CConstaterende datwaadhoeke
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2a. Bitgum - Hillige Kamp en Hemmemastrjitte_Toelichting

Gemeenteraad Waadhoeke 21 december 2023, gemeente waadhoekeBij agendapunt: Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan Bitgum - Hillige Kamp en Hemmemastrjitte15.767 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

bestemmingsplan Bitgum - Hillige Kamp en Hemmemastrjitte vastgesteld

bestemmingsplan Toelichting

Bitgum - Hillige Kamp en Hemmemastrjitte vastgesteld

bestemmingsplan Bitgum - Hillige Kamp en Hemmemastrjitte

Inhoudsopgave

Toelichting

5

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Plangebied 1.3 Geldend bestemmingsplan 1.4 Leeswijzer

7 7 7 9 11

Hoofdstuk 2 Planvoornemen 2.1 Huidige situatie 2.2 Toekomstige situatie

13 13 15

Hoofdstuk 3 Beleidskader 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Gemeentelijk beleid

19 19 21 24

Hoofdstuk 4 Omgevingsaspecten 4.1 Water 4.2 Bodem 4.3 Milieuhinder 4.4 Erfgoed 4.5 Externe veiligheid 4.6 Ecologie 4.7 Luchtkwaliteit 4.8 Verkeer en parkeren 4.9 M.e.r.-verantwoording

29 29 30 32 34 35 36 39 39 40

Hoofdstuk 5 Juridische toelichting 5.1 Plansystematiek 5.2 Toelichting op de regels 5.3 Toelichting op de bestemmingen

43 43 43 45

Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid 6.1 Economische uitvoerbaarheid 6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid

47 47 47

3

bestemmingsplan Bitgum - Hillige Kamp en Hemmemastrjitte

4

bestemmingsplan Bitgum - Hillige Kamp en Hemmemastrjitte

Toelichting

5

bestemmingsplan Bitgum - Hillige Kamp en Hemmemastrjitte

6

bestemmingsplan Bitgum - Hillige Kamp en Hemmemastrjitte

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Wonen Noordwest Friesland is voornemens om het gebied ter plaatse van de Franskeleane, Jonkersleane, Hillige Kamp en Hemmemastrjitte in Bitgum, te herstructureren. Een eerste aanzet voor de herstructurering heeft reeds plaatsgevonden aan de Hemmastrjitte. Het oorspronkelijke rijtje van zes woningen is vervangen door vijf woningen; een rijtje van drie en een twee onder één kapper. De schaal van de nu voorliggende herstructurering biedt de kans om eens verder te denken dan alleen sloop- en nieuwbouw. Er is nu de mogelijkheid om met een herstructurering te komen tot een nieuwe, meer bij de tijd passende stedenbouwkundige opzet. Het plan is om het groene binnenterrein op te heffen, omdat deze opzet met een binnentuin niet meer past bij de huidige tijd. Deze keuze geeft de kans om de openbare ruimte te vergroten en de stedenbouwkundige structuur te veranderen en/of te versterken. De herstructurering ziet op de sloop van alle 46 bestaande woningen in het plangebied en de realisatie van 50 nieuwe woningen. Dit is het ontwikkelgebied. Op grond van het geldend bestemmingsplan is de voorgenomen ontwikkeling niet mogelijk. Een nieuw bestemmingsplan dat voorziet in de benodigde planologisch-juridische kaders moet worden opgesteld om de herstructurering mogelijk te maken. Voorliggend plan voorziet daarin.

Daarnaast is het bestemmingsplan uitgebreid met een gebiedsaanduiding die op de desbetreffende locaties het maximum aantal woningen vast legt. Het vastleggen van het aantal wooneenheden ziet op een deel van de woonbebouwing om het herstructureringsgebied heen. De systematiek van het bestemmingsplan in Bitgum is dat er in de woonbestemmingen is gewerkt met grote bouwvlakken waarin per bouwvlak het maximum aantal woningen is aangeduid. Het plangebied voor de herstructurering is echter beperkter dan de hiervoor bedoelde bouwvlakken. Omdat de maximale woningaantallen in deze gebieden na vaststelling van het bestemmingsplan Herstructurering Bitgum niet (meer) overeen komen met de feitelijke aantallen zoals opgenomen in het bestemmingsplan Bitgum-Bitgummole 2017 dient dit met elkaar in overeenstemming te worden gebracht. Het gaat hier enkel om het juridisch vastleggen van de reeds aanwezige en bestaande woningen. De bestaande (bouw- en gebruiks)rechten van deze woningen wijzigen niet. Hiervoor kan worden teruggevallen op het bestemmingsplan 'Bitgum - Bitgummole', zoals dat is vastgesteld op 2 november 2017.

1.2

Plangebied

Het plangebied is gelegen aan de zuidwestelijke zijde van het dorp Bitgum. Het plangebied heeft betrekking op het woongebied aan de Jonkersleane, Frânskeleane, Hemmemastrjitte, Hillige Kamp, en de daarbij behorende straten en openbare groenvoorzieningen. Ook heeft het plangebied betrekking op een aantal woningen die aan de Tolve zijn gesitueerd. Voor de complete begrenzing van het plangebied wordt verwezen naar de verbeelding behorend bij dit bestemmingsplan. Ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling is het plangebied, zoals in paragraaf 1.1 al is uitgelegd, in twee deelgebieden, te weten: het deelgebied dat betrekking heeft op de feitelijke herstructurering; het deelgebied (vier gebieden) voor het vastleggen van de bestaande woningaantallen. In onderstaande figuren is de begrenzing van beide deelgebieden weergegeven.

7

bestemmingsplan Bitgum - Hillige Kamp en Hemmemastrjitte

Figuur 1: ligging deelgebied herstructurering

De herstructurering heeft betrekking op verschillende (typen) woningen en bijbehorende erven aan de Franskeleane, Jonkersleane, Hillige Kamp en Hemmastrjitte. In totaal gaat het hier om 46 woningen. De wegen maken deel uit van het plangebied, maar blijven met de herstructurering gehandhaafd.

8

bestemmingsplan Bitgum - Hillige Kamp en Hemmemastrjitte

Figuur 2: ligging deelgebied woningaantallen

Het vastleggen van de woningaantallen heeft betrekking op diverse woningen aan de Hillige Kamp, Jonkersleane en de Tolve. Het betreft in alle gevallen bestaande aanwezige woonpercelen die grenzen aan het plangebied van de herstructurering. In bovenstaand figuur zijn deze groen weergegeven.

1.3

Geldend bestemmingsplan

Het bestemmingsplan 'Bitgum - Bitgummolle 2017' (vastgesteld 2 november 2017) is op beide plangebieden van toepassing. Onderstaand fragment geeft een uitsnede van de bestemmingsplankaart weer.

9

bestemmingsplan Bitgum - Hillige Kamp en Hemmemastrjitte

Figuur 3: uitsnede geldend bestemmingsplan

In de bestaande situatie is het plangebied bestemd als 'Wonen'. Deze gronden zijn bestemd voor woonhuizen, al dan niet in combinatie met een aan-huis-verbonden beroep of bedrijf. Met een bouwvlak is aangegeven waar gebouwd mag worden. Met een maatvoeringsaanduiding is het maximaal aantal toegestane wooneenheden evenals de maximum goot- en bouwhoogte aangegeven. Er zijn tevens enkele woningen aangeduid als 'karakteristiek'. De maximale goot- en bouwhoogte en minimale dakhelling van hoofdgebouwen mag hier niet meer bedragen dan in de bestaande situatie het geval is. Daarnaast is een klein deel van het plangebied bestemd als 'Bedrijf - Nutsbedrijf'. Deze gronden zijn bestemd voor voorzieningen ten behoeve van het openbaar nut, zoals transformatorgebouwen, gebouwen ten behoeve van de gasvoorzieningen en naar de aard daarmee gelijk te stellen gebouwen. De straten in het plangebied zijn bestemd als 'Verkeer - Verblijf'. De als zodanig bestemde gronden zijn bestemd voor wegen en straten, paden, parkeervoorzieningen, groenvoorzieningne en water. Ook zijn dammen, duikers en bruggen in de bestemming begrepen. Het plangebied valt binnen de gebiedsaanduidingen 'luchtvaartverkeerzone - ils verstoringsgebied 1' en 'luchtvaarverkeerszone - obstakelbeheergebied'.

