Bijlage 14. Koopstromenonderzoek Provincie Fryslân 2017
Tekst van het document
Koopstromenonderzoek Provincie Fryslân 2017
Provinciale rapportage
Koopstromenonderzoek Provincie Fryslân 2017
Provinciale rapportage
Opdrachtgever: Projectnummer: Datum:
Provincie Fryslân 0916.309 Mei 2017
Broekhuis Rijs Advisering Wederik 1 9801 LX Zuidhorn tel. (0594-528358) fax: (0594-528487) e-mail: info@broekhuisrijs.nl
internet: www.broekhuisrijs.nl
Broekhuis Rijs Advisering
Inhoudsopgave
1.
Inleiding a. Aanleiding en doelstelling b. Vraagstelling c. Deelnemende gemeenten d. Opbouw van het rapport
4 4 5 6 7
2.
Landelijke trends en ontwikkelingen
8
3.
Kenschets provincie a. Basisgegevens b. Detailhandelsaanbod c. Horeca aanbod
11 11 11 23
4.
Koopstromen provincie a. Bestedingen inwoners Fryslân b Toevloeiing van koopkracht c. Verzorgingsstructuur d. Economisch functioneren
27 27 33 34 36
5.
Bezoekgedrag en bezoekmotieven
38
6.
Conclusies en aanbevelingen koopstromenonderzoek
51
Bijlagen 1. Verklarende woordenlijst 2. Overzicht deelnemende winkelgebieden 3. Samenstelling begeleidingscommissie 4. Onderzoekverantwoording 5. Waardering winkelgebieden 2007 6. Landelijke trends en ontwikkelingen 7. Procentuele verdeling detailhandelsmeters per winkelgebied 2007 8. Leegstandspercentages per gemeente en kern 2017
Broekhuis Rijs Advisering
54 55 57 58 60 61 71 72
1. Inleiding a. Aanleiding en doelstelling Het voorzieningenniveau in een gemeente wordt voor een belangrijk deel bepaald door het detailhandelsaanbod. Dit aanbod draagt bij aan de leefbaarheid van een kern en vormt een belangrijk deel van de lokale economie. Bij een voldoende aantrekkelijk aanbod vervult een kern bovendien een functie voor de omliggende regio. De afgelopen jaren is er veel veranderd binnen de detailhandel. De sterk toegenomen leegstand – als gevolg van de economische crisis en de groei van het aantal internetaankopen – vraagt om nieuw beleid, waarbij het bestaande overaanbod zoveel mogelijk terug gedrongen wordt en waarbij de dorps- en stadscentra toch aantrekkelijk blijven. Het Rijk heeft het belang van een goed detailhandelsbeleid erkend en tracht aan de hand van de Nationale Retailagenda de herkenning van de problematiek helder over het voetlicht te krijgen. In samenwerking en afstemming met provincies en gemeenten wordt, onder andere met behulp van Retaildeals, gepoogd het detailhandelsbeleid van provincies en gemeenten zo goed mogelijk te (her)formuleren. Voor de Provincie Fryslân is het van groot belang om goed zicht te krijgen op de stand van zaken met betrekking tot de detailhandel in de verschillende kernen van de provincie.
Zeker nu er sprake is van snelle en ingrijpende ontwikkelingen in de detailhandelssector en er daarnaast in delen van de provincie ook sprake is van krimp, is kennis van de bestaande situatie, zowel kwantitatief als kwalitatief, onontbeerlijk. De verwachting is dat er de komende jaren nog een forse (sanering)slag gemaakt moet worden om uiteindelijk te kunnen komen tot aantrekkelijke, compactere winkelgebieden waar ondernemers een boterham kunnen verdienen. In diverse gevallen zal het toekomstige voorzieningenniveau van grote en kleine kernen gaan veranderen. Het aantrekkelijk houden van de centra is juist bij de aanwezigheid van vele alternatieve aankoopmogelijkheden en –locaties van groot belang. Naast een passend aanbod is beleving en sfeer in een centrum een belangrijker keuzecriterium geworden voor bezoekers. Veel elementen bepalen uiteindelijk of een centrum wel of niet als gezellig wordt ervaren. Vanwege het economische belang van de sector detailhandel voor de Friese economie heeft de Provincie Fryslân in de loop van 2016 aan Broekhuis Rijs Advisering gevraagd om een koopstromenonderzoek in de provincie uit te voeren. Een koopstromenonderzoek is bij uitstek het middel om een (beter) beeld te krijgen van het koopgedrag van de consument en het functioneren van de diverse winkelcentra.
Een dergelijk onderzoek vormt vaak de basis voor distributieplanologisch onderzoek en voor regionaal en gemeentelijk detailhandelsbeleid. Het biedt, met name op gemeentelijk niveau, diverse bouwstenen voor op te stellen en uit te voeren beleid.
Broekhuis Rijs Advisering
4
Het aanwezige aanbod aan daghoreca – bij voorkeur met terrasvorming – is medebepalend voor het functioneren van centrumgebieden; zeker voor wat betreft sfeer en beleving kan horeca sterk bepalend zijn. Dit is ook de reden dat in dit koopstromenonderzoek tevens enkele onderdelen van het horeca aanbod zijn opgenomen. Het thans voorliggende koopstromenonderzoek is niet het eerste onderzoek in de provincie; in 2007 heeft Broekhuis Rijs Advisering een vergelijkbaar onderzoek uitgevoerd. Hierdoor kan ook in kaart gebracht worden welke ontwikkelingen zich in het aanbod hebben voorgedaan, en of het winkelgedrag van de bezoeker is veranderd. In 2007 hebben de volgende gemeenten meegedaan: Boarnsterhim, Bolsward, Harlingen, Heerenveen, Het Bildt, Kollumerland, Leeuwarden, Lemsterland, Littenseradiel, Nijefurd, Skasterlân, Smallingerland, Sneek en Tytsjerksteradiel. Het koopstromenonderzoek valt uiteen in een kwantitatief en een kwalitatief gedeelte. In het kwantitatieve deel gaat het vooral om het in beeld brengen van de koopkrachtbindingscijfers en de koopstromen. In het kwalitatieve deel vindt een analyse van het winkelaanbod plaats en worden beweegredenen achter de cijfers zichtbaar. b.
Vraagstelling De vraagstelling van het onderzoek luidde als volgt: • Hoe ziet het detailhandels- en horeca-aanbod er kwantitatief uit in de (hoofd)kernen/winkelgebieden, uitgesplitst naar hoofdbranches; • Hoe zien de koopkrachtbinding, koopkrachttoevloeiing en -afvloeiing, en het verzorgingsgebied per kern er op dit moment uit; • Hoe is de beleving van het winkelgebied door consumenten, op welke onderdelen kan het winkelgebied zich kwalitatief versterken? Naast de detailhandel wordt hierbij ook de daghoreca meegenomen. Het koopstromenonderzoek is in de periode van oktober 2016 tot maart 2017 uitgevoerd in de provincie Fryslân. In totaal zijn meer dan 14.000 vraaggesprekken afgenomen. Deze vraaggesprekken zijn ter plekke door middel van straatinterviews in tevoren geselecteerde winkelgebieden uitgevoerd. Naast de uitkomsten van de vraaggesprekken op straat is dankbaar gebruik gemaakt van de gegevens van de Rabobanken in de hele provincie Fryslân en het aangrenzende gebied in de provincie Groningen voor wat betreft de pinbestedingen van de consumenten. Tevens zijn diverse gegevens van Locatus benut voor het bepalen van het aanbod van de verschillende winkelgebieden. Voor alle gemeenten en kernen zijn de gegevens van Locatus gebruikt met als datum maart 2017. Voor het gedeelte over
Broekhuis Rijs Advisering
5
de horeca zijn door Koninklijke Horeca Nederland (KHN) diverse gegevens beschikbaar gesteld. In de provincie Groningen is in de tweede helft van 2016 een vergelijkbaar koopstromenonderzoek uitgevoerd. Grensoverschrijdende koopstromen zijn hierdoor eveneens in kaart te brengen. De combinatie van de bezoekersenquêtes in Fryslân en Groningen, Locatus gegevens, KHN-data en Rabobankgegevens maakt het mogelijk om te komen tot een betrouwbaar overzicht van de koopkrachtbinding, de koopkrachttoevloeiing van de kernen en de koopstromen tussen de kernen. Voor de kwalitatieve beoordeling van de winkelgebieden zijn alle gebieden bezocht en is kritisch gekeken naar de huidige stand van zaken. De methodische verantwoording is omschreven in bijlage 4. c.
