CConstaterende datwaadhoeke
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Transitievisie_Warmte_gemeente_Waadhoeke

Gemeenteraad Waadhoeke 9 december 2021, gemeente waadhoekeBij agendapunt: Transitie Visie Warmte Waadhoeke15.392 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Transitievisie Warmte Gemeente Waadhoeke

Inhoudsopgave Samenvatting

4

Inleiding

6

De noodzaak om over te gaan op duurzame energiebronnen Doel van de Transitievisie Warmte Leeswijzer

8 9 10

Achtergrond

12

Waarom een Transitievisie Warmte? Wat staat er in de Transitievisie Warmte? Plannen maken voor de energietransitie

14 16 17

Totstandkoming

18

Onze gemeente

22

De opgave in de gemeente Waadhoeke Wat vinden we belangrijk?

24 27

Oplossingen

30

Duurzame oplossingen uitgelegd Wat zijn de kansrijke duurzame oplossingen in de gemeente Waadhoeke?

32 35

Collectieve warmtenetten in de gemeente Waadhoeke Individuele oplossingen in de gemeente Waadhoeke

Ambitie en strategie

40

Ambitie Strategie Van de Transitievisie Warmte naar een aardgasvrije gemeente Waadhoeke in 2050 Monitoring Zelf aan de slag

42 43 45 46 47

Bijlagen

50

Verdieping: lijst met begrippen Verdieping: toelichting op gebruikte energie-eenheden Verdieping: hoe werken de oplossingen en welke warmtebronnen zijn er beschikbaar?

53 59 60

Algemene aandachtspunten Collectieve oplossingen in de gemeente Waadhoeke Individuele oplossingen in de gemeente Waadhoeke

Verdieping: hoe is de WAT-kaart bepaald? Verdieping: energiebesparingspotentie per buurt met geen-spijtmaatregelen Verdieping: indeling van de gemeente Waadhoeke in wijken en buurten

2

|

38 39

60 61 68

74 76 78

Samenvatting In het Klimaatakkoord heeft Nederland de ambitie vastgelegd om alle gebouwen en woningen per 2050 aardgasvrij te verwarmen. Om dit te realiseren hebben alle gemeenten de opdracht gekregen om uiterlijk 31 december 2021 op wijkniveau het tijdspad en de hiertoe te nemen stappen vast te leggen in een Transitievisie Warmte. De Transitievisie Warmte is een dynamisch beleidsdocument dat richting geeft aan de aanpak naar een duurzaam verwarmde gebouwde omgeving en dat eens per 5 jaar wordt geactualiseerd. Het gaat over de opgave om de woningen, bedrijfsgebouwen (m.u.v. de industrie) en maatschappelijke gebouwen (zoals scholen, kerken en ziekenhuizen) duurzaam te verwarmen. Verduurzaming van grote bedrijven en industrie valt hierbuiten. Het opstellen van de Transitievisie Warmte hebben we samen opgepakt met de gemeente Harlingen. In de visie staat wat de opgave is in de gemeente Waadhoeke. De visie schetst een beeld van de opgave. Hoeveel aardgas gebruiken de wijken en buurten van de stad Franeker en alle 40 omliggende dorpen zoals Berlikum, Dronryp, St. Jacobiparochie en St. Annaparochie. en wat is er nodig om dit terug te dringen? In de visie is opgenomen welke manieren er zijn om gebouwen in de gemeente Waadhoeke op een groene en duurzame manier te verwarmen. Daarvoor zijn er verschillende mogelijkheden.

Dat ligt er maar net aan wat technisch kan en het meest betaalbaar is. Op de zogeheten WAT-kaart is voor de hele gemeente Waadhoeke per wijk, buurt en dorp inzichtelijk gemaakt wat op dit moment de meest kansrijke manieren zijn om gebouwen duurzaam te verwarmen. In veruit de meeste wijken in de gemeente Waadhoeke is een individuele oplossing het meest kansrijk. In het traject van de warmtetransitie is inbreng van inwoners opgehaald via een enquête en een inloopavond. De visie is met een aantal duidelijke uitgangspunten opgesteld (CO2-reductie, realisme, betaalbaarheid en participatie) waarbij aardgasvrij een middel is en geen doel op zich. We blijven de nieuwste ontwikkelingen continu bijhouden rondom kansrijke technische oplossingen om te komen tot een aardgasvrije gemeente. We gaan stapsgewijs aan de slag. We maken alleen goed onderbouwde en robuuste keuzes en zijn een slimme volger in de plan- en uitvoering. De gemeente gaat zelf geen wijken, buurten en dorpen aanwijzen om aardgasvrij te worden voor 2030. We zetten ons in op het voorkomen en bestrijden van energiearmoede. Daarom focussen we ons op het terugdringen van het aardgasverbruik, bewezen en betaalbare technieken voor aardgasvrij en CO2-neutraal. Inwoners en ondernemers krijgen bij het opstellen en uitvoeren van de plannen een centrale rol, want we doen het samen, als mienskip.

Voor het behalen van de doelstellingen in 2050 volgen we in de visie drie strategische sporen. Door de sporen “Iedereen isoleren”, “Stap voor stap aardgasvrij” en “Denk vooruit” te bewandelen, gaan we aan de slag met het terugdringen van het aardgasverbruik. Zo worden alle gebouwen geleidelijk aardgasvrij-ready gemaakt. In 2022 gaan we aan de slag met een uitvoeringsplan waarin we aangeven hoe we de concrete eerste stappen gaan zetten Samen met inwoners en belangrijke stakeholders zoals netbeheerder Liander, de woningcorporaties en andere relevante partijen wordt in de toekomst nagedacht hoe woningen van het aardgas worden afgekoppeld.

