CConstaterende datwaadhoeke
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2. Het bestemmingsplan St.-Annaparochie Zuidwest Fase 1 met het beeldkwaliteitsplan in bijlage 2 van de toelichting

Gemeenteraad Waadhoeke 12 juni 2025, gemeente waadhoekeBij agendapunt: Bestemmingsplan St.-Annaparochie Zuidwest Fase 1, bijbehorend beeldkwaliteitsplan en grondexploitatie27.003 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

bestemmingsplan St.-Annaparochie Zuidwest Fase 1 vastgesteld

bestemmingsplan

St.-Annaparochie Zuidwest Fase 1 vastgesteld

bestemmingsplan St.-Annaparochie Zuidwest Fase 1

Inhoudsopgave

Toelichting

5

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Plangebied 1.3 Geldende bestemmingsplan 1.4 Leeswijzer

7 7 7 8 8

Hoofdstuk 2 Planvoornemen 2.1 Huidige situatie 2.2 Toekomstige situatie 2.3 Stedenbouwkundig ontwerp en beeldkwaliteitsplan

9 9 9 9

Hoofdstuk 3 Beleidskader 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Gemeentelijk beleid 3.4 Conclusie beleid

11 11 14 19 21

Hoofdstuk 4 Omgevingsaspecten 4.1 Water 4.2 Bodem 4.3 Geluidhinder 4.4 Bedrijven- en milieuzonering 4.5 Erfgoed 4.6 Externe veiligheid 4.7 Ecologie en stikstof 4.8 Luchtkwaliteit 4.9 Verkeer en parkeren 4.10 M.e.r.-verantwoording 4.11 Kabels en leidingen

23 23 25 26 27 30 31 33 34 35 36 37

Hoofdstuk 5 Juridische toelichting 5.1 Plansystematiek 5.2 Toelichting op de regels 5.3 Toelichting op de bestemmingen 5.4 Bestemmingsplanprocedure

39 39 39 40 41

Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid 6.1 Economische uitvoerbaarheid 6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid

43 43 44

Bijlagen bij toelichting

49

Bijlage 1

Stedenbouwkundig ontwerp

51

Bijlage 2

Beeldkwaliteitsplan

55

Bijlage 3

Digitale watertoets

103

Bijlage 4

Verkennend (water)bodem- en asbestonderzoek

115

Bijlage 5

Akoestisch onderzoek

275

3

bestemmingsplan St.-Annaparochie Zuidwest Fase 1

Bijlage 6

Beknopte natuurtoets

331

Bijlage 7

Nader onderzoek vliegroute vleermuizen

341

Bijlage 8

Stikstofdepositie-onderzoek

347

Bijlage 9

Verslag en reactienota inloopmiddag en -avond

371

Bijlage 10

Overlegreacties

379

Bijlage 11

Geactualiseerde mer-verantwoording

397

Bijlage 12

Reactienota zienswijzen

407

Regels

433

Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2

Inleidende regels Begrippen Wijze van meten

435 435 439

Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8

Bestemmingsregels Groen Verkeer - Verblijf Water Wonen Wonen - Woongebouw Leiding - Gas

441 441 443 445 447 449 451

Hoofdstuk 3 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13

Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Overige regels

453 453 455 457 459 461

Hoofdstuk 4 Artikel 14 Artikel 15

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel

463 463 465

Bijlagen bij regels

467

Bijlage 1

468

Lijst met kleinschalige beroeps- en bedrijfsmatige activiteiten

4

bestemmingsplan St.-Annaparochie Zuidwest Fase 1

Toelichting

5

bestemmingsplan St.-Annaparochie Zuidwest Fase 1

6

bestemmingsplan St.-Annaparochie Zuidwest Fase 1

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

De gemeente Waadhoeke is voornemens om op de locatie gelegen aan de zuidwestzijde van St.-Annaparochie woningbouw te realiseren. Al een lange tijd wordt er gesproken over mogelijke woningbouw in het zuidwestelijke deel van St.-Annaparochie. In 2003 is namelijk al een bestemmingsplan vastgesteld dat uit te werken planologisch-juridische kaders bood voor 155 woningen. Dit bestemmingsplan gaf een uit te werken bestemming 'Woondoeleinden' en geeft geen direct bouwrecht. Door middel van een uitwerkingsplan kon de destijds beoogde woningbouw mogelijk worden gemaakt. Inmiddels is circa 20 jaar tijd gepasseerd en zijn de plannen voor de nieuwbouw kleinschaliger dan destijds. Gedurende de eerste helft van 2022 heeft een gesprek met dorpsbelang alsmede een inloopmiddag- en avond plaatsgevonden als onderdeel van de planvorming. De gemeente spitst haar insteek nu meer toe op een kleinere en duurzame uitbreiding. Op grond van het geldende bestemmingsplan is het niet toegestaan om de woningbouw te realiseren. Een bestemmingsplanherziening is nodig om de desbetreffende gronden van de gewenste planologisch-juridische kaders te voorzien. Voorliggend plan voorziet daarin. De woningbouw wordt mogelijk gemaakt door middel van een fasering in de uitvoering. Voorliggend bestemmingsplan regelt bouwrechten voor fase 1A en 1B.

Dit is in overeenstemming met de afspraken die de gemeente en de provincie hierover hebben gemaakt.

1.2

Plangebied

Het plangebied heeft in hoofdzaak betrekking op een drietal agrarische percelen ten zuiden van de dorpskern van St.-Annaparochie. Kadastraal staan deze percelen bekend als ANA02-F-8, ANA02-F-9 en ANA02-F-13. Aan de oostzijde is het plangebied begrensd door de Hemmemaweg, aan de zuidzijde door agrarische gronden, in het westen door woonbebouwing en in het noorden door woonbebouwing en een bosschage.

7

bestemmingsplan St.-Annaparochie Zuidwest Fase 1

Figuur 1. Begrenzing en ligging plangebied

1.3

Geldende bestemmingsplan

Het bestemmingsplan 'St. Annaparochie uitbreiding Zuidwest', zoals vastgesteld in 2003 door de voormalige gemeente het Bildt is op het plangebied van toepassing. Zoals al aangegeven bestond met dit bestemmingsplan een planologisch-juridisch kader middels een uitwerkingsbevoegdheid voor de realisatie van 155 woningen. Dit voorgenomen te realiseren woningenaantal is vervolgens betrokken bij de totstandkoming van de structuurvisies St.-Annaparochie en Wonen uit 2012. Inmiddels zijn deze beleidsdocumenten niet meer van toepassing. De in het thans nog geldende bestemmingsplan opgenomen planologisch-juridische kaders zijn niet geschikt voor realisatie van het woningbouwplan dat nu voorligt. Het planvoornemen kan dan ook niet met het geldende bestemmingsplan mogelijk worden gemaakt. Hierom is een herziening van het geldende bestemmingsplan nodig. Dat vindt plaats met voorliggend bestemmingsplan waarmee toepasselijke bouwen gebruiksmogelijkheden worden geboden om het beoogde woongebied te kunnen realiseren.

1.4

Leeswijzer

Na dit inleidende hoofdstuk volgt in Hoofdstuk 2 de planbeschrijving. Hoofdstuk 3 geeft de verschillende relevante beleidskaders weer, waarna in Hoofdstuk 4 een toetsing van de omgevingsaspecten aan geldende wet- en regelgeving plaatsvindt. Hierna volgt in Hoofdstuk 5 de juridische toelichting op het plan. Ten slotte is in Hoofdstuk 6 ingegaan op zowel de economische als de maatschappelijke uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.

8

bestemmingsplan St.-Annaparochie Zuidwest Fase 1

Hoofdstuk 2 2.1

Planvoornemen

Huidige situatie

Het plangebied is in de huidige situatie voor een deel in gebruik als agrarisch grasland en voor het overige deel als akkerland ten behoeve van suikerbietenteelt. De agrarische percelen worden omringd door sloten.

Figuur 2. Huidige situatie plangebied

2.2

Toekomstige situatie

Dit bestemmingsplan voorziet in planologisch-juridische kaders voor 71 woningen. In fase 1A worden maximaal 35 woningen gerealiseerd en in fase 1B maximaal 36 woningen. Het plan voorziet tevens in de bij de woningen behorende erven, ontsluiting en groen-/watervoorzieningen. Het nieuwe woongebied wordt ontsloten via de N383. In de stedenbouwkundige opzet van dit plan wordt ook al rekening gehouden met een toekomstige uitbreiding van het woongebied na fase 1 in zuidelijke richting.

