Bijl. 1.5 - Sweco Archeologisch rapport incl. cultuurhistorie
Tekst van het document
Archeologisch onderzoek incl. cultuurhistorie Valkenvoortweg 9 te Waalwijk, gemeente Waalwijk Bureauonderzoek Archeologie met onderdeel Cultuurhistorie SWECO ARCHEOLOGISCHE RAPPORTEN 2937
Versie C1 C2 D1
Status Concept opgeleverd aan opdrachtgever Concept opgeleverd aan opdrachtgever na feedback Definitief
Datum 25-11-2025 30-01-2026 xx-xx-2025
2/43
Verantwoording Titel:
Archeologisch onderzoek Valkenvoortweg 9 te Waalwijk, gemeente Waalwijk Bureauonderzoek Archeologie met onderdeel Cultuurhistorie Sweco Archeologische Rapporten 2937
Projectnummer: Opdrachtgever: Referentienummer: Versie: ISSN-nummer:
51011997 TenneT NL25-648800269-155495 C2 2468-4813
Datum:
30-01-2026
Auteur: E-mailadres:
Fred van Keulen fred.vankeulen@sweco.nl
Gecontroleerd door:
Tom de Rijk senior KNA archeoloog (actornummer 12480248)
Paraaf gecontroleerd:
Vrijgegeven door:
Jeroen van Rooij Teammanager Heritage Consultancy
Paraaf vrijgegeven:
3/43
Inhoudsopgave
Administratieve gegevens.................................................................................................................................. 6 Samenvatting ..................................................................................................................................................... 7 1 Inleiding ................................................................................................................................................... 8 1.1 Inleiding ................................................................................................................................................... 8 1.2 Locatie plangebied .................................................................................................................................. 8 1.3 Overheidsbeleid en kader onderzoek...................................................................................................... 9 1.3.1 Omgevingsplan ....................................................................................................................................
9 1.3.2 Gemeentelijk archeologiebeleid .........................................................................................................10 1.4 Toekomstig gebruik ...............................................................................................................................11 1.5 Huidige situatie en gebruik ....................................................................................................................12 2 Bureauonderzoek ..................................................................................................................................13 2.1 Inleiding .................................................................................................................................................13 2.2 Uitvoering onderzoek ............................................................................................................................13 2.3 Aardwetenschappelijke situatie .............................................................................................................14 2.4 Archeologische gegevens .....................................................................................................................20 2.4.1 Archeologische monumenten .............................................................................................................20 2.4.2 Archeologische vondsten en
waarnemingen (Archis) ........................................................................20 2.4.3 Archeologische onderzoeken (Archis) ...............................................................................................20 2.4.4 Overige bronnen .................................................................................................................................25 2.4.5 Samenvatting aardwetenschappelijke en archeologische gegevens.................................................25 2.5 Historische situatie en mogelijke verstoringen ......................................................................................26 2.5.1 Historische situatie .............................................................................................................................26 2.5.2 Historische kaarten .............................................................................................................................26 2.5.3 Ondergrondse bouwhistorische waarden ...........................................................................................31 2.5.4 Ontplofbare oorlogsresten Tweede Wereldoorlog .............................................................................31 2.5.5 Mogelijke verstoringen .......................................................................................................................32 2.6
Cultuurhistorische Waarden ..................................................................................................................33 3 3.1 3.2
Archeologische verwachting ..................................................................................................................38 Gemeentelijke archeologische waarden- en verwachtingskaart ...........................................................38 Gespecificeerde archeologische verwachting .......................................................................................38
4 4.1 4.2
Conclusie en advies ..............................................................................................................................41 Conclusie ...............................................................................................................................................41 Advies ....................................................................................................................................................41
Literatuur en gebruikte bronnen ......................................................................................................................42
Sweco | SWECO ARCHEOLOGISCHE RAPPORTEN 2937 Projectnummer: sweco.projectId Datum: 30-01-2026
Versie: C2
Document referentie: p:\5310\51011997_tennet_station_waalwijk\w300 project specifieke werkpakketten\archeologie\bureauonderzoek\6 rapportage\concept\c2\nl25-648800269-155495.docx
4/43
Bijlage 1.
Geologische en Archeologische perioden ....................................................................................45
Bijlage 2
Ligging plangebied ........................................................................................................................47
Bijlage 3
Geomorfologische kaart ................................................................................................................48
Bijlage 4
Bodemkaart ...................................................................................................................................49
Bijlage 5
AHN ...............................................................................................................................................50
Bijlage 6
Bekende archeologische waarden ................................................................................................51
Sweco | SWECO ARCHEOLOGISCHE RAPPORTEN 2937 Projectnummer: sweco.projectId Datum: 30-01-2026
Versie: C2
Document referentie: p:\5310\51011997_tennet_station_waalwijk\w300 project specifieke werkpakketten\archeologie\bureauonderzoek\6 rapportage\concept\c2\nl25-648800269-155495.docx
5/43
Administratieve gegevens Administratieve gegevens Uitvoerder Soort onderzoek Provincie Gemeente Plaats Toponiem Kadastrale gegevens Kaartblad Centrum-coördinaten Digitale kaart onderzoeksgebied Opdrachtgever Onderzoekskader Archis onderzoeksmelding Oppervlakte plangebied Bevoegde overheid Deskundige namens bevoegd gezag Projectmedewerker(s) Projectnummer Sweco Periode van uitvoering Beheer en plaats van documentatie
Sweco Nederland B.V. Bureauonderzoek Archeologie met onderdeel Cultuurhistorie Noord-Brabant Waalwijk Waalwijk Valkenvoortweg 9 WWK00, sectie K, perceelnummers 266, 267, 731 en 732 44H x: 134312,48 y: 413147,22 Zie bijlage 2 TenneT Omgevingsvergunning 5857665001 2,9 ha. Gemeente Waalwijk Kragten Fred van Keulen, senior KNA archeoloog (actornummer: 29752204) 51011997 November 2025/januari 2026 Sweco Nederland BV, vestiging De Bilt
Kwaliteitsborging Sweco voert archeologisch onderzoek uit onder procescertificaat BRL SIKB conform artikel 5.4 van de Erfgoedwet (onderdeel van de Omgevingswet) en de protocollen 4001, 4002, 4003 en 4004. De archeologische werkzaamheden worden uitgevoerd volgens de normen van de archeologische beroepsgroep en in overeenstemming met de Kwaliteitsnorm van de Nederlandse Archeologie (KNA). De Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie wordt beheerd door de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer (SIKB; www.sikb.nl) en is door de minister aangewezen als norm.
Sweco | SWECO ARCHEOLOGISCHE RAPPORTEN 2937 Projectnummer: 51011997 Datum: 30-01-2026
Versie: C2
Document referentie: NL25-648800269-155495
6/43
Samenvatting In opdracht van TenneT heeft Sweco Nederland B.V. een bureauonderzoek uitgevoerd voor het plangebied aan de Valkenvoortweg in de gemeente Waalwijk. De aanleiding voor dit bureauonderzoek is de versterking van het elektriciteitsnet door uitbreiding van het bestaande hoogspanningsstation 150 kV te Waalwijk. De vraagstelling voor het onderzoek is: welke archeologische waarden zijn in het plangebied (mogelijk) aanwezig en in hoeverre hebben de geplande ingrepen invloed op deze archeologische waarden? Het plangebied bevindt zich in het Zeeuws kleigebied, maar ligt vlakbij het Brabants Zandgebied en het Utrechts-Gelders rivierengebied. Het ligt 1400 meter hemelsbreed van de huidige Bergsche Maas en 1100 meter van de Oude Maasje. De verwachte bodemopbouw in het plangebied bestaat uit kom- en of oeverafzettingen (Formatie van Echteld) op veen (Formatie van Nieuwkoop) op dekzand (Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden). Op basis van de resultaten van dit bureauonderzoek geldt er voor het plangebied een archeologische verwachting op twee niveaus: 1. Dekzand. Voor het dekzand geldt er een middelhoge verwachting op archeologische resten uit het Laat-Paleolithicum tot en met het Vroeg-Neolithicum al ontbreken vooralsnog vondsten in de omgeving uit deze perioden. De verwachting op archeologische waarden uit deze periode is dan ook theoretisch. 2.
