CConstaterende datwaadhoeke
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Wijziging Omgevingsplan gemeente Waadhoeke - Ried woningbouw Suderom (NL.IMRO.1949.TAMOP22D-VAS1) met in bijlage 2 bij de motivering het Beeldkwaliteitsplan

Gemeenteraad Waadhoeke 19 februari 2026, gemeente waadhoekeBij agendapunt: TAM-Omgevingsplan 22d Ried woningbouw Suderom20.723 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

tŝũnjŝŐŝŶŐKŵŐĞǀŝŶŐƐƉůĂŶ ŐĞŵĞĞŶƚĞtĂĂĚŚŽĞŬĞͲ ZŝĞĚǁŽŶŝŶŐďŽƵǁ^ƵĚĞƌŽŵ

;dĞĐŚŶŝƐĐŚĞŶĂĂŵƚ͘ď͘ǀ͘ƉƵďůŝĐĂƚŝĞсdDͲŽŵŐĞǀŝŶŐƐƉůĂŶ ϮϮĚZŝĞĚǁŽŶŝŶŐďŽƵǁ^ƵĚĞƌŽŵͿ

DATUM IMRO IDN

29-01-2026 NL.IMRO.1949.TAMOP22D-VAS1

PROJECT PROJECTLEIDER OPDRACHTGEVER PROJECTNUMMER

20250015.001

AUTEUR STATUS

vastgesteld

Inhoudsopgave Motivering Hoofdstuk 1

Inleiding

11

1.1

Aanleiding

11

1.2

Ligging plangebied

13

1.3

Planologische regeling

13

1.4

Leeswijzer

15

Hoofdstuk 2

Planbeschrijving

17

2.1

Bestaande situatie

17

2.2

Toekomstige situatie

18

2.3

Ruimtelijke inpassing

19

Participatie

21

3.1

Participatie omgeving

21

3.2

Bestuurlijk vooroverleg

21

3.3

Ontwerpfase en vaststelling

23

Beleidskader

25

4.1

Rijksbeleid

25

4.2

Provinciaal beleid

26

4.3

Waterschapsbeleid

29

4.4

Gemeentelijk beleid

30

Gevolgen voor de fysieke leefomgeving

33

5.1

Mer-beoordeling

33

5.2

Ladder voor duurzame verstedelijking

34

5.3

Welstand

34

5.4

Mobiliteit en parkeren

35

5.5

Natuur

36

5.6

Luchtkwaliteit

38

5.7

Geluid door wegen, spoorwegen en industrielawaai

38

5.8

Geluid door activiteiten

39

5.9

Geur

40

5.10

Omgevingsveiligheid

41

5.11

Trillingen

42

Hoofdstuk 3

Hoofdstuk 4

Hoofdstuk 5

5.12

Schaduw en windhinder

43

5.13

Archeologie

43

5.14

Cultuurhistorie

44

5.15

Bodem

44

5.16

Water

45

5.17

Duurzaamheid

49

5.18

Gezondheid

49

5.19

Kabels en leidingen

50

Juridische vormgeving

53

6.1

Toepassingsbereik

53

6.2

Begrippen

53

6.3

Algemeen verbod

53

6.4

Functies en activiteiten

53

6.5

Algemene regels

54

6.6

Overgangsregels

55

Hoofdstuk 7

Financiële haalbaarheid

57

Hoofdstuk 8

Evenwichtige toedeling van functies aan locaties

59

Hoofdstuk 6

Bijlagen motivering Bijlage 1

Locatieonderzoek

Bijlage 2

Beeldkwaliteitsplan Ried Suderom 2

Bijlage 3

Notitie analyse bestaand woongebied

Bijlage 4

Verslag bewonersavond 29-07 2024

Bijlage 5

Overlegadvies provincie Fryslân

Bijlage 6

Gemeentelijk woonplan Waadhoeke

Bijlage 7

Schriftelijke instemming provincie

Bijlage 8

Mer-beoordelingsnotitie

Bijlage 9

Quickscan Wnb

Bijlage 10

Stikstofonderzoek

Bijlage 11

Advies Brandweer Fryslân

Bijlage 12

Archeologisch onderzoek

Bijlage 13

Verkennend bodemonderzoek

Bijlage 14

Watertoets

Regels Hoofdstuk 1

Inleidende regels

95

Artikel 1

Begripsbepalingen

95

Artikel 2

Meet- en rekenbepalingen

99

Artikel 3

Toepassingsbereik

100

Artikel 4

Algemeen verbod

101

Regels voor functies en activiteiten

103

Artikel 5

Groen

103

Artikel 6

Verkeer - Verblijfsgebied

104

Artikel 7

Water

105

Artikel 8

Wonen

106

Hoofdstuk 3

Algemene regels

109

Artikel 9

Anti-dubbeltelregel

109

Artikel 10

Algemene bouwregels

110

Artikel 11

Algemene gebruiksregels

112

Artikel 12

Overige regels

113

Overgangsregels

115

Overgangsregels

115

Hoofdstuk 2

Hoofdstuk 4 Artikel 13

Bijlagen regels Bijlage 1 Verbeelding

Lijst met kleinschalige beroeps- en bedrijfsmatige activiteiten

MOTIVERING

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Initiatief dorpsbelang Ried Als vervolg op de door de gemeenteraad vastgestelde 'Woonvisie Waadhoeke 2020 - 2030 Samen Sterk' heeft Dorpsbelang Ried het initiatief genomen om de mogelijkheden voor woningbouw in het dorp Ried (gemeente Waadhoeke) inzichtelijk te maken. In de woonvisie nodigt de gemeente bewoners, wijken en dorpen uit om de kansen in de woonomgeving om te zetten in initiatieven en plannen. Dorpsbelang Ried heeft deze uitnodiging vol enthousiasme aangegrepen. Sinds 2009 is Dorpsbelang Ried al in gesprek met de gemeente en wacht op toestemming om te kunnen bouwen. Net als elders neemt het aandeel ouderen in het dorp toe, terwijl er weinig geschikte woningen zijn specifiek voor deze doelgroep. Uit gesprekken met ouderen in Ried blijkt dat ze heel graag in het dorp willen blijven wonen. Maar doordat er geen speciale woningen voor ouderen zijn, blijven ze wonen in de huidige gezinswoning. Er komt daardoor geen doorstroming op gang. Ook voor jongeren is dit gebrek aan doorstroming een probleem. Zij kunnen daardoor moeilijk een woning bemachtigen. De gezinsverdunning leidt ook in Ried tot een extra vraag naar woningen. Dorpsbelang wil daarom graag dat er woningen voor deze drie groepen inwoners beschikbaar komen. Nieuwbouw is nodig, passend bij de schaal en de structuur van het dorp.

Dorpsbelang heeft een locatiestudie laten uitvoeren, waarin de mogelijkheden van diverse locaties binnen en nabij het dorpsgebied van Ried zijn onderzocht. De locatiestudie is opgenomen als bijlage 1 bij deze motivering. Hieruit komt naar voren dat Súderom - 2 de beste locatie is om woningbouw te ontwikkelen. Deze locatie sluit aan op de bestaande straat het Súderom en vormt de zuidelijke afronding van het dorp. In het plangebied zullen 19 woningen worden gebouwd. De bouw zal gefaseerd, op basis van de behoefte, worden uitgevoerd. De locatie van het plangebied bestaat nu uit een agrarisch perceel met de bestemming 'Agrarisch'. Binnen deze bestemming is het bouwen van woningen niet toegestaan, waardoor de ontwikkeling niet mogelijk is op basis van het omgevingsplan. Om de ontwikkeling mogelijk te maken is een wijziging van het omgevingsplan nodig. Een motivering van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties maakt daar deel van uit. Voortraject Voor het voornemen om ten zuidwesten van het dorp Ried een uitbreidingslocatie voor maximaal 19 woningen te realiseren is reeds een concept-bestemmingsplan opgesteld. In verband met de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 was het in procedure brengen van dit bestemmingsplan niet meer mogelijk. De ontwikkeling is niet toegestaan volgens het Omgevingsplan gemeente Waadhoeke.

Er is vervolgens een BOPA onderbouwing opgesteld (versie 11 september 2024) en bij de gemeente ingediend. De gemeente heeft echter besloten het initiatief voor de ruimtelijke procedure over te nemen en het concept-bestemmingsplan naar een wijziging van het omgevingsplan om te zetten. Onderhavig plan voorziet hierin.

11

12

1.2

Ligging plangebied

Het plangebied ligt aan de zuidzijde van dorp Ried in de gemeente Waadhoeke. Het plangebied ligt circa 2,5 kilometer ten noorden van de A31 en circa 4 kilometer ten noordoosten van de stad Franeker. De ligging van het plangebied is weergegeven in de navolgende afbeelding.

