Bijlage 2 Landschapsbiografie Waadhoeke 2021 (oude versie)
Tekst van het document
80 - BoschSlabbers
Beplanting brengt extra tekening aan in het landschap
6.2 Naoorlogse periode: optimaliseren van het producerend vermogen In jaren na de Tweede Wereldoorlog (19401945) is het overheersende sentiment ‘er zal nooit meer honger zijn’. Om de nationale voedselvoorziening veilig te stellen zet de overheid zwaar in op het verbeteren van de productiviteit. Ruilverkavelingen worden ingezet om de arbeidsomstandigheden te verbeteren, het peilbeheer op het landbouwkundig gebruik toe te snijden en een schaalvergroting in de landbouw te realiseren om zo een meer efficiënte bedrijfsvoering mogelijk te maken. Door het ruilen van kavels, het vergroten en afvlakken van percelen, het verbeteren van de afwatering en de aanleg van wegen in het buitengebied kan de landbouw in het vervolg veel efficiënter produceren. Hierbij horen ook grotere machines, grotere loodsen en schuren, grotere stallen en grotere koelhuizen. Werden de aardappelen voorheen in droogschuren opgeslagen, nu worden zij in koelhuizen bewaard. De grootste koelhuizen zijn, met een omvang van 8000 vierkante meter, inmiddels twee voetbalvelden groot. Deze schaalsprong is vergelijkbaar met de schaalsprong die eerder in de 16e eeuw heeft plaatsgevonden, en waar toen onder andere de kop-hals-romp-boerderij uit is voorgekomen.
Anders dan toen heeft de naoorlogse schaalvergroting niet tot een streekeigen boerderijvorm geleid, gebouwd door aannemers uit de streek, opgetrokken met materialen van de streek. In de geest van de tijd zijn de agrarische opstallen nu
zuiver utilitair ontwikkeld, veelal opgetrokken uit prefab elementen, waardoor een meer industrieel beeld is ontstaan. 6.3 Ruilverkavelingen In de naoorlogse periode zijn in Waadhoeke zeven grote ruilverkavelingen uitgevoerd: • ‘Zuiderpolder’ is in 1966 als eerste ruilverkaveling aangenomen. Het betrof een gebied van 2080 hectare met gronden in de gemeenten Franeker, Franekeradeel, Baarderadeel en Hennaarderadeel. De werkzaamheden werden in 1984 afgesloten. • De ruilverkaveling ‘Berlikum’ (1986-2001, 4285 ha) besloeg al een veel groter grondgebied. De kavelruil, grondverbetering en infrastructurele ontsluitingen betrof het buitengebied in de gemeenten Menaldumadeel, Barradeel, Franekeradeel en een klein stukje van het Bildt. Berltsum kreeg bij deze ruilverkaveling het 7 ha grote Hemmemapark, op de plaats van een vroegere state. • Tussen 1975 en 1990 werd de ruilverkaveling ‘De Bjirmen’ uitgevoerd. Met een omvang van 8550 hectare was dit de grootse van de ruilverkavelingen. Deze lag in de gemeenten Baarderadeel, Menaldumadeel, Franeker, Franekeradeel en Harlingen. In het kader van de ruilverkaveling werd ook de strijd tegen de verzilting aangepakt. • In het kader van de ruilverkaveling ontstond ook het stadsbos ten noorden van Franeker van 18 hectare.
Agrarische schaalvergroting
• De ruilverkaveling ‘Wonseradeel-Noord’ (8300 hectare) betrof delen van het buitengebied van de toenmalige gemeenten Bolsward, Harlingen, Franeker, Franekeradeel, Hennaarderadeel en natuurlijk Wonseradeel. • De ruilverkaveling ‘Wommels’ (8200 hectare) betrof de gemeenten Littenseradeel, Wonseradeel, Franekeradeel, Bolsward en Wymbritseradeel. • De ruilverkaveling ‘het Bildt’ (6800 hectare) betrof voor het grootste deel de gemeente het Bildt (6300 hectare) en een klein deel de gemeenten Leeuwarderadeel en Ferwerderadeel (500 hectare). Inmiddels is de gebiedsontwikkeling Franekeradeel-Harlingen in de eindfase. Deze is opgezet om de schade als gevolg van zout- en gaswinning in het gebied te compenseren. Hier worden verschillende opgaven met elkaar gecombineerd tot een oplossing gebracht: verzilting, bodemdaling, herverkaveling. Waar elders in het land de agrarische schaalvergroting ook heeft geleid tot een ruimtelijke schaalvergroting - niet zelden leidde het samenvoegen van kavels tot het saneren van houtwallen, houtsingels en andere opgaande beplantingen - was dat in Waadhoeke minder het geval. Zeker in het noordelijk deel was het landschap van Waadhoeke - met uitzondering van het gardenierslandschap tussen Wier en Bitgum overwegend arm aan beplantingen en beschikte
Nog bestaand microreliëf