Oeverafzettingen Oude Maasje. Indien aanwezig geldt er een middelhoge verwachting op archeologische resten uit de IJzertijd-Romeinse Tijd. Voor het getijdengebied met komafzettingen en het veen geldt er een lage archeologische verwachting. Op de Cultuurhistorische Waardenkaart van de provincie Noord-Brabant ligt het plangebied binnen de Baardwijkse Overlaat. Dit gebied bestaat uit een stelsel van dijken en open vlakten. Door het reeds aanwezige verdeelstation ten zuiden van het plangebied en de hoogspanningsverbinding in het plangebied is de open vlakte naast het stelsel van dijken reeds niet meer zo open en naar verwachting zal het plaatsen van de dwarsregeltransformatoren daarom een gering effect op de cultuurhistorische waarden hebben. Aangezien er vanuit het cultuurhistorisch beleid (vastgelegd in het Bestemmingsplan Buitengebied, onherroepelijk vastgesteld 2010-12-09) ook geen noodzaak voor een volledig cultuurhistorisch onderzoek bestaat, worden aanvullende maatregelen in het kader van de voorgenomen plannen daarom niet noodzakelijk geacht. Op basis van de resultaten van het bureauonderzoek adviseert Sweco Nederland in het plangebied een vervolgonderzoek uit te voeren in de vorm van een inventariserend veldonderzoek door middel van verkennende boringen. Geadviseerd wordt om 18 verkennende boringen uit te voeren in het plangebied.
Deze boringen dienen in een grid van 40 bij 50 te worden gezet tot 0,3 m in de C-horizont van het dekzand of tot maximaal 2,0 m -mv. Boringen worden uitgevoerd met een edelmanboor van 7 cm in diameter en/of met een guts van 3 cm.
Sweco | SWECO ARCHEOLOGISCHE RAPPORTEN 2937 Projectnummer: 51011997 Datum: 30-01-2026
Versie: C2
Document referentie: NL25-648800269-155495
7/43
1
Inleiding
1.1
Inleiding
TenneT versterkt in heel Nederland het elektriciteitsnetwerk. Dit is nodig omdat het elektriciteitsgebruik in ons land snel stijgt door de energietransitie én omdat we steeds meer duurzame energie opwekken via bijvoorbeeld wind- en zonneparken. Het opwekken van nieuwe duurzame energie leidt ook rondom station Waalwijk tot een overschot aan opgewekte elektriciteit. De capaciteit van het net is onvoldoende om het sterk stijgende aanbod van vooral zonneparken aan te kunnen. We spreken van netcongestie (of transportschaarste) wanneer de vraag naar transportcapaciteit zowel voor afname als teruglevering structureel groter is dan wat het elektriciteitsnet aankan. Bedrijven moeten hierdoor langer wachten op een aansluiting en duurzaam opgewekte elektriciteit kan niet altijd worden teruggeleverd aan het net. Waar op de snelweg files ontstaan, leidt dit op het stroomnet tot overbelasting, iets wat netbeheerders moeten voorkomen. Om congestie op te lossen én het elektriciteitsnet klaar te maken voor de toekomst versterkt TenneT het elektriciteitsnetwerk. TenneT is voornemens om bij het 150kV station te Waalwijk twee dwarsregeltransformatoren te realiseren. Een dwarsregeltransformator is een speciaal type transformator dat wordt gebruikt om de stroomverdeling in hoogspanningsnetten te sturen.
Bij station Waalwijk wordt een dwarsregeltransformatoren geplaatst om de energiestromen in het hoogspanningsnet actief te sturen, overbelasting te voorkomen en de betrouwbaarheid van de stroomvoorziening te waarborgen, met oog voor de snelle groei van duurzame opwek in de regio. Naast het plaatsen van de dwarsregeltransformatoren, is TenneT bezig met versnellingsmaatregelen rondom de netcongestie. Een van de potentiële versnellingsmaatregelen betreft het gebruik van zogenaamde Advanced Power Flow Control (APFC) units. Het gebruik van APFC units is bedoeld om het gebruik van het net te optimaliseren door stroom van overbelaste lijnen te verplaatsen naar lijnen met reservecapaciteit. Voor beide voornemens wordt een aparte BOPA procedure doorlopen. Onderdeel van de BOPA procedure is archeologie. Daarom is in opdracht van TenneT door Sweco Nederland B.V. een bureauonderzoek uitgevoerd naar het gebied rondom het 150 kV station aan de Valkenvoortweg 9 te Waalwijk, gemeente Waalwijk.
1.2
Locatie plangebied
Het plangebied ligt rondom het 150 kV hoogspanningsstation dat ligt aan de Valkenvoortweg 9 te Waalwijk (zie Afbeelding 1.1) De exacte locatie van het plangebied wordt weergegeven in bijlage 2. De totale oppervlakte van het plangebied bedraagt circa 2,9 hectare. Het onderzoeksgebied betreft een straal van 750 m hieromheen. Binnen dit onderzoeksgebied is voldoende informatie beschikbaar voor het opstellen van een gespecificeerde archeologische verwachting.
Sweco | SWECO ARCHEOLOGISCHE RAPPORTEN 2937 Projectnummer: 51011997 Datum: 30-01-2026
Versie: C2
Document referentie: NL25-648800269-155495
8/43
Afbeelding 1.1. Luchtfoto 2024 met situering plangebied en onderzoeksgebied
1.3
Overheidsbeleid en kader onderzoek
Het onderzoek is uitgevoerd in het kader van een omgevingsvergunning.
1.3.1
Omgevingsplan
Met ingang van 1 januari 2024 is de Omgevingswet van kracht geworden en hebben gemeenten hun beleid voor ruimtelijke ordening en omgevingsfactoren vastgelegd in omgevingsplannen en zijn alle geldende ruimtelijke plannen van rechtswege opgenomen in het omgevingsplan. Omdat gemeenten vaak veel bestemmingsplannen hadden met verschillende regels (dubbelbestemmingen) voor archeologie, blijven al deze verschillende regels nog geldig totdat ze zijn overgegaan naar het omgevingsplan. De gemeente Waalwijk heeft in het vigerende bestemmingsplan het archeologisch beleid vastgesteld (Bestemmingsplan Buitengebied, onherroepelijk vastgesteld 2010-12-09).1 Hieruit blijkt dat op het plangebied een dubbelbestemming Waarde Archeologie ligt. Dubbelbestemming Waarde Archeologie
Vrijstellingsgrenzen 100 m2 en dieper dan 0,70 m onder maaiveld.
De bovenstaande vrijstellingsgrenzen worden door de voorgenomen ontwikkeling in het plangebied overschreden. Conform het archeologiebeleid / de planregels is archeologisch onderzoek noodzakelijk.
1
Geraadpleegd via www.ruimtelijkeplannen.nl of Regels op de kaart - Omgevingswet - Regels op de kaart Omgevingsloket (overheid.nl)
Sweco | SWECO ARCHEOLOGISCHE RAPPORTEN 2937 Projectnummer: 51011997 Datum: 30-01-2026
Versie: C2
Document referentie: NL25-648800269-155495
9/43
1.3.2
Gemeentelijk archeologiebeleid
De gemeente Waalwijk heeft in 2011 het archeologiebeleid met de bijbehorende archeologische beleidskaart geactualiseerd.2 Op deze archeologische beleidskaart heeft het plangebied een gematigde en een lage archeologische verwachting (zie Afbeelding 1.2).
Afbeelding 1.2: Het plangebied op de archeologische beleidskaart uit 2011.
Voor gebieden met een gematigde archeologische verwachting geldt geen verplichting tot archeologisch onderzoek bij ingrepen tot een diepte van 50 cm onder maaiveld, mits het plangebied niet groter is dan 5000 m². Gebieden met een lage archeologische verwachting hebben geen verplichting tot archeologisch vooronderzoek, tenzij het een mer-plichtig project betreft. De archeologische vrijstellingsgrenzen wijken met de bijbehorende zonering af de vrijstellingsgrenzen die zijn opgenomen in het bestemmingsplan. In 2007 is er een archeologische verwachtingskaart opgesteld die mogelijk als bron heeft gediend voor het bestemmingsplan.3 Hierop is te zien dat het plangebied grotendeels in een gebied ligt met een middelhoge verwachting (zie Afbeelding 1.3). Daarbij staat aangegeven dat in het noordelijke deel een groot vlak geen archeologische beperkingen heeft vanwege ontgrondingen dan wel verstoringen. Dit vlak is niet opgenomen in het bestemmingsplan en de latere beleidskaart van 2011.
