Bijlage 3 - Regionaal Risicoprofiel 2022 VRF (inclusief bijlagen).pdf
Tekst van het document
Analyse en risicodiagram .............................................................................................................................. 86 3.1 Analyse ........................................................................................................................................................ 86 3.2 Diagram ....................................................................................................................................................... 87
Bijlagen.................................................................................................................................................................. 88
1
Inleiding
1.1
Aanleiding
Met de inwerkingtreding van de Wet veiligheidsregio’s hebben de 25 veiligheidsregio’s in Nederland de verplichting gekregen om inzicht te hebben in de verschillende risico’s die relevant zijn binnen hun regio grenzen. Het belangrijkste onderdeel hierin is het regionaal risicoprofiel. Veiligheidsregio Fryslân heeft in 2010 haar eerste regionaal risicoprofiel opgesteld. Er is naar gestreefd dit profiel ieder jaar te updaten zodat het een levendig document blijft. Voorliggende bijlage behoort toe aan de rapportage van het regionaal risicoprofiel 2021. In deze bijlage worden de verschillende scenario’s (incidenttypen) uitgewerkt en wordt een analyse gemaakt van impact en waarschijnlijkheid van deze uiteenlopende scenario’s.
1.2
Werkwijze
In samenspraak met de relevante partners binnen en buiten Fryslân zijn de staande scenario’s uit het voorgaande risicoprofiel tegen het licht gehouden en aangepast waar dit noodzakelijk was. Er zijn vier nieuwe scenario’s toegevoegd, waarvan drie uit het vorige regionaal risicoprofiel zijn vervangen. Het gaat om de scenario’s: • • • •
1.3
Incident wegverkeer; Vervuiling Waddenzee (voorheen: olieramp Waddenzee); Incident vliegtuig (voorheen: incident vliegshow); Rellen (voorheen: gewelddadigheden voetbal);
Scenario opbouw
Inhoudelijk hebben alle scenario’s een korte inleiding en uitleg van de loop van het scenario en worden enkele specifieke kenmerken uitgelicht die van toepassing zijn op de weging van de impact en waarschijnlijkheid. Tevens staat de score van de impact en waarschijnlijkheid bij het scenario.
1.4
Methodische verantwoording
Om de uiteenlopende thema’s en scenario’s onderling vergelijkbaar te maken is in samenwerking met de veiligheidsregio’s een methode voor de risicobeoordeling ontwikkeld. Met deze methode is het mogelijk verschillende incidenten en scenario’s te wegen en vervolgens te rangschikken. Veiligheidsregio Fryslân is één van de veiligheidsregio’s die actief heeft bijgedragen aan de ontwikkeling van deze methodiek.
1.5
Impact meting
Om de impact van scenario’s op uniforme wijze te kunnen meten, wordt gebruik gemaakt van zes vitale belangen. Deze belangen zijn geoperationaliseerd door middel van concrete indicatoren. Hieronder worden in het kort de vitale belangen beschreven. Vitale belangen Territoriale Veiligheid Het ongestoord functioneren van Nederland als onafhankelijke staat. De territoriale veiligheid is in het geding bij een bezetting van Nederlands grondgebied door een andere staat of mogendheid of bij een terroristische aanslag. Fysieke Veiligheid Het ongestoord functioneren van de men in zijn (directe) omgeving. Hierbij gaat het specifiek om de gezondheid en veiligheid van personen. De fysieke veiligheid komt in het geding bij een uitbraak van een epidemie, dijkdoorbraak of groot incident bij een chemische fabriek. Economische Veiligheid Het ongestoord functioneren van de Nederlandse economie. De economische veiligheid komt in het geding wanneer vrij handelsverkeer tussen Nederland en belangrijke handelspartners onmogelijk is.
Ecologische Veiligheid Het ongestoord voort kunnen bestaan van de natuurlijke omgeving in Nederland. De ecologische veiligheid komt in het geding wanneer er sprake is van verstoring of vervuiling van oppervlaktewater of wanneer er grote klimaatveranderingen plaatsvinden. Sociale politieke stabiliteit Het ongestoord voort kunnen bestaan van de democratische rechtstaat en een maatschappelijk klimaat waarbij inwoners met elkaar samenleven en samenwerken. De sociale politieke stabiliteit komt in het geding wanneer er sprake is van grote negatieve veranderingen in demografische opbouw van de bevolking waardoor solidariteit tussen bevolkingsgroepen of generaties onder druk komt te staan. Veiligheid cultureel erfgoed Het ongestoord voortbestaan van collectieve materiële sporen en getuigenissen uit het verleden. De veiligheid van cultureel erfgoed komt in het geding bij incidenten als instorting en brand. De waarde van dit erfgoed is daarnaast soms moeilijk te bepalen omdat de waarde breder is dan alleen de monetaire handelswaarde van een gebouw of object. Impactcriteria Om scenario’s en incidenten weeg- en vergelijkbaar te maken zijn aan de bovenstaande belangen impactcriteria gekoppeld. Deze worden in onderstaande tabel kort samengevat.
