CConstaterende datwaadhoeke
Koppel je AI →
Document · PDF

Rekenkameronderzoek Economisch Beleid (december 2023)

Voorlichting Raad 16 januari 2024, gemeente waadhoekeBij agendapunt: Voorlichting32.369 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

53 

geagendeerd. Dat gesprek heeft op 2 november 2022 plaatsgehad. Tot slot wordt stilgestaan bij de voortgang over de programmalijnen (Agenda, 21 november 2022). Desgevraagd wordt aangegeven dat deze vergadering niet is doorgegaan omdat het niet lukte om iedereen bij elkaar te laten komen. De presentatie over Interreg wordt in verband met omstandigheden afgezegd en ook nadien niet meer gehouden. De volgende bestuurstafel vindt plaats op 30 januari 2023. Hier zal een presentatie worden gehouden over de campagne “Kom aan boord”. Ook wordt ter vaststelling het verslag van 19 september 2022 geagendeerd (Agenda, 30 januari 2023). De campagne “Kom aan boord” is gericht op de maritieme sector. Er is voor deze campagne voor een provinciebrede aanpak gekozen. Er is een inventarisatie geweest onder 25 maritieme ondernemers, waarbij de uitkomst vooral was: personeel en imago (meer high-tech). Daarom is ervoor gekozen om eerst te werken aan clusters vanuit personeelstekort. Van hieruit is de campagne ‘Kom aan boord’ ontstaan. Op de website staan o.a. opleidingen en vacatures (van Vmbo tot WO en voor zowel starters als ervaren krachten). Naast de reclamecampagne (mond op mond, advertenties, posters in abri’s) is er een samenwerking met o.a. Pastiel en het UWV. Er zijn vanuit 3 bedrijven HR-medewerkers betrokken om geïnteresseerden aan boord te krijgen of te houden (ook zij-instromers).

Er zijn Friesland breed 230 maritieme ondernemers aangeschreven, waarvan inmiddels ca. 60 zijn aangehaakt. Iedereen is nog steeds welkom aan boord. Lobby hierin door B&W is welkom. Hiervoor graag contact over welke overheden worden benaderd (bv. Wetterskip). De bereidheid om mee te doen is zeer groot, vanwege de zoektocht naar personeel. De uitdaging hierbij is kleinschaligheid. Er zijn veel bedrijven met een klein personeelsbestand/ZZP’ers. Grote bedrijven zijn klaar om mensen te begeleiden. Kleinere bedrijven die het ‘vakwerk’ (voor grotere bedrijven) doen, kunnen misschien een dagdeel begeleiden (via bijvoorbeeld de werkcarrousel). Het budget voor de campagne is rond en er is dit jaar voldoende budget om alles actueel te houden. Als ondernemers enthousiast zijn geworden, willen zij waarschijnlijk blijvend bijdragen aan de promotie (via een reclamebureau). Dit zal een lager budget worden (website is er al). Omrop Fryslân mag geen reclame maken, daarom is gekozen voor ‘Skipsbou foar begjinners’. Het verband met ‘het goud van noardwest’ is informeel echter wel duidelijk (Notulen Bestuurstafel, 30 januari 2023). Er wordt tijdens de vergadering een zijstap gemaakt naar hoe het SEAP het beste onder de aandacht gebracht kan worden bij de raden. Het idee is om de raad van Waadhoeke aan te laten sluiten bij de raad van Harlingen. Later zou ook Leeuwarden etc. aan kunnen sluiten.

Voor de raden is het goed om te weten wie er participeert bij welk programma. Er was nu voor 2 jaar budget gereserveerd. Om dit opnieuw voor elkaar te krijgen is het belangrijk om (naast organisatorisch kloppend) de resultaten (van de BC’s) te laten zien en de ideeën en het financiële plaatje voor de komende jaren (en afgelopen 2 jaren) te kunnen leveren. De doelstelling van het uitvoeringsplan is dat de monitoring bij het programmateam ligt (met twee keer per jaar een voortgangsrapportage). Afgesproken wordt om dit onderwerp de volgende keer op de agenda te zetten. De laatste maanden van deze eerste periode kan gebruikt worden om te kijken waar in de nieuwe periode de focus kan worden gelegd, zodat er een nieuwe aanvraag naar de raden kan. Hier doorheen

54 

Economisch Beleid

speelt dat eind dit kwartaal duidelijkheid komt over de Regio Deal. Harlingen heeft SEAP nog niet opnieuw begroot vanwege de onduidelijkheid over het bedrag. Met landbouw kan men nog alle kanten op. Nu wordt de focus verlegd op de korte keten landbouw. Er is contact geweest met voedselcoöperatie Herenboeren. Van hieruit is contact geweest met ‘better foar letter’, maar deze hadden er geen fiducie in. “We staan weer aan het begin”, zo vermeldt het verslag (Notulen, 30 januari 2023). “Het lastige is dat er geen breed collectief is. De vragen en problematieken zijn heel divers, dit komt door de breedte van de sector (veel verschillende bedrijven met een eigen branchevereniging en ZZP’ers). Het lukt niet om een uniform probleem op te halen, waar ‘alle’ boeren tegen aan lopen. Vanuit het sociaaleconomisch programma is (naast maritiem) agri naar voren gekomen. Dit is een worsteling gebleken en gaat niet lukken á la maritiem. Naast korte keten wordt er ook gekeken naar gewasbescherming. Er is een cross-over tussen de agrisector en het onderwijs. Uit het reguliere Vmbo gaat slechts 15% naar groen onderwijs” (Notulen, 30 januari 2023). Met betrekking tot de huisvesting van arbeidsmigranten kan de lijn zijn, dat gezinnen in dorpen en andere arbeidsmigranten bij bedrijven gehuisvest kunnen worden.

Op het gebied van onderwijs en arbeidsmarkt zijn er dit jaar 40 activiteiten gepland, naast stages, open dagen en gastlessen. Met betrekking tot het vestigingsklimaat is een bedrijf aangezocht. Dit bedrijf gaat een onderzoek doen naar de vier geselecteerde bedrijventerreinen. Er is veel versnippering onder de bedrijven en het kost veel energie om partijen bij elkaar te krijgen (Notulen, 30 januari 2023). 12 april 2023 komt de bestuurstafel wederom bijeen. De verlenging van de lopende SEAP periode wordt hier geagendeerd. “Formeel eindigt de lopende SEAP programmaperiode op 30 juni 2023. Het ideale scenario zou zijn dat direct daarop volgend via de Regio Deal middelen voor een volgende periode wordt ingezet. Het sluiten van een Deal en het daarna inregelen van een uitvoeringsstructuur zal echter zeker nog tot najaar 2023 duren. Om te voorkomen dat de uitvoering van het SEAP stil komt te leggen, is het voorstel om de lopende SEAP programmaperiode te verlengen t/m 31 december 2023. De huidige begroting biedt ruimte om de kosten voor de verlenging te dekken. Wel is nodig het nog juridisch en financieel-technisch mogelijk te maken”, zo vermeldt de agenda (Agenda, 12 april 2023). Verder staat een terugblik en een vooruitblik op de samenwerking en de inspanningen van de afgelopen twee jaar op de agenda, onder de begeleiding van een extern bureau.

Van het overleg van 12 april 2023 worden geen notulen gemaakt. Desgevraagd wordt hier de volgende toelichting op gegeven: “Over de bestuurstafel van 12 april: er was die dag geen reguliere bestuurstafel maar een sessie met Public Result. Om die reden zijn er geen notulen gemaakt. Agendapunt 4 stond centraal (terugblik en vooruitblik): volgens afspraak wilden we tijdens deze bestuurstafel tijd en ruimte te nemen om terug te kijken op de samenwerking en inspanningen van de afgelopen twee jaar, en een blik vooruit te wagen naar de toekomst van het Sociaaleconomisch Actieprogramma: hoe nu verder? Public Result maakte een strategische notitie – die moet nog vastgesteld worden door de bestuurstafel (omdat het overleg van juni niet doorging, is deze notitie nog niet besproken). Op de volgende agenda van september komt dit aan bod, evenals de voortgangsrapportage/evaluatie van de afgelopen 2 jaar. Als er dan een klap opgegeven wordt, wordt college en raad geïnformeerd” (Ambtelijke reactie, 25 juli 2023).

