58 Regio Hart van Brabant verslag verenigde vergadering 250125
Tekst van het document
Verslag informele bijeenkomst gemeenteraden Regio Hart van Brabant – Grip op jeugdhulp, proces en rol van de raden Verslag voor de bijeenkomst van 25 januari 2025, 9.30 uur, te Tilburg
Agenda 1.
Opening, orde van de vergadering en mededelingen
2.
Toelichting door de indieners van de moties die vroegen om de verenigde vergadering
3.
Korte introductie op de inrichting van de jeugdhulp in Regio Hart van Brabant
4.
Terugblik/ reflectie
5.
Hoe voorkomen we herhaling in de toekomst?
6.
Rol van de raden
7.
Stemming over moties
8.
Sluiting van de vergadering
Aanwezige raadsleden aangesloten gemeenten Hart van Brabant Marie-Louise Aarts
D66
Alphen-Chaam
Bart Lauwaars
GBA
Alphen-Chaam
Ruud Van Dongen
GBA
Alphen-Chaam
Lammert Westra
CDA
Alphen-Chaam
Astrid Lanslots-de Vet
CDA
Alphen-Chaam
Driek Cornelissen
VPB
Baarle-Nassau
Carla Dirven – Soffers
Baarle!
Baarle-Nassau
Frans Den Broeder
Dongense VVD
Dongen
Joeri De Jong
D66
Dongen
Marieke Schouten
D66
Dongen
Ulas Köse
D66
Dongen
Gert-Jan Van Broekhoven
Volkspartij Dongen
Dongen
Cees Zwaal
Volkspartij Dongen
Dongen
Notulen verenigde vergadering / pagina 1 van 40
Gitta Glerum-Camfferman
D66
Dongen
Marjolijn Diepstra
CDA
Dongen
Stijn Sips
CDA
Dongen
Perry Wens
Dongense VVD
Dongen
Wim Broeders
Kern 75
Gilze en Rijen
Ruud Van Iersel
Kern 75
Gilze en Rijen
Frank Sarton
Kern 75
Gilze en Rijen
Bart Van Enschot
VVD
Gilze en Rijen
Hans Van Nistelrooij
VVD
Gilze en Rijen
Janet Frankemölle-Bolier
CDA
Gilze en Rijen
Frits Van Vugt
D66
Gilze en Rijen
Antonet Krol-Graat
D66
Gilze en Rijen
Peter Van Seters
Groen Gilze Rijen
Gilze en Rijen
William Van Trier
Kern 75
Gilze en Rijen
Erik Schellekens
Lijst Riel-Goirle
Goirle
Piet Verheijen
D66
Goirle
Maggie De Jong
PvdA
Goirle
Ineke Wolswijk
CDA
Goirle
Micheal Meijers
D66
Goirle
Ad Van Elsacker
Pro Actief Goirle
Goirle
Antoon Van Baal
PvdA
Goirle
Bert Van der Velden
Pro Actief Goirle
Goirle
Isabelle Visser
Lijst Riel-Goirle
Goirle
Nancy Jansen-van Iersel
Gezond Verstand Goirle Riel Goirle
Mark Verhoeven
Lijst Riel-Goirle
Goirle
pagina 2 van 40
Corné De Rooij
Gezond Verstand Goirle Riel Goirle
Teun Van den Brand
Gezond Verstand Goirle Riel Goirle
Joris Duijsters
Gezond Verstand Goirle Riel Goirle
René Broos
DMP Heusden
Heusden
Jeannette Verhoofstad-Stupers
DMP Heusden
Heusden
Hannie Van den Dungen
Heusden Eén
Heusden
Maartje Schmiermann
CDA Heusden
Heusden
Charlotte Bol
CDA Heusden
Heusden
Jos Van Oyen
D66 Heusden
Heusden
Jelle Van den Corput
HOI Werkt
Hilvarenbeek
Ko Hamelink
HOI Werkt
Hilvarenbeek
Gon Boers
HOI Werkt
Hilvarenbeek
Myriam Wiercx
HOI Werkt
Hilvarenbeek
Wil Vennix
VVD
Hilvarenbeek
Lars Van Riel
VVD
Hilvarenbeek
Tycho Holleman
VVD
Hilvarenbeek
Jan Van de Wouw
CDA
Hilvarenbeek
Werner Hermans
HOI Werkt
Hilvarenbeek
Johan Van Iersel
CDA
Hilvarenbeek
Rian Van de Schoot
HOI Werkt
Hilvarenbeek
Hein Lommers
Voor Loon
Loon op Zand
Gerdy Zijlmans
Gemeentebelangen
Loon op Zand
Wim Veldkamp
Gemeentebelangen
Loon op Zand
Rob Van Hest
CDA
Loon op Zand
Michel Verhoeven
VVD
Loon op Zand
pagina 3 van 40
Maaike Mesdag-Blom
Pro3
Loon op Zand
Peter Flohr
Pro3
Loon op Zand
Ton Van de Ven
VVD
Oisterwijk
Marieke Dujardin
Algemeen Belang
Oisterwijk
Alex Van Assouw
Algemeen Belang
Oisterwijk
Guy De Kort
PRO
Oisterwijk
Marion Das
PRO
Oisterwijk
Jan De Laat
PGB
Oisterwijk
Frank De Werdt
CDA
Oisterwijk
Con Van Beckhoven
VVD
Oisterwijk
Johan Van den Brand
PGB
Oisterwijk
Marieke Moorman
Partij Gemeente Belang
Oisterwijk
Femke Pijnenburg
Partij Gemeente Belang
Oisterwijk
Rik Roemen
CDA
Oisterwijk
Jan Van Ginneken
D66
Oisterwijk
Perry Janssen
Lijst Smolders Tilburg
Tilburg
Anne-miep Vlasveld
Partij voor de Dieren
Tilburg
Frank Kriellaars
VVD
Tilburg
Freke Schellekens
GroenLinks
Tilburg
Rene Spieringhs
GroenLinks
Tilburg
Aziza Aboulkacem-Jardaoui
Partij van de Arbeid
Tilburg
Pam Wijnans
Partij voor de Dieren
Tilburg
Ineke Couwenberg
CDA
Tilburg
Sofia Schampers
D66
Tilburg
Kirill Blokker
D66
Tilburg
pagina 4 van 40
Beppie Smit
D66
Tilburg
Henk Van Tilborg
50 Plus
Tilburg
Frans Vriens
50 Plus
Tilburg
Julian Zieleman
D66
Tilburg
Ivan Otten
VoorTilburg013
Tilburg
Linda Oerlemans
ONS TILBURG
Tilburg
Anneke Dunning
D66
Tilburg
Jort Molenaar
D66
Tilburg
Pim Kooke
Forum voor Democratie
Tilburg
Toine Zegers
Lokaal Tilburg
Tilburg
Will Lodenstijn
Lokaal Belang
Waalwijk
Marja Verhagen-Van Lier
Lokaal Belang
Waalwijk
Jan Van Groos
Christen Unie
Waalwijk
Yvette Van Laar
GroenLinksaf
Waalwijk
Tom Klerks
VVD
Waalwijk
–
Voorzitter: de heer Theo Weterings, voorzitter gemeenschappelijke regeling Regio Hart van Brabant
–
Secretaris: de heer Frank van Mil, directeur gemeenschappelijke regeling Regio Hart van Brabant
–
Bestuurscommissie Jeugd: de dames Denise Kunst, Marcelle Hendrickx en de heren Dion Dankers en Peter van Steen
–
Hoofd afdeling Sociaal gemeente Tilburg: de heer Louis Teunissen
–
Notulist: de heer Ad de Krom (Notuleerservice Dictum)
1.
Opening, orde van de vergadering en mededelingen
De voorzitter: Dames en heren. Van harte welkom in de LocHal in Tilburg voor de verenigde vergadering van onze gemeenschappelijke regeling Hart van Brabant. Het zou de derde keer zijn dat wij een verenigde vergadering hebben, maar daarvoor is een eerste vereiste het vaststellen van het quorum. Op basis van de plaatsgevonden registratie heeft u een sticker gekregen, omdat u lid bent van een van de gemeenteraden in Regio Hart van Brabant. Op dit moment van de opening van de vergadering is het aantal aanwezige raadsleden 100. Dat is niet het vereiste quorum. Dus als uw
pagina 5 van 40
voorzitter kan ik niet anders concluderen dat wij niet kunnen overgaan tot de formele opening van deze verenigde vergadering. Dat neemt niet weg dat in onze GR ook is opgenomen, dat als de situatie zich voordoet, ik als voorzitter namens het algemeen bestuur een tweede vergadering moet uitschrijven. Dat zal ik ook doen. En dan is het vervolgens aan u en de betrokken raden of zij het algemeen bestuur wel of niet laten weten of zij behoefte hebben aan die vergadering. Waarom zeg ik dat? Omdat wij ook voorzien hebben – en dat stond in de uitnodiging en de spelregels die ik wil hanteren - dat als er geen quorum is, gegeven het feit dat u allemaal extra vroeg bent opgestaan om vandaag in Tilburg te zijn, wij wel een informele bijeenkomst kunnen hebben. We kunnen de voorgestelde agenda volgen. U kunt de toelichtingen krijgen zoals voorzien, onder andere door degenen die om deze verenigde vergadering hebben gevraagd. Dat zijn drie vertegenwoordigers van de raden. De wethouders en de leden van het algemeen bestuur kunnen een toelichting geven, zoals voorzien in de agenda. U hebt namelijk voor uzelf het goede voornemen gehad om hier vanochtend nadere informatie te krijgen over hoe het is gegaan met de jeugdhulp en de financiering daarvan en of wij als raden voldoende zijn geïnformeerd. Wij kunnen in ieder geval dat gesprek met elkaar hebben.
