Bijlage 2 Wijziging omgevingsplan gemeente Waadhoeke-Boksum woningbouw Blessumerpaed met identificatienummer NL.IMRO.1949.TAMOP22C.VAS1
Tekst van het document
Alleen het deel dat als gevolg van de voorgenomen bouwwerkzaamheden verstoord wordt, is door middel van een opgraving onderzocht tot op de maximale ontgravingsdiepte ten behoeve van de bouwwerkzaamheden. In de overige delen van het onderzoeksgebied van het archeologisch vervolgonderzoek zijn in de diepere lagen nog intacte archeologische resten aanwezig die deel uit maken van de behoudenswaardige vindplaats. Geadviseerd wordt om hier voorafgaand aan toekomstige graafwerkzaamheden in het plangebied wederom archeologisch onderzoek uit te laten voeren in de vorm van een opgraving. Dit advies is door de gemeente overgenomen en leidt er toe dat in dit deel van het plangebied een archeologische dubbelbestemming in het omgevingsplan is opgenomen. De regeling is van toepassing op het rood gearceerde deel zoals is aangegeven in onderstaande figuur.
31/320
Figuur: Deel plangebied met dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie'
5.14 Cultuurhistorie Toetsingskader Het Bkl stelt met het oog op het beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed eisen aan nieuwe ontwikkelingen. Het Bkl stelt eisen aan de inhoud van een omgevingsplan in het belang van behoud van cultureel erfgoed met inbegrip van archeologische monumenten. Zo kunnen monumenten worden aangewezen en gebieden worden aangewezen waar niet mag worden gegraven voordat archeologisch onderzoek heeft plaatsgevonden. Gemeenten moeten bij het maken van ruimtelijke plannen rekening moeten houden met cultuurhistorische waarden. Toetsing Om te onderzoeken of sprake is van cultuurhistorische waarden is gebruik gemaakt van de Cultuurhistorische Kaart Fryslân. Hieruit komt naar voren dat het plangebied deel uitmaakt van een gebied dat is aangegeven van een stins, zoals in het volgende figuur is aangegeven.
32/320
Figuur: Cultuurhistorische Kaart Fryslân Stinzen zijn verstevigde, representatieve huizen waar in het verleden sprak was van bewoning in verdedigbare huizen die grofweg halverwege de 12e eeuw tot stand kwamen. In later stadium (al in de 13e eeuw, maar op grotere schaal in de 14e en 15e eeuw zijn de stinzen ook voor permanente bewoning gebruikt en verloren ze hun verdedigende betekenis. De voormalige stins is in de loop der tijd vervangen door de bebouwing die nu in en rond het plangebied aanwezig is. Er kunnen zich echter nog wel archeologische waarden van de stins in de gronden bevinden. Om deze reden is er een archeologisch onderzoek uitgevoerd zoals in paragraaf 5.13 is aangegeven.
5.15 Bodem Toetsingskader Volgens het Bkl moet een omgevingsplan voorzien in waarden voor de toelaatbare kwaliteit voor het bouwen van een bodemgevoelig gebouw (zoals in onderhavig planvoornemen het geval is). In het Omgevingsplan gemeente Waadhoeke zijn deze waarden nog niet opgenomen. De bodemkwaliteit is in ieder geval aanvaardbaar indien de onderzochte waarden voldoen aan de interventiewaarden bodemkwaliteit als bedoeld in bijlage IIA van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). Toetsing en conclusie Voor het project is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek is opgenomen in bijlage 6 en hieruit blijkt dat vanuit milieuhygiënisch oogpunt geen belemmeringen zijn voor de voorgenomen plannen.
5.16 Water Toetsingskader Bij de wijziging van een omgevingsplan moet het bevoegd gezag rekening houden met de gevolgen voor het beheer van watersystemen. Daarbij worden, voor een duiding van die gevolgen, de opvattingen van het bestuursorgaan dat is belast met het beheer van die watersystemen betrokken (artikel 5.37 Bkl). Eerder werd hieronder ook wel het ‘wateradvies’ verstaan. Dit houdt in dat een verantwoording dient te worden afgelegd van het onderzoek naar en het integrale beleid betreffende de afstemming van het ruimtelijk beleid met het waterbeleid. Alle relevante facetten van het waterbeheer in relatie met de ruimtelijke ordening dienen in beeld
33/320
te worden gebracht, zoals de waterkwantiteit (vernatting of verdroging) en de waterkwaliteit, alsmede functies die aan in het plangebied voorkomend water worden toegekend. De aandacht dient zich zowel tot het grondwater als het oppervlaktewater te richten. Bij beschouwing van de consequenties van het plan voor de waterhuishouding zijn de volgende items van belang: beïnvloedt het plan een kering of dijk; worden er sloten gedempt of sloten verlegd; is de toename van verhard oppervlakte (daken en openbare weg) en; beïnvloedt het plan het onderhoud van watergangen. Het plangebied ligt binnen het beheergebied van het Wetterskip Fryslân, verantwoordelijk voor het waterkwantiteits- en waterkwaliteitsbeheer. Bij het tot stand komen van het plan wordt overleg gevoerd met de waterbeheerder over deze waterparagraaf. Beleid duurzaam stedelijk waterbeheer Op verschillende bestuursniveaus zijn de afgelopen jaren beleidsnota's verschenen aangaande de waterhuishouding, allen met als doel een duurzaam waterbeheer (kwalitatief en kwantitatief). Hierna wordt een overzicht gegeven van de voor het plangebied relevante nota's, waarbij het beleid van het waterschap en de gemeente nader wordt behandeld. Europees: Kaderrichtlijn Water (KRW) Nationaal: Nationaal Water Programma (NWP) 2022 – 2027 Provinciaal: Regionaal Water Programma 2022 - 2027.
Toetsing Het 29 juni 2023 reeds vastgestelde plan is destijds via de digitale watertoets kenbaar gemaakt bij het Wetterskip Fryslân (aanvraagnummer 00004128). De uitkomst van deze toets was dat de korte procedure moet worden gevolgd. Dit houdt in dat het plan beperkte invloed heeft op de wateraspecten. Op 13 maart 2025 is de watertoets opnieuw uitgevoerd. De uitkomst is hetzelfde gebleven. Het wateradvies is opgenomen als bijlage 7. Waterkwantiteit In de oorspronkelijke situatie (met school) is een bouwvlak van 790 m2 aanwezig waarbinnen een gebouw van 403 m2 in aanwezig was. In de nieuwe situatie is er sprake van een bruto oppervlakte van 314 m2 aan woningen. Per saldo neemt de hoeveelheid verhard oppervlak af. Daarom is watercompensatie niet noodzakelijk. Afvalwaterketen en riolering Conform de Leidraad Riolering en vigerend waterschapsbeleid is het voor nieuwbouw gewenst een gescheiden rioleringsstelsel aan te leggen zodat schoon hemelwater niet bij een rioolzuiveringsinstallatie terecht komt. De vuilwaterafvoer van de woningen wordt aangesloten op de bestaande gemeentelijke riolering. Voor hemelwater wordt de volgende voorkeursvolgorde aangehouden: hemelwater vasthouden voor benutting; (in-) filtratie van afstromend hemelwater; afstromend hemelwater afvoeren naar oppervlaktewater;
34/320
afstromend hemelwater afvoeren naar RWZI. Het hemelwater wordt zoveel mogelijk geïnfiltreerd in de bodem van het plangebied zodat dit niet via het riool wordt afgevoerd. Overtollig water wordt eventueel afgevoerd naar het naastgelegen oppervlaktewater. Watersysteemkwaliteit en ecologie Ter voorkoming van diffuse verontreinigingen van water en bodem is het van belang om duurzame, niet-uitloogbare materialen te gebruiken, zowel gedurende de bouw- als de gebruiksfase. Hier wordt in de uitvoeringsfase rekening mee gehouden. Veiligheid en waterkeringen De ontwikkeling heeft geen invloed op de waterveiligheid in de omgeving. Ruimtelijke adaptatie Om ook in de toekomst prettig te kunnen wonen, werken en recreëren moeten steden en dorpen ingericht worden met het oog op de toekomst. Het is belangrijk kansen te benutten om het gebied klimaat robuust in te richten. Zo is het mogelijk om het bebouwd gebied beter bestand te maken tegen hevige regenbuien, periodes van droogte en hitte en de gevolgen van een mogelijke overstroming. Voor veel maatregelen geldt bovendien dat ze kosteneffectief zijn, als ze maar in een vroeg stadium in het planvormingsproces worden meegenomen.