55 

Ten tijde van dit onderzoek wordt aangegeven dat op dit moment wordt gewerkt aan een vierde voortgangsrapportage. Deze rapportage zal in september 2023 worden aangeboden aan de gemeenteraden (Ambtelijke reactie, 12 juli 2023, Ambtelijk wederhoor, 18 september 2023). Desgevraagd wordt gesteld, dat in de lente van 2023 een positief bericht op de aanvraag voor de Regio Deal is ontvangen. In overleg met het Rijk kunnen na de zomer verschillende business cases worden uitgewerkt. De Regio Deal sluit goed aan op het SEAP, aldus de respons. De Regio Deal is breder dan het SEAP. Ook thema’s op het gebied van wonen, bereikbaarheid en leefbaarheid vallen hieronder. De Regio Deal wordt dan ook gezien als een zaak van het gehele college. Bovendien nemen ook de provincie, het Wetterskip en de gemeente Leeuwarden deel aan deze deal. Toerisme wordt echter ook in de Regio Deal niet expliciet geaccentueerd. Overwogen kan worden in de toekomst ook zorg op te nemen, gelet op de toenemende problemen binnen deze sector. Dit zou dan echter aanvullend moeten zijn op datgene wat de sector nu zelf al doet. Ook zouden dan zorgondernemers uitgenodigd moeten worden voor de bestuurstafel. Nu bestaat nog geen zicht op de toekomstige organisatie. De ambitie is in ieder geval om de Regio Deal verder vorm te geven.

Aangezien de Regio Deal echter breder is dan het SEAP en ook andere participanten kent, zal hier vermoedelijk een andere organisatie voor nodig zijn. Hoe deze organisatie zich verhoudt tot de huidige programmaorganisatie van het SEAP, is ten tijde van dit onderzoek nog onduidelijk. Er zal in ieder geval niet gewerkt gaan worden met twee bestuurstafels, aldus de respons. Op 20 juni 2023 besluiten de colleges om het programma met een half jaar te verlengen. Dit past binnen het budget en op deze manier kan het programma doorlopen en de uitwerking van de Regio Deal ter hand nemen. Op dit moment bestaat nog geen zicht op de ontwikkeling van het bruto regionaal product of op de ontwikkeling van de arbeidsmarkt. Wellicht zal een en ander in de vierde voortgangsrapportage worden opgenomen, maar zeker is dit niet. De eerste twee jaren zijn vooral besteed aan het optuigen van het gehele programma en aan het ondernemen van actie binnen de uitgezette programmalijnen. Het gehele programma beslaat 10 jaar en effecten op het gebied van het bruto regionaal product en de arbeidsontwikkeling zullen pas later tijdens deze 10 jaar zichtbaar worden. Het verschil in voortgang tussen maritiem en agri wordt tijdens de gesprekken bevestigd. Bij maritiem wordt gewerkt met een projectleider en met een zichtbare campagne.

Ook het vraagstuk (het tekort aan personeel) is goed af te bakenen en werd breed gedeeld. De belangstelling vanuit het bedrijfsleven is dan ook groot en ondernemers betalen mee voor activiteiten, zoals de promotiecampagne. Hoewel het goud van Noordwest de gemeenschappelijke noemer is, werd dit over de lijn van maritiem snel vertaald naar een versterking van het arbeidspotentieel binnen deze sector. Bij agri ligt dit ingewikkelder. Er speelt op dit moment bijzonder veel binnen deze sector, zoals de stikstofproblematiek, met als gevolg dat het moment en het onderwerp van gesprek lastiger te bepalen is. Er is geen sprake van een eenduidig af te bakenen probleem dat gemeenschappelijk wordt gedeeld, eerder van een grote hoeveelheid problemen. Wel zijn tafels gestart, zoals op het gebied van de korte keten en duurzame teelt.

56 

Economisch Beleid

De samenwerking aan de bestuurstafel verloopt goed. Iedereen is eigenlijk altijd aanwezig en aan tafel wordt dezelfde taal gesproken. Iedereen aan tafel ziet ook het belang en de meerwaarde van het programma en gesprekken hierover zijn constructief, aldus de respons (Interview, 24 juli 2023). In St. Annaparochie bestond al een ruime ervaring met werkpleinen, waarbij scholieren en bedrijven elkaar konden ontmoeten en dit heeft een hele goede basis gelegd voor projecten die nu in het kader van het SEAP gerealiseerd worden. De rol van de Franeker Academie is nog niet geheel duidelijk. Men denkt aan kennisontwikkeling en -deling, bijvoorbeeld op het gebied van duurzame gewasontwikkeling, maar de respondent weet niet precies hoe het daarmee staat op dit moment. Denkbaar is, dat op de bestuurstafel onderwerpen aan de orde komen die binnen een andere portefeuille vallen dan de wethouder die zitting neemt aan de bestuurstafel. Dit kan men name het geval zijn op het gebied van onderwijs. De wethouder die onderwijs in de portefeuille heeft, wordt via de voortgangsrapportages, maar ook via een mondelinge terugkoppeling in het college op de hoogte gesteld, aldus de respons in dit verband. Tot dusver heeft dit nog niet geleid tot enige frictie.

Tijdens de bestuurstafel van 29 oktober 2021 wordt in dit verband afgesproken dat de portefeuillehouders onderwijs vooraf worden betrokken als er zaken besproken worden aan de bestuurstafel die zeer nauw verbonden zijn met het onderwijs (Interview, 24 juli 2023).

5.6 De Regio Deal In het collegeadvies van 27 juni 2023 staat verwoord, dat het SEAP “straks opgaat in de Regio Deal”. Deze lijn wordt tevens door de respondenten bevestigd, hoewel men hierbij nog niet de concrete organisatie voor ogen heeft. Het voorstel voor de Regio Deal wordt op 8 november 2022 door de gemeente verzonden naar de minister van BZK. Het voorstel wordt mede namens de gemeenten Harlingen en Leeuwarden, de provincie Fryslân en Wetterskip Fryslân ingediend. Het gebied bestaat uit de grondgebieden van de gemeente Harlingen, Waadhoeke en het noord - westelijke plattelandsgebied van de gemeente Leeuwarden. Men heeft een gezamenlijke oriëntatie op de steden Franeker, Harlingen en Leeuwarden en de daar aanwezige voorzieningen (spoor, snelweg, winkels, onderwijs, cultuur, etc.). De stad Leeuwarden is niet primair in beeld voor het ontvangen van middelen uit de Regio Deal. De stad Leeuwarden is echter van groot belang voor dit gebied door de aanwezigheid van voorzieningen (werk, zorg, onderwijs, etc.) en de voorhanden zijnde kennis bij kennisinstellingen (hogescholen, Campus Fryslân, Dairy Campus, Wetsus/ Watercampus). De aanleiding wordt als volgt geformuleerd: “25 mei 2021 publiceerde het Fries Sociaal Planbureau een helder, maar ook zorgwekkend artikel met de kop: ‘Regio Noardwest -Fryslân: inwoners tevreden, maar economisch kwetsbaar’.

In deze regio is de zogenoemde Friese paradox zeer urgent. De paradox houdt in dat de regio op een aantal sociale aspecten flink boven het Nederlands gemiddelde scoort en zelfs iets boven het Friese gemiddelde: vrijwilligerswerk, het onderling vertrouwen, de sociale contacten en tevredenheid met het leven zoals in de bovenstaande alinea beschreven. Echter, op economische aspecten zoals inkomen, bruto binnenlands product en het opleidingsniveau zijn de uitkomsten voor Noardwest -Fryslân lager dan provinciaal én landelijk het geval is” (Voorstel Regio Deal, p. 7).

57 

De kern van de opgave ligt in de vergrijzing en de ontgroening en de impact daarvan op de brede welvaart, specifieker het woon- en vestigingsklimaat. Het voorstel beoogt om ondanks de natuurlijke vergrijzing en ontgroening het woon- en vestigingsklimaat zoveel mogelijk te versterken. In het voorstel worden enkele programmalijnen uitgewerkt. Zo richt een programmalijn zich op een veerkrachtige economie. Een tweede programmalijn richt zich op het omzetten van krimp naar kwaliteit van leven. Een derde programmalijn krijgt de titel natuurlijk in balans mee. Daarnaast wordt aandacht besteed aan regionale samenwerking. De gevraagde bijdrage van het Rijk zal € 20 miljoen zijn (Voorstel Regio Deal, p. 16). Op 20 februari 2023 reageert het ministerie van BZK op het voorstel voor de Regio Deal. Het ministerie feliciteert de gemeente met de keuze van het kabinet om samen met de regio aan de slag te gaan om het voorstel verder uit te werken tot een Regio Deal. Het voorstel is met 13 andere voorstellen gekozen in het kader van de vierde tranche Regio Deal. Het totaal van de gevraagde financiële bijdragen in de aangemelde voorstellen overtreft ruim het beschikbare budget. In het vervolgtraject is voor het voorstel van Waadhoeke (namens de regio) een bedrag van maximaal € 20 miljoen gereserveerd.