Deelnemende gemeenten
In totaal is in 19 van de 24 gemeenten onderzoek verricht, waarbij ingezoomd is op in totaal 42 winkelgebieden of kernen (zie kaart 1 en bijlage 2). Alleen de gemeenten Ferwerderadiel en Menameradiel alsmede de Waddeneilanden. Kaart 1.1
Overzicht onderzochte winkelgebieden
Bron: Bing Maps bewerkt door Broekhuis Rijs Advisering
Broekhuis Rijs Advisering
6
hebben niet deelgenomen. Ook in 2007 hebben deze niet aan het onderzoek deelgenomen. In 2007 zijn in totaal 24 winkelgebieden onderzocht Voor alle deelnemende gemeenten is een aparte rapportage opgesteld, waarin meer gedetailleerd de kwantitatieve en kwalitatieve uitkomsten per winkelgebied worden weergegeven. In voorliggende rapportage voor de gehele provincie worden de bevindingen en conclusies met betrekking tot de hele provincie omschreven. Daarnaast worden ook opvallende zaken uit de afzonderlijke rapportages vermeld. d. Opbouw van het rapport In hoofdstuk 2 wordt beknopt ingegaan op een aantal landelijke trends, die zich ook op regionaal en lokaal niveau zullen laten voelen. Een uitgebreide beschrijving is te vinden in de bijlage. In hoofdstuk 3 worden enkele belangrijke demografische kengetallen voor de provincie op een rij gezet. Het detailhandelsaanbod wordt weergegeven voor de totale provincie, met onderscheid naar hoofdbranches. Hierbij wordt eveneens het aantal verkooppunten vermeld. Ook wordt specifiek aandacht besteed aan het horeca-aanbod. De hoofdstukken 4 en 5 vormen de weerslag van het daadwerkelijke onderzoek. De koopstromen tussen de verschillende kernen zijn hierin opgenomen. De bindingscijfers in de verschillende branches worden op provincieniveau beschreven.
Naast het cijfermatige gedeelte over de koopkracht en de koopstromen in hoofdstuk 4 worden in hoofdstuk 5 de resultaten weergegeven met betrekking tot de kwalitatieve beoordeling van het winkelgebied door de consument. Er is tevens speciale aandacht voor de horeca. In hoofdstuk 6 worden enkele conclusies getrokken, met daaraan gekoppeld een aantal aanbevelingen.
Broekhuis Rijs Advisering
7
2. Landelijke trends en ontwikkelingen In dit hoofdstuk benoemen we beknopt een aantal landelijke trends die vaak ook lokaal of regionaal merkbaar en van belang zijn. Voor een uitgebreide beschrijving verwijzen we naar bijlage 6. De trends zijn ingedeeld naar het gebied van de detailhandel, de horeca en de demografie.
Trends op het gebied van de detailhandel • Schaalvergroting Schaalvergroting heeft zich al gedurende een aantal jaren voorgedaan, maar de echte groei is inmiddels wel afgezwakt. Alleen bij de supermarkten gaat de groei nog steeds door. Sinds 2009 is de gemiddelde oppervlakte van een winkel in Nederland met ruim 10% toegenomen. • Blurring en branchevervaging De grenzen tussen de verschillende productgroepen zijn aan het verdwijnen. Bouwmarkten verkopen ook planten, tuincentra verkopen tevens huishoudelijke artikelen. Inmiddels zijn er ook mengvormen met andere sectoren (‘blurring’), zoals retail, horeca, cultuur en vermaak. Een voorbeeld hiervan is de bakker met lunchroom, maar ook zien we steeds vaker bijvoorbeeld kledingzaken of boekwinkels met een horecamogelijkheid. • Filialisering en franchising De wens van de consument naar herkenbare winkels en formules heeft gezorgd voor een toename van het aantal ketenbedrijven in winkelgebieden. Voor de zelfstandige ondernemer biedt franchising voordelen; door het betalen van een fee kan de ondernemer zich aansluiten bij een landelijke organisatie en zo het assortiment bieden waar de klant om vraagt. • Wegvallen van het middensegment Veel bedrijven die in het middensegment opereren hebben te kampen gekregen met een onvoldoende onderscheidend vermogen; vaak is de prijs/kwaliteitverhouding niet meer de juiste.
Hierdoor zijn veel formules en bedrijven verdwenen, zoals V&D. • Opkomst budget-/outletwinkels Tijdens de economische recessie van de afgelopen jaren is een toename te constateren geweest van het aantal budgetwinkels en tweedehandswinkels. • Internationalisering De consument oriënteert zich op het web voor het doen van aankopen. Nieuwe formules zijn daardoor sneller bekend. Het afgelopen decennium zijn steeds meer internationale ketens zich in Nederland gaan vestigen. • Beleving en identiteit Wanneer de consument besluit tot het doen van aankopen in een winkelgebied, dan zijn het eigen gezicht en de beleving van het winkelgebied steeds belangrijker. De keus is groot voor de klant; men kiest voor een gebied waar het aangenaam vertoeven is.
Broekhuis Rijs Advisering
8
• Toename van de mobiliteit (e-bike) en concurrentie tussen centra Nabijheid is zowel bij het doen van boodschappen als voor het recreatief winkelen nog altijd heel belangrijk. Wanneer de randvoorwaarden goed zijn ingevuld, kiest de consument vaak voor dichtbij. Maar door de toegenomen mobiliteit – zoals de laatste tijd o.a. door de opkomst van de e-bike - is het eenvoudiger geworden om ook andere winkelgebieden te bezoeken. • Opvolgingsproblematiek Veel zelfstandige ondernemers in vooral plattelandsgebieden hebben een hogere leeftijd dan gemiddeld. Tevens zijn de vaste lasten relatief laag, waardoor het mogelijk blijft om een winkel te exploiteren. Vanwege een afnemend consumentendraagvlak en het feit dat bij overdracht alle lasten moeten worden doorberekend is verkoop vaak niet mogelijk, waardoor leegstand dreigt. • Financiering en huurniveau De afgelopen jaren is duidelijk geworden dat banken minder eenvoudig overgaan tot het verlenen van kredieten. Traditionele financiering is lastig; ‘crowdfunding’ komt op, maar is beperkter in omvang. Ook liggen de huurniveaus in diverse winkelgebieden vaak nog op een traditioneel te hoog niveau. • Online shopping Online shopping is niet meer weg te denken uit het dagelijks leven van steeds meer Nederlanders. De groei zet zich onverminderd voort. De smartphone wordt meer en meer benut voor het doen van aankopen, zeker onder jongeren.
De verwachting is dat deze groei doorgaat, hetgeen consequenties heeft voor het aantal fysieke winkelmeters.. Trends op het gebied van de horeca • Persoonlijk Gasten hebben steeds meer behoefte aan een persoonlijke benadering. Pas wanneer producten een bijzondere beleving of emotionele waarde bieden is de consument bereid om er meer geld voor neer te leggen. • Nieuwe vormen van gemak Zowel in de detailhandel als in de horeca zoekt de klant naar gemak. Vooral de vraag naar nieuwe vormen van fastfood groeit. Kwaliteit en versheid zijn heel belangrijk. De vraag naar kwalitatief hoogwaardige en relatief gezonde gemaks-maaltijden blijft naar verwachting dan ook toenemen. • Blurring De traditionele grenzen tussen detailhandel, horeca en dienstverlening vervagen. In een winkel koffie drinken, in een (weg)restaurant op je laptop werken, eigen gemaakte producten kopen in een restaurant beantwoordt aan datgene waar de klant/gast behoefte aan heeft. Deze nieuwe combinaties zullen in de toekomst blijven toenemen. • Bewust en gezond genieten De klant wil meer dan in het verleden bewust en gezond eten en genieten. Zo zijn er in rap tempo saladebars bijgekomen, verse producten en kruiden in supermarkten in overvloed, en de bereiding van verse producten in een restaurant vindt plaats in het zicht van de klant.
Broekhuis Rijs Advisering
9
• Deeleconomie Veel consumenten kijken anders en vooral kritischer naar de massaconsumptie. Steeds meer mensen delen hun huis, boot of auto, gereedschap of andere bezittingen. Hiervoor zijn er allerlei platforms gekomen die dat delen en ruilen gemakkelijker maken, zoals Airbnb. De gasten zijn op zoek naar unieke ervaringen, en niet naar de standaard. • Puur Eerlijke, duurzame en ambachtelijke producten zijn steeds vaker de standaard voor de klant. Omdat de klant beter geïnformeerd is, kan hij/zij ook beter een bewuste keuze maken. Hierbij zijn de reviews van groot belang geworden. Verspilling van voedsel is uit den boze.
Trends op het gebied van de demografie • Inwonertal In de provincie Fryslân woonden op 1 januari 2011 ruim 647.200 inwoners (bron provincie Fryslân, CBS); op 1 januari 2016 waren dit er ruim 646.000. Dit betekent dat er sprake is van een lichte daling van het inwonertal, die zich naar verwachting de komende jaren zal voortzetten. De afname wordt veroorzaakt doordat meer mensen de provincie verlaten dan dat er zich vestigen en doordat dit vertrekoverschot steeds minder gecompenseerd wordt door de natuurlijke aanwas. • Krimpgebieden De Rijksoverheid heeft landelijk een aantal krimp- en anticipeergebieden aangewezen, voor regio’s die kampen met bevolkingsdaling. Eén van deze gebieden is Noordoost Fryslân. Daarnaast is een aantal anticipeergebieden benoemd; in deze regio’s is de bevolkingsdaling op dit moment nog niet al te groot, maar de verwachting is dat zich die op den duur ook hier gaat voordoen. Binnen de provincie gaat het dan om Noordwest Fryslân, de Friese Waddeneilanden en Zuidoost Fryslân. Op grond van de provinciale bevolkingsprognose wordt verwacht dat ook de regio Zuidwest Fryslân vanaf 2020 krimp gaat vertonen. • Bevolkings- en huishoudensprognose In de periode tot 2040 zal het inwonertal van de provincie Fryslân naar verwachting eerst licht en daarna iets meer gaan dalen.