Bij de inrichting van het plangebied en de verdere uitwerking hiervan is rekening gehouden met ruimtelijke adaptatie door het gebruik te maken van de bestaande waterpartijen nabij het plangebied en niet meer verstening te realiseren dan nodig is, door bijvoorbeeld de parkeerplaatsen waterdoorlatend uit te voeren. Ten opzichte van de voormalige situatie neemt het verhard oppervlak in het plangebied af. Waterbeheer Voor aanpassingen aan het bestaande watersysteem dient bij het waterschap vergunning te worden aangevraagd op grond van de Waterschapsverordening. Dit geldt dus bijvoorbeeld voor het graven van nieuwe watergangen, het aanbrengen van een stuw of het afvoeren van hemelwater naar het oppervlaktewater. In de Keur is ook geregeld dat een beschermingszone voor watergangen en waterkeringen in acht dient te worden genomen. Dit betekent dat binnen de beschermingszone niet zonder ontheffing van het waterschap gebouwd, geplant of opgeslagen mag worden. Het plangebied valt niet onder een beschermingszone.
5.17 Duurzaamheid Toetsingskader De Omgevingswet biedt geen specifiek toetsingskader voor duurzaamheid. Wel is duurzaamheid een belangrijk thema waarmee gemeenten bij het opstellen van hun omgevingsplan rekening moeten houden. Toetsing Bij de realisatie van nieuwe woningen in het plangebied geldt het uitgangspunt dat er gasloos wordt gebouwd. Ook kan bij nieuwbouw worden aangesloten op de principes van natuurinclusief bouwen waarbij de relatie tussen de nieuwe bebouwing en de natuurlijke omgeving kan worden versterkt.
35/320
5.18 Gezondheid Toetsingskaders Het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit een belangrijk maatschappelijk doel van de Omgevingswet. De aspecten veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit hangen nauw met elkaar samen. De wet benadrukt dat bij het stellen van regels met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, in ieder geval rekening wordt gehouden met het belang van het beschermen van de gezondheid. In het Bkl zijn instructieregels opgenomen op het gebied van gezondheid en milieu. Toetsing Een deel van de hiervoor beschreven omgevingsaspecten heeft een gezondheidscomponent, waarbij het in de meeste gevallen gaat om gezondheidsbescherming. Meetbaar is onder andere de bodemkwaliteit, geluidhinder, geurhinder, trillingshinder en luchtkwaliteit. In voorgaande paragrafen zijn deze aspecten beoordeeld en er zijn geen belemmeringen naar voren gekomen. Relevante nadelige gezondheidseffecten kunnen voor deze aspecten worden uitgesloten.
5.19 Kabels en leidingen Toetsingskader In (de omgeving van) het plangebied kunnen kabels en leidingen aanwezig zijn die beperkingen opleggen voor de bouwmogelijkheden in het plangebied. Hierbij valt te denken aan hoogspanningsverbindingen, waterleidingen en straalpaden. Bij leidingen, zoals gas-, water- en rioolpersleidingen, volgen deze belemmeringen uit het zakelijk recht. Bij hoogspanningsverbindingen gaat het om veiligheid en gezondheid. De beperkingen bij straalpaden zijn van belang voor het goed functioneren van de straalpaden. Toetsing en conclusie Binnen het plangebied is geen sprake van kabels en leidingen waar planologisch rekening mee gehouden dient te worden. Het aspect kabels en leidingen vormt daarmee geen belemmering voor dit bestemmingsplan.
36/320
Hoofdstuk 6 6.1
Juridische vormgeving
Toepassingsbereik
Met deze wijziging van het omgevingsplan worden de bestaande juridisch-planologische mogelijkheden en de regels uit het tijdelijk deel van het Omgevingsplan gemeente Waadhoeke (dat per 1 januari 2024 met de inwerkingtreding van de Omgevingswet van rechtswege is ontstaan) voor het plangebied vervangen door deze wijziging van het omgevingsplan. Deze wijziging voldoet aan de Omgevingswet en de instructies vanuit het Rijk en van de provincie Fryslân. Deze wijziging van het omgevingsplan vervangt niet alle regels die deel uitmaken van het tijdelijk deel van het omgevingsplan. De bruidsschat (inclusief vangnetregeling) en de gemeentelijke verordeningen die deel uitmaken van de het tijdelijk omgevingsplan worden niet gewijzigd. In het toepassingsbereik (zie artikel 3) is opgenomen welke regels worden gewijzigd met dit wijzigingsbesluit.
6.2
Begrippen
De begripsbepalingen uit de bijlage van de Omgevingswet zijn van rechtswege van toepassing op het wijzigingsbesluit en hoeven dus niet bij de begrippen te worden opgenomen. De begripsbepalingen uit het Bbl, Bkl en Bal en de Omgevingsregeling zijn niet van rechtswege van toepassing op het TAM-omgevingsplan. Daarom is in de begrippen hierop aangesloten door deze van toepassing te verklaren. Dit betekent dat bijvoorbeeld het begrip hoofdgebouw en bijbehorende bouwwerken niet meer in de begripsbepalingen voorkomt. Deze zijn opgenomen in het Bbl. Wél zijn er aanvullende begrippen in dit omgevingsplan opgenomen die nodig zijn voor het wijzigingsbesluit.
6.3
Algemeen verbod
In het algemene verbod (artikel 4) is opgenomen dat alle functies en activiteiten die niet zijn genoemd en in strijd zijn met het TAM-omgevingsplan, verboden zijn. Er is echter een uitzondering voor binnenplanse omgevingsplanactiviteiten waarvoor een omgevingsvergunning kan worden verleend, en voor bestaande functies en activiteiten. Dit betekent dat als een activiteit niet in het plan staat, deze in principe niet mag, tenzij het een binnenplanse activiteit is die vergunningplichtig is, of als het een bestaande situatie betreft. Het begrip bestaand is opgenomen in de begripsbepalingen, waarbij het gaat om legale situaties ten tijde van het inwerking treden van dit TAM-omgevingsplan.
37/320
6.4
Functies en activiteiten
Een omgevingsplan moet technisch voldoen aan de Standaard officiële publicaties en Toepassingsprofielen voor omgevingsdocumenten (STOP/TPOD). De wetgever heeft tot 1 januari 2026 gemeenten de mogelijkheid geboden om een omgevingsplan onder de Omgevingswet op te stellen op basis van de RO standaarden 2012 en te publiceren via www.ruimtelijkeplannen.nl en de overbruggingsfunctie van het Informatiehuis Ruimte naar het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). In dit geval wordt de wijziging van het omgevingsplan niet technisch opgesteld volgens STOP/TPOD maar volgens de Tijdelijke alternatieve maatregel (TAM) via de Informatiemodel Ruimtelijke Ordening (IMRO) standaard. Het omgevingsplan conform TAM maakt juridisch onderdeel uit van het omgevingsplan, maar wordt technisch in de landelijke voorziening www.ruimtelijkeplannen.nl geplaatst. Bestemmingen Bij het opstellen van een TAM-omgevingsplan, waarbij gebruik wordt gemaakt van de IMRO standaarden van 2012 kan nog gebruik worden gemaakt van bestemmingen. Dit voorliggend TAM-omgevingsplan bevat in technische zin bestemmingen, waar de beoogde functies en activiteiten in het plangebied in zijn ondergebracht. Voor de inhoud van de juridische regeling wordt zo veel mogelijk aangesloten op geldende regels en de standaarden van de gemeente. De bestemmingen bevatten gebruiksregels en bouwregels.