4

|

Samenvatting

Samenvatting

|

5

Inleiding

De noodzaak om over te gaan op duurzame energiebronnen Het doel van de Nederlandse overheid is om in 2050 geen schadelijke broeikasgassen zoals CO2 (kooldioxide) meer uit te stoten om de gevolgen van klimaatopwarming te beperken. Door minder aardgas te gebruiken en stapsgewijs alle gebouwen aardgasvrij te maken, verminderen we de uitstoot van CO2. Wij hopen daarmee te voorkomen dat het klimaat nog sneller opwarmt en de gevolgen op onze samenleving en natuur beter te kunnen beheersen. Klimaatverandering is een fenomeen met tastbare gevolgen die zich vandaag laten voelen. De extreme regenval (van 100-150mm in 24 uur) in o.a. Limburg en Duitsland en de hittegolven in Zuid-Europa zijn directe gevolgen van klimaatverandering, zo stellen het IPCC van de Verenigde Naties 1 en de Europese Commissie 2 . Door onze impact op het klimaat te beperken, zorgen we ervoor dat wij, onze kinderen en kleinkinderen hier nu en later fijn kunnen blijven wonen, werken en leven. We gebruiken aardgas om gebouwen te verwarmen, te koken en om warm te douchen. De komende 28 jaar gaan we stapsgewijs over van aardgas naar duurzame warmte. Deze verandering wordt ook wel de warmtetransitie genoemd.

Begrippen We proberen het gebruik van ingewikkelde, technische termen in deze Transitievisie Warmte zoveel mogelijk te vermijden. Maar het is niet altijd mogelijk om vaktermen helemaal niet te gebruiken. Van veel begrippen kunt u de precieze betekenis terugvinden in de begrippenlijst achterin deze Transitievisie Warmte.

8

|

1

SR15_Headline-statements.pdf (ipcc.ch)

2

Climate change consequences | Climate Action (europa.eu)

De noodzaak om over te gaan op duurzame energiebronnen

Doel van de Transitievisie Warmte Deze eerste Transitievisie Warmte laat zien waar we nu staan en beschrijft de eerste acties richting aardgasvrije woningen en gebouwen in de gemeenten in 2050. Deze Transitievisie Warmte beschrijft en onderbouwt welke alternatieven er zijn voor aardgas. Maar de warmtetransitie is naast een technische exercitie vooral een maatschappelijk vraagstuk dat achter elke voordeur komt. Daarom staat in deze visie ook hoe de gemeente Waadhoeke naar de warmtetransitie kijkt, welke uitgangspunten ze gaat hanteren en hoe ze verder willen samenwerken met inwoners en andere stakeholders. Omdat duurzaamheid niet alleen gaat om warmte en energie heeft de gemeente ook een Duurzaamheidsagenda opgesteld waarin thema’s zoals biodiversiteit, landschap en de bodem ook geaddresseerd worden. De Transitievisie Warmte is als het ware het spoorboekje naar een aardgasvrije gemeente Waadhoeke in 2050. Als gemeente weten we ons einddoel in 2050, maar we weten nog niet precies hoe we er komen. Direct van het aardgas afgaan is vaak te kostbaar en ingewikkeld. Daarom zet de gemeente eerst in op het zoveel mogelijk voorbereiden van alle gebouwen op een aardgasvrije toekomst. Zo zijn we optimaal voorbereid om voor 2050 alle gebouwen aardgasvrij te kunnen maken.

In de gemeentelijke Transitievisie Warmte stippelen we uit welke routes we kunnen nemen voor de verschillende wijken, buurten en dorpen in de gemeente Waadhoeke. Als gemeente staan we nog maar aan het begin van de warmtetransitie. Gaandeweg doen we steeds meer kennis en ervaring op. Daarom willen we onze Transitievisie Warmte in ieder geval iedere vijf jaar aanvullen met de nieuwste kennis en inzichten. De Transitievisie Warmte beschrijft ook hoe inwoners van Waadhoeke en de mienskip alvast aan de slag kunnen gaan. Vooral met het nemen van zogenoemde geen-spijtmaatregelen. Daarmee bespaart iedereenenergie én geld!

Doel van de Transitievisie Warmte

|

9

Leeswijzer In dit hoofdstuk heeft u gelezen over het hoe en waarom van deze Transitievisie Warmte. In het hoofdstuk 'Achtergrond' gaat het over de achtergrond en de samenhang met andere plannen over duurzame energie. In het hoofdstuk 'Totstandkoming' kunt u meer lezen over het proces dat is doorlopen om dit document op te stellen. In het hoofdstuk 'Onze gemeente' schetsen we de opgave waar we voor staan in de gemeente Waadhoeke en beschrijven we wat we belangrijk vinden bij het behalen van die opgave. In het hoofdstuk 'Oplossingen' gaan we nader in op de duurzame warmteoplossingen die kansrijk zijn voor de gemeente Waadhoeke. Tenslotte leest u in 'Ambitie en strategie' hoe we de komende jaren aan de slag gaan met het realiseren van de warmtetransitie in onze gemeente.

Begrippen We proberen het gebruik van ingewikkelde, technische termen in deze Transitievisie Warmte zoveel mogelijk te vermijden. Maar het is niet altijd mogelijk om vaktermen helemaal niet te gebruiken. Van veel begrippen kunt u de precieze betekenis terugvinden in de begrippenlijst achterin deze Transitievisie Warmte.

10

|

Leeswijzer

Leeswijzer

|

11

Achtergrond

Waarom een Transitievisie Warmte? In het Klimaatakkoord 1 is afgesproken dat de uitstoot van CO2 in 2030 met 49% moet zijn gedaald (ten opzichte van de uitstoot in het ijkjaar jaar 1990). De Europese Unie heeft per 2021 deze doelstelling voor 2030 voor haarzelf verhoogd naar 55% 2 . Naar verwachting stemt ook de Tweede Kamer komend jaar in met deze doelstelling, waardoor dit ook Nederlands beleid wordt waaraan de gemeente Waadhoeke zich moet conformeren. In 2050 mag er bijna helemaal geen uitstoot van CO2 meer zijn. In dat jaar moet de uitstoot met 95% zijn gedaald. Daarmee voorkomen we hopelijk dat het klimaat drastisch verder opwarmt. In de onderstaande tabel is te zien dat landelijk, ten opzichte van 1990, ruim 20% CO2-reductie is gerealiseerd. De eerste stappen zijn samen al gezet.