Alle prognosemodellen gaan uit van een daling richting de toekomst, maar het moment waarop en de sterkte van de daling verschilt per model. Volgens de Provincie zal het inwonertal dalen van ruim 646.000 naar ca. 637.500 in 2030 en bijna 620.000 in 2040. De gemeente Leeuwarden zal de komende tijd nog fors blijven groeien (8.8% tot 2035). De ontwikkelingsrichting van het aantal huishoudens in de provincie Fryslân is min of meer vergelijkbaar met die van het inwonertal, maar er is de komende tijd nog sprake van groei. • Grijze en groene druk De grijze en groene druk geven de mate van de vergrijzing en ontgroening aan. De provincie Fryslân kent een grijze druk van 35% (1/1/2016; bron CBS), die boven het Nederlands gemiddelde van 30,6% ligt. De verwachting is dat de grijze druk de komende jaren blijft toenemen. De groene druk in de provincie Fryslân lag op 1 januari 2016 ook boven het landelijk gemiddelde. Was het percentage in de provincie 40.7, landelijk was dit 37.9 (zie bijlage 6 voor verdere uitleg).
Broekhuis Rijs Advisering
10
3. Kenschets provincie a. Basisgegevens De provincie Fryslân telt ruim 646.000 inwoners, waarvan er bijna 100.000 in de stad Leeuwarden wonen. In de overige drie grotere kernen (Drachten, Heerenveen en Sneek) wonen in totaal meer dan 100.000 inwoners, namelijk circa 107.500. Dit betekent dat bijna 1 op de 3 inwoners van Fryslân in één van deze 4 kernen woont. Naar verhouding komen steeds meer mensen in de stad (en het direct aangrenzende gebied) te wonen, terwijl het platteland verder leegloopt. In de demografische kengetallen zijn de gegevens van de grotere steden – en dan met name Leeuwarden - in Fryslân afwijkend van die van de rest van de provincie. Dit heeft niet alleen te maken met het feit dat het grote steden betreft, maar ook met de aanwezigheid van hogescholen met veel studenten. Dit gegeven heeft effect op zowel de leeftijdsverdeling als het inkomensniveau. De gemiddelde leeftijd in de stad ligt lager dan elders in de provincie, en de vergrijzing is minder sterk. De gemiddelde huishoudensgrootte bedraagt in de stad Leeuwarden slechts 1.9 (landelijk en in de provincie is dit 2.2). Het inkomensniveau van de provincie Fryslân blijft achter bij het gemiddelde besteedbaar inkomen van geheel Nederland. Dit verschil bedraagt circa 8%.
Vooral in het noordelijke en noordoostelijke deel van de provincie, aangevuld met de stad Leeuwarden ligt het inkomensniveau het verst onder het landelijk gemiddelde, namelijk zo’n 12 tot 14% eronder. In geen enkele Friese gemeente ligt het niveau op of boven het Nederlands gemiddelde. De gemeente Littenseradiel zit er het dichtst bij, namelijk 1% eronder. Het economisch belang van de detailhandel voor de economie van de provincie Fryslân is aanzienlijk. In vergelijking met Nederland als totaal zijn in de detailhandel in Fryslân relatief veel mensen werkzaam (bron Regio in Beeld, Fryslân 2016, UWV), waaronder relatief veel zelfstandigen. Het aandeel banen in de detailhandel in Fryslân als percentage van het totaal aantal banen in Fryslân is van 10,2% in 2007 toegenomen naar 10,5% in 2016. In totaal zijn nu ongeveer 30.000 mensen werkzaam in de detailhandel in de provincie.
b. Detailhandelsaanbod Het totale detailhandelsaanbod in de provincie Fryslân (figuur 3.1) bedraagt ruim 1.430.000 m² winkelvloeroppervlak (wvo; zie bijlage 1 voor een verklarende woordenlijst). Het aanbod is in de afgelopen 10 jaar met 13% toegenomen. In absolute en relatieve cijfers is de grootste groei waar te nemen bij de leegstand. Deze bedraagt nu ruim 160.000 m² wvo. Het leegstandspercentage in de detailhandel voor de
Broekhuis Rijs Advisering
11
provincie Fryslân als geheel bedraagt 7,7% tegen 7,8% in heel Nederland 1 (zie ook bijlage 8). De enige groep met een afname van het aantal winkelmeters is die van de branche Vrije Tijd. De toename in vierkante meters bedraagt bijna 169.000; van deze toename is ruim 85.500 m² te vinden in de leegstand; de leegstand bepaalt derhalve voor de helft de toename in meters.
Figuur 3.1
Detailhandelsaanbod in m² wvo in provincie Fryslân
Bron: Locatus Online 2007 en 2017, bewerkt door Broekhuis Rijs Advisering
Van het totale detailhandelsaanbod in Fryslân is bijna 19% te vinden in de stad Leeuwarden. In de vier grootste steden samen is dit bijna 44%. In totaal is in het kader van het koopstromenonderzoek in 42 winkelgebieden, verdeeld over 37 kernen (in 18 gemeenten), onderzoek verricht. In deze 37 kernen is bijna 87% van het totale aanbod van de provincie te vinden.
1 Berekeningswijze leegstand conform Locatus, zie bijlage 8
Broekhuis Rijs Advisering
12
In figuur 3.2 a en figuur 3.2 b staat per kern een overzicht van het totale winkelaanbod van de onderzochte winkelgebieden (inclusief leegstand) in 2007 en 2017. In deze winkelgebieden samen is het aanbod sinds 2007 met ruim 183.000 m² wvo toegenomen, een stijging van 17%. Het grootste aanbod is uiteraard in de 4 grootste kernen te vinden. Hier is bijna 49% van het aanbod van alle onderzochte winkelgebieden te vinden (en bijna 44% van heel Fryslân). Maar ook Wolvega (inclusief Home Center) en Dokkum kennen een groot aanbod. De grootste toename in meters heeft in Leeuwarden plaatsgevonden, maar ook in Drachten, Wolvega en Sneek zijn veel meters toegevoegd. In Heerenveen is dit veel minder het geval geweest. In de kernen Harkema, Grou en Beetsterzwaag is sprake van een relatief sterke stijging. Slechts enkele kernen kennen een afname van het aantal meters over de afgelopen 10 jaar. Dat zijn met name Joure en Makkum, en in beperkte mate onder andere ook Winsum, Buitenpost, De Westereen, Jubbega en Heeg. Bij Leeuwarden, Drachten, Harlingen en Wolvega staat het totaal van de hele kern weergegeven; de afzonderlijke winkelgebieden staan ook vermeld. De meters van deze winkelgebieden zijn eveneens opgenomen in het totaal van de kern.
Figuur 3.2 a
Detailhandelsaanbod in m² wvo in de grootste kernen van Fryslân, per kern in 2007 en 2017, inclusief leegstand
* Bron: Locatus Online 2017 maart 2017
Broekhuis Rijs Advisering
13
Figuur 3.2 b
Detailhandelsaanbod in m² wvo in de overige kernen van Fryslân, per kern in 2007 en 2017, inclusief leegstand
* Wommels: exclusief leegstand
Broekhuis Rijs Advisering
Bron: Locatus Online 2017 maart 2017
14
In tabel 3.3 staat een overzicht van het totale aanbod in m² winkelvloeroppervlak (exclusief de leegstand), in de jaren 2007 en 2017. Er is gerangschikt op basis van het aanbod in de detailhandel in 2017 (exclusief leegstand).
Tabel 3.3
Overzicht m² winkelvloeroppervlak, totaal (excl. leegstand), in 2007 en 2017
Winkelgebied
Aantal m2 w.v.o. 2007
2017
Leeuwarden-totaal
213.609
241.774
Drachten-totaal
120.458
130.193
Winkelgebied
Aantal m2 w.v.o. 2007
2017
113
Stiens
13.255
13.840
104
108
Kollum
10.407
13.148
126
10.813
11.343
105 106
Index 2007=100
Index 2007=100
Sneek
85.274
98.583
116
LeeuwardenSchrans
Heerenveen
86.194
83.089
96
Damwâld
9.944
10.561
Dokkum
55.192
56.688
103
St. Annaparochie
10.823
10.524
97
Wolvega *
29.426
42.501
144
Balk
8.069
10.381
129
Wolvega-Home Center
25.442
33.089
130
Workum
8.050
8.817
110
Oosterwolde
29.084
31.421
108
Jubbega
7.668
7.528
98
Gorredijk
19.826
31.604
159
Hurdegaryp
5.909
7.037
119
Harlingen-totaal
31.917
31.278
98
Makkum
6.450
4.782
74
Joure
38.426
30.775
80
Kollumerzwaag
3.629
3.758
104
Surhuisterveen
23.735
30.619
129
Wommels
6.441
3.724
58
Franeker
27.844
28.986
104
Gytsjerk
2.388
3.666
154
LeeuwardenCentrale
16.547
25.781
156
Akkrum
3.707
3.647
98
Drachten-MLK
27.705
25.157
91
Beetsterzwaag
2.338
3.489
149
3.344
3.462
104 136
Burgum
18.977
24.052
127
HarlingenKimswerda
Lemmer
21.960
22.940
104
Feanwâlden
1.838
2.494
Bolsward
20.373
22.734
112
Winsum
2.975
2.112
71
Grou
11.176
16.508
148
Harkema
1.752
2.068
118
De Westereen
17.030
15.145
89
Heeg
2.185
1.801
82
Buitenpost
15.592
13.900
89
Mantgum
634
656
103
* = excl. Home Center Bron: Locatus Online 2017
In de meeste plaatsen is het aanbod de afgelopen 10 jaar toegenomen. Maar er zijn toch ook diverse winkelgebieden met een afname in meters detailhandel. Dit hoeft overigens niet te betekenen dat er minder meters zijn, want de afname kan ook verklaard worden door een toename van de leegstand. In de kleinere kernen is de toename van winkelmeters vooral ontstaan door een groter aanbod in de dagelijkse sector. In de grotere kernen is sprake van een groei in meerdere branches, met name de groep ‘In/Om Huis’ en de modebranche.
