CConstaterende datwaadhoeke
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2: Bestemmingsplan Franeker - bedrijventerrein Kie fase 2

Gemeenteraad Waadhoeke 7 maart 2024, gemeente waadhoekeBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan en beeldkwaliteitsplan bedrijventerrein Franeker - Kie fase 219.884 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Alleen voor het noordoostelijke deel geldt dat onderzoek noodzakelijk is bij ruimtelijke ingrepen met een minimale oppervlakte van 50 m2. Dit betreft een voormalige terp en heeft om die reden een hoge archeologische waarde. Deze gronden worden echter niet als bedrijventerrein ofwel bedrijfskavels ontwikkeld. De gronden zijn uitsluitend meegenomen om een groenbestemming te kunnen geven, waarmee de gronden vrij blijven van bebouwing en groen kunnen worden ingericht. De agrarische functie van het gebied vervalt namelijk in de voorgenomen situatie. Er is om bovenstaande motivering geen onderzoek noodzakelijk.

31/461

4.8

Cultuurhistorie

Toetsingskader Goede ruimtelijke ordening betekent dat er een integrale afweging plaatsvindt van alle belangen die effect hebben op de kwaliteit van de ruimte. Een van die belangen is de cultuurhistorie. Per 1 januari 2012 is in het kader van de modernisering van de monumentenzorg (MOMO) in het Besluit ruimtelijke ordening van het rijk opgenomen dat gemeenten bij het maken van bestemmingsplannen rekening moeten houden met cultuurhistorische waarden. Toetsing In het kader van dit bestemmingsplan is de Cultuurhistorische Waardenkaart Fryslân geraadpleegd. Hieruit is naar voren gekomen dat er geen sprake is van cultuurhistorische waarden binnen het plangebied. Er is daarom geen noodzaak tot maatregelen of nader onderzoek naar de cultuurhistorie. Hoe met de cultuurhistorische waarden van het landschap in relatie tot het plangebied wordt omgegaan is aangegeven in bijlage 1. Hieruit blijkt dat er bij de ontwikkeling van het plangebied rekening is gehouden met de cultuurhistorische waarden.

4.9

Externe veiligheid

Toetsingskader Externe veiligheid gaat over het beheersen van de risico's die ontstaan voor de omgeving bij het gebruik, de opslag en het vervoer van gevaarlijke stoffen, zoals vuurwerk, LPG en munitie. Sinds een aantal jaren is er wetgeving over 'externe veiligheid' om de burger niet onnodig aan te hoge risico's bloot te stellen. De normen voor externe veiligheid zijn vastgelegd in onder andere het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), Besluit externe veiligheid transportroutes (BEVT) en het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Het externe veiligheidsbeleid heeft vorm gekregen in de risicobenadering. Er wordt getoetst aan twee verschillende normen: het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Ten aanzien van het plaatsgebonden risico geldt een kans van 10-6 als grenswaarde. Dit betekent dat binnen de zogenaamde PR 10-6-contour geen nieuwe kwetsbare objecten mogen worden toegestaan. Voor ontwikkeling van nieuwe beperkt kwetsbare objecten, geldt deze norm als streefwaarde. Het GR drukt de kans per jaar uit dat een groep mensen van minimaal een bepaalde omvang overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het onderscheid tussen kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten is vastgelegd in het Besluit externe veiligheid inrichtingen.

Toetsing De risicovolle inrichtingen zijn op de risicokaart van de provincie Fryslân weergegeven. In en nabij het plangebied bevinden zich geen risicovolle inrichtingen die onder het Bevi vallen, maar wel twee hogedruk aardgasleidingen. Deze lopen in oost-westrichting door het plangebied. Het gaat ten eerste om leiding VE-24-HRL5-6-S-4300 met een diameter van 7 inch en een maximale werkdruk van 89 bar. Hiermee bedraagt de 100%-letaliteitscontour 45 meter en de 1%-letaliteitscontour (invloedsgebied) 90 meter. Ten tweede gaat het om leiding N-502-49. De 100%-letaliteitscontour van deze leiding is gelegen op 50 meter en de 1%-letaliteitscontour (invloedsgebied) op 100 meter.

32/461

Voor beide buisleidingen geldt dat binnen de inventarisatieafstand nieuwe bedrijfskavels worden gerealiseerd. Deze komen dus (deels) binnen de 100%-letaliteitszone en tussen de 100%- en 1%-letaliteitszone te liggen. Het aantal personen neemt binnen deze zones daardoor toe. Uit eerder advies van de FUMO in het kader van bestemmingsplan 'Franeker Zuid' is reeds naar voren gekomen dat er geen plaatsgebonden risicocontour geldt voor deze leidingen. Aan weerszijden van de gasleidingen geldt wel een belemmeringenstrook. Hiervoor is in dit bestemmingsplan met de dubbelbestemming 'Leiding - Gas' een beschermende regeling geboden. Ten aanzien van de buisleidingen en de voorgenomen ontwikkeling is de FUMO om een hernieuwd advies gevraagd. Dit advies is opgenomen als bijlage 9. In het advies is aangegeven dat als een plangebied binnen de 100%-letaliteitszone valt, er een volledige verantwoording van het groepsrisico moet plaatsvinden. Dit houdt in dat, naast bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid, tevens moeten worden gekeken naar de maatregelen ter beperking van het groepsrisico, andere mogelijkheden voor ruimtelijke ontwikkelingen met een lager groepsrisico en de mogelijkheden en de voorgenomen maatregelen tot beperking van het groepsrisico in de nabije toekomst.

Een volledige verantwoording hoeft niet plaats te vinden als de toename kleiner is dan 10% en het totale groepsrisico (GR) beneden 0,1 van de oriëntatiewaarde ligt. De hoogte van het groepsrisico is berekend door de FUMO. Uit de berekeningen is naar voren gekomen dat het groepsrisico voor beide buisleidingen minder bedraagt dan 0,1 keer de oriëntatiewaarde, maar meer is dan 10%. Daarom is een verantwoording van het groepsrisico noodzakelijk. Onderstaand is per aspect ingegaan op het groepsrisico. Verantwoording van het groepsrisico De aanwezige dichtheid van personen in het invloedsgebied van de buisleiding(en) op het tijdstip waarop het plan wordt vastgesteld De dichtheid van personen in de huidige situatie is laag. Voor beide hoge druk aardgastransportleidingen is de hoogte van het groepsrisico berekend. Alleen voor de leiding van Gasunie is sprake van groepsrisico. De hoogte van het GR is echter minder dan 0,1 keer de oriëntatiewaarde. Het GR per km buisleidingen en de bijdrage ten gevolge van de vaststelling van het plan Het GR is berekend en weergegeven in het advies van de FUMO. Het GR neemt ten gevolge van de vaststelling van het plan toe. Alhoewel het GR ook in de toekomstige situatie laag is, en aanvaardbaar wordt geacht, is de toename van het GR meer dan 10%.

Maatregelen ter beperking van het GR die, indien mogelijk, worden toegepast door de exploitant van de buisleiding De beide hoge druk aardgastransportleidingen zijn bestaande leidingen. Er zijn geen maatregelen door de exploitanten te treffen ter beperking van het GR. Nut en noodzaak van de voorgenomen ontwikkeling In paragraaf 3.3 is de behoefte aan het voorgenomen bedrijventerrein uiteen gezet. Er is sprake van een grote vraag naar bedrijfskavels, waar met bestaande bedrijventerreinen niet in kan worden voorzien. De mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp of zwaar ongeval

33/461

in de inrichting waarop het besluit betrekking heeft Potentiële eigenaren van bedrijven op dit bedrijventerrein worden bewust gemaakt van het aanwezige risico en kunnen hier rekening mee houden. Daarnaast zal op het bedrijventerrein een netwerk van brandkranen worden aangelegd, met een capaciteit van 1.000 liter per minuut en op maximaal 100 meter afstand vanaf de opstelplaats voor de brandweer. De mogelijkheden van personen die zich in het invloedsgebied van de buisleiding(en) bevinden om zich in veiligheid te brengen indien zich een ramp of zwaar ongeval voordoet Binnen het plangebied wordt nieuwe infrastructuur aangelegd, dat wordt aangesloten op bedrijventerrein Kie fase 1 aan de oostzijde van het plangebied. Aan de andere kant wordt een calamiteitenontsluiting aangelegd. Deze wordt dermate ingericht dat deze te gebruiken is voor het ontvluchten van het plangebied en dat deze door hulpdiensten kan worden gebruikt. Op deze wijze hebben aanwezige personen altijd de mogelijkheid om van de bron af te vluchten. Met bovenstaande motivering is het groepsrisico voldoende verantwoord. Het bevoegd gezag dient vervolgens de afweging te maken of dit risico aanvaardbaar is. Vaststelling van het bestemmingsplan duidt op een positieve besluitvorming hierop. Wat betreft inrichting van het plangebied is rekening gehouden met de ligging van beide buisleidingen.

