wielen ten noorden van De Nieuwe Wiel komen uit 1799. Ten noorden van De Nieuwe Wiel lag een hogere gebied bestond tot het begin van de 20e eeuw hoofdzakelijk uit ingeperceleerd moerasland. In het oosten lag de Hampolder, een met lage kaden omgeven graslandgebied waar geen boerderijen stonden. Ten westen van de Hampolder lag een moerassig gebied genaamd het Vlijmens Ven. In de Rijskampen aan de oostkant van de Baardwijkse Overlaat liggen twee eendenkooien: de Oude kooi en de Nieuwe kooi. De Oude kooi dateert van 1608 en de Nieuwe kooi dateert van 1652, beide kooien zijn nog in gebruik als rustplaats voor watervogels en om deze te tellen en te ringen. Rondom de eendenkooien staan eiken en essenbossen. De zuidkant van de Hertogenbosch naar Drongelen. Het Afwateringskanaal sluit vlak voor ' -Hertogenbosch in de Overlaat De May aan op de Dommel en watert uit via de Bovenlandse sluis ter hoogte van Drongelen, in de Bergsche Maas. Bij deze sluis komt vanuit het oosten de Oude Maas uit in het Afwateringskanaal. 31
Overgenomen uit: Cultuurhistorische Waardenkaart Noord-Brabant, herziening 2024 en herziening 2025. https://www.arcgis.com/apps/instant/sidebar/index.html?appid=cc65ce7c9a66445ea653a582f26e4b85 & https://atlas.brabant.nl/documenten/cultuur/CHW_herziening_2025/Arcgis_referentie/Gebieden/BO01-BaardwijkseOverlaat.pdf
Sweco | SWECO ARCHEOLOGISCHE RAPPORTEN 2937 Projectnummer: 51011997 Datum: 30-01-2026
Versie: C2
Document referentie: NL25-648800269-155495
34/43
Deze waterloop gaat ten westen van het Afwateringskanaal verder als het Zuiderkanaal dat hoort bij de Bergsche Maas. Bij de kruising van het Afwateringskanaal, het Zuiderkanaal en het Oude Maasje ontstond een ingewikkelde waterstaatkundige situatie doordat drie waterlopen met een verschillende functie bij elkaar kwamen. Dit is door de aanleg van uitwateringssluizen, een syphonduiker onder de sluis door en gemalen opgelost. Het Afwateringskanaal is tussen 1900 en 1910 gegraven. Met het verkregen zand werden de begeleidende kaden aan de weerszijden van het kanaal aangelegd tot een hoogte van ruim 2,5 meter. De dijken zijn kort nadat het kanaal was voltooid voorzien van een begeleidende beplanting van onder andere zomereik, zoete kers, gewone esdoorn, zwarte els, ruwe berk, sporkehout, appel, wilde lijsterbes, boswilg, grove den, grauwe abeel, hulst, wilde kamperfoelie, eenstijlige meidoorn en gewone vlier. Vanuit het noordelijk gelegen open land gezien, vormt het silhouet van het kanaal met dijken en beplanting een sterk horizontaal accent in het open en halfopen landschap. Het gebied ten zuiden van het kanaal is overwegend bebost. Haaks op de Overlaat loopt de rijksmonumentale spoorbrug die onderdeel was van het Halve Zolenlijntje. De brug is bij de aanleg van het spoortraject tussen Waalwijk en Vlijmen in 1889-1890 en in 1972 zijn functie als spoorbrug verloren.
De brug is op twee plaatsen nog in de Baardwijkse Overlaat aanwezig. Daartussenin ligt een aarden wal. Tegenwoordig wordt dit deel van het tracé van het Halve Zolenlijntje gebruikt als fietspad. Aan de noordoostkant van de Baardwijkse Overlaat loopt de voormalige spoordijk van het Halve Zolenlijntje door de Moerputten en ten noorden van het natuurgebied De Gement bij Vught. Dit oostelijke gedeelte van de Baardwijkse Overlaat was tevens het schootsveld van het Fort Isabella. Langs de Liniedijk bij Baardwijk heeft een korenmolen gestaan, deze is tegenwoordig verdwenen. Direct naast de Heidijk staat een in 1826 verplaatste rijksmonumentale korenmolen en daarbij een historische boerderij. Langs de Elshoutse Zeedijk staat nog een historische schuur. Aan de noordwestkant van de Overlaat ligt de historische dijknederzetting Doeveren. Hier ligt nog een aantal historische boerderijen die als gemeentelijk monument zijn aangewezen. In de Elshoutse Zeedijk zitten vier sluizen: De Bovenlandse Sluis bij Doeveren, de Genderense Sluis, de OudHeusdensche Sluis 1 en de Oud-Heusdensche Sluis 2, die alle als rijksmonument zijn aangewezen. Het gebied waar de Baardwijkse Overlaat in ligt, maakte vanaf ca. 1700 als inundatie gebied deel uit van de Zuiderwaterlinie. De overlaat, de dijken en de compartimentsdijken hadden vanaf 1766 naast watersturende functie ook een verdedigingsfunctie.