Dus mijn formele vaststelling op dit moment is dat ik de vergadering niet kan openen, omdat er onvoldoende quorum is. Het voorstel is om wel een informele bijeenkomst te hebben. Dan volg ik de agenda en heeft u in ieder geval alle informatie. U kunt ook vragen stellen. Dat is ook voorzien. Kunt u daarmee instemmen, dat ik zonder de vergadering te openen een informele bijeenkomst heb, met de agenda, zoals die voorligt? Iedereen kan denken: dat is mooi, mijnheer Weterings, maar dan ga ik nu leuke dingen in Tilburg doen, een bezoek aan de Heuvelstraat brengen of welk winkelcentrum dan ook. Het woord is aan mevrouw Couwenberg. Mevrouw Couwenberg (Tilburg): Is het mogelijk dat de verantwoordelijke wethouders reageren op de moties en aangeven hoe ze daarin staan? De voorzitter: Dat zou ook voorzien zijn, dat we dat doen. Uiteindelijk kunt u spreken over de moties en kunnen we die ook bespreken. De heer Van de Ven (Oisterwijk): U vraagt ons in te stemmen met een informele bijeenkomst, maar hoe gaan we dat doen als we geen quorum hebben om daarmee in te kunnen stemmen? En twee. Een perfect initiatief, dat hier is getoond. Jammer dat we dat quorum niet halen. Bovenal is het signaal duidelijk dat hier al door honderd mensen wordt afgegeven. Zij laten zien dat ze zich zorgen maken over de grip die we op het onderwerp hebben, of niet hebben.
En nogmaals complimenten voor de organisatie, voor het opzetten van dit. De voorzitter: Dank voor die complimenten. En dat is inderdaad ook een dank voor al onze medewerkers, die bij de voorbereiding hun best hebben gedaan. Ook u en de leden van de bestuurscommissie en het algemeen bestuur, die de inhoudelijke voorbereiding hebben gedaan. Een formele stemming over wel of niet een informele bijeenkomst kan ik ook niet houden. Dat klopt. Het staat iedereen vrij, gelukkig in dit vrije land, om vervolgens de benenwagen te pakken en te zeggen dat het mooi is dat die bijeenkomst plaatsvindt, maar daar niet bij te hoeven zijn en iets anders te gaan doen. Als meer dan de helft van ons weg zou gaan, dan hoeven wij hier ook niet te blijven zitten. Ik geef het woord aan de heer Van Vugt.
pagina 6 van 40
De heer Van Vugt (Gilze Rijen): Voorzitter. Ik was niet van plan om de benenwagen te pakken, omdat niemand dat wil. Aangezien we straks wel een informele vergadering hebben, zijn daar geen spelregels voor. Dat betekent dat we in principe ook in die informele vergadering kunnen stemmen. Willen we voorkomen dat er straks toch die verplichte tweede vergadering komt, dan lijkt het me handig dat we wel de stemmingen doen. Want dan kan in ieder geval het draagvlak achter de moties opgemerkt worden. De voorzitter: Ik heb inderdaad een keer het woord ‘informele vergadering’ gebruikt. Dat lijkt me niet juist. Het is een informele bijeenkomst. En we moeten ook niet gaan stemmen, Want dan doen wij onrecht aan de bedoelingen van de Gemeentewet en onze gemeenschappelijke regeling. Namelijk, dat het de bedoeling is van het uitschrijven van een tweede vergadering, dat eenieder opnieuw de afweging kan maken. Eenieder, alle raadsleden in Hart van Brabant, of hij of zij wel of niet bij deze bijeenkomst wil zijn. En formeel, als de tweede keer niet plaatsvindt, dan gaan we het er over hebben, dan is er geen vergadering geweest. Dus nee, we gaan niet stemmen. De heer Van Vugt (Gilze Rijen): Maar dat betekent dat er automatisch een tweede vergadering komt. De Gemeentewet schrijft voor dat daar geen quorum voor aanwezig hoeft te zijn.
En ik kan me zomaar voorstellen dat er mensen zijn uit deze zaal, veel of weinig, die dan zullen komen. En dat lijkt me ook niet wenselijk. We hebben nu een vrij grote opkomst, honderd mensen. Dus het lijkt me voor de informele bijeenkomst waar er geen spelregels zijn, goed om toch te stemmen. De voorzitter: U bent met honderd mensen. Daar komen ook de leden van de bestuurscommissie en het algemeen bestuur bij. We zitten dus tussen de 110 en 120 mensen, die met goede bedoelingen hier zijn gekomen. Namelijk geïnformeerd worden, met elkaar het gesprek voeren over hoe het is gegaan met de financiering ende verantwoording van de oplopende uitgaven bij de jeugdzorg het afgelopen jaar. Dat gesprek kunnen we vandaag met elkaar hebben. Ik zal die vergadering uitschrijven. U kunt in uw eigen gemeenteraad met elkaar discussiëren en ook met de betrokken wethouders over de vraag of wij nog behoefte hebben aan een formele vergadering, voor welke stemming dan ook. Dan weet ik ook, dat als ik daar voldoende signalen van krijg en wij hebben die behoefte, dan ik er van uit mag gaan dat er de volgende keer een quorum is. Maar ik denk dat het aan ons allen is om aan het einde van deze ochtend vast te stellen of we de informatie hebben gehad die we van belang vinden om te weten wat er is gebeurd. Er zijn vragen beantwoord, die ook uit de moties blijken.
Nou, die antwoorden kunt u dan met elkaar beoordelen. In de eerste plaats in de eigen raad. Mijn voorstel, en zo ga ik ook beginnen, is dat het een informele bijeenkomst is en we de agenda volgen zoals voorgenomen, maar er wordt vanochtend niet gestemd. En als u het daarmee eens bent, dan wil ik u van harte uitnodigen om vooral te blijven, want dan ga ik die agenda zo volgen.
2.
Toelichting door de indieners die vroegen om de verenigde vergadering (Goirle, Loon op Zand en Tilburg)
De voorzitter: Dat betekent dat in die agenda is voorzien, dat op de eerste plaats de drie aanvragers, die ook in de betrokken gemeenteraden het initiatief hebben genomen om deze verenigde vergadering te vragen, de gelegenheid krijgen om dat toe te lichten. Dat zijn de heer Kooke uit
pagina 7 van 40
Tilburg, mevrouw Mesdag uit Loon op Zand en de heer Verhoeven uit Goirle. En op mijn lijstje staat dat de heer Kooke uit Tilburg als eerste is, maar volgens mij was de discussie in Tilburg over de motie aansluitend op iets wat er al eerde gebeurd was in Loon op Zand of Goirle. De heer Verhoeven krijgt als eerste het woord, want het bericht uit Goirle was het eerst. Gaat uw gang, mijnheer Verhoeven. Sprekers worden uitgenodigd om hier achter het spreekgestoelte te staan. De heer Verhoeven (Goirle): Dank je wel, voorzitter. Een informele setting, die ook wel iets weg heeft van een aandeelhoudersvergadering. We komen hier natuurlijk voor heel iets anders. Voorzitter. Goed om te zien dat toch zoveel raadsleden, bestuurders en andere betrokkenen hier vandaag bijeen zijn. En dan op een zaterdag, een dag waarop de politiek juist niet onze hoofdmoot is, maar juist onze partners of gezinnen. Maar jullie aanwezigheid hier vandaag laat zien hoe belangrijk het is dat we het over deze onderwerpen gaan hebben. Voorzitter. Ik sta hier namens Aukje Mesdag uit Loon op Zand en Pim Kooke uit Tilburg. En samen met de steun vanuit de raad van Dongen hebben we deze vergadering aangevraagd, omdat we geloven in de kracht van samenwerking in deze regio.
