Bijlage 4: Bestemmingsplan Franeker - Tuinen en Vliet
Tekst van het document
32/688
bij genoemde risicobronnen. De norm voor het PR is de kans van 1:1.000.000 (10-6). Het PR is alleen van toepassing indien binnen de PR contour (zone rondom een risicobron) kwetsbare objecten (bijvoorbeeld woning, ziekenhuis, grote winkelcentra en bedrijven) zich bevinden. Voor beperkt kwetsbare objecten (bijvoorbeeld een kleine winkel of klein bedrijf) geldt een richtwaarde. Voor het bereiken van de tweede doelstelling wordt gebruik gemaakt van het groepsrisico (GR). Het GR geeft aan wat de kans is op een ongeval waarbij tien of meer dodelijke slachtoffers vallen in de omgeving van de risicobron. Het aantal personen dat in de omgeving van de risicobron verblijft, bepaalt daardoor de hoogte van het GR. Voor het GR geldt geen norm, maar een oriëntatiewaarde en in bepaalde gevallen een verantwoordingsplicht. Dit betekent dat het bevoegde gezag bij het nemen van een besluit het GR moet verantwoorden. De risicovolle inrichtingen zijn op de signaleringskaart Externe veiligheid weergegeven. In en nabij het plangebied bevinden zich geen risicovolle inrichtingen die onder het Bevi vallen maar wel een hogedruk aardgasleiding. Voor deze gasleiding geldt geen plaatsgebonden risicocontour. Aan weerszijden van de gasleidingen geldt een belemmeringenstrook, hiervoor is in het bestemmingsplan een beschermende regeling voor geboden.
Het plangebied ligt ook niet in het invloedsgebied (GR) van deze gasleiding. De 1% letaalzone ligt buiten het plangebied.
Figuur 4.4 Ligging plangebied ten opzichte van hogedrukaardgasleiding (bron signaleringskaart EV) Motivatie fysieke veiligheid: Bluswatervoorzieningen en bereikbaarheid Gelet op de ligging aan het Van Harixmakanaal is er voldoende bluswater nabij het plangebied aanwezig. Het
33/688
plangebied is voor brandweerauto's slechts via een route bereikbaar. Over het water is het plangebied goed bereikbaar. De Brandweer Fryslân heeft op 10 juli 2023 een advies op het voorgenomen woningbouwplan gegegeven. Brandweer Fryslân heeft geen bezwaar tegen de bestemmingswijziging. Wel wordt in het plangebied een knel-/ aandachtspunt met betrekking tot de bluswatervoorziening en de bereikbaarheid voorzien. In overeenstemming met de punten die genoemd zijn in deze bijlage adviseert Brandweer Fryslân daarom om: de wegen in het plangebied te laten voldoen aan de genoemde kenmerken; er voor te zorgen dat de brandweer binnen 40 meter van elke woning kan opstellen en binnen 10 meter voor de appartementengebouwen; de bluswatervoorziening in het plangebied uit te voeren volgens bovengenoemde kenmerken en de brandweer te betrekken bij de exacte uitvoering de brandweer op de hoogte te brengen van de mate waarin ons advies is overgenomen. Initiatiefnemers hebben deze reactie inmiddels ook ontvangen en zullen bij de verdere planvorming hiermee rekening houden.
4.8
Kabels en leidingen
In het plangebied liggen geen kabels en leidingen zoals een hogedruk aardgasleiding, een rioolpersleiding, een waterleiding, een straalpad en een hoogspanningsverbinding waar planologisch rekening mee gehouden moet worden.
4.9
Luchtkwaliteit
In hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer zijn de grenswaarden op het gebied van de luchtkwaliteit vastgelegd. Daarbij zijn in de ruimtelijke ordeningspraktijk met name de grenswaarden voor stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10) van belang. Projecten die slechts in zeer beperkte mate bijdragen aan de luchtverontreiniging zijn op grond van de algemene maatregel van bestuur 'Niet in betekenende mate bijdragen' (Besluit NIBM) vrijgesteld van toetsing aan de grenswaarden. Tevens moet worden bekeken of de luchtkwaliteit ter plaatse voldoende is voor de voorgenomen functie. Volgens de Grootschalige Concentratie- en Depositiekaarten Nederland is er in de directe omgeving van het plangebied sprake van een goede luchtkwaliteit. Dit vormt geen belemmering voor de uitvoering van dit plan. Woningbouwprojecten met minder dan 1.500 woningen vallen onder de NIBM regeling. In het plangebied worden maximaal 46 woningen gerealiseerd. Dit aantal is dusdanig klein, dat op voorhand gesteld kan worden dat dit niet in betekenende mate bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Het project valt ook onder de NIBM-regeling.
34/688
4.10 Water Het voorliggende bestemmingsplan is in het kader van de watertoets op 29 september 2023 voorgelegd aan het Wetterskip Fryslân. Dit is gebeurd via de digitale watertoets. De aanmelding heeft ertoe geleid dat de normale procedure wordt doorlopen. Er is wel een aanvullend wateradvies afgegeven. Waterkwantiteit Het hemelwater dient zo schoon mogelijk te blijven. Het is daarom belangrijk om de waterkwaliteit te bewaken. Daartoe dient het gebruik van uitloogbare materialen (zoals zink) bij de bouw van de nieuwe woningen evenals bij toekomstige onderhouds- en renovatiewerkzaamheden zoveel mogelijk te worden vermeden. Verhardingstoename Door de meeste ruimtelijke ontwikkelingen neemt de hoeveelheid verhard oppervlak toe met als gevolg een versnelde afvoer van hemelwater. Het is nodig om deze versnelde afvoer te compenseren om de waterberging in een gebied in stand te houden. Dit geldt ook voor toevoegen van oppervlakteverharding die wel past binnen het bestemmingsplan, maar waarvan de grond al meer dan vijf jaar braak ligt en waar in het verleden niet voor gecompenseerd is. Het is niet toegestaan zonder watervergunning neerslag versneld tot afvoer te laten komen indien daarbij meer dan 200 m2 onverharde grond in stedelijk gebied en 1.500 m2 in landelijk gebied wordt bebouwd of verhard.