het al over een immense weidsheid. Daarentegen had de schaalvergroting in de landbouw ruimtelijk wel andere effecten: sloten en greppels zijn gedempt, het micro-reliëf is uitgevlakt, het contrast tussen droog en nat is genivelleerd, de omvang van de agrarische bebouwing is sterk toegenomen waarbij zij ook van aard zijn veranderd en er zijn nieuwe vormen van beplantingen toegevoegd. Slootdemping Wat de boomwallen en houtsingels voor het landschap van de zandgronden zijn, zijn de slenken, sloten en greppels voor het landschap van Waadhoeke. Tezamen met hun rietkragen brengen zij letterlijk tekening in het landschap. Daarmee zijn zij niet alleen ruimtelijk van grote betekenis maar hebben zij ook een groot effect op de biodiversiteit. Gemiddeld zijn in Waadhoeke de kavels in loop van de twintigste eeuw 4 x zo groot geworden. Hierbij zijn veel sloten gedempt. Daarmee heeft het landschap minder tekening, minder detail gekregen en is de biodiversiteit afgenomen. Met de slootdemping heeft soms ook de loop van voormalige slenken aan herkenbaarheid ingeboet. Verlies aan micro-reliëf Waadhoeke is rijk aan micro-reliëf. Dit is met name het geval in het oude boeren-greppeltjesland waar tussen de greppels de karakteristiek opbollende percelen liggen. Dit micro-reliëf geeft karakter aan het land en is ook vanuit de
biodiversiteit een belangrijke kwaliteit. Vaak zijn deze gronden lang niet geploegd en zijn zij buitengewoon rijk aan grassen en kruiden, en zitten hier de meeste weidevogels. Micro-reliëf is daarmee een belangrijke kwaliteit, maar ook een kwaliteit waar je letterlijk snel overheen kijkt. Met het samenvoegen van de kavels is in de ruilverkavelingen veel van het plaatselijk aanwezige micro-reliëf uitgevlakt. Kruinige percelen zijn gladgestreken. Hierdoor heeft het landschap aan nuance, maar ook historische perspectief, groeiplaatsomstandigheden en biodiversiteit, ingeboet. Nivellering van het onderscheid tussen ‘droog’ en ‘nat’ Met de ruilverkavelingen is het contrast tussen ‘droog’ en ‘nat’ vergaand genivelleerd. Voormalige extensief gebruikte hooilanden zijn omgezet naar intensief begraasde weilanden. De hooilanden bestonden uit een rijk sortiment aan blauwgrassen en kruiden, waar de weilanden nu vooral uit Engels raaigras bestaan. Daarmee heeft het landschap letterlijk veel aan kleur verloren. Grotere bedrijven De schaalsprong die in de naoorlogse periode in de landbouw plaatsvindt uit zich in veel grotere veehouderijbedrijven en in de omslag van kleine akkerbouw naar hele grote bedrijven. De schaalvergroting heeft geleid tot veel grotere boerderijen met aanzienlijk grotere loodsen, schuren, stallen en koelhuizen. Niet zelden past de boerLandschapsbiografie - Waadhoeke
- 81
Dorpsbos Tzum
derij met alle bijbehorende opstallen nauwelijks meer op zijn huisterp. De agrarische opstallen zijn primair utilitair ontwikkeld, samengesteld uit prefab elementen, waarmee een meer industrieel beeld is ontstaan. Andere beplantingsvormen Bij de ruilverkaveling werd 5% van de ingebrachte grond aangewend voor ‘doeleinden ten algemenen nutte’, waaronder de aanleg van wegen, maar ook van dorpsbossen, recreatieterreintjes, fiets- en wandelpaden. Zo zijn in het kader van de ruilverkavelingen, als ook in het kader van de ontwikkeling van nieuwe glastuinbouwgebieden, andere beplantingsvormen aan het landschap van Waadhoeke toegevoegd. Om de bewoners van het gebied de mogelijkheid te bieden dicht bij huis een ommetje te maken zijn op verschillende plaatsen bossen of bosjes aangelegd, zoals het stadsbos van Franeker of het dorpsbos van Dongjum of Tzum. Deze bossen worden door de omgeving hogelijk gewaardeerd, de keerzijde is dat zij afbreuk doen aan de openheid en de herkenbaarheid van het reliëf. 8.4 Glastuinbouw In de Planologische kernbeslissing (PKB) en de Vijfde Nota Openbare Ruimte is Berltsum aangewezen als concentratielocatie voor glastuinbouw. Eind 2004 besluit de Raad voor het Landelijk Gebied echter dat extra financiële steun van de rijksoverheid hier niet nodig is en adviseert de glastuinbouw te concentreren in de 82 - BoschSlabbers
“greenports” Westland, Oostland, Aalsmeer en Venlo. Sinds het besluit om bij Berltsum glastuinbouw te concentreren is er ruim 60 hectare ontwikkeld. Ook bij Oosterbierum en Sexbierum is op enige schaal glastuinbouw tot ontwikkeling gekomen. 8.5 Visserij Lange tijd was er aan de Waddenkust - van Harlingen tot westelijk van Zwarte Haan- een levendige gemeenschap van waddenvissers. Hier viste men, vaak met fuiken haaks op de kust, op een verscheidenheid van vissoorten en incidenteel werden er zeehonden geschoten. In de jaren na de aanleg van de Afsluitdijk (1932) verdween de visserij langs de Bildtse kust. Door het dichtslibben van het wad was vissen vrijwel onmogelijk geworden en leverde het niet langer genoeg op om van te leven. Honderden vissers verloren hun werk en de ooit bloeiende vissersgemeenschap is geheel verdwenen. Het monument ‘De Waadfisker’ herinnert aan deze tijd.
