CConstaterende datwaadhoeke
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 6. Separate bijlage 1. Specifieke criteria voor deelgebieden (Corsanumer 21.120471).PDF

Gemeenteraad Waadhoeke 1 juli 2021, gemeente waadhoekeBij agendapunt: Aanpassing Welstandsnota Waadhoeke10.407 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Welstandsnota Waadhoeke Vastgesteld 12 december 2019 (laatstelijk gewijzigd op 1 juli 2021)

Welstandsnota V ast gest eld 12 december 2019 (laat st elijk gew ijzigd o p 1 juli 2021 )

Opgesteld door:

Plannummer 091.00.09.00.00.00

3

Bijlage 1a – Beeldkwaliteitsplan Winsum inbreiding 17 mei 2010

W o m m e l s /L e e u w a r d e n 134.00.26.02.00 17 mei 2010

Beeldkwaliteitsplan

Inbreiding Winsum

BügelHajema A D V I S E U R S

Inhoudsopgave 1

Inleiding

3

2

Karakterschets van het gebied

4

3

Het plan

5

4

Beeldkwaliteit

7

3

Algmeen

1

Dit beeldkwaliteitsplan heeft betrekking op het ‘Inbreidingsplan Fikarusleane/Froonackerdyk’ te Winsum. Het plangebied is gesitueerd aan de noordzijde van het dorp Winsum (zie onderstaande luchtfotofragment). Het beeldkwaliteitsplan heeft een tweeledig doel. Het document dient als informatie- en inspiratiebron (om bij te dragen aan het realiseren van een aantrekkelijke nieuwe woonbuurt) en als toetsingskader.

De wettelijke status Volgens de Woningwet dient welstandstoezicht gebaseerd te zijn op door de gemeenteraad vastgesteld beleid. Zonder vastgesteld welstandsbeleid mag er geen welstandstoets meer plaatsvinden. Dit beeldkwaliteitsplan vervangt het beleid dat is geformuleerd in de welstandsnota voor dit plangebied. Het welstandsbeleid in de welstandsnota voor dit gebied was gericht op het “landelijk gebied”. Dit beleid is niet passend voor de wooninbreiding. Dit beeldkwaliteitsplan is het welstandsbeleid voor de inbreiding in de zin van artikel 12a van de Woningwet. Het dient als bindend gemeentelijk beleid voor de toekomstige welstandsbeoordeling van bouw- en verbouwplannen in het plangebied. Dit beeldkwaliteitsplan wordt door de gemeenteraad vastgesteld als het beeldkwaliteitsplan bij de wooninbreiding Winsum.

Inleiding

5

Het gebied

2

Het gebied kent in de huidige situatie een agrarisch gebruik als grasland. Het gebied wordt aan de noordoostzijde begrensd door de Froonackerdyk en een geluidswal. De Froonackerdyk kent een verhoogde ligging ten opzichte van het plangebied, maar is door de geluidswal nauwelijks zichtbaar vanuit het plangebied.

2

3

De westelijke zijde van het plangebied wordt gekenmerkt door de achtertuinen van de rijenwoningen langs de Fikarusleane en de Boskdyk (1). In het noordelijke deel van het plangebied wijkt de bebouwing langs de Boskdyk in westelijke richting, waardoor ter plaatse de ruimte opener wordt. De gronden gelegen ten noorden van het plangebied kennen een hobbymatig agrarisch gebruik. Deze ruimte wordt doorsneden door de Alde Rewerterfeart, die de noordelijke grens van het plangebied vormt (2).

Karakterschets van het gebied

6

Ontstaansgeschiedenis De oorspronkelijke bebouwing van Winsum is voornamelijk ontstaan op de terpen Winsum en Brêgebuorren. Vanaf de 19e eeuw werd van de bouw op de terpen afgeweken door de bouw langs de Kleasterdyk, de realisatie van de Gereformeerde Kerk en de coöperatieve boterfabriek. Na de Tweede Wereldoorlog is het aantal woningen in de kern fors uitgebreid. Deze zijn ten westen van de Hegeterp gerealiseerd. Ook de bebouwing aan de Fikarusleane is in deze periode gerealiseerd. Gelijktijdig vond de industriële ontwikkeling van de bedrijven als Miedema en Tinga ten zuidwesten van de Kleasterdyk plaats. De laatste woonuitbreiding heeft plaatsgevonden aan Sint Jacobsvaart, waarvan de realisatie eind jaren ‘90 is gestart.

De zuidelijke grens van het plangebied wordt gevormd door achterzijden van percelen die grenzen aan de van de zuidelijke entree van Winsum. Deze entree wordt voornamelijk gemarkeerd door de COOP-supermarkt (3).

1

Programma

3

Het plan

Het plan behelst de realisatie van in totaal 36 woningen. Het betreft woningen in de segmenten goedkope tot middeldure koop en goedkope huur. Hierbij wordt uitgegaan van 26 twee-onder-één-kapwoningen en 10 vrijstaande woningen. Van de twee-onder-één-kap-woningen zullen 8 worden gerealiseerd als levensloopbestendige of seniorenwoning. De 10 kavels voor vrijstaande woningen worden door de gemeente volgens de daarvoor opgestelde regels uitgegeven.

Stedenbouwkundig plan Uitgangspunten stedenbouwkundig plan Het stedenbouwkundig plan (zie afbeelding hiernaast) is gebaseerd op de volgende hoofduitgangspunten:

-

de ligging van het plangebied nabij de voormalige terp Harlingen; de Alde Rewerterfeart, die de noordelijke grens van het plangebied vormt; kansen die de omgeving van het plangebied biedt op het gebied van ecologie; de invloed van het wegverkeerslawaai van de provinciale weg de Froonackerdyk en de geluidswal.

Wegenstructuur Het plangebied wordt ontsloten via de Fikarusleane en het gebied wordt ingericht als 30 km/uur gebied. In het plangebied is een rondrijdmogelijkheid gecreëerd, waarop vervolgens enkele doodlopende wegen zijn aangetakt. De wegenstructuur is opgevat als een nieuw lint, gerelateerd aan de structuur van de bestaande nieuwbouwwijk.

7

Bebouwingsstructuur

3

De bebouwingstructuur sluit aan op de bestaande bebouwingsstructuur van het dorp. Langs de Froonackerdyk, achter de geluidswal, worden voornamelijk twee-onderéén-kapwoningen gerealiseerd. De woningen volgen met de voorgevelrooilijn de loop van de nieuwe weg.

Groen– en water structuur Binnen het plangebied lag vroeger de terp “Harlingen”. Deze terp is aan de zuidkant van de Froonackerdyk geheel uitgegraven (inclusief terpzool). Over of nabij de terp liep de Heilige Driekoningenweg door het plangebied heen. Het gebied ligt vrij diep omdat de terp is afgegraven. Heel vroeger was dit gebied dan ook een ijsbaan en werd het bemalen met een klein windmolentje. Om aan te sluiten bij het vroegere gebruik (maatschappelijke voorzieningen) is in het plangebied daarom gekozen om dit verdiept gelegen gebied te accentueren met een talud en een trap in de bestrating. Dit deelgebied wordt dan ook in stand gehouden. Binnen dit gebied wordt vervolgens een speeltuintje voor de kleinere kinderen en een trapveldje voor de grotere kinderen gerealiseerd. Op deze wijze blijft de ontgraven terp “Harlingen” behouden en beter zichtbaar in het plangebied.

8

Aan de noordzijde van het plangebied ligt de Alde Rewerterfeart. Deze vaart liep van Winsum via het gehucht Rewert naar de Bolswarder trekvaart. Gedeelten van deze vaart zijn nog in het landschap herkenbaar, maar het meeste vaarwater van destijds is nu niet breder dan een boerensloot. Ook de provinciale weg vormt een groot obstakel. In de Alde Rewerterfeart lagen vroeger bij diverse boerderijen zogenaamde kolken (een verruiming in de vaart waar pramen en skûtsjes konden keren als de lading bij de boer was in- of uitgeladen. In het plangebied moet voor de watertoets 10% van het verharde oppervlak worden gecompenseerd in de vorm van water. Door dit water bij elkaar te brengen kan in de Alde Rewerterfeart weer een kolk worden gemaakt. Daarmee (en door een toegangsdam naar het land achter Boskdyk 2 te verwijderen) krijgt de Alde Rewerterfeart in het plangebied weer de uitstraling van vroeger terug.

4

Beeldkwaliteit

9

Beeldkwaliteit en indeling in deelgebieden

Het plangebied is gesitueerd tussen de bestaande bebouwing aan de Fikarusleane en de geluidswal langs de Froonackerdyk. Het plangebied is door de geluidswal slechts in beperkte mate zichtbaar vanuit het open landschap. Voor het plangebied geldt om deze reden een regulier ambitieniveau voor de architectuur van de bebouwing. De beeldkwaliteitsrichtlijnen van het gebied zijn gericht op het realiseren van een samenhangend architectuurbeeld, met daarbinnen ruimte voor variatie. Teven wordt ingezet op een terughoudend en gedekt kleurgebruik.

