CConstaterende datwaadhoeke
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Bestemmingsplan Boksum - Blessumerpaed 3 (25-05-2023)

Gemeenteraad Waadhoeke 29 juni 2023, gemeente waadhoekeBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Boksum - Blessumerpaed 321.408 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

bestemmingsplan

Boksum - Blessumerpaed 3 Waadhoeke

DATUM IMRO IDN

29-06-2023 NL.IMRO.1949.BPBokBlessumerpaed-VAS1

PROJECT PROJECTLEIDER

bestemmingsplan Boksum - Blessumerpaed 3 T. de Jong

OPDRACHTGEVER PROJECTNUMMER

20220005

AUTEUR STATUS

T. de Jong vastgesteld

Inhoudsopgave

Toelichting

6

Hoofdstuk 1

Inleiding

7

1.1

Aanleiding

7

1.2

Ligging plangebied

7

1.3

Planologische regeling

8

1.4

Leeswijzer

10

Planbeschrijving

11

2.1

De bestaande situatie

11

2.2

Voorgenomen situatie

12

Hoofdstuk 3

Beleidskader

15

3.1

Rijksbeleid

15

3.2

Provinciaal beleid

16

3.3

Gemeentelijk beleid

17

Milieu- en omgevingsaspecten

18

4.1

Geluid

18

4.2

Bedrijven en milieuzonering

18

4.3

Ecologie

19

4.4

Bodem

20

4.5

Water

20

4.6

Luchtkwaliteit

21

4.7

Archeologie

22

4.8

Cultuurhistorie

25

4.9

Externe veiligheid

26

4.10

Kabels en leidingen

27

4.11

Vormvrije m.e.r.-beoordeling

27

Hoofdstuk 5

Juridische toelichting

29

5.1

Het juridisch systeem

29

5.2

Toelichting op de bestemmingen

29

Uitvoerbaarheid

31

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

31

Hoofdstuk 2

Hoofdstuk 4

Hoofdstuk 6 6.1

3/256

6.2

Economische uitvoerbaarheid

Bijlagen toelichting

31

33

Bijlage 1

Stikstofonderzoek

35

Bijlage 2

Ecologisch onderzoek

47

Bijlage 3

Bodemonderzoek

75

Bijlage 4

Archeologisch onderzoek

119

Bijlage 5

Archeologisch vervolgonderzoek

149

Bijlage 6

Vormvrije mer-beoordeling

199

Bijlage 7

Reactienota overleg

211

Bijlage 8

Reactienota zienswijzen

223

Regels Hoofdstuk 1

231 Inleidende regels

232

Artikel 1

Begrippen

232

Artikel 2

Wijze van meten

236

Bestemmingsregels

237

Artikel 3

Tuin

237

Artikel 4

Verkeer - Verblijf

238

Artikel 5

Wonen

239

Artikel 6

Waarde - Archeologie 2

241

Hoofdstuk 3

Algemene regels

243

Artikel 7

Anti-dubbeltelregel

243

Artikel 8

Algemene bouwregels

244

Artikel 9

Algemene gebruiksregels

245

Artikel 10

Algemene afwijkingsregels

246

Artikel 11

Overige regels

247

Overgangs- en slotregels

248

Artikel 12

Overgangsrecht

248

Artikel 13

Slotregel

249

Hoofdstuk 2

Hoofdstuk 4

Bijlagen regels

4/256

251

Bijlage 1 Verbeelding

5/256

Lijst met kleinschalige beroeps- en bedrijfsmatige activiteiten

253 255

Toelichting

6/256

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

De voormalige schoollocatie van de Otto Clantschool aan het Blessumerpaed 3 te Boksum is niet meer in gebruik en zal worden gesloopt. De initiatiefnemer heeft het voornemen om hier grondgebonden woningen te realiseren met bijbehorend openbaar gebied. Deze ontwikkeling is niet mogelijk op basis van de geldende planologische regeling uit het bestemmingsplan Boksum. Om de ontwikkeling juridisch-planologisch mogelijk te maken, is het vaststellen van een nieuw bestemmingsplan noodzakelijk. Dit bestemmingsplan voorziet hier in.

1.2

Ligging plangebied

Het plangebied ligt centraal in de bebouwde kom van Boksum. De ligging van het plangebied is weergegeven in figuur 1.1.

7/256

Figuur 1.1

1.3

Ligging van het plangebied

Planologische regeling

Het plangebied is momenteel geregeld in het bestemmingsplan Boksum, vastgesteld op 2 maart 2015 door de voormalige gemeente Menameradiel, thans gemeente Waadhoeke. Een uitsnede van het bestemmingsplan ter plaatse van het plangebied is weergegeven in figuur 1.2.

8/256

Figuur 1.2

Uitsnede geldend bestemmingsplan Boksum

In het geldende bestemmingsplan heeft het plangebied grotendeels de bestemming 'Maatschappelijk'. De gronden zijn hierin bestemd voor maatschappelijke functies zoals de voormalige school. Ter plaatse van het bouwvlak zijn gebouwen tot de bestaande hoogte van het voormalige schoolgebouw mogelijk met bijbehorende wegen en paden, parkeervoorzieningen, groenvoorzieningen en water. Voor een klein deel hebben de gronden in het geldende bestemmingsplan (ten noorden van de maatschappelijke bestemming) de bestemming 'Verkeer - Verblijf'. In deze bestemming zijn wegen en straten, paden, parkeervoorzieningen, groenvoorzieningen en water mogelijk. Tenslotte is in het gehele plangebied de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 2' van toepassing waarmee een beschermende regeling wordt geboden voor de archeologische waarden ter plaatse. Hiermee is geregeld dat bij bodemingrepen van 50 m2 of hoger archeologisch onderzoek nodig is. De ontwikkeling van de nieuwe woningen is niet passend binnen de huidige bestemmingen. Om de ontwikkeling hiervan toch mogelijk te maken, is een nieuw bestemmingsplan noodzakelijk. Dit bestemmingsplan voorziet hierin.

9/256

1.4

Leeswijzer

Na deze inleiding, wordt in hoofdstuk 2 ingegaan op de huidige situatie en het voorgenomen plan. Dit wordt in de hoofdstukken 3 en 4 getoetst aan het beleid en de milieu- en omgevingsaspecten. Hoofdstuk 5 geeft een uitleg aan de juridische regeling van het bestemmingsplan, hoofdstuk 6 gaat tenslotte in op de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.

10/256

Hoofdstuk 2

Planbeschrijving

Het mogelijk maken van de beoogde ontwikkeling (het initiatief) is het belangrijkste uitgangspunt voor dit bestemmingsplan en wordt in dit hoofdstuk beschreven. De ontwikkeling wordt met dit plan op een goede manier ingepast in de huidige situatie. Een beschrijving van de huidige situatie is om die reden ook in dit hoofdstuk opgenomen. Vervolgens wordt de inpassing in de huidige situatie beschreven.

2.1

De bestaande situatie

Het plangebied bevindt zich aan het Blessumerpaed 3 centraal in het dorp Boksum. Het voormalige schoolgebouw is via de noordzijde door middel van een doorlopende toegangsweg te bereiken. Het uit 1984 stammende gebouw is uitgevoerd in één bouwlaag met een schildkap en heeft een oppervlakte van 403 m2. In figuur 2.1 is een luchtfoto van de huidige situatie van het plangebied en de omgeving weergegeven.

Figuur 2.1

Luchtfoto van de huidige situatie

De omgeving van het plangebied bestaat uit de volgende functies:

11/256

de woonbebouwing aan de Fockingastrjitte, het Blessumerpaed en de Tilsjedyk aan de west-, noord- en noordoostzijde; een vergaderlocatie aan de zuidoostzijde; een watergang en een groenstrook aan de zuidzijde. De aanwezige bebouwing in het plangebied en in de omgeving is in figuur 2.2 weergegeven.

Figuur 2.2

2.2

Vogelvluchtperspectief van de huidige situatie (bron: Google Earth)

Voorgenomen situatie

In de voorgenomen situatie wordt in het plangebied het bestaande gebouw gesloopt en vervangen door grondgebonden woningen. In figuur 2.3 is de voorgenomen indeling van het plangebied weergegeven.