Vitale belangen
Impactcriteria
Territoriale veiligheid
Aantasting van de integriteit van het grondebied
Fysieke veiligheid
▪ ▪ ▪
Economische veiligheid
Kosten
Ecologische veiligheid
Langdurige aantasting van natuur en milieu (flora en fauna)
Sociale politieke stabiliteit
▪ ▪ ▪
Veiligheid cultureel erfgoed
Doden Ernstig gewonden en chronisch zieken Lichamelijk lijden (gebrek aan primaire levensbehoeften)
Verstoring van het dagelijks leven Aantasting van positie van het lokale en regionale openbaar bestuur Sociaal psychologische impact
Aantasting cultureel erfgoed
Om de bovenstaande criteria meetbaar te maken, wordt elk criterium (per scenario) ingeschaald in vijf klassen: AB-C-D-E. Hierbij geldt de volgende doorvertaling van deze klassen: ▪ ▪ ▪ ▪ ▪
A: B: C: D: E:
Beperkt gevolg Aanzienlijk gevolg Ernstig gevolg Zeer ernstig gevolg Catastrofaal gevolg
De verdere doorvertaling van weging en indeling van bandbreedten voor de klassen wordt nader uitgewerkt in bijlage 1.
1.6
Waarschijnlijkheid meting
Bij het wegen en rangschikken van de scenario’s is niet alleen impact een factor. Ook de waarschijnlijkheid van een scenario wordt als factor meegewogen bij de analyse. De term waarschijnlijkheid wordt in de Landelijke Handreiking Regionaal Risicoprofiel geduid als de kans dat een scenario binnen nu en vier jaar (beleidscyclus) plaatsvindt. De waarschijnlijkheid wordt gewogen door gebruik te maken van vijf klassen (A t/m E). Klasse A is hierbij een scenario wat zeer onwaarschijnlijk is, terwijl E een scenario vertegenwoordigt wat als zeer waarschijnlijk wordt gezien. Voor de scenario’s in dit document geldt in vrijwel alle gevallen dat de waarschijnlijk in meer of mindere mate wordt bepaald op basis van onvolledige informatie. Om toch een zo gedegen mogelijke afweging te maken worden de volgende bronnen gebruikt per scenario om de waarschijnlijkheid te kunnen bepalen: -
Casuïstiek, Statistiek, Faalgegevens, Strategieën en actoranalyses, Expertjudgement.
Vooral statistiek, casuïstiek en expertjudgement zijn voor de totstandkoming van de scenario’s gebruikt. Hieronder zijn de waarschijnlijkheidsklassen in een kort overzicht weergegeven:
1.7
Klasse
% waarschijnlijkheid
Kwalitatieve omschrijving
A
< 0.05
Zeer onwaarschijnlijk
B
0.05 – 0.5
Onwaarschijnlijk
C
0.5 – 5
Mogelijk
D
5 – 50
Waarschijnlijk
E
50 – 100
Zeer waarschijnlijk
Resultaat
Het resultaat van de analyses die in dit document plaatsvinden is dat per scenario een waarde krijgt op impact en een waarde op waarschijnlijkheid. Deze beide waarden worden samengebracht en weergegeven in een risicodiagram, waarbij alle scenario’s uit dit document zijn weergegeven. Dit risicodiagram komt in dit document terug in hoofdstuk 3.
1.8
Leeswijzer
Het nu volgende hoofdstuk zal per maatschappelijk thema enkele scenario’s uitwerken. Hierbij wordt elk scenario voorzien van een korte inleiding, enkele kenmerken en een weging op impact en een weging op waarschijnlijkheid. Hoofdstuk drie vat de verschillende wegingen samen tot één totaaloverzicht: het risicodiagram.
2
Scenariobeschrijvingen
2.1
Inleiding
In dit hoofdstuk worden de verschillende scenario’s nader uitgewerkt en weergegeven. De scenario’s zijn gerangschikt naar de zeven maatschappelijke thema’s: ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪
Natuurlijke omgeving; Gebouwde omgeving; Technologische omgeving; Vitale infrastructuur en voorzieningen; Verkeer en vervoer; Gezondheid; Sociaal-maatschappelijke omgeving.
2.2
Natuurlijke omgeving
De provincie Fryslân is een uitgestrekte en vooral rurale regio. De provincie is gelegen aan zee en kent tal van meren en plassen binnen het grondgebied. Hier komt bij dat een groot gedeelte van de provincie onder NAP gelegen is en dus direct gevaar loopt bij een (dreigende) overstroming. Daarnaast is op meerdere plekken in de regio bos- en duingebied aanwezig. Deze gebieden zijn relevant in het kader van mogelijke natuurbranden die in de regio plaats kunnen vinden. Het overgrote deel van de provincie wordt gekenmerkt door een open karakter, opgebouwd uit akkers en weilanden. Deze uitgestrektheid en aanwezigheid van akkers en weilanden lenen zich goed voor veeteelt. Deze veeteelt is relevant in het kader van het crisistype dierziekten. Dit laatste incidenttype wordt nader uitgewerkt in het maatschappelijk thema gezondheid. In dit hoofdstuk worden de volgende scenario’s (incidenttypen) uitgewerkt: ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪
Overstroming uit zee – dijkdoorbraak Waddeneiland; Overstroming vanuit zee – dijkdoorbraak vaste land; Overstroming vanuit zee – defecte sluis Harlingen; Overstroming polder – bezwijken polderdijk; Natuurbrand; Koudegolf; Hittegolf.
Scenario Scenario
Overstroming uit zee zee -Overstroming uit Dijkdoorbraak vaste landland Dijkdoorbraak op het vaste Een groot deel van de provincie Fryslân ligt onder NAP en is daarmee afhankelijk van een goede bescherming tegen de invloeden van de zee. Dit vindt plaats door middel van de primaire waterkeringen. Voor Fryslân geldt dat de provincie in de zesde dijkring is gelegen en deze deelt met de provincie Groningen.
