133 Baanbrekers begroting 2026
Tekst van het document
Toelichting op de risico's 1. Macrobudget Rijksmiddelen € 500.000
De verlaging van het macrobudget van de WSW-Rijksvergoeding is gebaseerd op een verwachte uitstroom van SW-medewerkers. Landelijk wordt geconstateerd dat de daadwerkelijke uitstroom lager
ligt dan rekenkundig is meegenomen. Dit heeft tot gevolg dat er een discrepantie ontstaat tussen de subsidiestroom en de daadwerkelijke lasten welke ten laste komen van de SW-organisatie. Het financiële effect van dit risico drukt op de staat van baten en lasten. 2. Ontwikkeling van het aantal uitkeringsgerechtigden € 600.000
De ontwikkeling van het aantal uitkeringsgerechtigden is gebaseerd op landelijke verwachtingen. Op lokaal
niveau kunnen
deze
afwijken. Tot enkele
jaren
geleden
ontwikkelde
het aantal
uitkeringsgerechtigden bij Baanbrekers zich gunstiger dan de landelijke trend, maar dit is niet vanzelfsprekend. Omdat de werkelijke ontwikkeling van de BUIG een onvoorspelbaar karakter heeft, blijft dit een risicopost, die overigens lastig te kwantificeren is.
3. Risico's deelnemingen (Garantstelling Baanbrekers aan Ruelong B. V.) €250.000 In 2018 is door het algemeen bestuur besloten dat Baanbrekers een voorziening opneemt voor het
negatief eigen vermogen van Ruelong B.V. Op grond van dit besluit heeft Baanbrekers een voorziening getroffen voor de gecumuleerde verliezen van Ruelong B.V. tot en met het boekjaar 2025. Voor de komende jaren wordt een dotatie in de voorziening geraamd ter hoogte van het verwachte bedrijfsresultaat. Het risico bestaat echter dat het daadwerkelijk resultaat in negatieve zin afwijkt van
de begroting. 4. Vergrijzing € 1.000.000 Doordat er geen nieuwe instroom in de WSW plaatsvindt, neemt het aandeel 'oudere' SWwerknemers bij Baanbrekers toe. Door een hoger arbeidsongeschiktheidspercentage onder oudere medewerkers leidt dit tot hogere kosten. Dit risico wordt ingeschat op € 1 miljoen over een periode van 5 jaar. 5. Omzet € 2.329.000 Het wegvallen van opdrachtgevers heeft bij de invoering van de Participatiewet impact op het resultaat. Baanbrekers is meer dan bij de SW afhankelijk van de opdrachtgevers omdat het Rijk alleen het ontbrekende deel aan loonwaarde compenseert. Dit risico wordt ingeschat op 30% van de omzet van de tien grootste opdrachtgevers.
•
~'1• [• ~ 1 l'!
ir}
~ir} r
ster mensenwer
6. Ontwikkeling loonkosten € 600.000 De stijging van de loonkosten WSW kan hoger zijn dan de compensatie daarvoor vanuit de WSW Rijksvergoeding. Dit risico wordt ingeschat op 1% van de salarislasten WSW, zijnde € 120.000. Voor 5 jaar bedraagt dit € 600.000. 7. Afwijkende loon- en prijsontwikkelingen t.o.v. CPB-index € 150.000 Voor het berekeningen van de loon- en prijsontwikkeling wordt uitgegaan van de "index loonvoet sector overheid" en de "netto materiële overheidsconsumptie" volgens de meest recente septembercirculaire. Jaarlijks blijkt dat bij de realisatie hier afwijkingen op ontstaan.
Financiële kengetallen Het BBV schrijft voor dat in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing een aantal verplichte kengetallen wordt opgenomen. Doel daarvan is inzicht te geven in de financiële positie van de organisatie. Kengetal
Jaarrekening 2024*
Begroting 2025
Begroting 2026
Netto schuldquote
14,0
30,0
28,8
Idem gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
13,8
29,8
28,6
Solvabiliteitsratio
18,7%
9%
3%
Structurele exploitatieruimte
6,9 %
0%
0%
'voorlopige jaarrekening 2024
Netto schuidquote Het BBV schrijft twee vergelijkbare kengetallen voor: De netto schuldquote; De netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen. De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen en geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en aflossingen op de exploitatie. Netto wil zeggen dat van de schulden eventueel uitgezette gelden zijn afgetrokken. De schuldenlast wordt uitgedrukt in een percentage van de begrotingsomvang exclusief mutaties op reserves. Solvabiliteitsratio Solvabiliteit geeft aan hoe groot het aandeel is van het eigen vermogen in het totaal van de passiva. Het kengetal geeft inzicht in de mate waarin Baanbrekers in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. De ratio is het eigen vermogen als percentage van het balanstotaal. Hoe hoger deze ratio, hoe gunstiger dit is voor de financiële weerbaarheid van de organisatie. Structurele exploitatieruimte In dit kengetal komt tot uiting of Baanbrekers over voldoende structurele baten beschikt om de structurele lasten te dekken. De structurele lasten en baten worden in dit kengetal uitgedrukt als een percentage van de totale baten (voor mutaties op reserves) van het betreffende jaar. Een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten te dekken.
Een cijfer van rond de nul (tussen -0,4 en 0,4) betekent dat de structurele baten en lasten min of meer in evenwicht zijn. Beoordeling van de onderlinge verhouding tussen de kengetallen en relatie tot de financiële positie De kengetallen zijn in overeenstemming met de positie van Baanbrekers als gemeenschappelijke regeling. De organisatie heeft een beperkt eigen vermogen en is gedeeltelijk gefinancierd met vreemd vermogen. Dit komt tot uiting in de solvabiliteitsratio. De uitkomst hiervan wordt voor een belangrijk
Begroting 2026
deel bepaald door het beleid ten aanzien van de opbouw van de algemene reserve. Door de algemene reserve te maximeren en de bestemmingsreserves te reguleren is indirect besloten om niet te sturen op de solvabiliteit. De afname van de solvabiliteitsratio wordt veroorzaakt door het feit dat in 2024 de opgenomen leningen (t.b.v. financiering nieuwbouw) nog niet besteed waren. In 2025 en 2026 is de nieuwbouw gefinancierd met deze leningen.
~
°~~'L•[•T11~►1-~~ ~-
2.2.2
Onderhoud kapitaalgoederen
Huisvesting - meerjarig onderhoud In 2025 is de nieuwbouw opgeleverd en in gebruik genomen. Door een extern bureau is in februari 2025 een nieuw Meerjarig onderhoudsplan voor de komende 25 jaar opgesteld. Met een jaarlijkse storting van € 147.119 in deze voorziening worden de kosten van groot onderhoud voor de komende 25 jaar afgedekt.
Begroting 2026
2.2.3
Financiering
In deze paragraaf wordt ingegaan op de ontwikkelingen en uitgangspunten voor de kasgeldlimiet, de rente, de geldleningen en het treasurybeleid. De paragraaf beoogt, in samenhang met de financiële verordening, inzicht te geven in de sturing en beheersing van de financieringsfunctie. De doelstellingen van de treasuryfunctie zijn in het treasurystatuut geconcretiseerd voor risicobeheer, financiën en kasbeheer. De voornaamste doelstellingen zijn het beperken van financiële risico's, het verbeteren van het renteresultaat en het regelen van het liquiditeitenbeheer. Treasury In de vergadering van het algemeen bestuur van 16 december 2019 is het herziene treasurystatuut Baanbrekers vastgesteld. Het treasurystatuut geeft de spelregels voor de treasuryfunctie en diverse uitgangspunten voor het risicobeheer. Schatkistbankieren Overheden mogen sinds 2014 tegoeden uitsluitend bij het Rijk of andere decentrale overheden
wegzetten. Dit is primair bedoeld om de staatsschuld terug te dringen. De banktegoeden die boven het drempelbedrag uitkomen, moeten worden overgemaakt naar een aparte rekening bij de Rijksschatkist. Het drempelbedrag wordt jaarlijks op basis van het begrotingstotaal berekend. Leningen en kredietfaciliteiten Baanbrekers heeft drie opgenomen langlopende leningen: Verstrekker
Schuld per 1-1-2026
Jaarlijkse aflossing
Jaar laatste aflossing
Rente
*BNG 20jaar BNG 50 jaar
€ 120.000 18.400.000 4.700.000
€ 15.000 400.000 100.000
2033
3,40 %
2071 2072
0,71% 1,368%
BNG 50 jaar
Totaal € 23.220.000 * Deze lening is afgesloten t.b.v. de gemeente Waalwijk.
