CConstaterende datWaalwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

175b Bijlage 2 Sociaal domein uitgangspunten en wensen en bedenkingen houtkoolschetsen

Raadsvergadering (A) 24 juni 2021, gemeente WaalwijkBij agendapunt: Ingekomen stukken11.082 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Bijlage: Uitkomsten bespreking uitgangspunten en wensen en bedenkingen inkoopstrategie sociaal domein regio Hart van Brabant

Aanleiding De regio Hart van Brabant is momenteel druk doende met het opstellen van de nieuwe inkoopstrategie voor de jeugdhulp, Wmo-begeleiding, Wmo-beschermd wonen en participatie. Om dit proces in goede banen te leiden en de betrokken gemeenteraden haar kaderstellende rol goed te kunnen laten vervullen, zijn zogeheten uitgangspunten opgesteld. In de maanden van december tot en met april hebben nagenoeg alle raden deze uitgangspunten besproken en de nodige aanvullingen en aandachtspunten meegegeven. De verdere inkoopstrategie is formeel een verantwoordelijkheid van de colleges van de regio Hart van Brabant, echter heeft de inkoopstrategie een dermate grote inhoudelijke en financiële impact dat besloten is de negen raden inspraak te geven als het gaat om de houtkoolschetsen. Feitelijk zijn de houtkoolschetsen de conceptversies van de inkoopstrategieën en worden de belangrijkste keuzes gevisualiseerd in de praatplaten. De uiteindelijke inkoopstrategieën worden vastgesteld door de colleges van de regio Hart van Brabant. Verder is afgesproken dat de raden periodiek regionaal en lokaal worden meegenomen in de vervolgstappen van de inkoopstrategie. Overigens nemen de gemeenten Waalwijk en Loon op Zand niet deel aan de gemeenschappelijke inkoop voor de Wmo-begeleiding.

Zij doen dat wel gezamenlijk als twee gemeenten ten aanzien van de Wmo-begeleiding en sinds april sluiten de gemeenten Alphen-Chaam en Baarle-Nassau aan bij de regionale inkoopstrategie. Zij doen dit voorlopig middels een zogeheten dienstverleningsovereenkomst met de gemeente Tilburg. Voor deze constructie is gekozen in afwachting van de definitieve besluitvorming rondom de governancediscussie van de regio Hart van Brabant einde dit jaar. Hierin wordt besproken hoe de samenwerking binnen de regio naar de toekomst qua onder meer inhoud, schaal, mogelijkheid tot differentiatie en democratische legimitatie beter vorm gegeven kan worden In deze notitie zetten wij de besprekingen van de uitgangspunten en houtkoolschetsen in de diverse raden uiteen en geven we bovendien advies hoe om te gaan met eventuele aanvullingen en aandachtspunten die diverse raden hebben meegegeven. Overigens moet opgemerkt worden dat veel raden hebben aangegeven zich te kunnen vinden in de uitgangspunten, maar dat deze wel om nadere verduidelijking en operationalisering vragen. Dit heeft uiteindelijk plaats gevonden middels de besprekingen van de praatplaten. Verder hebben naast de raden, ook een aantal colleges hun advies meegegeven en is vanuit Waalwijk met name vanuit de betrokken bestuurders een reactie gekomen.

Onderstaand treft u een overzicht aan van alle reacties van de 9 gemeenten op de uitgangspunten en de houtkoolschetsen, waarna wij tot slot met een overzicht van de rode draden komen die verwerkt en/meegenomen moeten worden in de verdere uitwerking van de inkoopstrategieën, inkoopdocumenten en/of het implementatietraject.

Besprekingen uitgangspunten in de gemeenteraden regio Hart van Brabant 1) Gemeente Hilvarenbeek Bespreking uitgangspunten door de raad van de gemeente Hilvarenbeek De gemeenteraad van Hilvarenbeek kan zich vinden in de hoofdlijnen, zoals die in de notitie “Uitgangspunten inkoop sociaaldomein regio Hart van Brabant” worden beschreven. Wel heeft de raad van Hilvarenbeek de volgende aandachtspunten:

-

-

-

-

De beste plek voor een kind is in het gezin. Uithuisplaatsingen moeten zoveel mogelijk voorkomen worden. Er moeten veel meer mogelijkheden zijn om het gezin ambulant tebegeleiden/behandelen ; Als uithuisplaatsing toch noodzakelijk is, in het belang van het kind, dan moet een zo kort mogelijk traject kunnen worden ingezet, waarin toegewerkt wordt naar concrete resultaten . Plaatsing moet in een omgeving die zoveel mogelijk lijkt op een gezinssituatie; De kwaliteit en inrichting van de ondersteuning moet zodanig zijn dat jeugdigen niet meer van aanbieder naar aanbieder gaan; Een kanttekening bij minder aanbieders is dat dit er niet toe mag leiden dat er een onvolledig aanbod aan zorgvormen ontstaat, of langere wachttijden. Alles wat nodig is moet beschikbaar zi jn; Het is belangrijk dat jeugdigen zoveel mogelijk in de eigen omgeving terecht kunnen voor zorg. Bij de inkoop moet daarom voldoende ruimte zijn voor lokale aanbieders; Wij missen een goede onderbouwing waarom de keuzes die nu voorliggen wel tot transformatie en verbetering zullen leiden ; Draagvlak, bij huisartsen, zorgaanbieders, lokale veld, is een essentiële voorwaarde om de veranderingen te kunnen realiseren.

Het gesprek met deze partijen moet snel worden gestart.We vragen ons af wat normaliseren van onze inwoners vraagt en of dit realistisch is; In de nieuwe inkoopstrategie is sprake van taakgerichte bekostiging i.p.v. resultaat gestuurd. Wij vinden het belangrijk dat kwaliteit en resultaat geborgd zijn in de nieuwe strategie. Tot nu toe is er te weinig resultaat met betrekking tot de beoogde transformatie van het sociaal domein. Er moeten duidelijke prikkels tot innovatie worden ingebouwd, om deze beweging snel op gang te brengen. Daarnaast willen wij onze motie Zorggeld naar de zorg, van 12 november 2020, onder uw aandacht brengen. Deze is als bijlage bij deze brief gevoegd. De motie van de raad van Dongen inzake de uitgangspunten inkoop sociaal domein wordt door ons eveneens ondersteund.

Reactie programmateam op de aandachtspunten van de raad van de gemeente Hilvarenbeek: De aandachtspunten van de raad van Hilvarenbeek komen terug in de houtkoolschetsen van de inkoopstrategie die als zodanig in de praatplaten zijn verwerkt. Uithuisplaatsingen willen we zoveel mogelijk voorkomen en als dit helaas toch het geval is dient dit in een flexibele en kleinschalige setting plaats vinden, waarbij een thuissituatie zoveel als mogelijk wordt nagebootst. Wij kiezen bewust voor een taakgericht bekostiging om met een samenwerkingsverband van een beperkt aantal aanbieders in de hoog specialistische jeugdzorg (het segment 1) te komen tot een zogeheten “wrap-around-care”. Dit betekent dat altijd die zorg geboden kan worden die op dat moment voor een kind, jongere of ouders van essentieel belang is en niet toevallig de zorg die enkel in de instelling geboden kan worden waar het kind of jongere toevallig wel of niet verblijft. Daarbij sturen we op het voorkomen dat kinderen en jongeren tussen instellingen heen en weer moeten bewegen. Het beperken van het aantal aanbieders mag er inderdaad niet toe leiden dat het zogeheten “zorglandschap” niet dekkend is en werken we toe naar een gebiedsgerichte inkoop, waarbij de regio voor zowel de jeugdhulp bij segment 4 als bij Wmo-begeleiding in vier gebieden worden ingedeeld.