Deelgebieden

Met betrekking tot de beeldkwaliteit is het plan opgedeeld in 4 deelgebieden: 1 2 3 4

vrijstaande woningen tegenover water; 2-onder-1-kapwoningen achter de wal; projectmatig ontwikkelde 2-onder-1-kap-seniorenwoningen; individuele vrijstaande woningen.

Richtlijnen voor welstandstoetsing In de schema’s op de volgende pagina’s is met betrekking tot een aantal toetsbare thema’s aangegeven op welke wijze het gewenste bebouwingsbeeld in de vier deelgebieden dient te worden gerealiseerd. Voor indeling van de deelgebieden zie de hiernaast afgebeelde kaart ‘deelgebieden’.

2 1

4

2 3

4

Deelgebied 1 _vrijstaande woningen tegenover water Welstandscriteria

Hh Re Iv

Plaatsing Situering Type

Hh Re Iv

Diversen De woningen staan met de voorgevel in de voorste begrenzing van het bouwvlak. Vrijstaand.

Ambitieniveau Erfscheiding

■ ■

Hoofdvorm Vormkarakteristiek Aan-, uit- en bijgebouwen

Gevarieerd straatbeeld. Ondergeschikt, maar in samenhang met de hoofdmassa.

■

Op- en inritten

■

Aanzichten Oriëntatie Hoeksituatie Geleding Verhoudingen

De woningen zijn georiënteerd op de openbare weg. Bij hoeksituaties aan de openbare weg is sprake van een dubbele oriëntatie, inclusief bijgebouw. Afgestemd op vormkarakteristiek. Afgestemd op vormkarakteristiek.

■

Kleuren: rood –roodbruin– bruin –houtkleur. Materiaal: vrij met uitzondering van sterk afwijkende materiaalkeuzes ten opzichte van het totale straatbeeld. Matte, antraciet gekleurde dakpannen. Ingetogen. Het kleur- en materiaalgebruik is in samenhang met het hoofdgebouw

■ ■

■

Materiaal en kleur daken Detaillering Aan-, uit- en bijgebouwen

Hh - Handhaven Re - Respecteren Iv - Incidenteel veranderbaar

Referentiebeeld ■ ■

Opmaak Materiaal en kleur gevels

10

■ ■ ■

Gemiddeld. Op de erfscheiding grenzend aan de openbare ruimte, ter plaatse van de op de bestemmingsplankaart als ‘groen’ aangeduide gebieden, wordt een haagbeuk (Carpinus betulus) geplaatst. Situering van op– en inritten binnen de op de bestemmingsplankaart als ‘groen’ aangeduide gebieden kan in overleg met de gemeente.

■ ■

■

en Deelgebied 2 _ Vrijstaande 2-onder-1-kapwoningen achter de wal

Welstandscriteria

Hh Re Iv

Plaatsing Situering

Type Nokrichting

Hh Re Iv

Diversen De woningen staan met de voorgevel in de voorste begrenzing van het bouwvlak aan de openbare weg. Twee-onder-1-kap en vrijstaand. Evenwijdig aan de voorgevel.

Ambitieniveau Erfscheiding

■

■ ■ Op- en inritten

Hoofdvorm Bouwvorm Kapvorm Vormkarakteristiek Aan-, uit- en bijgebouwen

Twee bouwlagen met kap. Zadeldak. Straatbeeld met een herkenbare repeterende hoofdvorm. Ingetogen uitstraling. Ondergeschikt, maar in samenhang met de hoofdmassa.

■ ■

De woningen zijn georiënteerd op de openbare weg. Bij hoeksituaties aan de openbare weg is sprake van een dubbele oriëntatie, inclusief bijgebouw. Afgestemd op vormkarakteristiek en in samenhang per straatzijde. Afgestemd op vormkarakteristiek en in samenhang per straatzijde.

■

Kleuren: rood, roodbruin, bruin. Gedekt. Materiaal: overwegend steen, op onderdelen is toepassing van hout mogelijk. Matte, antraciet gekleurde dakpannen. Ingetogen. Het kleur- en materiaalgebruik is in samenhang met het hoofdgebouw.

■ ■

■ ■

Referentiebeeld

Aanzichten Oriëntatie Hoeksituatie Geleding Verhoudingen

■ ■ ■

Opmaak Materiaal en kleur gevels

Materiaal en kleur daken Detaillering Aan-, uit- en bijgebouwen

Hh - Handhaven Re - Respecteren Iv - Incidenteel veranderbaar

11

■ ■ ■

Gemiddeld. Op de erfscheiding grenzend aan de openbare ruimte, ter plaatse van de op de bestemmingsplankaart als ‘groen’ aangeduide gebieden, wordt een haagbeuk (Carpinus betulus) geplaatst. Situering van op– en inritten binnen de op de bestemmingsplankaart als ‘groen’ aangeduide gebieden kan in overleg met de gemeente.

■ ■

■

Deelgebied 3 _2-onder-1-kap-seniorenwoningen Welstandscriteria

Hh Re Iv

De woningen staan met de voorgevel in de voorste begrenzing van het bouwvlak aan de openbare weg. Twee-onder-1-kap. Evenwijdig aan de voorgevel.

■

Plaatsing Situering

Type Nokrichting

Hh Re Iv

Diversen Ambitieniveau Erfscheiding

■ ■ Op- en inritten

Hoofdvorm Bouwvorm Kapvorm Vormkarakteristiek Aan-, uit- en bijgebouwen

Maximaal 1bouwlaag met kap. Zadeldak. Straatbeeld met een herkenbare repeterende hoofdvorm. Ondergeschikt, maar in samenhang met de hoofdmassa.

■ ■ ■ ■

Referentiebeeld

Aanzichten Oriëntatie Hoeksituatie Geleding Verhoudingen

De woningen zijn georiënteerd op de openbare weg. Bij hoeksituaties aan de openbare weg is sprake van een dubbele oriëntatie, inclusief bijgebouw. Afgestemd op vormkarakteristiek en in samenhang per straatzijde. Afgestemd op vormkarakteristiek en in samenhang per straatzijde.

■

Kleuren: rood, roodbruin, bruin. Gedekt. Materiaal: overwegend steen, op onderdelen is de toepassing van hout mogelijk. Matte, antraciet of oranje gekleurde dakpannen. Ingetogen. Het kleur- en materiaalgebruik is in samenhang met het hoofdgebouw. Kleuren: crème, rood, roodbruin, bruin.

■ ■

■ ■ ■

Opmaak Materiaal en kleur gevels

Materiaal en kleur daken Detaillering Aan-, uit- en bijgebouwen Ondergeschikte bouwdelen Hh - Handhaven Re - Respecteren Iv - Incidenteel veranderbaar

12

■ ■ ■ ■

Gemiddeld. Op de erfscheiding grenzend aan de openbare ruimte, ter plaatse van de op de bestemmingsplankaart als ‘groen’ aangeduide gebieden, wordt een haagbeuk (Carpinus betulus) geplaatst. Situering van op– en inritten binnen de op de bestemmingsplankaart als ‘groen’ aangeduide gebieden kan in overleg met de gemeente.

■ ■

■

Deelgebied 4 _individuele vrijstaande woningen Welstandscriteria

Hh Re Iv

De woningen staan met de voorgevel in de voorste begrenzing van het bouwvlak aan de openbare weg. Vrijstaand. Haaks op de voorgevel.

■

Plaatsing Situering

Type Nokrichting

Hh Re Iv

Diversen Ambitieniveau Erfscheiding

■ ■ Op- en inritten

Hoofdvorm Bouwvorm

Kapvorm Vormkarakteristiek Aan-, uit- en bijgebouwen

De meest noordelijke woning is maximaal 2 bouwlagen met kap. De overige woningen zijn maximaal 1 bouwlaag met kap. Zadeldak. Eenvoudige traditionele hoofdvorm met eigentijdse uitwerking en vormgeving. Ondergeschikt, in samenhang met de hoofdmassa of bijzonder vormgegeven.

■

De woningen zijn georiënteerd op de openbare weg. Bij hoeksituaties aan de openbare weg is sprake van een dubbele oriëntatie, inclusief bijgebouw. Afgestemd op vormkarakteristiek en in samenhang per straatzijde. Afgestemd op vormkarakteristiek en in samenhang per straatzijde.

■

Kleuren: rood, roodbruin, bruin. Gedekt. Materiaal: hout en/of steen. Matte, antraciet of oranje gekleurde dakpannen. Ingetogen. Het kleur- en materiaalgebruik is in samenhang met het hoofdgebouw.

■ ■ ■ ■ ■

■ ■

Referentiebeeld

■

Aanzichten Oriëntatie Hoeksituatie Geleding Verhoudingen

■ ■ ■

Opmaak Materiaal en kleur gevels Materiaal en kleur daken Detaillering Aan-, uit- en bijgebouwen Hh - Handhaven Re - Respecteren Iv - Incidenteel veranderbaar

13

Gemiddeld. Op de erfscheiding grenzend aan de openbare ruimte, ter plaatse van de op de bestemmingsplankaart als ‘groen’ aangeduide gebieden, wordt een haagbeuk (Carpinus betulus) geplaatst. Situering van op– en inritten binnen de op de bestemmingsplankaart als ‘groen’ aangeduide gebieden kan in overleg met de gemeente.

