CConstaterende datwaadhoeke
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 14. Koopstromenonderzoek Provincie Fryslân 2017

Gemeenteraad Waadhoeke 29 juni 2023, gemeente waadhoekeBij agendapunt: RV Actualisatie supermarktbeleid en binnenstadsvisie18.770 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Bij de vier grootste kernen is wat deze score betreft een duidelijk verschil te constateren tussen enerzijds Leeuwarden en Sneek en anderzijds Drachten en Heerenveen. Zeer opvallend is de hoge score voor winkelgebied Home Center bij Wolvega. Dit winkelgebied wordt graag aanbevolen bij bekenden. In de figuur komen wederom Stiens en Burgum naar voren als als aantrekkelijk ervaren winkelgebieden.

Broekhuis Rijs Advisering

41

Bezoekreden en -doel Een andere vraag in het onderzoek had als doel de reden van het bezoek aan het winkelgebied te achterhalen (figuur 5.3). Nog sterker dan in 2007 blijkt de factor afstand het meest bepalend te zijn voor de keus voor een winkelgebied. Het gerichte bezoek aan winkels is belangrijker geworden. De mogelijkheid om verschillende aankopen gelijktijdig te doen (‘handige combinatie’) is minder vaak geantwoord, terwijl ‘één specifieke winkel’ juist aan belang gewonnen heeft. Zeker in kernen waar één supermarkt de belangrijkste trekker is, komt dit uiteraard sterk naar voren.

Figuur 5.3

Bezoekreden (in %), gemiddeld 39 winkelgebieden

Bron: Broekhuis Rijs Advisering

Broekhuis Rijs Advisering

42

Het maakt bij de bezoekreden verschil of een bezoeker gericht dagelijkse boodschappen komt halen of dat men gaat shoppen. Dichtbij de woning blijft voor alle bezoekers belangrijk, maar is uiteraard voor het doen van de dagelijkse aankopen nog het belangrijkst (zie figuur 5.4). Voor de bezoekers, die vooral komen shoppen, spelen andere factoren ook een rol. Dan gaat het veel meer om de handige combinatie van winkels en om de sfeer in een winkelgebied.

Figuur 5.4

Bezoekreden (in %), gemiddeld 39 winkelgebieden uitgesplitst in dagelijks en recreatief bezoek

Bron: Broekhuis Rijs Advisering

In alle winkelgebieden is tevens gevraagd met welk doel de bezoekers in het betreffende winkelgebied kwamen. Hiervan staan de resultaten in figuur 5.5. Uit deze figuur blijkt dat de bezoekers overduidelijk vooral voor het dagelijkse aanbod naar de verschillende winkelgebieden komen, maar er is sprake van grote onderlinge verschillen. Tenslotte is er een aantal winkelgebieden, waar men vooral gericht voor niet-dagelijkse aankopen of voor het shoppen naar toe gaat.

Broekhuis Rijs Advisering

43

Figuur 5.5

Bezoekdoel (in %)

Bron: Broekhuis Rijs Advisering

Naast de vier grootste kernen zijn dit o.a. Leeuwarden-Schrans, Joure, Franeker, Burgum, Bolsward en Balk. Met uitzondering van Balk zijn dit vooral middelgrote kernen. De horeca als bezoekdoel scoort vooral in het centrum van Leeuwarden en in Dokkum hoog. Hoewel de vraagstelling en antwoordcategorieën niet geheel vergelijkbaar zijn met die in 2007, wordt wel duidelijk dat men nu sterker dan 10 jaar geleden gericht boodschappen gaat halen.

Bezoekfrequentie en vervoerswijze In figuur 5.6 is aangegeven hoe de gemiddelde bezoekfrequentie in de onderzochte winkelgebieden in Fryslân (veranderd) is. Uit de tabel blijkt dat 67% (was 65%) van alle ondervraagden meerdere keren per week naar die specifieke winkelgebieden gaat. 22% van de bezoekers komt bijna elke dag, terwijl dit in 2007 nog 14% was. Aan de andere kant is ook het aandeel bezoekers dat minder vaak komt, namelijk enkele keren per maand en minder, aanzienlijk toegenomen, van 4 naar 14%.

Broekhuis Rijs Advisering

44

Figuur 5.6

Bezoekfrequentie (in %)

B

Bron: Broekhuis Rijs Advisering

De bezoekfrequentie aan de verschillende winkelgebieden loopt ver uiteen. Dit heeft vooral te maken met het karakter en de verzorgingsfunctie van het winkelgebied. Winkelgebieden voor de dagelijkse boodschappen zoals Makkum en HarlingenKimswerda worden zeer regelmatig bezocht. In winkelgebieden die op relatief grote afstand van een grotere kern liggen (bijvoorbeeld Winsum en Kollumerzwaag) komen bezoekers opvallend vaak 1x in de week. In sommige winkelgebieden komt men relatief vaak incidenteel, zoals in Leeuwarden-Schrans, Sneek en Heeg . In een provincie met veel plattelandsgebieden zoals de provincie Fryslân, wordt van oudsher regelmatig gebruik gemaakt van de auto. Wanneer naar de vervoerswijze gekeken wordt valt op dat de auto in de onderzochte winkelgebieden nog steeds verreweg het meest populaire vervoermiddel is om het winkelgebied te bezoeken (figuur 5.7). Niettemin blijft ook Fryslân een Nederlandse provincie, waar met name veel boodschappen op de fiets of lopend worden gehaald. Vanwege het fijnmazige net van winkelvoorzieningen in Nederland, is de afstand tot winkels relatief gering. Het is mogelijk om regelmatig boodschappen te halen. De fiets is dan een goed alternatief voor de auto. Ook relatief meer mensen halen nu lopend (en waarschijnlijk dichterbij) hun boodschappen.

Broekhuis Rijs Advisering

45

Figuur 5.7

Vervoerswijze (in %), 2007 en 2017

Bron: Broekhuis Rijs Advisering

Online aankopen Van alle bezoekers in de winkelgebieden koopt ruim 2 op de 3 bezoekers regelmatig producten via internet. Dan gaat het vooral om kleding/schoenen/tassen, op enige afstand gevolgd door de groepen computer(s)-benodigdheden en media (boeken, films, CD’s, enz.). Alle overige categorieën worden op dit moment nog minder frequent aangekocht via internet. Voor heel Fryslân bedraagt de afvloeiing naar internet inmiddels zo’n 135 mln. euro. Dit ligt tegen de 10% van alle niet-dagelijkse bestedingen in de provincie. Landelijk ligt dit percentage op ruim 11% (2016, CBS).

Broekhuis Rijs Advisering

46

Figuur 5.8

Aankoopreden online (in %)

Bron: Broekhuis Rijs Advisering

Bij de redenen voor het onlineshoppen zijn wel verschillen tussen de winkelgebieden te constateren. Hoewel bij de bezoekers van alle winkelgebieden het gemak het vaakst wordt genoemd als reden om artikelen via internet aan te schaffen, zien we over het algemeen dat in de grotere winkelgebieden (Sneek, Heerenveen, Harlingen en Franeker) bij de bezoekers de prijs van de artikelen een belangrijke rol speelt (‘goedkoper’). In diverse kleine winkelgebieden (o.a. Wommels, Workum, Feanwâlden) is juist het feit dat online alles te koop is (uitgebreider assortiment) belangrijker bij deze keuze. In Kollumerzwaag (en in enkele andere kleine kernen) geven relatief veel mensen als antwoord dat de producten niet in de buurt te koop zijn. Hoewel de frequentie van het doen van online-aankopen fors toegenomen is, doet nog altijd een ruime meerderheid van de ondervraagden (nu 72%, was 90% in 2007) maar eens per maand of minder vaak aankopen via het net.

Broekhuis Rijs Advisering

47

Uit onderzoek in Engeland is gebleken, dat hoe aantrekkelijker het winkelgebied is, hoe minder bezoekers geneigd zijn om hun aankopen via internet te doen. Vooralsnog komt dit in Fryslân nog niet duidelijk naar voren.