Er geldt een vrijstelling van de vergunningsplicht wanneer wordt voldaan aan de compensatieregels genoemd in dit wateradvies. De meest voorkomende manier van compenseren is het graven van extra oppervlaktewater. Ook kunnen alternatieve maatregelen worden toegepast. Met dit woningbouwproject neemt het verhard oppervlak af. De huidige bebouwing wordt gesloopt. Ter vervanging wordt er minder grote (woon)bebouwing terug gebouwd. Ook neemt de bestaande oppervlakteverharding of doordat er meer groen in het plangebied wordt aangelegd. Compenserende maatregelen zijn derhalve niet vereist. Klimaat Om ook in de toekomst prettig te kunnen wonen, werken en recreëren moeten steden en dorpen ingericht worden met het oog op de toekomst. Zo is het mogelijk om het bebouwd gebied beter bestand te maken tegen hevige regenbuien, periodes van droogte en hitte en de gevolgen van een mogelijke overstroming. In het stedenbouwkundig plan is rekening gehouden met klimaatadaptatie door de toepassing van bomen en groen in de openbare ruimte. Drooglegging In relatie tot het waterpeil adviseert het Wetterskip om bij bebouwing zonder kruipruimte een drooglegging van 0,70 meter aan te houden en bij bebouwing met kruipruimte een drooglegging van 1,10 meter. Daarmee wordt het opdrijven van verharding voorkomen. De ontwikkelaar is niet voornemens bebouwing met kruipruimten te bouwen. Waterveiligheid
35/688
Het plangebied ligt vrij voor de boezem (streefpeil: -0,52 m NAP). Dit betekent dat het plangebied niet door een boezemkade is beschermd tegen hoge waterstanden in de Friese boezem. Daarom moet rekening worden gehouden met het maatgevende boezempeil. Dit peil, behorend bij een situatie met een kans van voorkomen van 1/100 per jaar, mag tot 1 meter voor de gevel voorkomen. Voor dit plan is dit een peil van NAP -0,04 m. Boven op het maatgevende boezempeil komt een toeslag van 20 cm in verband met onder andere oplopende golven. Dit geeft een afkeurhoogte van NAP +0,16 m (-0,04 + 0,2). Afhankelijk van het zichtjaar van het plan, dient ook rekening gehouden te worden met aspecten als zettingen en bodemdaling. De aanleghoogte dient zo gekozen te worden dat de afkeurhoogte (NAP +0,16 m) gegarandeerd is voor de komende 30 jaar. Dit betekent dat de aanleghoogte hoger zal zijn dan de afkeurhoogte op basis van het MBP. Om de waterveiligheid van de toekomstige woningen te garanderen en een en ander goed te borgen is in de bestemmingsplanregels een vloerpeilhoogte opgenomen van 0,60+ NAP. Op deze manier worden de toekomstige woningen voldoende beschermd tegen hoge waterstanden. Bestaande watergang in plangebied Aan de noordzijde van het plangebied bevindt zich een bestaande watergang. Aangezien de aangrenzende percelen in particulier eigendom zijn, dragen zij zorg voor beheer en onderhoud.
Met de planontwikkeling komt de (zuidelijke) helft van de sloot in eigendom bij de gemeente. De gemeente zal in de nieuwe situatie zorgdragen voor dat gedeelte van de sloot voor wat beheer en onderhoud ervan.
36/688
Hoofdstuk 5 5.1
Bestemmingen
Het juridisch systeem
Het bestemmingsplan voldoet aan alle vereisten die zijn opgenomen in de Wet ruimtelijke ordening (Wro), het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Inherent hieraan is de toepassing van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) 2012. De SVBP maakt het mogelijk om bestemmingsplannen te maken die op vergelijkbare wijze zijn opgebouwd en op een zelfde manier worden verbeeld. De SVBP 2012 is toegespitst op de regels die voorschrijven hoe bestemmingsplannen conform de Wro en het Bro moeten worden gemaakt. De SVBP geeft bindende standaarden voor de opbouw en de verbeelding van het bestemmingsplan, digitaal en analoog. De regels van dit bestemmingsplan zijn opgesteld conform deze standaarden. Het bestemmingsplan regelt de gebruiks- en bebouwingsmogelijkheden van de gronden in het plangebied. De juridische regeling is vervat in een verbeelding en bijbehorende regels. Op de verbeelding zijn de verschillende bestemmingen en aanduidingen vastgelegd, in de regels (per bestemming) de bouw- en gebruiksmogelijkheden.
5.2
Toelichting op de bestemmingen en aanduiding
Met de bestemmingen "Groen", "Verkeer - Verblijfsgebied", "Water", "Wonen", "Wonen - Woongebied" is het beoogde woningbouwgebied met de openbare ruimte geregeld. Met de bestemming "Bedrijventerrein" is de bestaande locatie van de historische smidse geregeld en tenslotte is met de aanduiding "geluidzone - industrie vervallen" geregeld dat de geluidzone voor industrielawaai vanuit het bedrijventerrein Tuinen en Vliet komt te vervallen. Deze paragraaf geeft nadere een toelichting op de uitgangspunten en de gebruiks- en bebouwingsmogelijkheden van alle bestemmingen en aanduidingen zoals die in dit bestemmingsplan zijn opgenomen. 5.2.1 Bedrijventerrein De bestemming "Bedrijventerrein" is van toepassing op het gebied van de historische smidse. Met uitzondering van de mogelijkheden voor scheepsbouw- en reparatiebedrijven en scheepsstalling zijn de bestaande planologische mogelijkheden hier behouden gebleven. Dit houdt in dat bedrijven uit ten hoogste milieucategorie 2 zijn toegestaan en dat de bouwvlakken en de maximale hoogten (een goothoogte van 6 meter en een bouwhoogte van 15 meter) gelijk zijn aan de bestaande planologische mogelijkheden. 5.2.2 Groen Met deze bestemming wordt het beoogde groen in het plangebied geregeld. Er zijn daarom geen gebouwen en overkappingen toegestaan. In de bestemmingen zijn tevens functies mogelijk die de openbare ruimte en de leefbaarheid versterken.
