Rekenkameronderzoek Economisch Beleid (december 2023)
Tekst van het document
Ook wordt de bestuurstafel in de gelegenheid gesteld om terug te blikken en vooruit te kijken. Een goed voorbeeld hiervan is de vergadering van 12 april 2023. Daarin wordt gesproken over de verlenging van het actieprogramma, met name in relatie tot de Regio Deal. Tevens wordt tijdens die vergadering onder begeleiding van een extern bureau teruggekeken en vooruitgekeken op de samenwerking (Agenda, 12 april 2023). Op een enkel punt kan een blinde vlek worden geconstateerd waar het bijsturing betreft. Zo zou voor de bestuurstafel van 21 november 2022 door de provincie een presentatie worden gegeven over de Interreg A subsidie. Deze bestuurstafelvergadering is echter niet doorgegaan omdat het niet lukte om iedereen bij elkaar te laten komen. De presentatie over Interreg wordt in verband met omstandigheden afgezegd en ook nadien niet meer gehouden. Tijdens latere vergaderingen komt men hier niet meer op terug. De bestuurstafel opteert via de Regio Deal tot een verbreding, zowel beleidsmatig als met betrekking tot de participanten. Desgevraagd wordt gesteld, dat in de lente van 2023 een positief bericht op de aanvraag voor de Regio Deal is ontvangen. In overleg met het Rijk kunnen na de zomer verschillende business cases worden uitgewerkt. De Regio Deal sluit goed aan op het SEAP, aldus de respons. De Regio Deal is breder dan het SEAP.
Ook thema’s op het gebied van wonen, bereikbaarheid en leefbaarheid vallen hieronder. De Regio Deal wordt dan ook gezien als een zaak van het gehele college. Bovendien nemen ook de provincie, het Wetterskip en de gemeente Leeuwarden deel aan deze deal. Toerisme wordt echter ook in de Regio Deal niet expliciet geaccentueerd. Overwogen kan worden in de toekomst ook zorg op te nemen, gelet op de toenemende problemen binnen deze sector. Dit zou dan echter aanvullend moeten zijn op datgene wat de sector nu zelf al doet. Ook zouden dan zorgondernemers uitgenodigd moeten worden voor de bestuurstafel. Nu bestaat nog geen zicht op de toekomstige organisatie. De ambitie is in ieder geval om de Regio Deal verder vorm te geven. Aangezien de Regio Deal echter breder is dan het SEAP en ook andere participanten kent, zal hier vermoedelijk een andere organisatie voor nodig zijn. Hoe deze organisatie zich verhoudt tot de huidige
75
programmaorganisatie van het SEAP, is ten tijde van dit onderzoek nog onduidelijk. Er zal in ieder geval niet gewerkt gaan worden met twee bestuurstafels, aldus de respons.
6.7 De effecten Op dit moment bestaat nog geen zicht op de ontwikkeling van het bruto regionaal product of op de ontwikkeling van de arbeidsmarkt. Wellicht zal een en ander in de vierde voortgangsrapportage worden opgenomen, maar zeker is dit niet. De eerste twee jaren zijn vooral besteed aan het optuigen van het gehele programma en aan het ondernemen van actie binnen de uitgezette programmalijnen. Het gehele programma beslaat 10 jaar en effecten op het gebied van het bruto regionaal product en de arbeidsontwikkeling zullen pas later tijdens deze 10 jaar zichtbaar worden (Interview, 24 juli 2023). Dit is aannemelijk. Maatregelen op het gebied van sociaaleconomisch beleid vertalen zich pas enkele jaren later door in effecten, zo leert de ervaring (de Kam e.a., 2021).
6.8 Slotanalyse De bovenstaande analyse kan aan de hand van het normenkader als volgt worden samengevat: Norm
Operationele norm
Bevindingen en analyse
Beoogde werkgelegenheid wordt
De beoogde werkgelegenheid wordt
kwantitatief weergegeven en
gekwantificeerd (< 4%, arbeidsparticipatie
afgezet tegen een nul-situatie.
75%) en afgezet tegen de nul-situatie.
Beoogde economische groei wordt
De beoogde economische groei wordt
kwantitatief weergegeven en
gekwantificeerd (€ 276 mln. oftewel 22%
afgezet tegen een nul-situatie.
van 2018 tot 2033). Niet geheel duidelijk
Kwantitatieve doelstellingen
is hoe de eenmalige investering van € 23 mln. leidt tot een structureel effect van € 62 mln. en hoe dit structureel effect uiteindelijk leidt tot de beoogde groei van € 276 mln. De nul-situatie (het BRP) wordt in het actieprogramma gesteld op € 1,26 mrd. in 2018. Daarbij wordt aangesloten op de publicatie van Public Result. In de aanvraag voor de Regio Deal wordt deze nul-situatie gesteld op € 1,447 mrd. in 2018. De aanvraag heeft echter betrekking op een groter gebied (inclusief het noordwestelijke plattelandsgebied van Leeuwarden). Beoogde immigratie en het
De behoefte aan extra werknemers wordt
beoogde opleidingsniveau wordt
gekwantificeerd (3.977 fte.) en afgezet
kwantitatief weergegeven en
tegen de nul-situatie.
afgezet tegen een nul-situatie.
76
Economisch Beleid
Ook het beoogde opleidingsniveau wordt gekwantificeerd en afgezet tegen de nulsituatie. Daarnaast wordt de beoogde immigratie uitgesplitst naar het beoogde opleidingsniveau van deze immigratie.
Veronderstellingen De veronderstellingen zijn expliciet
De businesscases worden expliciet
geformuleerd.
benoemd en uitgewerkt. In de aanvraag voor de Regio Deal worden de veronderstellingen schematisch expliciet weergegeven.