2.3

Stedenbouwkundig ontwerp en beeldkwaliteitsplan

Aan dit bestemmingsplan ligt een stedenbouwkundig ontwerp ten grondslag die in navolgende figuur is weergegeven. Een grotere kaart hiervan is in Bijlage 1 opgenomen.

9

bestemmingsplan St.-Annaparochie Zuidwest Fase 1

Figuur 3. Stedenbouwkundig ontwerp Het stedenbouwkundig ontwerp, evenals de aspecten met betrekking tot de landschappelijke inpassing en ruimtelijke kwaliteit, is uitgewerkt in het beeldkwaliteitsplan dat is opgesteld ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling. In de opzet van dit ontwerp wordt ook al rekening gehouden met een toekomstige uitbreiding van het woongebied na fase 1 in zuidelijke richting. Dit beeldkwaliteitsplan is als Bijlage 2 bij deze plantoelichting opgenomen. Voor een inhoudelijke toelichting op het planvoornemen wordt kortheidshalve verwezen naar deze bijlage. Het beeldkwaliteitsplan geeft verder beeldkwaliteitscriteria voor de vormgeving van de nieuwe woningen, de vormgeving van de erfafscheidingen en de inrichting van de openbare ruimte in het plangebied. In woord en beeld is de na te streven ruimtelijke kwaliteit van de eindsituatie vastgelegd. De toekomstige woningen moeten ontworpen worden op basis van de in het beeldkwaliteitsplan beschreven beeldkwaliteitscriteria. Het beeldkwaliteitsplan geeft middels referentiebeelden duidelijkheid en zekerheid over het te realiseren bebouwingsbeeld in de nieuwe woonwijk. Het beeldkwaliteitsplan wordt door de gemeenteraad vastgesteld als onderdeel van de Welstandsnota. De borging van de ruimtelijke kwaliteit vindt plaats door de toetsing van de aanvraag omgevingsvergunning aan redelijke eisen van welstand.

Dit gebeurt door de welstandscommissie aan de hand van de criteria uit het beeldkwaliteitsplan. Het voorliggende bestemmingsplan en het beeldkwaliteitsplan worden samen in procedure gebracht.

10

bestemmingsplan St.-Annaparochie Zuidwest Fase 1

Hoofdstuk 3

Beleidskader

3.1

Rijksbeleid

3.1.1

Nationale omgevingsvisie (NOVI)

De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een duurzaam perspectief voor de leefomgeving. Hiermee kan ingespeeld worden op de grote uitdagingen die voorliggen. Allerlei trends en ontwikkelingen van Nederland hebben invloed op de leefomgeving. Veranderende en groeiende steden, de overgang naar een duurzame en circulaire economie en het aanpassen aan de gevolgen van de klimaatverandering vormen slechts een deel van de opgave. Dit biedt kansen, maar vraagt wel om zorgvuldige keuzes. Want de ruimte, zowel boven-, als ondergronds, is een schaars goed. Het combineren van al die opgaven vraagt een nieuwe manier van werken. Niet van bovenaf opgelegd, maar in goede samenwerking tussen overheden, bedrijven, kennisinstellingen, maatschappelijke organisaties en burgers. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt. Met de NOVI wordt een proces in gang gezet waarmee keuzes voor de leefomgeving sneller en beter kunnen worden gemaakt. De NOVI komt voort uit de Omgevingswet die op 1 januari 2024 in werking treedt.

De NOVI vervangt, samen met het Besluit Kwaliteit Leefomgeving (BKL) de SVIR, het Barro en het Bro. Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten: 1. 2. 3. 4.

ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; duurzaam economisch groeipotentieel; sterke en gezonde steden en regio's; toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.

De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win-situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI zoekt de rijksoverheid naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere. Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat onze leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. De NOVI vindt haar doorwerking in het regionale en lokale beleid waaraan uiteindelijk plannen zullen worden getoetst. Relatie met de voorgenomen ontwikkeling De beoogde ontwikkeling zoals benoemd in paragraaf 2.2 en 2.3 heeft geen raakvlakken met het beleid zoals benoemd in de NOVI.

11

bestemmingsplan St.-Annaparochie Zuidwest Fase 1

3.1.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening

In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro), ook wel bekend onder de naam Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) Ruimte, zijn de nationale belangen voorzien van juridische kaders, waarmee de doorwerking van de nationale belangen op ruimtelijk gebied is geborgd. Relatie met de voorgenomen ontwikkeling Uit het Barro blijkt dat voor het planvoornemen en het projectgebied voor het overige geen sprake is van specifieke aspecten van nationaal belang. Het planvoornemen is niet in strijd met de regels uit het Barro. 3.1.3

Ladder duurzame verstedelijking

De Ladder voor duurzame verstedelijking (Ladder) is een instrument voor efficiënt ruimtegebruik, met een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Bij besluit van 28 augustus 2012 is de Ladder toegevoegd aan artikel 3.1.6 van het Bro en vervolgens op 1 oktober 2012 in werking getreden. Op 1 juli 2017 is het Bro gewijzigd, waarbij een nieuwe Laddersystematiek geldt. De Ladder staat als instrument niet op zichzelf, maar geeft mede vorm aan de systeemverantwoordelijkheid van de minister van volkshuisvesting en ruimtelijke ordening voor een goede ruimtelijke ordening. Deze verantwoordelijkheid brengt met zich mee, dat de minister er voor zorgt dat decentrale overheden over de juiste instrumenten kunnen beschikken voor een zorgvuldige benutting van de ruimte. Hieronder wordt begrepen het voorkomen van overprogrammering, het faciliteren van groei, het anticiperen op stagnatie en het leefbaar houden van krimpregio's. De Ladder is onder andere van toepassing op ontwikkelingen die worden aangemerkt als nieuwe stedelijke ontwikkeling. Bij het bepalen óf en hoe de Ladder moet worden toegepast zijn de volgende aspecten van belang: 1. 2. 3. 4. 5.

Is er sprake van een stedelijke ontwikkeling? Is de stedelijke ontwikkeling nieuw? Wat is het ruimtelijk verzorgingsgebied? Is er behoefte aan de voorgenomen ontwikkeling? Ligt de ontwikkeling in bestaand stedelijk gebied?

De Ladder is kaderstellend voor juridisch verbindende ruimtelijke plannen van de centrale overheden, zoals bestemmingsplannen en projectbesluiten. Voor dit bestemmingsplan moeten de treden van de Ladder worden doorlopen. Het doel van de 'Ladder voor duurzame verstedelijking' is een goede ruimtelijke ordening in de vorm van een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hiermee wordt een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten nagestreefd. Afweging 1. Is er sprake van een stedelijke ontwikkeling? De handreiking begint met de vraag om wat voor plan het gaat. In voorliggend geval gaat het om 'wonen'. Als een plan met overige functies wordt aangemerkt als nieuwe stedelijke ontwikkeling moet de Ladder worden toegepast. Op basis van de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving kan bepaald worden of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling. Het planvoornemen voorziet in 71 nieuwe woningen, waardoor er sprake is van een stedelijke ontwikkeling. Voorgaande blijkt uit jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (zaaknummer 201306573/1/R6) en artikel 1.1.1, eerste lid, Bro. Met dit laatste wordt duidelijk dat een bestemmingsplan dat meer dan 11 woningen mogelijk maakt in beginsel als een stedelijke ontwikkeling wordt aangemerkt.

Derhalve moet de tweede trede van de ladder worden beoordeeld. 2. Is de stedelijke ontwikkeling nieuw?