■ ■

■

14

Opgesteld door:

In opdracht van:

BügelHajema Adviseurs Leeuwarden

Gemeente Littenseradiel

Balthasar Bekkerwei 76 8914 BE Leeuwarden Tel. 058 - 215 25 15 Fax. 058 - 215 91 98 E-mail Leeuwarden@bugelhajema.nl

Keatsebaen 1 8731 BN Wommels tel. 0515—334444 Fax. 0515—332385 E-mail info@littenseradiel.nl

Bijlage 1b – Beeldkwaliteitsplan Groot Hermana

WELSTANDSCRITERIA VOOR GROOT HERMANA FASE 2

WELSTANDSCRITERIA VOOR GROOT HERMANA FASE 2

Bijlage 1c – Beeldkwaliteitsplan Deinum-Oost

BEELDKWALITEITSPLAN

WOONVELDEN DEINUM-OOST

148.00.06.06.06.00 1 maart 2017

inleiding Het voorliggende beeldkwaliteitsplan heeft betrekking op de woonvelden Deinum Oost. De inhoud van het plan is mede gebaseerd op interactieve avonden met het dorp en door mogelijke toekomstige bewoners aangeleverde wenswoningen. Het plan is allereerst opgesteld als inspiratiedocument. Tegelijkertijd voorziet het beeldkwaliteitsplan in het welstandskader voor de beoordeling van bouwplannen. Voldoet het bouwplan aan het bestemmingsplan én aan de beeldkwaliteitseisen dan zal de welstandscommissie kunnen instemmen met het plan. Het beeldkwaliteitsplan is opgezet als een beeldend stappenplan, waarin stapsgewijs is verbeeld waaraan een bouwplan moet voldoen. De onderstaande stappen zijn onderscheiden. 1. 2. 3. 4. 5. 6.

Plaatsing Hoofdvorm Architectuur Kleur- en materiaal Details Perceelsranden

Per stap zijn vragen aangegeven waaraan het bouwplan invulling moet geven. De beeldkwaliteitsrichtlijnen geven in tekst weer waaraan het bouwplan moet voldoen. De welstandscommissie toetst een bouwplan aan deze beeldkwaliteitsrichtlijnen. Met een schema, een tekening of met foto’s zijn passende voorbeelden gegeven voor de uitwerking van de beeldkwaliteitsrichtlijnen. Daarnaast zijn in een aantal gevallen aanbevelingen/tips weergegeven, waarmee een bouwplan op een nog hoger kwaliteitsniveau gebracht kan worden. De welstandscommissie toetst niet op deze aanbevelingen.

Ambitieniveau Gezien de ligging van de het plangebied aan de rand van Deinum en de daarmee samenhangende, sterke zichtbaarheid van het plan vanuit het open buitengebied en het specifieke karakter van de deelgebieden, geldt voor alle deelgebieden een hoog ambitieniveau ten aanzien van de architectonische uitwerking van de woningen.

Doel Het beeldkwaliteitsplan voorziet in specifieke uitgangspunten voor de welstandtoetsing. Het plan vervangt voor dit plangebied de eisen uit de gemeentelijke Welstandnota. Het beeldkwaliteitsplan wordt een bijlage van het bestemmingsplan waarbij het wordt vastgesteld door de gemeenteraad als uitgangspunt voor de welstandtoetsing.

indeling DEELGEBIEDen b b

2

2 1

4

3

a

5 6 d

C

sfeer Deelgebieden Het plangebied kent een indeling in 6 deelgebieden. Ieder deelgebied heeft een eigen sfeer/thema. Het kleur- en materiaalgebruik in het plangebied geeft samenhang tussen de gebieden. De op de kaart geduide profielen zijn ter illustratie van het beeld van de openbare ruimte (als bijlage) in dit document opgenomen.

Deelgebieden en sferen/thema’s 1.

DEELGEBIED 1

DEELGEBIED 2

DORPSE RIJENWONINGEN

STOERE WONINGEN AAN HET KANAAL

DEELGEBIED 3

DEELGEBIED 4

DORPS WONEN AAN DE KADE

DORPS LANDELIJK WONEN

DEELGEBIED 5

DEELGEBIED 6

KUBISTISCHE WONINGEN AAN HET WATER

WONEN ONDER EEN GROTE KAP AAN WATER EN LANDSCHAP

Het thema voor de architectuur is ‘dorpse rijenwoningen’: • traditionele tot moderne baksteenarchitectuur, met bijzondere dakkappelen als blikvangers. 2. Het thema voor de architectuur is ‘stoere woningen aan het kanaal’: • moderne baksteenarchitectuur met een duidelijk contrast tussen open en dichte gevels; • de kap heeft een sterke/opvallende vorm en is mede beeldbepalend. 3. Het thema voor de architectuur is ‘dorps wonen aan de kade’: • baksteen en gestucte voorgevels met puntige topgevels bepalen het beeld aan de kade; • traditionele tot moderne baksteenarchitectuur met een strakke, zorgvuldige detaillering. 4. Het thema voor de architectuur is ‘dorps landelijk wonen’: • de woningen zijn dorps door bijzondere aandacht te besteden aan de (visuele) schaal van de woningen. Een (visueel) lage gootlijn is onderdeel van de vormgeving; • de woningen zijn landelijk door het gebruik van een donker en natuurlijk kleur- en materiaalgebruik. 5. Het thema voor de architectuur is ‘kubistische woningen aan het water’: • er is sprake van een samenspel van twee blokvormige volumes. 6. Het thema voor de architectuur is ‘wonen aan water en landschap’: • de woningen passen bij het landschap door het toepassen van een forse kap met forse dakoverstekken; • de woningen passen bij het landschap door het gebruik van een donker en natuurlijk kleur- en materiaalgebruik.

DEELGEBIED 1 1. Plaatsing

2. Hoofdvorm

3. Architectuur

•

• • •

• •

•

Hoe moeten de woningen op het perceel geplaatst worden? Waar mogen aan- en uitbouwen en bijgebouwen geplaatst worden?

Wat is de gewenste vorm van de woning? Wat is de goot- en bouwhoogte? Welke kapvormen zijn mogelijk?

Wat is de gewenste sfeer/architectuur van de woning? Welke gevels zijn belangrijk?

Beeldkwaliteitsrichtlijnen

Beeldkwaliteitsrichtlijnen

Beeldkwaliteitsrichtlijnen

• •

•

•

•

3, 4 of 7 aaneen gebouwde woningen. De woningen staan in een rechte rooilijn evenwijdig aan de weg. Vrijstaande bijgebouwen (zoals een berging, garage of carport) zijn minimaal 1 meter vanaf de achterste perceelsgrens gesitueerd.

• • • • •

De goothoogte is minimaal 2,5 meter en maximaal 3,5 meter. De nokhoogte is minimaal 6 meter en maximaal 8,5 meter. De hoofdvorm is één bouwlaag met een kap. Zadelkap of boogkap toepassen. De nokrichting is evenwijdig aan de weg. Aan- en uitbouwen zijn ondergeschikt.

• •

Het thema voor de architectuur is ‘dorpse rijenwoningen’: • traditionele tot moderne baksteenarchitectuur, met bijzondere dakkappelen als blikvangers. De gevels aan de zuidelijke weg zijn beeldbepalend voor het aanzicht van het woonveld. Deze gevels moeten worden ontworpen als een voorgevel met een sterke oriëntatie/gerichtheid op de weg. Een woning op een hoek heeft twee gevels die bepalend zijn voor het aanzicht van het woonveld. In deze gevallen bestaat voor de vormgeving van de zijgevel ook aanvullende aandacht, bijvoorbeeld door de inpassing van ramen en/of verbijzonderingen in materiaal en kleurgebruik en/of detaillering.

DORPSE RIJENWONINGEN 4. Kleur en materiaal

5. Details

6. Perceelsranden

•

•

•

Welke kleuren en materialen mogen gebruikt worden voor de gevels en daken?

Welke details zijn belangrijk?

Hoe moeten de erfafscheidingen eruit zien?

Haag

Beeldkwaliteitsrichtlijnen

Beeldkwaliteitsrichtlijnen

Beeldkwaliteitsrichtlijnen

•

•

•

• • • •

De gevels van de woningen hebben een stenig karakter. Baksteen in bruin- of roodtinten en/of hout voor gevels. Antraciete of oranje dakpannen. Vrijstaande bijgebouwen (bergingen, garages en carports) uitvoeren in hout. Geen hoogglanzende materialen toepassen.

Aan de straatzijde bijzondere dakkappelen toepassen.

Aanbevelingen/tips zonnepanelen

Aanbevelingen/tips

• •

•

•

Elementen integreren in het ontwerp van het dak. Elementen clusteren in een rechthoekig, ononderbroken vlak. De kleur van de panelen, collectoren en/of zonnedakpannen afstemmen op de kleur van de dakbedekking.

De gevels hebben bijzondere metselwerkverbanden en/of bijzondere baksteendetails.

Aan de noord- en zuidzijde van alle kavels en aan de meest oostelijke en westelijke perceelsgrens is sprake van een haag (iep, haagbeuk, beuk, liguster of berberis).

DEELGEBIED 2 1. Plaatsing

2. Hoofdvorm

3. Architectuur

•

• • •

• •

•

Hoe moeten de woningen op het perceel geplaatst worden? Waar mogen aan- en uitbouwen en bijgebouwen geplaatst worden?