De veronderstellingen zijn valide:
Niet geheel duidelijk is, waarom men juist
onderbouwd op basis van eerder
gekozen heeft voor de gekozen
onderzoek en/of voorzien van
businesscases.
voldoende reflectie.
De veronderstellingen in de aanvraag voor de Regio Deal zijn logisch en valide. Wel rijst de vraag in hoeverre daadwerkelijk gestuurd kan worden op de opgevoerde concepten. Economische groei bijvoorbeeld is afhankelijk van zeer veel context-gerelateerde factoren, waar een overheidsorganisatie niet altijd grip op heeft. Het meeste aantal bedrijven en de meeste werknemers zijn te vinden in de sectoren zakelijke dienstverlening, handel en reparatie en gezondheidszorg. Het planbureau Fryslân schat in, dat in de sectoren landbouw, bosbouw en visserij sprake zal zijn van een werkgelegenheidsafname. Aan de andere kant kennen deze sectoren wel een hoge specialisatiegraad en kunnen in die zin als stuwende kracht worden aangemerkt.
Organisatorische vormgeving Taken, verantwoordelijkheden en
In het plan van aanpak wordt de
bevoegdheden zijn duidelijk
organisatorische vormgeving zeer
belegd.
duidelijk beschreven, evenals de taken, de verantwoordelijkheden en de bevoegdheden. Daarnaast wordt het actieprogramma uitgewerkt in een uitvoeringsplan voor de jaren 2022 en 2023. Hier wordt eveneens
77
zeer specifiek ingegaan op de organisatorische vormgeving. Inhoudelijk en procedureel zijn afspraken tevens neergelegd in een samenwerkingsovereenkomst. In het uitvoeringsprogramma wordt per businesscase een doelstelling tot 2030 geformuleerd, alsmede een opgave voor de jaren 2021-2023, waarbij wordt aangegeven wat concreet gedaan moet worden. Bestuurlijke
De bestuurstafel is verantwoordelijk voor
eindverantwoordelijkheid.
het programma, maar waar nodig met behoud van de bevoegdheden van de colleges en de gemeenteraden. In de praktijk is een werkwijze ontstaan, waarbij onderwerpen die andere portefeuillehouders raken (dan de leden van de bestuurstafel), vooraf worden besproken met de desbetreffende portefeuillehouder. Het mandaat van het programmateam ten opzichte van de bestuurlijke verantwoordelijkheid van de bestuurstafel, is in de praktijk goed uitgekristalliseerd.
Ambtenaren zijn voldoende
Op basis van de interviews en de
toegerust.
geanalyseerde documenten, kan geconstateerd worden, dat de betrokken ambtenaren zeer goed zijn toegerust.
Voldoende ambtelijke capaciteit.
Organisatorisch bestaat altijd een zekere spanning tussen lijnactiviteiten en programma-activiteiten. Het programmateam wil graag werken met eigen personeel van de gemeenten op programma’s, zodat de kennis behouden blijft voor de gemeentelijke organisaties. Aangezien die medewerkers ook reguliere lijn taken uitvoeren, speelt er altijd een zeker prioriteringsvraagstuk. Uit de notulen van de bestuurstafel en uit de voortgangsrapportages blijkt niet, dat activiteiten niet kunnen worden uitgevoerd wegens gebrek aan ambtelijke capaciteit.
Voldoende budget.
Tegelijkertijd met de vaststelling van het uitvoeringsplan wordt door de gemeente Waadhoeke € 402.150 beschikbaar
78
Economisch Beleid
gesteld. Harlingen stelt € 201.050 beschikbaar. In juni 2023 blijkt dit budget toereikend te zijn geweest. Voorgesteld wordt om het programma te verlengen tot december 2023 in aanloop naar de Regio Deal. Duidelijke rapportagestructuur.
Gewerkt wordt met voortgangsrapportages die eens per halfjaar verschijnen. Deze rapportages worden besproken aan de bestuurstafel en daarna via de colleges aangeboden aan de raden. De voortgangsrapportages werden niet opgevoerd als officieel agendapunt aan de bestuurstafel, maar desgevraagd is aangegeven, dat dit in de toekomst wel gaat gebeuren.
Bestuurlijke en ambtelijke steun.
Het sociaaleconomisch actieprogramma en het uitvoeringsplan zijn unaniem vastgesteld door de raad. Ook ambtelijk is voldoende steun.
Voortgangsrapportages Concreet wordt aangegeven wat
Sommige passages uit de
men gedaan heeft.
voortgangsrapportages geven een minder concreet beeld van wat gedaan is en wat gedaan gaat worden. Andere passages geven wel een concreet beeld hiervan. Tijdens de interviews kan zeer concreet worden aangegeven wat met sommige begrippen wordt bedoeld en welke concrete acties men heeft ondernomen. Hoewel men met verschillende businesscases werkt, blijft men ook de inhoudelijke samenhang tussen deze businesscases zien. In sommige gevallen worden businesscases inhoudelijk gekoppeld aan elkaar. Uit de notulen van de bestuurstafel blijkt, dat niet alle acties konden worden uitgevoerd. Hiervoor worden overigens valide argumenten aangedragen. In de voortgangsrapportages wordt hier echter niet expliciet melding van gemaakt.
Concreet wordt aangegeven welk
Dit is nu nog niet mogelijk.
effect is bereikt.
79
De uitspraken zijn voldoende
In sommige gevallen wordt in een
onderbouwd.
voortgangsrapportage gesteld, maar niet onderbouwd. Zo vermeldt de tweede voortgangsrapportage dat door het programma Leren en Werken in je eigen Regio leerlingen nu een duidelijker beroepsbeeld hebben en veel meer kennis bezitten van het aanwezige bedrijfsleven. De vraag rijst dan uiteraard hoe dat gemeten en onderzocht is.
