CConstaterende datwaadhoeke
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2: Ruimtelijke onderbouwing

Gemeenteraad Waadhoeke 1 september 2022, gemeente waadhoekeBij agendapunt: VVGB Maatwerkoplossingen gebiedsontwikkeling ruilverkaveling24.770 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

FIRDGUM Ruimtelijke onderbouwing 4 maart 2022

1/30

DATUM

4 maart 2022

PROJECT PROJECTLEIDER

20211040 drs.ing. T. de Jong

OPDRACHTGEVER Provinsje Fryslân PROJECTNUMMER 20211040 AUTEUR STATUS

2/30

ir. M.H. Hooftman Definitief

INHOUD 1.

2.

3.

4.

5.

6.

3/30

Hoofdstuk

5

1.1 1.2 1.3

5 6 7 7 9 9

Aanleiding Ligging van het projectgebied Planologische regeling 1.3.1 Bestemmingsplan 1.3.2 Toetsing aan het bestemmingsplan 1.3.3 Leeswijzer

Beschrijving van het project

10

2.1 2.2

10 10

Locatie Toekomstige situatie

Beleidskader

12

3.1

Rijksbeleid 3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

12 12

3.2

Provinciaal beleid 3.2.1 Omgevingsvisie Fryslân - De romte diele 3.2.2 Verordening Romte Fryslân 2014

12 12 13

3.3

Gemeentelijk beleid 3.3.1 Beleidsregel Cultuurhistorische en landschappelijke waarden

13 13

Omgevingsaspecten

15

4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11

16 17 18 19 19 19 19 20 20 21

4.1.1

Archeologie

Cultuurhistorie Ecologie Bodem Luchtkwaliteit Geluid Water Bedrijven- en milieuzonering Kabels en leidingen Externe veiligheid Vormvrije mer-beoordeling

15

Uitvoerbaarheid

22

5.1 5.2

22 22

Maatschappelijke uitvoerbaarheid Economische uitvoerbaarheid

Conclusie

23

6.1 6.2 6.3

23 23 24

Aanleiding Afweging Conclusie

BIJLAGEN Bijlage 1 Maatwerk oplossing Bijlage 2 Archeologisch onderzoek Bijlage 3 Quickscan flora en fauna

4/30

25 27 29

1. HOOFDSTUK 1.1

Aanleiding

ALGEMEEN

De provincie Fryslân werkt middels een door haar ingestelde bestuurscommissie aan een wettelijke herverkaveling van landbouwpercelen, onderdeel van het gebiedsplan Franekeradeel-Harlingen. Die herverkaveling draagt bij aan de verbetering van de landbouwstructuur. Dat betekent dat agrariërs hun kavels dichterbij hun bedrijfsgebouwen krijgen, of betere ontsluiting naar hun percelen verkrijgen en in veel gevallen ook extra percelen krijgen toegedeeld (bedrijfsvergroting). Het plan regelt ook verbetering van onder andere leefbaarheid, waterhuishouding, natuur en landschap. Binnen het plan wordt ook ingezet op het extra (bovenwettelijk) beschermen van terpen. Dit is een initiatief van provincie Fryslân en het Rijk. De ambitie is om 23 hectare terpgrond te verwerven. Waar mogelijk worden prioritaire terpen toebedeeld aan de Provincie, die al dan niet uitgegeven worden in erfpacht met beperkingen. Dit brengt met zich mee dat de terppercelen als blijvend grasland gebruikt mogen worden. Op die manier kan de archeologische waarde zoveel mogelijk behouden blijven. Een deel van de percelen die onderdeel zijn van deze herverkaveling -het gaat om terppercelen en kruinige percelen- is gelegen op de kwelderwal en is voorzien van de beschermende dubbelbestemming 'Waarde Reliëf kwelderwal, terpen en kruinige percelen'.

De beperkingen die zijn gekoppeld aan deze dubbelbestemming, bijvoorbeeld ten aanzien van het dempen van sloten en het egaliseren van percelen, kunnen voor belemmeringen zorgen bij de toedeling van percelen in de herverkaveling. Overigens is in onderzoek van gemeenten en de bestuurscommissie geconstateerd dat een deel van de percelen binnen deze dubbelbestemming, naast natuurlijke veranderingen, onderhavig zijn geweest aan ingrepen die de gaafheid van het gebied al in meer of mindere mate hebben aangetast. In 2021 is een beleidsregel in werking getreden voor de gronden ter plaatse van de beschermende dubbelbestemming 'Waarde Reliëf kwelderwal, terpen en kruinige percelen' in de bestemmingsplannen van het buitengebied van Waadhoeke (voorheen Franekeradeel) en Harlingen (zie paragraaf 3.3.1). Deze beleidsregel legt vast hoe omgegaan moet worden met de regels binnen de dubbelbestemming. Dat onderzoek en de geconstateerde wijzigingen in de percelen geven namelijk aanleiding tot een specifiekere en meer genuanceerde toepassing van de regels. In de beleidsregel zijn percelen toebedeeld aan twee categorieën: A-gebieden en B-gebieden. Voor de percelen in het B-gebied geldt dat de landschappelijke en cultuurhistorische waarden al (grotendeels) zijn verdwenen of in mindere mate aanwezig zijn (geweest). In de A-gebieden is deze juist nog sterk aanwezig.

In de B-gebieden worden de regels van de dubbelbestemming minder rigide toegepast dan in de A-gebieden.

SPECIFIEK

De percelen in de vergunningaanvraag liggen binnen A- gebied. Bij de verkaveling in Firdgum is een situatie ontstaan waarbij er beperkingen liggen op twee percelen. Deze ruimtelijke onderbouwing ziet op deze twee naast elkaar gelegen percelen, die hierna perceel 4A en 4B worden genoemd. De percelen bevinden zich op de kwelderwal, binnen de beschermende dubbelbestemming en in het A-gebied (ensemble), zie paragraaf 1.2. De betrokken agrariër wil de percelen aanpassen, maar dat kan binnen A- gebied niet zonder meer. In figuur 1.2 is een kaartje opgenomen waarop de betreffende percelen zijn aangegeven (paragraaf 1.2). In 2019 waren reeds ploegwerkzaamheden in gang gezet, met als doel de kavel 4B te herprofileren. Door herprofilering wordt de afwatering verbeterd, zodat de kavel geschikt wordt voor akkerbouw. Deze werkzaamheden zijn destijds door de gemeente stilgelegd, vanwege strijdigheid met de regels van het geldende bestemmingsplan. Binnen de beschermende regels is het immers zonder omgevingsvergunning niet toegestaan om grondroerende werkzaamheden uit te voeren. Het perceel 4A bevat twee archeologische monumenten, bestaande uit een verhoogde akker en een terp. Dit perceel is daardoor één van de prioritaire percelen die in aanmerking komt voor aankoop door de provincie, in het kader van het

5/30

terpenproject. De provincie wil na aankoop een nieuwe sloot tussen perceel 4A en 4B aanleggen, nagenoeg op de plek waar vroeger een sloot liep en beoogt hiermee herstel van (de leesbaarheid van) dit landschap Voor perceel 4B geldt dat de agrariër een herprofilering noodzakelijk acht. Daarmee kan de afwatering verbeteren en wordt het geschikt voor akkerbouw. Dit is echter een ingreep die niet past binnen de beschermende regels van de daar geldende dubbelbestemming 'Waarde Reliëf kwelderwal, terpen en kruinige percelen'. De door de agrariër gewenste wijzigingen op perceel 4B hangen direct samen met de herverkaveling van zijn andere percelen. Het welslagen van die verkaveling is van groot belang. Als er geen oplossing gevonden wordt voor perceel 4B, en daarmee samenhangend 4A, dan werkt dit zeer negatief door in de verkaveling van veel andere agrariërs. Om dit te voorkomen heeft de bestuurscommissie een zogenaamde maatwerkoplossing uitgewerkt. B&W van gemeente Waadhoeke heeft onderkend dat er noodzaak is voor het voorgestelde maatwerk en heeft op 10 december 2020 haar principe- akkoord hiervoor gegeven. Er is uiteraard een vergunningenspoor nodig om tot een definitief besluit te komen. Die maatwerkoplossing omvat o.a. het toestaan van de herprofilering van perceel 4B, alsmede diverse slootdempingen die later in andere vergunningaanvragen voorgelegd worden.