Op deze wijze kan de inkoop meer plaatsvinden naar de behoeften van de desbetreffende subregio en kan beter “gefocussed” worden op de verbinding met de sociale basis/voorveld, zoals huisartsen en diverse maatschappelijke organisaties. Daarbij is onze voorkeur, daar waar het kan, dit met een taakgerichte bekostiging te doen en met een beperkter aantal aanbieders. Insteek is overigens te kiezen voor een goede mix van grote en kleine aanbieders die aansluiten bij de lokale behoeften. Daarmee wordt de grip en overzicht sterker op het zorglandschap en kunnen we meer in gezamenlijkheid met en tussen aanbieders de gesprekken voeren en sturen op transformatie en innovatie. Vanzelfsprekend is hier bij de verdere bespreking van de houtkoolschetsen middels de praatplaten nader op ingegaan. Als het gaat om de motie van Dongen, komen wij daar bij de gemeente Dongen op terug. Tot slot wordt de raad van Hilvarenbeek separaat geïnformeerd over hun motie “Zorggeld naar de zorg” en het thema normaliseren, aanpalend aan de discussie over de inkoopstrategie.

Wensen en bedenkingen op de houtkoolschetsen door de raad van de gemeente Hilvarenbeek De raad van de gemeente Hilvarenbeek kwam tot de volgende wensen en bedenkingen: 1) Meetbare cliëntgerichte toegangs-, uitvoerings- en toetsingscriteria aan de inkoopvoorwaarden van het regionale inkoopbeleid sociaal domein regio Hart van Brabant toe te voegen waaraan de zorgaanbieder uitvoering dient te geven; 2) Een methodiek van steekproefsgewijze retrospectieve risico-inventarisatie en analyse toe te passen op multidisciplinaire en complexe casuïstiek; deze gegevens te interpreteren en analyseren, hierop te reflecteren en de uitkomsten te monitoren en te borgen; 3) De raad mee te nemen in de uitvraagcriteria die tijdens het inkoopproces aan de zorgaanbieders worden voorgelegd. Reactie programmateam op wensen en bedenkingen van de raad van de gemeente Hilvarenbeek Als we kijken naar de wensen en bedenkingen gaan we als het gaat om kwaliteit, bedrijfsvoering en financiën concrete voorwaarden opnemen en uitwerken met de gecontracteerde aanbieders. Ook worden hier de onderwerpen als normaliseren, opschalen en afschalen in meegenomen. Wel dient hierin een balans te worden gevonden in verband met de administratieve lastendruk en de landelijke oproep, bijvoorbeeld vanuit de commissie Sint, om zaken enigszins te uniformeren en standaardiseren.

Verder zijn we als regio druk doende met dataficatie en monitoring en is het project smart start (op basis van voorspellende data, wordt passende ondersteuning op scholen, bij huisartsen en in kwetsbare wijken samengesteld) hier een goed voorbeeld van. Ook het regionale maatpact is hierin een goed voorbeeld en initiatief van, waarbij lering wordt getrokken van ingewikkelde multi-problemcasussen. Tot slot zullen wij de definitieve uitvraagcriteria na het uitdoen van de aanbesteding, de diverse raden doen toekomen.

2) Gemeente Tilburg Bespreking uitgangspunten door de raad van de gemeente Tilburg De raad van Tilburg is unaniem akkoord gegaan met de uitgangspunten voor de nieuwe inkoopstrategie sociaal domein. Wel hechten zij waarde aan een verdere uitwerking van hun motie inzake “zorggeld is zorggeld” en het thema normaliseren. Verder heeft de raad behoefte aan concretisering die zij hopelijk terug ziet in de zogeheten praatplaten. Tot slot wil de raad van Tilburg periodiek meegenomen worden in de stand van zaken als het gaat om de inkoopstrategie, gezien het inhoudelijk en financieel belang. Dit afgezien van de nog te bespreken praatplaten. Reactie programmateam op de aandachtspunten van de raad van de gemeente Tilburg: Als het gaat om de motie “zorggeld is zorggeld” en het thema normaliseren zijn inmiddels separate voorstellen al da niet vanuit de regio verstuurd naar de raad van Tilburg. En hebben wij inmiddels de toezegging gedaan, maar geldt feitelijk voor de gehele regio, de raad van Tilburg via regionale radenavonden of specifieke Tilburgse bijeenkomsten, te betrekken bij het verdere proces. Wensen en bedenkingen op de houtkoolschetsen door de raad van de gemeente Tilburg De raad van de gemeente Tilburg heeft ingestemd met de gekozen koers in de houtkoolschetsen.

Wel heeft de raad van de gemeente Tilburg enkele aandachtspunten mee gegeven voor de verdere uitwerking van de inkoopstrategie. Het betreft hier met name aandacht voor: - De raad hecht veel waarden aan de thema’s normaliseren, preventie en dat zorggeld aan zorg wordt besteed; - Het wijkgericht en/of gebiedsgericht organiseren van de zorg en ondersteuning: De raad van Tilburg is van mening dat de geselecteerd aanbieders goed moeten aansluiten in een gebied en/of wijk en vooral als het gaat om de relevante maatschappelijke netwerken; - De impact van de nieuwe inkoopstrategie voor de werkvloer: De raad van Tilburg is van mening dat de inkoopstrategie ook ten positieve moet uitpakken op de werkvloer, waarbij gedacht moet worden aan de Toegang en de geselecteerde zorgaanbieders. Daarbij denkt de raad onder meer het verminderen van de administratieve lastendruk;

-

-

Het goed betrekken van het cliëntenperspectief in de inkoopstrategie: De raad van Tilburg hecht groot belang aan de betrokkenheid van de sociale raad en de collectieve cliëntenplatformen in het verdere inkoopproces. Ook hecht de raad van Tilburg waarde aan het concreet betrekken van clientdeskundigheid bij de concrete aanbestedingsprocedures; Aandacht voor overlap van de zorg en ondersteuning en met name bij de zogeheten 18- en 18+ problematiek: De raad van Tilburg onderschrijft de noodzaak tot meer integrale afstemming tussen de verschillende inkoopsporen om de ondersteuning aan de inwoners van Tilburg kwalitatief te verbeteren. Daarbij hecht de raad met name waarde aan het bekende 18- en 18+ problematiek die ontstaat als jongeren met ondersteuning de volwassen leeftijd bereiken.

Reactie programmateam op wensen en bedenkingen van de raad van de gemeente Tilburg: Als we kijken naar de aandachtspunten van de raad van Tilburg, kan inmiddels gemeld worden dat als het gaat om zowel het thema normaliseren als dat zorggeld aan zorg wordt besteed, de raad inmiddels nader is geïnformeerd. Deze thema’s worden nadrukkelijk meegenomen in de verdere inkoopstrategie, al is normaliseren ook een thema wat verder lokaal besproken en opgepakt moet worden. Dit geldt ook voor de meeste andere raden of zal dit op korte termijn plaatsvinden. Als het gaat om het effect van de nieuwe inkoopstrategie op de werkvloer van zowel de toegangen als de zorgaanbieders hopen wij met een meer taakgerichte bekostiging, die zich ook meer richt op outcome, de administratieve lastendruk te verlagen. Verder proberen wij zoals landelijk steeds meer wordt afgedwongen, aan te sluiten en te voldoen aan landelijke uniformering en standaardisering van verantwoordingseisen om de druk op het werkveld zelf zo laag mogelijk te houden. Voorts als het gaat om het cliëntenperspectief blijven wij met zowel de regionale als de lokale sociaal raad goed in gesprek over de voortgang van de inkoopstrategie en willen wij in de selectieprocedure het cliëntenperspectief een positie geven. Hiervoor bekijken wij diverse voorbeelden in het land.

Tot slot is de afstemming tussen de verschillende inkoopsporen een belangrijke randvoorwaarde in deze nieuwe inkoopstrategie. Daarbij zien wij met name de noodzaak tot afstemming bij multi-problem problematiek, Wmo en participatie en de door de raad van Tilburg genoemde 18- en 18+ problematiek.

