CConstaterende datwaadhoeke
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Transitievisie_Warmte_gemeente_Waadhoeke

Gemeenteraad Waadhoeke 9 december 2021, gemeente waadhoekeBij agendapunt: Transitie Visie Warmte Waadhoeke15.392 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

54

|

Verdieping: lijst met begrippen

Energieneutraal Een woning, gebouw, gebied of activiteit is energieneutraal als het energieverbruik op jaarbasis netto nul is. Over een jaar gezien wordt er evenveel energie opgewekt als verbruikt. Daarbij kan ook het energieverbruik van het (bouw)materiaal worden meegenomen. Energietransitie De omschakeling van gebruik van fossiele energiebronnen (zoals aardgas en aardolie), naar duurzame energiebronnen, zoals zonne-energie, windenergie, geothermie, warmtepompen, etcetera. Geen-spijtmaatregelen Geen-spijtmaatregelen zijn maatregelen die in principe altijd lonen. Ze dragen bij aan het duurzaam verminderen van het energie- en/of het aardgasverbruik en zorgen daardoor voor een lagere energiebehoefte. Geenspijtmaatregelen zijn altijd zinvol, ongeacht de uiteindelijke warmte-oplossing. Voorbeelden zijn isolatie, dichten van kieren en gaten en het vervangen van het gasfornuis door een inductiekookplaat. Dit zijn maatregelen die goed terug te verdienen zijn. Omdat het vervangen van de cv-ketel door een duurzame warmteoplossing over het algemeen pas de laatste stap is in de verduurzaming van een gebouw, is het aan te raden de geenspijtmaatregelen uit te voeren wanneer daarvoor een juist moment is. Gemeenteraad De gemeenteraad is het hoogste bestuursorgaan binnen een gemeente en bestaat uit een aantal gekozen volksvertegenwoordigers (afhankelijk van de grootte van een gemeente).

Geothermie Geothermie (ook wel aardwarmte genoemd) is warmte die uit de diepe ondergrond (dieper dan 500 meter) wordt gehaald. De temperatuur is zo diep onder de grond hoger omdat het binnen in de aarde heel erg heet is. Geothermie wordt met een warmtenet naar woningen gebracht. Er bestaat zowel diepe als ondiepe geothermie. Vaak moet de warmte uit ondiepe geothermie nog opgewaardeerd worden voordat het gebruikt kan worden voor verwarming van huizen. Groengas Een vorm van biogas die is opgewerkt tot dezelfde kwaliteit als aardgas. Om groengas toe te passen is dus geen aanpassing aan installaties of leidingen nodig. Hernieuwbaar gas Een hernieuwbaar gas is een duurzaam soort gas. Dit kan biogas of groengas zijn, maar ook waterstof. Waterstof is alleen hernieuwbaar als het wordt gemaakt door water met behulp van duurzame elektriciteit te splitsen in waterstofgas en zuurstofgas. Hernieuwbaar gas kan worden verbrand in een (aangepaste) cv-ketel. Die zal altijd in combinatie met een warmtepomp gebruikt worden, omdat de beschikbaarheid van hernieuwbare gassen beperkt is. Hybride In het algemeen betekent een hybride warmteoplossing een oplossing die bestaat uit twee verschillende warmteoplossingen. Meestal is dat een elektrische warmtepomp aangevuld met een cv-ketel die wordt gestookt op gas.

Dat kan in het begin nog aardgas zijn, maar later moet dat worden vervangen door een vorm van hernieuwbaar gas. Met een hybride warmtepomp kan de woning voor een groot deel van het jaar worden verwarmd, maar als het buiten koud is (net boven nul) heb je een cv-ketel nodig die bijspringt. Met deze cv-ketel wordt ook het tapwater verwarmd. Een hybride warmtepomp haalt warmte uit de buitenlucht, daarvoor is een buitenunit nodig. Zo’n unit ziet er net zo uit als de buitenunit van een airco. Klimaatakkoord

Verdieping: lijst met begrippen

|

55

In dit nationale akkoord dat is getekend op 28 juni 2019 staan ruim 600 afspraken om de uitstoot van broeikasgassen tegen te gaan. Kern van dit akkoord is het realiseren van 49% CO2-reductie in 2030 en om uiteindelijk in 2050 CO2-neutraal te zijn. Er moet dan 95% minder CO2 worden uitgestoten dan in het jaar 1990. In het klimaatakkoord is o.a. afgesproken dat in 2030 20% van de woningen zonder aardgas verwarmd worden. Klimaatneutraal Een woning, gebouw, gebied of activiteit is klimaatneutraal als er geen positief of negatief effect op het klimaat is. In de praktijk betekent dit dat er geen extra CO2 of andere broeikasgassen vrijkomen die verband houden met deze woning, dit gebouw, dit gebied of deze activiteit. Koppelkansen Mogelijkheden die ontstaan doordat de omstandigheden op een bepaalde locatie gunstig zijn om aan de slag te gaan. Denk aan een afgeschreven gasnet, geplande werkzaamheden in de openbare ruimte of een kansrijk bewonerscollectief. Landelijke Leidraad Transitievisie Warmte De middelen die landelijk beschikbaar zijn om gemeenten te helpen bij het opstellen van een Transitievisie Warmte. De Leidraad bestaat uit een Startanalyse en een Handreiking voor lokale analyse.

Lokale energie-initiatieven Lokale energie-initiatieven zijn maatschappelijke initiatieven (van onderaf, bijvoorbeeld vanuit ondernemers, buurtverengingen of individuele inwoners) om de energievoorziening te verduurzamen. Maatschappelijke kosten Met maatschappelijke kosten worden de kosten voor de hele maatschappij bedoeld. De maatschappelijke kosten zijn een optelsom van allerlei aspecten, zoals de kosten van het gebruiken van een warmtebron, tot het aanleggen van de infrastructuur en de kosten om in een woning gebruik te maken van de warmte. Deze kosten zijn voor iedere duurzame warmteoplossing berekend door het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL). Monitoring In beeld brengen en houden van ontwikkelingen. In de warmtetransitie kan dat op verschillende manieren. Bijvoorbeeld door bij te houden hoeveel CO2 er minder is uitgestoten in vergelijking met een ander jaar. Of door bij te houden hoeveel woningen zijn geïsoleerd of van het aardgas af zijn gegaan. Netbeheerder De organisatie die in een regio zorgt dat het elektriciteits- en het gasleidingnetwerk naar behoren functioneert. In de gemeente Waadhoeke is dit Liander. Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) De Nederlandse overheidsinstantie voor het maken van strategische beleidsanalyses op het gebied van milieu, natuur en ruimte.