Ter plaatse wordt over een zo groot mogelijk traject een groenvoorziening gerealiseerd. Door de gronden ter plaatse hiervan niet te verharden, blijven de buisleidingen goed bereikbaar. Er zijn enkel locaties waar echter wegen de buisleidingen doorkruisen. Ter plaatse is het mogelijk om, indien noodzakelijk, de weg (tijdelijk) open te breken om bij de buisleiding te kunnen. Verder worden binnen het plangebied zelf geen risicovolle bedrijven toegelaten. Deze worden immers uitgesloten binnen de bestemmingsomschrijving van de bestemming 'Bedrijventerrein'. als gevolg van dit plan ontstaan dus geen (nieuwe) externe risico's. Daarnaast is het Van Harinxmakanaal is aangewezen als "groene vaarweg", een voor het transport voor gevaarlijke stoffen minder belangrijke vaarweg. Hiervoor geldt dat er geen sprake is van een plaatsgebonden risicocontour en dat een verantwoording van het groepsrisico niet nodig is.

4.10 Kabels, leidingen en zones Toetsingskader In (de omgeving van) het plangebied kunnen kabels en leidingen aanwezig zijn die beperkingen opleggen voor de bouwmogelijkheden in het plangebied. Hierbij valt te denken aan hoogspanningsverbindingen, waterleidingen en straalpaden. Bij leidingen, zoals gas-, water- en rioolpersleidingen, volgen deze belemmeringen uit het zakelijk recht. Bij hoogspanningsverbindingen gaat het om veiligheid en gezondheid. De beperkingen bij straalpaden zijn van belang voor het goed functioneren van de straalpaden. Toetsing Binnen het plangebied liggen twee gasleidingen. Deze zijn beiden al benoemd en getoetst in paragraaf 4.9.

34/461

Daarnaast loopt in oost-westrichting een hoogspanningsverbinding door het plangebied. Ter plaatse van deze verbinding en de bijbehorende zone is de dubbelbestemming 'Leiding - Hoogspanningsverbinding' opgenomen. Ter plaatse mogen geen bouwwerken gebouwd worden, anders dan ten behoeve van de dubbelbestemming. In de inrichtingstekening is ter plaatse een groenvoorziening opgenomen en zijn geen bedrijfskavels aanwezig. Tot slot is aan de noordzijde van het plangebied de zone 'vrijwaringszone - vaarweg' aanwezig. In paragraaf 4.5 is opgenomen hoe hier rekening mee wordt gehouden. Ten aanzien van de bovengrondse hoogspanningsverbinding is een EMC-studie uitgevoerd naar mogelijk ontoelaatbare elektromagnetische beïnvloeding. Dit rapport is opgenomen als bijlage 8. Hieruit zijn de volgende resultaten naar voren gekomen. Magneetvelden Gevoelige apparatuur (medische apparatuur, beeldbuizen, etc.) kunnen verstoord raken binnen 25 meter van het hart van de hoogspanningslijn. Binnen 20 meter is het mogelijk dat huishoudelijke apparatuur niet volledig functioneert. Binnen 9 meter van de hoogspanningslijn kan de werking van industriële apparatuur verstuurd zijn. Voor het bestemmingsplan wordt geadviseerd dat geen apparatuur die gevoelig is voor specifieke magneetvelden binnen de desbetreffende magneetveld zone geplaatst worden.

De 0,4 µT zone kan reiken tot circa 50 meter uit het hart van de verbinding (op hoogte vanhet maaiveld). Het is af te raden gevoelige bestemmingen zoals kinderdagverblijven binnen deze zone te bouwen. Inductieve koppeling Voor verschillende afstanden zijn de maximale parallelloop lengten bepaald waarvoor geen extra onderzoek noodzakelijk is. Langere parallelloop lengten zijn mogelijk, maar dan dient nader en specifiek onderzoek plaats te vinden, waarbij via detailmodellering de toelaatbaarheid bepaald dient te worden. De maximale lengte en locatie van metalen objecten (buisleidingen, kabels, hekwerken) op het bedrijventerrein staan weergegeven in het onderzoek. Weerstandsbeïnvloeding Voor weerstandsbeïnvloeding zijn de potentiaaltrechters volgens NEN 3654 bepaald. binnen deze potentiaaltrechters is ontoelaatbare beïnvloeding niet uit te sluiten. Via een detailmodel kan de daadwerkelijke grootte bepaald worden. Elektrische velden De 5 kV/m en 10 kV/m contouren zijn bepaald tussen masten 4 en 6. Hieruit blijkt dat er geen gevaar voor de algemene bevolking en de beroepsbevolking is. Capacitieve beïnvloeding Capacitieve beïnvloeding is bepaald volgens NEN 3654 stap 1. Hierin is bepaald dat binnen 50 meter van de hartlijn van de hoogspanningslijn ontoelaatbare capacitieve beïnvloeding niet uit te sluiten is.

Het plaatsen van objecten binnen deze 50 meter kan mogelijk zijn, maar hiervoor dient specifiek onderzoek plaats te vinden.

35/461

4.11 Vormvrije m.e.r.-beoordeling Toetsingskader In onderdeel C en D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten in het kader van het omgevingsvergunning plan-m.e.r.-plichtig, project-m.e.r.-plichtig of m.e.r.-beoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Indien een activiteit onder de drempelwaarden blijft, dient alsnog een vormvrije m.e.r.-beoordeling uitgevoerd te worden, waarbij onderzocht dient te worden of de activiteit belangrijke nadelige gevolgen heeft voor het milieu, gelet op de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. Deze omstandigheden betreffen de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële (milieu)effecten. Per 7 juli 2017 is de regelgeving voor de MER en m.e.r.-beoordeling gewijzigd met daarin een nieuwe procedure voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling. Voor elke aanvraag waarbij een vormvrije m.e.r.-beoordeling aan de orde komt moet de initiatiefnemer een aanmeldingsnotitie opstellen, waarbij ook mitigerende maatregelen mogen worden meegenomen. Het bevoegd gezag dient binnen zes weken na indienen een m.e.r.-beoordelingsbesluit af te geven. Een vormvrije m.e.r.-beoordelingsbeslissing hoeft echter niet gepubliceerd te worden.

Toetsing In het Besluit milieueffectrapportage is opgenomen dat de aanleg, wijziging of uitbreiding van een industrieterrein m.e.r.-beoordelingsplichtig is in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een oppervlakte van 75 hectare of meer (Besluit milieueffectrapportage, Bijlage onderdeel D11.3). De beoogde ontwikkeling bestaat blijft daarmee ruim onder drempelwaarde. Dit betekent wel dat een zogenaamde 'vormvrije m.e.r.-beoordeling' noodzakelijk is. Hiervoor wordt een beoordelingsnotitie opgesteld, het besluit wordt nog opgenomen als bijlage bij deze toelichting. Op voorhand wordt verwacht dat geen volledig Mer doorlopen hoeft te worden.

4.12 Duurzaamheid Het plangebied kan worden ontwikkeld als een duurzaam bedrijventerrein. Voor actieve stimulering van een duurzaam profiel is het bestemmingsplan echter niet het meest geschikte instrument. Een bestemmingsplan schrijft voor wat mag maar niet wat moet. Aan de hand van de algemene verkoopvoorwaarden van de grond of een anterieure overeenkomst zet de gemeente actief in op een duurzaam en circulair profiel. In de basis kan dat worden gestimuleerd door zaken op te nemen over bijvoorbeeld duurzaam bouwen, zonnepanelen en dergelijke. Nieuw te ontwikkelen locaties waaronder dit bedrijventerrein gaan in ieder geval uit van gasloos bouwen. De overige duurzaamheidsdoelstellingen zullen voor zover mogelijk bij de verdere uitwerking van het project in acht worden genomen. In de bijlage 11 bij de toelichting van dit bestemmingsplan is het document “Overzicht doorwerking doelstellingen duurzaamheidsbeleid ”opgenomen.

36/461

Hoofdstuk 5

Juridische toelichting

In dit hoofdstuk wordt een motivering gegeven van de gehanteerde bestemmingen en de daarbij behorende uitgangspunten van het bestemmingsplan.