De maatwerkoplossing omvat daarnaast ook de aankoop en aanvullende bescherming van een terp/ verhoogde akker, herstel van kruinige percelen en aankoop door de provincie van een (nabijgelegen) tweede terp (bij de Hoarnestreek). Zo is er een balans afgesproken tussen het belang van de landbouw en het versterken van de landschappelijke en cultuurhistorische waarden. Perceel 4A en 4B zijn niet de enige percelen in het beschermde gebied. Voor meer informatie over de ingebrachte en toebedeelde percelen van de betrokken agrariër wordt verwezen naar Bijlage 1. Vanwege de ligging op de kwelderwal en binnen het A-gebied, is aanpassing van het perceel 4B slechts mogelijk door met een omgevingsvergunning (buitenplans) af te wijken van het geldende bestemmingsplan én het aanleggen van een nieuwe sloot. Dit document levert voor de aanvraag de noodzakelijke onderbouwing dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening.

1.2

Ligging van het projectgebied

Het projectgebied is gelegen in het landelijk gebied tussen Tzummarum en Firdgum. In figuur 1.1 is de locatie indicatief weergegeven met een paarse stip. De percelen bij deze locatie spelen een grote rol spelen in de herverkaveling van betrokken agrariër. Voor deze locatie is een maatwerkoplossing voorgesteld (zie Bijlage 1). Het perceel waar deze ruimtelijke onderbouwing betrekking op heeft, wordt in de maatwerkoplossing aangeduid als "perceel 4", met daarin een onderscheid tussen 4A (kruinig) en 4B (niet kruinig, maar wel binnen het zogenaamde ensemble). Zie figuur 1.2. Perceel 4A bevat twee archeologische monumenten; het noordelijk deel betreft een verhoogde akker, het zuidelijk deel is een terp. Deze ruimtelijke onderbouwing ziet alleen op werkzaamheden ter plaatse van het perceel 4B en nieuw te graven sloot tussen perceel 4A en perceel 4B en tast dus geen archeologisch monument aan.

6/30

Figuur 1.1

Ligging van het projectgebied

Figuur 1.2

De percelen 4A en 4B, in blauw kader (zie maatwerkvoorstel, Bijlage 1)

1.3

Planologische regeling

1.3.1 Bestemmingsplan Het projectgebied ligt in het bestemmingsplan Buitengebied 2013 van de gemeente Franekeradeel (thans: Waadhoeke). In figuur 1.3 is een uitsnede van het bestemmingsplan opgenomen. Voor het gehele projectgebied geldt dat het is gelegen in

7/30

de bestemming 'Agrarisch' met daar overheen de beschermende dubbelbestemming 'Waarde - Reliëf kwelderwal, terpen en kruinige percelen'.

Figuur 1.3

Uitsnede bestemmingsplan (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)

Binnen de dubbelbestemming geldt een bescherming van de landschappelijke en cultuurhistorische waarden. Dit is opgenomen als een verbodsbepaling, waarvan met een (binnenplanse) afwijking bij uitzondering en onder beperkte voorwaarden kan worden afgeweken. In dit verbod zijn werkzaamheden opgenomen die schade toe kunnen brengen aan de beschermde waarden. Het gaat daarbij om de volgende werkzaamheden: a. het diepploegen, egaliseren, afgraven, afschuiven en/of ophogen van gronden; b. het dempen en/of graven van sloten en/of andere waterlopen en/of partijen. Van het verbod kan bij uitzondering onder voorwaarden worden afgeweken. De voorwaarden zien erop toe dat: a. het om een zeer beperkte ingreep gaat die wordt uitgevoerd ten behoeve van een landbouwkundige noodzaak dan wel het om de aanleg van natuurvriendelijke oevers langs waterlopen gaat; b. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de gaafheid van het gebied dat is voorzien van de dubbelbestemming 'Waarde - Reliëf kwelderwal, terpen en kruinige percelen'. Dit stelsel van verbod en afwijking impliceert een uitzonderingsregel, zodat op voorhand wordt aangegeven dat slechts bij uitzondering meegewerkt zal worden aan de werkzaamheden. De voorwaarden zien toe op mogelijke ingrepen met een zo minimaal mogelijk gevolg. Het behoud van de waarden is binnen dit stelsel uitgangspunt.

Beleidsregel Voor de dubbelbestemming 'Waarde - Reliëf kwelderwal, terpen en kruinige percelen' is een beleidsregel vastgesteld; de beleidsregel cultuurhistorische en landschappelijke waarden (zie ook paragraaf 3.3.1). Deze beleidsregel is opgesteld omdat niet voor alle gronden binnen de dubbelbestemming daadwerkelijk nog sprake is van de voor dit gebied kenmerkende waarden. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen gebieden met een (nog) hoge landschappelijke en/of

8/30

cultuurhistorische waarde (A) en gebieden waar deze waarde lager is of zelfs helemaal verdwenen (B). Aan deze twee categorieën gebieden is een gericht pakket aan beschermende maatregelen gekoppeld. De strekking is: streng in de A gebieden, meer ruimte in de B gebieden. 1.3.2 Toetsing aan het bestemmingsplan Bij de toetsing van de uit te voeren werkzaamheden in het projectgebied blijkt dat er strijd is met het bestemmingsplan. Voor de gronden binnen de dubbelbestemming 'Waarde - Reliëf kwelderwal, terpen en kruinige percelen' gelden strenge regels ten aanzien van werkzaamheden zoals het dempen en graven van sloten, samenvoegen en egaliseren van percelen. De betrokken percelen zijn, op grond van de bij de dubbelbestemming behorende beleidsregel, gelegen in het A-gebied. Dit houdt in dat er een hoge beschermingsgraad geldt. Aanpassen zoals het veranderen van de profilering of het dempen van sloten is binnen het geldende planologisch regime niet toegestaan. Perceel 4A bestaat uit een terp en een verhoogde akker met archeologische waarden en valt daarom per definitie onder het A-gebied. Het perceel 4B betreft een terrein met geen of nauwelijks waarneembaar reliëf, maar is door de inklemming tussen A-percelen onderdeel van een ensemble. Zo valt ook perceel 4B binnen het A-gebied.

Om deze reden wordt een vergunningaanvraag ingediend voor het (buitenplans) afwijken van het bestemmingsplan. Deze ruimtelijke onderbouwing maakt onderdeel uit van de aanvraag. 1.3.3 Leeswijzer Na deze inleiding wordt in Hoofdstuk 2 een beschrijving gegeven van de huidige situatie en de gewenste ontwikkeling. In Hoofdstuk 3 worden de uitgangspunten getoetst aan het, voor het project relevante, beleid op de verschillende niveaus. In Hoofdstuk 4 wordt ingegaan op de omgevingsaspecten. Ten slotte worden in Hoofdstuk 5 de maatschappelijk en economische uitvoerbaarheid van het project besproken. De ruimtelijke onderbouwing sluit af met een conclusie in Hoofdstuk 6.

9/30

2. BESCHRIJVING VAN HET PROJECT 2.1

Locatie

In figuur 2.1 is een luchtfoto van de huidige situatie weergegeven. In de brede context van de herverkaveling van de betrokken agrariër levert hij relatief grote percelen in en verkrijgt relatief kleine percelen. Zonder planologische belemmeringen zou hij sloten gaan dempen, om weer relatief grote percelen te kunnen gaan gebruiken. Deze ruimtelijke onderbouwing ziet alleen op de werkzaamheden binnen het in figuur 2.1 aangeduide perceel (perceel 4B) en de nieuwe sloot tussen 4A en 4B.