Tuin De delen van de percelen rondom de Tiny4Cap woningen hebben de functie 'Tuin'. Op deze perceelsdelen zijn gebouwen niet toegestaan en is het niet mogelijk om erf- en terreinafscheidingen hoger dan 1 meter te realiseren. Op deze wijze blijft het wenselijke open karakter behouden. Verkeer - Verblijfsgebied De openbare ruimte in het plangebied is geregeld in met de functie 'Verkeer - Verblijf'. De beoogde voorzieningen, zoals de ontsluitingsweg en parkeervoorzieningen kunnen binnen deze gronden worden gerealiseerd. Ook zijn groen- en watervoorzieningen mogelijk. Ondergeschikt kunnen de gronden ook als tuinen, erven of terreinen bij de omliggende (woon)percelen worden gebruikt. Wonen De gronden met de functie 'Wonen' zijn bedoeld voor woonhuizen met de daarbij behorende tuinen, erven en terreinen, al dan niet in combinatie met ruimte voor een aan-huis-verbonden beroep, c.q. kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten en bijbehorende bouwwerken. Ondergeschikt, maar binnen deze functie zijn onder andere ook mogelijkheden voor kleinschalige duurzame energieopwekking, wegen, woonstraten en paden, parkeervoorzieningen, groenvoorzieningen, speelvoorzieningen, water en waterhuishoudkundige voorzieningen toegestaan. De hoofdgebouwen mogen alleen binnen de aangegeven bouwvlakken worden gebouwd. Per bouwvlak is aangegeven hoeveel hoofdgebouwen er maximaal mogen worden gebouwd.
In de gebruiksregels is bepaald dat een hoofdgebouw mag worden gebruikt voor ten hoogste één woning. Alle hoofdgebouwen mogen in maximaal 1 bouwlaag met een kap worden gebouwd.
38/320
Bijbehorende bouwwerken mogen wel buiten het bouwvlak worden gebouwd. Waarde-Archeologie 2 In het plangebied is sprake van archeologische waarden die beschermd moeten worden volgens de FAMKE-kaart. In paragraaf 5.13 is dit nader omschreven. Bepaalde werken en werkzaamheden zijn omgevingsvergunningsplichting. Zie hiervoor artikel 8 van de regels.
6.5
Algemene regels
Binnen de algemene regels is een anti-dubbeltelregeling opgenomen. In het Bkl is geen plicht opgenomen tot het opnemen van een anti-dubbeltelregeling. Deze hoeft dus niet te worden opgenomen in dit TAM-omgevingsplan. De keuze is om deze wel mee te nemen om ongewenste bebouwingsmogelijkheden te creëren (voor bijvoorbeeld bijbehorende bouwwerken). Verder gelden vereisten voor de aanvraag van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden (artikel 10). Ook is een aantal aanvullende beoordelingsregels opgenomen, zoals de verplichting uit het Bkl een vergunningvrij bouwwerk uit hoofdstuk 2 meldingplichtig te maken als dat gebouw bodemgevoelig is (artikel 11 lid 11.1), alsmede een flexibliteitsregels (artikel 12 lid 12.1). Tenslotte bevatten de algemene regels ook een parkeerbepaling die regelt dat bij vergunningsaanvragen moet worden aangetoond dat er wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid. Zie hiervoor ook paragraaf 5.4.
6.6
Overgangsregels
Het opnemen van overgangsrecht is niet meer verplicht onder de Omgevingswet. In verband met de rechtszekerheid van bestaande rechten is ervoor gekozen om overgangsregels op te nemen. Deze overgangsregels zijn zowel voor bouwwerken als voor gebruik.
39/320
Hoofdstuk 7
Financiële haalbaarheid
De Omgevingswet bepaalt dat het bestuursorgaan de kosten die het vanwege bij die maatregel aangewezen kostensoorten maakt, verhaalt op degene die bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen bouwactiviteiten of activiteiten met het oog op het gebruik op grond van een nieuw toegedeelde functie verricht, voor zover: a. de kostensoorten toerekenbaar zijn aan het kostenverhaalsgebied, en b. de kosten proportioneel zijn in verhouding tot het profijt dat het kostenverhaalsgebied van de kostensoorten heeft. In het Omgevingsbesluit zijn de kostensoorten opgenomen die verhaalbaar zijn, waaronder “De kosten van het vaststellen van een omgevingsplan of een projectbesluit of het verlenen van een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit, inclusief het daarvoor benodigde onderzoek”. Het voorliggende project is daarmee een verhaalbare kostensoort. De Omgevingswet geeft de mogelijkheid om het kostenverhaal via een overeenkomst te regelen. Voor dit plan is dit op deze wijze geregeld. Er zijn geen aanwijzingen dat het voorliggende plan economisch niet uitvoerbaar is. Een anterieure overeenkomst is voor inwerkingtreding van de Omgevingswet afgesloten om het kostenverhaal anderszins te verzekeren. Deze overeenkomst blijft in principe rechtsgeldig en bindend.
40/320
Hoofdstuk 8
Evenwichtige toedeling van functies aan locaties
In dit hoofdstuk wordt gemotiveerd of er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Een evenwichtige toedeling van functies aan locaties betekent dat er balans bestaat tussen het beschermen en benutten ten gevolge van de verschillende functies die locaties binnen een gebied kunnen vervullen. Het bevoegd gezag moet beoordelen of bij deze wijziging van het omgevingsplan sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Om dit te kunnen beoordelen, moeten alle voor de fysieke leefomgeving relevante aspecten zorgvuldig worden onderzocht en afgewogen. Dat is in de voorgaande hoofdstukken gebeurd. Voor de beoordeling van de evenwichtige toedeling van functies aan locaties zijn alle voor de fysieke leefomgeving relevante aspecten, voor zover betrekking hebbend op deze wijziging van het omgevingsplan nader onderzocht in deze motivering. Afweging Met de beoogde ontwikkeling worden op de voormalige schoollocatie van de Otto Clantschool aan het Blessumerpaed te Boksum 8 grondgebonden woningen met bijbehorend openbaar gebied gerealiseerd. Deze wijziging van het omgevingsplan is in overeenstemming met de relevante beleidsuitgangspunten / instructieregels op provinciaal en gemeentelijk niveau en veroorzaakt geen conflicten met de instructieregels vanuit het Bkl.
In hoofdstuk 5 is de beoogde ontwikkeling getoetst aan de geldende (milieu) wet- en regelgeving voor de fysieke leefomgeving. Hieruit kan worden geconcludeerd dat het plan niet leidt tot belangrijke milieugevolgen. In de beoordeling is gebleken voor de beoogde ontwikkeling sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. De uitvoering van het plan levert een bijdrage aan het bereiken van maatschappelijke doelen, het voorziet in de lokale woningbehoefte, is wenselijk met het oog op een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en is passend met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
41/320
42/320
Bijlagen motivering
43/320
44/320
Bijlage 1
45/320
Woonplan gemeente Waadhoeke
Gemeentelijk woonplan Waadhoeke * Dorp
Omschrijving locatie
Algemeen
Functiewijziging divers/incidenteel
Berltsum
Kleiner Wonen Onderzoekslocaties***
V O
10 70
Bitgum
Herstructurering Bitgum WNWF
O
50
48
Saldo sloop nieuwbouw is 4.