De gronden ter plaatse van de aanduiding 'luchtvaartverkeerzone - ils verstoringsgebied 1' zijn, naast de voor die gronden aangewezen bestemming(en), mede aangeduid voor het voorkomen van verstoring van het ILS systeem van de vliegbasis Leeuwarden. De gronden ter plaatse van de aanduiding “luchtvaartverkeerzone – obstakelbeheergebied” zijn, naast de voor die gronden aangewezen bestemming(en), mede aangeduid voor het tegengaan van te hoge bouwwerken en beplantingen in verband met de gebruiksmogelijkheden en veiligheidssituatie van de vliegbasis Leeuwarden, waaronder begrepen het vrijhouden van de invliegfunnel.

10

bestemmingsplan Bitgum - Hillige Kamp en Hemmemastrjitte

Ook gelden in het plangebied twee archeologische dubbelbestemmingen, te weten 'Waarde - Archeologie 2' en 'Waarde - Archeologie 3'. Het noordelijke deel van het plangebied is bestemd als 'Waarde - Archeologie 2'. Het zuidelijke gedeelte van het plangebied is bestemd als 'Waarde - Archeologie 3'. Zie ter verduidelijking de verbeelding behorend bij dit bestemmingsplan. Beide dubbelbestemmingen dienen ter behoud en bescherming van de archeologische waarden van de gronden. Naar aanleiding van het uitgevoerde archeologisch onderzoek kan een deel van het plangebied worden vrijgegeven en is voor een deel nog nader proefsleuvenonderzoek nodig. Zie paragraaf 4.4.1

1.4

Leeswijzer

De toelichting van dit bestemmingsplan is opgedeeld in zes hoofdstukken. Na deze inleiding volgt een planbeschrijving. Hoofdstuk drie geeft een beschrijving van het huidige beleid dat op het plangebied van toepassing is. In hoofdstuk vier wordt verslag gedaan van het onderzoek naar de randvoorwaarden en belemmeringen die vanuit verschillende planologische en milieukundige toetsingkaders gelden. Hoofdstuk vijf bestaat uit een juridische toelichting op het bestemmingsplan en hoofdstuk zes gaat in op zowel de maatschappelijke als de economische uitvoerbaarheid van het plan.

11

bestemmingsplan Bitgum - Hillige Kamp en Hemmemastrjitte

12

bestemmingsplan Bitgum - Hillige Kamp en Hemmemastrjitte

Hoofdstuk 2 2.1

Planvoornemen

Huidige situatie

In het plangebied zijn vijf oudere woningtypen herkenbaar. Een blok rijenwoning met 6 woningen (zuidzijde Hemmemastrjitte) is inmiddels vervangen door door vijf woningen; een rijtje van drie en een twee onder één kapper. De verschillende typen zijn op (lucht)foto's hieronder aangegeven. Type A bestaat uit 22 twee-onder-één-kapwoningen die in de jaren '20 van de vorige eeuw zijn gebouwd. Type B bestaat 10 twee-onder-één-kapwoningen die in de jaren '50 van de vorige eeuw zijn gebouwd. Type C bestaat uit één twee-onder-één-kapwoning en vier rijenwoningen die in de jaren '50 van de vorige eeuw zijn gebouwd. Type D bestaat uit twee blokjes van vier rijenwoningen die in de jaren '50 van de vorige eeuw zijn gebouwd.

Figuur 4. Woningtypen in het plangebied.

Onderstaande fragmenten geven een overzicht van de verschillende aanwezige woningtypen.

13

bestemmingsplan Bitgum - Hillige Kamp en Hemmemastrjitte

Figuur 5. Woningtype A aan de Franskeleane (links) en de Jonkersleane (rechts)

Figuur 6. Woningtype B aan de Hillige Kamp (links) en woningtype C en D aan de Hemmemastrjitte (rechts)

Naast het voorgaande bevindt zich tussen de woningen in het noorden van het plangebied een groene binnentuin. Onderstaand figuur geeft een gedeelte van dit terrein weer.

14

bestemmingsplan Bitgum - Hillige Kamp en Hemmemastrjitte

Figuur 7: overzicht Groen binnenterrein noordelijke woningen (bron: GoogleMaps)

Dergelijke groene binnentuinen werden vroeger gebruikt als gezamenlijke moestuin voor aanwonenden. In de bestaande situatie is dit echter niet meer het geval. De binnentuin heeft daardoor in de huidige situatie geen functie meer.

2.2

Toekomstige situatie

2.2.1

Planvoornemen bestaande woningaantallen

De bestaande een feitelijk aanwezige woningaantallen in dit deelgebied gelegen woningaantallen worden juridisch geborgd. Het gaat hier om de volgende aantallen (zie figuur 2 voor de gebieden). Het meest noordelijk gelegen vlak: 1 woning Het westelijk gelegen vlak: 8 woningen Het driehoekige middenvlak: 17 woningen Het meest zuidoostelijk gelegen vlak: 7 woningen 2.2.2

Planvoornemen herstructurering

In de toekomstige situatie worden alle 46 bestaande woningen in het plangebied gesloopt en voorziet het plan in de nieuwbouw van 50 woningen onderverdeeld in: 39 sociale huurwoningen voor 1-2 persoonshuishoudens; 3 sociale huurwoningen voor gezinnen; 4 levensloopbestendige sociale huurwoningen; 4 koopwoningen. Al met al is er in de toekomstige situatie sprake van een toevoeging van vier woningen op het bestaande aantal. Dit zijn de vier koopwoningen. Uitgangspunt van het project is het ontwikkelen van een toekomstbestendig, duurzaam en leefbaar woongebied dat de kwaliteit van de bestaande kern Bitgum versterkt. Om deze doelstelling te realiseren is voor het plangebied een stedenbouwkundig plan opgesteld. Het stedenbouwkundig plan is onderstaand weergegeven en tevens als Bijlage 1 bijgevoegd.

15

bestemmingsplan Bitgum - Hillige Kamp en Hemmemastrjitte

Figuur 8: uitsnede plattegrond stedenbouwkundige inpassing

Bij de totstandkoming van het stedenbouwkundig plan waren de volgende uitgangspunten leidend: Behoud van het contrast tussen de bebouwingsstructuur op de terp en de buurten, waarbij behoud van de herkenbaarheid van de verkavelingsstructuur in de buurten is gewenst. Het aantasten van de waterlijn langs de westrand van het dorp moet worden voorkomen. Behoud van de Jonkersleane en het verlengde van de Hemmemastrjitte als verbinding met het landschap. Aansluiten bij de schaal van de bebouwing. Het toevoegen van structureel groen in het straatbeeld betekent een meerwaarde voor het aanzicht van het dorp en de buurten.

16

bestemmingsplan Bitgum - Hillige Kamp en Hemmemastrjitte

Het stedenbouwkundig plan gaat voor een groot deel uit van behoud van de bestaande structuur. De nieuwbouw is geïnspireerd op de oorspronkelijke architectuur van de bestaande woningen. Zo worden de karakteristieken van de in het plangebied aanwezige Delftsrode woningen (zie 4.4.2) opnieuw gebruikt bij de architectonische vormgeving van de nieuwe woningen. De bestaande cultuurhistorische waarden worden dus op hoofdlijnen gerespecteerd. Deze worden op een nieuwe manier ingezet om het gebied tot een toekomstbestendige ruimtelijke situatie te transformeren. Door sloop van de woningen aan de Frânskesleane ontstaan er mogelijkheden om verkeersafremmende maatregelen toe te passen. Tevens ontstaan door de herstructurering meer wegen van rechts, wat leidt tot lagere snelheden van het ter plaatse manoeuvrerende verkeer. Aan het zuidelijke deel van de Frânkesleane en aan de Jonkersleane blijft het ruimtelijk beeld ongewijzigd. Aan de Hillige Kamp worden twee blokjes woningen min of meer op de huidige plek gehandhaafd. Aan het noordelijk deel van de Frânskeleane worden de erven versmald en omgezet in groene openbare ruimte. Het groene beeld blijft hierdoor intact. Er worden doorsteken gemaakt over het binnenterrein naar de Hillige Kamp; deze plekken/aansluitingen worden benut voor verkeersremmende maatregelen. Aan deze doorsteken worden vervolgens nieuwe woningen gesitueerd.