Figuur 2.1

2.2

Luchtfoto huidige situatie met het perceel 4B gearceerd

Toekomstige situatie

De nu voorliggende aanvraag bestaat uit het herprofileren van het in figuur 2.1 gemarkeerde perceel (perceel 4B) door de betrokken agrariër en het graven van een sloot langs het perceel 4A door de provincie (buiten de perceelsgrens). Geen van de werkzaamheden vindt plaats op de terp of de verhoogde akker. Om de herprofilering toe te kunnen staan wordt voorzien in het herstel van de landschappelijke waarden. Dat vertaalt zich o.a. in het graven van een sloot langs het kruinige perceel 4A. Het maatwerkvoorstel is opgenomen als bijlage bij deze ruimtelijke onderbouwing (Bijlage 1). Er is gekozen voor optie 1 van de in de bijlage genoemde oplossingsrichtingen. De nieuwe sloot langs de terp (perceel 4A) wordt buiten de huidige perceelsgrens van deze terp gegraven, dus feitelijk in perceel 4B. Het hart van de sloot wordt vervolgens de nieuwe kavelgrens. Op deze manier wordt voorkomen dat de terp door de werkzaamheden wordt aangetast. In figuur 2.2 is het principeprofiel weergegeven van de te graven sloot langs perceel 4A en de nieuwe perceelsgrens. Figuur 2.3 geeft aan wat de locatie van de te graven sloot wordt, en de beoogde nieuwe profilering van perceel 4B. Binnen de beschermende regels is het zonder omgevingsvergunning niet toegestaan om grondroerende werkzaamheden uit te voeren. Er is sprake van een landbouwkundige noodzaak om de werkzaamheden toch te vergunnen. Door het

10/30

herprofileren van perceel 4B wordt de afwatering verbeterd en het perceel geschikt gemaakt voor akkerbouw. In figuur 2.3 is de beoogde hoogtekaart weergegeven. De herprofilering zorgt voor een goede afwatering van het perceel en brengt tegelijk een gewenste (nieuwe) kruinigheid aan. De herkenbaarheid van het kruinige perceel 4A wordt vergroot door het graven van een sloot (zie ook figuur 2.3). Dit heeft een positief effect heeft op de beleving van de landschappelijke kenmerken. Oorspronkelijk werden terpen ook omringd door sloten, maar de exacte positie is niet bekend. Door de sloot buiten de perceelsgrens te houden, wordt voorkomen dat er onbedoeld archeologische waarden worden verstoord.

Figuur 2.2

Principeprofiel van de te graven sloot

Figuur 2.3

Hoogtekaart van de toekomstige situatie

11/30

3. BELEIDSKADER 3.1

Rijksbeleid

3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld. De NOVI is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI geeft richting en helpt om keuzes te maken, te kiezen voor slimme combinaties van functies en uit te gaan van de specifieke kenmerken en kwaliteiten van gebieden. Het versterken van de omgevingskwaliteit staat in de NOVI centraal. Dat wil zeggen dat alle plannen met oog voor de natuur, gezondheid, milieu en duurzaamheid gemaakt moeten worden. Bij de NOVI hoort een Uitvoeringsagenda. Hierin staat hoe uitvoering wordt gegeven aan de NOVI. Binnen de NOVI zijn 8 voorlopige aandachtsgebieden geformuleerd als zogeheten NOVI-gebied. In een NOVI-gebied krijgt een aantal concrete vraagstukken een hogere prioriteit. Dit helpt om grote veranderingen en ruimtelijke opgaven in een regio beter te realiseren. Opgaven Er is in Nederland sprake van een aantal dringende maatschappelijke opgaven. Deze opgaven kunnen niet apart van elkaar worden opgelost. Ze moeten in samenhang bekeken worden. Ze grijpen in elkaar en vragen meer ruimte dan beschikbaar is in Nederland. Niet alles kan, niet alles kan overal. Op het niveau van nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven aan de omgeving in Nederland, verwoord in vier opgaven: 1.

ruimte maken voor klimaatverandering en energietransitie; 2. de economie van Nederland verduurzamen en het groeipotentieel behouden; 3. steden en regio's sterker en leefbaarder maken; 4. een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Realiseren opgaven In de NOVI zijn twee instrumenten opgenomen om de opgaven te realiseren: 1. De Omgevingsagenda In de Omgevingsagenda agenderen het Rijk en regio de gezamenlijke vraagstukken en de gewenste aanpak daarvan. De Omgevingsagenda biedt een basis voor uitvoeringsafspraken en inzet van programma's en projectbesluiten van Rijk en regio. 2. De NOVI-gebieden Een NOVI-gebied is een instrument waarbij Rijk en regio meerdere jaren verbonden zijn aan de gezamenlijke uitwerking van de verschillende opgaven in het ruimtelijke domein. Vaak wordt voortgebouwd op bestaande samenwerkingstrajecten. Denk aan een Regio Deal en een verstedelijkingsstrategie. De regio waarbinnen het project plaatsvindt is niet aangewezen als NOVI-gebied. De voorgenomen ontwikkeling raakt één van de rijksbelangen zoals opgenomen in de NOVI, namelijk: een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Onderhavig project betreft een maatwerkoplossing die noodzakelijk is om de wettelijke herverkaveling in dit gebied tot een goed einde te brengen. Het project draagt daarmee bij aan een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.

Er is geen sprake van strijdigheid met het rijksbeleid.

3.2

Provinciaal beleid

3.2.1 Omgevingsvisie Fryslân - De romte diele Op 23 september 2020 is de omgevingsvisie Fryslân - De romte diele vastgesteld waarin de ambitie voor de provincie voor 2030 - 2050 is uitgesproken. Hierbij wordt gewerkt met 9 principes die richting geven bij het maken van keuzes. Enerzijds zijn de principes inhoudelijk van aard, zoals zuinig ruimtegebruik, omgevingskwaliteit als ontwerpbasis, koppelen van

12/30

ambities, gezondheid en veilig. Anderzijds zijn er samenwerkingsprincipes ruimer op inhoud zoals: rolbewust, decentraal wat kan, het ja, mits principe, aansluiting zoeken en sturen op proces. De insteek om de ambities te realiseren is niet door verandering tegen te houden, maar door de gewenste nieuwe ontwikkelingen te laten aansluiten bij bestaande kwaliteiten. Omgevingskwaliteit en zuinig ruimtegebruik zijn termen die passen bij de aard van dit project. Het betreft een zorgvuldig afgewogen plan dat enerzijds zorgt voor een effectief gebruik van agrarische percelen en anderzijds de aanpassingen in de cultuurhistorische waarde van het landschap compenseert. 3.2.2 Verordening Romte Fryslân 2014 Op 25 juni 2014 is de Verordening Romte Fryslân 2014 vastgesteld, deze is daarna een aantal keren partieel herzien. In de verordening zijn regels opgenomen die ervoor moeten zorgen dat de provinciale ruimtelijke belangen doorwerken in de gemeentelijke ruimtelijke plannen. De verordening wordt naar verwachting in het tweede kwartaal van 2022 vervangen door de Omgevingsverordening Fryslân. Het ontwerp van de verordening heeft vanaf 1 maart 2021 gedurende 6 weken ter inzage gelegen. Met het voorliggende project wordt geen landbouwgrond herbestemd, het gebruik wijzigt niet en er wordt geen bebouwing toegestaan. De regels van de verordening staan het project niet in de weg.

3.3

Gemeentelijk beleid

3.3.1 Beleidsregel Cultuurhistorische en landschappelijke waarden Deze beleidsregel is bedoeld om uitleg te geven over de toepassing van de regels binnen de dubbelbestemming 'Waarde Reliëf kwelderwal, terpen en kruinige percelen'. Uit onderzoek van de bestuurscommissie en de gemeente blijkt dat de feiten en omstandigheden van veel percelen zijn gewijzigd ten opzichte van het moment van vaststelling van de bestemmingsplannen en geven aanleiding om tot een specifiekere en meer genuanceerde toepassing van de regels te komen. Onderstaande kaart (figuur 3.1) geeft het gebied weer waarbinnen de dubbelbestemming geldt, wat gelijk staat aan het toepassingsgebied van deze beleidsregel. Binnen de beleidsregel wordt onderscheid gemaakt tussen A- en B-gebieden (zie figuur 3.2).