Huidig gebruik plangebied (2016 2021) en Google streetview kan worden vastgesteld dat de percelen in het plangebied voornamelijk als akker (met bijvoorbeeld mais) in gebruik zijn geweest, afgewisseld door grasland. Ook is op een deel van het perceel reeds de hoogspanningsverbinding aanwezig, aan de zuidelijke zijde die grenst aan het huidige verdeelstation. Cultuurhistorische waarden De Cultuurhistorische Waardenkaart van de provincie Noord-Brabant geeft inzicht in de archeologische, historisch-stedenbouwkundige en de historisch-geografische waarden van de regio. Volgens de CHW is het plangebied gelegen in een gebied van de Baardwijkse Overlaat, sinds 1766 onderdeel van het systeem van de Beerse Maas, dat tal van waterstaatkundige elementen heeft die een fascinerend beeld geven van 800 jaar waterbeheer. Deze waarden kunnen bestaan uit:
Sweco | SWECO ARCHEOLOGISCHE RAPPORTEN 2937 Projectnummer: 51011997 Datum: 30-01-2026
Versie: C2
Document referentie: NL25-648800269-155495
35/43
Materiële patronen: stelsel van dijken en open vlakten dat de Baardwijkse Overlaat vormt; eiken- en essenbossen rondom de eendenkooien. Materiële structuren: begeleidende beplanting op de dijken met inheemse plantensoorten; de Heidijk; de Elshoutse Zeedijk; de Liniedijk; de Cromvoirtsedijk; zomerkade tussen Drunen en Waalwijk; zomerdijk met Hollandse Linden; Loonse turfvaart; -Hertogenbosch naar Drongelen; de Bergsche Maas; het Zuiderkanaal; het Oude Maasje; openheid van het schootsveld bij Fort Isabella. Materiële objecten: wielen langs de Elshoutse Zeedijk; wielen langs de Heidijk; de Nieuwe Wiel in de Baardwijkse Overlaat;
de Bovenlandse Sluis bij Drongelen; spoorbrug (rijkmonumentnummer 517350 en 517349); korenmolen van Drunen aan de Parallelweg 8 te Drunen (rijksmonumentnummer 14139); historische boerderij aan de Parallelweg 4 te Drunen; historische schuur op de kruising de Elshoutse Zeedijk en Naulantseweg 52 te Elshout; de Bovenlandse Sluis te Doeveren (rijksmonumentnummer 517336); de Genderense Sluis te Doeveren (rijksmonumentnummer 517343); de Oud-Heusdensche Sluis 1 te Doeveren (rijksmonumentnummer 517337); de Oud-Heusdensche Sluis 2 te Doeveren (rijksmonumentnummer 517338). Verdwenen essenties: compartimentsdijkjes die dwars in de Overlaat lagen (deels verdwenen); het Stortebed tussen Drunen en Waalwijk; het Halve Zolenlijntje. Advies Van deze Cultuurhistorische waarden is enkel het stelsel van dijken en open vlakten dat de Baardwijkse Overlaat vormt in beperkte mate (afwisselend per jaar welk gewas wordt aangeplant) in het plangebied aanwezig, zie afbeelding 2.16. Door het reeds aanwezige verdeelstation ten zuiden van het plangebied en de hoogspanningsverbinding in het plangebied is de open vlakte naast het stelsel van dijken namelijk reeds niet meer zo open en naar verwachting zal het plaatsen van de dwarsregeltransformatoren daarom een gering effect op de cultuurhistorische waarden hebben.