Koopavond en -zondag Dit jaar is aan de bezoekers ook gevraagd of ze ook op koopzondag of koopavond winkels bezoeken. Een groot deel van de bezoekers geeft aan dat ze dat niet doen. Van alle ondervraagden geeft 65% aan niet op de koopavond te winkelen. Voor de koopzondag ligt dit percentage nog net iets hoger, namelijk 67%. Vooral in Harlingen, Makkum, Workum en Harkema winkelt men weinig op de koopavond. Op koopzondag wordt relatief weinig gewinkeld door de bezoekers van Drachten, Damwâld, Harkema en Kollum. Wanneer men dan toch op zondag gaat winkelen brengt men vooral een bezoek aan de eigen plaats en Leeuwarden, op grote afstand gevolgd door Sneek en Heerenveen. Verder gaat men zeer gespreid naar allerlei plaatsen. Vanuit het oostelijk deel van de provincie wordt vaker de stad Groningen bezocht. In de grotere kernen – waar vaker of altijd een koopzondag is – winkelt men ook meer op zondag. Met name in Leeuwarden is dit het geval. In Gorredijk en enkele toeristische plaatsen winkelt men vaker op zondag.

Figuur 5.9

Winkelbezoek koopavond en koopzondag

Bron: Broekhuis Rijs Advisering

Bij de keuze voor een bepaald winkelgebied speelt het parkeertarief voor veel mensen een rol. Hoewel niet bekend is hoe groot dit effect precies is, geeft maar liefst 41% van de ondervraagden aan dat het tarief mede hun keuze voor een te bezoeken winkelgebied bepaalt.

Broekhuis Rijs Advisering

48

Horeca Over het algemeen neemt het belang van daghoreca in een winkelgebied de afgelopen jaren toe. De waarderingen (zie tabel 5.1) voor het aanbod in de horeca lopen nogal uiteen. Dit heeft deels te maken met het aanbod; in kleine kernen is nauwelijks sprake van enig aanbod. Het accent ligt hier vooral op het doelgericht boodschappen halen, waarbij de beleving minder relevant is. De overall gemiddelde score van alle onderzochte winkelgebieden was een 6,6. Plaatsen als Mantgum, Feanwâlden en winkelgebied Kimswerda (met nauwelijks horeca) laten lage scores zien, terwijl historische kernen (als Sneek) de hoogste scores behalen. Ook toeristische kernen, als Akkrum, Grou, Lemmer en Workum scoren juist hoog. Van de grote kernen heeft Leeuwarden-binnenstad een 7,1 gekregen; dit is in absolute zin niet laag, maar wel lager dan bijvoorbeeld Sneek, Drachten en Heerenveen. Het verwachtingspatroon van de consument zal hier ongetwijfeld ook een rol spelen.

Figuur 5.10

Bezoek daghoreca tijdens winkelen

Bron: Broekhuis Rijs Advisering

Het horecabezoek in de vier grootste kernen van Fryslân wijkt af van het gemiddelde (zie figuur 5.10); in deze vier kernen bezoekt 19% nooit een horecagelegenheid tijdens het winkelen, terwijl dat gemiddeld in alle kernen 40% is. In Leeuwarden bezoekt de winkelende bezoeker de horeca het vaakst; ook in Harlingen, Dokkum, Drachten en Sneek doet men dat regelmatig.

Broekhuis Rijs Advisering

49

Verder is gevraagd welk type horecagelegenheid men dan zoal bezoekt (zie figuur 5.11). Uit de figuur blijkt het in de helft van de gevallen om een koffiezaak of brasserie/café te gaan. Daarnaast bezoekt bijna een kwart (23%) een restaurant. Het gaat dan dus om restaurants die ook overdag geopend zijn voor koffie met een broodje, of die een lunchkaart aanbieden.

Figuur 5.11

Bezoek type horecazaak tijdens winkelen

Bron: Broekhuis Rijs Advisering

Op de vraag aan de bezoekers of men iets mist aan daghoreca antwoorden de meeste bezoekers negatief. 76% gaf aan niets te missen. Vooral in de vier grootste kernen was dit het geval (87%). In enkele middelgrote kernen geeft men aan wel iets te missen; dat is onder meer het geval in Bolsward, Burgum, Franeker, Kollum en Stiens. In bijna alle gevallen gaat het dan om koffiezaken en lunchrooms. In de toeristische kernen wordt op dit gebied weinig gemist.

Broekhuis Rijs Advisering

50

6. Conclusies en aanbevelingen koopstromenonderzoek De voorliggende rapportage over het koopstromenonderzoek voor de provincie Fryslân geeft een goed beeld van de koopkrachtbinding, de koopstromen van en naar de kernen in de provincie en de mening van de consument over diverse onderdelen van de centra. Deze rapportage is een follow-up van het koopstromenonderzoek uit 2007. In de periode 2007- 2017 is er in de detailhandel bijzonder veel gebeurd, en dat blijkt ook wel uit de verschillende cijfers voor de afzonderlijke winkelgebieden. Voor elk onderzocht winkelgebied (in totaal zijn 42 winkelgebieden in beeld gebracht) is separaat een rapportage opgesteld met daarin voor het betreffende winkelgebied een aantal aanbevelingen. In deze rapportage wordt, aanvullend op de detailhandel, voor het eerst ook ingegaan op de positie van de (detailhandel ondersteunende) horeca. Feitelijk betreft dit onderdeel een nulmeting die het huidige beeld weergeeft, maar die nog geen trends en /of ontwikkelingen op lokaal niveau in beeld brengt. Desalniettemin worden ook met betrekking tot de horeca een aantal aanbevelingen gegeven. In de lokale rapporten worden per winkelgebied meerdere aanbevelingen gedaan. Op provinciaal niveau kunnen eveneens een aantal conclusies en worden getrokken en aanbevelingen gedaan. Hieronder worden de belangrijkste conclusies en aanbevelingen weergegeven.

• De uitkomsten van het koopstroomonderzoek tonen aan dat in de meeste winkelgebieden veel winkelmeters aanwezig zijn. De afgelopen 10 jaar is sprake geweest van een groei van maar liefst 13%. Het gecreëerde overaanbod heeft geleid tot leegstand. Deze leegstand (als percentage van de detailhandel) bedraagt nu in Fryslân 7,7%. Dit getal is nagenoeg gelijk aan het landelijk gemiddelde van 7,8%. Uit de berekende matige tot lage vloerproductiviteit in diverse (vooral kleinere) winkelgebieden blijkt dat veel winkelmeters onder druk staan. Het is dan ook te verwachten dat het leegstandspercentage de komende jaren in Fryslân verder zal toenemen. Aanbeveling 1: gezien de trends en ontwikkelingen in de detailhandel en in de demografie wordt aanbevolen om te komen tot een (boven)provinciaal transitie- en/of saneringsfonds voor winkelgebieden zonder toekomstperspectief. Het is in veel centra en met name in krimpgebieden niet realistisch om te verwachten dat andere functies (zoals wonen of dienstverlening) in staat zijn het financiële probleem van de sanering van winkels te kunnen compenseren. Aanbeveling 2: toevoeging en aanpassing van (nieuwe) winkelconcepten en formules moet de komende jaren mogelijk blijven, zeker bij een dynamische sector als de detailhandel. Dat dit gepaard gaat met een groei van winkelmeters is tot op zekere hoogte te billijken.

Wij adviseren een beperkte toevoeging van winkelmeters de komende jaren alleen daar toe te staan waar sprake is van een kwalitatieve verbetering van het winkelgebied en binnen een afgebakend bestaand winkelgebied. Aanbeveling 3: wij adviseren om te komen tot regionale afstemming van detailhandelsbeleid, waarbij gemeenten gezamenlijk komen tot een duidelijke afbakening van de winkelgebieden. Naast regionale detailhandelsvisies is het ook

Broekhuis Rijs Advisering

51

gewenst om te komen met actieplannen voor een periode van drie à vier jaar. Daarna zal gezien de snelheid van de ontwikkelingen en de veranderingen in de detailhandel en aanverwante functies de visie op winkelgebieden geactualiseerd moeten worden.