Regionale Energiestrategie (RES) Een document van de energieregio, waarin wordt beschreven hoe en waar duurzame energie opgewekt gaat worden. De gemeente Waadhoeke maakt deel uit van de RES-regio Fryslân. Regionale Structuur Warmte (RSW) Een document van de energieregio, waarin wordt beschreven welke (bovenlokale) warmtebronnen er beschikbaar zijn. De RSW maakt onderdeel uit van de RES. Restwarmte

56

|

Verdieping: lijst met begrippen

Restwarmte is warmte die ontstaat of overblijft bij een ander proces. Kenmerk van restwarmte is dat deze warmte in dat proces geen verdere toepassing of nut heeft. Veel restwarmte komt voor in de industrie, waarbij bedrijven producten maken. Daarvoor is hitte nodig (bijv. ovens, lasapparatuur, e.d.). Die warmte kan in een warmtenet worden geleverd om zo woningen en gebouwen te verwarmen. Schillabel Een schillabel is het energielabel van een gebouw zonder maatregelen zoals zonnepanelen. Het gaat dus om de mate van isolatie van een gebouw. Transitievisie Warmte (TVW) Een document waarin per gemeente het tijdspad wordt vastgelegd waarop wijken van het aardgas afgaan. Wijk- en warmte-uitvoeringsplan (WUP) In een Wijk- en warmte-uitvoeringsplan staat hoe we de doelen vanuit de Transitievisie Warmte concreet gaan maken voor een wijk, buurt of dorp. Dit plan wordt voor één of meerdere wijken/buurten/dorpen opgesteld. Uiteindelijk worden er Warmte-uitvoeringsplannen opgesteld voor alle wijken, buurten en dorpen. Het WUP wordt samen met bewoners, ondernemers, maatschappelijke partijen en professionele stakeholders opgesteld. Warmtenet Een netwerk van leidingen met warm water voor de verwarming van huizen en gebouwen. Een warmtenet is een collectieve duurzame warmteoplossing. Een synoniem voor een warmtenet is stadsverwarming.

Warmtepomp Een elektrisch en energiezuinig alternatief voor de traditionele cv-ketel. Een warmtepomp werkt op elektriciteit en maakt gebruik van het verschil in temperatuur tussen twee ruimten. Duurzame warmteoplossingen die gebruik maken van een warmtepomp zijn: • All-electric. In deze situatie wordt alle warmte opgewekt met een warmtepomp. Koken en de verwarming van warm tapwater komt in deze situatie van een boiler en/of een inductiekookplaat. • Hybride. In deze situatie wordt de warmte opgewekt met een combinatie van een warmtepomp en een cvketel. Deze cv-ketel wordt gevoed met een vorm van gas. Dat kan eerst nog aardgas zijn, maar later zal dit gas vervangen moeten worden door een hernieuwbare vorm van gas. In normale weersomstandigheden volstaat de warmtepomp, maar wanneer het erg koud is wordt er bijgestookt met de cv-ketel. Warmte-Koude Opslagsysteem (WKO) Een systeem waarbij met twee bodemlussen warmte of koude kan worden opgeslagen in de bodem, zodat dit gebruikt kan worden wanneer er vraag is. Een WKO-systeem wordt vaak gebruikt in combinatie met aquathermie of lagetemperatuur-warmte in een (kleinschalig) warmtenet. Warmtetransitie De omschakeling van fossiele warmtebronnen, zoals aardgas, naar duurzame warmtebronnen, zoals aquathermie, geothermie, duurzame gassen. Waterstof Waterstof is een vorm van gas die afhankelijk van de manier van productie hernieuwbaar is.

Er kan onderscheid worden gemaakt tussen drie ‘kleuren’ waterstof: • Grijze waterstof wordt gemaakt door aardgas te splitsen in waterstofgas en CO2. Dit is geen hernieuwbaar gas en wordt daarom niet meegenomen in de Transitievisie Warmte. • Blauwe waterstof wordt gemaakt door aardgas te splitsen in waterstofgas en CO2. De CO2 wordt bij blauwe waterstof vervolgens opgeborgen in bijvoorbeeld een leeg gasveld. Deze vorm van waterstof bestaat op dit moment (nog) niet in Nederland en is ook niet hernieuwbaar. Daarom wordt deze vorm van waterstof niet meegenomen in de Transitievisie Warmte.

Verdieping: lijst met begrippen

|

57

• Groene waterstof wordt gemaakt door elektriciteit door water te laten lopen, waardoor het water splitst in waterstofgas en zuurstofgas. Wanneer er hierbij gebruik wordt gemaakt van duurzame elektriciteit, is groene waterstof een vorm van hernieuwbaar gas. Woningcorporatie Een organisatie die zich richt op het bouwen, beheren en verhuren van sociale huurwoningen.

