CConstaterende datWaalwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

58 Regio Hart van Brabant verslag verenigde vergadering 250125

Raadsvergadering 27 februari 2025, gemeente WaalwijkBij agendapunt: Ingekomen stukken22.156 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Ik ben trots op het feit dat we door het Rijk als een robuuste regio worden gezien. En waarom die trotsheid? Als ik kijk naar andere regio’s in het land doen we het goed. Wellicht had ik dat er bij moeten vermelden. Dat er een urgentie is, dat we het beter moeten doen staat buiten kijf. Maar daarom heb ik hier denk ik ook aangegeven dat we in de afgelopen periode een aantal zaken niet op orde hadden. Maar dat maakt het niet anders. Enerzijds ben ik trots op wat we tot nu toe weggezet hebben. En anderzijds is de urgentie daar en weten we dat het veel beter kan. Nog beter dan dat we het al doen. Dus het antwoord op uw vraag is volmondig ja.

pagina 21 van 40

De heer Lommers (Loon op Zand): Ik beperk me even tot het tijdig informeren. Ik wil ook graag naar de toekomst kijken en een oproep doen. Voor de gemeenteraad is de P&C-cyclus ontzettend belangrijk. Dat zijn dus momenten waarop je kunt sturen: kadernota en begroting. Ik mis in dit verhaal een beetje het moment waarop bepaalde informatie bij de gemeenten moet liggen, zodat die in de begroting meegenomen kan worden. Ik snap best dat dat moment in elke gemeente anders is. Informatie kwam te laat, waardoor het niet in de begroting kon worden opgenomen. Dat neem ik niemand kwalijk. Vervolgens hebben wij de slotwijziging, die heel zwaar weegt. En help ons daar alsjeblieft mee. Dan kun je een schatting doen. De heer Dankers: Dat begrijpen wij heel erg goed. Wij vinden het zelf ook heel erg moeilijk om dit soort boodschappen naar de gemeenschap te verkondigen. Ik wil nog niet vooruit lopen op een beantwoording van uw vraag. Mijn collega Peter van Steen zal daarop terugkomen. En die komt bij een beantwoording van een van de negen moties ook nog terug. Dus met u goedvinden wil ik hem parkeren tot dat moment. Mevrouw Schouten (Dongen): Ik wil eigenlijk graag horen wat er is gedaan na onderzoek van de rekenkamer over nieuwe inkoopcontracten. Een aantal zaken die we terug kunnen zien naar aanleiding van de taskforce waren ook aandachtspunten die de rekenkamer naar voren had gebracht.

Dat is mijn eerste vraag. En dan mijn andere vraag. Als ik de reflectie hoor, mis ik een klein beetje reflectie op het gevoel dat de gemeenteraden met elkaar uitspreken. Een voorbeeld daarvan is dat er staat in de notulen van de AB-vergadering, dat er een heel goede radenavond eind september was. Terwijl uit de regionale adviescommissie de evaluatie was dat de raden enorm tevreden waren over die radenavond. Daarin mis ik een beetje de afstemming tussen het gevoel dat er kennelijk leeft onder de raden en wat er dan leeft bij de portefeuillehouders bestuur. Dat is eigenlijk de reflectie, die ik hier een beetje mis. Volgens mij hebben we net gevraagd om tot enige lijn proberen te komen. Ik heb het idee dat er een gat tussen de intenties zit. De heer Dankers: Ik snap wat u bedoelt. Eerst even dat gevoel. Ik geloof niet dat ik heb gezegd dat het een heel goede radenavond was. We hebben juist bij die radenavond nog aangegeven dat we heel veel vragen nog niet konden beantwoorden. Waarover u vooral wat zegt is het gevoel. Het gevoel van uw raden delen we als bestuurscommissie zeker. Wij hebben regelmatig gesprekken over wat er nu gebeurd is, Hoe gaan we daarin onze raden op een zodanige manier meenemen dat ze op hetzelfde informatieniveau als wij komen.

Hoe gaan we dat overbrengen, want we weten welk gevoel er bij u leeft, omdat we dat gevoel zelf ook hebben? Wij vinden het ook niet fijn om iedere keer bij u terug te moeten komen met dat er weer iets niet goed gaat en er geld bij moet. Dus wij beseffen dat donders goed. In uw eerste vraag heeft u het over de aanbevelingen van uw rekenkamercommissie. Die zijn gedaan na de start van de taskforce. De rekenkamercommissie heeft aanbevelingen naar ons toe gedaan, nadat we de taskforce hadden gestart. Er is daar uiteraard naar die aanbevelingen gekeken en daar waar nodig zijn die meegenomen. We hebben het bijvoorbeeld over die monitoring gehad. Er is het afgelopen halfjaar keihard gewerkt om die monitoring wel op orde te hebben. Dus op die manier is er zeker gekeken naar de aanbevelingen van de rekenkamer. Sterker nog, daarvoor zitten we nu hier. De voorzitter: Mevrouw Schouten, een korte reactie.

pagina 22 van 40

Mevrouw Schouten (Dongen): Het eerste rekenkameronderzoek was afgegeven voordat de problemen bekend waren. Dus dat sluit niet helemaal aan. Daarin stonden echt wel punten die we nu terug zien komen in wat er niet goed gaat. U heeft dat niet gezegd in de radenavond, maar het stond wel in de notulen. Als je die terugleest is het echt een super positief stuk, Daarvan denk ik: lees die alsjeblieft niet. U kunt bij uw eigen gemeenteraad ophalen wat er in de radenavond beleefd is. De heer Dankers: Die beleving heb ik zeker ook meegekregen tijdens mijn bezoek aan de RAC. Dank u wel. De heer (Gilze Rijen): Wat me opviel is dat is gezegd dat processen en monitoring op orde zijn. Mijn vraag is of ze daadwerkelijk op orde zijn. Kunnen we daarvan uitgaan? En mijn tweede vraag is hoe ons dat gaat helpen dat we niet meer in deze situatie komen. De heer Dankers: Wij zijn natuurlijk met de taskforce gestart om helder te krijgen waar het probleem was, waarop interventies naar voren zijn gekomen. Die interventies en monitoring en dergelijke zullen de komende periode hun weerslag gaan krijgen op wat we helder hebben dat we naar u kunnen communiceren. We zullen niet van vandaag op morgen alles op orde hebben en geen probleem, halleluja. Nee, zo zal het niet zijn. Dat zal ook zijn tijd nodig hebben.

Maar wij gaan u daar op regelmatige basis daarin meenemen, door steeds op de juiste momenten de juiste informatie te verstrekken. De voorzitter: En dat komt zo dadelijk ook aan de orde bij het volgende punt, als mevrouw Hendrickx ingaat op hoe wij herhaling in de toekomst kunnen voorkomen. De heer Van Hest (Loon op zand): De heer Dankers heeft het over een terugblik, een reflectie, over hoe wij als raad hiervan leren. Hoe moeilijk is het om elf raden te informeren? Dan vraag ik mezelf meteen af of je juiste informatie doorspeelt naar je raad. Tijdens uw verhaal ging het ook over op welk moment dat moet. Dat kan, want juist in de jeugdzorg zeggen we tegen mensen dat ze om hulp moeten vragen als ze die nodig hebben. Waarom is het dan zover moeten komen dat wij zelf een vergadering hebben moeten uitroepen en waarom de Bestuurscommissie Jeugd niet de raad heeft gevraagd hoe ze de raden moet informeren? De heer Dankers: Daar heeft u een punt. Helemaal mee eens. Wij hadden het initiatief kunnen nemen om naar u toe te komen met de vraag ons te helpen en ons te vertellen hoe u geïnformeerd wil worden. Het is niet moeilijk om u te informeren. Er zijn elf gemeenten. Wij sturen onze informatie via de colleges naar de griffies en u wordt geïnformeerd. U heeft als raden aangegeven graag gelijktijdig geïnformeerd te worden.

