CConstaterende datwaadhoeke
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4: Bestemmingsplan Franeker - Tuinen en Vliet

Gemeenteraad Waadhoeke 26 september 2024, gemeente waadhoekeBij agendapunt: Vaststellen gewijzigd bestemmingsplan Franeker- Tuinen en Vliet15.154 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

bestemmingsplan

Franeker - Tuinen en Vliet Waadhoeke

DATUM IMRO IDN

15-07-2024 NL.IMRO.1949.BPFraTuinenVliet-VAS1

PROJECT PROJECTLEIDER

Thomas de Jong

OPDRACHTGEVER PROJECTNUMMER

Gemeente Waadhoeke 20240169

AUTEUR STATUS

vastgesteld

Inhoudsopgave

Toelichting

6

Hoofdstuk 1

Inleiding

7

1.1

Aanleiding

7

1.2

Plangebied

7

1.3

Geldend bestemmingsplan

8

1.4

Leeswijzer

9

Huidige situatie

10

2.1

Historische kenschets en huidige situatie

10

2.2

Projectbeschrijving

11

2.3

Parkeren en ontsluiting

13

Beleid

17

3.1

Rijksbeleid

17

3.2

Provinciaal beleid

19

3.3

Gemeentelijk beleid

20

Hoofdstuk 4

Milieu- en omgevingsaspecten

23

4.1

Archeologie en cultuurhistorie

23

4.2

Geluid

25

4.3

Bedrijven- en milieuzoneringen

27

4.4

Besluit Milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.)

30

4.5

Bodem

30

4.6

Ecologie

31

4.7

Externe veiligheid

32

4.8

Kabels en leidingen

34

4.9

Luchtkwaliteit

34

4.10

Water

35

Bestemmingen

37

5.1

Het juridisch systeem

37

5.2

Toelichting op de bestemmingen en aanduiding

37

Uitvoerbaarheid

40

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

40

Hoofdstuk 2

Hoofdstuk 3

Hoofdstuk 5

Hoofdstuk 6 6.1

3/688

6.2

Economische uitvoerbaarheid

Bijlagen toelichting

42

45

Bijlage 1

Stedenbouwkundig plan en beeldkwaliteitsplan

47

Bijlage 2

Archeologisch bureauonderzoek

119

Bijlage 3

Akoestisch onderzoek wegverkeer en industrielawaai

187

Bijlage 4

Uitwerking geluidmetingen

275

Bijlage 5

Vormvrije m.e.r.-beoordelingsnotitie

285

Bijlage 6

Actualisatie en nader bodemonderzoek 2006

295

Bijlage 7

Concept saningsplan

479

Bijlage 8

Stikstofonderzoek

563

Bijlage 9

Quickscan flora en fauna

579

Bijlage 10

Verslag informatieavond

615

Bijlage 11

Overlegreactie provincie

619

Bijlage 12

Reactienota zienswijzen

623

Regels Hoofdstuk 1

Inleidende regels

644

Artikel 1

Begrippen

644

Artikel 2

Wijze van meten

649

Bestemmingsregels

650

Artikel 3

Bedrijventerrein

650

Artikel 4

Groen

652

Artikel 5

Verkeer - Verblijfsgebied

653

Artikel 6

Water

654

Artikel 7

Wonen

655

Artikel 8

Wonen - Woongebouw

658

Artikel 9

Waarde - Archeologie

660

Algemene regels

662

Artikel 10

Anti-dubbeltelregel

662

Artikel 11

Algemene bouwregels

663

Hoofdstuk 2

Hoofdstuk 3

4/688

643

Artikel 12

Algemene gebruiksregels

664

Artikel 13

Algemene aanduidingsregels

665

Artikel 14

Algemene afwijkingsregels

666

Artikel 15

Overige regels

667

Overgangs- en slotregels

668

Artikel 16

Overgangsrecht

668

Artikel 17

Slotregel

669

Hoofdstuk 4

Bijlagen regels

671

Bijlage 1

Bedrijvenlijst

673

Bijlage 2

Lijst met kleinschalige beroeps- en bedrijfsmatige activiteiten

685

Verbeelding

5/688

687

Toelichting

6/688

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

De voormalige scheepswerf Draaisma aan de Vliet in Franeker (met bijbehorende jachthaven) is gekocht door een projectontwikkelaar met als doel om het gebied te ontwikkelen voor woningbouw. Het voornemen is om de bestaande bebouwing te slopen en om vervolgens 46 woningen toe te voegen. Het gaat hierbij om grondgebonden en niet grondgebonden woningen. De historische smidse is geen onderdeel van deze ontwikkeling. Het voorgenomen nieuwbouwproject is op basis van de huidige bestemming niet toegestaan. Hiervoor dient een nieuw bestemmingsplan opgesteld te worden. In dit bestemmingsplan wordt de beoogde woningbouw planologisch geregeld, waarbij de planologische mogelijkheden van de voormalige scheepswerf volledig worden ontnomen. Voor de historische smidse houdt dit in dat deze locatie alleen nog voor lichte bedrijvigheid gebruikt kan worden. Omdat de voormalige scheepswerf een geluidzoneringsplichtige inrichting betreft, is op dit moment nog een geluidzone rondom de inrichting actief en planologisch geregeld. Dit bestemmingsplan heeft tevens tot doel om de planologische mogelijkheden van deze geluidzone te schrappen. Daartoe wordt het geldende bestemmingsplan op dit punt partieel herzien.

1.2

Plangebied

Het plangebied is gelegen langs het Van Harinxmakanaal ten zuiden van de historische binnenstad van Franeker. Het plangebied voor de woningbouwlocatie ligt op een eiland.

Figuur 1.1

7/688

Globale ligging van het plangebied (bron pdok.nl)

De geluidzone ligt op het gebied ten westen en zuiden van de woningbouwlocatie en op enkele locaties ten noorden van het plangebied.

1.3

Geldend bestemmingsplan

Het gehele plangebied ligt in het geldende bestemmingsplan 'Franeker Zuid', zoals te zien is op figuur 1.2. Dit bestemmingsplan is vastgesteld op 17 mei 2018. Het plangebieddeel van de woningbouwlocatie heeft in het huidige bestemmingsplan de bestemming 'Bedrijventerrein'. Dit geldt ook voor de jachthaven. In het plangebied gelden verschillende functieaanduidingen, zijnde 'bedrijf tot en met categorie 2', 'specifieke vorm van bedrijf scheepsbouw- en reparatiebedrijf en scheepsstalling'. Ook zijn er bouwvlakken opgenomen met voor de bebouwing in die bouwvlakken bepaalde goot- en bouwhoogtes. De gebiedsaanduiding 'geluidszone - Industrie' is van toepassing op het gebied ten westen en zuiden van de woningbouwlocatie en op enkele gebiedsdelen ten noorden van het plangebied. Op figuur 1.2 is het beloop van de geluidzone met een arcering aangegeven.

Figuur 1.2

8/688

Ligging van het plangebied met de geldende bestemmingsplannen (bron pdok.nl)

1.4

Leeswijzer

Dit bestemmingsplan bestaat uit 6 hoofdstukken. Na een inleidend hoofdstuk 1 wordt in hoofdstuk 2 zowel de huidige als de toekomstige situatie beschreven. In dit hoofdstuk wordt beschreven hoe er wordt omgegaan met de stedenbouwkundige en landschappelijke inpassing. In hoofdstuk 3 wordt het algemeen geldende Rijks-, provinciaal en gemeentelijk beleid samengevat. Alleen het beleid wat van toepassing is op het voorliggende initiatief wordt in dit hoofdstuk benoemd. Specifiek beleid (Rijk, provincie en gemeente) voor omgevingsaspecten wordt in hoofdstuk 4 besproken. De uit het beleid voortkomende motiveringen en/of onderzoeken worden ook in hoofdstuk 4 samengevat en voorzien van een conclusie. In hoofdstuk 5 worden de bestemmingen juridisch toegelicht. Ten slotte wordt in hoofdstuk 6 ingegaan op zowel de maatschappelijke als economische uitvoerbaarheid.