12

bestemmingsplan St.-Annaparochie Zuidwest Fase 1

De Laddertoets geldt alleen voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Beoordeeld moet worden of sprake is van een nieuw beslag op de ruimte. Daarvan is in het beginsel sprake als het nieuwe ruimtelijke besluit meer bebouwing mogelijk maakt dan er op grond van het voorheen geldende planologische regime aanwezig was, of kon worden gerealiseerd. In de bestaande situatie is het grootste deel van het plangebied bestemd als 'Woondoeleinden (uit te werken)' en 'Bufferzone'. Er zijn geen bouwvlakken op de gronden aanwezig. Fase 1A heeft betrekking op gronden die als 'Woondoeleinden (uit te werken)' zijn bestemd en fase 1B op de gronden die als 'Bufferzone' zijn bestemd. Op grond van de bestemming 'Bufferzone' is geen (woon)bebouwing mogelijk. Met het voorliggende plan wordt aan een groot deel van het plangebied een woonbestemming toegekend. Deze woonbestemming biedt ruimte voor 71 woningen. Er is weliswaar al sprake van een gedeelte dat in de bestaande situatie reeds voor woondoeleinden is bestemd, maar ook van een deel dat niet bestemd is voor woondoeleinden en waar geen bebouwing mogelijk is (bestemming 'Bufferzone'). Met het planvoornemen worden woningen mogelijk gemaakt op de delen van het plangebied waar thans geen bebouwing mogelijk is. Er is derhalve sprake van nieuw planologisch ruimtebeslag en een nieuwe stedelijke ontwikkeling. 3.

Wat is het ruimtelijk verzorgingsgebied? Het ruimtelijk verzorgingsgebied van de stedelijke ontwikkeling bepaalt tot welk gebied de beschrijving van de behoefte zich moet uitstrekken. De begrenzing van de regio is dus afhankelijk van de aard en omvang van het programmaonderdeel dat als stedelijke ontwikkeling wordt gezien. Voor wonen betreft dit de gemeente Waadhoeke binnen de woonregio Noordwest Fryslân. 4. Is er behoefte aan de voorgenomen ontwikkeling? Het voorliggende plan is vraagvolgend, gelet op het grootse woningtekort in het land. De provincies hebben van het Rijk de wettelijke regierol gekregen om ruimtelijk invulling te geven aan volkshuisvestelijke behoefte. Provincies vullen dit met name kwalitatief in en maken hierover beleidsmatige afspraken met regio's/gemeenten. Uit de paragrafen 3.2 en 3.3 blijkt dat het planvoornemen in lijn is met zowel het provinciale als gemeentelijke beleid. Hierop aansluitend heeft in het kader van het planvoornemen afstemming plaatsgevonden tussen gemeente en provincie. Hieruit is gebleken dat de provincie de woningaantallen akkoord heeft bevonden. De woningbouwontwikkeling komt ambtelijk voort uit een grondruil met St.-Jacobiparochie. Ter plaatse zou voorheen woningbouw worden gerealiseerd. Dit heeft uiteindelijk geen gestalte gekregen. De desbetreffende gronden zijn aan de hand van een apart bestemmingsplan wegbestemd.

In ruil hiervoor is afgesproken om nieuwe woningen te ontwikkelen op twee locaties elders in de gemeente Waadhoeke. Eén locatie hiervan betreft de planlocatie. Door de grondruil ontstaat dus ruimte voor de woningbouw in het plangebied. Al met al voorziet het onderhavige bestemmingsplan in een volkshuisvestelijke behoefte aan woningen. Zoals eerder genoemd is het plan op provinciaal niveau ambtelijk afgestemd en akkoord bevonden. 5. Ligt de ontwikkeling in bestaand stedelijk gebied? Het deel van het plangebied waar Fase 1A betrekking op heeft valt onder bestaand stedelijk gebied. De gronden waar Fase 1B betrekking op heeft, vallen buiten het bestaand stedelijk gebied. Aangezien het planvoornemen voor een deel betrekking heeft op gronden buiten het bestaand stedelijk gebied, moet gemotiveerd worden waarom het planvoornemen niet binnen bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd. In het onderstaande wordt hierop ingegaan. De gemeente heeft al diverse plannen (zowel hard als zacht) voor verschillende inbreidingslocaties in de kern van St.-Annaparochie. Het gaat daarbij onder andere om starterswoningen en appartementen. Er is dus sprake van een gevarieerde dynamiek aan woningen in de kern. Daarnaast is in St.-Annaparochie en de

13

bestemmingsplan St.-Annaparochie Zuidwest Fase 1

regio binnenstedelijk geen andere locatie beschikbaar waar het gewenste woonmilieu kan worden gerealiseerd. Bovendien is het deel van het plangebied dat buiten bestaand stedelijk gebied ligt op dit moment al gelegen tussen stedelijke functies, namelijk het woongebied aan de westelijke zijde van de kern en het bedrijventerrein ten oosten van het plangebied. Het plangebied is daardoor feitelijk al onderdeel van bestaand stedelijk gebied. Conclusie Het planvoornemen is in overeenstemming met de Ladder voor duurzame verstedelijking.

3.2

Provinciaal beleid

3.2.1

Omgevingsvisie Fryslân

De Omgevingsvisie is één van de instrumenten van de nieuwe Omgevingswet. In de Omgevingsvisie Fryslân, 'De Romte Diele' geheten, staat waar de provincie met de leefomgeving van Fryslân naar toe wil: de ambitie en doelen voor de toekomst. Het is een integrale visie voor de lange termijn op een tamelijk hoog abstractieniveau. De visie geeft de richting aan waar de provincie met allerlei partijen naar toe wil werken. Dit gebeurt in programma’s, concrete projecten en initiatieven, en zo nodig ook in regels. Een vitaal, veerkrachtig, karakteristiek en gezond Fryslân. Dat zijn de ambities van de provincie Fryslân voor de Friese leefomgeving. Met de leefomgeving bedoelt de provincie: de gedeelde ruimte waarin de mensen in de provincie samenleven. Voor het onderhavige plan is met name de ambitie 'vitaal' van belang. De ambitie vitaal richt zich op het leefbaar houden van Friese steden, dorpen en het platteland. Dit betekent dat er voldoende woningen, voorzieningen en bedrijvigheid zijn en dat de bereikbaarheid goed is. Het planvoornemen voorziet in een woonuitbreiding waarbij er 71 woningen worden toegevoegd aan de kern St.-Annaparochie. Dit sluit aan op de doelstelling 'vitaal', die voldoende woningen in de provincie beoogt. Naast de integrale opgaven hanteert de Omgevingsvisie een aantal inhoudelijke principes.

Deze principes staan voor de manier van werken, en geven richting aan keuzes, projecten en plannen voor de fysieke leefomgeving. Een inhoudelijk principe dat nauw aansluit op het planvoornemen is 'Omgevingskwaliteit als ontwerpbasis'. Dit principe richt zich erop dat nieuwe ontwikkelingen voortbouwen op bestaande omgevingskwaliteiten. Daarbij is aandacht voor eigenheid en identiteit. In dit principe vormen omgevingskwaliteiten het vertrekpunt voor de inpassing van ontwikkelingen. Dit betekent dat ontwikkelingen voortbouwen op bestaande kwaliteiten en deze waar mogelijk versterken of doorontwikkelen. Het principe gaat uit van maatwerk. Elke plek is anders en heeft andere kwaliteiten. Op basis van de omgevingskwaliteiten van gebieden wordt gezocht naar juiste plekken. Zo kan, afhankelijk van de aard en schaal van een ontwikkeling bijvoorbeeld sprake zijn van: inpassen, waarbij de kenmerken van een gebied in stand blijven en nieuwe ontwikkelingen zich daarin voegen. Uit het als Bijlage 2 bijgevoegde beeldkwaliteitsplan blijkt dat bij de landschappelijke inpassing rekening is gehouden met bestaande omgevingskwaliteiten en kenmerken. Deze kwaliteiten zijn als vertrekpunt voor het uiteindelijke ontwerp gebruikt. Het woongebied voegt zich binnen de bestaande gebiedskenmerken.