Het opvolgen van het Klimaatakkoord betekent dat we mondiaal in 2050 bijna geen vervuilende energie – waarbij CO2 vrijkomt – meer mogen gebruiken. Voorbeelden van vervuilende energie zijn benzine en aardgas. We stappen daarom over op duurzame energie zoals groene-waterstof of groene-elektriciteit, om niet alleen onze huizen te verwarmen, maar ook onze auto’s aan te drijven en de wasmachine te laten draaien. Deze verandering wordt ook wel de energietransitie genoemd. Deze Transitievisie Warmte gaat over de opgave om de woningen, bedrijfsgebouwen en maatschappelijke gebouwen (zoals scholen, kerken en klinieken) te verduurzamen. Het geheel van deze gebouwen noemen we ook wel gebouwde omgeving. In deze sector veroorzaakt het verwarmen met aardgas de grootste CO2-uitstoot. Het proces om over te stappen van verwarming met aardgas naar verwarming met duurzame warmtebronnen wordt dan ook de warmtetransitie genoemd.

14

|

1

Het Klimaatakkoord is op 28 juni 2019 gesloten tussen de Rijksoverheid en een brede vertegenwoordiging vanuit het bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties. Het vormt de kern van het Nederlandse klimaatbeleid en geeft invulling aan de afspraken die gemaakt zijn op de Klimaattop in Parijs in 2015. Daarbij is afgesproken dat de gemiddelde temperatuur van de Aarde niet met meer dan 2°C mag stijgen in de periode tot en met het jaar 2100. Meer informatie vindt u op de website van het Klimaatakkoord.

2

Klimaatbeleid | Klimaatverandering | Rijksoverheid.nl

Waarom een Transitievisie Warmte?

In de onderstaande infographic zijn de verschillende sectoren (tafels), en hun opgave binnen het Nederlandse Klimaatakkoord te zien.

Als onderdeel van het Klimaatakkoord is ook afgesproken dat – om de doelen hierboven te behalen – er in 2050 geen aardgas meer wordt gebruikt om gebouwen te verwarmen. Daarom gaan we, overal in Nederland, aan de slag om in de komende 30 jaar alle gebouwen in Nederland aardgasvrij te maken. In plaats van aardgas komt dan duurzame warmte. Deze verandering wordt ook wel de warmtetransitie genoemd.

Waarom een Transitievisie Warmte?

|

15

Wat staat er in de Transitievisie Warmte? In de Transitievisie Warmte staat het volgende centraal:

1. Wat is de opgave in de gemeente Waadhoeke? Voor we dieper ingaan op de manieren om gebouwen duurzamer te verwarmen in de gemeente Waadhoeke, schetsen we een beeld van de opgave. Hoeveel aardgas wordt er eigenlijk gebruikt door de dorpen, buurten en wijken in de gemeente en wat is er nodig om dit terug te dringen? Hierover kunt u meer lezen in het hoofdstuk 'Onze gemeente'.

2. Welke manieren zijn er om gebouwen in de gemeente Waadhoeke op een groene en duurzame manier te verwarmen? Er zijn verschillende mogelijkheden om gebouwen op een groene en duurzame manier te verwarmen. Bijvoorbeeld door een warmtepomp, warmtenet of iets anders. Dat ligt er maar net aan wat technisch kan en het meest betaalbaar is. Op een zogeheten WAT-kaart is voor de hele gemeente Waadhoeke per wijk, buurt en dorp inzichtelijk wat op dit moment de meest kansrijke manieren zijn om gebouwen duurzaam te verwarmen. Meer hierover is te lezen in het hoofdstuk ‘Oplossingen’.

3. Wat is de strategie om gebouwen in de gemeente Waadhoeke in 2050 op een groene en duurzame manier te verwarmen? In een aantal gebieden in de gemeente Waadhoeke kunnen misschien al voor 2030 stappen worden genomen richting aardasvrije gebouwen. In de strategie staat welke stappen de gemeente al op korte termijn neemt, en welke op de langere termijn, tot aan 2050. Meer hierover is te lezen in het hoofdstuk ‘Ambitie en strategie’.

En wat daarna? De landelijke overheid en gemeente staan nog maar aan het begin van de warmtetransitie. Gaandeweg krijgen we steeds meer kennis en ideeën en worden nieuwe ontdekkingen gedaan. Daarom willen we onze Transitievisie Warmte in ieder geval iedere vijf jaar aanvullen met de nieuwste kennis. Nadat de Transitievisie Warmte in december 2021 is vastgesteld, gaat de gemeente Waadhoeke aan de slag met de uitvoering van de strategie. Zo krijgen we een steeds vollediger antwoord op vragen, zoals: • Hoe gaan we de warmtetransitie betalen en hoe zorgen we dat iedereen – jong, oud, arm en rijk – mee kan doen? • Hoe gaan we de warmtetransitie organiseren? Wat is de rol van de gemeente, inwoners en andere betrokkenen? • Hoe werkt de warmtetransitie qua wet – en regelgeving?

Waar de Transitievisie Warmte niet over gaat In de Transitievisie Warmte stippelen we alleen de route uit voor gebouwen zoals huizen en bedrijven. De industrie valt hier niet onder. Daar wordt aardgas namelijk niet alleen maar gebruikt om het gebouw warm te houden, maar ook om bijvoorbeeld producten te maken of om vuilnis te verbranden. Daarvoor zijn de alternatieve verwarmingsmethoden die in deze Transitievisie Warmte worden beschreven, niet geschikt. De Transitievisie Warmte gaat daarnaast alleen over gebouwen die voor het jaar 2018 zijn gebouwd. Alle gebouwen waarvoor de bouwvergunning na 2018 is verleend, zijn al aardgasvrij.

16

|

Wat staat er in de Transitievisie Warmte?

Plannen maken voor de energietransitie Er worden op verschillende schaalniveaus plannen gemaakt om de energie- en de warmtetransitie te versnellen. Hieronder lichten wij de belangrijkste plannen kort toe.

Internationale plannen Het meest relevante plan voor de huidige internationale klimaataanpak is het VN-klimaatakkoord van Parijs. Hierin is afgesproken om de opwarming van de aarde te beperken tot ruim onder de 2°C . Met een duidelijk zicht op 1,5°C. Het klimaatakkoord van Parijs is door Nederland in 2016 ondertekend namens de 28 lidstaten van de Europese Unie 1 en vormt de basis van de Europese en Nederlandse plannen.

