CConstaterende datwaadhoeke
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2. Bestemmingsplan ‘Dronryp - Fûgellân Puoldyk, fase III’, met als bijlage 1 van de toelichting het beeldkwaliteitsplan

Gemeenteraad Waadhoeke 3 maart 2022, gemeente waadhoekeBij agendapunt: Bestemmingsplan 'St.-Jacobiparochie - Rondom de Geert Veenhuizenstraat' en bestemmingsplan 'Dronryp - Fûgellân Puoldyk, fase III' plus bijbehorend beeldkwaliteitsplan22.931 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Ten aanzien van het onderwerp weidevogels zijn de natuurwaarden nog niet voldoende afgewogen ten opzichte van de ingreep. De provincie adviseert mede om op basis van de Nota Weidevogels 2014-2020 en het Natuurbeheerplan 2021 deze afweging te maken en verzoekt de toelichting van het bestemmingsplan daarmee aan te vullen. Reactie gemeente: Naar aanleiding van de reactie van de provincie is paragraaf 3.2 van de toelichting aangevuld. Voor het onderdeel ontgronding geeft de provincie aan dat in het bestemmingsplan het graven van waterpartijen en sloten mogelijk maakt. In de toelichting wordt echter niet ingegaan op de ontgrondingen ten behoeve van de werkzaamheden. Er moet worden aangegeven hoeveel kubieke meters grond wordt afgegraven en tot welke diepte. Op basis hiervan moeten duidelijk worden of er een ontgrondingvergunning nodig is of

34/234

niet. Reactie gemeente: Paragraaf 4.3 van deze toelichting is aangevuld met deze informatie. Hieruit blijkt dat er geen ontgrondingvergunning nodig is. Overlegreactie Brandweer Fryslân Brandweer Fryslân geeft aan dat er ten aanzien van externe veiligheid en de opkomsttijd geen belemmeringen zijn voor het plangebied en dat het plangebied vanuit twee zijden bereikbaar is. Reactie gemeente: De gemeente heeft paragraaf 4.8 van deze toelichting met deze informatie aangevuld. Ten aanzien van de bluswatervoorzieningen en de bereikbaarheid wordt geadviseerd om het plangebied te voorzien van een brandkraan en de weg uit te voeren volgens de kenmerken die in bijlage 7 zijn aangegeven. Reactie gemeente: De (beoogde) wegen in en buiten het plangebied (zullen) voldoen aan de kenmerken die de brandweer aangeeft. De beoogde brandkraan wordt bij de verdere uitwerking van het project gerealiseerd. Het bestemmingsplan faciliteert dit. Paragraaf 4.8 wordt ook met deze informatie aangevuld. Zienswijzeperiode en vaststelling Vervolgens is het ontwerpbestemmingsplan gedurende zes weken ter inzage gelegd. Tijdens deze periode werd een ieder in de gelegenheid gesteld om een zienswijze in te dienen (artikel 3.8 Wro). Er is één zienswijze ingediend door provincie Fryslân. Deze leidt tot een aanpassing van paragraaf 3.2 van de toelichting.

Daarnaast is sprake van een aantal ambtshalve wijzigingen Zienswijze provincie Fryslân In de overlegreactie op het conceptbestemmingsplan (zie bijlage 7 van de toelichting) heeft de provincie onder meer aangegeven dat in het kader van het aanwezige weidevogelkansgebied de natuurwaarden afgewogen moeten worden ten opzichte van deze ruimtelijke ingreep. Om dit goed te kunnen doen, werd geadviseerd om ambtelijk in overleg te treden met de provinciale dienst op het gebied van weidevogels, om tot een afgestemde motivering te komen. Dit advies is opgevolgd. De hieruit voortkomende motivering is vervolgens opgenomen in het ontwerpbestemmingsplan. Helaas is er bij de provincie sprake geweest van een interne miscommunicatie. De provinciale afdeling Omgevingszaken verkeerde in de veronderstelling dat de hiervoor genoemde afstemming niet heeft plaatsgevonden en vond de betreffende afweging bovendien juridisch te summier. Dit is aanleiding geweest om op dit punt een zienswijze te geven en daarin (wederom) te stellen dat de natuurwaarden beter afgewogen moeten worden ten opzichte van deze ruimtelijke ingreep. Naar aanleiding van de ingekomen zienswijze heeft nader overleg plaatsgevonden met de provinciale afdeling Omgevingszaken. De zienswijze zal níet worden ingetrokken, ondanks de eerdere afstemming over de motivering met de provinciale dienst op het gebied van weidevogels.

Dit komt voort uit de juridische uitleg over de benadering van de regels weidevogelcompensatie in de Verordening Romte, maar ook de onlangs vastgestelde provinciale Nota Weidevogels heeft hiermee te maken. Op 24 november 2021 heeft Provinciale Staten van Fryslân de Nota

35/234

Weidevogels 2021-2030 vastgesteld. Hierbij is een motie aangenomen over de evaluatie van het huidige weidevogelcompensatiebeleid uit de Verordening Romte. Uit die motie blijkt dat PS grote nadruk legt op het belang en behoud van weidevogelkansgebieden. Het hiervoor genoemde geeft duidelijk het belang aan van het goed afwegen van natuurwaarden ten opzichte van ruimtelijke ingrepen, zodra sprake is van een beoogd ruimtelijk plan in weidevogelkansgebied. Gelet op het hiervoor genoemde kan in dit bestemmingsplan alsnog extra nadruk worden gelegd op een zo gedegen mogelijke en juridisch juiste afweging van natuurwaarden ten opzichte van de beoogde ingreep met woningbouw. Dit op een manier die zo dicht mogelijk in de buurt komt van de regeling in de Verordening Romte en de bedoeling van de motie die onlangs bij de nieuwe Nota weidevogels is aangenomen. De tekst die hier op ingaat is opgenomen in paragraaf 3.2 van de toelichting van het bestemmingsplan en heeft de goedkeuring van de provinciale afdeling Omgevingszaken. Op de hiervoor genoemde wijze is zorgvuldig omgegaan met de ingekomen zienswijze van de provincie en is deze inhoudelijk op passende wijze verwerkt in het voorliggende bestemmingsplan.

Ambtshalve wijzigingen verbeelding en beeldkwaliteitsplan Verder is het vanuit stedenbouwkundig oogpunt wenselijk dat er voldoende ruimte en openheid in het straatbeeld ontstaat tussen de woningen aan beide kanten van de straten. Vanuit een klimaat adaptieve en ruimtelijke kwaliteitsgedachte is gekozen voor een niet te breed straatprofiel, om op deze manier niet meer te verharden dan noodzakelijk is en tevens de uitstraling van een rustige woonwijk te krijgen. In het ontwerpbestemmingsplan was voor de twee noordoost-zuidwest georiënteerde woonstraten een minimale afstand tussen de bouwvlakken opgenomen van 17 meter, met in het midden de straat. Daarnaast is er sprake van een flexibele rooilijn. Dit betekent dat niet strak in de bouwvlakgrens gebouwd hoeft te worden en daardoor gekozen kan worden voor een diepere voortuin. Hierdoor kan wat meer afstand dan 17 meter ontstaan ten opzichte van de huizen aan de overkant van de straat. Op basis van de eerste schetsen en ideeën die sinds de ontwerpfase de revue zijn gepasseerd, is de indruk ontstaan dat er geen of weinig gebruik zal worden gemaakt van deze flexibele rooilijn. Toekomstige ontwikkelaars/bewoners lijken over het algemeen te kiezen voor de realisatie van een woning op minimale afstand van de weg, aan de uiterste rand van het bouwvlak. In dat geval is de afstand tussen de bouwvlakken van 17 meter wat aan de krappe kant.