Het planvoornemen sluit derhalve aan op het inhoudelijke principe 'Omgevingskwaliteit als ontwerpbasis' uit de provinciale omgevingsvisie. Natuurinclusief ontwerpen In de Omgevingsvisie De Romte Diele wordt ingezet op natuurinclusief ontwerpen bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Het doel daarvan is maatregelen te treffen die een positief ecologisch effect sorteren. Zo worden met voorliggend planvoornemen bijvoorbeeld de bestaande sloten in het plangebied verbreed met daarbij aan een zijde een natuurvriendelijk ingerichte oever. De inrichting van de openbare ruimte wordt zo

14

bestemmingsplan St.-Annaparochie Zuidwest Fase 1

groen mogelijk met een qua sortiment gevarieerde beplanting, gericht op insecten en vogels. Er worden (fruit)bomen en struiken ingepast. Het thema natuurinclusief bouwen is nadrukkelijk betrokken in het beeldkwaliteitsplan in Bijlage 2 bij dit bestemmingsplan. Relatie met de voorgenomen ontwikkeling Het beleid uit de provinciale omgevingsvisie staat de uitvoerbaarheid van het planvoornemen niet in de weg. 3.2.2

Verordening Romte Fryslân 2014

In de Verordening Romte Fryslân zijn concrete regels gesteld die ervoor moeten zorgen dat de provinciale ruimtelijke belangen doorwerken in de gemeentelijke ruimtelijke plannen. In de verordening is onder meer de grens tussen het bestaand stedelijk gebied en landelijk gebied vastgelegd en hoe om te gaan met mogelijkheden voor woningbouw. In stedelijk gebied bestaat een grotere mate van beleidsvrijheid wat betreft de ruimtelijke ordening dan in het landelijk gebied. Het plangebied bevindt zich voor een deel in het bestaand stedelijk gebied en voor een deel in het buitenstedelijk gebied, zoals dit door de provincie is aangewezen. Het onderstaande fragment geeft deze verdeling weer.

Figuur 4. Begrenzing bestaand stedelijk gebied Hierbij geldt wel de belangrijke kanttekening dat op grond van de toelichting behorende bij de Verordening Romte Fryslân ook Fase 1A als buitenstedelijk moet worden gezien in het kader van de regionale woningbouwafspraken. Daarom volgt hierna voor zowel Fase 1A als Fase 1B een uitgebreide motivering. Motivering Een uitbreiding van St.-Annaparochie op deze plek is al langere tijd voorzien en was zelfs twintig jaar geleden vastgelegd in een uit te werken juridisch-planologisch kader. Dat laat onverlet dat aan de hand van de Verordening Romte Fryslân 2014 gemotiveerd zal moeten worden dat deze ontwikkeling past binnen de

15

bestemmingsplan St.-Annaparochie Zuidwest Fase 1

actuele provinciale beleidskaders. De ontwikkeling in dit bestemmingsplan behoort tot één van de projecten, die door de gemeente Waadhoeke is aangeleverd op de projectenlijst ten behoeve van de regionale woondeal Noordwest Friesland. De locatie St.-Annaparochie zuidwest is op deze projectenlijst ondergebracht onder ‘dorpsuitbreiding zuidwest’. Het voorliggende bestemmingsplan maakt 71 woningen mogelijk. In fase 1A worden maximaal 35 koopwoningen gerealiseerd. Na uitgave van het merendeel van de kavels in fase 1A wordt fase 1B ontwikkeld, met maximaal 36 woningen. In Fase 1B zijn 26 koopwoningen en 10 sociale huurwoningen beoogd. De te realiseren woningen voorzien in de woonbehoefte van deze regio. Middels marktonderzoek en gesprekken met omwonenden/geïnteresseerden is deze lokale behoefte vastgesteld. Ondanks het feit dat deze ontwikkellocatie ruim voor de regionale woondeal is ontstaan en uitgewerkt, komt de invulling van de woningtypen in grote mate overeen met hetgeen met de regionale woondeal wordt beoogd. Namelijk een goede mix tussen huur- en (betaalbare) koopwoningen. Vanwege eerder gemaakte afspraken met een ontwikkelaar en woningcorporatie worden de huurwoningen in de tweede fase gerealiseerd.

De gemeente beschouwt deze ontwikkellocatie volkshuisvestelijk als één geheel in het kader van de regionale woondeal, zodat ook op dit vlak invulling wordt gegeven aan de afspraken die zijn gemaakt tussen de provincie en de gemeente Waadhoeke. Aanvullend op het hiervoor genoemde worden voor wat betreft de Verordening Romte Fryslân 2014 hieronder alle relevante regels uit de verordening bij langs gelopen en stuk voor stuk voorzien van een motivering. Als eerste zijn de algemene regels uit de verordening van belang voor het planvoornemen. Op grond van artikel 1.1.1, eerste lid, mag een ruimtelijk plan voor het landelijk gebied geen bouwmogelijkheden en gebruiksmogelijkheden voor nieuwe stedelijke functies bevatten. Een stedelijke functie wordt door de provincie gedefinieerd als functies die gekoppeld zijn aan het functioneren van kernen (dorpen en steden). Uit de begripsbeschrijving wordt duidelijk dat woningen onder deze definitie vallen. In afwijking van artikel 1.1.1, lid 1, kan conform lid 2 in een ruimtelijk plan een uitbreidingslocatie aansluitend op bestaand stedelijk gebied worden toegestaan. Het planvoornemen ziet op een uitbreiding die aansluit op het bestaand stedelijk gebied van St.-Annaparochie. Naast artikel 1.1.1. is in het geval van uitbreidingslocaties tevens artikel 2.1.1. van toepassing.

Op grond van artikel 2.1.1 lid 1 omvat de plantoelichting van een ruimtelijk plan voor een uitbreidingslocatie of voor het landelijk gebied een ruimtelijke kwaliteitsparagraaf waarin, voor zover noodzakelijk, wordt aangegeven op welke wijze: a.

b.

het plan rekening houdt met de draagkracht van het landschap voor de opvang en inpassing van nieuwe functies, op grond van een analyse van de samenhang van de ondergrond, netwerken en nederzettingspatronen; het plan invulling geeft aan de blijvende herkenbaarheid van de landschappelijke en cultuurhistorische kernkwaliteiten, zijnde de structuren van provinciaal belang zoals die, met inbegrip van een richtinggevend advies, per deelgebied of gebiedsoverschrijdend zijn omschreven in de Structuurvisie Grutsk op 'e Romte.

Ad a. Uit het in Bijlage 2 opgenomen beeldkwaliteitsplan blijkt dat er bij het planvoornemen rekening is gehouden met bestaande landschapselementen. De bestaande ruimtelijke structuur is als uitgangspunt voor het ontwerp gebruikt. Tevens ligt een analyse van de samenhang van de ondergrond, netwerken en nederzettingspatronen ten grondslag aan het ontwerp. Ook wordt kwaliteit en inpassing van bebouwing

16

bestemmingsplan St.-Annaparochie Zuidwest Fase 1

geborgd. Het planvoornemen is daarmee conform ad a. Ad b. Uit het beeldkwaliteitsplan in Bijlage 2 blijkt eveneens dat het planvoornemen invulling geeft aan de blijvende herkenbaarheid van de landschappelijke en cultuurhistorische kernkwaliteiten, zijnde structuren van provinciaal belang uit de Structuurvisie Grutsk op 'e Romte. Het planvoornemen is dan ook conform ad b. Naast artikel 2.1.1, lid 1, dient ook toetsing plaats te vinden aan lid 2 uit hetzelfde artikel. Lid 2 stelt dat een ruimtelijk plan dat betrekking heeft op het landelijk gebied, zo nodig regels stelt die ertoe strekken dat landschappelijke en cultuurhistorische kernkwaliteiten als bedoeld in het eerste lid, ad b. herkenbaar blijven. Voor dit bestemmingsplan bestaat geen aanleiding om specifieke regels op te stellen voor het behoud van landschappelijke en cultuurhistorische kernkwaliteiten. Het planvoornemen is daarom conform lid 2 van artikel 2.1.1. Voorts is in artikel 2.1.1, lid 3 geregeld dat een ruimtelijk plan voor het landelijk gebied dient te voorzien in een zorgvuldige inpassing van: a. b. c. d. e.

een uitbreidingslocatie; nieuwe infrastructuur of aanpassing van infrastructuur; een nieuwe recreatieve voorziening of uitbreiding van een recreatieve voorziening; agrarische bedrijven, inclusief glastuinbouwbedrijven; overige nieuwe of uitbreiding van bestaande, al dan niet aan het landelijk gebied gebonden functies, binnen de landschappelijke en cultuurhistorische kernkwaliteiten, zoals bedoeld in het eerste lid, sub b.