• Uit de cijfers van het koopstromenonderzoek blijkt dat voor Fryslân de koopkrachtbinding aan de traditionele detailhandel gedurende de afgelopen jaren overeind is gebleven. Wel ligt er een aantal gevaren op de loer. Naast de groei van de internetaankopen is – evenals in 2007 – sprake van afvloeiing; deze gaat vooral naar de stad Groningen. In toenemende mate wordt ook Zwolle bezocht door de inwoners van Fryslân. Leeuwarden is een aantrekkelijke stad met een groot aanbod, maar bijna alle nieuwe en vernieuwende internationale ketens kijken in Noord-Nederland in eerste instantie uitsluitend naar de stad Groningen. Aanbeveling: Het promoten van het unieke vestigingsmilieu van de Friese winkelkernen, en Leeuwarden in het bijzonder, wordt steeds belangrijker om nieuwe concepten en formules aan te trekken. • De moderne consument wordt steeds kritischer bij het maken van de keuze voor een winkelgebied. Afhankelijk van de doelstelling (snel en gemakkelijk boodschappen doen, aangenaam verblijven en shoppen in een winkelgebied, of doelgericht aankopen doen met een goed kwalitatief advies) wordt door de consument een keuze gemaakt. Niettemin is nabijheid nog altijd een belangrijk keuzecriterium, maar voor een aantal groepen (zoals Mode & Luxe en Woninginrichting) is de bezoeker bereid een grotere afstand af te leggen.

Aanbeveling: De kwaliteit en attractiviteit van winkelgebieden zal de mogelijkheid van aankopen via het internet het hoofd moeten bieden. Kijken, vergelijken en kopen wordt steeds eenvoudiger thuis op de bank. Voor alle winkelgebieden geldt dat het onderscheidend vermogen van de centra veel sterker zal moeten worden neergezet; de consument is juist daar naar op zoek. • De groei van het aantal horecazaken sinds 2007 speelt met name in op de trend van meer gezelligheid en vermaak voor de consument; ijssalons, lunchrooms en luxe fastfood etablissementen zijn de laatste jaren toegevoegd aan het horeca-aanbod. De komende jaren zal deze trend, zeker in de grotere steden en de toeristische centra, doorzetten. De aanwezige horecazaken ondersteunen hier in steeds sterkere mate de detailhandel; het verblijfsklimaat in de steden neemt hierdoor toe. De bezoekers van de verschillende winkelgebieden weten dit ook te waarderen. Aanbeveling: het ondersteunen van nieuwe detailhandel ondersteunende horeca concepten in winkelstraten (planologisch) is gewenst. Dit geldt ook voor nieuwe mixconcepten van detailhandel en horeca (blurring).

Broekhuis Rijs Advisering

52

•

De kwaliteit van de centra, zowel voor wat betreft de inrichting van de openbare ruimte als de presentatie van ondernemers, laat op veel plekken nogal te wensen over. De waarderingen van de bezoekers voor o.a. de sfeer en de inrichting van de openbare ruimte liggen gemiddeld nauwelijks boven de 7,0.

Aanbeveling: het verdient aanbeveling om gemeenten, daar waar dit nog niet het geval is, te laten werken met een actueel beeldkwaliteitsplan. In een dergelijk plan kunnen ook, bijvoorbeeld met behulp van artist impressions, verbeteringsvoorstellen gedaan worden voor straatwanden of individuele strategisch gelegen panden. Kwaliteit van centra wordt ook door andere aspecten bepaald, zoals bijvoorbeeld het aanbieden van Wifi verbindingen en andere moderne netwerken. • De grotere kernen in Fryslân en diverse middelgrote kernen functioneren economisch gezien, op basis van berekende vloerproductiviteit, gemiddeld genomen redelijk tot goed. Bij de middelgrote kernen beginnen al wel onderlinge verschillen in functioneren te ontstaan; de omvang van het verzorgingsgebied en de mate van uniciteit bepalen voor een belangrijk deel in hoeverre winkelgebieden de inwoners van de eigen plaats en het regiogebied aan zich weten te binden. In de kleinere plaatsen neemt de afhankelijkheid van een volwaardige supermarkt toe; het economisch functioneren komt hier meer en meer onder druk te staan. Aanbeveling: het is een illusie te veronderstellen dat alle winkelgebieden volledig overeind kunnen worden gehouden. Op basis van regionale en lokale uitwerkingen dienen keuzes gemaakt te worden tussen kansrijke en kansarme winkelgebieden.

Wij adviseren om alleen als er regionale afstemming van beleid is geweest over te gaan tot het verstrekken van mogelijke subsidies aan winkelgebieden. • Uit het koopstromenonderzoek is verder naar voren gekomen dat het toerisme in diverse kernen voor een welkome (en soms noodzakelijke) aanvulling op het bestaande bestedingspotentieel van het eigen verzorgingsgebied zorgt. De plaatsen met relatief veel toerisme laten in meerdere opzichten een afwijkend detailhandelsbeeld zien; zo is het relatieve aanbod in de branches Mode & Luxe en Vrije Tijd groter dan in de overige kernen. Het horeca-aanbod is groter en meer gevarieerd, dit geldt ook voor de horeca die de detailhandel ondersteunt. In sommige gevallen is de situatie van de detailhandel echter wel kwetsbaar geworden. Afname van winkelmeters in de toeristische kernen is zeer reëel. Aanbeveling: om ongewenste leegstand in toeristische kernen te voorkomen is het van belang dat ook hier gekeken wordt naar de toekomstige begrenzing van het centrumgebied en de combinatie van functies (detailhandel, horeca, cultuur, wonen en dienstverlening) die de eigen consument en de toerist blijven verleiden om te blijven komen naar de betreffende kern. • Een ondernemer dient zelf te ondernemen. Geconstateerd kan worden dat veel ondernemers met een heel scala aan problemen worstelen. Vragen die moeten worden

Broekhuis Rijs Advisering

53

beantwoord lopen uiteen van “wanneer moet/kan ik stoppen?” tot “hoe kan ik in het kader van de positie van het winkelgebied mijn bedrijf profileren?”. Aanbeveling: Het is wenselijk om de professionalisering van het (collectieve) ondernemerschap in de provincie te ondersteunen. Door professionalisering van het ondernemerschap kan het besef van urgentie voor wat betreft investeren en inspelen op de markt bij ondernemers worden vergroot.

Broekhuis Rijs Advisering

54

Bijlage 1.

Verklarende woordenlijst Dagelijkse artikelen

Levensmiddelen (food) en artikelen voor de persoonlijke verzorging.

Niet-dagelijkse artikelen

Alle artikelen die niet onder dagelijks vallen (o.a. kleding, elektronica, huishoudelijke artikelen, DHZ-artikelen, bruinen witgoed, wonen, vrijetijdsartikelen)

Mode & Luxe

Warenhuizen, kleding en mode, schoenen en lederwaren, huishoudelijke en luxe artikelen, juwelier en optiek, antiek en kunst

Vrije Tijd

Hobby, media, sport en spel

In/Om Huis

Plant en dier, bruin- en witgoed, auto & fiets, Doe-Het-Zelf (DHZ), wonen

Overige detailhandel

2e hands artikelen, audicien, erotiek

Koopkrachtbinding

De mate waarin inwoners uit een bepaald gebied (kern of gemeente) hun bestedingen in dat betreffende gebied doen.

Koopkrachtafvloeiing

De mate waarin inwoners uit een bepaald gebied hun bestedingen buiten dat gebied doen.

Koopkrachttoevloeiing

Het aandeel van de bestedingen in het betreffende gebied afkomstig van inwoners van buiten dat gebied.

Filialisering

De toename van het aantal filiaalbedrijven (onderneming met een centrale directie en een netwerk van filialen) in een winkelgebied

Franchising

Franchising is een methode van zakendoen waarbij een ondernemer (de franchisenemer) een contract sluit met de eigenaar van een handelsnaam (de franchisegever) die de franchisenemer het recht geeft om tegen betaling een zaak met die handelsnaam te exploiteren.