Dat wordt al wat moeilijker, omdat alle processen van de diverse gemeenten niet synchroon lopen. Dus om op hetzelfde moment dezelfde informatie te verstrekken is des te lastiger. Daarnaast wil de ene raad bepaalde informatie en de andere raad wil alle informatie. De voorzitter: Het gaat er ook om hoe we kunnen verbeteren en welke lessen we trekken. Daarop gaat mevrouw Hendrickx na de pauze in. Ik ben ook heel blij met de rol van de regionale adviescommissie om met het voorstel te komen over hoe we de informatievoorziening kunnen verbeteren en hoe we dat in de toekomst gaan doen. Dat is echt nog iets waarbij we zo dadelijk nog

pagina 23 van 40

apart stil staan. Het is dus enerzijds dus terugblik en reflectie. Welke leren lessen leren we en wat gaan we in de toekomst doen? De heer Van Hest (Loon op zand): Ik wil daarop even reageren, voorzitter. Ik snap wat u zegt. Die reuring die ik achter mij hoorde was meer dat er hier genoeg kennis en kunde in deze zaal zit, die zegt daarbij jullie heel graag te willen helpen. Dus kom naar ons. Je hebt er sowieso honderd. De heer Dankers: Heel graag. En daarom hebben we deze ochtend ook voorbereid. Mevrouw Lankhorst (Alphen-Chaam): Ik heb al heel veel gehoord over het proces. Ik mis in het verhaal eigenlijk dat we hier spreken over een substantiële stijging van hoogcomplexe zorg. Ik vraag me persoonlijk af of er ook onderzoek is gedaan naar de daaraan ten grondslag liggende oorzakelijke verbanden. We kunnen namelijk heel veel optuigen, maar we weten niet waar het vandaan komt en hoe we dat kunnen oplossen, zolang ze eigenlijk in die positie blijven zitten. De heer Dankers: Ik ben op dit moment niet op de hoogte of er daadwerkelijk een onderzoek daarnaar plaatsvindt. Wellicht wel, maar die informatie moet ik u schuldig blijven. Wellicht dat we die u later nog kunnen toekomen. De voorzitter: Hierop zal nog teruggekomen worden. Mevrouw Hendrickx heeft dat onder zich.

Mevrouw Krol (Gilze Rijen): Ik hoor verschillende keren dat de processen niet op orde waren toen we begonnen met Crossroads. Waarom zijn die processen niet aan de voorkant op orde gebracht? Waarom is dat tegelijkertijd gedaan? Hadden we niet beter kunnen wachten daarop? En het verlengde van die vraag is of processen nu dan wel op orde zijn. Ik kan me voorstellen dat er nu iets aangepast moet worden in de strengere monitoring. En dan in het verlengde van de vorige vraag, zitten de processen dan zo in elkaar dat we ook veel beter weten hoe het komt dat we die hoge zorg nodig hebben? De heer Dankers: In mijn betoog heb ik aangegeven dat we in 2023 nog vooral met processen bezig waren. U kunt zich dan afvragen of die processen toen al niet op orde hadden moeten zijn, voordat we met die systematiek zijn gaan werken. Ze waren het in ieder geval nog niet, omdat we vooral ingestoken hebben op de nieuwe inkoop, die uiteindelijk ook drie jaar geduurd heeft. Je weet nog niet helemaal hoe het eruit gaat zien. Vervolgens ga je samen aan de slag om die processen verder op orde te brengen. Dat is het verhaal. Mevrouw Krol (Gilze Rijen): Dank u wel. De tweede vraag die ik had was of de processen nu wel op orde zijn en we daardoor beter zicht krijgen op waarom bepaalde typen zorgvragen er juist zijn. De heer Dankers: Ja, de processen zijn nu wel op orde, maar kunnen altijd weer verbeteren.

Dus het blijft constant onder de aandacht. De voorzitter: Ook zo dadelijk praten we daar weer over. We kijken dan naar de toekomst. De heer Van Ginneken (Oisterwijk): Een korte opmerking. Ik koop een nieuwe auto zonder kilometerteller. De voorzitter: Dat is uw goed recht, maar we schorsen nu de bijeenkomst. Om 11.25 uur gaan we verder (11.10 uur).

pagina 24 van 40

Pauze De voorzitter: Ik vervolg onze bijeenkomst (11.25 uur).

5. Hoe voorkomen we herhaling in de toekomst? De voorzitter: Tijdens de koffiepauze heeft mij een verzoek van een aantal leden bereikt. De beide wethouders die het woord gaan voeren heb ik gevraagd mogelijk in hun betoog iets mee te nemen over hoe de bestuurscommissie adviseert over de voorliggende moties. Dan kunnen we mogelijk een combinatie krijgen van het goede gesprek en de vraag of we de moties moeten behandelen. We kunnen er toch niet over stemmen, maar dan weten we in ieder geval de conclusies van de bestuurscommissie en het algemeen bestuur en hoe ze daarmee omgaan. Als ik in de loop van de volgende week een brief heb gestuurd met de vraag wanneer de volgende verenigde vergadering kan plaatsvinden, is het aan de raden afzonderlijk om te overleggen of die nog wel nodig is, omdat we dan weten hoe de bestuurscommissie en het algemeen bestuur verder willen gaan. Met die toch redelijk complexe opgave geef ik nu mevrouw Hendrickx het woord. Gaat uw gang! Mevrouw Hendrickx: Goedemorgen allemaal! Dank u wel dat ik ook in het weekend nog even actief wethouder Jeugdzorg mag zijn in deze regio. De voorzitter: Het is de laatste zaterdag van wethouder Hendrickx. Mevrouw Hendrickx: Het is mijn laatste week als wethouder. Ik denk dat deze verenigde vergadering ook weer een heel mooi bewijs is van de betrokkenheid van deze regio en van de individuele raadsleden op dit thema.

Mijn collega Dion Dankers heeft al eerder gezegd dat we te boek staan als robuuste regio. Dat gaat dan soms vooral over de techniek en de manier waarop we met elkaar georganiseerd zijn. Maar ik zou vooral willen zeggen dat we een heel betrokken regio met heel betrokken raadsleden zijn. En de gesprekken over jeugd zijn over het algemeen heel vaak gericht op inhoud en commitment, ook in mijn eigen raad. Ik denk ook aan de inleiding van de heer Verhoeven aan het begin van deze vergadering. Waar doen we het voor? We doen het voor onze kinderen. En dat is ook waarom ik ervoor heb gekozen om hen centraal te stellen. Volgens mij zou dat de afdruk moeten zijn die bij mijn verhaal hoort. Want dat is waar we het voor doen en dat is waar we elke keer opnieuw naar moeten kijken: hoe maken we het beter voor onze kinderen en voor de gezinnen? Want jeugdzorg is niet alleen maar jeugdzorg, maar is ook gezinszorg, omdat we zien dat de problematiek van onze jongeren in veel gevallen veroorzaakt wordt door de problematiek van de gezinnen en ouders. Dat maakt ook dat jeugdzorg heel complex is. Dat ervaren we al tien jaar, zou ik bijna willen zeggen, de tijd dat we in deze regio aan het werk zijn. Het feit dat we het niet volledig in control hebben ervaren we ook al tien jaar. En daar zijn we dan niet anders in dan andere regio’s.

Dat wat we hier bespreken en de problematiek hier zie je ook landelijk. Dus in alle regio’s zie je het vraagstuk hoe we voorkomen dat wat we hebben afgesproken toch anders lijkt uit te pakken, zowel inhoudelijk als financieel en hoe we daarop beter kunnen sturen. Dat is ook de reden waarom wij vanuit deze regio echt proberen in het netwerk van de verantwoordelijke bestuurders en ambtenaren heel erg actief te zijn ten opzichte van de best practices elders. Soms leer je meer van de fouten van de ander en die leerpunten probeer je dan in je eigen regio te implementeren. Ik kan me voorstellen dat dat ook voor raadsleden zo is.

pagina 25 van 40

We hebben een aantal raadsleden die ook actief zijn in de landelijke vereniging van raadsleden. Dus dat is wellicht ook een manier. Ze kunnen dan meer sturing en controle krijgen om het uiteindelijk beter te doen. Dat is het doel van ons allen. Kort gezegd, vanuit de ervaringen, ook uit de rest van het land, wisten we dat de manier van aanbesteden en organiseren van onze jeugdzorg eigenlijk moest veranderen. Dat is de reden waarom we hebben gekozen voor het traject van bestuurlijk aanbesteden. Uiteindelijk is de keuze gemaakt om de jeugdzorg in zijn totaliteit te segmenteren. Voor segment 1, de hoogcomplexe jeugdzorg, is gekozen om te werken met een beperkt aantal aanbieders. Dat moeten dan systeemaanbieders zijn, omdat je daarmee een dekkend zorglandschap hebt. En dan idealiter met een beperkt aantal onderaannemers, om vervolgens ook het hele landschap of de hele problematiek te kunnen bedienen. Dit is al zo’n voorbeeld dat je ziet dat raden daarover verschillend denken. De ene raad wil zo min mogelijk aanbieders, zodat je zo helder mogelijk inzicht hebt in met wie je nou eigenlijk je contract sluit. Er zijn ook raden, bijvoorbeeld van Tilburg, die het heel belangrijk vinden genoeg ruimte in te bouwen om specifieke problematiek voor specifieke groepen jongeren ook te kunnen bedienen. Dus zet nou niet elke onderaannemer buitenboord, maar zorg dat er ruimte is.