Bij het sluiten van de Regio Deal zal afgesproken worden welke definitieve financiële bijdrage beschikbaar wordt gesteld. Cofinanciering is daarbij een belangrijke voorwaarde voor een bijdrage en het uitgangspunt is daarbij een cofinanciering van 50%. Hiervan kan alleen worden afgeweken indien dit is aangegeven in het voorstel (Brief BZK, 20 februari 2023).

58 

Economisch Beleid

Hoofdstuk 6 Analyse 6.1 Inleiding Aan de hand van de aandachtsgebieden die omschreven zijn in het normenkader, kunnen de bevindingen geanalyseerd worden. Dit leidt uiteindelijk tot een slotanalyse, waarbij per aandachtspunt de meest in het oog springende bevindingen worden aangegeven.

6.2 Kwantitatieve doelstellingen In het actieprogramma wordt een groei van het BRP beoogd van € 1,26 mrd. in 2018 naar € 1,54 mrd. in 2033 (Actieprogramma, p. 9). Dit is een groei van 22%, oftewel € 276 mln. De afgelopen 10 jaar is een groei van ca. 10% gerealiseerd (Actieprogramma, p. 7). De landelijke groei wordt geschat op 16% tot 2030. De groei van 22% is dus de groei ten opzichte van het BRP van 2018. Een gemiddelde autonome groei van 10% in de afgelopen 10 jaar komt neer op een gemiddelde jaarlijkse groei van 1%. Autonoom, dus zonder actieprogramma, zou dus bij 1% per jaar een cumulatieve groei van € 1,26 mrd. naar € 1,46 mrd. in 2033 gerealiseerd worden. Niet cumulatief zou een groei naar € 1,45 mrd. gerealiseerd worden. Later staat in het actieprogramma vermeld, dat de eenmalige investering van € 23 mln. vanaf 2030 een structureel effect heeft van € 62 mln. (Actieprogramma, p. 20). Niet duidelijk is, hoe de eenmalige investering een structureel effect van € 62 mln. gaat opleveren. Ook is niet duidelijk, hoe die € 62 mln. zich verhoudt tot de beoogde € 276 mln. Inclusief een jaarlijkse extra impuls van € 62 mln. vanaf 2030 komt de cumulatieve groei dan uit op € 1,52 mrd. in 2033 en de niet cumulatieve groei uit op € 1,51 mrd. Beide bedragen blijven onder de beoogde € 1,54 mrd: met een investering die een structureel effect oplevert van € 62 mln.

op cumulatieve basis, blijft het BRP € 15 mln. onder de beoogde waarde, op niet cumulatieve basis blijft het BRP € 29 mln. onder de beoogde waarde.

Autonome trend

Autonome trend

Inclusief € 62 mln. vanaf 2030

Inclusief € 62 mln. vanaf 2030

cumulatief

niet cumulatief

op cumulatieve trend

op niet cumulatieve trend

2018

1.260.000.000

1.260.000.000

2019

1.272.600.000

1.272.600.000

2020

1.285.326.000

1.285.200.000

2021

1.298.179.260

1.297.800.000

2022

1.311.161.053

1.310.400.000

2023

1.324.272.663

1.323.000.000

2024

1.337.515.390

1.335.600.000

2025

1.350.890.544

1.348.200.000

2026

1.364.399.449

1.360.800.000

2027

1.378.043.444

1.373.400.000

59 

2028

1.391.823.878

1.386.000.000

2029

1.405.742.117

1.398.600.000

2030

1.419.799.538

1.411.200.000

1.481.799.538

1.473.200.000

2031

1.433.997.533

1.423.800.000

1.495.997.533

1.485.800.000

2032

1.448.337.509

1.436.400.000

1.510.337.509

1.498.400.000

2033

1.462.820.884

1.449.000.000

1.524.820.884

1.511.000.000

Beoogd

1.540.000.000

1.540.000.000 1.540.000.000

Afwijking van beoogde groei

77.179.116

1.540.000.000 15.179.116

91.000.000

29.000.000

In het actieprogramma worden een aantal doelstellingen en ambities op het gebied van werkgelegenheid geformuleerd. Men opteert voor een werkloosheidspercentage van minder dan 4% in 2033 en een arbeidsparticipatie van 75% in dat jaar. Daarnaast zijn 5.200 nieuwe werknemers (4.000 fte.) nodig (vervanging en uitbreiding), die gemiddeld hoger opgeleid zijn dan de huidige werknemers.

(Actieprogramma, p. 10) Rekening houdend met een arbeidsparticipatie van 75% en uitgaande van drie opleidingsniveaus, dienen werknemers als volgt te worden aangetrokken om aan de vraag van 3.977 fte. te voldoen:

60 

Economisch Beleid

(Actieprogramma, p. 12)

6.3 De veronderstellingen De basis voor het sociaaleconomisch actieprogramma wordt gegeven door een analyse die in 2020 door de gemeenten Waadhoeke en Harlingen wordt uitgevoerd. Uit deze analyse blijkt, dat de regio economisch gezien laag scoort als gevolg van een laag weerstandsvermogen, een beperkt innovatief vermogen en een relatief laag opleidingsniveau. Het raadsvoorstel, waarin wordt voorgesteld het sociaaleconomisch actieplan vast te stellen, vermeldt met betrekking tot de analyse: Dit plan is het eindresultaat van een SWOT-analyse naar de sociaaleconomische structuur van de regio en is tot stand gebracht middels diverse sessies waaraan belangrijke stakeholders uit het onderwijs, bedrijfsleven en overheid een bijdrage hebben geleverd. Duidelijk is geworden waar in onze regio de kansen liggen en welke opgaven ons te wachten staan. (..) De SWOT werd uitgevoerd onder begeleiding van een klankbordgroep met vertegenwoordigers van ondernemersverenigingen, het onderwijs, de beide gemeenten en de dienst SOZAWE en gevoed met inbreng van talloze ondernemers en stakeholders uit het onderwijs (Raadsvoorstel, 8 april 2021). De analyse zelf maakt overigens geen onderdeel uit van de aangeboden raadsstukken. Om de gestelde doelstellingen te realiseren, wordt verondersteld, dat hiertoe vier programmalijnen nodig zijn die vervolgens worden uitgewerkt naar 11 concrete business cases:

61 

(Actieprogramma, p. 14) De vraag rijst, waarom men juist op deze programmalijnen en juist op deze activiteiten is uitgekomen. Zo is denkbaar, dat de beoogde economische groei ook gefaciliteerd kan worden door de juiste infrastructurele voorzieningen te optimaliseren (bereikbaarheid, etc.). In het uitvoeringsplan wordt geconstateerd dat de opdracht te omvangrijk en te zwaar is om alles van meet af aan vol te ontwikkelen. Een nadere prioritering is dus nodig met als gevolg dat drie businesscases pas later worden opgepakt (Ondernemers mentorprogramma, Ervaren kracht en Klankbord woon- en vestigingsklimaat). Opvallend is vervolgens de toelichting op de prioritering. Zo wordt bij businesscase Ervaren kracht gesteld: “Omdat niet precies duidelijk is in hoeverre dit thema speelt en onze regio niet bekend is met dit programma, is nadere verkenning en oriëntatie nodig” (Uitvoeringsplan, p. 22). De vraag rijst dan, waarom deze businesscase is opgenomen in het programma en welke onderbouwing hieraan ten grondslag heeft gelegen. De onderliggende vraag is, hoe men tot het totaal aan businesscases is gekomen. Het actieprogramma vervolgt: Het programma Leren en werken in je eigen regio zou 800 fte. extra kunnen opleveren, terwijl de hubs (maritiem en agrifood) 240 stages opleveren (Actieprogramma, p. 20). De vraag rijst hier uiteraard, waar deze veronderstellingen op zijn gebaseerd.

In het voorstel voor de Regio Deal, zoals dat op 8 november 2022 wordt ingediend bij de minister van BZK, worden drie programmalijnen uitgewerkt. Daarbij valt op, dat sommige programmaonderdelen zeer nauw aansluiten op het huidige SEAP. Zo wordt onder de programmalijn veerkrachtige economie melding gemaakt van de maritieme hub en de agrifood hub, een verbetering van het woon- en vestigingsklimaat voor arbeidsmigranten, innovatietafels, etc. Ook komen de carrousels aan de orde.