Figuur 1: ligging plangebied

1.3

Planologische regeling

Het plangebied maakt sinds 1 januari 2024 deel uit van het Omgevingsplan gemeente Waadhoeke. In het omgevingsplan is de regeling van het bestemmingsplan Buitengebied 2013, dat is vastgesteld op 7 november 2013 en daarna is hervastgesteld op 25 juni 2015 door de voormalige gemeente Franekeradeel (tegenwoordig gemeente Waadhoeke) ongewijzigd overgenomen. Een uitsnede van het omgevingsplan ter plaatse van het plangebied is weergegeven in de navolgende afbeelding.

13

In het geldende omgevingsplan is het plangebied bestemd als 'Agrarisch'. Deze gronden zijn bestemd voor agrarisch grondgebruik. Daarnaast heeft het plangebied de dubbelbestemmingen 'Waarde - Reliëf kwelderwal, terpen en kruinige percelen' en 'Leiding - Gas'. De dubbelbestemming 'Waarde - Reliëf kwelderwal, terpen en kruinige percelen' betekent dat de gronden mede bestemd zijn voor het behoud, herstel en de uitbouw van de landschappelijke en cultuurhistorische waarden van de reliëfrijke gronden van de kwelderwal, terpen en kruinige percelen. Zonder een omgevingsvergunning mag er niet op of in deze gronden gegraven worden. De dubbelbestemming 'Leiding - Gas' is gelegen in een deel van het plangebied en houdt in dat de grond mede bestemd is voor hoofdgastransportleidingen waardoor hier geen kwetsbare objecten (zoals woningen) mogen worden gebouwd. Verder heeft het plangebied de gebiedsaanduiding 'vrijwaringszone - radarverstoringsgebied', waardoor de grond mede bestemd is voor het vrijhouden van een goed radarbeeld van het luchtruim. Strijdigheid met het omgevingsplan Het voornemen is om de gronden binnen het plangebied te gebruiken voor woondoeleinden. Dit is onder de huidige bestemming 'Agrarisch' niet mogelijk, waardoor het voornemen in strijd is met het geldende omgevingsplan. Een wijziging van het omgevingsplan is daarom noodzakelijk.

Figuur 2: fragment kaart omgevingsplan met daarin weergegeven het plangebied(rood omlijnd)

14

1.4

Leeswijzer

Na deze inleiding, wordt in hoofdstuk 2 ingegaan op de huidige situatie en het voorgenomen plan. Hoofdstuk 3 gaat in op het onderdeel participatie en het vooroverleg, wat in het kader van de planvorming heeft plaatsgevonden. Het voorgenomen plan wordt in de hoofdstukken 4 en 5 getoetst aan het beleid en de milieu- en omgevingsaspecten. Hoofdstuk 6 licht de juridische vormgeving van de wijziging van het omgevingsplan toe. Hoofdstuk 7 gaat in op de financiële haalbaarheid en economische uitvoerbaarheid van het plan. De toelichting wordt afgesloten met een motivering van de evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL, hoofdstuk 8).

15

16

Hoofdstuk 2 2.1

Planbeschrijving

Bestaande situatie

In de huidige situatie hebben de gronden van het plangebied met een oppervlakte van circa 0,9 hectare een agrarische functie. De grond is rechthoekig verkaveld zonder reliëf en wordt gebruikt als grasland. Ten zuiden en ten westen van het plangebied zijn tevens agrarische gronden gelegen. De noord- en noordwestzijde van het plangebied worden begrensd door de woningen van het dorp Ried. Tevens zijn ten oosten van het plangebied woningen gelegen. Deze woningen zijn gelegen aan de Súderom, die de vroegere uitbreiding Súderom - 1 in Ried vormen. In het plangebied is een verkavelingssloot gelegen. De westzijde van het plangebied grenst aan de Peinserweg, een ontsluitingsweg voor het dorp Ried in zuidelijke richting. Aan de noordoostkant van het plangebied heeft een aardgastransportleiding gelegen, maar deze is niet meer operationeel. In paragraaf 5.10 over omgevingsveiligheid wordt ingegaan op de huidige situatie. In de navolgende afbeelding is een uitsnede van de topografische kaart weergegeven met het plangebied. Tevens is een luchtfoto van de huidige situatie met het plangebied weergegeven. De afbeelding daarna toont een foto van de huidige situatie vanaf de Peinserweg met zicht op het plangebied en de zuidzijde van Ried.

Figuur 3: topografische kaart met plangebied (links) en plangebied met luchtfoto van de bestaande situatie (rechts)

17

Figuur 4: huidige situatie plangebied (bron: Google Maps)

2.2

Toekomstige situatie

Het voornemen is om in het plangebied woningen te bouwen om te voorzien in de lokale woningbouwbehoefte. Gedurende het planproces -dat werd geïnitieerd door Dorpsbelang Ried- is een plan ontwikkeld dat daarin voorziet. De uitvoering wordt gerealiseerd door de ontwikkelende partij in nauwe samenwerking met Dorpsbelang. Het eigen initiatief uit het dorp en de uitgifte aan eigen inwoners blijven daardoor gewaarborgd. Er is ruimte voor de bouw van 19 woningen. Op korte termijn is er behoefte aan 5 woningen. In de periode daarna zal er een vraag van circa 2 woningen per jaar zijn. Het initiatief van de belangstellende inwoners staat centraal, dat betekent dat zij een grote mate van vrijheid hebben om hun woning te realiseren. De vraag bepaalt; dit draagt bij aan een gewild en gevarieerd woonmilieu. Wel moeten de woningen passen bij het dorp, daarom is er een beeldkwaliteitsplan (bkp) opgesteld. Dit bkp is opgenomen als bijlage 2. De fasering is vanaf Súderom - 1. De intentie is om eerst de noordzijde te realiseren en daarna de zuidzijde.

Figuur 5: stedenbouwkundige inrichtingsschets

18

2.3

Ruimtelijke inpassing

Landschappelijke inpassing De woonwijk Súderom - 2 vormt de zuidelijke beëindiging van het dorp en is de overgang naar de bebouwing aan de Peinserweg, de Doctor Vitus Ringersstraat en de Súderom. Ten behoeve van de inpassing van de woningen is een inventarisatie van de kaprichting van de bestaande woningen in Ried uitgevoerd (bijlage 3). Hieruit blijkt dat de woningen aan de rand van het dorp vaker haaks op de weg staan dan er parallel aan lopen. Hierdoor worden de randen van het dorp als relatief open ervaren. Door deze open structuur ontstaat verbinding tussen het dorp en het buitengebied. Dit relatief open karakter wordt ook toegepast bij de ontwikkeling van Súderom - 2. De woningen die grenzen aan de bestaande dorpsrand krijgen een geslotener opzet, dan aan de woningen aan de grens met het buitengebied. Verkaveling en ontsluiting De ontsluitingsweg van Súderom-2 takt haaks aan op de Peinserweg, waardoor de entree van de woonbuurt overzichtelijk is. Voor auto’s is dit een doodlopend straatje, dat eindigt in een keerlus. Vanaf de keerlus loopt een fiets-voetpad over een dam met duiker dat wordt verbonden met Súderom. De ontsluitingsweg loopt in een rechte lijn door het plangebied. Het straatbeeld is rustig. De kaveldiepte aan beide zijden van de ontsluitingsweg is in evenwicht. De diepte van de kavels aan de noordzijde is 25 meter.

De diepte van de kavels aan de zuidzijde is circa 29 meter. De breedte van de kavels is variabel. De ontsluitingsweg heeft een breedte van 6,8 meter. Dat is geheel volgens de eisen uit het kwaliteitshandboek technische voorwaarden wegen en verhardingen van de gemeente Waadhoeke. Er is een rijbaan van 4,8 meter breed en een strook van 2 meter breed waar geparkeerd kan worden en waar straatbomen geplant worden. Uitgangspunt is dat elke woning kan voorzien in 2 parkeerplaatsen op eigen erf. De rijbaan bestaat uit betonklinkers, de strook wordt uitgevoerd in groen en halfverharding, die water doorlaat. Ten behoeve dat dit woningbouwproject wordt de komsgrens aan de Peinserweg naar het zuiden verplaatst, waardoor het 30 km/uur-gebied van Ried groter wordt. Groen en water Tussen de bestaande woningen en Súderom - 2 is een slootprofiel van circa 4,5 meter breed en een strook openbaar groen (schouwpad) van circa 5,5 meter breed geprojecteerd. De sloten aan de noordzijde van Súderom - 2 worden met elkaar verbonden; dit draagt bij aan een goede waterafvoer en verbetert ook de waterafvoer bij de school. Woningen Het stedenbouwkundig inrichtingsplan sluit aan bij de woningbouwanalyse en de beschrijving van de opbouw van het dorp (zie bijlage 3 bij deze motivering).