Nationale plannen Op landelijk niveau is in 2019 het Klimaatakkoord vastgesteld waarin onze nationale doelen zijn vastgesteld in relatie tot de doelstellingen van het klimaatakkoord van Parijs. Ook wordt op nationaal niveau gewerkt aan wetten en regelgeving om bijvoorbeeld de energietransitie betaalbaar te maken én houden voor iedereen. Aanvullend op deze nationale plannen, heeft de gemeente Waadhoeke samen met 106 andere gemeenten ook de nationale Global Goals 2 opgenomen als onderdeel van haar eigen Duurzaamheidsagenda.

Regionale plannen Regionaal wordt gewerkt aan de Regionale Energie Strategie, ook wel de RES genoemd. Hierin werken gemeenten samen om te bepalen waar duurzame elektriciteit in de toekomst wordt opgewekt. Dat kan bijvoorbeeld door windmolens en zonnepanelen te bouwen. Ook wordt in de RES bekeken welke en hoeveel duurzame warmtebronnen in de regio beschikbaar zijn. Dat staat in de Regionale Structuur Warmte (RSW). In de RES Fryslân kunt u meer lezen over de plannen in de provincie Fryslân.

Lokale plannen De gemeente Waadhoeke heeft in 2021 haar duurzaamheidsagenda vastgesteld. Daarin staat onder meer dat we als gemeente onze CO2-uitstoot met 49% willen terugbrengen in 2030. In de duurzaamheidsagenda staat beschreven welke stappen de gemeente zet om haar duurzaamheidsambities te halen. Hierin staat dat de gemeente zichzelf het doel heeft gesteld jaarlijks gemiddeld 1,75% energie te besparen. Ook wil de gemeente Waadhoeke in 2040 energieneutraal zijn. Dat betekent dat er in de gemeente net zoveel duurzame energie moet worden opgewekt als dat er totaal aan energie wordt gebruikt. De gemeente Waadhoeke is vanaf 2021 begonnen met het opstellen van haar Transitievisie Warmte. Samen met de gemeente Harlingen wordt gekeken of er kansen zijn om samen op te trekken in een vervolg van de Transitievisie Warmte.

2

Global Goals

Plannen maken voor de energietransitie

|

17

Totstandkoming

Totstandkoming In 2020 is de gemeente Waadhoeke begonnen met het voorbereiden op de Transitievisie Warmte. De gemeente heeft er voor gekozen om samen met de gemeente Harlingen het proces te doorlopen om te komen tot een Transitievisie Warmte. In maart 2021 heeft de gemeenteraad van Waadhoeke ingestemd met het Plan van Aanpak voor het opstellen van de Transitievisie Warmte en is de gemeente Waadhoeke gezamenlijk met de gemeente Harlingen aan de slag gegaan met het opstellen daarvan. Er wordt daarbij samengewerkt op bestuurlijk en ambtelijk niveau. Beide gemeenten zijn deel van de kerngroep en hebben een reeks gezamenlijke bestuurlijke overleggen georganiseerd binnen het traject van de Transitievisie Warmte. Deze Transitievisie Warmte is eind 2021 (december) vastgesteld door de gemeenteraad van Waadhoeke. In het figuur hieronder is te zien welk proces is doorlopen om tot de Transitievisie Warmte voor de gemeente Waadhoeke te komen.

De Transitievisie Warmte is niet door de gemeentes alleen opgesteld. De gemeente Waadhoeke heeft in het proces naar de Transitievisie Warmte samengewerkt met onder meer: • • • • •

20

|

netbeheerder Liander Wetterskip Fryslân waterbedrijf Vitens woningcorporaties Accolade en Wonen Noordwest Friesland huurdersverenigingen Franeker en De Bewonersraad Friesland

Totstandkoming

Met al deze partijen zijn gesprekken gevoerd om uitgangspunten en onderzoeken die in de Transitievisie Warmte zijn gedaan te toetsen. Zo zorgen we ervoor dat de Transitievisie Warmte zo goed mogelijk past bij de gemeente Waadhoeke. Middels een enquête zijn inwoners in het begin van het proces gevraagd hoe zij tegen duurzaamheid kijken, wat hun situatie is en hoe en waarover zij op de hoogte gehouden willen worden en in het proces. Nadat de visie in concept was opgesteld, zijn inwoners op woensdag 6 oktober 2021 in de gelegenheid geweest om een inloopavond te bezoeken en vragen te stellen. Deze avond is gelijktijdig georganiseerd op twee locaties in de gemeente (in Franeker en Sint-Annaparochie).

Totstandkoming

|

21

Onze gemeente

De opgave in de gemeente Waadhoeke In totaal wordt in de gemeente Waadhoeke 6.020 Terajoule 1 , 2 aan energie verbruikt. Het gaat dan om het totale gebruik van zowel elektriciteit en gas door alle huizen en bedrijven in de gemeente. Ook het gebruik van brandstoffen door voertuigen is hierbij meegenomen. Een overzicht van de energieverbruiken is op de onderstaande grafiek te zien. Van deze 6.020 TJ aan energie wordt ongeveer 3.979 TJ gebruikt als warmte. Deze warmte wordt gebruikt door de industrie, bedrijven en huizen. Het gedeelte van deze warmte dat voor de verwarming van woningen wordt gebruikt is ongeveer 1.543 TJ. De rest van de warmtevraag wordt verbruikt door de industrie en bedrijven. In onderstaande figuur is de trend van het energieverbruik per sector in de gemeente Waadhoeke uitgebeeld.

De gemeente Waadhoeke telde ruim 21.000 woningen in 2020. Twee-derde daarvan waren koopwoningen, de rest waren huurwoningen. Woningcorporatie Accolade heeft het grootste deel van de sociale huurwoningen in bezit.

24

|

1

Één Terajoule komt overeen met circa 28.400 m3 (kuub) aardgas, 277.778 kilowattuur elektriciteit of 27.000 liter diesel. Dit staat in Waadhoeke gelijk aan het jaarlijkse gasverbruik van circa 20 huishoudens, het jaarlijkse stroomgebruik van circa 106 huishoudens of het circa 600 keer voltanken van een gemiddelde B-segmentauto.

2

Gegevens uit 2019 van de Klimaatmonitor (https://klimaatmonitor.databank.nl/dashboard/dashboard/energieverbruik/)

De opgave in de gemeente Waadhoeke

Het gemiddelde gasverbruik van huishoudens in de gemeente Waadhoeke is 1.700m3 voor koopwoningen. Het gemiddelde van huurwoningen valt fors lager uit, en bedraagt 1.300m3 per jaar.