9/688

Hoofdstuk 2 2.1

Huidige situatie

Historische kenschets en huidige situatie

Het plangebied voor de woningbouwlocatie bevindt zich ten zuiden van het stadscentrum van Franeker op een eiland dat alleen voor autoverkeer vanaf de Zuiderkade is te bereiken. Het eiland bestaat uit de straten het Vliet en de Tuinen. Het Vliet is gelegen aan de westzijde van het eiland bij de gracht waar de straat zijn naam aan dankt. De Tuinen bestaat uit een noordelijk deel aan weerszijden van de ontsluiting van en naar de Zuiderkade en een centraal deel dat vanaf deze ontsluiting naar de zuidkant van het eiland gaat. Alle straten zijn doodlopend en maken deel uit van een 30 km/uur-gebied. Met uitzondering van het deel van de Tuinen dat vanaf de brug bij de Zuiderkade naar het plangebied toe loopt, geldt voor alle straten dat parkeren alleen voor vergunninghouders is toegestaan. Het noordelijke deel van de Tuinen en het Vliet maken evenals het stadscentrum van Franeker deel uit van het beschermd stadsgezicht van Franeker. Aan het begin van het Vliet is een fiets- en voetgangersbrug aanwezig die van en naar de Harlingerweg leidt. In dat opzicht kan het eiland worden beschouwd als een overloopgebied vanuit het centrum. Het plangebied bevindt zich aan het deel van de zuidelijke deel van de Tuinen en ligt tussen dit deel van deze straat en het Vliet in. Al sinds 1762 is in dit gebied een scheepswerf aanwezig.

Vanwege een veranderende markt en milieuwetgeving is begin 21ste eeuw de scheepswerf verhuisd naar een nieuwe locatie op industrieterrein West in Franeker. Nadien heeft in het bedrijfsbebouwing meer kleinschalige bedrijvigheid plaatsgevonden en zijn de gebouwen gebruikt als stalling. Het zuidoostelijk deel van het plangebied is ingevuld met de historische smidse aan het Vliet 145, het oudste deel van de scheepswerf. Het overige deel van de scheepswerf bevindt zich op het adres Tuinen 45. Buiten en nabij het plangebied zijn bedrijven aanwezig zoals een autoschadeherstelbedrijf aan de Tuinen 47, een bedrijfsverzamelgebouw aan de Tuinen 33 en een andere scheepswerf (aan de Tuinen 32) waar men onderhoud pleegt aan boten, boten verkoopt en boten stalt. Ook deze scheepswerf zal op korte termijn verdwijnen. Het autoschadeherstelbedrijf beschikt ook over een bedrijfswoning die zich aan de noordzijde van het bedrijf bevindt aan de Tuinen 48. De woning tussen het plangebied en het autoschadeherstelbedrijf aan de Tuinen 46 is weliswaar ook bestemd als bedrijfswoning, maar wordt als reguliere woning voor derden gebruikt. Ook wordt ten zuiden van het plangebied (woon-werkkavels aan de Tuinen 34 - 44) en ten westen van het plangebied aan de Vliet gewoond. De loods aan de Tuinen 40 behoort tot het autoschadebedrijf en wordt gebruikt voor stalling.

Hier zijn en worden geen werkzaamheden ten behoeve van het autoschadeherstelbedrijf mogelijk en toegestaan. De woningen aan de Vliet grenzen met hun achtertuinen aan het plangebied. Het beloop van de geluidzone bevindt zich deels over deze woonpercelen heen en over het water aan de west- en zuidzijde van de - nu nog - scheepswerflocatie.

10/688

Figuur 2.2

Ligging van het plangebied op luchtfoto (bron pdok.nl)

Het plangebied voor de woningbouwlocatie kent een verhard en stenig karakter zonder veel groen. Wel is langs de Tuinen een groenstrook aanwezig waar aan de weg ook mogelijkheden voor langsparkeren zijn. De geluidzone ligt ten westen en zuiden van de scheepswerf over de bestaande woonpercelen en het water, ten noorden van het plangebied ligt deze op enkele onbebouwde gronden. In figuur 2.2 is het beloop van de geluidzone met een arcering aangegeven.

2.2

Projectbeschrijving

In opdracht van de ontwikkelaars heeft LAOS en LYVR architecten een stedenbouwkundig plan en beeldkwaliteitsplan opgesteld. Dit stedenbouwkundig plan en beeldkwaliteitsplan is opgenomen als bijlage 1. In totaal worden er 46 nieuwe woningen gerealiseerd. Daarvan zullen er 21 appartementen zijn, en 25 grondgebonden woningen. Het uiterlijk van de woningen zal aansluiten bij de identiteit van de scheepswerf. Bestaande waardevolle elementen zoals de kadevorm en de historische bebouwing worden behouden. Vanaf de kade kunnen in de nieuwe situatie geen boten meer ter water worden gelaten. Tussen de ontsluitingsweg aan de westzijde van het plangebied en de hier geplande woningen wordt een afscheidingsmuur gerealiseerd van 2,6 meter hoog. Deze afscheidingsmuur heeft een decoratieve functie en dient tevens als terreinafscheiding. Ingezet wordt op een woonbeleving waarbij wonen aan het water centraal staat. De diversiteit in woontypologiën past bij het oorspronkelijk werfgebied, maar sluit wel aan bij de hedendaagse woonwensen. Door het zo veel mogelijk hergebruiken van de bestaande materialen wordt ook ingespeeld op de sfeer van een werfgebied. Het is de bedoeling dat het verkeersnetwerk in het plangebied fijnmazig en langzaam wordt, dit valt samen met de groene verblijfsplekken en het duurzaam inrichten van de openbare ruimte waarin rekening

11/688

gehouden wordt met klimaatadaptatie en biodiversiteit.

Figuur 2.3

Stedenbouwkundig plan (bron Laos landschapsarchitecten)

Figuur 2.4

Vogelvluchtperspectief (bron Laos landschapsarchitecten)

Ter plaatse van de historische smidse regelt dit bestemmingsplan dat de gronden niet meer gebruikt kunnen

12/688

worden ten behoeve van de scheepswerf. Hier blijft alleen de onderliggende regeling voor bedrijven uit ten hoogste milieucategorie 2 over met behoud van de bestaande bouwmogelijkheden. Aangaande de geluidzone voor industrielawaai, regelt dit bestemmingsplan het verwijderen van de gebiedsaanduiding hiervan met behoud van de onderliggende regelingen. Het bestemmingsplan vormt hiermee een partiële herziening van het geldende bestemmingsplan Franeker Zuid. Paragraaf 4.3 en 4.2 gaan hier gedetailleerder op in.

2.3

Parkeren en ontsluiting

2.3.1 Parkeren De nota parkeernormen van de gemeente Waadhoeke hanteert per functie en per gebied verschillende parkeernormen. Het plangebied ligt nu nog in de 'Schil binnenstad Franeker' van Franeker. Deze indeling is gebaseerd op het huidige gebruik van het plangebied en de omgeving voor bedrijfsdoeleinden. Met dit bestemmingsplan wordt de eerste transformatie van het bedrijventerrein naar een woongebied mogelijk gemaakt. Het beleid van de gemeente is er echter op gericht om in de toekomst het gehele bedrijventerrein aan de Tuinen te transformeren naar een woongebied. Dit woongebied sluit dan aan bij het centrum van Franeker. De enige toegangsweg voor gemotoriseerd verkeer loopt ook via de binnenstad van Franeker. Om deze reden kiest de gemeente ervoor om voor de parkeernormen ook aan de sluiten bij de normen die gelden voor 'Binnenstad Franeker'. Hiermee wordt wat betreft de parkeernormen alvast vooruitgelopen op de transformatie van het gebied. Voor zowel appartementen als voor grondgebonden woningen in het plangebied geldt dan een parkeernorm van 1,3 parkeerplaats per woning. Deze norm is gebaseerd op 1 parkeerplaats per woning voor de bewoners en daarnaast 0,3 parkeerplaats per woning voor de bezoekers. Voor de 46 woningen in het plangebied zijn op basis van deze parkeernorm 60 parkeerplaatsen nodig.

Zoals in bijlage 1 is aangegeven, worden in het plangebied 64 parkeerplaatsen gerealiseerd. Hiermee wordt ruimschoots voldaan aan de parkeernorm en de parkeervraag wordt in het plangebied zelf opgelost. De parkeerplaatsen zijn als volgt over het plangebied verdeeld:

13/688

Figuur 2.5

Indeling parkeerplaatsen in plangebied (bron Laos landschapsarchitecten)

Daarnaast zal dit deel van de Tuinen, overeenkomstig de binnenstad van Franeker, in de toekomst ook voor vergunningparkeren worden aangewezen en zijn er ter plaatse van de historische smidse ook nog mogelijkheden voor parkeren. Ten aanzien van parkeren zijn er voor het bestemmingsplan geen belemmeringen. De gehanteerde parkeernormen zijn opgenomen in de juridische regeling van het bestemmingsplan, zie hiervoor ook paragraaf 3.3.4 en artikel 15.1. 2.3.2 Ontsluiting Het plangebied wordt zowel via de Vliet als via de Tuinen ontsloten. Door het plangebied loopt een doorgaande weg zodat verkeer zowel via een Vliet als via de Tuinen het plangebied kunnen verlaten. De Vliet en de Tuinen komen bij elkaar bij de brug die het plangebied ontsluit met de rest van Franeker. Voor langzaam verkeer is er ook een mogelijkheid om via een voetgangersbrug aan de Vliet het plangebied te verlaten.