Dit betekent dat:  de woningen aan de rand naar het buitengebied overwegend haaks op de weg zijn geplaatst, terwijl de woningen aan de binnenkant overwegend parallel zijn geplaatst;  de woningen gebouwd worden in één bouwlaag met kap;  overeenkomstig het dorpsbeeld in Ried alle kapvormen mogelijk zijn.

19

In het plan komen zowel vrijstaande als dubbele woningen voor. Als de vraag zich voordoet (met name naar betaalbare woningen) behoort ook een cluster van 4 woningen tot de mogelijkheden. Bij deze laatste woonvorm bestaat ook de mogelijkheid meerdere wooneenheden te combineren met het aanbieden van zorg. Als blijkt dat deze behoefte zich concreet voordoet, dan zal een gebouw met wooneenheden voor senioren aan de entree bij de Peinserweg worden geprojecteerd. Het is de intentie om de ontwikkeling te starten aan de noordzijde. Voor de exploitatie is ontwikkeling van de zuidzijde noodzakelijk. Het is daarom reëel dat tegelijkertijd aan beide zijden van de weg gebouwd zal worden. Beeldkwaliteitsplan Om de ruimtelijke kwaliteit te kunnen waarborgen is een beeldkwaliteitsplan opgesteld. Het beeldkwaliteitsplan vormt het kader waarin de eisen zijn opgenomen ten aanzien van de beeldkwaliteit. Dit plan is als bijlage 2 bij deze motivering opgenomen en dient als toetsingskader voor welstand. Bomeninventarisatie De gemeenteraad van Waadhoeke vindt het belangrijk dat alle inwoners moeten kunnen profiteren van een groene omgeving. Daarom is een inventarisatie opgesteld van al het groen in de gemeente. Onderstaande afbeelding geeft de bestaande situatie rondom de beoogde uitbreiding van Ried weer. In aanvulling op het aanwezige groen zal Súderom - 2 worden ingericht met gras en bomen.

Het gras komt langs de noordelijke en de oostelijke begrenzing en langs de ontsluitingsweg zullen straatbomen worden geplant. Zo wordt voorzien in ruim voldoende groen.

Figuur 6: fragment kaart groeninventarisatie gemeente Waadhoeke (bron: GIS viewer gemeente Waadhoeke)

20

Hoofdstuk 3 3.1

Participatie

Participatie omgeving

Het woningbouwplan Súderom - 2 is na een intensief participatieproces tot stand gekomen. Dorpsbelang Ried heeft zich jarenlang sterk gemaakt voor uitbreiding van het aantal woningen in het dorp. Na een locatiestudie is een stedenbouwkundig inrichtingsplan op 7 september 2022 gepresenteerd aan het dorp. Er waren veel dorpsbewoners aanwezig en de reacties waren overwegend positief; de bewoners van Ried zijn blij met een uitbreiding van het dorp. Men is blij dat er wordt gebouwd voor de lokale vraag, dat wil ook zeggen dat de vraag het woningtype bepaalt. De woningen moeten passen bij het dorp. Na de bijeenkomst op 7 september 2022 heeft een intensief participatieproces plaatsgevonden met de omwonenden, namelijk bewoners van de dr. Vitus Ringersstraat zuidzijde. Er vonden meerdere gesprekken plaats tussen zowel dorpsbelang als de gemeente Waadhoeke en deze bewoners. Daarbij is een alternatieve inrichtingsschets getekend, waarin de wens om meer afstand tussen de bestaande woningen en de nieuwe kavels is verbeeld. Dit betekent tussen de bestaande percelen en de nieuwe kavels een slootprofiel van circa 4,5 meter breed en een schouwpad van circa 5,5 meter breed. Aanvullend is aangegeven dat een eventueel woongebouw voor senioren bij de entree van Súderom - 2 gesitueerd zou moeten worden, waarbij de hoogte tot 7 meter beperkt zou moeten blijven.

Ook gaven de omwonenden aan liefst een fasering van noord naar zuid te zien. Op 19 juli 2023 is één en ander toegelicht. De gemeente Waadhoeke heeft zich achter deze wensen van de aanwonenden geschaard. Door de afdeling stedenbouw, groen en infrastructuur van de gemeente is het alternatief positief beoordeeld. De alternatieve inrichtingsschets is door de projectontwikkelaar (die in opdracht van Dorpsbelang Ried het plan zal ontwikkelen) uitgewerkt tot een nieuw stedenbouwkundig inrichtingsplan. Het nieuwe inrichtingsplan is vervolgens besproken met de omwonenden van Súderom - 1. Deze bewoners kunnen zich vinden in het nieuwe plan. Ook is het plan door de gemeente nogmaals voorgelegd aan de bewoners van de dr. Vitus Ringersstraat zuidzijde, die aangaven dat aan hun wensen tegemoet is gekomen. Op 29 juli 2024 is het aangepaste plan aan het dorp gepresenteerd. Er waren veel belangstellenden aanwezig en de reacties waren wederom positief. De bewoners van Ried zijn blij met een uitbreiding van het dorp. Men is blij dat er wordt gebouwd voor de lokale vraag. Het verslag van de bewonersavond is opgenomen in bijlage 4.

3.2

Bestuurlijk vooroverleg

Onder de Omgevingswet is informeel vooroverleg over plannen mogelijk. Het vooroverleg voor wijzigingen van het omgevingsplan is in de Omgevingswet juridisch niet geregeld. Het vooroverleg is vormvrij. Door bij ruimtelijke ontwikkelingen in een vroeg stadium met elkaar op te trekken, kunnen knelpunten in een vroeg stadium worden gesignaleerd. De gemeente heeft het concept van deze wijzing van het omgevingsplan in het kader van het informeel vooroverleg ter beoordeling toegestuurd aan de overlegpartners. De gemeente heeft daarbij de overlegpartners verzocht aan te

21

geven of er specifieke aandachtspunten aan de orde zijn waarmee rekening dient te worden gehouden in het omgevingsplan. Er is een vooroverlegreactie ontvangen van de provincie Fryslân en van Brandweer Fryslân. Op de vooroverlegreactie van de Brandweer wordt nader ingegaan in paragraaf 5.10. Met Wetterskip Fryslân is overleg over de vraag hoe om te gaan met het toekomstige beheer en onderhoud aan de watergang ten zuidwesten van het plan. Hier wordt in paragraaf 5.16 verder op ingegaan. De vooroverlegreactie van de provincie wordt hieronder behandeld. Overlegadvies provincie Fryslân Op 16 mei 2025 is een overlegadvies ontvangen van de provincie. Het advies is opgenomen als bijlage 5. De provincie kan instemmen met woningbouw op de locatie Ried – Suderom 2. De volgende opmerkingen zijn daarbij gemaakt:  Woondeal: Niet gemotiveerd is hoe de woningen in de Woondeal passen. In de planmonitor wordt uitgegaan van 21 woningen, waarvan 12 woningen in het betaalbare segment. In de toelichting van het Omgevingsplan wordt hier geen melding van gemaakt. Geadviseerd wordt om nader te onderbouwen hoe geborgd gaat worden dat ter plaatse 12 betaalbare woningen worden gebouwd. Reactie gemeente: In de woondeal is voor de regio de volkshuisvestelijke opgave vastgelegd. Op regionaal niveau zal tweederde van de te bouwen woningen betaalbaar moeten zijn.

Het vastleggen van een percentage betaalbare woningen op het niveau van dit projectgebied wordt niet als wenselijk gezien. Onderhavige ontwikkeling betreft een particulier initiatief. Het voornemen is om in het plangebied woningen te bouwen om te voorzien in de lokale woningbouwbehoefte. Het eigen initiatief uit het dorp en de uitgifte aan eigen inwoners blijft daardoor gewaarborgd. Omgevingskwaliteiten: de provincie kan op hoofdlijnen instemmen met de opgestelde inrichtingsschets en het beeldkwaliteitsplan. Voor het erf aan de Peinserweg verdient het de aanbeveling om de zuidelijk erfrand goed in het groen te zetten zodat het karakter van een dorpse entree wordt versterkt. Geadviseerd wordt deze inpassing te borgen in het plan. Reactie gemeente: het opgestelde Beeldkwaliteitsplan bevat welstandscriteria die betrekking hebben op de relatie van de woonpercelen met de openbare ruimte. De beeldkwaliteit van de inrichting van de openbare ruimte en de relatie van de woonpercelen met de openbare ruimte is er op gericht om een informele, dorpse, groene sfeer na te streven. Dit wordt gerealiseerd door bijvoorbeeld groene erfafscheidingen en een zachte overgang naar het omliggende landschap. De beschreven criteria zijn bedoeld als inspirerend kader. Juridische borging van de landschappelijke inpassing vinden wij daarom niet passend en niet nodig. 