Kenmerken Voor dit scenario zijn een aantal belangrijke kenmerken geselecteerd: • Voor dit scenario is gebruik gemaakt van de Ergst Denkbare Overstroming (EDO), scenario noordelijke kust; • Het scenario vindt plaats tijdens een stormvloed en een aanhoudende storm met orkaankracht, ten minste met een duur van anderhalve dag; • De storm duurt ongeveer 45 uur, de waterstand in de Waddenzee is gedurende twee uur 5 meter boven NAP; • Er is sprake van meerdere doorbraken tijdens het scenario; • In principe zijn alle getroffen mensen ten tijde van een dergelijk scenario als kwetsbaar te bestempelen. Ouderen, kinderen en verminderd zelfredzamen zijn extra kwetsbaar onder dergelijke omstandigheden; • Door de hoge waterstand is het de verwachting dat het scenario ook een direct gevolg heeft voor de kwetsbare infrastructuur. Hierbij valt te denken aan de uitval van de stroomvoorziening.
Beschrijving Tijdens een aanhoudende storm breekt op meerdere plekken de zesde dijkring rond Groningen en Fryslân. Een groot gedeelte van de Friese regio komt daardoor snel onder water te staan. In totaal overstroomt een gebied van ongeveer 4.560 vierkante kilometer. De storm (en mogelijke gevolgen) werden twee dagen voor plaatsvinden als betrouwbaar genoeg voorspeld, waardoor mensen de tijd hebben gekregen de regio te verlaten. Desondanks is een deel van de bevolking in het gebied achtergebleven en ziet zich geconfronteerd met het wassende water. Dit komt o.a. doordat niet iedereen erin slaagt het gebied tijdig te verlaten, omdat de ontwikkeling van de wind tot orkaankracht zo kort van tevoren te voorspellen is en het water zich snel verspreidt.
Slachtofferbeeld en impact Gevolgen van een overstroming vanuit zee kunnen zijn dat mensen meegesleurd kunnen worden, met letsels of de dood tot gevolg. Achterblijvers krijgen te maken met uitval van stroom, drinkwater en telefoonverbindingen. Afhankelijk van de duur is gebrek aan primaire levensbehoeften een mogelijkheid. Door de overstroming ontstaat ook schade aan bijvoorbeeld bouwwerken, ondergrondse structuren, de natuur en het cultureel erfgoed. Ook het milieu raakt aangetast als gevolg van slib en uitval van waterzuivering. Daarmee behoort deze crisis tot de duurste rampen. Naar schatting komen door deze overstroming ongeveer 1.800 mensen om het leven. Ruim 460.000 personen zijn (in)direct betrokken bij de overstroming. De beoordeling van de impact geschiedt met behulp van onderstaande tabellen: Status Doden Gewonden (T1/T2) Getroffenen Betrokkenen
Aantal > 400 > 400 > 40.000 > 40.000
Impactcriterium 1.1 aantasting van de integriteit van het grondgebied 2.1 doden 2.2 ernstig gewonden en chronisch zieken 2.3 lichamelijk lijden (gebrek aan primaire levensbehoeften) 3.1 kosten 4.1 langdurige aantasting van milieu en natuur (flora en fauna) 5.1 verstoring van het dagelijks leven 5.2 aantasting van positie van het lokale en regionale openbaar bestuur 5.3 sociaal psychologische impact 6.1 aantasting van cultureel erfgoed
Score (A-E of Nvt) E E E D E E D D E B
Impact A
B
C
C-hoog
D
D-hoog
E
Waarschijnlijkheid De waarschijnlijkheid van dit scenario wordt als “zeer onwaarschijnlijk” ingeschat. De kans op een grote dijkdoorbraak wordt geschat op 1 op 4.000 (= 0,00025%).
Klasse
% waarschijnlijkheid
Kwalitatieve omschrijving
A
< 0.05
Zeer onwaarschijnlijk
B
0.05 – 0.5
Onwaarschijnlijk
C
0.5 – 5
Mogelijk
D
5 – 50
Waarschijnlijk
E
50 – 100
Zeer waarschijnlijk
‘Grotere’ incidenten die zich tussen 2009 en juli 2021 in Fryslân hebben afgespeeld en die gerelateerd aan dit scenario zijn, staan hieronder opgesomd: Datum 5 – 7 januari 2012
Incident Hoog water
GRIP-niveau GRIP 4
Bronvermelding 1. 2.
Rijkswaterstaat Waterdienst (2017). Overstromingsscenario’s voor rampenplannen; Expert judgement.
Scenario
Overstroming uit zee Dijkdoorbraak Waddeneiland Een groot deel van de provincie Fryslân ligt onder NAP en is daarmee afhankelijk van een goede bescherming tegen de invloeden van de zee. Dit vindt plaats door middel van de primaire waterkeringen. Voor Ameland geldt dat deze in de tweede dijkring is gelegen.
Kenmerken Voor dit scenario zijn een aantal belangrijke kenmerken geselecteerd: • Voor dit scenario is gebruik gemaakt van de Ergst Denkbare Overstroming (EDO), scenario noordelijke kust; • Het scenario vindt plaats tijdens een stormvloed en een aanhoudende storm met orkaankracht, ten minste met een duur van anderhalve dag; • De storm duurt ongeveer 45 uur, de waterstand in de Waddenzee is gedurende twee uur 5 meter boven NAP; • Er is sprake van meerdere doorbraken tijdens het scenario; • In principe zijn alle getroffen mensen ten tijde van een dergelijk scenario als kwetsbaar te bestempelen. Ouderen, kinderen en verminderd zelfredzamen zijn extra kwetsbaar onder dergelijke omstandigheden; • Door de hoge waterstand is het de verwachting dat het scenario ook een direct gevolg heeft voor de kwetsbare infrastructuur. Hierbij valt te denken aan de uitval van de stroomvoorziening; • Omdat de oorzaak van het scenario gerelateerd is aan een storm en stormvloed, is er een relatie met het scenario ‘dijkdoorbraak vaste land’. De mogelijkheid bestaat dat ook dit scenario gelijktijdig van kracht is. Ieder geval in de voorfase, nog voordat een dijk doorbreekt, zal er overlap kunnen zijn.
