Bijlage 2: Bestemmingsplan Franeker - bedrijventerrein Kie fase 2
Tekst van het document
bestemmingsplan
Franeker Bedrijventerrein Kie - fase 2 Waadhoeke
DATUM IMRO IDN
23-01-2024 NL.IMRO.1949.BPFraBedrKiefase2-VAS1
PROJECT PROJECTLEIDER
Thomas de Jong
OPDRACHTGEVER PROJECTNUMMER
20211320
AUTEUR STATUS
Stephan Latuputty vastgesteld
Inhoudsopgave
Toelichting
6
Hoofdstuk 1
Inleiding
7
1.1
Aanleiding
7
1.2
Ligging plangebied
7
1.3
Planologische regeling
8
1.4
Leeswijzer
10
Hoofdstuk 2
Planbeschrijving
11
2.1
Huidige situatie
11
2.2
Voorgenomen situatie
11
2.3
Verkeer en parkeren
13
Hoofdstuk 3
Beleidskader
14
3.1
Rijksbeleid
14
3.2
Provinciaal beleid
15
3.3
Regionaal beleid
18
3.4
Gemeentelijk beleid
20
Milieu- en omgevingsaspecten
24
4.1
Bedrijven en milieuzonering
24
4.2
Ecologie
24
4.3
Bodem
26
4.4
Geluid
26
4.5
Water
27
4.6
Luchtkwaliteit
30
4.7
Archeologie
31
4.8
Cultuurhistorie
32
4.9
Externe veiligheid
32
4.10
Kabels, leidingen en zones
34
4.11
Vormvrije m.e.r.-beoordeling
36
4.12
Duurzaamheid
36
Hoofdstuk 5
Juridische toelichting
37
5.1
Het juridisch systeem
37
5.2
Toelichting op de bestemmingen en aanduidingen
38
Hoofdstuk 4
3/461
Hoofdstuk 6
Uitvoerbaarheid
41
6.1
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
41
6.2
Economische uitvoerbaarheid
41
Bijlagen toelichting
43
Bijlage 1
Landschappelijk inpassingsplan
45
Bijlage 2
Welstandsnota, onderdeel Bedrijvenpark
65
Bijlage 3
Stikstofonderzoek
69
Bijlage 4
Quickscan flora en fauna
93
Bijlage 5
Verkennend (water)bodemonderzoek
121
Bijlage 6
Watertoets
307
Bijlage 7
Watercompensatie
319
Bijlage 8
EMC-studie
323
Bijlage 9
Advies externe veiligheid
349
Bijlage 10
Reactienota overleg
363
Bijlage 11
Overzicht doorwerking doelstellingen duurzaamheidsbeleid
387
Bijlage 12
Reactienota zienswijzen
393
Regels Hoofdstuk 1
416 Inleidende regels
417
Artikel 1
Begrippen
417
Artikel 2
Wijze van meten
426
Bestemmingsregels
427
Artikel 3
Bedrijventerrein
427
Artikel 4
Groen
430
Artikel 5
Verkeer
431
Artikel 6
Leiding - Gas
432
Artikel 7
Leiding - Hoogspanningsverbinding
434
Artikel 8
Waarde - Archeologie
435
Hoofdstuk 3
Algemene regels
437
Artikel 9
Anti-dubbeltelregel
437
Hoofdstuk 2
4/461
Artikel 10
Algemene bouwregels
438
Artikel 11
Algemene aanduidingsregels
439
Artikel 12
Algemene gebruiksregels
440
Artikel 13
Algemene afwijkingsregels
441
Artikel 14
Overige regels
442
Overgangs- en slotregels
443
Artikel 15
Overgangsrecht
443
Artikel 16
Slotregel
444
Hoofdstuk 4
Bijlagen regels Bijlage 1 Verbeelding
5/461
445 Bedrijvenlijst
447 459
Toelichting
6/461
Hoofdstuk 1
1.1
Inleiding
Aanleiding
Aan de zuidwestkant van Franeker ligt het bedrijventerrein Kie fase 1. De gronden van dit terrein worden in rap tempo uitgegeven, terwijl de vraag naar bedrijfskavels nog steeds aanhoudt. De gemeente Waadhoeke heeft daarom het voornemen om het bedrijventerrein uit te breiden met een tweede deel ten westen van het bestaande bedrijventerrein. Deze ontwikkeling is niet bij recht mogelijk op basis van het geldende bestemmingsplan. Ten aanzien van het plangebied is grotendeels een wijzigingsgebied opgenomen in het geldende plan. Omdat de opgestelde verkaveling echter ook betrekking heeft op gronden buiten dit wijzigingsgebied, is een bestemmingsplan noodzakelijk om de voorgenomen ontwikkeling mogelijk te maken. Dit voorliggende bestemmingsplan voorziet hierin.
1.2
Ligging plangebied
Het plangebied omvat gronden ten westen van het bestaande bedrijventerrein Kie fase 1. Het gebied ligt ten zuiden van het Van Harinxmakanaal. De ligging van het plangebied is weergegeven in figuur 1.1.
Figuur 1.1
7/461
Ligging plangebied
1.3
Planologische regeling
Het plangebied is momenteel grotendeels geregeld in het bestemmingsplan Franeker Zuid, dat is vastgesteld op 17 mei 2018. Voor een klein deel aan de westzijde van het plangebied geldt echter het bestemmingsplan Buitengebied 2013, dat is vastgesteld op 25 juni 2015. I het onderstaande figuur is de ligging van het plangebied weergegeven in relatie tot de geldende bestemmingsplannen.
Figuur 1.2
Geldende bestemmingsplannen
Franeker Zuid Binnen dit bestemmingsplan zijn de gronden bestemd als 'Agrarisch'. Verder gelden deels de dubbelbestemmingen 'Leiding - Gas', 'Leiding - Hoogspanningsverbinding' en 'Waarde - Archeologie'. Voor een strook aan de noordzijde, langs het Van Harinxmakanaal, geldt de gebiedsaanduiding 'vrijwaringszone - vaarweg'. Verder geldt voor de noordelijke helft van de gronden de gebiedsaanduiding 'geluidzone - industrie'. Tot slot geldt voor alle gronden van het plangebied die binnen dit geldende plan liggen, de gebiedsaanduiding 'wetgevingzone - wijzigingsgebied 1'. De gronden binnen de bestemming 'Agrarisch' zijn bestemd voor het agrarisch grondgebruik, het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de landschappelijke, natuurlijke en cultuurhistorische waarden van het open landschap en het behoud, het herstel en de ontwikkeling van kleine natuur- en landschapselementen. Er mogen uitsluitend gebouwen en overkappingen ten behoeve van de opwekking van zonne-energie worden gebouwd. Binnen de dubbelbestemming 'Leiding - Gas' zijn de gronden mede bestemd voor een (belemmeringen)strook ten behoeve van een hoofdgastransportleiding, alsmede het onderhoud en beheer daarvan. Hier mogen geen gebouwen en overkappingen worden gebouwd.
8/461
Binnen de dubbelbestemming 'Leiding - Hoogspanningsverbinding' zijn de gronden mede bestemd voor een hoogspanningsleiding. Ten behoeve van de dubbelbestemming mogen geen gebouwen en overkappingen worden gebouwd. Binnen de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie' zijn de gronden mede bestemd voor het behoud van de aldaar in of op de grond aanwezige archeologische waarden. Bij ruimtelijke ingrepen met een minimale oppervlakte van 50 m2 is een archeologisch onderzoek noodzakelijk. De voor 'vrijwaringszone - vaarweg' aangeduide gronden zijn mede bestemd voor het beschermen van een veilig en doelmatig functioneren van vaarwegen. In of op deze gronden mogen geen bouwwerken worden gebouwd anders dan bouwwerken ten behoeve van het doelmatig en veilig functioneren van de vaarweg. Er mogen tevens geen gebouwen en overkappingen worden gebouwd. Voor het bouwen van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt dat de bouwhoogte maximaal 2 meter mag bedragen. Ter plaatse van de aanduiding 'geluidzone - industrie' geldt dat ter plaatse van gebouwen op die gronden de geluidbelasting vanwege het industrieterrein niet hoger mag zijn dan de daarvoor geldende voorkeursgrenswaarde of een vastgestelde hogere grenswaarde.