€ 515.000
Indien het voor de financiering van nieuwe investeringen in 2026 noodzakelijk is aanvullende (langlopende) leningen aan te trekken, zal dit conform de kaders van het treasurystatuut plaatsvinden. Bij de Rabobank en de ING is roodstand niet toegestaan. Baanbrekers heeft bij de BNG een kredietfaciliteit van € 3,1 miljoen (situatie per begin 2025). Rentevisie
Verantwoorde financieringsbeslissingen vereisen een goede inschatting van de renteontwikkelingen. De leningen bij de BNG ad € 20 miljoen en € 5 miljoen zijn in 2021 en 2022 aangegaan en dienen ter
financiering van de herhuisvesting. Met het opnemen van deze langlopende leningen zijn renterisico's voor de komende jaren geminimaliseerd.
Onderscheiden worden rente voor kortlopende leningen (< 1 jaar) en rente voor langlopende leningen (> 1 jaar). Voor de begroting 2026 gaan we uit van maximaal 3,5% voor zowel kortlopende als langlopende leningen. Renterisicobeheer Algemene uitgangspunten voor het renterisicobeheer: Geen overschrijdingen van de renterisiconorm conform de wet Financiering decentrale overheden (Fido);
Afstemming van nieuwe leningen/uitzettingen op de liquiditeitsplanning en de financiële positie; Maximale afstemming van de rentetypische looptijd en het renteniveau van de betreffende lening/uitzetting op de actuele rentestand en de rentevisie.
'l• [• ~i t'1 i-}
ft-}
T-
Kasgeldlimiet Met de kasgeldlimiet stelt de wet Fido een norm voor het maximumbedrag voor de financiering van de bedrijfsvoering met kortlopende middelen (looptijd <1 jaar). De kasgeldlimiet voor de gemeenschappelijke regelingen is 8,2% van het begrotingstotaal. De verwachting is dat wij aan deze norm voldoen. Rentetoerekening Op grond van het BBV dient de paragraaf financiering inzicht te geven in: De rentelasten; YI Het renteresultaat; W De wijze waarop rente wordt toegerekend aan investeringen en projecten. In de begroting 2026 is een bedrag voor rente op langlopende leningen opgenomen van € 193.500. Rentebaten worden niet structureel geraamd. Aan investeringen en projecten wordt geen rente toegerekend. Het renteresultaat bestaat dus uit de werkelijk verschuldigde rente. Renterisiconorm Ter beperking van het renterisico op de vaste schulden heeft de wetgever de renterisiconorm vastgesteld. Deze norm schrijft voor welk deel van de lange termijn leningen (> 1 jaar) maximaal vernieuwd mag worden in een begrotingsjaar. Voor gemeenschappelijke regelingen is dit vastgesteld op 20%van het begrotingstotaal. Baanbrekers zal naarverwachting binnen deze norm blijven.
Begroting 2026
P
2.2 0 4
1
Verbonden partijen
De volgende verbonden partijen zijn allen gevestigd in Waalwijk en vallen volledig onder de invloed van (het bestuur van) Baanbrekers: Soort
Verbonden partijen
1.Gemeenschappelijke regelingen
n.v.t.
2. Vennootschappen en coöperaties
a) Ruelong B.V.
3. Stichtingen en verenigingen
b) Stichting Bevordering Werkgelegenheid Midden-Langstraat (SBW)
4. Overige verbonden partijen
c) Stichting Fidant n.v.t.
.
r ~T+~ái. +7"it-ár'~ í -~1~i.+~ '1'
L' T 1 L'~ i~T
11~} T`
a) Ruelong B. V. De besloten vennootschap Ruelong B.V. is voor 100% eigendom van Baanbrekers. Het bestuur van de B.V. ligt bij de directeur van Baanbrekers. Er is een manager benoemd die taken en werkzaamheden van de B.V. in de uitvoering verricht onder verantwoordelijkheid van deze directeur/bestuurder. Bij het besturen van Ruelong B.V. wordt rekening gehouden met de belangen van de aandeelhouders. Dit gebeurt door afstemming over de wijze van besturen met de Algemene Vergadering van Aandeelhouders (AvA), zijnde de voorzitter van het dagelijks en algemeen bestuur van Baanbrekers. Ruelong B.V. exploiteert de bedrijfsactiviteiten groen en schoonmaak. Gedurende het jaar 2024 zijn gemiddeld 44,8 fte WSW en 14,3 fte P-wet via Baanbrekers bij Ruelong B.V. aan de slag geweest. Daarmee zijn niet alleen de financiële maar ook de sociale belangen in deze deelneming voor Baanbrekers groot. Daarnaast heeft Ruelong B.V. op basis van arbeidsovereenkomsten zelf medewerkers in dienst. Voor de besloten vennootschap Ruelong worden afzonderlijke jaarrekeningen opgemaakt. Naam regeling
Ruelong B.V.
Rechtsvorm
Besloten vennootschap Ruelong B.V. exploiteert de bedrijfsactiviteiten groen en schoonmaak. Ruelong B.V. hanteert de handelsnaam "WML-Facilitair". De besloten vennootschap Ruelong B.V. is voor 100% eigendom van Baanbrekers. Baanbrekers staatfinancieel garant voor dochteronderneming Ruelong B.V. Hiervoor is een voorziening gevormd. Tussen Baanbrekers en Ruelong B.V. bestaat een rekeningcourantverhouding. Baanbrekers heeft een dienstverleningsovereenkomst (DVO) met Ruelong B.V. afgesloten. Aan Ruelong B.V. wordt een deel van de overhead van Baanbrekers doorberekend. Baanbrekers heeft gesubsidieerd en niet-gesubsidieerd personeel in dienst, dat gedetacheerd is bij Ruelong B.V. De salarislasten worden doorberekend aan Ruelang B.V. en de ontvangen WSW Rijksvergoeding wordt door Baanbrekers aan Ruelong B.V. doorbetaald. Begin begrotingsjaar 2025: -/- € 2.789.000 Begin begrotingsjaar 2025: € 3.594.000 2024: -/- € 638.000 2025 begroting: -/- 1.049.000 2026 begroting: -/- € 831.000 Het risico is aanwezig dat de financiële performance van de bedrijfsactiviteit onder druk komt te staan waardoor doorgeleend geld niet meer terugbetaald wordt en ook de bijdrage aan de overheadkosten niet kan worden voldaan. Baanbrekers voorziet verliezen door het vormen van een voorziening gelijk aan de hoogte van het negatieve eigen vermogen.
Verdere afbouw van de bedrijfsmatige activiteiten waarbij de B.V. het ondernemersrisico draagt. r Verdere implementatie fijnstructuur en kerntaken. a Benodigde investeringen (wagenpark en werk-materieel) afstemmen met (toekomstige) orderportefeuille. W Onderzoek naar het leeghalen van de B.V. Geen wijzigingen
Openbaar belang Bestuurlijk belang Financieel belang
Eigen vermogen Vreemd vermogen Financieel resultaat
Risico's
Beleidsvoornemens
Ontwikkelingen/ veranderingen in het belang
Begroting 2026
b) Stichting Bevordering Werkgelegenheid Midden-Langstraat (S8W)
Baanbrekers leent personeel in van de Stichting Bevordering Werkgelegenheid (SBW). De enige activiteit van deze stichting is het in dienst hebben en detacheren van personeel bij of via Baanbrekers.
Het hieruit voortvloeiend werkgeversrisico is voor rekening van Baanbrekers. De stichting maakt geen winst of verlies en heeft geen eigen vermogen. Het algemeen bestuur van Baanbrekers vormt tevens het bestuur van SBW. Van de stichting SBW worden afzonderlijke jaarrekeningen opgemaakt. Naam regeling
Stichting Bevordering Werkgelegenheid Midden-Langstraat (SBW)
Rechtsvorm Openbaar belang
Stichting
Bestuurlijk belang
Het algemeen bestuur van Baanbrekers vormt het stichtingsbestuur van Stichting
De stichting heeft regulier personeel in dienst dat ter beschikking wordt gesteld aan Baanbrekers tegen vergoeding van de door de stichting betaalde loonkosten. Bevordering Werkgelegenheid Midden-Langstraat (SBW). Tussen Baanbrekers en SBW bestaat een rekening-courantverhouding. SBW heeft personeel in dienst, dat gedetacheerd is bij Baanbrekers. De salarislasten worden doorberekend aan Baanbrekers en subsidies en andere bijdragen worden door SBW aan Baanbrekers doorbetaald. Begin begrotingsjaar 2025: € 0 Begin begrotingsjaar 2025 € 0 Jaarrekening 2024: € 0 Begrotingsjaar 2025: € 0 Begrotingsjaar 2026: € 0 De activiteiten van de stichting bestaan uit het in dienst hebben van personeel dat
Financieel belang
Eigen vermogen Vreemd vermogen Financieel resultaat
Risico's
ter beschikking wordt gesteld aan Baanbrekers tegen vergoeding van de door de stichting betaalde loonkosten. Het
risico is aanwezig dat
detacherings-
vergoedingen, subsidies en bijdragen verlaagd worden waardoor de financiële prestatie van de bedrijfsactiviteit onder druk komt te staan.