14/688

2.3.3 Verkeersgeneratie De verkeerstoename van de beoogde ontwikkeling is berekend op basis van de kencijfers uit CROW-publicatie 381 'Toekomstbestendig parkeren'. Voor het bepalen van de te hanteren kencijfers wordt op basis van CBS-data voor de gemeente Waadhoeke een stedelijkheidsgraad van 'niet stedelijk' aangehouden. Het gebiedstype is gedefinieerd als 'schil centrum' in de huidige situatie en 'centrum' in de toekomstige situatie. Tenslotte wordt op basis van de omgevingsadressendichtheid en het gemiddelde autobezit in de gemeente Waadhoeke conform het CBS per kencijfer het minimum van de bandbreedte aangehouden. In de bestaande situatie is binnen het projectgebied een verzameling van scheepswerven aanwezig met een totale bruto vloeroppervlakte van circa 1.850 m². Als onderdeel van de beoogde ontwikkeling komt de bestaande invulling van het plangebied te vervallen om plaats te maken voor de realisatie van 21 appartementen en 25 grondgebonden woningen. Op basis van het stedenbouwkundig plan wordt voor de grondgebonden woningen aangesloten bij de functie 'koop, huis, tussen/hoek'. Voor de appartementen wordt voor het hanteren van een worst-case benadering aangesloten bij het type appartement met de hoogste verkeersgeneratie, zijnde 'koop, appartement, duur'. Op basis van de CROW-kencijfers is de verkeersgeneratie gedurende een gemiddelde weekdag berekend.

Echter is voor het beoordelen van de verkeersafwikkeling de verkeersgeneratie gedurende een gemiddelde werkdag maatgevend. Voor het omrekenen van weekdag naar werkdag wordt op basis van CROW-381 voor woonfuncties een omrekenfactor van 1,11 toegepast en 1,33 voor werkfuncties. In de volgende tabel is de verkeersgeneratie van de beoogde ontwikkeling berekend.

Bestaande situatie Functie Scheepswerf

Aantal

Bedrijf 1.850 m² (bvo) arbeidsextensief/bezoekerse xtensief

Kencijfer 3,3 per 100 m² bvo

Weekdag Werkdag (mvt/etmaal) (mvt/etmaal) 61,1 81,2

Beoogde ontwikkeling Functie Grondgebonden Koop huis, tussen/hoek woningen Appartementen Koop appartement, duur

Aantal

Kencijfer

25 woningen

6,8 per woning 6,8 per woning

21 woningen

Weekdag Werkdag (mvt/etmaal) (mvt/etmaal) 170,0 188,7 142,8

157,1

Totaal beoogd

312,8

345,8

Verkeerstoename (beoogd–bestaand)

252

265

Ten opzichte van de bestaande situatie zorgt de beoogde ontwikkeling voor een verkeerstoename van 265

15/688

mvt/etmaal. Dit verkeer wordt primair op het de Tuinen afgewikkeld, maar via het Vliet behoort dit ook tot de mogelijkheden. Voor beide wegen geldt dat de beoogde verkeerstoename dermate laag is dat het effect op de verkeersafwikkeling en verkeersveiligheid verwaarloosbaar is.

16/688

Hoofdstuk 3 3.1

Beleid

Rijksbeleid

3.1.1 NOVI Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) naar de Tweede Kamer gestuurd. De NOVI is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. In de NOVI zijn 21 nationale belangen in de fysieke leefomgeving benoemd die in samenhang bekeken moeten worden. Die keuzes hangen samen met de toekomstbeelden van de fysieke leefomgeving, de maatschappelijke opgaven en economisch kansen die daarbij horen. Het Rijk heeft hiervoor vier integrale prioritaire opgaven benoemd, waarbij keuzes moeten worden gemaakt tussen nationale belangen. Deze prioriteiten zijn: Ruimte maken voor klimaatadaptatie en energietransitie Duurzaam economisch groeipotentieel Sterke en gezonde steden en regio's Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Afhankelijk van de aard, omvang en locatie van het plangebied zal per project een afweging gemaakt moeten. Centraal in de te maken afwegingen tussen belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving in zijn volledige omvang (boven- en ondergrond). Om aan dit afwegingsproces en de omgevingsinclusieve benadering richting te geven, worden drie afwegingsprincipes gehanteerd. Deze zijn: Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; Afwentelen wordt voorkomen.

Uitvoeringsagenda In de NOVI heeft het Rijk de nationale belangen en prioriteiten weergegeven, waarmee een richtinggevend kader is geschetst voor het maken van decentrale keuzes. In de Uitvoeringsagenda wordt voor de verschillende beleidskeuzes uit de NOVI aangegeven hoe het Rijk invulling gaat geven aan haar rol bij de uitvoering. Waar nog nadere uitwerkingen van beleidskeuzes nodig zijn vinden deze plaats in de verschillende programma's. Toets Dit bestemmingsplan raakt meerdere nationale belangen en opgaven in de fysieke leefomgeving zoals deze genoemd zijn in de NOVI: Bevorderen van de duurzame ontwikkelingen van Nederland als geheel en van alle onderdelen van de fysieke leefomgeving Realiseren van een goede omgevingskwaliteit Zorg dragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woningbehoefte

17/688

Om aan te tonen of aan deze belangen / opgaven voldaan wordt, dient de voorgenomen ontwikkeling getoetst te worden aan de ladder voor duurzame verstedelijking. 3.1.2 Ladderonderzoek duurzame verstedelijking De 'ladder voor duurzame verstedelijking' is in de voorloper van de NOVI geïntroduceerd en vastgelegd als procesvereiste in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). De Ladder komt min of meer in zijn huidige vorm terug in de Omgevingswet (Bkl). De ladderonderbouwing maakt deel uit van de in de NOVI geformuleerde prioriteit 'Sterke en gezonde steden en regio's'. Voor bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen die nieuwe stedelijke ontwikkelingen mogelijk maken, dient aangetoond te worden dat er sprake is van zorgvuldig ruimtegebruik. Artikel 3.1.6. Lid 2 Bro luidt: "De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien." Van belang is wat volgens de Bro de definitie van bestaand stedelijk gebied en stedelijke ontwikkeling is.

Stedelijk gebied: Bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur. Stedelijke ontwikkeling: Ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. Met dit bestemmingsplan wordt een stedelijke ontwikkeling mogelijk gemaakt. Er worden meer dan 11 woningen bestemd op een locatie waar nu nog geen woningen zijn bestemd. Het plangebied ligt in stedelijk gebied waardoor een motivering van de locatiekeuze niet noodzakelijk is. Op 28 mei 2020 heeft de gemeenteraad de woonvisie 'Waadhoeke 2020 2030 'Samen Sterk' vastgesteld. Voor het opstellen van deze Woonvisie is gebruik gemaakt van een actueel regionaal woningmarktonderzoek en gesprekken met de inwoners van de gemeente Waadhoeke. In de woonvisie is aangegeven dat Franeker een behoefte van 55 - 75 woningen heeft. De gemeente voorziet daarboven nog een extra vraag van circa 20 woningen. In deze woonvisie is de transformatielocatie Vliet/Tuinen specifiek genoemd. Met deze woningbouwontwikkeling is dus reeds rekening gehouden.

Uit het marktonderzoek blijkt verder dat in Franeker er ruimte is voor meer binnenstedelijke plannen voor gemengd grondgebonden en gestapeld in de huur- én koopsector met specifieke aandacht voor herinvulling van panden, plekken of vervanging van woningen. De transformatielocatie Vliet/Tuinen voldoet aan deze behoefte. Conclusie Dit bestemmingsplan raakt meerdere nationale belangen en opgaven in de fysieke leefomgeving. Deze belangen en opgaven richten zich met name op de duurzame verstedelijking. Uit de laddertoets duurzame verstedelijking blijkt dat de voorgenomen woningbouwopgave conform deze wettelijke voorschriften is voor

18/688

een duurzame stedelijke ontwikkeling en dus voldoet aan het Rijksbeleid.