De rapportages zijn toegankelijk
De voortgangsrapportages en de
en bieden een basis om tot
mondelinge verslagen tijdens de
bijsturing over te gaan.
bestuurstafelvergaderingen bieden een goede basis voor eventuele bijsturing.
De rapportages geven aan in
Sociaaleconomische effecten zijn nu nog
hoeverre de acties tot het
niet waar te nemen, hetgeen na 2 jaar ook
gewenste effect leiden en of men
niet mogelijk is. Maatregelen op het
in de toekomst andere acties dient
gebied van sociaaleconomisch beleid
te overwegen.
vertalen zich pas enkele jaren door in effecten.
Besluitvorming Bestuurlijk eindverantwoordelijken
De bestuurstafel krijgt zeker de
hebben de mogelijkheid om op
mogelijkheid om op de juiste momenten
basis van de
bij te sturen. Onderwerpen worden tevens
voortgangsrapportages het beleid
tijdig ter goedkeuring voorgelegd aan de
en/of de uitvoering bij te stellen.
bestuurstafel. In dit verband kan ook geconstateerd worden, dat ook zaken die stroever verlopen mondeling aan de orde komen tijdens de bestuurstafelvergaderingen. Daarnaast wordt de bestuurstafel in de gelegenheid gesteld om terug te blikken en vooruit te kijken.
80
Economisch Beleid
Hoofdstuk 7 Conclusies en aanbevelingen 7.1 Conclusies Op basis van het onderzoek kunnen de volgende conclusies worden getrokken: In het sociaaleconomisch actieprogramma worden ten aanzien van de beoogde economische groei, de werkgelegenheid, de beoogde immigratie en het opleidingsniveau zeer concrete en kwantitatieve doelstellingen opgenomen, die tevens zijn voorzien van een tijdspad (doorgaans tot 2033). De ambities ten aanzien van de beoogde ontwikkelingen worden daarnaast afgezet tegen een nul-situatie (2018). De beoogde economische groei wordt zelfs afgezet tegen de ontwikkeling van deze nul-situatie (de ontwikkeling van de nul-situatie betreft de ontwikkeling zonder actieprogramma). In het uitvoeringsplan worden de diverse businesscases zeer concreet uitgewerkt. Per businesscase wordt een doelstelling geformuleerd en een opgave voor de periode 2021-2023. Ook wordt aangegeven wat concreet gedaan moet worden om invulling te geven aan de opgaven. In het plan van aanpak en het uitvoeringsplan wordt het programma organisatorisch zeer duidelijk vormgegeven, waarbij aan alle relevante aspecten aandacht wordt besteed. Procedureel en inhoudelijk vindt daarnaast een nadere vertaling plaats in de vorm van een samenwerkingsovereenkomst. Taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden worden op deze manier eenduidig belegd.
In de praktijk werkt de beoogde structuur goed, zo kan geconcludeerd worden op basis van de afgenomen interviews en de documenten die tijdens dit onderzoek geanalyseerd zijn. De verantwoordelijkheidsverdeling tussen de bestuurstafel en het programmateam heeft zich in de praktijk uitgekristalliseerd en leidt niet tot problemen. Ook de afstemming tussen de bestuurstafel en de colleges heeft zich ontwikkeld tot een praktijk, waarbij onderwerpen die betrekking hebben op portefeuilles van collegeleden die niet deelnemen aan de bestuurstafel, vooraf worden besproken met die collegeleden. Ook dit werkt in de praktijk goed. Het uitvoeringsplan is uitgevoerd binnen de gestelde budgettaire kaders. In juni 2023 blijkt, dat het budget nog toereikend is om het programma te verlengen tot december 2023 in aanloop naar de Regio Deal. De budgetten zijn tijdig en juist vastgesteld door zowel de gemeenteraad van Waadhoeke als de gemeenteraad van Harlingen. Het sociaaleconomisch actieprogramma zal in 2024 opgaan in de Regio Deal. De organisatie hiervan is echter nog niet vormgegeven. De Regio Deal beslaat inhoudelijk een breder programma dan het sociaaleconomisch actieprogramma. Ook bestuurlijk is de Regio Deal breder, aangezien ook de provincie Fryslân, de gemeente Leeuwarden en het Wetterskip deelnemen aan de Regio Deal.
Aan de hand van de voortgangsrapportages, maar ook op basis van de notulen van de bestuurstafel en de afgenomen interviews, kan geconcludeerd worden dat zeer veel acties zijn ondernomen in het kader van het sociaaleconomische actieprogramma. Daarbij valt de hechte samenwerking tussen de gemeenten, de onderwijssector en het bedrijfsleven in positieve zin op.
81
De voortgangsrapportages geven niet altijd een duidelijk en concreet beeld van datgene wat nu is gedaan en nog gedaan moet worden. Ook zijn de gehanteerde termen niet altijd even duidelijk. Tijdens de interviews kan dit overigens wel zeer concreet worden aangegeven en weet men ook goed aan te geven wat met de gehanteerde termen wordt bedoeld. Daarnaast kunnen uitspraken in de voortgangsrapportages soms beter onderbouwd worden. Tevens geven de voortgangsrapportages niet altijd aan wat niet is uitgevoerd en wat daar de redenen voor zijn geweest. Geconcludeerd kan worden, dat de voortgangsrapportages en de mondelinge verslagen tijdens de bestuurstafelvergaderingen over het algemeen een goed beeld geven van datgene wat gedaan is en wat nog moet gebeuren. De bestuurstafel krijgt zeker de mogelijkheid om op de juiste momenten bij te sturen en maakt hier ook gebruik van. Onderwerpen worden tevens tijdig ter goedkeuring voorgelegd aan de bestuurstafel. Ook zaken die stroever verlopen, komen aan de orde tijdens de bestuurstafelvergaderingen. Daarnaast wordt de bestuurstafel in de gelegenheid gesteld om terug te blikken en vooruit te kijken.