De organisatiekosten van de stichting Bevordering Werkgelegenheid MiddenBrabant (SBW) en de loonkosten van het personeel in dienst bij SBW worden doorbelast aan Baanbrekers, zodat het financiële resultaat per definitie nihil is. Het risico ligt derhalve bij Baanbrekers. Mogelijke overname van reguliere medewerkers die momenteel een dienstverband hebben bij Ruelong B.V.
Beleidsvoornemens
Ontwikkelingen/ veranderingen in
Geen wijzigingen
het belang
1 .
.
'
'1i~}~
ster mensenwer
c) Stichting Fidant
Het algemeen bestuur van Baanbrekers vormt het stichtingsbestuur van Stichting Fidant. Stichting Fidant is in een aantal gevallen voor Baanbrekers, de drie aan Baanbrekers deelnemende gemeenten, UWV en derden de contractant voor trajecten voor personen voor het opdoen van vaardigheden om de vereiste competenties te bereiken naar zo regulier als mogelijk werk. De feitelijke uitvoering van deze trajecten wordt door stichting Fidant uitbesteed aan Baanbrekers. De stichting maakt geen winst of verlies en heeft geen eigen vermogen. Voor de stichting Fidant worden afzonderlijke jaarrekeningen opgemaakt. Naam regeling
Stichting Fidant
Rechtsvorm Openbaar belang
Stichting De stichting heeft personeel in dienst dat ter beschikking wordt gesteld aan Baanbrekers tegen vergoeding van de door de stichting betaalde loonkosten. Het algemeen bestuur van Baanbrekers vormt het stichtingsbestuur van Stichting Fidant. Tussen Baanbrekers en stichting Fidant bestaat een rekeningcourantverhouding. Stichting Fidant heeft personeel in dienst, dat gedetacheerd is bij Baanbrekers. De salarislasten worden doorberekend aan Baanbrekers en subsidies en bijdragen worden door stichting Fidant aan Baanbrekers doorbetaald. Begin begrotingsjaar 2025: € 0 Begin begrotingsjaar 2025: € 0 Jaarrekening 2024: € 0 Begrotingsjaar 2025: € 0 Begrotingsjaar 2025: € 0 De activiteiten van de stichting bestaan uit het in dienst hebben van personeel uit de doelgroep P-wet dat ter beschikking wordt gesteld aan Baanbrekers tegen vergoeding van de door de stichting betaalde loonkosten. Het risico is aanwezig dat detacheringsvergoedingen, subsidies en bijdragen verlaagd worden waardoor de financiële prestatie van de bedrijfsactiviteit onder druk komt te staan.
Bestuurlijk belang Financieel belang
Eigen vermogen Vreemd vermogen Financieel resultaat
Risico's
Beleidsvoornemens
Ontwikkelingen/ veranderingen in het belang
Begroting 2026
De organisatiekosten van de stichting Fidant en de loonkosten van het personeel in dienst bij Fidant worden doorbelast aan Baanbrekers, zodat het financiële resultaat per definitie nihil is. Het risico ligt derhalve bij Baanbrekers. Verruiming voor inzet kandidaten met een indicatie Banenafspraak van 2 naar maximaal 3 jaar. Onderzoek naar het vast aannemen van kandidaten met een indicatie Banenafspraak (specifieke situaties) om de kans op draaideurkandidaten te verkleinen. Overname van medewerkers met een indicatie Banenafspraak of Beschut werk die momenteel een dienstverband hebben bij Ruelong B.V. Geen wijzigingen
2.2.5
Bedrijfsvoering
Algemeen Het primaire doel van de afdeling Bedrijfsvoering & Control is de interne klant te adviseren en te ondersteunen in het behalen van de primaire doelstellingen van Baanbrekers. Daarbij staan effectiviteit en efficiency voorop en worden risico's waar mogelijk beperkt. Planning & Control/ Financiën Op 18 december 2023 heeft het algemeen bestuur van Baanbrekers zowel de "Financiële verordening Baanbrekers 2023" als de "Controleverordening Baanbrekers 2023" vastgesteld. Het herziene "Treasurystatuut Baanbrekers" dateert van 16 december 2019 en is in werking getreden per 1 januari 2020. Hiermee zijn duidelijke kaders gegeven voor de inrichting en het beheer van de financiële functie en de daarmee gepaard gaande planning- en control cyclus. Interne controle (IC) Binnen de reguliere werkzaamheden van IC worden alle kritische bedrijfsprocessen gecontroleerd. De
bevindingen en aanbevelingen worden via twee sporen gerapporteerd. Het MT ontvangt elk kwartaal een overallrapportage en het bestuur ontvangt elk halfjaar een overallrapportage. Deze rapportages dienen als voeding voor de Plan-Do-Check-Act cirkel van Deming waardoor de interne controle onderdeel uitmaakt van de 'controlerende strik' rondom de processen. Baanbrekers blijft hiermee aantoonbaar 'in control'. Het uitvoeren van de werkzaamheden door IC dient twee doelstellingen:
1. De vastlegging van de werkzaamheden vormt de onderbouwing van de wettelijke verplichte rechtmatigheidsverantwoording. Via deze verantwoording in de jaarrekening rapporteert het Dagelijks Bestuur over de mate waarin rechtmatig gehandeld wordt. 2. Uit de bevindingen van de controles formuleert de ic-functie aanbevelingen ter verbetering van de kritische processen. Met de uitvoering van deze aanbevelingen worden de processen verder geoptimaliseerd. De Interne controlewerkzaamheden zijn zodanig ingericht dat zij voldoen aan de wettelijke kaders. Daarnaast is er ook aandacht voor verbeteradviezen die door de accountant gerapporteerd worden. Sinds 2025 zijn daar door het MT ool< speerpunten aan toegevoegd. Het MT geeft op deze manier invulling aan de mogelijkheid om extra controle-onderwerpen aan te dragen. Deze speerpunten zijn risicogericht en brengen een verdieping aan op bestaande werkzaamheden. In 2026 zullen we hiermee
doorgaan.
'1
•
[• ~i l'1
i-}
Personeel & Organisatie Algemene ontwikkelingen
Het kabinet is voornemens om als bezuinigingsmaatregel de compensatie voor de transitievergoeding na langdurige arbeidsongeschiktheid (LAO) af te schaffen voor bedrijven met 25 werknemers of meer. Dit betekent dat Baanbrekers zelf de volledige transitievergoeding moet betalen als een medewerker na twee jaar arbeidsongeschiktheid wordt ontslagen. In de afgelopen twee jaar is hier veel gebruik van gemaakt. In 2023 betrof het 19 vergoedingen voor een bedrag van € 203.000 en in 2024 betrof het 25 vergoedingen voor een bedrag van € 250.000. In 2025 worden 16 transitievergoedingen verwacht. Een inschatting voor 2026 op basis van nu arbeidsongeschikte medewerkers is nog niet te maken. We volgen deze ontwikkelingen op de voet en zullen bijsturen waar nodig. Strategische P&O-doelstellingen
In 2025 evalueren we de P&O-strategie en stellen we mogelijk nieuwe P&O-doelstellingen op. In 2026 geven we verdere uitwerking aan deze doelstellingen, die zullen aansluiten op onderstaande onderwerpen. Duurzame inzetbaarheid (vitaliteit, groei, plezier)
Duurzame inzetbaarheid blijft ook in 2026 een belangrijk thema binnen onze organisatie met als doel dat medewerkers gezond en met plezier hun werk doen en blijven groeien. Factoren, zoals diverse levensfases, veranderingen in de fysieke of mentale gezondheid en wisselingen in het werk hebben effect op de inzetbaarheid van medewerkers. In onze HR-cyclus kennen we het goede gesprek waarin deze effecten tussen leidinggevende en medewerker worden besproken. In 2025 hebben we dit goede gesprek, op basis van een methodiek, ook voor de gesubsidieerde medewerkers geïmplementeerd. In 2026 geven we hier verder uitvoering aan. In onze visie op werk en gezondheid ligt de focus op gezondheid en inzetbaarheid. Het gaat om het vergroten en versterken van kwaliteiten van medewerkers. Over het voorkomen van gezondheidsproblemen. En om het zo snel mogelijk herstellen en weer aan het werk te gaan bij verminderde arbeidsgeschiktheid. In samenwerking met onze arbodienst blijven we acties uitzetten om arbeidsongeschiktheid te verlagen. Door analyse van het verzuim kunnen we deze gerichter toepassen. Om te weten wat er speelt bij onze medewerkers nemen we in 2026 een medewerkerstevredenheidsonderzoek (MTO) af. De aandachtspunten die uit het MTO naar voren komen, zullen in de loop van 2026 worden opgepakt. 8inden, boeien en behouden
De krappe arbeidsmarkt blijft vragen om extra aandacht voor het aantrekken van nieuw personeel en het behouden van het zittende personeel. In 2025 hebben we het wervings- en selectieproces verbeterd. We gaan werken met profielen per functie om meer gerichte wervingskanalen in te zetten. Daarnaast geven we meer inzicht in Baanbrekers als werkgever door via social media ervaringen van medewerkers te delen en meer te vertellen over wat wij doen binnen onze organisatie. Eind 2025 evalueren we de effecten hiervan om in 2026 eventuele verbeteringen door te voeren. In 2026 zullen we onze arbeidsmarktcommunicatie blijven ontwikkelen. Een juist beeld creëren over waar Baanbrekers als werkgever voor staat, zorgt ervoor dat er aan de voorkant met een toekomstige collega een betere persoon-organisatie fit gemaakt kan worden. Tijdens het dienstverband stimuleren we medewerkers in het goede gesprek om eigen regie voor hun werk en loopbaan te nemen. Gezamenlijk geven we hier, met inzet van het opleidingsbeleid, uitvoering aan om medewerkers geboeid te houden. We ontwikkelen hiermee interne talenten die mogelijk ingezet kunnen worden bij het opvolgen van medewerkers op cruciale functies.