Aangezien er vanuit het cultuurhistorisch beleid ook geen noodzaak voor een volledig cultuurhistorisch onderzoek bestaat, worden aanvullende maatregelen in het kader van de voorgenomen plannen daarom niet noodzakelijk geacht.
Sweco | SWECO ARCHEOLOGISCHE RAPPORTEN 2937 Projectnummer: 51011997 Datum: 30-01-2026
Versie: C2
Document referentie: NL25-648800269-155495
36/43
Afbeelding 2.16: Het plangebied op de Cultuurhistorische Waardenkaart van de provincie Noord-Brabant (Bron: Geoportaal.brabant.nl).
Sweco | SWECO ARCHEOLOGISCHE RAPPORTEN 2937 Projectnummer: 51011997 Datum: 30-01-2026
Versie: C2
Document referentie: NL25-648800269-155495
37/43
3
Archeologische verwachting
3.1
Gemeentelijke archeologische waarden- en verwachtingskaart
Het archeologiebeleid met de bijbehorende archeologische beleidskaart geeft aan dat het plangebied een gematigde en lage archeologische verwachting heeft (zie Afbeelding 1.2). Voor gebieden met een gematigde archeologische verwachting geldt geen verplichting tot archeologisch onderzoek bij ingrepen tot een diepte van 50 cm onder maaiveld, mits het plangebied niet groter is dan 5000 m². Gebieden met een lage archeologische verwachting hebben geen verplichting tot archeologisch vooronderzoek, tenzij het een mer-plichtig project betreft. De archeologische vrijstellingsgrenzen met de bijbehorende zonering wijken af de vrijstellingsgrenzen die zijn opgenomen in het bestemmingsplan. Het bestemmingsplan is mogelijk gebaseerd op de archeologische verwachtingskaart die is opgesteld in 2007. Op deze verwachtingskaart is te zien dat het plangebied vrijwel volledig in geen gebied ligt met een middelhoge verwachting (zie Afbeelding 1.3). Daarbij staat ook aangegeven dat in het noordelijke deel er voor een groot vlak geen archeologische beperkingen gelden vanwege ontgrondingen dan wel verstoringen. Dit vlak is niet opgenomen in het bestemmingsplan en de latere beleidskaart van 2011.
3.2
Gespecificeerde archeologische verwachting
Het plangebied bevindt zich in het Zeeuws kleigebied, maar ligt vlakbij het Brabants Zandgebied en het Utrechts-Gelders rivierengebied. Het ligt 1400 meter hemelsbreed van de huidige Bergsche Maas en 1100 meter van de Oude Maasje. De verwachte bodemopbouw in het plangebied bestaat uit komafzettingen (Formatie van Echteld) op veen (Formatie van Nieuwkoop) op dekzand (Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden). De Paleogeografische kaart van het Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed laat zien dat het plangebied een droge ligging had vanaf het Laat-Paleolithicum tot en met het VroegNeolithicum (Afbeelding 2.1). Het oudste potentiële archeologische niveau is de top van het dekzand. Voor het dekzand geldt een verwachting op archeologische resten vanaf het LaatPaleolithicum tot en met het Vroeg-Neolithicum. Tussen 3000 en 2750 v.Chr. raakte het plangebied bedekt met veen dat onaantrekkelijk is voor bewoning. In de top van het veen worden dan ook geen nederzettingen verwacht. De oeverafzettingen van de Oude Maasje kunnen, indien deze aanwezig zijn, in de IJzertijdRomeinse Tijd aantrekkelijk voor bewoning zijn geweest. Deze hebben een middelhoge archeologische verwachting. De getijdeafzettingen zijn onaantrekkelijk voor bewoning en hebben een lage archeologische verwachting.
Het plangebied heeft tot in de 20e eeuw deel uitgemaakt van buitendijks gebied dat regelmatig overstroomde en onaantrekkelijk voor bewoning was. Op historisch kaartmateriaal ontbreken ook aanwijzingen voor bewoning ouder dan 1900. Wel is de Valkenvoortseweg een historische weg die mogelijk teruggaat op een oudere weg.