Als de data, zoals deze worden gepresenteerd in de aanvraag voor de Regio Deal en het sociaaleconomisch actieprogramma, worden vergeleken met de data van het planbureau Fryslân, de provincie Fryslân en met het CBS, kan het volgende worden geconcludeerd (zie hiertoe bijlage I). Van 2015 tot 2018 loopt de regio Noord-Friesland in de ontwikkeling van het Bruto Regionaal Product (BRP) achter op de landelijke ontwikkeling en op de ontwikkeling van het BBP in Friesland. Vanaf 2019 loopt de regio Noord-Friesland echter voor. Dit duurt tot 2021, waarna de regio weer achterloopt op Nederland en de provincie (CBS). In de periode 2011 tot en met 2021 blijft de gemeente Waadhoeke in totaal gemiddeld besteedbaar inkomen per huishouden iets achter op de provincie Fryslân, maar vrij ver achter op het landelijk gemiddelde. De data gepresenteerd in de aanvraag voor de Regio Deal, sluiten aan op de data van het planbureau Fryslân. Met betrekking tot de bevolkingsontwikkeling verschilt de prognose uit de aanvraag voor de Regio Deal met de prognose van het CBS. Dit hangt vermoedelijk samen met het feit dat beide prognoses verschillende tijdvakken hanteren. In alle prognoses is echter sprake van een bevolkingskrimp tot 2050 in Waadhoeke en de regio, terwijl landelijk juist sprake is van een groei.
Met betrekking tot de beroepsbevolking stelt het actieprogramma, dat in 2030 een totale vraag naar arbeid zal ontstaan van 5.200 werknemers, oftewel 3.977 fte. (SEAP, p. 7 en 12). Dit betreft zowel de vervangings- als de uitbreidingsvraag. Het planbureau Fryslân stelt dat er in 2030 bijna 4.400 minder inwoners beschikbaar zijn voor werk. Dit betreft echter enkel de vervangingsvraag. Wel is opmerkelijk, dat het planbureau vervolgens een vervangingsvraag van 9.000 werknemers raamt voor het jaar 2040, terwijl het actieprogramma zich niet over deze periode uitlaat. Het lijkt een redelijk grote opgave om 9.000 nieuwe werknemers aan te trekken om alleen al aan de vervangingsvraag te voldoen, laat staan om daarboven nog meer werknemers aan te trekken om de economische ambitie te realiseren en te voldoen aan de uitbreidingsvraag.
82
Economisch Beleid
De netto arbeidsparticipatie voor Waadhoeke sluit voor het jaar 2021 en 2022 goed aan op het landelijk gemiddelde (70,5% resp. 71%). Ook het aantal bijstandsuitkeringen in Waadhoeke volgt in de jaren 2021 en 2022 de landelijke ontwikkeling. Het lijkt dan ook minder realistisch om zeer fors op het verhogen van de arbeidsparticipatie in te zetten. Het aantal vestigingen van bedrijven per 10.000 inwoners blijft de afgelopen jaren (2021 t/m 2e kwartaal 2023) achter op het Nederlandse gemiddelde. Voor wat betreft de ontwikkeling van het totaal aantal bedrijven in Waadhoeke en Harlingen, sluit het actieprogramma aan op de data van de provincie.
7.2 Aanbevelingen Op basis van de bovenstaande conclusies, komt de rekenkamer op de volgende aanbevelingen: Aanbevolen wordt, om bij de organisatorische vormgeving van de Regio Deal zo veel mogelijk aan te sluiten op de vormgeving die men heeft gekozen voor het sociaaleconomisch actieplan. Uiteraard is de Regio Deal breder dan het sociaaleconomisch actieplan: de Regio Deal beslaat immers thema’s die niet in het sociaaleconomisch actieplan worden benoemd, zoals op het gebied van wonen, bereikbaarheid, leefbaarheid, etc. Deze inhoudelijke verbreding heeft ook een bestuurlijke verbreding tot gevolg. De Regio Deal is feitelijk een zaak van het gehele college, terwijl ook de provincie, het Wetterskip en de gemeente Leeuwarden deelnemen aan deze deal. Toch zouden de organisatorische principes, zoals het werken met een bestuurstafel en een programmateam en het werken met voortgangsrapportages, overgenomen kunnen worden. Deze principes werken in de praktijk immers goed. Ook wordt aanbevolen om de hechte samenwerking met de onderwijssector en het bedrijfsleven te continueren in de implementatie van de Regio Deal. Aanbevolen wordt, om in voortgangsrapportages concreter en duidelijker aan te geven wat men heeft gedaan en wat nog gedaan moet worden. Tevens wordt aanbevolen de gehanteerde termen beter toe te lichten.
Zo is het voor de lezer niet altijd duidelijk wat onder een ‘hub’ of onder een ‘BBL- of werkcarrousel’ moet worden verstaan. Het onderscheid tussen kwartiermaker en kennismakelaar is eveneens niet geheel duidelijk voor een lezer. Daarnaast wordt aanbevolen uitspraken in de voortgangsrapportages van een adequate onderbouwing
te voorzien. Tevens kunnen de
voortgangsrapportages ook ingaan op datgene wat niet is gerealiseerd. Zo is ten tijde van dit onderzoek het onderzoek onder nieuwkomers en verlaters nog niet uitgevoerd en verloopt bij de agri-hub de aansluiting van de agrariërs stroef. Tijdens de interviews blijken hier zeer goede redenen voor te zijn en ook deze redenen zijn het vermelden in de voortgangsrapportages waard.