3) Gemeente Dongen Bespreking uitgangspunten door de raad van de gemeente Dongen De voltallige gemeenteraad van Dongen staat positief staat tegenover het voorstel “ Vaststelling uitgangspunten voor inkoop sociaal domein 2022”. Dit zeker gezien de raad van Dongen nu (vroeg in het traject) zijn kaderstellende rol wil oppakken en vormgeven. Verder ondersteunen zij de uitgangspunten aangezien de uitgaven aan het sociaal domein een substantieel deel van de Dongense begroting vormen. Daarbij is een efficiënte en zorgvuldige besteding van gemeenschapsgeld in het belang van alle inwoners van de gemeente Dongen. Verder verwachten zij dat de houtskoolschetsen, die een uitwerking van de uitgangspunten zijn, ongetwijfeld een nadere uitwerking en concretisering van het voorliggende voorstel zullen bevatten. Bij de uitwerking van het raadsvoorstel Vaststelling uitgangspunten voor inkoop sociaal domein 2022 wil de raad van Dongen graag de volgende aandachtspunten en kanttekeningen nadrukkelijk onder de aandacht te brengen. Deze aandachtspunten en kanttekeningen zijn unaniem door de Dongense gemeenteraad onderschreven.: - Aandacht voor resultaatgericht werken, zichtbaar in het volgende: a. zorg voor het scherp formuleren van de te bereiken doelen bij de opdrachtverlening(aan de voorkant; b.

monitor de voortgang van het behalen van deze doelen gedurende het procesperiodiek zodat tussentijdse bijstelling mogelijk is; c. evalueer aan het eind van het proces, beoordeel of de doelen zijn gehaald en leer vanhet proces. Monitor periodiek de kwaliteit en de kwantiteit van de zorgverlening; informeer de gemeenteraad / gemeenteraden hierover regelmatig. - Besteed in het aanbestedingstraject naast financiële criteria ook, en vooral, aandacht aan aspecten als kwaliteit van de zorg, samenwerkingsbereidheid en flexibiliteit, en dergelijke; - Betrek bij de uitwerking van de uitgangspunten de bevindingen, resultaten en conclusies en aanbevelingen van het rapport van ‘follow the money’ en het AEF-onderzoek naar financiële tekorten in de jeugdzorg;

-

-

Heb aandacht voor goed toezicht op de uitvoering van de zorg door de organisaties en instellingen; bestrijdt oneigenlijk gebruik van gemeenschapsgeld; stel daartoe bijvoorbeeld een geschillencommissie (of mogelijkheid van mediation) in; Geef aandacht en nadere uitwerking aan het begrip “normaliseren. Denk hierbij een aanbetere aansluiting van de zorg op het aanbod in het ‘voorliggend veld’ en vice versa; Beloon de organisaties en instellingen die het goed doen (goede zorg verlenen, voldoen aan de gestelde eisen, snel resultaat bereiken, samenwerkingsgericht zijn) in positieve zin; Zorg ervoor dat onze inwoners - met name de mensen die complexe zorg nodig hebben – snel geholpen (blijven) worden, voorkom wachtlijsten.

Reactie programmateam op aandachtspunten van de raad van de gemeente Dongen: Het regionaal programmateam heeft bij de bespreking van de praatplaten samen met de raad van Dongen kunnen terugblikken op de aangenomen motie. Als het gaat om het resultaatgericht werken blijven we daar ook in de nieuwe systematiek aandacht voor hebben, maar de wijze waarop we dat vorm geven verschilt per bekostigingssystematiek. Het geven van aandacht aan kwaliteit van zorg, samenwerkingsbereidheid, flexibiliteit wordt meegenomen in selectiecriteria, maar ook nadrukkelijk in het proces wat wij doorlopen als het gaat om de aanbesteding (SAS-procedure). Verder waren wij als regio Hart van Brabant nauw betrokken bij het AEFrapport als lid van de ambtelijke begeleidingscommissie en ook weer bij het vervolgtraject o.l.v. Marianne Sint. Als het gaat om zorgfraude is inmiddels een brief over de regionale inzet op dit thema verzonden, waarin uitvoerig over dit thema en de regionale aanpak wordt ingegaan. Aandacht voor toezicht op uitvoering van zorg doen we naast het opleggen van intensievere selectiecriteria, door het actiever toezien op de eisen die we stellen. Ook willen met een overzichtelijker zorglandschap meer ruimte creëren voor de toegang en contractmanagement om dit toezicht te kunnen houden. Aandacht voor uitwerking het begrip “normaliseren” wordt deels regionaal uitgewerkt.

Er volgt een passend voorstel per gemeente, dus ook voor Dongen. Daarbij zijn ook vele thema’s die lokaal uitgewerkt en besproken moeten worden. Als het gaat om belonen van zorgaanbieders die het goed doen, ligt dit echter lastiger. Een directe beloning ligt niet in het vooruit schiet, wel onderzoeken we het differentiëren in tarieven. Als het gaat tot slot om het voorkomen van wachtlijsten is onze inspanning om bij de nieuwe inkoopstrategie hier nadrukkelijk op te sturen, zeker in segment 1 van de jeugdhulp. Wensen en bedenkingen op de houtkoolschetsen door de raad van de gemeente Dongen De raad van Dongen geeft in aanvulling van haar motie op de uitgangspunten geen wensen en bedenkingen meer mee. Wel vraagt zij aandacht voor de volgende punten: - een regionale radenavond eind 2021 waar de uitkomst van de SAS procedure wordt gedeeld; - het vastleggen van kpi's om de effecten van de nieuwe inkoop te meten; - de term normaliseren aanvullen met de term accepteren. Reactie programmateam op wensen en bedenkingen van de raad van de gemeente Dongen: Het voorstel om eind 2021 een regionale radenavond te organiseren over de uitkomsten van de SAS-procedure kunnen wij alleen maar omarmen. Verder is het inderdaad het voornemen om te komen tot duidelijke KPI’s en monitorafspraken met de zorgaanbieders.

Wel zoeken wij hierin een balans met landelijke standaarden, zoals ook verzocht in de commissie Sint over de beheersbaarheid van de jeugdhulp. Dit om de administratieve lastendruk zo laag mogelijk te houden. Wij hopen hier ook in het najaar op terug bij u te kunnen komen over de stand van zaken. Als het gaat om normaliseren is het accepteren een wezenlijk onderdeel, maar er zijn nog meer aspecten die van belang zijn. Wel merken wij dat meer raden en betrokken partijen moeite hebben bij de term normaliseren. Wij zullen ons beraden op de juiste terminologie, ook naar aanleiding van verdere besprekingen in de regio en de lokale raden ten aanzien van dit onderwerp. Ook landelijk is vanuit de commissie Sint het advies gekomen om de reikwijdte van de jeugdwet tegen het licht te houden en wordt ook geadviseerd voor de Wmo vanuit een werkgroep bestaande uit vertegenwoordigers van het Rijk en gemeenten in het kader van de kabinetsformatie.

4) Gemeente Oisterwijk Bespreking uitgangspunten door de raad van de gemeente Oisterwijk De gemeente Oisterwijk doet een dringende oproep om het proces van de integrale inkoop los te laten en te vertragen voor Beschermd Wonen, Wmo begeleiding (incl. HbH) en Participatie. Maar de uitgangspunten zoals deze zijn geformuleerd, na besluitvorming, wél te laten gelden voor alle toekomstige inkooptrajecten binnen het sociaal domein. Verder geeft de raad van Oisterwijk de volgende aanvullingen mee op de uitgangspunten, te weten: 1. Van output gerichte sturing naar outcome gerichte sturing Alleen bij het sturen op outcome meet je daadwerkelijk het resultaat en niet de manier waarop deze is uitgevoerd. Deze manier van sturing past bij lange termijn denken en zorgt ervoor dat we echt transformeren in plaats van grip houden/krijgen op de verkeerde dingen. 2. Heldere aansluiting van de segmenten voorkomt cherry picking Wanneer we in sommige segmenten de markt voluit laten spelen en in andere juist gericht zijn op taakgerichte financiering, is 'cherry-picking' een mogelijk risico. Ondernemingen en organisaties werken enkel nog met die cliënten waarmee ze resultaat kunnen halen. Een boemerang die op middellange termijn niet goedkoper uitvalt en ervoor zorgt dat inwoners tussen wal en schip vallen.