I N T E R M E Z ZO : D E 7 R U I LV E R K AV E L I N G E N VA N WA A D H O E K E
Zuiderpolder Bij Zuiderpolder vallen vier grote veranderingen in het kaartbeeld op: • De aanleg van het Van Harinxmakanaal, met daaraan verbonden de ontwikkeling van het bedrijventerrein aan de zuidzijde van Franeker, langs het kanaal. • De groei van Franeker maar ook van Tzum, terwijl een kern als Lutjelollum in woningaantal gelijk is gebleven • De schaalvergroting door het samenvoegen van kavels die in de ruilverkaveling heeft plaatsgevonden. • Het verbeteren van de hoofdwegen als de N384, waarbij wegen zijn verbreed en tracés rechter zijn getrokken
Berltsum, tussen Wier en Bitgum De kaart 1980 toont de effecten van de ruilverkaveling op de maat, schaal en herkenbaarheid van het voormalige gardenierslandschap. De kaart toont hoe de elzensingels zijn gerooid, kavels zijn samengevoegd en sloten zijn gedempt. De kaart brengt niet het verlies aan micro-reliëf, dat ook heeft plaatsgevonden, in beeld. De kaart van 2021 toont hoe het landschap dat met de ruilverkaveling is ontstaan vervolgens is ‘overruled’ door de ontwikkeling van het grote glastuinbouwgebied aan de zuidrand van Berltsum. De kaart toont ook de aanleg van de N383 en de uitbreiding van Berltsum tot over de oude zeedijk (Hege Dyk). In dit kaartbeeld 2021 is het landschap ‘groener’ geworden. Gekoppeld aan de aanleg van het glastuinbouwgebied en aan de ontwikkeling van de nieuwe woonwijk is extra groen aangelegd om deze gebieden landschappelijk beter in te passen en voor de inwoners van Berltsum een ‘ommetje’ mogelijk te maken. Tot slot springt zowel in het Bildt als in het ‘terpenland’ de schaalvergroting in de agrarische bebouwing in het oog. De boerderijen met alle bijbehorende opstallen zijn fors in omvang toegenomen. In het terpenland leidt dat er veelal toe dat de bebouwing nog maar ternauwernood op de huisterp past.
Zuiderpolder 1950 (Topotijdreis.nl)
Zuiderpolder 2021 (Topotijdreis.nl)
Berltsum 1960 (Topotijdreis.nl)
Berltsum 1980 (Topotijdreis.nl)
Berltsum 2021 (Topotijdreis.nl)
De Bjirmen Bij de Bjirmen vallen zes dingen op. • De groei van Sexbierum en Tzummarum. • De aanleg van nieuw groen bij Tzummarum, gekoppeld aan de aanleg van nieuwe woongebieden en sportvelden. • De ontwikkeling van het windpark bij Sexbierum, • De ontwikkeling van de glastuinbouw bij Sexbierum. • De forse schaalvergroting in de agrarische bebouwing. • De vergroting van de kavelstructuur
Franeker 1970-202 Het kaartbeeld 1970 toont hoe Franeker inmiddels aan het Van Harinxmakanaal ligt en hoe rond Franeker een ringweg is aangelegd. Deze vormde voor enige tijd de natuurlijke begrenzing van de stadsuitbreidingen, maar de kaart laat al zien dat nieuwe uitbreidingen aan de overzijde van de ringweg in voorbereiding zijn. Het kaartbeeld 2021 toont hoe snel de stedelijke ontwikkeling is gegaan en hoe bepalend de ontwikkeling van de infrastructuur hierbij is. Ten noorden van Franeker is de A31 aangelegd. Dit vormt de nieuwe begrenzing van de uitbreiding. Gekoppeld aan de ontwikkelingen van de nieuwe woonwijken is aan de westzijde het Franeker Stadsbos aangelegd. Op een kleinere schaal zien we deze ontwikkeling ook terug bij Dongjum, dat nu aan de N384 ligt en ook een relatief grote groei heeft doorlopen en waar ook een klein dorpsbos is aangelegd. Daarnaast toont ook deze kaartvergelijking de schaalvergroting in de agrarische bebouwing en in de verkaveling. Niet zichtbaar op deze kaartvergelijking is de bodemdaling die hier heeft plaatsgevonden.
De Bjirmen 1975 (Topotijdreis.nl)
De Bjirmen 2021 (Topotijdreis.nl)
Stadsbos Franeker 1975 (Topotijdreis.nl)
Stadsbos Franeker 2021 (Topotijdreis.nl)
Wonseradeel-Noord Wonseradeel-Noord toont het effect van de schaalvergroting in de landbouw: kavels zijn samengevoegd, sloten gedempt en de agrarische bebouwing is dominant in het landschap aanwezig. Opvallend voor Waadhoeke is dat de agrarische bebouwing vrijwel ‘naakt’ in het landschap staat. Er is nauwelijks tot geen sprake van een begeleidende beplanting, waardoor het utilitaire karakter van de loodsen en schuren onverbloemd zichtbaar is.
Wonseradeel-Noord 1975 (Topotijdreis.nl)
Wonseradeel-Noord 2021 (Topotijdreis.nl)
Wommels 1975 (Topotijdreis.nl)
Wommels 2021 (Topotijdreis.nl)
Het Bildt 1975 (Topotijdreis.nl)
Het Bildt 2021 (Topotijdreis.nl)
Wommels Ook deze kaartvergelijking toont de ruimtelijke effecten van de landbouwkundige schaalvergroting: grotere kavels, gedempte sloten en megalomane agrarische bebouwing. De kaartvergelijking toont ook de groei van Winsum en de ontwikkeling van het bedrijventerrein aldaar.