Broekhuis Rijs Advisering
15
Het aanbod in de vier grootste kernen van de provincie Fryslân is beduidend groter dan in de overige kernen. Een groot deel van het aanbod is geconcentreerd in het centrumgebied van deze kernen. Het aanbod is in alle vier kernen toegenomen, in Heerenveen in geringe mate. Wat opvalt in figuur 3.4 is dat het totale aanbod in Leeuwarden fors is gegroeid, maar dat het aanbod in het centrumgebied juist is gedaald met bijna 3.000 m² wvo. In Drachten is het aantal winkelmeters juist in het centrumgebied sterk toegenomen, met bijna 9.000 m² wvo; de ontwikkeling op het Raadhuisplein is hiervoor verantwoordelijk. In Sneek is de toename van meters buiten het centrum gerealiseerd, terwijl het aanbod in de binnenstad vrijwel gelijk gebleven is. In Heerenveen tenslotte is de toename beperkt, en deze beperkte groei is hoofdzakelijk in het centrum tot stand gekomen.
Figuur 3.4
Aanbod vier grootste steden in m2 wvo, inclusief leegstand, 2007 en 2017
Bron: Locatus Online 2007 en 2017
In figuur 3.5 staat een overzicht van de verschillende onderzochte winkelgebieden, waarbij duidelijk wordt welke detailhandelsgroep procentueel sterk vertegenwoordigd is in een bepaalde kern of winkelgebied. De indeling is gemaakt naar volgorde van inwonertal, met Leeuwarden als grootste kern en Mantgum als kleinste.
Broekhuis Rijs Advisering
16
Figuur 3.5
Procentuele verdeling detailhandelsmeters per winkelgebied
Bron: Locatus Online 2017
Broekhuis Rijs Advisering
17
Bij de kernen Drachten, Harlingen en Wolvega staat de toevoeging “totaal”. Dit houdt in dat bij deze kernen in het totale detailhandelsaanbod respectievelijk de MLK Woonboulevard, Kimswerda en Home Center zijn meegenomen. Bij Leeuwarden en Heerenveen betreft het de kern en niet de totale gemeente. De vijf ‘aparte’ winkelgebieden, gelegen binnen een kern, staan onderaan apart vermeld. De leegstand in dit overzicht betreft het aantal vierkante meters als percentage van het totaal aantal detailhandelsmeters. In figuur 3.5 is te zien dat hoe kleiner de plaats hoe hoger het aandeel in de dagelijkse sector over het algemeen is. Uiteraard zijn er uitzonderingen, met name wanneer sprake is van een sterk aanbod in een andere branche. Dit is onder meer het geval in Kollumerzwaag (Tweedehands goederen/Overig detailhandel) en Jubbega (Welkoop en een grote meubelzaak). Verder is in figuur 3.5 te zien dat het aanbod in Mode & Luxe in de grotere kernen sterk vertegenwoordigd is, en dat hoe kleiner de kern is, des te kleiner het aandeel Mode & Luxe. Voor zowel Workum als Balk is de toeristische component bij het relatief forse aanbod Mode & Luxe duidelijk herkenbaar. Juist ook door het (water)toerisme kennen Makkum, Heeg en Grou relatief het sterkste aanbod in de groep Vrije Tijd. In 2007 (zie bijlage 7) gaf dit in grote lijnen hetzelfde beeld.
Sinds 2007 is vooral het aandeel leegstand procentueel toegenomen; dit is met name ten koste gegaan van het aandeel In/Om Huis.
Broekhuis Rijs Advisering
18
De regionale en bovenregionale aantrekkingskracht van de winkelgebieden wordt voor een zeer belangrijk deel bepaald door het aanbod in de branche Mode & Luxe. In tabel 3.6 wordt het aanbod in deze branche weergegeven voor de onderzochte plaatsen die een aanbod van minimaal 5.000 m² wvo in deze branche kennen.
Tabel 3.6
Overzicht m² winkelvloeroppervlak, Mode & Luxe, 2007 en 2017 m2 wvo
Mode & Luxe
2007
2017
2007=100
Leeuwarden-totaal
47.001
49.238
105
541
Drachten-totaal
24.057
25.628
107
568
Sneek
20.614
21.609
105
657
Heerenveen
16.803
18.902
112
638
Dokkum
10.370
12.286
118
976
Franeker
8.854
9.534
108
746
Joure
7.971
8.075
101
618
Surhuisterveen
6.571
8.064
123
1.377
Harlingen-totaal
7.749
7.989
103
545
Burgum
5.591
7.662
137
766
Gorredijk
5.191
7.171
138
971
Wolvega-totaal
7.739
6.959
90
552
Lemmer
5.340
6.550
123
648
Bolsward
5.415
5.895
109
581
Leeuwarden Schrans
3.602
5.509
153
n.v.t.
Oosterwolde
4.894
5.233
107
528
Winkelgebied
Index
Aanbod per 1.000 inw. 2017
Bron: Locatus Online 2017
In alle genoemde plaatsen (of winkelgebieden) is het aanbod in de branche Mode & Luxe de afgelopen 10 jaren in meer of mindere mate toegenomen; de enige uitzondering is Wolvega. Hier is het aanbod gedaald met bijna 800 m² wvo. Verder is de zeer sterke positie van Leeuwarden ten opzichte van de andere kernen te zien; het mode-aanbod is in heel Leeuwarden bijna 2x zo groot als dat in de volgende grote kern in Fryslân. Naast dat in het centrum is het Mode & Luxe aanbod in winkelgebied De Schrans procentueel fors gestegen. De absolute omvang van het aanbod in Drachten, Sneek en Heerenveen ligt niet al te ver uit elkaar en groeit iets naar elkaar toe. Dokkum kent eveneens een groot aanbod, dat in de afgelopen periode verder is gegroeid. In zowel Surhuisterveen als Gorredijk is het aanbod in absolute zin ook toegenomen. Ook Burgum is relatief sterk gegroeid in de branche Mode & Luxe.
Broekhuis Rijs Advisering
19
Wanneer we naar het aanbod per 1.000 inwoners kijken valt met name de sterke positie van Surhuisterveen op. Daarnaast is ook in Dokkum en Gorredijk sprake van een groot aanbod in deze branche. Het aanbod in de vier grootste kernen verschilt op onderdelen wel van elkaar. In figuur 3.7 staat de procentuele verdeling van de verschillende branchegroepen weergegeven, van de hele stad (zoals in figuur 3.5), maar ook van het centrumgebied. Bij de totalen (het bovenste deel van de figuur) liggen de percentages in de vier steden niet zover uit elkaar; in Drachten is het aandeel In/Om Huis iets kleiner, terwijl de leegstand relatief groter is. Wanneer we naar de centrumgebieden kijken zijn de verschillen groter. In Heerenveen en Drachten ligt het aandeel dagelijks in het centrum beduidend hoger dan in Leeuwarden en Sneek. De historische bebouwing in deze laatste twee kernen heeft hier o.a. mee te maken. Het aandeel Mode & Luxe is in het centrum van Drachten kleiner dan in de andere kernen. In Heerenveen-centrum is het aandeel in de branches Vrije Tijd en In/Om Huis relatief kleiner.
Figuur 3.7
Procentuele verdeling detailhandelsaanbod 2017, totaal en centra
Bron: Locatus Online 2017
Broekhuis Rijs Advisering
20
Het totaal aantal verkooppunten in de detailhandel in de hele provincie Fryslân bedraagt 4.873, tegen 5.205 in 2007. Dit is een afname met 6%. Op basis van deze getallen kan worden geconcludeerd dat de schaalvergroting de afgelopen jaren ook in Fryslân gewoon is doorgegaan. Figuur 3.8 laat de verdeling over de verschillende groepen zien. De meeste verkooppunten zijn nog altijd te vinden in de groep In en Om Huis, hoewel de verschillen tussen de branches kleiner geworden zijn.
Figuur 3.8
Aantal verkooppunten detailhandel, provincie Fryslân
Bron: Locatus Online 2017, bewerkt door Broekhuis Rijs Advisering
Het aantal winkels met leegstand en winkels in de branche Detailhandel Overig is toegenomen. In deze branche gaat het veelal om tweedehandswinkels. In de onderzochte winkelgebieden is het aantal verkooppunten licht gestegen, van 3.863 naar 3.917 (plus 1%). Wanneer we het aantal leegstaande panden niet meerekenen is het aantal gedaald, van 3.567 naar 3.414; een afname van ruim 4%.