Figuur 3.1

13/30

Gebied waar de beschermende dubbelbestemming van toepassing is

Gebieden A Voor deze gronden geldt dat de waarden nog zeer goed herkenbaar zijn en veelal in een gave, oorspronkelijke staat zijn. Tot die waarden behoren tevens de aangrenzende en voor de waarden bepalende sloten rondom de percelen en gronden. Het principiële uitgangspunt voor deze gebieden is het behoud en waar mogelijk versterken van de aanwezige waarden. Doordat er in de loop van de tijd een achteruitgang van waarden in het gebied heeft plaatsgevonden, is het van belang om binnen het proces van de herverkaveling, maar ook bij andere werkzaamheden, zorg te dragen voor het behoud van de nog aanwezige waarden. Dat betekent dat de toepassing van de binnenplanse en buitenplanse afwijking in de ‘gebieden A’ uitsluitend in een zeer uitzonderlijk geval zal worden toegepast. Gebieden B In de ‘gebieden B’ wordt de binnenplanse afwijking niet langer als een uitzonderingsregel gezien. De bedoeling is het instrument in te zetten om gewenste ingrepen in het landschap toe te kunnen laten, waarbij het cultuurhistorisch en landschappelijk belang nevengeschikt is aan de overige belangen. Die nevengeschiktheid betekent dat voor de waarden het vooral van belang is dat de herkenbaarheid van de kwelderwal, het karakteristieke patroon van waterlopen, dijken, verkavelingslijnen en historische waterlopen, zoals opgenomen in de kaarten bij de beleidsregel, niet wordt aangetast.

Zolang die herkenbaarheid gewaarborgd blijft, kunnen andere belangen dan de cultuurhistorische en landschappelijke waarden zwaarder wegen.

Figuur 3.2 Kaart met A-gebieden (rood), ensembles (rood omlijnd) en B-gebieden (groen) Het projectgebied waar deze ruimtelijke onderbouwing op ziet, ligt binnen het toepassingsgebied van de beleidsregel en in het A-gebied (ensemble). De voorgenomen ontwikkeling past niet binnen de afwijkingsmogelijkheid van het bestemmingsplan, maar voorziet wel in een waardeverbetering van de betreffende locatie. Het niet-kruinige gedeelte van het perceel (perceel 4B) wordt opnieuw geprofileerd, krijgt een nieuwe kruin en wordt zichtbaar gescheiden van perceel 4A door middel van een nieuwe sloot. Dit komt de herkenbaarheid van de terp ten goede. Met dit project worden de cultuurhistorische en landschappelijke waarden gewaarborgd en versterkt. Daarnaast worden er in twee percelen van de betrokken agrariër nieuwe kruinen gemaakt en wordt een (nabijgelegen) tweede terp (bij de Hoarnestreek) door de provincie aangekocht (en aanvullend beschermd).

14/30

4. OMGEVINGSASPECTEN 4.1.1 Archeologie Toetsingskader Per 1 juli 2016 is de Monumentenwet 1988 vervallen en gedeeltelijk overgegaan naar de Erfgoedwet. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over naar de Omgevingswet. Dit geldt ook voor de verordeningen, bestemmingsplannen, vergunningen en ontheffingen op het gebied van archeologie. Vooruitlopend op de inwerkingtreding van de Omgevingswet zijn de artikelen, die daarin zullen worden opgenomen, te vinden in het Overgangsrecht in de Erfgoedwet, waar ze ongewijzigd van toepassing blijven zolang de Omgevingswet nog niet van kracht is. De kern van de Erfgoedwet is dat wanneer de bodem wordt verstoord, archeologische resten intact moeten blijven. Als dit niet mogelijk is, is opgraving een optie. Om inzicht te krijgen in de kans op het aantreffen van archeologische resten in bepaalde gebieden, zijn er archeologische verwachtingskaarten opgesteld op basis van onder andere historisch, archeologisch, bodemkundig en geomorfologisch onderzoek. Voor het inventariseren van archeologische waarden en verwachtingen, maakt de gemeente Waadhoeke onder andere gebruik van de Friese Archeologische Monumentenkaart Extra (FAMKE). De kaart is opgemaakt voor twee perioden: de ijzertijd-middeleeuwen en de steentijd-bronstijd.

Toetsing Voor het kruinige perceel (perceel 4A, bestaande uit een terp en verhoogde akker) geldt een archeologische verwachtingswaarde. Het voornemen is om grenzend aan dat perceel een sloot te graven, ter plaatse van perceel 4B. Waarschijnlijk lag de sloot binnen de begrenzing van beide AMK-terreinen (zijnde de terp en de verhoogde akker). Om die reden komt de nieuwe sloot in perceel 4B. Er is archeologisch bureau- en verkennend booronderzoek uitgevoerd. De rapportage is bijgevoegd bij deze ruimtelijke onderbouwing (Bijlage 2). Uit het bureauonderzoek is gebleken dat het gebied grenzend aan het kruinige perceel een middelhoge archeologische verwachting heeft op archeologische resten uit de ijzertijd – middeleeuwen, vanwege de ligging op een kwelderwal en de bekende terpenreeksen op deze kwelderwallen. Uit het verkennend booronderzoek is gebleken dat hier geen cultuurlaag of vegetatiehorizont aanwezig is. Daarnaast hebben eerder al diverse verstoringen plaatsgevonden, zoals egalisering en slootdemping, waardoor uitgesprokener reliëfverschillen op het terrein zijn verdwenen. In lijn met het advies en de conclusie van het Steunpunt Monumentenzorg Fryslân (27 januari 2022) kan het perceel, afgezien van de te graven sloot (zie onder), worden vrijgesteld van archeologisch onderzoek.

Een archeologisch vooronderzoek voorafgaand aan de egalisatiewerkzaamheden is derhalve niet noodzakelijk. Het is wel van belang om het volgende in de vergunning op te nemen: Melding toevalsvondst Mochten tijdens de werkzaamheden (toch) archeologische resten worden aangetroffen, dan dient dit op grond van artikel 5.10 van de Erfgoedwet onmiddellijk te worden gemeld aan de Minister (in de praktijk de gemeente als Bevoegd Gezag). Eventuele vondsten dienen gedurende 6 maanden, te rekenen vanaf de datum van de melding, ter beschikking te worden gesteld voor wetenschappelijk onderzoek. De nieuw te graven watergang wordt nagenoeg ter hoogte van een gedempte sloot gegraven, een sloot die rondom de terp heeft gelegen. Deze gedempte verkavelingssloot was al aangegeven op kaartmateriaal uit de 19e eeuw, maar is mogelijk nog ouder. De slootvulling kan materiaal uit de bewoningsperiode van de terpen bevatten en is daarom potentieel van archeologische waarde. Aangezien ook de breedte van de ’oude’ sloot onbekend is en de nieuwe sloot direct grenzend aan AMK-terreinen wordt gegraven, wordt geadviseerd gelijktijdig met de graafwerkzaamheden een archeologische opgraving variant begeleiding uit te voeren. Voorafgaand aan de uitvoering van de archeologische begeleiding, dient een door de bevoegde overheid goedgekeurd Programma van Eisen te worden opgesteld.

15/30

Indien bij de uitvoering van de werkzaamheden archeologische resten worden aangetroffen, dan is conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet aanmelding van de desbetreffende vondsten bij de Minister verplicht (vondstmelding via de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed: Archis-vondstmelding en de bevoegde overheid, gemeente Waadhoeke).