Beschrijving Een zware storm trekt in Noordoostelijke richting over Nederland. Het hoogtepunt van de storm passeert ’s nachts, tijdens springtij, het Waddeneiland Ameland, waarbij windstoten van 12 bft voorkomen. De storm (en mogelijke gevolgen) werden twee dagen voor plaatsvinden als betrouwbaar genoeg voorspeld, waardoor mensen de tijd hebben gekregen het eiland te verlaten. Desondanks is een deel van de bevolking in het gebied achtergebleven en ziet zich geconfronteerd met het wassende water. Dit komt o.a. doordat niet iedereen erin slaagt het gebied tijdig te verlaten. Op het hoogtepunt van de storm faalt de primaire kering ter hoogte van Nes. Na 30 minuten wordt de doorbraak geconstateerd door medewerkers van het waterschap en Rijkswaterstaat. Binnen drie uur zijn grote delen van het bedrijventerrein en het achterliggende dorp ondergelopen. Daarop valt ook de stroom uit in het gebied. Nabijgelegen camping(s) moeten worden ontruimd en mensen worden ondergebracht in
de sporthal. Doordat de stroomsnelheid niet hoog ligt is het nog mogelijk zoveel mogelijk mensen voor aankomst van het water te evacueren.
Evacuatie van de overgebleven personen naar de vaste wal is echter pas mogelijk nadat de storm is gaan liggen. Alle op het eiland aanwezige personen zullen zich daarom allereerst op het eiland in veiligheid gebracht moeten worden.
Slachtofferbeeld en impact Doordat het water niet snel het land instroomt, is het nog mogelijk mensen te evacueren naar hoger gelegen gronden. Er komen dan ook geen personen om. Wel zullen enkele tientallen mensen onderkoeld raken voor en tijdens de evacuatie. Ook krijgt men te maken met uitval van stroom, drinkwater en telefoonverbindingen. Door de overstroming ontstaat ook schade aan bijvoorbeeld bouwwerken, de natuur en het cultureel erfgoed. Tot slot raakt het milieu aangetast als gevolg van slib en uitval van waterzuivering. De beoordeling van de impact geschiedt met behulp van onderstaande tabellen: Status Doden Gewonden (T1/T2) Getroffenen Betrokkenen
Aantal <1 > 4 – 16 < 4.000 < 40.000
Impactcriterium 1.1 aantasting van de integriteit van het grondgebied 2.1 doden 2.2 ernstig gewonden en chronisch zieken 2.3 lichamelijk lijden (gebrek aan primaire levensbehoeften) 3.1 kosten 4.1 langdurige aantasting van milieu en natuur (flora en fauna) 5.1 verstoring van het dagelijks leven 5.2 aantasting van positie van het lokale en regionale openbaar bestuur 5.3 sociaal psychologische impact 6.1 aantasting van cultureel erfgoed
Score (A-E of Nvt) B A C A B A B A C A
Impact A
B
C
C-hoog
D
D-hoog
E
Waarschijnlijkheid De waarschijnlijkheid van dit scenario wordt als “zeer onwaarschijnlijk” ingeschat. De kans op een grote dijkdoorbraak wordt geschat als 1 op 2.000 (= 0,00050%). Klasse
% waarschijnlijkheid
Kwalitatieve omschrijving
A
< 0.05
Zeer onwaarschijnlijk
B
0.05 – 0.5
Onwaarschijnlijk
C
0.5 – 5
Mogelijk
D
5 – 50
Waarschijnlijk
E
50 – 100
Zeer waarschijnlijk
Bronvermelding • •
Rijkswaterstaat Waterdienst (2017). Overstromingsscenario’s voor rampenplannen; Expert judgement.
Het scenario vindt plaats tijdens een stormvloed en aanhoudende storm. • •
Scenario
De storm duurt ongeveer 45 uur, de waterstand in de Waddenzee is gedurende bestempelen. Ouderen en kinderen zijn extra kwetsbaar onde
Overstroming uit zee Defecte sluis Harlingen Een groot deel van de provincie Fryslân ligt onder NAP en is daarmee afhankelijk van een goede bescherming tegen de invloeden van de zee. Dit vindt plaats door middel van de primaire waterkeringen. Hierin bevinden zich ook sluizen. Dit zijn waterbouwkundige bouwwerken tussen waterwegen met een verschillend waterpeil. Sluizen hebben als doel om het water te keren en om water en schepen te laten passeren.
Kenmerken Voor dit scenario zijn een aantal belangrijke kenmerken geselecteerd: • In principe zijn alle getroffen mensen ten tijde van een dergelijk scenario als kwetsbaar te bestempelen. Ouderen, kinderen en verminderd zelfredzamen zijn extra kwetsbaar onder dergelijke omstandigheden; • Door de hoge waterstand is het de verwachting dat het scenario ook een direct gevolg heeft voor de kwetsbare infrastructuur. Hierbij valt te denken aan de uitval van de stroomvoorziening.