Vandaar dat het vanuit stedenbouwkundig oogpunt wenselijk is om het bestemmingsplan op dit onderdeel gewijzigd vast te stellen en de bouwvlakken langs de twee noordoost-zuidwest georiënteerde woonstraten een meter verder van de weg af te leggen. Op deze manier wordt een minimale afstand van 19 meter tussen de tegenover elkaar liggende bouwvlakken gerealiseerd, met in het midden de straat. Op deze manier ontstaat meer lucht en ruimte in het straatbeeld. Voor ontwikkelaars/bewoners blijft de mogelijkheid overigens bestaan om alsnog ervoor te kiezen om de woning wat verder van de straat af te positioneren. Het bestemmingsplan blijft de mogelijkheid van een flexibele rooilijn bieden. Het beeldkwaliteitsplan behoeft verder geen aanpassing op dit punt. Tenslotte stond in het beeldkwaliteitsplan dat hoekwoningen qua aanzicht extra aandacht vragen. Dit zou ook moeten gelden voor de erfafscheidingen op de hoekkavels, zodra ze duidelijk zichtbaar zijn vanaf de openbare ruimte. Het beeldkwaliteitsplan is hier nog op aangepast. Op pagina 15 en het direct daarachter gevoegde welstandskader (het beeldkwaliteitsplan is opgenomen als bijlage 1 van de toelichting) is hier meer aandacht aan besteed en wordt het belang van de ruimtelijke kwaliteit duidelijk benoemd. Zo zijn er tips opgenomen en is

36/234

in het welstandskader duidelijker benoemd wat er mogelijk is aan erfafscheidingen op de vanaf de openbare ruimte zichtbare hoekkavels. Vaststelling en beroepsfase Het bestemmingsplan is vervolgens op basis van de in hiervoor aangegeven wijzigingen gewijzigd vastgesteld. Het besluit tot vaststelling wordt gepubliceerd en het bestemmingsplan ligt zes weken ter inzage. Tijdens die periode bestaat de mogelijkheid beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in te dienen tegen het besluit en het plan.

6.2

Economische uitvoerbaarheid

Voor de uitvoerbaarheid van het plan is het van belang te weten of het economisch uitvoerbaar is. De economische uitvoerbaarheid wordt enerzijds bepaald door de exploitatie van het plan (financiële haalbaarheid) en anderzijds door de wijze van kostenverhaal van de gemeente (grondexploitatie). Financiële haalbaarheid Met de grondeigenaar van een woningbouwlocatie in St.-Jacobiparochie zijn afspraken gemaakt over het realiseren van woningbouw in dit plangebied. Hiermee wordt de woningbouwlocatie in St.-Jacobiparochie wegbestemd door middel van een apart bestemmingsplan, dat qua procedure voor zover mogelijk parallel zal lopen met dit bestemmingsplan. Tussen gemeente en ontwikkelaar zijn hier (kosten)afspraken over gemaakt. Grondexploitatie Doel van de in de Wet ruimtelijke ordening (Wro) opgenomen grondexploitatieregeling is het bieden van ruimere mogelijkheden voor het kostenverhaal en het creëren van meer sturingsmogelijkheden. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen de publiekrechtelijke weg via een exploitatieplan en de privaatrechtelijke weg in de vorm van overeenkomsten. In het geval van een exploitatieplan kan de gemeente eisen en regels stellen voor de desbetreffende gronden, (woning)bouwcategorieën en fasering. Bij de privaatrechtelijke weg worden dergelijke afspraken in een (anterieure) overeenkomst vastgelegd.

De gronden in het plangebied zijn in eigendom van de gemeente. Om deze reden is het opstellen van een grondexploitatieplan niet noodzakelijk. Tussen de gemeente en de ontwikkelaar is een overeenkomst gesloten waarmee de kosten voldoende zijn verzekerd.

37/234

38/234

Bijlagen toelichting

39/234

40/234

Bijlage 1

41/234

Beeldkwaliteitsplan

Beeldkwaliteitsplan Puoldyk - Fase III Dronryp

26 januari 2022

31 -A <-

Puoldyk - Fase III

r r

r

r

Wonen op de overgang van dorp en land in een groene, waterrijke buurt

r

r

Skri es r

r

r

Puoldyk – Fase III is een uitbreiding van de wijk Fûgellân aan de oostzijde van Dronryp. Het vormt de nieuwe overgang van het dorp naar het land. De overgang van de oude kwelderwal naar de lagere, nattere delen ‘De Puollen’, biedt de mogelijkheid om van beide te profiteren. Wonen in Puoldyk is wonen in een historische kern, met uitzicht op het weidse agrarische landschap.

r

vb

r

r r r r

r

r

r

r

r

Ljurk

r

rie s

r

Door de ruime opzet, met doorzichten vanaf de straten en ruimte tussen de woningen, is vanuit veel plekken in de buurt het omliggende landschap te ervaren. Maar ook de buurt zelf krijgt een aantrekkelijk karakter, met watergangen met flauwe oevers en brede grasstroken met bomen. Genieten van deze kwaliteit kan vanuit de eigen tuin. Eén derde van de woningen ligt langs de buitenrand met vrij uitzicht op het landschap en alle achtertuinen liggen aan de flauwe, rijk begroeide oevers.

r

Sk

r

vb

r

r

r r

Skrie

s

Klút

vb

r r

<-- cen Dro trum nry p

r r

r

r r

r

vb

r

vb

r

r vb

Puoldy

Veel vrije keus

k

r

r r

r

r r

r

r

r

r r

vb

vb

Puo

r r

ldyk

vb

Patriis

vb

r r

vb

r r

Patriis

r

vb r

Waarla

mke

r r r

r

r

r

Puoldy

ip

k

Strânlj

Het dorpse karakter van de buurt wordt versterkt door de ruime groene kavels waarop vrijstaande en semi-vrijstaande woningen worden gebouwd. Doordat de woningen op voldoende afstand van elkaar staan is variatie mogelijk en krijgen nieuwe bewoners relatief veel vrijheid bij het ontwerpen van de hoofdvorm, grootte en kapvorm van de woning. Om te zorgen voor een dorps karakter, is de hoogte van de woningen gesteld op een maximale goothoogte van 7 meter en een maximale bouwhoogte van 11 meter. Dat betekent dat er woningen van één of twee lagen met een plat dak worden gebouwd en woningen van één of twee lagen met een kap. Deze variatie in de bebouwing moet zorgen voor een landelijke woonsfeer.

r

r

r r

vb

r r

r r vb

vb r r

De

Poe le

n

r r

mke

vb

-->

Waarla

De Puoldyk met op de achtergrond de kerk van Dronryp. In het midden de rode woningen aan de Puoldyk. Daarachter, rechts op de foto, komt Puoldyk - Fase III..

De rol van dit beeldkwaliteitsplan Het gemeentelijke welstandsbeleid is vastgelegd in de Welstandsnota die op 1 juli 2021 is vastgesteld. De nota is ingedeeld in verschillende welstandsgebieden met hun specifieke kenmerken. Om in dit gebied (hierboven afgebeeld) een specifiekere beeldkwaliteit te kunnen creëren, stelt de gemeenteraad samen met een bestemmingsplan ook een beeldkwaliteitsplan vast. Dit beeldkwaliteitsplan vormt, na vaststelling door de raad, het geldende welstandskader voor het plangebied én voor de reeds bestaande aansluitende woningbouw aan de Puoldyk 53 tot en met 65.

2.

3.

Samenhang door materiaal- en kleurgebruik Om toch een samenhangend totaalbeeld te krijgen is afstemming tussen het beeld van de woningen onderling en met de omgeving gewenst. Want Dronryp is en blijft een Fries dorp met een historisch karakter en niet een wijk bij Almere in een jonge polder. Of het nu het beschermde dorpsgezicht is, de wederopbouwbuurten van de jaren ’50 en ‘60 of de modernere wijken van de laatste decennia zijn: in Friese dorpen zoals Dronryp worden huizen gebouwd van bakstenen en hebben een pannenkap, met soms hout in de bovenkant van de gevel. Gewone, degelijke woningen. Dat beeld wordt in Puoldyk – Fase III doorgezet. Woningen met pannenof platte daken en metselwerkgevels met eventueel ondergeschikte houtvlakken in de gevel. Daarbij wordt aangesloten op de systematiek die is ingezet voor de woningen aan de Puoldyk, die straks onderdeel zijn van de buurt. Aan de Puoldyk is ook veel vrijheid gegeven in de hoofdmassa van de woningen, maar is gekozen voor een sterke samenhang in materiaal- en kleurgebruik. Hier hebben alle woningen dezelfde rode bakstenen gevels, zwarte pannendaken, zwarte kozijnen en waar houtvlakken in de gevel zijn toegepast, is dit ook zwart. Er is veel variatie in de vorm van de woningen, maar door het materiaal- en kleurgebruik toch ook veel samenhang.