Reactie programmateam op de aandachtspunten van de raad van de gemeente Oisterwijk: Allereerst is er mede naar aanleiding van de zorgen van Oisterwijk, maar ook andere gemeenten, kritisch gekeken naar de tijdsplanning van de aanbestedingen en ook als zodanig besproken in het Poho-sociaal domein. De integrale afstemming tussen de verschillende inkoopsporen blijft van groot belang, echter is wel besloten om de verschillende inkoopsporen te gaan faseren. Het is ondoenlijk, ook door de gebiedsgerichte benadering, om alles tegelijkertijd aan te besteden. Daarbij kiezen we er allereerst voor de Wmo-begeleiding pas na de zomervakantie in 2021 aan te gaan besteden. Verder willen we door het faseren het te voeren gesprek over de governance en solidariteit bij beschermd wonen, beter koppelen aan het inkooptraject. Het faseren betreft een periode van ruim vier maanden. Als het gaat om de beweging van output naar outcome gerichte sturing, past dit naadloos bij het voorstel om naar een meer gesloten financiering te gaan en de voorkeur voor een taakgerichte bekostiging. De hele beweging van het taakgericht bekostigen is dan ook om van meer output, naar meer outcome-financiering over te stappen. Dit geldt ook voor de wijze van monitoring. Tot slot als het gaat om cherry picking is dit een risico die we in de huidige inkoopsystematieken zien.

Dit is ook een van de redenen om terug te gaan naar een beperkter aantal aanbieders in een overzichtelijk zorglandschap en de voorkeur hebben voor een taakgerichte bekostiging. Op deze wijze kunnen we meer zicht houden op de aanbieders en hun handelen, maar ook meer gezamenlijk werken aan thema’s als innovatie, transformatie, de verbinding met de sociale basis/voorveld en het normaliseren. Verder wordt de kwaliteit van zorg bewaakt door de toegangen, zodat aanbieders niet alleen met cliënten gaan werken waarmee ze resultaat kunnen halen (cherry picking). De toegangen bepalen de zorgtoewijzing, waarbij een aannameplicht wordt vastgesteld. Daarnaast wordt de verantwoording (op basis van geleverde kwaliteit van hulp en ondersteuning) goed ingeregeld en richten we goede terugval-opties in voor cliënten die niet tevreden zijn. Wensen en bedenkingen op de houtkoolschetsen door de raad van Oisterwijk De raad van Oisterwijk heeft vooral stilgestaan bij wat voor Oisterwijk van belang is en kwam tot de volgende wensen en bedenkingen/aandachtspunten: - De toegang Het is van belang dat de toegang een rol blijft spelen in het beoordelen of maatwerk (zorg op basis van een beschikking) nodig is. Een toegang moet niet bepalen wat de zorg moet zijn of in moet houden, maar wel dat er maatwerk zorg nodig is. Daarnaast is het van belang dat zij zicht houden op het verlenen van deze hulp en of

deze bijdraagt aan de beoogde outcome. Onze raad heeft regelmatig benoemd dat sturen op outcome voor hen belangrijk is. Wel is de raad benieuwd hoe dat er dan uit komt te zien. - Normaliseren en Verzakelijken Wij verstaan onder normaliseren: eerst kijken wat je zelf kan of met behulp van je netwerk, heb je iets extra’s nodig kan het voorliggend veld worden ingezet en helpt dat niet kan maatwerk worden overwogen. Wanneer zorg binnen het voorliggende veld geboden kan worden dan moet dit ook daar worden geboden. Alleen als dit niet kan/lukt of niet passend is bij de zorgvraag wordt maatwerk ingezet. Keuzevrijheid is een wettelijke plicht, maar dat wil niet zeggen dat je maximale keuze vrijheid moet bieden. Een minimale vorm van keuzevrijheid past bij verzakelijken en meer grip krijgen op de kosten. Met oog op kostenbeheersbaarheid ziet de raad een belangrijke rol voor de toegang om goed in te schatten waar iemand het beste geholpen kan worden (voorliggend of met maatwerk). Deze rol moet vervuld worden door de toegang om te kunnen sturen op normaliseren. - Kwaliteit van zorg en ondersteuning Door te sturen op outcome (is de inwoner verder gekomen door de ondersteuning) zorg je ervoor dat zorg die wordt ingezet ook bijdraagt aan het te bereiken doel. De raad ziet dit als een manier om de kwaliteit van zorg te borgen.

Dit standpunt heeft de raad ook als aanvulling op de regionale uitgangspunten benoemd. Dit is kenbaar gemaakt aan het algemeen bestuur van de regio Hart van Brabant op 23 februari 2021. Ook is aangegeven dat een integrale benadering van zorg van belang is om iemand duurzaam te kunnen helpen. Tot slot acht de raad het van belang dat ook in de gaten moet worden gehouden of iemand met ondersteuning vanuit de gemeente nog op de juiste plek is/ passend is. Wanner zelfredzaam worden niet meer mogelijk is, sluit de WLZ beter aan bij de behoefte en is overdragen belangrijk. Reactie programmateam op wensen en bedenkingen van de raad van de gemeente Oisterwijk: Als het gaat om de positie van de toegang, onderschrijft het programmateam het standpunt van de gemeente Oisterwijk. De toegang blijft een rol houden in de nieuwe inkoop en is inderdaad aan zet om te bepalen of er maatwerk nodig is of dat er mede in het kader van normaliseren in het voorliggend voorveld een oplossing moet of kan gevonden worden. Met het oog op de voorkeur voor taakgericht bekostigen is het daarbij met name aan de aanbieders om de inhoud van de maatwerkondersteuning te organiseren. Taakgericht bekostigen is bij uitstek ook een outcome gerichte benadering en past bij de wensen van de raad van Oisterwijk.

De wijze van sturen en meten zal in samenspraak worden uitgewerkt met de zorgaanbieders op basis van kwantitatieve en kwalitatieve gegevens. Wel dient hierin een balans te worden gevonden in verband met de administratieve lastendruk en de landelijke oproep, bijvoorbeeld vanuit de commissie Sint, om zaken enigszins te uniformeren en standaardiseren. Tot slot onderschrijven we de inzet van Oisterwijk om vragen van inwoners integraal te benaderen en ook goed te bewaken dat deze ondersteuning integraal wordt aangeboden. Wij hopen door de nieuwe inkoopstrategieën dat de toegangsmedewerkers ook meer tijd krijgen om deze taak goed te kunnen invullen, daar in het oude systeem de arrangementensystematieken een grote administratieve druk creëerde op de toegangsmedewerkers in de regio. Tot slot is het inderdaad beter voor inwoners die structureel ondersteuning nodig hebben en niet meer zelfredzaam zijn, aanspraak te maken op de WLZ Al is dit uiteindelijk aan het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) om dat te bepalen.

5) Gemeente Gilze en Rijen Besprekingen uitgangspunten door de raad van de gemeente Gilze en Rijen De gemeenteraad van Gilze en Rijen heeft net als de gemeente Dongen een motie aangenomen ten aanzien van de uitgangspunten. Daarbij heeft de raad van Gilze en Rijen de volgende overwegingen: -

De uitgaven voor wat betreft het sociaal domein hoog zijn bij de gemeenten binnen Hart van Brabant en dat dit ook geldt voor onze gemeente; Het goed is om manieren te zoeken om deze uitgaven zo efficiënt en doelmatig mogelijk te besteden; De uitgangspunten inkoop sociaal domein Hart van Brabant hier een bijdrage aan kunnen leveren;

-

De afzonderlijke gemeenten de mogelijkheid hebben om nu een zienswijze mee te geven die in de verdere uitwerking van de uitgangspunten sociaal domein meegenomen kan worden.

Daarbij spreekt de raad van Gilze en Rijen als zijn mening uit dat: -

Het goed is om te komen tot minder aanbieders, maar dat hierbij wel een kwalitatief goed lokaal aanbod per gemeente behouden moet blijven met name voor wat betreft de veel voorkomende zorg; Het toewerken naar een meer gesloten financiering, wat met name voor de complexe zorg het geval zal zijn, moet leiden tot een hogere kwaliteit van zorg; Normaliseren goed is waar mogelijk, maar dat dit ook inhoudt dat er bij signalen van een verslechterde situatie opgeschaald kan worden; Er meer aandacht behoort te zijn voor het resultaat van de geleverde zorg.

De raad van Gilze en Rijen verzoekt hun college om bij de verdere uitwerking van de uitgangspunten inkoop sociaal domein binnen Hart van Brabant namens de gemeenteraad van Gilze en Rijen de volgende aandachtspunten mee te geven: 1. 2. 3. 4.