Voor ons als bestuur is het dan af en toe best schipperen tussen hoe al die verschillende geluiden bij elkaar te brengen zijn. En dan laten we ons over het algemeen ook leiden door deskundigen van buiten, die hiermee ervaring hebben of ervoor hebben gestudeerd. En dat hebben wij in ieder geval niet. Het is dus complex. We hebben gekozen voor een nieuwe vorm van aanbesteden, wat betekent dat we ook in een heel nieuwe constellatie met elkaar zijn gaan werken. Uit de dieper gaande analyse over wat er is fout gegaan, die u naar aanleiding van de radenavond in september heeft gekregen, zie je op een aantal aspecten wat er aan de hand is. Bijvoorbeeld de nieuwe inkoop. Als je een nieuw verbond en nieuw type contract aangaat wil je idealiter alles aan de voorkant geregeld hebben. Dat is ook onze inspanning geweest. Het feit dat dat niet is gelukt spijt ons. Dat heeft er iets mee te maken dat het gewoon heel complex is. We hebben allemaal een gevoel van spijt erover, omdat het ons ook in de problemen heeft gebracht. Het heeft ook heel veel tijd en capaciteit gekost om dat op orde te krijgen. Ik weet niet of het anders kan. Vanuit alle eerlijkheid, het is zó complex.

Als ik naar het land kijk, en ik spreek veel met collega-bestuurders in het land over dit onderwerp, dan zie ik dat iedereen met hetzelfde vraagstuk zit en dat iedereen vanuit de raden de vraag krijgt om het aan de voorkant te regelen. Dat willen wij ook. En dat is ook onze inspanningsverplichting. Zo voelen we dat. Maar of het altijd op die manier ook gaat lukken, ik denk dat u begrijpt dat ik daarop niet 100% ja kan antwoorden. Want er zijn zoveel autonome en externe invloeden, die maken dat het ingewikkeld is. Het Rijk werkt niet altijd mee. We hadden het net over het verschil tussen de stijging van de kosten en de indexering. Het Rijk compenseert ons niet in de indexering. Indexering is cao en inflatie. Die veroorzaken een deel van de kostenstijging. En een ander deel wordt veroorzaakt door de autonome volumegroei. Dat is voor het totaal van de jeugdzorgkosten. De totale populatie blijft om en nabij stabiel, maar je ziet wel een verschuiving. Die zit inderdaad in segment 1. Je ziet dat de in- en uitstroom zich niet gedragen zoals tevoren was voorspeld. Dus je ziet dat de instroom hoge en complexe problematiek is, waardoor er een langere behandeltermijn is. En de uitstroom is dus ook lager. Dat is een van de kwesties. Er werden ook vragen over gesteld. Met Crossroads hadden we bijvoorbeeld niet tot op het niveau van regiebehandelaars afspraken gemaakt.

In de bestuurlijke taskforce hebben we nu gezegd dat daarop beter gestuurd moet worden. Dus wat is de rol van de regiebehandelaar in een zorgorganisatie en hoe zorg je ervoor dat die ook zicht heeft op in- en pagina 26 van 40

uitstroomcijfers? Het is niet vanzelfsprekend voor een GGZ-organisatie om het op die manier te doen. Een regiebehandelaar is een psycholoog of psychiater, en die stuurt in het algemeen niet op in- en uitstroom. De vraag is ook of je dat zou moeten willen. Dat is ieder geval een vraag die binnen die beroepsgroep leeft. Dus daarover afspraken maken is echt wel complex. Toch hebben we gezegd dat als we met Crossroads in zee willen gaan en we dit met elkaar op een bepaalde manier willen doen, dat het dan wel noodzakelijk is dat jullie intern in je eigen organisatie dat type afspraken maken. Zo voeren we eigenlijk dat bestuurlijke gesprek ook op een ander niveau dan we zijn gestart. En dat is denk ik ook een belangrijke constatering. We hebben echt onze neuzen gestoten. Zo voelt het wel. Blauwe plekken met onze eigen raden, maar vooral ook een blauwe plek met de Crossroads-partners. Ik denk dat de Crossroads-partners dat op een bepaalde manier ook zo hebben ervaren. Want zij hebben met al hun inzet en goede bedoeling ook het beste willen doen. Van september tot nu merk ik dat we op een heel ander niveau met elkaar aan het werk zijn. Er zitten nu heel andere bestuurders aan tafel. De betrokkenheid is inmiddels op een totaal ander niveau georganiseerd. En dat helpt. En dat is ook de kern van dat nieuwe aanbestedingstraject. Dat gaat over partnerschap.

En dat betekent dus dat je ook op een andere manier met elkaar stuurt. Dat is geen P maal Q. Dat betekent dus dat je ook op een andere manier over de kostenontwikkeling het gesprek met elkaar kunt voeren. Dat is niet altijd heel blauw, om het maar even in die termen uit te drukken, dat gaat soms ook over elkaar informeren over ontwikkelingen. Informeer elkaar over het type cliënt. Een andere complicerende factor naast de complexiteit van de jeugdzorg zelf is de arbeidsmarkt. Er is een enorme schaarste. Dat weten we. Daarover maken jullie je ook zorgen. Dat betekent eigenlijk dat je zo’n cao-ontwikkeling positief tegemoet moet gaan. Er is in 2024 12% cao-stijging binnen de jeugdzorg afgesproken. Waarom? Het is een van de meest complexe sectoren, waar we de mensen allemaal willen behouden. Het is superbelangrijk dat jeugdzorgmedewerkers willen blijven werken en dat die organisaties ook met ons willen werken. En dat is denk ik ook een ander dilemma dat wij als collega’s af en toe ervaren. Wij willen niet dat jeugdzorgorganisaties eruit stappen of omvallen, want dan hebben we niks. Er is geen alternatief zo maar voorhanden voor GGD Brezorg, Sterk Huis of Amarant. Het is geen koekjesfabriek. We hebben te weinig psychiaters en te weinig jeugdbeschermers in het land.

Die hele constellatie, die we met elkaar aan het bouwen zijn moeten we op zo’n manier verder brengen, dat we uiteindelijk aan onze gezinnen en kinderen het goede kunnen bieden. Sterker nog, alles wat we op dit moment doen en wat we met elkaar afspreken moet er uiteindelijk om gaan dat we die kosten in de hoogcomplexe zorg aan de sociale basis kunnen besteden. Aan het gewone leven. Waar gaat dat over? Het gaat erom dat je gewoon op school kunt blijven en dat je niet naar het speciaal onderwijs hoeft, omdat je een probleem hebt. Dat als je ouders gaan scheiden ze dat een beetje liefdevol doen en niet ervoor zorgen dat jij uiteindelijk in de jeugdzorg terecht komt. Dus dat vraagstuk, hoe te voorkomen dat onze jongeren in de jeugdzorg terechtkomen, is de transformatieopgave die we net zo zwaar voelen als u. Daartoe worden we voortdurend ook in onze eigen raden opgeroepen om eraan te werken. Van die totale constellatie zeggen we wel eens dat het een piramide is, met de sociale basis aan de onderkant. En het meeste geld gaat naar de top. Het zou anders moeten zijn. We moeten de piramide omdraaien. Zo zou het moeten en dat is waarmee we bezig zijn. En nog geen gemeente in het land heeft uitgevonden hoe het moet. Er is geen opleiding die zegt dat gij het zo en zo zult doen. Er is geen rekenkamer die ons daarop een klip en klaar antwoord geeft.