Beschrijving Tijdens een zeer heftige storm die over Nederland raast, raakt voor de kust van Harlingen een vrachtschip in de problemen. Ondanks pogingen van de bemanning en de kapitein blijft het schip stuurloos richting de wal afdrijven. Uiteindelijk komt het schip in de Tjerk Hiddessluis tot stilstand en brengt hierbij ernstige schade toe aan de sluisdeuren. Zowel de binnen- als de buitendeuren begeven het uiteindelijk waardoor water vrij landinwaarts kan stromen. Binnen een uur krijgen grote delen van Harlingen te maken met een substantiële hoeveelheid water. Door de snelle stijgsnelheid is het handelingsperspectief van veel personen beperkt.
Slachtofferbeeld en impact Door de snelle ontwikkeling van het scenario zullen veel mensen overrompeld worden door het scenario. Als gevolg hiervan vallen enkele tientallen doden en veel gewonden. Als gevolg van de overstroming valt in het grootste deel van de stad binnen een uur de elektriciteit uit. Door het water ontstaat schade aan bouwwerken, de natuur en het cultureel erfgoed. De beoordeling van de impact geschiedt met behulp van onderstaande tabellen: Status Aantal Doden > 4 - 16 Gewonden (T1/T2) > 40 - 160 Getroffenen < 40.000 Betrokkenen > 40.000 Impactcriterium 1.1 aantasting van de integriteit van het grondgebied 2.1 doden 2.2 ernstig gewonden en chronisch zieken 2.3 lichamelijk lijden (gebrek aan primaire levensbehoeften) 3.1 kosten 4.1 langdurige aantasting van milieu en natuur (flora en fauna) 5.1 verstoring van het dagelijks leven 5.2 aantasting van positie van het lokale en regionale openbaar bestuur 5.3 sociaal psychologische impact 6.1 aantasting van cultureel erfgoed
Score (A-E of Nvt) C C C A E C E A D B
Impact A
B
C
C-hoog
D
D-hoog
E
Waarschijnlijkheid De waarschijnlijkheid van dit scenario wordt als “zeer onwaarschijnlijk” ingeschat. De kans op een grote dijkdoorbraak wordt geschat als 1 op 4.000 (= 0,00025%). De waarschijnlijkheid op het bezwijken van de sluisdeuren als gevolg van een stuurloos schip wordt als gelijkwaardig ingeschat. Klasse
% waarschijnlijkheid
Kwalitatieve omschrijving
A
< 0.05
Zeer onwaarschijnlijk
B
0.05 – 0.5
Onwaarschijnlijk
C
0.5 – 5
Mogelijk
D
5 – 50
Waarschijnlijk
E
50 – 100
Zeer waarschijnlijk
Bronvermelding 1 2 3
Bestrijdingsplan primaire waterkering (Wetterskip 2016) LIWO, Rijkswaterstaat 2016 (Landelijke informatiesysteem water en overstroming) Expert judgement. Expert judgement.
Scenario
Overstroming polder Bezwijken polderdijk
Een groot deel van de provincie Fryslân ligt onder NAP en is daarmee afhankelijk van een goede bescherming tegen de invloeden van de zee. Dit vindt plaats door middel van de primaire waterkeringen. Voor Fryslân geldt dat de provincie in de zesde dijkring is gelegen en deze deelt met de provincie Groningen. Voor de boezemwateren zijn er in Fryslân zo’n 1.000 poldergemalen actief om ervoor te zorgen dat het waterpeil geborgd blijft. Een polder is een door een of meer waterkeringen omgeven gebied waarvan de waterstand kunstmatig geregeld kan worden. De waterstand binnen een polder is hierdoor meestal lager dan in het omliggende gebied/ de boezemwateren.
Kenmerken Voor dit scenario zijn een aantal belangrijke kenmerken geselecteerd: • Het scenario speelt zich af tijdens een situatie van extreme weersomstandigheden; • Door de hevige wind kunnen niet alle gemalen op volle capaciteit spuien waardoor het waterpeil in de polders blijft stijgen; • Als kwetsbare groepen worden niet alleen ouderen, kinderen en minder validen aangemerkt, maar ook vee is in dit scenario een kwetsbare groep aangemerkt omdat deze vaak (in grote getalen) in de Friese polders aanwezig is.
Beschrijving Het Noorden van Nederland wordt getroffen door aanhoudende regenval en slecht weer. Het waterpeil in de Friese boezemwateren stijgt hierdoor gestaag, mede doordat het aantal spuimomenten beperkt is door de aanhoudende hevige wind. Na enkele dagen begeeft een van de polderdijken het uiteindelijk waardoor een van de aangrenzende polders onder water komt te staan.
Slachtofferbeeld en impact Het water stijgt tot ongeveer 70 cm hoogte waardoor huizen onderwater komen te staan, stroom uitvalt en het niet meer mogelijk is om met auto’s/ vrachtwagens door de polder te rijden. Doordat het water niet snel het land instroomt, is het nog mogelijk mensen te evacueren naar hoger gelegen gronden. Er komen dan ook geen personen om. Wel zullen enkele tientallen mensen onderkoeld raken voor en tijdens de evacuatie.