Boksum
Vrijkomende schoollocatie
V
8
4
2 2/1 kapwoningen + tiny fourcap
Dronryp
Puoldyk / Fûgellân De Terp Onderzoekslocaties
R R O
27 80
27
2/1 kap en vrijstaand Appartementen (huur) Rij, 2/1 kap/vrijstaand/appartementen
Elfstedenwijk - 1e fase Elfstedenwijk - 2e fase (1e pier) Elfstedenwijk - 2e fase (2e en 3e pier) Elfstedenwijk - app. gebouw
R R O V
Onderzoekslocaties*** Vijfhuizen/Zevenhuizen It Ankerplak Godsacker 1 en 3 Kerk Zilverstraat Woonzorgcomplex Theresia Vliet 60-62
O O R R O R V
100 7 31 7 10 9 9
Herbaijum
vm. locatie garage Pasma
R
2
Menaam
Black Horse Onderzoekslocatie
O O
4 35
2/1 kap/vrijstaand/levensloopbestendig
Minnertsga
Onderzoekslocaties Inbreiding Hermanawei
O R
35 1
Vrijstaand, rij, 2/1 kapwoningen Vrijstaand
Nij Altoenae
it Putstik
O
7
3 vrijstaand en 4 rug- aan rugwoningen
Oosterbierum
Omgeving Eilanswei
O
25
Verkenning mogelijkheden woningbouw
Oude Bildtzijl
Ds. M. Mooijstraat
R
4
Saldo sloop nieuwbouw -2 2/1 kap
Ried
Suderom 2
O
Sexbierum
Locatie Aeolus
R
24
2/1 kap en vrijstaand
Onderzoekslocatie
O
30
Verkenning mogelijkheden woningbouw
Spannum
Laekwerterwei
V
St.-Annaparochie
Beuckelaarstraat
V
15
Appartementen
Dorpsuitbreiding Zuidwest***
O
65
Rij, 2/1 kap en vrijstaand
Franeker
Status**
Aantal binnen
Aantal buiten
10
10
Aantal huur
Type/bijzonderheden Incidenteel wordt meegewerkt aan woningbouw op open plek / functiewijziging gebouw / splitsing. vrijstaand voor ouderen Vrijstaand, rij, 2/1 kapwoningen
31
10 33 32 18
Afronding 1e fase 2/1 kap en vrijstaand - 1e pier 2/1 kap en vrijstaand - 2e en 3e pier Appartementengebouw
11 7 9
21
Rij, 2/1 kap/appartementen Transformatielocatie van industrie naar wonen Huur- en koopwoningen. Saldo sloop nieuwbouw -38 Huur Appartementen Seniorenappatementen (huur) Herontwikkeling met 8 appartementen
2/1 kap en vrijstaand
13
2/1 kap en vrijstaand
Van Loonstraat
R
2
2/1 kap
Locatie Middelweg
O
18
Starters- en seniorenwoningen
St.-Jacobiparochie
G. Veenhuizenstraat Onderzoekslocaties
V O
10 20
Saldo sloop nieuwbouw -4
Tzummarum
it Vossebosk it Vossebosk - uit te werken fase
R O
6 9
Winsum
Driehoek Winsum Trije Keningen Kleasterkolk Molepaed Vikarusleane
R R V R R
14 10 7 2 7
Wjelsryp
Omgeving kaatsveld
O
Zweins Totaal
Landgoedwonen (Kingma state)
V
2 7
2 huurwoningen 3/1 + 3 2/1 kap + 4 2/1 kap 2/1 kap 3 vrijstaand en 2 x 2/1 kap Saldo sloop nieuwbouw -1 2/1 kap (huur) Saldo sloop nieuwbouw -2 3/1 + 4/1 kap (huur)
6
770
10 174
115 8 december 2022
*Dit woonplan moet worden gelezen in samenhang met de op 28 mei 2020 door de gemeenteraad vastgestelde ‘Woonvisie 2020 – 2030 Samen Sterk’ **
O: Onderzoekfase. Verkennend in gesprek met partijen. Aantallen indicatief V: Voorbereidingsfase. Stedenbouwkundige en volkshuisvestelijke invulling bekend. Planologische voorbereidingen. R: Realisatiefase. Procedureel geregeld. Realisatie (in uitvoering) woningbouw. *** De plannen dikgedrukt zijn inmiddels verder uitgewerkt. Hieronder is te zien hoe de plannen zijn uitgewerkt: Berltsum
Onderzoekslocaties*
O
70
Berltsum
Bildtdijk en De Opslach (Siderius locatie)
V
32
Franeker
Onderzoekslocaties*
O
100
Franeker
Nij Fristho
V
72
8
Franeker St.-Annaparochie St.-Annaparochie St.-Annaparochie
Tuinen en Vliet (Locatie De Werf) Dorpsuitbreiding Zuidwest* Dorpsuitbreiding Zuidwest fase 1A Dorpsuitbreiding Zuidwest fase 1B
V O V V
46 65 35 36
10
Vrijstaand, rij, 2/1 kapwoningen 8 wooneenheden in een woongebouw,6 twee-onder-één-kapwoningen, 12 rug-aan-rug woningen, 6 vrijstaande woningen Rij, 2/1 kap/appartementen Appartementen, rijwoningen (sociale huur), twee-onder-éénkapwoningen 21 appartementen, 9 rijwoningen, 16 rug-aan-rug woningen Rij, 2/1 kap en vrijstaand Rijwoningen, twee-onder-één-kapwoningen en vrijstaand Nader uit te werken, deels sociale huur
Bijlage 2
47/320
Schriftelijke instemming provincie
50/320
Bijlage 3
51/320
Stikstofdepositie
STIKSTOFONDERZOEK BOKSUM - BLESSUMERPAED 3 ACTUALISATIE 2 februari 2026
1/10
DATUM KENMERK
2 februari 2026 20251350/246376/MiBr
PROJECT PROJECTLEIDER
Boksum - Blessumerpaed 3 wijziging omgevingplan vervolg drs.ing. T. de Jong
OPDRACHTGEVER Gemeente Waadhoeke PROJECTNUMMER 20251350 AUTEUR
2/10
M.A. Brady T 0570 - 74 5023 E miriam.brady@rho.nl
DISCLAIMER © Rho Adviseurs B.V. Niets uit dit drukwerk mag door anderen dan de opdrachtgever worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande toestemming van Rho Adviseurs B.V., behoudens voor zover dit drukwerk wettelijk een openbaar karakter heeft gekregen. Dit drukwerk mag zonder genoemde toestemming niet worden gebruikt voor enig ander doel dan waarvoor het is vervaardigd. AVG Onze producten worden vrijgegeven conform het protocol en eisen uit het kwaliteitssysteem van Rho Adviseurs B.V.. Daarbij wordt niet gewerkt met handtekeningen en/of parafen. In het kader van de AVG worden, voorafgaand aan publicatie of bij uitlevering aan derden, persoonsgegevens van derden in onze producten geanonimiseerd. In het belang van de advisering en herkenbaarheid worden bedrijfsgegevens van Rho Adviseurs B.V., namen, e-mailadres(sen) en telefoonnummer(s) van adviseur(s), zijnde auteur(s) van het rapport of de projectleider van het onderhavige project, niet geanonimiseerd.
3/10
STIKSTOFONDERZOEK BOKSUM – BLESSUMERPAED 3 1. INLEIDING De initiatiefnemer is voornemens om acht grondgebonden woningen te realiseren met bijbehorend openbaar gebied. De acht woningen bestaan uit vier grondgebonden half vrijstaande woningen aan de westzijde en vier geschakelde rijwoningen aan de oostzijde. In het plangebied stond een schoolgebouw wat al gesloopt is. In het kader van de planologische procedure is het noodzakelijk om de mogelijke gevolgen van deze ontwikkeling voor stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden inzichtelijk te maken. In figuur 1 is de globale ligging van het plangebied weergegeven.
Figuur 1 Globale ligging van het plangebied (rood omlijnd) (bron: Basisviewer Rho 2026)
Met de nieuwste release van rekenmodel AERIUS (versie 2025.0.1) is een berekening uitgevoerd om de mogelijke gevolgen van de ontwikkeling voor de stikstofdepositie binnen Natura 2000-gebieden in beeld te brengen, daarbij zijn de aanleg- en gebruiksfase van de beoogde ontwikkeling beschouwd. In deze memo wordt achtereenvolgens ingegaan op het wettelijk kader, de nabijgelegen Natura 2000-gebieden, de gehanteerde uitgangspunten, de resultaten en de conclusie. De AERIUSberekening is opgenomen in een aparte bijlage.