Het betreft bijvoorbeeld speelvoorzieningen en (wandel)paden. Om het groene karakter te benadrukken, zijn wegen en parkeervoorzieningen niet toegestaan.
37/688
5.2.3 Verkeer - Verblijfsgebied De bestemming "Verkeer - Verblijfsgebied" heeft primair tot doel om de interne ontsluitingsweg te regelen en hier geen bebouwing op toe te staan. De voor "Verkeer - Verblijfsgebied" aangewezen gronden zijn onder andere bestemd voor woonstraten, voet- en fietspaden en parkeervoorzieningen. Ook bermen, groenvoorzieningen en speelvoorzieningen zijn in deze bestemmingen mogelijk. 5.2.4 Water Het binnen het plangebied aanwezige water is mede bedoeld voor aanleggelegenheid en daarom voorzien van de bestemming "Water". Binnen de bestemming "Water" zijn grachten, vaarten en overige waterlopen, waterpartijen, oevers en kaden, bermen en beplanting, aanleggelegenheid, recreatief medegebruik, groenvoorzieningen, waterhuishoudkundige voorzieningen, nutsvoorzieningen en overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, waaronder bruggen, duikers en/of dammen toegestaan. Net als in de andere bestemmingen voor de openbare ruimte, zijn hier geen gebouwen toegestaan. 5.2.5 Wonen en Wonen - Woongebouw Er wordt onderscheid gemaakt in de bestemmingen "Wonen" en "Wonen - Woongebouw". De bestemming "Wonen” heeft betrekking op alle (beoogde) grondgebonden woningen. De bestemming "Wonen Woongebouw" heeft betrekking op appartementengebouwen. Per bouwvlak is het aantal woningen bestemd.
Alleen voor woningen in de bestemming "Wonen" geldt dat het bouwen van bijbehorende bouwwerken is toegestaan. Voor de woongebouwen die bestemd zijn als "Wonen Woongebouw" is het realiseren van bijbehorende bouwwerken niet toegestaan. Voor deze woongebouwen zijn inpandige bergingen ontworpen. Aangezien ook per woningbouwtype een andere bouwhoogte geldt is ervoor gekozen om per bouwvlak de maximale goot- en bouwhoogte vast te leggen. Voor de bijbehorende bouwwerken, die zijn toegestaan bij hoofdgebouwen bij de bestemming 'Wonen”, geldt een maximale oppervlakte van 50 m2. Het ontwerp van de woningen en de architectuur van het plangebied in combinatie met de individuele grootte van een perceel laat een grotere oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken vanuit stedenbouwkundig opzicht niet toe. Tussen de ontsluitingsweg aan de westzijde van het plangebied en de hier geplande woningen is de 2,6 meter hoge afscheidingsmuur met een aanduiding geregeld omdat deze hoogte afwijkt van de standaardregeling. In beide woonbestemmingen gelden overeenkomstig de standaardregeling van de gemeente ook onder voorwaarden mogelijkheden voor aan huis verbonden beroepen c.q. kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten. Voor beide bestemmingen is een minimale vloerpeilhoogte opgenomen voor zowel hoofdgebouwen als bijbehorende bouwwerken.
De gevolgen van klimaatverandering worden steeds beter en meer zichtbaar. Door klimaatverandering neemt de kans op (extreme) wateroverlast en overstromingen toe. Wateroverlast als gevolg van extreme buien kan leiden tot schade aan gebouwen en infrastructuur en tot uitval van delen van vitale en kwetsbare functies, zoals energie, telecom en IT voorzieningen. De woningen in het plangebied worden niet beschermd door een dijk of een kering. Gebleken is, dat de maaiveldhoogte niet overal voldoende hoog is om te
38/688
waterveiligheid van de woningen te kunnen garanderen. Om in het plangebied zoveel mogelijk de gevolgen van wateroverlast en overstromingen te beperken is daarom een minimale vloerpeilhoogte (artikel 7.2.1 onder e, artikel 7.2.2 onder e en artikel 8.2.1 onder c) opgenomen. 5.2.6 Waarde- Archeologie Op grond van het provinciaal archeologiebeleid is voor het deel van het plangebied ter plaatse van de historische smidse de dubbelbestemming "Waarde - archeologie" opgenomen. Bepaalde (bouw)werken en werkzaamheden zijn omgevingsvergunningplichtig bij een omvang van meer dan 500 m2 en een diepte van meer dan 0,30 meter beneden maaiveld. Het beloop van deze bestemming komt overeen met het beloop van de bestemming "Bedrijventerrein". Het overige deel van het plangebied is (zoals in paragraaf 4.1 is aangegeven) vrijgesteld van archeologisch onderzoek. 5.2.7 geluidzone - industrie vervallen Ter plaatse van de gebiedsaanduiding "geluidzone - industrie vervallen" is (zoals de naam al aangeeft) geregeld dat de geluidzone vanuit industrieterrein Tuinen en Vliet volledig komt te vervallen. De regeling is zo opgezet dat de onderliggende bestemmingen vanuit het bestemmingsplan "Franeker Zuid" onveranderd blijven. Dit deel van het plangebied vormt alleen een partiële herziening van het voorgenoemde bestemmingsplan.