Maar voordat ik inhoudelijk inga en hier mijn verhaal afsteek wil ik ook een compliment geven aan al die andere gemeenten, die hier vandaag zijn en moties hebben voorbereid. Het is duidelijk dat we tegen dezelfde knelpunten aanlopen: communicatie, bedrijfsvoering, financiën, democratische legitimiteit. Dit was de kern van onze moties. Het maakt nog eens duidelijk hoe breed deze punten gedragen worden. Het geeft ons vertrouwen dat we hier vandaag niet alleen de problemen bespreken, maar dat we ook stappen zetten richting oplossingen. Want deze onderwerpen raken niet alleen onze gemeenten, maar vooral ook de inwoners die wij vertegenwoordigen. Samenwerking begint bij een solide basis en dat is communicatie. Maar juist daar hebben we de afgelopen tijd knelpunten gezien. Een van de belangrijkste punten die we dan ook willen bespreken is duidelijke en tijdige informatie aan die gemeenteraden. Het valt op dat soms belangrijke informatie pas vaak laat gedeeld wordt, nadat er raadsvragen zijn gesteld. Dat is niet hoe het hoort, voorzitter. Waarom zijn die signalen en zorgen niet eerder met ons gedeeld, of op een andere manier? We begrijpen dat processen soms tijd kosten. Maar ook na dit signaal bleef de communicatie traag en stroperig en werden gemeenteraden niet altijd op dezelfde manier geïnformeerd.
Deze gebrekkige informatievoorziening heeft geleid tot onnodige onzekerheid, waardoor gemeenteraden niet altijd in staat zijn geweest om hun controlerende rol goed uit te oefenen. Een voorbeeld hiervan is de radenavond over Crossroads. Voor veel van ons raadsleden riep die avond juist meer zorgen op dan dat die duidelijkheden gaf. Als wij gemeenteraden goed en op tijd geïnformeerd zijn kunnen wij beter meedenken, beleid aanpassen en uitleggen waarom bepaalde keuzen noodzakelijk zijn. Dit is een van de basisprincipes, die we in onze democratie delen. Daarom is het tijd voor verandering. Wij pleiten dan ook voor een proactieve, eenduidige manier van communiceren, waarbij gemeenteraden tijdig worden betrokken bij de ontwikkelingen binnen de regio. Wat ons betreft maken we vandaag heldere afspraken over een transparante en duidelijke informatievoorziening. En als dat vanwege het quorum niet kan, dan eventueel in het vervolg. Maar communicatie is niet het enige dat aandacht vraagt, voorzitter. Het raakt direct aan hoe we onze regio sturen en organiseren. Er blijkt binnen de huidige structuren soms weinig gevoel van urgentie te zijn. Dit kan deels te maken hebben met de eerder genoemde communicatieproblemen. Hoewel we de goede intenties en inzet niet in twijfel trekken zien we dat er meer nodig is. De
pagina 8 van 40
bedrijfsvoering en de sturing vanuit de regio moeten beter worden georganiseerd om problemen daadkrachtig aan te kunnen pakken. Goede sturing is dus onmisbaar om onze doelen te bereiken. Zonder duidelijke richtlijnen en opvolging blijven doelen onbereikbaar en zijn ze zelfs onrealistisch. Dit is niet alleen onze conclusie maar ook die van diverse rekenkamers. Hun adviezen verdienen meer aandacht en moeten serieus worden opgevolgd. Daarom zou het een idee zijn om de gezamenlijke rekenkamers de gang van zaken te laten onderzoeken, zodat mogelijk de uitkomsten hiervan kunnen worden meegenomen in de Kernagenda 2027. De manier waarop we de regio organiseren heeft ook directe gevolgen voor de financiën en de zorg die wij leveren. De overschrijdingen in de begroting van de regio hebben directe en soms ingrijpende gevolgen voor de gemeentelijke begrotingen. Als gemeenteraden maken we elk jaar bewuste keuzes over welke maatschappelijke doelen we willen bereiken en hoeveel middelen we daarvoor vrijmaken. Hier leggen we publiekelijk verantwoording voor af. De onverwachte financiële overschrijdingen, zeker in deze mate, dwingen ons echter om deze keuzes bij te stellen. Dit betekent dat we ambities moeten uitstellen of extra moeten bezuinigen. En beide opties zijn soms moeilijk uit te leggen. Daarnaast zien we dat kostenoverschrijdingen steeds vaker voorkomen.
Dit roept dan ook de vraag op of de incidenten niet een structureel probleem hebben. En deze structurele problemen raken niet alleen de begrotingen, waarover ik het zojuist had, maar juist ook de inwoners die afhankelijk zijn van deze zorg. Het wordt steeds moeilijker om op tijd de juiste zorg te leveren. Wachtlijsten bijvoorbeeld zullen toenemen en kwetsbare inwoners krijgen niet altijd de hulp die ze nodig hebben. Dit zijn geen abstracte cijfers, waar we mogelijk dadelijk ook over geïnformeerd worden, maar het zijn mensen die we in deze regio moeten beschermen en ondersteunen. Naast communicatie, bedrijfsvoering en financiën is er nog een punt dat we moeten bespreken: de democratische legitimatie. De voorzitter: Wij hadden net afgesproken dat u vijf minuten heeft. De heer Verhoeven (Goirle): Dat heeft u afgesproken. Ik heb net met mijnheer Kooke en mevrouw Mesdag afgesproken dat we het in zeven minuten doen, zodat we tien minuten extra hebben voor het bespreken van de moties. Er was alleen geen gelegenheid om dat hier vooraf ook te melden. De voorzitter: U heeft met de andere indieners afgesproken, dat u vindt dat u zeven minuten mag hebben. Dat is niet geldend, want dat zou u dan op zijn minste met de voorzitter gecommuniceerd moeten hebben. Betekent het dat u drie keer zeven minuten gaat praten? De heer Verhoeven (Goirle): Ik heb anderhalve minuut uitloop.
De voorzitter: Oké, dus u spreekt namens u gedrieën. Dus u bespaart, dan heeft u het woord. Het woord is aan de heer Verhoeven. De heer Verhoeven (Goirle): Dank u wel. Voorzitter. Samenwerken binnen een regio, zoals Hart van Brabant, heeft voordelen. Bundelen van krachten en het aanpakken van complexe vraagstukken is vooral voor kleinere gemeenten een grote uitkomst. Maar er is ook een keerzijde. Raadsleden en inwoners voelen vaak dat ze minder invloed hebben op wat er in deze bestuurslaag gebeurt. De controle wordt moeilijker en de afstand groter. Daarom moeten we manieren vinden om de democratische legitimiteit te versterken. Gemeenteraden moeten meer betrokken worden bij
pagina 9 van 40
besluiten en er moet meer ruimte komen voor debat en inspraak. Wij zeggen: samenwerking is geen doel op zich, maar een middel om onze inwoners beter te helpen. Zij staan voor ons altijd centraal. Voorzitter. Ik kom tot een afsluiting. Laten we dus niet vergeten waarom we hier vandaag zijn: omdat we geloven in de kracht van de samenwerking. Niet omdat het altijd makkelijk is, maar omdat het noodzakelijk is. Vandaag hebben we de kans om samen stappen te zetten voor een regio waarin gemeenteraden gehoord worden, waarin inwoners vertrouwen hebben in hun bestuur en waarin zorg en financiën in balans zijn. Laten we deze kans grijpen en ervoor zorgen dat de mensen voor wie we dit doen zien dat wij als regio verantwoordelijkheid nemen en handelen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Verhoeven. En ook dank voor de andere bijdragen, die u namens de andere indieners van moties in de raden Loon op Zand en Tilburg heeft gegeven, ook als toelichting op hetgeen wat u hier vanochtend wilt bespreken. Die zal ook aan de orde komen in de verschillende bijdragen van de vertegenwoordigers vanuit de bestuurscommissie. Het lijkt me goed om het verdere vervolg van deze bijeenkomst toe te lichten. De moties worden collectief op het einde van deze bijeenkomst besproken.
Dit omdat we hebben vastgesteld dat het moeilijk is om ze te koppelen aan een van de drie te houden inleidingen van de leden van de bestuurscommissie, wat oorspronkelijk de bedoeling was. Dus ik ga volgens de volgorde van de agenda de leden van de bestuurscommissie het woord geven. Ik stel u voor hen ook de gelegenheid te geven eerst hun bijdrage te geven, zoals ze die hebben voorbereid. Dan is er wel gelegenheid voor u in de zaal om vragen te stellen of opmerkingen te maken naar aanleiding van die inleidingen vanuit de bestuurscommissie. Zij spreken ook namens het algemeen bestuur, kan ik u verzekeren, want zo werkt het ook in onze besluitvorming. Daar waar nodig zijn de besluiten van de bestuurscommissie ook bekrachtigd door het algemeen bestuur. Dat is van belang te weten als het gaat om de verantwoordelijkheid, over de orde dus. Ik ga de verschillende leden van de bestuurscommissie en de ambtelijk adviseur, de heer Teunissen, het woord geven. Geen interrupties tijdens hun betoog. Vragen aan de heer Teunissen na zijn bijdrage kunnen alleen gaan over de feitelijk inhoudelijke toepassing van de regelingen en wat dies meer zij. U weet als geen ander dat de bestuurlijk-politieke verantwoording bij de leden van de bestuurscommissie en het algemeen bestuur ligt. Dus als u daarover vragen heeft, dan komen die aan de orde na de bijdragen van de leden van de bestuurscommissie.