Ook worden hier groene openbare ruimten gemaakt. Het resultaat van de ingrepen is een beeld van woningen in een ruime groene setting, maar dan veel meer in een publieke setting. Tevens wordt door de hiervoor beschreven inrichtingsmaatregelen een functie toegekend aan de voormalige binnentuin tussen de woningen aan de Hillige Kamp en Frânskeleane in. Bij de herinrichting van het openbaar gebied zal rekening gehouden worden met aspecten als hitte stressbestendigheid, biodiversiteit en klimaat adaptieve maatregelen. Onder andere door middel van het aanbrengen van bomen en andere aanvullende groenvoorzieningen. Het profiel van de Hemmemastrjitte wordt verruimd om zicht naar buiten vorm te geven. Parkeren vindt grotendeels plaats op eigen erf.

17

bestemmingsplan Bitgum - Hillige Kamp en Hemmemastrjitte

18

bestemmingsplan Bitgum - Hillige Kamp en Hemmemastrjitte

Hoofdstuk 3

Beleidskader

3.1

Rijksbeleid

3.1.1

Nationale omgevingsvisie (NOVI)

De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een duurzaam perspectief voor de leefomgeving. Hiermee kan ingespeeld worden op de grote uitdagingen die voorliggen. Allerlei trends en ontwikkelingen van Nederland hebben invloed op de leefomgeving. Veranderende en groeiende steden, de overgang naar een duurzame en circulaire economie en het aanpassen aan de gevolgen van de klimaatverandering vormen slechts een deel van de opgave. Dit biedt kansen, maar vraagt wel om zorgvuldige keuzes. Want de ruimte, zowel boven-, als ondergronds, is een schaars goed. Het combineren van al die opgaven vraagt een nieuwe manier van werken. Niet van bovenaf opgelegd, maar in goede samenwerking tussen overheden, bedrijven, kennisinstellingen, maatschappelijke organisaties en burgers. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt. Met de NOVI wordt een proces in gang gezet waarmee keuzes voor de leefomgeving sneller en beter kunnen worden gemaakt. De NOVI komt voort uit de Omgevingswet, die op 1 januari 2024 in werking treedt.

De NOVI vervangt, samen met het Besluit Kwaliteit Leefomgeving (BKL) de SVIR, het Barro en het Bro. Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten: 1. 2. 3. 4.

ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie duurzaam economisch groeipotentieel sterke en gezonde steden en regio's toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied

De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win-situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI zoekt de rijksoverheid naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat onze leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. De NOVI vindt haar doorwerking in het regionale en lokale beleid waaraan uiteindelijk plannen zullen worden getoetst. Relatie met de voorgenomen ontwikkeling De beoogde ontwikkeling zoals benoemd in paragraaf 2.2 heeft geen raakvlakken met het beleid zoals benoemd in de NOVI.

19

bestemmingsplan Bitgum - Hillige Kamp en Hemmemastrjitte

3.1.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening

In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro), ook wel bekend onder de naam Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) Ruimte, zijn de nationale belangen voorzien van juridische kaders, waarmee de doorwerking van de nationale belangen op ruimtelijk gebied is geborgd. Koppeling nationaal belang Defensie in artikel 2.6 van het Barro betreft één van de nationale belangen die in het Barro zijn opgenomen. In het Barro is onder andere vastgelegd dat bij bestemmingsplanherzieningen in een plangebied rekening dient te worden gehouden met de ruimtelijke beperkingen die voortkomen uit militaire activiteiten. In Bitgum geldt dat rekening dient gehouden te worden met het aanwezige obstakelbeheergebied van Vliegbasis Leeuwarden. In het geldend bestemmingsplan 'Bitgum - Bitgummole 2017' is rekening gehouden met Vliegbasis Leeuwarden door het opnemen van twee gebiedsaanduidingen, te weten 'luchtvaartverkeerzone - ils verstoringsgebied' en 'luchtvaartverkeerzone - obstakelbeheergebied'. De gebiedsaanduiding 'luchtvaartverkeerzone - ILS verstoringsgebied 1' is opgenomen om verstoring van het ILS systeem van de vliegbasis Leeuwarden te voorkomen.

De gebiedsaanduiding 'luchtvaartverkeerzone - obstakelbeheergebied' is opgenomen ten behoeve van het tegengaan van te hoge bouwwerken en beplantingen in verband met de gebruiksmogelijkheden en veiligheidssituatie van de vliegbasis Leeuwarden, waaronder begrepen het vrijhouden van de invliegfunnel. Relatie met de voorgenomen ontwikkeling In dit bestemmingsplan zijn de voornoemde twee gebiedsaanduidingen en bijbehorende bouw- en gebruiksregels overgenomen. Met de onderhavige bestemmingsplanherziening blijven de gebiedsaanduidingen dan ook ongewijzigd van toepassing. Hiermee zijn de ruimtelijke beperkingen afkomstig van de vliegbasis geborgd. Het planvoornemen is niet in strijd met de regels uit het Barro. 3.1.3

Ladder duurzame verstedelijking

De ladder voor duurzame verstedelijking is een motiveringseis die in de SVIR is geïntroduceerd. In het Bro (artikel 3.1.6) is geregeld dat bij ruimtelijke projecten voorzien moet worden in duurzame verstedelijking. In geval van nieuwe stedelijke ontwikkelingen moet een beschrijving worden gegeven van de behoefte aan die ontwikkeling en wanneer deze plaatsvindt buiten het bestaand stedelijk gebied, moet er tevens gemotiveerd worden waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Het plangebied valt binnen de begrenzing van het bestaand stedelijk gebied, zoals aangegeven door de provincie Fryslân. Als definitie voor stedelijke ontwikkeling is in het Bro opgenomen: ‘ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen'. Er is in de wetgeving geen ondergrens bepaald voor wat een ‘stedelijke ontwikkeling’ is. In een uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (ECLI:NL:RVS:2017:1724) wordt de juridische lijn ten aanzien van de toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking uiteengezet (overzichtsuitspraak ladder voor duurzame verstedelijking, gepubliceerd op 28 juni 2017).

Relatie met de voorgenomen ontwikkeling Uit het bovenstaande wordt duidelijk dat de Ladder voor duurzame verstedelijking alleen geldt voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Uit de overzichtsuitspraak wordt duidelijk dat een bestemmingsplan dat voorziet in minder dan 11 woningen niet voorziet in een stedelijke ontwikkeling zoals deze op basis van het Bro is gedefinieerd. Dit bestemmingsplan voorziet per saldo in 4 extra woningen. Het planvoornemen is daarom niet aan te merken als stedelijke ontwikkeling. Nu er geen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling, hoeft de laddertoets niet te worden doorlopen. In het kader van de uitvoerbaarheid van het plan, moet er wel worden aangetoond dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Hoofdstuk 4 gaat hier nader op in.

20

bestemmingsplan Bitgum - Hillige Kamp en Hemmemastrjitte

3.2

Provinciaal beleid

3.2.1

Omgevingsvisie Fryslân

De Omgevingsvisie is één van de instrumenten van de nieuwe Omgevingswet. In de Omgevingsvisie Fryslân, 'De Romte Diele' geheten, staat waar de provincie met de leefomgeving van Fryslân naar toe wil: de ambitie en doelen voor de toekomst. Het is een integrale visie voor de lange termijn op een tamelijk hoog abstractieniveau. De visie geeft de richting aan waar de provincie met allerlei partijen naar toe wil werken. Dit gebeurt in programma’s, concrete projecten en initiatieven, en zo nodig ook in regels. De provinciale omgevingsvisie vervangt het strategisch beleid van de provincie in het streekplan, milieubeleidsplan, waterhuishoudingsplan en het verkeer- en vervoerplan. In de visie is aangegeven wat de provincie doet om de huidige basiskwaliteiten van de Friese leefomgeving op orde te houden. Daarnaast wil de provincie extra inzetten op vier urgente, integrale opgaven, te weten: 1. 2. 3. 4.