12/256

Figuur 2.3

Voorgenomen indeling van de ontwikkeling

Het project bestaat uit: de realisatie van vier grondgebonden halfvrijstaande woningen aan de westzijde; de realisatie van vier geschakelde (Tiny4Cap) rijwoningen aan de oostzijde; het doortrekken van de centrale ontsluitingsweg naar de zuidzijde; de opwaardering van het openbare gebied met parkeergelegenheid ten noorden van de nieuwe woningen. De nieuwe woningen worden uitgevoerd in één bouwlaag met een schildkap zoals ook in de huidige situatie bij het schoolgebouw het geval is. De beoogde goot- en bouwhoogten zijn respectievelijk 2,9 en 7,0 meter. Twee van de vier woningen aan de oostzijde krijgen de voordeur bij de centrale ontsluitingsweg, de andere twee aan de achterzijde. Ruimtelijke inpassing Het project verhoogt de ruimtelijke kwaliteit in het plangebied ten opzichte van de huidige situatie aanzienlijk en creëert een representatieve invulling in het dorp ter plekke van een niet meer in gebruik zijnde schoollocatie. De voorgenomen woningen sluiten functioneel aan op de woonfunctie die in de directe

13/256

omgeving. De maatvoering en de vormgeving van de woningen sluiten aan op situatie zoals bij het bestaande schoolgebouw het geval is. Omdat bij de Tiny4Cap woningen sprake is van de entree naar de woningen aan zowel de voor als de achterzijde is hier een open karakter van de omliggende gronden wenselijk. Verkeer en parkeren De nieuwe woningen worden ontsloten via de bestaande aansluiting op het Blessumerpaed. Via deze straat en de Tiltsjedyk en de Hegedyk is het bovenliggende wegennet zoals de N359 en de A31 snel te bereiken. De verkeersgeneratie zal als gevolg van de transformatie van de maatschappelijke functie naar een woonlocatie niet significant toenemen en is passend bij het dorp. Op basis van de Nota parkeernormen van de gemeente Waadhoeke geldt voor de woningen in het plangebied een parkeernorm van 0,7 parkeerplaats per woning voor de (Tiny4Cap) rijwoningen en 2,1 parkeerplaats per woning voor de halfvrijstaande woningen. In totaal zijn er in het plangebied 12 parkeerplaatsen nodig. In totaal wordt ruimte geboden aan deze 12 parkeerplaatsen, zoals is te zien in figuur 2.3. Hiermee wordt voldaan aan de parkeernorm. Conclusie De ontsluiting van het plangebied is goed. De nieuwe ontwikkeling zal niet leiden tot problemen in de verkeersafwikkeling en parkeren.

14/256

Hoofdstuk 3 3.1

Beleidskader

Rijksbeleid

Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (hierna: NOVI) vastgesteld. De NOVI is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI geeft richting en helpt om keuzes te maken, te kiezen voor slimme combinaties van functies en uit te gaan van de specifieke kenmerken en kwaliteiten van gebieden. En er nu mee aan de slag te gaan en beslissingen niet uit te stellen of door te schuiven. Het versterken van de omgevingskwaliteit staat in de NOVI centraal. Dat wil zeggen dat alle plannen met oog voor de natuur, gezondheid, milieu en duurzaamheid gemaakt moeten worden. Bij de NOVI hoort een Uitvoeringsagenda. Hierin staat hoe uitvoering wordt gegeven aan de NOVI. Binnen de NOVI zijn 8 voorlopige aandachtsgebieden geformuleerd als zogeheten NOVI-gebied. In een NOVI-gebied krijgt een aantal concrete vraagstukken extra prioriteit. Dit helpt om grote veranderingen en ruimtelijke opgaven in een regio beter te realiseren Opgaven Er is in Nederland sprake van een aantal dringende maatschappelijke opgaven. Deze opgaven kunnen niet apart van elkaar worden opgelost. Ze moeten in samenhang bekeken worden. Ze grijpen in elkaar en vragen meer ruimte dan beschikbaar is in Nederland. Niet alles kan, niet alles kan overal.

Op het niveau van nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven aan de omgeving in Nederland, verwoord in vier opgaven: 1. Ruimte maken voor klimaatverandering en energietransitie. 2. De economie van Nederland verduurzamen en het groeipotentieel behouden. 3. Steden en regio's sterker en leefbaarder maken. 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Uitvoering De NOVI gaat vergezeld van een uitvoeringsagenda, waarin staat aangegeven hoe het Rijk invulling geeft aan zijn rol bij de uitvoering van de NOVI. In de Uitvoeringsagenda zijn onder andere een overzicht van instrumenten en (gebiedsgerichte) programma's op de verschillende beleidsterreinen te vinden. De Uitvoeringsagenda zal, indien nodig, jaarlijks worden geactualiseerd. De ontwikkeling in het plangebied raakt, gezien de relatief kleine omvang, geen opgaven die zijn opgenomen in de NOVI en draagt bij aan de opgave om de regio sterker en leefbaarder te maken. Ladder voor Duurzame verstedelijking In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de 'ladder voor duurzame verstedelijking' als procesvereiste opgenomen. In de Ladder voor duurzame verstedelijking is opgenomen dat de toelichting van een ruimtelijk plan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, een beschrijving bevat van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling.

Indien blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand

15/256

stedelijk gebied kan worden voorzien, bevat de toelichting een motivering daarvan en een beschrijving van de mogelijkheid om in die behoefte te voorzien op de gekozen locatie buiten het bestaand stedelijk gebied. Toepassing ladder voor duurzame verstedelijking De ontwikkeling vindt plaats in bestaand stedelijk gebied waarbij een voormalige schoollocatie wordt getransformeerd naar een woningbouwlocatie wat past binnen de uitgangspunten van de Ladder. Gezien de kleinschaligheid van de ontwikkeling is er volgens de wetgeving echter geen sprake van een ontwikkeling die getoetst moet worden aan de Ladder.

3.2

Provinciaal beleid

Het provinciale beleid is uiteengezet in de Omgevingsvisie Fryslân 2020: 'De romte diele'. De belangrijkste uitgangspunten uit het provinciale beleid zijn nu nog vastgelegd in de Verordening Romte Fryslân. Hierin zijn voor de provinciale belangen regels opgenomen, waar in bestemmingsplannen rekening mee gehouden moet worden. De Verordening Romte Fryslân wordt naar verwachting in 2022 vervangen door de Omgevingsverordening Fryslân. Omgevingsvisie Fryslân 2020: De romte diele Het ruimtelijk beleid van de provincie vormt een belangrijk kader voor het gemeentelijk (bestemmingsplan)beleid. Dit is neergelegd in de Omgevingsvisie Provincie Fryslân. Deze is op 23 september 2020 vastgesteld. In de omgevingsvisie gaat de provincie voor een vitale economie door te investeren in omgevingskwaliteiten. Dit zorgt er onder andere voor leefbaarheid en dat leegstand en verpaupering van bebouwing wordt teruggedrongen. Daarnaast gaat de provincie voor een veerkrachtig beleid, waarin ingrijpende ontwikkelingen opgevangen kunnen worden, het behoud van de karakteristiek van de provincie wordt nagestreefd door het beschermen van de eigen identiteit en voor een gezonde leefomgeving. Dit plan voorziet in de herontwikkeling van bestaand stedelijk gebied. Het woningbouwproject sluit aan bij deze uitgangspunten van de provincie.