Het Bildt De kaartvergelijking laat een lichte groei zien van St.-Jacobiparochie en St.-Annaparochie en de komst van dorpsbosjes aldaar. Ook zijn kavels samengevoegd en sloten gedempt. Al sinds de inpoldering van het Bildt was er al grote agrarische bebouwing aanwezig in het gebied (herenboerderijen aan de ‘veilige’ kant van de dijken), toch zijn er op aanzienlijke schaal nieuwe grote loodsen en schuren bij gekomen.
rechttrekken van weg op de kwelderwal schaalvergroting agrarische bebouwing
Te rp rui enla l ve n r ka d s c h ve lin ap v g an
kw
Te rp rui enla l ve n r ka d s c h ve lin ap v g an eld
er w
all
en
en
kw
eld
er v
lak
ten
vo
kw
eld
er w
all
en
en
kw
eld
er v
lak
or
ten
na
groei van terpdorp
Zu
ide
lijk
Zu ter
pe
nla
nd
sc
ha
pv
oo
rr
uil
ve
r ka
ve
lin
g
Ruimtelijke effecten op het landschap van Waadhoeke 86 - BoschSlabbers
ide
lijk
ter
pe
nla
nd
sc
ha
pn
ar
uil
ve
r ka
ve
lin
g
groei van agrarische bebouwing
schaalvergroting agrarische bebouwing
gedempte sloten
teloorgang van gardenierslandschap
Ou
de
zee
Ou kle
ipo
lde
rs
vo o
r ru
i l ve
r ka
ve l
de
ze
ek
lei
po
lde
rs
na
rui
l ve
ing
r ka
ve
lin
g
gedempte sloten
groei dorpskernen
schaalvergroting agrarische bebouwing
Jo
ng
ez
ee
kle
Jo ipo
lde
rs
vo
or
rui
l ve
r ka
ve
lin
ng
ez
ee
kle
ipo
lde
rs
na
rui
l ve
g
r ka
ve
lin
g
gedempte sloten rechte zeedijk
Ni
eu
we
aa
Ni nd
ijk
ing
en
vo
or
rui
l ve
r ka
ve
lin
g
eu
we
aa
nd
ijk
ing
en
na
rui
l ve
r ka
ve
lin
g
Landschapsbiografie - Waadhoeke
- 87
Bebouwing in 2020 Bebouwing in 1975 Bebouwing in 1962 Bebouwing in 1908 Historische stadscentra Beschermd stads-/dorpsgezicht Kassen Bedrijventerrein Windmolens
St.-Annaparochie
Dronryp Franeker
Stads- en dorpsuitbreidingen - van historische centra t/m 2020 88 - BoschSlabbers
Villa in Pietersbierum
Bedrijven aan de rand van Dronryp
7.
neemt het forensenverkeer toe en worden ook in Waadhoeke dorpen en steden voor het eerst meer planmatig uitgebreid. Dit gebeurt echter niet overal; alleen de kernen die direct aan de (nieuwgevormde) N-wegen liggen, krijgen uitbreidingsruimte. Daarentegen krijgen de talloze dorpjes en gehuchten die minder direct waren ontsloten nauwelijks ruimte tot uitbreiden. Dit heeft geleid tot een onderscheid in dorpen die zich hebben ontwikkeld tot forensendorp - als Menaam, Deinum en Dronryp - en een flinke groei hebben doorlopen, naast een veelheid aan dorpen die ten opzichte van 1900 nauwelijks in omvang zijn toegenomen.
S TA D S - E N D O R P S U I T B R E I D I N G E N
7.1 19e-eeuwse villacultuur Noordwest-Fryslân was tot circa 1870 het meest welvarende platteland van Nederland. Dat zie je nog altijd terug in de aldaar veel vervaardigde luxe voorwerpen (glaswerk, majolica, porselein, zilverwerk, klokken) die regelmatig worden aangeboden bij Kunst en Kitsch en aangeven hoe rijk Friesland en dan met name dit deel eeuwenlang is geweest. Met name tussen 1840 en 1870 was sprake van een welvaartsexplosie die zich vertaalt naar de bouwkunst. In deze periode komt - met name in het kleiterpenlandschap - de ‘villa-cultuur’ op. De Hearewei in Dronryp is daar een goed voorbeeld van, maar ook elders in het kleiterpenland treft men dergelijke villa’s meer verspreid aan. 7.2 Inbreidingen Onder invloed van eerst de vakbonden (Broedertrouw, 1889) en later ook de woningwet van 1902 maken de dorpen rond de overgang van de negentiende naar de twintigste eeuw een eerste bescheiden groei door. Dit blijft beperkt tot kleine toevoegingen van woningen in de kern, aan bestaande wegen. Dit waren meer in- dan uitbreidingen. Voorbeeld hiervan is 7.3 Planmatige uitbreidingen onder invloed opkomend forensisme In de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw
Bij deze dorpsuitbreidingen zijn veel sloten gedempt. Hiermee is de veelal kenmerkende dorpsstructuur minder herkenbaar geworden. Begin jaren tachtig van de vorige eeuw is daarop besloten dat in beschermde terpdorpen geen sloten meer mogen worden gedempt of nieuwe gegraven. Dit betreft de terpensnoeren WijnaldumFoarryp, Dongjum-Berltsum, TzummarumMinnertsga en Schalsum-Slappeterp. Ook de terpenreeks van De Bjirmen (Pietersbierum, Sexbierum, Oosterbierum) valt onder deze beschermende bepaling.