4.2

Cultuurhistorie

Toetsingskader In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is bepaald dat in een ruimtelijk plan een beschrijving opgenomen moet worden van de manier waarop met de aanwezige cultuurhistorische waarden rekening is gehouden. Voor de gronden op de kwelderwal geldt een beschermende dubbelbestemming, waar tevens een beleidsregel voor is vastgesteld (zie paragraaf 3.3.1). Toetsing Binnen het projectgebied zijn specifieke cultuurhistorische waarden aanwezig. Deze zijn beschermd door middel van de dubbelbestemming 'Waarde - Reliëf kwelderwal, terpen en kruinige percelen' in het geldende bestemmingsplan. Bij deze dubbelbestemming is een beleidsregel Cultuurhistorische en landschappelijke waarden vastgesteld, met de daarbij behorende kaarten en toelichting. Het perceel 4B is in figuur 4.1 aangegeven met een blauwe stip. Voor dit perceel is het de bedoeling om herprofilering aan te brengen ten behoeve van akkerbouw (zie paragraaf 2.2) en het graven van een sloot (ter begrenzing van perceel 4A). De groene arcering bevindt zich buiten het projectgebied (perceel 4A) en geeft aan dat er archeologische waarden aanwezig zijn. Specifiek gaat het hier om twee archeologische monumenten. Beide percelen liggen binnen het in de beleidsregel gedefinieerde A-gebied (rood in figuur 4.2).

Voor het gehele gebied binnen de beschermende dubbelbestemming gelden regels ten aanzien van ingrepen in het landschap, met name ter bescherming van het historisch reliëf in het landschap. De voorgenomen aanpassing van het perceel past niet binnen deze regels. De werkzaamheden zorgen echter voor een verbetering van de herkenbaarheid en behoud van de kruinigheid van het perceel 4A. Door het uitvoeren van de beoogde werkzaamheden ter plaatse van perceel 4B ontstaat een meerwaarde voor het landschap doordat er een nieuwe kruin wordt gemaakt. Perceel 4A, bestaande uit een terp en verhoogde akker, wordt voorzien van een nieuwe sloot. De sloot komt niet exact op de historische locatie, maar geeft wel een herkenbare afbakening. De sloot wordt gegraven buiten het archeologisch waardevol gebied, zodat de daar aanwezige waarden niet worden aangetast. De sloot versterkt tevens de zichtbaarheid van de kruinen in perceel 4A en 4B.

Figuur 4.1 Uitsnede kaart cultuurhistorische en landschappelijke waarden

16/30

Figuur 4.2 Uitsnede kaart A en B gebieden

4.3

Ecologie

Toetsingskader Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening gehouden worden met de natuurwaarden van de omgeving en met beschermde plant- en diersoorten. Met de Wet natuurbescherming (Wnb) zijn alle bepalingen met betrekking tot de bescherming van natuurgebieden en dier- en plantensoorten samengebracht in één wet. De Wnb implementeert diverse Europeesrechtelijke regelgeving, zoals de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn in de Nederlandse wetgeving. Gebiedsbescherming De Wnb kent diverse soorten natuurgebieden, te weten: ● Natura 2000-gebieden; ● Natuurnetwerk Nederland (NNN). Soortenbescherming In de Wnb wordt een onderscheid gemaakt tussen: ● soorten die worden beschermd in de Vogelrichtlijn; ● soorten die worden beschermd in de Habitatrichtlijn; ● overige soorten. Toetsing De ontwikkeling van het projectgebied betreft een ruimtelijke ingreep. Daarom moet het planvoornemen worden getoetst aan de natuurwetgeving door middel van het uitvoeren van een ecologische quickscan naar de (mogelijk) binnen de invloedssfeer aanwezige beschermde natuurwaarden (flora en fauna). Tevens wordt een inschatting gemaakt van de eventuele effecten van de voorgenomen planontwikkeling op in de omgeving gelegen beschermde natuurgebieden (Natura-2000 en NNN).

17/30

Gebiedsbescherming Natura 2000-gebieden en NNN Het projectgebied vormt geen onderdeel van een natuur- of groengebied met een beschermde status, zoals Natura 2000. Het projectgebied maakt geen deel uit van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Stikstofdepositie Op 1 juli 2021 is de Wet stikstofreductie en natuurverbetering (Wsn) en het bijbehorende besluit in werking getreden. De Wsn regelt een vrijstelling van de vergunningplicht in artikel 2.7 lid 2 Wnb voor de aanlegfase van bouwwerkzaamheden. Deze vrijstelling geldt alleen voor de effecten als gevolg van stikstofdepositie en niet voor eventuele andere effecten als gevolg van het project op Natura-2000 gebieden. De vrijstelling is verder uitgewerkt in het Besluit stikstofreductie en natuurverbetering (Bsn). Onder de vrijstelling vallen: ● het bouwen en slopen van een bouwwerk; ● het aanleggen, wijzigen en opruimen van een werk (bijvoorbeeld voor duurzame energieopwekking en grond-, weg- en waterbouw zoals pleinen, straten, het verplaatsen van grond in het kader van bouwrijp maken van een terrein, spoorwegen, waterstaatswerken, waterwegen, waterkeringen, energie-infrastructuur, telecommunicatieinfrastructuur, openbare hemelwater- en ontwateringsstelsels en vuilwaterriolen; ● de vervoersbewegingen die samenhangen met de werkzaamheden (o.a.

het aan- en afvoeren van bouwmaterialen en emissies van werktuigen op de bouwplaats) De voorgenomen werkzaamheden vallen onder deze vrijstelling. Een berekening van de stikstofdepositie in de aanlegfase is derhalve niet noodzakelijk. Ten gevolge van dit project is geen sprake van een toename van stikstofdepositie in de gebruiksfase. De ontwikkeling van het projectgebied leidt niet tot een toename van stikstofdepositie in Natura 2000-gebieden in de omgeving. Soortenbescherming Ten behoeve van de soortenbescherming is een ecologische quickscan uitgevoerd. De resultaten hiervan zijn toegevoegd aan deze ruimtelijke onderbouwing (Bijlage 3). Aan de hand van het veldbezoek en de daaropvolgende bureaustudie, is gebleken dat vrijwel alle vormen van negatieve effecten op onder de Wet natuurbescherming (Wnb) beschermde natuurwaarden als gevolg van de voorgenomen werkzaamheden op voorhand kunnen worden uitgesloten. Uitzonderingen hierop worden gevormd door broedvogels waarvan de nesten alleen beschermd zijn wanneer hier sprake is van een broedgeval. Van jaarrond beschermde nesten is in het projectgebied geen sprake. Indien de voorgenomen werkzaamheden buiten het broedseizoen worden uitgevoerd, vormt dit geen belemmering. Vinden de werkzaamheden binnen het broedseizoen plaats, dan is begeleiding van een ecoloog noodzakelijk.

Als laatste dient men zich tijdens het uitvoeren van de voorgenomen werkzaamheden te houden aan de zorgplicht. De zorgplicht schrijft voor dat men alles wat redelijkerwijs mogelijk is moet doen om schade aan wilde planten en dieren te voorkomen.

4.4

Bodem

Toetsingskader Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening dient in verband met de uitvoerbaarheid van een plan rekening te worden gehouden met de bodemgesteldheid in het projectgebied. Bij functiewijzigingen dient te worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie en moet worden vastgesteld of er sprake is van een saneringsnoodzaak. In de Wet bodembescherming is bepaald dat indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, de grond zodanig dient te worden gesaneerd dat zij kan worden gebruikt voor de desbetreffende functie (functiegericht saneren). Nieuwe bestemmingen dienen bij voorkeur te worden gerealiseerd op bodem die geschikt is voor het beoogde gebruik. Toetsing De functie van de gronden wijzigt niet; een bodemonderzoek in het kader van het beoogde gebruik is dan ook niet noodzakelijk. Het voornemen is om de bij de graafwerkzaamheden vrijkomende grond niet af te voeren, maar ter plaatse te

18/30

hergebruiken. Indien er wel grond wordt afgevoerd, is bij hergebruik elders het Besluit bodemkwaliteit van toepassing. Bij het toepassen van de vrijkomende grond- en materiaalstromen kan een partijkeuring conform het Besluit bodemkwaliteit worden geëist.