Fryslân vitaal, leefbaar en bereikbaar houden Energietransitie met kracht voortzetten Fryslân klimaatadaptatief inrichten Versterken biodiversiteit

Naast de integrale opgaven hanteert de Omgevingsvisie een aantal inhoudelijke principes. Deze principes staan voor de manier van werken, en geven richting aan keuzes, projecten en plannen voor de fysieke leefomgeving. Een inhoudelijk principe dat nauw aansluit op het planvoornemen is 'Omgevingskwaliteit als ontwerpbasis'. Dit principe richt zich erop dat nieuwe ontwikkelingen voortbouwen op bestaande omgevingskwaliteiten. Daarbij is aandacht voor eigenheid en identiteit. In dit principe vormen omgevingskwaliteiten het vertrekpunt voor de inpassing van ontwikkelingen. Dit betekent dat ontwikkelingen voortbouwen op bestaande kwaliteiten en deze waar mogelijk versterken of doorontwikkelen. Het principe gaat uit van maatwerk. Elke plek is anders en heeft andere kwaliteiten. Op basis van de omgevingskwaliteiten van gebieden wordt gezocht naar juiste plekken. Zo kan, afhankelijk van de aard en schaal van een ontwikkeling bijvoorbeeld sprake zijn van: inpassen, waarbij de kenmerken van een gebied in stand blijven en nieuwe ontwikkelingen zich daarin voegen. De voorgenomen herontwikkeling bouwt voort op de bestaande kwaliteiten van het dorp doordat het een andere, beter passende invulling geeft aan het plangebied. De huidige woningen in het plangebied voldoen niet meer aan de eisen van deze tijd waardoor ze afbreuk doen aan het dorpsbeeld.

De beoogde invulling van het perceel stopt deze afbreuk en zal zich invoegen binnen de bestaande kwaliteiten van het dorp (zie ook 2.2.2 en 4.4.2). Naar aanleiding hiervan draagt het planvoornemen bij aan de Omgevingsvisie van de provincie Fryslân. Natuurinclusief ontwerpen In de Omgevingsvisie De Romte Diele wordt ingezet op natuurinclusief ontwerpen bij nieuwe ontwikkelingen. Dit is mogelijk door bij het ontwerp rekening te houden met maatregelen die een positief ecologisch effect sorteren. Bij de uitwerking van de woningen en inrichting van de erven zal rekening worden gehouden met natuurinclusief bouwen. Voorbeelden waaraan wordt gedacht zijn: natuurlijke erfafscheidingen die uit hagen en beuken bestaan en een natuurlijke omgeving creëren of vegetatie op het terrein die in elk seizoen bloeiende planten heeft/rijk is aan nectar en stuifmeel. Op basis van het voorgaande kan gesteld worden er bij het plan rekening wordt gehouden met natuurinclusieve maatregelen. Relatie met de voorgenomen ontwikkeling Het planvoornemen staat in lijn met de doelen en ambities van de provinciale omgevingsvisie.

21

bestemmingsplan Bitgum - Hillige Kamp en Hemmemastrjitte

3.2.2

Verordening Romte

In de Verordening Romte zijn concrete regels gesteld die ervoor moeten zorgen dat de provinciale ruimtelijke belangen doorwerken in de gemeentelijke ruimtelijke plannen. In de verordening is onder meer de grens tussen het bestaand stedelijk gebied en landelijk gebied vastgelegd. In stedelijk gebied bestaat een grotere mate van beleidsvrijheid wat betreft de ruimtelijke ordening dan in het landelijk gebied. Het plangebied ligt binnen de begrenzing van bestaand stedelijk gebied zoals door de provincie aangegeven. Op grond van de verordening kan een ruimtelijk plan mogelijkheden voor woningbouw bevatten indien de aantallen en de kwaliteit van de woningbouw in overeenstemming zijn met een woonplan, dat de schriftelijke instemming van Gedeputeerde Staten heeft. Uit paragraaf 3.3.1 blijkt dat de voorgenomen herstructuringsopgave opgenomen is in het herstructureringsprogramma van de gemeente Waadhoeke. Dit herstructureringsprogramma is onderdeel van het woningbouwprogramma van Waadhoeke. Bovendien hebben de gemeente Waadhoeke en de provincie Fryslân de afspraak gemaakt dat binnenstedelijk plafondloos mag worden gebouwd. Hierbij is geen maximaal aantal woningen vastgelegd. Het aantal extra woningen in dit plan is daarom per definitie toegestaan. Het planvoornemen is conform de Verordening Romte.

Relatie met de voorgenomen ontwikkeling De voorgenomen ontwikkeling past in de Verordening Romte Fryslân. 3.2.3

Structuurvisie Grutsk op 'e romte

In de Verordening Romte wordt diverse keren verwezen naar de structuurvisie Grutsk op 'e romte. In deze thematische structuurvisie zijn landschappelijke en cultuurhistorische structuren van provinciaal belang in samenhang geanalyseerd en gewaardeerd. In de Verordening Romte staat dat de structuurvisie Grutsk mede gebaseerd is op de Cultuurhistorische kaart Fryslân (CHK2). In het kader van de uitvoerbaarheid van de voorgenomen ontwikkeling zijn de structuurvisie Grutsk op 'e romte en de CHK2 geraadpleegd. De CHK2 is geraadpleegd om de aanwezigheid van belangwekkende cultuurhistorische elementen en objecten aan te kunnen tonen. Hieruit komen de volgende vier aspecten naar voren waarmee rekening moet worden gehouden: In de laag “Oude Paden Nieuwe Wegen ” staat de Frânskeleane aangegeven. Een deel van de woningen staat in de laag “Delfsrood” aangegeven. Een deel van de woningen staat in de laag “Wederopbouw wijken” voor de periode 1950 – 1960 aangegeven. Een deel van de woningen wordt aangemerkt als “Jongere bouwkunst 1850-1940”. De Frânskeleane blijft gehandhaafd en daarmee herkenbaar. Het planvoornemen doet op dit punt dan ook geen afbreuk aan de aanwezige cultuurhistorische waarde. Daarnaast blijkt dat de bestaande bebouwing als jonge bouwkunst wordt aangemerkt. Dit heeft betrekking op sociale woningbouw uit het begin van de 20e eeuw.

Een deel van bebouwing wordt eveneens als 'Delfts Rood' aangemerkt. In het plangebied is derhalve sprake van karakteristieke panden, maar niet van als zodanig aangewezen monumenten. De woningen in het plangebied zijn niet meer van deze tijd. Het voorliggende bestemmingsplan betreft een gedeeltelijke herziening van het geldende bestemmingsplan, vastgesteld op 2 november 2017. In de toelichting van het geldende bestemmingsplan wordt uitvoerig ingegaan op de cultuurhistorie, deels gebruikmakend van de CHK2 van de provincie. In dat bestemmingsplan zijn diverse beschermingsregelingen ten aanzien van cultuurhistorie getroffen. De regeling voor het plangebied is enkel gericht op bescherming van de hoofdvorm. Behoud van de woningen kan niet worden afgedwongen. Daarnaast is er hier geen sprake van een beschermd dorpsgezicht. Dit gegeven is destijds mede vertrekpunt geweest voor de overleggen met de partijen om te komen tot een verantwoorde herstructurering van de woningvoorraad in Bitgum. Dit participatieproces heeft uiteindelijk

22

bestemmingsplan Bitgum - Hillige Kamp en Hemmemastrjitte

geleid tot het voorliggende plan, waarbij op de volgende wijze rekening is gehouden met de cultuurhistorische waarden en het karakter van de wijk: 5. 6. 7.

De stedenbouwkundige structuur, waarvan ook een historische weg deel uitmaakt wordt in hoofdopzet gehandhaafd; Qua woningtypologie wordt aansluiting gezocht bij de bestaande bebouwing; Qua architectuur wordt gekozen voor een passend ontwerp. Passend in het dorp, passend op de locatie en refererend naar de woningen die hier hebben gestaan.