Koehool, Foarryp, Kleaster-Lidlum, Doayum, Sopsum en Lutjelollum, Rewert en Hoptille zijn de schaal van de buurtschap niet ontstegen. Peins, Boer, Schalsum en Zweins - die ooit samen met Ried deel uitmaakten van de Franeker Vijfga - zijn voorbeelden van kernen die niet of nauwelijks zijn gegroeid. Dat geldt ook voor Dongjum, Schingen, Slappeterp, Herbaijum en Hitzum. Grotere plaatsen als Franeker, Sexbierum, Minnertsga, Tzummarum, Berltsum, Menaam, Marsum, Deinum, Winsum en Dronryp verrijzen vanaf de jaren zestig van de 20ste eeuw nieuwbouwwijkjes in alle richtingen. 7.3 Overgang stad-land Met de groei van de dorpen zijn aan de oude kern ruimer opgezette nieuwbouwwijken toegevoegd. Vaak is daarmee ook de overgang van ‘kern’ naar ‘land’ aanzienlijk veranderd. Oorspronkelijk vloeiden kern en buitengebied vrijwel natuurlijk in elkaar over. Richting het land werd de bebouwing aan de wegen geleidelijk aan extensiever, en het groen in de kern liep over in het groen van het land. De nieuwbouwwijken daarentegen vormen vaak een harde grens naar het buitengebied. Doorgaans grenzen zij ‘koud’ aan het landschap en bepalen zij vanuit het land bezien in belangrijke mate het aanzien van de kern. Landschapsbiografie - Waadhoeke
- 89
Groate Kerk St.-Jacobiparochie
Verschillende type windturbines in het landschap
7.4 Ontwikkeling bedrijventerreinen In de naoorlogse periode komen ook de bedrijventerreinen tot ontwikkeling, al blijft deze in Waadhoeke in vergelijking met andere gebieden in Friesland beperkt. Aan het Van Harinxmakanaal zijn bij Franeker en in beperkte mate bij Dronryp bedrijventerreinen tot stand gekomen. Ook St.-Annaparochie in het Bildt beschikt over een bescheiden bedrijventerrein. Ook deze bedrijventerreinen hebben het aanzien van de dorpen en de overgang dorp-buitengebied danig veranderd.
in de landbouw (zie onder 7) hebben het buitengebied van Waadhoeke een meer verstedelijkt en industrieel aanzien gegeven.
7.5 Beperkte verblijfsrecreatieve ontwikkeling De verblijfsrecreatie is in Waadhoeke maar bescheiden tot ontwikkeling gekomen. Mogelijk ligt het gebied daartoe toch te ver uit de route of wordt het landschap daartoe als te meedogenloos ervaren. Bij Wjelsryp en Tzummarum is een recreatiepark aan de kern toegevoegd, net als tussen Menaam en Dronryp. Maar ook hier geldt dat deze ontwikkeling in vergelijking met andere delen van Friesland zeer beperkt is. 7.6 Meer verstedelijkt aanzien van het buitengebied Deze ontwikkelingen tezamen hebben het beeld van het buitengebied veranderd. De uitbreidingen van de dorpen en van Franeker, de ontwikkeling van bedrijventerreinen en verblijfsrecreatieve terreinen hebben, gevoegd bij de ontwikkeling van de infrastructuur, de ontwikkeling van de windturbines en de schaalvergroting 90 - BoschSlabbers
8.
KERKBOUW
De welvaartsexplosie die tussen 1840 en 1870 heeft plaatsgevonden is ook van grote invloed geweest op de ontwikkeling van de kerken. De bouw van de imposante neoclassicistische Grote Kerk in St.-Jacobiparochie is volledig betaald door de boeren uit de parochie. Ook elders in Waadhoeke is het ombouwen en moderniseren van romaanse kerken betaald door de boeren. In vergelijking met de bredere omgeving kent Waadhoeke nog maar weinig gave romaanse kerken. In de tweede helft van de negentiende eeuw zijn veel kerken verbouwd - waarbij de zadeldaktoren is vervangen door een vlak opgaande toren met ingesnoerde spits - of door een nieuwe kerk vervangen.
9 . B O D E M DA L I N G E N D E L F S TO F WINNING Het gegeven dat het landschap van Waadhoeke vanuit de zee is ontstaan werkt door in de aanwezigheid van delfstoffen, als ook in gevoeligheid van verzilting van het grondwater. Door verdamping van de zee (200-300 miljoen jaar geleden) ligt er op een diepte van 2,5 - 3 km een dikke zoutlaag waaruit op een aantal plaatsen zout wordt gewonnen. Door zout- en gaswinning is in een groot deel
van het gebied de bodem tot ca. 35 cm gedaald. De grootste daling heeft plaatsgevonden tussen Tzummarum en Boer, ten oosten van Sexbierum en ten westen van Franeker, langs de A31. Daarnaast vindt over het gehele gebied een autonome bodemdaling plaats, maar die bedraagt vooralsnog minder dan 1 mm per jaar. De bodemdaling versterkt de negatieve effecten van de zeespiegelstijging, maakt het gebied meer gevoelig voor over overstroming en verzilting.
10.
ENERGIE
Waadhoeke heeft door de eeuwen heen een energieopgave gekend. Aanvankelijk stookte men hout - dat hier slechts beperkt beschikbaar was - en verbrandde men mest en turf. In de 20e eeuw komen de gasfabrieken tot ontwikkeling, nabij Franeker liggen 2 gasvelden waarbij uit het kleinste gasveld (Ried) nog altijd aardgas wordt gewonnen. Inmiddels maken we de overgang van fossiele brandstoffen naar duurzame energie, energie uit zon en in Waadhoeke vooral uit wind. Daarmee wordt andermaal het landschap ingezet voor het opwekken van energie. De provincie Fryslân heeft ten aanzien van windenergie lange tijd het beleid gehad dat bij iedere boerderij een windturbine kon worden opgericht. Dat heeft geleid tot een sterk gespreide ontwikkeling van windturbines. Dat maakt dat men verspreid over het buitengebied van Waadhoeke solitaire windturbines aantreft, onder meer bij Hitzum,
Lutjeholm. Tzum en Herbaijum. In de jaren 80 van de vorige eeuw ontstaan de grotere windparken die door energiemaatschappijen worden opgezet. Nabij Sexbierum ontstaat het SEP-park; het eerste windmolenpark van Nederland. Het SEP-park telde 16 turbines, maar het werd geen succes. Er waren problemen met de aansluiting op het ondergrondse energienetwerk, twee windmolens waaiden om en van anderen braken de wieken af. Al in 1994 werd het park verkocht en afgebroken, waarna een nieuw windpark van 12 grotere turbines is gebouwd. Ook elders in Waadhoeke verschenen windparken; een rijopstelling van 3 turbines in de Zuidermiedpolder, een rijopstelling van 5 turbines nabij Slappeterp, een park van 10 turbines onder Herbaijum aan het Van Harinxmakanaal, een cluster van 11 turbines in de Groote Noorderpolder nabij Minnertsga.