5.1

Het juridisch systeem

5.1.1 Digitaal plan Het bestemmingsplan omvat de geometrisch bepaalde planobjecten met bijbehorende regels. Dit is opgenomen in een GML-bestand. De bestemmingen zijn juridisch vastgelegd in de regels behorende tot dit plan en zijn vertaald naar de verbeelding. Het bestemmingsplan is opgezet als een digitaal raadpleegbaar plan. Deze digitale versie is bedoeld om de burger "online" informatie te verschaffen omtrent het bestemmingsplan. Bovendien is de digitale versie bedoeld voor uitwisseling van gegevens binnen de gemeente en met andere overheidsinstanties. Het bestemmingsplan is opgezet volgens de landelijke Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen (SVBP). Deze standaard is wettelijk verplicht en is opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Zo voorziet de SVBP in een standaardopbouw van een bestemmingsplan. Het bestemmingsplan is afgestemd op de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). 5.1.2 De regels De regels bevatten allereerst een bestemmingsomschrijving. Hierin staat beschreven voor welke functie(s) de gronden mogen worden ingericht, gebruikt en hoe de onderlinge rangorde van functies is. Door middel van aanduidingen worden op enkele specifieke locaties extra bestaande functiemogelijkheden geboden. Naast de bestemmingsomschrijving zijn in de regels bouwregels en gebruiksregels opgenomen.

In de bouwregels is gerelateerd aan de toegelaten gebruiksfuncties - aangegeven welke gebouwen en andere bouwwerken in principe zijn toegestaan en welke maatvoering daarbij moet worden aangehouden. De gebruiksregels verbieden bepaalde vormen van gebruik of begrenzen toegelaten vormen van gebruik binnen een bestemming (specifieke gebruiksregels) dan wel verbieden alle gebruik in strijd met de gegeven bestemming (algemene gebruiksregels). In de toekomst kunnen zich omstandigheden voordoen (die op dit moment nog niet zijn voorzien), waaruit blijkt dat de bouw- en gebruiksregels niet voldoende blijken te zijn. In deze gevallen kan door het bevoegd gezag met een omgevingsvergunning worden afgeweken van de bouw- en gebruiksregels. Van geval tot geval zal een afweging worden gemaakt. Er zijn ook gebruiksvormen die beleidsmatig wel mogelijk zijn, maar die vanwege een zorgvuldige afweging onder een afwijking zijn gebracht. Deze wordt afgegeven na een zorgvuldige afweging van waarden en functies in de bestemmingen. Het plan bevat voor een aantal gevallen mogelijkheden om bestemmingen te wijzigen binnen de in de regels aangegeven grenzen. Voor zo'n wijziging bestaan aparte procedureregels. De gemeenteraad heeft het college van Burgemeester en Wethouders de bevoegdheid gegeven om het plan te wijzigen. Voor zover het een

37/461

wijziging binnen de bestemming zelf betreft, bijvoorbeeld het verwijderen van een aanduiding, staat deze in het betreffende artikel genoemd. Voor zover het een wijziging naar een andere bestemming betreft, kan deze in het betreffende artikel zijn opgenomen of in een algemeen artikel. Het overgangsrecht is gericht op bouwwerken die ooit met een bouwvergunning of een melding zijn gebouwd, of een gebruik dat ooit is toegestaan, maar die nu, vanwege een bestemmings- of beleidswijziging onder het overgangsrecht zijn gebracht. Ook tientallen jaren aanwezige bouwwerken, die niet met een vergunning zijn gebouwd, of langdurig aanwezig gebruik worden met het overgangsrecht beschermd. Het overgangsrecht is er op gericht dat deze bouwwerken uiteindelijk zullen verdwijnen of het gebruik ervan wordt beëindigd, zodat de situatie in overeenstemming geraakt met de gegeven bestemming. Tenslotte bestaan er vanuit de wetgeving (buiten het bestemmingsplan om) ook vergunningsvrije mogelijkheden, zoals opgenomen in het Besluit omgevingsrecht.

5.2

Toelichting op de bestemmingen en aanduidingen

Deze paragraaf geeft een toelichting op de uitgangspunten en de gebruiks- en bebouwingsmogelijkheden van alle bestemmingen en aanduidingen zoals die in dit bestemmingsplan zijn opgenomen. Bedrijventerrein Uitgangspunt De bestemming "Bedrijventerrein" is van toepassing in het deel van het plangebied waar bedrijven zich kunnen vestigen. De bestemming is grotendeels afgestemd op de gelijknamige bestemming die geldt ter plaatse van bedrijventerrein Kie 1. De bouwmogelijkheden in de bestemming (zoals de ligging van de bouwvlakken en de maximale hoogten) zijn grotendeels afgestemd op de mogelijkheden die ook ter plaatse van Kie 1 worden geboden. Er zijn geen geluidzoneringsplichtige inrichtingen en bedrijfswoningen toegestaan. Bestemmingsbeschrijving Het bedrijventerrein is qua milieucategorisering opgedeeld met aanduidingen op de verbeelding die qua maximale milieucategorie zijn afgestemd op de omliggende woonbebouwing. In de bedrijvenlijst in bijlage 1 van de regels is aangegeven welke bedrijven zijn toegestaan. Voor bedrijven die niet zijn opgenomen in deze lijst, of bedrijven uit een hogere categorie is een afwijkingsmogelijkheid opgenomen om ze (onder voorwaarden) toe te staan. De zogenaamde ABC-goederen (auto's, boten en/of caravans) en internetdetailhandel bij recht zijn toegestaan. De gebouwen en overkappingen moeten binnen de bouwvlakken worden gebouwd.

Door het maximale bebouwingspercentage op te nemen wordt voorkomen dat de bouwvlakken te vol worden gebouwd en deze regeling komt tevens de brandveiligheid ten goede. Ook zijn er afwijkingsmogelijkheden opgenomen om onder voorwaarden het bebouwingspercentage en/of

38/461

bouwhoogten te verhogen en/of de afstand tot de zijdelingse perceelsgrens te verkleinen. Groen Uitgangspunt en bestemmingsbeschrijving De groenbestemming is van toepassing op de verschillende locaties in het plangebied. Het aanbrengen van groenstroken en het open karakter hiervan voor het plangebied staat voorop. Er zijn daarom geen gebouwen en overkappingen toegestaan. In de bestemmingen zijn tevens functies mogelijk die de openbare ruimte en de leefbaarheid versterken. Het betreft bijvoorbeeld speelvoorzieningen, (wandel)paden en sloten. De groenbestemming is tevens aan de buitenste randen van het plangebied voorzien, zodat hier een gedegen landschappelijke inpassing kan worden vormgegeven om een zachte overgang richting het buitengebied te vormen. Overigens is ook binnen de bestemming 'Bedrijventerrein' groen toegestaan. Verkeer Uitgangspunt en bestemmingsbeschrijving De beoogde wegen en straten in het plangebied zijn onder de bestemming "Verkeer" gebracht. Ook bermen, sloten, begeleidende groenstroken, parkeervoorzieningen en dergelijke zijn in deze bestemmingen mogelijk. Het realiseren van een goede ontsluiting van de bedrijfskavels en het opnemen van andere functies ter ondersteuning van de openbare ruimte in de bestemmingen zijn de belangrijkste uitgangspunten. Om deze reden zijn in de bestemming geen andere gebouwen en overkappingen toegestaan.

Overigens zijn ook binnen de bestemming 'Bedrijventerrein' wegen toegestaan. Waarde - Archeologie Uitgangspunt en bestemmingsomschrijving In een deel van het plangebied is sprake van archeologische waarden die beschermd moeten worden volgens de FAMKE-kaart. Dit geldt voor de archeologisch waardevolle terp in het noordoosten van het plangebied. In paragraaf 4.7 is dit nader omschreven. Bepaalde werken en werkzaamheden zijn omgevingsvergunningsplichting. Leiding - Gas en Leiding - Hoogspanningsverbinding Uitgangspunt en bestemmingsomschrijving In het plangebied bevinden zich gasleidingen en een hoogspanningsverbinding. Hiervoor geldt het uitgangspunt dat deze beschermd worden, zodat onderhoud en beheer niet worden belemmerd en dat deze voorzieningen goed kunnen functioneren. Om deze reden is er voor de leidingen een beschermende regeling getroffen die waarborgt dat in de strook geen gebouwen en overkappingen gebouwd mogen worden. Ook zijn bepaalde werken en werkzaamheden omgevingsvergunningsplichtig. Deze regelingen (dubbelbestemmingen) zijn van toepassing in een strook aan weerszijden van de leidingen. Voor de hoogspanningsverbinding geldt dat er geen gebouwen of overkappingen mogen worden gebouwd binnen de aangegeven zone op de verbeelding, tenzij hiervoor afstemming heeft plaatsgevonden met de leidingbeheerder.