62 

Economisch Beleid

Aan de andere kant is de Regio Deal breder. Zo wordt tevens aandacht besteed aan vervoerszekerheid en het behouden en vergroten van overige voorzieningen. De programmalijn van krimp naar kwaliteit van leven bevat thema’s die niet eerder onderdeel uitmaakten van het SEAP. Het gaat dan om toekomstbestendig onderwijs, het dempen van arbeidstekorten in de zorg en de aanpak van ondermijning. In de programmalijn “natuurlijk in balans” komen sommige SEAP-thema’s terug, zoals het accent op duurzame landbouw en de energieopgave. Ook deze lijn is echter breder doorgetrokken en beslaat in het voorstel ook de ontwikkeling van een Energielandschap. In het voorstel voor de Regio Deal wordt met een expliciete beleidstheorie gewerkt. Deze laat zich als volgt weergeven:

(Voorstel Regio Deal, p. 25) Deze

opgave

wordt

vervolgens

per

programmaonderdeel

uitgewerkt.

Zo

wordt

het

programmaonderdeel topondernemerschap door netwerken en pionieren als volgt uitgewerkt:

63 

De pijlen geven weer welke ontwikkelingen door andere beïnvloed worden/andere beïnvloeden. Het model is versimpeld door niet aan te geven of er sprake is van een negatieve of positieve invloed. Rood gekleurde tekst geeft aan wat wordt gezien als centrale oorzaak van de regionale problematiek. De belangrijkste oplossingsrichting wordt groen weergegeven. Vetgedrukt is wat als gevolg van de Regio Deal in gang zal worden gezet om de gewenste veranderingen in de opgave te veroorzaken. Onder ieder model staat aangegeven van welk onderdeel van de aanvraag dat een weergave is (Voorstel Regio Deal, 2022). Een nadere analyse van deze schema’s leert, dat de veronderstelde verbanden logisch en valide ogen. Wel rijst de vraag in hoeverre daadwerkelijk gestuurd kan worden op de opgevoerde concepten en op de relaties tussen deze concepten. Economische groei bijvoorbeeld is afhankelijk van zeer veel contextgerelateerde factoren, waar een overheidsorganisatie niet altijd grip op heeft. De reactie vanuit het ministerie van BZK is positief in die zin dat de gevraagde € 20 miljoen wordt gereserveerd (Brief BZK, februari 2023). Daarbij wordt echter gesteld, dat het ministerie uitgaat van een cofinanciering van 50%. Daarvan kan alleen worden afgeweken als dit in het voorstel wordt aangegeven. In het voorstel staat in dit verband expliciet dat de regio zelf ook € 20 miljoen zal bijdragen.

Het voorstel stelt vervolgens: “Hoofdregel voor de projecten die we binnen de Regio Deal willen starten en/of de projecten die we met de Regio Deal een grote plus kunnen geven, is dat ze het kenmerk hebben van een incidentele investering met een structurele impact. Dit betekent dat we vooral investeren in het verbeteren van de sociale netwerken en economische veerkracht van dit gebied. De Regio Deal zal een impuls moeten geven door enkele precisie-interventies te plegen. Ook hier geldt dat we in de breedte van de opgave meer kunnen als we overige Rijksmiddelen (o.a.Volkshuisvestingsfonds, Klimaatfonds, Transitiegelden Landbouw) mogen koppelen aan de Regio Deal” (Voorstel Regio Deal, p. 16). Niet duidelijk in deze passage is, in hoeverre in te zetten middelen vanuit bijvoorbeeld het

64 

Economisch Beleid

Volkshuisvestingsfonds of het Klimaatfonds worden aangemerkt als eigen regionale middelen en dus als cofinanciering. Inhoudelijk wordt in de reactie van het ministerie het volgende aangegeven: “Daarnaast wil ik u als aandachtspunt meegeven dat er een goede aansluiting moet zijn met andere landelijke lopende trajecten' zoals het Nationaal Programma Landelijk Gebied en het komen tot een ruimtelijk voorstel in het NOVEX programma” (Brief BZK, februari 2023).

6.4 Organisatorische vormgeving De gemeente opteert voor een samenwerking van overheden, ondernemers, onderwijsinstellingen en andere partners (Actieprogramma, p. 24). Men beoogt een slanke en slagvaardige werkwijze onder aansturing van een bestuurstafel/regiegroep. De bestuurstafel zet op strategisch niveau de lijnen van het programma uit, bewaakt de planning en de financiering. Op operationeel niveau wordt met programmatrekkers gewerkt die de ontwikkelingen aanjagen en zorgen dat de uitvoering slagvaardig en efficiënt van de grond komt. Een programmateam bestaande uit vertegenwoordigers vanuit de overheden, de onderwijsinstellingen en de ondernemers geeft niet alleen leiding aan de programmalijnen, maar is ook een verbindend element tussen de uitvoering en de aansturing. Het programmateam bewaakt de voortgang, stelt rapportages op en coördineert de monitoring (Actieprogramma, p. 24). Het actieprogramma visualiseert dit als volgt:

(Actieprogramma, p. 24)

65 

Om het actieprogramma om te zetten in een uitvoeringsplan, wordt een plan van aanpak opgesteld, dat gelijktijdig met het actieprogramma wordt aangeboden aan de raad. In dit plan wordt gesteld, dat de uitvoering een samenwerking betreft van de triple helix (de 3 O’s: overheid, onderwijs en ondernemers). In opzet bestond de bestuurstafel uit twee vertegenwoordigers van elke O3 partner (overheid, onderwijs en ondernemers), met de mogelijkheid om die aan te vullen met elk één vertegenwoordiger van de Agrifood-sector en van de Maritieme sector. In het ambtelijk wederhoor wordt hierop aangevuld dat de bestuurstafel in de praktijk bestaat uit drie ondernemers, drie schooldirecteuren, twee wethouders en één burgemeester (Ambtelijk wederhoor, 18 september 2023). De relatie tussen de bestuurstafel en het programmateam wordt in het uitvoeringsplan als volgt uitgewerkt: “De bestuurstafel houdt zich bezig met de planning, financiering, voortgang en sturing van het EAP, de uitvoeringsinstantie en de 14 businesscases. Het programmateam van het EAP is belast met de programmering, organisatie en inhoud van de uitvoering. Het overleg met de Bestuurstafel, voortgangrapportages, memo’s, afstemming, enz. wordt door het programmateam gedaan.

De bestuurstafel krijgen ter info en bijsturing de wekelijkse verslagen van het projectteam (..) Daarbij heeft het programmateam het mandaat voor zover dat nodig is voor uitvoeren van deze taak. Wanneer dat verder gaat, wordt de Bestuurstafel ingeschakeld. De teamleden hebben een onderlinge taakverdeling, maar treden in principe als team op (Uitvoeringsplan, p. 5). Aan de hand van de bovenstaande passage wordt niet geheel duidelijk, waar het mandaat van het programmateam eindigt en waar de bestuurlijke verantwoordelijkheid van de bestuurstafel begint. Desgevraagd wordt tijdens de interviews het volgende gesteld in dit verband: “De samenwerking tussen de bestuurstafel en het programmateam verloopt goed. Steeds duidelijker is nu wie waarover gaat en bij twijfel vindt constructief overleg plaats” (Interview). Over de samenwerking met de ondernemers wordt het volgende gesteld tijdens de interviews. In het begin van het programma lag het accent vooral op het bekend maken van het programma, hetgeen niet eenvoudig was. Ondernemers hebben doorgaans behoefte aan concrete acties en projecten en in het begin was een en ander nog minder concreet. Tevens moest er in de beginfase gewerkt worden aan het formaliseren van de samenwerking in de vorm van bijvoorbeeld een bestuursovereenkomst en een reglement en ook hier hebben ondernemers niet altijd affiniteit mee.