39/688
Hoofdstuk 6 6.1
Uitvoerbaarheid
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Participatie Op 21 december 2022 hebben de ontwikkelaars een inloopbijeenkomst georganiseerd. Deze bijeenkomst is door circa 60 mensen bezocht, waarvan de meesten overwegend positief waren. Met drie direct aanwonenden zijn apart overleggen gevoerd om tot maatwerk oplossingen te komen binnen het grotere geheel. Deze maatwerkoplossingen zijn ook gevonden. Naar aanleiding van deze avond is een brief naar de omwonenden gestuurd waarin een verslag van de inloopbijeenkomst is opgenomen. Ook is ingegaan op vragen die tijdens de informatieavond zijn gesteld. Dit document is als bijlage 10 toegevoegd aan deze toelichting. Ruimtelijke procedure Via de procedure van het bestemmingsplan kan de maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan worden aangetoond. Tijdens deze procedure zijn er verschillende momenten waarop gereageerd kan worden op de plannen. Voorbereidingsfase Het bestemmingsplan is in het kader van het voorontwerp aan de overlegpartners toegestuurd. Tijdens deze periode hebben deze instanties de mogelijkheid gekregen om een overlegreactie in te dienen. Hierop zijn twee overlegreacties ingediend, door Wetterskip Fryslân (via mail) en door Provincie Fryslân (bijlage 11).
Hieronder zijn de reacties samengevat en voorzien van een gemeentelijke beantwoording: Wetterskip Fryslân De toekomstige woningen komen voor de boezem te liggen en worden niet beschermd door een dijk of een kering. Uit de hoogtekaart blijkt dat de maaiveldhoogte van het plangebied niet overal voldoende hoog is. Hiervoor is een aanvullend wateradvies afgegeven. Daarom wordt gevraagd om de vloerpeilhoogte van toekomstige woningen te borgen in het bestemmingsplan. Daarnaast blijkt niet uit de waterparagraaf in de toelichting hoe het regulier onderhoud aan de bestaande waterpartij wordt uitgevoerd en geborgd. Gemeentelijke reactie De gemeente kan zich heel goed de zorgen voorstellen van Wetterskip Fryslân ten aanzien van de waterveiligheid van de woningen. Ook de gemeente vindt het van groot belang, dat de woningen op zodanige hoogte worden gebouwd, dat deze worden beschermd tegen (toekomstige) hoge waterstanden en overstromingen. Daarom neemt de gemeente in de bestemmingsplanregels overeenkomstig het verzoek van Wetterskip Fryslân een vloerpeilhoogte op. Er is overleg geweest tussen Wetterskip Fryslân en de gemeente over de gewenste hoogte hiervan. Een vloerpeilhoogte van 0,60+ NAP zou voor nu en in de toekomst voldoende moeten zijn. Die hoogte wordt dan ook opgenomen als vloerpeilhoogte.
Ten aanzien van het onderhoud voor de reeds bestaande watergang wordt het volgende opgemerkt. De
40/688
watergang heeft een belangrijke functie, waarbij ook de afvoer goed moet worden geborgd. Ook hierover is contact geweest met Wetterskip Fryslân. Besproken is, dat de gemeente het onderhoud zal plegen voor het gedeelte dat in eigendom van de gemeente komt. De watergang wordt meegenomen bij de slag 'overdracht stedelijk water', waarbij dan zal worden beslist welk onderhoudsregime van toepassing wordt. De waterparagraaf is met bovenstaande gegevens aangevuld. Provincie Fryslân De overlegreactie van de provincie ziet toe op een drietal aspecten. Per aspect is een samenvatting opgenomen, voorzien van een gemeentelijke reactie. De overlegreactie is opgenomen als bijlage 11 bij de toelichting. Archeologie Provincie kan zich vinden in de uitkomsten van het archeologisch onderzoek, mits in de toelichting wordt opgenomen dat de graafwerkzaamheden niet dieper reiken dan 1 meter beneden maaiveld. De paragraaf archeologie is hierop aangepast. Daarnaast adviseert de provincie om een dubbelbestemming op te nemen ter bescherming van verwachtingswaarden dieper dan 1 meter beneden maaiveld. Het advies van de provincie wordt overgenomen. De dubbelbestemming "Waarde - archeologie 2" was opgenomen in de regels en de verbeelding van het ontwerpbestemmingsplan.
Op basis van nader archeologisch onderzoek is echter gebleken dat er voor het gebied waar de woningbouwontwikkeling met de openbare ruimte plaatsvindt geen beperkingen gelden voor archeologie. Om deze reden is de dubbelbestemming in het vastgestelde bestemmingsplan verwijderd. Omdat het gebied van de historische smidse in het vastgestelde bestemmingsplan is opgenomen en hier geen archeologisch onderzoek is uitgevoerd, is voor dit deel van het plangebied een archeologisch dubbelbestemming opgenomen die is afgestemd op de FAMKE. Natuurinclusief bouwen De provincie vraagt aandacht bij de verdere planvorming voor de mogelijkheden om de woningen natuurinclusief te bouwen en verwijst hier naar de factsheet 'Natuurinclusief bouwen'. De gemeente hecht eveneens waarde aan natuurinclusief bouwen. Op dit moment is dit echter niet juridisch afdwingbaar. De initiatiefnemer zal hierop worden gewezen om bij de uitvoering rekening te houden. Waterrobuust bouwen De provincie adviseert een grotere marge aan te houden voor de hoogteligging van de bebouwing dan in het concept ontwerp bestemmingsplan wordt aangehouden. Deze overlegreactie komt overeen met de inhoudelijke overlegreactie van Wetterskip Fryslân en wordt ondervangen door een (met Wetterskip Fryslân overeengekomen) hoogte voor bebouwing op te nemen in de bestemmingsplanregels van 0,60+ NAP.