Als u deze volgorde logisch vindt, dan is nu het woord aan de heer Teunissen, die een korte introductie geeft over de inrichting van de jeugdhulp in onze regio.
3.
Korte introductie op de inrichting van de jeugdhulp in Regio Hart van Brabant
De voorzitter: Dan is nu het woord aan de heer Teunissen. De heer Teunissen: Goedemorgen allemaal. Ik sta hier als afdelingshoofd Sociaal van de gemeente Tilburg. Naar die functie is gemandateerd dat ik contracteigenaar ben. Iemand moet tekenen voor de contracten. Vandaar dat ik hier sta. Zoals u weet is de opgave voor de Jeugdwet wettelijk vastgelegd sinds 2015, toen de transitie heeft plaatsgevonden voor het sociaal domein. De gemeenten zijn verantwoordelijk. Wij moeten betalen voor onze eigen jeugdhulp. Dat is in de praktijk complex. Financieel gezien is het een open pagina 10 van 40
einderegeling. Dat betekent dat er op grond van budgetten, zoals die aan de voorkant zijn begroot, nooit tegen individuele casussen wordt gezegd dat ze niet voor jeugdzorg in aanmerking komen, omdat er geen geld meer gereserveerd is. Er is altijd een risico op budgetoverschrijding of onderschrijding. Een onderschrijding kan natuurlijk ook. Vanaf 2015 zijn er stevige financiële uitdagingen. Het Rijk heeft destijds al bezuinigingen doorgevoerd op budgetten, zoals die zijn overgeheveld. En die discussies lopen nog steeds. Daarover worden veel gesprekken gevoerd. Komende donderdagochtend, 30 januari, is er een uitspraak van een Commissie van wijzen, die een uitspraak gaat doen of budgetten richting gemeenten voldoende of onvoldoende zijn en hoe het Rijk hierin zou moeten opereren. Het Rijk heeft eerder aangegeven dat het zich committeert aan de uitspraak van de Commissie van wijzen. Of dat echt gaat gebeuren is daarna aan het kabinet. Geld is, zoals u weet, constant een onderwerp van discussie. Dat is een van de redenen dat u hier vanochtend met zijn allen bent. Het is ook een aandachtspunt in de regio in de gesprekken met Crossroads en met de andere zorgaanbieders. Het is ook een onderdeel geweest van de vorig jaar gemaakte afspraken naar aanleiding van de overschrijdingen bij Crossroads.
Zoals u weet is een deel van het verlies door Crossroads genomen en een deel door de gemeenten. Daarbij is ook de afspraak gemaakt dat als individuele zorgaanbieders in de financiële problemen komen ze zich bij ons kunnen melden om daarover een gesprek te voeren en daarnaar onderzoek te doen. Dat zijn we ook verplicht vanuit de opgave van de Jeugdautoriteit, die hier ook op stuurt. Er heeft zich inmiddels een van de partijen gemeld om een open boekenonderzoek te laten doen. De regionale aanpak is inmiddels ook wettelijk vastgelegd. Regio Hart van Brabant is vanuit het Rijk als regio zijnde bevestigd. We zitten op een lijn van een hervormingsagenda om regio’s te verplichten om juridisch gezien tot een gemeenschappelijke regeling te komen. Je mag dus ook als regio niet kiezen voor niet samenwerken. Je bent daartoe verplicht. In 2019 liepen wij in deze regio al vooruit door al een gemeenschappelijke regeling in Hart van Brabant op te richten. De Bestuurscommissie Jeugd is de schakel naar individuele gemeenten. En lokaal kan dan het goede gesprek gevoerd worden. De GR bestond al langer in deze regio, maar had nog niet de taak om ook met jeugd bezig te zijn. Jeugdhulp is als taak aan de gemeenschappelijke regeling gedelegeerd. Dat is in 2019 gebeurd. Voor uw beeld, de gemeenschappelijke regeling is verlengd bestuur. De meesten van u zullen dat weten.
Het wordt wel eens een aanbouw van het Huis van Thorbecke genoemd, een entresol. Daarin kun je eigenlijk het algemeen bestuur zien als een soort van gemeenteraad en het dagelijks bestuur als het college. In die verantwoordelijke verhouding is het te zien. De uitvoering van jeugdhulp is zoals gezegd door het algemeen bestuur gedelegeerd aan de Bestuurscommissie Jeugd. De portefeuillehouder Jeugd van iedere individuele gemeente neemt dan namens die gemeente en namens het eigen college deel aan de Bestuurscommissie Jeugd. De Bestuurscommissie Jeugd informeert de gemeenten. Het is aan ieder afzonderlijk lid van de bestuurscommissie, dus de portefeuillehouder, om de verantwoordelijkheid te nemen voor de informatieverstrekking aan u als individuele gemeenteraad. In 2020 en 2021 heeft er interactie met u plaatsgevonden over de gewenste inrichting van het sociaal domein. Dat is ook al eerder gedeeld, de houtskoolschetsen en dergelijke zijn met u gedeeld. Daar heeft u de uitgangspunten kunnen vaststellen en de nieuwe inkoopsystematiek is operationeel sinds 1 januari 2023. pagina 11 van 40
Hoe ziet het plaatje eruit? Er is op twee manieren ingekocht. Er heeft een taakgerichte inkoop plaatsgevonden. Dat betekent eigenlijk dat je aan de voorkant afspreekt uit te gaan van min of meer zoveel cliënten. Daarvoor krijgen de aanbieders een zak met geld en daarvoor moeten zij het doen. Dat is gedaan voor de hoogspecialistische zorg. Er is daarvoor één contract afgesloten met Crossroads. Er gaat daarin grofweg 70 miljoen euro om. Voor crisisopvang, segment 5, is er ook één opvang, opnieuw Crossroads, en daar gaat ongeveer 1 miljoen euro in om. Veel kleiner dus in omvang. Partners van Crossroads zijn Sterk Huis, GGZ Breburg, Amarant en De Viersprong. En er zitten nog een aantal strategische partners voor Crossroads zelf omheen, maar dat is geen rechtstreekse contractpartner voor de regio. Rechts is een aantal segmenten te zien die via P maal Q zijn ingekocht, dus de uurprijs. En dat is het geval voor een drietal segmenten: 2, 3 en 4: wonen, dagbegeleiding en veel voorkomende ondersteuning. Voor uw beeld, in wonen gaat grofweg 12 miljoen euro om, in dagbegeleiding grofweg 3 miljoen euro en in veel voorkomende zorg, segment 4, grofweg 40 miljoen euro. Dat in orde van grootte. Nu laat ik de ontwikkelingen van de zorgkosten in de regio vanaf 2015 zien. De blauwe balken geven de gemiddelde prijs per jaar aan.
Die prijs lag rond 70 euro in 2015 en is gestegen naar 140 euro in 2023. Dat is een ontzettende groei, maar de nuancering komt vanuit de oranje lijn, die zonder indexering is naar aanleiding van cao-doorvoeringen en zo. U ziet in de laatste jaarschijf 2023 dat er inmiddels een fors verschil zou zijn geweest als die indexering niet had plaatsgevonden. Dus de stijging van de zorgkosten komt voor een belangrijk deel voort uit de indexering. Dan nog een aantal cijfers. Het aantal unieke cliënten in de jeugdzorg begint met 12.000 in 2018 en bedraagt uiteindelijk 12.671 in 2024. Dat is een stijging, maar die is niet heel erg groot en verhoudt zich niet tot de gemiddelde zorgkostenstijging. Dat betekent dus dat het aantal cliënten weliswaar niet zo heel erg stijgt, maar dat de gemiddelde kosten per cliënt wel heel sterk stijgen. Dat zien we ook in de praktijk. De problematiek wordt groter en intensiever. Dat betekent ook dat we kunnen zeggen dat we aan de voorkant voor de lichtere problematiek al meerdere, andere en lichtere oplossingen weten te vinden, waardoor deze cliënten niet meer richting de specialistische zorg gaan. We zien dus wel dat er daarmee een stijging is van de problematiek. Dat ligt ook aan onze verwijzingen. Dus daarop zijn we sterk aan het sturen. Vanuit de hervormingsagenda moeten we stevige lokale teams gaan ontwikkelen.