58

|

Verdieping: lijst met begrippen

Verdieping: toelichting op gebruikte energieeenheden In deze Transitievisie Warmte wordt meerdere keren verwezen naar energie-eenheden. Hier leest u hoe u deze abstracte getallen kunt interpreteren. Energetische waarde Aantal

Eenheid

Aantal

Eenheid

1

Terajoule (TJ)

1.000

Gigajoule (GJ)

1

Gigajoule (GJ)

1.000

Megajoule (MJ)

1

Megajoule (MJ)

1.000

Kilojoule (kJ)

1

Kilojoule (kJ)

1.000

Joule (J)

Energetische waarde naar elektriciteit Aantal

Eenheid

Aantal

Eenheid

1

kilowattuur (kWh)

3,6

Megajoule (MJ)

277.778

kilowattuur (kWh)

1

Terajoule (MJ)

Energetische waarde naar gas Aantal

Eenheid

Aantal

Eenheid

1

kuub aardgas (m3)

35,17

Megajoule (MJ)

28.433

kuub aardgas (m3)

1

Terajoule (MJ)

1 Terajoule komt overeen met: • circa 28.433 m3 (kuub) aardgas van Groningen-kwaliteit • 277.778 kilowattuur (kWh) elektriciteit • 27.000 liter diesel Dit staat in de gemeente Waadhoeke gelijk aan het jaarlijkse gasverbruik van circa 20 huishoudens, het jaarlijkse stroomgebruik van circa 106 huishoudens of het circa 600 keer voltanken van een gemiddelde B-segmentauto.

Verdieping: toelichting op gebruikte energie-eenheden

|

59

Verdieping: hoe werken de oplossingen en welke warmtebronnen zijn er beschikbaar? Er zijn verschillende manieren waarop huizen en gebouwen kunnen worden verwarmd zonder aardgas te gebruiken. Bijvoorbeeld door een warmtepomp, warmtenet of een cv-ketel met een hernieuwbare vorm van gas.

Algemene aandachtspunten Warmtenetten noemen we een collectieve oplossing. In dat geval kan een hele straat, buurt of wijk gebruik maken van dezelfde oplossing. De bron die warmte produceert, bevindt zich bij een collectieve oplossing niet in de woning of het gebouw, maar ergens anders. Bijvoorbeeld in de grond (geothermie, WKO), in een fabriek (restwarmte) of in het water (aquathermie) Andere oplossingen zijn individuele oplossingen. In dat geval bevindt de warmteproducerende installatie zich in de woningen en gebouwen zelf. Denk bijvoorbeeld aan het kiezen voor een warmtepomp of een cv-ketel. Individuele oplossingen maken wel gebruik van algemene infrastructuur. Warmtepompen benutten het elektriciteitsnet en noemen wij daarom ook wel all- electric, of volledig elektrische oplossingen. Groengas, biogas en waterstof kunnen via het gasnet geleverd worden. In tegenstelling tot aardgas zijn deze gassen duurzaam te produceren. We noemen dit daarom hernieuwbare gassen. Tot slot is een combinatie mogelijk tussen het gasnet en elektriciteitsnet. Dit noemen wij een hybride oplosing. Meestal bestaat dit uit een combinatie van een elektrische warmtepomp en een cv-ketel op gas.

Capaciteit van het elektriciteitsnetwerk All-electric, hybride oplossingen en warmtenetten met lagetemperatuur-warmtebronnen maken gebruik van warmtepompen om warmte op een bruikbare temperatuur te leveren. Dit kost elektriciteit, waardoor extra duurzame energie nodig is. Ook moet het elektriciteitsnetwerk deze extra vraag aankunnen. Dit kan betekenen dat het elektriciteitsnetwerk hiervoor verzwaard moet worden. Dit kan een belangrijk aandachtspunt zijn bij de ontwikkeling.

Het elektriciteitsnetwerk in Waadhoeke Voor de meeste gebieden in de gemeente Waadhoeke moeten er in meer of mindere mate aanpassingen gedaan worden aan het elektriciteitsnetwerk wanneer wordt overgestapt op een warmteoplossing waarbij de elektriciteitsvraag sterk stijgt (all-electric of hybride warmtepompen). Hierbij is nog geen rekening gehouden met andere ontwikkelingen, zoals de toename van elektrisch vervoer, zonnepanelen en nieuwbouw. Uiteindelijk zal er door de netbeheerder per geval gekeken moeten worden welke aanpassingen op dat moment nodig zijn.

60

|

Verdieping: hoe werken de oplossingen en welke warmtebronnen zijn er beschikbaar?

Collectieve oplossingen in de gemeente Waadhoeke Een warmtenet is een netwerk van leidingen onder de grond waar warm water doorheen stroomt. Dit wordt ook wel stadsverwarming genoemd. In elke woning zit een afleverset met een warmtemeter waar de warmte geleverd wordt aan de woning. Een warmtenet kan warm leveren op verschillende temperaturen (van 10 tot 90 graden). Afhankelijk van het energielabel van de woning is er nog een warmtepomp nodig in de woning om het water op de gewenste temperatuur te brengen voor bijvoorbeeld douchen of verwarmen. Er zijn verschillende warmtebronnen die voor warm water kunnen zorgen. Mogelijke warmtebronnen zijn bijvoorbeeld restwarmte (van bedrijven), biomassa, geothermie (aardwarmte) of aquathermie (warmte uit oppervlaktewater, afvalwater of leidingwater). Deze warmtebronnen worden hieronder één voor één uitgelicht.

Warmtenetten in de gemeente Waadhoeke In de gemeente Waadhoeke is er beperkt potentie voor warmtenetten. Met name in de kern Franeker is er potentie. Dit komt door de aanwezigheid van (rest-)warmtebronnen en hoge dichtheid van woningen en gebouwen. Voor de Binnenstad van Franeker komt een warmtenet als meest kansrijke optie naar voren in combinatie met restwarmte van een naast gelegen bedrijf (Huhtamaki). Daarnaast is er een aantal buurten waar zowel een individuele oplossing als een warmtenet kansrijk zijn (Professorenbuurt, Sexbierumplan en Keningspark). Voor deze buurten is een warmtenet op middentemperatuur-warmte afkomstig van aquathermie (TEO) in combinatie met WKO een kansrijke combinatie. Uiteindelijk zal de eindsituatie een combinatie zijn van individuele oplossingen met mogelijk een kleinschalig warmtenet vanwege de beperkte beschikbaarheid van de warmtebron.