7.3 Overwegingen De doeltreffendheid van sociaaleconomisch beleid laat zich niet eenvoudig kwantificeren. Te veel variabelen spelen een rol, terwijl de causale relaties die in sociaaleconomisch beleid verondersteld worden, doorgaans sterk context-afhankelijk zijn en in de praktijk niet altijd even sterk blijken te zijn. Aan de andere kant kan aan de hand van eerder uitgevoerde analyses en aan de hand van de data-
83
analyse die tijdens dit onderzoek is uitgevoerd, wel het een en ander worden opgemerkt over de doeltreffendheid van het sociaaleconomisch beleid. Daarom bevat de volgende passage eerder overwegingen dan aanbevelingen. Het planbureau Fryslân heeft in mei 2023 enkele ontwikkelingen geanalyseerd die invloed hebben op de economische groei. Deze analyse van het planbureau komt er in essentie op neer, dat de werkende bevolking zal afnemen en dat de krapte die op de arbeidsmarkt ontstaat, zich vooral zal voordoen in de sectoren Handel en Reparatie, Gezondheids- en Welzijnszorg, en Zakelijke Dienstverlening. Deze analyse wordt tevens bevestigd in de data-analyse zoals deze tijdens dit rekenkameronderzoek is uitgevoerd (zie bijlage I). Om het arbeidsvolume te behouden stelt het planbureau voor om in te zetten op een versterking van de migratiestroom. Dit zal wel leiden tot een versterkte vraag naar woningen. Als alternatief stelt het planbureau voor om selectiever om te gaan met economische activiteit. Als deze analyse wordt afgezet tegen het sociaaleconomisch actieprogramma, rijst de vraag of het actieprogramma de analyse van het planbureau hierin volgt. Het sociaaleconomisch actieprogramma besteedt aandacht aan de krimpende arbeidsmarkt en zet tevens in op een toename van het aantal arbeidsmigranten.
Ook besteedt het actieprogramma aandacht aan de extra vraag naar woningen (ook kwalitatief) die wordt gegenereerd als men meer arbeidsmigranten wil aantrekken. De voortgangsrapportages en de interviews bevestigen deze aandacht. Daarbij wordt voorgesteld om permanente arbeidsmigranten onder te brengen in dorpen en steden, terwijl voor tijdelijke (seizoensgebonden) arbeidsmigranten geopteerd wordt voor solitaire gebouwen. Rekenkameronderzoek bij andere gemeenten wijst uit, dat het onderscheid tussen short- en longstay in de praktijk niet altijd duidelijk te maken is (migranten weten vooraf namelijk niet altijd hoe lang zij zullen verblijven), dat het verlenen van vergunningen een zeer tijdrovende zaak kan zijn (zeker bij grotere locaties), dat registratie van arbeidsmigranten op zijn zachtst gesteld problematisch is en dat het toezicht op illegale huisvesting in de praktijk niet eenvoudig is. Ook nationaal wordt gewezen op deze problematiek (Aanjaagteam, 2020). Hoewel zeker niet onmogelijk, levert het huisvesten van arbeidsmigranten in de gemeentelijke praktijk de nodige problemen op en hier zal vooraf op kunnen worden geanticipeerd. Het sociaaleconomisch actieprogramma zet sectoraal vrij fors in op de sectoren agri en maritiem en brengt dus ook het tweede alternatief van het planbureau in stelling: selectief omgaan met economische activiteit.
Opvallend is daarbij, dat het actieprogramma met de keuze voor agri en maritiem minder inzet op de sectoren die het planbureau benoemt. Het planbureau komt goed overeen met de analyse die tijdens dit rekenkameronderzoek is uitgevoerd. Als een top vier van grootste sectoren kan worden samengesteld, ziet deze top er voor 2022 als volgt uit:
84
Economisch Beleid
2022 1 2
Waadhoeke
Waadhoeke
Harlingen
Harlingen
Aantal bedrijven
Aantal werknemers
Aantal bedrijven
Aantal werknemers
Zakelijke dienstverlening
Handel en reparatie
Zakelijke
Handel en reparatie/
dienstverlening
Gezondheidszorg
Handel en reparatie
Industrie
Bouwnijverheid
Zakelijke
Landbouw en visserij
Industrie/ Gezondheidszorg
3
Handel en reparatie
Landbouw en visserij
dienstverlening 4
Bouwnijverheid
Zakelijke
Gezondheidszorg
Vervoer en opslag
dienstverlening
De rode sectoren komen in beide analyses (van het planbureau en van dit rekenkameronderzoek) overeen. De vraag rijst in hoeverre het actieprogramma niet beter het accent had kunnen leggen op zakelijke dienstverlening, handel en reparatie en op gezondheidszorg. Toch is een inzet op juist agri en maritiem op een andere manier te beargumenteren. Het planbureau merkt namelijk in dit verband het volgende op: “Het één op één vervangen van gepensioneerden door nieuwe werkenden levert in bijvoorbeeld de sector Zorg en Welzijn niet voldoende groei op om te beantwoorden aan de vraag. Het gaat dus ook om wat de uitbreidingsvraag genoemd wordt: hoeveel werkenden zullen er nodig zijn om te voldoen aan de vraag naar arbeid? Daarvan worden prognoses gemaakt, op basis van de ramingen van sectorale groei van het Centraal Planbureau. Op basis daarvan gaat het onderzoekscentrum Etil voor de noordelijke arbeidsmarkt uit van een relatief sterke werkgelegenheidsafname in de industrie en de landbouw, bosbouw en visserij. De sectoren zorg, openbaar bestuur en overheidsdiensten en bouwnijverheid zijn de enige sectoren die gedurende deze periode een toename van het aantal arbeidsplaatsen kennen (Etil, 2021)” (Planbureau Frylân, Economische veerkracht, mei 2022). Als de publicatie van Etil hierop wordt nageslagen, blijkt deze constatering juist.