De Tsjerkebuorren, onderdeel van het beschermd stadsgezicht van Dronryp.

Uitgangspunt voor de beeldkwaliteit van Puoldyk - Fase III: variatie in hoofdvorm en samenhang in het materiaal- en kleurgebruik.

Als de basisprincipes voor samenhang in kleur- en materiaalgebruik worden losgelaten, zal op andere architectonische principes meer aandacht komen te liggen.

Voor Puoldyk – Fase III gelden in de basis dezelfde uitgangspunten, maar een buurt met circa veertig alleen maar rode woningen doet niet dorps aan. Daarom kan voor het metselwerk en de kozijnen uit meer kleuren worden gekozen. Wanneer een nieuwe woning met de voorgeschreven materialen wordt ontworpen, is welstand in veel gevallen slechts een eenvoudige toets. hoofdvorm

Skilpaed, onderdeel van het beschermd stadsgezicht van Dronryp.

Afwijken kan Wonen in een dorp heeft iets gemeenschappelijks. Sociale contacten dichtbij, iedereen kent elkaar en helpt elkaar, oftewel Mienskip. Toch betekent dat niet, dat iedereen zich moet conformeren of moet schikken naar het geheel. Dat geldt ook in Puoldyk – Fase III. De huidige tijd, met haar creativiteit en individualiteit, maakt dat er mensen zijn die net even anders willen wonen. Bijvoorbeeld meer gericht op leven in de tuin en het uitzicht, in een bijzondere gezinssamenstelling of uitgesproken duurzaam met vernieuwende technieken of natuurlijke materialen. De variatie die dit soms vraagt, wordt deels al gegeven door de vrijheid in hoofdvorm en massaopbouw binnen het plan. Maar wellicht zijn hiervoor ook afwijkende materialen of kleuren nodig. Afwijken mag, maar dient wel zorgvuldig te gebeuren.

gevelkleuren

dakkleur

kozijnkleuren

Kent de woning op zichzelf een evenwichtige gevel en massaopbouw? Zitten de gevelopeningen op de juiste plek? Hoe is de woning gericht op het landschap? Hoe wordt de woning gepositioneerd op de kavel en hoe verhoudt zich dat tot de buurwoning? Is er voldoende samenhang en afstemming tussen de goothoogte en dakvorm van de woning ten opzichte van de omliggende woningen? Is de gekozen bouwstijl passend bij het geheel? Afwijken van de standaard beeldkwaliteitsregels, zoals voor gerichtheid, materiaal- en kleurgebruik, is dus bespreekbaar, maar vraagt om de nodige kunde, oog voor detail, een goede analyse van en afstemming op de omgeving. Een dergelijk plan wordt dan ook met een zelfde zorgvuldigheid beoordeeld. Met bijvoorbeeld extra overleggen over het plan met de gemeente en een welstandstoets die veel nauwkeuriger kijkt naar wat passend is in de omgeving.

Variatie in de hoofdmassa en samenhang in het kleur- en materiaalgebruik van de woningen aan de Puoldyk.

4.

5.

Op de overgang Op de overgang van droog naar nat Rond 5000 v. Chr. bestond de Noord-Nederlandse kust uit grote wadden-, slib- en kweldergebieden. De kustlijn lag veel verder landinwaarts dan nu. Langs de randen van de kwelders werden veel grove zanddeeltjes en schelpresten afgezet. Daardoor ontstonden langs de kustlijn kwelderwallen, zandige ruggen van enkele decimeters hoog. De grond is hier, door het relatief zandige karakter, losser van structuur in vergelijking met de meer kleiachtige ‘dalen’. Dit maakte de kwelderwallen praktischer voor de latere bewoning door mensen: het land liep minder snel onder en de grond was veel geschikter voor akkerbouw.

Firdgum 700 nC.

Minnertsga 600 nC.

Berlikum

Sexbierum 150 nC. Wijnaldum

Dongjum 150 nC.

0 nC. Menaldum

Peins

150 vC.

Zweins

Dronrijp 400 vC.

0 nC. 150 vC. Harlingen

Beetgum

Welsrijp

400 vC.

300 vC. Tzum

Baijum

Op de kwelderwal In Westergo ontstonden, van circa 500 voor Christus tot 700 na Christus, steeds nieuwe kwelderwallen langs de kustlijn die naar het noorden opschoof. Daar achter lag een laaggelegen, nat en ontoegankelijk veengebied. Op de eerste kwelderwal in de reeks is Dronryp ontstaan. Het is daarom één van de eerste bewoonde plekken van Westergo en één van de oudere dorpen. De bebouwing stond veelal in een lint op de wal. Dit rijke verleden is nog steeds terug te zien in het dorp, zoals de kerken en het beschermde dorpsgezicht. Tot en met de jaren ’60 van de 20e eeuw lag het dorp nog voornamelijk langgerekt op de kwelderwal, maar daarna is het steeds uitgebreid met wijken aan de west- en oostzijde. Nieuwe buurten zoals Puoldyk – Fase III liggen daarom op de overgang van de oude kwelderwal naar het lagere landschap.

650 vC.

kwelderwallen en terpenrijen hoger land laag land ge�jde-oeverwallen kwelderwal zee kwelderbekken

De Poelvaart met de molen.

Natter, lager, agrarisch landschap

Noord-Fryslân 500 voor Chr.

De ontwatering van het kwelderlandschap vond plaats via een stelsel van geulen en prielen. Een naar verhouding zeer laag en nat deel was het gebied ten oosten van Dronryp. De ontwatering liep via de Poelvaart en het gebied (en het gehucht daar) werd De Poelen/De Puollen genoemd. Ook deze historie is nog steeds af te lezen. De Poelvaart ligt er nog steeds en de mooie, oude molen is behouden. De Puoldyk, die aan de zuidkant van het plangebied ligt, is de enige (auto)weg naar dit stukje agrarisch land. De Puoldyk en de nieuwe woonontwikkeling die hier aan ligt, vormen de overgang van dorp naar buitengebied.

6.

Dronryp eind 19e eeuw. De Poelvaart is duidelijk herkenbaar als hoofdontwatering van De Poelen. Het dorp ligt nog langgerekt als een lint op de Kwelderwal en aan de zuidzijde zijn het station en het spoor van Harlingen naar Leeuwarden al aangelegd. De Harlingervaart loopt nog midden door het dorp. In de jaren ‘50 van de 20e eeuw zal deze deels worden gedempt als het Van Harinxmakanaal wordt gegraven direct ten zuiden van het dorp.

Firdgum 700 nC.

Minnertsga 600 nC.

Berlikum

7.

De omgeving De rode woningen met zwarte daken aan de Puoldyk De eerdere fase van deze nieuwe woonontwikkeling van Dronryp staat al aan de Puoldyk. Dit is een rij vrijstaande woningen van verschillende hoofd- en kapvorm, met een sterke samenhang doordat in alle gevels en daken dezelfde materialen en kleuren zijn gebruikt. De woningen staan met de voorzijde naar de Puoldyk en hebben hier een formele toegang met een bruggetje. Ze worden echter voor dagelijks gebruik ontsloten via de achterkant, via een weg die hiervoor al deels is aangelegd. Deze weg vormt de zuidelijke ontsluiting van Puoldyk - Fase III. Fase III en de bestaande woningen aan de Puoldyk gaan daarom gezamenlijk een buurt vormen.