Verdieping: hoe werken de oplossingen en welke warmtebronnen zijn er beschikbaar?

|

61

Restwarmte Restwarmte komt vrij bij een productie-, verwerkings- of verwarmingsproces. Bijvoorbeeld bij een fabriek, een datacenter, een afvalverbrandingsinstallatie of een zwembad. Deze warmte kan vervolgens via een warmtenet getransporteerd worden naar gebouwen. Restwarmte is warmte die over is en niet meer binnen het bedrijf zelf wordt gebruikt. Restwarmte is geïnventariseerd binnen de gemeentegrenzen op basis van openbare gegevens (RVO warmteatlas, Wetterskip Fryslân) en informatie en onderzoeken vanuit de RES Fryslân. Er is met een aantal bedrijven contact opgenomen om de gegevens te verifiëren of aan te vullen.

Restwarmte in de gemeente Waadhoeke In Franeker zou de restwarmte van de papierfabriek van Huhtamaki een goede bron van restwarmte kunnen zijn. Er is een grote en constante hoeveelheid van restwarmte beschikbaar in de buurt van een dichtbebouwd gebied, namelijk, de binnenstad. Er moet verdiepend onderzoek gedaan worden om te kijken of en hoe deze warmte ook gebruikt en getransporteerd kan worden naar huizen. Uit gesprekken met LTO en glastuinbouwers in het buitengebied van de gemeente is gebleken dat er sprake is van een grote hoeveelheid restwarmte. Deze warmte is echter niet bruikbaar voor het verwarmen van woningen en gebouwen in de gemeente Waadhoeke. Er zijn hiervoor meerdere redenen. De twee belangrijkste zijn: • De bron is niet constant genoeg om ’s winters huizen voldoende warm te houden. • De bron bevindt zich op te grote afstand van een kern met voldoende warmtevraagdichtheid.

62

|

Verdieping: hoe werken de oplossingen en welke warmtebronnen zijn er beschikbaar?

Geothermie (aardwarmte) Geothermie, ook wel aardwarmte genoemd, is het gebruik van warmte uit de diepe ondergrond vanaf 500 meter en dieper voor het verwarmen van huizen, gebouwen, kassen en lichte industrie. Er worden twee gaten geboord, ook wel bronnen genoemd, tot een diepte van 500 tot 3000 meter. Via de ene bron wordt het hete water uit de bodem gepompt. De warmte wordt met een warmtewisselaar uit het water gehaald en via de tweede bron weer de bodem in gepompt. Of geothermie mogelijk is hangt af van de bodemgesteldheid en -samenstelling. Tussen de geothermiebron en de gebouwen is een warmtenet nodig met voldoende geschikte warmtevragers. Een vuistregel hierbij is dat er ongeveer 4000 woningen nodig zijn. Afhankelijk van de diepte kan geothermie een warmtenet direct voorzien van warmte met een temperatuur van circa 70-90 °C. Momenteel wordt geothermie vooral toegepast in de glastuinbouwsector. Er zijn projecten in ontwikkeling voor de gebouwde omgeving.

Geothermie in de gemeente Waadhoeke De ondergrond in de gemeente Waadhoeke is matig tot redelijk geschikt voor geothermie. Binnen de gemeentegrenzen is de potentie laag tot zeer lokaal goed en deels nog onbekend doordat de ondergrond daar nog niet voldoende onderzocht is. Vooral een klein gebied net boven de Waddenzee ter hoogte van Tzummarum lijkt geschikt voor geothermie. Echter is er weinig warmtevraag in de buurt van dat gebied, waardoor het gebruiken van deze aardwarmte minder kansrijk is. Om een geothermiebron rendabel te maken zijn minimaal 4000 woningen nodig om deze te kunnen exploiteren. Er zijn niet voldoende woningen op voldoende dichtheid om dit mogelijk te maken. Verder is er net over de gemeentegrenzen rond Leeuwarden potentie voor geothermie, maar door de grote afstand tot de kansrijke buurten in Franeker is ook het gebruiken van deze aardwarmte minder kansrijk.

Verdieping: hoe werken de oplossingen en welke warmtebronnen zijn er beschikbaar?

|

63

Warmte-koude opslagsystemen (WKO) Bij een warmte-koude opslagsysteem (WKO) wordt warmte en koude in de vorm van water in een watervoerend pakket in de bodem gepompt en opgeslagen. In de winter wordt de warmte uit de bodem gepompt voor het verwarmen van gebouwen. Het afgekoelde water wordt vervolgens weer in de bodem gepompt als koude. In de zomer wordt de koude uit de bodem gepompt voor het koelen van gebouwen. Het opgewarmde water wordt weer in de bodem gepompt als warmte voor in de winter. Om dit überhaupt te kunnen doen is het belangrijk dat de bodem geschikt is voor het opslaan van water. Het cruciale verschil tussen een WKO en diepe geothermie is dat de bij een WKO de warmte niet uit de aarde zelf komt maar via het actief verwarmen van water. Dat warme water wordt vervolgens in de zomer in de WKO gepompt. De visualisatie hieronder toont hoe een WKO-systeem in combinatie met een aquathermie-systeem werkt.

WKO-systemen in de gemeente Waadhoeke De ondergrond in de gemeente Waadhoeke is goed geschikt voor WKO. Een aandachtspunt is dat de bodem niet teveel afkoelt door het onttrekken van warmte uit de bodem. Dit hangt af van het type en aantal gebouwen dat wordt aangesloten op een WKO en de bijbehorende warmte en koudevraag. In principe is een WKO ook een duurzame koudebron waarmee in de zomer gekoeld kan worden. Dit is alleen mogelijk bij geschikte gebouwen; goede isolatie en speciale radiatoren of vloerverwarming. Om te zorgen dat de bodem niet teveel afkoelt moet in de zomer extra warmte opgeslagen worden in de bodem. Deze warmte wordt in de winter gebruikt om huizen mee te verwarmen. In de gemeente Waadhoeke zijn hiervoor verschillende warmtebronnen mogelijk • Aquathermie (TEO) • Restwarmte van bedrijven en/of • Warmtepompen.