Heel veel deskundigen om ons heen adviseren ons. En als u

pagina 27 van 40

zelf wel eens in uw privéleven een probleem heeft gehad dacht u ook hoe daarmee om te gaan. Dan krijg je soms twintig tegenstrijdige adviezen. Soms ga je dan toch maar gewoon op je intuïtie af. Alles overziende denken we dat dit voldoende is. En dan is het heel belangrijk dat we veel vaker dan we tot nu toe hebben gedaan het gesprek met u voeren. En dat doen we in onze eigen raden. Ik heb tegen mijn eigen raad gezegd dat ik hen een beetje ben kwijtgeraakt in het persoonlijke sparren. Ik denk dat we het formeel, ook in de informatievoorziening, goed hebben gedaan. Maar in het informele hebben we het niet goed gedaan, ook niet als collega’s. Omdat we zien dat we eigenlijk veel minder dan een aantal jaren geleden gewoon echt inhoudelijke raadsavonden organiseren op thema’s die in de jeugdzorg spelen. En dat moeten we weer gaan doen. En we moeten afspraken tevoren gewoon klip en klaar maken over wanneer en hoe wij u informeren. Over de met Crossroads afgesproken interventies hebben we u informatie gestuurd. We hebben gezegd dat de data op orde moeten zijn. Dat betekent in feite dat we wel informatiestromen hadden. Maar de grote verwarring tussen mei en september ontstond erover dat data en de dashboards waarop data zijn gebaseerd niet overeen kwamen. Dat heeft te maken met de constatering, die ook in de analyse staat, dat bedrijfsinformatiesystemen niet op elkaar waren afgestemd.

De informatie van GGZ Breburg en Amarant zit op een ander niveau. Je had dat idealiter tevoren goed af moeten spreken. Daarover zijn ook afspraken gemaakt, maar in de praktijk bleek dat dat niet op orde was. Op het diepste niveau kijken en volgen we hoe het nu gaat en of we daarover een beter gevoel hebben. De criteria voor instroom in segment 1 hebben we veel scherper gedefinieerd. Wanneer wel en wanneer niet, zodat we ook een begin kunnen maken met normaliseren, lichte ambulante hulp uit segment 4. En idealiter opgelost, bijvoorbeeld via de toegangsteams. Over een gezamenlijke werkagenda voor de regio en Crossroads voor 2025 is al iets gezegd. Dat heeft u ook gezien. Over het plan van aanpak van Crossroads zelf hebben we met elkaar uitvoerig gesproken, ook in het bestuurlijk overleg. Wij vinden dat het plan van aanpak, zoals Crossroads dat zelf heeft opgesteld, op dit moment een goede basis vormt voor hun manier van werken. We voeren daarover wel goede gesprekken. Over het plan van aanpak is een motie ingediend. Maar wij vinden het heel belangrijk dat je dat aan de partners overlaat. Dat is niet aan ons, wij zijn opdrachtgever. Dat betekent dat de partners daarin ook een zelfstandigheid hebben. Dat zou zomaar kunnen betekenen om de motie, die ons in een rol zet die niet de onze is, te ontraden. Dat zou zo zijn in een officiële vergadering, maar dat is dit niet.

Dan de elementen die Dion Dankers heeft genoemd, processen ‘signen’ en ‘informen’. Nogmaals, soms is informeren ook zeggen dat je het nog niet weet. Dat is de harde les, die we hebben geleerd. Ik heb net al sorry uitgesproken, maar dat hadden we moeten doen. Zo simpel is het: wij weten het nog niet of wij hebben geen antwoord op deze vraag. Het proces is belangrijk. Dat u weet wanneer u informatie van ons kunt verwachten. Dat u weet hoe het past in uw eigen planning- en controlcyclus als raad. En dat betekent dat we de individuele en regionale processen zodanig op elkaar moeten afstemmen dat die passend zijn. Waarbij ik dan toch maar even opmerk dat de individuele raden altijd de positie zouden moeten hebben om de eigen wethouder naar de raad te roepen om die over een bepaald onderwerp te laten informeren. Dat is ook wat Dion heeft proberen aan te geven. Het spanningsveld is ook een beetje het spanningsveld in de motie die hierover gaat. We hebben een voorstel gedaan voor een veel strakkere informatievoering. We vinden dat we het echt beter hadden moeten doen. Dat is denk ik ook de pagina 28 van 40

kernboodschap uit de moties die hierover gaan. Tegelijkertijd wilt u die positie blijven houden, dus het is dan ook aan u en de raden om daaraan iets te doen en het met uw voorzitter daarover te hebben. Ik wil nog twee punten maken en dan mag u mij vragen stellen. Ten eerste doen wij dit met zijn allen in een situatie waarin we zien dat we proberen op een bepaalde manier optimisme erin te houden. Er gaat ook heel veel goed. In de manier van werken, ook in deze nieuwe vorm, komen we veel dichter bij het onderwijs en het dagelijks leven van onze gezinnen en kinderen. En dat is echt waarover het gaat. Ik wil u meegeven te blijven werken op deze manier en dat we met onze partners hechter en closer worden om het goede te doen. Mijn tweede punt is het volgende. Er is ook veel zorg naar de markt gebracht. Dat is ook een van de complicaties. Veel van de onderaannemers zijn in feite marktpartijen. Ik heb in ieder geval een motie van mijn raad meegekregen dat zorggeld zorggeld is. Dus dat is ook waar we naar kijken. Dus hoe kun je ervoor zorgen dat datgene wat je doet zoveel mogelijk aan zorg wordt besteed. Het feit dat het Rijk het niet compenseert. Het is een ontzettend belangrijke uitspraak waarover Louis Teunissen het had.

Op 30 januari, om 10 uur, gaat de commissie van deskundigen zijn eerste uitspraak doen of de autonome volumegroei die wij als gemeenten in het hele land hebben gezien met terugwerkende kracht door het Rijk gecompenseerd zou moeten worden. Dat is een ontzettend belangrijke uitspraak. Stel je voordat dat zo is, wat de VNG zegt, elk onderzoek laat zien dat het zo is, dan is er 11 maart overhedenoverleg, en hopen we dat er voor de zomer een uitspraak van het kabinet is. Stel je voor dat we gecompenseerd worden, dan zitten we hier ook op een heel andere manier. Laten we niet vergeten dat door de financiële druk, die u allemaal in uw gemeentes voelt, je soms bijna verplicht wordt om keuzes te maken die de sociale basis schaden. Daardoor weten we dat we het kind met het badwater aan het weggooien zijn, dat we op de verkeerde manier aan het werken zijn. Dat maakt dat de urgentie voor u natuurlijk heel groot is. Dat snap ik ook. En dat snappen wij ook als collega’s. Dat vinden wij ook zo. Tenslotte denk ik dat het belangrijk is dat wij u als regio vaker ook op de inhoud meenemen. En dan niet alleen op een radenavond. Onze zorgpartners hebben de boel opengegooid. Die hebben gezegd een open boekhouding te voeren. Al dat soort afspraken hebben we sowieso in contracten gemaakt. En we zijn die nu allemaal aan het uitvoeren.

Maar het helpt ook heel erg als je het hier vaker met elkaar over hebt om te begrijpen wat het is. Wat gebeurt er nou bij Amarant en hoe ziet dat eruit? Wellicht kunnen we een gezamenlijk werkbezoek regelen en zorgpartners bijvoorbeeld uitnodigen om daar het gesprek te organiseren. Het is maar een suggestie. Ik wil het hierbij laten, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Hendrickx.