A31 n

rlinge

<-- Ha

Franeker

eg

Leeuwarden

akanaal

xm Van Harin

Dronryp

traatw Rijkss

spoor

N31

Drachten -->

Goed ontsloten

A32 e renv

-->

-B

> en --

<-

Hee

d

ar

sw ol

k Snee

De ontsluiting van deze buurt gebeurt via de twee naastgelegen straten. De Puoldyk loopt in westelijke richting naar het centrum en de voorzieningen van het dorp. Ook is dit de route naar station Dronryp. Het station ligt ten zuiden van het dorp op 3 kilometer fietsen van Puoldyk – Fase III. In de noordwesthoek van het plangebied komt een aansluiting op de Skries. Deze straat sluit direct aan op de snelweg A31 en de oude Rijksstraatweg, waardoor meer voorzieningen en scholen snel te bereiken zijn op de fiets en met de auto. Het centrum van Franeker en het centrum van Leeuwarden liggen binnen 10 km afstand van het plangebied.

Ligging van Puoldyk - Fase III in de omgeving De Skries, de berm rechts geeft een indruk van de berm die langs de noordelijke straat komt. Straat langs de achterzijde van de woningen aan de Puoldyk. Deze berm wordt straks onderdeel van een brede groenstrook met bomen.

8.

9.

Hoe de buurt eruit komt te zien De buurt is opgebouwd uit vier stedenbouwkundige elementen. Dit zijn de straten, de kavels, de groenstroken met bomen en de watergangen.

Straten en verlichting De buurt krijgt twee straten in oost-westrichting en twee straten in noord-zuidrichting. Het krijgt de inrichting van een 30 km/u-gebied. De rijbaan wordt 4,5 meter breed en krijgt een dorpse uitstraling door het gebruik van klinkers. Langs de drie noordelijke straten komt aan één zijde een extra strook klinkers te liggen van 1,5 meter breed waarop kan worden geparkeerd. Tussen de beide stroken komt een molgoot. De rijbaan en de molgoot worden aangelegd met klinkers in een roodbruine tint. De parkeerstrook krijgt een licht afwijkende tint en een afwijkend bestratingspatroon. De verlichting langs de straten wordt uitgevoerd in antraciet grijze armaturen (RAL 7016), passend bij de daken van de woningen.

Kavels Het straatbeeld wordt mede bepaald door de uitstraling van de kavels en de woningen. Het beeld krijgt samenhang en een landelijke uitstraling door het materiaal- en kleurgebruik van de woningen en groene tuinen met zo min mogelijk verharding. Door alleen (semi-)vrijstaande woningen te bouwen op diepe kavels, blijft er veel ruimte open tussen de woningen voor tuinen. Er wordt gestreefd om deze zo groen en open mogelijk te houden. Bijvoorbeeld door het toepassen van beplanting als erfafscheiding en deze niet te hoog te maken. Rond de voortuin wordt een maximale hoogte van 1 meter aangehouden voor de erfafscheidingen. Vanaf de voorgevel is dit 2 meter hoog in verband met privacy op het zij- en achtererf. Aan de achterzijde grenzen de tuinen aan de flauwe begroeide taluds en is andere erfafscheiding hier niet toegestaan. Wel mag men hier een vlonder aan het water maken.

Water en oevers De bestaande watergangen langs de buitenzijde worden verbreed en krijgen een flauw talud aan de kant van de tuinen. Zo ontstaat langs de gehele noord- en oostrand van de buurt een doorlopende, rijk begroeide oever, die een eenduidige, natuurlijke overgang vormt van het dorp naar het omliggende landschap. Midden door het plangebied komt een brede watergang met aan beide zijden een zelfde flauw talud, als scheiding tussen de achterkant van de kavels in het midden van Puoldyk - Fase III. r r

r

De watergangen krijgen door de verbredingen een meer glooiend verloop, waarbij het watervlak wisselend 3 tot 12 breed is. De flauwe 1:4-taluds maken de oevers natuurvriendelijker met leefmogelijkheden voor diverse planten, vissen en andere waterdieren. Dit ziet er niet alleen mooi uit, maar is ook goed voor de waterkwaliteit. r

r

r

es

Skri

r

r

r

r

vb

r

r r r r

r

r

r

r

r

Ljurk

Gras en bomen

r

De noordelijke straat wordt begeleid door een 4 meter brede berm met Hollandse Lindes. vb

r

r

r

r

r

r

r

Skrie

s

Klút

Langs de zuidelijke straat komt een veel breder grasvlak van 21 meter breed. Hier staan de bomen niet in een rij, maar veel speelser verdeeld over het grasvlak. Er komen enkele Gewone Esdoorns als grote blikvangers, meerdere Vogelkersen voor het bloeiende effect in de lente en enkele Hollandse Lindes die zorgen voor een relatie met de noordelijke straat.

vb

r r

r r

r

r

r

r

vb

r

vb

r

r

vb

Puoldy

k

r

r

r

r

r r

r

r

r

r r

vb

vb

r r

vb

Patriis

10.

vb

r

r

vb

11.

Ontwerpen van de woning Positionering en voorzijde

Uitgangspunten positionering van de woning

Het bestemmingsplan regelt middels bouwvlakken dat de woningen op de voorzijde van de kavels komen. Daarbinnen is ruimte om met de woning te schuiven. Hierdoor kunnen de woningen verschillende breedtes krijgen en dichter of verder van elkaar af komen te staan. Ook hoeven de woningen niet strak in het gelid te staan en is een wisselende rooilijn mogelijk. Wel dienen de woningen/de hoofdgebouwen op minimaal drie meter van de zijdelingse erfgrenzen te worden geplaatst, tenzij het een semi-vrijstaande woning is. Deze regels zijn opgenomen in het bestemmingsplan. Bijgebouwen of aanbouwen komen achter de voorgevelrooilijn, want de woning (het hoofdgebouw) neemt de prominentste plek in aan de straat. De woningen dienen op de straat te worden gericht. De voorgevel is de naar de straat toe gekeerde gevel en deze dient voldoende ramen en/of deuren te bevatten om een open karakter te krijgen. Voor woningen op hoeken is het ook van belang dat de zijgevels die aan een zijstraat of een groene ruimte liggen, een open karakter krijgen.

Geknikte dakvlakken zijn niet toegestaan:

mansardekappen

aangeklopte daken

wolfseinden

Hoofdvorm De hoofdvorm van de woning is dus relatief vrij te bepalen, zo lang de stijl kantig is met rechte hoeken en lijnen, zonder ronde muren of dakvormen. De bestemmingsplanregels geven ruimte voor veel verschillende typen woningen, ondanks dat de hoogte is gemaximeerd. Van bungalows van één laag eventueel met een flauwe kap, tot platte woningen van twee lagen of grote woningen van twee lagen met een zolderverdieping. Door de verschillende breedtes, hoogtes en verschijningsvormen ontstaat een rijke variatie. Wel wordt de vrijheid in kapvormen enigszins beperkt tot eenduidige kapvormen, zoals platte daken, zadeldaken (met kilkeper), schilddaken, lessenaarsdaken en vlinderdaken. Binnen dit potentieel rijke palet aan vormen zorgen knikkende dakvlakken voor een te onrustig beeld. Daarom zijn mansardekappen, aangeklopte daken en wolfseinden niet toegestaan.

Architectuur De aanblik van de woning wordt deels bepaald door de hoofdvorm, maar net zo belangrijk zijn de openingen in de gevels (deuren en ramen) en de materialen die worden gebruikt. De deuren en ramen geven de woning een gezicht. Ze helpen bijvoorbeeld om aan te geven wat de voorkant is en wat de achterkant. Het beeld van de woning laat ook zien wat de functies zijn: dat er wordt gewoond, waar de ingang is, wat privé is en wat meer openbaar. Puoldyk – Fase III is onderdeel van het dorp Dronryp en staat niet geheel op zichzelf. Er zijn al woningen aan de Puoldyk en de nieuwe straten liggen direct achter de woningen aan de Skries. Er is dus afstemming nodig tussen de nieuwe ontwikkeling en het bestaande. In Dronryp staan van oudsher voornamelijk woningen van één laag met een kap, maar de laatste decennia wordt gevraagd om wat ruimere woningen. Een voorbeeld hiervan is de buurt ten zuiden van de Puoldyk, waar woningen van twee lagen met een kap staan. De ruimte voor deze variatie wordt geboden in het plan, maar te veel variatie kan zorgen voor een rommelig beeld. Daarom gelden voor de te gebruiken materialen en kleuren regels. Het palet van materialen en kleuren is afgestemd op de materialen en kleuren die gebruikelijk zijn voor deze omgeving en passen bij het rode metselwerk en de zwarte daken van de woningen aan de Puoldyk.