Zorg voor het behoud van voldoende kwalitatief goede lokale aanbieders per gemeente, met name waar het gaat om veelvoorkomende vragen inzake lichte zorg; Zorg bij taakgerichte inkoop voor een inkoop gebaseerd op een reëel volume en een reële kostprijs met onder andere het doel om wachtlijsten zoveel mogelijk te beperken; Maak afspraken in de aanbesteding over het organiseren van overbruggingszorg bij wachtlijsten; Houd zicht op de behaalde resultaten en de kwaliteit van de geleverde zorg en stuur indien nodig bij;

Reactie programmateam op de aandachtspunten op de raad van de gemeente Gilze en Rijen: Bij de bespreking van de praatplaten met de raad van Gilze en Rijen hebben we al kort kunnen ingaan op de motie van de raad van Gilze en Rijen. Allereerst is de inzet om ondanks het beperken van het aantal aanbieders te komen tot een dekkend zorglandschap. Daarbij wordt er juist bewust voor gekozen om met name in de Wmo-begeleiding en de meest voorkomende ambulante jeugdhulp (segment 4) gebiedsgericht te gaan inkopen. Hiermee kunnen aanbieders geselecteerd worden die in een bepaalde subregio, hier met name de subregio Gilze en Rijen, Dongen en zo mogelijk ook de andere ABG-gemeente, het beste passen en een verbinding kunnen leggen met de sociale basis/voorliggend voorveld. De ABG-gemeenten zijn overigens Alphen-Chaam, Baarle-Nassau en Gilze en Rijen. Als het gaat om taakgerichte inkoop is inderdaad de inzet om dit te baseren op een reëel volume en/of kostprijs, waarbij wachtlijsten zoveel als mogelijk voorkomen moeten worden. Met name bij de hoog specialistische jeugdhulp kiezen wij bewust voor een taakgericht bekostiging om met een samenwerkingsverband van een beperkt aantal aanbieders in de hoog specialistische jeugdzorg (het segment 1) te komen tot een zogeheten “wrap-around-care”.

Dit betekent dat altijd die zorg geboden kan worden die op dat moment voor een kind, jongere of ouders van essentieel belang is en niet toevallig de zorg die enkel in de instelling geboden kan worden waar het kind of jongere toevallig wel of niet verblijft. Daarbij sturen we op het voorkomen dat kinderen en jongeren tussen instellingen heen en weer moeten bewegen. Het organiseren van overbruggingszorg is daarbij essentieel. Tot slot blijven wij toezien op de behaalde resultaten en kwaliteit van zorg. De wijze waarop verschilt per bekostigingsvorm. Wensen en bedenkingen op de houtkoolschetsen door de raad van Gilze en Rijen De raad van Gilze en Rijen geeft de volgende wensen en bedenkingen mee op de regionale inkoopstrategie: -

-

Duidelijke informatie en dezelfde informatievoorziening voor alle gemeenteraden in de regio is van belang; Zorg voor een goede evaluatie en zorg dat de pijnpunten die daar mogelijk bij naar boven komen, ook aangepakt kunnen worden. De mogelijkheid hebben om tussentijds bij te sturen en kwaliteit te monitoren, bij te stellen en te waarborgen; Heb aandacht voor en zorg voor betrokkenheid van zowel cliënten als zorgaanbieders;

-

Heb aandacht voor de wat kleinere lokale zorgaanbieders. Van belang dat zij ook deel kunnen nemen aan de nieuwe inkoop; Indien de regio gaat werken met consortia, zorg er dan voor dat dit ook juridisch goed is geregeld.

De raad van Gilze en Rijen heeft wat zorgen en wenst meer info en inzicht te krijgen over de volgende punten: -

-

-

Hoe wordt tot het budget, van voornamelijk de taakgerichte financiering, gekomen? Wat als de zorgvraag stijgt? Hoe worden wachtlijsten voorkomen? Hoe gaan we om met de spanning tussen de geslotenheid van de taakgerichte financiering enerzijds en de (toenemende) zorgbehoefte anderzijds? Als er aanvullend budget nodig is, is het geen gesloten financiering meer; Hoe wordt er gestuurd op kwaliteit en resultaten? Welke consequenties heeft het als men niet de zorg levert die kwalitatief goed is of als de resultaten tegenvallen?; Hoe worden er incentives ingebouwd voor zorgaanbieders om een goede doorverwijzing te maken? Bijvoorbeeld om cliënten door te verwijzen naar een andere aanbieder als hij daar beter op zijn plek zou zijn of naar het voorliggend veld. Hoe wordt innovatie gestimuleerd en hoe zit het met afschaling van zorg? Hoe wordt omgegaan met de wat kleinere lokale aanbieders? Heb hier aandacht voor en zorg voor voldoende variëteit, ook op regionaal niveau.

Reactie programmateam op wensen en bedenkingen van de raad van de gemeente Gilze en Rijen: Allereerst als het gaat om de wensen en bedenkingen, onderstrepen wij de noodzaak tot duidelijke informatie en dezelfde informatievoorziening in de regio. Afgezien van de ondersteuning bij communicatie tussen de raden en colleges per gemeente, zetten wij daarnaast nadrukkelijk in op periodieke bijpraatmomenten op de regionale radenavonden. Verder zien wij het continu monitoren en bijsturen op de inkoop als een belangrijk leerpunt van de vorige inkoopperiode en op basis van de diverse gesprekken in het land van “best practices”. Voorts willen wij de cliënten en zorgaanbieders vanzelfsprekend goed betrekken en organiseren wij in het selectieproces een nadrukkelijke rol voor het cliëntenperspectief. Als het gaat om de kleinere lokale aanbieders, komen we met het gebiedsgericht inkopen tegemoet aan de wens van Gilze en Rijen om meer aanbieders te kunnen selecteren die het best passen bij de eigen lokale situatie. Dit doen wij bij segment 4 van de jeugdhulp en Wmo-begeleiding. De regio Hart van Brabant wordt hier in 4 gebieden ingedeeld, waarbij de desbetreffende gemeenten hun eigen lokale overwegingen kunnen maken in de selectie van zorgaanbieders. Het latere aandachtspunt voor voldoende variëteit is hierbij een nadrukkelijke voorwaarde.

Wel is het zo dat dit dient te geschieden binnen de bestaande wet- en regelgeving. Een-op-een selecteren van bestaande lokale aanbieders is logischerwijs niet mogelijk en moet voldoen aan geldende selectie en gunningscriteria. Wel kan de lokale inbedding daarbij natuurlijk een criterium zijn. Tot slot zien wij toe op goede juridische constructies van samenwerkingsverbanden. Als het gaat om de aandachtspunten, zijn wij momenteel bezig met de eerste berekeningen van het financieel kader voor de inkoopstrategie en ook het kader voor de taakgerichte bekostiging. Een absolute gesloten financiering is zoals eerder aan de raad van Gilze en Rijen aangegeven niet haalbaar, maar zeer frequent overleg tussen de aanbieders en gemeente op basis van kwalitatieve en kwantitatieve data is daarbij een essentieel voorwaarde om de kosten goed te kunnen beheersen. Daarbij staat de kwaliteit van zorg en op- en afschalen natuurlijk ook centraal. Verder worden in het inkoopproces nadrukkelijke afspraken gemaakt over indexatie van budgetten op basis van loon- prijs- en volumestijgingen.