Het plan doet recht aan de ruimtelijke kwaliteit van de omgeving en is daarmee in overeenstemming met het provinciale beleid. Verordening Romte Provincie Fryslân De Provincie Fryslân wil de ruimtelijke kwaliteit bevorderen. Dit wordt gedaan door middel van het opstellen van een provinciale structuurvisie waarin het ruimtelijk beleid wordt geschetst. De Verordening Romte vertaalt deze visie naar regels. Het plangebied ligt binnen 'bestaand stedelijk gebied'. Nieuwe stedelijke ontwikkelingen dienen primair binnen dit gebied ontwikkeld te worden. Daar is in dit geval met de ontwikkeling van deze woningen sprake van. In de Verordening Romte is met betrekking tot woningbouwontwikkelingen in artikel 3.1.1. opgenomen dat een ruimtelijk plan mogelijkheden voor woningbouw kan bevatten indien de aantallen en de kwaliteit van de woningbouw in overeenstemming zijn met een woonplan, dat de schriftelijke instemming van Gedeputeerde Staten heeft. Het voorliggende plan is in overeenstemming met de vastgestelde Woonvisie Waadhoeke 2020 2030 Samen Sterk, dat ruimte biedt aan inbreidingslocaties. De gemeente is met Gedeputeerde Staten

16/256

overeengekomen dat plafondloos gebouwd kan worden binnen bestaand stedelijk gebied. Daarmee wordt voldaan aan het beleid van de provincie.

3.3

Gemeentelijk beleid

Woonvisie Waadhoeke 2020-2030 In de Woonvisie Waadhoeke 2020-2030 is het gemeentelijke beleid ten aanzien van wonen en woningbouw geformuleerd. De hoofdlijnen van de woonvisie gelden voor een periode van 10 jaar. Deze is bedoeld om projecten in gang te zetten die bijdragen aan het lange termijn doel. Jaarlijks actualiseert de gemeente de uitvoeringsagenda en wordt overwogen of de woonvisie aangepast dient te worden. De woonvisie is gebaseerd op een regionaal woningmarktonderzoek waarin cijfers en kennis over het wonen van organisaties als makelaars, corporaties, huurdersorganisaties en zorgpartijen bijeen zijn gebracht. Tot 2025 is er nog groei van het aantal huishoudens te verwachten van enkele tientallen wonen. Lokaal verschilt dit: in kernen waar de bereikbaarheid en het voorzieningenniveau bovengemiddeld is, is vaak genoeg instroom van elders om nog groei te mogen verwachten. Elders zullen minder courante woningen steeds vaker overtollig raken. Eerst vooral in de sociale huurvoorraad, daarna ook in de koopvoorraad. Per kern is in de woonvisie de woningbehoefte bekeken. Voor Boksum wordt geen (blijvende) groei verwacht. Ontwikkelaars en corporaties krijgen de ruimte voor plannen, waarbij de voorkeur uitgaat naar herstructurerings- en inbreidingslocaties en de gemeente richting geeft aan samenhang tussen de plannen. In het plangebied wordt hier vorm aan gegeven.

Daarmee is het voornemen in overeenstemming met het gemeentelijk beleid. Nota Parkeernormen Op 8 december 2020 is door Burgemeester en Wethouders de Nota Parkeernormen vastgesteld. Hierin is vastgelegd welke parkeernorm de gemeente hanteert voor verschillende gebieden en functies. Daarnaast is aangegeven op welke manier de parkeervraag aan de hand van de normen moet worden berekend en welke eisen worden gesteld aan de invulling van de parkeervraag. In beginsel wordt de parkeervraag op eigen terrein opgelost maar onder bepaalde omstandigheden kan hiervan af worden geweken. Benutting van de bestaande openbare parkeercapaciteit is dan een optie. Deze nota geeft aan welke mogelijkheden er zijn en onder welke voorwaarden. Uit de toetsing in paragraaf 2.2 blijkt dat aan de Nota Parkeernormen wordt voldaan. In het bestemmingsplan is hier een regeling voor opgenomen om dit te borgen. Welstandsnota en beeldkwaliteit De gemeente heeft haar welstandsbeleid vastgelegd in de Welstandsnota die op 1 juli 2021 is vastgesteld. Het plangebied is hierin opgenomen onder 'Naoorloogse uitbreidingen (regulier)'. Bouwaanvragen zullen hier aan getoetst worden waardoor er sprake zal zijn van een goede welstand en beeldkwaliteit.

17/256

Hoofdstuk 4 4.1

Milieu- en omgevingsaspecten

Geluid

Toetsingskader Op grond van de Wet geluidhinder geldt rond wegen met een maximumsnelheid hoger dan 30 km/uur, spoorwegen en inrichtingen die 'in belangrijke mate geluidhinder veroorzaken', een geluidzone. Bij de ontwikkeling van nieuwe geluidsgevoelige objecten binnen deze geluidzones moet in principe akoestisch onderzoek worden uitgevoerd om aan te tonen dat de ontwikkeling voldoet aan de voorkeursgrenswaarden die in de wet zijn vastgelegd. Voor de geluidbelasting aan de buitengevels van woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen binnen de wettelijke geluidzone van een weg geldt een voorkeursgrenswaarde van 48 dB en bij een geluidzone voor industrielawaai is dit 50 db(A). Toetsing Het plangebied is niet gelegen in een zone bij een spoorweg of een industrieterrein. Het is gelegen in een 30 km/uur-gebied waar de verkeersintensiteiten relatief laag zijn. De dichtstbijzijnde zoneplichtige weg is de N359 op een afstand van circa 200 meter. Gezien de ligging van het plangebied in een 30 km/uur-gebied en de grote afstand tot zoneplichtige wegen zal er voldaan worden aan de voorkeurgrenswaarde en is toetsing aan de Wet geluidhinder door middel van een akoestisch onderzoek niet nodig.

4.2

Bedrijven en milieuzonering

Toetsingskader In het kader van een goede ruimtelijke ordening is ruimtelijke afstemming tussen bedrijfsactiviteiten, voorzieningen en gevoelige functies (woningen) noodzakelijk. Bij deze afstemming kan gebruik worden gemaakt van de richtafstanden uit de basiszoneringslijst van de VNG-brochure 'Bedrijven en milieuzonering' (2009). Een richtafstand kan worden beschouwd als de afstand waarbij onaanvaardbare milieuhinder als gevolg van bedrijfsactiviteiten redelijkerwijs kan worden uitgesloten. In geval van een gemengd gebied kan worden gewerkt met een verkleinde richtafstand. Toetsing Het plangebied ligt centraal in Boksum in een omgeving die gedefinieerd kan worden als 'rustige woonwijk'. In de omgeving van het plangebied zijn overwegend woningen aanwezig. Door de transformatie van de schoollocatie naar een woonlocatie treedt er voor deze woningen een verbetering op in de milieusituatie. De enige milieubelastende functie nabij het plangebied betreft het perceel Oedsmawei 17 dat in het geldende bestemmingsplan is geregeld met de bestemming 'Vergaderlocatie'. Op basis van de planologische mogelijkheden is hier een accommodatie voor zakelijke, particuliere en maatschappelijke bijeenkomsten (met daarbij behorende ondergeschikte horeca) mogelijk. Voor deze activiteiten is milieucategorie 1 van toepassing met een richtafstand van 10 meter. Aan deze afstand wordt voldaan.

Daarmee is sprake van een goede milieuzonering en vormt dit aspect geen belemmering voor dit bestemmingsplan.

18/256

4.3

Ecologie

Toetsingskader Bij elk ruimtelijk plan moet, met het oog op de natuurbescherming, rekening worden gehouden met de Wet natuurbescherming. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in gebiedsbescherming en soortenbescherming. Toetsing Gebiedsbescherming Het plangebied ligt buiten beschermde natuurgebieden zoals Natura 2000-gebieden en gebieden die vallen onder het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Het plangebied ligt namelijk op meer dan 10 kilometer van de dichtstbijzijnde natuurgebieden Groote Wielen en Alde Feanen. Gezien het relatief kleinschalige karakter van de voorgenomen ontwikkeling is het niet te verwachten dat de ontwikkelingen in het plangebied negatieve effecten hebben op de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied. Met dit project wordt een verouderd schoolgebouw vervangen door nieuwe gasloze woningen. Directe effecten zoals areaalverlies en versnippering kunnen hierdoor worden uitgesloten. Gezien de afstand tot natuurgebieden en de locatie van het plangebied (stedelijke omgeving) kunnen ook verstoring en verandering van de waterhuishouding worden uitgesloten. De geplande ontwikkeling zou echter kunnen leiden tot een toename in stikstofdepositie. Met behulp van de AERIUS calculator is voor dit project de depositie berekend in bijlage 1.