Tot slot is ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'wetgevingszone - wijzigingsgebied 1' een wijzigingsbevoegdheid opgenomen waarmee de bestemming kan worden gewijzigd naar 'Bedrijventerrein'. Omdat echter een deel van de gronden buiten deze gebiedsaanduiding valt, kan geen gebruik worden gemaakt van deze wijzigingsbevoegdheid. De wijzigingsbevoegdheid wordt nader toegelicht onder het gemeentelijk beleid in paragraaf 3.4. Buitengebied 2013 Het deel van het plangebied dat binnen het bestemmingsplan Buitengebied 2013 valt, kent de bestemming 'Agrarisch' en de gebiedsaanduidingen 'geluidzone - industrie' en 'vrijwaringszone - radarverstoringsgebied'. Ter plaatse van de bestemming 'Agrarisch' zijn de gronden bestemd voor het agrarisch grondgebruik. Er mogen uitsluitend gebouwen en overkappingen ten behoeve van agrarische bedrijven worden gebouwd. Ter plaatse van de aanduiding 'geluidzone - industrie' geldt hetzelfde als hierboven uitgelegd bij de gelijknamige aanduiding in het plan Franeker Zuid'. Tot slot zijn de gronden ter plaatse van de aanduiding 'vrijwaringszone radarverstoringsgebied' mede bestemd voor het vrijhouden van een goed radarbeeld van het luchtruim. Ter plaatse geldt op grond hiervan een maximale bouwhoogte.
Partiële herziening geluidzones industrie Franeker Op 26 januari 2023 is een partiële herziening voor industriële geluidzones in Franeker vastgesteld voor de bedrijventerreinen Oost, Vliet en Tuinen, West en Zuid. Het beloop van de geluidzones is in de loop der jaren aangepast. Er is geconstateerd dat de geldende geluidzones voor de bedrijventerreinen Oost en West per abuis
9/461
niet in alle bestemmingsplannen op de juiste manier op de verbeelding is opgenomen. Ook is niet de gehele binnenste begrenzing van de geluidzone van bedrijventerrein West voorzien van de aanduiding 'overige zone gezoneerd industrieterrein'. In deze partiële herziening is dit hersteld. Voor het plangebied geldt daarom dat de geldende geluidzone, onder de gebiedsaanduidng 'geluidzone industrie' is uitgebreid en meer gronden beslaat. De regeling is wel gelijk aan die uit het bestemmingsplan Franeker Zuid. Verder geldt voor twee smalle strookjes in het noorden van het plangebied, lang het Van Harinxmakanaal de gebiedsaanduiding 'overige zone - gezoneerd industrieterrein'. Ter plaatse zijn de gronden aangewezen als gezoneerd industrieterrein.
1.4
Leeswijzer
De toelichting bij het bestemmingsplan is als volgt opgebouwd: hoofdstuk 2 beschrijft de huidige situatie van het plangebied aan de hand van de ruimtelijke en de functionele structuur; hoofdstuk 3 vat de relevante beleidsstukken samen en geeft zo nodig aan welke consequenties dit heeft voor het plangebied; hoofdstuk 4 staat stil bij de relevante milieu- en omgevingsaspecten; hoofdstuk 5 geeft een toelichting op de gehanteerde bestemmingen met de uitgangspunten hiervoor; hoofdstuk 6 bevat tenslotte een beschrijving van de maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid.
10/461
Hoofdstuk 2 2.1
Planbeschrijving
Huidige situatie
Het plangebied ligt ten zuidwesten van de stadskern van Franeker en ten westen van bedrijventerrein Kie fase 1. In de huidige situatie is het plangebied ingericht als agrarische gronden en vrijwel uitsluitend bezaaid met gras. Door het plangebied lopen verschillende watergangen, voornamelijk in oost-west richting. Ook loopt er een hoogspanningsverbinding door het plangebied. Ten noorden van het plangebied loopt het Van Harinxmakanaal met aan de overzijde het (gezoneerde) bedrijventerrein West. Aan de oostzijde sluit het plangebied aan op bedrijventerrein Kie fase 1, waarbij tussenliggend nog sprake is van een oude terp, die in het plangebied is opgenomen. Ten westen van het plangebied is een melkveebedrijf aanwezig en liggen agrarische gronden. Ook zijn hier enkele woonpercelen en bedrijfspercelen aanwezig. Ten zuiden ligt een zonnepark, met daarachter agrarische gronden. In figuur 2.1 is een luchtfoto van de huidige situatie van het plangebied weergegeven.
Figuur 2.1
2.2
Luchtfoto van de huidige situatie
Voorgenomen situatie
In de voorgenomen situatie wordt het plangebied getransformeerd tot bedrijventerrein. Het voornemen is om circa 11 ha aan bedrijfskavels aan te leggen, in combinatie met ontsluitingswegen en diverse groenvoorzieningen. In figuur 2.2 is de voorgenomen indeling van het gebied weergegeven.
11/461
Figuur 2.2
Voorgenomen indeling van het plangebied (overzichtstekening)
Binnen het gebied worden diverse bedrijfskavels aangelegd. Deze worden door de benodigde infrastructuur ontsloten. De wegen in het plangebied sluiten aan op de wegen in het oostelijk gelegen bedrijventerrein Kie fase 1. Binnen het plangebied is veel ruimte opgenomen voor groen en water. Niet alleen worden de bedrijfskavels rondom groen ingekleed, ook wordt er onder de hoogspanningsleiding een groenvoorziening met waterpartij aangelegd. Onder de hoogspanningsleiding en ter plaatse van de gasleidingen dienen de gronden vrij te blijven van bebouwing, daar wordt op deze wijze op ingespeeld. Verder is de oude terp als groenvoorziening meegenomen in het bestemmingsplan. Deze gronden worden niet bebouwd omwille van de archeologische en cultuurhistorische waarden ter plaatse. En tot slot is aan de zuidwestzijde een calamiteitenroute voorzien, zodat het plangebied via twee wegen ontsloten wordt. Ruimtelijke inpassing Functioneel Het bedrijventerrein dat met dit bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt sluit aan op de functionele mogelijkheden van het bedrijventerrein Kie fase 1. Door middel van het opnemen van een wijzigingsbevoegdheid voor deze gronden is hier al op voorgesorteerd. Tevens is de uitbreiding ook opgenomen in de Structuurvisie Stad Franeker.
De bedrijfsfunctie sluit goed aan op de omgeving, doordat naast dat Kie fase 1 ten oosten van het plangebied ligt, er ten noorden van het Van Harinxmakanaal eveneens bedrijven gevestigd
12/461
zijn. Landschappelijk Ten behoeve van dit bestemmingsplan is een landschappelijke inpassing opgesteld. Deze is opgenomen als bijlage 1. Het plangebied grenst aan de zuid- en westzijde aan het buitengebied waardoor een goede landschappelijke inpassing vereist is. Door de landschappelijke inpassing uit te voeren zoals opgenomen in de bijlage, zal hierin worden voorzien.
2.3
Verkeer en parkeren
Ontsluiting Voor de ontsluiting van het plangebied wordt De Vang vanuit het bestaande deel van bedrijventerrein Kie in westelijke richting doorgetrokken. Aansluitend hierop worden meerdere nieuwe straten aangesloten die de bedrijfspercelen in de voorgenomen situatie ontsluiten. De Vang wordt de hoofdontsluitingsweg voor het plangebied voor auto- en fietsverkeer. Vanuit De Vang kan het verkeer via het bestaande deel van bedrijventerrein Kie gebruik maken van het bestaande wegennet dat via de rotonde aansluit op de N384. Bedrijventerrein Kie 2 is hiermee goed en snel bereikbaar voor (vracht)autoverkeer. Tevens is er een bushalte op bedrijventerrein Kie 1 aan De Roede. Aan de zuidwestzijde van het plangebied wordt een calamiteitenroute aangelegd die Kie 2 verbindt met de weg Kie. Op deze manier is Kie 2 vanuit twee zijden bereikbaar voor nooddiensten. De calamiteitenroute ligt voor een deel buiten het plangebied van dit bestemmingsplan, binnen het plangebied van het bestemmingsplan Buitengebied 2013. Daar past de route binnen de regeling van de agrarische bestemming. De calamiteitenroute wordt niet ingericht als (tweede) ontsluitingsroute voor auto- of fietsverkeer.