Het actieprogramma wordt uitgewerkt in een uitvoeringsplan dat zich op de jaren 2022 en 2023 richt. Dit uitvoeringsplan beslaat verschillende aspecten van de uitvoering. Zo wordt ingegaan op de organisatie en de governance, de personele capaciteit, de locatie en het CRM-systeem. Daarnaast wordt ingegaan op de communicatie en worden de businesscases nader uitgewerkt. Daarbij wordt per businesscase een doelstelling tot 2030 geformuleerd en een opgave voor de periode 2021-2023. Ook wordt aangegeven wat concreet gedaan moet worden om invulling te geven aan de opgave en welke partijen daarbij betrokken worden (Uitvoeringsplan, september 2021). Sommige aspecten worden in het uitvoeringsplan zeer concreet beschreven, waarbij tevens de taken en verantwoordelijkheden benoemd worden. Op het gebied van communicatie worden bijvoorbeeld de communicatieadviseurs verantwoordelijk voor advies vanuit gemeenten, het adviseren aan colleges en het programmateam, maar ook voor het borgen van de interne communicatie. Tevens dienen de

66 

Economisch Beleid

communicatieadviseurs een communicatiemedewerker in te werken. Deze laatste dient de basiscommunicatie,

de

communicatiemedewerker

persberichten de

en

de

nieuwsbrief

te

free

publicity

verzorgen,

te de

verzorgen. website

te

Ook

dient

de

beheren,

de

communicatiekalender op te stellen, etc. (Uitvoeringsplan, p. 8). In de praktijk loopt dit iets anders. Zo wordt in ambtelijk wederhoor het volgende in dit verband aangegeven: “In de praktijk bleek het handiger om een communicatiebureau in te zetten voor de externe communicatieaanpak (en advies richting programmateam) en voor interne communicatie denken communicatiecollega’s van de gemeenten wel mee, maar hebben een iets minder grote rol dan vooraf opgeschreven werd (ook omdat het programmateam dit deels oppakt, bijv. communicatie intern en communicatie over voortgang richting colleges)” (Ambtelijk wederhoor, 20 september 2023). Ook de businesscases worden zeer concreet uitgewerkt in het uitvoeringsplan. Zo wordt bij businesscase 5 (Uitbreiden programma ‘Leren en werken in je eigen regio’) aangegeven dat bijeenkomsten georganiseerd gaan worden voor potentiële toekomstige medewerkers en werkzoekenden om actief te worden op de arbeidsmarkt. Tevens worden met de MBO’s en de HBO’s de om-, her- en bijscholingsmogelijkheden in kaart gebracht (Uitvoeringsplan, p. 21).

Bij businesscase 7 (Academie van Franeker) beoogt men de organisatie van de jaarlijkse studentendag uit te breiden met ontmoetingen met bedrijven, instellingen en de scholen in de regio, beoogt men de relaties met het HBO en WO te versterken en heeft men een doorontwikkeling tot een regionaal kenniscentrum voor ogen (Uitvoeringsplan, p. 25). Bij businesscase 11 (Governance) wordt per overheidslaag aangegeven met wie samenwerking gezocht wordt. Zo beoogt men een samenwerking met het Innovatiepact Fryslân, Ynbusiness, De Friese Ontwikkelingsmaatschappij, etc. Op rijksniveau denkt men aan een vervolg op de Regio Deals, terwijl men met de Friese projectenmachine middelen uit het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling wil aanspreken (Uitvoeringsplan, p. 32 en 33). Met betrekking tot de taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden vindt een nadere vertaling plaats in de vorm van de samenwerkingsovereenkomst, die in april 2022 wordt ondertekend door de twee gemeenten. Het doel van de overeenkomst is om de uitgangspunten en de randvoorwaarden voor de samenwerking in het kader van het uitvoeringsplan vast te leggen en inhoudelijke en procedurele afspraken te maken over de verdeling van taken, bevoegdheden en risico’s tussen de gemeenten, de bijdragen van de gemeenten en de wijze van verantwoording van de bestedingen door de gemeenten (Overeenkomst, artikel 2).

In de overeenkomst wordt de kassier en de penvoerder aangewezen. Ook wordt de budgetbewaking nader vormgegeven in de overeenkomst en wordt de burgemeester van Waadhoeke aangewezen als voorzitter van de bestuurstafel. Daarnaast wordt de rol van de ondernemers en onderwijs aan de bestuurstafel verder uitgewerkt. De rol van de ondernemers en onderwijs aan de bestuurstafel is die van reflectie op de voortgang van het programma, het bewaken van de strategische koers en het zijn van ambassadeur van het uitvoeringsplan (Overeenkomst, artikel 6 en 7). De bestuurstafel komt minimaal zes maal per jaar bijeen en houdt toezicht op de planning, de financiering, de voorgang van het programmateam en de realisatie van de 14 businesscases. Het programmateam is belast met de programmering, organisatie, inhoud en uitvoering van het uitvoeringsplan. Het programmateam adviseert de bestuurstafel of ingediende projectinitiatieven in aanmerking komen voor een bijdrage uit het budget en coördineert de afstelling tussen onderwijs, overheid en ondernemers. De overeenkomst bevat tegens een geschillenregeling. De stemverhouding tussen de diverse partijen en de

67 

besluitvorming worden nader uitgewerkt in een reglement. De gremia overheid, ondernemers en onderwijs hebben ieder één stem aan de bestuurstafel en besluitvorming vindt plaats door unanimiteit (Reglement, artikel 1.1 en 1.2). Aan de hand van de notulen van de bestuurstafel kan geconstateerd worden dat de bestuurstafel op gezette tijden bijeenkomt. Zo komt op 5 juli 2021 de bestuurstafel in oprichting voor het eerst bijeen. Op de agenda van de bestuurstafel van 29 oktober 2021 wordt voorgesteld dat de portefeuillehouders onderwijs vooraf worden betrokken als er zaken besproken worden aan de bestuurstafel die zeer nauw verbonden zijn met het onderwijs. De vraag rijst hier uiteraard, waarom men deze afspraak beperkt tot het onderwijs. Denkbaar is immers dat ook andere onderwerpen die op de bestuurstafel terecht komen de portefeuilles van andere wethouders raken. Tijdens de bestuurstafelvergadering van 29 oktober 2021 wordt dit onderwerp dan ook breder getrokken. De afspraak wordt gemaakt, dat als het de portefeuille raakt van andere wethouders dan die aan tafel, dit goed en tijdig wordt voorbesproken, zodat de betrokken portefeuillehouder vanuit collegiaal bestuur goed vertegenwoordigd is. Het uitvoeringsplan opereert op het snijvlak van meerdere disciplines, zoals economie, wonen, sociaal domein en onderwijs.

“Afspraak is dat als het de portefeuille raakt van andere wethouders dan die aan tafel, dit goed en tijdig wordt voorbesproken, zodat de betrokken portefeuillehouder vanuit collegiaal bestuur goed vertegenwoordigd is. Daar waar behoefte en noodzaak ontstaat om het toch formeler te doen, gaan we dat organiseren” (Notulen bestuurstafel, 29 oktober 2021). Desgevraagd wordt hier de volgende aanvulling op gegeven: “Denkbaar is, dat op de bestuurstafel onderwerpen aan de orde komen die binnen een andere portefeuille vallen dan de wethouder die zitting neemt aan de bestuurstafel. Dit kan men name het geval zijn op het gebied van onderwijs. De wethouder die onderwijs in de portefeuille heeft, wordt via de voortgangsrapportages, maar ook via een mondelinge terugkoppeling in het college op de hoogte gesteld, aldus de respons in dit verband. Tot dusver heeft dit nog niet geleid tot enige frictie” (Interview, 24 juli 2023). Organisatorisch bestaat altijd een zekere spanning tussen lijnactiviteiten en programma-activiteiten. Het programmateam wil graag werken met eigen personeel van de gemeenten op programma’s, zodat de kennis behouden blijft voor de gemeentelijke organisaties. Aangezien die medewerkers ook reguliere lijn taken uitvoeren, speelt er altijd een zeker prioriteringsvraagstuk.