Hieruit blijkt dat de stikstofdepositie nergens hoger is dan afgerond 0,00 mol/ha/jaar en er derhalve geen relevant effect is dan wel er vergunningplicht is op basis van de Wet natuurbescherming (Wnb). Soortenbescherming In de Wnb wordt onderscheid gemaakt tussen soorten die worden beschermd in de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn en daarnaast de overige soorten. De Wnb bevat onder andere verbodsbepalingen ten aanzien van het opzettelijk vernielen of beschadigen van nesten, als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn. Ten behoeve van dit project zijn ecologisch onderzoeken uitgevoerd die zijn opgenomen in bijlage 2. Uit de ecologisch quickscan blijkt dat het planvoornemen zonder bezwaren doorgang kan vinden binnen de kaders van de natuurwetgeving, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: Broedvogels: Werken buiten het broedseizoen (grofweg 15 maart-15 juli). Is dit niet mogelijk dan moet voor aanvang van de werkzaamheden een broedvogelcheck uitgevoerd worden; Vleermuizen: er moet onderzoek komen naar mogelijke verblijfplaatsen in het schoolgebouw; Licht beschermde en vrijgestelde soorten: Hiervoor geldt het naleven van de zorgplicht; Houtopstanden: Wanneer er sprake is van de kap van bomen moet hierover geïnformeerd worden informeren bij gemeente Waadhoeke of er sprake is van een meld- en/of herplantingsplicht.

Uit het nadere onderzoek dat is uitgevoerd naar mogelijke verblijfplaatsen voor vleermuizen blijkt dat er geen verblijfplaatsen binnen het plangebied zijn aangetroffen. Voor het project zijn er vanuit de Wnb geen belemmeringen met inachtneming van de in de hiervoor aangegeven aanbevelingen. Deze worden bij de

19/256

verdere uitwerking van het project opgevolgd. Conclusie Ten aanzien van ecologie gelden er geen belemmeringen voor het project.

4.4

Bodem

Toetsingskader Met het oog op een goede ruimtelijke ordening, moet in geval van ruimtelijke ontwikkelingen worden aangetoond dat de bodem geschikt is voor het beoogde functiegebruik. Ter plaatse van locaties die verdacht worden van bodemverontreiniging, moet ten minste verkennend bodemonderzoek worden uitgevoerd. In geval van verontreinigingen is de Wet bodembescherming van toepassing. In de wet is geregeld dat als ter plaatse van een plangebied ernstige verontreinigingen worden aangetroffen, er sprake is van een saneringsgeval. Toetsing Voor het project is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek is opgenomen in bijlage 3 en hieruit blijkt dat er vanuit milieuhygiënisch oogpunt zijn er geen belemmeringen voor de voorgenomen plannen.

4.5

Water

Toetsingskader Van groot belang voor de ruimtelijke ordeningspraktijk is de wettelijk verplichte 'watertoets'. De watertoets kan worden gezien als een procesinstrument dat moet waarborgen dat gevolgen van ruimtelijke ontwikkelingen voor de waterhuishouding meer expliciet worden afgewogen. Belangrijk onderdeel van de watertoets is het vroegtijdig afstemmen van ontwikkelingen met de betrokken waterbeheerder. Het onderhavige plangebied ligt in het beheersgebied van Wetterskip Fryslân. Toetsing Het plan is via de digitale watertoets kenbaar gemaakt bij het Wetterskip Fryslân (aanvraagnummer 00004128). De uitkomst van deze toets zal zijn dat de korte procedure moet worden gevolgd. Dit houdt in dat het plan beperkte invloed heeft op de wateraspecten. Het bestemmingsplan is in het kader van het vooroverleg wordt het bestemmingsplan ook toegezonden aan Wetterskip Fryslân. Waterkwantiteit In de huidige situatie is een bouwvlak van 790 m2 aanwezig waarbinnen een gebouw van 403 m2 in aanwezig is. In de nieuwe situatie is er sprake van een bruto oppervlakte van 314 m2 aan woningen. Per saldo neemt de hoeveelheid verhard oppervlak af. Daarom is watercompensatie niet noodzakelijk.

Afvalwaterketen en riolering Conform de Leidraad Riolering en vigerend waterschapsbeleid is het voor nieuwbouw gewenst een gescheiden rioleringsstelsel aan te leggen zodat schoon hemelwater niet bij een rioolzuiveringsinstallatie terecht komt. De vuilwaterafvoer van de woningen wordt aangesloten op de bestaande gemeentelijke riolering. Voor hemelwater wordt de volgende voorkeursvolgorde aangehouden: hemelwater vasthouden voor benutting;

20/256

(in-) filtratie van afstromend hemelwater; afstromend hemelwater afvoeren naar oppervlaktewater; afstromend hemelwater afvoeren naar RWZI. Het hemelwater wordt zoveel mogelijk geïnfiltreerd in de bodem van het plangebied zodat dit niet via het riool wordt afgevoerd. Overtollig water wordt eventueel afgevoerd naar het naastgelegen oppervlaktewater. De paragraaf over de ruimtelijke adaptatie gaat hier nader op in. Watersysteemkwaliteit en ecologie Ter voorkoming van diffuse verontreinigingen van water en bodem is het van belang om duurzame, niet-uitloogbare materialen te gebruiken, zowel gedurende de bouw- als de gebruiksfase. Hier wordt in de uitvoeringsfase rekening mee gehouden. Veiligheid en waterkeringen De ontwikkeling heeft geen invloed op de waterveiligheid in de omgeving. Ruimtelijke adaptatie Om ook in de toekomst prettig te kunnen wonen, werken en recreëren moeten steden en dorpen ingericht worden met het oog op de toekomst. Het is belangrijk kansen te benutten om het gebied klimaat robuust in te richten. Zo is het mogelijk om het bebouwd gebied beter bestand te maken tegen hevige regenbuien, periodes van droogte en hitte en de gevolgen van een mogelijke overstroming. Voor veel maatregelen geldt bovendien dat ze kosteneffectief zijn, als ze maar in een vroeg stadium in het planvormingsproces worden meegenomen.

Bij de inrichting van het plangebied en de verdere uitwerking hiervan is rekening gehouden met ruimtelijke adaptatie door de gebruik te maken van de bestaande waterpartijen nabij het plangebied en niet meer verstening te realiseren dan nodig is, door bijvoorbeeld de parkeerplaatsen waterdoorlatend uit te voeren. Ten opzichte van de huidige situatie neemt het verhard oppervlak in het plangebied af. Waterbeheer Voor aanpassingen aan het bestaande watersysteem dient bij het waterschap vergunning te worden aangevraagd op grond van de "Keur". Dit geldt dus bijvoorbeeld voor het graven van nieuwe watergangen, het aanbrengen van een stuw of het afvoeren van hemelwater naar het oppervlaktewater. In de Keur is ook geregeld dat een beschermingszone voor watergangen en waterkeringen in acht dient te worden genomen. Dit betekent dat binnen de beschermingszone niet zonder ontheffing van het waterschap gebouwd, geplant of opgeslagen mag worden. Het plangebied valt niet onder een beschermingszone.

4.6

Luchtkwaliteit

Toetsingskader In hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer zijn de grenswaarden op het gebied van de luchtkwaliteit vastgelegd. Daarbij zijn in de ruimtelijke ordeningspraktijk met name de grenswaarden voor stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10) van belang. Projecten die slechts in zeer beperkte mate bijdragen aan de luchtverontreiniging zijn op grond van de algemene maatregel van bestuur 'Niet in betekenende mate bijdragen' (Besluit NIBM) vrijgesteld van toetsing aan de grenswaarden. Tevens moet worden bekeken of de luchtkwaliteit ter plaatse voldoende is

21/256

voor de voorgenomen functie. Toetsing Volgens de Grootschalige Concentratie- en Depositiekaarten Nederland is er in de directe omgeving van het plangebied sprake van een goede luchtkwaliteit. Dit vormt geen belemmering voor de uitvoering van dit plan. Woningbouwprojecten met minder dan 1.500 woningen vallen onder de NIBM regeling. In het plangebied worden slechts 8 woningen gerealiseerd. Dit aantal is dusdanig klein, dat op voorhand gesteld kan worden dat dit niet in betekenende mate bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Het project valt ook onder de NIBM-regeling.