Sweco | SWECO ARCHEOLOGISCHE RAPPORTEN 2937 Projectnummer: 51011997 Datum: 30-01-2026
Versie: C2
Document referentie: NL25-648800269-155495
38/43
Op basis van de resultaten van dit bureauonderzoek geldt er voor het plangebied een archeologische verwachting op twee niveaus: 1. Dekzand. Voor het dekzand geldt er een middelhoge verwachting op archeologische resten uit het Laat-Paleolithicum tot en met het Vroeg-Neolithicum al ontbreken vooralsnog vondsten in de omgeving uit deze perioden. De verwachting op archeologische waarden uit deze periode is dan ook theoretisch. 2. Oeverafzettingen Oude Maasje. Indien aanwezig geldt er een middelhoge verwachting op archeologische resten uit de IJzertijd-Romeinse Tijd. Archeologische waarden uit het Laat-Paleolithicum en Mesolithicum worden verwacht in de vorm van kampementen, die zich kenmerken door een spreiding van vuursteen en houtskool en grondsporen in de vorm van haardkuilen. Deze archeologische resten worden verwacht in de top van het dekzand. Wanneer de podzolbodem is afgetopt (de B-horizonten zijn verdwenen) kan de trefkans voor deze periode worden bijgesteld naar laag, diepere grondsporen uit deze periode worden immers niet verwacht. Dit kan bijvoorbeeld zo zijn door latere erosie of als gevolg van de ontginning van het veengebied.
Archeologische resten uit het Neolithicum-Romeinse Tijd worden vooral verwacht in de vorm van huisplaatsen, die zich kenmerken door een spreiding van vuursteen (Neolithicum) en/of aardewerk, en huttenleem en grondsporen zoals paalgaten, afvalkuilen, greppels en waterputten. Eventuele waarden uit het Neolithicum bevinden zich in de top van het dekzand en eventuele waarden uit de periode IJzertijd-Romeinse Tijd worden alleen verwacht indien intacte oeverafzettingen aanwezig zijn. Archeologische waarden uit latere perioden worden niet verwacht op basis van de ligging in een veengebied en getijdegebied en het ontbreken van historische bebouwing (die vaak indicatief is voor oudere bebouwing). Wel gaat de Valkenvoortweg mogelijk terug op een oudere weg. De omvang van vindplaatsen kan variëren van enkele tientallen vierkante meters voor vindplaatsen die betrekking hebben op jagers en verzamelaars (Laat-PaleolithicumMesolithicum), tot honderden vierkante meters voor een nederzetting die betrekking heeft op een enkele boerderij (vanaf het Neolithicum). De exacte omvang is vooralsnog niet in te schatten voor het plangebied. Eventuele verstoringen kunnen zijn veroorzaakt door de landbouw, greppels, kabels en leidingen en andere constructies. Hierbij kan de top van het dekzand en de oeverafzettingen dusdanig verstoord zijn dat er geen archeologische resten in situ meer te verwachten zijn.
Tabel 3.1. Kenmerken vindplaatsen en verwachte archeologische waarden Eigenschappen Verwachting vindplaatsen Datering Laat-Paleolithicum tot en met Vroeg Neolithicum en IJzertijdRomeinse Tijd Complextypes Kampementen voor Steentijd en huisplaatsen/erven voor IJzertijd Omvang Steentijd: 50-100 m² Vanaf Steentijd: 500-2000 m² Diepteligging Dekzand tussen 1 m en 1,2 m -mv Oeverafzettingen vanaf het maaiveld Gaafheid en conservering Niet bekend Locatie Dekzand en oeverafzettingen Uiterlijke kenmerken Vuursteen en houtskool Aardewerk en huttenleem Mogelijke verstoringen Landbouw Greppels/sloten Kabels en leidingen
Sweco | SWECO ARCHEOLOGISCHE RAPPORTEN 2937 Projectnummer: 51011997 Datum: 30-01-2026
Versie: C2
Document referentie: NL25-648800269-155495
39/43
Tabel 3-1. Gespecificeerde archeologische verwachting per periode Periode Verwachting Kenmerken vindplaats Laat-Paleolithicum Middelhoog Bewoningsporen tijdelijke Neolithicum kampementen; vuursteen artefacten, haardkuilen Bronstijd Laag depotvondsten in veen (metaal) IJzertijd/Romeinse tijd Middelhoog Huisplaatsen/erven Vroege-Late Middeleeuwen
Laag