6. Rol van de raden De voorzitter: Ik wil voorstellen dat wij nu het woord geven aan de heer Van Steen en vervolgens één reactieronde hebben op beide bijdragen. Wij hoorden al eerste reacties vanuit de bestuurscommissie op de moties. We gaan daarna uw vragen beantwoorden naar aanleiding van beide bijdragen. We kunnen het dan ook hebben over het vervolg. Samen met u houd ik in de gaten dat u mogelijk thuis afspraken hebt en dat half een toch het einde van de vergadering is. Ik kan niet garanderen dat dat helemaal gaat lukken, maar we gaan wel tijdig

pagina 29 van 40

afspraken maken over het vervolg. En dan geef ik nu dus het woord aan de heer Van Steen en hebben we daarna de reactiebijdragen op de wethouders Hendrickx en Van Steen. De heer Van Steen: Mijn stukje van de bijeenkomst is bedoeld om na te gaan hoe we de raden op een juiste manier en op tijd kunnen informeren, zodat zij comfort hebben in hun kaderstellende en controlerende rol. In de afgelopen jaren hebben we heel veel doorontwikkeld. In sommige dingen bent u heel uitgebreid meegenomen. In de uitvoering bent u niet meegenomen. Die kan wel degelijk heel relevant zijn om u uiteindelijk ook het vertrouwen te geven dat wij de zaken best wel best wel goed op orde hebben. We hebben echt heel veel goed op orde. Ik wil niet zo ver gaan als mijn collega die zegt trots te zijn, want dat is op meerdere manieren interpretabel. Maar ik zie wel dat wij uiteindelijk een heleboel zaken echt goed voor elkaar hebben en veel verder zijn dan heel veel andere regio’s en heel veel andere gemeenten ook, om uiteindelijk die zorg goed vorm te geven. En nu is het de uitdaging om u dat beeld mee te geven, zodat u de juiste vragen kunt stellen en uiteindelijk ook de juiste gesprekken kunt hebben. We hebben ook gezien dat er verschillen bij gemeenten zijn over de manier waarop de informatieuitwisseling plaatsvond. Marcelle Hendrickx zei het ook al. Ik ben sinds 2018 wethouder.

En wat we toen zagen is, dat er op veel plekken die informele gesprekken tussen de gemeenteraad en de bestuurder plaatsvond. Op heel veel plekken zijn die weggegaan. Er komt een nieuwe bestuurder, er komt een andere cultuur en dan verdwijnen er soms heel goede dingen. Misschien moeten we daar echt wel echt aandacht voor hebben. Er zijn verschillende lijnen waarop we uiteindelijk informatie hebben gekregen. De bovenste lijn gaat over informatie van de regio, waarbij u een kostenoverzicht krijgt. Die komen in een voorstel richting de raad. Conceptjaarverslagen worden voor 15 juni bij de provincie aangeleverd. Met zijn drieën hadden we het erover wie de slechte boodschap gaat brengen. “Nou, doe jij het maar, dat past wel mooi in de P&C-cyclus.” Er komt natuurlijk ook een begroting voor 2025, 2026. Er komt een begrotingswijziging 2025 aan op basis van de meegemaakte ontwikkeling. Op dit moment zijn we in een fase dat we met Crossroads helder hebben wat de afspraken voor 2025 zijn. Die zou je normaal gesproken tevoren willen hebben, maar gezien de ontwikkelingen was dat nog niet mogelijk. Die komen er wel aan. En dat betekent dat er een begrotingswijziging 2025 uiteindelijk ook uw kant op komt. Onze financials willen ook heel graag de Begroting 2026 opstellen. En op basis van die cijfers kunnen wij ook een wat reëler beeld geven wat er in 2026 gedaan moet worden.

En op voorhand zeg ik maar dat dat niet een heel prettig bericht zal zijn, waarmee u geconfronteerd gaat worden. Er werd wel aan mij gevraagd om dat in ieder geval mee te geven. In het blauw zijn de reguliere prognoses aangegeven, die we uiteindelijk met u delen. Dat gebeurt middels een raadsinformatiebrief. De derde prognose met de cijfers van 2024 komt ergens de komende weken. Die gaan wij bespreken met de financiële mensen van de regio. Afgesproken is na het rondje met de financials die informatie te delen met de gemeenteraden. Er zit soms wel een verschil in het moment, dat wij die informatie hebben en dat u die uiteindelijk krijgt. Dat is ook om uiteindelijk allerlei cijfers van de regio in de regio te delen, terwijl de wethouders en ambtenaren van de eigen gemeenten nog niet eens op de hoogte zijn van de consequenties van de cijfers die er uiteindelijk liggen. Dat is altijd een stoeimoment. In de laatste prognose van vorig jaar bijvoorbeeld liep de informatie niet altijd parallel. Toen hebben we ook afgesproken dat de wethouders op enig moment zelf maar de eigen prognoses moesten delen. En mijn gemeenteraad had dan het risico dat

pagina 30 van 40

die allerlei cijfers zag, waar wij nog niet eens duiding van hadden, maar die hebben we voor lief genomen. Maar dat is wel een stoeitocht. Uiteindelijk dank ik mijn collega’s dat daarnaar is verwezen. We zijn altijd wel aan het pogen om er een soort simultaan proces voor in te richten, maar dat is niet altijd makkelijk. De prognoses die we de afgelopen jaren deelden hadden we op basis van een heel goede monitor, een dashboard, dat we in 2019 zijn gaan inrichten. In de loop van 2020 en 2021 hebben we dat verfijnd. En we konden al die data uiteindelijk eigenlijk best wel goed voorspellen. We hadden een heel goed beeld over de ontwikkeling in het jaar en dat maakte het een stuk makkelijker om die prognoses, die begrotingen voor het jaar erna, in te delen. En toen kwam de nieuwe inkoop, er is al meer over gezegd. Die monitor, waar u het over heeft, hadden we echt goed op orde. Het enige wat er nu verkeerd is gegaan is dat de data van Crossroads, met niet alleen vier hoofdpartners, vier onderaannemers en een aantal andere onderaannemers, aanvankelijk niet goed zijn afgestemd met onze data. Het is al een paar keer gezegd. Daardoor hadden we ook echt een verkeerd beeld. Toen we dat zagen zeiden we met die taskforce, werkgroep, daaraan nu iets te gaan doen. Dat is ook gelijk het eerste dat na de zomer van 2024 is opgepakt. En we hebben die data, die monitoring, nu op orde.

We hebben die afspraken lopen. Dat heeft alles te maken met de manier waarop we afspraken met Crossroads hebben gemaakt. Jarenlang hebben we al geen grip op met name de hoogspecialistische zorg en de in- en uitstroom, de behandelduur en de regiebehandelaren, waarnaar is verwezen en die eigenlijk autonoom zijn. Een medische professional laat zich niet door een of andere ambtenaar zeggen te moeten stoppen met de behandeling. En dat is best wel iets waar we tegenaan zijn gelopen. In het plan van aanpak, dat u allen heeft gezien, delen we de afspraken overmatig, zodat die monitoring ook veel betrouwbaarder wordt. En dan komen we op de onderste rij. We hebben afgesproken u ieder kwartaal met een rapportage mee te gaan nemen. Dat gaat over tellen, maar ook vertellen. We hebben ook bestuurlijk ieder kwartaal een afspraak, om datgene dat in het plan van aanpak staat mee te nemen. In motie 3 staat prioriteiten stellen, maar we willen geen prioriteiten. We willen dat alles dat in het plan van aanpak staat wordt gerealiseerd. En daaraan hangt een tijdplanning en alles moet gewoon gebeuren. In het eerste kwartaal moeten zij hun aanmeldteam en ambulante team op orde hebben. Daar gaan we met hen het gesprek over voeren. En samen met de cijfers van de eerste kwartaalrapportage komen we bij u terug met ook nog onze bevindingen van het gesprek dat we met Crossroads hebben gevoerd.

Zo hebben we een aantal vaste momenten in het jaar die we met u af willen spreken, om u uiteindelijk dat comfort te bieden. De groene balk is doorlopend en laat het benodigde informele overleg zien. Af en toe kunnen we een radenavond inrichten. Uiteindelijk is het heel belangrijk dat u als gemeenteraden met uw eigen wethouder, ervoor zorgt om bij vragen of zorgen een modus te vinden om daarover het gesprek te voeren. In gemeenten wordt daarmee heel verschillend omgegaan. Ik weet dat een beperking voor sommige gemeenten is dat de griffier aangeeft: niks besloten bijeenkomsten, alles moet openbaar. Maar als we over zaken praten die de dienstverlening aan onze inwoners in de weg staat, of als het gaat over onderhandelingen, dan kan niet altijd alles in de openbaarheid. En als je die mogelijkheid niet hebt, dan ben je als wethouder ook beperkt om het goede gesprek met je eigen raad te kunnen voeren. Dus zorg vooral dat daar waar u behoefte en vragen heeft, dat u die aangeeft en dat u de wethouder ook de mogelijkheid biedt om daarover met u het gesprek te gaan voeren. Dat goede gesprek, dat we hier voeren, moet u lokaal ook voeren. De ontwikkelingen in segment 1 zijn de pagina 31 van 40