Wat is de gewenste vorm van de woning? Wat is de goot- en bouwhoogte? Welke kapvormen zijn mogelijk?

Wat is de gewenste sfeer/architectuur van de woning? Welke gevels zijn belangrijk?

Beeldkwaliteitsrichtlijnen

Beeldkwaliteitsrichtlijnen

Beeldkwaliteitsrichtlijnen

•

•

•

• •

• •

Twee-onder-één-kap-woningen en vrijstaande woningen. De woningen staan in een rechte rooilijn evenwijdig aan het kanaal. De minimale afstand van een zijgevel van een woning (hoofdvorm) tot een zijdelingse perceelsgrens is 2 meter. Aan- en uitbouwen zijn achter de voorgevel gesitueerd. Vrijstaande bijgebouwen (zoals een berging, garage of carport) zijn met een gevel in de achterste perceelsgrens gesitueerd.

• • •

• • •

De goothoogte aan de kanaalzijde is minimaal 5 meter en maximaal 6 meter. De goothoogte aan de achterzijde mag variëren. De nokhoogte is minimaal 8 meter en maximaal 9 meter. De hoofdvorm is maximaal twee bouwlagen met een kap en heeft een uitgesproken, krachtige vorm. Krachtige kapvorm zoals (asymmetrisch) zadeldak, geknikte kap, lessenaarskap of varianten hierop, toepassen. De nokrichting is evenwijdig aan het kanaal. De hoofdvorm is kantig van opzet. Aan- en uitbouwen en bijgebouwen zijn ondergeschikt.

•

Het thema voor de architectuur is ‘stoere woningen aan het kanaal’: • moderne baksteenarchitectuur met een duidelijk contrast tussen open en dichte gevels; • de kap heeft een sterke/opvallende vorm en is mede beeldbepalend. De gevels aan het kanaal zijn beeldbepalend voor het aanzicht van het woonveld. Deze gevels moeten worden ontworpen als een zeer open voorgevel met een sterke oriëntatie/gerichtheid op het kanaal. Een woning op een hoek heeft twee gevels die bepalend zijn voor het aanzicht van het woonveld. In deze gevallen heeft de zijgevel ook de uitstraling van een voorgevel. Een woning op een hoek heeft een dubbele oriëntatie/gerichtheid.

Aanbevelingen/tips • •

Deze voorgevel aan het kanaal bestaat voor meer dan 65 procent uit glas. Deze zijgevel bestaat voor maximaal 30 procent uit glas.

Stoere woningen langs het KANAAL 4. Kleur en materiaal

5. Details

6. Perceelsranden

•

•

•

Welke kleuren en materialen mogen gebruikt worden voor de gevels en daken?

Welke details zijn belangrijk?

Hoe moeten de erfafscheidingen eruit zien?

Haag

ierfafsche ebouwde Haag of g ebouw ding/bijg

Haag

fscheiwde erfa u o b e g f Haag o ebouw ding/bijg

Beeldkwaliteitsrichtlijnen

Beeldkwaliteitsrichtlijnen

Beeldkwaliteitsrichtlijnen

• •

•

•

•

•

Baksteen in antraciet-, bruin- of mangaantint. Antraciete dakpannen of zonnedak (platen, folie of zonnedakpannen). De gevel van een vrijstaande bijgebouwen (bergingen, garages en carports), die geplaatst is in de achterste perceelsgrens, uitvoeren in vergrijzend hout. Geen hoogglanzende materialen toepassen.

•

De kapvorm komt door een zorgvuldig detaillering goed tot zijn recht. De ramen zijn vormgegeven als ‘diepliggende’ gaten in de gevel.

Aanbevelingen/tips zonnepanelen

Aanbevelingen/tips

• •

•

•

Elementen integreren in het ontwerp van het dak. Elementen clusteren in een rechthoekig, ononderbroken vlak. De kleur van de panelen, collectoren en/of zonnedakpannen afstemmen op de kleur van de dakbedekking.

De ramen liggen minimaal 10 centimeter terug ten opzichte van de baksteen gevels.

•

Aan de achterzijde is sprake van een haag, een gebouwde erfafscheiding of een gevel van een bijgebouw (garage, berging en/of carport) als erfafscheiding. De gebouwde erfafscheiding of de gevel van het bijgebouw is uitgevoerd in vergrijzend hout. Aan de voorzijde (de noordelijke perceelsgrens) en aan de meest oostelijke en westelijke perceelsgrens (conform schema) is sprake van een haag (iep, haagbeuk, beuk, liguster of berberis).

DEELGEBIED 3 1. Plaatsing

2. Hoofdvorm

3. Architectuur

•

• • •

• •

•

Hoe moeten de woningen op het perceel geplaatst worden? Waar mogen aan- en uitbouwen en bijgebouwen geplaatst worden?

Wat is de gewenste vorm van de woning? Wat is de goot- en bouwhoogte? Welke kapvormen zijn mogelijk?

Wat is de gewenste sfeer/architectuur van de woning? Welke gevels zijn belangrijk?

Beeldkwaliteitsrichtlijnen

Beeldkwaliteitsrichtlijnen

Beeldkwaliteitsrichtlijnen

• •

• • • • • •

•

•

•

3, 4 of 7 aaneen gebouwde woningen. De woningen staan in de voorgevelrooilijn of liggen maximaal 1 meter terug . De minimale afstand van een zijgevel van een woning (hoofdvorm) tot een zijdelingse perceelsgrens grenzend aan openbare ruimte is 2 meter. In andere situaties is deze afstand maximaal 2 meter. Vrijstaande bijgebouwen zijn met een gevel in de achterste perceelsgrens gesitueerd.

Aanbevelingen/tips •

Verspringingen in de voorgevelrooilijn geven een meer gevarieerd ruimtelijk beeld.

De goothoogte is minimaal 5 en maximaal 6 meter. De nokhoogte is minimaal 8 en maximaal 9 meter. De hoofdvorm is twee bouwlagen met een kap. Zadelkap toepassen. De nokrichting is haaks op de kade. Aan- en uitbouwen zijn ondergeschikt.

• •

Het thema voor de architectuur is ‘dorps wonen aan de kade’: • baksteen en gestucte voorgevels met puntige topgevels bepalen het beeld aan de kade; • traditionele tot moderne baksteenarchitectuur met een strakke, zorgvuldige detaillering. De gevels aan de kade zijn beeldbepalend voor het aanzicht van het woonveld. Deze gevels moeten worden ontworpen als een baksteen gevel met een puntige topgevel en een sterke oriëntatie/gerichtheid op de kade. Zijgevels grenzend aan de openbare ruimte of weg mogen gesloten zijn, om daarmee de gerichtheid op de kade te benadrukken.

DORPS WONEN AAN de kade 4. Kleur en materiaal

5. Details

6. Perceelsranden

•

•

•

Welke kleuren en materialen mogen gebruikt worden voor de gevels en daken?

Welke details zijn belangrijk?

Hoe moeten de erfafscheidingen eruit zien?

Haag

Haag

Meeon tworpe n erfaf en ber scheidin gingen gen

Haag o

f stoep

Beeldkwaliteitsrichtlijnen

Beeldkwaliteitsrichtlijnen

Beeldkwaliteitsrichtlijnen

• •

•

•

• •

Gevels hebben een stenig karakter. Gevels in bruine en rode baksteen. Stucwerk gevels mogen incidenteel, ter afwisseling, worden toegepast. Oranje en antraciete dakpannen. Geen hoogglanzende materialen toepassen.

•

De woningen hebben geen dakoverstekken, maar strakke dakranden. De gevels hebben strakke details.

•

Aanbevelingen/tips zonnepanelen

Aanbevelingen/tips

•

•

•

Elementen integreren in het ontwerp van het dak of op een bijgebouw plaatsen. Elementen clusteren in een rechthoekig, ononderbroken vlak. De kleur van de panelen, collectoren en/of zonnedakpannen afstemmen op de kleur van de dakbedekking.

•

De gevels hebben bijzondere metselwerkverbanden en/of bijzondere baksteendetails.

Aan de noordzijde van de kavels (de achterste perceelsgrens) is sprake van eenduidige, meeontworpen erfscheidingen, waarbij (identieke) bergingen/carports- onderdeel van de erfafscheiding zijn. Aan de meest oostelijke en westelijke perceelsgrens is sprake van een haag (iep, haagbeuk, beuk, liguster of berberis). Aan de voorzijde (de zuidelijke perceelsgrens) is sprake van een haag (iep, haagbeuk, beuk, liguster of berberis) of een (moderne variant van een traditionele) stoep.

DEELGEBIED 4 1. Plaatsing

2. Hoofdvorm

3. Architectuur

•

• • •

• •

•

Hoe moeten de woningen op het perceel geplaatst worden? Waar mogen aan- en uitbouwen en bijgebouwen geplaatst worden?

Wat is de gewenste vorm van de woning? Wat is de goot- en bouwhoogte? Welke kapvormen zijn mogelijk?

Wat is de gewenste sfeer/architectuur van de woning? Welke gevels zijn belangrijk?