Wvo=winkelvloeroppervlak

Winkelvloeroppervlak dat voor de consument toegankelijk is (dus exclusief kantoren, magazijn ed.)

Koopstromen

Koopkrachtbewegingen tussen kernen, gemeenten of winkelgebieden door binding, afvloeiing en toevloeiing van koopkracht.

Vloerproductiviteit

Gemiddelde detailhandelsomzet per vierkante meter winkelvloeroppervlak --------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Broekhuis Rijs Advisering

55

2.

Overzicht winkelgebieden per gemeente

Gemeente

Winkelgebied

Achtkarspelen

Surhuisterveen Buitenpost Harkema

Dantumadiel

Damwâld De Westereen Feanwâlden

De Fryske Marren

Joure Lemmer Balk

Dongeradeel

Dokkum

Franekeradeel

Franeker

Harlingen

Harlingen-centrum Harlingen-Kimswerda

Heerenveen

Heerenveen-centrum Akkrum Jubbega

Het Bildt

Sint Annaparochie

Kollumerland

Kollum Kollumerzwaag

Leeuwarden

Leeuwarden-centrum Leeuwarden-Schrans Leeuwarden-Centrale Grou

Leeuwarderadeel

Stiens

Littenseradiel

Wommels Mantgum Winsum

Ooststellingwerf

Oosterwolde

Opsterland

Gorredijk Beetsterzwaag

Smallingerland

Drachten-centrum Drachten-MLK boulevard

Súdwest-Fryslân

Sneek Bolsward Workum Makkum

Broekhuis Rijs Advisering

56

Heeg Tytsjerksteradiel

Burgum Hurdegaryp Gytsjerk

Weststellingwerf

Wolvega-centrum Wolvega-Homecenter

Broekhuis Rijs Advisering

57

3.

Samenstelling begeleidingscommissie Gedurende het onderzoek is op initiatief van de provincie Fryslân een begeleidingscommissie werkzaam geweest. Deze commissie bestond uit de volgende personen: • Dhr. D. Dijkstra, Provincie Fryslân • Dhr. A. van Dijk, Provincie Fryslân • Dhr. M. Holkema, Provincie Fryslân • Dhr. P. Kort, Gemeente De Fryske Marren • Dhr. J. Sijtsma, Gemeente Tytsjerksteradiel • Dhr. I van Slooten, Gemeente Smallingerland

Broekhuis Rijs Advisering

58

4.

Onderzoekverantwoording

Om de koopstromen in Fryslân in beeld te krijgen zijn in de hele provincie consumentenenquêtes gehouden. Deze vraaggesprekken zijn ter plekke door middel van straatinterviews in tevoren geselecteerde gebieden uitgevoerd. Niet alleen winkelende consumenten, maar ook passanten en inwoners van de verschillende gebieden zijn benaderd. In totaal zijn ongeveer 14.000 bezoekers ondervraagd. Onze ervaring leert dat met een consumentenonderzoek ter plekke betrouwbare en juiste gegevens verkregen kunnen worden, met een juiste spreiding onder de populatie. In onze aanpak gaan wij uit van circa 400 uitgevoerde enquêtes voor de grotere winkelgebieden en minimaal 250 voor de kleinere winkelgebieden. In totaal zijn in de onderzoeksperiode ca. 14.000 enquêtes afgenomen. Deze periode liep van oktober 2016 tot maart 2017. Dit grote aantal enquêtes heeft er voor gezorgd, dat we ruimschoots kunnen voldoen aan de vereiste van 95% betrouwbaarheid en een maximale foutmarge van 5% voor het onderzoek.

Voor de beantwoording van de gestelde vragen hebben wij gebruik gemaakt van de volgende gegevens: • Locatus gegevens, ijkmoment maart 2017; • Gegevens uit het provinciaal koopstromenonderzoek Groningen (met name voor de grensgemeenten van belang); uitgevoerd door ons bureau in 2016; • Gegevens uit het provinciaal koopstromenonderzoek Drenthe 2015 (bron I&O Research); • Gegevens van het koopstromenonderzoek Frisland uit 2007, zoals door ons uitgevoerd; • Rabobank cijfers inzake feitelijke bestedingen; met de Rabobank hebben wij een afspraak kunnen maken dat alle beschikbare gegevens van heel Noord Nederland door ons gebruikt mochten worden voor het koopstromenonderzoek; • Data met betrekking tot de horeca van Koninklijke Horeca Nederland; • Landelijk algemene gegevens (o.a. Panteia, CBS e.d.) voor de bestedingen, vloerproductiviteit e.d.; • Toeristische gegevens (o.a. NBTC, CBS, Toerdata Noord); • Uitkomsten van de uitgevoerde consumentenenquêtes in de 42 winkelgebieden; • Diverse ruimtelijk-economische rapportages zoals die door ons zijn uitgevoerd in de afgelopen jaren. Voor de uitvoering van de enquêtes hebben wij gebruik gemaakt van de inzet van studenten van diverse hogescholen in Fryslân en Groningen, zoals de NHL, Van Hall Larenstein en Rijks Universiteit Groningen.

Voor de kwalitatieve beoordeling van de winkelgebieden zijn alle gebieden bezocht en is kritisch gekeken naar de stand van zaken op dat moment.

Broekhuis Rijs Advisering

59

Op basis van alle informatie kan – naast de koopstromen - het economisch functioneren van de aankooplocaties in kaart gebracht worden, en kan een vergelijking met het Nederlands gemiddelde gemaakt worden.

-

NPS-model Een onderdeel van het onderzoek betrof het verrichten van onderzoek naar de Net Promotor Score (NPS model). Dit is een uit de Verenigde Staten overgekomen onderzoeksmethode, waarbij in feite de betrokkenheid van klanten bij een bedrijf of – in dit geval – een winkelgebied gemeten kan worden. De bezoeker is gevraagd in welke mate hij of zij het bezochte winkelgebied ook aan anderen zou willen aanbevelen. Zij geven hierop een score van 0 tot en met 10. De antwoorden worden dan in 3 groepen ingedeeld: Promoters (promotors): score 9 en 10 Passives (passief tevredenen): score 7 of 8 Detractors (criticasters): score 0 tot en met 6 Voor het berekenen van de score wordt het percentage criticasters afgetrokken van het percentage promotors; dit getal (zonder %) is dan de score.

Toerisme & recreatie Fryslân is een provincie waarin toerisme en recreatie een belangrijke rol spelen. De bezoekers van buiten Fryslân doen, wanneer ze in de provincie verblijven, uiteraard ook hun aankopen binnen Fryslân. De ene gemeente heeft hier meer mee te maken dan de andere. Zo zijn o.a. Súdwest-Fryslân en De Fryske Marren een paar van de gemeenten waar het toerisme een belangrijke rol speelt. Ook Leeuwarden heeft als provinciehoofdstad profijt van toeristisch/recreatieve bestedingen. Het voorliggende onderzoek is gehouden in een periode van het jaar waarin niet de pieken voor het toerisme liggen; sterker nog, het toerisme ligt in deze periode op een laag niveau. De toeristisch recreatieve bestedingen zijn niet van invloed op het onderdeel van het onderzoek waarin de koopkrachtbindingscijfers en de koopstromen tussen de Friese regio’s en kernen worden berekend en geanalyseerd. Hier gaat het immers om de inwoners van Fryslân zelf. De toeristisch recreatieve component is wel van belang waar gekeken wordt naar de omvang en het functioneren van het detailhandelsbestand, omdat dit o.a. een groot winkelaanbod in bepaalde kernen kan verklaren. In diverse kernen is een correctie op de verkregen gegevens doorgevoerd voor het toeristisch/ recreatieve aspect.