De bestaande stedenbouwkundige opzet van het plangebied is gedateerd en past niet meer bij het huidige tijdperk. Een voorbeeld waaruit dit blijkt heeft betrekking op de binnentuin tussen de Frânskeleane en de Hillige Kamp in. Een dergelijk binnenterrein werd vroeger gebruikt als moestuin door aanwonenden. Tegenwoordig gebeurt dit niet meer en heeft het groene terrein geen functie. Door middel van de herstructurering wordt er een woon-/openbare groenfunctie toegekend aan dit terrein (zie 2.2.2). Dit leidt tot een stedenbouwkundige structuur die meer bij deze tijd past. De herstructurering voorziet in een woongebied bestaande uit meer bij deze tijd passende woningtypen, waarbij de nieuwbouw geïnspireerd is op de oorspronkelijke architectuur van de bestaande woningen. De karakteristieke waarde van de bestaande woningen wordt doormiddel van de herstructurering op een moderne, in aard en schaal passende wijze teruggebracht in het plangebied. Hierbij kan nog worden opgemerkt dat er voor het plangebied geen apart beeldkwaliteitsplan wordt vastgesteld. De gemeentelijke welstandsnota is en blijft op deze locatie van toepassing. Deze nota is toegespitst op de huidige bebouwing, passend in een dorp.

Doordat de te realiseren woningen moeten voldoen aan de uitgangspunten van de welstandsnota is geborgd dat aan de bestaande architectuur gerefereerd wordt, en dat de architectuur passend is in de omgeving. Provinciale belangen Voorts wordt uit de structuurvisie Grutsk op 'e romte duidelijk dat de provinciale belangen zich in de omgeving van het plangebied voornamelijk richten op het behoud van landschappelijke structuren, zoals de (lineaire) structuren van terpdorpen in het kleiterpengebied, dorpssilhouetten en de ritmiek van dorpen als leesbare afzonderlijke eenheden op kwelderwallen. Het planvoornemen voorziet in herstructurering en het vastleggen van woningaantallen in de kern Bitgum en heeft daarmee geen invloed op de grootschalige landschappelijke structuren waaraan de provincie belang hecht. Na herstructurering blijft de ritmiek/structuur van terpdorpen als eenheden op de kwelderwal behouden. Er wordt geen extra beslag op de ruimte gedaan. Er is derhalve geen sprake van een wijziging in de lineaire terpdorpenstructuur waarvan Bitgum onderdeel uitmaakt. Daarnaast blijft de hoofdopzet van het herstructureringsgebied in grote lijnen hetzelfde. Het dorpssilhouet van Bitgum blijft daardoor herkenbaar. Ook sluit de nieuwe bebouwing qua aard, dorpsbeeld en karakteristieke waarde aan op de bestaande bebouwing in Bitgum (zie ook paragraaf 2.2.2).

De karakteristieke elementen en cultuurhistorische waarden van de bestaande bebouwing worden op een nieuwe manier ingezet om het gebied te transformeren tot een toekomstbestendige ruimtelijke situatie. Relatie met de voorgenomen ontwikkeling Al met al is het planvoornemen passend binnen de structuurvisie Grutsk op 'e romte. Bestaande cultuurhistorische waarden zoals aangegeven op de CHK2 worden gerespecteerd bij de herstructurering.

23

bestemmingsplan Bitgum - Hillige Kamp en Hemmemastrjitte

3.3

Gemeentelijk beleid

3.3.1

Woonvisie Waadhoeke 2020-3030 samen sterk

De gemeente Waadhoeke bestaat uit de stad Franeker, veertig dorpen, acht wijken en meerdere buurtschappen. Er zijn ontwikkelingen die alle wijken en dorpen raken. Tegelijkertijd is elk dorp en elke wijk even belangrijk. De gemeente Waadhoeke is van mening dat plannen met oog voor het lokale en met ruimte voor maatwerk het meest opleveren, met als kanttekening dat er wel oog moet zijn voor het grotere geheel. Om grip te krijgen op de balans tussen die twee aspecten, is de woonvisie Waadhoeke in het leven geroepen. De visie heeft als doel om projecten in gang te zetten die bijdragen aan het lange termijn doel. De hoofdlijn van de woonvisie geldt voor een periode van 10 jaar, tot 1 januari 2030. In de woonvisie gaat de gemeente onder andere in op 'ruimte voor nieuwbouw'. De gemeente geeft aan ruimte te bieden maar zelf ook wat te verwachten. Ze hanteren criteria op hoofdlijnen om te beoordelen wanneer een plan meerwaarde heeft. Zo maakt de gemeente keuzes of een prioritering tussen plannen. Er wordt eerder meegewerkt aan initiatieven naarmate zij duidelijk aan meerdere van de volgende uitgangspunten voldoen: Het initiatief of plan is vraagvolgend en de initiatiefnemer kan dit aantonen. Daarbij moet er oog zijn voor eventuele concurrentie met andere plannen. Er is draagvlak in het dorp/wijk. Het initiatief of plan maakt de plek en omgeving ruimtelijk beter.

Behoud van kwaliteitsgroen is belangrijk. Wanneer er in een dorp/wijk meer ruimte is dan vraag naar woningen is een lagere woningdichtheid gewenst. Voorliggend plan is vraagvolgend, gelet op het grootse tekort aan woningen in het land. Daarnaast heeft in kader van de herstructurering uitgebreide raadpleging van wensen en ideeën van buurtbewoners plaatsgevonden. Hun wensen vormden belangrijke uitgangspunten bij de totstandkoming van het stedenbouwkundig plan. Geacht wordt dat er daardoor sprake is van draagvlak in het dorp/ de wijk. Daarnaast blijkt uit paragraaf 2.2 dat het plan leidt tot een versterking/verbetering van de stedenbouwkundige structuur van het plangebied. Ook is kwaliteitsgroen in het ontwerp zoveel mogelijk behouden en/of extra toegevoegd. Er is dan ook sprake van een plan dat de plek en omgeving ruimtelijk bevordert. Het voorgaande toont aan dat het plan aansluit op de prioriteiten en uitgangspunten die de gemeente aan nieuwe initiatieven stelt. De gemeente gaat in de woonvisie tevens in op nieuwbouw van een goede kwaliteit.

Er worden regels gehanteerd om een goede kwaliteit te waarborgen: Op het gebied van duurzaamheid wordt aangesloten op de ambities uit de eigen Duurzaamheidsagenda en RES (Regionale Energie Strategie); Op het gebied van uitstraling en vorm nemen we de voorwaarden die in de Welstandsnota opgesteld zijn over; Waar nodig stellen we stedenbouwkundige randvoorwaarden op. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in de realisatie van 50 woningen in het kader van herstructurering. In het kader van duurzaamheid krijgen alle huurwoningen een individuele duurzame warmteopwekker in de vorm van een lucht-water warmtepomp. Ook wekken de woningen zelf energie op met behulp van zonnepanelen. De woningen zijn daarnaast goed geïsoleerd en worden luchtdicht gebouwd. Op het vlak van uitstraling en vorm worden de te realiseren woningen getoetst aan de voorwaarden uit de Welstandnota. Geconcludeerd mag worden dat er met de herstructurering sprake is van nieuwbouw van een goede kwaliteit. Uitvoeringsprogramma's met wijken en dorpen

24

bestemmingsplan Bitgum - Hillige Kamp en Hemmemastrjitte

De agenda voor woningbouw wordt de komende jaren aangevuld doordat de gemeente met alle dorpen in gesprek gaat over diverse thema's uit de onderhavige woonvisie. De gemeente wil dat investeringen ervoor zorgen dat dorpen in hun geheel aantrekkelijker worden als woonplaats. Op dit moment zijn er al dorpen en wijken waar de gemeente aan werkt. In de woonvisie zijn verschillende soorten woningbouwprogramma's gedefinieerd, waaronder een herstructureringsprogramma. Relatie met de voorgenomen ontwikkeling Het planvoornemen is herstructureringsprogramma. 3.3.2

conform

de

woonvisie

Waadhoeke

en

het

bijbehorende

Parkeerbeleid

Veel ruimtelijke ontwikkelingen brengen een toename van het aantal verkeersbewegingen en behoefte aan extra parkeerplaatsen met zich mee. Het is niet wenselijk dat deze toename leidt tot druk, overlast en/of problemen in de omgeving. Naar aanleiding hiervan heeft de gemeente Waadhoeke een eenduidige toetsingsmethodiek voor de gehele gemeente vastgelegd. In de 'Nota Parkeernormen 2020' is in een stappenplan vastgelegd welke parkeernorm de gemeente hanteert voor verschillende gebieden en functies. Daarnaast is aangegeven op welke manier de parkeervraag aan de hand van de normen moet worden berekend en welke eisen worden gesteld aan de invulling van de parkeervraag. In paragraaf 4.8 wordt nader ingegaan op de nota parkeernormen. Uit deze paragraaf blijkt dat voor het plangebied herstructurering kan worden voldaan aan de parkeerbehoefte uit de nota parkeernormen. Voor de vier plangebieden die zien op het vastleggen van de woningaantallen blijft de parkeerregeling uit het geldend bestemmingsplan 'Bitgum - Bitgummole' van toepassing. Omdat het aantal woningen niet wijzigt is een nadere toetsing aan de nota parkeernormen voor dat plangebied dan ook niet nodig. Conclusie Het planvoornemen is conform het parkeerbeleid van de gemeente Waadhoeke. 3.3.3