Begroting 2026
Strategische personeelsplanning
Voorgaande onderwerpen vragen om strategische personeelsplanning, waarin we beleid ontwikkelen rondom de instroom, doorstroom en uitstroom van personeel. Het doel hiervan is om ervoorte zorgen dat medewerkers met de juiste kwaliteiten, op het juiste moment en op de juiste plaats binnen de organisatie aanwezig zijn. In 2026 geven we hier verder vorm aan. We kijken naar onze strategie, sleutelrollen en het huidige bestand. Door hier vervolgens ontwikkelingen en scenario's tegen af te zetten, bepalen we ons toekomstig personeelsbestand en de acties om dit te realiseren. Specifiek vraagstuk: gesubsidieerd personeel op ondersteunende functies
Binnen de organisatie zijn echter ook gesubsidieerde medewerkers werkzaam op een ondersteunende functie. Deze functies staan niet opgenomen in het formatieplaatsenplan, maar zijn wel essentieel voor de bedrijfsvoering van Baanbrekers. Op 1 januari 2025 waren dit er 23 (20,3 fte). Omdat geen instroom in de WSW meer plaatsvindt en de instroom vanuit de P-wet over het algemeen
een grotere begeleidingsbehoefte heeft, zijn we in de meeste gevallen genoodzaakt om hen te vervangen door niet gesubsidieerde medewerkers van wie de salariskosten hoger zijn. Uiteraard kijken
we altijd eerst nog naar de mogelijkheden om de vrijgekomen plekken alsnog in te vullen met een medewerker uit de doelgroep. Als blijkt dat door uitstroom van een gesubsidieerde medewerker een functie niet opnieuw met een
gesubsidieerde medewerker ingevuld kan worden, zullen we bepalen wat de benodigde invulling is van een reguliere medewerker en deze opnemen in het formatieplaatsenplan. Dit is afhankelijk van de mate van jobcarving binnen de functie en de loonwaarde van de vertrekkende gesubsidieerde medewerker. Soms zal dit qua aantal uren een op een hetzelfde zijn, in andere gevallen leidt dit tot een inzet van minder uren. De leeftijden van de gesubsidieerde medewerkers variëren van 36 tot 66. De uitstroom zal dus
geleidelijk plaatsvinden. Bij het vaststellen van de begroting brengen we de te voorspellen uitstroom van gesubsidieerde medewerkers in beeld en verwerken we de financiële consequenties. In 2026 is er geen geplande uitstroom op dit soort functies. Tussentijdse uitstroom zal worden meegenomen in de bestuursrapportages. Communicatie Mensen. Daar draait het om bij Baanbrekers. Om mensen en hun inspanningen om (weer) mee te doen. Mee te doen aan de maatschappij en aan werk. Net zoals bij de rest van onze organisatie staat de mens ook centraal in onze communicatie. We vertellen graag échte verhalen over échte mensen. Hiermee willen we informeren, enthousiasmeren, begeleiden, verbinden, boeien en betrekken. In 2026 gaan we verder met het delen van inspirerende en interessante verhalen. Die vertellen we vanuit meerdere perspectieven. Denk hierbij aan de werkzoekende, de werkgever, de inburgeraar, de netwerkpartner, de medewerker, de kandidaat en de uitkeringsgerechtigde. In onze communicatie gaan we ook in op onze diensten op het gebied van meedoen, werk, inkomensondersteuning en inburgering. Uiteraard hebben we het ook over onze samenwerkingen binnen de keten van werk en inkomen. Met al onze communicatie-inspanningen onderstrepen we dat het bij Baanbrekers altijd gaat om mensenwerk. Om sterk mensenwerk. Onze corporate website is begin 2025 vernieuwd.
Toegankelijkheid is hierbij het kernwoord. In de loop van 2025 hebben we ook een verbeterslag gemaakt wat betreft ons sociale intranet Bink en zijn we gestart met vlogs. In 2025 zetten we ook stappen om onze online aanwezigheid verder te professionaliseren. Denk hierbij aan het inrichten van een webshop en aan onze acties op de verschillende sociale media. In 2026 gaan we verder met de modernisering en verbeteren van onze communicatie. Naast onze meertraditionele communicatiemiddelen investeren we meer in het maken
~'l
[• ~ ~ ~'1 i~}
►l~} ~-
van boeiende video's en het bewuster actief zijn op sociale media. Door middel van creatieve en informatieve content willen we onze betrokkenheid vergroten en de gemeenschap beter informeren over onze mogelijkheden, initiatieven en projecten. Deze aanpak stelt ons in staat om een breed publiek te bereiken en onze boodschappen nog effectiever over te brengen. Tegelijkertijd verliezen we de minder digitaal vaardige doelgroepen niet uit het oog. Dus zullen we ook nog steeds fysieke communicatiemiddelen inzetten. In al onze communicatie maken we gebruik van een combinatie van tekstuele en grafische content. Het vaker inzetten van infographics, verhelderende filmpjes en krachtige foto's is hier uiteraard een onderdeel van. In 2025 is de weg ingeslagen om van ons magazine de Juicher een écht Baanbrekersmagazine te maken. Een magazine dat voor interne en externe doelgroepen kan worden ingezet. Een magazine dat de lezer een kijkje achter de schermen van Baanbrekers biedt. Een magazine over mensen en hun prestaties. In 2026 bekijken we of we verbeteringen kunnen doorvoeren. Hierdoor maken we het magazine nog leesbaarder en interessanter voor de lezers. Een mensgerichte organisatie zoals Baanbrekers wil duidelijk en begrijpelijk overkomen. Onze boodschappen moeten voor iedereen kristalhelder zijn. Op dit terrein hebben we al veel stappen gezet.
Ons streven is om in eenvoudige taal te communiceren. Dit wordt ook wel B1-niveau of klare taal genoemd. In 2026 gaan we verder met het vereenvoudigen van onze communicatie naar onze interne en externe doelgroepen, dit als vervolg op het af te ronden brievenproject in 2025. We zetten hierbij waar mogelijk Al in om ons werk gemakkelijker te maken. Informatie & Automatisering De voortdurende digitalisering blijft in 2026 een aandachtspunt. In 2026 richten we ons op het verder ontwikkelen van de digitale platformen voor interne en externe dienstverlening, evenals het slim benutten van beschikbare data. Dit doen we door processen te optimaliseren, gebruikerservaringen te verbeteren en innovatieve technologieën, zoals Al en automatisering, in te zetten waar mogelijk. Daarnaast investeren we in de digitale vaardigheden van medewerkers, zodat zij optimaal gebruik kunnen maken van de systemen en tools die beschikbaar zijn. Mogelijke volgt in 2026 een verplichting op basis van NIS2 om SOC/SIEM (Security Operations Center/ Security lnformation & Event Management) te implementeren. Dit is een zeer proactieve bewaking van de IT-omgeving uit hoofde van security. Deze post is nog niet verwerkt in de begroting 2026. Wanneer implementatie daadwerkelijk verplicht wordt, zullen wij dit als een begrotingswijziging verwerken.
lnformatieveiligheid & Privacy De ontwikkelingen op het gebied van informatiebeveiliging en privacy volgen zich eveneens in hoog tempo op. Voor Baanbrekers is er in 2026 dus werk aan de winkel om hier op het gebied van informatiebeveiliging te anticiperen. We waarborgen de veiligheid van onze omgeving door systemen up-to-date te houden, uitwijkscenario's te testen en regelmatig penetratietesten uit te voeren. Ook intensiveren we de monitoring en detectie van dreigingen om sneller te kunnen reageren op potentiële cyberincidenten. In lijn met de toenemende wettelijke verplichtingen gaan we verder met de implementatie van de nieuwe maatregelen die de NIS2-wetgeving van ons vraagt als overheidsorganisatie. Dit betekent onder andere strengere eisen op het gebied van risicobeheer, rapportageverplichtingen en ketenbeveiliging. Door nauwe samenwerking met partners en continue bijsturing zorgen we ervoor dat onze digitale infrastructuur weerbaar blijft tegen huidige en toekomstige dreigingen. De eindverantwoordelijkheid hiervoor komt te liggen bij de bestuurders. Inmiddels worden hiervoor de voorbereidingen getroffen, waarna alles vanaf 2026 geëffectueerd wordt.