12.

De voorzijde van het hoofdgebouw/ de woning wordt naar de weg gericht. De voorgevel dient een open karakter te krijgen.

Bij woningen op hoeken krijgen de zijgevels die aan een zijstraat, watergang of een groene ruimte liggen, ook een open karakter.

Bijgebouwen staan achter de voorgevelrooilijn van het hoofdgebouw.

Beoogde hoofdvorm, kleur- en materiaalgebruik

De hoofdvorm is vrij te bepalen met een maximale goothoogte van 7 meter en een maximale nokhoogte van 11 meter. Wel dient de hoofdvorm kantig te zijn, met rechte hoeken en lijnen. Zowel platte als schuine daken zijn mogelijk, maar geknikte dakvlakken zoals in mansardekappen, aangeklopte daken en wolfseinden zijn niet toegestaan.

Gevels van de woningen bestaan uit metselwerk, in aardse tinten donkerbruin, bruin, donkerrood, rood en zeer donkergrijs/zwart.

De schuine daken krijgen zwarte dakpannen en de platte daken worden uitgevoerd in zwart EPDM of bitumen. Hier en daar mag een vrijstaande woning langs de noordelijke- en oostelijke buitenrand een rieten kap krijgen.

Ondergeschikte delen van de gevel mogen worden uitgevoerd in een afwijkend materiaal zoals hout, in de kleuren zwart of gebroken wit. Kozijnen worden wit, antraciet, taupe of zwart.

13.

Tips voor de tuin Voortuin Met name de inrichting van de voortuin kan helpen om het totale straatbeeld aantrekkelijk te maken. Het is wenselijk om de voortuinen groen in te richten en zo min mogelijk te verharden. Bijvoorbeeld een grasvlak met een smalle oprit en wat opgaand groen, zoals struiken, hoge grassen of een boom. Een ander voorbeeld is een grasvlak met alleen opgaand groen langs de zijdelingse erfgrenzen en een enkele eye-catcher op het grasvlak: een kunstwerk, vijvertje, mooie struik, of iets dergelijks.

erfafscheidingen voortuin erfafscheidingen voortuin

Erfafscheiding voorzijde Door de erfafscheiding langs de straat laag te houden, kunnen de voortuinen vanaf de straat worden ervaren. Dus een lage haag of een laag hekje toepassen van maximaal 1 meter hoog. Ook kan gekozen worden voor geen erfafscheiding aan de voorzijde. Bijvoorbeeld door het grasvlak door te laten lopen tot aan de bestrating van de straat. Een solitair struikje, boompje of middelgrote bloeiende plant op de erfgrens kan ook de overgang van publiek naar privé markeren.

Erfafscheiding zij- en achtertuin

maximale hoogte 2 m. maximale hoogte 2 m.

maximale hoogte 1 m. maximale hoogte 1 m.

maximale hoogte 1 m. maximale hoogte 1 m. erfafscheidingen langs openbare ruimte zij- en achtertuin erfafscheidingen langs openbare ruimte zij- en achtertuin

Een groene inrichting van de achter- en zijtuinen is natuurlijk ook mooi, met bijvoorbeeld hier en daar een boom en beplanting als erfafscheiding in plaats van schuttingen. Op het zij- en achtererf zijn erfafscheidingen hagen/een groene afscheiding of van hout en hebben een maximale hoogte van 2 meter. Op de hoekkavels staan de zij-erfafscheidingen aan de openbare ruimte en wordt extra aandacht van de ruimtelijke kwaliteit gevraagd. Hier mag de onderste meter van de erfafscheiding hard zijn, oftewel van een dicht materiaal zijn. De bovenste meter is van (levend) groen.

Langs de watergang

maximaal 4 m. maximaal 4 m.

referentiebeelden voortuin minimaal 2 m. minimaal 2 m.

minimaal 1 m. minimaal 1 m.

Bij elke woning mag één houten vlonder aan de flauwe oever worden geplaatst. Het is niet de bedoeling dat de doorlopende, rijk begroeide oevers te veel worden verstoord. Daarom mogen de vlonders maximaal 4 meter breed worden en dienen ze op minimaal 2 meter afstand van de zijdelingse erfgrens te staan. Daarnaast moeten de vlonders op enige afstand van het water worden geplaatst, waardoor de opgaande beplanting door kan lopen langs het water. In het bestemmingsplan is hiervoor een regeling opgenomen: de vlonders dienen binnen het woonvlak te komen en deze is op 1 meter afstand van de waterkant geprojecteerd. Een minimale afstand van 1 meter van de waterkant dient dus te worden aangehouden, maar een grotere afstand is toegestaan en zorgt voor meer ruimte voor de flora, fauna en het onderhoud.

Ecologie De tuin groen inrichten en de natuurvriendelijke oever goed onderhouden kan bijdragen aan een ecologisch duurzamere en rijkere leefomgeving. Struiken met bessen, fruitbomen en vlinderstruiken zorgen bijvoorbeeld voor beschutting en voedsel voor insecten, vogels en kleine zoogdieren. Minder bestrating zorgt ervoor dat regenwater beter in de bodem infiltreert. Beplanting als erfafscheiding en gras in de tuin is dus goed voor een aantrekkelijke aanblik van de buurt, maar ook voor meer biodiversiteit.

14.

15.

Welstandskader Plaatsing

Afwijken is mogelijk

• • • •

Een plan dient in beginsel te voldoen aan de hiernaast gegeven regels. In het geval dat een plan hieraan voldoet is de welstandstoets relatief eenvoudig. Er kan echter gemotiveerd afgeweken worden van de regels betreffende het aanzicht en de opmaak van de woning. In die zin dat andere materialen of kleuren kunnen worden toegepast of dat een afwijkende gerichtheid voor de woning wordt gekozen.

Bebouwing gesitueerd langs of aan de straat. Vrijstaande en halfvrijstaande woningen. Wisselende rooilijn mogelijk. Woningen (hoofdgebouwen) zijn gericht op de straat.

Hoofdvorm • • •

Hoofdvorm en korrelgrootte van de woningen zijn divers. Variatie tussen één laag plat, één laag plat met opbouw, één laag plus kap, twee lagen plat of twee lagen met een kap. Keuze uit eenduidige kapvormen zoals platte daken, zadeldaken (met kilkeper), schilddaken, lessenaarsdaken en vlinderdaken. Knikkende dakvlakken voorkomen, dus mansardekappen, aangeklopte daken en wolfseinden zijn niet toegestaan.

Aanzicht • • • •

Woningen (hoofdgebouwen) zijn gericht op de openbare ruimte. Hoekwoningen vragen om extra aandacht, geen blinde zijgevels. Stijl is kantig. Afwijkende positionering en/of gerichtheid is mogelijk, mits de uitstraling en kwaliteit passend is in de omgeving. Zie ‘Afwijken is mogelijk’.

Opmaak • • • • • • •

De opmaak zorgt voor de samenhang binnen de buurt. Gevels van de hoofdgebouwen bestaan uit metselwerk, in aardse tinten donkerbruin, bruin, donkerrood, rood en zeer donkergrijs/zwart. Ondergeschikte delen van de gevel mogen worden uitgevoerd in een afwijkend materiaal zoals hout, in de kleuren zwart of gebroken wit. Schuine daken van zwarte pannen of bitumen/EPDM voor platte daken. Als incident mogen op de vrijstaande woningen langs de noordelijke- en oostelijke buitenrand rieten kappen komen. Kozijnen in wit, antraciet, taupe of zwart. Afwijkende materialen zijn mogelijk, mits de uitstraling en kwaliteit passend is in de omgeving. Zie ‘Afwijken is mogelijk’.