4/10
2. WETTELIJK KADER Omgevingswet De aanwijzing en bescherming van de Nederlandse Natura 2000-gebieden is geregeld in de Omgevingswet en de bijbehorende uitvoeringsregelgeving. Elk Natura 2000-gebied is aangewezen door het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit door middel van een aanwijzingsbesluit. Het aanwijzingsbesluit bepaalt voor welke soorten en habitats het gebied wordt aangewezen, welke instandhoudingsdoelen gerealiseerd moeten worden (behoud, herstel, uitbreiding) en de exacte begrenzing van het gebied. Voor elk Natura 2000-gebied is een beheerplan worden opgesteld, waarin maatregelen zijn opgenomen om de instandhoudingsdoelstellingen te bereiken. Beheerplannen worden in de meeste gevallen vastgesteld door de Provincie. In het beheerplan kan ook worden bepaald welke activiteiten in het gebied zijn toegestaan en onder welke voorwaarden. Schadelijke effecten op de aanwezige natuurwaarden waarvoor het gebied is aangewezen moeten daarbij uitgesloten zijn. Voor Natura 2000-gebieden gelden onder meer de volgende verplichtingen: ● De overheid dient ervoor te zorgen dat de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten in de speciale beschermingszones niet verslechtert. Tevens mag er geen verstoring optreden voor de soorten waarvoor de beschermingszones zijn aangewezen.
● Voor elk plan of project dat niet direct verband houdt met of nodig is voor het beheer van het gebied, maar afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor zo'n gebied, wordt een passende beoordeling gemaakt van de gevolgen voor het gebied. Bevoegde nationale instanties geven slechts toestemming voor het plan of project nadat zij de zekerheid hebben verkregen dat de natuurlijke kenmerken van het gebied niet worden aangetast. ● Als een plan of project om dwingende reden van groot openbaar belang toch moet worden gerealiseerd, terwijl significant negatieve effecten niet kunnen worden uitgesloten, moeten alle nodige compenserende maatregelen worden genomen om te waarborgen dat de algehele samenhang van het Europees ecologisch netwerk (Natura 2000) bewaard blijft. Bij de beoordeling van de gevolgen van plannen, projecten en handelingen voor de instandhoudingsdoelstellingen spelen onder andere de ecologische effecten van verzuring en vermesting door een eventuele toename van stikstofdepositie een rol. Uit jurisprudentie volgt dat in een overbelaste situatie al bij een kleine toename van stikstofdepositie sprake kan zijn van significante negatieve effecten. In dat geval is een ecologische beoordeling noodzakelijk.
5/10
3. NATURA 2000-GEBIEDEN In figuur 2 is het plangebied met het meest nabijgelegen stikstofgevoelige Natura 2000-gebied weergegeven. Het betreft de Groote Wielen en ligt op circa 9,5 kilometer afstand. Dit gebied heeft gevoelige habitats.
Figuur 2 Plangebied (binnen rood kader) met meest nabijgelegen stikstofgevoelige Natura 2000-gebied (bron: AERIUS-calculator)
6/10
4. UITGANGSPUNTEN EN INPUT 4.1
Gebruiksfase
Verkeersgeneratie In de toekomstige situatie bestaat het plangebied uit acht grondgebonden woningen. Bij het project wordt uitgegaan van gasloze woningen, waardoor geen emissies optreden als gevolg van het verstoken van aardgas. De emissies in de gebruiksfase worden veroorzaakt door de verkeersgeneratie die de ontwikkeling met zich meebrengt. De ontwikkeling leidt in een worst-case scenario tot een verkeersgeneratie van 61 lichte verkeersbewegingen per etmaal, zie tabel 1. Dit is bepaald aan de hand van de omgevingsaspecten. De gemeente Waadhoeke betreft een ‘niet stedelijke’ gemeente en de locatie ligt in de ‘rest bebouwde kom’. Het aantal verkeersbewegingen per woning van zware motorvoertuigen bedraagt 0,02 mvt/etmaal. In dit scenario komt dit dus neer op 0,16 zware verkeersbewegingen per etmaal. Tabel 1 Verkeersgeneratie gebruiksfase (bron: CROW publicatie 744)
Functietype Koop, huis, tussen/hoek Koop, huis, twee-onder-een-kap Totaal
Aantal
Kencijfer CROW (publicatie 744)
Verkeersgeneratie per etmaal
4 woningen 4 woningen
7,4 per woning 7,8 per woning
29,6 31,2
-
-
60,8
Rijroutes Voor het bepalen van de (lengte van de) rijroutes is het heersende verkeersbeeld van belang. Aan- en afrijdend verkeer dat zich heeft verdund tot enkele procenten (maximaal 5%) van het reeds aanwezige verkeer, wordt beschouwd als onderdeel van dit heersende verkeersbeeld. De verkeersintensiteit van het Blessumerpaed en omliggende wegen is niet bekend. In het rekenprogramma zijn de verkeersbewegingen gemodelleerd tot aan de Westergoawei ten noorden van het projectgebied. Uit gegevens van het Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit blijkt dat voor de Westergoawei de volgende voertuigintensiteiten zijn bepaald: ● 4.455 lichte voertuigbewegingen; ● 139 middelzware voertuigbewegingen; ● 206 zware voertuigbewegingen. Op de Westergoawei heeft het aan- en afrijdende verkeer als gevolg van de ontwikkeling zich verdund tot enkele procenten (maximaal 5%) van het reeds aanwezige verkeer. In figuur 3 is de rijroute weergegeven. De gegevens zijn als lijnbron ingevoerd in AERIUS.
7/10
Figuur 3 Rijroute van het plangebied
Koude start Voor de koude start van de voertuigen is uitgegaan van twee koude starts per etmaal voor de woning, conform de Handreiking Koude Start van BIJ12. In totaal zijn dit 16 koude starts per etmaal. Deze emissies zijn ingevoerd als een vlakbron over het plangebied.
4.2
Aanlegfase
Inzet materieel De voorgenomen ontwikkeling betreft de realisatie van acht grondgebonden woningen met bijhorend openbaar gebied. Er is rekening gehouden met traditionele bouwmethoden. In tabel 2 is het totaal aan dieselverbruik van het materieel gespecificeerd; dit is een worst-case inschatting van de mogelijke inzet van dieselmaterieel (exacte gegevens zijn in dit stadium niet bekend). Het brandstofverbruik (l/uur) is gebaseerd op de Excel-tabel behorende bij het TNO-rapport ‘Brandstofverbruik mobiele werktuigen voor toekomstige jaren (AUB-methode), E. van Eijk, 19 juli 2024’. De gegevens uit onderstaande tabel zijn ingevoerd als vlakbron in het plangebied aangezien het materieel in het hele gebied werkzaam zal zijn. Tabel 2 Totaal dieselverbruik materieel aanlegfase
Type materiaal en vermogen Afwerkinstallatie 100 kW Betonpomp 200 kW Graafmachine 120 kW Heistelling 200 kW Koppensneller 125 kW Mini-graafmachine 60 kW
8/10
Stage klasse
Inzet (uur) Stage IV 2014-2018 75-560 16 kW Stage IV 2014-2018 75-560 160 kW Stage IV 2014-2018 75-560 72 kW Stage IV 2014-2018 75-560 16 kW Stage IV 2014-2018 75-560 8 kW Stage IV 2014-2018 56-75 8 kW
Gemiddeld verbruik (liter/uur) 10,2
Verbruik totaal (liter)
20
3.200
12,1
873
22
352
13
104
6,3
51
163
Mobiele kraan 120 kW Overige werktuigen 10 kW Shovel 100 kW Verreiker 60 Kw
Stage IV 2014-2018 75-560 kW Stage IV 2014-2018 <= 56 kW Stage IV 2014-2018 75-560 kW Stage IV 2014-2018 56-75 kW
104
12,1
1.262
8
2
16
40
10,2
408
32
6,3
203
Totaal 75-560 kW
416
6.362
Totaal 56-75 kW Totaal <= 56 kW
40 8
254 16
Verkeer Voor de aanlegfase wordt als uitgegaan van 160 zware verkeersbewegingen per jaar voor de aan- en afvoer van materiaal en machines. Voor het vervoer van personeel worden in totaal 14 lichte verkeersbewegingen per etmaal verwacht. Voor de lichte en zware verkeersbewegingen van de aanlegfase is dezelfde rijroute aangehouden als in paragraaf 4.1 beschreven. Stationaire emissies Voor stationair draaiende wegvoertuigen (het laden en lossen van vrachtwagens) is er in de berekening ook een vlakbron als categorie ‘Anders’ opgenomen ten behoeve van de emissie NOx en NH3. Hierbij is de methode gehanteerd die in de “Instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator” staat beschreven. Voor de emissiecijfers is aangesloten bij de tabel die in de bijlage van deze instructie is opgenomen (Bijlage 1: Stationaire emissies wegverkeer). Het aantal voertuigen wordt bepaald door het aantal vervoersbewegingen te delen door twee, aangezien elk voertuig aanen afrijd. Wanneer 80 zware motorvoertuigen in het rekenjaar 2026 gemiddeld 15 minuten stationair draaien, ontstaan de onderstaande emissies: Tabel 3 Stationaire emissies
Type voertuig
Aantal stationaire uren
Emissie NH3 in gram/uur (2026)
Totale emissie NH3 Emissie NOx in stationair in kg gram/uur (2026)
Totale emissie NOx in kg
Zwaar
20
0,99312
0,039
1,481
Totaal
0,039
74,06088
1,481
Koude start Voor de koude start van voertuigen is ervan uitgegaan dat 50% van het lichte verkeer een koude start maakt op de bouwlocatie. Voor het zware verkeer wordt ervan uitgegaan dat deze voertuigen niet langer dan 2 uur stil staan op de bouwplaats. In het rekenprogramma zijn derhalve 7 koude starts/etmaal ingevoerd.