De masten ten behoeve van de hoogspanningsleiding zelf zijn tevens geregeld in de

39/461

dubbelbestemming en zijn tot een maximale hoogte van 50 meter toegestaan. Overige zone - gezoneerd industrieterrein Uitgangspunt en aanduidingsbeschrijving Het bedrijventerrein West betreft een geluidgezoneerd industrieterrein en is als zodanig aangeduid in de geldende bestemmingsplannen. Dit gezoneerde industrieterrein valt voor een klein deel over het plangebied van dit bestemmingsplan. Het gaat om twee stroken aan de noordzijde van het plangebied. Ter plaatse zijn zogenaamde lawaaimakers toegestaan. Daaromheen geldt een geluidzone die in de hieronder benoemde aanduiding wordt omschreven. Geluidzone - industrie Uitgangspunt en aanduidingsbeschrijving Het bedrijventerrein West heeft een geluidzone in het kader van de Wet geluidhinder. Deze geluidzone ligt deels over het plangebied. Het is wettelijk verplicht om deze geluidzone in het bestemmingsplan te regelen. Binnen de geluidzones wordt gestreefd naar het tegengaan van een te hoge geluidsbelasting, dit is ook het uitgangspunt. Geluidgevoelige bebouwing mag hier alleen worden opgericht als is aangetoond dat de geluidbelasting niet hoger is dan de voorkeursgrenswaarden of een verkregen hogere waarde. Vrijwaringszone - vaarweg Uitgangspunt en aanduidingsbeschrijving Ten behoeve van het beheer en de veiligheid van het Van Harinxmakanaal is aan weerszijden hiervan de aanduiding "vrijwaringszone - vaarweg" opgenomen.

Hiervoor geldt het uitgangspunt dat in deze zone geen gebouwen en overkappingen gebouwd mogen worden. Dit geldt niet voor de bestaande bouwwerken en tevens is er een afwijkingsmogelijkheid opgenomen om nieuwe in de basisbestemming genoemde bouwwerken te bouwen. Hierbij geldt de voorwaarde dat ontheffing is verkregen van de waterwegbeheerder.

40/461

Hoofdstuk 6

Uitvoerbaarheid

Wettelijk bestaat de verplichting om inzicht te geven in de uitvoerbaarheidsaspecten van een bestemmingsplan en de grondexploitatie. Bij de uitvoerbaarheid wordt een onderscheid gemaakt tussen de maatschappelijke en de economische uitvoerbaarheid.

6.1

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Overleg Het bestemmingsplan wordt eerst ter overleg naar de wettelijke overlegpartners gestuurd. Tijdens deze periode zijn een aantal overlegreacties ingediend. In bijlage 10 is een reactienota opgenomen waarin de overlegreacties zijn samengevat en voorzien van een gemeentelijke beantwoording. Tevens is hierin opgenomen op welke wijze het plan is aangepast naar aanleiding van deze overlegreacties. Zienswijze Vervolgens is het ontwerpbestemmingsplan gedurende zes weken ter inzage gelegd. Tijdens deze periode zijn vier zienswijzen ingediend. Deze zienswijzen zijn samengevat en beantwoord in de reactienota zienswijzen die is opgenomen als bijlage 12. Vaststelling Het bestemmingsplan wordt vervolgens, al dan niet gewijzigd, vastgesteld. Het besluit tot vaststelling wordt gepubliceerd en het bestemmingsplan ligt zes weken ter inzage. Tijdens deze periode bestaat voor belanghebbenden de mogelijkheid beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in te dienen tegen het besluit en het plan.

6.2

Economische uitvoerbaarheid

Voor de uitvoerbaarheid van het plan is het van belang te weten of het economisch uitvoerbaar is. De economische uitvoerbaarheid wordt enerzijds bepaald door de exploitatie van het plan (financiële haalbaarheid) en anderzijds door de wijze van kostenverhaal van de gemeente (grondexploitatie). Financiële haalbaarheid De gronden binnen het plangebied zijn op dit moment nog eigendom van de gemeente. De gemeente maakt de gebieden bouwrijp. De kosten worden gedekt uit de opbrengsten van de gronduitgifte. De ruimtelijke uitgangspunten sluiten aan op de financiële uitgangspunten. De kosten die geraamd zijn voor de ontwikkeling zijn gereserveerd. Gezien de onderzoeken uit het verleden en de huidige vraag naar bedrijventerreinen mag er verwacht worden dat er voldoende vraag is naar bedrijfsgrond. Op basis hiervan kan gesteld worden dat het plan financieel haalbaar is. Grondexploitatie Doel van de in de Wet ruimtelijke ordening (Wro) opgenomen grondexploitatieregeling is het bieden van ruimere mogelijkheden voor het kostenverhaal en het creëren van meer sturingsmogelijkheden. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen de publiekrechtelijke weg via een exploitatieplan en de privaatrechtelijke weg in

41/461

de vorm van overeenkomsten. In het geval van een exploitatieplan kan de gemeente eisen en regels stellen voor de desbetreffende gronden, (woning)bouwcategorieën en fasering. Bij de privaatrechtelijke weg worden dergelijke afspraken in een (anterieure) overeenkomst vastgelegd. De gronden zijn in eigendom van de gemeente, en dus is het niet nodig een exploitatieplan op te stellen.

42/461

Bijlagen toelichting

43/461

44/461

Bijlage 1

45/461

Landschappelijk inpassingsplan

DETAILS

BEDRIJVENTERREIN KIE FASE 2 FRANEKER Landschappelijke inpassing f e b februari 2022 r

1/19

DATUM KENMERK

17 februari 2022 2021_1320

PROJECT PROJECTLEIDER

2021 1320 Drs. Ing. Thomas de Jong

OPDRACHTGEVER Gemeente Waadhoeke PROJECTNUMMER 20211320 AUTEUR STATUS

2/19

Ir. Marieke Rekswinkel definitief

INHOUD 1.

2.

3.

INLEIDING

4

1.1 1.2

4 4

Aanleiding Leeswijzer

VERKENNING OMGEVING EN LOCATIE

5

2.1 2.2 2.3 2.4

5 6 8 9

Analyse omgeving Historische ontwikkeling Hoogteligging Foto’s plangebied en omgeving

BELEID

11

3.1 3.2

Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid 3.2.1 Bestemmingsplan Franeker Zuid (2018) 3.2.2 Structuurvisie Stad Franeker 2015 – 2025 (2015) 3.2.3 Bestemmingsplan Buitengebied 2013

11 13 13 14 15

4.

LANDSCHAPPELIJKE KERNKWALITEITEN EN UITGANGSPUNTEN

16

5.

LANDSCHAPPELIJK INPASSINGSPLAN

18

3/19

1. INLEIDING 1.1

Aanleiding

Aan de zuidwestkant van Franeker ligt het bedrijventerrein Kie fase 1. De gronden van dit terrein worden in rap tempo uitgegeven, terwijl de vraag naar bedrijfskavels nog steeds aanhoudt. De gemeente Waadhoeke heeft daarom het voornemen om het bedrijventerrein uit te breiden met een tweede deel ten westen van het bestaande bedrijventerrein. Dit deel wordt ontwikkeld onder de noemer Kie fase 2. Ten behoeve van deze ontwikkeling wordt een bestemmingsplan opgesteld om het voornemen juridisch-planologisch mogelijk te maken. Als onderdeel hiervan is het belangrijk om, gezien de ligging grenzend aan het buitengebied, te voorzien in een goede landschappelijke inpassing. De voorliggende landschappelijk inpassing voorziet hierin.

1.2

Figuur 1; locatie bedrijventerrein Kie 2

Leeswijzer

In hoofdstuk 2 wordt het plangebied en de omgeving geanalyseerd. In het derde hoofdstuk komt het relevante ruimtelijke beleid van zowel de provincie Fryslân als van de gemeente Waadhoeke aan bod. Hoofdstuk 4 gaat verder in op de kernkwaliteiten van het landschap en de landschappelijke uitgangspunten die voor Kie fase2 gelden. In het laatste hoofdstuk (5) volgt het landschappelijk inpassingsplan, met een korte toelichting.

Figuur 2; schets plangebied

4/19

2. VERKENNING OMGEVING EN LOCATIE 2.1

Analyse omgeving

Franeker ligt in de provincie Fryslân, in de gemeente Waadhoeke. Het is één van de elf steden en heeft een fraaie oude binnenstad. Het is bekend om het Planetarium en de kaatswedstrijden die er jaarlijks gehouden worden. Het plangebied ligt ten zuidwesten van Franeker, en wordt ingeklemd tussen het Van Harinxmakanaal en het zonnepark De Kie, met zuidelijk daarvan de spoorlijn tussen Leeuwarden en Harlingen. Het toekomstige bedrijventerrein Kie fase 2 sluit aan op het ten oosten gelegen bedrijventerrein Kie 1. Het bedrijventerrein wordt zo’n 17 ha groot. Er lopen een hoogspanningsverbinding en twee ondergrondse gasleidingen. Ten zuidoosten van het plangebied ligt een oude terp. Deze terp is een archeologisch monument.