4.5

Luchtkwaliteit

Toetsingskader In de Wet milieubeheer zijn normen voor luchtkwaliteit opgenomen. Deze normen zijn bedoeld om de negatieve effecten op de volksgezondheid, als gevolg van te hoge niveaus van luchtverontreiniging, tegen te gaan. Als maatgevend voor de luchtkwaliteit worden de gehalten fijnstof (PM10) en stikstofdioxide (NO2) gehanteerd. Plannen die slechts in zeer beperkte mate bijdragen aan luchtverontreiniging zijn op grond van het besluit 'niet in betekenende mate' (NIBM) vrijgesteld van toetsing aan de grenswaarden. Een plan voldoet hieraan als het een toename van minder dan 3% van de grenswaarden tot gevolg heeft. Toetsing De aard en omvang van het project is zodanig dat er niet in betekenende mate sprake is van een bijdrage aan luchtverontreiniging. Ook wijzigt het beoogde gebruik niet ten opzichte van de huidige situatie. Gericht onderzoek naar de luchtkwaliteit is niet noodzakelijk. Het aspect luchtkwaliteit staat de beoogde ontwikkeling niet in de weg.

4.6

Geluid

Toetsingskader In de Wet geluidhinder (Wgh) is bepaald dat elke weg in principe een zone heeft waar aandacht aan geluidhinder moet worden besteed. Daarbij onderscheidt de Wgh geluidsgevoelige gebouwen enerzijds en niet-geluidsgevoelige functies anderzijds. Het uitgangspunt is dat op de gevels van geluidsgevoelige functies voldaan wordt aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. Indien hier niet aan wordt voldaan, kan een hogere grenswaarde worden vastgesteld. Deze hogere waarde is te verlenen tot 63 dB in de bebouwde kom. Wegen waarvoor de zoneplicht niet geldt, zijn woonerven en wegen waarop een maximumsnelheid van 30 km/uur geldt. Toetsing Ten gevolge van dit project ontstaat er geen toename van geluidhinder, noch is er sprake van geluidsgevoelige objecten en/of -functies in de zin van de Wet geluidhinder. Het aspect geluid staat de beoogde ontwikkeling niet in de weg.

4.7

Water

Toetsingskader Een belangrijk onderdeel van de planvorming is de Watertoets. Het doel van de Watertoets is waarborgen dat waterhuishoudkundige doelstellingen meer expliciet en op een evenwichtige wijze in beschouwing worden genomen bij alle waterhuishoudkundig relevante ruimtelijke plannen en besluiten. Hiermee wordt voorkomen dat ruimtelijke ontwikkelingen in strijd zijn met duurzaam waterbeheer. Het projectgebied ligt binnen het beheergebied van het wetterskip Fryslân, verantwoordelijk voor het waterkwantiteits- en waterkwaliteitsbeheer. Toetsing De aanvraag betreft het herprofileren van het perceel 4B en het graven van een sloot. Binnen het projectgebied worden geen sloten gedempt, ook wordt geen verharding aangebracht. Aangezien er sprake is van een toename aan oppervlaktewater, zonder een toename aan verharding of demping van watergangen, is een watertoets nu niet aan de orde.

4.8

Bedrijven- en milieuzonering

Toetsingskader In het kader van een goede ruimtelijke ordening is ruimtelijke afstemming tussen bedrijfsactiviteiten, voorzieningen en gevoelige functies (woningen) noodzakelijk. Bij deze afstemming kan gebruik worden gemaakt van de richtafstanden uit de basiszoneringslijst van de VNG-brochure 'Bedrijven en milieuzonering' (2009). Een richtafstand kan worden beschouwd als de afstand waarbij onaanvaardbare milieuhinder als gevolg van bedrijfsactiviteiten redelijkerwijs kan worden uitgesloten.

19/30

Voor het bepalen van de richtafstanden wordt onderscheid gemaakt tussen rustige woonomgevingen en gemengde gebieden. Toetsing De aanvraag betreft het herprofileren van het perceel 4B en het graven van een sloot. Het project bevat geen inrichting en er is geen sprake van een functiewijziging. Ook is er geen wijziging ten aanzien van de ruimtelijke afstemming tussen bedrijfsactiviteiten en gevoelige functies. Het aspect bedrijven en milieuzonering staat de beoogde ontwikkeling niet in de weg.

4.9

Kabels en leidingen

Toetsingskader Bij de uitvoering van ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met de aanwezigheid van elektriciteit- en communicatiekabels en nutsleidingen in de grond. Hier gelden beperkingen voor ingrepen in de bodem. Daarnaast zijn zones, bijvoorbeeld rondom hoogspanningsverbindingen, straalpaden en radarsystemen van belang. Deze vragen vaak om het beperken van gevoelige functies of van de hoogte van bouwwerken. Voor ruimtelijke plannen zijn alleen de hoofdleidingen van belang. Toetsing Er liggen ter plaatse van het projectgebied geen ruimtelijk relevante (hoofd)leidingen aanwezig. Bij de uitvoering zal rekening moeten worden gehouden met de ligging van de huidige kabels en leidingen, waartoe voorafgaand aan de werkzaamheden een KLIC-melding moet worden ingediend.

4.10 Externe veiligheid

Toetsingskader Externe veiligheid gaat over het beheersen van de risico's voor de omgeving bij gebruik, opslag en vervoer van gevaarlijke stoffen. Bij ruimtelijke plannen dient ten aanzien van externe veiligheid naar verschillende aspecten te worden gekeken, namelijk: ● bedrijven waar activiteiten plaatsvinden die gevolgen hebben voor de externe veiligheid; ● vervoer van gevaarlijke stoffen over wegen, spoor, water of door buisleidingen. Voor zowel bedrijvigheid als vervoer van gevaarlijke stoffen zijn twee aspecten van belang, te weten het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Het PR is de kans per jaar dat een persoon dodelijk wordt getroffen door een ongeval, indien hij zich onafgebroken (dat wil zeggen 24 uur per dag gedurende het hele jaar) en onbeschermd op een bepaalde plaats zou bevinden. Het PR wordt weergegeven met risicocontouren rondom een inrichting dan wel infrastructuur. Het GR drukt de kans per jaar uit dat een groep van minimaal een bepaalde omvang overlijdt als direct gevolg van een ongeval waarbij gevaarlijke stoffen betrokken zijn. De norm voor het GR is een oriëntatiewaarde. Het bevoegd gezag heeft een verantwoordingsplicht als het GR toeneemt en/of de oriëntatiewaarde overschrijdt. Het toetsingskader wordt gevormd door verschillende besluiten en documenten (Bevi, Bevb, Bevt).

Risico's zijn inzichtelijk gemaakt op de risicokaart die per provincie wordt bijgehouden. Toetsing Er zijn vanuit het aspect externe veiligheid geen eisen gesteld aan het projectgebied. Met de ontwikkeling worden ook geen risicovolle inrichtingen mogelijk gemaakt. Ten aanzien van het aspect externe veiligheid zijn er geen belemmeringen voor het project.

20/30

4.11 Vormvrije mer-beoordeling

Toetsingskader In onderdeel C en D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten in het kader van de omgevingsvergunning plan-MER-plichtig, project-MER-plichtig of m.e.r.-beoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Indien een activiteit onder de drempelwaarden blijft, dient alsnog een vormvrije m.e.r.-beoordeling uitgevoerd te worden, waarbij onderzocht dient te worden of de activiteit belangrijke nadelige gevolgen heeft voor het milieu, gelet op de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. Deze omstandigheden betreffen de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiele (milieu)effecten. Per 16 mei 2017 is de regelgeving voor de MER en m.e.r.-beoordeling gewijzigd met daarin een nieuwe procedure voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling. ● Voor de ontwerp-bestemmingsplanfase moet een m.e.r-beoordelingsbeslissing worden genomen, waarin wordt aangegeven of wel of geen MER nodig is, gelet op de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële (milieu)effecten en mogelijke mitigerende maatregelen. Deze beslissing wordt als bijlage bij het bestemmingsplan opgenomen.