Broekhuis Rijs Advisering
21
In figuur 3.9 laten we het aantal vestigingspunten per onderzocht winkelgebied zien (exclusief leegstand), waarbij een indexcijfer gegeven is voor de ontwikkeling tussen 2007 en 2017.
Figuur 3.9 Exclusief leegstand
Aantal verkooppunten detailhandel, 2007 en 2017 per winkelgebied Aantal v.k.p.
Index
Exclusief leegstand
Aantal v.k.p.
Index
2007
2017
(2007=100)
Winkelgebied
2007
2017
(2007=100)
Winkelgebied
Leeuwarden-totaal
771
701
91
De Westereen
46
44
96
Drachten-totaal
350
322
92
St. Annaparochie
47
41
87
Sneek
307
300
98
Buitenpost
41
38
93
Heerenveen
255
250
98
Damwâld
40
35
88
Dokkum
170
162
95
Wolvega-HC
27
34
126
Harlingen-totaal
149
133
89
Makkum
41
34
83
Joure
129
119
92
Akkrum
27
26
96
Wolvega *
105
113
108
Beetsterzwaag
22
23
105
14
22
157
Franeker
122
105
86
Leeuwarden Centrale
Surhuisterveen
95
102
107
Hurdegaryp
23
22
96
Bolsward
88
95
108
Jubbega
21
20
95
Lemmer
95
87
92
Drachten-MLK
17
17
100
Gorredijk
78
84
108
Heeg
19
17
89
Oosterwolde
79
78
99
Harkema
20
16
80
Burgum
75
77
103
Kollumerzwaag
11
15
136
Workum
63
63
100
Feanwâlden
15
15
100
Kollum
50
55
110
Wommels
14
13
93
Grou
56
53
95
Gytsjerk
14
12
86
Stiens
49
53
108
HarlingenKimswerda
4
5
125
Leeuwarden-Schrans
45
51
113
Winsum
6
5
83
Balk
41
47
115
Mantgum
6
5
83
* = excl. HomeCenter Bron: Locatus Online 2017
Het aantal winkelvestigingen in de grotere kernen maakt een aanzienlijk deel uit van alle winkels in Fryslân. Het aantal verkooppunten van Leeuwarden tot en met Burgum (figuur 3.9, de eerste 15) maakte in 2007 60% van het totale aantal in Fryslân uit, in 2017 is het aandeel gegroeid naar 65%.
Broekhuis Rijs Advisering
22
c.
Horeca-aanbod
In 2007 is geen specifiek onderzoek verricht naar de horeca. Wel zijn de data uit 2007 en 2017 beschikbaar, waardoor het mogelijk is om ook voor de horeca een vergelijking van het aanbod te maken. In de rapportages per gemeente beperken we het horecaaanbod tot de detailhandel-ondersteunende horeca. In deze provinciale rapportage laten we een totaaloverzicht van de horeca in Fryslân zien. Daarmee wordt duidelijker waar zich de afgelopen jaren vooral de groei en krimp heeft voorgedaan. Het totale aantal horecagelegenheden is gestegen van 1.674 naar 1.729. In figuur 3.10 staat de onderverdeling naar type horeca. Figuur 3.10
Aanbod horeca in aantal verkooppunten, provincie Fryslân
B
Bron: Locatus Online 2007 en 2017
De grootste verschillen tussen 2007 en 2017 zijn te zien bij de cafés, de restaurants en de café-restaurants. Bij cafés gaat het om traditionele cafés waarvan er de afgelopen jaren verschillende gestopt zijn. Het grote verschil bij de restaurants en café-restaurants heeft deels te maken met een definitiekwestie, maar ook met het feit dat tegenwoordig steeds meer restaurants ook overdag opengaan. Dit kan zijn voor de lunch of zelfs vroeger op de dag; het aanbod wordt zo aangepast dat bezoekers de hele dag door in de horecagelegenheid terecht kunnen. Voor zover er sprake is van ligging in de nabijheid van het winkelgebied, zien we dat de restaurants hier hun graantje meepikken. Bovendien komt er op die manier ook ‘ander’ publiek op andere tijdstippen binnen. Het prijsniveau speelt hier ook een rol; door tevens een eenvoudiger kaart overdag aan te bieden komen meer bezoekers naar deze gelegenheden.
Broekhuis Rijs Advisering
23
Uit figuur 3.10 blijkt ook dat bepaalde specifieke eetgelegenheden de afgelopen jaren in aantal zijn toegenomen. Het gaat dan o.a. om de lunchrooms, ijssalons en de plekken waar men eten kan afhalen (in ‘overig’). Vooral ijssalons en lunchrooms zijn belangrijk voor de detailhandel. Aan de toename van dit aanbod in de winkelgebieden is te zien dat ingesprongen wordt op de trend van meer gezelligheid en totaalvermaak in de winkelstraat. Het gaat vooralsnog om relatief kleine aantallen. Diverse café-restaurants zijn overigens ook aan te duiden als lunchroom. Dit geldt eveneens voor de grote groep van de fastfoodzaken. Naast de traditionele cafetaria’s zijn er ook luxe fastfoodetablissementen met een meer uitgebreide kaart dan voorheen, waar ook meer aandacht is voor gezonde menu’s. Een deel hiervan is daarmee in de richting van een lunchroom aangepast. Het aantal horecazaken verschilt nogal per gebied. Nog duidelijker dan in de detailhandel komt de sterke positie van Leeuwarden naar voren. De grootte van de kern, de aanwezigheid van (hoge)scholen, diverse kantoren en de vestiging van het bestuurscentrum van de provincie maakt dat Leeuwarden aantrekkelijk is voor een horecavestiging. Als we kijken naar de ontwikkeling gedurende de afgelopen jaren in de onderzochte winkelgebieden blijkt dat het aantal horecazaken per saldo met 26 is toegenomen, van 879 naar 905.
In veel winkelgebieden is het aantal onveranderd, vooral in de kleinere winkelgebieden. Veruit de grootste veranderingen zijn te vinden in Leeuwarden en Drachten. In Leeuwarden is het aantal gegroeid met 12, in Drachten zelfs met 14. Verder is vooral in Harlingen het aantal horecazaken gegroeid, en in mindere mate in Makkum. Een afname van horecazaken heeft zich met name voorgedaan in Franeker, Bolsward en Workum (zie gemeentelijke rapportages).
In figuur 3.11 staat een aantal kernen in groen weergegeven; dit zijn de specifieke toeristische kernen. Deze kernen hebben duidelijk meer horecazaken dan verwacht mag worden op basis van het inwonertal of het detailhandelsaanbod. Opvallend is wel, dat – met uitzondering van Makkum – in al deze plaatsen het aantal horecazaken gelijk gebleven is of is gedaald. De aanwezige horeca in deze kernen zorgt voor de nodige sfeer in een plaats, en ondersteunt daardoor ook de detailhandel.
Broekhuis Rijs Advisering
24
Figuur 3.11
Aantal horecazaken, 2017 per winkelgebied
*In groen: kernen met een substantieel aandeel in de toeristische bestedingen Bron: Locatus Online 2017
Broekhuis Rijs Advisering
25
Bij het totale aanbod aan horeca zijn de vier grootste kernen van Fryslân heel bepalend. In figuur 3.12 is het aanbod in deze vier kernen weergegeven, waarbij onderscheid is gemaakt naar het totale aanbod en het aanbod in het centrumgebied.
Figuur 3.12
Aanbod horecazaken 4 grootste steden, 2007 en 2017
Bron: Locatus Online 2007 en 2017
In Sneek en Heerenveen is nauwelijks iets veranderd op totaalniveau; in Leeuwarden en Drachten juist wel. In Leeuwarden is buiten het centrumgebied het aantal horecazaken toegenomen, terwijl in Drachten dat juist in het centrum het geval is. Gezien de ontwikkelingen in Drachten met het terugbrengen van het water is dit goed verklaarbaar.
Broekhuis Rijs Advisering
26
4. Koopstromen provincie a. Bestedingen inwoners Fryslân Wanneer in deze paragraaf gesproken wordt over koopkracht gaat het over de bestedingen van mensen (tenzij anders vermeld). De koopkrachtbinding in de provincie Fryslân voor de dagelijkse sector is zoals verwacht heel hoog. In feite is hier sprake van een nagenoeg maximaal cijfer. Het totale bedrag aan dagelijkse bestedingen in Fryslân ligt op ruim € 1,5 miljard, iets hoger dan in 2007. Ook voor de niet-dagelijkse sector is het percentage voor de binding hoog (91%), maar wel iets lager dan in 2007. Hier bedraagt het bestedingsbedrag van de eigen inwoners ruim € 1,2 miljard; dit bedrag ligt ook iets onder dat van 2007, deels omdat de algemene bestedingen in de niet-dagelijkse sector dankzij de economische crisis nog altijd op een lager niveau liggen, deels door de lagere koopkrachtbinding. In zijn algemeenheid kan gesteld worden dat de detailhandel het in Fryslân og steeds goed doet. De binding is in zowel de dagelijkse als de niet-dagelijkse sector op een hoog niveau gebleven. In de provincie Groningen is onlangs eveneens een koopstoomonderzoek gehouden. De binding in deze provincie lag in de dageijkse sector ook op 98% en in de niet-dagelijkse sector bedroeg deze 92%.