Het aantal zonnepanelen op daken van woningen in de gemeente Waadhoeke is de afgelopen jaren ook gestaag omhoog gegaan; ongeveer 1 op de 5 inwoners van de gemeente Waadhoeke hebben zonnepanelen op hun dak. Dit is min of meer gelijk aan het gemiddelde van Fryslân. Deze vorm van energieopwek vormt samen met verschillende zon-opwekprojecten in de gemeente de op een na grootste bron van duurzame energie na windturbines op land.

De opgave in de gemeente Waadhoeke

|

25

In de grafieken “energieverbruik naar sector” en “bekende hernieuwbare elektriciteit” is goed te zien dat er veel meer energie wordt verbruikt dan duurzaam opgewekt wordt. Door het participeren in en het opstellen van de Regionale Energiestrategie, de Duurzaamheidsagenda en de Transitievisie Warmte verkent de gemeente haar route naar een CO2-neutrale en duurzame toekomst.

Het energiegebruik vergeleken In Nederland wordt in totaal ongeveer 1.360.000 TJ aan aardgas verbruikt. Een gemiddeld huishouden in Nederland gebruikt anno 2021 circa 1.500 m3 aardgas per jaar. Dat staat gelijk aan ongeveer 0,05 TJ. In de gemeente Waadhoeke ligt het jaarlijks gemiddeld gasverbruik iets lager, met 1.410 m3 per huishouden (gegevens van 2019). Om in 2050 aardgasvrij te zijn, moeten er gedurende de 29 jaar tot 2050 in de gemeente Waadhoeke jaarlijks gemiddeld 1065 woningen van het aardgas overstappen op duurzame warmte. De industrie en de bedrijven zullen ook een grote bijdrage aan de energietransitie moeten leveren voor een CO2-neutrale gemeente Waadhoeke. Deze opgave valt onder een ander parallel programma, buiten de Transitievisie Warmte. In de bijlage ‘Verdieping: toelichting op gebruikte energie-eenheden’ is meer te lezen over de energie-cijfers.

26

|

De opgave in de gemeente Waadhoeke

Wat vinden we belangrijk? In aanloop naar het opstellen van deze Transitievisie Warmte heeft de gemeente Waadhoeke (samen met de gemeente Harlingen) een aantal uitgangspunten vastgesteld. Onze gezamelijke uitgangspunten geven aan wat we belangrijk vinden. Met deze uitgangspunten is vervolgens de Transitievisie Warmte opgesteld. Duurzaamheid: Klimaatverandering wordt steeds duidelijker merkbaar. Er moet meer gedaan worden om de gevolgen hiervan te beperken. Daarom zet de gemeente Waadhoeke in de warmtetransitie in op CO2-reductie. Aardgasvrij is een middel, geen doel in de gemeente Waadhoeke. In eerste instantie zet de gemeente in op het besparen van energie en stapgewijs naar CO2-neutraal en aardgasvrij te komen. De gemeente Waadhoeke blijft de nieuwste ontwikkelingen continu bijhouden rondom kansrijke technische oplossingen naar CO2-neutraal.

Realisme: We gaan als gemeente stapgewijs aan de slag. We maken alleen goed onderbouwde en robuuste keuzes en zijn slimme volgers in de plan- en uitvoering. Bij het prioriteren van wijken, buurten en dorpen kijken we naar plekken waar een heel duidelijke voorkeur voor één oplossing is en/of er sociale kansen zijn en/of er werk met werk te combineren is (koppelkansen). Zijn die er niet, dan maken we vooralsnog geen prioritering.

Betaalbaarheid: De gemeente Waadhoeke zet zich in op het voorkomen en bestrijden van energiearmoede. Daarom focussen we op bewezen en betaalbare technieken voor aardgasvrij en CO2-neutraal. Iedereen moet mee kunnen doen. De rekening mag niet bij onze inwoners komen te liggen. Daarom kijken we naar de gehele keten: van opwek tot en met de eindgebruiker, en investeert en ondersteunt de gemeente op een doelmatige en slimme manier.

Wat vinden we belangrijk?

|

27

Participatie: Inwoners en ondernemers krijgen bij het opstellen en uitvoeren van de plannen een centrale rol, want we doen het samen, als mienskip! De gemeente gaat aandacht besteden om haar bewoners te informeren op een eerlijke, laagdrempelige en eenduidige manier over onze plannen. We waken er zoveel mogelijk voor dat onze ambitie als gemeente aan kan sluiten bij de draagkracht en het enthousiasme van onze inwoners, zodat we een gezamelijke en gedragen ambitie hebben.

Verdiepende hoofdstukken • Verdieping: begrippenlijst • Verdieping: toelichting op gebruikte energie-eenheden

28

|

Wat vinden we belangrijk?

Wat vinden we belangrijk?

|

29

Oplossingen

Duurzame oplossingen uitgelegd In dit onderdeel zijn meerdere keren de termen individuele oplossing en collectieve oplossing genoemd. Individuele en collectieve oplossingen zijn oplossingsrichtingen om gebouwen uiteindelijk duurzaam te verwarmen. Bij een individuele oplossing heeft elk gebouw een eigen duurzame warmtebron. Iedere inwoner bepaalt zelf welke warmtebron hij of zij kiest. Voorbeelden van individuele oplossingen zijn een warmtepomp of een cv-ketel met hernieuwbaar gas. Andere oplossingen – zoals een warmtenet – zijn collectief (gezamenlijk). Daarbij wordt een duurzame warmtebron gedeeld met de hele straat, buurt of wijk. In de bijlage ‘Verdieping: hoe werken de oplossingen en welke warmtebronnen zijn er beschikbaar?’ en de infographic hieronder is meer informatie over de individuele en collectieve oplossingen te vinden.