2 3
Hessing et al., 2011. Nales, et al., 2007.
Sweco | SWECO ARCHEOLOGISCHE RAPPORTEN 2937 Projectnummer: 51011997 Datum: 30-01-2026
Versie: C2
Document referentie: NL25-648800269-155495
10/43
Afbeelding 1.3: Het plangebied op de archeologische verwachtingskaart uit 2007.
1.4
Toekomstig gebruik
TenneT is voornemens om bij het 150kV station te Waalwijk twee dwarsregeltransformatoren te realiseren. Een dwarsregeltransformator is een speciaal type transformator dat wordt gebruikt om de stroomverdeling in hoogspanningsnetten te sturen. Naast het plaatsen van de dwarsregeltransformatoren, is TenneT bezig met versnellingsmaatregelen rondom de netcongestie. Een van de potentiële versnellingsmaatregelen betreft het gebruik van zogenaamde Advanced Power Flow Control (APFC) units. Het gebruik van APFC units is bedoeld om het gebruik van het net te optimaliseren door stroom van overbelaste lijnen te verplaatsen naar lijnen met reservecapaciteit. Hierbij wordt er ook een transportweg en werkterreinen aangelegd voor de realisatie van deze werkzaamheden. De verstoringsdiepte is nog onbekend bij het schrijven van het bureauonderzoek. Op verzoek van de opdrachtgever is het volledige plangebied met een oppervlakte van circa 2,9 hectare onderzocht in dit bureauonderzoek.
Sweco | SWECO ARCHEOLOGISCHE RAPPORTEN 2937 Projectnummer: 51011997 Datum: 30-01-2026
Versie: C2
Document referentie: NL25-648800269-155495
11/43
1.5
Huidige situatie en gebruik
Op basis van het raadplegen van -streetview en volgens opgave van de opdrachtgever zijn de volgende zaken te melden met betrekking tot de huidige situatie. Tabel 1.1. Samenvattend overzicht van de huidige situatie van het plangebied Huidig grondgebruik Weiland en akkers; in het zuiden is het bestaande 150 kV hoogspanningsstation. Hoogteligging maaiveld Plangebied ligt tussen 0,6 en 1,1 m +NAP Grondwatertrap of -stand GWT VI (GHG 40 tot 80 cm; GLG hoger dan 120 cm MV) Bodemverontreinigingen of Niet bekend. saneringen Historisch waardevolle Niet aanwezig. bouwwerken Aanwezigheid constructies Binnen het plangebied is geen bebouwing aanwezig. Enkel mastpalen (funderingen, kelders, etc.) voor elektriciteitskabels. Locatie en diepte van Door het plangebied lopen enkele elektriciteitskabels, waarvan er kabels/leidingen slechts 1 ondergronds is aangelegd. De andere zijn van bovengrondse hoogspanningsmasten. Reeds uitgevoerde Op de archeologische verwachtingskaart staat een groot vlak werkzaamheden binnen aangegeven dat ontgrondingen dan wel verstoringen weergeeft. Dit is plangebied en later niet opgenomen in het bestemmingsplan of de recentere verstoringsdiepte beleidskaart.
Sweco | SWECO ARCHEOLOGISCHE RAPPORTEN 2937 Projectnummer: 51011997 Datum: 30-01-2026
Versie: C2
Document referentie: NL25-648800269-155495
12/43
2
Bureauonderzoek
2.1
Inleiding
De bodemingrepen die gepaard gaan met de geplande werkzaamheden zullen eventueel aanwezige archeologische resten in de bodem verstoren en/of vernietigen. 4 Doel van het bureauonderzoek is het opstellen van een gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel met behulp van informatie uit beschikbare bronnen over bekende of verwachte archeologische waarden binnen het plangebied en het opstellen van een advies op basis van een risicoanalyse van de gevolgen van de voorgenomen maatregelen en bodemingrepen op het behoud in situ van die (mogelijk) aanwezige archeologische waarden. Derhalve dienen voorafgaand aan die werkzaamheden de archeologische waarden binnen het plangebied in kaart te worden gebracht. Het resultaat is een standaardrapport bureauonderzoek met een gespecificeerde archeologische verwachting en een advies. Op basis hiervan kan de bevoegde overheid een beslissing nemen over het al dan niet laten uitvoeren van vervolgonderzoek. De vraagstelling voor het onderzoek is: welke archeologische waarden zijn in het plangebied (mogelijk) aanwezig en in hoeverre hebben de geplande ingrepen invloed op deze archeologische waarden?
2.2
Uitvoering onderzoek
Dit rapport betreft een standaardrapport zoals genoemd in de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie. Het bureauonderzoek is uitgevoerd conform SIKB BRL 4000 protocol 4002 en bestaat uit elf processtappen: 1. Afbakenen plan- en onderzoeksgebied; vaststellen consequenties toekomstig gebruik (LS01). 2. Aanmelden onderzoek bij Archis. 3. Vermelden (en toepassen) overheidsbeleid (LS01). 4. Beschrijven huidig gebruik (LS02). 5. Beschrijven historische situatie en mogelijke verstoringen (LS03). 6. Beschrijven mogelijke aanwezigheid bouwhistorische waarden ondergrond (LS02, LS03, LS04). 7. Beschrijven bekende archeologische en aardwetenschappelijke kenmerken (LS04). 8. Opstellen gespecificeerde verwachting en formuleren onderzoeksstrategie (LS05). 9. Opstellen standaardrapport bureauonderzoek (LS06). 10. Aanleveren standaardrapport - afmelden onderzoek in Archis. 11. Aanleveren digitale gegevens bij e-depot (DS05). Processtappen 1 tot en met 7 leveren gegevens op basis waarvan de gespecificeerde verwachting (stap 8) wordt opgesteld. Deze stappen worden behandeld in paragraaf 1.1 en hoofdstuk 2. Processtap 9 resulteert in het voorliggende rapport. Processtappen 10 en 11 hebben betrekking op het openbaar maken van het bureauonderzoek voor derden bij onder meer Archis en het e-depot. Bij de uitvoering van het onderzoek is niet afgeweken van de BRL.
Zie bijlage 1 voor de dateringen van de in dit rapport genoemde geologische en archeologische perioden.
4
Een verstoring van archeologische waarden betekent dat deze waarden (deels) in situ aanwezig blijven, maar dat de conditie en conservering ervan verslechterd en daarmee de informatiewaarde. Vernietigen betekent dat de archeologische waarden verdwijnen.
Sweco | SWECO ARCHEOLOGISCHE RAPPORTEN 2937 Projectnummer: 51011997 Datum: 30-01-2026
Versie: C2
Document referentie: NL25-648800269-155495
13/43
2.3
Aardwetenschappelijke situatie
De geraadpleegde aardkundige gegevens leiden tot een samenvattend verhaal over de gebruiksmogelijkheden van het landschap door de mens in verschillende perioden en voor verschillende typen activiteiten. Tabel 2.1.
Aardwetenschappelijke informatie
Bron
Informatie
Geologische kaart5
Formatie van Echteld op Formatie van Nieuwkoop, Hollandveen Laagpakket op Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden Vlakte van getij-afzettingen (M72) Kalkrijke poldervaaggronden (Mn25A en Mn35A) 0,6 tot 1,1 m +NAP
Geomorfologische kaart6 Bodemkaart7 Hoogtekaart (AHN)8
Het plangebied maakt deel uit van het Zeeuws kleigebied, maar ligt vlakbij het Brabants Zandgebied en het Utrechts-Gelders rivierengebied. Het ligt 1400 meter hemelsbreed van de huidige Bergsche Maas en 1100 meter van de Oude Maasje. In het Weichselien was er geen sprake van de aanwezigheid van landijs in Nederland, maar kende Nederland wel een zeer koud en droog klimaat. Hierdoor werden vanuit drooggevallen rivierbeddingen van de Rijn en de Maas grote hoeveelheden zand weggeblazen om even verderop als dekzand te worden afgezet (Formatie van Boxtel). 9 De zuidelijke grens van het Maasdal lag toen ter hoogte van het huidige Wijk en Aalburg, ten zuiden daarvan is dekzand afgezet. Dit dekzand vormt het oudste potentiële archeologische niveau van het plangebied. Vooral in de laatste fasen van het Weichselien (tijdens de Vroege en Late Dryas), waren de verstuiving en afzetting van zand erg sterk. De grote hoeveelheid zand, die toen nog is verplaatst, heeft geleid tot de vorming van enkele zeer grote dekzandruggen, die dwars door Noord-Brabant lopen (zie Afbeelding 2.1) (Haans en Maarleveld, 1965). Deze liggen dwars op de Centrale Slenk.10 Een van deze duinen ligt in de lijn Drunen-Nieuwkuijk- -Hertogenbosch, ca. 2 km ten zuiden van het plangebied.