In het als Bijlage 2 opgenomen beeldkwaliteitsplan is onderbouwd dat het planvoornemen landschappelijk inpasbaar is, met inachtneming van bestaande landschappelijke en cultuurhistorische kernkwaliteiten. Naar aanleiding hiervan kan geconcludeerd worden dat het planvoornemen conform artikel 2.1.1, lid 3 is. Ook artikel 2.3.1 is van belang. Aangetoond moet worden dat toepassing is gegeven van het principe van zorgvuldig ruimtegebruik. In paragraaf 3.1.3 van dit bestemmingsplan (Ladder duurzame verstedelijking) is reeds uitgebreid ingegaan op de ladder duurzame verstedelijking, die eveneens zorgvuldig ruimtegebruik beoogt. Aanvullend hierop is het van belang om te benadrukken dat de ontwikkeling een planologisch logische uitbreiding van het dorp is, maar ook goed aansluit op het omliggende landschap. Dit is geborgd met het in Bijlage 2 opgenomen beeldkwaliteitsplan. Binnen het bestaand stedelijk gebied zijn er geen reële opties om het beoogde woningbouwprogramma een plek te geven. De open ruimten daarbinnen bestaan uit waardevolle te behouden open ruimtes, of voormalige open plekken die reeds van een invulling/ontwikkeling worden voorzien. Ook is het plangebied goed bereikbaar te maken via bestaande ontsluitingen. Er is daarmee sprake van zorgvuldig ruimtegebruik. Vervolgens komt het gestelde in artikel 3.1.1 aan de orde.

Op grond van het eerste lid van dit artikel kan een ruimtelijk plan mogelijkheden voor woningbouw bevatten indien de aantallen en de kwaliteit van de woningbouw in overeenstemming zijn met een woonplan, dat de schriftelijke instemming van Gedeputeerde Staten heeft. Uit paragraaf 3.3.1 van dit bestemmingsplan (Woonvisie Waadhoeke 2020-3030 samen sterk) blijkt dat het planvoornemen is opgenomen in het woonplan van de gemeente Waadhoeke. Dit woonplan is direct verbonden aan de gemeentelijke ‘Woonvisie Waadhoeke 2020-2030, Samen sterk’. Daarnaast behoort de ontwikkeling in dit bestemmingsplan tot één van de projecten, die door de gemeente Waadhoeke is aangeleverd op de projectenlijst ten behoeve van de regionale woondeal. De locatie St.-Annaparochie zuidwest is op deze projectenlijst ondergebracht onder ‘dorpsuitbreiding zuidwest’. Zowel in de gemeentelijke Woonvisie als de Verordening Romte Fryslân neemt kwaliteit van nieuwbouw een belangrijke plek in. Door de uitbreiding direct aan de rand van St.-Annaparochie, is het van belang om de beoogde kwaliteit in relatie tot de huidige dorpsrand en het omliggende landschap goed vast te leggen. Dit

17

bestemmingsplan St.-Annaparochie Zuidwest Fase 1

is gedaan met het stedenbouwkundig ontwerp, dat geborgd wordt met de planregels van het bestemmingsplan en het in Bijlage 2 opgenomen beeldkwaliteitsplan. Conclusie Deze ontwikkeling vindt zijn grondslag in de gemeentelijke ‘Woonvisie Waadhoeke 2020-2030, Samen sterk’ en is nader geconcretiseerd in het gemeentelijk woonplan en in de regionale woondeal. Voorts wordt een fasering aangebracht en wordt een mate van kwaliteit en inpassing nagestreefd die is vastgelegd in een beeldkwaliteitsplan. Op 25 maart 2025 heeft Gedeputeerde Staten schriftelijk bevestigd dat het gemeentelijk woonplan Waadhoeke, gelezen in samenhang met de gemeentelijke 'Woonvisie Waadhoeke 2020-2030 Samen Sterk', een woonplan is zoals bedoeld in de Verordening Romte Fryslân 2014. In dezelfde brief heeft Gedeputeerde Staten ingestemd met het woonplan. Gelet op het hiervoor genoemde wordt voldaan aan het gestelde in de Verordening Romte Fryslân 2014. 3.2.3

Structuurvisie Grutsk op 'e Romte

Provinciale Staten hebben op 26 maart 2014 het document Grutsk op ‘e Romte als thematische structuurvisie over landschap en cultuurhistorie vastgesteld. In deze thematische structuurvisie zijn landschappelijke en cultuurhistorische structuren van provinciaal belang in samenhang geanalyseerd en gewaardeerd. Het doel hiervan is behoud en verdere ontwikkeling van de ruimtelijke kwaliteit door middel van informeren, inspireren en adviseren. Op deze wijze verwacht de provincie Fryslân de doorwerking van provinciale belangen in ruimtelijke plannen van gemeenten, het Rijk en de provincie te borgen. Het planvoornemen raakt twee provinciale belangen: 1.

2.

De zichtbaarheid van de fasering van de inpoldering, die herkenbaar is aan de ligging van de (dwars)dijken, de verkavelingsstructuren, de ligging van de Swette en de begrenzing van de kwelderwallen. De planmatige inpoldering van het gebied 'het Bildt' met lintvormige bebouwingen in de vorm van lineaire en orthogonale (kruisvormige) Middelzeedorpen, een dijkdorp en twee zijldorpen in het open landschap.

In relatie tot de provinciale belangen heeft de provincie in de structuurvisie adviezen opgesteld. Deze adviezen zijn als randvoorwaarde gebruikt bij het ontwerp. De adviezen luiden als volgt: Benut de regelmatige, opstrekkende verkaveling. Volg de verkaveling waar mogelijk. Behoud, benut en versterk de geometrische (orthogonale en lineaire opbouw van de Oude Middelzeedorpen. Boerderijen met beplanting als puntverdichtingen kunnen als beeldmerk/ verbijzondering worden ingezet. Opgaande beplanting beperken tot de dorpskern. Relatie met beleid/uitwerking randvoorwaarden Bij de totstandkoming van het beeldkwaliteitsplan zijn de provinciale belangen uit de structuurvisie Grutsk op 'e Romte al meegenomen. Wat betreft een inhoudelijke motivering van de relatie met het beleid uit de structuurvisie wordt daarom verwezen naar het beeldkwaliteitsplan uit Bijlage 2. Conclusie Het planvoornemen staat in lijn met de provinciale belangen zoals gedefinieerd in de structuurvisie Grutsk op 'e Romte.

18

bestemmingsplan St.-Annaparochie Zuidwest Fase 1

3.2.4

Ontgrondingen

Onderdeel van dit bestemmingsplan is een vereiste watercompensatie van 3.111 m² ter compensatie van de beoogde verharding. Hieraan zal worden voldaan door 4.192 m² aan watercompensatie te realiseren rondom de uitvoering van het project. Deze compensatie vindt plaats door het realiseren van nieuw water in de openbare ruimte, riet en plasdraszones, wadi's en nieuw water op de kavels. Dit gebeurt in het plangebied en is met diverse bestemmingen (waaronder de bestemming 'Water') geborgd. Op het moment dat de daadwerkelijke uitvoering van de werkzaamheden in beeld komt, moet worden voldaan aan de op dat moment geldende regelgeving voor ontgrondingen vanuit de Omgevingsverordening Fryslân, gelezen in samenhang met het Besluit activiteiten leefomgeving (vrijstelling, melding of vergunningplicht). In samenwerking met de FUMO zal dit op dat moment worden beoordeeld.

3.3

Gemeentelijk beleid

3.3.1

Woonvisie Waadhoeke 2020-3030 samen sterk

De gemeente Waadhoeke bestaat uit de stad Franeker, veertig dorpen, acht wijken en meerdere buurtschappen. Er zijn ontwikkelingen die alle wijken en dorpen raken. Tegelijkertijd is elk dorp en elke wijk even belangrijk. De gemeente Waadhoeke is van mening dat plannen met oog voor het lokale en met ruimte voor maatwerk het meest opleveren, met als kanttekening dat er wel oog moet zijn voor het grotere geheel. Om grip te krijgen op de balans tussen die twee aspecten, is de ‘Woonvisie Waadhoeke 2020-3030 samen sterk’ in het leven geroepen. De Woonvisie heeft als doel om projecten in gang te zetten die bijdragen aan het lange termijn doel. De hoofdlijn van de woonvisie geldt voor een periode van 10 jaar, tot 1 januari 2030. Voorafgaand aan het vaststellen van de Woonvisie is een woningmarktonderzoek verricht. Uit dit woningmarktonderzoek komt naar voren dat de gemeente Waadhoeke drie grote(re) uitbreidingslocaties heeft; waaronder St.-Annaparochie. Het extra toevoegen van woningen aan de huidige woningvoorraad van dit dorp voorziet, gezien de combinatie ligging én woningmarkt, in de huidige vraagbehoefte. Uiteraard is het van belang om op deze locaties de gewenste woningtypen tegen de juiste verkoopprijzen aan te bieden. Daarnaast moet eveneens sprake zijn van nieuwbouw van een gewenste kwaliteit.