Vee dat om de polder aanwezig is zal nauwelijks tot niet te evacueren zijn en komt daardoor in het water te staan. Er komt daardoor wel vee te overlijden. De beoordeling van de impact geschiedt met behulp van onderstaande tabellen: Status Doden Gewonden (T1/T2) Getroffenen Betrokkenen
Aantal Nvt Nvt < 400 < 4.000
Impactcriterium 1.1 aantasting van de integriteit van het grondgebied 2.1 doden 2.2 ernstig gewonden en chronisch zieken 2.3 lichamelijk lijden (gebrek aan primaire levensbehoeften) 3.1 kosten 4.1 langdurige aantasting van milieu en natuur (flora en fauna) 5.1 verstoring van het dagelijks leven 5.2 aantasting van positie van het lokale en regionale openbaar bestuur 5.3 sociaal psychologische impact 6.1 aantasting van cultureel erfgoed
Score (A-E) A Nvt Nvt A B A B Nvt B A
Impact A
B
C
C-hoog
D
D-hoog
E
Waarschijnlijkheid De waarschijnlijkheid van dit scenario wordt als “mogelijk” ingeschat. Dit heeft vooral te maken met de toename van extreme weersomstandigheden en de daarbij horende toename in neerslag tijdens zware stormen. Klasse
% waarschijnlijkheid
Kwalitatieve omschrijving
A
< 0.05
Zeer onwaarschijnlijk
B
0.05 – 0.5
Onwaarschijnlijk
C
0.5 – 5
Mogelijk
D
5 – 50
Waarschijnlijk
E
50 – 100
Zeer waarschijnlijk
Bronvermelding 1 2 3 4
Bestrijdingsplan primaire waterkering (Wetterskip 2016); LIWO, Rijkswaterstaat 2016 (Landelijke informatiesysteem water en overstroming); Hoogwaterevaluaties Waterschap Noorderzijlvest en VR Groningen (2012); Expert judgement.
Scenario
Natuurbrand Fryslân kent een aantal uitgestrekte natuurgebieden. Hierbij valt te denken aan het Drents-Friese Wold op de grens tussen Friesland en Drenthe maar bijvoorbeeld ook de duingebieden van de eilanden. Deze duingebieden hebben naast een natuurlijke en recreatieve waarde ook nog een taak in het buitenhouden van de zee en hoog water en zijn daarmee van cruciaal belang voor de Friese Waddeneilanden.
Kenmerken Voor dit scenario zijn een aantal belangrijke kenmerken geselecteerd: • De brand ontstaat door menselijk handelen; • De brand ontstaat in een periode van droogte; • De windsnelheid is gemiddeld; • Relevante natuurgebieden zijn minimaal 100 ha, daarnaast zijn de duingebieden op de eilanden relevant; • Het scenario vindt plaats in de zomerperiode, waardoor er veel mensen in de bossen en natuurgebieden aanwezig zijn; • Recreanten worden als kwetsbare groep onderscheiden in het scenario; • Vitale infrastructuur is niet specifiek meegenomen in de beschrijving, maar de kans op beschadiging van hoogspanningslijnen of waterwingebieden is reëel; • Er worden twee scenario’s opgenomen, voor Terschelling en het Drents Friese Wold; • Voor de scenario’s is gebruik gemaakt van het natuurbrandverspreidingsmodel.
Bron: RIN, Brandweer Fryslân 2021
Beschrijving Drents Friese Wold De brand ontstaat in de buurt van een autoweg die door het gebied loopt. De brand ontwikkelt zich vervolgens bewoond gebied, een tweetal verzorgingstehuizen en een groot recreatiepark. Als gevolg van de brand wordt de autoweg afgesloten voor het doorgaand verkeer. Door de tijd van het jaar bevinden zich in en rond de bossen een groot aantal mensen (vooral recreanten). Daarnaast is het terrein moeilijk begaanbaar voor de brandweer door het grote aantal onverharde (zand)paden.
Bron: Natuurbrandverspreidingsmodel
Op basis van het verspreidingsmodel bereikt de brand binnen twee uur de kwetsbare bebouwing. Er is sprake van laag overtrekkende rook, waardoor de rook op grotere afstand zal neerslaan. De woonbebouwing en de kwetsbare objecten ondervinden direct last van de rook. De grootste zorg gaat dan ook uit naar de aanwezige kwetsbare groepen op deze complexen. Aanwezige personen in de tehuizen zullen zo snel mogelijk geëvacueerd moeten worden. Door de snelle ontwikkeling van de brand, is het de vraag of dit op die termijn (binnen twee uur) mogelijk is. Dit geldt ook voor het recreatieterrein, hoewel de daar aanwezige personen zelfredzamer zijn.
Terschelling Door onbewust menselijk handelen ontstaat in de duinen van Terschelling een natuurbrand. De brand ontwikkelt zich in de richting van het bewoond gebied (noordoostelijke richting). Op het eiland is een beperkte hoeveelheid brandweermaterieel/ -personeel aanwezig. Het is hierdoor niet mogelijk om snel een peloton op te roepen voor de bestrijding van de brand. De opkomsttijd van eenheden van de vaste wal bedraagt daardoor meer dan twee uur.