Waterrobuust bouwen: in het Omgevingsplan moet aandacht worden besteed aan het aspect waterrobuust bouwen. Geadviseerd wordt om af te wegen of de gronden hoog genoeg liggen. Reactie gemeente: Wetterskip Fryslân heeft een beoordeling vanuit Water opgesteld. In het kader van waterrobuust bouwen ligt het plan ligt voldoende hoog. 

Ontgrondingen: In het plangebied worden sloten gegraven. Geadviseerd wordt om contact te zoeken met de FUMO om te beoordelen of voor de ontgrondingsactiviteiten een omgevingsvergunning moet worden aangevraagd. Reactie gemeente: de FUMO zal door de gemeente worden benaderd met de vraag of voor de ontgrondingsactiviteiten een omgevingsvergunning moet worden aangevraagd. Uit nader onderzoek is gebleken dat voor de aanleg van de nieuwe watergangen is beoordeeld dat de omvang en diepte van de werkzaamheden onder de

22

drempelwaarden van de blijven waarbij geen ontgrondingsvergunning is vereist. De werkzaamheden worden uitgevoerd binnen het kader van de inrichting van het plangebied en maken onderdeel deel uit van een gesloten grondbalans.

3.3

Ontwerpfase en vaststelling

Het ontwerp TAM-omgevingsplan Ried woningbouw Súderom 2, inclusief het bijbehorende ontwerpbeeldkwaliteitsplan, heeft gedurende de periode van 1 juli tot en met 11 augustus 2025 ter inzage gelegen. Tijdens deze termijn is een ieder de mogelijkheid geboden om zienswijzen in te dienen, zowel schriftelijk als mondeling. Binnen deze periode zijn zes zienswijzen ingediend, waarvan vijf door omwonenden en één door Provincie Fryslân. De zienswijzen hebben niet geleid tot juridische inhoudelijk wijzigingen, wel is naar aanleiding van de zienwijze van de provincie een aantal aanpassingen in de motivering doorgevoerd. Verder is een aantal ambtshalve wijzigingen doorgevoerd die betrekking hebben op de toevoeging van een aantal functies in de gebieden 'Water' en 'Wonen', alsmede een beperking van de hoogte van erfafscheidingen binnen het gebied 'Verkeer - Verblijfsgebied' en van walbeschoeiingen binnen het gebied 'Water'. De wijziging van het omgevingsplan is door de raad (gewijzigd) vastgesteld op 29 januari 2026.

23

24

Hoofdstuk 4 4.1

Beleidskader

Rijksbeleid

Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk zijn samen verantwoordelijk voor de fysieke leefomgeving. Sommige belangen en opgaven overstijgen het lokale, regionale en provinciale niveau en vragen om nationale aandacht. Dit noemen we ‘nationale belangen’. Het Rijk heeft voor alle nationale belangen een zogenaamde systeem-verantwoordelijkheid. Voor een aantal belangen is het Rijk zelf eindverantwoordelijk. Maar voor een groot aantal nationale belangen zijn dat de medeoverheden. De NOVI richt zich op die ontwikkelingen waarin meerdere nationale belangen bij elkaar komen, en keuzes in samenhang moeten worden gemaakt tussen die nationale belangen. Voorbeelden van nationale belangen zijn:  Bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en van alle onderdelen van de fysieke leefomgeving.  Waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving.  Zorgdragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoefte.  Waarborgen en realiseren van een veilig, robuust en duurzaam mobiliteitssysteem.  Zorgdragen voor nationale veiligheid en ruimte bieden voor militaire activiteiten.  Waarborgen van een goede waterkwaliteit, duurzame drinkwatervoorziening en voldoende beschikbaarheid van zoetwater.  Verbeteren en beschermen van biodiversiteit.

 Behouden en versterken van cultureel erfgoed en landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten van (inter)nationaal belang. Tot 2030 moeten er ongeveer 1 miljoen woningen gebouwd worden. Er wordt zoveel mogelijk gebouwd binnen bestaand stedelijk gebied, zodat open ruimtes en groen tussen steden behouden blijft. De nieuwe woningen moeten betaalbaar en goed bereikbaar zijn. Bewoners moeten tevens een prettige, gezonde en veilige leefomgeving ervaren. Dat vergt grote investeringen in openbaar vervoer, veilige fiets en wandelpaden, meer groen, ontmoetingsruimte en wateropvang in de stad, en goede verbindingen met recreatiegebieden in de nabijheid van de stad. Beoordeling Met voorliggend plan wordt een bijdrage geleverd aan de grote woningbehoefte die bestaat. Binnen Bestaand stedelijk gebied (BSG) zijn er geen gronden beschikbaar die de voorliggende ontwikkeling kunnen faciliteren. De realisatie aansluitend aan BSG wordt vormgegeven op een wijze dat het aangrenzende landschap beleefbaar blijft en vormt een overgang tussen het bestaande dorp en het open landschap. Er zijn bovendien geen bijzondere landschappelijke kwaliteiten aanwezig waaraan afbreuk wordt gedaan met voorliggend initiatief. Geconcludeerd wordt dat het plan in lijn is met de doelen en ambities uit de NOVI.

Conclusie rijksbeleid De ontwikkeling in het plangebied raakt, gezien de relatief kleine omvang, geen opgaven die zijn opgenomen in de NOVI. De ontwikkeling draagt bij aan de opgave om steden en regio's sterker en leefbaarder te maken. De ontwikkeling is niet in strijd met het gestelde in het rijksbeleid.

25

4.2

Provinciaal beleid

4.2.1

Omgevingsvisie Fryslân - De romte diele

Op 23 september 2020 is de omgevingsvisie Fryslân - De romte diele vastgesteld waarin de ambitie voor de provincie voor 2030-2050 is uitgesproken. Hierbij wordt gewerkt met 9 principes die richting geven bij het maken van keuzes. Enerzijds zijn de principes inhoudelijk van aard, zoals zuinig ruimtegebruik, omgevingskwaliteit als ontwerpbasis, koppelen van ambities, gezondheid en veilig. Anderzijds zijn er samenwerkingsprincipes, zoals rolbewust, decentraal wat kan, het ja, mits principe, aansluiting zoeken en sturen op proces, ruimer op inhoud. Dit is vertaald naar vier urgente opgaven die de provincie wil aanpakken: 1. Fryslân houdt de leefomgeving vitaal, leefbaar en bereikbaar; 2. Fryslân zet de energietransitie met kracht voort; 3. Fryslân wordt klimaat-adaptief ingericht; 4. Fryslân versterkt de biodiversiteit. Als uitgangspunt geldt dat veranderingen niet tegen moeten worden gehouden, maar dat ambities worden gerealiseerd door gewenste nieuwe ontwikkelingen te laten aansluiten bij bestaande kwaliteiten. Beoordeling Het plangebied vormt een overgang tussen het landelijk gebied en de bestaande bebouwing van het dorp. Met de inrichting van het plangebied wordt hierop ingespeeld. Hierdoor past de planontwikkeling binnen het principe van omgevingskwaliteit als ontwerpbasis. Het plan is daarnaast ontstaan met, door en voor de inwoners van Ried.

Hierbij is er goede afstemming met de gemeente Waadhoeke Conclusie De mogelijkheden die in deze wijziging van het omgevingsplan worden geboden passen binnen het beleid van de provinciale omgevingsvisie. 4.2.2

Omgevingsverordening Provincie Fryslân

Op 8 februari 2024 is de Omgevingsverordening in werking getreden. In de verordening zijn regels opgenomen die ervoor moeten zorgen dat de provinciale ruimtelijke belangen doorwerken in de gemeentelijke ruimtelijke plannen. De denklijn van het principe van ‘ja, mits’ en ‘decentraal wat kan’ zijn in de verordening verder doorgetrokken. Minder dan voorheen worden vooraf harde grenzen vastgelegd. Vanuit meer kwalitatieve kaders worden mogelijkheden gegeven voor ontwikkeling, met waarborgen voor andere belangen en waarden. Van belang daarbij is het volgende: de ruimtelijke inrichting en ordening van de fysieke leefomgeving kent twee kanten: bescherming (van waarden) enerzijds en ontwikkeling anderzijds. Die twee moeten in een evenwichtige verhouding staan. Ook is het van belang om te onderkennen dat er verschil in belangen kan bestaan. De initiatiefnemer heeft altijd een ‘buurman’ of omgeving die te maken krijgt met de effecten van een ontwikkeling. De Omgevingswet vraagt expliciet om betrokkenheid van die omgeving. De ‘mits’ van ’ja, mits’ dient ook invulling te worden gegeven met behulp van participatie.