3.2

Provinciaal beleid

3.2.1 Omgevingsvisie Fryslân - De romte diele Op 23 september 2020 heeft Provinciale Staten de Omgevingsvisie 'Fryslân - De romte diele' vastgesteld. De omgevingsvisie is geen eindbeeld, het biedt een perspectief voor de gewenste ontwikkeling van de Friese leefomgeving op de lange termijn (2030-2050). In deze omgevingsvisie is de hoofdambitie van de provincie Fryslân als volgt weergegeven: Brede welvaart in een vitaal, veerkrachtig, karakteristiek en gezond Fryslân. Om deze ambitie uit te kunnen voeren heeft de provincie principes (inhoudelijke en samenwerkingsprincipes), doelen en urgente opgave geformuleerd. Doelstelling is om uit te gaan van de bestaande kwaliteiten waarop gewenste nieuwe ontwikkelingen aansluiten. Specifieke aandacht krijgen vier opgaven die in overleg met de samenleving zijn benoemd als urgente opgaven. In het Veenweidegebied, het IJsselmeer en het Waddengebied komen veel belangen en aspecten samen. Voor deze gebieden is in de omgevingsvisie een gebiedsgerichte aanpak opgenomen. Dit sluit een gebiedsgerichte aanpak in andere gebieden niet uit. De met dit bestemmingsplan mogelijk gemaakte woningbouwlocatie is niet in strijd met de provinciale beleidsuitgangspunten. Het plangebied heeft in het huidige bestemmingsplan nog een industriële bestemming (scheepswerf).

Er is dus sprake van een binnenstedelijke herstructurering van industrie naar wonen (nabij het centrum van Franeker). Ook is in het landschappelijk en stedenbouwkundige ontwerp rekening gehouden met de omgevingskwaliteiten en de historie van dit gebied. 3.2.2 Verordening Romte Fryslân 2014 Op 25 juni 2014 is de Verordening Romte Fryslân 2014 vastgesteld. Nadien is deze verordening nog op enkele punten gewijzigd (zon en wind). In deze verordening zijn de provinciale belangen vastgelegd. De gemeente dient bij het opstellen van een ruimtelijk plan rekening te houden met deze provinciale belangen. In de Verordening Romte Fryslân zijn concrete regels gesteld die ervoor moeten zorgen dat de provinciale ruimtelijke belangen doorwerken in de gemeentelijke ruimtelijke plannen. In de verordening is onder meer de grens tussen het bestaand stedelijk gebied en landelijk gebied vastgelegd en hoe om te gaan met mogelijkheden voor woningbouw. In stedelijk gebied bestaat een grotere mate van beleidsvrijheid wat betreft de ruimtelijke ordening dan in het landelijk gebied. Het plangebied bevindt zich voor een deel in het bestaand stedelijk gebied en voor een deel in het buiten stedelijk gebied, zoals dit door de provincie is aangewezen. Op grond van de toelichting behorende bij de Verordening Romte Fryslân ligt de gehele ontwikkellocatie binnen bestaand stedelijk gebied.

Motivering De transformatie locatie Vliet/Tuinen is al langere tijd voorzien en ook als zodanig opgenomen en benoemd in de woonvisie Waadhoeke 2020-2030 Samen Sterk. Het betreft een herstructurering in bestaand stedelijk gebied, waarmee deze woningbouwontwikkeling passend is conform de Verordening Romte Fryslân 2014 en daarbij

19/688

binnen de actuele provinciale beleidskaders. De ontwikkeling in dit bestemmingsplan behoort tot één van de projecten, die door de gemeente Waadhoeke is aangeleverd op de projectenlijst ten behoeve van de regionale woondeal Noordwest Friesland. De locatie Franeker Vliet en Tuinen is op deze projectenlijst ondergebracht onder Franeker 'Scheepswerf Draaisma'. Het voorliggende concept bestemmingsplan maakt 46 woningen mogelijk. In totaal worden maximaal 46 woningen gerealiseerd. Hiervan behoren 16 woningen tot de goedkope koop, 15 woningen tot de duurdere koop en voor 15 woningen is het segment nog onbekend. De te realiseren woningen voorzien in de woonbehoefte van deze regio. Middels marktonderzoek en gesprekken met omwonenden/geïnteresseerden is deze lokale behoefte vastgesteld. De transformatielocatie is ruim voor de regionale woondeal ontstaan en uitgewerkt, hierdoor komt een deel van de invulling van de woningtypen niet overeen met hetgeen met de regionale woondeal wordt beoogd. Getracht zal worden om hier nader overleg over te voeren met de ontwikkelaar. Conclusie Deze ontwikkeling vindt zijn grondslag in de gemeentelijke 'Woonvisie Waadhoeke 2020-2030, Samen sterk' en is nader geconcretiseerd in de regionale woondeal. Gelet op het hiervoor genoemde wordt voldaan aan het gestelde in de Verordening Romte Fryslân 2014.

3.3

Gemeentelijk beleid

3.3.1 Structuurvisie Stad Franeker 2015 - 2025 'Franeker, Ster van de Elf Steden' Op 28 mei 2015 heeft de gemeenteraad van de voormalige gemeente Franekeradeel de structuurvisie 'Stad Franeker 2015 - 2025' vastgesteld. Deze structuurvisie bevat de hoofdlijnen voor de voorgenomen ontwikkeling van de stad Franeker en de hoofdzaken van het door de gemeente te voeren ruimtelijk beleid. In de structuurvisie wordt in hoofdstuk 5 'Franeker woonstad' aangeven dat er meerdere locaties in Franeker zijn die in aanmerking komen voor een (geleidelijke) transformatie naar wonen. Een van deze locaties is bedrijventerrein Vliet en Tuinen. Voor dit gebied is aangegeven dat een transformatie naar grotendeels een woonfunctie op termijn tot de mogelijkheden behoort. De bedrijven op dit terrein zitten 'op slot' vanwege het feit dat het terrein grotendeels is omsloten door woonbebouwing. 3.3.2 Woonvisie Waadhoeke 2020 - 2030 'samen sterk' De gemeente Waadhoeke bestaat uit de stad Franeker, veertig dorpen, acht wijken en meerdere buurtschappen. Er zijn ontwikkelingen die alle wijken en dorpen raken. Tegelijkertijd is elk dorp en elke wijk even belangrijk. De gemeente Waadhoeke is van mening dat plannen met oog voor het lokale en met ruimte voor maatwerk het meest opleveren, met als kanttekening dat er wel oog moet zijn voor het grotere geheel.

Om grip te krijgen op de balans tussen die twee aspecten, is de 'Woonvisie Waadhoeke 2020-3030 samen sterk' in het leven geroepen. De Woonvisie heeft als doel om projecten in gang te zetten die bijdragen aan het lange termijn doel. De hoofdlijn van de woonvisie geldt voor een periode van 10 jaar, tot 1 januari 2030.

20/688

Voorafgaand aan het vaststellen van de Woonvisie is een woningmarktonderzoek verricht. Uit dit woningmarktonderzoek komt naar voren dat de gemeente Waadhoeke drie grote(re) uitbreidingslocaties heeft; waaronder de stad Franeker. Het extra toevoegen van woningen aan de huidige woningvoorraad van de stad voorziet, gezien de combinatie ligging én woningmarkt, in de huidige vraagbehoefte. Uiteraard is het van belang om op deze locaties de gewenste woningtypen tegen de juiste verkoopprijzen aan te bieden. Daarnaast moet eveneens sprake zijn van nieuwbouw van een gewenste kwaliteit. Dit betekent onder meer dat stedenbouwkundige randvoorwaarden ervoor moeten zorgen dat de beoogde uitbreiding op zorgvuldige wijze wordt ingepast en gerealiseerd. Het hiervoor genoemde komt ook ruimschoots aan bod in paragraaf 3.2.2 Verordening Romte Fryslân 2014. Conclusie Dit bestemmingsplan voorziet in een woonuitbreiding van in totaal maximaal 46 woningen. Voor het bestemmingsplan is een beeldkwaliteitsplan opgesteld, dat is opgenomen als bijlage 1 van deze toelichting. Inhoudelijk wordt voldaan aan alle voorwaarden die vanuit de woonvisie worden gesteld om tot woningbouw te komen. 3.3.3 Welstandsnota Waadhoeke Op 12 december 2019 heeft de gemeenteraad de Welstandsnota Waadhoeke vastgesteld (laatstelijk gewijzigd op 1 juli 2021).