Figuur 4.1
Koopkrachtbinding provincie Fryslân (in %)
Bron: Broekhuis Rijs Advisering
Broekhuis Rijs Advisering
27
De afvloeiing in de niet-dagelijkse sector vindt met name plaats naar de stad Groningen en naar elders in het land. Verder is sprake van beperkte afvloeiing naar enkele kleinere plaatsen net over de grens in de provincie Groningen, naar Flevoland (met name Emmeloord) en naar Overijssel (met name Zwolle). Incidenteel worden ook grotere kernen in Drenthe en Noord-Holland bezocht. Dan betreft het vooral de afvloeiing richting echt grote kernen, zoals Amsterdam. In figuur 4.2 staat een overzicht van de koopkrachtbinding met een onderverdeling van de niet-dagelijkse sector. Voor een verklaring van de gebruikte begrippen verwijzen we naar bijlage 1. In de meeste branches is de binding hoger dan het gemiddelde voor nietdagelijks; bij de branches kleding/schoenen en woninginrichting ligt de koopkrachtbinding traditioneel onder het gemiddelde. Voor deze branches is de klant vaak bereid om een grotere afstand af te leggen en om meer te vergelijken. Vooral bij de woninginrichting ligt de aankoopfrequentie veelal lager, zodat de factor afstand relatief minder belangrijk wordt.
Figuur 4.2
Koopkrachtbinding provincie Fryslân (in %) in de niet-dagelijkse sector
Bron: Broekhuis Rijs Advisering
Broekhuis Rijs Advisering
28
Ten opzichte van 2007 is sprake van een lichte daling van de koopkrachtbinding. Dit kan vooral worden verklaard door de hogere mobiliteit (bewuste keus voor aantrekkelijke winkelgebieden buiten de provincie). In de branches kleding en electro, branches waar de consument meer tijd neemt voor een aankoop en bereid is om een grotere afstand af te leggen, is de binding iets afgenomen. Over het algemeen is de koopkrachtbinding in Fryslân echter hoog gebleven.
In tabel 4.3 wordt een overzicht gegeven van de koopkrachtbinding in de dagelijkse en niet-dagelijkse sector per deelnemende kern, gerangschikt naar het percentage nietdagelijks, van hoog naar laag. In de dagelijkse sector is in bijna alle deelnemende kernen sprake van een relatief hoge binding. Zolang er een supermarkt van voldoende omvang aanwezig is in een kern, blijft de binding hoog. In veel gevallen betreft het hoofdkernen van een gemeente, waar het aanbod veelal sterk en geconcentreerd is en de dagelijkse binding daardoor dus hoog. In veel grotere kernen blijkt dat de binding in de dagelijkse sector relatief weinig van elkaar verschilt; in de meeste gevallen ligt deze boven de 90%. Ook buiten de onderzochte winkelgebieden is sprake geweest van versterking van het aanbod dagelijks. In de niet-dagelijkse sector zien we bij de koopkrachtbinding een herkenbaar beeld ontstaan. De binding in de Leeuwarder binnenstad is het hoogste. Daarna zien we dezelfde kernen als in tabel 3.2 hoog in de rangschikking terug.
Broekhuis Rijs Advisering
29
Tabel 4.3
Overzicht koopkrachtbinding (in %)
Koopkrachtbinding, %
dagelijks
niet-dagelijks
2007
2017
2007
2017
Leeuwarden
95
96
85
87
Drachten
97
96
80
83
Sneek
95
92
80
76
Heerenveen
97
92
71
69
Dokkum Joure
95 97
Wolvega
93
60 61
95
60 59
Lemmer
96
93
54
56
Burgum
97
93
50
56
Harlingen
97
94
58
56
Surhuisterveen Bolsward
91 96
95
53 50
53
Gorredijk
94
51
Franeker
95
49
Oosterwolde
91
49
Kollum
95
92
41
40
St. Annaparochie
95
94
45
38
Workum
88
84
40
38
Balk Grou
81 94
93
37 41
36
De Westereen
81
29
Buitenpost
83
29
Stiens
86
28
Damwâld
84
23
Feanwâlden
77
20
Jubbega
79
18
Akkrum
79
Makkum Wommels
71
16
80 87
Beetsterzwaag
85
18 15
22
75
14 14
Winsum
78
79
13
14
Hurdegaryp
84
75
15
13
Harkema
77
9
Heeg
61
8
Gytsjerk
81
79
7
6
Kollumerzwaag
26
34
6
6
Mantgum
72
65
2
1
Bron: Broekhuis Rijs Advisering
Broekhuis Rijs Advisering
30
Bij de koopstromen gaat het om de bestedingen. In kaart 4.4 is aangegeven in hoeverre de vier grootste steden in Fryslân al dan niet aantrekkelijk voor elkaar zijn. De dikte van de lijn geeft de omvang van de bestedingen aan; elke millimeter is gelijk aan € 100.000,-.
Kaart 4.4
Koopstromen tussen de vier grote kernen
Bron: Broekhuis Rijs Advisering
De afvloeiing van koopkracht vanuit de provincie Fryslân is in de dagelijkse sector nagenoeg nihil. In de niet-dagelijkse sector bedraagt de afvloeiing van koopkracht in totaal 9%, op jaarbasis gaat het dan om een bedrag van ongeveer € 120 mln. Dit is nog exclusief de afvloeiing richting internet (zie verderop). In figuur 4.5 staat aangegeven waar de inwoners van de provincie Fryslân het vaakst naar toe gaan voor hun niet-dagelijkse aankopen, wanneer ze niet in de provincie Fryslân blijven. In deze figuur gaat het dus om bezoekers en niet om bestedingen. Uit de
Broekhuis Rijs Advisering
31
figuur blijkt dat de inwoners van Fryslân vooral naar de provincie Groningen gaan. Verder bezoeken ze ook de andere noordelijke provincies en andere kernen in het land (‘Elders’, bv. Amsterdam). In de provincie Groningen gaat het vooral om de stad Groningen.
Figuur 4.5
Waar gaan inwoners provincie naar toe voor hun niet-dagelijkse aankopen (in %), buiten Fryslân
Bron: Broekhuis Rijs Advisering
De afvloeiing geschiedt vooral vanuit de grensgebieden naar het aangrenzende gebied over de grens. De stad Groningen wordt echter door inwoners uit alle windrichtingen van Fryslân bezocht, en uiteraard het meest door de inwoners van oostelijk Fryslân. Opvallend is het relatief geringe aandeel bezoekers dat naar Drenthe gaat voor het doen van aankopen; minder dan in 2007. Het gaat dan om bijvoorbeeld Assen en Meppel. Blijkbaar zijn deze steden onvoldoende attractief als alternatieve aankoopplaats. Het aandeel van Overijssel (met name Zwolle en in mindere mate Steenwijk) is daarentegen in belang toegenomen; Zwolle heeft zich de afgelopen jaren versterkt met een aantal grote trekkers, waaronder IKEA. Bij ‘elders’ gaat het vooral om Amsterdam, en diverse andere steden in geringere mate. Daarnaast is uiteraard ook sprake van afvloeiing naar het internet. Op jaarbasis gaat het hier om een bedrag van ongeveer € 135 miljoen; de afvloeiing via het internet ligt derhalve iets hoger dan de afvloeiing vanuit Fryslân naar buiten de provincie.
Broekhuis Rijs Advisering
32
b. Toevloeiing van koopkracht Van alle deelnemende kernen is onderzocht welk deel van de bestedingen van buiten de eigen kern afkomstig is. In tabel 4.6 staat hiervan een overzicht, waarbij de herkomst van de niet-dagelijkse bestedingen is bekeken, voor zover relevant. In tabel 4.6 is dezelfde volgorde gehanteerd als in tabel 4.3, de winkelgebieden zijn gerangschikt naar het koopkrachtbindingspercentage niet-dagelijks, van hoog naar laag.