26

Beoordeling De voorliggende ontwikkeling is tot stand gekomen na overleg met de buurt. Het plan is ook aangepast naar aanleiding van dit overleg. Dit sluit aan bij de vanuit de Omgevingsverordening voorgeschreven participatie. De volgende artikelen zijn van toepassing op de woningbouwontwikkeling in Ried: Artikel 2.2 Dit artikel stelt dat een ruimtelijk inrichtingsplan moet worden opgesteld met behulp van een omgevingstafel wanneer een nieuwe activiteit buiten BSG aanzienlijke effecten op de omgevingskwaliteiten heeft. In voorliggend geval is er geen sprake van aanzienlijke effecten op omgevingskwaliteiten. Evenwel is een beeldkwaliteitsplan opgesteld waarin de bestaande kwaliteit van het plangebied en de directe omgeving als uitgangspunt zijn genomen. Artikel 2.3 Een omgevingsvergunning, die voorziet in nieuwe functies of uitbreiding van bestaande functies buiten het bestaand stedelijk gebied, bevat voor die functies een onderbouwing van het principe van zuinig en meervoudig ruimtegebruik, waaruit tenminste blijkt: a. dat de nieuwe functie voorziet in een behoefte; b. dat het redelijkerwijs niet mogelijk is om gebruik te maken van een bestaand bouwperceel, en c. dat de mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik zijn afgewogen en indien mogelijk worden benut.

In het geval een nieuwe stedelijke functie wordt toegedeeld buiten het bestaand stedelijk gebied, moet worden onderbouwd waarom die functie redelijkerwijs niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd. Naar aanleiding van de woningbehoefte in Ried heeft een locatieonderzoek plaatsgevonden voor een mogelijke woningbouwontwikkeling. De mogelijkheden zijn afgewogen en de uitbreidingslocatie Súderom - 2 is het meest geschikt gebleken. Binnen de grenzen van het dorp waren geen geschikte locaties om aan de gewenste woningbouwbehoefte te voldoen. In paragraaf 5.2 wordt dieper ingegaan op de behoefte die bestaat (toets aan de Ladder van duurzame verstedelijking). Artikel 2.4 Een afwijking van het omgevingsplan dat voorziet in nieuwe functies of uitbreiding van bestaande functies buiten het bestaand stedelijk gebied, bevat voor die functies een onderbouwing van de wijze waarop nieuwe ontwikkelingsmogelijkheden in het plan bijdragen aan één of meerdere opgaven voor de leefomgeving, zoals energietransitie, klimaatadaptatie, circulaire economie, werkgelegenheid of het versterken van de biodiversiteit, door het maken van slimme combinaties en het benutten van koppelkansen. Het voorliggende initiatief sluit aan bij een bestaande straat (Súderom) en vormt daarmee een logische ruimte op aan de rand van Ried.

De impact op het landschap blijft daarmee beperkt, terwijl er wordt gebouwd voor doelgroepen die weinig kansen hebben op de woningmarkt. Verder is het plan vrij ruim opgezet waardoor er voldoende mogelijkheden zijn voor infiltratie van hemelwater.

27

Artikel 2.6 Bij een afwijking van een omgevingsplan mogen op gronden buiten het bestaand stedelijk gebied nieuwe bouw- en gebruiksmogelijkheden worden opgenomen voor nieuwe stedelijke functies, indien deze aansluiten op het bestaand stedelijk gebied en wat betreft aard en schaal passen bij de stad of het dorp. In voorliggend geval is hiervan sprake. De uitbreiding sluit qua omvang aan op het oostelijk reeds gerealiseerde deel Súderom. Bovendien wordt de ruimtelijke kwaliteit gewaarborgd door middel van een beeldkwaliteitsplan, zodat een zorgvuldige landschappelijke afronding ontstaat. In het beeldkwaliteitsplan is de bestaande kwaliteit van het plangebied en de directe omgeving als uitgangspunt genomen. De toelichting van dit bestemmingsplan beschrijft de gewenste situatie en gaat in op de milieu- en omgevingsaspecten. Hieruit blijkt dat de ruimtelijke kwaliteit van de dorpsuitbreiding is gewaarborgd. Artikel 2.7 Programmering woningbouw In dit artikel is aangegeven dat een ruimtelijk plan nieuwe woningen kan bevatten, wanneer deze passen binnen de regionale woningbouwafspraken. In afwijking hiervan kan een omgevingsplan woningen bevatten overeenkomstig bilaterale woningbouwafspraken, vooruitlopend op de eerstvolgende herijking van de regionale woningbouwafspraken. De behoefte aan woningen in de kern Ried is onderzocht.

De gemeente onderkent de behoefte in de dorpen, waaronder in Ried. Dit heeft geresulteerd in het opnemen van de beoogde ontwikkeling in het Woningbouwprogramma Waadhoeke. Naar aanleiding van de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State d.d. 4 december 2924 (betreffende het ingestelde beroep tegen de vaststelling van het bestemmingsplan ‘Boksum – Blessumerpaed) heeft de raad van gemeente Waadhoeke op 13 maart 2025 een herstelbesluit genomen en is het 'Gemeentelijk woonplan Waadhoeke' vastgesteld. Het woonplan moet worden gelezen in samenhang met de op 28 mei 2020 vastgesteld 'Woonvisie 2020-20230 Samen Sterk'. Zie ook paragraaf 4.4.2. Het woonplan is opgenomen als bijlage 6. De beoogde woningbouw op de locatie Ried-Suderom 2 is opgenomen in dit woonplan. Het woonplan is aan Gedeputeerde Staten voorgelegd ter instemming. De provincie heeft ingestemd met het door de gemeente vastgestelde woonplan. De schriftelijke instemming van de provincie (d.d. 25 maart 2025) is opgenomen als bijlage 7. Er heeft ook een kwantitatieve afweging plaatsgevonden. In paragraaf 5.2 wordt hierop ingegaan. Hieruit blijkt dat de beoogde nieuwbouw aansluit bij de behoefte.

Het voorliggende woningbouwproject in Ried maakt tevens deel uit van de Regionale woondeal 2022-2030 Noordwest Fryslân, dit is een bestuurlijke afspraak tussen Rijk, provincie en gemeente waarin gemeente Waadhoeke zich bij ondertekening op 20 april 2023 heeft verbonden aan voornemen tot het realiseren van minimaal 520 woningen gedurende die periode. Binnen de woondeal wordt gestreefd naar toevoeging van woningen in de betaalbare koop en sociale huur. De afspraak vanuit de woondeal dat tweederde van de woningen betaalbaar moet zijn, geldt op regionaal niveau. Binnen dit plan is flexibiliteit ingebouwd via verschillende woningtypen en de optie voor seniorenwoningen met zorg. Daarmee kan ook lokaal aan de betaalbaarheidsopgave worden voldaan. De zes twee-onder-één-kapwoningen en de vier rug-aan-rugwoningen vallen binnen de voor koopwoningen geldende betaalbaarheidsgrens, conform de landelijke definitie in de Huisvestingswet 2014 en de nadere uitwerking in de woondeal. Deze grens wordt jaarlijks geïndexeerd op basis van de consumentenprijsindex en de betaalbaarheid

28

wordt geborgd in (een addendum op) de anterieure overeenkomst. Conclusie De mogelijkheden die in deze wijziging van het omgevingsplan worden geboden passen binnen de Omgevingsverordening Provincie Fryslân. De beoogde woningbouw op de locatie Suderom 2 is in het woonplan opgenomen. De provincie heeft ingestemd met het door de gemeente vastgestelde woonplan. De woningbouwontwikkeling in Ried is niet in strijd met het provinciaal beleid en past binnen de Regionale woondeal 2022-2030 Noordwest Fryslân.