4.7

Archeologie

Toetsingskader Per 1 juli 2016 is de Monumentenwet 1988 vervallen. Een deel van de wet is op deze datum overgegaan naar de Erfgoedwet. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over naar de Omgevingswet, wanneer deze in werking treedt. Dit geldt ook voor de verordeningen, ruimtelijke plannen, vergunningen en ontheffingen op het gebied van archeologie. Vooruitlopend op de datum van ingang van de Omgevingswet zijn deze artikelen te vinden in het Overgangsrecht in de Erfgoedwet, waar ze ongewijzigd van toepassing blijven zolang de Omgevingswet nog niet van kracht is. De kern van de wet is dat wanneer de bodem wordt verstoord, archeologische resten intact moeten blijven. Als dit niet mogelijk is, is opgraving een optie. FAMKE Voor een globaal inzicht in mogelijke waarden heeft de provincie de Friese Archeologische Monumentenkaart Extra (FAMKE) gepubliceerd. De FAMKE bestaat uit twee advieskaarten, één voor de periode steentijd-bronstijd (300.000 - 800 v Chr.), en één voor de periode ijzertijd - middeleeuwen (800 v Chr. - 1500 n Chr.).

22/256

Figuur 4.1

Plangebied met de FAMKE advieskaart steentijd-bronstijd

Figuur 4.2

Plangebied met de FAMKE advieskaart ijzertijd - middeleeuwen

Toetsing Op basis van de kaart voor de periode steentijd-bronstijd is er geen onderzoek in het plangebied noodzakelijk.

23/256

Uit de kaart voor de ijzertijd - middeleeuwen blijkt dat er een karterend onderzoek 1 wordt aanbevolen bij gebiedsontwikkelingen groter dan 50 m2. Omdat hier in het plangebied sprake van is, is een archeologisch onderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek is opgenomen in bijlage 4. Hieruit blijkt dat er in het noordelijke deel geen archeologische belemmeringen zijn maar dat in het zuidwesten van het plangebied de bodem dusdanig bewaard is gebleven dat diepere delen van eventuele archeologische grondsporen nog aanwezig kunnen zijn. Om deze reden wordt voor dit deel van het plangebied een archeologisch vervolgonderzoek in de vorm van proefsleuven aanbevolen. Vooraf aan het proefsleuvenonderzoek moet een Programma van Eisen worden opgesteld dat goedgekeurd moet worden door de bevoegde overheid. Dit Programma van Eisen en het proefsleuvenonderzoek met een opgraving zijn vervolgens uitgevoerd. Dit archeologisch vervolgonderzoek is opgenomen in bijlage 5. Hieruit blijkt dat in het plangebied sprake is van een behoudenswaardige vindplaats. Alleen het deel dat als gevolg van de voorgenomen bouwwerkzaamheden verstoord wordt, is door middel van een opgraving onderzocht tot op de maximale ontgravingsdiepte ten behoeve van de bouwwerkzaamheden.

In de overige delen van het onderzoeksgebied van het archeologisch vervolgonderzoek zijn in de diepere lagen nog intacte archeologische resten aanwezig die deel uit maken van de behoudenswaardige vindplaats. Geadviseerd wordt om hier voorafgaand aan toekomstige graafwerkzaamheden in het plangebied wederom archeologisch onderzoek uit te laten voeren in de vorm van een opgraving. Dit advies is door de gemeente overgenomen en leidt er toe dat in in dit deel van het plangebied een archeologische dubbelbestemming in het bestemmingsplan is opgenomen. De regeling is van toepassing op het rood gearceerde deel zoals is aangegeven in het volgende figuur:

24/256

Figuur 4.3

Deel plangebied met dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie'

Paragraaf 5.2 gaat nader in op de archeologische dubbelbestemming.

4.8

Cultuurhistorie

Toetsingskader Per 1 januari 2012 is in het kader van de modernisering van de monumentenzorg (MOMO) in het Besluit ruimtelijke ordening van het rijk opgenomen dat gemeenten bij het maken van ruimtelijke plannen rekening moeten houden met cultuurhistorische waarden. Toetsing Om te onderzoeken of sprake is van cultuurhistorische waarden is gebruik gemaakt van de Cultuurhistorische Kaart Fryslân. Hieruit komt naar voren dat het plangebied deel uitmaakt van een gebied dat is aangegeven van een stins, zoals in het volgende figuur is aangegeven.

25/256

Figuur 4.4

Cultuurhistorische Kaart Fryslân

Stinzen zijn verstevigde, representatieve huizen waar in het verleden sprak was van bewoning in verdedigbare huizen die grofweg halverwege de 12e eeuw tot stand kwamen. In later stadium (al in de 13e eeuw, maar op grotere schaal in de 14e en 15e eeuw zijn de stinzen ook voor permanente bewoning gebruikt en verloren ze hun verdedigende betekenis. De voormalige stins is in de loop der tijd vervangen door de bebouwing die nu in en rond het plangebied aanwezig is. Er kunnen zich echter nog wel archeologische waarden van de stins in de gronden bevinden. Om deze reden is er een archeologisch onderzoek uitgevoerd zoals in paragraaf 4.7 is aangegeven.

4.9

Externe veiligheid

Toetsingskader Externe veiligheid gaat over het beheersen van de risico's die ontstaan voor de omgeving bij het gebruik, de opslag en het vervoer van gevaarlijke stoffen, zoals vuurwerk, LPG en munitie. Sinds een aantal jaren is er wetgeving over 'externe veiligheid' om de burger niet onnodig aan te hoge risico's bloot te stellen. De normen voor externe veiligheid zijn vastgelegd in onder andere het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), Besluit externe veiligheid transportroutes (BEVT) en het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Het externe veiligheidsbeleid heeft vorm gekregen in de risicobenadering. Er wordt getoetst aan twee verschillende normen: het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Ten aanzien van het plaatsgebonden risico geldt een kans van 10-6 als grenswaarde. Dit betekent dat binnen de zogenaamde PR 10-6-contour geen nieuwe kwetsbare objecten mogen worden toegestaan. Voor ontwikkeling van nieuwe beperkt kwetsbare objecten, geldt deze norm als streefwaarde. Het GR drukt de kans per jaar uit dat een groep mensen van minimaal een bepaalde omvang overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het onderscheid tussen kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten is vastgelegd in het Besluit externe veiligheid inrichtingen. Toetsing In het kader van het aspect externe veiligheid is de risicokaart geraadpleegd.

In de nabijheid van het plangebied is geen sprake van risicovolle inrichtingen en transportroutes. Ten aanzien van externe veiligheid zijn er geen

26/256

belemmeringen voor het plangebied.

4.10 Kabels en leidingen Toetsingskader In (de omgeving van) het plangebied kunnen kabels en leidingen aanwezig zijn die beperkingen opleggen voor de bouwmogelijkheden in het plangebied. Hierbij valt te denken aan hoogspanningsverbindingen, waterleidingen en straalpaden. Bij leidingen, zoals gas-, water- en rioolpersleidingen, volgen deze belemmeringen uit het zakelijk recht. Bij hoogspanningsverbindingen gaat het om veiligheid en gezondheid. De beperkingen bij straalpaden zijn van belang voor het goed functioneren van de straalpaden. Toetsing Binnen het plangebied is geen sprake van kabels en leidingen waar planologisch rekening mee gehouden dient te worden. Het aspect kabels en leidingen vormt daarmee geen belemmering voor dit bestemmingsplan.