11 . B E S T U U R Westergo was - met Oostergo en Zevenwouden één van de drie streken waar de huidige provincie Friesland vroeger in was ingedeeld. Zoals de toevoeging ‘go’ aanduidt was het gebied van oorsprong een gouw van het Frankische Rijk. De indeling in gouwen dateert uit de tijd van Karel de Grote. Van 1579 tot 1795 maakt Friesland deel uit van de Republiek der 7 Verenigde Nederlanden. Westergo bestaat dan uit 9 grietenijen, waarvan er 7 in de huidige Waadhoeke liggen; het Bildt, Franekeradeel, Franeker, Barradeel, Menaldumadeel, Henneradeel en Baarderadeel. Een grietenij was - met name in Friesland - de voorloper van de huidige Nederlandse gemeente, met de gemeentewet van 1851 is de aanduiding ‘grietenij’ vervangen door de hedendaagse term ‘gemeente’. Deze indeling, die in basis dateert uit de middeleeuwen, heeft tot in de twintigste eeuw standgehouden. Toen is het aantal gemeenten teruggebracht van 6 naar 4; het Bildt, Franekeradeel, Menameradiel (voorheen Menaldumadeel) en Littenseradiel. In 2018 zijn zij samengevoegd tot de gemeente Waadhoeke.
De drie gouwen van Friesland http://www.binnenbuitenpost.nl/buitenpost/geschiedenis/hoofdplaatsachtkarspelen.html
E Huidige Tijd
10.000 v. Chr. 92 - BoschSlabbers
Het landschap van Waadhoeke is het resultaat van een eeuwendurend proces. De zee heeft - met een continue afwisseling van erosie en sedimentatie - de natuurlijke basis voor een landschap gelegd dat de mens de afgelopen 2500 jaar stap voor stap in cultuur heeft gebracht en daarbij letterlijk naar zijn hand heeft gezet. In de loop der tijd heeft de samenleving het landschap voortdurend aangepast aan de wensen van zijn tijd en aan de technische, organisatorische en financiële mogelijkheden waarover men op dat moment beschikte. Hierbij heeft iedere episode zijn eigen aardigheden aan het landschap toegevoegd. Het resultaat is een buitengewoon intrigerend landschap, samengesteld uit structuren en elementen uit ver-
schillende tijdlagen. Het landschap van Waadhoeke laat zich lezen als een geschiedenisboek vol kleurrijke verhalen. Verhalen over vissers, jagers en verzamelaars, over terpenbouwers, Romeinen en Vikingen, over kloosterordes en dijkenbouwers, over Stinzen en States, over Friezen en Hollanders, over trekschuit en stoomtram, over Rembrandt die hier zijn Saskia huwde, over herenboer en landarbeider, over de modernisering van de landbouw en over hoe de internationalisering de aardappelboer in zijn greep kreeg.
Waar de eerdere hoofdstukken het verleden hebben belicht, benoemt dit hoofdstuk de kernkwaliteiten waarover het landschap van vandaag beschikt. Dat zijn de kwaliteiten die het DNA van het landschap van Waadhoeke bepalen en die waar mogelijk ook moeten worden meegenomen naar het landschap van morgen.
De inleiding bij deze landschapsbiografie startte met de zin “In vandaag ligt een deel van het verleden en dat samen neem je weer naar morgen mee”.
Nu 0 Landschapsbiografie - Waadhoeke
- 93
Landschapstypen
Lijnen
Objecten en ruimtes
Zuidelijk kleiterpenlandschap
Dijken met bijzondere waarden
Terpen
Kweldervlakte
Overige dijken
Kwelderwal
Natuurlijke waterlopen
Oude zeepolders
Grote kanalen
Opgaande beplanting
Jonge zeepolders
Grote vaarten
Open ruimtes in het landschap
Laatste aandijkingen
Dorpsvaarten
Buitendijkse zomerpolders
Spoorlijn
Buitendijkse kwelders
Snelweg
Wadplaat
Autoweg
Kerken Nog beleefbare stinzen/states Kruinige percelen
Wadgeul Stad of dorp St.-Annaparochie
Kassen
Dronryp Franeker
Kernkwaliteiten van het landschap van Waadhoeke 94 - BoschSlabbers
2 1
3
5
Minnertsga
Tzummarum
4
1.