In deze welstandsnota is aangegeven dat het doel van het welstandstoezicht is om, in alle openheid, een bijdrage te leveren aan de belevingswaarde van de gemeente Waadhoeke. Uitgangspunt daarbij is dat met het opstellen van welstandsbeleid de gemeente een helder, controleerbaar en klantgericht welstandstoezicht levert. Burgers, ondernemers en ontwerpers worden in een vroeg stadium geïnformeerd over de criteria die bij de welstandsbeoordeling een rol spelen. Het plangebied valt in het welstandsgebied voor bedrijventerreinen. De welstandsregels hierbij zijn afgestemd op de aanwezigheid van het bedrijventerrein en niet toereikend voor het plangebied. Voor deze woningbouwontwikkeling is daarom een stedenbouwkundig plan met een beeldkwaliteitsplan opgesteld dat is opgenomen in bijlage 1. Het beeldkwaliteitsplan wordt apart vastgesteld. De criteria uit het beeldkwaliteitsplan vormen een wijziging van en aanvulling op de welstandsnota. Op die manier vormt dit in gezamenlijkheid het toetsingskader voor de welstandscommissie. 3.3.4 Nota Parkeernormen Op 8 november 2020 heeft het college de Nota Parkeernormen vastgesteld. In deze nota is de gemeentelijke parkeernorm voor verschillende gebieden en functies vastgelegd. Ook is aangegeven op hoe de parkeervraag aan de hand van de normen moet worden berekend en welke eisen de gemeente stelt aan de invulling van de parkeervraag.

Uitgangspunt is dat de parkeervraag op eigen terrein wordt opgelost. Onder bepaalde omstandigheden kan hiervan worden afgeweken. Benutting van de bestaande openbare parkeercapaciteit is dan een optie. Deze nota geeft aan welke mogelijkheden er zijn en onder welke voorwaarden. In de Nota Parkeernormen is onderscheid gemaakt in meerdere gebieden. Het bestemmingsplangebied ligt op dit moment in het gebied 'Schil binnenstad Franeker', maar voor dit project zal zoals in paragraaf 2.3.1 is aangegeven in verband met de transformatie van bedrijventerrein naar een woongebied worden aangesloten bij de parkeernormen van het gebied 'Binnenstad Franeker'. De regeling in artikel 15.1 is hierop afgestemd. Op deze

21/688

wijze wordt voldaan aan dit beleid.

22/688

Hoofdstuk 4 4.1

Milieu- en omgevingsaspecten

Archeologie en cultuurhistorie

4.1.1 Archeologie Op 1 juli 2016 is de nieuwe Erfgoedwet in werking getreden. Deze wet vervangt onder meer de Monumentenwet 1988. In artikel 9.1 van de Erfgoedwet is echter bepaald dat tot het tijdstip waarop de nieuwe Omgevingswet in werking is getreden de bepalingen uit de Monumentenwet 1988 met betrekking tot archeologie van toepassing blijven. Ter implementatie van het Verdrag van Malta, is de Monumentenwet 1988 gewijzigd. De kern van de Monumentenwet 1988 is dat, wanneer de bodem wordt verstoord, archeologische resten intact moeten blijven (in situ). Wanneer dit niet mogelijk is, worden archeologische resten opgegraven en elders bewaard (ex situ). Op welke plaatsen archeologisch onderzoek aan de orde is, wordt op grond van gemeentelijk of provinciaal beleid bepaald. Ter ondersteuning van de gemeenten heeft de provincie Fryslân de Friese Archeologische Monumenten Kaart Extra (FAMKE) ontwikkelt. Op deze kaart is op basis van zowel de aanwezige archeologische monumenten als de te verwachten archeologische waarden een advies aangegeven. De FAMKE bestaat uit twee provincie dekkende advieskaarten, één voor de periode Steentijd - Bronstijd, en één voor de periode IJzertijd - Middeleeuwen. Deze kaart is ook gekoppeld aan de provinciale ruimtelijke verordening. Op basis van de advieskaart voor de Steentijd - Bronstijd is geen onderzoek noodzakelijk.

Uit de advieskaart voor de IJzertijd - Middeleeuwen blijkt dat in het plangebied zich archeologische resten kunnen bevinden uit de periode ijzertijd - middeleeuwen. De provincie beveelt aan om bij ingrepen van meer dan 500 meter² een karterend archeologisch onderzoek uit te laten voeren. De resultaten van het karterend onderzoek kunnen ook uitwijzen dat de voorgenomen ingreep niet bezwaarlijk is, of met welke randvoorwaarden in het plan rekening dient te worden gehouden. Mocht het plangebied een bebouwde kom betreffen, dan dient in de onderzoeksstrategie rekening te worden gehouden met recente verstoringen die zich kunnen hebben voorgedaan. Worden er een of meerdere vindplaatsen aangetroffen, dan zal uit nader (waarderend) onderzoek moeten blijken hoe waardevol deze vindplaatsen zijn. De aard van dit waarderend (vervolg)onderzoek hangt af van het type aangetroffen vindplaats. Archeologisch onderzoek Lycens heeft een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd met betrekking tot het plangebied Franeker, Vliet en Tuinen. Dit onderzoek is als bijlage 2 toegevoegd aan deze toelichting. Het plangebied is de locatie geweest van scheepswerf Draaisma vanaf het einde van de 19e eeuw tot ver in de 20e eeuw. Op dit moment zijn er loodsen aanwezig waarin nu nog schepen gestald worden.

Uitgaande van de bij het bureauonderzoek gebruikte bronnen bestaat de laagopeenvolging binnen het plangebied uit een verstoorde of ophogingslaag met puinresten op kleilagen en zandlagen met schelpresten. Het dekzand wordt op een diepte van 6 meter beneden maaiveld verwacht. De bodem in het plangebied is bij de bouw van de huidige bebouwing en het gebruik van het gebied als scheepswerf verstoord tot 1 tot 2 meter beneden maaiveld. Tevens zijn er geen aanwijzingen voor de aanwezigheid van een archeologische vindplaats in het plangebied.

23/688

De archeologische verwachting in het plangebied is laag, bovendien is gebleken dat de bodem grotendeels is verstoord tot meer dan 1 meter beneden maaiveld. Daarom is de kans klein dat er archeologische resten aanwezig zijn en wordt geadviseerd om de locatie vrij te geven voor de voorgenomen ingreep. Voor de woningbouwlocatie in het plangebied zijn er ten aanzien van archeologie geen belemmeringen. Desondanks bestaat altijd de mogelijkheid dat er tijdens graafwerkzaamheden toch losse sporen en vondsten worden aangetroffen. Op grond van artikel 5.10 van de Erfgoedwet 2016 dient zo spoedig mogelijk melding te worden gemaakt van de vondst bij de gemeente, provincie of de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Het archeologisch onderzoek is niet uitgevoerd voor het deel van het plangebied van de historische smidse. Hiervoor is overeenkomstig de FAMKE een regeling opgenomen in het bestemmingsplan waarbij er vanaf 500 m2 aan bodemingrepen archeologisch onderzoek nodig is. Paragraaf 5.2 gaat hier nader op in. Conclusie Ten aanzien van archeologie heeft het archeologisch onderzoek aangetoond dat er voor het toekomstige woongebied geen belemmeringen zijn. Het is daarom niet nodig om een juridische regeling hiervoor op te nemen. Voor de historische smidse in het plangebied is wel een archeologische dubbelbestemming opgenomen.

De archeologische belangen zijn daarmee in het bestemmingsplan geregeld. 4.1.2 Cultuurhistorie Op grond van artikel 3.1.6 van het Bro dienen cultuurhistorische waarden meegewogen te worden bij het opstellen van ruimtelijke plannen. Dit betekent dat een analyse van de cultuurhistorische waarden moet worden verricht. In het ruimtelijk plan moet vervolgens inzichtelijk gemaakt worden op welke wijze deze waarden geborgd worden. Op de CHK2 van de provincie Fryslân is te zien dat er binnen het plangebied geen cultuurhistorische waarden aanwezig zijn.