4.3
Rekenjaar
Voor de aanleg- en gebruiksfase is het rekenjaar 2026 gehanteerd. Naarmate het rekenjaar verder in de toekomst ligt, worden de emissies ten gevolge van verkeersbewegingen lager, omdat het rekenmodel uitgaat van toepassing van schonere technieken in de toekomst.
5. RESULTATEN EN CONCLUSIE In het bijgevoegde PDF-bestand is de ligging van de bronnen en het resultaat weergegeven. Uit de berekening voor de aanlegen gebruiksfase (zonder interne saldering) blijkt dat de stikstofdepositie nergens hoger is dan afgerond 0,00 mol/ha/jaar en
9/10
er derhalve geen relevant effect is. Negatieve effecten in de vorm van vermesting en verzuring zijn om die reden niet aan de orde. Voor de uitvoering van dit project geldt geen vergunningplicht voor een Natura 2000-activiteit.
10/10
Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen Natura 2000gebieden, op rekenpunten die overlappen met stikstofgevoelige habitattypen en/of leefgebieden, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstofdepositie.
Overzicht Detailgegevens per emissiebron Resultaten Samenvatting situaties Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over de PDF en AERIUS kunt u vinden in de of .
handleidingen op onze website
Projectberekening
Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie
Activiteit
Omschrijving Toelichting
Berekening
Rho Adviseurs Blessumerpaed 3, - Boksum stikstofonderzoek Boksum - Blessumerpaed 3 -
AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie
S1yZs8rHDwdt 02 februari 2026, 15:25 OwN2000-rekengrid
Totale emissie
Rekenjaar
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
Resultaten
Hoogste bijdrage
Hexagon
Gebied
Aanleg- en gebruiksfase - Beoogd Aanleg- en gebruiksfase - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename Grootste afname
S1yZs8rHDwdt (02 februari 2026)
2026 -
2,4 kg/j
233,6 kg/j
2/8
Projectberekening
Aanleg- en gebruiksfase (Beoogd), rekenjaar 2026 Emissiebronnen 1 2 3 4
Verkeer | Koude start: overig | Koude start gebruiksfase Verkeer | Koude start: overig | Koude start aanlegfase Mobiele werktuigen | Inzet bouwmaterieel Anders... | Stationaire emissies Verkeersnetwerk
S1yZs8rHDwdt (02 februari 2026)
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
0,2 kg/j 0,1 kg/j 1,6 kg/j 39,0 g/j 0,5 kg/j
1,5 kg/j 0,7 kg/j 221,0 kg/j 1,5 kg/j 8,9 kg/j
3/8
Projectberekening
Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.
500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald
© OSM & Kadaster Grootste toename (projectberekening) Grootste afname (projectberekening) Hoogste totaal (achtergrond + projectberekening)
De letters bij de bronlabels op de kaart geven bij welke type situaties de bronnen horen: beoogde situatie (B), referentiesituatie (R) en/of salderingssituatie (S). S1yZs8rHDwdt (02 februari 2026)
4/8
Projectberekening
Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Aanleg- en gebruiksfase" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Er zijn geen resultaten voor deze weergave.
S1yZs8rHDwdt (02 februari 2026)
5/8
Projectberekening
Aanleg- en gebruiksfase, Rekenjaar 2026 1
Verkeer | Koude start: overig
Naam Locatie Oppervlakte Type voertuig
Koude start gebruiksfase X:177845,4 Y:576820,2 0,21 ha
NOₓ NH₃ Koude starts
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer 2
16,0 /etmaal 0,0 /etmaal 0,0 /etmaal 0,0 /etmaal
Verkeer | Koude start: overig
Naam Locatie Oppervlakte Type voertuig
Koude start aanlegfase X:177845,4 Y:576820,2 0,21 ha
NOₓ NH₃
7,0 /etmaal 0,0 /etmaal 0,0 /etmaal 0,0 /etmaal
Mobiele werktuigen
Naam Locatie Oppervlakte
Naam/Stageklasse
Inzet bouwmaterieel X:177845,4 Y:576820,2 0,21 ha
NOₓ NH₃
221,0 kg/j 1,6 kg/j
BrandstofDraaiuren Uittreedhoogte/Warmteinhoud Spreiding/Temporele Stof Emissie verbruik/AdBlue variatie verbruik
Totaal Stage IV 75- 6.362 l/j 560 kW 0 l/j Stage-IV, 20142018, 75-560 kW, diesel, SCR: ja Totaal Stage IV 56- 254 l/j 75 kW 0 l/j Stage-IV, 20142018, 56-75 kW, diesel, SCR: ja Totaal Stage IV <56 16 l/j kW 0 l/j Stage-IV, 20142018, <= 56 kW, diesel, SCR: nee
S1yZs8rHDwdt (02 februari 2026)
0,7 kg/j 0,1 kg/j
Koude starts
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer 3
1,5 kg/j 0,2 kg/j
416 u/j 2,9 m 0,027 MW
0,7 m NOₓ 212,0 kg/j Standaard Profiel NH₃ 1,5 kg/j Industrie
40 u/j 2,5 m 0,011 MW
0,4 m NOₓ Standaard Profiel NH₃ Industrie
8,6 kg/j 61,0 g/j
8 u/j
0,3 m NOₓ Standaard Profiel NH₃ Industrie
0,4 kg/j 0,0 kg/j
1,0 m 0,006 MW
6/8
Projectberekening
4
Anders...