Het bureau prognosticeert een daling van de werkgelegenheid in de industrie en in de landbouw, bosbouw en visserij voor de periode 2022-2025 voor Noord-Nederland (Etil, 2020, p. 20). Aan de andere kant is de specialisatiegraad voor landbouw, bosbouw en visserij de grootste van alle sectoren in Noord-Nederland in 2017. Deze graad geeft aan of een sector in de regio meer of minder gemiddeld bruto waarde toevoegt in vergelijking met Nederland. De werkgelegenheid binnen agri en maritiem loopt dus bij ongewijzigd beleid terug, terwijl de sector wel een hoge specialisatiegraad kent en in die zin als stuwende kracht kan worden aangemerkt. Aan de andere kant werken de meeste mensen in de regio niet binnen deze sectoren. De vervangings- en uitbreidingsvraag zal zich met name gaan voordoen in de sectoren zakelijke dienstverlening, gezondheidszorg en handel en reparatie. De bijna normatieve vraag rijst, in hoeverre het raadzaam is om enkel in te zetten op agri en maritiem. De twee alternatieven die het planbureau biedt, lijken de moeite van een nadere analyse waard. Als men
85
inzet op een brede versterking van meer sectoren, dan zal zeer zwaar ingezet moeten worden op arbeidsmigratie en dus ook op huisvesting. Als men inzet op een nadere selectie van economische activiteit, zal men een keuze moeten maken voor bepaalde sectoren. Bij die laatste keuze rijst de vraag of men dan wil inzetten op stuwende sectoren of juist op sectoren waar momenteel de meeste werknemers actief zijn en waar men de grootste krapte verwacht. De aanvraag voor de Regio Deal lijkt beide opties te combineren. Hoewel de aanvraag voor de Regio Deal breder is dan enkel het sociaaleconomisch onderdeel, valt uit de aanvraag op te maken dat men inzet op de sectoren agri en maritiem (Aanvraag Regio Deal, p. 8). De aanvraag voor de Regio Deal merkt de sectoren agri en maritiem aan als stuwende sectoren. Zakelijke dienstverlening en zorg worden als niet stuwende sector aangemerkt (Aanvraag Regio Deal, p. 22). Hiermee wordt ingezet op het tweede alternatief van het planbureau: selectief inzetten op bepaalde sectoren. Aan de andere kant constateert de aanvraag een krimpende bevolking, vergrijzing en ontgroening (Aanvraag Regio Deal, p. 12) en wordt ingezet op arbeidsmigranten en huisvesting. Hoewel dit over de volle breedte juist is, geven bovenstaande analyses aan, dat binnen de sectoren agri en maritiem bij ongewijzigd beleid de werkgelegenheid juist terugloopt.
De Regio Deal behelst dan ook een opgave: het ombuigen van de teruglopende werkgelegenheid in de sectoren agri en maritiem naar een stijging van de werkgelegenheid in deze sectoren. Hoewel dit zeker niet onmogelijk is, dient deze opgave gecombineerd te worden met een andere opgave: het tekort aan werknemers in de zorg. Deze opgave zal immers ook moeten worden ingevuld en zal zonder meer tot een toenemende vraag aan woningen tot gevolg hebben. Tot slot wijst de analyse van het planbureau uit, dat in 2040 in totaal 9.000 werknemers nodig zijn om alleen al aan de vervangingsvraag te voldoen en ook dit kan als een behoorlijke opgave worden gezien.
86
Economisch Beleid
Bestuurlijke reactie
87
88
Economisch Beleid
89
Nawoord Rekenkamer De rekenkamer heeft met genoegen kennis genomen van de bestuurlijke reactie op het onderzoeksrapport. De rekenkamer is blij dat het college de conclusies en aanbevelingen onderschrijft. De algemene reactie op het rapport is zeer herkenbaar en constructief. Zo is de rekenkamer zich bewust van het feit dat de gemeente, naast het actieprogramma, zeer veel andere activiteiten verricht op het gebied van economisch beleid. Aan de andere kant staat iedere onderzoeker voor de uitdaging het object van onderzoek af te bakenen, omdat nu eenmaal niet alles onderzocht kan worden. Ook onderschrijft de rekenkamer de constatering dat prognoses blijven veranderen en ook per onderzoek weer zullen verschillen. Zeer benieuwd is de rekenkamer naar de toekomstige inspanningen en ontwikkelingen op het gebied van de huisvesting van arbeidsmigranten. Elders in het land is juist deze huisvesting soms problematisch en de rekenkamer zal de ontwikkelingen op dit punt met belangstelling blijven volgen. De rekenkamer is verheugd over de manier waarop het college de aanbevelingen wil oppakken en ook hier is de rekenkamer nieuwsgierig naar het vervolg. De reactie van het college geeft de rekenkamer het volste vertrouwen dat de aanbevelingen adequaat worden overgenomen en worden doorgevoerd.
90
Economisch Beleid
Bijlage I Nadere analyse data De data: een nadere analyse In dit onderdeel van de analyse zal bezien worden in hoeverre de data die gepresenteerd zijn bij de lancering van het sociaaleconomisch actieprogramma en bij de aanvraag voor de Regio Deal, corresponderen met data die door de diverse planbureaus worden gepresenteerd (CBS, Provincie Fryslân, Planbureau Fryslân).