Dit geldt ook voor de andere programma’s die de gemeente draait (Ambtelijke respons, 13 juni 2023, Ambtelijk wederhoor, 18 september 2023). Uit de notulen van de bestuurstafel en uit de voortgangsrapportages blijkt niet, dat activiteiten niet kunnen worden uitgevoerd wegens gebrek aan ambtelijke capaciteit. In het collegeadvies van 27 juni 2023 staat verwoord, dat het SEAP “straks opgaat in de Regio Deal”. Deze lijn wordt tevens door de respondenten bevestigd, hoewel men hierbij nog niet de concrete organisatie voor ogen heeft. Tegelijkertijd met de vaststelling van het uitvoeringsplan wordt door de gemeente Waadhoeke voor € 402.150 aan financiële middelen voor de realisatie van het uitvoeringsplan beschikbaar gesteld onder voorbehoud van het vaststellen van de begroting 2022 (Raadsvoorstel uitvoeringsplan, 2 september 2021). Dit budget wordt in het uitvoeringsplan nader gespecificeerd (Uitvoeringsplan, p. 34). Het totaal benodigde budget dat door Waadhoeke en Harlingen wordt ingezet bedraagt € 603.200. Vooruitlopend

68 

Economisch Beleid

op de samenwerkingsovereenkomst hebben beide gemeenten afspraken gemaakt over de kosten van het uitvoeringsplan (notulen bestuurstafel, 29 oktober 2021). De eerste voortgangsrapportage die in maart 2022 verschijnt, laat zien, dat voor € 89.100 aan kosten zijn gemaakt. Afgezet tegen het totaal budget van € 603.200, en afgezet tegen de jaarschijf van € 311.600 (2021-2022), lijkt het erop, dat het budget zeker toereikend is. In de tweede voorgangsrapportage uit oktober 2022, wordt melding gemaakt van € 231.518,49 aan totale kosten (Voorgangsrapportage, oktober 2022, p. 14). Ook hieruit valt op te maken, dat de gemaakte kosten binnen het totaalbudget en binnen de jaarschijf van 2021-2022 blijven. Het betreft hier overigens enkel de uitputting van gemeentelijke budgetten. De inzet van de scholen en het bedrijfsleven zijn hierin niet meegenomen. Het collegeadvies van 27 juni 2023, waarin wordt voorgesteld het actieprogramma te verlengen tot december 2023, vermeldt eveneens dat het destijds vastgesteld budget nog toereikend is voor verlenging. Overigens wordt in dit advies niet aangegeven wat de uitputting tot dusver is. Het overschot kan samen met de beschikbare budgetten voor het komende uitvoeringsjaar 2022-2023 worden ingezet, aldus de tweede voortgangsrapportage.

De vraag rijst hier, of het overhevelen van budgetoverschotten zonder meer is toegestaan, ook al wordt dit in de samenwerkingsovereenkomst gesteld (artikel 5). Dit vereist immers een raadsbesluit, waarbij de raad besluit een gedeelte van het positief rekeningresultaat (het overschot) een aparte bestemming te geven. Het uitvoeringsplan laat soms andere bedragen zien dan de uiteindelijke begroting van dit plan. Zo wordt gesteld dat voor communicatie een budget nodig is van € 80.000. € 35.000 hiervan is benodigd als werkbudget, terwijl € 55.000 nodig is voor het ontwikkelen van communicatiemiddelen. De communicatiemedewerker wordt als PM post opgevoerd (Uitvoeringsplan, p. 11). Hierbij valt op dat € 35.000 plus € 55.000 uitkomt op € 90.000 en niet op € 80.000. In de uiteindelijke begroting wordt voor het ontwikkelen van communicatiemiddelen € 45.000 opgevoerd en voor het opstarten van de communicatie € 35.000 (Uitvoeringsplan, p. 34), zodat het totaal dan weer wel uitkomt op € 80.000. Het werkbudget komt niet meer terug in de uiteindelijke begroting. In een enkel geval wordt in het uitvoeringsplan een werkbudget opgevoerd bij een businesscase. Zo wordt voor businesscase 8 (Opstellen acquisitiestrategie en modernisering bedrijventerreinen) een werkbudget opgevoerd van € 5.000.

Bij businesscase 9 (Regiomarketing en behoefteonderzoek) wordt € 12.500 aan werkbudget voor fase 1 geraamd (Uitvoeringsplan, p. 30). De totale begroting uit het uitvoeringsplan laat evenwel een totaal benodigd werkbudget zien van € 100.000. Het uitvoeringsplan neemt in de toelichting op de begroting de volgende zinssnede op: “Daar waar BTW kan worden verrekend leidt dat tot verhoging budget” (Uitvoeringsplan, p. 35). Deze passage bevreemdt. BTW dient immers in rekening te worden gebracht bij de afnemer. Dit vereist dan een factuur, terwijl eerder in de toelichting staat vermeld dat men een omslachtig en omvangrijk systeem van facturatie wil voorkomen. Daarnaast rijst de vraag wie precies de aanbieder en wie de afnemer is in dit verband. Vermoedelijk heeft men hier voor ogen dat de gemeenten fungeren als afnemer en dat zij dus uiteindelijk in geval van facturatie BTW dienen af te dragen aan de aanbieder. Dit werkt echter niet budgetverhogend, aangezien deze BTW via het BTW Compensatiefonds weer kan worden teruggevorderd van het Rijk.

69 

Op 29 april 2021 wordt het sociaaleconomisch actieprogramma unaniem vastgesteld door de raad. Ook het uitvoeringsplan wordt op 2 september 2021 unaniem vastgesteld door de raad. Geconstateerd kan worden dat maximale politieke steun wordt gegeven aan het actieprogramma en de uitvoering daarvan. Desgevraagd wordt gesteld, dat ook ambtelijk het actieprogramma en het uitvoeringsplan op voldoende steun kan rekenen.

6.5 De voortgangsrapportages De voortgangsrapportages laten niet altijd zien wat nu concreet is gedaan. Illustratief in dit verband is de volgende formulering: “Zo zijn er na oriënterende gesprekken twee verkenners voor de maritieme en agrosector ingezet om samen met het werkveld te onderzoeken waar de behoefte ligt en vervolgens te kijken naar de uitvoeringsrichting en de vereiste organisatiekracht” (Voorgangsrapportage, maart 2022). Dergelijke formuleringen maken niet duidelijk wat nu precies is gedaan en wat nu gedaan gaat worden. Een analyse van deze zin leert, dat zeer veel onzekere terminologie wordt gehanteerd: “verkennen, onderzoeken, vervolgens te kijken, richting”, zijn termen die verwijzen naar onzekere acties en gebeurtenissen, hetgeen de lezer met meer vragen dan antwoorden achterlaat. Ook met betrekking tot de Academie van Franeker wordt aan de hand van de voortgangsrapportage niet geheel duidelijk wat nu precies gedaan is. “Door strategische samenwerkingsverbanden met regionale bedrijven op te bouwen kan de Academie bijdragen aan innovatie in de regio. (..) Deze rol (van de Academie) is inmiddels een aantal keren besproken met de Academie. Samengevat: Het SEAP wordt op informatieve wijze betrokken bij de traditionele studentendag.

Het introduceren van het programmateam bij de contacten van de academie met het hoger en universitair onderwijs met het doel om opleidingen en onderzoeksopdrachten af te stemmen op banen in de regio in de sectoren zorg, economie en groen. Regio kennisinstituut: verzilting, enz. Koppelen aan innovatietafels en het daaraan koppelen van publiekscollege” (Voortgangsrapportage, maart 2022). Deze formuleringen zijn wat minder concreet en geven een minder goed beeld van wat nu daadwerkelijk is gedaan op dit terrein. Desgevraagd wordt het volgende in dit verband gesteld: “De rol van de Franeker Academie moet zich nog uitkristalliseren. Dit blijft nog in zekere zin een zoektocht. Er zijn zeker kansen, maar de concrete inzet moet nog vormkrijgen, aldus de respons in dit verband”. Een andere respondent vult hierop aan. “De rol van de Franeker Academie is nog niet geheel duidelijk. Men denkt aan kennisontwikkeling en deling, bijvoorbeeld op het gebied van duurzame gewasontwikkeling”, maar de respondent weet niet precies hoe het daarmee staat op dit moment. Hoewel de tweede voortgangsrapportage op enkele punten concreter is dan de eerste, wordt ook in deze rapportage niet altijd duidelijk wat nu precies gedaan wordt. Zo wordt onder de modernisering van bedrijventerreinen opgevoerd dat “Vier bedrijventerreinen verspreid over de regio onderzocht worden.

Vervolgens wordt bekeken welke methodiek en organisatiegraad daarbij het best past” (Voortgangsrapportage, september 2022). Een dergelijk passage roept zeer veel vragen op. Zo is niet duidelijk wat nu precies onderzocht gaat worden, wat met methodiek wordt bedoeld en waar men op doelt met de term organisatiegraad.