Beeldkwaliteitsrichtlijnen

Beeldkwaliteitsrichtlijnen

Beeldkwaliteitsrichtlijnen

•

•

•

• •

•

• •

Twee-onder-één-kap-woningen en vrijstaande woningen. De woningen staan voor minimaal 60% van de voorgevel in een rechte rooilijn evenwijdig aan de weg. Voor de meest westelijke woning ligt de voorgevelrooilijn op 5 meter afstand van de voorste perceelsgrens; voor de overige woningen is deze afstand 3 meter. De minimale afstand van een zijgevel van een woning (hoofdvorm) tot een zijdelingse perceelsgrens is 1 meter. In de open oeverzone zijn geen bijgebouwen toegestaan. In de oeverzone zijn geen havens toegestaan.

• • • • •

•

De goothoogte is maximaal 6 meter. De visuele goothoogte is minimaal 2,5 meter en maximaal 3,5 meter. De nokhoogte is minimaal 8 en maximaal 9 meter. De hoofdvorm is maximaal twee bouwlagen met een kap. Enkelvoudige tot samengestelde hoofdvorm. Zadelkap, mansardekap, boogkap of een samenspel van lessenaarskappen toepassen. De nokrichting van de hoofdvorm is haaks op de weg. Dwarskappen zijn toegestaan op aanbouwen/ ondergeschikte delen; een afwijkende kapvorm (zoals bijvoorbeeld een schildkap) is daarbij toegestaan. Aan- en uitbouwen zijn ondergeschikt.

• •

Het thema voor de architectuur is ‘dorps landelijk wonen’: • de woningen zijn dorps door bijzondere aandacht te besteden aan de (visuele) schaal van de woningen. Een (visueel) lage gootlijn is onderdeel van de vormgeving; • de woningen zijn landelijk door het gebruik van een donker en natuurlijk kleur- en materiaalgebruik. De gevels aan de weg zijn beeldbepalend voor het aanzicht van het woonveld. Deze gevels moeten worden ontworpen als een voorgevel met een sterke oriëntatie/gerichtheid op de weg. Een woning op een hoek heeft twee gevels die bepalend zijn voor het aanzicht van het woonveld. In deze gevallen heeft de zijgevel ook de uitstraling van een voorgevel. Een woning op een hoek heeft een dubbele oriëntatie/ gerichtheid.

DORPS LANDELIJK wonen 4. Kleur en materiaal

5. Details

6. Perceelsranden

•

•

• •

Welke details zijn belangrijk?

Hoe moeten de erfafscheidingen eruit zien? Hoe moeten de oevers eruit zien?

O gr ver oe we ne ge /n nd at uu ope rli n jk inr e oe icht ve in g r e

n

ee

n

Ha

ag

Welke kleuren en materialen mogen gebruikt worden voor de gevels en daken?

Beeldkwaliteitsrichtlijnen

Beeldkwaliteitsrichtlijnen

Beeldkwaliteitsrichtlijnen

•

•

• •

• •

Gevels in baksteen in antraciet-, bruin- of mangaantint en/of hout. Antraciete dakpannen en/of riet als dakbedekking. Geen hoogglanzende materialen toepassen.

(Visueel) lage gootlijn toepassen.

• • • •

Aanbevelingen/tips zonnepanelen

Aanbevelingen/tips

• •

•

•

Elementen integreren in het ontwerp van het dak. Elementen clusteren in een rechthoekig, ononderbroken vlak. De kleur van de panelen, collectoren en/of zonnedakpannen afstemmen op de kleur van de dakbedekking.

De vormgeving/indeling van de gevels en/of de toepassing van aan- en uitbouwen geeft de woning een (visueel)kleine(re)/dorpse schaal.

Aan de voorzijde/straatzijde hagen (iep, haagbeuk, beuk, liguster of berberis) toepassen. Aan de waterzijde, in de oeverzone (zie punt 1), moet de rand stortstenen om reden van waterveiligheid behouden blijven. Een overwegend open inrichting met groene elementen is uitgangspunt. In de oeverzone (zie punt 1), zijn enkel erfafscheidingen lager dan 1,5 meter toegestaan. Langs de oever transparante erfafscheidingen toepassen. In de oeverzone zijn geen havens toegestaan. Eenduidige vormgeving oever. De oever niet ophogen of ontgraven. Steile/verticale randen zijn niet toegestaan. Langs de oeverzone is het afmeren van boten niet toegestaan.

Stortstenen behouden

DEELGEBIED 5 1. Plaatsing

2. Hoofdvorm

3. Architectuur

•

• • •

• •

•

Hoe moeten de woningen op het perceel geplaatst worden? Waar mogen aan- en uitbouwen en bijgebouwen geplaatst worden?

Wat is de gewenste vorm van de woning? Wat is de goot- en bouwhoogte? Welke kapvormen zijn mogelijk?

Wat is de gewenste sfeer/architectuur van de woning? Welke gevels zijn belangrijk?

Beeldkwaliteitsrichtlijnen

Beeldkwaliteitsrichtlijnen

Beeldkwaliteitsrichtlijnen

• •

•

•

•

•

Vrijstaande woningen. De hoofdopzet van een woning bestaat uit een samenspel van twee volumes. Één volume ligt met een voorgevel in de voorgevelrooilijn. De voorgevel van het tweede volume ligt minimaal 0,5 meter en maximaal 2 meter terug ten opzichte van de voorgevelrooilijn. De minimale afstand van een zijgevel van een woning (hoofdvorm) tot een zijdelingse perceelsgrens is aan de waterzijde 5 meter; in de overige gevallen is deze afstand 2 meter. In de open oeverzone zijn geen bijgebouwen toegestaan, met uitzondering van een bij de woning meeontworpen boothuis. Een boothuis is in vorm en kleur- en materiaal afgestemd op de woning.

• • •

• •

De goot- en bouwhoogte is maximaal 7,0 meter. Wanneer zonnepanelen worden toegepast, mag de goot- en bouwhoogte maximaal 7,5 meter zijn. Plat dak toepassen. De hoofdopzet van een woning bestaat uit een samenspel van twee volumes. De hoofdvorm van één van de volumes is twee bouwlagen met een plat dak. Het tweede volume mag lager zijn. De hoofdvormen zijn kantig van opzet. Aan- en uitbouwen zijn ondergeschikt en onderdeel van de compositie en zijn plat afgedekt.

• •

Het thema voor de architectuur is ‘kubistische woningen aan het water’: • er is sprake van een samenspel van twee blokvormige volumes. De gevels aan de weg zijn beeldbepalend voor het aanzicht van het woonveld. Deze gevels moeten worden ontworpen als een voorgevel met een sterke oriëntatie/gerichtheid op de weg. Een woning op een hoek heeft twee gevels die bepalend zijn voor het aanzicht van het woonveld. In deze gevallen heeft de zijgevel ook de uitstraling van een voorgevel. Een woning op een hoek heeft een dubbele oriëntatie/ gerichtheid.

kubistische woningen aan HET WATER 4. Kleur en materiaal

5. Details

6. Perceelsranden

•

•

• •

Welke kleuren en materialen mogen gebruikt worden voor de gevels en daken?

Welke details zijn belangrijk?

Hoe moeten de erfafscheidingen eruit zien? Hoe moeten de oevers eruit zien?

Groene oever en/of steigers/vlonders

Haag

Beeldkwaliteitsrichtlijnen

Beeldkwaliteitsrichtlijnen

Beeldkwaliteitsrichtlijnen

•

•

• • •

•

Gevels in baksteen in natuurlijke donkere tinten (zoals donkerbruin, zwart, antraciet- of mangaantint), in combinatie met baksteen in crèmetint of hout. Geen hoogglanzende materialen toepassen.

Aanbevelingen/tips zonnepanelen •

Zonnepanelen en/of -collectoren ‘onzichtbaar’ opstellen op het platte dak, door deze in te passen met een hoge dakrand.

De geleding in twee volumes is zorgvuldig gedetailleerd.

• • •

Aan de straatzijde hagen (iep, haagbeuk, beuk, liguster of berberis) toepassen. Aan de waterzijde, in de oeverzone (zie punt 1), is een overwegend open inrichting uitgangspunt. In de oeverzone (zie punt 1), zijn enkel erfafscheidingen lager dan 1,5 meter toegestaan. Langs de oever transparante erfafscheidingen toepassen. In de oeverzone (zie punt 1), zijn vlonders en steigers, walbeschoeiingen en insteekhavens toegestaan. Eenduidige vormgeving oever. De oever niet ophogen; ontgraven is wel toegestaan. Langs de oeverzone is het afmeren van boten niet toegestaan.

DEELGEBIED 6 1. Plaatsing

2. Hoofdvorm

3. Architectuur

•

• • •

• •

•

Hoe moeten de woningen op het perceel geplaatst worden? Waar mogen aan- en uitbouwen en bijgebouwen geplaatst worden?

Wat is de gewenste vorm van de woning? Wat is de goot- en bouwhoogte? Welke kapvormen zijn mogelijk?

Wat is de gewenste sfeer/architectuur van de woning? Welke gevels zijn belangrijk?