Verkeersgeneratie en verkeersafwikkeling Wat betreft de verkeersaantrekkende werking van het bedrijventerrein, geldt op basis van de verkeerkencijfers van het CROW (publicatie 381) voor een bedrijventerrein met een gevarieerd aanbod aan bedrijven uit milieucategorieën 1 tot en met 4 (gemengd terrein) per netto hectare een gemiddelde verkeersgeneratie op een weekdag van 158 motorvoertuigen per etmaal per hectare op basis van een gemiddelde werkdag per netto hectare bedrijventerrein. Dit leidt voor het plangebied tot een verkeersgeneratie voor het gehele plangebied van 1.738 motorvoertuigen per etmaal (op basis van 11 ha). De berekende verkeersgeneratie zal zich verdelen over twee ontsluitende routes op het bedrijventerrein, die uiteindelijk uitkomen op de oostelijke aansluiting van de rotonde met de N384. Naar verwachting zal het verkeer van de ontwikkeling zich evenredig verdelen over de twee ontsluitende routes. De capaciteit van de ontsluitende wegen van en naar de beoogde planontwikkeling tot aan de rotonde als de capaciteit van de rotonde zelf, is gezien het gebruik van deze wegen voldoende robuust om de verkeersgeneratie van het plan te kunnen verwerken, zonder dat dit leidt tot afwikkelings-, bereikbaarheids-, of verkeersveiligheidsknelpunten.
Parkeren Wat betreft het parkeren geldt tenslotte dat in het plangebied ruim voldoende mogelijkheden zijn om de parkeervraag op basis van de geldende parkeernormen te faciliteren. Het uitgangspunt hierbij is dat er op eigen terrein wordt geparkeerd. Het bestemmingsplan bevat hiervoor een regeling.
13/461
Hoofdstuk 3 3.1
Beleidskader
Rijksbeleid
Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (hierna: NOVI) vastgesteld. De NOVI is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI geeft richting en helpt om keuzes te maken, te kiezen voor slimme combinaties van functies en uit te gaan van de specifieke kenmerken en kwaliteiten van gebieden. En er nu mee aan de slag te gaan en beslissingen niet uit te stellen of door te schuiven. Het versterken van de omgevingskwaliteit staat in de NOVI centraal. Dat wil zeggen dat alle plannen met oog voor de natuur, gezondheid, milieu en duurzaamheid gemaakt moeten worden. Bij de NOVI hoort een Uitvoeringsagenda. Hierin staat hoe uitvoering wordt gegeven aan de NOVI. Binnen de NOVI zijn 8 voorlopige aandachtsgebieden geformuleerd als zogeheten NOVI-gebied. In een NOVI-gebied krijgt een aantal concrete vraagstukken extra prioriteit. Dit helpt om grote veranderingen en ruimtelijke opgaven in een regio beter te realiseren Opgaven Er is in Nederland sprake van een aantal dringende maatschappelijke opgaven. Deze opgaven kunnen niet apart van elkaar worden opgelost. Ze moeten in samenhang bekeken worden. Ze grijpen in elkaar en vragen meer ruimte dan beschikbaar is in Nederland. Niet alles kan, niet alles kan overal.
Op het niveau van nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven aan de omgeving in Nederland, verwoord in vier opgaven: 1. Ruimte maken voor klimaatverandering en energietransitie; 2. De economie van Nederland verduurzamen en het groeipotentieel behouden; 3. Steden en regio's sterker en leefbaarder maken; 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Uitvoering De NOVI gaat vergezeld van een uitvoeringsagenda, waarin staat aangegeven hoe het Rijk invulling geeft aan zijn rol bij de uitvoering van de NOVI. In de Uitvoeringsagenda zijn onder andere een overzicht van instrumenten en (gebiedsgerichte) programma's op de verschillende beleidsterreinen te vinden. De Uitvoeringsagenda zal, indien nodig, jaarlijks worden geactualiseerd. Toetsing De ontwikkeling in het plan raakt geen opgaven en belangen die zijn opgenomen in de NOVI. Bovendien maakt het plangebied geen deel uit van een aandachtsgebied van het NOVI. Het bestemmingsplan voorziet wel in de opgave om steden en regio's sterker en leefbaarder te maken. Ladder voor duurzame verstedelijking In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de 'Ladder voor duurzame verstedelijking' geïntroduceerd. In de Ladder voor duurzame verstedelijking is opgenomen dat de toelichting van een bestemmingsplan dat een
14/461
nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, een beschrijving bevat van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling. Indien blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien, bevat de toelichting een motivering daarvan en een beschrijving bevat van de mogelijkheid om in die behoefte te voorzien op de gekozen locatie buiten het bestaand stedelijk gebied. In dit ruimtelijk plan is sprake van een stedelijke ontwikkeling omdat er een nieuw bedrijventerrein wordt aangelegd, ter uitbreiding van het bestaande bedrijventerrein Kie. Hiervoor wordt de Ladder voor duurzame verstedelijking stapsgewijs doorlopen: 1. Omschrijving van de behoefte aan deze ontwikkeling In paragraaf 3.3 is gemotiveerd, aan de hand van de nieuwe afspraken die zijn gemaakt in 2021 omtrent het Convenant Bedrijventerreinen Noordwest Fryslân en de latere herijking hiervan, dat er behoefte is aan de ontwikkeling van Bedrijventerrein Kie 2. In het geldende bestemmingsplan is hiervoor eerder een wijzigingsbevoegdheid opgenomen. 2. Is de locatie gelegen binnen bestaand stedelijk gebied? De beoogde locatie voor het bedrijventerrein is gelegen buiten het bestaand stedelijk gebied maar sluit hier wel bij aan. In bestaand stedelijk gebied is geen ruimte om de beoogde behoefte op te vangen. 3.
Motivatie waarom niet binnen bestaand stedelijk gebied in deze behoefte kan worden voorzien. Het bedrijventerrein is bedoeld voor bedrijven waar binnen het bestaand stedelijk gebied in de regio geen ruimte voor is dan wel die in de huidige situatie geen uitbreidingsmogelijkheid meer hebben. Conclusie Ladder duurzame verstedelijking Uit het voorgaande blijkt dat voldaan wordt aan de Ladder voor duurzame verstedelijking.
3.2
Provinciaal beleid
Het provinciale beleid is uiteengezet in de Omgevingsvisie Provincie Fryslân. De belangrijkste uitgangspunten uit het provinciale beleid zijn in de regelgeving vastgelegd in de Verordening Romte Fryslân. De nieuwe omgevingsverordening is nog niet vastgesteld. Daarnaast geldt voor de landschappelijke en cultuurhistorische waarden het beleidsstuk Grutsk op é Romte. Omgevingsvisie Fryslân 'De romte diele' De hoofdambitie van de provincie voor de Friese leefomgeving is brede welvaart in een vitaal, veerkrachtig, karakteristiek en gezond Fryslân. In de Omgevingsvisie werkt de provincie de provinciale ambities, opgaven, doelen en werkwijze voor de komende jaren uit. De werkwijze is gestoeld op negen principes: Inhoudelijke principes 1. zuinig ruimtegebruik; 2. omgevingskwaliteit als ontwerpbasis; 3. koppelen van ambities; 4. gezondheid en veilig;
15/461
Samenwerkingsprincipes 5. rolbewust; 6. decentraal wat kan; 7. ja, mits; 8. aansluiting zoeken; 9. sturen op proces, ruimer op inhoud. Dit is vertaald naar vier urgente opgaven die de provincie wil aanpakken: 1. Fryslân houdt de leefomgeving vitaal, leefbaar en bereikbaar; 2. Fryslân zet de energietransitie met kracht voort; 3. Fryslân wordt klimaat-adaptief ingericht; 4. Fryslân versterkt de biodiversiteit. De provincie wil een compleet palet bieden van steden en dorpen met gevarieerde aantrekkelijke woningen, bedrijvigheid en voorzieningen. Onder dit mom wil de provincie het stimuleren om grootschalige opknapping van bestaande bebouwing en van het aantrekkelijk en toekomstbestendig maken en houden van bedrijventerreinen en winkelgebieden. De provincie zorgt, vanuit de wettelijke verantwoordelijkheid voor zorgvuldig en verantwoord gebruik van de schaarse ruimte, voor de regionale afstemming van plannen oor woningbouw, bedrijventerreinen en kantoorvolume. Er worden periodiek prognoses uitgevoerd naar de behoefte aan bedrijventerreinen en gemeenten zijn verantwoordelijk voor de verdeling van en aanleg van bedrijventerreinen over hun kernen. De provincie zet in op een aantrekkelijk vestigingsklimaat voor onder meer bedrijven. De uitbreiding van Kie 2 is in overeenstemming met de provinciale omgevingsvisie.