70 

Economisch Beleid

Ook zouden termen beter kunnen worden toegelicht. Zo rijst de vraag wat nu precies met een hub wordt bedoeld. Desgevraagd wordt hier de volgende ambtelijke reactie op gegeven: Een hub is te vergelijken met een ondernemersvereniging, maar specifiek gericht op het uitwisselen van informatie en het delen van kennis. Een hub kent meer structuur dan een innovatietafel en kent ook een bredere agenda. Tevens valt op, dat de voortgangsrapportage soms eerder de ambitie herhaalt dan dat wordt aangegeven wat is gedaan. “Een andere activiteit is dat de Maritieme Academie samen met de andere VO-scholen in de regio en bedrijven als onderdeel van het programma Leren en Werken in je eigen regio

gezamenlijk

een

serie

activiteiten

gaan

organiseren

om

de

maritieme

sector

en

baanmogelijkheden in de regio onder de aandacht te brengen” (Voortgangsrapportage, maart 2022). Hiermee wordt eerder een ambitie weergegeven dan dat wordt aangegeven wat nu al concreet is gedaan of gerealiseerd. Soms wordt dit wel verwoord: “Het programmateam heeft inmiddels 30 ondernemers en organisaties uit de agrosector gesproken” (Voorgangsrapportage, maart 2022). Dit is een illustratie van een concrete activiteit die is uitgevoerd. Soms kan een voortgangsrapportage de lezer op het verkeerde been zetten. “Het lopende programma ‘Leren en werken in je eigen regio’ pakt het vraagstuk van de vervangings- en uitbreidingsvraag aan door via het PO en VO-onderwijs in de regio diverse oriëntatie-evenementen te organiseren. (..) Voor dit thema zijn bedrijfsconsultanten actief die samen met de VO-scholen en de bedrijven in de regio op de thema’s techniek, zorg, economie en groen deze activiteiten en evenementen uitvoeren en vormgeven. (..) Opvallende uitkomsten zijn dat veel leerlingen die in het VMBO, TL en onderbouw Have/Atheneum kennis hebben gemaakt met het regionale bedrijfsleven, veel duidelijker beroepsbeelden

hebben

en veel

meer

kennis

hebben van

het aanwezige

bedrijfsleven”

(Voortgangsrapportage, maart 2022). De rapportage vervolgt: “Met het idee om de arbeidsparticipatie te verhogen is het voornemen om dit pallet aan oriëntatie-activiteiten uit te breiden voor mensen die geen

baan

hebben

maar

in

principe

wel

terug

willen

keren

naar

de

arbeidsmarkt”

(Voortgangsrapportage, maart 2022). Deze passage suggereert dat deze activiteit daadwerkelijk plaatsvindt in het kader van het uitvoeringsplan. Dit blijkt echter niet zo te zijn. (..) “Door de Corona-maatregelen zijn deze oriëntatieevenementen voor de scholen en dus ook voor de arbeidsparticipatie en re-integratie nog niet begonnen”, zo stelt de rapportage later (Voortgangsrapportage, maart 2022). Deze laatste passage maakt dus duidelijk, dat in het kader van het uitvoeringsplan nog niets gedaan kon worden op dit terrein als gevolg van de corona-maatregelen. Waarom de evenementen voor scholen en arbeidsparticipatie voor herintreders gekoppeld worden, is overigens niet duidelijk. Ambtelijk wordt hier de volgende toelichting op gegeven: “De gedachte daarbij is, dat als bedrijven en scholieren elkaar toch op vaste dagen en locaties ontmoeten, deze dagen ook opengesteld kunnen worden voor zij-instromers”. Tot slot wordt duidelijk, dat de positieve ervaringen met de oriëntatie-evenementen voor het onderwijs, zijn opgedaan in een “al lopend programma” en dus niet in het kader van het uitvoeringsplan. Op andere plaatsen is niet geheel duidelijk waarin de ene activiteit zich van de andere onderscheidt. “De regio wil werkcarrousels voor de stuwende sectoren inrichten.

Een werkcarrousel werkt als regionale, gezamenlijke arbeidspool die geïnteresseerde werknemers de kans biedt om zich te oriënteren op

71 

verschillende werkzaamheden en banen in de regio”. “Een belangrijk hulpmiddel voor het in kaart brengen en toegankelijk maken van die vacatures is een regionale banenmarkt waarin alle vacatures worden opgenomen” (Voortgangsrapportage, maart 2022). Hier wordt niet duidelijk wat nu het precieze onderscheid is tussen een werkcarrousel en een banenmarkt. Opmerkelijk in dit verband is, dat op basis van de interviews een concreter beeld kan worden geschetst. Tijdens de interviews konden de respondenten namelijk vrij concreet aangeven hoe bijvoorbeeld de werkcarrousel in zijn werk gaat. “Sommige bedrijven hebben in bijvoorbeeld juni een piekbelasting, andere bedrijven weer in juli of augustus. Werknemers zouden dan van het ene naar het andere bedrijf kunnen doorstromen. Dit geldt ook voor carrièretrajecten: een medewerker die geen stap meer kan maken bij het ene bedrijf, zou kunnen doorstromen naar een ander bedrijf waar die stap wel mogelijk is”, zo wordt in dit verband gesteld. Voorstelbaar is, dat deze toelichting ook voor de voortgangsrapportages waardevol kan zijn. Ook het onderscheid tussen kwartiermaker en kennismakelaar is voor de lezer van de voortgangsrapportages niet geheel duidelijk. Ook hier kan ambtelijk dit onderscheid goed worden aangegeven: Kwartiermakers worden ingezet om ontwikkelen en problemen te inventariseren.

Deze worden zowel voor de agrifood sector (in de vorm van Ynbusiness) als voor de maritieme sector ingezet. Als behoefte is aan een inhoudelijke versterking, dan wordt vervolgens een kennismakelaar ingezet, zo is de gedachte. Soms worden verschillende business cases gekoppeld aan elkaar. Zo krijgen de kennismakelaars een andere invulling en wordt onder deze business case (1A) melding gemaakt van kwartiermakers voor de maritieme en de agrofood sector. Deze kwartiermakers komen vervolgens terug bij de maritieme hub, business case 3. Binnen deze maritieme hub worden groeikansen in kaart gebracht en vervolgens doorgeleid naar de innovatietafels (business case 1) (Voortgangsrapportage, september 2022). Het koppelen van business cases aan elkaar vindt in de derde voortgangsrapportage expliciet plaats onder de term Cross Over. Specifiek worden daarbij de agrofood hub en het programma Leren en Werken in je eigen Regio via de leerlijn Groen aan elkaar gekoppeld. In sommige gevallen wordt in een voortgangsrapportage gesteld, maar niet onderbouwd. Zo vermeldt de tweede voortgangsrapportage dat door het programma Leren en Werken in je eigen Regio leerlingen nu een duidelijker beroepsbeeld hebben en veel meer kennis bezitten van het aanwezige bedrijfsleven. De vraag rijst dan uiteraard hoe dat gemeten en onderzocht is. Sommige acties heeft men niet kunnen uitvoeren.

Zo wordt in de voortgangsrapportages een aantal keer aangekondigd, dat men een onderzoek gaat uitvoeren onder nieuwkomers, verlaters, nieuwe bedrijfsvestigingen, etc. Centraal daarbij staat de vraag waarom zij naar de regio zijn gekomen en waarom ze weggaan. Dit onderzoek is echter niet uitgevoerd. Desgevraagd wordt in dit verband het volgende gesteld: “Voor het onderzoek onder nieuwkomers, verlaters, nieuwe bedrijfsvestigingen, etc. heeft men gepoogd een stagiaire te vinden die dit onderzoek in het kader van het afstuderen zou kunnen uitvoeren. Hier was echter weinig animo voor, zodat dit onderzoek nog moet worden opgestart”. Het zou uiteraard de volledigheid ten goede zijn gekomen, als de rapportages hiervan melding hadden gemaakt. Ook andere onderdelen lopen wat stroever. Zo valt uit de notulen van de bestuurstafel van 19 september 2022 op te maken dat bij de agri-hub de aansluiting van de agrariërs lastig is. Dit levert

72 

Economisch Beleid

minder op dan gehoopt (Notulen bestuurstafel, 19 september 2022). In dit verband geven de notulen van de bestuurstafel van 30 januari 2023 het volgende aan: “We staan weer aan het begin”, zo vermeldt het verslag (Notulen, 30 januari 2023). “Het lastige is dat er geen breed collectief is. De vragen en problematieken zijn heel divers, dit komt door de breedte van de sector (veel verschillende bedrijven met een eigen branchevereniging en ZZP’ers). Het lukt niet om een uniform probleem op te halen, waar ‘alle’ boeren tegen aan lopen. Vanuit het sociaaleconomisch programma is (naast maritiem) agri naar voren gekomen. Dit is een worsteling gebleken en gaat niet lukken á la maritiem” (Notulen bestuurstafel, 30 januari 2023). Desgevraagd wordt hier de volgende toelichting op gegeven. Het verschil in voortgang tussen maritiem en agri wordt tijdens de gesprekken bevestigd. Bij maritiem wordt gewerkt met een projectleider en met een zichtbare campagne. Ook het vraagstuk (het tekort aan personeel) is goed af te bakenen en werd breed gedeeld. De belangstelling vanuit het bedrijfsleven is dan ook groot en ondernemers betalen mee voor activiteiten, zoals de promotiecampagne. Hoewel het goud van Noordwest de gemeenschappelijke noemer is, werd dit over de lijn van maritiem snel vertaald naar een versterking van het arbeidspotentieel binnen deze sector. Bij agri ligt dit ingewikkelder.