Naam Stationaire Uittreedhoogte emissies Warmteinhoud Locatie X:177845,4 Spreiding Y:576820,2 Oppervlakte 0,21 ha Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Continue Emissie
0,0 m 0,000 MW 0,0 m
5 Verkeer | Rijdend verkeer Naam Verkeer gebruiksfase Locatie X:177985,9 Y:577187,25 Lengte 1.375,19 m Wegtype Binnen bebouwde kom (normaal) Rijrichting Beide richtingen Tunnelfactor 1 Type hoogteligging Normaal Weghoogte t.o.v. maaiveld 0 m Verkeer Maximum snelheid
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer
Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren
6 Verkeer | Rijdend verkeer Naam Verkeer aanlegfase licht Locatie X:177985,9 Y:577187,25 Lengte 1.375,19 m Wegtype Binnen bebouwde kom (normaal) Rijrichting Beide richtingen Tunnelfactor 1 Type hoogteligging Normaal Weghoogte t.o.v. maaiveld 0 m Verkeer Maximum snelheid
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer
Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren
7 Verkeer | Rijdend verkeer Naam Verkeer aanlegfase zwaar Locatie X:177985,9 Y:577187,25 Lengte 1.375,19 m Wegtype Binnen bebouwde kom (normaal) Rijrichting Beide richtingen Tunnelfactor 1 Type hoogteligging Normaal Weghoogte t.o.v. maaiveld 0 m Verkeer Maximum snelheid
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer
S1yZs8rHDwdt (02 februari 2026)
Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren
NOₓ NH₃
Links Rechts NOₓ Type scherm - - NO₂ Hoogte - - NH₃ Afstand tot de weg - -
Aantal voertuigbewegingen
1,5 kg/j 39,0 g/j
7,3 kg/j 0,8 kg/j 0,4 kg/j
In file
61,0 /etmaal 0,0 /etmaal 0,2 /etmaal 0,0 /etmaal
0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %
Links Rechts NOₓ Type scherm - - NO₂ Hoogte - - NH₃ Afstand tot de weg - -
1,6 kg/j 0,2 kg/j 82,9 g/j
Aantal voertuigbewegingen
In file
14,0 /etmaal 0,0 /etmaal 0,0 /etmaal 0,0 /etmaal
0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %
Links Rechts NOₓ Type scherm - - NO₂ Hoogte - - NH₃ Afstand tot de weg - -
49,7 g/j 5,3 g/j 2,6 g/j
Aantal voertuigbewegingen
160,0 /jaar 0,0 /jaar 0,0 /jaar 0,0 /jaar
In file
0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %
7/8
Projectberekening
Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie 2025.0.1_20251007_db4f14956b Database versie 2025.0.1_db4f14956b_calculator_nl_stable Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://link.aerius.nl/website
S1yZs8rHDwdt (02 februari 2026)
8/8
Bijlage projectberekening Hulpmiddel beoordeling hexagonen met een hersteldoel AERIUS kenmerk Projectberekening: S1yZs8rHDwdt
Dit document is een bijlage, behorende bij een Projectberekening uitgevoerd met AERIUS Calculator. De bijlage is een hulpmiddel bij het beoordelen van projecten waar sprake is van hexagonen met een hersteldoel. De bijlage bevat daartoe een overzicht van de maximale bijdrage per gebied. Voor meer uitleg over 'hexagonen met een hersteldoel' in AERIUS, zie het handboek Calculator.
Overzicht Resultaten Deze PDF is geen digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS, maar alleen een bijlage. Meer toelichting over de PDF en AERIUS kunt u vinden in de of .
op onze website
handleidingen
Bijlage projectberekening Hulpmiddel beoordeling hexagonen met een hersteldoel
Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie
Bijbehorende projectberekening
Rho Adviseurs Blessumerpaed 3, - Boksum
Omschrijving projectberekening AERIUS kenmerk projectberekening Datum projectberekening
stikstofonderzoek Boksum - Blessumerpaed 3 S1yZs8rHDwdt 02 februari 2026, 15:26
Totale emissie
Rekenjaar
Aanleg- en gebruiksfase - Beoogd
S1yZs8rHDwdt (02 februari 2026)
2026
Emissie NH₃
2,4 kg/j
Emissie NOₓ
233,6 kg/j
2/4
Bijlage projectberekening Hulpmiddel beoordeling hexagonen met een hersteldoel
Resultaten hexagonen met hersteldoel situatie "Aanleg- en gebruiksfase" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Er zijn geen resultaten voor deze weergave.
S1yZs8rHDwdt (02 februari 2026)
3/4
Bijlage projectberekening Hulpmiddel beoordeling hexagonen met een hersteldoel
Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie 2025.0.1_20251007_db4f14956b Database versie 2025.0.1_db4f14956b_calculator_nl_stable Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://link.aerius.nl/website
S1yZs8rHDwdt (02 februari 2026)
4/4
74/320
Bijlage 4
75/320
Ecologisch onderzoek
2020 1
Quickscan Wet Natuurbescherming Wonen Noordwest Friesland Ontwikkeling Blessumerpaed 3 te Boksum
++
COLOFON BUREAU FAUNAX Badweg 40 B 8401 BL Gorredijk 0513-435024 info@faunax.nl www.faunax.nl Lid van Netwerk Groene Bureaus
Quickscan Wet Natuurbescherming Wonen Noordwest Friesland Ontwikkeling Blessumerpaed 3 te Boksum Gorredijk, maart 2020 In opdracht van: Wonen Noordwest Friesland Uitvoering: Bureau FaunaX Veldwerk en rapportage: Dhr. R. Fokker Autorisatie: Dhr. J. Groen Foto’s voorpagina: Impressie van het plangebied
© Bureau FaunaX. Gebruik en overname van gegevens alleen toegestaan met volledige bronvermelding: Bureau FaunaX (2020). Quickscan Wet Natuurbescherming. Wonen Noordwest Friesland/Ontwikkeling Blessumerpaed 3 te Boksum. Rapport 20058. Bureau FaunaX, Gorredijk.
Disclaimer: In deze rapportage worden de resultaten van een onafhankelijk onderzoek behandeld. Bureau FaunaX heeft een adviserende rol en spreekt zich niet uit over de wenselijkheid van het plan waarop dit onderzoek betrekking heeft. Dit onderzoek is zo zorgvuldig en nauwkeurig mogelijk uitgevoerd. Het voorkomen van beschermde soorten is echter onvoorspelbaar. Aan dit rapport kunnen geen rechten worden ontleend. Wanneer deze rapportage, op wat voor manier dan ook, wordt aangepast en/of aangevuld door een partij anders dan Bureau FaunaX, verliest deze rapportage zijn validiteit en geldigheid. Op dit onderzoek zijn onze algemene voorwaarden van toepassing, zoals gedeponeerd bij de Kamer van Koophandel te Leeuwarden.
INHOUDSOPGAVE 1.
2
INLEIDING ..................................................................................................................... 1 1.1
Aanleiding ..................................................................................................................... 1
1.2
Doel ...............................................................................................................................2
1.3
Onderzoeksopzet ..........................................................................................................2
1.4
Karakteristiek plangebied en planvoornemen ............................................................. 3
RESULTATEN QUICKSCAN ...........................................................................................4 2.1
Flora .............................................................................................................................. 4
2.2
Vogels ........................................................................................................................... 4
2.3
2.2.1
Jaarrond beschermde vogelnesten ............................................................... 4
2.2.2
Overige (broed)vogelsoorten ........................................................................ 6
Zoogdieren ................................................................................................................... 6 2.3.1
Vleermuizen .................................................................................................. 6
2.3.2
Overige zoogdieren ........................................................................................7
2.4
Reptielen en amfibieën ................................................................................................ 8
2.5
Vissen ........................................................................................................................... 8
2.6
Ongewervelden ............................................................................................................ 8
2.7
Gebiedsbescherming .................................................................................................... 9 2.7.1
2.8 3
Houtopstanden ........................................................................................................... 10
SAMENVATTING EN CONCLUSIES .............................................................................. 11 3.1
Overzicht beschermde soorten ................................................................................... 11
3.2
Effectbespreking en aanbevelingen ............................................................................. 11
3.3 4
Stikstofgevoeligheid ...................................................................................... 9
3.2.1
Algemene broedvogels .................................................................................. 11
3.2.2
Vleermuizen .................................................................................................. 11
3.2.3
Zorgplicht ..................................................................................................... 12
3.2.4
Houtopstanden ............................................................................................ 12
Overzicht vervolgstappen ........................................................................................... 12
LITERATUUR EN BRONNEN ........................................................................................13
BIJLAGE I WET- EN REGELGEVING ................................................................................. - 1 Wnb Soortbescherming ......................................................................................................- 1 Vogels en verstoring .................................................................................................- 1 Vrijgestelde soorten provincie Fryslân .....................................................................- 1 Voorwaarden vrijstellingen ..................................................................................... - 2 Zorgplicht art 1.11 Wnb............................................................................................. - 3 Wnb Gebiedsbescherming ................................................................................................ - 3 Natura 2000-gebieden ............................................................................................. - 3 -
Wnb Houtopstanden ......................................................................................................... - 3 NatuurNetwerk Nederland / Ecologische HoofdStructuur ............................................. - 4 -
1. INLEIDING 1.1 Aanleiding Men is voornemens een bestaand basisschoolgebouw op het perceel Blessermerpaed 3 te Boksum te slopen. Ruimtelijke plannen dienen te worden beoordeeld op uitvoerbaarheid, onder meer in relatie tot de natuurwetgeving. Voor meer informatie over de Wet natuurbescherming en de handelswijze wordt verwezen naar Bijlage I. Zo dient te worden onderzocht of als gevolg van de uitvoering van het plan sprake is van effecten op wettelijk beschermde soorten flora en fauna en/of natuurgebieden (Natura 2000), alsook in het kader van houtopstanden. Om hierin inzicht te krijgen wordt in eerste instantie een ecologische quickscan uitgevoerd. Bij dit onderzoek wordt een inschatting gemaakt van de (mogelijk) binnen de invloedssfeer van het project aanwezige beschermde natuurwaarden en de effecten van de voorgenomen plannen op deze waarden.