6) Gemeente Heusden Bespreking uitgangspunten door de raad van de gemeente Heusden De regionale inkoopstrategie vraagt volgens de raad van Heusden nog om een nadere uitwerking en vertaling naar de praktijk. Met het oog hierop is het voorstel van de raad van Heusden om in de regio aandacht te vragen voor een aantal zaken die we daarbij als gemeente belangrijk vinden: - De regionale inkoop is in Heusden opgenomen in het eindrapport ‘Sturing Sociaal Domein Gemeente Heusden’ en het bijbehorende plan van aanpak. Naast de inkoop bevat dit document een bredere visie op het sociaal domein bijv. de integrale aanpak van toegang en wijkteams, samenwerking met Baanbrekers en

-

-

-

-

datagedreven werken in het sociaal domein. Het is belangrijk dat de regio op de hoogte is van het eindrapport en plan van aanpak en dat deze ontwikkelingen ruimte krijgen binnen de uitwerking van de regionale inkoopstrategie; Gemeenten moeten de vrijheid houden om onderdelen van jeugdhulp, Wmo e.d. anders in te richten, bijv. aanbod voorliggend te maken, andere inrichting toegang en triage en hier moet dus binnen de verdere uitwerking van de inkoopstrategie ruimte blijven; Een duidelijkere uitwerking van de regionale- versus lokale bevoegdheden en verantwoordelijkheden rondom de inkoop is noodzakelijk. Op dit moment is niet altijd helder waar de verantwoordelijkheid regionaal wordt opgepakt en waar er lokaal taken liggen. Zowel uitvoerend, organisatorisch als ook rondom de besluitvorming. Dit is met name een aandachtspunt voor de inkoop van Wmo-begeleiding en hulp bij het huishouden. Een goede samenwerking is gebaat bij duidelijkheid in bevoegdheden en verantwoordelijkheden; Bij beschermd wonen is een gedeelte van het aanbod nog een grijs gebied dat nader moet worden uitgewerkt. Vervolgens ligt dan de keuze voor of dit lokaal of regionaal ingekocht gaat worden. Waar aanbod past binnen afspraken met lokale partijen heeft dat de voorkeur; waar dat niet lukt, is het gewenst om regionaal in te kopen.

Dit moet dan aansluiten bij de ontwikkelingen binnen de jeugdhulp en Wmosegmenten waar de meeste raakvlakken mee zijn; De Regio Hart van Brabant bestaat uit grotere en kleinere gemeenten. Dit vraagt om alertheid, zodat de lokale context van alle regiogemeenten voldoende ruimte krijgt in de uitgangspunten en verdere regionale uitwerking.

Reactie programmateam op de aandachtspunten van de raad gemeente Heusden De gemeente Heusden hecht sterk aan goede afhechting tussen lokale en regionale verantwoordelijkheden. Daar waar het haalbaar is, kiezen wij in de nieuwe strategische inkoop om gebiedsgericht te werken. Hierbij kan meer worden aangesloten bij de behoeften en de sociale basis/voorliggend voorveld in een subregio waar Heusden onderdeel van uitmaakt. Dit geldt bij de jeugdhulp voor de meest voorkomende vormen van ondersteuning (segment 4) en de Wmo-begeleiding. Als het gaat om een goede afhechting van lokale versus regionale verantwoordelijkheden, zagen wij inderdaad in het verleden dat dit nog wel eens tot onduidelijkheid leidde met name bij de jeugdhulp. In het thans voorliggende inkooptraject, nemen wij dan ook voldoende tijd voor de implementatie om mede dit soort vraagstukken goed te kunnen uitwerken en verantwoordelijkheden goed uit te werken. Wensen en bedenkingen op de houtkoolschetsen door het college en raad gemeente Heusden Zowel vanuit het college als de raad zijn wensen en bedenkingen meegegeven op de houtkoolschetsen.

Als het gaat om het college zijn de volgende wensen en bedenkingen meegegeven: - Daar waar regionale samenwerking onvoldoende oplevert voor onze inwoners, behouden we ons binnen de kaders van de regionale afspraken het recht voor om een en ander in voorkomende gevallen lokaal of subregionaal te organiseren; - Heb aandacht voor een realistische en duidelijk planning voor de inkoop Wmo (begeleiding en dagbesteding). Er moet nog een aantal belangrijke inhoudelijke keuzes gemaakt worden en die keuzes brengen grote veranderingen met zich mee voor de uitvoering (zowel voor consulenten, als administratie als zorgaanbieders). Wees hier alert op en pas de planning daarop aan wanneer dit nodig is om hiermee de kwaliteit van de inkoop te borgen. - Heb aandacht voor de verbinding tussen de verschillende inkopen. Het blijft een uitdaging om ook te komen tot een 3d-aanpak, waarbij Jeugdhulp, Wmo en Participatie met elkaar verbonden zijn. Onduidelijk blijft hoe de verbindingen tussen de diverse inkoopstromen gemaakt gaan worden, zonder dingen dubbelop te doen of onbedoelde schotten te plaatsen. - Heb aandacht voor een goede overgangsfase/sterfhuisconstructies. Bij zowel jeugdhulp als Wmo koersen we af op grote wijzigingen in de uitvoering.

Het is in het belang van onze inwoners en medewerkers, om met de huidige aanbieders duidelijke afspraken te maken over hoe de ondersteuning overvloeit van oude naar nieuwe afspraken. - Heb aandacht voor het juridisch risico bij de inkoop van Wmo-begeleiding wanneer de invulling van de ondersteuning volledig bij de aanbieder wordt neergelegd. De gemeente is en blijft eindverantwoordelijk

voor de ondersteuning die de inwoner ontvangt. Daarbij blijft het onze verplichting om inwoners te informeren over welke en hoeveel ondersteuning zij ontvangen. Dit kan dus niet volledig bij de gecontracteerde aanbieder belegd worden. De vragen van de raad om te komen tot wensen en bedenkingen zijn onder te verdelen in een aantal onderwerpen. Allereerst zijn er verschillende vragen gesteld over het beperken van het aantal aanbieders, wat een van de uitgangspunten van de regionale inkoop is. Zo is de raad van Heusden bezorgd over het risico dat er een monopoly ontstaat, waardoor een zorgaanbieder wellicht ook de prijs op kan drijven. Verder werden vragen gesteld over hoe je de keuze maakt welke aanbieders wel en niet gecontracteerd worden. En we als regio geen risico lopen op bezwaar, wanneer een aanbieder buiten de boot valt. Dit laatste is niet te voorkomen, maar met het opstellen van goede toelatingscriteria, zijn de risico’s die door de raad genoemd worden, te beperken. Daar ligt dan ook aandachtspunt wat duidelijk naar voren kwam tijdens de thema avond. Een aantal vormen van ondersteuning, zullen ingekocht worden in een consortium van een beperkt aantal aanbieders, per perceel. Bij jeugdhulp zal Heusden een perceel vormen met Loon op Zand en Waalwijk. Doordat deze twee gemeenten niet meedoen met de regionale inkoop Wmo, zal Heusden daar een eigen perceel vormen.

Hierop werd gevraagd of dit automatisch leidt tot een consortium van kleinere aanbieders en dus het ontbreken van grotere aanbieders. Dit hoeft niet het geval te zijn, maar kan ook als aandachtspunt genoteerd worden. Rondom het werken met een consortium, een samenwerkingsverband van meerdere aanbieders, werden nog twee aandachtspunten benoemd. Ten eerste hoe het samenwerkingsverband wordt aangestuurd, wie wordt daar verantwoordelijk voor. Daarnaast werd ook het onderaannemerschap benoemt als aandachtspunt. Hoe stuur je daarop en voorkom je dat aanbieders die niet voldoen aan de selectiecriteria, toch via een achterdeur mee kunnen doen. Is dat aan de gecontracteerde zorgaanbieder, of moet je hier als gemeenten zelf op toetsen? Tot slot zijn er verschillende vragen gesteld over hoe de overgangsfase eruit gaat zien. Wat als zorgaanbieders die nu wel gecontracteerd zijn, in de nieuwe inkoop geen contract meer hebben? Worden onze inwoners dan gedwongen om naar een andere aanbieder over te stappen? Hoe de overgangsfase eruit zal zien moet nog verder uitgewerkt worden. Vaak wordt er gewerkt met een sterfhuisconstructie, waarbij lopende toekenningen blijven doorlopen en er pas bij een nieuwe toekenning een overstap wordt gemaakt naar een nieuwe aanbieder. Dit ligt ook bij deze inkoop in de lijn der verwachtingen. Dit is uiteraard ook een belangrijk aandachtspunt om mee te geven.