Vanaf het begin van het Holoceen (vanaf 10.000 jaar geleden) trad een drastische klimaatsverbetering op, waardoor de verstuiving aan banden werd gelegd door een toenemende vegetatie. Er ontstond daardoor een landschap met dichtbegroeide zandruggen en -koppen, met daartussen de relatief vochtige, laaggelegen delen, waar zich veen kon ontwikkelen. Door de toenemende vernatting van het landschap (als gevolg van de stijging van de grondwaterspiegel, die meesteeg met de zeespiegel) raakte het gebied geleidelijk onder veen begraven (zie Afbeelding 2.2). Alleen de hoge dekzandruggen en - koppen staken daarbij nog als relatief hoger en droog gelegen plekken boven het veenlandschap uit. 11 Volgens Vos is het plangebied daarbij tussen 3000 en 2750 voor Chr. met veen overgroeid.12
5
Bron gebruikte kaart/website; Ondergrondgegevens | DINOloket. Bron gebruikte kaart/website: Ondergrondmodellen | BROloket. 7 Bron gebruikte kaart/website; Bodemdata. 8 Bron gebruikte versie AHN; AHN-viewer. 9 De Mulder et al., 2003. 10 Berendsen, 2005. 11 Berendsen, 2000. 12 Vos, 2015. 6
Sweco | SWECO ARCHEOLOGISCHE RAPPORTEN 2937 Projectnummer: 51011997 Datum: 30-01-2026
Versie: C2
Document referentie: NL25-648800269-155495
14/43
Vanaf ca. 3000 jaar geleden neemt de activiteit van rivieren in de gemeente Waalwijk sterk toe. Het pleistocene rivierdal is inmiddels opgevuld met riviersediment en rivieren verlegden hun lopen nu ook richting het dekzandgebied (zie Afbeelding 2.3). Daarbij kwam het noordelijk deel van de gemeente Waalwijk onder invloed te staan van de voorloper van de huidige Maas; de Oude Maasje stroomrug.13 Dit is ongeveer vanaf 200 na Chr., al zou het gezien sporen uit de IJzertijd die op de oevers van de Oude Maasje zijn aangetroffen ook al vanaf de Late IJzertijd kunnen zijn.14 De stroomgordels zorgen ervoor dat een pakket komklei wordt afgezet op het dekzand en/of veen, waarvan de dikte varieert van enkele decimeters tot meer dan 2 m (Formatie van Echteld).15 Vanaf de 11e eeuw werden dijken in de omgeving van het plangebied aangelegd (zie Afbeelding 2.4). Deze braken echter regelmatig door, waarbij grote delen van het land onder water kwamen te staan. De belangrijkste stormvloed waarbij dit gebeurde is de St. Elisabethsvloed in 1421. Delen van de gemeente Waalwijk kwamen hierdoor in een estuarium (zoetwater getijdegebied) te liggen (zie Afbeelding 2.5). In het estuarium zijn getijdeafzettingen afgezet, die overwegend bestaan uit fijnzandige kleien (Formatie van Naaldwijk).16 Deze getijdeafzettingen zijn ca.
40 tot 100 cm dik in de omgeving van het plangebied en zijn afgezet ten noorden van de lijn Waalwijk-Capelle.17 Dit gebied waar getijdeafzettingen zijn afgezet (waar het plangebied ook deel van uitmaakt) bleef tot 1620 onbedijkt en niet verkaveld. Vanaf 1648 werd het weer verkaveld; het bleef echter wel buitendijks land tot de aanleg van de Bergsche Maas in 1904 (zie Afbeelding 2.6). Daarna is het nog tot 1970 als overlaat gebruikt waardoor het regelmatig onder water stond. Hierdoor is het gebied ten noorden van Waalwijk tot voor kort niet intensief bewoond geweest.18
13
Berendsen en Stouthamer, 2001 Cohen et al., 2012 15 Nales et al., 2007 16 De Mulder et al., 2003 17 Nales et al., 2007 18 Nales et al., 2007 14
Sweco | SWECO ARCHEOLOGISCHE RAPPORTEN 2937 Projectnummer: 51011997 Datum: 30-01-2026
Versie: C2
Document referentie: NL25-648800269-155495
15/43
Afbeelding 2.1: Het plangebied op de Paleogeografische kaart van 9000 v.Chr.
Afbeelding 2.2: Het plangebied op de Paleogeografische kaart van 2750 v.Chr.
Sweco | SWECO ARCHEOLOGISCHE RAPPORTEN 2937 Projectnummer: 51011997 Datum: 30-01-2026
Versie: C2
Document referentie: NL25-648800269-155495
16/43
Afbeelding 2.3: Het plangebied op de Paleogeografische kaart van 800 n.Chr.
Afbeelding 2.4: Het plangebied op de Paleogeografische kaart van 1500 n.Chr.
Sweco | SWECO ARCHEOLOGISCHE RAPPORTEN 2937 Projectnummer: 51011997 Datum: 30-01-2026
Versie: C2
Document referentie: NL25-648800269-155495
17/43
Afbeelding 2.5: Het plangebied op de Paleogeografische kaart van 1850 n.Chr.
Afbeelding 2.6: Het plangebied op de Paleogeografische kaart van 2000 n.Chr.
Sweco | SWECO ARCHEOLOGISCHE RAPPORTEN 2937 Projectnummer: 51011997 Datum: 30-01-2026
Versie: C2
Document referentie: NL25-648800269-155495
18/43
Geomorfologie
De geomorfologische kaart geeft aan dat het plangebied zich bevindt op een vlakte van getijafzettingen (M72) (zie bijlage 3). Dit zijn vrij vlakke tot zeer vlakke afzettingen die onder getijinvloed zijn gevormd en die voornamelijk bestaan uit jonge zeeklei. Bodem De bodemkaart geeft aan dat de bodem bestaat uit kalkrijke poldervaaggronden (Mn25A en Mn35A) (zie bijlage 4). Poldervaaggronden behoren tot de hydrokleivaaggronden: het zijn zavel- en kleigronden waarin periodieke hoge grondwaterstanden kunnen voorkomen. Ze hebben geen veen binnen 80 cm en geen donkere bovengrond. Het is de meest voorkomende subgroep in Nederland: zij omvat alle komgronden en vrijwel alle jonge zeekleigronden. DINOloket Het Dinoloket is de centrale toegangspoort tot Data en Informatie van de Nederlandse Ondergrond (DINO), beheerd door het TNO. In het Dinoloket staan een aantal boringen in de omgeving van het plangebied.19 Hieruit blijkt dat de ondergrond bestaat uit 0,9 tot 1,2 m klei, behorende tot de Formatie van Echteld, op 0,1 tot 0,25 m dik veen, behorende tot de Formatie van Nieuwkoop, op dekzand, behorende tot de Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden. Grondwaterstand Op de bodemkaart (zie VI) staat de grondwatertrap (Gt) aangegeven in Latijnse cijfers (zie tabel 2.2).