In de aanvullende afspraken die zijn gemaakt op het Convenant Bedrijventerreinen Noordwest Fryslân is opgenomen dat er voldoende behoefte is aan de voorgenomen bedrijfskavels en binnen de regio is afgesproken om in deze behoefte te voorzien binnen het plangebied. Dit is gemotiveerd onder het regionale beleid in paragraaf 3.3. Verordening Romte Fryslân In de "Verordening Romte Fryslân" stelt de provincie regels aan de provinciale belangen. Deze regels moeten in gemeentelijke plannen worden vertaald. In de verordening wordt onderscheid gemaakt in mogelijkheden binnen het bestaande bebouwd gebied en daarbuiten. Begrenzing bestaand bebouwd gebied Het plangebied valt buiten het bestaand bebouwd gebied, maar sluit hier wel direct op aan. Dit is ook één van de redenen geweest dat de uitbreiding van bedrijventerrein Kie met een wijzigingsbevoegdheid in het geldende plan 'Franeker Zuid' is opgenomen. Stedelijke ontwikkelingen dienen in beginsel conform artikel 1.1 uit de verordening plaats te vinden binnen bestaand stedelijk gebied. Echter kan in afwijking hiervan een uitbreidingslocatie aansluitend op bestaand stedelijk gebied worden toegestaan. Dat is hier het geval. Ruimtelijke kwaliteit
16/461
Een bestemmingsplan voor een uitbreidingslocatie dient, zoals opgenomen in artikel 2.1, een toelichting op de ruimtelijke kwaliteit te bevatten waarin: aangegeven wordt hoe rekening wordt gehouden met de landschappelijke inpassing en de inpassing van de nieuwe functies op grond van een analyse van de samenhang van de ondergrond, netwerken en nederzettingspatronen; en dient een toetsing te hebben aan de landschappelijke en cultuurhistorische kwaliteiten zoals opgenomen in Grutsk op é Romte. In dit geval is een landschappelijke inpassing opgesteld voor dit bestemmingsplan, die is opgenomen als bijlage 1. Verder is onderstaand een toetsing opgenomen aan de provinciale belangen uit Grutsk op é Romte. Archeologie Conform artikel 2.2 moet in de plantoelichting van een ruimtelijk plan worden aangegeven op welke wijze het plan rekening houdt met de wijze van onderzoek naar en bescherming van archeologische waarden en verwachtingswaarden zoals aangegeven op de Friese Archeologische Monumentenkaart Extra ("Famke"). Paragraaf 4.7 gaat hier nader op in. Werken In artikel 4 zijn regels opgenomen ten aanzien van werklocaties in de provincies. Hier vallen ook de bedrijventerreinen onder. Hierin is opgenomen dat de uitbreiding van een bedrijventerrein wat betreft oppervlakte en invulling van bedrijfstypen in overeenstemming moet zijn met een bedrijventerreinenplan.
Aanvullend is per type kern bepaald welke bedrijfstypen zijn toegestaan en welke zijn uitgesloten. Franeker is aangemerkt als regionaal centrum. Ter plaatse zijn de volgende bedrijfstypen uitgesloten: a. een kantoor met een grotere vloeroppervlakte dan 1.200 m2; b. een bedrijf in de milieucategorieën 5.1, 5.2, 5.3, of 6; c. een bedrijf met een kavelomvang groter 10.000 m2; d. een voorziening met een bovenregionaal verzorgingsgebied. In dit geval sluit de uitbreiding aan op het bedrijventerreinenplan dat is opgesteld. Dit is nader uiteengezet onder het gemeentelijk beleid. Daarnaast worden bedrijfskavels tot milieucategorie 4.2 mogelijk gemaakt, wat aansluit bij deze regeling. In de regels worden bedrijfskavels mogelijk gemaakt tot maximaal 10.000 m2. Het is wel mogelijk door middel van een afwijking, onder bepaalde criteria, om hier van af te wijken en een grotere bedrijfskavel in te richten. Grutsk op é Romte In het Streekplan worden de kernkwaliteiten van het cultuurhistorisch erfgoed en het landschap beschreven. Onder kernkwaliteiten wordt verstaan: 'die ruimtelijke eigenschappen die zo typisch zijn voor het Friese landschap, dat zij tezamen de ruimtelijke identiteit van Fryslân vormen'. Het Streekplan bevat een beschrijving van welke kernkwaliteiten er zijn en kondigt een nadere uitwerking en waardering aan van deze kernkwaliteiten.
De thematische structuurvisie Grutsk op 'e Romte, zoals vastgesteld op 26 maart 2014, vormt deze uitwerking en geeft de provinciale belangen en ontwikkelingsrichting ten aanzien van de kernkwaliteiten. Volgens de kaart bij de structuurvisie ligt het plangebied in het kleigebied Westergo. In dit gebied is van
17/461
provinciaal belang: 1. Het stelsel van smalle kwelderwallen met terpen, terpdorpen en terpsteden, die met hun vaak lineaire structuren de kwelder- en oeverwallen volgen; 2. het uitgestrekte, open kleiterpengebied met een hoge dichtheid aan terpdorpen en boerderijerven; 3. de brede kwelderoeverwallen, die de voormalige Middelzee en de voormalige Marneslenk begrenzen, met hierop verdichtingen in de vorm van terpen en terpdorpen met kerken, boerderijerven en stateterreinen in hun groene context, in contrast met de veelal lege zeepolders; 4. de overgangszone van het klei- naar het veengebied als onderdeel van de strook die diagonaal over Friesland heen loopt; 5. de invloed van de dynamiek van de zee, zichtbaar in de aanwezigheid van terpen, kwelder-, oever- en omslagwallen, ligging van de dorpen, de waterlopen en de verkavelingsinrichting. De relatie tussen de vorm van de nederzettingen, het type landschap, het grondgebruik en de infrastructuur. Fijnmazige en onregelmatige dorpsstructuur; 6. het systeem van zeedijken en voormalige zeedijken, hemdijken en polderdijken; 7. aantal ingepolderde meren: droogmakerijen die als eigenstandige structuren in het landschap liggen. In dit geval wordt de terp die aan de noordoostzijde van het plangebied ligt, opzettelijk buiten de uitbreidingsgronden van het bedrijventerrein gehouden.
Op deze manier blijft de terp behouden en worden de waarden hiervan niet aangepast. Het voornemen is om deze gronden groen in de richten en er een soort opening in het bedrijventerrein van te maken. Voor het overige worden geen van bovenstaande belangen in het gebied aangetast met de voorgenomen ontwikkeling. In het landschappelijk inpassingsplan is aangegeven op welke wijze de kernkwaliteiten van het landschap worden gerespecteerd en hoe hier bij de inrichting van het plangebied rekening mee wordt gehouden. De ontwikkeling past hiermee in het provinciale beleid zoals dat in de Structuurvisie Grutsk op 'e Romte is omschreven.
3.3
Regionaal beleid
Convenant Bedrijventerreinen Noordwest Fryslân 2019-2030 In de regio NW-Fryslân zijn afspraken gemaakt over de ontwikkeling van nieuwe bedrijventerreinen. Dat is medio 2020 vastgelegd in het “Convenant Bedrijventerreinen Noordwest 2019 – 2030”. Dit convenant is door de provincie Fryslân, de gemeente Harlingen en de gemeente Waadhoeke vastgesteld. Voor de gemeente Waadhoeke is hierin onder andere bepaald dat bedrijventerrein Kie fase 2 kan worden ingezet om de verwachte vraag op te vangen, mede afhankelijk van actuele prognoses. Dit convenant wordt periodiek geactualiseerd en medio 2021 heeft het bureau Louter in opdracht van de provincie Fryslân de behoefte aan bedrijventerreinen geactualiseerd. Hierin is een prognose gemaakt van de ontwikkeling van de vraag naar bedrijventerreinen tot en met 2025, met een doorkijk naar 2035. De prognoses zijn opgesteld voor Fryslân als geheel, voor vier regio's en voor de groep van F4-gmeenten (Heerenveen, Leeuwarden, Smallingerland en Súdwest-Fryslân, met kern Sneek).