Begroting 2026
Een andere ontwikkeling die veel aandacht vraagt is Al. Baanbrekers heeft hierbij op toepassingsgebied een duidelijke keuze gemaakt voor Microsoft Copilot in plaats van bijvoorbeeld ChatGPT. Dit mede
naar aanleiding van een waarschuwing die de Autoriteit Persoonsgegevens heeft afgeven voor het gebruik van ChatGPT. Baanbrekers heeft de keuze voor Copilot, voorzien van instructies, op de intranetsite BINK gecommuniceerd naar haar medewerkers. Daarnaast is er intern beleid opgesteld.
Op het gebied van Al is het nu afwachten op de verdere invoering van Europese Al-wetgeving. Tenslotte is er continu aandacht voor alle aspecten die relatie hebben met de ISO27001 certificering. In 2026 zal ook weer een audit worden uitgevoerd. In dat kader blijven we onze medewerkers bewust maken van de risico's die samenhangen met informatiebeveiliging en privacy. Dit doen we middels het
geven presentaties, filmpjes en berichtgeving op BINK. De CISO en de FG trekken hierin gezamenlijk op. Facilitaire Zaken In 2026 worden de laatste aanpassingen doorgevoerd in het nieuwe pand, nadat we met alle bedrijfsonderdelen 100 dagen in het pand gewerkt hebben. Door de nieuwbouw zal het takenpakket wijzigen. De nieuwbouw kent nieuwe technologieën. Voor het onderhoud en beheer is vaker specialistische ondersteuning benodigd. Deze zullen we extern inkopen. Daarnaast is het onderhoud voor 5 jaar uitbesteed. Hierdoor zal de nadruk in de eerste jaren meer liggen op regie van contracten in plaats van het zelf uitvoeren van onderhoudstaken. Ook door het successievelijk elektrificeren van het wagenpark zal onderhoud in eigen beheer verder afnemen. Daarnaast komen er door de nieuwbouw ook taken bij door bijvoorbeeld de aanwezigheid van laadpalen en zonnepanelen. Het meer inzetten op detacheren bij groen en schoonmaak (zie ook paragraaf 2.1.2) zorgt ervoor dat de werkzaamheden rondom de werf, beheer en onderhoud van materieel, wagenparkbeheer en werkplaats zullen afnemen. In 2025 is gewerkt aan invulling van (nieuwe) taken en zal strategische personeelsplanning als middel worden ingezet. In het eerste kwartaal van 2026 zal gestart worden met een kwalitatieve en kwantitatieve formatie die aansluit op het (nieuwe) takenpakket.
In 2026 zal de schoonmaak van het nieuwe pand en het groenonderhoud van het terrein door onze eigen medewerkers worden verzorgd. Deze werkzaamheden worden uitgevoerd door een mix van vangnetmedewerkers en kandidaten op een doorstroombaan, voor wie ontwikkeling voorop staat. Daarmee creëren we tevens een interne leer-werklijn als opstap naar regulier werk. Tenslotte wordt op het gebied van inkoop in 2026 verder gewerkt aan het optimaliseren van (inkoop)processen en het steeds vaker weer in eigen regie uitvoeren van Europese aanbestedingen.
R\~ •
iI ~
'•-
1
(-
iJ::'
2.2.6
Openbaarheidsparagraaf Wet open overheid (Woo)
In artikel 3.5 van de Wet Open Overheid (WOO) is voorgeschreven dat bestuursorganen in de jaarlijkse begroting aandacht besteden aan beleidsvoornemens inzake de uitvoering van deze wet. Baanbrekers is in voorbereiding op de definitieve berichtgeving vanuit de overheid van de invoering van tranche 2. Bij de invoering zullen wederom een aantal nieuwe (meer complexe) informatiecategorieën actief openbaar gemaakt moeten worden. Dit betekent dat in 2026 door Baanbrekers gewerkt zal worden met de verwijsindex ('de WOO-index') met zoekfunctie. Uit praktisch oogpunt betreffende het verwerken van een WOO-verzoek heeft Baanbrekers zich via een demo laten informeren over de WOO-module in de Corsa applicatie. Deze module maakt het afhandelen van een WOO-verzoek een stuk eenvoudiger. Binnen Baanbrekers kunnen met deze module noodzakelijke stappen voor de afhandeling nauwkeurig worden gemonitord. Hierdoor kan ook de borging van de verschillende stappen in het proces worden gegarandeerd. Een definitieve beslissing hierover dient nog te worden genomen, waarna verdere implementatie ook in 2026 nog zal plaatsvinden.
Begroting 2026
T/HL
jI1
- 1'1~~~1~}~ _ merisenw
3.
FINANCIËLE BEGROTING
3.1 Uiteenzetting financiële positie en toelichting Algemeen Bij het opstellen van de staat van geraamde lasten en baten voor het begrotingsjaar 2026 is rekening gehouden met de actualisatie van de begroting 2025 en de bepalingen uit de kaderbrief 2026 inzake indexering van salariskosten en overige exploitatiekosten. Voor het opstellen van de begroting 2026 is de bijgestelde begroting 2025 gecorrigeerd voor incidentele voor- en nadelen. De begroting gaat uit van continuering van vastgesteld beleid. Indien als gevolg van nieuwe ontwikkelingen programmaonderdelen aanvullend zijn bijgesteld, dan is dit toegelicht. Omdat de ontwerpbegroting van een gemeenschappelijke regeling ruim driekwart jaar vóór aanvang van het begrotingsjaar wordt opgesteld, moet voor een groot aantal posten gewerkt worden met aannames. Om die reden worden alle nieuwe ontwikkelingen met financiële consequenties noodgedwongen in een later stadium via begrotingswijzingen verwerkt. De eerste bijstelling van de begroting vindt kort na aanvang van het betreffende boekjaar plaats. Salarislasten Per 1 april 2025 loopt de huidige Cao Gemeenten/SGO af. De onderhandelingen tussen de VNG en de bonden voor een nieuwe Cao lopen nog. In de begroting 2025 is gerekend met een index van 4,7% gebaseerd op de loonvoet sector overheid volgens de septembercirculaire 2024.
In de kaderbrief 2026 is een index van 3,8% bepaald voor 2026, gebaseerd op dezelfde circulaire. Op basis van het laatst bekende bod van de bonden (24 januari 2025) en het laatst bekende bod van VNG (14 februari 2025) in de Cao-onderhandelingen, lijkt vooral de index van 4,7% voor 2025 relatief hoog. Bij de opstelling van begroting 2026 voor de loonkosten niet-gesubsidieerd personeel is daarom afgeweken van bovenstaande indexeringen en is het bod (24 januari 2025) van de bonden doorgerekend. Dat heeft geleid tot een verlaging van loonkosten niet-gesubsidieerd personeel van € 130.000 ten opzichte van de situatie wanneer een index van 4,7% voor 2025 en 3,8% voor 2026 toegepast zou worden. Voor de loonkosten gesubsidieerd personeel is de index van 4,7% voor 2025 en 3,8% voor 2026 wel toegepast. Overige kosten Het prijsindexcijfer van de netto materiële overheidsconsumptie (IMOC) uit de septembercirculaire 2024 van 2,2% is de basis voor de indexering in de begroting 2026. Deze indexering wordt generiek toegepast op alle overige budgetten, niet zijnde salariskosten. Omdat de werkelijke kostenontwikkeling naar verwachting anders zal uitpakken, geldt ook hier dat de tussentijdse bijstellíngen geschieden op basis van de dan actuele prijsontwikkelingen.
Bijdragen deelnemers De deelnemers dragen bij aan de kosten van Baanbrekers op basis van de in de gemeenschappelijke regeling vastgelegde verdeelsleutel. lnvesteringen/financiering/stand en verloop van de reserves en voorzieningen De voorgenomen investeringen zijn nader toegelicht onder paragraaf 4.2. De financiering komt aan de orde in de paragraaf 2.2.3 Financiering. In bijlage 1 is het geraamde verloop van de reserves en voorzieningen weergegeven.