De grondwatertrap (grondwaterstand) geeft een indicatie over de geschiktheid van de bodem voor agrarisch gebruik, waarbij de grondwatertrap is verdeeld in verschillende klassen gebaseerd op de gemiddeld hoogste en de gemiddeld laagste grondwaterstand (afgekort met GHG en GLG). De watertrappen op de bodemkaart zijn echter gebaseerd op (sub)recente metingen. Er dient rekening te worden gehouden met de invloed natuurlijke veranderingen en de mens, die bijgedragen hebben aan de huidige grondwaterstand. De huidige grondwaterstand kan aldus sterk afwijken van die in de prehistorie en historische perioden. Het gehele plangebied kent een grondwatertrap VI. Dit houdt in dat de gemiddeld hoogste grondwaterstand tussen de 40 en 80 cm beneden het maaiveld ligt. De gemiddeld laagste grondwaterstand ligt meer dan 120 cm beneden maaiveld. Het grondwaterpeil bepaalt voor een groot deel de mate van conservering van archeologische waarden in de bodem. Archeologische resten die zich onder de gemiddeld laagste grondwaterstand (GLG) bevinden, worden door het water tegen degradatie beschermd. Vooral organische resten blijven in een natte omgeving veelal goed geconserveerd. Resten die boven de GLG liggen, raken in de loop van de tijd steeds ernstiger aangetast door verdroging en oxidatie.
Wanneer de grondwaterstand door verstoringen verandert, kan dat ernstige gevolgen hebben voor het in de bodem aanwezige bodemarchief. Tabel 2.2. Grondwatertrappen20 Grondwatertrap
I
II
III
IV
V
VI
VII
GHG in cm -mv
(<20)
(<40)
<40
>40
>40
40-80
>80
GLG in cm -mv
<50
50-80
80-120
80-120
>120
>120
(>160)
19 20
Boringen B44F0381 en B44F0390 van www.dinoloket.nl Locher en de Bakker, 1990.
Sweco | SWECO ARCHEOLOGISCHE RAPPORTEN 2937 Projectnummer: 51011997 Datum: 30-01-2026
Versie: C2
Document referentie: NL25-648800269-155495
19/43
Hoogtekaart en reliëf De hoogtekaart is gebaseerd op het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN4) en is tot stand gekomen door de toepassing van lidar-techniek. Deze techniek werkt als een radar, alleen wordt er licht gemeten in plaats van radiogolven. Heel Nederland is met deze lidar-techniek vanuit een vliegtuig gemeten, de samengevoegde data heeft geresulteerd in het AHN. In dit onderzoek wordt gebruik gemaakt van een 0,5 m raster (opgevuld). Op de hoogtekaart is duidelijk te zien dat het plangebied net boven zeeniveau ligt tussen de 0,6 en 1,1 m +NAP (zie bijlage 5).
2.4
Archeologische gegevens
2.4.1
Archeologische monumenten
De Archeologische Monumentenkaart (AMK) bevat een overzicht van belangrijke archeologische terreinen in Nederland.21 In het plangebied en onderzoeksgebied zijn geen AMK-terreinen geregistreerd. Het dichtstbijzijnde AMK-terrein ligt op 1400 meter ten zuiden van het plangebied. Het gaat om monument 16815, de oude stadskern van Waalwijk.
2.4.2
Archeologische vondsten en waarnemingen (Archis)
Het Archeologisch Informatiesysteem (Archis) is een systeem voor het registreren en raadplegen van gegevens over archeologische onderzoeken, vondsten en archeologische rijksmonumenten vanaf de Prehistorie tot en met de Nieuwe Tijd in Nederland. In het Archeologisch Informatiesysteem (Archis) staan binnen het plangebied en onderzoeksgebied geen archeologische vondstmeldingen geregistreerd.22 De dichtstbijzijnde vondstmelding ligt op 1250 meter ten zuidwesten van het huidige plangebied. Het gaat om zaaknummer 4576511100, een proefsleuvenonderzoek waarbij er vondsten zijn aangetroffen uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe Tijd. Tijdens het onderzoek zijn er enkel sloten aangetroffen en wat paalkuilen. Het advies is vrijgave.
2.4.3
Archeologische onderzoeken (Archis)
In het Archeologisch Informatiesysteem (Archis) staan binnen het plangebied twee archeologische onderzoeksmeldingen geregistreerd (zaaknummers 4639481100 en 4701737100).23 Binnen het onderzoeksgebied liggen drie archeologische onderzoeksmeldingen (zie tabel 2.3 en bijlage 6). Tabel 2.3.
Onderzoeksmeldingen in het plan- en onderzoeksgebied
Onderzoeksmelding
Jaar
Type onderzoek
Plaats/toponiem
Publicatie/rapport
2053141100
2004
Archeologisch: boring
Valkenvoortweg Waalwijk
Hijma, 2004
3973701100
2015
EVZ Drongelens Kanaal
Moerman, 2015
4616169100 4639481100
2018 2018
Visbankweg Waalwijk Waalwijk
Sophie, 2018 Fleuren, 2019
4701737100
2019
Archeologisch: bureauonderzoek Archeologisch: boring Archeologisch: bureauonderzoek Archeologisch: boring
Valkenvoortweg 11 Waalwijk
Verboom-Jansen, 2019
21
Sinds 2014 wordt deze kaart niet meer onderhouden door de provincies en de RCE. De landelijke kaart is door professionele archeologen digitaal te raadplegen via de website van de RCE: Archeologie in Nederland. Voor archeologische rijksmonumenten zie Archis 3 - zoeken 22 Geraadpleegd via: Archis - Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed - Onderzoek overzicht. 23 Geraadpleegd via Archis 3 - zoeken.
Sweco | SWECO ARCHEOLOGISCHE RAPPORTEN 2937 Projectnummer: 51011997 Datum: 30-01-2026
Versie: C2
Document referentie: NL25-648800269-155495
20/43
Hieronder worden de gegevens per onderzoeksmelding beschreven: Zaaknummer 2053141100: In opdracht van de gemeente Waalwijk heeft het onderzoeks- en adviesbureau voor Bouwhistorie, Archeologie, Architectuurhistorie en Cultuurhistorie (BAAC bv) een inventariserend archeologisch veldonderzoek (IVO, karterende fase) uitgevoerd langs de Valkenvoortweg in de gemeente Waalwijk, provincie Noord-Brabant. Aanleiding voor dit onderzoek is de wijziging van het bestemmingsplan in verband met het graven van sloten langs een nieuw aan te leggen fietspad ten westen van de Valkenvoortweg. De sloten zullen ongeveer 1 meter diep worden. Relatief dicht onder het oppervlak bevindt zich het dekzand. Hierdoor kunnen eventueel sporen van bewoning vanaf het Paleolithicum tot aan het Neolithicum aangetroffen worden. In de periode daarna waren de vestigingsomstandigheden door de grootschalige veenvorming en dus vochtige omgeving minder gunstig. Het gebied waarin het onderzoeksgebied ligt, is na de eerste ontginningsfase (waarschijnlijk 11de eeuw) bewoond geweest. Veel bewoningssporen uit die tijd zullen echter door de overstroming van 1421 AD en de navolgende ligging binnen een estuarium verspoeld geraakt zijn. Vanaf de tweede helft van de 17de eeuw was het gehele gebied weer teruggewonnen op de zee en kon er weer bewoning plaatsvinden.
Langs de Valkenvoortweg, een oude doorgaande route, zijn wellicht sporen uit die periode terug te vinden. In 1766 AD werd de Baardwijkse overlaat gegraven en stroomde het gebied bij hoogwater op de Maas over. Dit zorgde niet voor gunstige vestigingsomstandigheden. Op basis van de resultaten van het veldonderzoek zijn er geen aanwijzingen aangetroffen die duiden op bewoning in de periode vóór de vorming van het veen. Ook uit de periode dat het veengebied ontgonnen werd, zijn geen archeologische indicatoren. De bewoning concentreerde zich destijds meer langs de achterkaden, terwijl op de plaats van de Valkenvoortweg waarschijnlijk een zijkade gelegen heeft. Indien er al bewoning heeft plaatsgevonden, is de kans aanwezig dat de St. Elizabethsvloed van 1421 AD deze sporen heeft opgeruimd. In de periode dat het onderzoeksgebied een onderdeel was van een estuarium zal er in het gebied geen bewoning hebben plaatsgevonden. Nadat het gebied teruggewonnen is, kon er weer bewoning plaatsvinden. Hier zijn tijdens het veldonderzoek echter geen aanwijzingen voor gevonden. Dit komt overeen met de historische kaarten. Aangezien het gebied deel uitmaakte van een overlaat en daardoor regelmatig onder water stond, was het ook niet aantrekkelijk om te gaan wonen. Pas na de sluiting van de overlaat in 1908 AD bleef het gebied voor langere tijd droog.