Op basis van verschillende bronnen, waaronder Toerdata Noord, het aantal overnachtingen per gemeente en de toeristenbelasting is hiervoor een berekening gemaakt. Dit wordt in de specifieke gemeenterapportages aan de orde gesteld.

Broekhuis Rijs Advisering

60

5. Waardering winkelgebieden 2007

Winkelgebied

Waardering Aantal winkels

Kwaliteit winkels

Bereikbaarheid per auto

P-mogelijkheden auto

Stallingsmogel.fiets

Gezelligheid / sfeer

Inrichting / aankleding

Leeuwarden-centrum

7,4

7,3

6,7

6,9

7,1

6,9

6,7

Leeuwarden-Centrale

7,2

7,4

7,6

7,7

6,5

6,4

6,3

Leeuwarden-Schrans

7,4

7,5

7,2

7,2

6,7

7,3

7,1

Drachten-centrum

7,5

7,4

7,2

6,9

7,4

7,0

6,9

Drachten-MLK singel

7,3

7,5

8,3

8,4

7,0

6,5

6,7

Sneek

7,7

7,6

7,0

6,8

7,2

7,7

7,5

Heerenveen

7,2

7,3

7,3

6,9

7,1

6,7

6,5

Harlingen-centrum

7,3

7,5

6,8

6,5

7,0

7,5

6,9

Harlingen-Kimswerda

7,1

7,4

8,1

8,3

6,6

6,7

6,7

Bolsward

7,3

7,5

7,1

6,6

7,6

7,2

7,1

Burgum

7,5

7,6

7,9

8,1

7,8

7,3

7,2

Lemmer

7,3

7,5

7,0

6,8

7,5

7,6

7,1

Joure

7,7

7,7

7,9

7,9

7,5

7,7

7,5

Grou

7,0

7,3

6,7

6,0

7,0

7,2

6,8

Workum

7,1

7,4

6,7

6,3

7,4

7,3

7,0

Sint Annaparochie

7,7

7,7

7,6

7,1

7,6

7,3

7,3

Kollum

7,4

7,6

7,7

7,6

7,1

7,2

7,0

Wommels

7,1

7,5

6,6

5,9

7,2

7,3

7,0

Hurdegaryp

6,9

7,5

8,0

8,0

7,4

6,7

6,9

Akkrum

6,9

7,5

7,6

7,6

8,6

7,2

6,8

Kollumerzwaag

6,0

7,4

7,7

7,6

7,7

7,4

7,0

Gytsjerk

7,1

7,5

7,5

7,3

7,4

7,3

6,6

Mantgum

5,6

6,7

7,3

7,3

7,1

7,2

6,9

Winsum

7,0

7,6

7,8

7,8

7,9

7,6

7,2

Broekhuis Rijs Advisering

61

6. Landelijke trends en ontwikkelingen Op landelijk niveau speelt een aantal trends, die ook op regionaal of lokaal niveau zichtbaar zijn. Diverse trends zullen vroeg of laat gevolgen hebben voor het te voeren detailhandelsbeleid. De belangrijkste trends geven we hier weer. Trends op het gebied van de detailhandel • Schaalvergroting Schaalvergroting heeft zich de afgelopen decennia binnen vrijwel alle branches voorgedaan. Sinds de economische crisis is deze schaalvergroting wel enigszins afgezwakt. Niettemin is nog altijd sprake van groei van de gemiddelde omvang van een winkel. Sinds 2009 is de gemiddelde oppervlakte in Nederland met ruim 10% toegenomen. Deze toename heeft zich zowel bij de dagelijkse als de niet-dagelijkse sector voorgedaan. Vooral supermarkten blijven zich verder optimaliseren. Binnen de niet-dagelijkse sector gaat het vooral om winkels in de branches wonen en plant & dier (vaak op perifere locaties), maar ook om sportzaken en zaken in huishoudelijke artikelen. • Blurring en branchevervaging Ook is al geruime tijd sprake van de trend van de branchevervaging. Een ieder kent de voorbeelden in zijn eigen omgeving; bouwmarkten verkopen ook planten, tuincentra verkopen ook huishoudelijke artikelen, supermarkten verkopen ook mediaproducten. Hier is sprake van een onomkeerbaar proces.

Al deze ontwikkelingen vinden nog plaats binnen de detailhandel, maar inmiddels nemen de laatste jaren de mengvormen met andere sectoren ook fors toe (‘blurring’). Meerdere disciplines worden onder een dak aangeboden, zoals retail, horeca, cultuur en vermaak. Een al langer bestaand voorbeeld is de bakker met lunchroom, maar ook in het kader van de behoefte aan beleving (zie verderop) komen steeds meer nieuwe concepten in beeld. In dit verband kan de overname eind 2015 van La Place door Jumbo-supermarkten genoemd worden. Ook kledingzaken of boekwinkels bieden een horecamogelijkheid, in restaurants zijn tevens meubels te koop, enz. Wat de regelgeving betreft leidt het soms nog wel tot problemen, vooral waar de combinatie met horeca gezocht wordt. Momenteel lopen in diverse steden experimenten om de mogelijkheden te onderzoeken, ook zonder horeca. Feit is dat de klant de combinatie van functies onder één dak weet te waarderen. • Filialisering en franchising De consument is vaak op zoek naar herkenbare winkels en formules. De laatste decennia is het aantal ketenbedrijven in winkelgebieden dan ook fors toegenomen. Bovendien waren ketenbedrijven vaak beter in staat om de gevraagde prijzen per m² vloeroppervlak te betalen. Een sterk voorbeeld van de afgelopen 5 à 10 jaar is de opkomst van de Action winkels. Maar ook de filialisering is toegenomen.

Een ondernemer wil nog graag in een dorp blijven, maar door enerzijds de toenemende productvraag en gewenste herkenbaarheid van formules en anderzijds de toenemende

Broekhuis Rijs Advisering

62

bijkomende kosten (voor meer assortiment, meer voorraad, meer promotie) biedt franchising voordelen voor de zelfstandige ondernemer. • Wegvallen van het midden segment Juist het afgelopen jaar hebben we gezien dat de afhankelijkheid van een keten of franchiseformule risico’s met zich meebrengt. Diverse bedrijven hebben te kampen gekregen met een faillissement. Met name het middensegment heeft hier hinder van ondervonden. De profilering is niet altijd meer de juiste, waardoor de bedrijfseconomische situatie voor meerdere ketens nijpender is geworden. Bij een onvoldoende onderscheidend eigen gezicht zijn reeds diverse formules omgevallen. De omgevallen formules beperken zich niet alleen tot middelgrote spelers, maar ook de grote formules met weinig eigen profilering hebben het erg lastig. Bekende voorbeelden van ketens die moeilijke tijden doormaken zijn onder meer Hema en Blokker, maar zij hebben het tij (voorlopig) nog kunnen keren. Voor onder meer V&D is dit helaas niet gelukt. • Opkomst budget-/outletwinkels Deels als gevolg van de economische crisis en het wegvallen van het middensegment zijn de afgelopen periode steeds meer budgetwinkels, tweedehandswinkels en outlets ontstaan. De consument maakt - al dan niet noodgedwongen – een bewustere keus tussen prijs en kwaliteit. De markt is hieraan tegemoet gekomen, en blijkt in een vraag te voorzien.

Deze nieuwe winkels bevinden zich evenwel niet altijd in de winkelstraat; soms zijn ze ook (in grote loodsen) op andere locaties in een plaats aanwezig, zoals op bedrijventerreinen. • Internationalisering De afgelopen jaren zijn meer buitenlandse ketens in de winkelstraten verschenen. Doordat de Nederlander steeds mondialer is geworden, zijn de wensen van de consument ook veranderd. Via internet is de potentiële consument op de hoogte van het productaanbod, en al bekend met ketens voordat ze in een land fysiek aanwezig zijn. Voorbeelden van deze (nieuwe) ketens zijn onder meer Bauhaus, Primark, Urban Outfitters (de eerste 2 wel in Groningen, geen van allen in Fryslân) en de Spaanse ketens van Inditex, zoals Zara (wel in Groningen en Leeuwarden), Stradivarius (niet in het Noorden) en Bershka (in Groningen en Zwolle). Ikea heeft vestigingen in Groningen en Zwolle. Deze ketens zijn al niet meer uit het winkellandschap weg te denken. Door de overname van winkels uit faillissementen van (veelal) Nederlandse ketens kunnen buitenlandse ketens snel een positie verwerven in Nederland. Vooral in de grotere kernen in het land, en dus ook in het Noorden, zullen deze nieuwe winkelketens bestaande bedrijven (gaan) beconcurreren. Internationalisering heeft de aanwezigheid van ketens in de winkelstraat verder versterkt.