Vondsten aardewerk, steengoed; metaal, natuursteen, glas, bouwkeramiek
Diepteligging Top dekzand (ca. 1 m mv) Tot 0,8 m -mv Top oeverafzettingen, in de bouwvoor of direct daaronder In de bouwvoor of daar direct onder
NB. Hoge archeologische verwachting Een hoge archeologische verwachting houdt in dat in deze gebieden op basis van landschappelijke kenmerken en gaafheid van de bodem in combinatie met kennis van in het gebied aanwezige of nabij gelegen bekende archeologische waarden en de resultaten van uitgevoerde archeologische onderzoeken, de trefkans op het aantreffen van een archeologische vindplaats hoog wordt geacht en de fysieke kwaliteit van de aanwezige resten is waarschijnlijk esten van menselijke activiteiten zijn vastgesteld, zoals artefacten, grondsporen en/of archeologische lagen. Middelhoge archeologische verwachting Een middelhoge archeologische verwachting geldt voor gebieden waarvan de landschappelijke situatie in potentie kansrijk is voor de aanwezigheid van archeologische vindplaatsen door de aanwezigheid van bepaalde afzettingen die in bepaalde perioden van de geschiedenis geschikt waren voor menselijke bewoning of landgebruik. Er zijn echter geen of in zeer beperkte mate bekende archeologische waarden (vindplaatsen of vondsten) in het gebied aanwezig. De trefkans op het aantreffen van een archeologische vindplaats wordt daarom lager geschat dan in gebieden met een hoge verwachting.
Lage archeologische verwachting Gebieden met een lage tot geen archeologische verwachting hebben door hun landschappelijke situatie en de afwezigheid van bekende archeologische waarden of vondsten in de omgeving een lage trefkans op het aantreffen van een archeologische vindplaats. 32 Daarnaast is in deze gebieden mogelijk informatie beschikbaar over grootschalige natuurlijke of antropogene bodemverstoringen en bodemgrondroerende activiteiten (bijvoorbeeld als gevolg van ruilverkavelingen, egalisaties, zandwinning of diepe bodemingrepen zoals grondwoelen) die eventuele in de bodem aanwezige archeologische waarden zullen hebben verstoord of geruimd. Een lage verwachting betekent niet dat er geen archeologische resten aanwezig kunnen zijn. Het betekent wel de trefkans laag is en dat de fysieke en inhoudelijke kwaliteit waarschijnlijk laag is.
32
onderzoek of vondsten door bijvoorbeeld amateursarcheologen.
Sweco | SWECO ARCHEOLOGISCHE RAPPORTEN 2937 Projectnummer: 51011997 Datum: 30-01-2026
Versie: C2
Document referentie: NL25-648800269-155495
40/43
4
Conclusie en advies
4.1
Conclusie
Archeologie In opdracht van TenneT heeft Sweco Nederland B.V. een bureauonderzoek uitgevoerd voor het plangebied aan de Valkenvoortweg in de gemeente Waalwijk. De aanleiding voor dit bureauonderzoek is de versterking van het elektriciteitsnet door uitbreiding van het bestaande hoogspanningsstation 150 kV te Waalwijk. Het plangebied bevindt zich in het Zeeuws kleigebied, maar ligt vlakbij het Brabants Zandgebied en het Utrechts-Gelders rivierengebied. Het ligt 1400 meter hemelsbreed van de huidige Bergsche Maas en 1100 meter van de Oude Maasje. De verwachte bodemopbouw in het plangebied bestaat uit komafzettingen (Formatie van Echteld) op veen (Formatie van Nieuwkoop) op dekzand (Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden). Op basis van de resultaten van dit bureauonderzoek geldt er voor het plangebied een archeologische verwachting op twee niveaus: 1. Dekzand. Voor het dekzand geldt er een middelhoge verwachting op archeologische resten uit het Laat-Paleolithicum tot en met het Vroeg-Neolithicum al ontbreken vooralsnog vondsten in de omgeving uit deze perioden. De verwachting op archeologische waarden uit deze periode is dan ook theoretisch. 2. Oeverafzettingen Oude Maasje. Indien aanwezig geldt er een middelhoge verwachting op archeologische resten uit de IJzertijd-Romeinse Tijd.