Begroting 2026
Geprognosticeerde begin- en eindbalans voor het begrotingsjaar Hiervoor wordt verwezen naar paragraaf 4.3 Toelichting op de meerjarenraming. Daar zijn, voor een
betere vergelijking, de betreffende bedragen afgezet tegen de meerjarenraming tot en met 2029.
Ontwikkeling reserves Algemene reserve
In de gemeenschappelijke regeling van Baanbrekers is opgenomen dat Baanbrekers over een
algemene reserve mag beschikken van € 1,2 miljoen, mits daar vanuit bedrijfseconomisch standpunt
aanleiding toe is. Het belangrijkste doel van deze reserve is om gedurende het begrotingsjaar fluctuaties op te vangen, zodat bij tegenvallende exploitatielasten de deelnemers niet direct met aanvullende bijdragen worden geconfronteerd. Daarmee verkleinen we het risico dat we bij
bijstellingen van de begroting in 2026 met een vertragende zienswijzeprocedure te maken krijgen.
Reserve herhuisvesting Deze reserve is in 2021 gevormd en wordt begin 2026 afgewikkeld, zodra de laatste financiële transactie (verkoop panden aan gemeente Waalwijk) rondom de nieuwbouw heeft plaatsgevonden.
In bijlage 5.1 is het geraamde verloop van de reserves en voorzieningen weergegeven.
~
•■ u
~
3.2
Begroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029
Het overzicht van de geraamde lasten en baten is als volgt: Baanbrekers
aedragen x € 1.000
Realisatie
Begroting
Begroting
2024
2025
2026
Meerjarenraming 2027
2028
2029
Lasten DP1:Re-integratie, Participatie & Inkomen
40.424
45.050
45.547
45.579
46.505
47.324
DP2: Leren & Werken
15.705
17.121
17.127
16.982
16.796
16.590
DP3:Gem. bijdragen & overige lasten en baten Totaal lasten deelprogramma's
79
30
30
30
30
30
56.209
62.201
62.705
62.S90
63.330
63.943
Overhead
7.677
9.152
9.649
9.729
9.820
9.866
Totaal lasten
63.886
71.353
72.353
72.320
73.151
73.809
8aten DP1: Re-integratie, Participatie & Inkomen
36.677
39.565
40.716
41.318
42.460
43.404
DP2: Leren & Werken
1S.44S
1S.449
15.519
15.241
14.958
14.617
DP3:Gem. bijdragen & overige lasten en baten
16.528
16.123
16.118
15.761
15.733
15.788
Totaal baten
68.651
71.136
72.353
72.320
73.151
73.809
Saldo van lasten en baten
4.765
-216
0
0
0
0
Af: stortingen reserves
-573
-461
0
0
0
0
Bij: onttrekkingen reserves
637
677
0
0
0
0
4.829
0
0
0
0
0
Resultaat Reolisatie 2024: conforrn voarlopige jaarrekening 2024
8egroting 2025: conform begroting 2025 na 3e begrotingswijziging Meerjorenraming o.b.v. prijspei12026
Begroting 2026
r-,ï.:~~
oelichti
~'1~~•~~~~~
4.
TOELICHTING OP DE BEGROTING 2026
4.1
Toelichting op de lasten en baten per deelprogramma
In de navolgende paragrafen zijn per deelprogramma de lasten en baten nader gespecificeerd en toegelicht. Na de overzichten van lasten en baten van de deelprogramma's worden de kosten van overhead gepresenteerd. Eerst volgt een algemene toelichting op de programmaonderdelen die in meerdere deelprogramma's tot uiting komen. Algemene toelichting op gemeenschappelijke programmaonderdelen
Gesubsidieerd personeel en WSW Rijksvergoeding Gesubsidieerd personeel bestaat uit medewerkers met een WSW-indicatie. Op basis van het huidige personeelsbestand met de bijbehorende pensioenleeftijden is het meerjarige verloop van de loonkosten begroot. De loonkosten zijn berekend met een indexering van 3,8%. Wanneer de werkelijke indexering hiervan afwijkt, wordt dit verwerkt in de aanpassing van de begroting aan het begin van het boekjaar. Als tegemoetkoming in de loonkosten van de WSW-doelgroep wordt de WSW-Rijksvergoeding ontvangen. Om zowel de WSW-loonkosten als de WSW-Rijksvergoeding tegen prijspeil 2026 op te nemen, is naast de WSW-Rijksvergoeding o.b.v. septembercirculaire 2024 tevens een inschatting opgenomen van de te verwachten compensatie voor indexatie loonkosten 2025 en 2026. Dit betreft een inschatting die is afgestemd met Cedris, de werkelijke compensatie in 2026 kan afwijken. Deze methodiek is conform actualisatie begroting 2025. De verdeling van de WSW Rijksvergoeding over de deelprogramma's is gemaakt op basis van de afdelingen waarvoor de medewerkers per januari 2025 werkzaam waren.
Niet-gesubsidieerd personeel Een toelichting op de wijze waarop de loonkosten niet-gesubsidieerd personeel is bepaald, is opgenomen in paragraaf 3.1.
Overige lasten en baten deelprogramma's We hanteren de lijn om overige lasten en baten zoveel mogelijk te presenteren bij de deelprogramma's waarop ze betrekking hebben. Dit ter voorkoming dat in de overhead onterecht hoge lasten worden gepresenteerd.
Begroting 2026
4.1.1
Re-integratie, Participatie & Inkomen
Deelprogramma 1: Re-integratie, Participatie & Inkomen Meerjarenraming
Realisatie
Begroting
Begroting
Oedrogen x f 1.000
2024
2025
2026
2027
2028
2029
BUIG - Uitkeringen
25.561
27.484
27.618
27.330
27.840
28.260
BUIG - LKS: Banenafspraak
2.286
2.973
3.177
3.399
3.637
3.892
BUIG - LKS: Beschut Werk
694
850
908
947
977
983
Bbz bedrijfskrediet
0
35
35
35
35
35
Bijzondere bijstand
3.668
3.150
3.165
3.132
3.191
3.239
Re-integratie trajecten Lonen Fidant extern
775
1.055
1.041
1.041
1.041
1.041
12
15
0
0
0
0
Gesubsidieerd personeel
52
55
57
57
57
57
Nietgesubsidieerd personeel
6.157
8.027
8.390
8.480
8.570
8.660
- doorbelast aan trajecten Inhuurderden
-763
-938
-1.000
-1.000
-1.000
-1.000
791
384
392
392
392
392
Specifieke ICT
457
526
446
446
446
446
Projectkosten (Plus-taken)
758
855
979
979
979
979
Inleg Bundeling Middelen
9
0
0
0
0
0
-33
580
340
340
340
340
Totaal lasten
40.424
45.050
45.547
45.579
46.505
47.324
BUIG - Inkomsten
30.945
34.057
35.026
35.604
36.631
37.471
BUIG - lnvordering
734
660
660
660
660
660
Bbz bedrijfskrediet
16
20
20
20
20
20
Bijzondere bijstand
3.668
3.150
3.165
3.132
3.191
3.239 1.001
Overige lasten
Participatiebudget (P-budget)
679
770
828
886
943
Vergoedi ng Fidant extern
41
15
0
0
0
0
Wsw rijksvergoeding
39
38
38
37
36
34
Projectinkomsten (Plus-taken)
657
855
979
979
979
979
Inkomsten uit de regio
48
0
0
0
0
0
Overige baten
-149
0
0
0
0
0
Totaal baten
36.677
39.565
40.716
41.318
42.460
43.404
Saldo van lasten en baten
-3.747
-5.485
-4.832
-4.260
-4.045
-3.920
Realisatie 2024: conform voorlopige joarrekening 2024 Begroting 2025: conform begroting 2025 na 3e begrotingswijziging Meerjarenraming o.b.v. prijspeil2026
BUIG — inkomsten en uitkeringen De BUIG-Inkomsten en BUIG-Uitkeringen zijn conform de uitkomsten van de Lias Pauw-applicatie, op identieke wijze als toegepast bij Actualisatie Begroting 2025. BUIG — LKS: Banenafspraak en Beschut Werk De LKS-lasten zijn conform de uitkomsten van de Lias Pauw-applicatie, op identieke wijze als toegepast bij Actualisatie Begroting 2025. De uitgaven aan loonkostensubsidie BUIG nemen jaarlijks toe omdat de doelgroep van LKS sinds de invoering van de Participatiewet groeit. Bijzondere bijstand Baanbrekers voert de bijzondere bijstand voor de deelnemende gemeenten als plustaak uit. De uitkeringslasten worden volledig door de betreffende gemeenten vergoed. De begroting voor 2026 en meerjarenraming heeft dezelfde procentuele mutatie als de begroting 2026 en meerjarenraming van de BUIG-uitkeringen. Participatiebudget (P-budgetJ Conform de budgetten uit de septembercirculaire 2024 zijn de inkomsten vanuit het Participatiebudget begroot. Omdat het voorlopige budgetten betreft, zal het budget tijdens de bijstellingsmomenten steeds conform de laatste beschikking worden bijgesteld.
j ï-i
.,.,
Projectkosten en -inkomsten (Plus-taken) In het kader van specifieke dienstverlening voor de gemeenten wordt vanaf 2022 de nieuwe Wet lnburgering uitgevoerd voor de gemeenten Heusden en Waalwijk. De opgenomen bedragen (lasten en baten) zijn gebaseerd op de voor 2025 gesloten dienstverleningsovereenkomst (DVO), waarbij ook voor 2026 en daaropvolgende jaren het uitgangspunt is gehanteerd dat de overeenkomsten, indien daar sprake van zou zijn, kostendekkend zullen zijn. Overige lasten De overige lasten dalen met € 240.000 ten opzichte van begroting 2025. Dit is het gevolg van incidentele lasten in de begroting 2025: project leesbaarheid brieven € 150.000, onderzoek voorliggende voorzieningen € 75.000 en aanschaf tool Werkenloont € 15.000.