Samenvattend liggen de aandachtspunten van de van Heusden op de volgende onderwerpen: · aandacht voor goede criteria bij inkoop; · aandacht voor goede mix van aanbieders; · aandacht voor goede aansturing van consortium; · aandacht voor een goede overgangsfase van oude naar nieuwe inkoop. Reactie programmateam op wensen en bedenkingen van college en raad van de gemeente Heusden: Allereerst kijkende naar de wens van het college van Heusden om het voorbehoud in te brengen om taken altijd in eigen in eigen beheer te kunnen oppakken, is natuurlijk een recht die iedere gemeente in de regio Hart van Brabant heeft. Daarbij blijven natuurlijk afspraken over ontbinding in gesloten overeenkomsten natuurlijk wel van kracht. Echter voor de jeugdhulp en beschermd wonen geldt dat we verplicht zijn te voldoen aan de zogeheten Norm van Opdrachtgeverschap (NVO) en is samenwerking het uitgangspunt. Verder ligt er bij de Raad van State een wetsvoorstel voor die dit nog eens bekrachtigd en regionale samenwerking via een gemeenschappelijke regeling afdwingt. Al is dit laatste al wel het geval in onze regio. Als het gaat om de wens van het college om een realistische planning en de verbinding tussen de verschillende inkoopsporen heeft dit continu de aandacht.

Allereerst wordt de planning continu aangepast aan de meest actuele ontwikkelingen op haalbaarheid, maar dienen we wel een balans te vinden qua snelheid gezien de financiële situatie van enkele gemeenten in onze regio. Verder heeft de samenhang en verbinding tussen de inkoopsporen continu onze aandacht en is ook een van de ontstaansredenen van deze inkoopstrategie. Voorts onderschrijven wij de noodzaak tot een zorgvuldige overgang van de oude inkoopsystematiek naar de nieuwe,

met name als het gaat om de overgang voor cliënten. Dit dient zorgvuldig plaats te vinden en zal de looptijd van een arrangement daarin naar alle waarschijnlijkheid het uitgangspunt zijn. Tot slot begrijpen wij de inbreng van het college van Heusden als het gaat om de nieuwe wijze van werken met betrekking tot de Wmobegeleiding en de wijze van samenwerken tussen gemeenten en aanbieders in het taakgericht financieren. Dit vraagt om een andere samenwerkingsrelatie ten opzichte van de huidige inkoop en zal frequent overleg tussen gemeenten en aanbieders noodzakelijk zijn op basis van vooraf gestelde kwantitatieve en kwalitatieve data ten aanzien van onder meer kwaliteit, op- en afschalen van zorg en in-door-en-uitstroom. Verder zijn wij blij als programmateam met de aandachtspunten van de raad van Heusden. Goede criteria zijn allereerst van belang om te komen tot een goede mix van aanbieders die passen bij de regio en/of bij het gebiedsgericht inkopen bij de lokale situatie van Dongen. Ook is dit van belang om ervoor te zorgen dat zorggeld aan zorg wordt besteed en zorgfraude wordt voorkomen. Verder is het goed kunnen aansturen van een samenwerkingsverbanden, zoals al hierboven aangegeven, een speerpunt bij het taakgericht financieren, wat eveneens geldt voor een zorgvuldige overgangsperiode van het oude naar het nieuwe systeem.

7) Gemeente Loon op Zand Bespreking uitgangspunten en houtskoolschetsen door college en de raad van de gemeente Loon op Zand De raad van Loon op Zand heeft zowel de uitgangspunten als de houtkoolschetsen in een gezamenlijk traject behandeld. Ook het college heeft daarbij zijn opvattingen meegegeven. Daarbij komen het college en de raad van Loon op Zand tot de volgende zienswijze: De gemeente Loon op Zand heeft inhoudelijk sympathie voor de uitgangspunten, maar neemt de gemeente Loon op Zand zoals bekend niet op alle punten deel aan de regionale integrale inkoop in het sociaal domein. De sprong naar regionaal contracteren is voor Loon op Zand “een brug te ver”. Loon op Zand kijkt steeds naar de schaal die hen het beste past voor het contracteren van hun diensten en voorzieningen. Loon op Zand werkt lokaal waar dat kan en subregionaal of regionaal waar dat meerwaarde biedt. De afweging maakt Loon op Zand in die volgorde. Inkoop is geen doel op zich, maar een middel om de resultaten van Loon op Zand te behalen. Voor Wmo-begeleiding en p-wet heeft Loon op Zand gekozen voor subregionale samenwerking. Dit is qua schaal zowel efficiënt en effectief. Loon op Zand is tevreden over deze samenwerking en wil deze borgen en verder ontwikkelen.

Ondanks dat Loon op Zand niet meedoet bij de regionale inkoop op deze onderdelen, denkt Loon op Zand graag mee en houdt zij de opties voor de toekomst open. Vanuit deze overwegingen komt Loon op Zand tot de volgende wensen voor de regionale inkoop: 1. Normaliseren concretiseren Normaliseren, niet medicaliseren, problemen zoveel mogelijk in je eigen omgeving oplossing. Accepteren dat iedereen anders is. Allemaal termen die aangeven wat we bedoelen met normaliseren. Wat bedoelen we in Loon op Zand, maar ook in HvB nu precies met dit begrip? Waar zetten we op in? Wat willen we bereiken. Dit is iets wat je als gemeente niet op kunt leggen aan bewoners, daar moet je samen vorm en inhoud aangeven. We weten nog niet wat de duiding van dit begrip voor Loon op Zand, betekent voor de inkoop binnen het sociaal domein. 2. Klantgerichtheid inwoners in procedures De inkooptrajecten worden door diverse werkgroepen voorbereid. Er moet voldoende aandacht zijn voor gezinnen die te maken hebben met voorzieningen uit die verschillende wetten. Dat is één van de hoofdredenen om de 3D inkoop vorm te geven. We merken dat in de werkgroepen veel aandacht is voor de gemeentelijke of organisatorische verbeterpunten. We moeten de gebruikers, onze inwoners die ondersteuning nodig hebben, niet vergeten. We vragen daarom blijvend aandacht om de gebruiker niet te

vergeten in het proces. Maak regelmatig “de klantreis” oftewel bekijk wat we aan het bedenken zijn ook vanuit het perspectief van de klant. 3. Toegang is en blijft lokaal De manier waarop de toegang is geregeld wordt bepaald door lokale keuzes. Deze zijn beïnvloed door visie en praktijk. Er is lokaal het beste beeld van de sociale kaart. In klein gemeenten zijn de lijntjes tussen de uitvoering (toegang en wijkteam) kort en kennen ze de lokale partners en mogelijkheden van het voorliggend veld het beste. Wij geloven niet in standaardiseren van die toegang, maar juist dat verschillen elkaar aanvullen. De inkoop van producten en diensten bepaalt niet hoe je de toegang organiseert, de wijze waarop de toegang is georganiseerd, is wel van invloed op de afspraken die je maakt bij je inkoop. Wij hebben in het verleden gekozen voor het aanstellen van vakinhoudelijke professionals in onze toegang en zijn nog steeds van mening dat we daardoor onze verantwoordelijkheid als gemeente goed in kunnen vullen. 4. Ruimte voor kleine (lokale) aanbieders We begrijpen de wens van de regio om het aantal aanbieders te beperken. Dat maakt het werk overzichtelijker voor de contractmanagers, de toegang, maar ook voor de inwoners. Meer keus is niet altijd beter. We merken dat we lokaal een aantal (kleine) aanbieders hebben waar we goed mee samen kunnen werken in het belang van onze inwoners.

Deze (kleine) lokale aanbieders spreken de taal van onze inwoners en kennen het palet aan voorzieningen. Samen werken we aan meer samenhang in het aanbod (van preventief, voorliggende tot maatwerk), dichtbij, laagdrempelig en betaalbaar. Dit koesteren we en willen we behouden. Daar waar wij kiezen voor inkoop in een groter verband willen we dit niet kwijt raken. Reactie programmateam op de gemeente Loon op Zand Allereerst als het gaat om het thema normaliseren, is de reactie van Loon op Zand herkenbaar. Normaliseren is een weerbarstig thema wat meerdere raden hebben aangekaart en ook landelijk wordt de zogeheten reikwijdte van de Jeugdwet via de commissie Sint en de Wmo steeds meer ter discussie gesteld. Het is aan te bevelen dit gesprek zowel regionaal als lokaal verder te voeren en te doorleveren. Meerdere gemeenten in de regio hebben dit al opgepakt. Verder onderschrijven wij het punt van Loon op Zand om de klantgerichtheid centraal te blijven stellen en doen dit allereerst door in gesprek te blijven met zowel de lokale als regionale sociale raden. Verder willen wij in de selectieprocedure het cliëntenperspectief een positie geven. Hiervoor bekijken wij diverse voorbeelden in het land. Als het gaat om de ingeslagen weg van de toegang in Loon op Zand lijkt dat ons een verstandige keuze, die wij met de nieuwe inkoopstrategie hopen te verstevigen.