Oosterbierum
K E R N K WA L I T E I T E N L A N D S C H A P
1.1 Expressie van 3000 jaar leven met water Het landschap van Waadhoeke is de expressie van ‘3000 jaar leven met water’. Het landschap toont een volledige dwarsdoorsnede van de omgang met het water in de tijd: • van een omgeving die dan eens land, dan eens water is, waar natuurlijke processen heersen en waar de mens van tijd tot tijd te gast is, om te jagen en te vissen, om het vee te laten grazen, • naar een deels verder opgeslibd en vaker droogvallend land waar men zich vestigt en leeft met het water, zonder noemenswaardig tegen hoogwater te zijn beschermd, • naar bescherming van de woonplaatsen tegen hoog water, eerst nog individueel maar al snel collectief, • naar collectieve bescherming van woonplaatsen en het bijbehorende land door de aanleg van dijken, • naar de best beschermde delta ter wereld waar de primaire dijken op deltahoogte zijn gebracht. Dat ‘leven met water’ uit zich ook in een voortdurend sleutelen aan het watersysteem. Vandaag de dag toont dat zich nog in de aanwezigheid van enkele molens, als nu wat op zichzelf staande representanten van wat eens een zwerm aan molens was, in de gemalen, in de oude sluizen/ zijlen, in de hokjes aan de Slachte waarin de schotbalken worden opgeslagen et cetera.
1. Waddenzee
2. Kwelder
3. Terp
4. Slachtedyk
5. Nieuwe Zeedijk Landschapsbiografie - Waadhoeke
- 95
Minnertsga
Oosterbierum
De Rie
Tzummarum
al rw
pla
Be
eg erw v O
d en
de
op
u bo
e
nb
ge
n nti
ng wi
en
op
e eld kw
te
ak rvl
e eld kw
Menaam
Kernkwaliteiten op de kaart (2021)
De Rie
al rw
e eld Kw
Kernkwaliteiten op de kaart (800 n. Chr.)
Buitendijkse landschap 96 - BoschSlabbers
te
ak rvl
e eld Kw
1.2 Herkenbare mariene basis Het landschap van Waadhoeke is in basis door de zee gevormd. Deze mariene oorsprong is zowel binnendijks als buitendijks nog volop zichtbaar. Westelijk van Zwarte Haan rollen de golven van de zee tot aan de dijk, oostelijk van Zwarte Haan smoren zij in het slikkige wad of de grazige kwelders. Met name oostelijk van Zwarte Haan is buitendijks de natuurlijke basis van waaruit het landschap van Waadhoeke is gevormd nog gaaf herkenbaar. Wie hier over de dijk stapt, stapt tevens terug in de tijd, naar het landschap zoals dat door de kolonisten is aangetroffen. Binnendijks is de mariene oorsprong in gestolde vorm aanwezig. De kwelder- en oeverwallen zijn als brede ruggen in het landschap herkenbaar, zij zijn door bebouwing en beplanting meer verdicht waar de kweldervlakten nog immer overwegend open en onbeplant zijn. De belangrijkste watergangen die het landschap dooraderen zijn te herleiden naar de oude kwelder- en wadslenken. In die zin vormt het landschap nog altijd de reflectie van de zeebodem.
Kruinige percelen Minnertsga
Tzummarum
De Rie
Oosterbierum
Sexbierum
1.3 Water tekent nog altijd het landschap Waadhoeke is ontstaan vanuit het water en nog altijd tekent het water het landschap. Waadhoeke wordt dooraderd door het water, van brede voormalige slenken als de Rie, Roptaslenk en Marneslenk tot de ragfijne greppeltjes tussen de kruinige percelen van het greppeltjesland.
Kruinige percelen
De Rie Landschapsbiografie - Waadhoeke
- 97
Dronryp Franeker
St.-Annaparochie
Wjelsryp
Tzum
Winsum
Nij Altoenae
Ouwe Syl
Landschapstype: organisch gegroeid terpenlandschap
Landschapstype: planmatig ontwikkelde het Bildt
Landschapstype: het buitendijkse land, de overgang van land naar wad
1.4 Drie in essentie verschillende landschapstypen Het natuurlijke landschap en de daaropvolgende occupatie door de mens heeft tot drie in essentie verschillende landschappen geleid: • het organisch gegroeide terpenlandschap • de planmatige zeekleipolders van het Bildt • buitendijks landschap; de overgangszone van land naar wad.
Ook de sociale verhoudingen lagen in het Bildt zichtbaar anders dan in het terpengebied, waar de bewoners allemaal ‘in hetzelfde schuitje’ zaten. Ze moesten het allemaal zien te rooien met het water, aanvankelijk ieder voor zich, later in toenemende mate ‘met zijn allen’. Hoe anders was en is dat in het Bildt, waar het onderscheid tussen herenboeren en landarbeiders in alle toonaarden in het landschap zichtbaar is.
van de aanwezige natuurwaarden belangrijker vond dan het vergroten van het landbouwareaal.
Het terpenlandschap is gemaakt zonder dat het is ontworpen. Hier is het landschap stapsgewijs gegroeid, waarbij aanvankelijk individuele ontginningen het uitgangspunt vormden. De beperkte techniek maakte dat de inrichting voornamelijk werd bepaald door de natuurlijke condities van de wadvlakte. De bewoning volgde het natuurlijk patroon van kwelderwallen.
En dan is daar nog het derde landschapstype: buitendijks landschap. Vanaf de zomerdijk gaat de hoge kwelder geleidelijk over in de lage kwelder, die weer overgaat in eindeloos lijkende slikvelden. De sporen van de landaanwinningen zijn hier nog steeds te zien door de rijsthoutdammen en een regelmatig patroon van greppels en sloten. Waadhoeke buitendijks is het landschap van de jonge kwelders en slibvlakten, een gebied dat nog volledig onder invloed van het zoute water staat. Deze overgangszone is rijk aan natuurwaarden. De begroeide kwelder kent een verscheidenheid aan zouttolerante planten en is een belangrijk rustgebied voor tal van (trek-) vogels voor wie de aanliggende slibvlakten een rijk foerageergebied zijn. Dit gebied verhaalt over de omgang met het water, over hoe de mens steeds weer de kweldervorming stimuleerde om vervolgens de hoog opgeslibde kwelder bij het bedijkt land te voegen, maar ook over hoe de samenleving uiteindelijk tot andere keuzen kwam en het behoud
Hoe anders zijn de zeekleipolders van het Bildt, het meest grootschalige en open landschap van Friesland waar in geen velden of wegen een terp te bekennen is. Het Bildt vormt de kroon op een eeuwenlang proces van bedijking en landwinning in Waadhoeke. Anders dan in het organisch gegroeide terpenlandschap is de polder het Bildt ingedeeld naar een vastomlijnd plan, met een rationeel patroon van wegen met een rechte middenas en haaks daarop de zijwegen. Daarmee wijken de strakgelijnde Bildtpolders sterk af van het aanliggende, grillige terpenlandschap.