PLAATSING

HOOFDVORM

Beeldkwaliteitsrichtlijnen

• •

•

•

•

•

Vrijstaande woningen. De woningen staan voor minimaal 60% van de voorgevel in een rechte rooilijn evenwijdig aan de weg. De minimale afstand van een zijgevel van een woning (hoofdvorm) tot een zijdelingse perceelsgrens is aan de waterzijde 5 meter; in de overige gevallen is deze afstand 2 meter. In de open oeverzone zijn geen bijgebouwen toegestaan, met uitzondering van een bij de woning meeontworpen boothuis. Een boothuis is in vorm en kleur- en materiaal afgestemd op de woning.

• • • • •

De goothoogte is minimaal 2,5 meter en maximaal 3,5 meter. De nokhoogte is minimaal 7,5 meter en maximaal 8,5 meter. De hoofdvorm is één bouwlaag met een forse kap. (A)symmetrisch zadeldak of een samenspel van lessenaarskappen toepassen. De nokrichting is haaks op de weg. Aan- en uitbouwen zijn ondergeschikt.

• •

Het thema voor de architectuur is ‘wonen aan water en landschap’: • de woningen passen bij het landschap door het toepassen van een forse kap met forse dakoverstekken; • de woningen passen bij het landschap door het gebruik van een donker en natuurlijk kleur- en materiaalgebruik. De gevels aan de weg zijn beeldbepalend voor het aanzicht van het woonveld. Deze gevels moeten worden ontworpen als een voorgevel met een sterke oriëntatie/gerichtheid op de weg. Een woning op een hoek heeft twee gevels die bepalend zijn voor het aanzicht van het woonveld. In deze gevallen heeft de zijgevel ook de uitstraling van een voorgevel. Een woning op een hoek heeft een dubbele oriëntatie/ gerichtheid.

WONEN AAN WATER EN LANDSCHAP 4. Kleur en materiaal

5. Details

6. Perceelsranden

•

•

• •

Welke details zijn belangrijk?

Hoe moeten de erfafscheidingen eruit zien? Hoe moeten de oevers eruit zien?

Gr o ste ene ige oe rs/ ve vlo r e nd n/o er s f

Ha

ag

•

Welke kleuren en materialen mogen gebruikt worden voor de gevels en daken? Wat zijn de aanbevelingen ten aanzien van de inpassing van zonnepanelen, e.d.

Beeldkwaliteitsrichtlijnen

Beeldkwaliteitsrichtlijnen

Beeldkwaliteitsrichtlijnen

•

•

• • •

• •

Gevels in baksteen in natuurlijke donkere tinten (zoals donkerbruin, zwart, antraciet- of mangaantint) en/of onbehandeld hout. Antraciete dakpannen en/of riet als dakbedekking toepassen. Geen hoogglanzende materialen toepassen.

Het dak heeft forse dakoverstekken (minimaal 0,5 meter).

• • •

Aanbevelingen/tips zonnepanelen

Aanbevelingen

• •

•

•

Elementen integreren in het ontwerp van het dak. Elementen clusteren in een rechthoekig, ononderbroken vlak. De kleur van de panelen, collectoren en/of zonnedakpannen afstemmen op de kleur van de dakbedekking.

De dakgoot is ondergeschikt/valt niet op.

Aan de straatzijde hagen (iep, haagbeuk, beuk, liguster of berberis) toepassen. Aan de waterzijde, in de oeverzone (zie punt 1), is een overwegend open inrichting uitgangspunt. In de oeverzone (zie punt 1), zijn enkel erfafscheidingen lager dan 1,5 meter toegestaan. Langs de oever transparante erfafscheidingen toepassen. In de oeverzone (zie punt 1), zijn vlonders en steigers, walbeschoeiingen en insteekhavens toegestaan. Eenduidige vormgeving oever. De oever niet ophogen; ontgraven is wel toegestaan (met uitzondering van een deel van het meest noordoostelijke kavel). Langs de oeverzone is het afmeren van boten toegestaan.

bijlage 1

profiel a

profiel b

profielen openbare ruimte

profiel c

profiel d

Opdrachtgever Gemeente Menameradiel Gerben Rouwenhorst

Beeldkwaliteitsplan BügelHajema Adviseurs Leeuwarden Wout Douwsma Mischa Teensma

Bijlage 1d – Beeldkwaliteitsplan De Boech-zuid Menaam

Bijlage 1e – Beeldkwaliteit Wonen & Werken – Dronrijp West

BEELDKWALITEIT WONEN & WERKEN - DRONRIJP WEST

2014-07-09

BEELDKWALITEIT WONEN & WERKEN - DRONRIJP WEST

2014-07-09

BEELDKWALITEIT WONEN & WERKEN - DRONRIJP WEST

2014-07-09

BEELDKWALITEIT WONEN & WERKEN - DRONRIJP WEST

2014-07-09

Bijlage 1f– Beeldkwaliteitsplan Groot Lankum Franeker

BEELDKWALITEITSPLAN GROOT LANKUM FRANEKER

VERSIE 7 JULI 2020

Luchtfoto 2019 (Bron: Arcgisonline.nl)

1

INHOUD 1. Inleiding

5

2. Ruimtelijk relevant beleid

7

3. Ruimtelijke context

9

4. Stedenbouwkundige visie

13

5. Beeldkwaliteit bebouwing

15

6. Beeldkwaliteit buitenruimte

27

Colofon

32

3

rdenlaa n Lou See

pa d os ofe n

De Stipe Keningstate FPA

Toegangsweg

De Wende Nij Lankum

Studio’s

De Flinter

De Golfbreker

Harli

nger

Harlingerweg

LIGGING PLANGEBIED

weg

Burgemeest er J. Dijkstra

De Tille

P.Z.

weg (N384)

Kassen

Harlingerweg

Groot Lankum Groot Lankum in Franeker is één van de grotere locaties van GGZ Friesland. Op het terrein verblijven circa 180 patiënten, sommigen een korte periode in één van de aanwezige klinieken en anderen veel langer in een klinisch voortgezette behandeling (KVB). Er zijn verschillende functies aanwezig op het terrein: KVB (De Griend), de HIC kliniek (De Flinter), een forensische afdeling (FPA), een kliniek en losse units voor mensen met langdurige ernstige stoornissen (Nij Lankum) een multifunctioneel gebouw voor muziek en sport (de Wende) en somatische zorg (huisarts, laboratorium). Aan de noorwestzijde grenst het terrein aan de Keningstate (voormalig Groot Lankum), het voormalige psychiatrische ziekenhuis, wat niet langer eigendom is van GGZ Friesland.

Reind er Terp strala an

Fil

GGZ Friesland GGZ Friesland is dé instelling op het gebied van geestelijke gezondheidszorg en biedt een volledig en gevarieerd aanbod aan mensen met (ernstige) psychische problemen en psychiatrische stoornissen. GGZ Friesland is er voor de mensen die haar het hardste nodig hebben. De doelgroep in Franeker heeft als gevolg van psychiatrische aandoeningen moeite zich staande te houden in een dynamische samenleving. GGZ Friesland biedt (op het terrein) allerlei ondersteunende diensten aan voor deze kwetsbare doelgroep. GGZ Friesland ondersteunt haar patiënten om een zo normaal mogelijk leven te leiden en vindt het daarom ook belangrijk de samenleving een stukje naar binnen te halen. Dat doet GGZ Friesland onder andere door het terrein zo openbaar als mogelijk te maken. De wandel- en fietspaden zijn bijvoorbeeld voor iedereen toegankelijk.

1.

INLEIDING Aanleiding

Doel en status

Het voorliggende beeldkwaliteitsplan heeft betrekking op Groot Lankum te Franeker. Dit gebied ligt aan de zuidwestzijde van Franeker, in de hoek van de Harlingerweg en de Burgemeester J. Dijkstraweg (zie pagina 4). In en rond het plangebied wordt sinds 1850 zorg geboden aan psychiatrische patiënten. Het voormalige ‘krankzinnigengesticht’ Groot Lankum heeft zich in de loop van de tijd ontwikkeld tot een op herstel gerichte organisatie.

Het voorliggende beeldkwaliteitsplan is opgesteld om een beeld te schetssen van een bij de omgeving en het programma passende beeldkwaliteit voor de bebouwing en de gewenste inrichting van de (semi)openbare ruimte van de herontwikkeling van het GGZ-terrein te Franeker.

GGZ Friesland wil de herstelondersteunende zorg op het terrein Groot Lankum nog verder versterken. GGZ Friesland heeft de ambitie om de komende jaren nieuwbouw te realiseren voor klinisch voortgezette behandeling (2020), beschermd wonen (2021), dagbesteding (2023) en wil tevens een nieuw hoofdgebouw (2021) realiseren. Van oudsher is het gebouw Groot Lankum (nu Kening State) het gezicht van de locatie geweest. Sinds de verkoop van het gebouw in 2000 is GGZ Friesland op zoek naar een eigen gezicht. De beoogde ontwikkelingen op het terrein maken het mogelijk hieraan invulling te geven. Om de ontwikkelingen te sturen (samenhang te geven) en om invulling te geven aan het nieuwe gezicht heeft GGZ Friesland door SWECO een stedenbouwkundig masterplan laten opstellen. Met dit masterplan wordt aan de toekomstige ontwikkelingen richting en sturing gegeven op stedenbouwkundig niveau (voor een nadere toelichting, zie hoofdstuk 4). Met de ontwikkeling van het GGZ-terrein gaat de nodige sloop en (ver) nieuwbouw gepaard. Het masterplan geeft een globale impressie van de beoogde beeldkwaliteit voor het terrein. Voorliggend beeldkwaliteitsplan borduurt verder op het masterplan en schets een meer concreet beeld van het (toekomstige) gezicht van het terrein (de beoogde beeldkwaliteit).