Daarmee is iedere gemeente ook bezig en die geven ook de mogelijkheden om nog sterker te sturen op welke cliënten hoeveel zorg moeten hebben en moeten ze inderdaad naar de specialistische zorg of kunnen we het aan de voorkant, bijvoorbeeld in de sociale basis beter helpen. Ook komt daar een discussie over de reikwijdte: wat is allemaal jeugdzorg? Zeker voor segment 1, de wat lichtere zorg, kunt u als raad ook de keuze maken over wat u al dan niet als jeugdzorg beschouwt. Daarop kunt u sturen. Rechts ziet u een oranje lijn, die aangeeft hoe de totale zorgkosten zijn gestegen, dan wel gedaald zijn in de jaren sinds 2015. Dat is een grillige grafiek. U ziet dat de overgangsjaren 2015 en 2016 nauwelijks stijging laten zien. Dat had te maken met het feit dat er toen budgetplafonds waren. Daarmee houden we een goede grip op de zorgkosten. We hebben in de praktijk toen wel gezien dat er forse wachtlijsten zijn ontstaan. Mede om die op te lossen, omdat veel cliënten niet tijdig goede zorg kregen, heeft er vanaf 2017 tot en met 2019 een arrangementenstructuur plaatsgevonden, waarmee via P maal Q is gefinancierd. Dan zie je ook een forse stijging in de zorgkosten, maar een absolute daling in de wachtlijsten. Dus je hebt de zorg beter geregeld, maar daar hebben we in die pagina 12 van 40
periode alleen wel fors voor betaald. Daarop is ook wel grip gekomen door extra controles uit te voeren en een schakelteam in te voeren, een team van specialisten, ambtenaren en zorgwerkers, die keken of deze (intensieve) zorg daadwerkelijk nodig was. In 2020 en 2021 zien we een stabilisatie. De voornaamste reden daarvan is corona. Het is een cynische conclusie, maar de coronaperiode heeft ervoor gezorgd dat er beter grip kwam wat betreft de kosten. In 2022 en 2023 is er dan wel weer een stijging opgetreden, maar die was lager dan eerder, bijvoorbeeld in de jaren 2017 tot en met 2019. Zoals aangegeven, de indexeringen de afgelopen jaren zijn fors geweest, dus dat is een belangrijke reden geweest voor de stijgingen van de totale kosten. Tot zover. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Teunissen, voor deze inhoudelijke presentatie en toelichting op datgene wat er aan de hand is bij onze samenwerking op het gebied van jeugdhulp. De gepresenteerde sheets zullen alle zichtbaar geplaatst worden op onze website. Dus die kunt u altijd nalezen. En het is de bedoeling om dat direct na afloop van de vergadering geregeld te hebben. En anders heeft u vast betere literatuur de rest van het weekend. Maar dan is het in ieder geval maandag. Dat is overigens geen diskwalificatie van de goede inhoud van deze presentatie.
Wie heeft daarover vragen? En dan moet het gaan over de techniek en de feitelijkheid, dat begrijpt u. Als u naar de microfoon komt, dan kunt u uw naam noemen en de plaats waar u vandaan komt. Dan zal de heer Teunissen antwoorden, tenzij de voorzitter van mening is dat het antwoord inhoudelijk en politiek-bestuurlijk van aard is. Dan gaat de vraag door naar een van de leden van de bestuurscommissie. Gaat uw gang. De heer Van Seters (Gilze-Rijen): Wij hebben vanuit de rapportage doorgekregen dat er 20% stijging was. Die heb ik in deze schaal niet teruggezien. Die 20% stijging zou veroorzaakt zijn door de verhoging in de jeugdzorg. Maar als ik net de cijfers zag zie ik die 20% niet terug. Is daar een verklaring voor? De heer Teunissen: Hier heb ik een stijging van de totale kosten weergegeven, over de vijf segmenten heen. Corrigeer me als het anders is, van de 20% verhoging is sprake geweest is in segment 1, in Crossroads. Dus daar zit het verschil. De heer Van Seters (Gilze-Rijen): Dus daar hebben we 20% reële stijging, bij Crossroads? De heer Teunissen: Ja. De heer Van Nistelrooij (Loon op Zand): Als we naar de laatste sheet gaan zien we een stijging van het aantal mensen in de jeugdzorg. Dat zien we pas vanaf 2018 met niks ten opzichte van vorig jaar. En als het gaat over de kostenontwikkeling, dan hebben we die wel.
Als we straks de resultaten krijgen, is het dan ook mogelijk dat we het aantal unieke cliënten vanaf 2015 kunnen zien? De heer Teunissen: Dat moet ik even nagaan. Een probleem bij het naar voren halen van de cijfers is dat het voorheen anders geadministreerd werd door diverse gemeenten. Daardoor kreeg je nogal eens een vergelijking van appels met peren. En dit zijn de cijfers waar we helemaal achter kunnen staan, die helemaal kloppen. We gaan nog even na of die cijfers van 2015, 2016 en 2017 ook nog naar boven te halen zijn.
pagina 13 van 40
De heer Van Nistelrooij (Loon op Zand): Ik neem aan dat er een link tussen zit. De heer Teunissen: Ja, maar het is een administratieverhaal. De heer Van Nistelrooij (Loon op Zand): Dus het is ook niet zeker of we in 2015 van 0% naar 2,2% zijn gegaan? De heer Teunissen: Nee, dat klopt wel. De voorzitter: We gaan kijken of we de vraag die u stelt ook cijfermatig kunnen laten zien. Dan krijgt u die gegevens ook. En anders wordt toegelicht waarom dat niet is te doen. Gaat uw gang. De heer Den Broeder (Dongen): Toen we eind september vorig de eerste presentatie kregen werd onder meer genoemd dat er in de nieuwe systematiek met regiebehandelaren werd gewerkt en dat dat niet goed functioneerde. Regiebehandelaren zijn vaak onvoldoende kritisch op hun eigen vakgenoten. Hoe gaan jullie daarmee om? De heer Teunissen: Dat is een onderdeel van de aanpak binnen de taskforce. Zoals u weet hebben we een gezamenlijk plan van aanpak in de taskforce opgesteld. Die taskforce bestaat uit Crossroadspartners, de gemeenten en de regio. Een van de belangrijke voordelen daarvan, waarop we Crossroads ook aanspreken, is hoe zij straks gaan sturen op looptijden en soms dreigende uitbreiding van zorgstapeling op zorgstapeling. Dus dat is daar een onderdeel van en daar wordt u ook over teruggekoppeld in de monitor.
De heer Lommers (Loon op Zand): Ik hoor u zeggen dat een aantal aanbieders zich gemeld heeft voor een open boekenonderzoek. Lopen we daardoor het risico dat daaruit extra kosten voortkomen en gaan die dan nog terugslaan op het jaar 2024 en zo ja, graag duidelijkheid daarover. De heer Teunissen: Die duidelijkheid komt in de komende maanden. Dat zal echt wel voor 1 april zijn dat dat helder is. Het is niet uit te sluiten. De opdracht is vanuit de Jeugdautoriteit om te kijken naar het systeem en wat het betekent voor de zorgcontinuïteit als het niet goed zou gaan met dat bedrijf. Mevrouw Janssen (Goirle): Ik pak even terug op de sheet van jeugdhulp en de taakgerichtheid bij segment 1. Daar wordt gesproken over 130 aanbieders en tig unieke aanbieders per onderaannemer. Het blijkt dat een aantal aanbieders met behoorlijk wat onderaannemers werken. Mijn vraag is of er bij het afspraken maken met Crossroads afspraken zijn gemaakt over het aantal onderaannemers waarmee zij zouden werken en dat die onderaannemers dat zorglandschap weer zo versnipperen, waardoor kostenbeheersing weer erg lastig wordt. De heer Teunissen: Er zit een streven in, voor Crossroads ook, om met zo min mogelijk onderaanbieders te werken. Dat is voor henzelf ook een voordeel, omdat ze dan minder te managen hebben in dat kader.