4.3

Waterschapsbeleid

Wetterskip Fryslân is verantwoordelijk voor de veiligheid (sterke dijken), het bewaken van de waterkwaliteit, een goed waterpeil, voldoende water en het zuiveren van afvalwater. Hierbij wordt rekening gehouden met klimaatverandering. Het beheergebied is de provincie Fryslân en een deel van het Groninger Westerkwartier. In 2023 heeft het Wetterskip de toekomstvisie vastgesteld. De visie geeft inhoud voor het Fries Programma Landelijk Gebied en de Provinciale Omgevingsvisie. Voor het ontwikkelen van beleid en plannen over water, bodem en ruimte is de visie de basis. Wetterskip Fryslân gebruikt de visie ook om bestaande plannen, zoals het Waterbeheerprogramma 2022-2027, te herzien. Dit Waterbeheerprogramma 2022-2027 is nu nog het geldende plan en geeft inzicht in de maatregelen en ruimtelijke keuzes om onder meer klimaatverandering op te kunnen vangen. Dit programma is in samenwerking met de Provincie Fryslân opgesteld. De provincie is verantwoordelijk voor het Regionaal Waterprogramma 2022/2027 dat het kader is voor het waterbeheerprogramma. Het Regionaal Waterprogramma 2022/2027 is op 30 november 2022 vastgesteld door Provinciale Staten. In dit programma legt de provincie het beleid voor waterbeheer vast voor de planperiode. In de omgevingsverordening Fryslân zijn regels opgenomen die gaan over veiligheid en water.

Het hoofddoel is dat de provincie Fryslân in 2050 zoveel mogelijk waterrobuust en klimaatbestendig is ingericht. In het Waterprogramma zijn de doelen in programmalijnen opgenomen voor klimaatadaptatie, waterveiligheid, voldoende water en waterkwaliteit. De uitwerking vindt plaats door de waterschappen. De waterschapsverordening Wetterskip Fryslân bevat alle regels over de fysieke leefomgeving die het Wetterskip stelt binnen haar beheersgebied. Wetterskip Fryslân heeft ervoor gekozen om met de inwerkingtreding van de Omgevingswet beleidsluw over te gaan. Dit houdt in dat de waterschapsverordening qua vorm en opzet volledig voldoet aan de uitgangspunten van de Omgevingswet. In de Omgevingsverordening provincie Fryslân zijn in hoofdstuk 3 de instructieregels met betrekking tot water opgenomen. In paragraaf 5.16 wordt ingegaan op het wateraspect met betrekking tot de beoogde ontwikkeling.

29

4.4

Gemeentelijk beleid

4.4.1 Ontwerp omgevingsvisie gemeente Waadhoeke De omgevingsvisie Waadhoeke laat zien wat we belangrijk vinden voor de omgeving waarin we wonen, werken en waarin we onze vrije tijd doorbrengen. Het is een visie op hoofdlijnen gericht op onze toekomst. Met onze omgevingsvisie nodigen we iedereen uit om bij te dragen aan de ontwikkeling van onze gemeente; een gemeente waar het fijn leven is in een gezonde omgeving. Waar we zorg dragen voor het nu én voor onze toekomst. Een gemeente met een waardevol landschap waarin landbouw en natuur in balans zijn. En waar we trots kunnen zijn op onze stad en op onze veerkrachtige dorpen en wijken. Een van de speerpunten is 'een gemeente met sterke dorpen en wijken waar voldoende goede woningen staan, voorzieningen bereikbaar zijn en ons erfgoed wordt gekoesterd'. We vinden dat onze inwoners op een passende manier moeten kunnen wonen in onze gemeente. We bouwen ook nieuwe woningen. Dit kan door het toevoegen van woningen of door sloop en vervanging. We doen dat om te voorzien in de grote woningvraag, het wegtrekken van mensen te voorkomen en om mensen aan te trekken. We bouwen bij de stad, de grote kernen en in de vorm van maatwerk bij de overige kernen. Dit gebeurt in een goede verhouding tot de schaal van het dorp; hoe kleiner het dorp hoe bescheidener de eventuele nieuwbouw.

Beoordeling In de ontwerp-omgevingsvisie wordt de uitbreidingslocatie Súderom - 2 niet specifiek genoemd. Wel past het voornemen bij het genoemde speerpunt van de visie. Ook is sprake van maatwerk: een uitbreiding van 19 woningen staat in goede verhouding tot de schaal van het dorp. 4.4.2 Woonvisie Waadhoeke 2020-2030 Samen Sterk In 2020 heeft de gemeente Waadhoeke haar eerste Woonvisie vastgesteld. De woonvisie vormt een beginpunt in het behalen van de gemeentelijke doelen op het gebied van wonen, om van daaruit met de dorpen verder te werken aan hun toekomst. De woonvisie is gebaseerd op onder meer een woningmarktonderzoek, prestatieafspraken met corporaties en huurdersorganisaties, uitkomsten van vragen aan bewoners en de schouw van bestaande buurten die de gemeente elke vier jaar doet. In de Woonvisie worden vijf thema's behandeld: 1. 2. 3. 4. 5.

De kwaliteit van de bestaande voorraad Ruimte voor nieuwbouw Voor iedereen betaalbaar wonen Samen wonen in wijken en dorpen Samen sta je sterker

In de woonvisie wordt gesteld dat op korte termijn vraag is naar zowel levensloopbestendige woningen als gezinswoningen. Verder wordt verwacht dat het aantal inwoners in de regio Noordwest-Fryslân de komende 10 jaar daalt. Er is echter nog wel sprake van een groei in het aantal huishoudens, omdat de huishoudensgrootte afneemt. In de woonvisie wordt aangegeven dat er criteria gelden voor woonplannen. De gemeente werkt mee aan initiatieven als het plan vraagvolgend is en er draagvlak is in het dorp. Om goede kwaliteit te waarborgen worden ontwikkelingen getoetst aan de welstandsnota. In de woonvisie wordt aangegeven dat met en voor de inwoners van

30

de gemeente wordt gewerkt. Er wordt sterk ingezet op maatwerk. Per kern wordt aan een balans tussen woningvraag en plannen gewerkt. De kern Ried valt onder de kleine dorpen. In deze dorpen is de woningbehoefte 0 tot 85 woningen. De insteek is om in deze dorpen op het gebied van nieuwbouw te kiezen voor maatwerk. Beoordeling In de woonvisie wordt de uitbreidingslocatie Súderom - 2 niet specifiek genoemd. Wel wordt de vraag vanuit het dorp onderkend en geeft de gemeente de ruimte om de dorpsuitbreiding mogelijk te maken. 4.4.3 Gemeentelijk woonplan Waadhoeke Naar aanleiding van de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State d.d. 4 december 2924 (betreffende het ingestelde beroep tegen de vaststelling van het bestemmingsplan ‘Boksum – Blessumerpaed) heeft de raad van gemeente Waadhoeke op 13 maart 2025 een herstelbesluit genomen en is het 'Gemeentelijk woonplan Waadhoeke' vastgesteld. Het woonplan moet worden gelezen in samenhang met de op 28 mei 2020 vastgesteld 'Woonvisie 2020-20230 Samen Sterk'. Zie ook paragraaf 4.4.2 en paragraaf 4.2.2. In het woonplan Waadhoeke zijn de diverse woningbouwontwikkelingen op verschillende locaties in de gemeente Waadhoeke weergegeven. De fase waarin de ontwikkelingen zich bevinden lopen uiteen van onderzoeksfase tot realisatiefase.

Per project is aangegeven of de ontwikkellocatie binnen of buiten bestaand stedelijk gebied is gelegen. De woningbouwontwikkeling aan de Súderom in Ried is ook opgenomen in het woonplan met 21 twee-onder-één-kapwoningen/vrijstaande woningen. Het woonplan is opgenomen als bijlage 6. Het woonplan is aan Gedeputeerde Staten voorgelegd ter instemming. De provincie heeft ingestemd met het door de gemeente vastgestelde woonplan. De schriftelijke instemming van de provincie (d.d. 25 maart 2025) is opgenomen als bijlage 7. Er heeft ook een kwantitatieve afweging plaatsgevonden. In paragraaf 5.2 wordt hierop ingegaan. Hieruit blijkt dat de beoogde nieuwbouw aansluit bij de behoefte. 4.4.4

Nota Parkeernormen

Op 8 december 2020 is door Burgemeester en Wethouders de Nota Parkeernormen vastgesteld. Hierin is vastgelegd welke parkeernorm de gemeente hanteert voor verschillende gebieden en functies. Daarnaast is aangegeven op welke manier de parkeervraag aan de hand van de normen moet worden berekend en welke eisen worden gesteld aan de invulling van de parkeervraag. In beginsel wordt de parkeervraag op eigen terrein opgelost maar onder bepaalde omstandigheden kan hiervan af worden geweken. Benutting van de bestaande openbare parkeercapaciteit is dan een optie. Deze nota geeft aan welke mogelijkheden er zijn en onder welke voorwaarden. Uit de toetsing in paragraaf 5.4 blijkt dat aan de Nota Parkeernormen wordt voldaan. In dit TAM-omgevingsplan is hier een regeling voor opgenomen om dit te borgen, zie artikel 12.1. 4.4.5 Conclusie gemeentelijk beleid De ontwikkeling in Ried past binnen het gemeentelijk beleid, omdat het uitgangspunt is dat er vraagvolgend wordt gebouwd. De behoefte aan diverse woningtypen in Ried is onderzocht en de gemeente geeft de ruimte aan lokale initiatieven. De gemeente Waadhoeke heeft de ontwikkeling ook opgenomen in haar woningbouwprogramma.