Figuur 1.1. Het plangebied te Boksum (Bronnen: Wonen Noordwest Friesland, Google.com/maps).
1
1.2 Doel Deze ecologische beoordeling geeft, voor zover mogelijk, antwoord op de volgende vragen: 1. 2. 3. 4. 5.
Komen binnen het plangebied (biotopen van) onder de Wet natuurbescherming beschermde soorten voor? Komen binnen de invloedssfeer van de werkzaamheden beschermde natuurgebieden voor? Wat zijn de mogelijke effecten van de werkzaamheden op deze beschermde natuurwaarden en -gebieden, zowel tijdens de realisatie als na afloop hiervan? Voor welke soorten en hun leefgebied wordt de wet mogelijk overtreden en in hoeverre kunnen overtredingen vermeden, dan wel verzacht worden? Wat zijn de te ondernemen vervolgstappen met betrekking tot het voorkomen van schade aan beschermde soorten binnen de invloedssfeer van de werkzaamheden?
Voor het beantwoorden van deze vragen zijn, naast de verzamelde gegevens tijdens het veldonderzoek, ook andere bronnen geraadpleegd. Zie hiervoor de bronnenlijst in hoofdstuk 4.
1.3 Onderzoeksopzet Soorten In opdracht van Wonen Noordwest Friesland heeft Bureau FaunaX het planvoornemen door middel van een ecologische quickscan getoetst aan de natuurwetgeving. Deze quickscan heeft bestaan uit een bureaustudie en een veldbezoek gebaseerd op ecologisch inzicht (expert judgement). Een ecologische quickscan of beoordeling is meestal de eerste stap van ecologisch onderzoek en is bedoeld om een inschatting te maken van de mogelijke effecten op eventueel aanwezige beschermde flora en fauna en/of natuurgebieden binnen de invloedssfeer van de werkzaamheden. Het veldonderzoek voor deze quickscan is uitgevoerd op dinsdag 17 maart 2020 en vond plaats onder zachte weersomstandigheden (8C, windkracht 4, vrijwel geheel bewolkt). Dit onderzoek bestond uit een visuele inspectie van het plangebied, waarbij is gelet op de aanwezigheid van (of sporen van) beschermde soorten en op de eventuele aanwezigheid van geschikt leefgebied van deze soorten. Gebieden - Natura 2000 Behalve dat onderzocht wordt welke soorten binnen de invloedssfeer van de werkzaamheden kunnen voorkomen, wordt ook gecontroleerd of er sprake kan zijn van negatieve effecten op instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden. Dit gebeurt middels een grove analyse op basis van de geplande werkzaamheden en de relevante afstand tot de meest nabij gelegen Natura 2000-gebieden.
Houtopstanden Onder de Wet natuurbescherming worden ook houtopstanden beschermd. Er wordt gecontroleerd in welke mate er sprake is van kap en of hier een meld- en/of herplantingsplicht aan de orde kan zijn. Overige gebiedsbescherming Naast de Wet natuurbescherming zijn er nog meer regelgevingen die ingaan op het beschermen van de natuur in Nederland. Dit zijn veelal provinciale stukken, al dan niet als uitvoeringsorgaan vanuit rijksbeleid. Het gaat hierbij om regelgeving omtrent de Ecologische Hoofdstructuur, ganzengedooggebieden en weidevogelgebieden. Deze toetsing stipt kort aan of er sprake kan zijn van een conflict tussen de provinciale regelgevingen en het geplande initiatief.
2
1.4 Karakteristiek plangebied en planvoornemen Het plangebied ligt binnen de bebouwde kom van Boksum en bestaat uit een bestaand basisschoolgebouw welke opgedeeld is in anti-kraak woningen op het perceel Blessumerpaed 3. Aan de west- en zuidzijde van het plangebied bevinden zich diverse soorten bomen. Aan de zuidzijde loopt tevens een sloot langs het plangebied. Oostelijk bevindt zich een kleine schuur binnen het plangebied. De omgeving van het plangebied wordt gekenmerkt door de bebouwde kom van Boksum, evenals agrarisch gebied dat wordt doorkruist door sloten. Het planvoornemen bestaat uit het slopen van het basisschoolgebouw in het plangebied. Het is onduidelijk of er binnen het planvoornemen sprake is van de kap van bomen. Binnen het planvoornemen is geen sprake van het dempen van waterlichamen.
Figuur 1.2. Een impressie van het plangebied
3
2 RESULTATEN QUICKSCAN 2.1 Flora In het plangebied zijn, naast gecultiveerde tuinplanten, soorten aangetroffen als Engels raaigras, straatgras, madeliefje, schijnaardbei, kleine veldkers, grote brandnetel, paardenbloem, kleefkruid, paarse dovenetel en speenkruid. Tijdens het veldbezoek zijn geen beschermde plantensoorten aangetroffen, noch is het geschikte biotoop hiervoor aanwezig. De onder de Wnb beschermde plantensoorten stellen veelal kritische eisen aan hun standplaatsen. Aan deze eisen wordt binnen het plangebied niet voldaan.
Figuur 2.1. Impressie van de flora in het plangebied met v.l.b.n.r.o.: madeliefje, kleefkruid, speenkruid en paarse dovenetel.
De aanwezigheid van beschermde plantensoorten kan uitgesloten worden op basis van habitateigenschappen.
2.2 Vogels 2.2.1
Jaarrond beschermde vogelnesten
Nesten van vogelsoorten die jaarrond beschermd zijn bevinden zich over het algemeen in volgroeide bomen en/of bossen, zoals ooievaarsnesten of horsten van roofvogels. Vaak worden oude kraaien- of eksternesten gebruikt door roofvogels en uilen. Ten tijde van het veldbezoek zijn echter geen boomnesten aangetroffen in de bomen binnen of vlak buiten het plangebied. De aanwezigheid van jaarrond beschermde boomnesten binnen de invloedsfeer van de werkzaamheden kan op voorhand worden uitgesloten.
4
Het plangebied is tevens gecontroleerd op jaarrond beschermde nesten van vogels die over het algemeen in bebouwing tot broeden komen; Op basis van de locatie kan hierbij gedacht worden aan de kerkuil, huismus en gierzwaluw. Het basisschoolgebouw beschikt over een pannendak met gegolfde dakpannen. De betreffende dakpannen sluiten strak op elkaar aan waardoor hiertussen geen ruimten zijn aangetroffen die kunnen dienen als nestgelegenheid. De onderste rij dakpannen is specifiek geïnspecteerd om te kijken of zich hieronder ruimtes bevinden waar huismussen tot broeden kunnen komen, maar hier is geen sprake van. De aanwezigheid van jaarrond beschermde verblijfplaatsen van huismussen in het schoolgebouw kan derhalve op voorhand worden uitgesloten. De losstaande kleine schuur ten oosten van de school beschikt over gegolfde dakplaten waaronder ruimtes aanwezig zijn. Echter, doordat dit een enkele daklaag betreft, kan de aanwezigheid van verblijfplaatsen van huismussen onder dit materiaal ook op voorhand worden uitgesloten. Samengevat zijn, ondanks de aanwezigheid van daken met gegolfde dakpannen en dakplaten in het plangebied, geen potentiële nestlocaties van huismussen vastgesteld en kan het voorkomen hiervan derhalve op voorhand worden uitgesloten.
Figuur 2.1.: De dakpannen van het dak van het schoolgebouw in het plangebied sluiten strak op elkaar aan.