Kaatsfestijn It Sjûkelân Franeker

5/19

Figuur 3; plattegrond omgeving

Figuur 4; luchtfoto omgeving

2.2

Historische ontwikkeling

Op de kaarten van rond 1850 en 1900 is de naamgeving Kie al aangegeven. Het is een klein gehucht, bestaande uit een aantal boerderijen. Ook is de spoorlijn al aanwezig, welke de oorspronkelijke verkaveling doorsnijdt. Er loopt een vaart in oostwest richting. Deze vaart kent meer bochten dan het huidige Van Harinxmakanaal. Het gebied kent een onregelmatige verkavelingsstructuur, met verschillende richtingen. De gronden worden voornamelijk als weiland gebruikt, met her en der ook akkerlanden. Een kleinschalig slotenpatroon zorgt voor de afwatering van het gebied. Tussen 1950 en 1975 is de vaart rechtgetrokken, en is het Van Harinxmakanaal ontstaan. Op de kaart van 1975 valt een verhoging op in het terrein, met steilranden. Dit opgehoogde terrein heeft een hoogte van maximaal 3 m. Het omringende terrein ligt op circa 0 m NAP. Ten noordoosten van deze ophoging ligt een kleine, natuurlijke ophoging. Dit is op de kaart van 2000 goed te zien. Tussen 1975 en 2000 is het bedrijventerrein ten noorden van het Van Harinxmakanaal ontstaan. En tussen 2000 en 2020 is, ten oosten van het plangebied bedrijventerrein Kie 1 ontwikkeld.

rond 1850

6/19

Rond 1900

Rond 1950

Rond 1975

rond 2000

7/19

nu

2.3

Hoogteligging

Onderstaande kaart is afkomstig van de Algemene Hoogtekaart Nederland (AHN). Hierop is te zien dat Harlingen en Franker wat hoger gelegen zijn. Zowel ten noorden als ten zuiden van de lijn Harlingen-Franeker ligt een brede strook met lagere gronden. De projectlocatie ligt op de overgang van hoge gronden (oranje/geel) naar lage gronden (blauw/ groen). Op de detailkaart van de AHN is de hogere ligging van de spoorlijn en de N384 te zien. En tevens de verhoogde ligging van het gehucht Kie, het gronddepot en ten noordoosten hiervan de oude terp, welke omringd is door een ringsloot. Het zuidelijk deel van het plangebied is het laagstgelegen. De kavels hier liggen circa 1,50 meter lager dan de rest. Figuur 7; detail van de AHN

Figuur 6; AHN 3 omgeving

8/19

Figuur 8; AHN 4 dynamische opmaak

2.4

9/19

Foto’s plangebied en omgeving

De foto’s laten de openheid en de grootschaligheid van het plangebied zien. Ook de hoogspanningsmasten en-lijnen zijn nadrukkelijk aanwezig in het gebied. De boerderijen ten westen van het plangebied liggen als groene eilanden in het open landschap. Het circa 10 ha grote zonnepark De Kie en heeft zuidgerichte panelen.

10/19

Zonnepark De Kie

Kie 6

Zonnepark De Kie

Kie 4

3. BELEID 3.1

Provinciaal beleid

3.1.1

Grutsk op 'e Romte 2014

In maart 2014 heeft de provincie Fryslân de Structuurvisie Grutsk op 'e Romte vastgesteld. In Grutsk op 'e Romte worden landschappelijke en cultuurhistorische structuren van provinciaal belang in samenhang geanalyseerd, gewaardeerd en van een richtinggevend advies voorzien. De provincie is ingedeeld in 11 deelgebieden. De projectlocatie ligt in deelgebied Kleigebied Westergo. Dit deelgebied kenmerkt zich door: 1. Het stelsel van smalle kwelderwallen met terpen, terpdorpen en terpsteden, die met hun vaak lineaire structuren de kwelder- en oeverwallen volgen. Tussen de kwelderwallen de kweldervlaktes. De dorpen op de kwelderwallen liggen als groene punten op de wal; de kerktorens zijn belangrijke oriëntatiepunten in het dorpssilhouet. De dorpen zijn verbonden door één hoofdweg. Een belangrijke eigenschap van de kwelderwal is het aanwezige microreliëf, zowel natuurlijk als kunstmatig (akkers en terpen). 2. Het uitgestrekte, open kleiterpengebied met een hoge dichtheid aan terpen en terpdorpen en -veelal verhoogde boerderijerven. Veel geconcentreerde blokvormige, radiale en lineaire dorpen en steden, met lineaire bebouwingsstructuren, die vanaf de terpen, dijken, wegen en water volgen. 3.

De brede kwelderoeverwallen, die de voormalige Middelzee en de voormalige Marneslenk begrenzen, met hierop verdichtingen in de vorm van terpen en terpdorpen met kerken, boerderijerven en stateterreinen in hun groene context, in contrast met de veelal lege zeepolders (afgesloten slenken). De relatief

11/19

4.

5.

6.

7.

jonge kwelderwal aan de kust van het IJsselmeer met hierop jongere nederzettingen, zoals Workum en Makkum, waarvan de snelle overgangen tussen zeeklei en veen karakteristiek zijn. De overgangszone van het klei- naar het veengebied als onderdeel van de strook die diagonaal over Fryslân heen loopt. In Westergo kenmerkt deze zone zich door de aanwezigheid van (onzichtbare) (veen)terpen en ontginningssporen, hemdijken, droogmakerijen en het begin van de opstrekkende verkaveling van het veen. De invloed van de dynamiek van de zee, zichtbaar in de aanwezigheid van terpen, kwelder-, oever- en omslagwallen, ligging van de dorpen, de waterlopen en de verkavelingsrichting. De relatie tussen de vorm van de nederzettingen, het type landschap, het grondgebruik en de infrastructuur (wegen en waterwegen). Fijnmazige en onregelmatige dorpstructuur. Het systeem van zeedijken en voormalige zeedijken, hemdijken en polderdijken, waarbij de hemdijken onder Bolsward en Sneek, de Penjumer Gouden Halsbân en de Slachtedijk specifiek worden benoemd als bijzonderheden in het totale dijkensysteem. Aantal ingepolderde meren: droogmakerijen die als eigenstandige structuren in het landschap liggen.

Het plangebied ligt in een open kweldervlakte. De noord-zuid lopende groene lijn (zichtbaar op de detailkaart is een zeedijk.

Qua landschapstype valt de projectlocatie in het Kleiterpenlandschap. Hieronder zijn de kenmerken en kernkwaliteiten van dit landschapstype weergegeven. Kie vormt een hogergelegen, oude boerderijplaats.

Figuur 9 deelgebied Kleigebied Westergo. Uit: Grutsk op ‘e Romte

Figuur 10 detail deelgebied Kleigebied Westergo

12/19

Figuur 11 Kernkwaliteiten Kleiterpenlandschap Uit: Grutsk op ‘e Romte

3.2

Gemeentelijk beleid

3.2.1

Bestemmingsplan Franeker Zuid (2018)

Het plangebied valt onder het bestemmingsplan Franeker Zuid (gemeente Waadhoeke, 2018). Voor een klein deel aan de westzijde van het plangebied geldt echter het bestemmingsplan Buitengebied 2013 (2015).