24/688

Figuur 4.1

Uitsnede Cultuurhistorische kaart Fryslân

Ondanks dat de oude smidse niet op de CHK2 staat, heeft het gebouw wel een cultuurhistorische waarde. In het bestemmingsplan zijn hiervoor de bestaande planologische mogelijkheden opgenomen, met uitzondering van de mogelijkheid tot uitoefening van een scheepswerf. Momenteel wordt onderzocht hoe aan het pand van de oude smidse een voor de toekomst geschikte en passende invulling kan worden gegeven. Hetzelfde geldt voor de terreininrichting van het plangebied. In het stedenbouwkundig ontwerp is een uitvoerige analyse gedaan waarvan ook de cultuurhistorie onderdeel uitmaakt en dat op basis daarvan rekening gehouden wordt met het hergebruik van bestaande materialen zoals stelconplaten. In de buitenruimte bevinden zich meerdere objecten die van cultuurhistorisch waarde zijn. Zoals de 'spoorlijn' richting de loods, de karakteristieke vorm van de kade en de steigers. Het stedenbouwkundig plan en het beeldkwaliteitsplan laat het historisch gebruik van de werf goed zien. Hierin wordt bovendien aangegeven op wat voor manier de sfeer van de werf in de toekomst kan blijven bestaan.

4.2

Geluid

Op grond van de Wet geluidhinder (hierna: Wgh) geldt rond wegen met een maximumsnelheid hoger dan 30 km/uur, spoorwegen en inrichtingen die 'in belangrijke mate geluidhinder veroorzaken', een geluidzone. Bij de ontwikkeling van nieuwe geluidsgevoelige objecten binnen deze geluidzones moet in principe akoestisch onderzoek worden uitgevoerd om aan te tonen dat de ontwikkeling voldoet aan de voorkeursgrenswaarden die in de wet zijn vastgelegd. Voor de geluidbelasting aan de buitengevels van woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen binnen de wettelijke geluidzone van een weg geldt een voorkeursgrenswaarde van 48 dB en bij een geluidzone voor industrielawaai is dit 50 db(A). De navolgende paragrafen gaan in op industriegeluid, wegverkeergeluid en spoorweggeluid. 4.2.1 Industriegeluid Het plangebied ligt in de huidige situatie binnen een gezoneerd industrieterrein van Vliet en Tuinen waar omheen een geluidzone ligt ex artikel 41 van de Wgh. Ten zuiden van het plangebied ligt de geluidzone vanuit bedrijventerrein Zuid. In figuur 4.3 zijn deze geluidzones weergegeven, waarbij het buiten het plangebied van dit bestemmingplan gelegen deel de geluidzone vanuit bedrijventerrein Zuid betreft. Gezoneerde industrieterreinen hebben een vaste geluidzone die wordt vastgelegd door middel van een bestemmingsplan. Dit is in het huidige geldende bestemmingsplan geregeld.

Binnen de huidige bedrijventerreinbestemming gelden mogelijkheden voor geluidzoneringsplichtige inrichtingen in de vorm van scheepswerven. Buiten de geluidzone mag de voorkeurgrenswaarde van 50 dB(A) niet worden overschreden. De maximale ontheffingswaarde voor nieuwe woningen binnen de geluidzone bedraagt 55 dB(A) etmaalwaarde. In tegenstelling tot weg- en railverkeer wordt voor industrielawaai niet getoetst aan de Lden waarde maar aan de etmaalwaarde.

25/688

Figuur 4.2

Ligging plangebied met de contouren van de geluidzones BP Franeker Zuid

Omdat in het plangebied woningbouw mogelijk wordt gemaakt, kan het plangebied niet meer als gezoneerd industrieterrein worden aangemerkt en kan de mogelijkheid voor geluidzoneringsplichtige inrichtingen komen te vervallen. in het bestemmingsplan is dit geregeld door de mogelijkheden voor geluidzoneringsplichtige inrichtingen volledig te ontnemen en de geluidzone vanuit bedrijventerrein Vliet en Tuinen geheel te verwijderen. Paragraaf 5.2 gaat hier nader op in. Omdat het plangebied buiten de geluidzone vanuit bedrijventerrein Zuid is gelegen, is akoestisch onderzoek hiernaar niet nodig. 4.2.2 Wegverkeersgeluid Bij de realisatie van woningen moeten voor wegverkeersgeluid de wettelijke grenswaarden in acht worden genomen. De voorkeursgrenswaarde bedraagt 48 dB. Indien deze voorkeursgrenswaarde wordt overschreden moet er onderzoek worden gedaan naar mogelijke bron- en/of overdrachtsmaatregelen. Zijn maatregelen niet mogelijk dan kunnen Burgemeester en Wethouders ontheffing van de voorkeursgrenswaarde verlenen. Indien met maatregelen niet kan worden voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB kan voor woningen in binnenstedelijk gebied een hogere waarde worden vastgesteld van ten hoogste 63 dB. De gemeente dient het vaststellen van de hogere waarde met eigen argumenten te motiveren en de vastgestelde hogere waardes zo snel mogelijk inschrijven in het kadaster.

Het plangebied ligt op circa 100 meter vanaf de Zuidelijke Industrieweg, waar een maximumsnelheid van 50 km/uur geldt. Formeel ligt het plangebied binnen de geluidzone van deze weg. Gezien het doodlopende karakter van deze weg, de grote afstand en de aanwezigheid van tussenliggende bebouwing is het onaannemelijk dat er knelpunten zijn te verwachten en dat niet aan de voorkeurgrenswaarde wordt voldaan.

26/688

De wegen Vliet en Tuinen zijn daarnaast wegen waarvoor een maximale snelheid van 30 km/uur geldt. Het zijn daardoor geen gezoneerde wegen. In jurisprudentie is bepaald dat voor dergelijke wegen bij een ruimtelijke procedure wel een akoestische afweging noodzakelijk is. Omdat het plangebied tegen deze wegen aan ligt, is door De Geluidsmeester een akoestisch onderzoek uitgevoerd. Voor de beoordeling is aansluiting gezocht bij de grenswaarden uit de Wet geluidhinder. Dit akoestisch onderzoek is als bijlage 3 toegevoegd aan deze toelichting. Uit de resultaten blijkt dat de gecumuleerde geluidbelasting (alle wegvakken gezamenlijk) op respectievelijk de werkplaatswoningen, pakhuiswoningen en loodswoningen ten hoogste 46, 45 en 45 dB Lden bedraagt. Daarmee is de gecumuleerde geluidsbelasting lager dan de wettelijke voorkeurswaarde voor afzonderlijke wegvakken van 48 dB Lden. Ten aanzien van wegverkeer is er dan ook bij de te realiseren woningen en appartementen sprake van een akoestisch goed woon- en leefklimaat. Uit het akoestisch onderzoek blijkt dat er vanuit akoestisch oogpunt geen knelpunten zijn geconstateerd om de woningen te realiseren. 4.2.3 Spoorweggeluid Bij de realisatie van woningen moet tenslotte ook de wettelijke grenswaarden van spoorweggeluid in acht worden genomen. De voorkeursgrenswaarde hiervoor bedraagt 55 dB en de maximale grenswaarde 68 dB.

In het Besluit Geluidhinder is de zonebreedte van de spoortrajecten in Nederland vastgesteld waarbinnen akoestisch onderzoek moet plaatsvinden. Het plangebied ligt op circa 250 meter van de spoorlijn Leeuwarden - Harlingen. Voor deze spoorlijn is een zonebreedte van 100 meter vastgesteld. Het plangebied ligt dus buiten deze zone, waardoor akoestisch onderzoek naar spoorweggeluid niet noodzakelijk is. Ook vanuit spoorweggeluid zijn dus geen knelpunten om de woningen te realiseren.

4.3

Bedrijven- en milieuzoneringen

In het kader van een goede ruimtelijke ordening is ruimtelijke afstemming tussen bedrijfsactiviteiten, voorzieningen en gevoelige functies (woningen) noodzakelijk. Bij deze afstemming wordt gebruik gemaakt van de richtafstanden uit de basiszoneringslijst van de VNG-brochure 'Bedrijven en milieuzonering' (2009). De richtafstanden tussen bedrijven en woningen zijn gebaseerd op hinder (of risico) door geluid, geur, stof en gevaar. De grootste afstand is bepalend. In veel gevallen is dat geluid. Het aspect 'geluid' is voor zover er sprake is van het gezoneerde industrieterrein behandeld in de vorige paragraaf en geregeld door middel van de Wet geluidhinder. Voor de overige aspecten (geur, stof en gevaar) en voor zover het gaat om geluid dat niet geregeld wordt in de Wet geluidhinder, vindt er in de motivatie in deze paragraaf een toetsing plaats. De richtafstanden zijn gebaseerd op de milieuzoneringen van een 'gemiddeld' bedrijf en daarom preventief van aard. De afstanden worden gemeten tussen de bestemmingsgrens van de toe te laten milieubelastende functie en de uiterste situering van de gevel van een milieugevoelige functie die op grond van het bestemmingsplan mogelijk is. Om inzicht te krijgen in de daadwerkelijke milieubelasting dient zo nodig separaat onderzoek uitgevoerd te worden.