18/461
Op basis van een inventarisatie van de bestaande voorraad, de verkopen van bedrijventerreinen in de voorgaande jaren en met toepassing van een aantal scenario's met betrekking tot de economische ontwikkeling, is de vraagprognose opgesteld. In onderstaande tabel is de vraag vaan nieuwe hectare bedrijventerrein per regio en voor de vier grote F4-gemeenten opgesteld. Uitgaande van het middenscenario (TM-scenario) betekent dit dat de regio Noordwest in de periode 2021-2025 circa 6,8 ha per jaar en voor de periode 2026-2036 circa 5,6 ha per jaar kan toevoeren. Op basis hiervan wordt voor de periode tot en met 2035 een vraag naar nieuwe kavels verwacht van circa 90 ha. Hiervan wordt 52,5 ha ontwikkeld voor de gemeente Leeuwarden en circa 37,5 ha door de gemeenten Harlingen en Waadhoeke gezamenlijk. Tabel 3.1 Prognoses vraag naar bedrijfskavels
Bij een evenredige verdeling van deze vraag tussen de gemeenten Harlingen en Waadhoeke is de verwachte vraag circa 18,75 ha tot en met 2035. Op Kie fase 1 is in 2021 circa 1,3 ha verkocht en is nog 3,1 ha aan bedrijventerrein beschikbaar. De verwachte vraag tot en met 2035 zal dan 14,35 ha zijn. De omvang van bedrijventerrein Kie fase 2 is circa 11 ha, waarvan circa 1,7 ha watergebonden bedrijvigheid. Het bestemmingsplan Kie fase 2 kan met deze omvang een groot deel van de bepaalde vraag tot en met 2035 bedienen en past daarmee binnen het convenant. Herijking 2022 convenant bedrijventerrein Noordwest-Fryslân 2019-2025 In samenwerking hebben de gemeenten Harlingen, Waadhoeke en Leeuwarden in het voorjaar van 2020 het 'Convenant bedrijventerreinen Noordwest Fryslân 2019-2030' aan Gedeputeerde Staten van de provincie Fryslân voor instemming aangeboden. Met deze herijking wordt geprobeerd te anticiperen op de ontwikkeling in de markt en zo een gepaste voorraad bedrijventerreinen beschikbaar te hebben. Kwantitatieve herijking gemeente Waadhoeke De gemeente Waadhoeke wenst Kie fase 2 in ontwikkeling te nemen en in één keer planologisch te regelen. De aanleg kan gefaseerd worden uitgevoerd omdat de grondexploitatie in handen is van de gemeente. Fase 2 van Kie heeft een capaciteit van circa 9,0 ha voor (droog) bedrijventerrein en circa 1,7 ha natte bedrijventerrein.
Kleinere bedrijventerreinen worden op basis van lokale vraag ontwikkeld. Zo is de ontwikkeling van het Boskdykje fase 4 in Minnertsga en bedrijventerrein Noord fase 2 in Menaam opgestart. Deze relatief kleinschalige ontwikkelingen van circa 1,1 ha respectievelijk 1,6 ha worden ook voorzien in andere dorpen zoals
19/461
Tzummarum, Sexbierum en Winsum. Programmering gemeente Waadhoeke Gemeente Waadhoeke Kern Locatie hectare
Kie fase 1
3,1
0
van adaptief extra periode naar hard nieuwe ontwikkeling 0 0 '22-'24
Kie fase 2
10,7
0
0
10,7
'23-'33
0
0
1,6
'22-'25
Minnertsga
locatie vm 1,6 Empatec fase 2 Boskdykje 1,1
0
0
1,1
'22-'25
Dronryp
West fase 3
0
0
0
'22-'24
Franeker
Menaam
1,8
harde capaciteit
bedrijvencat egorie modern gemengd industrie modern gemengd industrie woon-werk
modern gemengd industrie woon-werk
Bedrijventerrein Kie fase 2 is opgenomen in de nieuwe programmering, waarmee de ontwikkeling in overeenstemming is met de herijking van het convenant.
3.4
Gemeentelijk beleid
Structuurvisie Stad Franeker 2015-2025 De "Structuurvisie Stad Franeker 2015-2025" (vastgesteld op 28 mei 2015) vormt het belangrijkste beleidskader voor het plangebied. De structuurvisie geeft richting aan de gewenste ruimtelijke inrichting van de stad Franeker en maakt in algemene zin duidelijk of bepaalde initiatieven daarbinnen passen. De structuurvisie is daarmee een belangrijk kader voor de afweging van concrete ruimtelijke beslissingen. Het is een richtinggevend document waarin voor overheden, maatschappelijke organisaties, private partijen en burgers duidelijk wordt welk ruimtelijk beleid de gemeente nastreeft. Werken Franeker beschikt over vier bedrijventerreinen waarop de zwaardere bedrijven zijn gevestigd waaronder bedrijventerrein Kie. Door de ligging aan het Van Harinxmakanaal is dit bedrijventerrein ook geschikt voor de vestiging van stuwende bedrijvigheid en watergebonden bedrijven. Op het bedrijventerrein Kie is nog voldoende ruimte beschikbaar voor nieuwe bedrijvigheid. Aan de westkant van het terrein ligt Kie fase 2. Dit terrein zal in principe pas worden bebouwd op het moment dat Kie fase 1 niet meer aan de vraag kan voldoen. Voor deze gronden is in het geldende bestemmingsplan een wijzigingsbevoegdheid opgenomen.
20/461
Met dit plan wordt de ontwikkeling van bedrijventerrein Kie fase 2 juridisch-planologisch mogelijk gemaakt. Dit is in lijn met het gestelde in de structuurvisie Stad Franeker 2015-2025. Sociaal economisch Actieprogramma 2021-2023 De gemeente Waadhoeke heeft in 2021 in het economisch actieprogramma “Kansen verzilveren , een actieprogramma voor Harlingen en Waadhoeke” acties benoemd voor de regio. Deze acties zijn nader uitgewerkt in het Uitvoeringsplan Economisch Actieprogramma Waadhoeke en Harlingen. Uit het beleidsdocument kan worden afgeleid dat de kwalitatieve vraag vooral bestaat uit hoogwaardige bedrijventerreinen gekenmerkt door ontwerpmatige terreinen, hoogwaardige bouwmaterialen en de aanwezigheid van glasvezelnet. Ondernemers in de regio zien ook graag dat de gemeente enthousiast meedenkt en faciliteert met nieuwe ideeën en vergunningen voor uitbreiding. Ook zien ze het als opdracht voor de overheid om in het acquisitiebeleid scherpere keuzes te maken in welke bedrijven worden aangetrokken en onder welke voorwaarden. Een aspect dat binnen dat beleid aandacht behoeft is de vestiging van bedrijfsverzamelgebouwen. In de basis geven dergelijke gebouwen startende ondernemers de mogelijkheid om klein te beginnen. Bedrijfsverzamelgebouwen bevatten in de regel bedrijven in de milieu categorieën 1 en 2. Uitgangspunt is om hoogwaardige bedrijvigheid op zichtkavels te plaatsen.
Het belang van startende ondernemers ligt veeleer in enkel het hebben van een locatie waar zulks mogelijk is. Om die reden willen de gemeente dit privaatrechtelijk sturen en in de algemene verkoopwaarden locaties aanwijzen waar het mogelijk is één of meer bedrijfsverzamelgebouwen te realiseren. Bestemmingsplan Franeker Zuid In het geldende bestemmingsplan Franeker Zuid, dat is vastgesteld op 17 mei 2018, is vooruitgelopen op de voorgenomen ontwikkeling van bedrijventerrein Kie fase 2. Om deze reden is ter plaatse een wijzigingsbevoegdheid opgenomen in artikel 3.5: Mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de milieusituatie, de woonsituatie en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden, kunne burgemeester en wethouders het bestemmingsplan wijzigen in die zin dat de bestemming 'Agrarisch' ter plaatse van de aanduiding 'wetgevingzone - wijzigingsgebied 1' wordt gewijzigd naar de bestemming 'Bedrijventerrein', mits: de gronden in de eerste fase van het Bedrijventerrein Kie fase 1 voor ten minste 80% zijn uitgegeven met uitzondering van de gronden grenzend aan het Van Harinxmakanaal voor zover er sprake is van watergebonden bedrijvigheid; middels een behoefteprognose aannemelijk kan worden gemaakt dat realisering op afzienbare tijd aan de orde is; de uitbreiding in overeenstemming is met een bedrijventerreinenplan, dat de
schriftelijke instemming van Gedeputeerde Staten heeft. De gemeente beschikt over de actuele gegevens van de uitgegeven gronden op bedrijventerrein Kie fase 1.