Voor het getijdengebied met komafzettingen en het veen geldt er een lage archeologische verwachting. Cultuurhistorie Het cultuurhistorisch beleid van de gemeente Waalwijk is vastgelegd in het Bestemmingsplan Buitengebied (onherroepelijk vastgesteld 2010-12-09). Binnen dit bestemmingsplan geldt geen dubbelbestemming cultuurhistorie voor het plangebied. Het plangebied valt binnen de Baardwijkse Overlaat. Door het reeds aanwezige verdeelstation ten zuiden van het plangebied en de hoogspanningsverbinding in het plangebied is de open vlakte naast het stelsel van dijken reeds niet meer zo open en naar verwachting zal het plaatsen van de dwarsregeltransformatoren daarom een gering effect op de cultuurhistorische waarden hebben.
4.2
Advies
Archeologie Op basis van de resultaten van het bureauonderzoek adviseert Sweco Nederland in het plangebied een vervolgonderzoek uit te voeren in de vorm van een inventariserend veldonderzoek door middel van verkennende boringen. Geadviseerd wordt om 18 verkennende boringen uit te voeren in het plangebied. Deze boringen dienen in een grid van 40 bij 50 te worden gezet tot 0,3 m in de C-horizont van het dekzand of tot maximaal 2,0 m -mv. Boringen worden uitgevoerd met en edelmanboor van 7 cm in diameter en/of met een guts van 3 cm. Cultuurhistorie Aangezien er vanuit het cultuurhistorisch beleid (vastgelegd in het Bestemmingsplan Buitengebied, onherroepelijk vastgesteld 2010-12-09) geen noodzaak voor een volledig
Sweco | SWECO ARCHEOLOGISCHE RAPPORTEN 2937 Projectnummer: 51011997 Datum: 30-01-2026
Versie: C2
Document referentie: NL25-648800269-155495
41/43
cultuurhistorisch onderzoek bestaat, worden aanvullende maatregelen in het kader van de voorgenomen plannen daarom niet noodzakelijk geacht. Algemeen Indien bij de uitvoering van de werkzaamheden toch onverwacht archeologische resten worden aangetroffen, dan is conform artikel 5.10 en 5.11 van de Erfgoedwet aanmelding van de desbetreffende vondsten bij de minister verplicht (vondstmelding via de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed: d.m.v. een Archis-vondstmelding) en de bevoegde overheid (Waalwijk/ provincie Noord-Brabant).33 De Omgevingswet regelt dat in het geval van archeologische toevalsvondsten van algemeen belang, niet alleen de minister van OCW, maar ook de gemeente bevoegd is om bodemverstorende werkzaamheden stil te leggen. De bevoegde overheid neemt op basis van dit rapport een (selectie)besluit. De mogelijkheid bestaat dat dit besluit afwijkt van het door ons opgestelde advies.
Literatuur en gebruikte bronnen Alterra. Bodemkaart van Nederland schaal 1:50.000. Wageningen UR. Berendsen, H.J.A., 2000. Landschappelijk Nederland, Assen (Fysische Geografie van Nederland). Berendsen, H.J.A., 2004. Fysische geografie van Nederland. De vorming van het land. Van Gorcum, Assen. Berendsen, H.J.A., 2005. De vorming van het land, Assen (Fysische Geografie van Nederland). Berendsen, H.J.A./E. Stouthamer (eds.), 2001. Palaeogeographical development of the RhineMeuse delta, the Netherlands, Assen. Bont, C. de, 1993, Al het merkwaardige in bonte afwisseling, een historische geografie van Midden- en Oost-Brabant. Stichting Brabants Heem, Waalre. Brandt, R.W., E. Drenth, M. Montforts, R.H.P. Proos, I.M. Roorda & R. Wiemer, 1992. Archeologisch Basis register ARCHIS. Amersfoort, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Cohen, K.M./E. Stouthamer/H.J. Pierik, A.H. Geurts, 2012. Digitaal Basisbestand Paleogeografie van de Rijn Maas Delta. Dept. Fysische Geografie. Universiteit Utrecht. Digitale Dataset. Fleuren, I., H.J.L.C. Koopmanschap, 2019. Aanleg gasleiding tussen boorlocaties WWN03 en WWK01 te Waalwijk: Bureauonderzoek. Antea Group Archeologie 2018/156. Genabeek, R.J.M. van, 2000, Archeologisch onderzoek Grotestraat 371-373, 1999. Instituut -Hertogenbosch. Hessing, W.A.M, R. Schrijvers, K. Klerks, 2011. Actualisering erfgoedkaart gemeente 33