Er speelt op dit moment bijzonder veel binnen deze sector, zoals de stikstofproblematiek, met als gevolg dat het moment en het onderwerp van gesprek lastiger te bepalen is. Er is geen sprake van een eenduidig af te bakenen probleem dat gemeenschappelijk wordt gedeeld, eerder van een grote hoeveelheid problemen. Wel zijn tafels gestart, zoals op het gebied van de korte keten en duurzame teelt (Interview, 24 juli 2023). Als de voortgangsrapportages naast elkaar worden gelegd, ontstaat de indruk dat de innovatietafels een steeds prominentere rol spelen gedurende het verloop. Deze rol strekt zich zeker ook uit naar de andere businesscases. Zo wordt in de tweede voortgangsrapportage gesteld, dat “nu de innovatietafels vorm beginnen te krijgen, de inzet van de Franeker academie het komend jaar vorm zal krijgen” (Voortgangsrapportage, september 2022). Bij de maritieme hub en de agrofood hub is de werkwijze, dat kwartiermakers samen met het programmateam toewerken naar innovatietafels. Ter toelichting wordt hier het volgende over gesteld tijdens de interviews. Een innovatietafel dient ertoe een probleem verder te verkennen en verder te krijgen. Hiertoe schuiven soms ook kennismakelaars aan, zo is de bedoeling. Bij de maritieme sector heeft de aanjager een belangrijke rol vervult. Deze aanjager heeft 40 bedrijven bezocht en gesproken en vervolgens is een promotiecampagne gestart.

Het kan zo zijn dat als gevolg hiervan een innovatietafel voor de maritieme sector wordt ingericht. De eerste voortgangsrapportage die door de bestuurstafel wordt vastgesteld is uitgebreider dan de voortgangsrapportage die uiteindelijk wordt aangeboden aan de colleges en de raden. Zo bevat de eerste voortgangsrapportage voor de bestuurstafel tevens een bijlage, waarin de (historische) ontwikkeling, de kansen en de bedreigingen van Noordwest Fryslân in beeld worden gebracht. In deze bijlage wordt gewezen op de vergrijzing en de dalende beroepsbevolking, maar ook om het ontbreken van de juiste digitale infrastructuur en de mindere bereikbaarheid. Daarnaast wordt verwacht dat de negatieve ontwikkelingen veelal plaats zullen vinden in het landelijk gebied, terwijl men een groei verwacht in het stedelijk gebied. Kansen worden met name gezien op het gebied van toekomstbestendige landbouw (bijvoorbeeld in het kader van het Deltaplan Agrarische Waterbeheer), circulaire economie, goed wonen, watertechnologie, bereikbaarheid, energietransitie, toerisme, zorg en

73 

samenwerking (Eerste voortgangsrapportage, februari 2022). Desgevraagd wordt gesteld, dat deze thema’s in eerste instantie niet zijn opgenomen in het SEAP om het programma goed af te bakenen. Deze thema’s komen wel weer terug in de Regio Deal (Interviews, 24 juli 2023). Ter toelichting wordt tevens gesteld, dat toerisme echter niet sterk wordt geaccentueerd in de Regio Deal. De vierde voortgangsrapportage is ten tijde van dit onderzoek nog niet gereed. Hoewel in eerste instantie de indruk wordt gewekt, dat de vierde voortgangsrapportage in juli 2023 wordt opgeleverd, wordt later in het ambtelijk wederhoor gesteld, dat de gemeenteraden deze rapportage in september 2023 verwachten en ook aangeboden krijgen (Ambtelijke reactie, 25 juli 2023, Ambtelijk wederhoor, 18 september 2023). Opmerkelijk is dat de voortgangsrapportages weliswaar besproken worden aan de bestuurstafel, maar niet worden opgevoerd als officieel agendapunt en genotuleerd worden als separaat besluit. De notulen van de bestuurstafel van 19 september 2022 vermelden in dit verband dat de bestuurstafel als eerste aan zet is om de voortgangsrapportages te beoordelen. Daarna gaat deze pas naar de colleges en de raden (Notulen bestuurstafel 19 september 2022).

Desgevraagd wordt hier de volgende toelichting op gegeven: “We hebben ze natuurlijk wel besproken en vastgesteld, maar leermoment voor ons: het moet een officieel agendapunt worden en goed in het verslag terug komen. Dat hebben we nagelaten….” (Ambtelijke reactie, 12 juli 2023).

6.6 Bijsturing De bestuurstafel krijgen ter info en bijsturing de wekelijkse verslagen van het projectteam (..) Daarbij heeft het programmateam het mandaat voor zover dat nodig is voor uitvoeren van deze taak. Wanneer dat verder gaat, wordt de Bestuurstafel ingeschakeld. De teamleden hebben een onderlinge taakverdeling, maar treden in principe als team op (Uitvoeringsplan, p. 5). Aan de hand van de notulen van de bestuurstafelvergaderingen kan geconstateerd worden, dat zeer veel activiteiten binnen het programma worden uitgevoerd (zie hiertoe het verslag van bevindingen). Ook kan geconstateerd worden, dat de voortgangsrapportages en de mondelinge verslagen tijdens de bestuurstafelvergaderingen over het algemeen een goed beeld geven van datgene wat gedaan is en wat nog moet gebeuren. De bestuurstafel krijgt zeker de mogelijkheid om op de juiste momenten bij te sturen. Zo wordt tijd gegund om de samenwerkingsovereenkomst te bespreken en te voorzien van reflectie. Een eerste concept voor deze overeenkomst wordt geagendeerd voor de bestuurstafel van 29 oktober 2021, een tweede voor de bestuurstafel van 7 maart 2022. Ondertussen is ook in aparte groepen van de bestuurstafel op 22 december 2021 gesproken over deze overeenkomst. Tijdens de bestuurstafel worden ook presentaties gehouden, bijvoorbeeld op het gebied van projectcommunicatie.

Vervolgens worden de leden van de bestuurstafel in de gelegenheid gesteld hierop te reflecteren. Onderwerpen worden tevens tijdig ter goedkeuring voorgelegd aan de bestuurstafel. Zo worden de site en de gewijzigde versie van het reglement op 9 mei 2022 ter goedkeuring aangeboden. Ook wordt de campagne “Kom aan boord” op 30 januari 2023 gepresenteerd, waarna de bestuurstafel de gelegenheid heeft te reflecteren.

74 

Economisch Beleid

In dit verband kan ook geconstateerd worden, dat ook zaken die stroever verlopen mondeling aan de orde komen tijdens de bestuurstafelvergaderingen. Zo wordt op 19 september 2022 aangegeven dat bij de agri-hub aansluiting van de agrariërs lastig is. In het verlengde hiervan wordt op 30 januari 2023 het volgende aangegeven aan de bestuurstafel: “Met landbouw kan men nog alle kanten op. Nu wordt de focus verlegd op de korte keten landbouw. Er is contact geweest met voedselcoöperatie Herenboeren. Van hieruit is contact geweest met ‘better foar letter’, maar deze zagen er geen fiducie in. We staan weer aan het begin”, zo vermeldt het verslag (Notulen, 30 januari 2023). “Het lastige is dat er geen breed collectief is. De vragen en problematieken zijn heel divers, dit komt door de breedte van de sector (veel verschillende bedrijven met een eigen branchevereniging en ZZP’ers). Het lukt niet om een uniform probleem op te halen, waar ‘alle’ boeren tegen aan lopen. Vanuit het sociaaleconomisch programma is (naast maritiem) agri naar voren gekomen. Dit is een worsteling gebleken en gaat niet lukken á la maritiem” (Notulen Bestuurstafel, 30 januari 2023). Tijdens deze vergadering blijkt ook het stimuleren van het vestigingsklimaat problematisch te zijn: “Er is veel versnippering onder de bedrijven en het kost veel energie om partijen bij elkaar te krijgen” (Notulen, 30 januari 2023).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=waadhoeke&id=87d6c656-1416-4964-88b2-18ad4a5506d6