32

|

Duurzame oplossingen uitgelegd

Aandachtspunten bij duurzame warmteoplossingen Geen-spijtmaatregelen: Voordat gebouwen aardgasvrij worden gemaakt is het belangrijk om eerst energie te besparen. Dat kan bijvoorbeeld door korter te douchen of de verwarming minder hoog te zetten. Van de geenspijt maatregelen, is het belangrijkste dat huizen goed worden geïsoleerd. Er gaat hierdoor minder warmte uit het huis verloren – of verspild - waardoor de verwarming niet zo vaak aan hoeft. Dat bespaart gebruik van aardgas en zorgt ervoor dat de CO2-uitstoot omlaag gaat. Het kost geld om het huis te isoleren, maar de energierekening gaat dan ook omlaag. Na een aantal jaar levert isoleren de inwoner vaak zelfs geld op en zijn de kosten voor het isoleren terugverdiend. Om deze reden zijn deze maatregelen geen-spijtmaatregelen. Bovendien hoeven we de energie die we niet meer nodig hebben door besparing, niet te produceren. Hoever gaan we met isoleren? Met de term energielabel of schillabel wordt aangegeven in hoeverre een gebouw geisoleerd is. Het schillabel gaat alleen over de schil van het gebouw; de muren, het dak, glas, en vloeren. Een energielabel gaat over meer dan alleen de isolatiegraad. Een energielabel neemt bijvoorbeeld ook mee welke soort ventilatie en verwarming gebruikt wordt. Des te lager de temperatuur die de verwarming uitstraalt, des te meer er geïsoleerd moet worden.

Een vuistregel voor lagetemperatuur-verwarming – zoals een warmtepomp – is dat het minimaal nodig is om te isoleren tot schillabel B om een woning goed warm te houden en het elektriciteitsverbruik te beperken. Elektriciteitsnetwerk: Het gebruik van een warmtepomp kost elektriciteit. Als iedereen een warmtepomp installeert, dan gaat het elektriciteitsgebruik omhoog. Soms kan het elektriciteitsnetwerk dat niet aan. Het kan dan nodig zijn om het elektriciteitsnet te verzwaren door meer of dikkere kabels in de grond te leggen, of middenspanningsruimtes aan te passen. Nauw contact met de netbeheerder is nodig om te voorkomen dat er problemen op het elektriciteitsnetwerk ontstaan. Om helemaal groen en duurzaam te zijn, moet de extra elektriciteit die nodig is wanneer inwoners een warmtepomp installeren natuurlijk ook groen en duurzaam zijn. Hiervoor zijn extra zonnepanelen en windmolens nodig. In de RES wordt gekeken waar en hoe deze elektriciteitsopwek plaats kan vinden. Opslag van energie: Het kan zijn dat de balans tussen vraag en aanbod niet altijd goed is: soms wordt er meer energie opgewekt dan er gebruikt wordt of andersom. Bijvoorbeeld wanneer de zon erg schijnt en de wind hard waait terwijl mensen bijvoorbeeld op kantoor of met vakantie zijn. Of wanneer het erg koud is in de winter, maar de zon al onder is.

Om deze onbalans op te vangen, is opslag van energie een belangrijk aandachtspunt. Hierop moet het energiesysteem zijn ingericht. Ruimte: Ook vraagt de warmtetransitie veel van onze ruimte, zowel in de onder- en bovengrond. De keuzes die we maken hebben mogelijk gevolgen voor de biodiversiteit en het landschap waar we bewust mee moeten omgaan. Collectieve en individuele oplossingen hebben vaak gevolgen op ruimte. Denk hierbij aan het verzwaren van elektriciteitsnetwerk, het plaatsen van extra transformatorhuisjes of het aanleggen van een warmtenet wat zorgt voor extra drukte in de ondergrond. Of het aanleggen van zonnevelden voor het electrolyseren van groene waterstof. Niet overal zal genoeg ruimte zijn, of is de ruimte geschikt. Bij het maken van deze plannen en uitvoeren van de werkzaamheden zorgt de gemeente dat de gevolgen voor het landschap, biodiversiteit en natuur niet aagetast maar, waar mogelijk, juist versterkt worden. Werk-met-werk: De gemeente Waadhoeke probeert de warmtetransitie zo haalbaar en betaalbaar mogelijk te houden. We zorgen dat er zoveel mogelijk werk-met-werk combineren. Er wordt daarom altijd gezocht naar koppelkansen, zodat als een weg open moet voor werkzaamheden, er meteen een warmtenet kan worden aangelegd of daar het elektriciteitsnet verzwaard gaat worden.

Zo hebben inwoners maar één keer last van werkzaamheden en is dat vaak goedkoper – en besteed de gemeente dus slimmer haar middelen uit. Door minder vaak de ondergrond overhoop te halen, wordt de natuur minder verstoord. De gemeente Waadhoeke wil voorkomen dat, wanneer straten op een warmtenet over stappen, een paar inwoners gas blijven gebruiken. Er moet dan een groot (gas)netwerk beheerd worden voor een kleine groep gebruikers. Dat zou de warmtetransitie uiteindelijk onnodig duur maken. Ook hiervoor is nauw contact met de netbeheerder, woningcorporaties en beheerders van bijvoorbeeld riolen, wegen, openbare ruimte nodig.

Aandachtspunten bij duurzame warmteoplossingen

|

33

Beschikbaarheid van hernieuwbaar gas: Groengas kan gemaakt worden van organisch restafval of biogrondstoffen. Groene waterstof wordt geelectrolyseerd uit water door middel van duurzame elektriciteit. Er is veel onzekerheid en discussie rondom hernieuwbaargas. In Nederland is te weinig hernieuwbaar gas beschikbaar om alle gebouwen duurzaam te verwarmen. Ook is niet bekend hoeveel hernieuwbaar gas er in de toekomst beschikbaar komt. Het is in ieder geval zeer onwaarschijnlijk dat het voldoende zal zijn om alle gebouwen mee te kunnen verwarmen. Om deze redenen is het belangrijk om realistisch om te gaan met de inzet van hernieuwbaar gas, en het alleen inzetten waar alternatieven niet passen. De gemeente Waadhoeke blijft de ontwikkelingen rondom hernieuwbaar gas nauw volgen bij het maken en uitvoeren van duurzaamheidsplannen.

34

|

Aandachtspunten bij duurzame warmteoplossingen

Wat zijn de kansrijke duurzame oplossingen in de gemeente Waadhoeke? Welke duurzame oplossing het meest kansrijk is, verschilt per gebied en soms zelfs per gebouw. Het hangt bijvoorbeeld af van: • • • • • •

De beschikbaarheid van duurzame (rest-)warmtebronnen in de omgeving; Het type gebouw en het bouwjaar; Hoe dicht gebouwen bij elkaar staan; De geschiktheid van het elektriciteitsnetwerk en/of gasnetwerk; Het huidige energielabel van het gebouw en de mogelijkheden om het energielabel te verhogen; De beschikbare groene, duurzame warmteoplossingen – de technieken – en de kosten daarvan.