Welstandnota gemeente Waadhoeke

De gemeente heeft haar welstandsbeleid vastgelegd in de Welstandsnota Waadhoeke (laatstelijk gewijzigd op 3 maart 2022). De bebouwing in het plangebied valt onder drie welstandsgebieden, te weten: lintbebouwing; woongebieden '30 - '50 na-oorlogse uitbreidingen In het navolgende wordt per welstandsgebied nagegaan met welke welstandscriteria rekening moet worden gehouden bij het planvoornemen. Lintbebouwing Een groot deel van de dorpen heeft een groei gekend langs belangrijke doorgaande verbindings(vaar)wegen. Hier is sprake van een duidelijke lintbebouwing. De bebouwing is in de meeste gevallen niet direct met de voorgevel aan de straat gelegen, zoals dat in de meeste dorpskernen en in het stadscentrum wel het geval is. De woningen hebben over het algemeen een (kleine) voortuin. Naarmate de bebouwing verder van de kern is verwijderd, wordt de open ruimte tussen de bebouwing groter. Het 19e eeuwse en vroeg 20e eeuwse bebouwingsbeeld overheerst in deze linten. Onderstaand zijn de geldende welstandscriteria voor dit deelgebied weergegeven. Tabel 1: welstandscriteria lintbebouwing (bron: Welstandnota gemeente Waadhoeke)

25

bestemmingsplan Bitgum - Hillige Kamp en Hemmemastrjitte

Woongebieden '30 - '50 De bebouwing in dit welstandsgebied kenmerkt zich door rijenwoningen, met hier en daar vrijstaande woningen. De woningen vormen één familie, door met name de rode dakpannen, de vrij grote dakoverstekken en de erkers. De bebouwing bestaat uit één tot twee bouwlagen met een kap, waarbij de nokrichting parallel aan de straat is, incidenteel afgewisseld met een haakse kap. Onderstaande tabel geeft de geldende welstandscriteria voor dit deelgebied weer. Tabel 2: welstandscriteria woongebieden '30 - '50 (bron: Welstandnota gemeente Waadhoeke)

Na-oorlogse uitbreidingen

26

bestemmingsplan Bitgum - Hillige Kamp en Hemmemastrjitte

Het bebouwingsbeeld wordt gedomineerd door rijenbouw in één of twee bouwlagen met een kap, waarbij de nokrichting evenwijdig aan de weg is. Op sommige plaatsen zijn ook dubbele woningen gerealiseerd; meestal in onderlinge samenhang per straatzijde of cluster. De detaillering is over het algemeen sober. Naast duidelijk herkenbare straten en wijken met repeterende bouw zijn er ook op veel plekken straten en wijken ontstaan met een meer individuele uitstraling van de woningen. Op sommige plekken worden daarbij hoekkavels benut als stedenbouwkundig accent. Ook zitten in deze gebieden clusters van projectmatige bouw. In de meeste gevallen is daarbij gestreefd naar een sterke architectonische uitstraling. Het materiaal- en kleurgebruik varieert van traditioneel tot modern. In clusters en per straatzijde is overwegend sprake van samenhang in massa-opbouw en kleur- en materiaalgebruik. De detaillering van de woningen is zorgvuldig. Bijgebouwen en aan- en uitbouwen zijn veelal in een afgeleide architectuur. Onderstaande tabel geeft de in dit deelgebied geldende welstandscriteria weer. Tabel 3: Welstandscriteria na-oorlogse uitbreidingen (bron: Welstandnota gemeente Waadhoeke)

Relatie met de voorgenomen ontwikkeling Bij de nadere uitwerking van het planvoornemen wordt met de gebiedskenmerken en welstandscriteria van alle drie deelgebieden rekening gehouden. De te realiseren bebouwing wordt door de welstandscommissie getoetst aan de Welstandnota Waadhoeke.

27

bestemmingsplan Bitgum - Hillige Kamp en Hemmemastrjitte

28

bestemmingsplan Bitgum - Hillige Kamp en Hemmemastrjitte

Hoofdstuk 4 4.1

Omgevingsaspecten

Water

Toetsingskader Op grond van artikel 3.1.6 Bro dient in de toelichting een waterparagraaf te worden opgenomen van de wijze waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishoudkundige situatie. Het is de schriftelijke weerslag van de zogenaamde watertoets. Het doel hiervan is het waarborgen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op evenwichtige wijze in beschouwing worden genomen bij alle waterhuishoudkundig relevante ruimtelijke plannen en besluiten. Door middel van de watertoets als procesinstrument wordt in een vroegtijdig stadium aandacht besteed aan het wateraspect. Het gaat hierbij om de thema's waterkwantiteit, waterkwaliteit, waterkeringen, wegen, afvalwaterketen en beheer & onderhoud van nieuw en bestaand oppervlaktewater. Onderzoek Op 21 december 2022 is advies opgevraagd bij Wetterskip Fryslân middels de digitale watertoets. Het advies is als bijlage bij de toelichting te raadplegen (Bijlage 2). Uit het advies blijkt dat de normale procedure van toepassing is op het planvoornemen. Dit betekent dat het wetterskip naast dit automatische gegenereerde digitale advies, nog aanvullend advies uit kan brengen. In relatie tot het planvoornemen adviseert Wetterskip Fryslân over de volgende onderwerpen. Verharding Door ruimtelijke ontwikkelingen neemt de hoeveelheid verhard oppervlak toe met als gevolg een versnelde afvoer van hemelwater.

Het is nodig om deze versnelde afvoer te compenseren om de waterberging in een gebied in stand te houden. Dit geldt ook voor toevoegen van oppervlakteverharding die wel past binnen het bestemmingsplan, maar waarvan de grond al meer dan vijf jaar braak ligt en waar in het verleden niet voor gecompenseerd is. Het is niet toegestaan zonder watervergunning neerslag versneld tot afvoer te laten komen indien daarbij meer dan 200 m2 onverharde grond in stedelijk gebied en 1.500 m2 in landelijk gebied wordt bebouwd of verhard. Er geldt een vrijstelling van de vergunningsplicht wanneer wordt voldaan aan de compensatieregels genoemd in dit wateradvies. De meest voorkomende manier van compenseren is het graven van extra oppervlaktewater. Ook kunnen alternatieve maatregelen worden toegepast. Voor dit plan is er nauwelijks sprake van een toename aan verharding. Er is sprake van herstructurering waarbij de bestaande woningen worden gesloopt en vervangen door nieuwbouw. Per saldo neemt het aantal woningen toe met vier. De oppervlakte aan verharding en/of bebouwing neemt nauwelijks toe. Bovendien gaat het hier om een binnenstedelijk gebied in de kern Bitgum. Het plangebied is al volledig bestemd voor wonen. Er mag dus in de bestaande situatie al gebouwd worden. De bestaande situatie afgezet tegen de toekomstige situatie is er nagenoeg geen toename van verharding.