Ontwerpfase Het ontwerp bestemmingsplan heeft de in de Wet ruimtelijke ordening (Wro) opgenomen formele bestemmingsplanprocedure doorlopen. Dit betekent dat het ontwerp bestemmingsplan gedurende zes weken ter inzage heeft gelegen. Een ieder kreeg de gelegenheid voor het indienen van zienswijzen. Tijdens deze periode zijn zienswijzen ingediend die door de gemeente zijn samengevat en zijn beantwoord. Het resultaat
41/688
hiervan is opgenomen in bijlage 12. Vaststellingsfase Vervolgens is het bestemmingsplan mede op basis van bijlage 12 gewijzigd vastgesteld. De indieners van een zienswijze worden hiervan op de hoogte gebracht. Ook is bij de vaststelling een aantal ambtshalve wijzigingen in het bestemmingsplan aangebracht. De belangrijkste zijn hieronder opgesomd: het gebied ter plaatse van de historische smidse is overeenkomstig de bestaande mogelijkheden aan het plangebied toegevoegd met een bestemming "Bedrijventerrein", waarbij er geen mogelijkheden meer gelden voor geluidszoneringsplichtige inrichtingen; de geluidzone industrie die rondom het bedrijventerrein Vliet en Tuinen geldt wordt om deze reden verwijderd. Hiervoor is de gebiedsaanduiding "geluidzone - industrie vervallen" aan het plangebied toegevoegd; enkele gronden aan de oostzijde van het plangebied die nog een bestemming "Bedrijventerrein" hadden, zijn aan het plangebied toegevoegd met een bestemming "Wonen"; in de bestemming "Water" is een regeling voor steigers opgenomen; in de woonbestemmingen is een mogelijkheid opgenomen voor aan-huis-verbonden beroep c.q.
kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten; op basis van de resultaten van het archeologisch onderzoek is de archeologische dubbelbestemming in het woongebied verwijderd; ter plaats van de historische smidse is de dubbelbestemming "Waarde - Archeologie" overeenkomstig het provinciale beleid gelegd; om een keerlus voor vrachtverkeer zoals een vuilniswagen planologisch mogelijk te maken, is tegenover de percelen Tuinen 42-44 een deel van de bestemming "Groen" omgezet naar de bestemming "Verkeer Verblijfsgebied". In deze bestemming blijft het tevens mogelijk om groenvoorzieningen te realiseren. Daarnaast zijn enkele redactionele aanpassingen in de regels aangebracht en is de toelichting van het bestemmingsplan in overeenstemming gebracht met het voorgaande en de reactienota zienswijze. Tenslotte is bijlage 1 in overeenstemming gebracht met de juiste toepassing van het parkeerbeleid. Het bestemmingsplan wordt vervolgens gepubliceerd en gedurende een termijn van zes weken ter inzage gelegd in het kader van de beroepsmogelijkheid bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.
6.2
Economische uitvoerbaarheid
6.2.1 Grondexploitatie De toepassing voor het afdwingbare kostenverhaal richt zich op bouwplannen. De definitie van wat onder een bouwplan wordt verstaan, is opgenomen in artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Uit dit artikel blijkt dat onder een bouwplan o.a. wordt verstaan de bouw van een woning of de uitbreiding van een gebouw van 1000 m2 of meer. Doel van de in de Wet ruimtelijke ordening (Wro) opgenomen grondexploitatieregeling is het bieden van
42/688
ruimere mogelijkheden voor het kostenverhaal en het creëren van meer sturingsmogelijkheden. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen de publiekrechtelijke weg via een exploitatieplan en de privaatrechtelijke weg in de vorm van overeenkomsten. In het geval van een exploitatieplan kan de gemeente eisen en regels stellen voor de desbetreffende gronden, (woning)bouwcategorieën en fasering. Bij de privaatrechtelijke weg worden dergelijke afspraken in een (anterieure) overeenkomst vastgelegd. Voor dit plan is een anterieure overeenkomst met de ontwikkelaar afgesloten. Daarmee is het kostenverhaal voldoende vastgelegd. Daarnaast zijn er afspraken gemaakt over het verhalen van planschade.
43/688
44/688
Bijlagen toelichting
45/688
46/688
Bijlage 1
47/688
Stedenbouwkundig plan en beeldkwaliteitsplan
Werf Welgelegen, Franeker stedenbouwkundig plan en beeldkwaliteitsplan
Aug 2024
Stedenbouwkundig plan en beeldkwaliteitsplan, werf Welgelegen, Franeker Aug 2024
Kerklaan 30, Haren Postbus 6070 9702 HB Groningen 050 5278218 contact@laoslandschap.nl www.laoslandschap.nl
I.S.M. LYVR architecten Kerklaan 30 B 9751NN Haren 050-2112410 info@lyvr.nl.
OPDRACHTGEVER SD Projecten & MM vastgoedontwikkeling
info@sdprojecten.nl info@mmvastgoedontwikkeling.nl
Inhoud INLEIDING
5
1. ANALYSE
7
2. ONTWERPUITGANGSPUNTEN EN RUIMTELIJK CONCEPT
31
3. STEDENBOUWKUNDIG PLAN EN BEELDKWALITEIT
37
3. ARCHITECTUUR EN BEELDKWALITEIT
59
Plangebied stedenbouwkundig plan Werf Welgelegen
1. Inleiding Voor u ligt het stedenbouwkundig plan voor werf Welgelegen te Franeker. Er ligt de wens om een divers woonprogramma te realiseren in het gebied. In deze rapportage wordt uitgewerkt hoe de werf kan verkleuren van bedrijventerrein naar wonen op een wijze die past bij het gebied en waarde toevoegt aan de stad Franeker en haar openbare ruimte.
5
HOOFDSTUK 1 Analyse
Beleid Een belangrijk onderdeel van de structuurvisie Franeker is de ‘verkleuring’ van het eiland van bedrijventerrein naar wonen.
Vanuit Masterplan Watersportkatern Franeker ligt de ambitie voor een verkleuring naar wonen. Belangrijke uitgangspunten die worden genoemd betreffen het behoud van cultuurhistorisch karakter van het gebied (industrieel erfgoed), maximale vervlechting van water met de stedelijke structuur, levendige inrichting openbare ruimte, heldere routing / verbinding tussen ‘wervenkwartier’ en binnenstad.