Dit betekent onder meer dat stedenbouwkundige randvoorwaarden ervoor moeten zorgen dat de beoogde uitbreiding op zorgvuldige wijze wordt ingepast en gerealiseerd. Het hiervoor genoemde komt ook ruimschoots aan bod in paragraaf 3.2.2 Verordening Romte Fryslân 2014. Conclusie Dit bestemmingsplan voorziet in een gefaseerde woonuitbreiding van in totaal maximaal 71 woningen. Voor het bestemmingsplan is een beeldkwaliteitsplan opgesteld (zie Bijlage 2). Inhoudelijk wordt voldaan aan alle voorwaarden die vanuit de woonvisie worden gesteld om tot woningbouw te komen. 3.3.2

Gemeentelijk woonplan Waadhoeke

Op 13 maart 2025 heeft de gemeenteraad van Waadhoeke het gemeentelijk woonplan Waadhoeke vastgesteld. Dit woonplan moet worden gelezen in samenhang met de reeds door de gemeenteraad vastgestelde 'Woonvisie Waadhoeke 2020-2030 Samen Sterk'. De gemeentelijke woningbouwprogrammering keert terug in dit woonplan, inclusief de voorgenomen ontwikkeling. Op 25 maart 2025 heeft Gedeputeerde Staten van Fryslân schriftelijk ingestemd met dit woonplan. Conclusie Op deze wijze wordt voldaan aan het gestelde in artikel 3.1.1 van de Verordening Romte Fryslân 2014.

19

bestemmingsplan St.-Annaparochie Zuidwest Fase 1

3.3.3

Parkeerbeleid

Veel ruimtelijke ontwikkelingen brengen een toename van het aantal verkeersbewegingen en behoefte aan extra parkeerplaatsen met zich mee. Het is niet wenselijk dat deze toename leidt tot druk, overlast en/of problemen in de omgeving. Naar aanleiding hiervan heeft de gemeente Waadhoeke een eenduidige toetsingsmethodiek voor de gehele gemeente vastgelegd. In de 'Nota Parkeernormen 2021' is in een stappenplan vastgelegd welke parkeernorm de gemeente hanteert voor verschillende gebieden en functies. Daarnaast is aangegeven op welke manier de parkeervraag aan de hand van de normen moet worden berekend en welke eisen worden gesteld aan de invulling van de parkeervraag. In 4.9 wordt nader ingegaan op de nota parkeernormen. Uit deze paragraaf blijkt dat voor het plangebied kan worden voldaan aan de parkeerbehoefte uit de nota parkeernormen. Conclusie Het parkeerbeleid van de gemeente Waadhoeke staat de uitvoerbaarheid van het planvoornemen niet in de weg. 3.3.4

Welstandsnota gemeente Waadhoeke

De gemeente heeft haar welstandsbeleid vastgelegd in de Welstandsnota Waadhoeke (laatstelijk gewijzigd op 3 maart 2022). De bebouwing in het plangebied valt onder het welstandsgebied: 'Buitengebied (regulier)'. Het geldende welstandskader is ongeschikt voor een woongebied. Een beeldkwaliteitsplan is nodig voor ontwikkeling van het plangebied waarin specifieke welstandscriteria dienen te worden opgenomen. Deze nieuwe welstandscriteria moeten ter aanvulling op de geldende welstandsnota worden vastgesteld zodat de juiste toetsing bij verdere planontwikkeling van het gebied kan plaatsvinden. In het kader van het planvoornemen is daarom een beeldkwaliteitsplan opgesteld. Het beeldkwaliteitsplan is als Bijlage 2 bij de toelichting te raadplegen. Conclusie Voor het planvoornemen is een beeldkwaliteitsplan opgesteld waarin specifieke welstandscriteria voor het te realiseren woongebied zijn opgenomen. Hiermee wordt voorzien in een nieuw welstandskader voor het plangebied. Het beeldkwaliteitsplan wordt als aanvulling op de geldende welstandsnota vastgesteld. Dit vindt in een afzonderlijke procedure, los van dit bestemmingsplan, plaats. 3.3.5

Duurzaamheidsagenda Waadhoeke

De gemeente Waadhoeke bevindt zich op dit moment in een wereldwijde transitie naar een duurzame samenleving. Dit vraagstuk speelt op grote schaal, maar de kracht van deze verandering ligt bij de samenleving: inwoners, bedrijven en regionale samenwerkingsverbanden in de gemeente. Met de duurzaamheidsagenda geeft de gemeente invulling aan de doelstelling uit het coalitieakkoord 2018-2022: "Als gemeente een voorbeeld zijn voor duurzaam handelen waarbij we streven naar een energie-neutrale gemeente in 2040". In de duurzaamheidsagenda Waadhoeke als vastgesteld op 2 juli 2020 wordt deze doelstelling vertaald naar concrete acties. Met deze acties draagt Waadhoeke bij aan haar ambitie om op de volle breedte in te zetten op duurzame ontwikkelingen. Duurzaamheidsaspecten komen uitvoerig aan bod in het beeldkwaliteitsplan voor het planvoornemen. In dit verband wordt verwezen naar Bijlage 2. Bij het te realiseren woongebied vertaalt het onderwerp duurzaamheid zich in de openbare ruimte. Hierbij kan gedacht worden aan het toepassen van halfverharding en wadi's. Conclusie Het planvoornemen is in lijn met de duurzaamheidsagenda van de gemeente Waadhoeke.

20

bestemmingsplan St.-Annaparochie Zuidwest Fase 1

3.3.6

Donkertebeleid Tusken Skimer en Moarnsdage

Waadhoeke betreft één van de donkerste gebieden van Nederland. De omgevingskwaliteit donkerte wil men graag behouden en versterken. Met de vaststelling op 11 november 2021 van het beleidsplan 'Tusken Skimer en Moarnsdage' beschikt de gemeente over donkertebeleid dat er voor zorgt dat lichthinder en lichtvervuiling afneemt en het donkere buitengebied beschermd wordt. De doelstelling van de gemeente luidt als volgt: "in Waadhoeke beschermen en versterken we de natuurlijke donkerte". De gemeente is zich ervan bewust dat er ook andere belangen spelen dan alleen het behoud van donkerte. Verkeersveiligheid, recreatie en economie zijn hier voorbeelden van. Indien er sprake is van tegenstrijdige belangen, moet er een afweging worden gemaakt en een balans worden gevonden. De uitgangspunten daarbij luiden als volgt: 1. 2.

licht brandt alleen als het echt een functie heeft; en lichthinder en lichtvervuiling dienen daarbij tot het minimum beperkt te worden.

De uitgangspunten en principes uit het donkertebeleid worden bij de nadere planuitwerking in acht genomen. Conclusie Het donkertebeleid staat de uitvoerbaarheid van het plan niet in de weg.

3.4

Conclusie beleid

Het beleid op Rijks-, Provinciaal- en gemeentelijk niveau vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het planvoornemen.

21

bestemmingsplan St.-Annaparochie Zuidwest Fase 1

22

bestemmingsplan St.-Annaparochie Zuidwest Fase 1

Hoofdstuk 4 4.1

Omgevingsaspecten

Water

Toetsingskader Op grond van artikel 3.1.6 Bro dient in de toelichting op ruimtelijke plannen een waterparagraaf te worden opgenomen van de wijze waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishoudkundige situatie. Het is de schriftelijke weerslag van de zogenaamde watertoets. Het doel hiervan is het waarborgen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op evenwichtige wijze in beschouwing worden genomen bij alle waterhuishoudkundig relevante ruimtelijke plannen en besluiten. Door middel van de watertoets als procesinstrument wordt in een vroegtijdig stadium aandacht besteed aan het wateraspect. Het gaat hierbij om de thema's waterkwantiteit, waterkwaliteit, waterkeringen, wegen, afvalwaterketen en beheer & onderhoud van nieuw en bestaand oppervlaktewater. Waterwet De Waterwet, die per 22-12-2009 van kracht is geworden, heeft gezorgd voor een ingrijpende bundeling van deze wetgeving. Daarnaast heeft het Nationaal Waterplan (NWP), waarvan de eerste versie tegelijk met de Waterwet is verschenen, een formele rol in de ruimtelijke ordening. Het eerste Nationaal Waterplan is tevens een structuurvisie op basis van de Waterwet en de Wro. Water en Bodem sturend Naast het voorgaande heeft het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat in 2022 een brief aan de Tweede Kamer gestuurd over 'Water en Bodem sturend'.