4.11 Vormvrije m.e.r.-beoordeling Toetsingskader In onderdeel C en D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten in het kader van het omgevingsvergunning plan-m.e.r.-plichtig, project-m.e.r.-plichtig of m.e.r.-beoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Indien een activiteit onder de drempelwaarden blijft, dient alsnog een vormvrije m.e.r.-beoordeling uitgevoerd te worden, waarbij onderzocht dient te worden of de activiteit belangrijke nadelige gevolgen heeft voor het milieu, gelet op de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. Deze omstandigheden betreffen de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële (milieu)effecten. Per 16 mei 2017 is de regelgeving voor de MER en m.e.r.-beoordeling gewijzigd met daarin een nieuwe procedure voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling. Voor de ontwerp-bestemmingsplanfase moet een m.e.r-beoordelingsbeslissing worden genomen, waarin wordt aangegeven of wel of geen MER nodig is, gelet op de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële (milieu)effecten en mogelijke mitigerende maatregelen. Deze beslissing wordt als bijlage bij het bestemmingsplan opgenomen.

Voor elke aanvraag waarbij een vormvrije m.e.r.-beoordeling aan de orde komt, moet de initiatiefnemer een aanmeldingsnotitie opstellen, waarbij ook mitigerende maatregelen mogen worden meegenomen. Het bevoegd gezag dient binnen zes weken na indienen een m.e.r.-beoordelingsbesluit af te geven. Een vormvrije m.e.r.-beoordelingsbeslissing hoeft echter niet gepubliceerd te worden. Toetsing In het Besluit milieueffectrapportage is opgenomen dat de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject m.e.r.-beoordelingsplichtig is in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een oppervlakte van 100 hectare of meer of een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat (Besluit milieueffectrapportage, Bijlage onderdeel D11.2). De beoogde ontwikkeling bestaat uit de realisatie van 8 wooneenheden. De beoogde ontwikkeling blijft daarmee ruim onder de drempelwaarde. Dit betekent wel dat

27/256

een zogenaamde 'vormvrije m.e.r.-beoordeling' noodzakelijk is. Hiervoor is een aanmeldingsnotitie opgesteld, die is opgenomen in bijlage bij deze toelichting.

28/256

Hoofdstuk 5 5.1

Juridische toelichting

Het juridisch systeem

Het bestemmingsplan voldoet aan alle vereisten die zijn opgenomen in de Wet ruimtelijke ordening (Wro), het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Inherent hieraan is de toepassing van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) 2012. De SVBP maakt het mogelijk om bestemmingsplannen te maken die op vergelijkbare wijze zijn opgebouwd en op een zelfde manier worden verbeeld. De SVBP 2012 is toegespitst op de regels die voorschrijven hoe bestemmingsplannen conform de Wro en het Bro moeten worden gemaakt. De SVBP geeft bindende standaarden voor de opbouw en de verbeelding van het bestemmingsplan, digitaal en analoog. De regels van dit bestemmingsplan zijn opgesteld conform deze standaarden. Het bestemmingsplan regelt de gebruiks- en bebouwingsmogelijkheden van de gronden in het plangebied. De juridische regeling is vervat in een verbeelding en bijbehorende regels. Op de verbeelding zijn de verschillende bestemmingen vastgelegd, in de regels (per bestemming) de bouw- en gebruiksmogelijkheden.

5.2

Toelichting op de bestemmingen

In het voorliggende bestemmingsplan wordt de beoogde situatie vastgelegd. Het plangebied in dit plan heeft twee bestemmingen en één dubbelbestemming gekregen. Deze regelingen zijn afgestemd op het initiatief, het geldende bestemmingsplan en vergelijkbare situaties in de gemeente. Tuin Deze bestemming geldt rondom de Tiny4Cap woningen. Binnen deze bestemming zijn gebouwen niet toegestaan en is het niet mogelijk om erf- en terreinafscheidingen hoger dan 1 meter te realiseren. Op deze wijze blijft het wenselijke open karakter behouden. Verkeer - Verblijf De openbare ruimte in het plangebied is geregeld in de bestemmingen 'Verkeer - Verblijf'. De beoogde ontsluitingsweg en parkeervoorzieningen kunnen binnen deze bestemming worden gerealiseerd. Ook zijn in de bestemming groen en water mogelijk. Ondergeschikt kunnen de gronden ook als tuinen, erven of terreinen bij de omliggende (woon)percelen worden gebruikt. Wonen De beoogde woningen in het plangebied kunnen worden gerealiseerd binnen de bestemming 'Wonen'. Deze bestemming is gericht op woningen in één bouwlaag met een kap met een goot- en bouwhoogte van respectievelijk 3,5 en 8,5 meter. In de bestemming zijn aan weerszijden van de weg twee bouwvlakken opgenomen waar alle woningen in gerealiseerd moeten worden. In ieder bouwvlak is aangegeven hoeveel woningen er gerealiseerd mogen worden conform het initiatief.

In het bestemmingsvlak aan de westzijde gelden buiten de bouwvlakken ook mogelijkheden voor bijbehorende bouwwerken. Rondom het bouwvlak voor de Tiny4Cap woningen aan de oostzijde is dit niet mogelijk omdat daar de bestemming 'Tuin' van toepassing is. Er

29/256

zijn tenslotte ook mogelijkheden voor aan-huis-verbonden beroepen en kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten. Waarde - Archeologie In het plangebied is sprake van archeologische waarden die beschermd moeten worden volgens de FAMKE-kaart. In paragraaf 4.7 is dit nader omschreven. Bepaalde werken en werkzaamheden zijn omgevingsvergunningsplichting. Zie hiervoor artikel 6.3.1 van de regels.

30/256

Hoofdstuk 6

Uitvoerbaarheid

Het bestemmingsplan doorloopt de in de Wro vastgelegde procedure. Tijdens deze procedure zijn er verschillende momenten waarop belanghebbenden hun zienswijze op het plan kenbaar kunnen maken. In paragraaf 6.1 volgt een nadere toelichting. Daarnaast is het van belang te weten of het economisch uitvoerbaar is. Hier wordt in paragraaf 6.2 op ingegaan.

6.1

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Vanuit de werkgroep Wonen van dorpsbelang Boksum is de gemeente Waadhoeke in het voorjaar 2019 benaderd om overleg te voeren over een mogelijke invulling met woningbouw op de voormalige schoollocatie van de Otto Clantschool te Boksum. Uiteindelijk heeft dit geleid tot een woningbouwinvulling, die tijdens een inloopmiddag/-avond op 1 juli 2020 is gepresenteerd aan de inwoners van Boksum. Tijdens de inloopmiddag/-avond bleek dat de gepresenteerde woningbouwinvulling niet volledig voldeed aan de verwachtingen van de inwoners van Boksum. Na een tweede inloopmiddag/-avond op 28 oktober 2021 waarop zo'n 60 inwoners aanwezig waren bleek dat de aanwezige inwoners enthousiast zijn over de nieuwe aan de wensen van de inwoners van Boksum aangepaste woningbouwinvulling op het terrein van de voormalige Otto Clantschool te Boksum zoals in dit bestemmingsplan is geregeld. Gezien dit intensieve voortraject wordt inspraak over het voorontwerpbestemmingsplan overgeslagen. Dit voorontwerpbestemmingsplan is wel voorgelegd aan de betrokken diensten als bedoeld in het Overleg ex artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). De binnengekomen reacties zijn door de gemeente beantwoord en in het bestemmingsplan verwerkt. In bijlage 7 is dit nader toegelicht. Vervolgens is het ontwerpbestemmingsplan ter visie gelegd waarbij de mogelijkheid werd gegeven om zienswijzen in te dienen.

Daarop zijn twee zienswijzen ingediend, die door de gemeente zijn samengevat en zijn beantwoord, zie hiervoor bijlage 8. De zienswijzen leiden niet tot een gewijzigde vaststelling van het bestemmingsplan. Wel is een ambtshalve wijziging in het bestemmingsplan verwerkt op basis van de resultaten van het archeologisch vervolgonderzoek. Dit heeft geresulteerd in het verwijderen van een groot deel van de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie'. Op basis hiervan is het bestemmingplan op 29 juni vastgesteld.