Kavel • • • • • •

Erfafscheiding van de voortuin laag houden; haag, groene afscheiding, hekje of geen afscheiding. Maximale hoogte erfafscheiding op het voorerf is 1 meter. Op het zij- en achter erf maximale hoogte erfafscheidingen 2 meter; hagen/groene afscheiding of erfafscheidingen van hout. Zij-erfafscheidingen gelegen aan de openbare ruimte (hoekkavels) zijn volledig uitgevoerd als haag/groene afscheiding. Ook mag de onderste meter van de erfafscheiding hard zijn, oftewel van dicht materiaal zijn en de bovenste meter van (levend) groen Voor- en zijtuin bij voorkeur beplanten met opgaand groen. Langs de watergangen een flauwe oever met opgaande begroeiing. Per kavel mag één houten vlonder aan de flauwe oever worden geplaatst. Maximale breedte van de vlonder is 4 meter. Plaatsing op minimaal 1 meter afstand van de waterlijn en op minimaal 2 meter afstand van de zijdelingse erfgrenzen.

Er kan ook gemotiveerd afgeweken worden van de regel van het kavel aangaande de zijerfafscheiding langs de openbare ruimte. In de zin dat de gehele 2 meter hoogte verhard mag zijn, oftewel van een dicht materiaal mag zijn. Aan dergelijke afwijkingen van het welstandskader zijn nadrukkelijk voorwaarden verbonden. Wanneer de basisprincipes voor gerichtheid en/of samenhang in kleur- en materiaalgebruik worden losgelaten, zal op andere architectonische principes meer aandacht komen te liggen. Dit vraagt om een zorgvuldige analyse van de situatie en de directe omgeving en daarmee om een vormgeving van de woning die hierop is afgestemd. Een dergelijk plan wordt dan ook met dezelfde zorgvuldigheid beoordeeld. Met bijvoorbeeld extra overleggen over het plan met de gemeente en een welstandstoets die veel nauwkeuriger kijkt naar wat passend is in de omgeving. Het belangrijkste uitgangspunt is dat er nog steeds moet worden gestreefd naar samenhang binnen de buurt. Maar de woning moet zelf ook een eenduidige en samenhangende vormgeving krijgen. Daarom dienen woningen aan een aantal architectonische principes te voldoen. Hiervoor wordt verwezen naar het hoofdstuk Algemene criteria in de welstandsnota van Waadhoeke. Samengevat zijn deze principes: • • •

• • •

De verschijningsvorm van een gebouw heeft een relatie met het gebruik ervan en de wijze waarop het is gemaakt, terwijl de vormgeving daarnaast ook zijn eigen samenhang en logica heeft. Een gebouw is een particulier object in een openbare context, dus dat vraagt om een goede relatie tussen bouwwerk en omgeving. Gebouwen zijn onderdeel van een sociaal-culturele context en dat vraagt om een reactie hierop. In iedere bouwstijl wordt gebruik gemaakt van verwijzingen en associaties naar wat eerder of elders reeds aanwezig was of naar wat in de toekomst wordt verwacht. De kracht of de kwaliteit van een bouwwerk ligt echter vooral in de wijze waarop die verwijzingen en associaties worden verwerkt en geïnterpreteerd. Een belangrijke eis die aan een ontwerp voor een gebouw mag worden gesteld is dat er structuur wordt aangebracht in het beeld. Dat er evenwicht is tussen helderheid en complexiteit. De maatverhoudingen van een bouwwerk zijn van groot belang voor de belevingswaarde ervan. Dat vraagt om een samenhangend stelsel van maatverhoudingen, dat beheerst wordt toegepast in ruimtes, volumes en vlakverdelingen. Door middel van materialen, kleuren en lichttoetreding krijgt een bouwwerk uiteindelijk zijn visuele en tactiele kracht: het wordt zichtbaar en voelbaar. Dit bepaalt het karakter van het bouwwerk zelf en dient de ruimtelijke samenhang met de omgeving te ondersteunen.

Bijlage 2

51/234

Stikstofonderzoek

20 april 2021 20210271_ D. Rutte

Dronryp - Puoldyk fase III Gemeente Waadhoeke

In opdracht van de gemeente Waadhoeke is een stikstofdepositieberekening uitgevoerd voor de aanleg- en exploitatiefase van woningen op voormalige agrarische gronden, waarbij rekening is gehouden met verkeersbewegingen en de inzet van diesel aangedreven materieel. Naar aanleiding van de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State van 29 mei 2019 met betrekking tot het Programma Aanpak Stikstof wordt bij vrijwel ieder plan stilgestaan bij de mogelijke stikstofemissie en het effect daarvan op Natura 2000-gebieden. In het kader van het bestemmingsplan Dronryp – Puoldyk fase III is het voorliggende onderzoek uitgevoerd. Binnen het bestemmingsplan Dronryp – Puoldyk fase III worden maximaal 31 woningen gerealiseerd. Het gaat hier om woningen van het type vrijstaand en twee-onder-een-kap. Het exacte woningbouwprogramma is momenteel nog onbekend. Naast de bouw van woningen wordt er een nieuwe weg aangelegd om het plangebied met het omliggende gebied te verbinden.

Met behulp van de nieuwe release van het rekenprogramma AERIUS-calculator (release 15 oktober 2020) is gekeken naar de depositie op de meest nabijgelegen Natura 2000-gebieden (automatische berekening). Vanuit de AERIUS-calculator is vervolgens een Pdf-bestand met resultaten gegenereerd. In figuur 1 is het plangebied met de daaromheen liggende Natura 2000-gebieden weergegeven. Het dichtstbijzijnde stikstofgevoelige Natura 2000-gebied is de Waddenzee. Het plangebied ligt op geruime afstand van Natura-2000 gebied de Waddenzee.

Voor het project wordt uitgegaan van gasloze woningen. Er is derhalve geen emissie vanwege het verstoken van aardgas binnen de woningen. Voor de berekening van de verkeersgeneratie wordt uitgegaan van 15 vrijstaande woningen en 16 twee-onder-een-kapwoningen. Op basis hiervan bedraagt het aantal verkeersbewegingen ten hoogste 248 per etmaal (lichte motorvoertuigen). Dit is berekend op basis van CROW-kengetallen (publicatie 381), zie tabel 1. Voor wat betreft de lengte van de rijroute is uitgegaan van een route vanaf het plangebied naar de Puoldyk.

Tabel 1: Verkeersgeneratie exploitatiefase Type

Aantal woningen

Kencijfer CROW per woning

Verkeersgeneratie per etmaal

Vrijstaand Twee-onder-een-kap

15 16

8,2 7,8

123,0 124,8

Totaal

248

Om te verkennen welke effecten kunnen optreden tijdens de sloop- en aanlegfase is een berekening uitgevoerd. Voor het dieselgebruik is uitgegaan van ervaringsgegevens elders. Het aantal verkeersbewegingen in de sloop- en aanlegfase bedraagt nooit meer dan het aantal in de exploitatiefase, maar is wel afzonderlijk opgenomen in de berekening. De volgende uitgangspunten voor de sloop- en aanlegfase zijn gehanteerd: 1. Voor de aanlegfase wordt uitgegaan van 465 verkeersbewegingen (zware motorvoertuigen) per jaar voor de aanen afvoer van materiaal en materieel. Dit zijn 15 verkeersbewegingen voor iedere woning op jaarbasis. Voor het vervoer van personeel zijn er 6 verkeersbewegingen (licht verkeer) per etmaal. Aangezien het wegverkeer niet verder wordt berekend dan 5 km van het plangebied is de emissie van het wegverkeer in de aanlegfase op dezelfde manier berekend als voor het wegverkeer in de exploitatiefase, zie hiervoor paragraaf 2.2. De emissie van het wegverkeer in de aanlegfase bedraagt 0,3 kg NOx en 0,00 kg NH3. 2. Het aantal uren dat materieel stationair draait bedraagt 30% van de gehele inzetduur van het dieselmaterieel. Gedurende de voorbereiding-/grondwerk draait het materieel 224 uur stationair en gedurende de bouwfase draait het materieel 149 uur stationair. Tabel 2: Uitgangspunten berekening dieselverbruik aanlegfase Activiteit

Klasse

Dieselverbruik [liter/uur]

Uren/dag

Aantal dagen/ woning

Totaal dieselverbruik [liter]

3 2

14.880 4.960

Woningen 31 stuks Voorbereiding/grondwerk Stage IV, 130-300 kW 20 Bouwfase Stage IV, 75-130 kW 10 Totaal

8 8

19.840

Omdat de machines verspreid over het bouwterrein worden ingezet is de emissie ingevoerd als vlakbron in het plangebied.