Figuur 13 Detail Verbeelding bestemmingsplan

Toelichting De stad Franeker, ooit gelegen tussen de voormalige Middelzee en Zuiderzee, heeft zich ontwikkeld op en rond één van de vele terpen in het gebied van Westergo. Na de Tweede Wereldoorlog werden de wijken groter van omvang als gevolg van de toenemende woningbehoefte. De groei van Franeker na de Tweede Wereldoorlog was relatief omvangrijk en vond in de vorige eeuw voornamelijk plaats ten noorden van de oude weg van Harlingen naar Leeuwarden. In deze eeuw richt de uitbreiding van de stad zich voornamelijk op de zuidelijke helft van de stad. Door de aanleg van de Figuur 12 ligging van het plangebied (uit bestemmingsplan Franeker Zuid)

13/19

nieuwe rondweg heeft dit gebied een goede bereikbaarheid gekregen en maakte het de weg vrij voor de ontwikkeling van het bedrijventerrein Kie en de Alvestêdewyk. Groen Tussen de zuidelijke rondweg en het Van Harinxmakanaal bevinden zich enkele grote agrarische percelen en groenpercelen, waarvan ten zuidenoosten van de brug bij Kie een recreatieplas is beoogd. De agrarisch percelen ten zuidwesten van bedrijventerrein Kie zijn beoogd voor de toekomstige uitbreiding van het bedrijventerrein en worden tot die tijd gebruikt als zonnepark. Verder zijn er in het plangebied ook verscheidene andere groenstroken en - percelen aanwezig die van belang zijn voor de stedenbouwkundige structuur en de leefbaarheid. Water Het belangrijkste water in het plangebied wordt gevormd door het Van Harinxmakanaal. Het Van Harinxmakanaal kenmerkt zich door de grote maat en schaal van het water, waarbij het beeld voor een belangrijk deel wordt bepaald door het water, de bruggen, pakhuizen en kades. 3.2.2

Structuurvisie Stad Franeker 2015 – 2025 (2015)

De structuurvisie bevat de hoofdlijnen voor de voorgenomen ontwikkeling van de stad Franeker en de hoofdzaken van het door de gemeente te voeren ruimtelijk beleid.

14/19

3.2.3

Bestemmingsplan Buitengebied 2013, Toelichting, paragraaf 2.3 Landschap

Landschappelijke eenheden Op grond van karakteristieke combinaties van zichtbare kenmerken kunnen verschillende landschappelijke eenheden worden onderscheiden. Deze worden onderscheiden op basis van de maat, de begrenzing van de ruimte, de verkaveling, het reliëf, het patroon van de wegen en de waterlopen, het beplantingspatroon en de aard en groepering van de bebouwing. Er kunnen in het buitengebied van Waadhoeke drie landschappelijke eenheden worden onderscheiden, te weten:

15/19

•

het noordelijk terpenlandschap (kwelderwallen en de erosievlakten);

•

het zuidelijk terpengebied (zware klei); (plangebied)

•

de aandijkingen (gebied langs de kust waar door middel van de aanleg van dijken extra land werd gewonnen).

4. LANDSCHAPPELIJKE KERNKWALITEITEN EN UITGANGSPUNTEN 4.1

Kenmerken en kernkwaliteiten van het landschap •

Grootschalig, open landschap;

•

De ligging op de kweldervlakte;

•

Verkavelingsstructuur oostwest gericht;

•

Onregelmatig slotenpatroon;

•

Nat gebied met veel sloten;

•

Zware klei;

•

Ten noorden en zuiden langgerekte kwelderwallen;

•

De ligging aan het Van Harinxmakanaal;

•

Het gehucht Kie aan de westzijde;

•

Ook donkerte is een kernkwaliteit (zie verlichting);

•

Bedrijventerreinen aan noord- en oostzijde;

•

De hoogspanningsverbinding (noordwest – zuidoost);

•

Twee oostwest lopende gasleidingen;

•

De archeologisch waardevolle terp aan noordoost zijde.

16/19

4.2 Uitgangspunten voor de landschappelijke inpassing Algemeen • De nieuwe ontwikkeling dient te passen binnen het kleilandschap; • Behoud en versterking van de bestaande landschapsstructuren; • Behoud en versterking van de bestaande landschapselementen (als het Van Harinxmakanaal, hogergelegen archeologisch monument, slotenpatroon); • Toepassing van inheemse beplanting, passend in het kleilandschap; • Benadrukken lage ligging en nat karakter (waterrijk); • Aandacht voor relatie stad- land; geleidelijke overgang bedrijventerrein- buitengebied; • Landschappelijke inpassing aan zijden buitengebied (west- en zuidzijde) d.m.v. groenblauwe overgang water en bossages; • Waterberging aan de rand van het bedrijventerrein en in strook met hoogspanningslijnen; • (Boom/ laan)structuur aansluitend aan ( boom/laan) structuur in Kie fase 1; • In verband met behoud van donkerte geen lichtuitstraling naar het landschap; • Daar waar verlichting noodzakelijk is dimbare LED verlichting toepassen.

De randen van het terrein • Aan noordzijde: overgang van Harinxmakanaal zorgvuldig vormgeven; • Aan westzijde: overgang naar open landschap zorgvuldig vormgeven; • Aan westzijde: voldoende afstand tot het gehucht Kie. Deze als eiland in open landschap behouden; • Zuidzijde: overgang naar zonnepark De Kie zorgvuldig vormgeven;

• • •

Oostzijde overgang naar bedrijventerrein Kie fase 1 zorgvuldig vormgeven; Oostzijde: de terp behouden en benadrukken door openheid en sloten rondom; Achterzijden van bedrijven naar landschap gericht; voorkomen van verrommeling.

Open ruimten/ groen op het bedrijventerrein • Twee brede, oostwest lopende stroken (deels met kabels en leidingen); 1. De strook in het midden van het plangebied huisvest de hoogspanningsleiding. Hierdoor is hier ruimte voor water; 2. De meest zuidelijke strook (gasleiding) ten noorden van het gehucht Kie. Door de aanwezigheid van de kabels en leidingen is hier geen ruimte voor opgaande beplanting (bomen). Aanplant van struweel is eventueel wel mogelijk. • Aan de noordzijde van het industrieterrein is ook een gasleiding aanwezig. Deze doorkruist het archeologisch monument en komt uit bij het Van Harinxmakanaal. Hier is de zuidelijke berm van de weg wat breder dan in de rest van het gebied. • Daar waar de gasleidingen lopen, kan geen watergang lopen. Als de leidingen ver genoeg van elkaar af liggen, is een smalle watergang wel mogelijk. • Daar waar nutsvoorzieningen lopen, kunnen geen bomen geplaatst worden. • De wegenstructuur; de wegen hebben allen groene bermen (3 meter breed). Om deze groen te houden geen brede inritten en mag er niet geparkeerd worden in de berm ; • Een noord-zuid lopende strook die de twee oostwest lopende, brede verbindingen aan elkaar koppelt (water); • De te dempen sloten t.b.v.

het bedrijventerrein dienen 100% gecompenseerd te worden > bestaande sloten aan de randen verbreden; • Bieden nestgelegenheid voor insecten door bijvoorbeeld bijenhotels te plaatsen.

17/19

Eigen terrein bedrijven • Voorzijde: groene inheemse hagen (van veldesdoorn/ meidoorn en/of sleedoorn); • Parkeren op eigen terrein; • Maximaal één inrit per bedrijf, ook bij bedrijfsverzamelgebouwen; • Inritten zo smal mogelijk, zodat de bermen zo groen mogelijk blijven; • Hekwerk; industrieel, laag, transparant; • Zo min mogelijk buitenopslag; • Geen buitenopslag aan landschaps- en straatzijde; • Duurzaamheid: mogelijkheden voor groene daken en/of zonnepanelen op dak stimuleren. Groene daken vertragen de afvoer van het water naar de vaarten of het riool. Gebruik van het regenwater voor spoeling toilet is wenselijk. • Het bedrijfsterrein wordt ontwikkeld met alleen een elektriciteitsinfrastructuur. Omdat het bedrijventerrein energieneutraal moet worden, zullen de gebouwen in hun eigen energiebehoefte moeten voorzien; • Halfverharding toepassen op het terrein, om het hemelwater zolang mogelijk vast te houden, geen gesloten asfalt of betonvloeren. • Bieden nestgelegenheid voor insecten en vogels, bijvoorbeeld in/ op gevel of dak. • Net zoals de openbare verlichting wordt ook voor de verlichting op de kavels dimbare LED verlichting voorgesteld, die reageert op het gebruik van de bedrijfskavels. Door bij de ontwikkeling van bouwplannen een verlichtingsplan te laten indienen, worden bedrijven gestimuleerd hier over na te denken.

5. LANDSCHAPPELIJK INPASSINGSPLAN

18/19

TOELICHTING OP DE LANDSCHAPPELIJKE INPASSING • • • •

• •

• •

•

• • •

19/19

Behoud en versterking bestaande landschapsstructuren en – elementen; oostwest richting versterken middels watergangen en groen; Openhouden zicht op landschap vanaf de drie brede groenstroken; Langs de randen van het bedrijventerrein en in de strook van de hoogspanningsleiding vindt waterberging plaats in brede watergangen; De strook onder de hoogspanningsleidingen wordt ingezet voor natuurontwikkeling; de watergang in de strook meandert. Het heeft aan de noordzijde een flauw talud en op sommige plekken een plasdras-oever. Hier zullen zich rietkragen ontwikkelen. Het overig groen bestaat uit bloemrijk grasland; In de stroken van de gasleidingen is, indien haalbaar, ook een (zo breed mogelijke) sloot aanwezig. Ook hier bloemrijk grasland; Langs de oostwest lopende wegen op het bedrijventerrein komt een enkele bomenrij (onderlinge afstand ca. 12 meter) . Een dubbele rij is niet mogelijk vanwege kabels en leidingen; Bij meest noordelijke weg is alleen ruimte voor pluksgewijs bomen op 12 m; Langs de noord-zuid lopende wegen op het bedrijventerrein komt een enkele bomenrij. Om onderscheid te maken met de dominante oostwest structuren, worden hier de bomen verder uit elkaar gezet (ca. 15 meter); De west- en zuidranden van Kie fase 2 worden voorzien van opgaande beplanting; Hier worden bossages voorgesteld.