64

|

Verdieping: hoe werken de oplossingen en welke warmtebronnen zijn er beschikbaar?

Aquathermie Oppervlaktewater en afvalwater zijn twee warmtebronnen die steeds vaker worden gebruikt voor warmtenetten. Deze bronnen, en dan met name het oppervlaktewater (rivieren, meren) zijn in Nederland vaak en veelvuldig aanwezig waardoor de continuïteit voor de lange termijn is gegarandeerd. Ook drinkwater(leidingen) wordt als mogelijke warmtebron gezien. Aquathermie levert, vanwege de relatief lage watertemperatuur, een lage temperatuur warmte voor de verwarming van gebouwen. Er is daarom een warmtepomp nodig om de warmte naar een bruikbare temperatuur te brengen waarmee gebouwen comfortabel verwarmd kunnen worden in de winter. Dit kan ook betekenen dat het elektriciteitsnetwerk verzwaard moet worden.

Warmte uit oppervlaktewater (TEO) Een aquathermie-systeem kan gebruikmaken van thermische energie uit oppervlaktewater (afgekort: TEO). Bij een aquathermie-systeem op basis van TEO wordt warmte onttrokken uit het bovengrondse oppervlaktewater. In de gemeente Waadhoeke zou dit mogelijk kunnen uit de Waddenzee en het Van Harinxmakanaal. In de praktijk zijn er vaak regels en randvoorwaarden voor het onttrekken van warmte uit de wateren, waardoor de bron (met name in de koudere periode) niet optimaal benut kan worden. Dit maakt dat TEO vaak gecombineerd wordt met een WKO. In de zomer wordt de warmte uit het oppervlaktewater gewonnen en opgeslagen in één of meerdere WKO-systemen.

TEO in de gemeente Waadhoeke Het Van Harinxmakanaal en de Waddenzee bieden veel potentie voor TEO. Door de grote afstand is TEO uit de Waddenzee echter niet erg niet kansrijk. TEO is voor een aantal buurten in Franeker, rondom het Van Harinxmakanaal, als kansrijke warmtebron naar voren gekomen. Het gaat hier om de combinatie van TEO, WKO en een warmtenet met gedeeltelijke dekking.

Warmte uit afvalwater (TEA) Een aquathermie-systeem kan ook gebruik maken van thermische energie uit afvalwater (afgekort als TEA). In dit systeem wordt warmte onttrokken uit rioleringsbuizen (riothermie) of uit afvalwater bij een rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI). In veel gevallen is de temperatuur van de bron (effluent water) hoger dan bij oppervlaktewater. Ook zijn er minder temperatuurschommelingen dan bij oppervlaktewater.

Verdieping: hoe werken de oplossingen en welke warmtebronnen zijn er beschikbaar?

|

65

TEA in de gemeente Waadhoeke De potentie voor TEA in de gemeente Waadhoeke is afkomstig van de RWZI in Franeker. Aandachtspunt is wel dat de RWZI niet direct in de buurt van veel huizen staat. Het is meer voor de hand liggend dat deze warmtebron in eerste instantie voor op het industrieterrein gebruikt kan worden. Riothermie is voor de gemeente Waadhoeke niet verder onderzocht vanwege het ontbreken van (openbare) informatie.

Warmte uit drinkwater (TED) Eén van de vormen van aquathermie is thermische energie uit drinkwater (afgekort als TED). Warmtewinning uit drinkwater kan een interessante optie kan zijn vanwege de constante beschikbaarheid van de warmte. Het uitwisselen van warmte met drinkwater is iets eenvoudiger dan bij vuil rioolwater. Omdat het leidingwater een lage temperatuur heeft, wordt het gecombineerd met een warmtepomp.

66

|

Verdieping: hoe werken de oplossingen en welke warmtebronnen zijn er beschikbaar?

TED in de gemeente Waadhoeke Voor de gemeente Waadhoeke is TED niet verder onderzocht vanwege het ontbreken van (openbare) informatie.

Verdieping: hoe werken de oplossingen en welke warmtebronnen zijn er beschikbaar?

|

67

Individuele oplossingen in de gemeente Waadhoeke Bij individuele oplossingen wordt de warmte opgewekt in het gebouw zelf. Er zijn twee individuele oplossingen: • All-electric (alle warmte wordt met een elektrische warmtepomp opgewekt) • Hybride warmtepomp met hernieuwbaar gas (een combinatie van een elektrische warmtepomp en een cvketel met hernieuwbaar gas voor de pieklast)

68

|

Verdieping: hoe werken de oplossingen en welke warmtebronnen zijn er beschikbaar?

Warmtepompen Een warmtepomp is een elektrisch, energiezuinig alternatief voor een cv-ketel op (aard)gas. De warmtepomp levert warmte in een temperatuurrange van 30°C-50°C. Dat is aanzienlijk lager dan de circa 80°C van een HRketel. Daarom is het nodig om een gebouw te isoleren tot minimaal schillabel B. Verder is een lagetemperatuurafgiftesysteem nodig, zoals vloerverwarming en/of lagetemperatuurradiatoren en/of -convectoren. Er worden ook warmtepompen ontwikkeld die een hogere temperatuur kunnen halen. Deze zijn echter minder zuinig, door de lagere efficiëntie. Daardoor hebben dergelijke warmtepompen meestal hogere energiekosten tot gevolg. Een warmtepomp onttrekt warmte uit de bodem (bodemwarmtepomp) of de buitenlucht (luchtwarmtepomp) en gebruikt dat om water op te warmen voor warm tapwater en verwarming. Om de warmtepomp aan te turen is elektriciteit nodig. Met 1 deel elektriciteit maakt een warmtepomp 2 tot 6 delen warmte. De warmtepomp is dus een zeer efficiënte techniek. De duurzaamheid van de warmtepomp is afhankelijk van de elektriciteit die gebruikt wordt. Voor een duurzame oplossing is ook duurzame elektriciteit nodig. Lokale opwek (bijvoorbeeld zonnepanelen) draagt bij aan een duurzaam systeem. Een bodemwarmtepomp kan een huis ook efficiënt koelen, met een zeer laag energiegebruik.