De inzet is om met de nieuwe inkoopstrategie ook meer ruimte te creëren voor de toegangsmedewerkers en niet verstrikt te laten raken in zogeheten arrangementensystematiek. Echter voor Beschermd Wonen en Segment 1 van de jeugdhulp willen we wel toe naar enige uniformering, waarbij natuurlijk wel de positie van de lokale toegang overeind moet blijven staan. Tot slot komen we met het gebiedsgericht inkopen tegemoet aan de wens van Loon op Zand om meer aanbieders te kunnen selecteren die het best past bij de eigen lokale situatie. Dit doen wij bij segment 4 van de jeugdhulp en Wmo-begeleiding (hier doet Loon op Zand niet aan mee). De regio Hart van Brabant wordt hier in 4 gebieden ingedeeld, waarbij de desbetreffende gemeenten hun eigen lokale overwegingen kunnen maken in de selectie van zorgaanbieders. Wel is het zo dat dit dient te geschieden binnen de bestaande wet- en regelgeving. Een-op-een selecteren van bestaande lokale aanbieders is logischerwijs niet mogelijk en moet voldoen aan gelde selectie en gunningscriteria. Wel kan de lokale inbedding daarbij natuurlijk een criterium zijn.

8) Gemeente Waalwijk Bespreking uitgangspunten van de gemeente Waalwijk De reactie op de uitgangspunten is door de betrokken portefeuillehouders gegeven en gaat daarbij de uitgangspuntennotitie volgens Waalwijk ten onrechte uit van een gezamenlijke inkoopronde Wmo en Jeugd voor de gemeente Waalwijk. De gemeente Waalwijk staat niet achter een integrale inkoop sociaal domein en onderschrijft de notitie niet. Verdere inhoudelijke reactie op de notitie is wat betreft Waalwijk niet aan de orde, juist omdat het geschreven is vanuit de gedachte van een integrale inkoop. Waalwijk is voor een

waardevolle samenwerking voor de jeugd (en mogelijk voor Beschermd Wonen), maar blijven de overige onderdelen van het sociaal domein zo lokaal mogelijk uitvoeren. Reactie programmateam op de gemeente Waalwijk Allereerst heeft de gemeente Waalwijk er niet voor gekozen om de raad uitgebreid te betrekken, zoals bij de andere acht gemeenten heeft plaatsgevonden. Wel hebben de betreffende portefeuillehouders zoals hierboven aangegeven hun reactie te geven. Allereerst is het van belang te vermelden dat wij de regionale inkoop zo goed mogelijk willen afstemmen tussen de verschillende inkoopsporen, maar ook met die gemeenten die op een bepaald inkoopspoor niet deelnemen. Om dit concreet te maken zien wij het als een verplichting om Beschermd Wonen en Jeugdhulp zodanig in te richten, dat ook een goede connectie gemaakt kan worden met de lokale taak Wmo-begeleiding in Waalwijk en Loon op Zand. Beschermd Wonen is overigens geen keuze gezien de landelijke richtlijnen en verplichting om te komen tot een zogeheten “Norm voor Opdrachtgeverschap”. Verder zullen wij trachten de mogelijkheid open te houden, om gemeenten later in te kunnen laten stappen bij bijvoorbeeld Wmo-begeleiding, zodat geen enkele gemeente op voorhand is uitgesloten.

Wensen en bedenkingen op de houtkoolschetsen door de gemeente Waalwijk Net als de reactie op de uitgangspunten, zijn de wensen en bedenkingen op de houtkoolschetsen door de betrokken bestuurders opgesteld. Het eerdere gemaakte standpunt bij de uitgangspunten blijft overeind staan en doet Waalwijk enkel mee aan de inkoop van jeugdhulp en beschermd wonen. Wat betreft het proces van normaliseren kan Waalwijk hier alleen maar voorstander van zijn, maar de positieve resultaten die hiervan verwacht worden zullen pas op lange – termijn zichtbaar worden. Wat betreft de inkoop jeugdhulp en de daarbij behorende houtkoolschetsen geeft Waalwijk de volgende wensen en bedenkingen praatplaten het volgende: Jeugdhulp: Waalwijk is akkoord gegaan met de voorgestelde inkoopprocedure maar hebben daar nog wel een aantal kanttekeningen bij te weten: - Onduidelijkheid en zorgen m.b.t. het proces van inkoop jeugdhulp. Wanneer start het inkooptraject en voor welk segment (1t/m4); - Waalwijk is akkoord met het inkopen van minder zorgaanbieders voor segment 4 maar wel met dien verstande dat er voldoende zorgaanbieders beschikbaar zijn die aan de zorgvraag tegemoet kunnen komen. Alleen een maximaal aantal benoemen is voor ons niet voldoende. Ook lokale/ sub - regionale zorgaanbieders zijn nodig om tegemoet te komen aan de zorgvraag.

Met name ook de huisartsen zijn niet meegenomen in het traject en krijgen straks te maken met “niet – gecontracteerde” zorgaanbieders. Er zijn wel gesprekken gevoerd met een paar huisartsen, maar die zijn niet representatief voor alle huisartsen in Hart van Brabant; - Ook is nog niet helder hoe de inkoop van segment 1 gaat plaats vinden. Met name de zorgaanbieders in het consortium ( 1 of 2) zijn voor ons onbekend; - Datzelfde geldt voor de wijze waarop de Toegang moet gaan werken wanneer er een indicatie voor segment 1 wordt afgegeven. Hoe gaan zorgaanbieders daar mee om? Gaan zij straks voorrang geven aan de casussen die bij de Experttafel terechtkomen terwijl dat maar een klein deel van de segment 1 casussen is?; - Onduidelijk is welke taken er voor de Toegang komen in relatie tot de functie van coördinatie en regie. In de werkgroep is al helder gemaakt dat daar nog veel onduidelijkheid over is en dat er ook helderheid gegeven moet worden ten aanzien van de benodigde capaciteit en deskundigheid om de taken uit te kunnen voeren; - Verder vragen wij aandacht voor het kostprijsonderzoek. Het werken met arrangementen vanaf 2017 heeft ertoe geleid dat de tekorten voor de gemeente Waalwijk enorm zijn toegenomen.

De gemeente Waalwijk is nog steeds een voorstander van pxq- financiering, omdat wij van mening zijn dat de zorgaanbieders dan betaald krijgen voor wat ze daadwerkelijk uitvoeren; - Wij hebben begrip voor het feit dat er niet direct afgestapt kan worden van de arrangementen – systematiek in verband met een zorgvuldig kostprijsonderzoek. Toch zijn wij van mening dat daar met

grote prioriteit aan gewerkt moet worden. Er zouden tussenarrangementen komen voor 2022, maar daarvan is nog niets bekend. Daarom lijkt het ons niet wenselijk om contracten met zorgaanbieders in segment 4 voor langer dan 1 jaar af te sluiten. Bij deze met klem het verzoek om deze zienswijze mee te nemen in alle voorbereidende werkzaamheden alvorens het inkooptraject Jeugdhulp start. Beschermd wonen: - Wat betreft Beschermd Wonen onderzoeken wij wat regionaal moet en wat lokaal kan; - Wij zien dat er tot nu toe is veel werk is verzet door de werkgroep inkoop beschermd wonen. Er is al veel nagedacht over de inkoopstrategie en uitwerking in toegang, leveranciersmanagement en bekostigingssystematiek. We zijn benieuwd naar het moment waarop hier definitieve besluitvorming over wordt verwacht van alle lokale colleges; - Wat we missen in het traject is de aandacht voor visievorming: waar baseren we de keuzes op? Aan welke doelstelling moet deze manier van inkoop tegemoetkomen? We hebben hier regionaal nog geen besluiten over genomen. Die volgen, naar verwachting, pas aan het eind van dit jaar in de Regiovisie. Het voorstel van de werkgroep is nu om met drie maanden te vertragen. Wij vragen ons af of dit voldoende uitstel is.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10200793/1