Begroting 2026
4.1.2
Deelprogramma 2: Leren & Werken
Deelprogramma 2: Leren & Werken Realisatie Bedrngen x € 1.000
2024
Directe productiekosten Lonen Fidant intern Gesubsidieerd personeel Niet gesubsidieerd personeel Inhuurderden
Begroting 2025
Begroting 2026
2027
229
287
222
222
2.345 9.428 2.973
2.836 9.274 3.543
2.958 9.401 3.580
3.140 9.076 3.625
Meerjarenraming 2028 222 3.323 8.599 3.670 135
2029 222 3.541 8.012 3.727
Resultaat deelneming Ruelong B.V. Overige lasten Totaal lasten
92 638
132 1.049
135 831
135 784
0 15.705
0 17.121
0 17.127
0 16.982
16.796
0 16.590
Omzet
4.604
4.785
4.750
4.717
4.683
4.649
Wsw rijksvergoeding
9.741
9.440
958 142 0
1.174 50 0
9.508 1.212
9.218 1.256
8.880 1.346
8.467 1.452
50 0
50 0
50 0
15.445
15.449
15.519
15.241
14.958
50 0 14.617
-260
-1.673
-1.608
-1.741
-1.837
-1.972
Loonkostensubsidies Fidant intern No-risk polis UWV Overige baten Totaal baten Saldo van Iasten en baten
847 0
135 953
Realisatie 2024: conform voorlopige jaarrekening 2024 8egroting 2025: conform begroting 2025 na 3e begrotingswijziging Meerjarenraming o. b. v. prijspeil 2026
Directe productiekosten en omzet Het saldo van omzet en directe productiekosten verbetert met € 30.000. De belangrijkste oorzaken zijn hierna toegelicht. De brutomarge (omzet -/- inkoopwaarde) van Smaakmakers daalt met € 27.000 a.g.v. einde van een
pilot per oktober 2025, er is nog geen besluit genomen over een mogelijk vervolg. De omzet Twiddus stijgt met € 27.000. Deze stijging bestaat uit de volgende zaken: Een te verwachten vergoeding van € 70.000 voor de inzameling en verwerking van textiel. Deze vergoeding wordt verstrekt door de branche van textiel producerende partijen. Een verwachte verdere verslechtering van de markt voor opkoop van textiel (€78.000 nadelig) en een
hogere omzet winkelverkopen (€ 35.000 voordelig). Vanwege de hoge mate van onzekerheid op de markt voor opkoop van textiel kan slechts een inschatting voor 2026 worden opgenomen. De
bandbreedte van het gekozen scenario voor de opbrengsten betreft een verlaging van € 0-€ 156.000 ten opzichte van begroting 2025. Cijfermatig is het midden van deze bandbreedte verwerkt, waarbij een materiële afwijking hierop een reëel risico vormt. De begroting 2025 bevat incidentele productiekosten welke vervallen in 2026 (€ 22.000 voordelig).
Tevens is een verhoging van de omzet met € 14.000 opgenomen als gevolg van een gestelde doelstelling het verzuim verder te verlagen.
Fidant intern De lasten van Fidant intern worden gevormd door de loonkosten van kandidaten vanuit de Participatiewet die bij Baanbrekers aan het werk zijn, dit zowel in het kader van de Banenafspraak als Beschut Werk. In de begroting 2026 en de meerjarenraming is voor zowel Banenafspraak als voor Beschut Werk een groeiscenario opgenomen.
r'1
•
[• ~ ~ ~ ~i
i~}
~
Gesubsidieerd personeel
De hogere kosten in begroting 2026 ten opzichte van begroting 2025 worden veroorzaakt door loonindexatie. De kosten 2027 tot en met 2029 zijn op basis van prijspeil 2026; de daling in kosten is het gevolg van afname van het aantal medewerkers in deze doelgroep door pensioneringen. Resultaat deelneming Ruelong B. V.
Conform de financiële garantstelling van Baanbrekers aan Ruelong B.V. wordt vanaf 2018 voor de gecumuleerde negatieve resultaten van Ruelong B.V. een voorziening gevormd. De jaarlijkse mutatie hiervan wordt in dit deelprogramma verantwoord. Het resultaat in de begroting 2026 is met € 218.000 verbeterd t.o.v. 2025. Dit is het gevolg van een lagere doorbelasting dienstverleningsovereenkomst (DVO) Baanbrekers (€ 80.000 voordelig), een aanpassing van de verwachte omzet (€ 108.000 voordelig) en overige posten (€ 30.000 voordelig). Tevens dient opgemerkt te worden dat een mate van onzekerheid bestaat ten aanzien van het realiseren van het opgenomen resultaat deelneming voor 2026 en volgende jaren.
Begroting 2026
'
4.1.3
Deelprogramma 3: Gemeentelijke bijdragen & overige lasten en baten
-elprogramma 3: Gemeentelijke bijdragen & overige lasten en baten
Q_
Realisatie 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
2027
MeerJarenraming 2028
2029
0 0 79 79
5 25 0 30
5 25 0 30
5 25 0 30
5 25 0 30
5 25 0 30
Gemeentelijke bijdragen Wsw njksvergoeding Beg. Werken - doorbetaald aan bedrijven - doorbetaald aan huitengemeenten Overige amzet Incidentele baten Totaal baten
15.966 738 -208 -34 57 9 16.528
15.624 684 -220 -6 40 0 16.123
15.624 689 -210 -30 45 0 16.118
15.288 668 -210 -30 45 0 15.761
15.285 643 -210 -30 45 0 15.733
15.370 613 -210 -30 45 0 15.788
Saldo van lasten en baten
16.449
16.093
16.088
15.731
15.703
15.758
Bedregen r € 3.000 Lasten averige omzet Onvoorzien Incidentele lasten Totaallasten
Realisatie 2024: conform voorl~opigejaarrekening 2024 8egroting 2025: ronform begroting 2025 na 3e begrotingswi/ziging Meerjarenraming o.b.v. prijspeil2026
Gemeentelijke bijdragen
De daling in de gemeentelijke bijdrage in 2027 t.o.v. 2026 (€ 336.000 voordelig) wordt voornamelijk veroorzaakt door een verbetering van het BUIG-saldo op basis van de uitkomsten van de LIAS PAUW tool. Onvoorzien
Bij de aanbieding van de begroting 2021 heeft de toezichthouder de opmerking gemaakt dat conform de regelgeving van het BBV (artikel 8 lid 1) een post onvoorzien verplicht is. Om aan de opmerking van de provincie te voidoen, is met ingang van de begroting 2022 een post onvoorzien opgenomen van € 25.000.
~
. ,
a-1 v
4.1.4
Overhead
Conform het BBV worden kosten van overhead afzonderlijk begroot en verantwoord. De totale kosten van overhead voor de gehele organisatie worden aan de lastenkant in één overzicht gepresenteerd. Tot de overhead worden "alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces" gerekend. Overhead Meerjarenraming
Realisatie 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
2027
2028
2029
Gesubsideerd personeel - doorbelast Ruelong B.V. Netto gesubsidieerd personeel
2.309 -1.745 563
2.369 -1.823 546
2.408 -1.850 558
2.169 -1.671 498
2.058 -1.581 477
1.888 -1.519 369
Niet gesubsidieerd personeel - doorbelast Ruelong B.V. Netto niet gesubsidieerd personeel
5.449 -992 4.4S7
6.160 -962 5.199
6.163 -1.007 5.155
6.232 -1.014 5.218
6.323 -1.014 5.309
6.424 -1.014 5.410
Wsw rijksvergoeding - doorbelast Ruelong B.V. Netto Wsw rijksvergoeding
-2.200 1.788 -412
-2.169 1.725 -445
-2.185 1.737 -448
-2.118 1.684 -434
-2.052 1.631 -420
-1.974 1.570 -405
-83 9 -74
0 0 0
0 0 0
0 0 0
0 0 0
0 0 0
Overige personeelslasten Inhuur derden Afschrijving Rente Onderhoud Algemene lasten DVO Ruelong B.V.