Bron: Natuurbrandverspreidingsmodel
Slachtoffers en impact De beoordeling van de impact geschiedt met behulp van onderstaande tabellen: Status Doden Gewonden (T1/T2) Getroffenen Betrokkenen
Aantal 2 tot 4 4 tot 16 < 4.000 < 4.000
Impactcriterium 1.1 aantasting van de integriteit van het grondgebied 2.1 doden 2.2 ernstig gewonden en chronisch zieken 2.3 lichamelijk lijden (gebrek aan primaire levensbehoeften) 3.1 kosten 4.1 langdurige aantasting van milieu en natuur (flora en fauna) 5.1 verstoring van het dagelijks leven 5.2 aantasting van positie van het lokale en regionale openbaar bestuur 5.3 sociaal psychologische impact 6.1 aantasting van cultureel erfgoed
Score (A-E of Nvt) A B C A B B A Nvt B Nvt
Impact A
B
C
C-hoog
D
D-hoog
E
Waarschijnlijkheid De waarschijnlijkheid van dit scenario wordt als “mogelijk” ingeschat. Klasse
% waarschijnlijkheid
Kwalitatieve omschrijving
A
< 0.05
Zeer onwaarschijnlijk
B
0.05 – 0.5
Onwaarschijnlijk
C
0.5 – 5
Mogelijk
D
5 – 50
Waarschijnlijk
E
50 – 100
Zeer waarschijnlijk
‘Grotere’ incidenten die zich tussen 2009 en juli 2021 in Fryslân hebben afgespeeld en die gerelateerd aan dit scenario zijn, staan hieronder opgesomd: Datum 25 april 2011 26 juli 2018
Incident Natuurbrand Fochteloërveen Duinbrand Schiermonnikoog Meerdere grote natuurbranden op waddeneilanden en zuidoosthoek van Fryslân
Bronvermelding • • • • •
Professionele Risicokaart; Scenario natuurbrand Nationale risicobeoordeling; RIN Fryslân (Risico Index Natuurbranden); Natuurbrandverspreidingsmodel Expertjudgement.
GRIP-niveau GRIP 2 GRIP 1 GRIP 0
Scenario
Koudegolf
Volgens de definitie van een vorstdag, daalt de temperatuur op anderhalve meter boven de grond (normale waarnemingshoogte) tot onder het vriespunt. De periode waarin we in Nederland normaliter te maken kunnen krijgen met vorst en bijvoorbeeld ijzel strekt zich uit van oktober tot april. Soms komt het voor dat de temperatuur in september of mei nog onder nul komt. Door klimaatverandering zullen de winters in de toekomst warmer worden. Dit brengt tegelijk met zich mee dat strenge winters minder vaak voor zullen komen, maar mogelijk korter en heviger. Het is echter heel lastig aan te geven hoe vaak we in de toekomst nog te maken zullen krijgen met strenge winters. Diverse winters in het verleden laten zien dat hoewel de kans kleiner wordt, er nog steeds een gerede kans is op (extreem) winterweer. Vooral de winterse neerslag zoals ijzel en sneeuwjacht is problematisch.
Kenmerken Voor dit scenario zijn een aantal belangrijke kenmerken geselecteerd: • Fryslân wordt getroffen door een lange periode van winterse temperaturen winterse neerslag als sneeuw of ijzel; • Voor de benadering van het aantal slachtoffers zijn gegevens van het KNMI en VeiligheidNL gebruikt. ; • Kwetsbare groepen in dit scenario zijn ouderen, zieken, jonge kinderen en dak- en thuislozen; • Daarnaast kan ook vitale infrastructuur als gasvoorziening of hoogspanningsmasten en – leidingen getroffen worden in dit scenario.
Beschrijving Fryslân heeft enkele weken last van aanhoudend winterweer. Wegbeheerders ervaren grote moeite om de wegen gedurende deze periode schoon en begaanbaar te houden. Zoutreserves beginnen op te raken en tijdens de winterperiode ontstaan veel (kleine) verkeersongelukken. Na verloop van tijd ervaren ook aanbieders van openbaar vervoer hinder van het weer doordat de wegen minder begaanbaar worden en bovenleidingen niet meer ijsvrij te maken zijn. Op snelwegen ontstaan files die moeizaam oplossen en waar hulpdiensten minder snel bij kunnen komen door de gladheid. In de files lopen mensen kans om onderkoeld te raken. Thuiszorgorganisatie en winkeliers hebben moeite hun voorraden aan te vullen en cliënten te bereiken. Hierdoor zijn veel (oudere) mensen vaker op zichzelf aangewezen. Wanneer na de winterse periode een periode van relatief zacht weer aanbreekt, dienen zich vrijwel direct andere problemen aan. Door smeltwater en opwarming van het wegdek kan lokaal wateroverlast voorkomen of zijn spoedreparaties aan (doorgaande) wegen noodzakelijk om de verkeersveiligheid te kunnen waarborgen.
Slachtofferbeeld en impact Dagelijks komen gemiddeld twee keer zoveel mensen bij de eerste hulp terecht als onder normale weersomstandigheden. Ziekenhuisopname is in minder dan 20% noodzakelijk. Dit komt neer op 7 ziekenhuisopnames per dag. De beoordeling van de impact geschiedt met behulp van onderstaande tabellen: Status Doden Gewonden (T1/T2) Getroffenen Betrokkenen
Aantal 3 10 50 ± 650.000
Impactcriterium 1.1 aantasting van de integriteit van het grondgebied 2.1 doden 2.2 ernstig gewonden en chronisch zieken 2.3 lichamelijk lijden (gebrek aan primaire levensbehoeften) 3.1 kosten 4.1 langdurige aantasting van milieu en natuur (flora en fauna) 5.1 verstoring van het dagelijks leven 5.2 aantasting van positie van het lokale en regionale openbaar bestuur 5.3 sociaal psychologische impact 6.1 aantasting van cultureel erfgoed
Score (A-E of Nvt) Nvt B C Nvt A Nvt C Nvt A Nvt
Impact A
B
C
C-hoog
D
D-hoog
E
Waarschijnlijkheid De waarschijnlijkheid van dit scenario wordt als “waarschijnlijk” ingeschat. Klasse
% waarschijnlijkheid
Kwalitatieve omschrijving
A
< 0.05
Zeer onwaarschijnlijk
B
0.05 – 0.5
Onwaarschijnlijk
C
0.5 – 5
Mogelijk
D
5 – 50
Waarschijnlijk
E
50 – 100
Zeer waarschijnlijk
Bronvermelding 1 2
KNMI VeiligheidNL
Scenario
Hittegolf Door de opwarming van de aarde zal het aantal hittegolven in de regio toenemen. De Europese hittegolf van 2003, de warmste zomer in 500 jaar, kostte in heel Europa in totaal 30.000 mensenlevens extra. De hittegolf in 2006 in Nederland koste 1.000 mensenlevens extra. Daarnaast zal extreme hitte ook andere effecten met zich meebrengen zoals smog en het aantasten van de waterkwaliteit en kwantiteit.