21/461
Hieruit blijkt dat meer dan 80% van de gronden zijn uitgegeven. In paragraaf 3.3 is het voornemen getoetst aan het bedrijventerreinenplan en is de behoefte aan de bedrijfskavels aannemelijk gemaakt. Daarmee is het plan in overeenstemming met de wijzigingscriteria. De wijzigingsbevoegdheid kan evenwel niet worden toegepast omdat een klein deel van een westelijk gelegen kavel en het oostelijk gelegen deel met de archeologische dubbelbestemming buiten de wijzigingsbevoegdheid vallen. Om die reden wordt voor de uitbreiding van het bedrijventerrein een bestemmingsplan opgesteld. Desondanks is deze toetsing opgenomen om aan te tonen dat de ontwikkeling in grote lijnen in overeenstemming is met de wijzigingsbevoegdheid en de hiervoor geldende criteria. Nota parkeernormen gemeente Waadhoeke Op 8 december 2020 is door Burgemeester en Wethouders de Nota Parkeernormen vastgesteld. Hierin is vastgelegd welke parkeernorm de gemeente hanteert voor verschillende gebieden en functies. Daarnaast is aangegeven op welke manier de parkeervraag aan de hand van de normen moet worden berekend en welke eisen worden gesteld aan de invulling van de parkeervraag. In beginsel wordt de parkeervraag op eigen terrein opgelost maar onder bepaalde omstandigheden kan hiervan af worden geweken. Benutting van de bestaande openbare parkeercapaciteit is dan een optie.
Deze nota geeft aan welke mogelijkheden er zijn en onder welke voorwaarden. Uit de toetsing in paragraaf 2.1 blijkt dat aan de Nota Parkeernormen wordt voldaan. De parkeerbehoefte wordt volledig op eigen erf opgevangen. In het bestemmingsplan is in artikel 14.1 is hier een regeling voor opgenomen om dit te borgen. Welstandnota gemeente Waadhoeke Het welstandsbeleid geeft de gemeente de mogelijkheid om de cultuurhistorische, stedenbouwkundige en architectonische waarden, die in een bepaald gebied aanwezig zijn, te benoemen en een rol te laten spelen bij de ontwikkeling en de beoordeling van bouwplannen. Voor de gemeente is op 1 juli 2021 een nieuwe Welstandsnota opgesteld met daarin een gebiedsgerichte aanpak. Door deze gebiedsgerichte aanpak wil de gemeente de belangrijke karakteristieken van de bebouwing beschermen en zorgen dat nieuwe ontwikkelingen daarop voortbouwen. De gebiedsgerichte aanpak zal eveneens een bijdrage kunnen leveren aan een bewustere omgang met de gebouwde omgeving. Het bestemmingsplan regelt onder meer de functie en het ruimtebeslag van bouwwerken. Bouwmogelijkheden die het bestemmingsplan geeft, kunnen niet door welstandscriteria (of een beeldkwaliteitsplan) worden tenietgedaan. De architectonische vormgeving wordt exclusief door de welstandsnota geregeld.
Het welstandsadvies kan zich richten op de gekozen invulling binnen de mogelijkheden die het bestemmingsplan biedt. In een situatie waarin een bouwplan in overeenstemming is met het bestemmingsplan, kan toch een negatief welstandsadvies worden gegeven als de gekozen architectonische oplossing te sterk afbreuk doet aan de ruimtelijke beleving van het betreffende gebied. Uiteraard moet in zo'n geval de welstandsnota daartoe de argumentatie leveren. Door het opstellen van welstandsbeleid wil de gemeente een helder, controleerbaar en klantgericht welstandstoezicht inrichten. Burgers, ondernemers en ontwerpers kunnen in de toekomst in een vroeg stadium
22/461
worden geïnformeerd over de criteria die bij de welstandsbeoordeling een rol spelen. In dit geval is ervoor gekozen om de welstandscriteria die van toepassing zijn op Bedrijventerrein Kie fase 1, ook van toepassing te verklaren in het plangebied van dit bestemmingsplan. Daarmee is voor het plangebied een gedegen welstandsregime van toepassing, die aansluit op het bestaande deel van het bedrijventerrein. Zo wordt een eenduidige uitstraling gerealiseerd. Voor de volledigheid zijn de criteria van dit onderdeel van de welstandsnota opgenomen als bijlage 2 bij dit bestemmingsplan.
23/461
Hoofdstuk 4 4.1
Milieu- en omgevingsaspecten
Bedrijven en milieuzonering
Toetsingskader In het kader van een goede ruimtelijke ordening is ruimtelijke afstemming tussen bedrijfsactiviteiten, voorzieningen en gevoelige functies (woningen) noodzakelijk. Bij deze afstemming kan gebruik worden gemaakt van de richtafstanden uit de basiszoneringslijst van de VNG-brochure 'Bedrijven en milieuzonering' (2009). Een richtafstand kan worden beschouwd als de afstand waarbij onaanvaardbare milieuhinder als gevolg van bedrijfsactiviteiten redelijkerwijs kan worden uitgesloten. In geval van een gemengd gebied kan worden gewerkt met een verkleinde richtafstand. Toetsing Binnen het plangebied wordt een bedrijventerrein mogelijk gemaakt. Binnen dit bedrijventerrein zijn geen bedrijfswoningen toegestaan. Er is geen sprake van bedrijfshindergevoelige objecten binnen het plangebied. Wel dient de externe werking van de bedrijfskavels en de bedrijven die mogelijk worden gemaakt getoetst te worden. De dichtstbijzijnde woningen in het gebied liggen ten westen van het plangebied. Hier is de milieuzonering op afgestemd. Met milieucategorie 3.1 is de richtafstand tot de dichtstbijzijnde woningen aangehouden. Op die manier zijn op het bedrijventerrein kavels waar bedrijven, afhankelijk van de afstanden tot de omliggende woningen, tot en met milieucategorie 4.1 en 4.2 toegestaan.
Door deze zonering aan te houden is er geen sprake van bedrijfshindergevoelige objecten binnen de richtafstanden van de verschillende kavels. Daarmee wordt geconcludeerd dat er wordt voldaan aan de richtafstanden uit de VNG-brochure en er geen onderzoek noodzakelijk is op het gebied van milieuzonering.
4.2
Ecologie
Toetsingskader Met de Wet natuurbescherming (Wnb) zijn alle bepalingen met betrekking tot de bescherming van natuurgebieden en dier- en plantensoorten samengebracht in één wet. De Wnb implementeert diverse Europeesrechtelijke regelgeving, zoals de Vogelrichtlijn in de Nederlandse wetgeving. In de Wnb wordt een onderscheid gemaakt tussen gebiedsbescherming en soortenbescherming. Gebiedsbescherming De Wnb kent diverse soorten natuurgebieden. De Natura 2000-gebieden zijn door de Minister van Economische Zaken aangewezen gebieden die deel uitmaken van het Europese netwerk van natuurgebieden. Daarnaast bestaat het Natuur Netwerk Nederland (NNN) uit gebieden die worden aangewezen in de provinciale verordening. Binnen de NNN-gebieden mogen in beginsel geen ruimtelijke ontwikkelingen plaatsvinden. Toetsing Het plangebied maakt geen deel uit van beschermde gebieden als Natura 2000 en Natuur Netwerk Nederland.
24/461
Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied betreft de Waddenzee, op circa 6,6 km afstand tot het plangebied. Het plangebied valt in landelijk gebied, aansluitend op bestaand stedelijk gebied. In de toekomstige situatie wordt het gebied in gebruik genomen als bedrijventerrein, waardoor de verkeersgeneratie van en naar het plangebied toeneemt. Om die reden is een stikstofonderzoek uitgevoerd. Natura 2000-gebieden: stikstofdepositie In het kader van dit bestemmingsplan is een stikstofberekening uitgevoerd, waarin zowel de aanleg- als de gebruiksfase zijn berekend. Het rapport van dit onderzoek is opgenomen als bijlage 3. Uit de berekeningen blijkt dat de stikstofdepositie nergens hoger is dan afgerond 0,00 mol/ha/jaar en er derhalve geen relevant effect is. Negatieve effecten in de vorm van vermesting en verzuring zijn derhalve niet aan de orde. Voor dit plan geldt geen vergunningplicht op basis van de Wet natuurbescherming. Soortenbescherming In de Wnb wordt onderscheid gemaakt tussen soorten die worden beschermd in de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn en daarnaast de overige soorten. De Wnb bevat onder andere verbodsbepalingen ten aanzien van het opzettelijk vernielen of beschadigen van nesten, als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn. Toetsing Ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling is een quickscan flora en fauna uitgevoerd. Dit rapport is opgenomen als bijlage 4.