Tabel 4.6
Toevloeiing koopkracht niet-dagelijks in %
Niet-dagelijkse omzet van buiten kern, % 2007 Leeuwarden 47
2017 42
Drachten
56
48
Sneek
54
49
Heerenveen
56
51
Dokkum Joure
45 39
Wolvega
35 75
Lemmer
30
27
Burgum
65
55
Harlingen
29
29
Surhuisterveen Bolsward
47 54
49
Gorredijk
45
Franeker
44
Oosterwolde
33
Kollum
51
43
St. Annaparochie
58
54
Workum
22
29
Balk Grou
37 24
25
De Westereen
23
Buitenpost
23
Stiens
34
Damwâld
49
Feanwâlden
15
Jubbega
25
Akkrum
48
Makkum Wommels
45 35
75
Beetsterzwaag
29 20
Winsum
48
54
Hurdegaryp
45
44
Broekhuis Rijs Advisering
33
Harkema
18
Heeg
20
Gytsjerk
20
23
Kollumerzwaag
32
34
Mantgum
nvt
nvt
Bron: Broekhuis Rijs Advisering
Een aantal winkelgebieden vervult duidelijk een functie voor een groot gebied, en haalt meer dan 40% van zijn omzet van buiten de eigen kern c.q. verzorgingsgebied. Dit zijn in veel gevallen ook de winkelgebieden met een hoge koopkrachtbinding in de nietdagelijkse sector. De winkelgebieden van Lemmer en Harlingen halen relatief weinig omzet van buiten de eigen kern; door hun ligging aan het water is het ‘achterland’ natuurlijk ook veel beperkter in omvang. Kernen met in de niet-dagelijkse sector meer dan de helft van de omzet van buiten de kern zijn Heerenveen, Burgum, Wolvega, Sint Annaparochie en Winsum. Bij de vier grootste keren valt op dat de niet-dagelijkse omzet van buiten de kern met 5% of meer is gedaald. Het belang van de bestedingen van de “eigen” consument is procentueel dus toegenomen. Een aantal kernen, zoals Balk, Grou, Akkrum, Workum, Makkum en Heeg valt vooral op vanwege de toeristische functie die ze vervullen. Deze kernen halen buiten het toeristische seizoen al de nodige omzet van buiten de eigen kern (zie de gemeentelijke rapportages). Deels heeft dit te maken met een aanbod dat op een groter potentieel is afgestemd, maar ook met het feit dat het hele jaar door hier wel toeristen aanwezig zijn. Niettemin zorgt het toerisme voor een behoorlijke verruiming van de mogelijkheden in de detailhandel en horeca.
In sommige gevallen is dit ook nodig voor bepaalde winkels om rendabel te kunnen blijven opereren.
c.
Verzorgingsstructuur (functionele indeling detailhandel)
Op basis van het aanbod in de detailhandel per winkelgebied, de vastgestelde koopstromen, de koopkrachtbindingscijfers en de herkomst van de omzet kan de verzorgingshiërarchie van de provincie worden bepaald. Per criterium is vervolgens weer gebruik gemaakt van meerdere onderliggende gegevens. Zo is bij het aanbod rekening gehouden met het totale aanbod in de dagelijkse en de niet-dagelijkse sector, het aantal m² in de groep Mode & Luxe en het aandeel in de overige branchegroepen. Bij de koopstromen is naast de koopkrachtbinding en koopkrachtafvloeiing ook rekening gehouden met waar de koopkracht van buiten de kern vandaan komt. In de verzorgingshiërarchie staat de stad Leeuwarden met een bovenregionale verzorgingsfunctie bovenaan. Duidelijk is dat de kernen Drachten, Heerenveen en Sneek gezien kunnen worden als kernen met een regionaal verzorgende functie.
Broekhuis Rijs Advisering
34
De kernen Dokkum, Harlingen, Franeker, Burgum, Surhuisterveen, Wolvega en Oosterwolde hebben een beperkt regionaal verzorgende functie. Op gepaste afstand van deze winkelgebieden volgen meerdere kernen met een verzorgingsfunctie voor de eigen kern en directe omgeving (bovenlokaal). Van de deelnemende kernen zijn dit Bolsward, Joure, Lemmer, Gorredijk, Kollum, Damwâld, Stiens en Sint Annaparochie. Kaart 4.7
Verzorgingsstructuur deelnemende kernen
Bron: Provincie Fryslân i.s.m. Broekhuis Rijs Advisering Tenslotte kan dan nog een aantal kernen worden onderscheiden met een lokaal verzorgende functie. Hieronder vallen Makkum, Workum, Balk, Heeg, Wommels, Winsum, Mantgum, Akkrum, Grou, Beetsterzwaag, Jubbega, Kollumerzwaag, Buitenpost, de Westereen, Hurdegaryp en Gytsjerk.
Broekhuis Rijs Advisering
35
De toeristisch/recreatieve functie van meerdere kernen verklaart voor een deel het hoge aanbod aan detailhandelsmeters en de aanwezige horeca. De kernen waarbij dit zeker het geval is zijn Grou, Akkrum, Balk, Heeg, Bolsward, Lemmer en Sneek. Natuurlijk speelt de toeristische component ook in andere kernen die onderzocht zijn een rol van betekenis. Het is echter bij deze kernen niet zo dat het percentage aan toeristisch recreatieve bestedingen leidt tot een belangrijke verklaring voor het aanwezige winkelen horeca aanbod. d. Economisch functioneren Het economisch functioneren van de sectoren dagelijks en niet-dagelijks kan per winkelgebied worden vastgesteld aan de hand van de vloerproductiviteit per m² winkelvloeroppervlak. Deze vloerproductiviteit is een berekening die de behaalde omzet per sector relateert aan het aantal m² winkels per sector. De omzet per sector is bepaald aan de hand van de koopkrachtbinding, het inwonertal, de bestedingen per sector en de koopkrachttoevloeiing. Op het niveau van de winkelgebieden is rekening gehouden met specifieke regionale verschillen, waaronder een lager inkomen en grotere winkelpanden in Fryslân ten opzichte van het landelijke gemiddelde. De invloed van het toerisme is per winkelgebied meegenomen in de berekeningen.
Dankzij dit toerisme kunnen in meerdere kernen, zoals Grou, Heeg, Akkrum en Balk natuurlijk ook meer meters detailhandel geëxploiteerd worden dan op basis van het inwonertal verwacht mag worden. Uit de berekeningen die in de gemeentelijke rapportages zijn verwerkt blijkt, dat de vier grote kernen goed functioneren. Ook in een aantal regionaal verzorgende kernen gaat het nog redelijk goed. In veel van de overige kernen staat het functioneren van de detailhandel onder druk of dreigt het functioneren onder druk te komen staan. In veel gevallen duidt dit op een fors overaanbod in de detailhandel. Uiteraard kunnen lokale omstandigheden, zeker in de kleinere kernen, groot effect hebben op de gemiddelden. In zowel de dagelijkse als de niet-dagelijkse sector zijn grote onderlinge verschillen in functioneren aanwezig. De plaatsen met de grootste problemen, rekening houdend met het aanbodprofiel, zijn vooral de winkelgebieden met een erg groot aanbod en een relatief gering bevolkingspotentieel. Voor veel kleine kernen komt het economisch functioneren behoorlijk onder druk te staan. De omvang van het verzorgingsgebied wordt kleiner, het online shoppen neemt toe, inwoners gaan steeds vaker voor hun aankopen naar aantrekkelijke binnensteden.
Dit heeft tot gevolg dat in veel kernen dan ook duidelijk sprake is van een toenemend overaanbod, ondanks dat in sommige gevallen sprake is van een bovenlokale verzorgingsfunctie. Bovendien zal in veel gevallen sprake zijn van een krimpende bevolking, waardoor de positie nog lastiger wordt.
Broekhuis Rijs Advisering
36
Voor de grotere kernen geven de cijfers een iets ander beeld; elke kern blijkt wel degelijk een aanzienlijke regionale functie te vervullen, maar ook hier is de omvang van het aanbod afgestemd op een fors groter gebied, dat qua inwonertal zal dalen. Ook hier staat het functioneren van diverse ondernemers onder druk, met als gevolg veel leegstand. In een aantal toeristische kernen is ook sprake van het matig functioneren van de detailhandel. De inkomsten uit het toerisme zijn hard nodig, maar zullen op termijn nog nauwelijks toereikend zijn. Hoe groter een kern en/of hoe sterker het toerisme is, hoe breder het economisch draagvlak het hele jaar door. In bijvoorbeeld Bolsward zal het hierdoor eenvoudiger zijn om rendabel te opereren dan in een kleine kern als Heeg.
Broekhuis Rijs Advisering
37
5. Bezoekgedrag en bezoekmotieven
Waardering Een belangrijk onderdeel van het koopstromenonderzoek is de kwalitatieve beoordeling van de specifieke winkelgebieden door de bezoekers. Evenals in 2007 (toen in 24 winkelgebieden, nu in 42) is op basis van meerdere vragen de waardering gepeild. Aan de klant is gevraagd om voor een aantal onderwerpen een rapportcijfer op de schaal van 1 tot 10 te geven. Over de volgende onderwerpen is de bezoeker naar een mening gevraagd: •
Het aantal winkels in het winkelgebied
•
De kwaliteit van de winkels
•
De bereikbaarheid van het winkelgebied per auto
•
De parkeermogelijkheden voor de auto
•
De stallingsmogelijkheden voor de fiets
•
De gezelligheid en sfeer in het winkelgebied
•
De inrichting en aankleding van het winkelgebied
•
Het aanbod aan daghoreca
Van alle onderzochte winkelgebieden zijn de scores op een rij gezet (zie tabel 5.1). De cijfers geven een beeld van de beleving en van het verwachtingspatroon van de consument. Het geeft aan of het winkelgebied op de genoemde onderdelen wel of niet voldoet aan de verwachtingen van de consument. Dit verwachtingspatroon ligt voor een bezoek aan het centrum van Leeuwarden uiteraard anders dan aan het winkelgebied van bijvoorbeeld Wommels. Het aanbod aan daghoreca is vooral heel belangrijk voor die gebieden, die meer te bieden hebben dan alleen een supermarkt; de beleving - waarvan de horeca een belangrijk onderdeel is - wordt steeds belangrijker voor de consument. Het cijfer is geen totaalbeeld van alle ondervraagde bezoekers, maar het geeft de score weer van die bezoekers die aangeven het vaakst in het betreffende winkelgebied te komen voor hun aankopen (evenals in 2007, zie bijlage 5). Er zijn tussen de winkelgebieden flinke verschillen te constateren. Deze verschillen zijn het grootst bij het aanbod in de daghoreca, op enige afstand gevolgd door het aantal winkels, de sfeer en de parkeermogelijkheden voor de auto. De waardering voor het aanbod in de daghoreca wordt vanzelfsprekend vooral bepaald door de aanwezigheid van horeca.