Hierdoor is een traditionele airconditioner, die doorgaans erg veel energie verbruikt, niet meer nodig. Luchtwaterwarmtepompen kunnen ook koelen, maar verbruiken hiervoor meer energie dan een bodemwarmtepomp. Warmtepompen kunnen worden ingezet voor een all-electric oplossing, waarbij er alleen gebruik wordt gemaakt van elektriciteit. Warmtepompen kunnen ook worden ingezet in een hybride strategie, waarbij de warmtepomp het grootste deel van het jaar wordt ingezet en wanneer het erg koud is gebruik wordt gemaakt van een kleine HR-gasketel.

Luchtwarmtepompen Voor een luchtwarmtepomp is een buitenunit nodig. Dit is een ventilatorkast aan de buitenkant van de woning, net als bij een traditionele airco. Dit heeft invloed op de uitstraling van de woning. De ventilator maakt ook geluid, wat soms als hinderlijk ervaren kan worden. Sinds 2021 is een striktere geluidsnorm van kracht voor warmtepompen. Om de impact van geluid te beperken moet de plek van een buitenunit daarom zorgvuldig uitgezocht worden en wordt vaak een geluidsisolerende behuizing geplaatst. Zie voor meer informatie ook de website van milieucentraal.

Verdieping: hoe werken de oplossingen en welke warmtebronnen zijn er beschikbaar?

|

69

Luchtwarmtepompen in de gemeente Waadhoeke In de gemeente Waadhoeke is de warmtepomp een warmteoplossing met een extreem hoge potentie. Op veel plekken heeft het elektriciteitsnet voldoende capaciteit om een verhoogd stroomverbruik op te vangen. Door de vaak minder dichte bebouwing is er ook meer ruimte in en rondom huizen om een warmtepomp te installeren. Ook in buurten waar er andere warmteoplossingen als kansrijke opties gezien worden, is de warmtepomp alsnog in beeld om leemtes van een warmtenet op te vullen.

Bodemwarmtepompen Een bodemwarmtepomp is een warmtepompsysteem dat de bodem als warmtebron gebruikt. De warmtepomp maakt gebruik van een zogenaamde ‘bodemwarmtewisselaar’ om warmte van de bodem te onttrekken. Dit worden ook wel bodemlussen genoemd. Het is de meest efficiënte variant van warmtepomp. Nadeel is wel dat hiervoor een hogere investering nodig is ten opzichte van een luchtwarmtepomp.

Bodemwarmtepompen in de gemeente Waadhoeke De ondergrond moet ter plaatse van het gebouw wel geschikt zijn. Dit zal in de gemeente Waadhoeke vaak het geval zijn. Daarnaast is het soms niet toegestaan om bodemlussen te plaatsen. Dit is bijvoorbeeld het geval in grondwaterbeschermingsgebieden. In de gemeente Waadhoeke zijn geen gebieden helemaal uitgesloten voor deze techniek. Wel zijn er aandachtspunten waar rekening mee gehouden moet worden bij de ontwikkeling zoals gebieden met aardkundige of archeologische waarde.

Hybride warmtepompen Een hybride warmtepomp is een warmtepomp die op elektriciteit werkt in combinatie met een HR-ketel op gas. De elektrische warmtepomp levert de basislast van de warmtevraag. Als de warmtepomp niet voldoende warmte kan leveren, bijvoorbeeld op een koude dag in de winter of bij warm tapwater verbruik, neemt de HR-ketel het over. De warmtepomp zal het grootste gedeelte van de warmtevraag gedurende het jaar invullen.

70

|

Verdieping: hoe werken de oplossingen en welke warmtebronnen zijn er beschikbaar?

Voor welk type woningen is een hybride warmtepomp geschikt? Om dit systeem efficiënt te kunnen toepassen, moeten de gebouwen tot minimaal schillabel D worden geïsoleerd, maar bij voorkeur natuurlijk nog beter. Dit zorgt voor minder verbruik van elektriciteit en gas. In het begin kan van aardgas gebruik gemaakt blijven worden. Vanwege de inzet van de efficiënte warmtepomp en de isolatiemaatregelen is al veel minder aardgas nodig en daalt de CO2-uitstoot van het gebouw flink. Als op termijn hernieuwbare gassen, zoals groengas of waterstof, beschikbaar komen, kan dit bijgemengd worden in het bestaande gasnet. De uitstoot van CO2 neemt dan af tot 0 bij 100% hernieuwbaar gas. Hybride warmtepompen als tussenstap naar all-electric Overstappen op een hybride oplossing kan ook een tussenstap zijn naar een volledige elektrische warmtepomp. Het inzetten van hybride warmtepompen is daarom bijna altijd een goede (tussen)stap voor gebouwen die geen gebruik kunnen maken van warmtenetten. Dit geldt zeker voor de wat oudere gebouwen die moeilijk direct kunnen overschakelen op een all-electric alternatief.

Verdieping: hoe werken de oplossingen en welke warmtebronnen zijn er beschikbaar?

|

71

Hernieuwbare gassen Het is ook mogelijk om voor een deel van de warmtevraag het gasnet te blijven gebruiken. Dat kan door duurzame, hernieuwbare vormen van gas te gebruiken. Hernieuwbare gassen dragen niet bij aan de netto CO2-uitstoot, hoewel er bij de verbranding wel CO2 vrijkomt. Dat komt doordat hernieuwbaar gas wordt geproduceerd uit hernieuwbare bronnen, zoals organisch materiaal en duurzame elektriciteit. Voorbeelden van hernieuwbaar gas zijn groengas, biogas en waterstof. Omdat de beschikbaarheid van deze soorten gas beperkt is, doen we dat altijd in combinatie met een hybride warmtepomp.