In het bijgevoegde Pdf-bestand is de ligging van de bronnen en het resultaat weergegeven. Uit de berekeningen blijkt dat de stikstofdepositie nergens hoger is dan afgerond 0,00 mol/ha/jaar en er derhalve geen relevant effect is. Negatieve effecten in de vorm van vermesting en verzuring zijn derhalve niet aan de orde. De aanleg- en exploitatiefase zijn in twee verschillende berekening uitgevoerd. Voor dit plan geldt geen vergunningplicht op basis van de Wet natuurbescherming (Wnb).

2/3

Figuur 1: Ligging plangebied t.o.v. Natura 2000

3/3

Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.

Berekening Situatie 1 Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens

Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: https://www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers. S2DfhiBbp4kr (20 april 2021) pagina 1/5

Resultaten

Contact

Activiteit

Rechtspersoon

Inrichtingslocatie

Rho Adviseurs

Druifstreek, 8911 LH Leeuwarden

Omschrijving

AERIUS kenmerk

Dronryp Puoldyk fase III (exploitatiefase)

S2DfhiBbp4kr

Datum berekening

Rekenjaar

Rekenconfiguratie

20 april 2021, 11:19

2021

Berekend voor natuurgebieden

Totale emissie

Resultaten

Situatie 1

NOx

2,90 kg/j

NH3

< 1 kg/j

Natuurgebied

Hectare met hoogste bijdrage (mol/ha/j)

Uw berekening heeft geen depositieresultaten opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jr.

Toelichting

Verkeersbewegingen exploitatiefase ten behoeve van 31 woningen (vrijstaand en twee-onder-een-kap)

Resultaten

Situatie 1

S2DfhiBbp4kr (20 april 2021) pagina 2/5

Resultaten

Locatie Situatie 1

Emissie Situatie 1

Bron Sector

Bron 1 Anders... | Anders...

Resultaten

Situatie 1

Emissie NH3

Emissie NOx

< 1 kg/j

2,90 kg/j

S2DfhiBbp4kr (20 april 2021) pagina 3/5

Resultaten

Emissie (per bron)

Naam Locatie (X,Y)

Situatie 1

Uitstoothoogte Warmteinhoud Temporele variatie NOx NH3

Resultaten

Situatie 1

Bron 1 172841, 578640 0,0 m 0,000 MW Continue emissie 2,90 kg/j < 1 kg/j

S2DfhiBbp4kr (20 april 2021) pagina 4/5

Resultaten

Disclaimer

Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.

Rekenbasis

Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2020_20210209_2f032ce1a2 Database versie 2020_20210209_2f032ce1a2 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/release/aerius-calculator-2020

Resultaten

Situatie 1

S2DfhiBbp4kr (20 april 2021) pagina 5/5

Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.

Berekening Situatie 1 Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens

Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: https://www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers. RZSBM9SoiMX9 (20 april 2021) pagina 1/5

Resultaten

Contact

Activiteit

Rechtspersoon

Inrichtingslocatie

Rho Adviseurs

Druifstreek, 72 C, 8911 LH Leeuwarden

Omschrijving

AERIUS kenmerk

Dronryp Puoldyk fase III (aanlegfase)

RZSBM9SoiMX9

Datum berekening

Rekenjaar

Rekenconfiguratie

20 april 2021, 11:34

2021

Berekend voor natuurgebieden

Totale emissie

Resultaten Hectare met hoogste bijdrage (mol/ha/j)

Toelichting

Resultaten

Situatie 1

NOx

81,05 kg/j

NH3

< 1 kg/j

Natuurgebied

Uw berekening heeft geen depositieresultaten opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jr.

Aanlegfase van 31 woningen (vrijstaand en twee-onder-een-kap)

Situatie 1

RZSBM9SoiMX9 (20 april 2021) pagina 2/5

Resultaten

Locatie Situatie 1

Emissie Situatie 1

Bron Sector

Bron 1 Mobiele werktuigen | Bouw en Industrie

Bron 2 Anders... | Anders...

Resultaten

Situatie 1

Emissie NH3

Emissie NOx

< 1 kg/j

80,75 kg/j

-

< 1 kg/j

RZSBM9SoiMX9 (20 april 2021) pagina 3/5

Resultaten

Emissie (per bron)

Naam Locatie (X,Y)

Situatie 1

NOx NH3

Voertuig

Omschrijving

Brandstof verbruik (l/j)

Stationair bedrijf (uren/j)

Cilinder Stof inhoud (l)

Emissie

STAGE IV, 130 <= Voorbereiding/ kW < 300, bouwjaar grondwerk 2014 (Diesel)

14.880

224

6,5 NOx NH3

60,51 kg/j < 1 kg/j

STAGE IV, 75 <= kW < 130, bouwjaar 2015 (Diesel)

4.960

149

3,8 NOx NH3

20,25 kg/j < 1 kg/j

Bouwfase

Naam Locatie (X,Y) Uitstoothoogte Warmteinhoud Temporele variatie NOx

Resultaten

Bron 1 172941, 578742 80,75 kg/j < 1 kg/j

Situatie 1

Bron 2 172833, 578638 0,0 m 0,000 MW Continue emissie < 1 kg/j

RZSBM9SoiMX9 (20 april 2021) pagina 4/5

Resultaten

Disclaimer

Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.

Rekenbasis

Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2020_20210209_2f032ce1a2 Database versie 2020_20210209_2f032ce1a2 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/release/aerius-calculator-2020

Resultaten

Situatie 1

RZSBM9SoiMX9 (20 april 2021) pagina 5/5

Bijlage 3

67/234

Ecologisch onderzoek

2021 1

Quickscan Wet natuurbescherming Realisatie Woonwijk te Dronrijp

++

COLOFON BUREAU FAUNAX Tijnjedyk 89 8936 AC Leeuwarden 0683772548 info@faunax.nl www.faunax.nl Lid van Netwerk Groene Bureaus

Quickscan Wet natuurbescherming Realisatie Woonwijk te Dronrijp Leeuwarden, april 2021 In opdracht van: RHO Adviseurs Contactpersoon: Dhr. T. de Jong Uitvoering: Bureau FaunaX Veldwerk en rapportage: Dhr. R. Fokker Autorisatie: Dhr. J. Groen Foto’s voorpagina: Impressie van het plangebied © Bureau FaunaX. Gebruik en overname van gegevens alleen toegestaan met volledige bronvermelding: Bureau FaunaX (2021). Quickscan Wet natuurbescherming/Realisatie Woonwijk te Dronrijp. Rapport 21091. Bureau FaunaX, Leeuwarden.

Disclaimer: In deze rapportage worden de resultaten van een onafhankelijk onderzoek behandeld. Bureau FaunaX heeft een adviserende rol en spreekt zich niet uit over de wenselijkheid van het plan waarop dit onderzoek betrekking heeft. Dit onderzoek is zo zorgvuldig en nauwkeurig mogelijk uitgevoerd. Het voorkomen van beschermde soorten is echter onvoorspelbaar. Aan dit rapport kunnen geen rechten worden ontleend. Wanneer deze rapportage, op wat voor manier dan ook, wordt aangepast en/of aangevuld door een partij anders dan Bureau FaunaX, verliest deze rapportage zijn validiteit en geldigheid. Op dit onderzoek zijn onze algemene voorwaarden van toepassing, zoals gedeponeerd bij de Kamer van Koophandel te Leeuwarden.

INHOUDSOPGAVE 1.