Op dit moment zijn het er nog te veel, wat mede de oorzaak is dat er weinig grip is op onderaannemers. Mevrouw Janssen (Goirle): Is iedereen ook ervan op de hoogte dat die 130 aanbieders en tig unieke aanbieders in beeld met zo’n tweehonderd onderaanbieders werken? De heer Teunissen: Voor alle duidelijkheid, het gaat om 130 aanbieders over alle segmenten, dus niet alleen voor segment 1.
pagina 14 van 40
Mevrouw Janssen (Goirle): Oké. Maar zoals het hier blijkt lijkt het dat het aantal aanbieders enorm is toegenomen. Ik heb uit mijn vraagstelling begrepen dat we juist meer aanbieders hebben gekregen. En dat daar zorgen over kostenbewustzijn zijn ontstaan. De heer Teunissen: Waarvan akte. De heer Van Ginneken (Oisterwijk): Er is een groei van onderaannemers. We hebben ooit marktwerking in de zorg neergezet met het idee dat we daarmee op heel verschillende manieren zorg kunnen leveren en dat al die verschillende manieren ook goed kunnen zijn. Toen hebben wij gedacht dat we die administratie eigenlijk niet zo goed kunnen doen en dat we daarmee iets moeten. Vervolgens hebben we die naar Crossroads toe gezet, wat eigenlijk de grotere welzijnsinstellingen zijn. Die grote instellingen mogen nu eigenlijk voor die onderaannemers gaan bepalen welke details ze nog gaan doen of aan welke parameters ze nog moeten voldoen. De voorzitter: En uw vraag, voordat we een algemene beschouwing gaan krijgen? Het gaat om het stellen van technische vragen, naar aanleiding van wat de heer Teunissen heeft gezegd. De heer Van Ginneken (Oisterwijk): Ik wil het vrij technisch houden. Ik vraag me het volgende af. Wij hebben in principe de grote organisaties zo neergezet dat zij bepalen wie welke cliënten en wie welke uren krijgen.
In de toekomst is het dus ook zo dat er dan weer een nieuw bod moet worden gedaan op deze posities binnen zo’n Crossroads. En op welke manier zorgen we er dan voor dat in ieder geval zo’n onderaannemer ook de mogelijkheid heeft groot genoeg te kunnen groeien om in de toekomst een bod te kunnen doen? Op welke manier zorgen we ervoor dat marktwerking ook de juiste manier blijft? Want anders zou ik zeggen, moeten we dit niet particulier aanpakken, maar moeten we dit zelf oppakken? De voorzitter: Dat laatste was een opvatting, daarvoor zaten twee vragen. Dank u. De heer Teunissen: Wij zijn in onze gedachtegang nog niet bezig geweest met hoe wij extra aanbestedingen in gaan richten. We zijn vooral op dit moment aan het managen hoe deze aanbesteding, hoe deze inkoopvorm loopt. Maar dit zijn aspecten om mee te nemen. Het zijn zorginstellingen en geen welzijnsinstellingen. De heer Van Ginneken (Oisterwijk): Ik denk wel dat… De voorzitter: Uw vragen zijn beantwoord. Bij de volgende presentatie kunt u mogelijk nog andere vragen stellen. Het gaat nu alleen om technische vragen naar aanleiding van de presentatie. De heer (onbekende vragensteller, die zijn naam niet noemt): Goedemorgen. Ik heb een technische vraag over de indexatie. Ik meen los van de indexatie te zien dat de eigenlijke kosten vanaf 2019 gelijk zijn gebleven.
Tegelijkertijd heb ik horen zeggen dat de casussen veel zwaarder zijn geworden. Dan is mijn verwachting dat die kosten dus ondanks die indexatie zouden stijgen. Wat is uw duiding dat ondanks dat de casuïstiek zwaarder is geworden de kosten vanaf 2019 toch gelijk zijn gebleven? De heer Teunissen: Dat zit hem in het feit dat we aan de voorkant echt wel kritischer zijn geworden op wat de doorlooptijd van de zorg is, zoals die nodig is en hoeveel uren daaraan besteed moeten worden. Bijvoorbeeld in segment 4. Maar dat er ook inmiddels wel kritische gesprekken met zorgaanbieders gevoerd worden over wat duidelijke toegevoegde waarde heeft. Niet alle door zorgaanbieders aangeboden producten hebben een wetenschappelijke bewezen impact. Dus ook pagina 15 van 40
daarover worden gesprekken gevoerd. Het gaat er dan over wat je dan precies hebt te doen en wat je voor deze jongere of het gezin te regelen hebt. Dus er wordt kritischer naar gekeken, maar we zijn er nog niet. Daar hebben we echt nog kwaliteitsslagen te maken in de toegang en in de doorontwikkeling naar de stevige lokale teams. De gesprekken hierover met de zorgaanbieders vinden ook nog steeds plaats. Dus dat betekent dat we met betere zorg en een betere insteek van de zorg zwaardere casussen aan kunnen. Maar het is niet een op een dat het elkaar opheft. Dus er zit wel een stijging in, maar die is minder. Die zou anders nog groter zijn, zo moet ik het eigenlijk zeggen. Mevrouw Verschure (Loon op Zand): Mijn vraag is eigenlijk al deels beantwoord. Ik heb dat ook kunnen nazoeken ten aanzien van de kosten en de realisatie. Die zorgkostenindex, is dat zonder cao? Ik begreep even niet de context tussen deze twee verschillende invalshoeken. Misschien kunt u dat nog toelichten. De heer Teunissen: Het beeld van de afgelopen jaren is dat sinds de overkomst van de jeugdzorg naar de gemeenten de zorgkosten fors gestegen zijn. Dat klopt ook. Het gaat hier om 70 miljoen euro in 2015 en om 140 miljoen euro in 2024. Dus dat is heel veel. De stijging in de kosten komt niet alleen voort, doordat we geen grip hebben op de zaak of doordat er steeds meer jeugdigen zijn, die zorg nodig hebben.
Of dat er steeds meer zware complexe zorg wordt ingezet die een vergoeding overeenkomstig nodig heeft. Die stijging komt voor een belangrijk deel voort uit ontwikkelingen die zich in de sector voordoen. Bijvoorbeeld de cao’s. Er zijn bijvoorbeeld in veel sectoren de afgelopen jaren behoorlijke cao-stijgingen doorgevoerd wat betreft de loonindexering. En dat zit hier dus ook in. En dat is het plaatje dat we duidelijk wilden maken. Dat de stijging van de zorgkosten niet alleen maar een kwestie van grip of geen grip van de regio is, maar die zit ook gewoon deels in die sector zelf. Mevrouw Verschure (Loon op Zand): Dat is duidelijk. Mijn persoonlijke mening is dat je de caostijging niet in dit soort statistieken moet verwerken. De voorzitter: Het is volstrekt gebruikelijk volumestijging los te zien van prijsontwikkeling. En prijs is ook loonkostenstijging. Dat is wat we nu zichtbaar maken. De heer Teunissen: Het zijn regiokosten. Dus lokaal kunnen er grote verschillen zijn. De heer Van Groos (Waalwijk): Ik heb een vraag over de techniek, die niet in de vergadering aan de orde is gekomen. Ik verwacht dat dat nog zal gebeuren, dus ik stel toch de vraag. Het gaat om het aanbestedingstraject. Je stelt een programma van eisen, een bestek, op en gaat op zoek naar een partner die daaraan kan voldoen.
Het lijkt mij, gezien de ervaringen van de jaren daarvoor, dat we een partner kiezen die zijn administratie strak organiseert. En dat ook contractbeheer plaatsvindt. Er moet vanuit een zekere gemeente contractbeheer zijn gedaan. Hoe is dat gegaan? Ik heb de indruk dat dat niet goed is gegaan. U heeft de handtekening gezet. Ik hoor graag hoe dat contractbeheer is verlopen. De heer Teunissen: Dat betekent dat je in gesprek gaat met een partij die deze opdracht aan zou kunnen. Dat is Crossroads geweest. Daarna hebben we met partijen afspraken gemaakt over hoe we hierin gaan sturen en hoe we hierop gaan regelen. In september is in de gezamenlijke informatiesessie aangegeven dat Crossroads gedurende het eerste jaar goed loopt en dat we binnen budgetten blijven. Er is geen enkele reden tot zorg geweest. De les die we daarvan hebben geleerd is, pagina 16 van 40
toen uiteindelijk toch bleek dat die budgetten overschreden werden, dat we er dichter op hadden moeten zitten. Technisch was het contractueel geregeld om deze gesprekken te voeren. Achteraf kun je zeggen dat we onvoldoende doorgevraagd hebben op waarom het dan precies goed loopt. Dat is de les die we hebben geleerd, zoals dat verder ook is aangegeven.
4. Terugblik/reflectie De voorzitter: We gaan nu verder met de inhoudelijke presentaties van de zijde van de leden van de bestuurscommissie. Ik dank de heer Teunissen voor zijn deskundige toelichting en ga over tot agendapunt 4 van onze bijeenkomst, de terugblik en reflectie door de heer Dankers, voorzitter van de Bestuurscommissie Jeugd. Gaat uw gang. De heer Dankers: Voorzitter, dank u wel. Ik zal me eerst even voorstellen. Ik ben wethouder Sociaal Domein in de gemeente Oisterwijk en ik sta hier voor u als voorzitter van de Bestuurscommissie Jeugd van Regio Hart van Brabant. Ik ga samen met u terugkijken op onze samenwerking met Crossroads. De hoogspecialistische zorg is zo enorm complex dat er maar een beperkt aantal zorgaanbieders deze zorg kunnen leveren. Zoals de heer Teunissen ook al zei, Sterk Huis, GGZ Breburg, Amarant en De Viersprong zijn de partijen, waarmee wij in eerste instantie samenwerken. En wat belangrijk is in dit hele verhaal, is dat er wederzijdse afhankelijkheid is. Wij willen dat onze jongeren daadwerkelijk de complexe en hoogspecialistische zorg krijgen die ze nodig hebben en deze partijen kunnen die leveren. En op die manier zorgen we samen voor een goede betaalbare hulp voor onze jeugdigen. Wellicht heeft u de brief voorbij zien komen dat wij als Regio Hart van Brabant, het sociaal domein op jeugd, vanuit het Rijk als robuuste regio worden gezien.