directe aanleiding hiervoor, maar we hebben natuurlijk nog een gigantische uitdaging met segment 4. De instroom en de verwijzing van een huisarts gaan naar zorgaanbieders, die soms een commercieel belang hebben om klanten binnen te halen en om maar behandelingen te verlengen. Daarvoor hebben we gelukkig op dit moment in de regio een transformatiemanager actief, die met alle gemeenten gaat kijken hoe je hier lokaal het verschil in kunt maken. En ook daarover moet u het gesprek met uw wethouder aangaan. Want de kosten gaan voor de baten uit. Dat betekent dat er gewoon geïnvesteerd moet worden. Als u zegt dat het met gesloten beurzen moet, is dat naïef, omdat je echt aan de voorkant moet investeren om dat voor elkaar te krijgen. En dat is in deze tijden, met ons ravijnjaar voorogen, best wel een heel moeilijk gesprek in sommige gemeenteraden. Dus ga daarover het gesprek aan. Er zijn meerdere manieren om daar te komen. We hebben heel goede voorbeelden hoe het kan en hoe het ingericht kan worden. Ook met bewezen effectiviteit. Ga daarover het gesprek aan. Pak die momenten dat u zegt: wethouder, hoe staat het hiermee? Dit naast de normale prognoses en kwartaalrapportages, waarmee we bij u over Crossroads terugkomen en natuurlijk de reguliere cyclus. Daarmee heb ik volgens mij gelijk al iets over motie 6 gezegd.

Die gaat over prioritering, verantwoordelijkheden en het plan van aanpak van Crossroads. En wij accepteren niet dat er dingen niet gebeuren. Over de onderliggende tijdplanning gaan we het gesprek aan. Daar blijven we op aansturen. En wij gaan zorgen dat u daarover geïnformeerd wordt. Tellen en vertellen in die rapportages. Dan hebben we ook nog motie 6, ‘Meer grip op de jeugdzorg’. Toen ik die motie las dacht ik daarmee al acht jaar bezig te zijn. U als raden heeft de indruk dat wij een heleboel dingen nog niet goed doen. Dat kan ik me ook voorstellen als u dit soort ontwikkelingen in segment 1 ziet. Maar we zijn al met zoveel goede dingen bezig en we bereiken al zoveel resultaten. Ik ga niet nog een keer zeggen hoe goed we het als regio doen. Maar we doen een heleboel zaken heel goed. Op de instroom krijgen we steeds meer grip. Over de uitstroom hebben we afspraken op een heleboel vlakken, evenals de behandelduur. En iedere ambtenaar jeugdbeleid kan elke dag inloggen en de actuele stand van zaken van zijn gemeente en de regio zien. Over motie 7, ‘Gelijke informatiepositie binnen de regio Hart van Brabant’, hebben we aangegeven dat als we iets vanuit de regio versturen we dat met één druk op de knop doen, naar alle gemeenten op dezelfde manier. Er zit soms vertraging in.

Niet in alle gemeenten moeten die brieven langs het college Als die brieven langs het college moeten kan het zomaar zijn dat die twee weken later komen. Maar die informatie gaat wel gelijktijdig alle gemeenten in. En dan komt weer het tellen en vertellen. Dan is het afhankelijk van de behoefte van de eigen raadsleden op welke manier de wethouder daarop een vervolg of aanvulling moet geven. Daar waar het kan, kan ook de regio, iets doen, bijvoorbeeld met de radenavond die al gepland is in september. En misschien moeten er nog wel meer momenten komen, om het met zijn allen te bespreken. Want we hebben ook heel grote overeenkomsten tussen de aan te pakken problemen. Maar zorg vooral dat u daar uiteindelijk het gesprek over voert. En dan gaat motie 8 volgens mij over precies hetzelfde. En volgens mij heb ik daarmee mijn verhaal verteld en de moties deels als behandeld. De voorzitter: Dank, mijnheer Van Steen. En dank aan beide wethouders voor het combineren van twee onderwerpen, waarover we het moesten hebben: terugblik en vooruitblik en de rol van de raden. Nu is het woord aan mevrouw Smit uit Tilburg.

pagina 32 van 40

Mevrouw Smit (Tilburg): Dank voor de twee verhalen, die op dit moment heel veel verhelderen. Dat geeft ook rust en vertrouwen. Ik heb veel adviezen op de moties gehoord en hoop dat dat ook helpt bij de behandeling. Ik ben een beetje op zoek naar de status van jullie betogen. Hoe gaan we hier nu mee verder? Ik zie heel veel dingen die terugkomen in de moties. Als we gaan doen wat jullie hebben gezegd zijn we volgens mij op een plek waar we allemaal willen zijn. En dan kunnen we samen stappen voorwaarts maken. Dus zouden jullie ons kunnen geruststellen dat wat hier net is gezegd we ook terug gaan zien? Bijvoorbeeld in een van de tussenrapportages, in gesprekken of tijdens het tellen en vertellen, wat u zo mooi zegt. Dus hoe gaan we het terugzien, zodat we na deze ochtend weer een nieuwe stap voorwaarts kunnen zetten? En dan heb ik nog een tweede vraag. U zegt heel mooi ‘tellen en vertellen’, maar ik wil dat ook doen in dialoog. Want tellen en vertellen doe je in je eentje, maar het zou mooi zijn dat we nu voorwaarts gaan in dialoog. De heer Van Steen: Dat is precies wat we voor ogen hadden: een beetje comfort bieden en een beeld geven van hetgeen wat er gebeurt en wat we voor ogen hebben. Wat ik hier vertel is eigenlijk al op de rails gezet.

Dat betekent dat wij ieder kwartaal al gesprekken met Crossroads voeren, waarbij we echt die cijfers en de inhoud van het plan van aanpak… Zij gaan nu ook echt aan de gang. We hebben ze allemaal in de ogen gekeken. De bestuurlijke opdrachtgevers hebben in het laatste overleg echt een op een naar alle bestuurders gekeken en gezegd: sta hier ook achter. Voor hen betekent het ook een cultuuromslag in de eigen organisaties. Daar kunt u niets mee, maar in feite is dat dan een heel belangrijke stap, die we hebben gemaakt. In iedere kwartaalrapportage gaan we u daarin uiteindelijk meenemen. Ik stel voor dat we in het verslag van deze vergadering gaan kijken hoe we dat uiteindelijk concreet gaan doen. We zijn ook nog aan het stoeien over de manier waarop we aan die kwartaalrapportage van Crossroads vorm moeten geven. Zodat er een beetje structuur in zit en dat u uiteindelijk een aantal zaken kunt blijven volgen. Dus wat kpi’s of relevante onderwerpen. We gaan kijken of we daar in terugkoppeling op deze vergadering iets mee kunnen nemen. De voorzitter: Mevrouw Smit, gaat uw gang. Mevrouw Smit (Tilburg): Toch nog een aanvulling. Dat meenemen in het verslag van deze vergadering is hartstikke mooi. Maar mij gaat het er met name om hoe we nu omgaan met de voorliggende moties. Ik voorzie dat die het niet gaan halen, maar ik merk wel de sterke behoefte om er iets mee te doen, ook door u.

Beiden heb ik u horen praten dat u zaken gaat oppakken en u al met zaken bent begonnen. Het zou ook mooi zijn te monitoren. Daar ben ik zoekende naar. Hoe zien we de dingen die u zegt terug in het verslag, de tussenrapportage of het volgende gesprek, individueel of met elkaar? De voorzitter: Ik voel als uw voorzitter dat er niet direct de behoefte is om alle moties te gaan behandelen. Daarom zal ik aan het einde van deze reactieronde een voorstel doen, dat iets verder gaat dan het verslag van de vergadering. Ik kan me ook voorstellen dat u van het algemeen bestuur, op voorstel van de bestuurscommissie, een reactie krijgt. Een brief voor alle raden, waarin staat hoe we met die moties omgaan. En dan worden ook de hoofdlijnen van datgene wat hier door de woordvoerders namens de bestuurscommissie is gedeeld, nog eens vastgelegd. Dan heeft u ook als raden een brief, waarover u

pagina 33 van 40

met uw portefeuillehouders in discussie kunt gaan. Dit zijn dus de conclusies van de ochtend in Tilburg. Die kunnen uw raden goed of minder goed vinden. Daar praten we dan weer over in de bestuurscommissie en het algemeen bestuur. Daarover kom ik met een voorstel aan het einde van de bijeenkomst. Nu geef ik mevrouw Schouten het woord. Mevrouw Schouten (Dongen): Een korte reactie, ook aansluitend op de motie die wij hebben ingediend. Aangegeven is het gesprek heel goed in de raad zelf te voeren. Omdat we allerlei informatie niet hebben weten we ook niet waarover we het kunnen hebben. Dat missen we heel erg in uw verhaal. Wij krijgen informatie pas veel later en daarover wil ik u een vraag stellen. Het gaat erom dat we van de regionale adviescommissie moeten horen dat er allemaal informatie bij andere raden ligt, waarvan ik denk dat ik die niet heb gezien. Daarvoor wil ik graag meer aandacht hebben. De heer Van Steen: Het lijkt me een heel logische conclusie dat wij apart van rapportages opstellen we daarin ook iets opnemen. Dat moet voldoende houvast bieden om aan te geven of dat voldoende is of dat u over iets meer wilt weten. En dat u op basis van de rapportage afspraken maakt met uw wethouder over hoe daarover het gesprek gevoerd kan worden. Wij zijn ook op dit moment nog aan het zoeken. Het plan van aanpak Crossroads is voor ons heel belangrijk.