De komst van buitenlandse ketens heeft ook bijgedragen aan de toename van de winkelmeters in Nederland; vaak gaat het om grote ketens met grote oppervlaktes. In eerste instantie wordt meestal gekozen voor de Randstad, waarna in Noord Nederland redelijk snel de stad Groningen aan de beurt is. Daarna duurt het enige tijd voordat er een vervolg is. In Fryslân is de kern Leeuwarden veelal de eerste die in beeld komt, gevolgd door kernen als Drachten, Sneek en Heerenveen.

Broekhuis Rijs Advisering

63

• Beleving en identiteit Het onderscheid tussen het doen van boodschappen – efficiënt aankopen doen – en shoppen is steeds duidelijker geworden. Wanneer de consument er voor kiest om te gaan shoppen, zijn de omgeving, sfeer en ambiance heel belangrijk. De ‘beleving’ van een winkelgebied wordt bepaald door diverse elementen. Het gaat dan onder andere om de servicegraad, de parkeergelegenheid, de inrichting van de openbare ruimte, de aanwezigheid van evenementen, de kwaliteit van de (dag)horeca, technologische snufjes zoals gratis wifi en app’s met aanbiedingen. Dit alles draagt sterk bij aan het realiseren van een eigen identiteit van een stad of kern. En deze factoren zijn voor een consument belangrijke keuze-elementen voor het te bezoeken winkelgebied. Dit gaat niet alleen op voor grotere kernen als Groningen, Leeuwarden en Sneek, maar ook voor kleinere kernen, waar andere combinaties gemaakt kunnen worden met bijvoorbeeld het toerisme (bv. Akkrum of Workum). • Toename van de mobiliteit (e-bike) en concurrentie tussen centra Zowel bij het doen van boodschappen als voor het shoppen is de bereikbaarheid erg belangrijk. Door de toegenomen mobiliteit is het eenvoudiger geworden om andere winkelgebieden te bezoeken. En hoewel afstand nog altijd zeer bepalend is in het keuzegedrag van de consument, is het niet meer allesbepalend.

Veel consumenten bezoeken dan ook regelmatig meerdere winkelgebieden om al hun aankopen te verrichten. Sinds enige jaren is het gebruik van de e-bike sterk in populariteit toegenomen. De aanwezigheid van oplaadpunten (zowel voor fietsen als auto’s) is hiermee ook een keuzecriterium geworden. De e-bike betekent ook een verruiming van de mogelijk te bezoeken winkelgebieden. • Opvolgingsproblematiek Veel zelfstandige ondernemers hebben de laatste jaren problemen met de opvolging van hun bedrijf. De verwachting is dat binnen afzienbare tijd zo’n 20 tot 30% van de zelfstandige ondernemers in Nederland wenst te stoppen met hun winkel. Het automatisme van ‘overdracht van vader op zoon’ is verdwenen. Dat betekent uiteindelijk dat veel winkels leeg komen te staan of van gedaante veranderen. Zowel in grote als kleine kernen speelt dit, maar de effecten zijn niet overal gelijk. In grotere plaatsen komt wellicht een filiaalbedrijf in het pand, mede afhankelijk van de locatie van de winkel. In kleinere kernen met een beperkt draagvlak ontstaat vaker leegstand. De ondernemer heeft door de vaak lage vaste lasten (geen hypotheek, meewerkende gezinsleden) het nog lang kunnen volhouden, maar voor een nieuwe start na overname (veel hogere vaste lasten) is de exploitatie niet meer rendabel te maken.

Ook betekent het dat in die winkelgebieden, waar verkoop van een winkelpand niet meer mogelijk is, de ondernemer vaak noodgedwongen blijft doorgaan; het pensioen zit in het pand. De problemen bij de overdracht (of verkoop) van het winkelpand van zelfstandige ondernemers hebben dan ook bijgedragen aan een stijging van de leegstand de afgelopen jaren. Juist in plattelandsgebieden speelt dit sterk.

Broekhuis Rijs Advisering

64

• Financiering en huurniveau Bij gewenste investeringen in een onderneming - of het nu gaat om de start van een onderneming, een vergroting, of een interieuraanpassing - lopen ondernemers vaak aan tegen een financieringsprobleem. Banken blijken veelal niet, of alleen tegen zeer forse tarieven, bereid tot financiering. Alternatieve vormen van financiering komen steeds meer in beeld. Crowdfunding en kredietunies bieden nieuwe financieringskansen voor ondernemers. Maar niet alleen de financiering zorgt voor problemen; ook de huurprijzen geven vaak aanleiding tot discussies. De afgelopen jaren zijn op diverse locaties de huurniveaus gedaald, maar niet in alle gevallen is het huurprijsniveau aangepast aan de huidige werkelijkheid. Bovendien blijkt bij onderhandelingen over de huurprijs dat vastgoedpartijen vaak te weinig flexibel zijn om tot een acceptabele constructie voor de huur te komen. • Online shopping De opkomst van het gebruik van internet voor het doen van aankopen is de afgelopen jaren sterk blijven stijgen. In 2007 bedroegen de bestedingen ongeveer 5 miljard, in 2013 ruim € 10 miljard. De groei is de afgelopen jaren derhalve steeds sneller gegaan. In figuur 2.1 is de ontwikkeling sinds 2014 per kwartaal weergegeven, met een trendlijn. Bij het online shoppen wordt onderscheid gemaakt in producten en diensten (o.a. tickets, reizen).

Voor de retail zijn vooral de onlineproducten van belang. Deze laten een veel sterkere groei zien dan de diensten. Inmiddels zijn de bestedingen aan producten ook hoger dan die aan diensten. Het aandeel bestedingen, dat online gedaan wordt bij de producten is van bijna 8% in 2014 gestegen naar inmiddels 13 à 14%. Behalve de branches mode en speelgoed laat ook de food sector – hoewel in absolute zin nog klein - sterke groeipercentages zien. De bezorgservices en maaltijdboxen spelen hierin een grote rol. Figuur 2.1 per kwartaal

Broekhuis Rijs Advisering

Online bestedingen Nederland in mld. euro (excl. verzendkosten),

65

Bron: Thuiswinkel.org, GfK De ‘social media’ vervullen een steeds belangrijker rol in het leven van een consument. De smartphone is onontbeerlijk geworden. Potentiële consumenten kunnen op elke gewenste plek altijd van de meeste actuele aanbiedingen op de hoogte gehouden worden en kunnen daar vervolgens ook naar handelen. De social media worden volledig geïntegreerd in de online proposities. Zij dichten de kloof tussen het online en offline aanbod. Winkels maken inmiddels veel gebruik van de technische mogelijkheden; apps bieden vele kansen. Hoewel de komst van het internet aanvankelijk heeft geleid tot het deels verdwijnen van bepaalde soorten winkels (fotozaken, reisbureaus), zien we nu ook een omgekeerde trend ontstaan. Enkele online-aanbieders kiezen er voor om ook met een fysieke winkel in de stad aanwezig te zijn. Coolblue is hier een goed voorbeeld van. Trends op het gebied van de horeca Ook binnen de sector horeca zijn diverse trends te onderkennen, die bij de beleving van een centrumgebied zonder meer van groot belang zijn en die bij de visie op of de aanpak van een centrumgebied meegenomen moeten worden. Koninklijke Horeca Nederland beschrijft de volgende trends: • Persoonlijk Gasten hebben steeds meer behoefte aan een persoonlijke benadering. Producten en diensten worden niet enkel als functioneel gezien; gasten willen er een waardevolle herinnering aan overhouden.