6.2

Economische uitvoerbaarheid

Voor de uitvoerbaarheid van het plan is het van belang te weten of het economisch uitvoerbaar is. De economische uitvoerbaarheid wordt enerzijds bepaald door de exploitatie van het plan (financiële haalbaarheid) en anderzijds door de wijze van kostenverhaal van de gemeente (grondexploitatie). Financiële haalbaarheid Het bestemmingsplan vormt het toetsingskader voor deels een ontwikkeling van de gemeente en deels een particuliere ontwikkeling. Het project richt zich op een marktsegment waar momenteel vraag naar is. De initiatiefnemer heeft aangetoond dat het plan financieel haalbaar is. Grondexploitatie

31/256

Doel van de in de Wet ruimtelijke ordening (Wro) opgenomen grondexploitatieregeling is het bieden van ruimere mogelijkheden voor het kostenverhaal en het creëren van meer sturingsmogelijkheden. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen de publiekrechtelijke weg via een exploitatieplan en de privaatrechtelijke weg in de vorm van overeenkomsten. In het geval van een exploitatieplan kan de gemeente eisen en regels stellen voor de desbetreffende gronden, (woning)bouwcategorieën en fasering. Bij de privaatrechtelijke weg worden dergelijke afspraken in een (anterieure) overeenkomst vastgelegd. Voor dit plan wordt een anterieure overeenkomst opgesteld. Daarmee is het kostenverhaal voldoende vastgelegd. Daarnaast zijn er afspraken gemaakt over het verhalen van planschade.

32/256

Bijlagen toelichting

33/256

34/256

Bijlage 1

35/256

Stikstofonderzoek

- MEMO Memo

DATUM KENMERK VAN AAN CC

31 januari 2023 20220005 Youri Meerstra ---

PROJECT OPDRACHTGEVER AANWEZIG AFWEZIG BIJLAGE(N)

Boksum – Blessumerpaed 3 Gemeente Waadhoeke ---

STIKSTOFEMISSIE EN DEPOSITIE INLEIDING In opdracht van Gemeente Waadhoeke is een stikstofdepositieberekening uitgevoerd voor de aanleg- en exploitatiefase van woningbouw aan het Blessumerpaed 3 te Boksum. Hierbij is rekening gehouden met inzet van dieselmaterieel en verkeersbewegingen als emissiebron. De initiatiefnemer heeft het voornemen om hier acht grondgebonden woningen te realiseren met bijbehorend openbaar gebied. De acht woningen bestaan uit vier grondgebonden halfvrijstaande woningen aan de westzijde en vier geschakelde rijwoningen aan de oostzijde. Op het plangebied staat momenteel een voormalig schoolgebouw wat gesloopt zal worden om plaats te maken voor de woningen.

WETTELIJK KADER Algemeen Naar aanleiding van de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State van 29 mei 2019 met betrekking tot het Programma Aanpak Stikstof wordt bij vrijwel ieder plan stilgestaan bij de mogelijke stikstofemissie en het effect daarvan op Natura 2000-gebieden. De vervallen Wet stikstofreductie en natuurverbetering (Wsn) Op 2 november 2022 heeft de Raad van State een uitspraak gedaan over de bouwvrijstelling in relatie met stikstofdepositie die per 1 juli 2022 via de Wet stikstofreductie en natuurverbetering (Wsn) en het Besluit stikstofreductie en natuurverbetering (Bsn) in werking is getreden. De Wsn en de Bsn regelden een vrijstelling voor de vergunningsplicht van artikel 2.7 lid 2 Wnb voor de aanlegfase van bouwwerkzaamheden. Met de uitspraak van 2 november 2022 komt deze bouwvrijstelling (de zogenaamde aanlegfase) te vervallen. Voor ruimtelijke plannen en projecten dient daarom zowel de aanleg- als de exploitatiefase meegenomen te worden om te bepalen of er een stikstofdepositie is. In het voorliggende onderzoek zijn de aanlegen exploitatiefase meegenomen in de berekening.

AERIUS CALCULATOR EN UITGANGSPUNTEN AERIUS Calculator, release 26 januari 2023 Met behulp van de nieuwste release van het rekenprogramma AERIUS-calculator (release 26 januari 2023) is de depositie op de nabijgelegen Natura 2000-gebieden uitgerekend. Vanuit de AERIUS-calculator is vervolgens een pdf-bestand met resultaten gegenereerd. In figuur 1 is het plangebied met de daaromheen liggende Natura 2000-gebieden weergegeven. Meerdere Natura 2000-gebieden zijn binnen 25 kilometer van het plangebied gelegen, de dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden zijn Groote Wielen, Alde Feanen en het Sneekermeergebied. Groote Wielen en Alde Feanen zijn stikstofgevoelig. Figuur 1: plangebied met meest nabijgelegen Natura 2000-gebieden

Exploitatiefase Voor het project wordt uitgegaan van gasloze woningen. Er is derhalve geen emissie vanwege het verstoken van aardgas binnen de woningen. Op basis van 8 woningen bedraagt het aantal verkeersbewegingen ten hoogste 61 per etmaal (lichte motorvoertuigen). Dit is berekend op basis van CROW-kentallen (publicatie 381), zie tabel 1. Voor omgevingseigenschappen is uitgaan van dat de gemeente Waadhoeke een ‘niet stedelijke’ gemeente betreft en dat de ligging van het plangebied ‘rest bebouwde kom’ betreft. Tabel 1: Verkeersgeneratie exploitatiefase Woningtype

Aantal wooneenheden

Kencijfer CROW per woning

Verkeersgeneratie per etmaal

Koop, huis, tussen/hoek

4

7,4

29,6

Koop, huis, twee-onder-een-kap

4

7,8

31,2

Totaal

60,8

De nieuwe woningen worden ontsloten via de bestaande aansluiting op het Blessumerpaed. Er is uitgegaan van een rijroute vanaf het plangebied over de Tiltsjedyk richting de Hegedyk. Via deze route kan het verkeer zowel de N359, de A31 en de

2/3

nabijgelegen dorpen bereiken. De route loopt vanaf het plangebied tot de T-splitsing met de Muontsehiem, hier komt het verkeer van de huizen ten oosten van het project erbij en zal het verkeer als gevolg van dit project opgaan in het heersende verkeersbeeld. Deze routes zijn terug te vinden in bijlage 1. Aanlegfase Om te verkennen welke effecten kunnen optreden tijdens de aanlegfase is een berekening uitgevoerd. Voor het dieselverbruik is uitgegaan van ervaringsgegevens elders. Het aantal verkeersbewegingen in de aanlegfase bedraagt nooit meer dan het aantal in de exploitatiefase, maar is wel afzonderlijk opgenomen in de berekening. De volgende uitgangspunten voor de aanlegfase zijn gehanteerd: 1. Voor de aanlegfase wordt uitgegaan van 160 verkeersbewegingen (zware motorvoertuigen) per jaar voor de aan- en afvoer van materiaal en machines. Dit zijn 20 verkeersbewegingen per woning per jaar. Voor het vervoer van personeel zijn er 14 verkeersbewegingen per etmaal. Voor de rijroute van het wegverkeer is uitgegaan van een dezelfde rijroute als in de exploitatiefase wordt aangehouden. 2. De aanlegfase van de woningen valt te splitsen in de voorbereiding-/grondwerk en de bouwfase. Gedurende voorbereiding-/grondwerk vindt het bouw- en woonrijp maken plaats.

Het gaat hier om de aanleg van de funderingen, rioleringen, bekabeling, wegen, bestrating, straatmeubilair en groenvoorzieningen. Gedurende de bouwfase vindt de daadwerkelijke constructie van de woningen plaats. Tabel 2: Specificatie van het dieselmaterieel sloopfase activiteit

klasse

dieselverbruik

uren/dag

[liter/uur] sloop

stage IV, 75-560 kW

aantal dagen/

totaal dieselverbruik [liter]

woning

30

8

14

dieselverbruik

uren/dag

aantal dagen/

3.360

Tabel 3: Specificatie van het dieselmaterieel aanlegfase activiteit

klasse

[liter/uur]

totaal dieselverbruik [liter]

woning

woningen (8 stuks) voorbereiding/grondwerk

stage IV, 75-560 kW

20

8

3

3.840

bouwfase

stage IV, 75-560 kW

10

8

2

1.280

Totaal

5.120

Omdat het materieel verspreid over het bouwterrein wordt ingezet is de emissie ingevoerd als vlakbron in het plangebied.