31

32

Hoofdstuk 5

Gevolgen voor de fysieke leefomgeving

De beoogde ontwikkeling is van invloed op de fysieke leefomgeving. De aard, omvang en locatie van de ontwikkeling zijn de reden dat het omgevingsplan moet worden gewijzigd. Dit betekent dat de omgevingsaspecten en andere thema's onderzocht moeten worden om te beoordelen of er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL) als de gewenste ontwikkeling is uitgevoerd. De beoogde ontwikkeling wordt in dit hoofdstuk getoetst aan onder meer de instructieregels uit het Bkl (Besluit kwaliteit leefomgeving). In het Bkl is namelijk aangegeven dat daar waar een nieuwe activiteit milieuruimte inneemt, aandacht nodig is voor de gevolgen van deze activiteit op de omgeving maar ook voor de gevolgen die de omgeving heeft op deze nieuwe activiteit.

5.1

Mer-beoordeling

Toetsingskader In Bijlage V van het Omgevingsbesluit is aangegeven welke projecten in het kader van een wijziging omgevingsplan mer-plichtig of mer-beoordelingsplichtig zijn. Projecten die zijn genoemd in kolom 1 zijn mer-plichtig als wordt voldaan aan de drempelwaarden uit kolom 2 en mer-beoordelingsplichtig in gevallen als genoemd in kolom 3. In kolom 4 staat aangegeven bij welk besluit de mer(beoordelings)-plicht geldt. Voor mer-beoordelingsplichtige activiteiten moet worden onderzocht of deze aanzienlijke milieueffecten kunnen hebben. De criteria om dit vast te stellen zijn genoemd in bijlage III van Richtlijn 2011/92/EU (richtlijn m.e.r.). Samengevat zijn dit de kenmerken van een project, de locatie van een project en soort en kenmerken van de verschillende milieueffecten. Bij het bevoegd gezag, (het college van B&W) moet een mededeling (de aanmeldnotitie) worden gedaan waarin een beschrijving van het plan, de locatie en de mogelijke milieueffecten zijn opgenomen. Het bevoegd gezag beslist binnen zes weken of sprake is van aanzienlijke milieueffecten. Waar nodig worden regels in het omgevingsplan gewijzigd, c.q. opgenomen. Voorafgaand aan het ter visie leggen van het ontwerp-omgevingsplan heeft de gemeente (op basis van de aanmeldnotitie) een formeel besluit genomen dat een formele mer-procedure niet doorlopen hoeft te worden.

De wijzigingen die naderhand in het zijn doorgevoerd (waaronder het actualiseren van het stikstofonderzoek) hebben geen gevolgen voor deze beslissing. Toetsing en conclusie De beoogde ontwikkeling, namelijk het mogelijk maken van 19 woningen, wordt gezien als een stedelijk ontwikkelingsproject. Categorie J11 uit Bijlage V van het Ob is van toepassing. Hiervoor geldt een project-mer-beoordelingsplicht. De mer-beoordelingsnotitie is toegevoegd als bijlage 8. Uit de informatie uit deze notitie blijkt dat het plangebied niet is gelegen in een kwetsbaar gebied en/of gebied met een beschermde status. Verder leiden de aard en omvang van het 'stedelijk ontwikkelingsproject' niet tot aanzienlijke milieueffecten. Dit betekent dat er geen aanleiding is voor het doorlopen van een volledige mer-procedure.

33

5.2

Ladder voor duurzame verstedelijking

Toetsingskader De Ladder voor duurzame verstedelijking (vaak kortweg aangeduid als Ladder) is een instructieregel voor zorgvuldig ruimtegebruik en tegengaan van leegstand. Bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen wordt beoordeeld of de behoefte aanwezig is en of de ontwikkeling binnen het stedelijk gebied kan. In het Bkl staat de instructieregel dat de Ladder wordt toegepast bij een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Een stedelijke ontwikkeling is de ontwikkeling of uitbreiding van een bedrijventerrein, een zeehaventerrein, een woningbouwlocatie, kantoren, een detailhandelsvoorziening of een andere stedelijke voorziening die voldoende substantieel is. Voor zover een omgevingsplan voorziet in een nieuwe stedelijke ontwikkeling, wordt met het oog op het belang van zorgvuldig ruimtegebruik en het tegengaan van leegstand in het omgevingsplan rekening gehouden met: a. de behoefte aan die stedelijke ontwikkeling; en b. als die stedelijke ontwikkeling is voorzien buiten het stedelijk gebied of buiten het stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied: de mogelijkheden om binnen dat stedelijk gebied of binnen dat stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied in die behoefte te voorzien. Toetsing Uit jurisprudentie blijkt dat sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling wanneer sprake is van de realisatie van meer dan 11 woningen.

In voorliggend geval worden 19 woningen gerealiseerd en daarom is de instructieregel van toepassing. De behoefte aan woningen in de kern Ried is onderzocht. De gemeente onderkent de behoefte in de dorpen, waaronder in Ried. De locatie is gelegen buiten bestaande stedelijk gebied (BSG). Ten behoeve van de woningbouwontwikkeling is een locatiestudie uitgevoerd waarbij vijf locaties in Ried zijn onderzocht die als potentiële woningbouwlocatie kunnen dienen. In bijlage 1 bij deze motivering worden de diverse mogelijkheden beschreven en beoordeeld. Hieruit blijkt dat de locatie aan de zuidzijde van Ried, Súderom - 2, de meest geschikte locatie is en dat realisatie binnen BSG niet realistisch is. Een en ander heeft geresulteerd in het opnemen van de beoogde ontwikkeling in het Gemeentelijk woonplan Waadhoeke. (Zie bijlage 6). Ook past het project binnen de woningbouwafspraken die zijn gemaakt omtrent het 'Woonbehoefteonderzoek Waadhoeke 2025-2030-2035 met een doorkijk naar 2040-2050'. Conclusie Er is sprake van zowel een kwantitatieve als kwalitatieve behoefte aan woningen in Ried. De ontwikkeling sluit hier bij aan. Realisatie binnen bestaand stedelijk gebied is niet realistisch. De ontwikkeling voldoet daarmee aan de uitgangspunten van de ladder voor duurzame verstedelijking. Er is sprake van zorgvuldig ruimtegebruik.

5.3

Welstand

Toetsingskader Bij nieuwbouw of verbouw beoordeelt de gemeente met een welstandstoets of het bouwwerk past in de omgeving. De regels voor een welstandstoets zijn opgenomen in de bruidsschat (in paragraaf 1.4 is aangegeven wat dit is). Daarmee maken deze regels deel uit van het omgevingsplan. Met de welstandstoets beoordeelt de gemeente of het uiterlijk of de plaatsing van het bouwwerk niet in strijd is met redelijke eisen van welstand.

34

Toetsing De gemeente heeft haar welstandsbeleid vastgelegd in de Welstandsnota die op 12 december 2019 is vastgesteld en laatstelijk is gewijzigd op 6 juni 2024, en die deel uitmaakt van de bruidsschat. De (welstands)regels voor het uiterlijk van bouwwerken hierbij zijn afgestemd op de bestaande situatie en niet toereikend voor de beoogde situatie in het plangebied. De welstandsnota kan op zichzelf niet meer worden gewijzigd of aangevuld. Regels over het uiterlijk van bouwwerken, zoals die voorheen in de Welstandsnota werden opgenomen, worden nu voor nieuwe ontwikkelingen -als onderdeel van de fysieke leefomgeving- in het omgevingsplan opgenomen. Dat kan door concrete regels over het uiterlijk van bouwwerken in het plan op te nemen, of door het opnemen van een 'open norm' met een verwijzing naar beleidsregels. Gemeente Waadhoeke heeft ten aanzien van het voorliggende TAM-omgevingsplan voor die laatste optie gekozen. Om deze reden is voor dit plan een beeldkwaliteitsplan (bkp) opgesteld, met daarin opgenomen nieuwe regels voor het uiterlijk van bouwwerken. Het bkp is opgenomen als bijlage 2. Het bkp wordt vastgesteld door de gemeenteraad. Niet alle onderdelen uit het bkp gaan specifiek over het uiterlijk van bouwwerken. Op de pagina's 7, 8 en 9 zijn welstandscriteria geformuleerd.