Wij gaan die gesprekken voeren. Als wij hobbels tegen komen vermelden we die ook gewoon in die rapportages. Mevrouw Schouten (Dongen): Dat begrijp. Maar als die rapportage in Tilburg in december komt, in Waalwijk in januari, dan kan die in Dongen pas in maart komen. Dat is het probleem waarmee we worstelen. Nu hebben we een brief gekregen, die in oktober landelijk is gestuurd. Die krijgen wij eind januari. U mag eerlijk weten, ik kijk raadsvergaderingen van andere gemeenten. Ik kijk naar informatie van andere gemeenten. Omdat ik er echt van baal dat ik altijd achter de feiten aanloop. Mevrouw Hendrickx: Ik wil niet treden in persoonlijke relaties tussen raadsleden en hun bestuurder/wethouder. Dat gesprek moet u in uw eigen raad voeren. Tegelijkertijd hebben wij afgesproken dat gelijktijdigheid en gelijkwaardigheid van de informatie een belangrijk element moet zijn. Dat hebben we geprobeerd te formuleren in de afspraken, zoals we die u hebben voorgesteld in de inhoudelijke notitie die aan de voorkant van deze vergadering is gestuurd. Ik hoor heel goed wat u zegt. Dat betekent dat wij ook in de bestuurscommissie hebben afgesproken dat onze raden in principe op dezelfde manier gelijktijdig en gelijkwaardig geïnformeerd moeten worden. Dat geldt in ieder geval voor de informatie, die vanuit de bestuurscommissie naar u toe gaat.

Daar heeft mijn college ook een voorstel voor gepresenteerd. U raakt ook aan ander element. Er gebeurt ook zoveel in het land. Daar is er ook nog een informatiestroom. En die heb je soms nodig om te begrijpen waar het over gaat en welke vragen je zou kunnen stellen. Dat snap ik. Nogmaals, het is zoveel dat we moeten doen. We hebben het nu over één stukje. We zijn nu met segment 1 bezig, maar we zijn natuurlijk in de volle breedte met elkaar aan het werk. Maar we hebben gezegd eigenlijk opnieuw te willen kijken naar de kwaliteit van de informatievoorziening, die vroeger heel geregeld gestuurd werd. Die zou veel vaker ook de mix van externe landelijke informatie, voorbeeldprojecten, good en bad practices en een soort update van nieuwe informatie moeten bevatten, om te zorgen dat we met zijn allen ook begrijpen wat er in de buitenwereld gebeurt. U kunt ons daar ook mee helpen. Dat is ook de andere kant. Ik denk dat het ons ook helpt, omdat ook u daarin best wel verschillend opereert. Kijk goed naar wat we hebben

pagina 34 van 40

voorgesteld en lees het verslag van dit overleg, als reactie op de moties. En geef ons dan ook iets van een inhoudelijke reactie. Wat mist u nog en wat zou u nog extra willen. Dat zou helpen. De eerste twee geagendeerde moties van Forum voor Democratie Tilburg hebben eigenlijk een veel bredere reikwijdte. Dat is niet het onderwerp van vandaag. Heel formeel zou ik moeten zeggen dat ze niet aan de orde zijn in deze vergadering. We zien een aantal elementen waarmee we al bezig zijn en die we op de agenda hebben. Daarop kunnen we inhoudelijk best goed reageren. Het is best passend om in het verslag of in de brief naar aanleiding van deze vergadering aan te geven niet alleen te focussen op segment 1, maar ook te kijken naar wat we in de breedte wel of niet al doen. En laten we het daarna weer het gesprek met elkaar hebben. Maar dat kan ook via uw eigen raad, of dat gewenst is. Dus dat als reactie. De voorzitter: Als voorzitter van uw vergadering en voorzitter van het algemeen bestuur heb ik mij onvoldoende gerealiseerd dat de informatievoorziening naar de raden toe op hetzelfde tijdstip moet plaatsvinden. Het komt ook in de brief te staan van de bestuurscommissie en het algemeen bestuur dat we dat eenduidig gaan regelen. Daar ga ik in het algemeen bestuur over spreken, omdat dat van belang is.

Het moet niet zo zijn dat u een collega in een andere gemeente moet gaan bellen, omdat die de laatste informatie wel heeft, die u misschien ook al in de krant leest, omdat de krant de publieke informatie die naar raadsleden in Tilburg is gegaan misschien ook wel interessant vindt. En dan leest u in de krant iets dat u formeel nog niet heeft gekregen in uw eigen gemeente. Dat kan niet de bedoeling zijn. Dat moeten wij verbeteren en dat gaan wij ook doen. Dat is een toezegging. die u van deze voorzitter van het algemeen bestuur en voorzitter van de vergadering heeft. Het woord is aan de heer Van Groos. De heer Van Groos (Waalwijk): Dank u wel. Ik heb twee punten. Ten eerste is omstandig uitgelegd dat we in 2023 van start zijn gegaan, terwijl een heleboel dingen nog niet geregeld was, zoals bedrijfsvoering, monitoring en allerlei andere zaken. Er zijn vele voorbeelden genoemd. Hoe bestaat het dan dat de Bestuurscommissie Jeugd Crossroads heeft geloofd, eind 2023, dat het allemaal goed zou komen? Dat is mijn eerste vraag. Dan mijn tweede vraag. Ik heb een motie van afkeuring ingediend, niet omdat ik zo ben van een afrekencultuur. Ik houd meer van het zelfreinigend vermogen. Maar ik vraag me naar aanleiding van deze casus af wie politiek verantwoordelijk is voor het contract en het contractbeheer.

Is dat de voorzitter van de Bestuurscommissie Jeugd? Is dat de wethouder van de centrumgemeente. die de aanbesteding doet? Is dat de voorzitter van het algemeen bestuur? Is dat de hele Bestuurscommissie Jeugd? De voorzitter: Een relevante vraag, mijnheer Van Groos. Ik ga die beantwoorden. Overigens staat het u vrij, als u bij deze bijeenkomst het goede gevoel heeft, om ons te melden dat u uw motie van afkeuring intrekt of niet in stemming brengt. Dat zou ik in ieder geval hebben gevraagd als we daaraan zouden zijn toegekomen. Het is een relevante vraag hoe nu precies de bestuurlijke verhoudingen liggen tussen gemeenteraad en wethouders of burgemeesters in deze verlengd lokaal bestuurssituatie. Het kan niet anders zijn dan dat die zijn zoals elders in organisaties gebaseerd op de Wet gemeenschappelijke regelingen. Uiteindelijk heeft deze verenigde vergadering niet de bevoegdheid om welke bestuurder dan ook naar huis te sturen. Of dat nou een burgemeester of een wethouder is. Ook hebben u en het algemeen bestuur niet de bevoegdheid om te zeggen dat

pagina 35 van 40

wethouder X of bestuurslid Y niet goed heeft gefunctioneerd. U heeft alleen maar een directe bestuurlijke relatie met de wethouder of burgemeester, die u heeft afgevaardigd in de bestuurscommissie of het algemeen bestuur. Daar kunt u in uw raad een uitspraak over doen. Daar hoort ook een eventuele motie van afkeuring. U kunt er als verenigde vergadering wel een besluit over nemen, maar dat komt dan als een stuk ter kennisname bij de raden van die verschillende gemeenten terecht. Die moeten daar toch weer over gaan discussiëren en bespreken wat zij daarvan vinden in relatie tot onze bestuurder, die wij hebben afgevaardigd, de wethouder en de burgemeester. Relevant om te weten, de verantwoording uiteindelijk voor ons allen, of het nou wethouder of de burgemeester is, vindt in de eigen gemeenteraad plaats. De heer Van Steen: Mag ik een inhoudelijke reactie geven? De voorzitter: Dit is de formele reactie en op de inhoud mag u een reactie geven. De heer Van Steen: Ik ben toch niet duidelijk genoeg geweest. We hebben eigenlijk een actueel dashboard bij iedere gemeente. Met actuele in- en uitstroom, welke zorgaanbieders, welke zorgsoorten er zijn. Partijen zaten al op een andere manier in onze contracten. Onze aanname was dat hun data van hun netwerkorganisatie uiteindelijk aansloot bij hetgeen wij al hadden.