Welke duurzame warmteoplossing gekozen wordt hangt ook af van de voorkeur en wensen van onze inwoners, eigenaren van gebouwen en andere betrokkenen.

De WAT-kaart voor de gemeente Waadhoeke Op de volgende twee pagina's is de WAT-kaart voor de gemeente Waadhoeke afgebeeld. Hierop is voor ieder dorp en iedere buurt te zien wat op dit moment de meest kansrijke warmte-oplossing lijkt. Op de WAT-kaart zijn vier verschillende kleuren te zien met elk hun eigen betekenis, namelijk: • Oranje: Hier lijkt een collectieve oplossing (een warmtenet) het meest kansrijk. Dit geldt voor de binnenstad van Franeker. • Blauw: Hier lijkt een individuele oplossing (all-electric of hybride) het meest kansrijk. Dit is het geval voor vrijwel het gehele buitengebied van de gemeente Waadhoeke, waaronder in ieder geval (delen van) Franeker, Dronryp, Menaam, Berlikum, Minnertsga, St. Jacobiparochie, St. Annaparochie, Tzummarum en Pietersbierum. • Oranje-blauw gearceerd: Hier lijkt een combinatie van collectieve en individuele oplossingen het meest kansrijk te zijn. Het eindbeeld is dan gemengd: sommige gebouwen zullen worden aangesloten op een warmtenet en andere gebouwen zullen een individuele oplossing krijgen. Dit is het geval voor Franeker (Sexbierumerplan, Professorenbuurt, Keningspark), Sint Annaparochie (Zuidoost), Minnertsga (Boskdykje) en Klooster Lidlum. • Grijs: Voor deze buurten is het onduidelijk welke oplossing hier kansrijk is.

In deze buurten ligt voornamelijk industrie (dat een ander verbruiksprofiel kent) of zijn onvoldoende gegevens bekend. Voor de WAT-kaart geldt dat: 1. Deze kaart is geen definitief eindbeeld, maar het begin. Er worden nu nog geen definitieve keuzes gemaakt voor een bepaalde duurzame warmteoplossing. Concretere keuzes worden pas gemaakt tijdens het opstellen van de Wijk- en Warmte-uitvoeringsplannen (WUP), samen met bewoners en andere stakeholders. 2. De WAT-kaart betekent niet dat er alleen per buurt gewerkt wordt aan de warmtetransitie. Soms kan het handiger zijn om kleinschaliger (bijvoorbeeld voor een aantal straten) of juist grootschaliger, gemeentebreed aan de slag te gaan. 3. Ter plaatse van de grijs gekleurde gebieden op de WAT-kaart is nu niet duidelijk welke warmteopties meest kansrijk zijn. In deze gebieden is veel industrie aanwezig of zijn onvoldoende gegevens voorhanden om uitspraken op te baseren.

Hoe is de WAT-kaart bepaald? De WAT-kaart is bepaald aan de hand van maatschappelijke kosten. Met maatschappelijke kosten worden de kosten voor de hele maatschappij bedoeld. Dat is een optelsom van allerlei kosten, zoals de kosten van het gebruiken van een warmtebron, tot het aanleggen van de infrastructuur en de kosten om in een gebouw gebruik te maken van de warmte. De maatschappelijke kosten zijn tot stand gekomen met behulp van een model dat is gemaakt met data en informatie van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL). Meer informatie is te vinden in de bijlage ‘Verdieping: hoe is de WAT-kaart bepaald?’.

Wat zijn de kansrijke duurzame oplossingen in de gemeente Waadhoeke?

|

35

Collectieve warmtenetten in de gemeente Waadhoeke Warmtenetten zijn kansrijk in waar veel gebouwen dicht op elkaar staan en de totale vraag naar warmte hoog is. In deze gebieden kunnen veel woningen en gebouwen gebruik maken van een warmtenet waardoor kosten voor het aanleggen en exploiteren van een warmtenet financieel aantrekkelijker wordt.

Warmtebronnen in de gemeente Waadhoeke Er zijn een aantal duurzame warmtebronnen in de gemeente beschikbaar waarmee een warmtenet (deels) mee verwarmd zou kunnen worden. Zo komt er restwarmte vrij van de industrie bij Franeker waardoor de haalbaarheid van een warmtenet verbeterd wordt. Hoe bruikbaar deze restwarmte echt is, moet nog verder onderzocht worden. Het kan ook mogelijk zijn om (lagetemperatuur-) warmte te halen uit het water van bijvoorbeeld het Van Harinxmakanaal, de Franekertrekvaart en/of de Waddenzee. Dat wordt thermische energie uit oppervlaktewater (TEO) of aquathermie genoemd. Met een warmtenet kan de warmte vervolgens naar gebouwen worden gebracht. Of deze warmte dan ook gelijk in woningen, zonder veel aanpassingen, gebruikt kan worden is echter nog afhankelijk van veel factoren.

Warmte-opslag in de bodem Het kan zo zijn dat er geen warmte beschikbaar is op de momenten dat er vraag naar is. Het is dan om de warmte in de grond op de slaan. Dat kan met een warmte-koude opslagsysteem (WKO). Hierbij wordt het overschot aan warmte – die vaak in de zomer ontstaat als de verwarming uit staat – in de grond bewaard. In de winter kan de warmte worden gebruikt om een gebouw te verwarmen. In de bijlage ‘Verdieping: hoe werken de oplossingen en welke warmtebronnen zijn er beschikbaar' is meer te lezen over hoe aquathermie en een warmte-koude opslagsysteem werkt en wat de potentie is binnen de gemeente Waadhoeke voor de verschillende warmtebronnen.

Welke buurten in de gemeente Waadhoeke zijn geschikt voor een warmtenet? In het overzicht hieronder is te lezen welke gebieden in de gemeente Waadhoeke kansrijk zijn voor een warmtenet.

Buurten

Toelichting

Franeker (Binnenstad)

Voor het centrum van Franeker geldt dat een collectieve oplossing (een warmtenet) het meest kansrijk lijkt. Op welke manier dit warmtenet verwarmd gaat worden is nog niet bekend. Één mogelijke bron zou de restwarmte van de papierfabriek van Huhtamaki kunnen zijn.