Biogas en groengas Biogas is gas dat vrijkomt bij vergisting van organisch materiaal, zoals mest en groenafval. Groengas is biogas dat is opgewaardeerd naar aardgaskwaliteit. Voor gebruik in woningen en gebouwen is groengas eenvoudiger te gebruiken dan biogas, omdat het dezelfde eigenschappen als aardgas heeft. Hierdoor kan groengas via het bestaande gasnet getransporteerd worden en hoeven de installaties en apparatuur in woningen en gebouwen niet te worden aangepast. Bij biogas zou dat wel moeten gebeuren of is er een apart gasnetwerk nodig. Groengas kan overal worden toegepast waar op dit moment ook aardgas gebruikt wordt. Op dit moment is de beschikbaarheid van groengas nog erg klein. Er zal nu en in de toekomst niet genoeg biomassa beschikbaar zijn om alle buurten in Nederland met groengas te verwarmen. Er moet dus gekozen worden waar groengas het beste ingezet kan worden. Vanwege de beperkte beschikbaarheid en de onzekerheid over de toekomst is het verstandig om groengas alleen in te zetten in buurten waar de andere aardgasvrije strategieën veel duurder of technisch niet haalbaar zijn. In deze buurten kunnen veel kosten worden uitgespaard als wordt gekozen voor groengas in plaats van een van de andere warmteopties. Daarnaast is het belangrijk om het groengas zo efficiënt mogelijk in te zetten.

Daarom is het verstandig om ook deze warmteoplossing altijd te combineren met een hybride warmtepomp en isolatiemaatregelen.

72

|

Verdieping: hoe werken de oplossingen en welke warmtebronnen zijn er beschikbaar?

Groengas in de gemeente Waadhoeke In 2021 is onderzoek gedaan naar de beschikbare biomassa voor de productie van groengas 1 . De inschatting is dat er met de beschikbare biomassa 399 TJ tot maximaal 650 TJ groengas geproduceerd kan worden per jaar. Dit is gelijk aan ongeveer 39% tot 64% van de (verwachte) warmtevraag in 2030. Hierbij wordt ervan uitgegaan dat alle beschikbare biomassa gebruikt wordt of deels geëxporteerd wordt naar andere gebieden. Ontwikkelingen zoals het inkrimpen van de veestapel zijn niet meegenomen in het onderzoek. Dit geeft aan dat - hoewel er een redelijke potentie is binnen de gemeente Waadhoeke - de productie en inzet voor het verwarmen van woningen erg onzeker is.

Waterstof Waterstof is een techniek die nog volop in ontwikkeling is. Waterstof is eigenlijk geen energiebron, maar een energiedrager. Er is energie voor nodig om waterstof te produceren. Nu gebeurt dat nog vaak met behulp van aardgas. We spreken over hernieuwbare waterstof als dit geproduceerd is met behulp van duurzame elektriciteit zoals wind- en zonne-energie. Hierbij gaat ook relatief veel energie verloren. Een efficiënte warmtepomp levert in vergelijking veel (tot 10 keer) meer warmte op voor dezelfde hoeveelheid elektriciteit. Gezien de beperkte productie van duurzame elektriciteit is het niet waarschijnlijk dat waterstof veel gebruikt gaat worden voor het verwarmen van huizen. Daarnaast is waterstof ook een belangrijke grondstof en energiebron voor de industrie en het transport. De verwachting is dat hernieuwbare waterstof vooral gebruikt zal worden om de industrie te verduurzamen omdat er in de industrie weinig alternatieven zijn. Voor meer informatie kunt u de website van het Expertise Centrum Warmte bekijken.

1

Groengas en haar bijdrage aan de Friese energietransitie, New Energy Coalition (2021)

Verdieping: hoe werken de oplossingen en welke warmtebronnen zijn er beschikbaar?

|

73

Verdieping: hoe is de WAT-kaart bepaald? In de WAT-kaart komt informatie uit verschillende bronnen samen. Het gaat dan landelijke gegevens (van bijvoorbeeld het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), de Basisadministratie Gebouwen (BAG) en het monumentenregister) en om lokale gegevens van de gemeente, netbeheerder, woningcorporaties, waterschap en andere betrokkenen. De basis voor de WAT-kaart is een landelijk rekenmodel: de Startanalyse. De Startanalyse is onderdeel van de Landelijke Leidraad Transitievisie Warmte. Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) heeft deze leidraad en het bijbehorende rekenmodel in opdracht van de Rijksoverheid gemaakt. Dit model is als startpunt gebruikt. Het beginpunt voor het opstellen van de WAT-kaart zijn de mogelijke oplossingen met de laagste maatschappelijke kosten. Dit zijn oplossingen die de minste kosten met zich meebrengen voor de hele maatschappij. De uitkomsten van dit model zijn op basis van de maatschappelijke kosten vergeleken met andere modellen en uitgebreid met lokale informatie. De lokale kennis hebben is verzameld door enquêtes te houden. Zo is informatie opgehaald over bijvoorbeeld de aanwezige warmtebronnen, het gas- en elektriciteitsnet, sloop- en nieuwbouwplannen en kansen om slimme combinaties te maken. Ook wel koppelkansen genoemd.

Denk hierbij aan vervanging van rioleringen, waterleidingen, wegen of andere plannen waarvoor werkzaamheden moeten plaatsvinden. Dit zijn kansrijke momenten om ook aan de slag te gaan met de warmtetransitie.

De WAT-kaart geeft per buurt de meest kansrijke technische oplossingsrichting weer, op basis van de huidige stand van zaken qua kennis en inzichten. De basis voor deze kaart is de Startanalyse. Dit is een energiemodel van het Planbureau voor de Leefomgeving (Vesta MAIS 5.0 model). De belangrijkste technische oplossingsrichtingen zijn hierin doorgerekend. Hierbij is rekening gehouden met de lokaal beschikbare warmtebronnen en de lokale opbouw van de warmtevraag. Op basis van de laagste maatschappelijke kosten ontstaat een eerste beeld van de voorkeursoplossingen. Deze modelmatige doorrekening van verschillende duurzame energiesystemen is verrijkt met aanvullende data en lokale kennis. Voor de gemeente Waadhoeke is tevens een nieuwe doorrekening gedaan, met daarbij aanpassingen in de beschikbare restwarmtebronnen.