Waarschijnlijk vindt er pas hierna permanente bewoning in het gebied plaats. In het onderzoeksgebied zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen, in een gebied waarvoor een lage archeologische verwachting bestaat. Aangezien de verstoringsdiepte circa 1 meter bedraagt, zullen alleen de kleiige en venige afzettingen verstoord raken. In deze afzettingen zijn geen archeologische indicatoren of sporen te verwachten. Ook in het onderliggende dekzand zijn geen archeologische resten aangetroffen. Toch is het gezien de landschappelijke ontwikkeling van gebied niet uit te sluiten dat zich archeologische indicatoren of sporen in het dekzand bevinden. Tijdens de toekomstige graafwerkzaamheden zal het dekzand echter nauwelijks verstoord worden. Er wordt daarom voor het onderzoeksgebied geen vervolgonderzoek aanbevolen.
Sweco | SWECO ARCHEOLOGISCHE RAPPORTEN 2937 Projectnummer: 51011997 Datum: 30-01-2026
Versie: C2
Document referentie: NL25-648800269-155495
21/43
Zaaknummer 3973701100: In opdracht van BTL Advies B.V. heeft IDDS Archeologie in oktober 2015 een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd voor een gedeelte van het Drongelens Kanaal in Waalwijk, gemeente Waalwijk. De aanleiding voor dit onderzoek is de herinrichting van dit gedeelte tot een ecologische verbindingszone (EVZ). Het doel van het bureauonderzoek is het opstellen van een gespecificeerde verwachting voor het plangebied. Dit plangebied ligt ten zuiden van het huidige plangebied. Uit het bureauonderzoek blijkt dat het plangebied is gelegen op de overgang van een vlakte van getijafzettingen naar een vlakte van ten dele verspoelde dekzanden, in een gebied dat van oudsher bekend staat als de Langstraat. De eerste nederzettingen in dit gebied ontstonden in de Late Middeleeuwen. Binnen het plangebied bevond zich een gedeelte van het dorp Baardwijk, waarvan de kerk dateert van vóór 1300. De Sint Elisabethsvloed van 1421 was van grote invloed op het gebied. Rond 1440 is ten noorden van Baardwijk de Zeedijk aangelegd. De polders ten noorden daarvan hebben nog lange tijd onder invloed gestaan van het water. In 1766 is een overlaat aangelegd tussen Baardwijk en Drunen. De bebouwing in het gebied werd gesloopt, de Zeedijk werd afgegraven en er werden twee leidijken aangelegd. Het plangebied kwam in de overlaat te liggen.
Na de realisatie van de overlaat vond meerdere malen schade plaats ten gevolge van dijkdoorbraken en de schurende werking van zware ijsschotsen. Om de afwatering te verbeteren, is in 1826 de Baardwijkse Overlaat verbreed en tussen 1906 en 1911 het Drongelens Kanaal gegraven. Een gedeelte van het plangebied is reeds eerder archeologisch onderzocht. Daaruit is gebleken dat zowel het gebied ten noorden van de oorspronkelijke Zeedijk (ten noorden van de A59) als het gebied ten zuiden ervan een lage archeologische verwachting hebben. Ook buiten de reeds onderzochte delen van het plangebied geldt een lage archeologische verwachting. Het gebied ten noorden van de A59 is sinds de 15e eeuw meerdere malen overstroomd geweest. De verwachting is dat daarbij zowel erosie van de bestaande afzettingen heeft plaatsgevonden als nieuwe afzetting van kleipakketten. In het gebied ten zuiden van de A59 konden nog wel intacte bodems voorkomen. Het is echter de verwachting dat deze met de aanleg van het Drongelens Kanaal, en met name de met de langs het kanaal gelegen infrastructuur (onder andere kabels en leidingen), verstoord zijn geraakt. Er wordt geadviseerd om in het plangebied geen vervolgonderzoek uit te laten voeren.
Zaaknummer 4616169100: In opdracht van de gemeente Waalwijk heeft Antea Group een archeologisch booronderzoek uitgevoerd naar één van de deelgebieden die onderdeel vormen van de herontwikkeling van het noordelijk havengebied (Haven 8) te Waalwijk, gelegen ten noorden van de Visbankweg. Het onderzoek betrof een verkennende fase met als doel het in beeld brengen van de aard van de bodemopbouw. Onderhavig onderzoek moet daarmee gezien worden als onderdeel van een grotere onderzoeksinspanning. Het uitgevoerde archeologisch booronderzoek is bedoeld als toetsing van de archeologische verwachtingswaarde die het plangebied heeft op de vastgestelde gemeentelijke beleidskaart archeologie en die als zodanig in het bestemmingsplan is voorzien middels een waarde aanduiding archeologie.
Sweco | SWECO ARCHEOLOGISCHE RAPPORTEN 2937 Projectnummer: 51011997 Datum: 30-01-2026
Versie: C2
Document referentie: NL25-648800269-155495
22/43
In het archeologisch booronderzoek is vastgesteld dat de bodemopbouw bestaat uit een bouwvoor op Merwededek op een venige en kleiige tussenlaag en vervolgens het dekzand. Elders in het gebied rondom Haven 8 is middels boor- en gravend onderzoek vastgesteld dat deze bodemopbouw hoort bij gebieden waar niet direct meer op voorhand de bewoningslinten van de Langstraat verwacht mogen worden. Het gravend onderzoek in Haven 8 heeft laten zien dat daar waar het Merwededek met een gemengde tussenlaag op de C-Horizont aanwezig is, bewoningsresten in de regel ontbreken. In hoeverre dat dit verklaard kan worden door de aanwezigheid van deze bewoningslinten elders in het gebied of de volledige erosie van deze archeologische resten als gevolg van de vloeden uit het begin van de vijftiende eeuw, is momenteel nog onderwerp van studie. We adviseren de archeologische verwachtingswaarde van het onderzochte plangebied bij te stellen naar laag. Uitgaande van een west-oost oriëntering van de bewonings- ontginningslinten mag op basis van extrapolatie verondersteld worden dat de bodemopbouw in het centrale deel (nu niet middels booronderzoek onderzocht bij gebrek aan betredingstoestemming) gelijk is aan die van het nu wel onderzochte deel van het plangebied Visbankweg. Het advies tot bijstelling naar laag mag derhalve ook voor het niet onderzochte deel gelden.
Het uiteindelijk selectiebesluit is voorbehouden aan de bevoegde overheid, in deze de gemeente Waalwijk Zaaknummer 4639481100: In oktober 2018 heeft Antea Group in opdracht van Vermilion Oil & Gas Netherlands B.V. archeologisch bureauonderzoek. Aanleiding tot het onderzoek vormt de voorgenomen plaatsing van een gasleiding. Een deel van het plangebied ligt op de archeologische beleidskaart van gemeente Waalwijk in een gebied met een gematigde archeologische verwachting. Voor dit gedeelte van het plangebied is een dubbelbestemming waarde archeologie opgenomen. Bij deze dubbelbestemming wordt archeologisch onderzoek verplicht gesteld, indien de bodemingrepen een oppervlakte groter dan 100 m2 beslaan en dieper reiken dan 0, 7 m mv. Het plangebied overschrijdt de vrijstellingsgrenzen, waardoor een archeologisch vooronderzoek noodzakelijk is conform het gemeentelijk beleid. Gezien de landschappelijke ontwikkeling van het gebied, is het niet uit te sluiten dat zich archeologische indicatoren of sporen in het dekzand bevinden. Er zijn echter geen archeologische bevindingen aangetroffen in de eerdere onderzoeken. In de booronderzoeken aan de Valkenvoortweg 1 en Visbankweg / Hazardweg zijn geen aanwijzingen van een vondstenspreiding of mogelijke leeflaag aangetroffen.
Het proefsleuvenonderzoek in Haven 8 West en Oost heeft ook geen nederzettings- of andere sporen opgeleverd, anders dan de resten van laatmiddeleeuwse verkavelingen of latere vormen van agrarische terreininrichting, met name van sloten / greppels. Deze eerdere onderzoeken hebben ook uitgewezen dat een aanzienlijk deel van het ooit aanwezige veen is verdwenen. De afzetting van klei is erosief geweest voor de veenlaag waarin de laatmiddeleeuwse bewoningssporen aanwezig zijn geweest. Daarmee is ook het potentieel aanwezige laatmiddeleeuwse sporenniveau verloren gegaan. Op basis van de resultaten van dit onderzoek luidt het advies om de verwachting voor het plangebied bij te stellen naar laag, en de voorgenomen ontwikkeling mogelijk te maken zonder verder archeologisch onderzoek uit te voeren. Dit is een selectieadvies; het nemen van een selectiebesluit is voorbehouden aan de bevoegde overheid, in deze gemeente Waalwijk.