OCATIES
WONEN
FRANEKER, woonstad LEGENDA BESTAAND WONEN BINNENSTAD
VISIE BEVORDEREN WONEN BINNENSTAD HERONTWIKKELING VRIJKOMENDE SCHOOLLOCATIES
HERSTRUCTURERING WONEN
34 TRANFORMATIE BEDRIJVENTERREINEN NAAR WONEN UITBREIDING WONEN
FRANEKER STRUCTUURVISIE
MASTERPLAN WATERSPORTKATERN FRANEKER (2015-2025) Gemeente Franekeradeel / IMOSS
FRANEKER STRUCTUURVISIE
STRUCTUURVISIE STAD FRANEKER (2015-2025) Gemeente Franekeradeel
8
CULTUURHISTORISCHE KAART FRYSLÂN In het rood is het beschermde stadsgezicht van Franeker te zien die veelal de historische binnenstad beslaat. Het noordelijke en noordwestelijke deel, bestaande uit meer historische bebouwing, is ook meegenomen in het stadsgezicht. Verder zijn de rijksmonumenten op de kaart te zien (grijze symbolen). Deze vallen voor het grootste deel binnen het beschermde stadsgezicht.
PARKEERBELEID (NOTA PARKEERNORMEN GEMEENTE WAADHOEKE NOV. 2020) De parkeernormen zijn niet in heel Franeker hetzelfde. Het gehele eiland valt binnen ‘Binnenstad Franeker’. Voor zowel grondgebonden woningen als appartementen geldt een parkeernorm van 1,3 parkeerplaats per woning. Deze norm is gebaseerd op 1 parkeerplaats per woning voor de bewoners en daarnaast 0,3 parkeerplaats per woning voor bezoekers.
9
Historische reeks
1900
1920
1950
Franeker is een historische vestingstad waarbij de vestingstructuur in 1900 nog goed te zien is. De relatie met het water is er al heel vroeg, te zien aan de gracht maar ook aan de vele scheepswerven.
De stad breidt verder uit buiten de vestingwallen waarbij aan de zuidzijde te zien is dat er ter hoogte van de Vliet een extra watergang wordt gegraven.
De uitbreiding van de stad buiten de wallen zet zich voort en een opvallend ontwikkeling betreft de vele bedrijvigheden aan het water (suikerfabriek, steenfabriek, houtzagerij) die een grotere, meer industriële vorm aannemen.
10
1970
1990
2020
Inmiddels is het Van Harinxmakanaal gegraven (voltooiing in 1951) waarbij de potentie voor industriële activiteiten bij Franeker vergroot werd. Ook ten zuiden van het kanaal ontstond een bedrijventerrein. De stad groeit flink met enkele grootschaligere uitbreidingswijken.
Er wordt een ringweg om Franeker gelegd. Het aantal uitbreidingswijken neemt toe. Inmiddels heeft op ‘het eiland’ tussen de Kromme gracht, het Vliet en het Van Harinxmakanaal de bedrijvigheid zich uitgebreid.
De ringweg wordt ‘afgemaakt’ en takt nu ook aan op de A31. De stad groeit verder met nieuwe uitbreidingswijken en industriële activiteiten aan het Van Harinxmakanaal.
11
Het verhaal van Werf Welgelegen
1762
1896
Oprichting scheepswerf
Bouwen in staal, ijzer en hout
Bouwen in hout
Bouwen in ijzer
Schaalvergroting
Bron: H.O. Veldman Schuitmakers in Franeker
12
1951
1985/1986
2001
Voltooiing Van Harinxmakanaal
Schaalvergroting Meer recreatievaart Bouw loods Rijden scheepslift
Schaalvergroting Nieuwe vesting modern en overdekt scheepsdok
13
Stedenbouw en landschap STEDENBOUWKUNDIGE STRUCTUUR Het ‘eiland’ waar de werf onderdeel van uitmaakt bestaat uit diverse stedenbouwkundige structuren. Het bedrijventerrein, waar de werf onderdeel van is, heeft een eigen sfeer, materialisering en korrel. Hier staan grote volumes die ten opzichte van elkaar gedraaid zijn en een functionele relatie met het water hebben. De materialisering van de buitenruimte is in dit gebied functioneel en bestaat voornamelijk uit beton en stelconplaten.
Vliet
Tuinen waterzijde zuid
Vliet groene kop
Tuinen bedrijventerrein
Tuinen noordzijde
Scheepswerf
14
De woningen aan de Vliet zijn veelal één laag hoog, waarbij de goothoogtes, nokhoogtes en kapvormen van elkaar verschillen. De gevel staat direct aan de straat (stoep).
De woningen aan de Tuinen (noord) variëren in hoogte tussen de één en twee lagen, waarbij de goothoogtes, nokhoogtes en kapvormen van elkaar verschillen. Ook hier staat de gevel direct aan de straat.
De woningen aan de Tuinen in het zuiden (waterzijde) zijn gericht op het water waarbij soms een combinatie is tussen een bedrijfsgebouw en een woning. De kavels grenzen direct aan het water.
Het bedrijventerrein inclusief de werf bestaat uit een functionele inrichting met grote volumes die divers in vorm zijn (loodsen met kap, zonder kap, enzovoorts) en ten opzichte van elkaar divers georiënteerd zijn.
15
GROEN Openbaar groen is vooral op de kades te vinden waarbij aan de westzijde (Vliet) er bomen in een rij op de kade staan en aan de noordzijde (Tuinen) er bomen in een rij in een groene berm op de kade staan. Opvallend zijn de ‘groene koppen’ aan de west en oostzijde. Waar een groene plek met bomen een accent vormt. In ’het eiland’ zijn een aantal groene plekken te vinden die nu weinig gebruikswaarde hebben.
16
Aan de Tuinen in het noorden staan de bomen in rijvorm in de berm op de kade. Dit zorgt voor een groen profiel.
Het profiel aan de Vliet heeft weinig ruimte en de bomen staan dan ook direct op de kade in een boomspiegel.
De groene kop aan de westzijde (werfzijde) vormt één van de groene accenten van het eiland.
Ook aan de oostzijde is een kleinere groene kop te vinden die gemarkeerd wordt door bomen.
17
WATER Het eiland ligt tussen drie watergangen, waarbij het Van Harinxmakanaal een grote vaarroute betreft. De Kromme Gracht maakt onderdeel uit van de gehele gracht om de stad en de Vliet is een aftakking hiervan. De relatie met het water is goed ervaarbaar door de diverse ligplaatsen in de gracht, maar natuurlijk ook door de steigers en de inzetplaats voor de boot.