https://formulier.cultureelerfgoed.nl/archis/vondstmeldingsformulier
Sweco | SWECO ARCHEOLOGISCHE RAPPORTEN 2937 Projectnummer: 51011997 Datum: 30-01-2026
Versie: C2
Document referentie: NL25-648800269-155495
42/43
Waalwijk: Archeologiekaart gemeente Waalwijk - verantwoording en toelichting voor de gebruiker. Vestigia rapport V795A. Hijlma, M.P., 2005. Waalwijk Valkenvoortweg: Inventariserend archeologisch veldonderzoek Karterende fase. BAAC - rapport 04.214. Jongh, P. de, 2003. Ruimtelijke ordening, Hollandse structuren op Brabantse bodem. In: Waalwijk, 700 jaar kloppend hart van de Langstraat. Werkgroep Geschiedenis, Stichting Waalwijk 700. Locher, W.P. & H. de Bakker, 1990: Bodemkunde van Nederland. Deel 1: Algemene bodemkunde. Malmberg, Den Bosch. Maas, G.J., Delft, S.P.J. van & Heidema, A.H., 2017: Toelichting bij de legenda Geomorfologische kaart van Nederland 1:50 000 (2017). Web publication/site, Wageningen Environmental Research. http://legendageomorfologie.wur.nl. Moerman, S., 2015. EVZ Drongelens Kanaal, Waalwijk Gemeente Waalwijk: Archeologisch bureauonderzoek. IDDS Archeologie rapport 1819. Mulder, E.F.J., de/M.C. Geluk/I.L. Ritsema/W.E. Westerhof/T.E. Wong, 2003. De ondergrond van Nederland, Houten. Nales, T., E.H. Boshoven, H.M.M. Geerts, 2007. Gemeente Waalwijk, archeologische verwachtingskaart. BAAC-rapport 06.047. Schokker, J., 2010. Geologische overzichtskaart van Nederland. Utrecht: TNO Bouw en Ondergrond. Sophie, G., H.J.L.C. Koopmanschap, 2018. Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen: Visbankweg te Waalwijk. Antea Group Archeologie 2018/103.
Wageningen Environmental Research, 2017: Geomorfologische Kaart van Nederland (2017), schaal 1:50.000. Verboom-Jansen, M., 2019. Waalwijk, Valkenvoortweg 11, Hoogspanningsstation. Gemeente Waalwijk (NB). Een Archeologisch Bureauonderzoek (BO) en Inventariserend Veldonderzoek. Transect-rapport 2187. Vos, P.C., 2015. Compilation of the Holocene paleogeographical maps of the Netherlands, In: P.C. Vos (ed.), The origin of the Dutch coastal landscape, Groningen, 50-81. Vos, P., Meulen, M. van der. Weerts, H.J.T. & Bazelmans, J., 2018: Atlas van Nederland in het Holoceen. Landschap en bewoning vanaf de laatste ijstijd tot nu. Amsterdam: Prometheus. Vries, F. de, Groot, W. J. M. de, Hoogland, T.,& Denneboom, J., 2003: De Bodemkaart van Nederland digitaal; toelichting bij inhoud, actualiteit en methodiek en korte beschrijving van additionele informatie. Alterra-rapport; No. 811, Alterra. https://edepot.wur.nl/21850.
Internet bronnen www.ahn.nl
Sweco | SWECO ARCHEOLOGISCHE RAPPORTEN 2937 Projectnummer: 51011997 Datum: 30-01-2026
Versie: C2
Document referentie: NL25-648800269-155495
43/43
archis.cultureelerfgoed.nl www.bodemloket.nl www.dinoloket.nl www.ikme.nl www.pdok.nl www.topotijdreis.nl www.brabant.nl/dossiers/dossiersop-thema/cultuur/erfgoed-en-monumenten/cultuurhistorischewaarden-in-brabant).