Hierbij dient de kanttekening gemaakt te worden dat de VNG-systematiek en de richtafstanden alleen toepasbaar zijn op de afstemming tussen bedrijven en gevoelige functies in een rustige woonomgeving of in een gemengd gebied, maar dat deze niet gaat over (bedrijfs)woningen op bedrijventerreinen. Ook is de VNG-publicatie bedoeld voor nieuwe situaties en niet voor de toetsing van bestaande situaties. In bestaande

27/688

situaties kan de VNG-brochure evenwel een indicatie geven van de mate van hinder bij bestaande conflictsituaties. Toets en onderzoek Wonen is geen milieubelastende functie maar wel een milieugevoelige functie. Om deze reden wordt bij het realiseren van woningen alleen gekeken naar de omgeving waarin de woningen worden gerealiseerd. Voor de onderbouwing in dit plan wordt ervan uitgegaan dat het plangebied is gelegen in een gemengd gebied omdat er in de directe omgeving van het plangebied veel niet-woonfuncties aanwezig zijn en het plangebied gelegen is nabij het Van Harinxmakanaal en bedrijventerrein Zuid. in het plangebied zelf wordt de uitoefening van een scheepswerf in (die in het geldende bestemmingsplan met een aanduiding "specifieke vorm van bedrijf - scheepsbouw- en reparatiebedrijf en scheepsstalling" is geregeld)" volledig ontnomen en zijn bij de historische smidse alleen bedrijven uit milieucategorie 2 nog toegestaan. Buiten het plangebied zijn op het bedrijventerrein Vliet en Tuinen in de basis bedrijven uit ten hoogste milieucategorie 2 mogelijk. Hiervoor geldt een richtafstand van 10 meter. Voor de historische smidse wordt hier aan voldaan. Voor de direct zuidoostelijk gelegen bedrijven aan de Tuinen 33 t/m 44 is sprake van woon- /werklocaties. De afstand tot aan de woningen in het plangebied bedraagt minimaal 11 meter.

Uit visuele opname ter plaatse blijkt dat de nadruk hier ook ligt op wonen. Zo zijn er bijvoorbeeld geen bedrijfsactiviteiten waargenomen en ook geen reclame-uitingen. Gelet op het groot aantal (bedrijfs)woningen zijn de hier aanwezige bedrijven reeds begrensd in de akoestisch mogelijkheden. Gesteld wordt dan ook dat er bij de nieuwbouw in het plangebied sprake is van een goed akoestisch woon- en leefklimaat en dat de bedrijven niet in het functioneren worden beperkt. In de omgeving van het plangebied zijn ook bedrijven aanwezig uit een hogere milieucategorie. Deze zijn in het geldende bestemmingsplan specifiek geregeld met aanduidingen. Hiervoor gelden de volgende richtafstanden tussen de nieuwe woningen en de perceelsgrens van deze functies: Functie Kuperus Autoschade B.V. (Tuinen 47) P. Valk Yachts B.V. (Tuinen 31) Huhtamaki (Zuidelijke Industrieweg 7)

VNG-richtafstand 50 meter (milieucategorie 3.2) 100 meter (milieucategorie 4.1) 100 meter (milieucategorie 4.1)

Afstand circa 36 meter circa 70 meter circa 140 meter

Aan de richtafstand van Huhtamaki wordt voldaan, waarvoor voor dit bedrijf geen nader onderzoek nodig is. Het bedrijf Kuperus Autoschade B.V. is tevens eigenaar van het pand aan de Tuinen 40 dat aan het Van Harinxmakanaal is gelegen, hier gelden echter alleen mogelijkheden om bedrijven uit milieucategorie 2 uit te oefenen. Dit pand wordt niet voor autoschadeherstel en/of spuiten gebruikt, maar voor stalling. De ligging van deze bedrijven is op figuur 4.3 aangegeven.

28/688

Figuur 4.3

Ligging bedrijven met hogere milieucategorie

Gelet op ligging van het woningbouwproject ten opzichte van deze bedrijven is een onderzoek naar industrielawaai bedrijven uitgevoerd. Dit onderzoek maakt deel uit van het akoestisch onderzoek 'Akoestisch onderzoek bestemmingsplan Franeker Tuinen en Vliet'. Dit onderzoek is als bijlage 3 toegevoegd aan deze toelichting. De uitwerking van de geluidmetingen is opgenomen in bijlage 4. Hierin is onder andere ingegaan op Kuperus Autoschade, in tegenstelling tot wat in het onderzoek is aangegeven, is er hier sprake van een tussenliggende woning van derden aan de Tuinen 46. Uit het akoestisch onderzoek blijkt met betrekking tot de geluidemissie van het bedrijf sprake van een akoestisch goed woon- en leefklimaat. Daarbij levert de tussenliggende woning in de huidige situatie ook al belemmeringen op. Voor de scheepswerf P. Valk Yachts B.V. aan de Tuinen 31 geldt dat het terrein niet in gebruik is en ook deze scheepswerf locatie op korte termijn herontwikkeld zal worden naar een woongebied. Ook zijn hier op kortere afstand al woningen van derden aanwezig en is er sprake van tussenliggende afschermende (bedrijfs)gebouwen. De bedrijfslocatie van de scheepswerf wordt door de bestaande woningen reeds beperkt.

Gesteld wordt dan ook dat er bij de nieuwbouw in het plangebied sprake is van een goed akoestisch woon- en leefklimaat en dat het bedrijfsperceel niet in het functioneren worden beperkt. Conclusie Ondanks dat de te realiseren woningen en appartementen nabij bedrijven worden gerealiseerd, is er sprake van een goed woon- en leefklimaat. Uit het akoestisch onderzoek blijkt dat er vanuit akoestisch oogpunt geen knelpunten zijn geconstateerd om de woningen en appartementen te realiseren. Dit blijkt tevens uit de aanvullende motivatie die in het kader van de ingediende zienswijzen is gemaakt in bijlage 12.

29/688

4.4

Besluit Milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.)

In het Besluit m.e.r. is in de D-lijst aangegeven welke activiteiten m.e.r.-beoordelingsplichtig zijn. Wanneer een activiteit onder de in kolom 2 van deze D-lijst opgenomen drempelwaarde blijft, moet het bevoegd gezag zich er nog steeds van vergewissen of de activiteiten geen aanzienlijke milieugevolgen kunnen opleveren. In onderdeel D 11.2 zijn de drempelwaarden voor een stedelijk ontwikkelingsproject opgenomen. In tegenstelling tot de Bro is in het Besluit m.e.r. het begrip stedelijk ontwikkelingsproject niet gedefinieerd. Naar het oordeel van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State moet worden gekeken naar de concrete omstandigheden van het project. Onder meer de aard, de omvang en de milieugevolgen van de stedelijke ontwikkeling zijn relevant. Als een ontwikkeling negatieve milieugevolgen heeft dan is er sprake van een stedelijk ontwikkelingsproject. Gelet op de huidige situatie waarin het plangebied als scheepsstalling wordt gebruikt is er sprake van een stedelijk ontwikkelingsproject. Het aantal verkeersbewegingen zal door de bouw van 46 wooneenheden toenemen. Dit woningbouwproject ligt onder de drempelwaarde. Het project is daarom niet MER plichtig. Omdat er wel sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject is onderzocht of de activiteit belangrijke nadelige gevolgen heeft voor het milieu. Hiervoor is een vormvrij m.e.r.-aanmeldingsnotitie opgesteld.

Deze notitie is als bijlage 5 toegevoegd aan deze toelichting. Het college heeft op basis van deze notitie besloten dat er geen m.e.r. procedure hoeft te worden doorlopen.

4.5

Bodem

Bij het opstellen van een ruimtelijk plan dient te worden bepaald of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van die bodem en of deze optimaal op elkaar kan worden afgestemd. In 2006 is voor het gehele plangebied een actualisatie en nader bodemonderzoek uitgevoerd (zie bijlage 6). Aanleiding voor dit onderzoek was eveneens een voorgenomen woningbouwontwikkeling. Op de locatie is sprake van een bodemverontreiniging met asbest, zware metalen, PAK en minerale olie welke is ontstaan vóór 1987 als gevolg van de activiteiten op de scheepswerf. Inmiddels is het bodemonderzoek uit 2006 ter plaatse van onbebouwde terreindelen geüpdatet waarbij rekening is gehouden met de huidige protocollen en normen, waaronder het gewijzigd stoffenpakket. In verband met de voorgenomen bestemmingswijziging voor de realisatie van appartementen en grondgebonden woningen zijn saneringsmaatregelen noodzakelijk om de locatie geschikt te maken voor de functie wonen. Tot op heden hebben er nog geen saneringswerkzaamheden plaatsgevonden. Naar aanleiding van de resultaten van voorgaand en actueel onderzoek heeft een vooroverleg met de FUMO plaatsgevonden. In een saneringsplan zijn de noodzakelijke saneringsmaatregelen en te bereiken eindsituatie voor de nieuwe bestemming vanuit milieuhygïenisch oogpunt beschreven.