Krom
Vlie
t
me gr acht
l
aa
m
nx
n Va
ri Ha
an ak
18
Het Van Harinxmakanaal is een breed kanaal voor divers vaarverkeer.
De Vliet is een aftakking van de gracht rondom het centrum. Er liggen diverse boten aan de kade.
De Kromme Gracht is het zuidwestelijk deel van de hele gracht rondom het centrum.
Nabij de werf heeft de relatie met het water vorm gekregen door de aanlegsteigers en de botenhelling.
19
ROUTES EN PARKEREN Er is één brug die het eiland ontsluit voor autoverkeer. De kade kan richting het oosten worden afgereden en richting het westen en het zuiden. Er steekt een openbare weg het, in de kern gelegen, bedrijventerrein in. Deze weg eindigt in het zuidelijke deel nabij de werf. Er kan op dit moment geen rondje gereden worden. Over het algemeen wordt er geparkeerd langs de weg, op het bedrijventerrein en op privé parkeerterreinen. Een belangrijke langzaamverkeersverbinding betreft de brug in het noordwesten.
20
Langs de noordelijke kade wordt er geparkeerd op de weg, veelal aan woningzijde.
Langs de Vliet wordt er geparkeerd op de kade, maar veelal langs waterzijde.
Richting het bedrijventerrein wordt er niet geparkeerd langs de weg, maar vooral op privé parkeerterreinen.
De ophaalbrug voor voetgangers en fietsers.
21
Kaders PLANGEBIED Het plangebied betreft de werf Welgelegen waar nog diverse gebouwen aanwezig zijn. De sfeer van de werf is hierdoor nog sterk aanwezig. Er staat zowel nieuwe als oude bedrijfsbebouwing. Er staan meerdere functionele objecten in de buitenruimte zoals de boothelling en de steigers. De buitenruimte zelf draagt ook sporen van het industriële verleden.
22
BEBOUWING IN PLANGEBIED Binnen het plangebied is diverse bebouwing aanwezig. Zo staan er diverse loodsen en kleinere volumes. De bebouwing is gericht op de havenkom.
23
HISTORISCHE BEBOUWING Bijzondere bebouwing betreft de oude smidse; hiernaast op de tekening weergegeven. Deze heeft een bijzondere uitstraling en is cultuurhistorisch interessant. Dit gebouw blijft behouden en valt buiten de herontwikkeling van deze locatie. De andere bebouwing heeft weinig tot geen cultuurhistorische of architectonische waarde.
24
KARAKTERISTIEKE WERFELEMENTEN In de buitenruimte bevinden zich meerdere objecten die van cultuurhistorisch waarde zijn. Zoals de ‘spoorlijn’ richting de loods, de karakteristieke vorm van de kade en de steigers. Het geheel laat het historisch gebruik van de werf goed zien.
25
AANGRENZENDE SCHUURTJES In het noordwesten van het plangebied zijn diverse schuurtjes aanwezig die nu een informele entree hebben aan de werf. Deze toegang is in de nieuwe situatie niet voorzien.
26
WAARDEVOL GROEN EN WATER Ook in het plangebied is groen aanwezig. Ten westen van de waterkom is een groen talud aanwezig en aan de zuidelijke zijde is er een ‘groene kop’ waar bomen staan. Het plangebied wordt aan de noordzijde begrensd door een sloot.
27
KARAKTERISTIEKE MATERIALISERING Behalve enkele objecten op de werf is ook de materialisering van de vloer van waarde voor het industriële beeld. Zo kunnen de stelconplaten hergebruikt worden en opnieuw een plek krijgen in de inrichting van de buitenruimte.
28
29
HOOFDSTUK 2 Ontwerpuitgangspunten en Ruimtelijk concept
Ontwerpuitgangspunten PROGRAMMA •
• •
Divers aanbod type woningen • 21 appartementen • 16 grondgebonden • 9 rijwoningen grondgebonden 64 parkeerplaatsen bootplaatsen
RUIMTELIJK • • • •
Aansluiting zoeken bij identiteit van de werf in structuur, compositie, korrel, materialisering en uitstraling. Behoud van bestaande waardevolle elementen zoals de kadevorm en historische bebouwing. Inzetten op een woonbeleving waarbij wonen aan het water centraal staat. Diversiteit in woontypologiën, passend bij dit specifieke werf-gebied in Franeker en aansluitend bij hedendaagse woonwensen.
FUNCTIONEEL • •
Mogelijkheid bieden voor het rijden van een ronde over het eiland voor de hulpverleningsdienst. Fijnmazig en aangenaam langzaamverkeersnetwerk.
DUURZAAMHEID EN KLIMAATADAPTATIE • • • •
Creëer groene verblijfsplekken die zorgen voor beschutting (bomen voor schaduw) Met de beplanting bijdragen aan de biodiversiteit (zoveel mogelijk inheems) Zorg voor een duurzame afwatering (bijvoorbeeld gescheiden hemelwater en infiltratie door groene gebieden). Hergebruik materialen waar mogelijk (bijvoorbeeld stelconplaten)
32
Ruimtelijk concept 1. SAMENHANGENDE UITSTRALING WATERZIJDEN
pze ta
an b
inne
nzij de
Gr oe ne op en en do ba or re wa ru ad im ba te re
Wer fo
• • •
Grotendeels geschakelde volumes met kap 1 tot 2 lagen met kap Doorlopende groenstructuren
Sam
enh
ang
end
eu
itst
rali n
gw ate rzij de
n
Bestaande bebouwing vormt het ruimtelijk kader voor het binnengebied.
Grondgebonden geschakelde woningen van 1 tot 2 lagen met kap.
Doorlopende groenstructuur aan kadezijde met bomen.