Het beeldkwaliteitsplan geeft weer welk beeld GGZ Friesland voor ogen heeft, passend bij de kerntaken in het gebied en aansluitend op de ruimtelijke context.

De ontwikkelingen van het terrein vallen buiten de reikwijdte van de huidige gemeentelijke welstandsnota. Het beeldkwaliteitsplan is/wordt vastgesteld door de gemeenteraad en vervangt voor dit plangebied de eisen uit de gemeentelijke welstandsnota. Bij herziening van de welstandsnota wordt dit beeldkwaliteitsplan (in zijn geheel) op genomen in de nieuwe nota. Voorliggend beeldkwaliteitsplan voorziet daarmee in een toetsingsinstrument voor welstand (Hûs en Hiem) voor de toekomstige plannen. Naast een toetsingsinstrument, is het beeldkwaliteitsplan ook in belangrijke mate en inspiratiebron voor de (bouwkundige) planvorming. Ten aanzien van de maatvoering en de plaatsing van gebouwen is het bestemmingsplan maatgevend.

Leeswijzer Het eerste hoofdstuk bestaat uit een algemene inleiding. Hoofdstuk 2 gaat in op ruimtelijk relevant beleid. Vervolgens schetst hoofdstuk 3 de ontstaansgeschiedenis van het plangebied en wordt een ruimtelijke analyse van het gebied gegeven. In hoofdstuk 4 wordt de stedenbouwkundige visie (opgesteld door SWECO) beknopt beschreven. Hoofdstuk 5 geeft beeldkwaliteitscriteria voor de bebouwing; er worden daarbij drie deelgebieden onderscheiden. In het stedenbouwkundig masterplan worden verbeteringen voor de infrastructuur en de (semi)openbare ruimte voorgesteld. Hoofdstuk 6 geeft richtlijnen/aanwijzingen voor de inrichting van de buitenruimte.

5

FRANEKER ‘ZORGT’ VOOR DE REGIO (BRON STRUCTUURVISIE STAD FRANEKER)

2.

RUIMTELIJK RELEVANT BELEID Structuurvisie Stad Franeker 2015-2025

Welstandsnota Waadhoeke

De gemeente Waadhoeke heeft op 28 mei 2015 De Structuurvisie Stad Franeker 2015-2025 vastgesteld. Deze structuurvisie bevat de hoofdlijnen voor de voorgenomen ontwikkeling van de stad Franeker en de hoofdzaken van het door de gemeente te voeren ruimtelijk beleid. De structuurvisie gaat daarnaast in op de wijze waarop de gemeenteraad zich voorstelt die voorgenomen ontwikkelingen te realiseren dan wel te faciliteren. Met het vaststellen van deze structuurvisie spreekt het gemeentebestuur zich uit over het beoogde ruimtelijke beleid voor de komende tien jaar voor de stad.

De gemeente Waadhoeke heeft op 12 december 2019 de welstandsnota vastgesteld. De welstandsnota bevat welstandscriteria voor het PZ-terrein (gebied 11). Het beleid in dit gebied is erop gericht het bestaande bebouwingsbeeld en de ruimtelijke kwaliteit te handhaven en waar mogelijk te versterken. De klemtoon ligt op het respecteren. Voor dit gebied wordt extra aandacht voor de ruimtelijke kwaliteit wenselijk geacht. Aan dit gebied is dan ook een bijzonder ambitieniveau toegekend.

De stad Franeker heeft een verzorgende functie voor de regio. Mensen uit de regio komen onder andere naar Franeker voor zorg, ontspanning, sport, onderwijs en recreatie. Franeker wil deze regionale functie graag blijven vervullen. Behoud en versterking van een ruim pakket aan zorg- en welzijnsfuncties draagt bij een kwalitatief goed woon- en leefklimaat en kan een positieve bijdrage leveren aan de werkgelegenheid. Hierdoor kan de regiopositie van Franeker worden versterkt. De ruimtelijke opgaaf die hierbij hoort is: ‘Het huidige aanbod van voorzieningen behouden en daar waar mogelijk versterken’.

Relatie met de ontwikkelingen in het beeldkwaliteitsplan De criteria in de welstandsnota zijn erop gericht het bestaande beeld te respecteren. Op het terrein worden ontwikkelingen voorzien die de bestaande structuur deels doorbreken. Voor de ontwikkelingen is een stedenbouwkundige visie opgesteld (zie hoofdstuk 4). De nieuwe ontwikkelingen vallen buiten de reikwijdte van de welstandsnota. Het huidige welstandskader is daarmee niet toereikend. Het voorliggende beeldkwaliteitsplan is op gesteld om voor de toekomstige ontwikkelingen te voorzien in een passend welstandskader.

Franeker kenmerkt zich van oudsher door een groot en divers aanbod aan zorgfuncties en in het bijzonder natuurlijk het Psychiatrisch Ziekenhuis. Franeker wil zich in de toekomst nadrukkelijk blijven profileren als zorgstad en waar mogelijk deze zorgfunctie versterken. Groot Lankum Franeker geniet van oudsher provinciale bekendheid vanwege de vestiging van het (voormalig) psychiatrisch ziekenhuis. Eerst in de binnenstad en later ook daarbuiten. De naam Groot Lankum is een begrip in Fryslân. Relatie met de ontwikkelingen in het beeldkwaliteitsplan Met de beoogde verdere ontwikkeling van het GGZ-terrein wordt in gezet op versterking van de zorgfunctie. De ontwikkeling sluit dan ook goed aan de inzet van de Structuurvisie Stad Franeker.

7

TOPOGRAFISCHE KAART 1869 (BRON: WWW.TOPOTIJDREIS.NL)

TOPOGRAFISCHE KAART 1932 (BRON: WWW.TOPOTIJDREIS.NL)

TOPOGRAFISCHE KAART 1973 (BRON: WWW.TOPOTIJDREIS.NL)

TOPOGRAFISCHE KAART 2019 (BRON: WWW.TOPOTIJDREIS.NL)

3.

RUIMTELIJKE CONTEXT Landschap Landschappelijk gezien ligt het plangebied in Deelgebied Kleigebied Westergo (Bron: Landschapstypenkaart Provincie Friesland). Binnen het gebied komen (van oorsprong) twee landschapstypen voor; een kwelderwal en een kweldervlakte. Kenmerken en ruimtelijke elementen die bij deze landschapstypen horen zijn nog herkenbaar in het plangebied.

Ontwikkelingsgeschiedenis Op de topografische kaarten op pagina 8 is de ontwikkeling van het plangebied en de directe omgeving goed afleesbaar. De kaart van 1869 laat de basis van de ruimtelijke karakteristieken van het plangebied zien. Het gebied is zeer open. De hoger gelegen kwelderwal met daarop de Harlingerweg met daaraan enkele groene erven valt duidelijk op. Het kronkelende verloop van de weg hangt sterk samen met de vorm en hoogte van de kwelderwal. Opvallend zijn de vierkante erven bij Lankum. De erven op kwelderwal zijn met opvaarten verbonden met de Harlingervaart. Ten noorden en zuiden van de kwelderwal ligt een zeer open kweldervlakte, waarvan het plangebied onderdeel is. Op de kweldervlakte valt een stelsel van evenwijdig lopende, noordzuidgerichte, sloten op. In oostwest vertoont het slotenpatroon een onregelmatiger patroon. De rechte Harlingerweg (met laanbeplanting) is een onderdeel van het netwerk van rijksstraatwegen waarvan de aanleg in de Franse tijd werd gestart. De weg volgt globaal de hogere delen van het landschap, maar is relatief los van de ondergrond vormgegeven. De Harlingervaart ligt lager en volgt min of meer de voet van de kwelderwal (vandaar het kronkelende verloop) en gaf Franker een verbinding met de zee. Op de kaart van 1932 is het ‘Krankzinnigen Gesticht Groot Lankum’ zien, de basis van het huidige complex.

Het nieuwe complex was buiten de stad, in het open buitengebied aangelegd. Het nieuwe gebouw was gericht op het open landschap, met een duidelijk gezicht naar het noorden (zie foto hierboven). De tuin met erfrandbeplanting geeft het terrein beschutting. Een laan met daaraan de directeurswoning en het portiersgebouw geeft het gebied een formele verbinding met de ‘nieuwe’ Harlingerweg.