Dat is in het kader van de hervormingsagenda, waarin gebleken is hoe wij het doen als regio. Wij zijn hartstikke trots, en ik zeker als voorzitter, dat wij door het Rijk bestempeld zijn als robuust. Met andere woorden, we doen het goed en het heeft natuurlijk altijd aandacht nodig om beter te worden. Maar we hebben dus een vrij unieke GR ten opzichte van de rest van het land. We hebben de focus op de zorg van onze jeugdigen. Maar doordat die zo complex is, valt het ook niet mee. We zijn constant aan het balanceren tussen kwalitatief goede zorg en euro’s, budgetten. En als we dan terugkijken op wat we tot nu toe hebben bereikt, dan denk ik dat we het heel erg goed doen. Dat denk ik niet, daar ben ik van overtuigd. We mogen trots zijn op wat we hebben bereikt, maar het blijft ingewikkeld en complex, wat het voor ons en u niet al te makkelijk maakt. Wat ook ontzettend complex is, verwacht u misschien niet. Wij zijn met de Bestuurscommissie Jeugd constant de balans aan het zoeken wanneer we u als raden gaan informeren. Iedere keer weer zoeken wat het juiste moment is. En elf gemeenten op een goede manier meenemen is gewoon complex. Ik ga met u even terugkijken naar hoe we u tot nu toe hebben meegenomen. Hiertoe zie ik het schema op het bord staan.
In januari 2023 zijn we gestart met de hoogspecialistische zorg en hebben we ingeschat dat het ongeveer 1.600 jeugdigen zouden zijn, die terecht zouden komen in de hoogspecialistische zorg, segment 1. Hoe hebben we dat bepaald? Naar aanleiding van de voorgaande jaren en op die manier zijn we met Crossroads op 1.600 uitgekomen. En dat is dan vervolgens je basis om financieel het lump sum bedrag eraan te koppelen. pagina 17 van 40
Het eerste jaar is iedereen hartstikke druk bezig geweest met het inregelen van de processen. Zowel wij als regio als Crossroads. Aan het einde van 2023 kwam Crossroads er wel mee het naar alle waarschijnlijkheid niet te redden met 1.600 en uit te komen op 1.869 cliënten, maar zonder financiële knelpunten. Oké, prima. Begin 2024 blijkt het helaas anders. Er komen meerdere declaraties vanuit zorgaanbieders. Die hebben wij later ervaren als een gemiste kans. Waarom wisten we dat niet? Om de doodeenvoudige reden dat onze monitoring, zowel van Crossroads als de regio, niet voldoende was. En zeker als dan blijkt dat het resultaat een groot financieel tekort is. Zodanig, dat Crossroads het zelf niet op kan vangen. Daarnaast zagen we naast het financiële aspect ook dat de termijnen van aanmelding en start te lang worden. Ze worden niet voldoende gehaald. De wachtlijsten lopen op. In mei 2024 hebben we gezegd dat er een ambtelijke taskforce komt, die bestaat uit mensen uit de regio en Crossroads, die samen een goede analyse uit gaat voeren, die nodig is om helder te krijgen wat er aan de hand is.
Dat zijn allemaal feiten, die ik u tot nu toe heb verteld, maar zijn die feiten dan voldoende om u in mei al in te lichten? In het betoog van de heer Verhoeven, naar aanleiding van de moties waarin werd opgeroepen tot het houden van de verenigde vergadering, werd daar al alle aandacht aan besteed. Het wordt steeds duidelijker dat we een probleem hebben. Maar de exacte omvang en de mogelijke oorzaken wisten we nog niet. En dan kun je ook nog niet gaan denken aan eventuele oplossingen. Met andere woorden, er was een hoop onduidelijk. En toen maakten we als bestuurscommissie gezamenlijk een keuze. Wat gaan we doen? Gaan we de raden nu informeren met de mededeling dat ze heel veel vragen kunnen stellen, maar dat we nog geen antwoorden weten? Of gaan we eerst een analyse doen om te zorgen dat we op een later moment wel uw vragen kunnen beantwoorden? We kunnen ons voorstellen dat u met vragen komt als ‘Wat zijn de tekorten?’ en ‘Wat betekent dit voor onze regio en voor Crossroads?’ Maar belangrijker nog, hoe houden we het kwaliteitsniveau van zorg aan onze jeugd op een goed niveau en hoe verminderen we de wachtlijsten? De jeugdigen staan bij ons op een en dan moet je ervoor zorgen dat je zo snel mogelijk duidelijkheid krijgt. Wat hadden we nodig? We hadden een sterk overzicht nodig. De systemen om dat te monitoren waren nog onvoldoende ingericht.
Zeker in het eerste jaar was iedereen druk bezig om de processen op orde te krijgen. Daar waren echt alle handjes voor nodig. Als we de tijdlijn verder af gaan zien we na het instellen van de taskforce een nieuw signaal: de aantallen nemen steeds toe. Crossroads vraagt aan ons een garantstelling voor de extra kosten die zij moeten maken. Daar werden we wel vrolijk van. En dat was voor ons ook het moment om ook een bestuurlijke taskforce in te stellen. Dat was in juli. En we hebben onszelf ook afgevraagd of we nog meer moesten vooruitkijken, wat we al deden. Wellicht. We hebben binnen de jeugdzorg te maken met een open einderegeling. Daardoor is het moeilijk om prognoses te maken, want een of twee uren kun je nog doen, maar als je 24/7 zorg nodig hebt stijgen de kosten ineens enorm voor de lokale gemeente waar de jeugdigen hun thuis hebben. Maar we doen ons best om zoveel als mogelijk grip te hebben. En we blijven daarop altijd kritisch. Dat mag u van ons verwachten. Daarvoor zitten we ook op deze stoel. Voor ons werd langzaam maar zeker duidelijk hoe de feiten in elkaar zaten. De cijfers werden een beetje duidelijker en daarom hebben we u in september voor een radenavond uitgenodigd. En u merkte toen ook al dat er heel veel vragen leven, waarop we eigenlijk nog geen antwoord hadden. Maar was september te laat, kunnen we ons afvragen.
Hebben wij u te laat geïnformeerd? Voor de pagina 18 van 40
een zal dat ja zijn en voor de ander nee. En dat is weer precies die balans, die u van ons als Bestuurscommissie Jeugd mag verwachten. Maar wanneer maak je de juiste keuze? Wanneer heb je voldoende details om iedereen naar behoren te kunnen informeren en dan te kunnen gaan werken aan oplossingen? Na de raadsavond hebben we u in oktober/november in een keer overladen met informatie. Toen werden steeds meer zaken in een korte tijd duidelijk. Die taskforce begon zich te ontwikkelen naar een duidelijke analyse. Het werd duidelijk waar de problemen lagen en dan kun je gaan werken aan oplossingen. We hebben een raadsbrief gestuurd, een zienswijze en het door Crossroads gemaakte plan van aanpak hebben we gestuurd. Vervolgens nog een vervolg op de zienswijze en een memo met het onderwerp trechteren. Als we dat hele traject zien, dan heb ik drie cruciale observaties om u te faciliteren. Timing. Het juiste moment van het betrekken van de raad, wanneer doe je dat? Wanneer heb je genoeg informatie om u als raden van deze regio te informeren? Dan het proces. U mag van mij weten dat het een uitdaging is om elf gemeenten, met allemaal eigen van elkaar afwijkende processen, de juiste informatie op de juiste manier gelijktijdig op dezelfde plek te krijgen. En dan ook nog de vorm, hoe we u informeren. Wat wij tot nu toe gedaan hebben is werken met stukken, raadsbrieven.