Ze zoeken een unieke ervaring en hebben daar ook geld voor over. De consument verwacht een persoonlijke noot in belevenis en producten. Voor standaard producten of diensten heeft de consument geen extra geld over; dan gaan ze voor de laagste prijs, zoals ook in de detailhandel het geval is. Pas wanneer producten een bijzondere beleving of emotionele waarde bieden is de consument bereid om er meer geld voor neer te leggen. • Nieuwe vormen van gemak Constant druk, altijd onderweg. Met zo’n hyperactieve levensstijl is tijd waardevol. En dat zie je ook terug in de gerichte vraag naar gemak: de gemakkelijke snelle hap profiteert hiervan. Vooral de vraag naar fastfood groeit, maar dan meer de nieuwe vormen van fastfood. De opkomst van diverse online maaltijdconcepten zoals HelloFresh en Streekbox zijn hier voorbeelden van. De verandering in de samenstelling van huishoudens, met meer tweeverdieners en eenpersoonshuishoudens, speelt hier zeker een rol. Verschillende branches spelen hierop in. Niet alleen de horeca, maar ook de supermarkten bieden een ruime keus aan maaltijden. Gasten zijn heel bewust bezig met versheid, kwaliteit en voedingswaarde. Iedereen probeert daar zo goed mogelijk op in te spelen. De vraag

Broekhuis Rijs Advisering

66

naar kwalitatief hoogwaardige en relatief gezondere gemaks-maaltijden blijft naar verwachting dan ook toenemen. • Blurring Zoals bij de trends in de detailhandel al aangegeven, speelt blurring ook sterk binnen de horeca. De traditionele grenzen aan dienstverlening vervagen. Gasten wonen, werken, reizen en consumeren op hun eigen manier. In een winkel kun je prima terecht voor een kopje koffie. Waarom naar kantoor als je net zo makkelijk in een café met je laptop op schoot kan werken? Of het restaurant dat de zelfgemaakte sauzen verkoopt. Het maakt voor de consument niet uit. De consument denkt niet in hokjes, maar denkt vanuit de behoefte. Ook de ondernemer – of het nu in de detailhandel, horeca of dienstverlening is - zal zich heel sterk in de klant moeten verplaatsen, en beantwoorden aan deze behoeftes buiten de gebaande paden. Deze nieuwe combinaties zullen in de toekomst blijven toenemen. • Bewust en gezond genieten De trend naar gezond leven en eten is zowel in de detailhandel als de horeca sterk aanwezig. Maar waar de roep om gezondere producten vroeger voornamelijk van overheidsinstanties kwam, vraagt tegenwoordig steeds vaker de gast zelf hierom. Die wil bewust en gezond genieten. Saladebars, sappen- en smoothiezaken zijn er in rap tempo bijgekomen, vooral in de grotere steden. Maar geleidelijk druppelen deze concepten steeds verder door naar andere centrumgebieden.

In supermarkten is de verkoop van ‘biologisch’ sterk gegroeid, de vraag naar producten als superfoods, quinoa en peulvruchten is fors gestegen. De consument maakt graag gebruik van verse producten en kruiden, en ziet in restaurants ook graag de bereiding van de producten. De inrichting van horecagelegenheden zal hier ook op dienen in te spelen. Het ziet ernaar uit dat dit niet zomaar een trend van voorbijgaande aard is. Bij een gezonde levensstijl hoort de vraag van gasten naar gezonde voeding. • Deeleconomie Steeds meer mensen delen hun huis, boot of auto, gereedschap of andere bezittingen. Ze ruilen de ene service voor de ander of tegen een vergoeding. Consumenten vinden toegang tot een product of dienst belangrijker dan het bezit ervan. Daardoor zijn er allerlei platforms gekomen die dat delen en ruilen gemakkelijker maken. Het bekendste voorbeeld is wellicht Airbnb, dat enorm snel gegroeid is. Maar gasten kunnen ook een diner in de huiskamer van hobbykoks reserveren, of de bbq van de buren lenen. Op deze manier gaat men op een duurzame manier om met de spullen, waar de maatschappij als totaal van profiteert. Veel consumenten kijken anders en vooral kritischer naar de massaconsumptie. De klant ziet graag zijn eigen wensen vervuld, op zoek naar unieke ervaringen. Ook in hotels is dit terug te zien: geen standaard kamers meer.

Deze trend is sterk aanwezig in de grote steden, en heeft vooralsnog betrekking op een gering deel van de bevolking. Maar de verwachting is dat dit deel wel zal gaan toenemen. • Puur Gasten gaan voor puur: eerlijke, duurzame en ambachtelijke producten. Ze zijn vaak bereid extra te betalen voor een hoge kwaliteit, maar willen ook consumeren zonder

Broekhuis Rijs Advisering

67

schuldgevoel. Er is meer aandacht voor kwaliteit, versheid en de herkomst van producten, het liefst lokale of regionale producten. Verder is vooral de bereidingswijze van gerechten heel belangrijk geworden. Fastcasual concepten spelen daar goed op in. De gast heeft daar open zicht op de bereiding. Open keukens zijn steeds vaker de norm, en het dry-aged vlees komt vaak uit rijpkasten in de restaurants zelf. Door de toegenomen informatiestroom is de klant beter geïnformeerd en beter in staat om een bewuste keuze te maken. De reviews zijn van onschatbare waarde geworden. Bij het zoekproces naar ‘puur’ is ook de duurzaamheid van belang. De aandacht voor afval en het verminderen van voedselverspilling komt hierin tot uiting.

Trends op het gebied van de demografie • Inwonertal In Noord-Nederland (Groningen, Fryslân en Drenthe) wonen in totaal ruim 1,7 miljoen mensen. De noordelijke provincies hebben veel overeenkomsten, maar hebben ook duidelijk hun eigen identiteit. In alle gevallen gaat het om plattelandsprovincies, met enkele grote kernen. In de provincie Fryslân is in de demografie en in de verzorgingshiërarchie sprake van een duidelijk onderscheid tussen enkele grotere steden en het omringende gebied. In de provincie Fryslân woonden per 1 januari 2011 ruim 647.200 inwoners (bron provincie Fryslân, CBS); op 1 januari 2016 waren dit er ruim 646.00. Dit betekent dat er sprake is van een lichte daling, die zich naar verwachting de komende jaren zal voortzetten (zie prognose). De afname wordt veroorzaakt doordat meer mensen de provincie verlaten dan dat er zich vestigen en dat dit vertrekoverschot steeds minder gecompenseerd wordt door de natuurlijke aanwas. In de provincie is Leeuwarden de grootste stad. Hier wonen inmiddels meer dan 100.000 mensen. In de provincie is naast Leeuwarden nog een aantal grotere kernen aanwezig. Hierbij gaat het onder meer om Drachten met per 1 januari 2016 bijna 45.000 inwoners, Heerenveen (ruim 29.000 inwoners) en Sneek (ruim 33.000 inwoners).