GROOT LANKUM KORT NA DE OPENING IN 1928

Ten zuiden van het plangebied zijn de kronkelende en de rechte Harlingerweg en het vierkante erf nog goed herkenbaar. Op grotere schaal vallen de aanleg van een spoorlijn en de groei van Franeker (met o.a. een suikerfabriek) op. De kaart van 1973 laat de groei zien van het complex. Ten noorden en oosten van Groot Lankum ontstaat nieuwbouw (nog steeds in het buitengebied). Verder valt op dat de ‘oude’ Harlingerweg in onbruik raakt en deels verdwijnt. Het ‘vierkant van Lankum’ ten zuiden van het complex is nog steeds aanwezig. Op grotere schaal gezien is Franeker flink gegroeid met enkele woonwijken, is het spoor verdwenen en vervangen door het eerste deel van de rondweg. De kaart van 2019 laat (ongeveer) de huidige situatie zien. Het hoofdgebouw van Groot Lankum is door GGZ Friesland verkocht en voorziet onder de naam Kening State in woonzorgappartementen en zorghotelstudio’s. Het GGZ-complex is ten opzichte van 1973 sterk gegroeid in oostelijke en zuidelijke richting. Het gebied is aan drie zijden opgenomen in de bebouwde kom van Franeker. De relatie met het landschap is sterk afgenomen en de inrichting van het terrein is meer parkachtig geworden. De oude structuren worden steeds minder herkenbaar (vierkant, Harlingerweg, verkavelingsstructuur), maar ze zijn nog steeds aanwezig.

9

GROENSTRUCTUUR

WATERSTRUCTUUR

5.

4.

2.

2. 3. 3.

1.

3.

3. 1.

BEBOUWINGSSTRUCTUUR EN RUIMTELIJKE EENHEDEN

1.

1.

RUIMTELIJK BEELD

Westrand Franeker Het plangebied is onderdeel van de westrand van Franeker. De westrand heeft een opvallend groen karakter. Boselementen, laanbeplanting en groene (agrarische) erven geven vorm aan deze groene rand. Ter plaatse van het plangebied is de rand vrij recht (het Filosofenpad), maar door de erven ten westen van het gebied, is er vanaf grotere afstand gezien een rafelige rand zichtbaar. Dit geeft de westrand een vriendelijk en groen karakter. Het plangebied zelf kan gezien worden als een groene wig in de bebouwde omgeving, doordat de bebouwing ondergeschikt is aan het groen/park.

Ruimtelijke structuur

Het GGZ-terrein is naar binnen gekeerd en valt ‘van buitenaf’ nauwelijks op. De bebouwing op het GGZ-terrein heeft ogenschijnlijk een vrije situering, maar dit is vaak niet het geval. De bebouwing is in de meeste gevallen op een op andere manier wel gekoppeld aan de ondergrond, doordat bijvoorbeeld een sloot of andere oude lijn is gevolgd. In de schaal van de bebouwing is er veel variatie; kleine units en complexmatige bebouwing wisselen elkaar af. Ook in architectuur van de bebouwing is er veel variatie; de overeenkomst is een sobere architectuur met een zekere nadruk op een kleinschalige vormgeving. In de vormgeving is de relatie tussen de gebouwen en de omgeving in de meeste gevallen beperkt.

De huidige ruimtelijke structuur is een samenspel van historische en meer recente ruimtelijke elementen. Dit is in de groen-, water- en bebouwingsstructuur terug te zien. In de groenstructuur vallen vooral de laan naar Kening State en oude erfrandbeplantingen op als historische structuren. De nieuwere, organische vormgegeven parkinrichting is op een aantal plekken verwerven met de oudere structuren. Aan de noordrand van het gebied is er sprake van een ruimtelijke relatie met het woongebied, door de stevige groen as die ontworpen is in de woongebieden.

In hoofdlijnen zijn er in het plangebied en de direct aansluitende woongebieden vijf ruimtelijke eenheden te herkennen (zie kaart hiernaast). 1. Lintbebouwing (op de kwelderwal). 2. Kening State (inclusief Huize Griend, het portiersgebouw, de aangrenzende tuin en de laan/de voormalige toegangsweg). 3. Parkachtig gebied (combinatie landschap en park). 4. Naar binnen gekeerd woongebied. 5. Naar buiten gekeerd woongebied.

In de waterstructuur is een tweedeling herkenbaar. De oude kavelsloten en de huiskavelsloten zijn als oude lijnen nog herkenbaar. De meer organische lijnen van de vijvers vormen hiermee (deels) een mooi contrast. Op een aantal plekken zijn de oude waterlopen aangegrepen om grotere waterpartijen vorm te geven en ontstaat een mooie wisselwerking tussen de twee verschillende structuren.

Waarden en kansen

De bebouwing van het oude Groot Lankum (Kening State, Huize Griend en het portiersgebouw, alle drie Rijksmonumenten) en de historische boerderijen (beeldbepalend en/of Rijksmonument) in het lint zijn belangrijke elementen in de bebouwingsstructuur. Deze gebouwen hebben een sterke samenhang met de ruimtelijke structuur. Dit geldt in mindere mate ook voor de meer ‘reguliere’ lintbebouwing. Opvallend is dat de architectuur van het nieuwste woongebied (in jaren ‘30 baksteenarchitectuur) een sterke relatie heeft met Kening State.

De volgende ruimtelijke waarden en kansen doen zich voor met de verdere ontwikkeling van het GGZ-terrein. • De parkstructuur versterken en inzetten als verbindende factor. • De historische groen- en waterstructuur inzetten in de planvorming. • Realiseren van eenheid tussen de bebouwing, de ondergrond en de parkachtige omgeving. • De relatie met het woongebied versterken door de (open) groene ruimte in het woongebied (groene as) door te trekken in het plangebied. • De groene westrand handhaven/versterken (door deze vrij te houden van bebouwing). • De entrees aan de Harlingerweg en de Burgemeester J. Dijkstraweg opwaarderen en herkenbaar vormgeven. • Het lint aan de (oude) Harlingerweg handhaven/versterken. • De ruimtelijke structuur van Kening State behouden en versterken.

11

LOCATIE DE STIPE

HET NIEUWE HART

STEDENBOUWKUNDIGE VISIE (BRON: SWEC0)

4.

STEDENBOUWKUNDIGE VISIE Sweco heeft een stedenbouwkundige visie (d.d. 20 februari 2019) opgesteld voor de ontwikkeling van het GGZ-terrein (zie afbeelding pagina 12).

Uitgangspunten stedenbouwkundige visie

Uitgangspunten hele terrein •

Groene parkzone van oost naar west versterken en gebruiken als verbindend element (huidige kwekerij en kassen worden in deze zone opgenomen).

1. Parkachtige oost-west structuur versterken waardoor het een drager voor het terrein wordt. 2. Noord-zuid structuur met de herkenbare laan gebruiken als tweede drager. De noordzijde van het terrein weer verbinden met deze laan. 3. Het hart van het terrein versterken (zie cirkel). Zowel visueel als functioneel. Hier komt alles samen. 4. Entrees en toegangswegen herkenbaar inrichten en vormgeven door aan te sluiten bij het karakter van een woonstraat. Dit zorgt voor een beter bewustzijn bij de bezoeker (oriëntatie en gedrag). 5. Zichtlijnen behouden versterken. 6. Heldere looplijnen tussen functies.

Uitgangspunten locatie de Stipe en gebied ten noorden FPA 1. Locatie van de Stipe wordt verdeeld in drie zones met daartussen visuele en functionele oost-west verbindingen met een groen karakter. 2. Zonering intensief gebruik (blauw vlak) naar minder intensief gebruik richting de woonwijk (paars en geel vlak). 3. Zone blauw: centraal gebouw als landmark, herkenbaar en transparant en uitnodigend. 4. Gebouwen zijn alzijdig (geen voor- of achterkant). 5. Entrees van de gebouwen zijn duidelijk herkenbaar en strategisch gepositioneerd voor goede looplijnen.

Uitgangspunten locatie Burgemeester J. Dijkstraweg (grijs) 1. Herkenbaarheid vergroten met bouwvolumes afgewisseld met groene zichtlijnen die het groene karakter van het terrein laten zien. 2. Gebouwen zijn alzijdig (geen voor- of achterkant). 3. Entrees van de gebouwen zijn duidelijk herkenbaar en strategisch gepositioneerd voor goede looplijnen. 13

2. KENING STATE

1. HET ZORGPARK

1. HET ZORGPARK

3. HET LINT

3. HET LINT

INDELING IN DEELGEBIEDEN

5.

BEELDKWALITEIT BEBOUWING Deelgebieden

Stedenbouwkundige randvoorwaarden

Op basis van de ruimtelijke analyse van het plangebied en de directe omgeving worden drie deelgebieden onderscheiden in het plangebied (zie afbeelding pagina 14). 1. Het Zorgpark. Voor het grootste deel van het plangebied geldt een nieuw beeldkwaliteitskader dat past bij de nieuwe ontwikkelingen en de beoogde sfeer van het gebied. 2. Kening State. Dit gebied vertoont een duidelijke samenhang en kent voor een groot deel nog de oorspronkelijke opzet. Het gebied is ruimtelijk en cultuurhistorisch waardevol (de gebouwen en het terrein zijn grotendeels Rijksmonument). De welstandscriteria voor dit gebied zijn gebaseerd op criteria van deelgebied 11 (PZ-terrein) uit de welstandsnota, maar zijn meer gericht op de beperkte bouwmogelijkheden. 3. Het Lint. Het meest zuidelijke deel van het plangebied is onderdeel van het oude lint op de kwelderwal. De welstandscriteria zijn gebaseerd op de criteria van deelgebied 3 (Lintbebouwing) uit de welstandsnota.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=waadhoeke&id=615381ff-2899-462e-8530-a819e712e992