Daarnaast voorziet het plan op een aantal plekken in extra openbaar groen waardoor er sprake is van meer waterdoorlaatbare oppervlakten. Verondersteld mag worden dat er geen sprake is van een toename van verharding. Compenserende maatregelen zijn derhalve niet vereist. Klimaat Om ook in de toekomst prettig te kunnen wonen, werken en recreëren moeten steden en dorpen ingericht worden met het oog op de toekomst. Zo is het mogelijk om het bebouwd gebied beter bestand te maken tegen hevige regenbuien, periodes van droogte en hitte en de gevolgen van een mogelijke overstroming. In het stedenbouwkundig plan is rekening gehouden met klimaatadaptatie door de toepassing van bomen en groen in de openbare ruimte. Daarnaast worden voortuinen vanuit de initiatiefnemer op voorhand ingericht met gras en hagen. Derhalve is er sprake van extra waterdoorlatende oppervlakte.

29

bestemmingsplan Bitgum - Hillige Kamp en Hemmemastrjitte

Hoofdwater Het wetterskip constateert dat het plan een hoofdwater raakt. Hoofdwateren hebben een belangrijke aan-, af- en doorvoerfunctie. Aan weerszijden van een hoofdwatergang ligt een beschermingszone van vijf meter. De beschermingszone is nodig voor de bereikbaarheid voor beheer en onderhoud aan de hoofdwatergang. Werkzaamheden binnen de beschermingzone betreffen een vergunningplichtige activiteit. Het gaat hier om een waterloop aan de zuidwestzijde van het plangebied, achter de woningen aan de Hillige Kamp. In de bestaande situatie zijn er al woningen aanwezig op deze plek. De nieuwe woningen zullen op dezelfde wijze worden gesitueerd aan de Hillige Kamp. In de toekomstige situatie wijzigt er dus niets. Bovendien is de vaarweg voor onderhoud en beheer bereikbaar via de groenvoorziening ten zuiden van de woning. Er bestaat geen aanleiding om een watervergunning aan te vragen. Conclusie Het planvoornemen kan wat het aspect water betreft uitvoerbaar worden geacht.

4.2

Bodem

Toetsingskader In het Bro is bepaald dat in de toelichting inzicht verkregen moet worden over de uitvoerbaarheid van het plan. Dit betekent dat onder andere inzicht verkregen moet worden in de noodzakelijke financiële investering van een (mogelijk noodzakelijke) bodemsanering. Een onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem is dus feitelijk een onderdeel van de onderzoeksverplichting van het college en de gemeenteraad bij de voorbereiding van een ruimtelijk plan. Hierbij moet worden opgemerkt dat ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening het bestemmen van gronden met een bodem van onvoldoende milieuhygiënische kwaliteit met een hiervoor gevoelige bestemming in beginsel moet worden voorkomen. Een bepaalde mate van bodemverontreiniging hoeft in veel gevallen niet direct een probleem op te leveren. In veel gevallen zal historisch onderzoek inzake de betreffende verdachte locatie kunnen uitwijzen of voldoende aanleiding is om ook bodemonderzoek te laten uitvoeren. Met een oriënterend bodemonderzoek en/of een nader bodemonderzoek kan worden vastgesteld of inderdaad sprake is van bodemverontreiniging, en zo ja, in welke mate en van welke omvang. Op basis van een nader onderzoek kan de provincie bepalen of er een noodzaak is tot gedeeltelijke of gehele sanering van de locatie en of beveiligingsmaatregelen moeten worden getroffen.

Daarbij zal ook de huidige en/of toekomstige bestemming en het gebruik van de locatie een rol spelen uit welke saneringsvarianten kan worden gekozen. Onderzoek In kader van de uitvoerbaarheid van het planvoornemen is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd (EN06016-001/ Enviso / d.d. 7 oktober 2021). De rapportage van het onderzoek is als bijlage bij de toelichting te raadplegen (Bijlage 3). Het onderzoek heeft als doel om de milieuhygiënische kwaliteit van zowel de grond als het grondwater vast te stellen. In de navolgende alinea's wordt ingegaan op de belangrijkste onderzoeksresultaten. Conclusies bodemonderzoek Op basis van de onderzoeksresultaten kan formeel gezien de hypothese 'onverdacht' verworpen worden, aangezien er zowel in de bovengrond als het grondwater licht verhoogte gehalten aan enkele parameters zijn aangetroffen. De licht verhoogde gehalten zijn echter dusdanig beperkt dat nader onderzoek niet nodig is. Aanbevolen wordt om voorafgaand aan de herontwikkeling bij de woningen aan de Frânskeleane 14 en de

30

bestemmingsplan Bitgum - Hillige Kamp en Hemmemastrjitte

Hillige Kamp 13, waar asbestverdachte materialen op de schuurtjes aanwezig is en waarbij geen goot of kapotte goot aanwezig is, aanvullend onderzoek naar asbest in grond uit te voeren. Daarnaast moet het menggranulaat in de opritten van de Hemmemastrjitte 18 en de Hillige Kamp 15 aanvullend op asbest worden onderzocht. Tevens dient de chemische kwaliteit hiervan te worden bepaald. Aanvullend onderzoek Naar aanleiding van de conclusies van het verkennend bodemonderzoek is aanvullend onderzoek naar de aanwezigheid van asbest uitgevoerd. Dit onderzoek is opgesplitst in twee delen: Frânskeleane 14 Hemmemastrjitte 18 en Hillige Kamp 15 De aanvullende asbestonderzoeken zijn als Bijlage 4 en Bijlage 5 bij de toelichting van dit bestemmingsplan te raadplegen. Frânskeleane 14 Het doel van het aanvullend asbestbodemonderzoek naar de Frânskeleane 14 is het vaststellen of ter plaatse van de druppelzone sprake is van het voorkomen van asbest in de bodem en of hierbij de norm voor asbest in grond wordt overschreden. De uitgevoerde analyses wijzen uit dat er asbest in de druppelzone aanwezig is waarbij de interventiewaarde van 100 mg/kgds overschreden wordt. Bij een oppervlakte van 20 m² en een verticale verspreiding van maximaal 20 centimeter is in totaal circa 4 m³ met asbest verontreinigde grond op de locatie aanwezig waarbij de interventiewaarde wordt overschreden.

Voorafgaande aan de sloop en herontwikkeling van de locatie dient de verontreiniging met asbest te worden gesaneerd. Hiervoor dient een BUS-melding verricht te worden welke goedgekeurd moet worden door het bevoegd gezag (Provincie Fryslân/FUMO). De initiatiefnemer zal de verontreiniging met asbest voorafgaand aan de werkzaamheden saneren. Te zijner tijd zal in dat verband ook een BUS-melding worden verricht. Hillige kamp 15/Hemmemastrjitte 18 Het doel van het aanvullend asbestverhardingsonderzoek naar de Hillige kamp 15 en de Hemmemastrjitte 18 is het vaststellen of ter plaatse van de verhardingslagen sprake is van het voorkomen van asbest in het verhardingsmateriaal en of hierbij de norm voor asbest in verharding wordt overschreden. Op basis van de analyseresultaten van het samengestelde verhardingsmengmonster en de zintuiglijke waarnemingen kan worden geconcludeerd dat er in beide monsters geen asbest is aangetoond. Op basis van het uitgevoerde asbestverhardingsonderzoek kan worden geconcludeerd dat in de halfverhardingslagen ter plaatse van de Hemmemastrjitte 18 en de Hillige Kamp 15 te Bitgum geen asbesthoudend materiaal is aangetoond. Uit milieu hygiënisch oogpunt bestaan er geen belemmeringen voor de voorgenomen sloop en nieuwbouw op de locatie.

Voorafgaand aan de werkzaamheden wordt een BUS-melding verricht in verband met asbestsanering ter plaatse van de Frânskeleane 14. Opgemerkt dient te worden dat het grootste deel van de bovengrond licht verontreinigd is. Indien deze grond vrijkomt bij de werkzaamheden en deze niet teruggeplaatst kan worden dient deze separaat afgevoerd te worden. Indien grond van de locatie wordt afgevoerd voor toepassing elders, volstaan de resultaten van het onderliggende bodemonderzoek mogelijk niet. Om definitief vast te stellen of de grond buiten de locatie kan worden hergebruikt, kan het bevoegd gezag (gemeente waar de grond zal worden toegepast) verzoeken om een partijkeuring conform het Besluit bodemkwaliteit. Conclusie

31

bestemmingsplan Bitgum - Hillige Kamp en Hemmemastrjitte

Het plan kan wat het aspect bodem betreft uitvoerbaar worden geacht.