Door water en bodem sturend te laten zijn in de ruimtelijke ordening, kunnen we in Nederland ook in de toekomst met een ander en grillig klimaat blijven leven, wonen en werken. In een veilige omgeving, met een gezonde bodem evenals voldoende en schoon water. Het kabinet wil bij besluiten die gerelateerd zijn aan de ruimtelijke ordening, meer rekening houden met de bodem en het water. De brief van het Ministerie geldt als uitgangspunt bij voorliggend plan. Toetsing In de voorbereiding van planvorming is Wetterskip Fryslân reeds betrokken, waaronder bij de berekening van de benodigde watercompensatie door de toename van verhard oppervlak in het plangebied. In samenwerking tussen gemeente en Wetterskip Fryslân wordt nog verder gestudeerd op de aanleghoogte, waterpeil en het onderhoud van sloten in het plangebied. Digitale watertoets Bij alle nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen dient vanwege de wettelijk verplichte watertoets in het kader van de Waterwet aandacht te worden besteed aan het wateraspect. Op 23 maart 2023 is de digitale watertoets uitgevoerd. Het wateradvies is als Bijlage 3 bij de toelichting te raadplegen. Uit het advies blijkt dat de normale watertoetsprocedure van toepassing is op het planvoornemen. Dit betekent dat Wetterskip Fryslân het planvoornemen beschouwd als van grote invloed op het water of de wateraspecten in de omgeving.

Hieronder wordt ingegaan op de aspecten waar Wetterskip Fryslân blijkens het wateradvies belang aan hecht. Toename verharding Door ruimtelijke ontwikkelingen neemt de hoeveelheid verhard oppervlak toe met als gevolg een versnelde afvoer van hemelwater. Het is nodig om deze versnelde afvoer te compenseren om de waterberging in een gebied in stand te houden. Dit geldt ook voor toevoegen van oppervlakteverharding die wel past binnen het bestemmingsplan, maar waarvan de grond al meer dan vijf jaar braak ligt en waar in het verleden niet voor gecompenseerd is.

23

bestemmingsplan St.-Annaparochie Zuidwest Fase 1

Het is niet toegestaan zonder watervergunning neerslag versneld tot afvoer te laten komen indien daarbij meer dan 200 m2 onverharde grond in stedelijk gebied en 1.500 m2 in landelijk gebied wordt bebouwd of verhard. Er geldt een vrijstelling van de vergunningsplicht wanneer wordt voldaan aan de compensatieregels genoemd in het wateradvies. De meest voorkomende manier van compenseren is het graven van extra oppervlaktewater. Bij het graven van extra oppervlaktewater hanteert Wetterskip Fryslân de volgende compensatienorm: Boezem 5% (dit heeft alleen betrekking op de Friese boezem); Polder 10%; Vrij afstromend, alternatieve maatregelen. Het plangebied bevindt zich buiten de bebouwde kom. Verder is er sprake van een poldersituatie. Er geldt daarom een compensatienorm van 10%. In de huidige situatie is er in het plangebied geen sprake van verharding of bebouwing. In de toekomstige situatie is sprake van 24.764 m2 aan bebouwing en verharding in het plangebied. Gelet op de compensatieverplichting van 10% betekent dit dat 24.764 / 100 X 10 = 2.476 m2 gecompenseerd moet worden. Aan de zuidkant van fase 1A wordt er een sloot verlegd. Strikt formeel is er in een dergelijk geval sprake van een demping. Daarnaast wordt een klein deel van de Súdderfaart gedempt voor de entree van het plangebied.

Ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan is de entree van het plangebied veranderd van een brug naar een dam met duiker. Gedempt water dient voor 100% te worden gecompenseerd in hetzelfde peilgebied. In totaal bedraagt het 790 m2 dat gedempt zal worden. Bovenop de eerder genoemde compensatieverplichting dient derhalve nog 790 m2 te worden gecompenseerd. In verband met de veranderde entree van het plangebied is deze oppervlakte wat toegenomen ten opzichte van de ontwerpfase (van 635 m2 naar 790 m2 ). Het totaal aan noodzakelijke compensatie komt voor het plangebied daarmee uit op 3.266 m2 . In kader van het planvoornemen wordt 4.192 m2 aan watercompensatie gerealiseerd. Deze compensatie vindt plaats door het realiseren van: nieuw water in de openbare ruimte; riet en plasdraszones; wadi's; nieuw water op de kavels. Gelet op de compensatieverplichting van 3.266 m2 en de aanwezige watercompensatie van 4.192 m2 is de conclusie dat er in ruime mate voldaan wordt aan de compensatieplicht en dat er zelfs sprake is van overcompensatie. Voor de demping van de sloot en de aanleg van de entree van het plangebied met een dam met duiker zal te zijner tijd een vergunning moeten worden aangevraagd bij Wetterskip Fryslân. Zoals eerder genoemd zijn de plannen reeds in vooroverleg afgestemd met Wetterskip Fryslân.

Uit deze afstemming is al gebleken dat er voldoende watercompensatie plaatsvindt. Drooglegging Het maaiveld in dit plangebied wordt ca. +0.60 NAP m afgewerkt. Daarmee is een goede aanleghoogte van woningen en wegen geborgd. Waterpeil

24

bestemmingsplan St.-Annaparochie Zuidwest Fase 1

Wetterskip Fryslân geeft aan dat een watervergunning is vereist wanneer het waterpeil in een gebied moet worden gewijzigd. Afhankelijk van de impact verloopt de afhandeling via een watervergunning of een peilbesluit. In samenwerking tussen gemeente en Wetterskip Fryslân wordt nog verder gestudeerd op het toekomstig noodzakelijke waterpeil. Hoofdwater Wat betreft de hoofdwatergang in het plangebied is op voorhand door het waterschap aangegeven om hierlangs een onderhoudsstrook te willen behouden. Deze onderhoudsstrook is betrokken bij het stedenbouwkundig ontwerp als opgenomen in het beeldkwaliteitsplan in Bijlage 2. Beheer en onderhoud Langs de noordkant en westkant van het plangebied wordt onderhoud uitgevoerd door de gemeente. Het onderhoud van de watergangen langs de zuidkant van het plangebied wordt uitgevoerd door de aanliggende eigenaar (gemeente ofwel pachter) vanaf de zuidkant van het plangebied. De nieuw te graven watergang aan de oostkant van het plangebied en de watergangen/wadi binnen het plangebied worden door de gemeente onderhouden. Aan het onderhoud van de vaart verandert niets. Conclusie De advisering van Wetterskip Fryslân is betrokken bij de planvorming. Waterhuishoudkundige belangen vormen geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het planvoornemen van dit bestemmingsplan.