Het bleek dat, vanwege hun lump sum financiering en het anders gaan lopen van facturen, dat die niet goed op elkaar aan waren gesloten. Aan twee kanten hebben we ons dat niet goed gerealiseerd en dat hebben we hersteld. Dus we hadden de zaken echt op orde, alleen in de afstemming heeft dit niemand zich goed gerealiseerd. Dat hebben we ook gezegd. Achteraf hadden we dat misschien wel kunnen inschatten toen we de financiering op een andere manier gingen regelen. Dus beter kan ik het niet maken. Mevrouw Hendrickx: Ik heb nog een element. Wat u nu overslaat is, dat we nu voor het eerst in staat zijn om lopende de operatie bij te sturen. En dat is echt het grote verschil met eerdere jaren. Dus voorheen werden we geconfronteerd met een afrekening bij de jaarrekening. En nu zijn we dus in staat om lopende het jaar te zien wat er gebeurt bij de verschillende organisaties en bij ons. En dat we dat niet op tijd op het juiste informatieniveau afgestemd hebben klopt. Dat hebben we net gezegd. Ik heb daarover al iets gezegd. We hebben onze neus gestoten. We waren misschien wat te optimistisch. Maar het grote verschil is dat we gaande de operatie nu zien wat we met elkaar te doen hebben. Bij dit soort complexe operaties moet je altijd ook vooruitkijken. Never waste a good crisis, zou ik bijna zeggen. We zijn echt op de goede weg.

En dat is niet omdat ik iets wil bagatelliseren, want ik heb er echt pijn van wat er is gebeurd. Maar ik heb nog steeds het opportunisme dat ik denk dat dit de enige manier is waarop we met elkaar partnerschap ontwikkelen. En dat hoor ik u dan niet zeggen en dat vind ik nou jammer. De voorzitter: De heer Van Groos, nog een reactie? De heer Van Groos (Waalwijk): Voorzitter. Dit is de eerste keer dat wij worden geconfronteerd met een overschrijding van 15 miljoen euro, meer dan 20%. Dus dan wordt het wel lastig om dat te geloven. En het andere is in reactie de voorzitter, die zei dat je politiek alleen je eigen wethouder verantwoordelijk kunt stellen. Ik vind dat we als gemeenteraad van Waalwijk de wethouder van Waalwijk niet weg kunnen sturen voor wat er hier mis is gegaan. Maar dat maakt het ondertussen

pagina 36 van 40

ook heel lastig om in een gemeenschappelijke regeling te werken, op een terrein waar zoveel aan de hand is, waar zoveel geld in omgaat. Het gaat om een miljoenenbedrijf. De voorzitter: Ik snap het dilemma dat u schetst. Ik kan het niet veranderen, want dat is de wet. U weet net zo goed als ik, want u loopt ook al wat jaren mee in het openbaar bestuur, dat wij sinds de Tweede Wereldoorlog discussies voeren over de wijze waarop wij de intergemeentelijke samenwerking beter kunnen vormgeven. Er is nog eens een partij opgericht, die daarover heel duidelijke opvattingen had. Ik kan u verzekeren dat ik voorlopig de Wet gemeenschappelijke regelingen niet zie veranderen. Ik kan daarop zeggen dat er mogelijk twee andere oplossingen zijn: we maken één grote gemeente Hart van Brabant. Dan heeft u een bestuur hier zitten en dan kan het in een keer geregeld worden; of wij komen vanuit Hart van Brabant met het voorstel om het ei van Columbus in Den Haag neer te leggen over het verbeteren van de Wet gemeenschappelijke regelingen. Ik denk niet dat we daaraan een zinvolle tijdbesteding hebben. Dus misschien optie 1. De heer Van Groos (Waalwijk): Daar ben ik niet voor. Ik zal wel nadenken over hoe we als raden buiten de besturen elkaar opzoeken om zaken met elkaar te regelen. De voorzitter: Dank u wel. De heer Van Hest (Loon op Zand): Dank u wel, mijnheer de voorzitter.

Mevrouw Hendrickx bracht op een gegeven moment een zin naar voren waarvan ik dacht dat dat toch wel lef hebben is. U durft gewoon te zeggen dat we onze feeling in de raad even kwijtgeraakt. Misschien zijn we hier bij elkaar de feeling kwijtgeraakt. Er was in 2013 iemand met heel veel tijd, die heel veel sprak over kansen. De heer Van Steen wil ik graag een kans geven. U gaf op uw sheet aan het zo te gaan doen. Dat is de intentie. De aangeleverde moties zijn er nog niet in verwerkt. U geeft ook in uw presentatie aan dat er nog iets heel negatiefs aan komt. Maar dat was even tussen neus en lippen door. Ik zag die twijfel. Dit is de kans die ik u wil geven. Als u straks terugkomt en u gaat iets vertellen over hoe we het eigenlijk gaan doen, doe ons dan een plezier. Geef ons het voorbeeld van de aankomende negativiteit. Neem dat nou eens mee en ga eens kijken of je in dat proces aan kunt geven waar de raden zelf daadwerkelijk iets kunnen doen met betrekking tot dat negatieve. Als u er niet uitkomt weet ik zeker dat de collega naast u, u kan helpen. De heer Van Steen: Uiteindelijk heb ik vorige week doorgekregen dat die begroting er echt aan gaat komen. We weten nog niet hoeveel, daar zijn we zelf nog niet in meegenomen. Maar we hebben ook gezegd dat we daar aardig van schrikken.

Uiteindelijk hadden we met zijn drieën het idee dat we hier niet in maart bij elkaar kunnen komen en deze waarschuwing aan de voorkant ook moeten meenemen. Dus ik trok het kortste lootje en mocht het u vertellen. Dat geeft ook de mogelijkheid om dit in het complete communicatieproces, waarom vandaag best wel een roep is geweest, nu al mee te nemen, waardoor er eigenlijk al een verbeterslag gemaakt kan worden. Het goede nieuws is dat sinds dit najaar jullie afstemming hebben. Dus ik hoop oprecht dat we het komend jaar veel beter in staat zijn om te monitoren en veel vroeger met kostenaanpassingen kunnen komen. Ik kreeg ook nog een appje dat we met de geconstateerde overschrijdingen in de jeugdzorg en uw begrotingen ook al besparingen hebben ingeboekt, die vertaald zijn in begrotingen. Dus we kregen ook nog het nieuws dat die ie besparingen niet zijn gerealiseerd door de ontwikkelingen, maar daardoor valt het gat een stuk groter uit. Dat is blij maken met een dode mus, dat gaan we in de toekomst veel vroeger en veel beter aan u communiceren. pagina 37 van 40

De voorzitter: Dit is het einde van de discussie. Ik ga straks een aantal dingen vastleggen voor het vervolg. Dan spreken we er nog een keer over, want anders gaan we in ieders vrije tijd verder. Ik geef mevrouw Smit nog even het woord. Mevrouw Smit (Tilburg): Ik wil nog even stil staan bij dit moment, want dit zijn de laatste paar dagen dat wethouder Hendrickx in haar functie hier voor de regio haar uiterste best nog steeds aan het doen is om dit voor elkaar te krijgen. Niet alleen heeft zij elf jaar haar best gedaan voor de gemeente Tilburg, maar ook voor deze regio, samen met de jongeren. Dus ook in deze regionale setting. Dank je wel!

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15113085/1