Sweco | SWECO ARCHEOLOGISCHE RAPPORTEN 2937 Projectnummer: 51011997 Datum: 30-01-2026
Versie: C2
Document referentie: NL25-648800269-155495
23/43
Zaaknummer 4701737100: In opdracht van Tauw b.v. heeft Transect b.v. in mei 2019 een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd in een plangebied aan de Valkenvoortweg 11 (gemeente Waalwijk), op het terrein van en direct ten noorden van het hoogspanningsstation direct aangrenzend aan het huidige plangebied. De aanleiding van het onderzoek is de uitbreiding van het bestaande hoogspanningsstation. Het onderhavige onderzoek is uitgevoerd in het kader van de hiervoor -archeologie). Gezien de aard en omvang van de voorgenomen bodemingrepen, kan deze archeologische waarde met de geplande ingrepen worden aangetast. Hierom is een archeologisch vooronderzoek nodig om inzicht te krijgen of en in hoeverre de werkzaamheden van invloed zijn op de archeologische waarde in het plangebied. Daarom is een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd, bestaande uit een bureauonderzoek en een booronderzoek (BO + IVO-O). Het overige deel van het plangebied heeft vanuit de beleidsadvieskaart van gemeente Waalwijk een lage archeologische verwachting en geen dubbelbestemming archeologie in het bestemmingsplan. Conclusie 1. Uit het bureauonderzoek blijkt dat binnen het plangebied op twee niveaus sprake kan zijn van een archeologische verwachting.
Ten eerste bevindt zich in de ondergrond van het plangebied dekzand, waarop theoretisch gezien een verwachting bestaat op bewoningsresten uit het Laat-Paleolithicum-Neolithicum. Voorbeelden van resten zijn echter in de omgeving van het plangebied nog niet bekend. De mate van intactheid van de top van het dekzand is met name bepalend voor de aanwezigheid van dergelijke resten, maar of dit het geval is in het plangebied is op basis van het bureauonderzoek niet bekend. Ten tweede kunnen in het plangebied oeverafzettingen van het Oude Maasje aanwezig zijn. Deze rivier heeft ten noorden van het plangebied gelegen, van waaruit in de Romeinse tijd en Vroege Middeleeuwen oeverafzettingen zijn gevormd die mogelijk bewoonbaar waren. Deze afzettingen liggen waarschijnlijk begraven onder de overstromingsafzettingen van de Sint-Elisabethsvloed. Voor wat betreft de Late Middeleeuwen Nieuwe tijd geldt een lage archeologische verwachting op de aanwezigheid van nederzettingsresten. Op historisch kaartmateriaal ontbreken aanwijzingen van bebouwing en het plangebied bevindt zich niet langs een oud ontginningslint. 2. Tijdens het veldonderzoek zijn drie deelgebieden onderzocht (A, B en C). Hier vinden namelijk op basis van het bureauonderzoek werkzaamheden plaats op grond waarvan eventuele archeologische resten verstoord zouden kunnen worden.
Uit het veldonderzoek blijkt echter dat de archeologische verwachting uit het bureauonderzoek voor alle archeologische perioden naar laag is bij te stellen. Oeverafzettingen van het Oud Maasje zijn namelijk niet gevonden en de top van het veen en het dekzand zijn door verspoeling aangetast. Hiermee zijn in het plangebied geen intacte resten meer te verwachten. In het plangebied bestaat het voornemen het hoogspanningsstation uit te breiden. Vanwege de lage archeologische verwachting wordt geadviseerd het plangebied, archeologisch gezien, vrij te geven voor de voorgenomen bodemverstorende werkzaamheden.
Sweco | SWECO ARCHEOLOGISCHE RAPPORTEN 2937 Projectnummer: 51011997 Datum: 30-01-2026
Versie: C2
Document referentie: NL25-648800269-155495
24/43
2.4.4
Overige bronnen
Er zijn voor dit bureauonderzoek nog geen amateurarcheologen en/of de regionale/lokale historische vereniging benaderd. NUMIS (NUMismatisch Informatie Systeem) is een database waarin beschrijvingen zijn te vinden van in Nederland gevonden munten, penningen en andere numismatische voorwerpen.24 In NUMIS zijn alle bij het Geldmuseum bekende schatvondsten beschreven. Van losse vondsten is vooral materiaal van vóór het jaar 1600 na Chr. opgenomen. Het raadplegen van NUMIS heeft voor het plangebied geen aanvullende informatie opgeleverd met betrekking tot archeologie. In de database van Portable Antiquities of The Netherlands (PAN) worden oudheidkundige vondsten, met name metaalvondsten gevonden met behulp van een metaaldetector, geregistreerd en online gepubliceerd. Het raadplegen van de PAN heeft geen aanvullende informatie opgeleverd voor dit onderzoek.25 Het raadplegen van digitaal beschikbare gegevens uit het provinciaal/gemeentelijk depot voor bodemvondsten of uit specifieke publicaties/onderzoeken waar plangebied in voorkomt heeft geen aanvullende informatie opgeleverd voor dit onderzoek.
2.4.5
Samenvatting aardwetenschappelijke en archeologische gegevens
Uit het eerder uitgevoerde onderzoek komt naar voren dat er mogelijk sprake is van twee niveaus van archeologische verwachting. Het eerste niveau bestaat uit een dekzandgebied waar archeologische resten uit het Laat-Paleolithicum tot aan het Neolithicum verwacht kunnen worden. Na deze periode ontstaat er een veengebied en deze vochtige omgeving is niet gunstig voor bewoning. Het tweede niveau bestaat uit de kleiige komafzettingen die zijn afgezet op het veen door de rivier de Oude Maasje en eventuele voorgangers hiervan. Na de eerste ontginningsfase, waarschijnlijk in de 11de eeuw, is het gebied bewoond geweest. Veel bewoningssporen uit die tijd zullen echter door de overstroming van 1421 AD en de navolgende ligging binnen een estuarium verspoeld geraakt zijn. Vanaf de tweede helft van de 17de eeuw was het gehele gebied weer teruggewonnen op de zee en kon er weer bewoning plaatsvinden. De uitgevoerde veldonderzoeken laten zien dat de verwachting voor vrijwel alle gebieden naar laag is bij te stellen. In het onderzoeksgebied zijn ook geen vondstmeldingen aangetroffen.
24 NNC-ontsluiting - DNB.nl - De Nederlandsche Bank 25
www.portable-antiquities.nl/pan
Sweco | SWECO ARCHEOLOGISCHE RAPPORTEN 2937 Projectnummer: 51011997 Datum: 30-01-2026
Versie: C2
Document referentie: NL25-648800269-155495
25/43
2.5
Historische situatie en mogelijke verstoringen
2.5.1
Historische situatie
Op basis van historische kaarten en historische bronnen kan inzicht worden verkregen in het historisch gebruik en vestigingslocaties in de periode Late Middeleeuwen tot begin 20e eeuw. In een groot deel van die periode was men meer dan tegenwoordig, maar voor het eerst minder dan voorheen gebonden aan de (on)mogelijkheden die het natuurlijke landschap bood voor bewoning en de verschillende vormen van landgebruik. De historisch situatie zegt daarmee iets over de archeologische potentie van het gebied. Daarnaast kan het informatie leveren over eventuele bodemverstoringen die in het verleden hebben plaats gevonden. Vanaf ongeveer het jaar 1000 is men begonnen om het veengebied, waar het plangebied toen deel van uitmaakte, te ontginnen. De huidige Langstraat in Waalwijk was daarbij de ontginningsbasis, evenals de oeverwal van de Maas. Door ontginning en inklinking daalde het maaiveld waardoor het gebied kwetsbaarder werd voor overstromingen. Met de St. Elisabethsvloed in 1421 werden grote stukken land weggeslagen en ontstond een estuarium ter plaatse van het plangebied. Vanaf 1648 werd het land weer verkaveld; daarbij werd de loop van de Oude Maasje waar mogelijk gereconstrueerd om de noordgrens van het gebied opnieuw te bepalen. Waar dit niet mogelijk was werd de Scheisloot gegraven. Vervolgens werd het gebied opnieuw toegankelijk gemaakt door het graven van sloten.