In plaatsen met weinig tot geen aanbod is de score laag; voorbeelden hiervan zijn onder meer Mantgum, Harlingen-Kimswerda, Drachten-MLK Boulevard, Feanwâlden, Jubbega en Harkema. De score is het hoogst in Sneek, maar ook in Beetsterzwaag, Grou, Heeg, Lemmer en Workum is de score relatief hoog. Het (water)toerisme zorgt hier voor extra aanbod en sfeer. In tabel 5.1 staan in rood de laagste scores per onderwerp, in groen zijn de hoogste scores per onderwerp weergegeven. De ‘blauwe’ winkelgebieden hebben een sterke toeristische functie; de ‘paarse’ winkelgebieden zijn onderdeel van een grotere kern.
Broekhuis Rijs Advisering
38
Kwaliteit winkels
Bereikbaarhei d auto
Pmogelijkheid auto
Stallingsmog elijkheid fiets
Gezelligheid/ sfeer
Inrichting openbare ruimte
Aanbod daghoreca
Waardering per winkelgebied
Aantal winkels
Tabel 5.1
Leeuwarden-C
7,3
7,6
6,8
6,9
7,1
7,1
7,0
7,1
Drachten-C
7,2
7,4
7,0
7,0
7,0
6,8
6,8
7,2
Sneek
7,3
7,4
7,3
7,1
7,2
7,8
7,3
7,7
Heerenveen
7,0
7,1
7,3
7,1
6,8
6,7
6,6
7,3
Harlingen-C
7,0
7,4
6,9
6,9
7,1
7,1
7,1
7,0
Franeker
7,1
7,4
7,1
6,8
6,9
7,0
6,9
6,9
Dokkum
7,3
7,5
7,1
7,0
6,7
7,0
7,0
7,2
Joure
7,5
7,6
8,1
8,3
7,3
7,7
7,4
7,2
Burgum
7,8
7,8
8,2
8,4
7,5
7,3
7,3
6,8
Bolsward
7,5
7,5
6,9
6,8
7,5
7,3
7,2
6,7
Gorredijk
7,7
7,8
7,7
7,7
7,3
7,3
7,2
6,6
Oosterwolde
6,6
7,1
7,5
7,5
7,1
6,0
6,1
6,2
Wolvega-C
7,2
7,2
7,2
7,6
7,4
6,4
6,5
6,8
Stiens
8,0
8,0
8,0
7,9
7,7
7,3
7,2
6,5
Surhuisterveen
7,6
7,7
7,6
7,6
7,3
7,4
7,3
7,2
St.Annaparochie
7,0
7,3
7,4
6,9
6,9
6,9
6,6
6,2
Kollum
7,2
7,7
7,6
7,5
6,9
7,0
6,8
6,5
Beetsterzwaag
7,3
7,8
6,9
6,7
6,7
7,3
7,2
7,4
Damwâld
7,4
7,6
7,7
7,7
7,4
7,4
7,2
6,8
Buitenpost
6,2
7,0
6,8
6,8
6,8
6,3
6,3
6,2
Jubbega
6,8
7,4
7,7
8,0
7,7
7,1
6,6
5,3
Hurdegaryp
7,1
7,5
7,9
7,9
7,2
6,6
6,7
6,0
De Westereen
7,1
7,5
7,6
7,7
7,2
7,0
6,9
6,2
Feanwâlden
6,7
7,3
7,7
7,9
7,2
6,5
6,6
5,8
Wommels
7,1
7,6
7,6
7,7
7,7
7,1
6,8
6,3
Harkema
6,5
7,2
7,4
7,6
7,1
6,9
6,6
5,8
Mantgum
7,2
7,4
7,8
7,5
7,4
7,4
6,8
5,1
Winsum
7,7
8,0
8,2
8,3
8,1
8,1
7,6
6,7
Kollumerzwaag
5,8
7,2
7,6
7,7
7,3
6,6
6,4
6,0
Gytsjerk
6,9
7,6
7,2
6,6
6,6
7,0
6,6
6,4
Lemmer
7,3
7,6
7,1
6,9
7,1
7,3
6,9
7,4
Makkum
6,2
7,2
6,9
6,8
7,3
7,2
7,1
7,2
Akkrum
7,2
7,3
7,3
7,2
7,4
7,3
6,7
7,3
Balk
7,8
7,8
7,8
7,9
7,8
7,7
7,4
7,1
Grou
7,1
7,5
6,8
6,4
7,4
7,5
6,9
7,5
Heeg
6,7
7,6
7,4
7,4
7,6
7,6
7,2
7,4
Broekhuis Rijs Advisering
39
Workum
7,3
7,5
7,5
7,7
7,3
6,9
6,7
7,4
Leeuw.-Schrans
7,3
7,3
6,9
6,7
7,0
7,0
6,9
5,8
Harlingen-Kimsw.
7,3
7,5
7,6
7,9
6,9
6,8
6,7
4,6
Leeuw.-Centrale
7,2
7,4
7,4
7,4
7,2
7,1
6,9
6,6
Drachten-MLK
7,0
7,3
7,8
7,9
6,9
6,1
6,2
5,3
Wolvega-Homec
7,8
8,0
8,0
7,7
6,3
7,9
7,8
7,6
Bron: Broekhuis Rijs Advisering
Hoewel het lastig is om de gemiddelden met elkaar te vergelijken, blijkt dat de hoogste scores gegeven zijn aan de kwaliteit van de winkels. Stiens en Winsum laten hier goede cijfers zien. Daarna worden vooral de bereikbaarheid en de parkeermogelijkheden goed gewaardeerd. Vooral voor de perifere winkelgebieden is dit zeer belangrijk; zij scoren dan ook hoger dan gemiddeld of op het gemiddelde (Leeuwarden-Centrale). Winsum en Stiens laten hier ook goede scores zien, evenals Burgum, Joure en Jubbega. Met name Grou krijgt een lagere waardering op de onderdelen bereikbaarheid en parkeermogelijkheden. De inrichting van de openbare ruimte, een factor die steeds belangrijker wordt bij de keuze van de consument voor een winkelgebied, scoort hoog in de kernen Balk, Burgum, Joure en Winsum. Van de grote kernen scoort Heerenveen op dit onderwerp met een 6,6 het laagst en Sneek met een 7,3 het hoogst. Kijkend naar de hele tabel en naar de waardering van de consument voor alle aspecten valt op dat de kernen Burgum, Joure, Sneek, Stiens, Surhuisterveen en Wolvega Home Center goed worden beoordeeld.
Tijdens het koopstromenonderzoek is aan bezoekers van de winkelgebieden gevraagd of ze het betreffende winkelgebied ook zouden aanraden bij familie en vrienden. Het percentage zogenaamde ‘criticasters’ wordt afgetrokken van het percentage ‘promotors’. Op basis hiervan is een score (de zogenaamde NPS-score, zie bijlage 4) tot stand gekomen. De gemiddelde score voor alle winkelgebieden samen bedroeg -33.
Broekhuis Rijs Advisering
40
Uit figuur 5.2 blijkt dat de relatief kleinere kernen vaak een lagere score krijgen. Toch zijn er ook op deze regel de nodige uitzonderingen. Zo krijgen Balk en Beetsterzwaag juist goede scores. Dit kan verklaard worden door de kleinschalige specifieke winkels in deze kernen die in een historische setting inspelen op de toeristische bezoekers.
Figuur 5.2
NPS-score per winkelgebied
NPS-scores per winkelgebied Winkelgebied
NPS
Winkelgebied
NPS
Winkelgebied
NPS
Akkrum
-37
Grou
-31
Leeuw.-Centrale
-26
Balk
0
Gytsjerk
-47
Lemmer
-33
Beetsterzwaag
0
Harkema
-46
Makkum
-30
Bolsward
-24
Harlingen-C
-44
Mantgum
-65
Buitenpost
-78
Harl.-Kimswerda
-25
Oosterwolde
-57
Burgum
-3
Heeg
-39
St. Annaparochie
-32
Damwâld
-11
Heerenveen
-43
Sneek
-3
De Westereen
-31
Hurdegaryp
-50
Stiens
1
Dokkum
-22
Joure
-19
Surhuisterveen
-12
Drachten-C
-42
Jubbega
-58
Winsum
-15
Drachten-MLK
-47
Kollum
-44
Wolvega-C
-34
Feanwâlden
-61
Kollumerzwaag
-61
Wolvega-Homec
27
Franeker
-22
Leeuwarden-C
-17
Wommels
-53
Gorredijk
-19
Leeuw.-Schrans
-33
Workum
-34
Bron Broekhuis Rijs Advisering