Alleen díe aspecten op die pagina's die specifiek gaan over het uiterlijk van bouwwerken zijn gekoppeld aan de regels van het TAM-omgevingsplan (zie hiervoor artikel 10.1) en worden vastgesteld door de gemeenteraad als beleidsregel in de zin van artikel 4.19 van de Omgevingswet. Dit gebeurt gelijktijdig met de vaststelling van het TAM-omgevingsplan (als wijziging van het Omgevingsplan gemeente Waadhoeke). Door middel van bovenstaande afstemmingsconstructie wordt bij vergunningsaanvragen voor het bouwen van een bouwwerk getoetst aan die beleidsregel over het uiterlijk van bouwwerken. De Adviescommissie Omgevingskwaliteit baseert haar advisering aan het college van B&W over bouwplannen ook op deze beleidsregel. Deze nieuwe regels over het uiterlijk van bouwwerken vervangen alleen de betreffende regels uit de Welstandsnota voor deze specifieke locatie (de locatie van dit TAM-omgevingsplan). Voor het overige blijft de huidige Welstandsnota van de gemeente Waadhoeke van toepassing.

5.4

Mobiliteit en parkeren

Toetsingskader Het Bkl bevat geen instructieregels met betrekking tot mobiliteit en parkeren. Echter, bij het toelaten van een nieuwe ontwikkeling zal met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties aangetoond moeten worden wat het effect is op de bereikbaarheid, verkeersafwikkeling en parkeerdruk. Toetsing Verkeer Een vrijstaande woning heeft volgens de CROW-uitgave 744 een verkeersgeneratie van maximaal 8,6 verkeersbewegingen per etmaal. Er worden hier ook twee-onder een-kapwoningen en ook geclusterde woningen gerealiseerd met een lagere verkeersgeneratie. Als worst case wordt uitgegaan van 19 vrijstaande woningen, levert dit een verkeersgeneratie op van 164 verkeersbewegingen per etmaal dat wordt ontsloten op de Peinserweg. Dit is een weg die voldoende is ingericht om dit aantal te kunnen verwerken. Het betekent een gemiddelde van 7 voertuigen per uur, wat neerkomt op 1 auto per 9 minuten. Dit heeft geen negatieve invloed op de woon- en

35

leefomgeving ter plaatse. Op de plek waar de aansluiting op de Peinserweg plaatsvindt zijn geen woningen aanwezig waardoor er ook op het gebied van lichtinschijning van koplampen geen probleem is. Langzaam verkeer krijgt de mogelijkheid om (ook) te ontsluiten op de Súderom. Langs de Peinserweg is een fietspad aanwezig waarmee ook aan die zijde een verkeersveilige ontsluiting voor langzaam verkeer mogelijk is. Parkeren Voor het parkeren wordt getoetst aan de ‘Beleidsregel van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Waadhoeke houdende regels omtrent parkeernormen’. Uit deze beleidsregel volgt dat voor een grondgebonden woning een parkeernorm geldt van 2,1 (inclusief bezoek). Er is voldoende ruimte om deze hoeveelheid parkeerplaatsen op de gronden behorende bij de woningen te realiseren. De vier geclusterde woningen aan de westzijde kunnen met een lagere norm toe, maar ook daar is voldoende ruimte om van de hoge norm uit te gaan. Conclusie De verkeersgeneratie is goed afwikkelbaar op de omliggende wegen. Het parkeren kan worden opgelost op de te realiseren woonpercelen. Bij de verdere uitwerking moet worden voldaan aan de parkeernormen van de gemeente. Paragraaf 4.4.4 gaat hier nader op in. In de regels is hiervoor (in artikel 12.1) een regeling opgenomen die dit waarborgt.

Het aspect verkeer en parkeren vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het project.

5.5

Natuur

5.5.1

Toetsingskader

De Wet natuurbescherming is opgegaan in de Omgevingswet. Ter bescherming van de natuur zijn regels opgenomen. Het gaat hierbij in de eerste plaats om regels voor de gebiedsbescherming van aangewezen Natura 2000-gebieden, regels voor de soortenbescherming van te beschermen planten diersoorten (waaronder vogels) en regels ter bescherming van houtopstanden. Het gebieds- en soortenbeschermingsregime vloeit voor een belangrijk deel voort uit twee Europese richtlijnen, te weten de Vogelrichtlijn (79/409/EEG) en de Habitatrichtlijn (92/43/EEG). Het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) bevat in een algemene zorgplicht voor alle in het wild levende dieren en planten en een aantal strikte verboden voor aangewezen beschermde inheemse diersoorten (soortenbescherming). Daarnaast bevat het Bal specifieke regels voor de aanwijzing, het beheer en de bescherming van Natura 2000-gebieden, waaronder een groot aantal gebieden die als essentieel leefgebied dienen voor vogels (gebiedsbescherming). Ook bevat het Bal enkele bepalingen over de jacht en houtopstanden. Het is verboden om zonder omgevingsvergunning een flora en fauna- activiteit te verrichten (art. 5.1, lid 2, onder g Ow). Op grond van paragrafen 11.2.2, 11.2.3 en 11.2.4 van het Bal moet worden beoordeeld of een bouwplan van invloed is op de in het gebied aanwezige flora en fauna.

Gebiedsbescherming De Europese Vogel- en Habitatrichtlijn beschermt Natura 2000-gebieden. De minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit wijst de Natura 2000-gebieden aan. Op grond van artikel 2.43 Omgevingswet legt hij ook de instandhoudingsdoelstellingen vast.

36

Als er naar aanleiding van projecten, plannen en activiteiten, afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten, mogelijkerwijs significante effecten optreden, dienen deze bij de voorbereiding van een omgevingsplan in kaart te worden gebracht en beoordeeld. Natura 2000-gebieden hebben een externe werking, zodat ook ingrepen die buiten deze gebieden plaatsvinden en verstoring kunnen veroorzaken, moeten worden getoetst op het effect van de ingreep op soorten en habitats. Soortenbescherming Onder de Omgevingswet zijn veel dier- en plantsoorten beschermd. De bescherming richt zich op soorten van Europees belang, die onder de reikwijdte van de Vogel- en Habitatrichtlijn vallen, en om bepaalde soorten van nationaal belang. Soortenbescherming vindt plaats binnen en buiten het natuurnetwerk Nederland. Het kan de vorm hebben van wet- en regelgeving, maar ook van fysieke maatregelen die bescherming, vestiging of uitbreiding van een soortenpopulatie stimuleren. In de Omgevingswet is geregeld dat in beginsel de provincies hiervoor verantwoordelijk zijn. 5.5.2 Toetsing Gebiedsbescherming Het plangebied maakt geen deel uit van beschermde gebieden als Natura 2000 en Natuur Netwerk Nederland. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is de Waddenzee op circa 6 kilometer afstand tot het plangebied. De Waddenzee geldt niet als stikstofgevoelig gebied.

Het plangebied ligt buiten beschermde natuurgebieden. Directe effecten zoals areaalverlies en versnippering kunnen hierdoor worden uitgesloten. Natura 2000-gebieden: stikstofdepositie De ontwikkeling van het plangebied zou wel kunnen leiden tot een toename van stikstofdepositie in Natura 2000-gebieden in de omgeving. De ontwikkeling betreft de bouw van 19 woningen. De woningen worden gasloos uitgevoerd, maar door de bouw van de woningen neemt de verkeersgeneratie wel toe. Om de stikstofdepositie in beeld te brengen is voor zowel de aanlegfase als de gebruiksfase een stikstofberekening uitgevoerd. De resultaten hiervan zijn opgenomen in bijlage 10. Hieruit blijkt dat zowel in de aanleg- als de gebruiksfase de stikstofdepositie nergens hoger is dan 0,00 mol/ha/jaar en er derhalve geen relevant effect is. Negatieve effecten in de vorm van vermesting en verzuring zijn derhalve niet aan de orde. De aanleg- en exploitatiefase zijn worst-case in dezelfde berekening meegenomen. Voor dit plan geldt geen vergunningplicht op basis van de Omgevingswet. Soortenbescherming De haalbaarheid van dit planvoornemen in relatie tot de natuurwetgeving is door middel van een quickscan beoordeeld (zie bijlage 9). Uit dit onderzoek blijkt dat de ontwikkeling zonder bezwaren doorgang kan vinden binnen de kaders van de geldende natuurwetgeving.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=waadhoeke&id=31264b14-8a5a-4ee9-b25e-5c893eec6fb8