● Voor elke aanvraag waarbij een vormvrije m.e.r.-beoordeling aan de orde komt, moet de initiatiefnemer een aanmeldingsnotitie opstellen, waarbij ook mitigerende maatregelen mogen worden meegenomen. Het bevoegd gezag dient binnen zes weken na indienen een m.e.r.-beoordelingsbesluit af te geven. Een vormvrije m.e.r.-beoordelingsbeslissing hoeft echter niet gepubliceerd te worden. Toetsing De voorgenomen werkzaamheden worden niet aangemerkt als een activiteit zoals opgenomen in onderdeel C of D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. Het opstellen van een milieueffectrapportage (MER) of m.e.r.-beoordelingsnotitie is niet noodzakelijk.

21/30

5. UITVOERBAARHEID 5.1

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Op grond van artikel 6.18 van het Besluit omgevingsrecht (Bor) wordt de ontwikkeling voorgelegd aan de betrokken overlegpartners. De resultaten hieruit worden te zijner tijd in deze paragraaf verwoord. De ontwerp-omgevingsvergunning met bijbehorende stukken wordt daarna gedurende een periode van zes weken ter inzage gelegd. Tijdens deze periode bestaat de mogelijkheid tot het indienen van zienswijzen. Eenieder wordt op deze wijze in de gelegenheid gesteld om bedenkingen tegen het initiatief kenbaar te maken. Eventuele zienswijzen worden door de gemeente beantwoord en meegewogen in de besluitvorming omtrent het verlenen van de omgevingsvergunning. Tegen dit besluit bestaat de mogelijkheid voor beroep en hoger beroep. De voorgenoemde procedure toont de maatschappelijke uitvoerbaarheid van het project aan.

5.2

Economische uitvoerbaarheid

Ten behoeve van de uitvoerbaarheid van het project is het van belang te weten of het economisch uitvoerbaar is. De economische uitvoerbaarheid wordt enerzijds bepaald door de exploitatie van het plan (financiële haalbaarheid) en anderzijds door de wijze van kostenverhaal van de gemeente (grondexploitatie). Het voorliggende plan betreft geen aangewezen bouwplan in de zin van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Voor de uitvoering van de werkzaamheden is een overeenkomst gesloten tussen de huidige eigenaar van de gronden en de Bestuurscommissie Gebiedsontwikkeling Franekeradeel-Harlingen. De voorgenomen werkzaamheden zijn onderdeel van een maatwerkoplossing waarover provincie Fryslân en de huidige grondeigenaar overeenstemming hebben bereikt. De provincie voert de werkzaamheden uit voor eigen rekening en risico en verpacht de gronden vervolgens onder gebruiksbeperkingen. Er zijn voldoende provinciale gelden beschikbaar gesteld voor het uitvoeren van het gehele herverkavelingsproject, waar deze maatwerkoplossing onderdeel van uitmaakt. De economische uitvoerbaarheid van het beoogde plan is hiermee voldoende aangetoond.

22/30

6. CONCLUSIE 6.1

Aanleiding

Onderwerp van de aanvraag is het herprofileren van perceel 4B ter verbetering van de afwatering (ten behoeve van akkerbouw) en het graven van een sloot tussen perceel 4A en perceel 4B, in afwijking van het bestemmingsplan. Dit in het kader van het herverkavelingsproject Franekeradeel-Harlingen, in samenhang met het terpenproject van de provincie Fryslân. Deze ruimtelijke onderbouwing ziet alleen op werkzaamheden ter plaatse van het perceel 4B en nieuw te graven sloot tussen perceel 4A en perceel 4B. De afwijking van het bestemmingsplan betreft het uitvoeren van grondroerende werkzaamheden binnen de ter plaatse geldende beschermende dubbelbestemming 'Waarde - Reliëf kwelderwal, terpen en kruinige percelen'. Deze dubbelbestemming bevat een afwijkingsmogelijkheid. In 2021 is een beleidsregel in werking getreden voor de gronden ter plaatse van de beschermende dubbelbestemming 'Waarde Reliëf kwelderwal, terpen en kruinige percelen' in de bestemmingsplannen van het buitengebied van Waadhoeke (voorheen Franekeradeel) en Harlingen. Er wordt in deze beleidsregel onderscheid gemaakt tussen twee soorten gebieden, de zogenaamde A- en B-gebieden. De in de beleidsregel opgenomen B-gebieden zijn gebieden waar al veel waarden verloren zijn gegaan en zodoende de afwijkingsbevoegheid kan worden toegepast.

De aangewezen A-gebieden zijn nog van zodanige waarde, dat alleen met een buitenplanse omgevingsvergunning kan worden afgeweken van de beschermende regeling. De betreffende percelen van dit project zijn gelegen in een ensemble in het hierboven bedoelde A-gebied. Toepassen van de binnenplanse afwijkingsmogelijkheid voor de grondroerende werkzaamheden is daarom niet mogelijk. Deze ruimtelijke onderbouwing dient ter afweging voor het verlenen van een omgevingsvergunning met toepassing van artikel 2.12 lid 1 sub a onder 3 van de Wabo.

6.2

Afweging

Het project is getoetst aan het bestemmingsplan, met de daarin opgenomen dubbelbestemming 'Waarde - Reliëf, terpen en kruinige percelen', en de beleidsregel Cultuurhistorische en landschappelijke waarden. Er is sprake van strijdigheid met het bestemmingsplan (zie Hoofdstuk 1). Bij de herverkaveling in Firdgum is een situatie ontstaan waarbij de toebedeelde percelen meer beperkingen kennen dan de door de betrokken agrariër ingebrachte percelen. De maatwerkoplossing (Bijlage 1) die naar aanleiding daarvan is opgesteld, bestaat in hoofdzaak uit twee elementen. Enerzijds de herprofilering van het perceel 4B. De herprofilering zorgt voor een goede afwatering van het perceel en brengt tegelijk een gewenste (nieuwe) kruinigheid aan. Anderzijds het perceel 4A (bestaande uit een terp en verhoogde akker) welke - in het kader van het terpenproject- wordt aangekocht door de provincie, en voorzien van een langssloot (buiten de huidige kavelgrens). Hiermee wordt de landbouwkundige bruikbaarheid van perceel 4B verbeterd, de archeologische monumenten (terp en verhoogde akker) beschermd en, door de nieuwe sloot, beter herkenbaar gemaakt in het landschap. Dit wordt toegelicht in Hoofdstuk 2. Daarnaast worden er in twee percelen van de betrokken agrariër nieuwe kruinen gemaakt en wordt een (nabijgelegen) tweede terp (bij de Hoarnestreek) door de provincie aangekocht (en aanvullend beschermd).

De maatwerkoplossing omvat aldus het toestaan van de herprofilering van perceel 4B. De maatwerkoplossing omvat daarnaast ook onder meer de aankoop en bovenwettelijke bescherming van een terp/ verhoogde akker, herstel van kruinige percelen en aankoop van een tweede terp in de nabijheid. De maatwerkoplossing voorziet daarmee in een balans tussen het belang van de landbouw enerzijds en het versterken van de landschappelijke en cultuurhistorische waarden anderzijds. De maatregelen die in het kader van de maatwerkoplossing worden uitgevoerd voor landschap en cultuurhistorie vormen daarmee een goed tegenwicht voor het toestaan van de herprofilering van perceel 4B.

23/30

Het project is in overeenstemming met overige relevante beleidskaders op rijks, provinciaal en gemeentelijk niveau (Hoofdstuk 3). Vervolgens is het project getoetst aan milieu- en omgevingsaspecten (Hoofdstuk 4). Er is daarbij onderzoek uitgevoerd ten aanzien van archeologie en ecologie. Ten aanzien van archeologie geldt dat er mogelijk archeologisch waardevolle resten aangetroffen kunnen worden bij het graven van de sloot. Er wordt daarom geadviseerd te graven onder archeologische begeleiding. Daarnaast geldt de reguliere meldplicht voor toevalsvondsten. Ten aanzien van de overige omgevingsaspecten zijn geen belemmeringen geconstateerd. Uit het ecologisch onderzoek blijkt dat negatieve effecten op onder de Wet natuurbescherming (Wnb) beschermde natuurwaarden als gevolg van de voorgenomen werkzaamheden op voorhand bijna geheel kunnen worden uitgesloten. Uitzonderingen zijn broedvogels waarvan de nesten alleen beschermd zijn wanneer hier sprake is van een broedgeval. Van jaarrond beschermde nesten is in het projectgebied geen sprake. Indien de voorgenomen werkzaamheden buiten het broedseizoen worden uitgevoerd, vormt dit geen belemmering. Vinden de werkzaamheden binnen het broedseizoen plaats, is begeleiding van een ecoloog noodzakelijk. Verder geldt de zorgplicht.