4.2

Bodem

Toetsingskader In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is bepaald dat in de toelichting op een ruimtelijk plan inzicht verkregen moet worden in de uitvoerbaarheid van het plan. Dit betekent dat er onder meer inzicht verkregen moet worden in de noodzakelijke financiële investering in een (mogelijk noodzakelijke) bodemsanering. Een onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem is derhalve onderdeel van de onderzoeksverplichting bij de voorbereiding van een ruimtelijk plan. Uitgangspunt ten aanzien van de bodemkwaliteit is dat deze bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen zodanig goed moet zijn dat er geen risico's voor de volksgezondheid bestaan bij het gebruik van het plangebied voor wonen of een andere functie. Ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening moet het bestemmen van gronden met een bodem van onvoldoende milieuhygiënische kwaliteit met een hiervoor gevoelige bestemming in beginsel worden voorkomen. Water en Bodem sturend Zoals ook in voorgaande paragraaf 4.1 met betrekking tot het omgevingsaspect Water is aangegeven, heeft het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat in 2022 een brief aan de Tweede Kamer gestuurd over de aspecten water en bodem in relatie tot de ruimtelijke ordening. Als aangegeven geldt deze brief mede als uitgangspunt voor het voorliggende plan. Onderzoek Door bodemonderzoeksbureau WSP Nederland B.V.

is een verkennend (water)bodem- en asbestonderzoek ter plaatse van de voorgenomen woningbouwuitbreiding ten westen van de Hemmemaweg in St.-Annaparochie uitgevoerd. Het gehele onderzoek is als Bijlage 4 opgenomen. Uit het bodemonderzoek blijkt dat er geen sprake is van een (water)bodemverontreiniging van betekenis en dat de onderzoeksresultaten geen aanleiding geven tot het uitvoeren van een nader bodemonderzoek en/of sanerende maatregelen. Vanuit milieuhygiënisch oogpunt zijn er geen belemmeringen voor het beoogde gebruik van het terrein voor wonen. Wel dient te worden opgemerkt dat er wettelijke beperkingen gelden bij het verplaatsen en elders

25

bestemmingsplan St.-Annaparochie Zuidwest Fase 1

toepassen van grond, die kunnen leiden tot extra kosten. Bij grondverzet dient derhalve zoveel mogelijk grond op de locatie te worden hergebruikt. Indien bij eventuele graafwerkzaamheden op deze locatie grond vrijkomt, die elders zal worden hergebruikt, is het Besluit bodemkwaliteit van toepassing. Ten aanzien van het Besluit bodemkwaliteit is de gemeente het bevoegd gezag. Conclusie Gelet op het verrichte verkennend bodemonderzoek wordt het planvoornemen van dit bestemmingsplan niet in uitvoerbaarheid belemmerd door het aspect bodem.

4.3

Geluidhinder

Toetsingskader De Wet geluidhinder (Wgh) is er op gericht om geluidhinder vanwege onder andere spoorweglawaai, industrielawaai en wegverkeerslawaai te voorkomen en te beperken. De Wgh bepaalt dat de 'geluidsbelasting' op gevels van woningen en andere geluidsgevoelige objecten niet hoger mag zijn dan een in de wet bepaalde norm die als voorkeursgrenswaarde wordt aangeduid. In veel gevallen is deze norm 48 dB. Wanneer binnen een geluidzone langs (spoor)wegen of ten behoeve van industrielawaai nieuwe geluidgevoelige objecten, zoals woningen, worden gerealiseerd, moet door middel van akoestisch onderzoek worden vastgesteld of aan de grenswaarden uit de Wgh wordt voldaan. Spoorweglawaai en industrielawaai is in het plangebied niet aan de orde. Het nabijgelegen bedrijventerrein De Wissel is niet geluidgezoneerd. Hierna is dan ook enkel het aspect geluidhinder van wegverkeerslawaai uitgewerkt. Wegverkeerslawaai In artikel 74 Wgh is aangegeven wanneer een weg zoneplichtig is. Elke weg heeft in principe een zone, behoudens wegen die gelegen zijn binnen een als woonerf aangeduid gebied en wegen waarvoor een maximumsnelheid van 30 km/uur geldt. De breedte van een geluidszone is afhankelijk van het aantal rijstroken en de ligging van de weg binnen of buiten stedelijk gebied. In navolgende tabel is hiervan een overzicht gegeven. Tabel 1. Overzicht breedte geluidzones per type weg

De planlocatie voor Fase 1A ligt op ongeveer 195 m afstand van de wegas van de N383/Hemmemaweg. Deze weg met twee rijstroken ligt binnen de bebouwde kom en kent een maximum snelheidsregime van 50 km/uur. Hiervoor geldt een breedte van de geluidszone van 200 m. De woningbouw van fase 1A valt net buiten deze geluidszone. Fase 1B ligt hier echter wel geheel binnen. Derhalve is akoestisch onderzoek uitgevoerd. Onderzoek In de als Bijlage 5 bij deze toelichting opgenomen akoestische onderzoeksrapportage van 25 april 2025 is de geluidsbelasting vanwege wegverkeerslawaai afkomstig van de N383/Hemmemaweg en vanwege de nieuwe wegen in het plangebied op de gevels van de te realiseren woningen en appartementen onderzocht. In het hiernavolgende zijn de conclusies van het onderzoek weergegeven.

26

bestemmingsplan St.-Annaparochie Zuidwest Fase 1

Resultaat van de geluidsberekeningen is dat de geluidbelasting vanwege de nieuwe wegen binnen het plangebied op geen enkele woning hoger is dan de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting van 48 dB. Ten aanzien van dit aspect is hier dan ook sprake van een goede ruimtelijke ordening. Wat betreft de geluidbelasting vanwege de Hemmemaweg/N383 blijkt uit het opgestelde rekenmodel dat de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting van 48 dB op meerdere woningen hoger is maar niet hoger dan de maximale hogere waarde van 63 dB. De berekende geluidbelasting valt binnen de geluidklasse met milieukwaliteit 'matig'. Deze kwalificatie is niet ideaal, maar wel aanvaardbaar. Er kan gesteld worden dat sprake is van een goede ruimtelijke ordening. De meest oostelijke nabij de doorgaande weg geprojecteerde woningen en de appartementen in de zuidoostelijke hoek voldoen niet aan de eisen die de Wgh wat betreft het wegverkeerslawaai stelt aan geluidsgevoelige bebouwing. De overschrijding van de ten hoogste toelaatbare waarde van 48 dB bedraagt op zekere hoogte van de gevel van zowel de woningen als op het appartementengebouw 3 dB vanwege het wegverkeer over de N383/Hemmemaweg. Om deze woningen en appartementen mogelijk te maken dient het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Waadhoeke hogere waarden te verlenen.

In het akoestisch onderzoek is gemotiveerd waarom maatregelen aan de bron of in het overdrachtsgebied niet mogelijk zijn, en dat geen cumulatie van geluid plaatsvindt. Daarbij is getoetst aan de landelijke wetgeving. Met bouwakoestisch onderzoek moet uiteindelijk worden bezien bij realisatie van de bebouwing of wordt voldaan aan de eisen van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Op voorhand is al wel duidelijk dat de benodigde gevelwering zonder meer met gangbare materialen en technieken te realiseren en haalbaar is. Conclusie Onder voorwaarde van het verlenen van hogere waarden voor de drie geprojecteerde woningen aan de oostzijde van het plangebied en het appartementengebouw in de zuidoostelijke hoek wordt uitvoering van het verdere planvoornemen niet belemmerd door het aspect geluidhinder van wegverkeerslawaai.

4.4

Bedrijven- en milieuzonering

Normstelling en beleid In de ruimtelijke ordening moet in het kader van de standaard als uitgangspunt van de Wro geldende 'goede ruimtelijke ordening' worden gezorgd voor een aanvaardbaar woon- en leefklimaat in geval van een woningbouwontwikkeling. Bij de besluitvorming op een ruimtelijk plan is een goede belangenafweging volgens artikel 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), en conform jurisprudentie, een vereiste. In de belangenafweging dienen ook de gevolgen met betrekking tot bedrijven- en milieuzonering te worden betrokken. Ten behoeve van de goede ruimtelijke ordening geldt dus de noodzakelijkheid tot een voldoende ruimtelijk-functionele afstemming tussen bedrijfsactiviteiten, voorzieningen en hindergevoelige functies zoals woningen. Bij deze afstemming gelden de richtafstanden uit de basiszoneringslijst in de publicatie 'Bedrijven en Milieuzonering' van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) uit 2009 standaard als richtlijn. Een minimale richtafstand wordt beschouwd als de afstand waarbij onaanvaardbare milieuhinder als gevolg van bedrijfsactiviteiten (betreffende geluid, geur, stof en gevaar) redelijkerwijs kan worden uitgesloten. De grootste afstand is bepalend. In de genoemde VNG-publicatie worden twee omgevingstypen onderscheiden. Bij het omgevingstype 'rustige woonwijk of rustig buitengebied' wordt functiescheiding nagestreefd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=waadhoeke&id=6bc01586-cb86-47bb-8d9a-ae2ee896a425