Hier kunnen verspreid bomen worden toegevoegd; De terp in de noordoost hoek vrijhouden van opgaande beplanting en bebouwing; Ringsloot rondom de terp behouden. Verbreden is niet mogelijk vanwege ruimtegebrek; Water met rietkragen/ plasdras oevers;

• • •

•

In de groenstroken op het bedrijventerrein, langs west- en zuidrand van het terrein en over de terp worden graspaden uitgemaaid (strook gras vaker maaien) en kunnen struinpaden ontstaan. Bieden nestgelegenheid voor insecten en vogels, bijvoorbeeld in de groenstroken, in/ op gevel of dak; Net zoals de openbare verlichting wordt ook voor de verlichting op de kavels dimbare LED verlichting voorgesteld, die reageert op het gebruik van de bedrijfskavels. Bij de ontwikkeling van de bouwplannen een verlichtingsplan laten indienen; Een informatiebord bij de terp plaatsen.

Beplantingskeuze: Boomsoorten die passen bij de kweldervlakte zoals o fladderiep (Ulmus laevis) of o veldesdoorn (Acer Campestre). In bosplantsoen/ bosstroken soorten als o veldesdoorn (Acer campestre) (boomvormer), o els (Alnus glutinosa) (boomvormer), o sleedoorn (Prunus spinosa), o meidoorn (Crataegus monogyna), o kardinaalsmuts (Euonymus europaeus), o rode kornoelje (Cornus sanguinea), o hazelaar (Corylus avellana), o hondsroos (Rosa canina) (in de randen) en o gelderse roos (Viburnum opulus) (in de randen).

Bijlage 2

65/461

Welstandsnota, onderdeel Bedrijvenpark

1 3 . BEDRIJ VENPARK Gebiedsbeschrij vin g

Beleid, w aar debep aling en o nt w ik k eling

De meest recente bedrijventerreinen in de gemeente zijn qua stedenbouwkundige opzet anders dan de oudere terreinen. Dit komt ondermeer tot uitdrukking in de oriëntatie van bedrijfsgebouwen op de openbare weg. Op strategische (zicht)locaties wordt gestreefd naar accenten in architectuur. Dit geldt voor het bedrijventerrein West, voor Het Want en Kie te Franeker als ook voor een aantal gebieden in de dorpen.

Het beleid in dit gebied is erop gericht het bestaande bebouwingsbeeld en de ruimtelijke kwaliteit te handhaven en waar mogelijk te versterken. Voor dit g ebied wordt extra aandacht voor de ruimtelijke kwaliteit wenselijk geacht.

De bebouwing staat grotendeels in een duidelijke rooilijn. De naar de weg g ekeerde gevels kennen over het algemeen een duidelijke geleding door middel van gevelopeningen en/of (kleur/materiaal) accenten in de gevel.

60

W elst andsambit ieniv ea u Voor dit gebied is een bijzonder ambitieniveau van kracht. De nadruk ligt hierbij op het respecteren van de bestaande basiskwaliteit met extra aandacht voor zichtlocaties.

GEMEENTE: WAADHOEKE – 13. BEDRIJVENPARK Foto’s

Gebiedskenmerken en criteria

Algemene gebiedsintentie:

Plaatsing

Hh

Re

Iv

Hh

Re

Iv

Representatieve bedrijfsfuncties langs de belangrijkste ontsluitingswegen en op zichtlocaties. Bijzondere functies nemen een opvallende en dominante plaats in . Streven naar opslag van goederen en materieel aan de achterzijde of inpandig. Bedrijfswoningen liggen, indien op locatie mogelijk, voor de bedrijfsgebouwen aan de straatzijde, bedrijfsgebouwen op achtererf. Hoofdvorm Geleding van de gevel aan de Bij grote bouwvolumes zorgen voor geleding van de massaopbouw; bijzondere functies kunnen hiervan afwijken. Enkelvoudige tot samengestelde bouwmassa’s voor representatieve bedrijfsruimten , met aandacht voor een thematische vormbehandeling straatzijde. en een massaopbouw met verbijzondering van de bouwmassa gericht op d e hoofdweg. Bedrijfsloodsen relatief eenvoudig. De gebouwen zijn kantig opgezet.

Eenvoudige bedrijfsloods.

Aanzichten Er is sprake van duidelijke gerichtheid op de publieke ruimte, met een duidelijke representativiteit op zichtlocaties (met name aan de invalswegen). Duidelijke geleding naar de straatzijde (bijvoorbeeld d.m.v. gevelopeningen en/of materiaaltoepassingen).

Opmaak M oderne materialen zijn mogelijk, maar wel in onderlinge samenhang. Streven naar zorgvuldig materiaalgebruik in aansluiting op de omgeving. M oderne kleurstellingen zijn mogelijk; streven om opvallend kleurgebruik te voorkomen . Detaillering: eenvoudig en bij de representatieve onderdelen eenvoudig tot sterk. M oderne kleuren. Voor reclame-uitingen zie hoofdstuk 5. Beleidsintentie: Hh handhaven/herstel en restauratie. Re respecteren en interpreteren. Iv incidente el veranderbaar.

61

68/461

Bijlage 3

69/461

Stikstofonderzoek

- MEMO Memo

DATUM KENMERK VAN AAN CC

14 februari 2023 20211320 Youri Meerstra ---

PROJECT OPDRACHTGEVER AANWEZIG AFWEZIG BIJLAGE(N)

Franeker – Bedrijventerrein Kie fase 2 Gemeente Waadhoeke ---

STIKSTOFEMISSIE EN DEPOSITIE INLEIDING In opdracht van gemeente Waadhoeke is een stikstofdepositieberekening uitgevoerd voor de exploitatiefase van bedrijventerrein Kie 2 in Franeker. Het bedrijventerrein wordt gerealiseerd ter plaatse agrarisch grasland nabij het Van Harinxmakanaal en ten westen van bedrijventerrein Kie fase 1, zie figuur 1. Op het bedrijventerrein worden bedrijven mogelijk gemaakt tot milieucategorie 4.2. Naast 11 hectare aan bedrijfskavels worden er groenvoorzieningen en ontsluitingswegen aangelegd. Het bedrijventerrein wordt ontsloten de ontsluitingsstructuur van Kie fase 1. Deze wegen staan in verbinding met de Burgermeester J. Dijkstraweg (N384). In deze berekening is rekening gehouden met de kavelemissie en de toekomstige verkeersbewegingen als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling.

Figuur 1: Plangebied bedrijventerrein Kie 2

WETTELIJK KADER Algemeen Naar aanleiding van de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State van 29 mei 2019 met betrekking tot het Programma Aanpak Stikstof wordt bij vrijwel ieder plan stilgestaan bij de mogelijke stikstofemissie en het effect daarvan op Natura 2000-gebieden. De vervallen Wet stikstofreductie en natuurverbetering (Wsn) Op 2 november 2022 heeft de Raad van State een uitspraak gedaan over de bouwvrijstelling in relatie met stikstofdepositie die per 1 juli 2022 via de Wet stikstofreductie en natuurverbetering (Wsn) en het Besluit stikstofreductie en natuurverbetering (Bsn) in werking is getreden. De Wsn en de Bsn regelden een vrijstelling voor de vergunningsplicht van artikel 2.7 lid 2 Wnb voor de aanlegfase van bouwwerkzaamheden. Met de uitspraak van 2 november 2022 komt deze bouwvrijstelling (zgn. aanlegfase) te vervallen. Voor ruimtelijke plannen en projecten dient daarom de aanleg- en exploitatiefase meegenomen te worden om te bepalen of er een stikstofdepositie is. In het voorliggende onderzoek zijn de aanleg- en exploitatiefase meegenomen in de berekening.