De huidige Valkenvoortweg ligt daarbij waarschijnlijk op de plaats van een oude zijkade. In 1766 werd de Baardwijkse Overlaat (tussen Baardwijk (is het huidige Waalwijk) en Drunen) -Hertogenbosch te beschermen tegen wateroverlast. Het overtollige water van de Beerse Maas werd via de Baardwijkse Overlaat richting de zee afgevoerd. De Baardwijkse Overlaat is verbreed in 1826 om de afwatering nog verder te verbeteren. Hiermee bleef de omgeving van het plangebied tot aan de aanleg van de Bergsche Maas in 1904 buitendijks liggen. Daarna is het nog tot 1970 (afsluiting Haringvlietdam) als overlaat gebruikt waardoor het regelmatig onder water stond. Hierdoor is het gebied ten noorden van Waalwijk tot voor kort niet intensief bewoond geweest.26
2.5.2
Historische kaarten
Op het Kadastrale Minuutplan uit 1811-1832 is het plangebied onbebouwd (Afbeelding 2.7). In Dit is de huidige Valkenvoortweg. Binnen het plangebied is geen bebouwing aanwezig. De percelen zijn smal en langgerekt; kenmerkend voor natte gebieden. Het plangebied maakt deel . De percelen zijn ook voornamelijk in gebruik als Op de Topografische Militaire Kaart (TMK) uit 1850 is er nog weinig verandering zichtbaar in het plangebied (Afbeelding 2.8).
26
Nales et al., 2007.
Sweco | SWECO ARCHEOLOGISCHE RAPPORTEN 2937 Projectnummer: 51011997 Datum: 30-01-2026
Versie: C2
Document referentie: NL25-648800269-155495
26/43
Afbeelding 2.7: Het plangebied op het Kadastrale Minuutplan van 1811-1832.
Afbeelding 2.8: Het plangebied op de Topografisch Militaire Kaart uit 1850.
Sweco | SWECO ARCHEOLOGISCHE RAPPORTEN 2937 Projectnummer: 51011997 Datum: 30-01-2026
Versie: C2
Document referentie: NL25-648800269-155495
27/43
In 1900 is ten zuidoosten van het plangebied een gebouw aanwezig dat staat aangegeven als De Tent (figuur 2.9). Tussen 1906 en 1925 is begonnen met het graven van het -Hertogenbosch-Drongelen (Afbeelding 2.10). Rond 1955 zijn twee gebouwen ten zuidoosten van het plangebied aanwezig (Afbeelding 2.11). Tussen 1955 en 1970 is het hoogspanningsstation binnen het plangebied gerealiseerd. De driehoekjes op de kaart duiden aan dat het trafostation is opgehoogd (Afbeelding 2.12). De eerdere bebouwing in het plangebied is dan verdwenen. In de loop van de tijd verschijnen enkele gebouwen op het opgehoogde stuk van het hoogspanningsstation (Afbeelding 2.13). Deels buiten het ophoogde terrein worden twee hoogspanningsmasten geplaatst (Afbeelding 2.13).
Afbeelding 2.9: Het plangebied op de Topografische Kaart uit 1900.
Sweco | SWECO ARCHEOLOGISCHE RAPPORTEN 2937 Projectnummer: 51011997 Datum: 30-01-2026
Versie: C2
Document referentie: NL25-648800269-155495
28/43
Afbeelding 2.10: Het plangebied op de Topografische kaart uit 1925.
Afbeelding 2.11: Het plangebied op de Topografische Kaart uit 1955.
Sweco | SWECO ARCHEOLOGISCHE RAPPORTEN 2937 Projectnummer: 51011997 Datum: 30-01-2026
Versie: C2
Document referentie: NL25-648800269-155495
29/43
Afbeelding 2.12: Het plangebied op de Topografische Kaart uit 1970.
Afbeelding 2.13: Het plangebied op de Topografische Kaart uit 2015.
Sweco | SWECO ARCHEOLOGISCHE RAPPORTEN 2937 Projectnummer: 51011997 Datum: 30-01-2026
Versie: C2
Document referentie: NL25-648800269-155495
30/43
Tabel 2.4. Overzicht historisch kaartmateriaal en gebeurtenissen Bron/auteur Kadastrale Minuutplannen
Datering/ jaartal 1811-1832
Kaartblad/schaal
Omschrijving omgeving
Beschrijving plangebied
1:2.500
In het oosten van het
Dit is de huidige Valkenvoortweg. Binnen het plangebied is geen bebouwing aanwezig. De percelen zijn smal en langgerekt; kenmerkend voor natte gebieden. De percelen zijn ook voornamelijk in gebruik als
MIN10008A01
Veldsteeg Weg van aanwezig. Het plangebied maakt deel uit van de
Topografische Kaart
1850-1883
1:25.000
Idem
Geen verandering zichtbaar.
Topografische Kaart
1883-1907
1:25.000
Idem
Idem
Topografische Kaart
1908-1931
1:25.000
In deze periode is begonnen met het graven van het Afwateringskanaal -HertogenboschDrongelen.
Idem
Topografische Kaart
1935-1961
1:25.000
Afwateringskanaal is voltooid. Rond 1955 zijn twee gebouwen ten zuidoosten van het plangebied aanwezig.
Tussen 1955 en 1970 is het hoogspanningsstation binnen het plangebied gerealiseerd.
Topografische Kaart
1962-1969
1:25.000
Gebouwtjes zijn niet meer aanwezig.
Tussen 1955 en 1970 is het hoogspanningsstation binnen het plangebied gerealiseerd
Topografische Kaart
1970-heden
1:25.000
De Koningsvliet is gegraven ten noorden van het plangebied.
Het huidige hoogspanningsstation is te zien in het plangebied met enkele uitbreidingen richting het noorden.
2.5.3
Ondergrondse bouwhistorische waarden
In het plangebied is geen bebouwing bekend op basis van historische kaarten en worden geen ondergrondse bouwhistorische waarden verwacht.
2.5.4
Ontplofbare oorlogsresten Tweede Wereldoorlog
Voor het plangebied is door Sweco een Vooronderzoek Ontplofbare Oorlogsresten uitgevoerd (zie Afbeelding 2.14)27. Uit dit vooronderzoek blijkt dat het onderzoeksgebied onverdacht is op het mogelijk aantreffen van ontplofbare oorlogsresten. Werkzaamheden kunnen hier zonder vervolgstappen op het gebied van OO worden uitgevoerd. Daarbij dient opgemerkt te worden dat er tijdens de uitvoering altijd aandacht dient te zijn voor het aantreffen van onverwachte zaken en dat het grondroerend personeel op de hoogte dient te zijn van het protocol voor toevalsvondsten.
27
NL23-648800269-47298, d.d. 04-04-2023 (normtekst: CS-VROO)
Sweco | SWECO ARCHEOLOGISCHE RAPPORTEN 2937 Projectnummer: 51011997 Datum: 30-01-2026
Versie: C2
Document referentie: NL25-648800269-155495
31/43
Afbeelding 2.14: OO-bodembelastingkaart conflictperiode behorende bij het uitgevoerde vooronderzoek. Het onderzoeksgebied is onverdacht verklaard op het mogelijk aantreffen van ontplofbare oorlogsresten.
2.5.5
Mogelijke verstoringen
Het plangebied ligt noordelijk van een bestaand hoogspanningsstation. Dit hoogspanningsstation is opgehoogd en eromheen is een sloot aanwezig. Het huidige plangebied ten noorden bestaat uit weiland met sloten. Binnen het plangebied zijn geen bodemverstoringen, saneringen of ondergrondse olietanks, benzinepompinstallaties en dergelijke bekend waardoor archeologische resten mogelijk verloren zijn gegaan.28 Enkel bij de KLIC is er een ondergrondse elektriciteitskabel bekend en meerdere kabels die bovengronds via masten zijn aangelegd (zie Afbeelding 2.15). Het raadplegen van de Verstoringsbronnenkaart van de RCE heeft geen relevante gegevens opgeleverd.29