4.3

Milieuhinder

4.3.1

Hinder van bedrijven

Toetsingskader Om hinder tussen bedrijven en gevoelige functies zoals woningen te voorkomen, is het wenselijk dat tussen beide functies voldoende ruimte is. Om te bepalen welke afstand noodzakelijk is, kan gebruik worden gemaakt van de richtafstanden die zijn opgenomen in de publicatie Bedrijven en milieuzonering (2009) van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). Een richtafstand wordt beschouwd als de afstand waarbij onaanvaardbare milieuhinder als gevolg van bedrijfsactiviteiten (betreffende geluid, geur, stof en gevaar) redelijkerwijs kan worden uitgesloten. Als aan de gestelde richtafstanden wordt voldaan, is er veelal geen sprake van bedrijfshinder. Toetsing Het plangebied bevindt zich in de kern Bitgum. De omgeving van het plangebied kenmerkt zich als een woongebied. In dit woongebied bevindt zich naast de woonfuncties, één bedrijf, een dorpskerk en een aantal groenbestemmingen. Het gaat hier om functies en bedrijvigheid die qua aard, schaal en omvang passen in een rustige woonwijk. Het plangebied kan daarom worden aangemerkt als 'rustige woonwijk'. Interne werking Bij interne werking gaat het om de vraag of nieuwe functies binnen het projectgebied hinder ondervinden van bestaande functies in de omgeving. De beoogde ontwikkeling voorziet in de totstandkoming van 50 milieugevoelige objecten. Aan de Jonkersleane is een bedrijf gevestigd.

Dit bedrijf bevindt zich ten noordwesten van het plangebied. Het betrokken bedrijfsperceel is aangemerkt als de bestemming 'Bedrijf', met bedrijven in de milieucategorie 1 of 2 of bestaande bedrijven. In de bestaande situatie is hier de uitvaartvereniging 'De Ferbining' gevestigd. Ter plaatse worden uitvaarten verzorgd. Voor dit type bedrijvigheid kan aansluiting worden gezocht bij de functie 'uitvaartcentra' uit de VNG brochure (SBI- 9603). Hierbij hoort milieucategorie 1 met een bijbehorende richtafstand van 10 meter. Geluid is in dit geval de bepalende afstand. Bij het bepalen van de richtafstand moet gemeten worden van de bestemmingsgrens tot aan de uiterste situering van de gevel van de woning die volgens het bestemmingsplan of via vergunningvrij bouwen mogelijk is. In dit geval kan aan de richtafstand van het bestaande bedrijf worden voldaan, aangezien de afstand tussen de bedrijfsbestemming en de uiterste situering van de dichtstbijzijnde woning 15 meter bedraagt. Het is echter ook mogelijk om op hetzelfde perceel bedrijven van milieucategorie 2 te vestigen. Bij dergelijke bedrijvigheid hoort een minimale richtafstand van 30 meter voor het aspect geluid. Aan deze richtafstand kan niet worden voldaan, gelet op de afstand van 15 meter. In de bestaande situatie zijn er echter al woningen aanwezig in het plangebied.

Het planvoornemen voorziet in nieuwe woningen op nagenoeg dezelfde plek. Ook bevinden zich al woningen direct tegen het bedrijvenperceel aan op een kortere afstand dan de nieuw te realiseren woningen. Het aanwezige bedrijf moet wat hinder betreft, al rekening houden met de reeds aanwezige woningen. Een milieucategorie 2 bedrijf dat zich op het perceel zou vestigen mag daarom nooit hinder veroorzaken die dusdanig is dat er geen sprake meer is van een goed woon- en leefklimaat voor de omliggende functies. Derhalve levert het bedrijvenperceel aan de Jonkersleane geen belemmeringen op in het kader van hinder van bedrijven en voorzieningen. Sint Martinuskerk Ten noordoosten van het plangebied bevindt zich de Sint Martinuskerk. Voor kerkgebouwen geldt de milieucategorie 2 met een minimale richtafstand van 30 meter. Aan deze richtafstand kan worden voldaan, aangezien de afstand tussen de uiterste situering van de woning die volgens het bestemmingsplan of via

32

bestemmingsplan Bitgum - Hillige Kamp en Hemmemastrjitte

vergunningvrij bouwen mogelijk is en de maatschappelijke bestemming van de kerk, circa 41 meter bedraagt. Externe werking Bij externe werking gaat het met name om de vraag of het planvoornemen leidt tot een situatie die, vanuit hinder of gevaar gezien, in strijd kan worden geacht met een goede ruimtelijke ordening. Hiervan is sprake indien het woon- en leefklimaat van omwonenden wordt aangetast of de realisatie van het plan leidt tot hinder of belemmeringen voor bedrijven uit de omgeving. De voorgenomen herstructurering creëert geen nieuwe (milieubelastende) functies. Het gehele plangebied is al bestemd als 'Wonen'. In de toekomstige situatie blijft dit ongewijzigd. Er is geen sprake van een onaanvaardbare aantasting van het woon- en leefklimaat van omliggende functies. Conclusie Het planvoornemen kan wat het aspect hinder van bedrijven uitvoerbaar worden geacht. 4.3.2

Hinder van geluid

Toetsingskader De Wet geluidhinder (Wgh) beschouwt een woning als een geluidsgevoelig gebouw. De 'geluidbelasting' op gevels van woningen en andere geluidsgevoelige objecten mag niet hoger zijn dan een in de wet bepaalde norm. Daarom dient er een toetsing plaats te vinden aan de eisen uit de Wet geluidhinder. De Wet geluidhinder gaat in op zowel wegverkeerslawaai, spoorweglawaai als industrielawaai. Voor het planvoornemen is alleen wegverkeerslawaai relevant. Een akoestisch onderzoek is op grond van de Wgh noodzakelijk wanneer een geluidgevoelig gebouw gelegen is binnen een door deze wet aangewezen geluidzone. Bij wegverkeerslawaai geldt een uitzondering voor wegen die gelegen zijn binnen een als woonerf aangeduid gebied en/of wegen waarvoor een maximum snelheid geldt van 30 km/uur. Wel dient er sprake te zijn van een 'goede ruimtelijke ordening' om een goed woon- en leefklimaat te garanderen. Toetsing Het planvoornemen biedt planologisch-juridische kaders voor herstructurering. Hierbij worden 50 nieuwe geluidsgevoelige objecten gerealiseerd. Deze geluidsgevoelige objecten bevinden zich binnen de geluidszones van zoneringsplichtige wegen, te weten de N383 en de Alddyk. Aangezien het aantal en de situering van de woningen wijzigt, dient akoestisch onderzoek plaats te vinden.

Gelet op de afstand van het plangebied ten opzichte van de zoneringsplichtige wegen en het feit dat de locatie al ziet op een woonbestemming, is een contourberekening in dit geval voldoende. In kader van de voorgenomen ontwikkeling is daarom een contourberekening uitgevoerd. De contourberekening is als bijlage bij de toelichting raadpleegbaar (Bijlage 6). In het onderstaande wordt ingegaan op de resultaten van de berekening. Contourberekening De N383 is in beheer bij de provincie Fryslân. Op basis van verkeerskundige gegevens van de provincie is een berekening gemaakt van het aantal verkeersbewegingen per weekdagetmaal. Dit resulteerde in een aantal van 8.680 motorvoertuigen per weekdagetmaal op de N383. Van de Aldyk/Berltsumerdyk zijn geen verkeersgegevens beschikbaar. Hier is worst case uitgegaan van 5.000 motorvoertuigen per weekdagetmaal met dezelfde verdeling en samenstelling als de N383. Voor alle motorvoertuigen is uitgegaan van de maximum snelheid ter plaatse. Het wegdek bestaat in hoofdzaak uit geluidsneutraal wegdek met uitzondering van een vierkant plein op de splitsing van de Adyk met de Buorren waar klinkers in keperverband liggen die lawaaiiger zijn dan neutraal wegdek. Aan de hand van bovenstaande gegevens zijn de geluidsbelastingscontouren berekend en weergegeven in een model. Dit model is te raadplegen in Bijlage 6.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=waadhoeke&id=c5f0f38a-bf21-4721-8ccb-77342c48364b