De zorgplicht schrijft voor dat men tijdens de werkzaamheden alles wat redelijkerwijs mogelijk is moet doen om schade aan wilde planten en dieren te voorkomen. Tot slot wordt de uitvoerbaarheid van het plan beoordeeld (Hoofdstuk 5). De aanvraag inclusief relevante stukken wordt ter inzage gelegd. Eventuele zienswijzen worden meegewogen bij het besluit tot het verlenen van de vergunning. Er is geen sprake van een aangewezen bouwplan, waardoor een exploitatieplan of anderszins verzekering van het kostenverhaal niet verplicht is. Wel is bekend dat er voldoende provinciale gelden beschikbaar zijn gesteld om het herverkavelingsproject als geheel te volbrengen. De voorgenomen werkzaamheden waar deze ruimtelijke onderbouwing op ziet, zijn onderdeel van dit overkoepelende project. Met het bovenstaande in acht genomen, is het project in overeenstemming met de relevante beleidsuitgangspunten op alle niveaus en veroorzaakt geen conflicten met de sectorale wet- en regelgeving.

6.3

Conclusie

Voor deze locatie is een maatwerkoplossing voorgesteld. De maatwerkoplossing voorziet in een balans tussen het belang van de landbouw enerzijds en het versterken van de landschappelijke en cultuurhistorische waarden anderzijds. Op basis van de toe te voegen meerwaarde voor landschap en cultuurhistorie kan de herprofilering van perceel 4B toegestaan worden. Het verlenen van een omgevingsvergunning voor het project is in overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening.

24/30

BIJLAGEN

Bijlage 1 Maatwerk oplossing

25/30

26/30

Bijlage 2 Archeologisch onderzoek

27/30

28/30

Rapport Projectnummer: 377115 / 51003541 Referentienummer: NL21-648800269-9816 Datum: 12-11-2021

Archeologisch onderzoek op een tweetal percelen te Tzummarum, gemeente Waadhoeke Bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek door middel van verkennende boringen SWECO ARCHEOLOGISCHE RAPPORTEN 2466

Definitief

Sweco Rozenburglaan 11 9727 DL Groningen Postbus 7057 9701 JB Groningen Nederland

T +31 88 811 66 00 www.sweco.nl

Sweco Nederland B.V. Team Heritage Consultancy Handelsregister 30129769 Statutair gevestigd te De Bilt

Dagmar Ewolds Adviseur Archeologie M +31 6 51 35 57 24

Verantwoording Titel

Archeologisch onderzoek op een tweetal percelen te Tzummarum, gemeente Waadhoeke

Subtitel

Bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek door middel van verkennende boringen SWECO ARCHEOLOGISCHE RAPPORTEN 2466

ISSN-nummer

2468-4813

Projectnummer

377115 / 51003541

Referentienummer

NL21-648800269-9816

Revisie

D1

Datum

12-11-2021

Auteur

Dagmar Ewolds KNA-prospector / archeoloog (54425479)

E-mailadres

dagmar.ewolds@sweco.nl

Gecontroleerd door

Jan Jaap Hekman senior KNA prospector / archeoloog (actornummer 64229705)

Paraaf gecontroleerd Goedgekeurd door

Hilde Boon

Paraaf goedgekeurd

2 (28)

Sweco voert archeologisch onderzoek uit onder procescertificaat SIKB BRL 4000 ’Archeologie’ (versie 4.1) en de protocollen 4001, 4002, 4003 en 4004. De archeologische werkzaamheden worden uitgevoerd in overeenstemming met de Kwaliteitsnorm van de Nederlandse Archeologie (KNA, versie 4.1). Administratieve gegevens Uitvoerder

Sweco Nederland B.V.

Provincie

Fryslân

Gemeente

Waadhoeke

Plaats

Tzummarum

Toponiem

-

Kadastrale gegevens

TMU00, sectie F, percelen 621 en 623

x/y-coördinaten

165.506 / y: 584.070

Opdrachtgever

Provincie Fryslân

Onderzoeksmeldingsnummer

5098054100

Archis monumentnummer

Grenzend aan monumentnummers 223 en 1260

Archis waarnemingsnummer

-

Oppervlakte plangebied

3,5 ha

Bevoegde overheid

Gemeente Waadhoeke (contactpersoon: mevr. J. van Dijk; j.vandijk@waadhoeke.nl)

Projectmedewerkers

Jan Jaap Hekman, senior prospector (actornummer 64229705); Dagmar Ewolds, KNA prospector (actornummer: 54425479)

Periode van uitvoering

Juli-augustus 2021

Beheer en plaats van documentatie

Sweco Nederland BV, vestiging Groningen. Rozenburglaan 11, 9727 DL Groningen.

3 (28)

Inhoudsopgave Samenvatting ......................................................................................................................... 6 1

Inleiding .................................................................................................................. 8

1.1

Aanleiding van het onderzoek ................................................................................. 8

1.2

Kader onderzoek ..................................................................................................... 8

1.3

Methodiek ................................................................................................................ 8

1.4

Doelstelling onderzoek ............................................................................................ 8

2

Bureauonderzoek .................................................................................................. 9

2.1

Inleiding ................................................................................................................... 9

2.2

Doelstelling en vraagstelling .................................................................................... 9

2.3

Afbakeningen plangebied, huidig gebruik en toekomstig gebruik ........................... 9

2.3.1

Afbakening plan- en onderzoeksgebied ................................................................................9

2.3.2

Huidig gebruik van het plangebied ......................................................................................10

2.3.3

Toekomstig gebruik van het plangebied .............................................................................10

2.4

Aardwetenschappelijke kenmerken ....................................................................... 10

2.5

Archeologische waarden ....................................................................................... 11

2.5.1

Archeologische verwachtings- en beleidskaart ...................................................................11

2.5.2

Archeologische Monumenten ..............................................................................................11

2.5.3

Archeologische vondstlocaties ............................................................................................12

2.5.4

Archeologische onderzoeksmeldingen ...............................................................................12

2.6

Historische situatie................................................................................................. 14

2.6.1

Cultuurhistorische Waarden ................................................................................................16

2.6.2

Militair-historische gegevens ...............................................................................................17

2.7

Ondergrondse bouwhistorische waarden en mogelijke verstoringen .................... 17

3

Gespecificeerde verwachting ............................................................................. 18

4

Conclusie en advies bureauonderzoek ............................................................. 19

4.1

Beantwoording onderzoeksvragen bureauonderzoek ........................................... 19

4.2

Advies .................................................................................................................... 19

5

Veldonderzoek ..................................................................................................... 20

5.1

Inleiding ................................................................................................................. 20

5.2

Doelstelling en vraagstelling .................................................................................. 20

5.3

Methodiek .............................................................................................................. 20

5.4

Resultaten en interpretatie .................................................................................... 21

5.4.1

Bodemopbouw ....................................................................................................................22

5.4.2

Archeologie .........................................................................................................................22

6

Conclusie en advies inventariserend veldonderzoek ...................................... 23

6.1

Beantwoording onderzoeksvragen ........................................................................ 23

4 (28)

6.2

Conclusie ............................................................................................................... 24

6.3

Advies .................................................................................................................... 24

6.4

Selectieadvies bevoegd gezag .............................................................................. 25

Literatuurlijst en gebruikte bronnen .................................................................................. 26

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=waadhoeke&id=acbebd3d-9211-45e1-be29-474175ddb8a7