CConstaterende datWaalwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

175b Bijlage 2 Sociaal domein uitgangspunten en wensen en bedenkingen houtkoolschetsen

Raadsvergadering (A) 24 juni 2021, gemeente WaalwijkBij agendapunt: Ingekomen stukken11.082 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Welke mogelijkheden zijn er om met een half jaar of een jaar te vertragen?; - We zouden graag zien dat er in de inkoop per spoor afzonderlijke in- en uitstapmomenten en expliciete keuzemomenten worden ingebouwd. Dat doet recht aan het cafetariamodel, waarbij gemeenten ervoor kunnen kiezen op onderdelen aan te haken of niet. Reactie programmateam op wensen en bedenkingen van de gemeente Waalwijk Allereerst moet opgemerkt worden dat in tegenstelling tot de andere gemeenten de wensen en bedenkingen door Waalwijk zijn ingebracht vanuit de betrokken bestuurders met advisering van de betrokken ambtenaren. Dat maakt de inbreng van een ander abstractieniveau. Desalniettemin zijn o.a. de inbreng betreffende planning van de segmenten, looptijden van aanbesteding per segment, rol van de toegang essentiële punten voor de verdere uitwerking van de inkoopstrategie jeugdhulp. Deze dienen dan ook in de ambtelijk en bestuurlijke gesprekken te worden besproken. Als het gaat om beschermd wonen is het inderdaad het voornemen om de inkoopstrategie te koppelen aan het governance traject en de besluitvorming zoveel als mogelijk gelijk te laten lopen.

Wel is het zo dat de uitgaven aan beschermd wonen enorm zijn toegenomen, maar de eerste jaren de budgetten voor de regiogemeenten beperkt zijn en het effect van deze toename in kosten in eerste instantie neerslaat bij voornamelijk de (voormalige) centrumgemeente. Dit creëert een verschil in financiële urgentie tussen de (voormalige) centrumgemeente en de regiogemeenten. Verder als het gaat om de jeugdhulp en beschermd wonen, zal er geen sprake zijn van afzonderlijke in- en uitstapmomenten. Voor deze taken is landelijk de Norm van Opdrachtgeverschap (NVO) afgesproken en verplicht ons hierin regionaal samen te werken. Bovendien zal de samenwerking bij de jeugdhulp nog eens verstevigd worden door een wetsvoorstel wat nu voorligt bij de Raad van State. Wel behoort altijd de mogelijkheid om naar een andere regio over te stappen, zoals Alphen-Chaam en Baarle-Nassau dat hebben gedaan, mits beide regio’s hierover overeenstemming bereiken. Als het gaat om Wmo-begeleiding wordt er juist wel voor een instap-uitstapmoment gekozen, zodat Waalwijk en Loon op Zand niet worden buitengesloten en alsnog kunnen instappen indien dat de voorkeur geniet. Ook kijken we in het traject waar we van elkaar en andere regio’s kunnen leren, ondanks dat we de Wmo-begeleiding niet als regio volledig samen doen.

Tot slot wordt er wel bewust voor gekozen om met name in de Wmo-begeleiding (overigens geen deelname Waalwijk) en de meest voorkomende ambulante jeugdhulp (segment 4) gebiedsgericht te gaan inkopen. Hiermee kunnen

aanbieders geselecteerd worden die in een bepaalde subregio, hier Waalwijk, Loon op Zand en Heusden, het beste passen en een verbinding kunnen leggen met de sociale basis/voorliggend voorveld.