RESULTATEN EN CONCLUSIE In het bijgevoegde pdf-bestand is de ligging van de bronnen en het resultaat weergegeven. Uit de berekeningen blijkt dat de stikstofdepositie nergens hoger is dan afgerond 0,00 mol/ha/jaar en er derhalve geen relevant effect is. Negatieve effecten in de vorm van vermesting en verzuring zijn derhalve niet aan de orde. De aanleg- en exploitatiefase zijn worst-case in dezelfde berekening meegenomen. Voor dit plan geldt geen vergunningplicht op basis van de Wet natuurbescherming (Wnb).

3/3

BIJLAGE 1 AERIUS-BEREKENING AANLEG- EN EXPLOITATIEFASE

Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.

Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via:

www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers

Projectberekening

Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie

Activiteit

Omschrijving Toelichting

Berekening

AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie

Totale emissie

Situatie 1 - Beoogd

Resultaten

Situatie 1 - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename van depositie Grootste afname van depositie

RnxynbzrEqdQ (31 januari 2023)

Rho Adviseurs Blessumerpaed 3, 9031XM Boksum Boksum - Blessumerpaed 3 Aanleg- en exploitatiefase 8 woningen RnxynbzrEqdQ 31 januari 2023, 18:21 Wnb-rekengrid Rekenjaar

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

Hoogste bijdrage

Hexagon

Gebied

2022 -

2,1 kg/j

283,1 kg/j

2/7

Projectberekening

Situatie 1 (Beoogd), rekenjaar 2022 Emissiebronnen 1 Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning | Dieselmaterieel  Verkeersnetwerk

RnxynbzrEqdQ (31 januari 2023)

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

2,0 kg/j 282,0 kg/j 77,2 g/j 1,1 kg/j

3/7

Projectberekening

Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.

500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald

Grootste afname van depositie Grootste toename van depositie Hoogste totale depositie

De bronnen op de kaart horen bij de Beoogde situatie.

RnxynbzrEqdQ (31 januari 2023)

4/7

Projectberekening

Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Situatie 1" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Berekend (ha gekarteerd)

Totaal

RnxynbzrEqdQ (31 januari 2023)

-

Hoogste totale Met toename Grootste depositie (mol (ha gekarteerd) toename (mol N/ha/jr) N/ha/jr)

-

-

-

Met afname (ha Grootste gekarteerd) afname (mol N/ha/jr)

-

-

5/7

Projectberekening

Situatie 1, Rekenjaar 2022 1

Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning

Naam Locatie Oppervlakte Naam

Dieselmaterieel X:177843,94 Y:576840,81 0,25 ha

NOₓ NH₃

Stageklasse

Brandstofverbruik Draaiuren AdBlue Stof Emissie verbruik

Voorbereiding/grondwerk Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, 3840 l/j diesel, SCR: ja

192 u/j 0 l/j

Bouwfase

Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, 1280 l/j diesel, SCR: ja

128 u/j 0 l/j

Sloop

Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, 3360 l/j diesel, SCR: ja

112 u/j 0 l/j

2

Wegverkeer | Weg

Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte Verkeer

Rijroute exploitatiefase X:177876,35 Y:576888,29 154,62 m Binnen bebouwde kom (doorstromend) Beide richtingen 1 Normaal 0m

Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer 3

Max. snelheid

Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren

Wegverkeer | Weg

Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte Verkeer

Rijroute aanlegfase X:177876,35 Y:576888,29 154,62 m Binnen bebouwde kom (doorstromend) Beide richtingen 1 Normaal 0m

Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer RnxynbzrEqdQ (31 januari 2023)

282,0 kg/j 2,0 kg/j

Max. snelheid

Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren

NOₓ 127,7 kg/j NH₃ 0,9 kg/j NOₓ 42,9 kg/j NH₃ 0,3 kg/j NOₓ 111,4 kg/j NH₃ 0,8 kg/j

Links Rechts NOₓ 0,8 kg/j Type scherm - NO₂ 0,2 kg/j Hoogte - NH₃ 61,3 g/j Afstand tot de weg - -

Aantal voertuigen

61 p/etmaal 0 p/etmaal 0 p/etmaal 0 p/etmaal

In file

0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %

Links Rechts NOₓ 0,3 kg/j Type scherm - NO₂ 67,4 g/j Hoogte - NH₃ 15,9 g/j Afstand tot de weg - -

Aantal voertuigen

0 p/jaar 0 p/jaar 160 p/jaar 0 p/jaar 14 p/etmaal 0 p/etmaal 0 p/etmaal 0 p/etmaal

In file

0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %

6/7

Projectberekening

Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie 2022_20230126_290cbff6e8 Database versie 2022_290cbff6e8 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/

RnxynbzrEqdQ (31 januari 2023)

7/7

Bijlage 2

47/256

Ecologisch onderzoek

2020 1

Quickscan Wet Natuurbescherming Wonen Noordwest Friesland Ontwikkeling Blessumerpaed 3 te Boksum

++

COLOFON BUREAU FAUNAX Badweg 40 B 8401 BL Gorredijk 0513-435024 info@faunax.nl www.faunax.nl Lid van Netwerk Groene Bureaus

Quickscan Wet Natuurbescherming Wonen Noordwest Friesland Ontwikkeling Blessumerpaed 3 te Boksum Gorredijk, maart 2020 In opdracht van: Wonen Noordwest Friesland Uitvoering: Bureau FaunaX Veldwerk en rapportage: Dhr. R. Fokker Autorisatie: Dhr. J. Groen Foto’s voorpagina: Impressie van het plangebied

© Bureau FaunaX. Gebruik en overname van gegevens alleen toegestaan met volledige bronvermelding: Bureau FaunaX (2020). Quickscan Wet Natuurbescherming. Wonen Noordwest Friesland/Ontwikkeling Blessumerpaed 3 te Boksum. Rapport 20058. Bureau FaunaX, Gorredijk.

Disclaimer: In deze rapportage worden de resultaten van een onafhankelijk onderzoek behandeld. Bureau FaunaX heeft een adviserende rol en spreekt zich niet uit over de wenselijkheid van het plan waarop dit onderzoek betrekking heeft. Dit onderzoek is zo zorgvuldig en nauwkeurig mogelijk uitgevoerd. Het voorkomen van beschermde soorten is echter onvoorspelbaar. Aan dit rapport kunnen geen rechten worden ontleend. Wanneer deze rapportage, op wat voor manier dan ook, wordt aangepast en/of aangevuld door een partij anders dan Bureau FaunaX, verliest deze rapportage zijn validiteit en geldigheid. Op dit onderzoek zijn onze algemene voorwaarden van toepassing, zoals gedeponeerd bij de Kamer van Koophandel te Leeuwarden.

INHOUDSOPGAVE 1.

2

INLEIDING ..................................................................................................................... 1 1.1

Aanleiding ..................................................................................................................... 1

1.2

Doel ...............................................................................................................................2

1.3

Onderzoeksopzet ..........................................................................................................2

1.4

Karakteristiek plangebied en planvoornemen ............................................................. 3

RESULTATEN QUICKSCAN ...........................................................................................4 2.1

Flora .............................................................................................................................. 4

2.2

Vogels ........................................................................................................................... 4

2.3

2.2.1

Jaarrond beschermde vogelnesten ............................................................... 4

2.2.2

Overige (broed)vogelsoorten ........................................................................ 6

Zoogdieren ................................................................................................................... 6 2.3.1

Vleermuizen .................................................................................................. 6

2.3.2

Overige zoogdieren ........................................................................................7

2.4

Reptielen en amfibieën ................................................................................................ 8

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=waadhoeke&id=8d79551e-e72f-47b2-afe0-3a760e4037d4