AERIUS CALCULATOR EN UITGANGSPUNTEN AERIUS Calculator, release 26 januari 2023 Met behulp van de nieuwe release van het rekenprogramma AERIUS-calculator (release 26 januari 2023) is gekeken naar de depositie op de meest nabijgelegen Natura 2000-gebieden (automatische berekening). Vanuit de AERIUS-calculator is vervolgens een PDF-uitvoer met resultaten gegenereerd. In afbeelding 1 is het plangebied met de daaromheen liggende Natura 2000-gebieden weergegeven. Het plangebied ligt op minder dan 25 kilometer afstand van Natura 2000-gebieden de Waddenzee en de Groote Wielen.

Figuur 2: Plangebied met de daaromheen liggende Natura 2000-gebieden

2/7

Algemene uitgangspunten Voor de stikstofemissie vanwege bedrijventerreinen worden ten behoeve van bestemmingsplannen algemene kentallen gehanteerd per milieucategorie. In onderstaande tabel 1 is een overzicht geven van de verschillende milieucategorieën en de bijhorende kentallen. De vraag is nu welke kavelemissie voor stikstof kan worden gehanteerd om het effect van de exploitatie van het bestemmingsplan door te rekenen. Zoals valt af te lezen in tabel 1 zit er een zekere spreiding in de elders gehanteerde kentallen. Vanwege de energietransitie en op basis van ervaringsgegevens elders kan worden gesteld dat deze kentallen aan de ruime kant zijn. De kentallen uit tabel 1 zijn nog gebaseerd op een periode dat verwarming van bedrijfsgebouwen en warmte ten behoeve van bedrijfsprocessen voornamelijk werd opgewekt uit de verbranding van aardgas. Het is Rijksbeleid is om gasloos te bouwen en zoveel mogelijk gasloos te produceren. Op het bedrijventerrein Kie 2 is het mogelijk om kavels aan te sluiten op het gas. Echter bestaat er het voornemen om de gebouwen zoveel mogelijk gasloos op te leveren. Om deze reden is gekozen voor kentallen die aansluiten bij de laagste waarden uit tabel 1.

Tabel 1: algemeen gehanteerde emissiekentallen bedrijventerreinen Milieucategorie NOx-emissie (kg/ha/jaar) NH3-emissiekental (kg/ha/jaar) bron: Arcadis, emissiekentallen bedrijventerrein, 4 december 2012, B02045.000035.0100 cat. 1 t/m 3 200 10 cat. 4 750 55 cat. 5a (terrein zonder grote energiecentrale) 2.300 90 cat. 5b (terrein inclusief grote energiecentrale) 3.300 90 cat. 5c (terrein met alleen grote energiecentrales) 22.000 40 bedrijventerrein Medel cat. 3 130 -cat. 4/5 810 -MER Dordtse Kil IV, deelrapportage luchtkwaliteit van 10 juli 2015 cat. 3 175 -cat. 4 850 -Arcadis 2004 en 2007 (XL Park Twente) en herhaald gebruikt door Oranjewoud (2010), Kema (2012 t.b.v. Moerdijk) cat. 1 t/m 3 210 40 cat. 4 635 205 cat. 5a (terrein zonder grote energiecentrale) 1.730 380

Exploitatiefase Tijdens de exploitatiefase vindt emissie plaats van stikstof in de vorm van stikstofoxide (NOx). Stikstofoxide (NOx) komt vrij bij verbrandingsprocessen. Dit kan zijn bij verbrandingsmotoren (verkeer, dieselmaterieel), het eventuele gasverbruik (verwarming, stoomketels) of specifieke processen. Stikstof in de vorm van ammoniak (NH3) komt normaliter niet vrij in de exploitatiefase, behalve bij specifieke bedrijfsprocessen zoals bijvoorbeeld mestverwerking. Dergelijke bedrijven komen niet voor op de bedrijventerreinen die in voorliggend onderzoek worden onderzocht op de stikstofdepositie (en worden ook niet verwacht zich daar te vestigen). Echter komen er wel kleine hoeveelheden ammoniak vrij bij verkeersbewegingen (emissiegegevens AERIUS). Zoals reeds benoemd bevindt het bedrijventerrein Kie fase 2, zich ten westen van Kie fase 1 en de Burgermeester J. Dijkstraweg (N384). De totale hoeveelheid aan uitgeefbare bedrijfskavels bedraagt 111.000 m² (11 hectare). Op bedrijventerrein Kie fase 2 zijn bedrijven t/m milieucategorie 4.2 toegestaan. Voor bedrijven tot milieucategorie 4.2 geldt een kavelemissie van 635 kg/ha/jaar. De totale kavelemissie op het bedrijventerrein bedraagt hierdoor 6.985 kg NO x. De maximale bouwhoogte op het bedrijventerrein bedraagt 10 meter. De kavelemissie is in de AERIUS-calculator ingevoerd als (1) geforceerd, (2)

3/7

emissiehoogte: 11 meter (uitgaande van een schoorsteenhoogte van 1 meter), (3) diameter schoorsteen: 0,3 meter, (4) temperatuur emissie: 80 °C. Voor een bedrijventerrein met een gevarieerd aanbod aan bedrijven uit milieucategorie 1 t/m 4.2 geldt per netto hectare aan bedrijventerrein een gemiddelde verkeersgeneratie van 158 (lichte motorvoertuigen per etmaal). Dit leidt voor het gehele plangebied tot een verkeersgeneratie van 1.738 per etmaal (lichte motorvoertuigen). Dit is berekend op basis van de CROW-kentallen (publicatie 381). Verder zijn er vervoersbewegingen van middelzwaar en zwaar wegverkeer van 30 mvt/etmaal per netto hectare bedrijventerrein (CROW publicatie 381)). Het totale aantal vervoersbewegingen van middelzwaar en zwaar wegverkeer bedraagt 330 mvt/etmaal. Voor wat betreft de rijroutes is het heersende verkeersbeeld van belang. Het wegverkeer gaat op in het heersende verkeersbeeld als het wegverkeer qua rij- en stopgedrag niet meer te onderscheiden is van het overige wegverkeer. Wat betreft de lengte van de rijroute is uitgegaan van meerdere rijroutes en rijrichtingen verdeeld over wegvakken. De rijroutes met de verkeersverdelingen over de wegvakken zijn afgebeeld in figuur 3 en 4. Het aantal verkeersbewegingen per wegvak is weergegeven in tabel 2. Vanaf bedrijventerrein Kie 2 stroomt het wegverkeer via De Vang en De Wielen naar de Burgermeester J.

Dijkstraweg (N384). Op de rotonde Burgermeester J.Dijkstraweg – De Wielen splitst het wegverkeer zich op in twee rijrichtingen. Circa 50% van het wegverkeer stroomt in zuidelijke rijrichting van de Burgermeester J. Dijkstraweg. Ter plaatse van de rotonde Burgermeester J. Dijkstraweg – Tzummerweg gaat het wegverkeer op in het heersende verkeersbeeld. De andere 50% van het totale wegverkeer stroomt in noordelijke rijrichting naar de rotonde met de Harlingerweg. Hier splitst 10% van het totale wegverkeer zich af in de richting van Harlingen en 5% in de richting van Franeker centrum. De overige 35% van het totale wegverkeer vervolgt zijn route over de Burgermeester J. Dijkstraweg naar de rotonde met de Thomas de Grootstraat en de Burgermeester Juckemastraat. Hier splitst in totaal 5% van het totale wegverkeer zich af op beide zijwegen. Het wegverkeer op de Burgermeester Dijkstraweg vervolgt zijn route tot de rotonde met de Hertog van Saxenlaan. Op deze rotonde splitst 25% van het totale wegverkeer zich af op de Hertog van Saxenlaan en 5% op de Burgermeester Dijkstraweg (ring Oost). Hierna gaat het wegverkeer op in het heersende verkeersbeeld. Het wegverkeer vormt slechts een marginaal aandeel van het overige wegverkeer, en is ook qua rij- en stopgedrag niet meer te onderscheiden van het overige wegverkeer.

4/7

Tabel 2: Verkeersbewegingen per wegvak

Wegvak

Lichte verkeersbewegingen (mvt/etmaal)

Middelzware & zware verkeersbewegingen (mvt/etmaal)

1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11

100% ( 1.738 mvt/etmaal) 50% (869 mvt/etmaal) 50% (869 mvt/etmaal) 5% (86,9 mvt/etmaal) 10% (173,8 mvt/etmaal) 35% (608,3 mvt/etmaal) 2,5% (43,45 mvt/etmaal) 2,5% (43,45 mvt/etmaal) 30% (521,4 mvt/etmaal) 5% (86,9 mvt/etmaal) 25% (434,5 mvt/etmaal)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=waadhoeke&id=fd932606-6db5-44f7-a4c4-e4994e8626c9