Kenmerken Voor dit scenario zijn een aantal belangrijke kenmerken geselecteerd: • Uitgangspunt is een periode van vijf opeenvolgende dagen waarin tropische temperaturen worden behaald, met het vooruitzicht op nog eens drie aaneengesloten dagen 1; • Er is uitgegaan van een gemiddelde leeftijdsopbouw; • Het totaal aantal betrokkenen is gelijkgesteld aan het aantal inwoners van de provincie (649.957), CBS 2020; • Ouderen, chronisch zieken, kinderen en stadsbewoners worden als extra kwetsbaar beschouwd in dit scenario.
Beschrijving Na vijf dagen van tropische temperaturen van meer dan 30 graden worden de eerste gevolgen van het warme weer zichtbaar. Gebouwen zijn nog maar moeilijk koel te krijgen en steeds meer mensen komen alleen nog voor het hoognodige in winkels en in de steden of dorpen. Daarnaast ontstaat steeds meer drukte op de wegen richting de meren. Naast deze gevolgen hebben aanhoudende hitte en droogte ook gevolgen voor de natuur, hier neemt de kans op (natuur)brand met de dag toe. Daarnaast neemt door de warmte de luchtkwaliteit af, in stedelijke gebieden ontstaat een lichte vorm van smog. Dit bijkomende effect heeft niet direct gevolgen voor de regio, maar zorgt wel voor lichte onrust onder de bevolking. De kwaliteit van het water zal sterk achteruit gaan. Ook zal een mogelijk tekort aan water een rol gaan spelen in de publieke opinie.
Slachtofferbeeld en impact De combinatie van verslechterende luchtkwaliteit en hoge temperaturen leidt tot 10-25% extra sterfgevallen. Dit betreft vooral 65 plussers, waarbij het risico het grootst is bij mensen die ouder zijn dan 80 jaar. De beoordeling van de impact geschiedt met behulp van onderstaande tabellen: 1 Definitie landelijke hittegolf volgens KNMI: Een hittegolf is een opeenvolging van in De Bilt minimaal 5 zomerse dagen
(maximumtemperatuur 25,0 °C of hoger), waarvan er minimaal drie tropisch (maximumtemperatuur 30,0 °C of hoger) zijn.
Status
Aantal
Doden
4
Gewonden
4-16
Getroffenen
>40.000
Betrokkenen
>40.000
Impactcriterium
Score Nvt) Nvt B C Nvt A Nvt B Nvt A Nvt
1.1 aantasting van de integriteit van het grondgebied 2.1 doden 2.2 ernstig gewonden en chronisch zieken 2.3 lichamelijk lijden (gebrek aan primaire levensbehoeften) 3.1 kosten 4.1 langdurige aantasting van milieu en natuur (flora en fauna) 5.1 verstoring van het dagelijks leven 5.2 aantasting van positie van het lokale en regionale openbaar bestuur 5.3 sociaal psychologische impact 6.1 aantasting van cultureel erfgoed
(A-E
of
Impact A
B
C
C-hoog
D
D-hoog
E
Waarschijnlijkheid De waarschijnlijkheid van dit scenario verschilt per locatie binnen de regio. Zo is de kans op een hittegolf langs de kust of in het merengebied kleiner dan in het zuidoosten van de regio. Daarom wordt de waarschijnlijkheid als “mogelijk” ingeschat ten aanzien van de gebieden nabij water en “waarschijnlijk” voor de meer landinwaarts gelegen gebieden. Klasse
% waarschijnlijkheid
Kwalitatieve omschrijving
A
< 0.05
Zeer onwaarschijnlijk
B
0.05 – 0.5
Onwaarschijnlijk
C
0.5 – 5
Mogelijk
D
5 – 50
Waarschijnlijk
E
50 – 100
Zeer waarschijnlijk
Bronvermelding ▪ ▪
KNMI Nationaal hitteplan, RIVM
2.3
Gebouwde omgeving
Het meest relevante crisistype binnen dit maatschappelijke thema is een (grote) brand in een kwetsbaar object. Kwetsbare objecten zijn onder meer inrichtingen als ziekenhuizen, verzorgingshuizen, en kinderdagverblijven. De gemene deler die dit soort functies (gebouwen) met elkaar delen is dat een groot deel van de aanwezige personen actief geholpen zal moeten worden bij de ontruiming. Denk hierbij aan bedlegerige personen of jonge kinderen. Daarnaast valt ook een crisistype als een grote brand in een (oude) dichte binnenstad onder dit maatschappelijk thema. De oude binnensteden kenmerken zich door smalle straten die moeilijk bereikbaar zijn voor hulpdiensten en het relatief grote aantal mensen wat op een beperkte oppervlakte samenwoont. In het nu volgende hoofdstukken worden de volgende scenario’s uitgewerkt: ▪ ▪ ▪
Brand in kwetsbaar object; Brand bij evenement in gebouw; Brand in dichte binnenstad.