74

|

Verdieping: hoe is de WAT-kaart bepaald?

De bekende restwarmtebronnen op Waadhoeke zijn vergeleken met de inventarisatie vanuit de RES (Regionale Structuur Warmte) en eerder uitgevoerde onderzoeken.

Verdieping: hoe is de WAT-kaart bepaald?

|

75

Verdieping: energiebesparingspotentie per buurt met geen-spijtmaatregelen Energie besparen en gebouwen beter isoleren zijn de eerste stappen in de warmtetransitie. De gemeente Waadhoeke heeft in haar Duurzaamheidsagenda opgenomen welke energiebesparing zij willen nastreven. Deze zijn hieronder kort samengevat. Ten opzichte van 2020, willen wij in 2030 het volgende bereiken: • • • •

In totaal 17,5% energiebesparing realiseren in de gebouwde omgeving[5]; Jaarlijke 1,75% energie besparen, zoals vastgesteld in onze Duurzaamheidsagenda; Gemeentebreed gemiddeld energielabel B voor gebouwen; Kantoren hebben energielabel A (landelijke doelstelling).

Dit vraagt vaak serieuze aanpassingen aan het pand. Denk aan spouwmuur-, vloer- en dakisolatie en HR++(+)glas. In het hoofdstuk ‘Zelf aan de slag’ is een figuur opgenomen met de geen-spijt maatregelen, afhankelijk van het bouwjaar van de woning. Gebouweigenaren kunnen direct aan de slag met energiebesparing, maar deze aanpassingen kosten geld en zijn niet altijd eenvoudig uitvoerbaar. Het minimaal benodigde isolatieniveau hangt ook af van de uiteindelijke warmteoplossing. Voor een individuele all-electric warmtepomp is bijvoorbeeld minimaal schillabel B nodig, voor een hybride warmtepomp of aansluiting op een warmtenet is label C of D voldoende (dit is afhankelijk van de temperatuur van de warmteoplossing). We maken daarom onderscheid in geen-spijtmaatregelen en aanvullende maatregelen. De geen-spijtmaatregelen zijn altijd lonend en toepasbaar, onafhankelijk van de warmteoplossing. Wie meer energie kan of moet besparen, kiest ook voor de aanvullende maatregelen. Deze staan ook weergegeven in de figuur in het hoofdstuk ‘Zelf aan de slag’.

Geen-spijtmaatregelen In het traject van deze Transitievisie Warmte is ook een analyse uitgevoerd van de gehele woningvoorraad in de gemeente. Er is gekeken welke geen spijt-maatregelen kansrijk zijn. Dit zijn maatregelen die financieel en technisch het zogeheten laaghangend fruit zijn, en relatief gezien niet teveel gedoe of kosten met zich meebrengen. In de bijlage is het overzicht te vinden waarin per buurt is berekend welke energiebesparing haalbaar is met geen-spijtmaatregelen en welke kosten daarbij komen kijken per woning. Kort samengevat zijn de uitkomsten van deze analyse naar geen-spijtmaatregelen: • Circa 22% van de warmtevraag in de gehele gemeente Waadhoeke kan worden bespaard door geenspijtmaatregelen toe te passen; • Dit komt neer op een totale jaarlijkse besparing van: energie (warmte) 219 TJ 7 miljoen kuub aardgas 12 miljoen kilogram CO2; • De totale kosten om alle maatregelen (leidend tot de 22% warmtebesparing) uit te voeren in de hele gemeente, wordt geschat op €288 miljoen; • Investeringskosten per woning worden geschat op €7.800,-. Door verschillen tussen woningen, zal dit gemiddelde sterk kunnen afwijken per woning.

76

|

Verdieping: energiebesparingspotentie per buurt met geen-spijtmaatregelen

[1] Gericht op isolatiemaatregelen. Berekend op basis van het toepassen van HR++-glas, kierdichting, dak,-

spouwmuur- en vloerisolatie. Het huidige warmteverbruik, de isolatiemogelijkheden en de maximale energiebesparing zijn per CBS-buurt berekend voor alle woningen (dus exclusief andere gebouwen) op basis van het bouwjaar, het woningtype en het huidige energielabel (indien beschikbaar). [2] In de bijlage ‘Verdieping: toelichting op gebruikte energie-eenheden’ is een toelichting op de gebruikte energie-

eenheden opgenomen. [4] Alleen gerekend voor de woningen waar (een deel van) deze maatregelen nog getroffen kunnen worden. [5] Onder de term ‘gebouwde omgeving’ verstaan we het geheel van alle gebouwen. Dat omvat dus woningen,

maar ook bijvoorbeeld winkels, kantoren, scholen en andere maatschappelijke instellingen.

Verdieping: energiebesparingspotentie per buurt met geen-spijtmaatregelen

|

77

Verdieping: indeling van de gemeente Waadhoeke in wijken en buurten Op onderstaande kaarten is de wijk- en buurtindeling te zien die gehanteerd wordt door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). De analyses zijn gebaseerd op deze wijkindeling, omdat er op dit schaalniveaus veel data beschikbaar zijn over veel verschillende onderwerpen.

78

|

Verdieping: indeling van de gemeente Waadhoeke in wijken en buurten

Verdieping: indeling van de gemeente Waadhoeke in wijken en buurten

|

79

80

|

Verdieping: indeling van de gemeente Waadhoeke in wijken en buurten

Verdieping: indeling van de gemeente Waadhoeke in wijken en buurten

|

81

82

|

Verdieping: indeling van de gemeente Waadhoeke in wijken en buurten

Verdieping: indeling van de gemeente Waadhoeke in wijken en buurten

|

83

84

|

Verdieping: indeling van de gemeente Waadhoeke in wijken en buurten

Verdieping: indeling van de gemeente Waadhoeke in wijken en buurten

|

85

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=waadhoeke&id=3db4d8f3-b2ce-4b81-b151-99c68d7df904