• Krimpgebieden De Rijksoverheid heeft landelijk een aantal krimp- en anticipeergebieden aangewezen, om gezamenlijk de problemen die dit alles met zich meebrengt te lijf te kunnen gaan. Het zijn regio’s die kampen met bevolkingsdaling. Noordoost Fryslân is onder andere als krimpgebied aangewezen. Het betreft de gemeenten De Fryske Marren, Dantumadeel, Dongeradeel, Ferwerderadeel, Kollumerland en Tytsjerksteradiel. Met name in de periferie van het land komen deze gebieden voor; ze zijn verder te vinden in de provincies Groningen, Limburg, Zeeland en Gelderland (de Achterhoek). Daarnaast is een aantal anticipeergebieden benoemd; in deze regio’s is de bevolkingsdaling op dit moment nog niet al te groot, maar de verwachting is dat dat zich op den duur ook hier gaat voordoen. Binnen de provincie gaat het dan om Noordwest Fryslân (Franekeradeel, Harlingen, Het Bildt, Leeuwarderadeel, Littenseradeel en Menaldumadeel), de Friese Waddeneilanden en Zuidoost Fryslân (Heerenveen, Ooststellingwerf, Opsterland, Smallingerland en Weststellingwerf). Op grond van de provinciale bevolkingsprognose zal de regio Noordwest Fryslân qua tempo een

Broekhuis Rijs Advisering

68

ontwikkeling doormaken zoals Noordoost en zal ook Zuidwest Fryslân vanaf 2020 krimp vertonen. • Bevolkingsprognose Momenteel ligt het totale inwonertal van Nederland inmiddels op 17 miljoen. De verwachting is dat dit aantal tot 2040 nog zal toenemen tot bijna 17,8 miljoen, waarna de groei zal gaan afvlakken. De verdeling over het land is echter ongelijk; in sommige gebieden zal sprake zijn van aanzienlijke groei, terwijl in andere gebieden de krimp zal doorgaan of juist zal beginnen. Figuur 2.2

Bevolkingsprognose Provincie Fryslân (in %)

Bron: Prognose Provincie Fryslân 2016

In figuur 2.2 staat de trendprognose van de Friese regio’s voor de jaren 2020, 2025, 2030 en 2035. In deze periode zal het inwonertal voor de hele provincie naar verwachting eerst licht, daarna iets meer gaan dalen. Voor de provincie bestaan verschillende prognosemodellen, waaronder die van Primos, Pearl en van de Provincie zelf; alle gaan uit van een daling richting de toekomst, maar het moment waarop en de sterkte van de daling verschilt per model. Volgens de provincie zal het inwonertal dalen van ruim 646.000 naar ca. 637.500 in 2030 en bijna 620.000 in 2040. De gemeente Leeuwarden zal de komende tijd nog fors blijven groeien (8.8% tot 2035). De andere regio’s krijgen in meer of mindere mate met een afname van het inwonertal te maken. Voor de zuidelijke regio’s is dit beperkt, terwijl voor het noorden van de provincie tot 2025 een afname van 3% wordt verwacht. De ontwikkeling van het aantal huishoudens is min of meer vergelijkbaar, maar er is de komende tijd nog sprake van groei. Het aantal huishoudens zal nog met ruim 4% toenemen van 287.500 in 2016 naar bijna 300.000 in 2030. Daarna zal het aantal huishoudens afnemen. De toename van het aantal huishoudens komt vooral door de

Broekhuis Rijs Advisering

69

toename van het aantal alleenstaanden; dit is een logisch gevolg van de verouderende bevolking.

• Grijze en groene druk Enkele belangrijke trends in Nederland op demografisch gebied zijn de vergrijzing, ontgroening en gezinsverdunning. De ontwikkeling van het ouder worden van de bevolking is al jaren aan de gang, en is nog niet tot stilstand gekomen. Ook in Fryslân is hiervan sprake. De grijze en groene druk geven de mate van de vergrijzing en ontgroening aan. Onder ‘grijze druk’ wordt verstaan het aantal 65 plussers ten opzichte van het aantal potentiële arbeidskrachten (de 20-65-jarigen), uitgedrukt in een percentage. De provincie Fryslân kent een grijze druk, die boven het Nederlands gemiddelde van 30.6% ligt. In 2016 (per 1 januari) lag deze op 35% in de provincie Fryslân (bron CBS). De verwachting is dat de grijze druk de komende jaren blijft toenemen. In 2040 zal de grijze druk landelijk naar verwachting zijn toegenomen tot maar liefst 50.9% (bron CBS). Binnen de provincie is sprake van regionale verschillen; in Zuidwest-Fryslân ligt de grijze druk het hoogst (namelijk 37,6%). De ‘groene druk’ geeft het aantal 0-19 jarigen aan ten opzichte van het aantal potentiële arbeidskrachten (20-65 jaar), uitgedrukt in een percentage. De groene druk in de provincie Fryslân lag op 1 januari 2016 ook boven het landelijk gemiddelde. Lag het percentage in de provincie op 40,7, landelijk was dit 37,9%. Ook hier zien we dat Zuidwest-Fryslân de hoogste groene druk kent (42,7%).

De groene druk zal in 2040 landelijk op 41,7% liggen.

Broekhuis Rijs Advisering

70

Figuur 2.3

Omvang leeftijdsgroepen Provincie Fryslân, 2005 t/m 2040

Bron: Prognose Provincie Fryslân 2016

Met uitzondering van de 65-plussers krijgen we in alle leeftijdsgroepen te maken met een afname (zie figuur 2.3). De groep 45- tot 65-jarigen krijgt met de grootste daling te maken. Per saldo betekent dit dat de beroepsbevolking (globaal tussen de 15 en 75 jaar) ook daalt. De verandering van de bevolkingssamenstelling heeft duidelijk gevolgen voor de voorzieningen in de provincie, waaronder de detailhandel. Zo zullen er meer speciaalzaken voor bepaalde doelgroepen (zoals ouderen) ontstaan, en komen er ook meer doelgroep-specifieke producten op de markt.

Broekhuis Rijs Advisering

71

7. Procentuele verdeling detailhandelsmeters per winkelgebied 2007

Bron: Locatus Online 2007

Broekhuis Rijs Advisering

72

Bijlage 8

Percentage leegstand detailhandel

Gemeente Achtkarspelen

Percentage 9,2

Dantumadiel

3,7

De Fryske Marren

10,4

Dongeradeel Franekeradeel Harlingen Heerenveen

9,8 9,4 5,9 7,4

Het Bildt Kollumerland

7,0 3,7

Leeuwarden

6,0

Leeuwarderadeel Littenseradiel

2,6 56,1/1,1

Ooststellingwerf Opsterland

12,6 4,3

Smallingerland Súdwest-Fryslân

10,9 4,7

Tytsjerksteradiel

3,5

Weststellingwerf Nederland Fryslân * 1 leegstand pand van 12.500 m2 wvo

4,7 7,8 7,7

Kern Surhuisterveen Buitenpost Harkema Damwâld De Westereen Feanwâlden Joure Lemmer Balk Dokkum Franeker Harlingen Heerenveen Akkrum Jubbega Sint Annaparochie Kollum Kollumerzwaag Leeuwarden Grou Stiens Wommels* Mantgum Winsum Oosterwolde Gorredijk Beetsterzwaag Drachten Sneek Bolsward Workum Makkum Heeg Burgum Hurdegaryp Gytsjerk Wolvega

Percentage 6,0 10,4 23,5 1,1 6,0 1,2 14,1 12,0 0 9,8 9,7 6,1 8,3 7,9 0,7 6,2 5,7 0 6,4 3,4 2,6 69,1/0 0 9,1 12,4 4,8 1,8 11,4 4,8 3,8 11,8 2,3 12,3 2,2 1,3 0 4,2

Bron: rapportage Winkelleegstand 2017, Locatus

Broekhuis Rijs Advisering

73

De leegstand in de detailhandel is berekend op de volgende wijze (conform wijze Locatus). Binnen de ‘categorie Leegstand’ is de verhouding tussen detailhandel en niet-detailhandel ongeveer fiftyfifty (aantal panden). De panden in de detailhandel zijn echter groter dan de panden in de niet-detailhandel. Om de leegstandsoppervlakte per groep te berekenen wordt de gemiddelde grootte van de leegstaande panden berekend en als factor gebruikt. Locatus geeft het volgende voorbeeld van de berekening van het leegstandspercentage voor Nederland. Op 1 januari 2017 is het aantal vierkante meter leegstand 3.510.316. In de totale detailhandel (inclusief leegstand) is dit 31.153.153 vierkante meters. De berekening ziet er als volgt uit: (2/3 * 3.510.316)/(31.153.153 – (1/3 * 3.510.316)) = 7,8

Broekhuis Rijs Advisering

74

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=waadhoeke&id=e55a837d-b010-495a-82b7-d8e2096dc2b6