Bruto regionaal product en gemiddeld inkomen Over het bruto regionaal product merkt de provincie Fryslân het volgende op: “De economische groei is een belangrijke maatstaf voor de toestand van de economie. Economische groei is de groei van het Bruto Binnenlandse Product (BBP). Het BBP is de indicator die de omvang van de totale economie weergeeft. Het geeft de totale toegevoegde waarde weer van alle in een regio of land geproduceerde goederen en diensten. Het Bruto Regionale Product (BRP) is de regionale variant van het bruto binnenlands product. Het bruto regionaal product per inwoner is het BRP gedeeld door het totaal aantal inwoners van de regio” (Provincie Fryslân, Factsheet economische groei). Het bruto binnenlands product heeft zich de afgelopen jaren als volgt ontwikkeld:
Mutaties bbp 6 5 4 3 2 1
2022*
2021*
2020
2019
2018
2017
2016
2015
2014
2013
2012
2011
2010
2009
2008
2007
2006
2005
2004
2003
2002
2001
2000
1999
1998
1997
-1
1996
0
-2 -3 -4 -5 Nederland
Fryslân (PV)
Noord-Friesland (CR)
(CBS)
91
Economische groei; bbp en toegevoegde waarde volumemutaties; nr Bedrijfstakken/branches (SBI 2008): A-U Alle economische activiteiten Perioden
2015
2016
2017
2018
2019
2020
2021*
2022*
Nederland
2
2,2
2,9
2,4
2
-3,9
4,9
4,5
Fryslân (PV)
-1,4
1,2
1,4
1,6
3
-2,1
4,1
3,5
Noord-Friesland (CR)
-2,5
0,4
-0,7
0,7
3,4
-2,5
3,5
3,1
Zuidwest-Friesland (CR)
2
1
5,5
2,7
2,4
-2,3
4,2
4,2
Zuidoost-Friesland (CR)
-1,6
2,6
2,4
2,4
2,5
-1,4
4,9
3,6
Bron: CBS
Het bruto binnenlands product (bbp) is een maat voor de omvang van de economie. De verandering van het volume van het bbp in een bepaalde tijdsperiode is een maat voor de groei (of krimp) van de economie (CBS, toelichting tabel). De provincie Fryslân sluit aan op deze cijfers van het CBS (Fryslân in Cijfers, Economische Barometer Noord-Nederland, 2021). Van 2015 tot 2018 loopt de regio Noord-Friesland achter op de landelijke ontwikkeling en op de ontwikkeling van het BBP in Friesland. Vanaf 2019 loopt de regio Noord-Friesland echter voor. Dit duurt tot 2021, waarna de regio weer achterloopt op Nederland en de provincie. Het SEAP stelt in dit verband het volgende: “Door inzet op de sterke sectoren in de regio, is in potentie een economische groei mogelijk van €276 miljoen ofwel een groei van 22% (in ca. 10 jaar). Dit betekent een trendbreuk met de afgelopen jaren waarin we in 10 jaar ca 10% groei hebben gerealiseerd. (..) Als de regio de trend van de afgelopen jaren volgt, is een economische groei (tot 2030) mogelijk van +10%. De Nederlandse trend lag gemiddeld iets hoger: als het de regio lukt om aan te sluiten bij de nationale groei dan zou dit uitkomen op +16% tot 2030. De maximale groeipotentie zoals hierboven geschetst komt neer op een toename van +22% (SEAP, p. 7). Het SEAP stelt het BRP in 2018 vast op € 1,26 miljard.
Het SEAP baseert de gegevens op een publicatie van Public Result, die eveneens een BRP voor 2018 berekend van € 1,26 miljard. Public Result vermeldt met betrekking tot de economische groei het volgende: “De afgelopen jaren is de regionale economie met 3,5% gegroeid (2015-2018). De provincie Friesland is in diezelfde periode 8% gegroeid, Nederland 12%” (Public Result, Sociaaleconomische SWOT-analyse, 2020). Indien niet anders vermeld, zijn de gepresenteerde cijfers afkomstig van het CBS, zo vermeldt Public Result. Deze cijfers zijn niet te verifiëren op Statline en de bovenstaande data van het CBS kunnen deze cijfers niet bevestigen. De bovenstaande CBS data laten namelijk tussen 2015 en 2018 een groei van 2,8% zien voor de provincie Friesland en een groei van 9,5% voor Nederland.
92
Economisch Beleid
Uitgaande van de bovenstaande CBS gegevens, groeit de regionale economie met 5,4% in de periode van 2015 tot en met 2022, dus een groei van 0,7% per jaar. Het CBS hanteert echter een grovere gebiedsindeling: De regio Noord-Friesland bestaat uit: Achtkarspelen, Ameland, Dantumadeel, Harlingen, Leeuwarden, Noardeast-Fryslân, Schiermonnikoog, Terschelling, Tietjerksteradeel, Vlieland en Waadhoeke. De aanvraag voor de Regio Deal merkt met betrekking tot het bruto regionaal product het volgende op: “Op economische aspecten zoals inkomen, bruto binnenlands product en het opleidingsniveau zijn de uitkomsten voor Noardwest -Fryslân lager dan provinciaal én landelijk het geval is. (..) Het Bruto Regionaal Product van NWF is in 2018 € 1,447 miljard” (Aanvraag Regio Deal, p. 22). Opmerkelijk is, dat in de aanvraag voor de Regio Deal van een hoger regionaal product wordt uitgegaan dan in het SEAP, terwijl beide documenten zich baseren op de publicatie van Public Result. Geconstateerd kan worden dat het SEAP met een BRP van € 1,26 miljard in 2018 de publicatie van Public Result volgt. Dit verschil ligt vermoedelijk aan het feit dat de aanvraag voor de Regio Deal een andere gebiedsafbakening kent. Het actieprogramma gaat uit van de gemeenten Waadhoeke en Harlingen, de aanvraag betrekt tevens het noord-westelijke plattelandsgebied van de gemeente Leeuwarden in de berekening.