34
2. WERFOPZET AAN BINNENZIJDE
3. GROENE EN DOORWAADBARE OPENBARE RUIMTE
•
• • •
•
Volumes bouwen voort op de korrel en situering van de voormalige pakhuizen en loodsen Architectonisch refererend aan industriële werf
Doorwaadbare openbare ruimte (geen reguliere straten) Groene openbaar toegankelijke verblijfsplekken aan het water Geclusterde en in groen ingepaste parkeergelegenheden
Bouwvolumes hebben een grote korrel en staan vrij in de ruimte (geen privé afbakeningen).
Groene openbare plek aan het water is een kwalitatieve toevoeging aan de openbare ruimte op het eiland en voor de stad.
Karakteristieke werfelementen worden ingezet om sfeer vast te houden.
Parkeren wordt groen ingebed en zo veel mogelijk geclusterd opgelost.
35
HOOFDSTUK 4 Stedenbouwkundig plan en beeldkwaliteit
Stedenbouwkundige opzet Het ruimtelijk concept is uitgewerkt in een stedenbouwkundige opzet. De haven vormt de ruimtelijke kern van het gebied. De haven geeft letterlijk lucht en ruimte en is de plek van reuring. De oostzijde van de haven wordt gedefinieerd door de wand met werkplaatswoningen. Zij vormen in hun lineaire vorm zowel een echo van de Vliet als een bevestiging van de vorm van de haven. Op de kop van haven staan grotere volumes die zich kenmerken door hun losse zetting. Zij vormen zowel het front aan de haven als de ruimtelijke overgang naar het achtergelegen bedrijventerrein met zijn grotere volumes. Aan de westzijde speelt de bestaande bebouwing in combinatie met de weg een rol in de beëindiging van de ruimte en draagt bij aan het werkhaven karakter van het gebied. Rondom de haven is ingezet op een openbare ruimte die uitnodigt om door heen te bewegen en te verblijven. De oorspronkelijke groen kade is als uitgnagspunt genomen om het gebied verder te vergroenen. Er wordt zo een spel gespeeld waarbij groene en industriële elementen in een wisselwerking een eigen karakter aan de plek geven. De bouwblokken liggen dan ook vrij in het groen. Private buitenruimtes zijn door hoogteverschillen en gebouwde afscheidingen helder gescheiden van de openbare ruime.
Het parkeren is aan de randen van het gebied georganiseerd zodat de verblijfskwaliteit rondom het water optimaal is. Om het water goed te kunnen bereiken is de haven voorzien van steigers. Aan de oost en westzijde kunnen boten liggen terwijl de noordkant vrij van boten blijft en altijd een publieke toegang tot het water waarborgt.
38
Overzichtskaart
Stedenbouwkundig plan Werf Welgelegen Franeker
39
De haven als kern van het gebied.
Front van de haven vanuit westzijde.
40
Front van de haven vanuit oostzijde
Kop van de loodswoningen aan havenzijde
41
Programma
20 p p.
20 pp. 21 p
akhu
6p
p.
iswo
ning
en
n
gen
nge
lo
8p
p.
9W erkp
laat
swo nin
16
ni wo ods
10
pp.
Totaal: 16 loodswoningen 21 pakhuiswoningen (app) 9 werkplaatswoningen 64 parkeerplaatsen
42
Toegang bestaande werkplaats
Hulp
dien
sten
Verkeersstructuur
Auto’s Voetgangers
43
Eigendomskaart
Privé-eigendom Openbare ruimte
44
45
Openbare Ruimte
46
VERBLIJFSRUIMTE
Steigers voor het aanleggen van boten
Uitbreiding vlonder met zit- en uitzichtplek
Groene randen van de haven voor verpozen
47
BOMEN EN HEESTERS
Plantbakken met ruig groen en zitranden
Het struweel aan de randen en tussen de parkeerplaatsen
48
BESTRATING
De bestaande stelconplaten worden hergebruikt
Te behouden kenmerken in verharding
De parkeerplaatsen zelf zijn vormgegeven in grasbetontegels
49
Bebouwing MASSA OPBOUW
HOOGTES
WONEN EN DOELGROEPEN
Pakhuiswoningen - appartementen
4 laag met kap
Appartementen
Loodswoningen - grondgebonden patiowoningen
3 lagen met kap
Grondgebonden woningen
Werkplaatswoningen - grondgebonden rijwoning
2 lagen met sheddak 1 laag met kap
50
Bebouwing ROOILIJNEN
ENTREES
ORIËNTATIE
De pakhuiswoningen bestaan uit twee hoofdvolumes. Het westelijk volume bestaat uit twee geschakelde hoofdvolumes, die zowel aan de havenkant als de landzijde ten opzichte van verspringen.
Entrees zijn herkenbaar en liggen bij de grondgebonden woningen aan de havenzijde. De appartementen worden aan de zijkant of landzijde ontsloten, zodat de buitenruimtes van het appartementengebouw en daarmee de levendigheid aan de havenkant wordt georganiseerd.
De appartmenten zijn tweezijdig in hun oriëntatie. Ze maken een als pakhuis herkenbaar front naar de haven. Aan de landzijde hebben ze een duidelijk adres door positionering van deuren en ramen. De loodswoningen zijn alzijdig in hun oriëntatie. De uitstraling is passend bij de loods. Ze hebben een duidelijk richting door de positie van de entrees. De zijkanten hebben een soberder maar wel zorgvuldig vormgegeven uitstraling, zodat een prettige gevel aan de openbare ruimte ontstaat. De werkplaatswoningen vormen samen een herkenbare lange, maar wel gelede gevel, die de haven aan deze zijde inkadert. 51
De loodswoningen hebben aan alle vier de zijden de rooilijn direct op het openbaar gebied. De werkplaatswoningen zijn geschakeld. Het volume kent een kleine verspringing om in maat en schaal aan te sluiten op de omgeving.
Doorsnede (pakhuiswoningen)
+0,47 NAP
+0,05 NAP
5
1,3
32
5,5
16,1
3
2
+0,47 NAP
+0,05 NAP
5
1,3
32
5,5
16,1
3
2
De pakhuisvolumes staan in de groene ruimte
52