Hieruit zijn de volgende conclusies getrokken: Algemene broedvogels Binnen en vlak buiten het plangebied kunnen enkele vogelsoorten tot broeden komen waarvan de nesten geen jaarronde bescherming genieten, maar wel beschermd zijn tijdens het broedproces. Geadviseerd wordt om buiten het broedseizoen de werkzaamheden uit te voeren. Meervleermuis Het Van Harinxmakanaal kan dienen als essentiële vliegroute voor de meervleermuis. Geadviseerd wordt om de hoeveelheid lichtuitstraling tussen zonsondergang en zonsopkomst in de richting van dit kanaal niet te verhogen ten opzichte van de huidige situatie. Indien dit niet mogelijk is wordt geadviseerd om een nader onderzoek uit te voeren. Waterspitsmuis Het voorkomen van de waterspitsmuis in het plangebied kan niet op voorhand worden uitgesloten. Geadviseerd wordt om op basis van nader onderzoek te bepalen of deze soort inderdaad in het plangebied voorkomt. Grote modderkruiper Het voorkomen van de grote modderkruiper in de sloten in het plangebied kan niet op voorhand worden uitgesloten. Geadviseerd wordt om op basis van nader onderzoek te laten bepalen of deze soort voorkomt. Zorgplicht Er kunnen tot slot soorten voorkomen in het plangebied waarvoor een vrijstelling geldt voor ruimtelijke ingrepen. Hiervoor geldt te allen tijde dat de zorgplicht van toepassing is.
25/461
4.3
Bodem
Toetsingskader Met het oog op een goede ruimtelijke ordening, moet in geval van ruimtelijke ontwikkelingen worden aangetoond dat de bodem geschikt is voor het beoogde functiegebruik. Ter plaatse van locaties die verdacht worden van bodemverontreiniging, moet ten minste verkennend bodemonderzoek worden uitgevoerd. In geval van verontreinigingen is de Wet bodembescherming van toepassing. In de wet is geregeld dat als ter plaatse van een plangebied ernstige verontreinigingen worden aangetroffen, er sprake is van een saneringsgeval. Toetsing Ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek is opgenomen als bijlage 5. Op grond van het uitgevoerde onderzoek kan worden geconcludeerd dat er geen sprake is van een (waterbodem)verontreiniging van betekenis en de onderzoeksresultaten geven geen aanleiding tot het uitvoeren van een nader bodemonderzoek en/of sanerende maatregelen. Wel wordt opgemerkt dat ter plaatse van bestaande dammen de boringen zijn gestaakt op een handmatig ondoordringbare puinlaag. Puin maakt formeel geen deel uit van de bodem. Bij herinrichting ter hoogte van deze dammen kan het wel zinvol zijn om de herbruikbaarheid van het materiaal vast te stellen en/of vast te stellen of er sprake is van een eventuele verontreiniging met asbest. Aanbevolen wordt dit middels inzet van een kraan uit te voeren.
4.4
Geluid
Toetsingskader Op grond van de Wet geluidhinder geldt rond wegen met een maximumsnelheid hoger dan 30 km/uur, spoorwegen en inrichtingen die 'in belangrijke mate geluidhinder veroorzaken', een geluidzone. Bij de ontwikkeling van nieuwe geluidsgevoelige objecten binnen deze geluidzones moet akoestisch onderzoek worden uitgevoerd om aan te tonen dat de ontwikkeling voldoet aan de voorkeursgrenswaarden die in de wet zijn vastgelegd. Voor de geluidsbelasting aan de buitengevels van woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen binnen de wettelijke geluidzone van een weg geldt een voorkeursgrenswaarde van 48 dB bij (spoor)wegen en 50 dB(A) bij geluidzones van industrieterreinen. Toetsing Binnen het plangebied worden geen geluidgevoelige objecten mogelijk gemaakt. Er wordt uitsluitend ruimte geboden aan bedrijfsgebouwen. Omdat deze volgens de Wet geluidhinder niet geluidgevoelig zijn, is nader onderzoek op voorhand niet noodzakelijk. In het plangebied is daarnaast wel de geluidzone ex artikel 41 van de Wgh vastgesteld ten gevolge van de mogelijkheid voor geluidzoneringsplichtige inrichting het bedrijventerrein West. In het noorden van het plangebied geldt voor twee stroken grond dat deze nog in het gezoneerd industrieterrein vallen. De regeling hiervoor en voor de bijbehorende geluidzone is overgenomen in dit bestemmingsplan.
26/461
4.5
Water
Toetsingskader Van groot belang voor de ruimtelijke ordeningspraktijk is de wettelijk verplichte 'watertoets'. De watertoets kan worden gezien als een procesinstrument dat moet waarborgen dat gevolgen van ruimtelijke ontwikkelingen voor de waterhuishouding meer expliciet worden afgewogen. Belangrijk onderdeel van de watertoets is het vroegtijdig afstemmen van ontwikkelingen met de betrokken waterbeheerder. Het onderhavige plangebied ligt in het beheersgebied van Wetterskip Fryslân. Toetsing Het plan is via de digitale watertoets kenbaar gemaakt bij het Wetterskip Fryslân. De uitkomst van deze toets is dat de normale procedure moet worden doorlopen. Dit houdt in dat de aanwezige wateraspecten beperkt van invloed zijn op het plan. Het resultaat van de watertoets is opgenomen als bijlage 6. Overigens heeft vooraf en tijdens de ruimtelijke procedure al overleg plaatsgevonden tussen de gemeente en Wetterskip Fryslân met betrekking tot het wateraspect van dit plan. Waterkwantiteit Als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling neemt de verhardingsoppervlakte in het plangebied toe met als gevolg een versnelde afvoer van hemelwater. In de huidige situatie is vrijwel uitsluitend sprake van agrarische (gras)gronden en enkele watergangen. In de nieuwe situatie worden bedrijfskavels ingericht.
Als gevolg hiervan worden nu nog onverharde gronden in de toekomst verhard en worden een aantal watergangen in het plangebied gedempt. Het is nodig om deze versnelde afvoer te compenseren om de waterberging in een gebied in stand te houden. Dit geldt ook voor toevoegen van oppervlakteverharding die wel past binnen het bestemmingsplan, maar waarvan de grond al meer dan 5 jaar braak ligt en waar in het verleden niet voor gecompenseerd is. Het is niet toegestaan zonder watervergunning neerslag versnel tot afvoer te laten komen indien daarbij meer dan 1.500 m2 in landelijk gebied wordt gebouwd of verhard. Er geldt een vrijstelling van de vergunningsplicht wanneer wordt voldaan aan de compensatieregels genoemd in het wateradvies. In het kader van dit bestemmingsplan is in samenwerking met Wetterskip Fryslân een berekening opgesteld naar de verhardingstoename en de aan te leggen watergangen, die voorzien in de watercompensatie. De kaart en berekening zijn opgenomen in bijlage 7. Hieruit is naar voren gekomen dat in de voorgenomen plannen ruim voldoende water wordt gerealiseerd om de toenemende verharding en het dempen van een aantal sloten te compenseren.
Afvalwaterketen en riolering Conform de Leidraad Riolering en vigerend waterschapsbeleid is het voor nieuwbouw gewenst een gescheiden rioleringsstelsel aan te leggen zodat schoon hemelwater niet bij een rioolzuiveringsinstallatie terecht komt. Afvalwater wordt aangesloten op de bestaande gemeentelijke riolering. Voor hemelwater wordt de volgende voorkeursvolgorde aangehouden:
27/461
hemelwater vasthouden voor benutting, (in-) filtratie van afstromend hemelwater, afstromend hemelwater afvoeren naar oppervlaktewater, afstromend hemelwater afvoeren naar RWZI. De percelen die aan oppervlaktewater grenzen, moeten direct op het oppervlaktewater lozen. De uitzondering hierop zijn de percelen die via het tracé van een gasleiding aan oppervlaktewater grenzen. De rechtstreekse afvoer naar oppervlaktewater wordt hier te veel belemmerd. Deze percelen voeren het regenwater af via het aan te leggen rwa-riool. Verder wordt een gescheiden riool aangelegd voor afvalwater. Watersysteemkwaliteit en ecologie Ter voorkoming van diffuse verontreinigingen van water en bodem is het van belang om duurzame, niet-uitloogbare materialen te gebruiken, zowel gedurende de bouw- als de gebruiksfase. Hier wordt in de uitvoeringsfase rekening mee gehouden. Veiligheid en waterkeringen Uit de watertoets is naar voren gekomen dat het plangebied vrij voor de boezem ligt. Dit betekent dat het plangebied niet door een boezemkade is beschermd tegen hoge waterstanden in de Friese boezem. Daarom dient in de uitvoering rekening te worden gehouden met hoogwater in het kader van regionale wateroverlast. Het is van belang om rekening te houden met een droogleggingsnorm en de nieuwe bebouwing en infrastructuur voldoende hoog aan te leggen. In de uitvoering zal hiermee rekening worden gehouden.