830 182 211 -496 148 2.785 -517
934 236 235 198 129 2.749 -630
851 281 920 193 246 2.442 -550
851 281 999 189 236 2.442 -550
851 281 1.015 185 231 2.442 -550
851 281 1.056 181 231 2.442 -550
Lasten overhead
7.677
9.152
9.649
9.729
9.820
9.866
Bedragen x € 1.000
Lage lnkomensvoordeel (LIV) - doorbelast Ruelong B.V. Netto Lage Inkomensvoordeel (LIV)
Realisatie 2024: conform vaorlopigejaarrekening 2024 Begroting 2025: conform begroting 2025 na 3e begrotingswijziging Meerjarenraming o.b.v. prijspei12026
Lage lnkomensvoordeel (LIV) Het LIV was een jaarlijkse tegemoetkoming voor werkgevers die werknemers in dienst hebben met een laag loon. Hierdoor dalen de loonkosten voor de werkgever. Per 2025 is het LIV volledig afgeschaft.
Overige personeelslasten De daling in 2026 betreft voor € 60.000 een incidentele last in 2025 m.b.t. de opening van het nieuwe pand en het jubileumjaar Baanbrekers, en voor € 14.000 een hogere vrijval uit de voorziening voor verplichtingen uit hoofde van de Regeling Vervroegd Uittreden (RVU).
Afschrijving De activastaat ultimo 2024 verhoogd met de goedgekeurde investeringen op basis van actualisatie begroting 2025 en de voorgenomen investeringen 2025 op basis van de meerjaren investeringsbegroting vormen de basis voor de berekening van de verwachte afschrijvingslasten. Meer hierover in paragraaf 4.2 (Vervangings)investeringen. Ook in de afschrijvingslasten 2027 - 2029 is rekening gehouden met de indicatieve investeringsbedragen op basis van de meerjareninvesteringsbegroting. De meerjareninvesteringsbegroting is op 19 juni 2023 opiniërend behandeld in het Algemeen Bestuur. De afschrijvingslasten stijgen in 2026 met € 685.000 ten opzichte van begroting 2025. Dit betreft voor € 402.000 de afschrijving op het nieuwe pand en voor € 285.000 de afschrijving op investeringen 2025. De afschrijving op investeringen tot en met 2024 daalt met € 2.000.
Begroting 2026
I
Rente
De rentelasten zijn geprognotiseerd op basis van de renteverplichtingen die voortkomen uit afgesloten langlopende leningen. Onderhoud Als gevolg van de nieuwbouw dalen de reguliere onderhoudslasten in 2026 met € 30.000. Tevens vindt in 2026 de eerste jaarlijkse dotatie aan de voorziening groot onderhoud plaats van € 147.000. A!gemene !asten
De daling in de algemene lasten van € 307.000 betreft voornamelijk een daling in de energiekosten van € 95.000 door de gasloze nieuwbouw, een daling van € 26.000 in de verzekeringspremies (mede samenhangend met het nieuwe pand), vervallen van de servicekosten voor de tijdelijke huisvesting Tuinstraat (€ 40.000 voordelig) en lagere kosten voor afvoer van afval en papier (€ 30.000 voordelig). Tevens vervallen in 2026 de incidentele herpositioneringskosten uit 2025 (€ 162.000 voordelig) en is
in 2026 de doorbelasting dienstverleningsovereenkomst aan Ruelong B.V. lager (€ 80.000 nadelig). Een mogelijke verplichting in 2026 op basis van NIS2 (Network and lnformation Security Directive, een
zeer proactieve bewaking van de IT-omgeving uit hoofde van security) is nog niet verwerkt in de ITkosten.
Wanneer
implementatie
daadwerkelijk
verplicht
wordt,
zullen
wij
dit
als
een
begrotingswijziging verwerken. DVO Ruelong B.V. Jaarlijks wordt door Baanbrekers, op basis van de afgesloten dienstverleningsovereenkomst, een deel
van de overhead doorbelast aan Ruelong B.V. De daling van de doorbelasting is het gevolg van de aanpassing van de overeenkomst: deze overeenkomst is voor het eerst toegepast bij het opmaken van de jaarrekening 2024.
.~'1• [•Ï1 l'1
1-
t :
-
4.2
(Vervangings)investeringen
Algemeen Het is bij Baanbrekers geen automatisme dat activa direct worden vervangen nadat ze volledig zijn afgeschreven. Per voorgenomen investering worden nut en noodzaak afgewogen. De huidige nota lnvesteren, waarderen en afschrijven is door het dagelijks bestuur vastgesteld op 8 oktober 2021. In deze nota zijn voor de activa de afschrijvingstermijnen vastgelegd. Ook is bepaald dat afschrijven op activa plaatsvindt in het jaar volgend op de aanschaf. Alleen investeringen groter dan € 10.000 worden geactiveerd. Vervangingen of nieuwe aanschaffingen onder dit drempelbedrag worden direct verantwoord op de exploitatie. Er wordt begroot tot einde afschrijftermijn. Nieuwe of vervangingsinvesteringen zorgen voor aanvullende afschrijvingskosten vanaf het jaar ná investeren.
Investeringen jaarschijf 2025 Bij de bijstelling van de begroting 2025 is een aantal investeringen goedgekeurd. Van de meerjareninvesteringsbegroting (MIB) zoals die in de opiniërende vergadering van het algemeen bestuur van 19 juni 2023 is behandeld, resteren voor de jaarschijf 2025 de volgende indicatieve investeringen.
■
laar van investering 2024=>2025
lnvesteringsbedrag € 106.000
Omschrijving Wagenpark, restant investeringen jaarschijf 2024 Vervangingen wagenpark Moderniseren verpakken & magazijn
2025 € 205.000 2024=>2025 € 40.000 2025 € 363.400 Vervanging inrichting/inventaris 2025 € 150.000 Vervangen machines Ruelong 2025 € 15.000 Afschrijvingslasten berekend op basis van geldende nota investeren, waarderen en afschrijven.
Afschrijvingslast € 21.200 € 41.000 € 8.000 € 72.680 € 10.000 € 1.500
1e Afschrijvingsjaar 2026 2026 2026 2026 2026
Voor het formeel beschikbaar stellen van de vooralsnog indicatieve investeringen is de voorgeschreven werkwijze dat deze gedurende het begrotingsjaar via de bestuursrapportages worden voorgelegd aan het algemeen bestuur. De verwachting is dat bovenstaande voorgenomen investeringen in de loop van 2025 aan het algemeen bestuur worden voorgelegd. In de begroting 2026 is reeds rekening gehouden met de bijbehorende afschrijvingslasten.
Begroting 2026
lnvesteringen jaarschijf 2026 De meerjareninvesteringsbegroting (MIB) heeft een doorkijk tot en met het jaar 2028. Voor het jaar 2026 zijn de volgende indicatieve investeringen opgenomen: 1e
Jaar van
investering
lnvesteringsbedrag
Omschrijving
2026 2026
€ 25.000 € 600.000
Herinrichten werf en overig terrein Werf, vloeistofdichte vloer en inrichten
2026 2026
€ 15.000 € 220.000
ICT, vervangen kassasystemen Vervanging wagenpark, jaarschijf 2026
Afschrijvingslast € 1.667 € 60.000
Afschrijvingsjaar 2027 2027
€ 3.000 € 44.000
2027 2027
opslag groenafval
Toelichting op de voorgenomen investeringen 2026
Herinrichten werf en overig terrein € 25.000 Na gereedkomen van de nieuwbouw zal in 2026 een investering noodzakelijk zijn van circa 25.000 voor o.a. een nieuwe unit voor de werfbeheerder.
Werf, vloeistofdichte vloer en inrichten opslag groenafval € 600.000 Op de plaats van de containers moet een vloeistofdichte vloer komen (500K). Tevens moet de opslag van het groenafval opnieuw worden ingericht. (100K)
ICT, vervangen kassasystemen € 15.000
Voor de vervanging van bestaande kassasystemen is een investering van 15.000 opgenomen. Vervangen wagenpark, jaarschijf 2026 € 220.000
Er is een meerjarig vervangingsplan opgesteld voor het wagenpark. Dit plan loopt tot en met het jaar 2028. In 2024 en 2025 zijn kredieten beschikbaar gesteld voor de noodzakelijke vervangingen. Voor de jaarschijf 2026 is € 220.000 beschikbaar.