2

INLEIDING ..................................................................................................................... 1 1.1

Aanleiding ..................................................................................................................... 1

1.2

Doel ...............................................................................................................................2

1.3

Onderzoeksopzet ..........................................................................................................2

1.4

Karakteristiek plangebied en planvoornemen ............................................................. 3

RESULTATEN QUICKSCAN ........................................................................................... 5 2.1

Flora ...............................................................................................................................5

2.2

Vogels ............................................................................................................................5 Jaarrond beschermde vogelnesten ...............................................................................5

2.3

Zoogdieren ....................................................................................................................7 Vleermuizen ..................................................................................................................7 Overige zoogdieren .......................................................................................................7

2.4

Reptielen...................................................................................................................... 10

2.5

Amfibieën .................................................................................................................... 10

2.6

Vissen .......................................................................................................................... 10

2.7

Ongewervelden ............................................................................................................ 11

2.8

Gebiedsbescherming .................................................................................................... 11 Stikstofgevoeligheid .................................................................................................... 12

2.9 3

Houtopstanden ........................................................................................................... 13

SAMENVATTING EN CONCLUSIES ............................................................................. 14 3.1

Overzicht beschermde soorten .................................................................................. 14

3.2

Effectbespreking en aanbevelingen ............................................................................ 14 Algemene broedvogels ................................................................................................ 14 Zorgplicht .................................................................................................................... 14 Weidevogelkansgebied ............................................................................................... 14

3.3 4

Overzicht vervolgstappen ........................................................................................... 15

LITERATUUR EN BRONNEN ....................................................................................... 16

BIJLAGE I WET- EN REGELGEVING ................................................................................. - 1 Wnb Soortbescherming ......................................................................................................- 1 Vogels en verstoring .................................................................................................- 1 Vrijgestelde soorten Provincie Fryslân.....................................................................- 1 Voorwaarden vrijstellingen ..................................................................................... - 2 Zorgplicht art 1.11 Wnb............................................................................................. - 3 Wnb Gebiedsbescherming ................................................................................................ - 3 Natura 2000-gebieden ............................................................................................. - 3 Wnb Houtopstanden ......................................................................................................... - 3 -

NatuurNetwerk Nederland / Ecologische HoofdStructuur ............................................. - 4 -

1. INLEIDING 1.1 Aanleiding Men is voornemens een nieuwbouwwijk te realiseren in agrarisch gebied ten oosten van de bebouwde kom van Dronrijp. Binnen het planvoornemen worden mogelijk (gedeelten van) sloten gedempt. Ruimtelijke plannen dienen te worden beoordeeld op uitvoerbaarheid, onder meer in relatie tot de natuurwetgeving. Voor meer informatie over de Wet natuurbescherming (Wnb) en de handelswijze wordt verwezen naar Bijlage I. Zo dient te worden onderzocht of als gevolg van de uitvoering van het plan sprake is van effecten op wettelijk beschermde soorten flora en fauna en/of natuurgebieden (Natura 2000), alsook in het kader van houtopstanden. Om hierin inzicht te krijgen wordt in eerste instantie een ecologische Quickscan uitgevoerd. Bij dit onderzoek wordt een inschatting gemaakt van de (mogelijk) binnen de invloedssfeer van het project aanwezige beschermde natuurwaarden en de effecten van de voorgenomen plannen op deze waarden.

Figuur 1.1. Het plangebied (rode lijn) te Dronrijp.

1

1.2 Doel Deze ecologische beoordeling geeft, voor zover mogelijk, antwoord op de volgende vragen: 1. 2. 3. 4. 5.

Komen binnen het plangebied (biotopen van) onder de Wet natuurbescherming beschermde soorten voor? Komen binnen de invloedssfeer van de werkzaamheden beschermde natuurgebieden voor? Wat zijn de mogelijke effecten van de werkzaamheden op deze beschermde natuurwaarden en -gebieden, zowel tijdens de realisatie als na afloop hiervan? Voor welke soorten en hun leefgebied wordt de wet mogelijk overtreden en in hoeverre kunnen overtredingen vermeden, dan wel verzacht worden? Wat zijn de te ondernemen vervolgstappen met betrekking tot het voorkomen van schade aan beschermde soorten binnen de invloedssfeer van de werkzaamheden?

Voor het beantwoorden van deze vragen zijn, naast de verzamelde gegevens tijdens het veldonderzoek, ook andere bronnen geraadpleegd. Zie hiervoor de bronnenlijst in hoofdstuk 4.

1.3 Onderzoeksopzet Soorten In opdracht van RHO Adviseurs heeft Bureau FaunaX het planvoornemen door middel van een ecologische Quickscan getoetst aan de natuurwetgeving. Deze Quickscan heeft bestaan uit een bureaustudie en een veldbezoek gebaseerd op ecologisch inzicht (expert judgement). Een ecologische Quickscan of beoordeling is meestal de eerste stap van ecologisch onderzoek en is bedoeld om een inschatting te maken van de mogelijke effecten op eventueel aanwezige beschermde flora en fauna en/of natuurgebieden binnen de invloedssfeer van de werkzaamheden. Het veldonderzoek voor deze Quickscan is uitgevoerd op woensdag 24 maart 2021 en vond plaats onder frisse weersomstandigheden (8°C, windkracht 2, half bewolkt). Dit onderzoek bestond uit een visuele inspectie van het plangebied, waarbij is gelet op de aanwezigheid van (of sporen van) beschermde soorten en op de eventuele aanwezigheid van geschikt leefgebied van deze soorten. Gebieden - Natura 2000 Behalve dat onderzocht wordt welke soorten binnen de invloedssfeer van de werkzaamheden kunnen voorkomen, wordt ook gecontroleerd of er sprake kan zijn van negatieve effecten op instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden. Dit gebeurt middels een grove analyse op basis van de geplande werkzaamheden en de relevante afstand tot de meest nabij gelegen Natura 2000-gebieden.

Houtopstanden Onder de Wet natuurbescherming worden ook houtopstanden beschermd. Er wordt gecontroleerd in welke mate er sprake is van kap en of hier een meld- en/of herplantingsplicht aan de orde kan zijn. Overige gebiedsbescherming Naast de Wet natuurbescherming zijn er nog meer regelgevingen die ingaan op het beschermen van de natuur in Nederland. Dit zijn veelal provinciale stukken, al dan niet als uitvoeringsorgaan vanuit rijksbeleid. Het gaat hierbij om regelgeving omtrent de Ecologische Hoofdstructuur, ganzengedooggebieden en weidevogelgebieden. Deze toetsing stipt kort aan of er sprake kan zijn van een conflict tussen de provinciale regelgevingen en het geplande initiatief.

2

1.4 Karakteristiek plangebied en planvoornemen Het plangebied bevindt zich ten oosten van Dronrijp en bestaat uit enkele agrarische percelen grenzend aan de bebouwde kom. Binnen het plangebied lopen diverse sloten. Aan de westzijde loopt een bomenrij tussen het plangebied en de straat Skries. Aan de westzijde van het plangebied staat tevens een elektriciteitsgebouwtje. De omgeving van het plangebied wordt gekenmerkt door de bebouwde kom van Dronrijp, evenals agrarisch gebied doorkruist door sloten. Het planvoornemen bestaat uit het realiseren van een nieuwbouwwijk op de agrarische percelen binnen het plangebied. Hierbij worden twee gedeelten van sloten binnen het plangebied gedempt ten behoeve van de bereikbaarheid van de nieuwe woonwijk. Het elektriciteitsgebouwtje wordt binnen het planvoornemen niet aangetast.

Figuur 1.2. Een toekomstvisie van het plangebied.

3

Figuur 1.3. Een impressie van het plangebied te Dronrijp

4

2 RESULTATEN QUICKSCAN 2.1 Flora Binnen het plangebied zijn soorten aangetroffen als Engels raaigras, ridderzuring, madeliefje, grote brandnetel, fluitenkruid, scherpe boterbloem, paarse dovenetel en smalle weegbree. Tijdens het veldbezoek zijn geen beschermde plantensoorten aangetroffen, noch is het geschikte biotoop hiervoor aanwezig. De onder de Wnb beschermde plantensoorten stellen veelal kritische eisen aan hun standplaatsen. Aan deze eisen wordt binnen het plangebied niet voldaan. De omstandigheden zijn te voedselrijk.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=waadhoeke&id=e53aab1c-56bf-4574-aa25-752b63ee0b07