Daarin zijn tevens de arbotechnische aspecten tijdens de uitvoering van de saneringswerkzaamheden beschreven. Het doel van het saneringsplan is het omschrijven van de uit te voeren saneringsmaatregelen, zodat voldaan wordt aan de geldende wet- en regelgeving en de te realiseren bodemkwaliteit die past bij de geplande bestemming. In het vooroverleg met FUMO Is afgesproken dat voor de uitvoering van de bodemsanering een tweetal procedures doorlopen wordt waarop een beschikking voor de voorgenomen sanering wordt genomen. Een BUS-melding mobiel voor de verontreiniging met minerale olie (contour in rode stippellijn op tekening) in grond en grondwater en een BUS

30/688

melding immobiel voor de verontreinigingen met asbest, zware metalen en PAK die samenhangen met de bijmengingen met bodemvreemd materiaal in de toplaag van de locatie. De contour van het geval met immobiele verontreiniging valt samen met de kadastrale terreingrenzen en daarmee de begrenzing van de bestemmingswijzigingen. Aangezien het terrein momenteel nog bebouwd en in gebruik is bij de scheepswerf worden bebouwde en in gebruik zijnde terreindelen onderzocht na sloop en beëindiging van betreffende bedrijfsactiviteiten. Het saneringsplan wordt als toelichting bij de meldingen gevoegd en is als bijlage 7 toegevoegd aan de toelichting. Conform de regelgeving voldoen de bestemde terreindelen voor wonen na sanering aan de kwaliteitsklasse wonen. De tuinen bij de grondgebonden woningen voldoen eveneens aan kwaliteitsklasse wonen. Infrastructuur en extensief gebruikt openbaar grond voldoet na sanering aan kwaliteitsklasse industrie. Alle verontreinigingen boven interventiewaarde zijn na sanering volledig verwijderd, zodat er geen gebruiksbeperkingen gelden of nazorg van toepassing is.

4.6

Ecologie

Bij elk ruimtelijk plan moet, met het oog op de natuurbescherming, rekening worden gehouden met de Wet natuurbescherming. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in gebiedsbescherming en soortenbescherming. 4.6.1 Gebiedsbescherming Het plangebied ligt buiten beschermde natuurgebieden zoals Natura 2000-gebieden en gebieden die vallen onder het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Het plangebied ligt namelijk op meer dan 7 kilometer van het Natura 2000-gebied Waddenzee (tevens een NNN-gebied). De Waddenzee is aldaar niet stikstofgevoelig. Andere (al dan niet stikstofgevoelige) natuurgebieden liggen op een grotere afstand van het plangebied. Gezien het relatief kleinschalige karakter van de voorgenomen ontwikkeling is het niet te verwachten dat de ontwikkelingen in het plangebied negatieve effecten hebben op de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied. Met dit project wordt een verouderd deel van een bedrijventerrein vervangen door nieuwe gasloze woningen. Directe effecten zoals areaalverlies en versnippering kunnen hierdoor worden uitgesloten. Gezien de afstand tot natuurgebieden en de locatie van het plangebied (stedelijke omgeving) kunnen ook verstoring en verandering van de waterhuishouding worden uitgesloten. De geplande ontwikkeling zou echter kunnen leiden tot een toename in stikstofdepositie.

Met behulp van de AERIUS calculator is voor dit project de depositie berekend voor de gebruiksfase, sloopfase en de aanlegfase, zie hiervoor bijlage 8. Hieruit blijkt dat er geen belemmeringen zijn. 4.6.2 Soortenbescherming De soortenbescherming is eveneens geregeld in de Wnb. Het doel van de Wnb is het in stand houden en beschermen van in het wild voorkomende planten- en diersoorten. De Wnb kent zowel een zorgplicht als verbodsbepalingen. De zorgplicht geldt te allen tijde voor alle in het wild levende dieren en planten en hun leefomgeving. De verbodsbepalingen zijn gebaseerd op het 'nee, tenzij'-principe. Alle schadelijke handelingen ten aanzien van beschermde planten- en diersoorten zijn in principe verboden. Gedeputeerde Staten kunnen hiervoor ontheffing verlenen en bij verordening kunnen Provinciale Staten vrijstelling verlenen van dit verbod. In de provinciale verordening dient deze mogelijkheden dan wel opgenomen te zijn. Bij nieuwe ontwikkelingen moet worden nagegaan / onderbouwd, of zich in het betreffende gebied beschermde soorten bevinden. Quickscan flora en fauna

31/688

Natuurbank Overijssel heeft op 18 juli 2023 een quickscan flora en fauna in het plangebied uitgevoerd. Deze quickscan is als bijlage 9 toegevoegd aan deze toelichting. De inrichting en het gevoerde beheer maken het plangebied niet tot een geschikte groeiplaats voor beschermde plantensoorten, maar wel tot geschikt functioneel leefgebied voor verschillende beschermde dieren. Het plangebied wordt door beschermde diersoorten hoofdzakelijk benut als foerageergebied, maar mogelijk nestelen er vogels, bezetten amfibieën er een (winter)rustplaats en bezetten beschermde grondgebonden zoogdieren er een vaste rust- of voortplantingsplaats. Vleermuizen benutten het plangebied uitsluitend als foerageergebied. Van de in het plangebied nestelende vogelsoorten, is uitsluitend het bezette nest beschermd, niet het oude nest of de nestplaats. Bezette vogelnesten zijn beschermd en mogen niet beschadigd of vernield worden. Gelet op de aard van de werkzaamheden kan geen ontheffing verkregen worden voor het beschadigen of vernielen van bezette vogelnesten. Indien de beplanting verwijderd wordt tijdens de voortplantingsperiode, wordt geadviseerd vooraf een broedvogelscan uit te voeren om de aanwezigheid van een bezet vogelnest uit te kunnen sluiten.

Als gevolg van de voorgenomen activiteiten wordt mogelijk een beschermd grondgebonden zoogdier en amfibie gedood en wordt mogelijk een vaste (winter)rust- en/of voortplantingsplaats van een beschermd grondgebonden zoogdier en amfibie beschadigd en vernield. Voor de beschermde grondgebonden zoogdier- en amfibieënsoorten, die een vaste (winter)rust- en/of voortplantingsplaats in het plangebied bezetten, en die mogelijk gedood worden, geldt, in het kader van ruimtelijke ontwikkelingen, een vrijstelling van de verbodsbepalingen `doden' en het `beschadigen/vernielen van vaste rust- en voortplantingsplaatsen'. Door uitvoering van de voorgenomen activiteiten neemt de betekenis van het plangebied als foerageergebied voor vleermuizen af. Dit leidt echter niet tot wettelijke consequenties. Aanvullend op de quickscan flora en fauna heeft de provincie Fryslân aangegeven dat op minder dan 100 meter van het plangebied (aan de Leane) een kraamverblijf meervleermuis aanwezig is. Daarnaast wordt het van Harinxmakanaal door onder andere de meervleermuis gebruikt als migratieroute (kaartenkijkdoos.nl). Deze worden niet aangetast in het planvoornemen. Om verstoring van de soort te voorkomen dient gewerkt te worden gedurende de daglichtperiode. Er dient geen extra verlichting te worden ingezet.

Hiermee wordt rekening gehouden door te werken in de daglichtperiode en daarbij geen extra verlichting te gebruiken.

4.7

Externe veiligheid

Het externe veiligheidsbeleid stelt twee zaken centraal: de bescherming van personen bij een risicobron tegen de kans op overlijden door een ongeval met gevaarlijke stoffen, een vliegtuig op of bij een luchthaven of een windturbine (PR); de bescherming van de samenleving tegen het ontwrichtende effect van een dergelijke ramp met een groot aantal slachtoffers (GR). Voor het bereiken van de eerste doelstelling wordt gebruik gemaakt van het begrip plaatsgebonden risico (PR). Het PR geeft de kans per jaar aan dat een persoon op die plaats overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=waadhoeke&id=a89002e7-b4d0-4bb0-846b-550217d79a48