Kan het ook anders? Daarover gaan we graag met u in gesprek. Mijn collega Peter van Steen zal daarop straks terugkomen en u heeft al een voorzetje gezien in de notitie, die we naar u hebben gestuurd. We zijn in een situatie terechtgekomen die we met zijn allen niet willen. Wij ook niet. Op hoe we dat kunnen voorkomen zal Marcelle Hendrickx zo meteen verder ingaan. Terugkijkend weten we dat we u wellicht eerder hadden moeten inlichten, ondanks dat we dan veel vragen nog niet hadden kunnen beantwoorden. Maar vandaag, zoals de heer Verhoeven in zijn betoog ook al aangaf, laten we samen vooruitkijken. Laten we samen afspraken maken en samen verder bouwen aan onze vrij unieke positie als robuuste regio. En het allerbelangrijkste: onze jeugdhulp passend, nabij, thuis en zo normaal mogelijk aan onze jeugdigen en gezinnen geven. We hebben in de afgelopen periode geleerd dat we deze opgave van jeugdzorg niet mogen onderschatten. Laten we samen met u, de bestuurscommissie, het algemeen bestuur van de regio en alle raden de schouders eronder zetten in de goede richting te gaan. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Dankers voor deze uitvoerige terugblik en reflectie, een wezenlijk onderdeel van de verantwoording, waarop u als raadsleden recht heeft. Ik ga natuurlijk gelegenheid geven voor vragen en reacties. En daarna houd ik rekening met de pauze, die ik voorzien had voor 11 uur.
En ik moet ook uw cafeïne- en theïnespiegel in de gaten houden. Gaat uw gang. De heer Den Broeder (Dongen): Ik zeg het heel eerlijk, dit is een beschamend verhaal. De essentie van democratie is dat je als bestuur verantwoording aflegt. Dat betekent, du moment er een probleem is – Houston, we have a problem – en we weten nog niet precies hoe groot het probleem is, dan gaan we daar wat aan doen. We gaan dat analyseren en dan komen we bij u terug. Ja, je zult vragen krijgen. En dan zeg je dat je die vragen niet kunt beantwoorden. Dan leg je het proces uit. Op dat moment kom je terug. Dan kunnen wij als raadslid ons werk doen. Want wij, namens onze achterban, roepen jullie ter verantwoording. September was veel te laat. Du moment dat je het weet informeer je ons. Je informeert raadsleden. Wij zijn vertegenwoordigers van onze achterban, van onze samenleving. Du pagina 19 van 40
moment zeg je dat. Du moment, op dat moment zeg je ook eerlijk: we weten het nog niet, we gaan het in beeld brengen, we gaan met onze partners deze stappen nemen. En wij verwachten dan en dan bij u terug te komen. Wat je niet kunt doen is onder de pet houden en dan zeggen: ja, zodra we wat meer weten komen we eens een keertje bij jullie. Ik vind het bestuurlijk een beschamende vertoning. Sorry.(Applaus) De heer Dankers: U vindt het een beschamende vertoning. U krijgt applaus, dus er zijn het er nog meer mensen mee eens. Ik zou willen zeggen dat wat u vraagt ik juist in mijn verhaal heb meegenomen namens de bestuurscommissie, namelijk dat we u eerder hadden moeten inlichten. Wat we wel gedaan hebben is u in juli met een raadsbrief informeren over dat er wellicht iets aan zit te komen. Dat was nog heel vaag, maar dat was het eerste signaal dat we hebben afgegeven. Hadden we u eerder bij elkaar moeten roepen? Wellicht, maar daarover willen we juist met u het gesprek aangaan. En daarvoor zijn we hier. Dus een beschamende vertoning. Sorry, maar daar kunnen wij ons niet in vinden. De heer Van Groos (Waalwijk): Ik zal geen voorbeeld geven en er ook niet op reageren, maar heb wel een paar vragen.
De eerste is hoe het bestaat dat een miljoenenorganisatie als Crossroads in eerste instantie over 2023 zegt dat het allemaal prima loopt, terwijl het daarna fors uit de klauwen is gelopen? De tweede vraag is daaraan gekoppeld. Hoe kan het dat een Bestuurscommissie Jeugd in mei niet weet wat er aan de hand is? Want de reactie is: ‘we konden het niet vertellen, want we wisten het niet.’ Maar hoe kun je nou bij een miljoenencontract niet weten hoe het zit? En dan nog een andere vraag. Wij vinden dat het Rijk met meer geld over de brug moet komen. Maar ik zou als rijksvertegenwoordiger aarzelen om regio’s meer geld te geven als ze op deze manier hun zaken niet op orde hebben. De heer Dankers: De eerste twee vragen zal ik samen beantwoorden. In mijn betoog heb ik ook aangegeven dat de monitoring niet op orde was. Als de monitoring niet op orde is, dan heb je ook op dat moment niet de benodigde informatie. Wat ik nog wel extra wil aangeven is het volgende. In alle jaren die volgden kreeg u, nadat er een jaar voorbij was, bij de jaarrekening te horen dat er een overschrijding van het budget was. De wijze waarop we het nu hebben ingericht, waarvoor we hier ook zitten, is dat we u eerder hebben kunnen informeren. We hebben eerder te horen gekregen dat er een probleem was.
Dat we er vervolgens voor hebben gekozen om eerst te analyseren wat er aan de hand is, dat hadden we wellicht anders moeten doen. Ik geef wel aan dat we steeds meer grip krijgen, ook op de informatievoorziening naar u toe. In het afgelopen halfjaar is er keihard aan die monitoring gewerkt en inmiddels hebben we zicht op de stand van zaken, zoals die op dit moment is. Ik vind het fijn dat te kunnen melden, omdat we daarmee voorkomen dat zo’n situatie zich op deze manier nog een keer voordoet. Dan uw laatste vraag, eigenlijk meer een opmerking. Waarom zou het Rijk met geld over de brug komen op de manier zoals wij ermee omgaan? Ook daar moet ik aangeven dat ik het daarmee niet eens kan zijn. En waarom niet? Om de doodeenvoudige reden dat ik u heb uitgelegd dat we een robuuste regio zijn. Wij doen het goed, alleen hebben we op dit moment een probleem gehad. Dat hebben we bij de lurven gepakt. Daarmee gaan we aan de slag en vervolgens zitten we hier. En dat u
pagina 20 van 40
kritisch bent mag. En daar ben ik blij om. Want daardoor kunnen we na deze ochtend beter samen verder. Maar om het zo negatief te maken dat wij onze zaken niet op orde hebben kan ik niet steunen. De voorzitter: Dank. Mijnheer Van Groos, een korte reactie. De heer Van Groos (Waalwijk): Ja, een korte reactie en een vraag. Dank u wel voor het antwoord, dat niet tevredenstelt. Want in 2022 wisten we al hoe belangrijk monitoring in de jeugdzorg is. Dat wisten we al eerder. Dat wisten we al in 2017, 2018. Dat wisten we toen al. Hoe bestaat het dan dat er nu wordt gezegd dat we de systemen niet goed hadden ingericht? En hoe bestaat het dan dat het plan van aanpak, dat de taskforce aangeeft, dat er op zich heel gezond uitziet, dat allemaal nog niet geregeld was? Waarom hadden we deze exercitie en deze overschrijding van zoveel miljoenen nodig om deze stappen te zetten, die we al lang hadden moeten zetten? De voorzitter: Een korte reactie van de heer Dankers en dan ga ik naar de volgende spreker. De heer Dankers: We hebben een keuze gemaakt om met een nieuw systeem te werken. Als je dat gaat doen, dan heb je te maken met kinderziektes. Zo noemen we dat in de volksmond. Daarmee ben ik niet blij, maar we hadden wel alle handjes nodig om de processen op orde te krijgen, zodat onze jeugd daadwerkelijk de zorg kreeg die ze nodig heeft. De voorzitter: Het woord is aan mevrouw Couwenberg.
Mevrouw Couwenberg (Tilburg): U begint een verhaal met het feit dat u vanuit Den Haag gezien wordt als een robuuste regio. U durft zelfs te zeggen dat u trots bent. “We doen het heel goed.” Terwijl wij als gemeenteraden toch al maandenlang het signaal afgeven dat wij vinden dat het niet goed gaat. Wij vinden dat de grip beter moet en dat er dingen gebeuren die niet zo kunnen. Met het door u vertelde verhaal vraag ik me wel af of u de sense of urgency wel voelt, die wij voelen, waarbij we vinden dat het anders moet. U zit hier niet om vanuit Den Haag een kwalificatie trots te krijgen, u zit hier namens ons. U moet zorgen dat het gaat zoals wij vinden dat het zou moeten. En bent u dan wel de voorzitter van de Bestuurscommissie Jeugd, die de sense of urgency voelt en het niet goed wil praten wat er gebeurd is, maar die echt de sense of urgency voelt om het anders te gaan doen? Begrijpt u die opdracht, die u van ons meekrijgt, omdat we hier vandaag met zijn allen zijn? Is die duidelijk? En voelt u dat het echt anders moet? Of bent u nog steeds van mening dat het eigenlijk wel goed is, waardoor u trots kunt zijn? De voorzitter: Mevrouw Couwenberg is gewend dat ik Tilburg altijd de Nederlandse taal bewaak, het gaat om de noodzaak tot urgentie. Gaat uw gang. De heer Dankers: Wellicht komen mijn woorden niet over, zoals ik ze heb bedoeld.