Aan de noordzijde van het plangebied, langs het Van Harinxmakanaal, ligt vaarweg. Het is verboden om binnen de zonering van een dergelijke kering werkzaamheden uit te voeren en gebouwen te realiseren. Om dit te waarborgen is in het bestemmingsplan de aanduiding 'vrijwaringszone - vaarweg opgenomen zoals deze ook in het geldende bestemmingsplan 'Franeker - Zuid' was opgenomen. Deze aanduiding bevat de regeling dat op of in deze gronden geen bouwwerken mogen worden gebouwd, anders dan bouwwerken ten behoeve van het doelmatig en veilig functioneren van de vaarweg. Ook mogen geen gebouwen en overkappingen worden gebouwd en voor het bouwen van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van het doelmatig en veilig functioneren van de vaarweg zal ten hoogste 2 meter bedragen. Op deze manier wordt de veiligheid van het gebruik van de vaarweg. Het is mogelijk om met een omgevingsvergunning hier van af te wijken, mits vooraf door de aanvrager ontheffing is verkregen van de betreffende waterwegbeheerder, waarmee is aangetoond dat geen sprake is van onevenredige afbreuk aan de bescherming van een veilig en doelmatig functioneren van de vaarweg. Verder ligt in het plangebied een regionale waterkering. Door de herontwikkeling van het terrein zal deze echter verlegd moeten worden. De gemeente heeft hierover reeds overleg gevoerd met Wetterskip Fryslân.
De kering zal verlegd worden en ter plaatse van aan te leggen wegen worden gelegd. Omdat het bedrijventerrein waarschijnlijk in meerdere fasen wordt gerealiseerd, is het idee om de kering met de ontwikkeling mee te laten verschuiven. Zo zal in fase 1 van deze ontwikkeling de kering over de middelste aan te leggen openbare weg worden gelegd. Als vervolgens ook de zuidelijkere gelegen kavels worden ontwikkeld, wordt de kering ook naar het zuiden opgeschoven. In onderstaand figuur is dit weergegeven.
28/461
Figuur 4.1
Realisering nieuwe ligging van de waterkering
Waterbeheer Voor aanpassingen aan het bestaande watersysteem dient bij het waterschap vergunning te worden aangevraagd op grond van de "Keur". Dit geldt dus bijvoorbeeld voor het graven van nieuwe watergangen, het aanbrengen van een stuw of het afvoeren van hemelwater naar het oppervlaktewater. In de Keur is ook geregeld dat een beschermingszone voor watergangen en waterkeringen in acht dient te worden genomen. Dit betekent dat binnen de beschermingszone niet zonder ontheffing van het waterschap gebouwd, geplant of opgeslagen mag worden. Bovenstaand is reeds uiteengezet op welke wijze wordt omgegaan met de waterkering ten noorden van het plangebied. Ruimtelijke adaptatie Om ook in de toekomst prettig te kunnen wonen, werken en recreëren moeten steden en dorpen ingericht worden met het oog op de toekomst. Kansen moeten benut worden om het gebied klimaat robuust in te richten. Zo is het mogelijk om het bebouwd gebied beter bestand te maken tegen hevige regenbuien, periodes van droogte en hitte en de gevolgen van een mogelijke overstroming. Bij de inrichting van het plangebied kan hierop geanticipeerd worden door bijvoorbeeld het percentage verhard oppervlak te verminderen en het plangebied groener in te richten. Door nú maatregelen te nemen, worden steden en dorpen mooier en wordt grote schade in de toekomst voorkomen.
Voor veel maatregelen geldt bovendien dat ze kosteneffectief zijn, als ze maar in een vroeg stadium in het proces worden meegenomen. Met voorgenoemde advies wordt bij de uitvoering van de plannen rekening gehouden.
29/461
4.6
Luchtkwaliteit
Toetsingskader In hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer zijn de grenswaarden op het gebied van de luchtkwaliteit vastgelegd. Daarbij zijn in de ruimtelijke ordeningspraktijk vooral de grenswaarden voor stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10) van belang. In het kader hiervan, moet in een bestemmingsplan beoordeeld worden of zich in het plangebied nieuwe ontwikkelingen voordoen die in betekende mate bijdragen aan de verslechtering van luchtkwaliteit. Het betreft dus geen ontwikkelingen buiten het plangebied. Hiervoor zijn de volgende grenswaarden van toepassing: Stof stikstofdioxide (NO2) fijn stof (PM10)
toetsing van jaargemiddelde concentratie jaargemiddelde concentratie 24-uurgemiddelde concentratie
grenswaarde 40 µg/m3 40 µg/m3 max. 35 keer per jaar meer dan 50 µg/m3
Ten aanzien van dit bestemmingsplan is de berekende toename in verkeersbewegingen ingevoerd in de NIBM-tool.
Toetsing Volgens de Grootschalige Concentratie- en Depositiekaarten in Nederland voor 2020, 2025 en 2030 geldt in Franeker een gemiddelde concentratie van minder dan 18 µg/m3. De gemiddelde NO2-concentratie bedraagt tussen de 10-15 µg/m3 in 2020 en minder dan 10 µg/m3 in 2025 en 2030. De waarden liggen ver onder de grenswaarden. In de huidige situatie is dus sprake van een goede luchtkwaliteit. Voor bepaalde initiatieven is bepaald dat deze 'niet in betekenende mate' bijdragen aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Een plan komt hiervoor in aanmerking als het voor minder dan 3% van de grenswaarden voor NO2 en PM10 bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Een verslechtering van de luchtkwaliteit is
30/461
veelal het gevolg van een toename van het aantal verkeersbewegingen in een gebied. In paragraaf 2.3 is aangetoond dat voor het plangebied een verkeersgeneratie geldt van 1.738 motorvoertuigen per etmaal op een weekdag. Hierbij wordt op basis van de CROW-kencijfers uitgegaan van een aandeel vrachtverkeer van 20%. Uit een berekening (zie bovenstaande Nibm-rekentool) blijkt dat de bijdrage van het extra verkeer hoger ligt dan de grens voor 'Niet in betekenende mate bedragen'. De toename van NO2 is namelijk 5.52 µg/m3. Voor PM10 is de toename slechts 0,81 µg/m3. Omdat uit de Grootschalige Concentratie- en Depositiekaarten Nederland blijkt dat de achtergrondconcentraties van beide stoffen laag zijn, blijft ondanks deze toename de concentratie NO2 en PM10 ruim onder de grenswaarden. Aanvullend onderzoek naar het aspect luchtkwaliteit is om deze reden niet noodzakelijk. Het aspect luchtkwaliteit vormt dan ook geen belemmering voor dit bestemmingsplan.
4.7
Archeologie
Toetsingskader Per 1 juli 2016 is de Monumentenwet 1988 vervallen. Een deel van de wet is op deze datum overgegaan naar de Erfgoedwet. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over naar de Omgevingswet, wanneer deze in 2022 in werking treedt. Dit geldt ook voor de verordeningen, bestemmingsplannen, vergunningen en ontheffingen op het gebied van archeologie. Vooruitlopend op de datum van ingang van de Omgevingswet zijn deze artikelen te vinden in het Overgangsrecht in de Erfgoedwet, waar ze ongewijzigd van toepassing blijven zolang de Omgevingswet nog niet van kracht is. De kern van de wet is dat wanneer de bodem wordt verstoord, archeologische resten intact moeten blijven. Als dit niet mogelijk is, is opgraving een optie. FAMKE Voor een globaal inzicht in mogelijke waarden heeft de provincie de Friese Archeologische Monumentenkaart Extra (FAMKE) gepubliceerd. De FAMKE bestaat uit twee advieskaarten, één voor de periode steentijd-bronstijd (300.000 - 800 v Chr.), en één voor de periode ijzertijd - middeleeuwen (800 v Chr. - 1500 n Chr.). Toetsing Op basis van zowel de advieskaart voor de steentijd-bronstijd, als de advieskaart voor de ijzertijd-middeleeuwen is conform het FAMKE geen archeologisch onderzoek noodzakelijk voor het overgrote deel van het plangebied.