In de aanvraag voor de Regio Deal wordt het bruto regionaal product als volgt weergegeven:
(Voorstel Regio Deal, p. 23) Soms wordt het bruto regionaal product afgeleid op basis van het inkomen dat inwoners verdienen of kunnen besteden. Het Fries Sociaal Planbureau brengt het mediaan besteedbaar inkomen per huishouden voor de gemeente Waadhoeke vanaf 2017 als volgt in beeld:
93
Mediaan besteedbaar inkomen per huishouden in Waadhoeke 30.000 29.000 28.000
27.000 26.000 25.000 24.000 23.000 2017
2018
2019
2020
2021
Mediaan besteedbaar inkomen per huishouden in Waadhoeke 2017 25.000 2018 25.400 2019 26.600 2020 27.700 2021 28.800
(FSP, Monitor).
De provincie Friesland brengt de mediaan besteedbaar inkomen voor de gemeente Waadhoeke als volgt in beeld:
94
Economisch Beleid
Mediaan besteedbaar inkomen per huishouden in Waadhoeke 25.800 25.600 25.400 25.200 25.000 24.800 24.600 24.400 24.200 24.000 23.800 2017
2018
2019
2020
Mediaan besteedbaar inkomen per huishouden in Waadhoeke 2017
24.600
2018
24.500
2019
25.100
2020
25.700
(Provincie Fryslân, Dashboard) Te zien is, dat de provincie en het planbureau Fryslân van verschillende cijfers uitgaan. Dit heeft vermoedelijk te maken met de definitie van het besteedbaar inkomen per huishouden. Het planbureau merkt hierover het volgende op: “Gemiddeld inkomen: dit is het gestandaardiseerd besteedbaar inkomen is het besteedbaar inkomen gecorrigeerd voor verschillen in grootte en samenstelling van het huishouden. Deze correctie vindt plaats met behulp van equivalentiefactoren. In de equivalentiefactor komen de schaalvoordelen tot uitdrukking die het gevolg zijn van het voeren van een gemeenschappelijke huishouding. Met behulp van de equivalentiefactoren worden alle inkomens herleid tot het inkomen van een eenpersoonshuishouden” (Toelichting monitor planbureau Fryslân). De provincie Fryslân stelt in dit verband bij de mediaan gestandaardiseerd besteedbaar inkomen per huishouden: “Bij de berekening wordt gecorrigeerd voor verschillen in grootte en samenstelling van huishoudens. De mediaan is het middelste getal wanneer alle inkomens van laag naar hoog worden gesorteerd” (Toelichting, provincie Fryslân). In beide berekening vindt dus een correctie plaats die betrekking heeft op de grootte en samenstelling van huishoudens. Het is zeer wel denkbaar dat deze correctieslag verschillend wordt gemaakt, met verschillende cijfers tot gevolg.
Het gemiddeld besteedbaar inkomen per huishouden wordt in de aanvraag voor de Regio Deal als volgt in beeld gebracht:
95
(Voorstel Regio Deal, p. 22) Hier wordt in de aanvraag de volgende toelichting op gegeven: “In 2019 ligt het totaal gemiddeld gestandaardiseerd inkomen in Fryslân op € 29.300 per huishouden. Dat is lager dan landelijk (€32.300). Het gemiddeld gestandaardiseerd huishoudinkomen is het besteedbaar inkomen waarbij rekening is gehouden met de grootte en samenstelling van de huishoudens. Voor de gemeentes Harlingen en Waadhoeke is dit € 28.500 en € 28.900 per huishouden. Dit is lager dan de provincie Fryslân (€ 29.300) en landelijk (€ 32.300)” (Aanvraag Regio Deal, p. 22). Te zien is, dat het voorstel voor de Regio Deal uitgaat van een besteedbaar inkomen in Waadhoeke van € 28.900 per huishouden voor het jaar 2019. Het voorstel sluit daarbij aan op de gegevens van het planbureau Fryslân die eveneens een gemiddeld gestandaardiseerd besteedbaar inkomen presenteert van € 28.900 voor Waadhoek in het jaar 2019. Het SEAP stelt de toegevoegde waarde per hoofd van de bevolking voor 2018 vast op € 20.300. Voor 2033 wordt een streefwaarde vastgesteld van € 26.400 (SEAP, p. 10). Nu zeggen cijfers over enkel de gemeente Waadhoeke uiteraard nog niet zoveel. Het lijkt dan ook goed, deze cijfers af te zetten tegen de gehele provincie en tegen de nationale cijfers. Het gestandaardiseerd gemiddeld besteedbaar inkomen per huishouden kent de volgende ontwikkeling:
96
Economisch Beleid
Gemiddeld inkomen per huishouden 40.000 35.000 30.000 25.000 20.000 15.000 10.000 5.000 2011
2012
2013
2014
2015
Waadhoeke
2016 Fryslân
2017
2018
2019
2020
2021
Ned
Waadhoeke Fryslân Ned 2011 24.000 24.100 26.200 2012 23.800 24.200 26.400 2013 24.200 24.500 26.500 2014 25.200 25.600 28.000 2015 25.300 25.500 27.800 2016 26.300 26.500 28.900 2017 27.000 27.300 29.800 2018 27.200 27.700 30.100 2019 28.900 29.300 32.300 2020 29.700 30.000 32.800 2021 30.800 31.200 34.200 (Planbureau Fryslân) Hieruit valt op te maken, dat de gemeente iets achter ligt op de provinciale ontwikkeling, maar evenals de rest van de provincie vrij sterk achterblijft op het landelijke gemiddelde.
97
Bevolkingsgroei en beroepsbevolking De bevolkingsgroei ontwikkelt zich autonoom voor de periode 2021 tot 2035 als volgt:
(CBS, 2022) Op deze kaart is te zien, dat in de periode 2021-2035 voor de gemeente Waadhoeke sprake is van een krimp van meer dan 5%. Voor de periode 2035 tot 2050 kan de volgende prognose worden afgegeven:
98
Economisch Beleid
(CBS, 2022) Voor de periode vanaf 2035 neemt voor de gemeente Waadhoeke de krimp iets af (-5% tot -2,5%).
99