9) Gemeente Goirle Bespreking uitgangspunten en houtskoolschetsen door de raad van de gemeente Goirle De raad van Goirle heeft zowel de uitgangspunten als de houtkoolschetsen in een gezamenlijk traject behandeld. Daarbij komt de raad van Goirle tot de volgende zienswijze: De nieuwe inkoopstrategie Sociaal Domein moet volgens de raad van Goirle leiden tot meer regie en grip op de uitgaven. Dit moet onder andere worden bewerkstelligd door het werken naar een meer gesloten financiering en door zorg te bieden daar waar zorg ook echt noodzakelijk is. De stukken bestudeerd te hebben geeft de raad van Goirle het vertrouwen dat er met inbegrip van de opmerkingen door de diverse adviseurs (ROSA en de Rekenkamer) naar een inkoopstrategie gewerkt kan worden die zowel efficiëntie als doelmatigheid van de zorg en participatie in het vizier heeft. Om deze zorg te kunnen bieden hebben we zorgverleners nodig die het verlenen van kwalitatief hoogstaande zorg op een veel hogere plaats hebben dan staan dan het snel rijk worden. De raad van Goirle is dan ook van mening dat het goed is om met minder aanbieders van zorg in zee te gaan en dat we hier het kaf van het koren gaan scheiden en er een overzichtelijker veld van zorgverleners ontstaat. De raad van Goirle pleit voor het behoud van lokale aanbieders die de kwaliteitstoets doorstaan hebben.

Deze hebben voor ons de voorkeur om ingezet te worden in ons dorp. Normaliseren is volgens de raad van Goirle goed. Investeer in het sociale netwerk. Daar waar algemene middelen of collectieve voorzieningen ingezet kunnen worden om soelaas te bieden, heeft dat volgens de raad van Goirle natuurlijk de voorkeur. Zo ook het versterken van het sociale netwerk. Niet alle zorg- en hulpvragen hebben een psycho-medische oorsprong en kunnen door het sociale netwerk, al dan niet ondersteund door opvoedkundige specialisten, worden opgelost. De raad van Goirle pleit dan ook voor minder individuele interventies op basis van risicotaxaties, meer versterking van sociale netwerken en een betere inzet van ervaren professionals op het moment dat het probleem nog niet escaleert. Daarmee is te voorkomen dat te veel gewone problemen verworden tot grootschalige zorgproblemen. Echter vindt de raad van Goirle wel dat bij signalen van verslechterende cliënt situatie er efficiënt in zorg opgeschaald moet kunnen worden en er niemand tussen de wal en het schip geplet mag worden. Het versterken van het sociale netwerk zal ons inziens een positief effect hebben op de lengte van de wachtlijsten en daarmee in dienst staan van wachtlijst verkorting en het afnemen van de noodzaak tot overbruggingszorg. Verder heeft de raad van Goirle de motie van Dongen omarmt en een onderdeel van de motie van Hilvarenbeek.

Het betreft hier het punt: Er voor te zorgen dat zorg zoveel mogelijk in de eigen omgeving kan worden verleend en dat bij de inkoop daarom voldoende ruimte is voor lokale aanbieders. Het college van Goirle heeft dit punt van de gemeente Hilvarenbeek overgenomen met de kanttekening dat waar mogelijk er een voorkeur wordt gegeven aan lokale aanbieders (als zij zich inschrijven op de opdracht natuurlijk), maar dat er rekening mee gehouden moet worden dat dit niet altijd mogelijk is, met name als het gaat om meer specialistische zorg. Reactie programmateam op de gemeente Goirle Het programmateam ziet de zienswijze van de raad van Goirle als een ondersteuning van de uitgangspunten en de zogeheten houtkoolschetsen. Als het gaat om de reactie op de motie van Dongen, is deze terug te lezen bij het deel betreffende Dongen. Tot slot als het gaat om lokale aanbieders, kunnen wij melden zoals eerder aangegeven dat wij overgaan tot gebiedsgericht inkopen. Dit doen wij bij segment 4 van de jeugdhulp en Wmobegeleiding. De regio Hart van Brabant wordt hier in 4 gebieden ingedeeld, waarbij de desbetreffende gemeenten hun eigen lokale overwegingen kunnen maken in de selectie van zorgaanbieders. Wel is het zo dat dit dient te geschieden binnen de bestaande wet- en regelgeving.

Een-op-een selecteren van bestaande lokale aanbieders is logischerwijs niet mogelijk en moet voldoen aan geldende selectie- en gunningscriteria. Wel kan de lokale inbedding daarbij natuurlijk een criterium zijn.