98 - BoschSlabbers
1.5 Verscheidenheid op het lager schaalniveau Een schaalniveau lager is binnen de hoofdindeling van terpenlandschap, landschap van de zeekleipolders en Waadhoeke buitendijks een differentiatie aanwezig. Die differentiatie wordt bepaald door bodem, verkavelingstypologie, grondgebruik en de overheersende ruimtemaat. In het terpenlandschap is er onderscheid tussen: • Het zuidelijk kleiterpenlandschap, waar de wegen meer kronkelen, de nederzettingen losser over het land gespreid liggen, waar opvallend meer beplantingen aanwezig zijn, de gronden overwegend als grasland in gebruik zijn, de weidevogels zich nadrukkelijker laten zien en horen. • Het terpenland van de kwelderwallen en kweldervlakten. Dit landschap kent veel minder opgaande beplantingen. Hier volgen de nederzettingen de kwelderwallen, zijn de kweldervlakten extreem open en zijn de zavelige gronden als akkerland in gebruik en de zware kleigronden als grasland. In het landschap van de zeekleipolders is onderscheid tussen: • De vroegmiddeleeuwse ontginningen die relatief klein van schaal zijn en arm aan bebouwing.
Hitzum
Ried
Bitgummole Slappeterp
Achlum
Peins
Engelum
Zuidelijk kleiterpenlandschap
Terpenlandschap van kwelderwallen en kweldervlakten
• De grote laatmiddeleeuwse inpoldering van Oude Bildt, met de strakke, stelselmatige indeling en de hoofddorpen aan de Middelweg. Deze polders worden gekenmerkt door de grote ruimtemaat. • De later aangedijkte polders aan de randen (Nieuw Bildt, Polder Oude Bildtpollen), dit zijn de meest open polders van Waadhoeke.
Vroegmiddeleeuwse ontginningen
Vrouwenparochie
St.-Annaparochie
In het buitendijks landschap is onderscheid tussen: • Het deel westelijk van Zwarte Haan, waar de zee tegen de dijk klotst • Het deel oostelijk van Zwarte Haan, waar voor de zeedijk de hoog opgeslibde kwelders liggen die overgaan in de lage kwelders waarachter zich de slibvlakte uitstrekt.
Laatmiddeleeuwse ontginnen (het Oude Bildt)
Later aangedijkte polders (Nieuw Bildt, Polder Oude Bildtpollen)
Zwarte Haan
Westelijk van Zwarte Haan, waar de golven direct tegen de dijk klotsen
Oostelijk van Zwarte Haan, met laagomdijkte zomerpolders, kwelders en slibvlaktes Landschapsbiografie - Waadhoeke
- 99
Matrix: landschapstypen en hun kernkwaliteiten ORGANISCH GEGROEID TERPENLANDSCHAP
P L A N M AT I G E Z E E K L E I P O L D E R S
Zuidelijk terpenlandschap
Terpenlandschap van kwelderwallen en kweldervlakten
Vroegmiddeleeuwse ontginningen
Verkaveling
Onregelmatige blokverkaveling
Overwegend regelmatige, opstrekkende blokverkaveling, met een afwisseling van grootschalige regelmaat en kleinschalige regelmaat
Kleinschalige, regelmatige blokverkaveling, haaks op de oude zeedijk
Grondgebruik (en bodemsamenstelling)
Grasland (zware klei)
Kwelderwallen: overwegend akkerland (zavel) Kweldervlakten: grasland (zware klei)
Grasland (zware klei)
Bebouwing
Terpdorpen en boerderijen verspreid, als eilanden in het landschap. Losse ordening in de bebouwing. Erven veelal beplant
Bewoning (terpdorpen) volgt het natuurlijk patroon van kwelderwallen. Boerderijen aan het lint van de kwelderwal of aan de polderwegen door de kweldervlakten
Weinig bebouwing (dorpen op de kwelderwal buiten het landschapstype). Boerderijen aan insteekwegen, haaks op de kwelderwal
Ruimtemaat en beplanting
Kleinschalig, half open half besloten, wegbeplanting
Kwelderwallen: relatief verdicht Kweldervlakten: open, nauwelijks opgaande beplanting
Grootschalig, open
Slachtedijk rond moederpolder Kenmerkende cultuurhistorische Kop-hals-rompboerderij elementen
Deels overgebleven staten en stinzen: zoals Camstrastate Kweldervlakten: rudimenten van voormalige wad- en kwelderslnken (De Rie)
Belangrijkste verdwenen elementen
Steenfabricage (kaart topotijdreis.nl, 1900)
Kwelderwallen: Groot deel van het gardenierslandschap (fruitteelt, erfbeplantingen)
Wegen
Bochtige wegen, veel wegbeplanting
Wegen volgen de kwelderwal, haaks daarop de zijwegen (voormalige lanen/schapendriften)
100
Weg volgt de kwelderwal (buiten het landschapstype, haaks daarop de zijwegen