Sweco | SWECO ARCHEOLOGISCHE RAPPORTEN 2937 Projectnummer: 51011997 Datum: 30-01-2026
Versie: C2
Document referentie: NL25-648800269-155495
44/43
Bijlage 1. Geologische en Archeologische perioden Tabel 1. Geologische tijdvakken en perioden Chronostratigrafie Kwartair Holoceen
Pleistoceen
Subatlanticum Subboreaal Atlanticum Boreaal Preboreaal Laat Weichselien (ijstijd) Eemien Midden Saalien (ijstijd) Elsterien (ijstijd) Vroeg
Sweco | SWECO ARCHEOLOGISCHE RAPPORTEN 2937 Projectnummer: 51011997 Datum: 30-01-2026
Versie: C2
Document referentie: NL25-648800269-155495
Jaren geleden 3.000 5.000 8.000 9.000 11.700 126.000 116.000 126.000 465.000 238.000 465.000 2.580.000 -
heden 3.000 5.000 8.000 9.000 11.700 11.700 116.000 126.000 126.000 418.000 465.000
Tabel 2 Overzicht van archeologische perioden (naar Archis) Periode Paleolithicum (Oude Steentijd)
Tijd
Vroeg
tot
8800 v.Chr.
-
300.000 BP
Midden
300.000
-
35.000 BP
Laat
35.000 BP
-
8800 v.Chr.
Mesolithicum (Midden Steentijd)
8800 v.Chr.
-
4900 v.Chr.
Neolithicum (Nieuwe Steentijd)
5300 v.Chr.
-
2000 v.Chr.
Vroeg
5300 v.Chr.
-
4200 v.Chr.
Neanderthalers
Midden
4200 v.Chr.
-
2850 v.Chr.
Trechterbekercultuur
Laat
2850 v.Chr.
-
2000 v.Chr.
Enkelgrafcultuur/Klokbekers
Bronstijd
2000 v.Chr.
-
800 v.Chr.
Vroeg
2000 v.Chr
-
1800 v.Chr
Midden
1800 v.Chr.
-
1100 v.Chr.
Laat
1100 v.Chr.
-
800 v.Chr.
IJzertijd
800 v.Chr.
-
12 v.Chr.
Vroeg
800 v.Chr.
-
500 v.Chr.
Midden
500 v.Chr.
-
250 v.Chr.
Laat
250 v.Chr.
-
12 v.Chr.
Romeinse Tijd
12 v.Chr.
-
450 na Chr.
Vroeg
12 v.Chr.
-
70 na Chr.
Midden
70 na Chr.
-
270 na Chr.
Laat
270 na Chr.
-
450 na Chr.
Vroege Middeleeuwen
450
-
1050 na Chr.
Vroeg A
450
-
525
Volksverhuizingstijd
Vroeg B
525
-
725
Merovingisch
Vroeg C
725
-
900
Karolingisch Ottoons
Vroeg D
900
-
1050
Late Middeleeuwen
1050
-
1500
Laat A
1050
-
1250
Laat B
1250
-
1500
Nieuwe Tijd
1500
-
heden
Nieuwe tijd A
1500
-
1650
Nieuwe tijd B
1650
-
1850
Nieuwe tijd C
1850
-
Heden
Sweco | SWECO ARCHEOLOGISCHE RAPPORTEN 2937 Projectnummer: 51011997 Datum: 30-01-2026
Versie: C2
Document referentie: NL25-648800269-155495
Volle Middeleeuwen
Bijlage 2
Ligging plangebied
Sweco | SWECO ARCHEOLOGISCHE RAPPORTEN 2937 Projectnummer: 51011997 Datum: 30-01-2026
Versie: C2
Document referentie: NL25-648800269-155495
Bijlage 3
Geomorfologische kaart
Sweco | SWECO ARCHEOLOGISCHE RAPPORTEN 2937 Projectnummer: 51011997 Datum: 30-01-2026
Versie: C2
Document referentie: NL25-648800269-155495
Bijlage 4
Bodemkaart
Sweco | SWECO ARCHEOLOGISCHE RAPPORTEN 2937 Projectnummer: 51011997 Datum: 30-01-2026
Versie: C2
Document referentie: NL25-648800269-155495
Bijlage 5
AHN
Sweco | SWECO ARCHEOLOGISCHE RAPPORTEN 2937 Projectnummer: 51011997 Datum: 30-01-2026
Versie: C2
Document referentie: NL25-648800269-155495
Bijlage 6 waarden
Bekende archeologische
Sweco | SWECO ARCHEOLOGISCHE RAPPORTEN 2937 Projectnummer: 51011997 Datum: 30-01-2026
Versie: C2
Document referentie: NL25-648800269-155495