Conclusie en vervolg De afgelopen maanden zijn er met nagenoeg alle raden een of meerdere sessies gehouden over de uitgangspunten en de houtkoolschetsen en hebben ook diverse colleges hun aanvullende standpunten meegeven. De gesprekken zijn door het programmateam als zeer waardevol ervaren en hebben het regionale programmateam ook weer enorm geholpen om te komen tot aanscherpingen in de uiteindelijke inkoopstrategieën. De uitgangspunten staan naar de mening van het programmateam nog steeds overeind. Wel zien wij op basis van de aangedragen opmerkingen ten aanzien van de uitgangspunten en wensen en bedenkingen op de houtkoolschetsen diverse rode draden die naast onderwerpen als de samenhang tussen inkoopstrategieën, het verder uitwerken van het thema normaliseren en het voorkomen van zorgfraude (anders gezegd dat zorgmiddelen aan zorg besteed worden) als aandachtpunt verwerkt moeten worden en/of meegenomen moeten worden in de inkoopstrategieën, inkoopdocumenten en/of het verdere implementatietraject, namelijk: o

o

o

o

o

o

o

Er is vanuit de regio een duidelijke behoefte om lokale aanbieders die de lokale samenleving en maatschappelijke organisaties goed kent, zo veel als mogelijk te houden in de nieuwe inkoopstrategie. Hierbij dient vanzelfsprekend wel voldaan te worden aan de vigerende weten regelgeving rondom de aanbestedingsprocedure. Verder roepen de regionale raden op hierbij ook een afvaardiging van een groep huisartsen in elke gemeente te betrekken; Daarbij gaat de regio akkoord met het beperken van het aantal aanbieders, maar dient naast de “lokale inbedding”, wel een dekkend “zorglandschap” aanwezig te zijn van een gezonde mix van aanbieders die goed samenwerken en geprikkeld blijven om te innoveren en te transformeren; Verder verzoeken de regionale raden om een zorgvuldig overgangsproces te organiseren van de oude naar de nieuwe inkoopsystematiek voor zowel aanbieders als met name voor de huidige cliënten; De regionale raden verzoeken de positie van de client een belangrijke stem te geven in het inkoopproces.

Wij doen dit overigens door in gesprek te blijven met de lokale en regionale sociale raden en in het selectieproces het cliëntenperspectief een duidelijke positie te geven; Er is vanuit de regio een duidelijke behoefte aan een meer transparante op outcome gebaseerde sturingsinformatie, waarbij niet alleen inzicht wordt geboden in de financiën, maar ook op onder meer kwaliteit, op- en afschalen van zorg en in-, door en uitstroom. Hierbij dient wel een balans gevonden te worden gezien de landelijke oproep (o.a. commissie Sint) om meer te uniformeren en te standaardiseren om de overheadlasten en bureaucratie te beperken; Vanuit de regio blijft de oproep om de verschillende lokale toegangen een belangrijke positie te blijven geven in de nieuwe inkoopsystematiek, met name ook om een coördinerende rol te kunnen vervullen als het gaat om een keuze voor een maatwerkvoorziening of in het voorliggend voorveld, sociale basis of het normale leven. Overigens wordt met de nieuwe inkoopsystematiek getracht deze positie te verstevigen en de toegangen minder te belasten met bureaucratische procedures en werkzaamheden. Dit geldt ook voor de zorgaanbieders. Tot slot willen de regionale raden periodiek meegenomen worden in de voortgang van de inkoopstrategieën en willen de raden meegenomen worden in definitieve selectiecriteria.

Verder zien wij een aantal aandachtspunten die zijn aangedragen door een aantal colleges. Ons voorstel is om deze verder bestuurlijk en/of ambtelijk in bespreking te brengen in aanloop naar het definitief opstellen van de inkoopstrategieën en/of het eerstvolgende Poho-sociaal domein, betreffende: o De concrete verzoeken aangaande planning en de invulling van de inkoopstrategie jeugdhulp (o.a. welke planning per segment, looptijd en bekostigingswijze segment 4);

o

De definitieve planning van de inkoop en governancetraject ten aanzien van beschermd wonen. Overigens is het voornemen de discussie van de nieuwe inkoopstrategie en governance in het najaar te laten samenlopen, maar gezien de hoog oplopende kosten voor de centrumgemeente en later ook de andere gemeenten in de regio Hart van Brabant hier wel urgentie aan te geven.

Behandelend ambtenaar: Erik Roest, telefoon (mobiel) 06 21689100

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10200793/1