Franeker (Sexbierumerplan, Professorenbuurt, Keningspark), Sint Annaparochie (Zuidoost), Minnertsga (Boskdykje), Klooster Lidlum

Voor deze gebieden geldt dat zowel individuele oplossingen als collectieve oplossingen kansrijk zijn. In bepaalde delen van de buurten waar de warmtevraag hoog is, is het aanleggen van een (kleinschalig) warmtenet een optie. De warmtebron voor dit warmtenet is nog niet bekend, maar aquathermie in combinatie met WKO en lagetemperatuur-restwarmte van de voedingsmiddelenindustrie in Oosterbierum de zijn potentieel een mogelijkheid.

Voor de ontwikkeling van een warmtenet is de beschikbaarheid van voldoende en geschikte warmtebronnen belangrijk. Uitgebreide informatie over warmtebronnen in en rondom de gemeente Waadhoeke is te vinden in de bijlage ‘Verdieping: hoe werken de oplossingen en welke warmtebronnen zijn er beschikbaar?'. Voor alle gebieden die kansrijk lijken voor een warmtenet geldt dat er meer onderzoek moet worden gedaan om te bepalen of een warmtenet écht kansrijk is en welke gebouwen het beste aangesloten kunnen worden op het warmtenet. De WAT-kaart, zoals nu geschetst, is dus een eerste verkenning die steeds verder uitgewerkt moet worden.

38

|

Wat zijn de kansrijke duurzame oplossingen in de gemeente Waadhoeke?

Individuele oplossingen in de gemeente Waadhoeke In de meeste gebieden in de gemeente Waadhoeke zijn individuele oplossingen het meest kansrijk. Hierbij maakt iedere inwoner van Waadhoeke zelf de keuze over hoe zijn of haar huis in de toekomst duurzaam wordt verwarmd. Dat doen onze bewoners op het moment dat zij dat zelf willen. Bijvoorbeeld omdat de cv-ketel kapotgaat of omdat de inwoner duurzaamheid belangrijk vindt. Inwoners kunnen ook samen aan de slag om duurzame warmte in hun buurt te stimuleren. Bijvoorbeeld door gezamenlijk warmtepompen in te kopen of isolatiemaatregelen te nemen. Dat geheel vrijwillig; uiteindelijk maken de inwoners zelf een keuze wanneer en hoe ze dit doen. In de bijlage ‘Verdieping: hoe werken de oplossingen en welke warmtebronnen zijn er beschikbaar?’ is meer te lezen over hoe deze warmtepompen werken. Ook zijn hybride warmtepompen mogelijk. In het overzicht hieronder is te lezen welke gebieden in de gemeente Waadhoeke kansrijk zijn voor individuele oplossingen.

Buurten

Toelichting

Franeker (Witsens, Kaatsersbuurt, Alvestêdewyk)

In deze gebieden lijkt het het meest kansrijk om in te zetten op een individuele oplossing in de vorm van een warmtepomp. Een warmtenet is in deze wijken niet kansrijk omdat de warmtevraag laag is en de huizen ver uit elkaar staan. De meeste gebouwen zijn relatief nieuw en goed geïsoleerd (energielabel C of hoger). Er kan meteen worden gekozen voor het toepassen van lagetemperatuurverwarming (zoals vloerverwarming) en de installatie van een all-electric warmtepomp. Als tussenstap kan een hybride warmtepomp geïnstalleerd worden.

Overige dorpen, buurtschappen en buitengebied

Voor deze buurt is een individuele oplossing het meest kansrijk. De nieuwere gebouwen zijn vaak al goed geïsoleerd. Het toepassen van lagetemperatuurverwarming en waar nodig het verbeteren van de isolatie gevolgd door installatie van een allelectric warmtepomp is een logische optie. Als tussenstap kan een hybride warmtepomp geïnstalleerd worden. Hiervoor is een lagetemperatuur-verwarmingssysteem niet noodzakelijk. Op termijn kan de hybride warmtepomp worden aangevuld met een cv-ketel op basis van hernieuwbaar gas. Oudere gebouwen worden eerst geisoleerd voordat er een hybride warmtepomp kan worden gebruikt. Om de overstap naar een all-electric warmtepomp te maken is verregaande isolatie nodig. Dit kan samenlopen met een verbouwing of bij grootonderhoud.

Verdiepende hoofdstukken • Verdieping: hoe werken de oplossingen en welke warmtebronnen zijn er beschikbaar? • Verdieping: hoe is de WAT-kaart bepaald? • Verdieping: CBS-wijkindeling

Wat zijn de kansrijke duurzame oplossingen in de gemeente Waadhoeke?

|

39

Ambitie en strategie

Ambitie De ambitie van de gemeente Waadhoeke is om in 2050 te voldoen aan de internationaal en nationaal vastgestelde doelstelling om 95% CO2-besparing te realiseren ten opzichte van het ijkjaar 1990. Dat willen we bereiken door het gebruik van aardgas voor ruimteverwarming stop te zetten. Dit einddoel staat vast en is duidelijk. Ergens in de periode tot 2050 gaan huizen en buurten binnen onze gemeente van het aardgas af. Voor 2040 heeft de gemeente Waadhoeke de ambitie om energiegieneutraal te zijn. Deze ambitie is vastgelegd in onze Duurzaamheidsagenda, maar staat in principe los van de ambitie rondom CO2-besparing omdat het hier om twee verschillende doelstellingen gaat. Dat is zo, omdat energieneutraliteit ook behaald kan worden zonder de CO2-besparingsdoelstelling te halen. 1 Landelijke en internationaal is afgesproken om in 2030 49% CO2-besparing ten opzichte van het ijkjaar 1990 te realiseren. Deze besparingsambitie wordt naar verwachting verhoogd tot 55% wanneer dit Europese voorstel door de Tweede Kamer wordt goedgekeurd. De gemeente Waadhoeke zal daarin een bijdrage gaan leveren, maar legt zichzelf en haar bewoners nog geen concrete doelen op. In de strategie lichten we toe hoe wij invulling willen geven aan de warmtetransitie in onze gemeente. We gaan in op welke stappen we al voor 2030 nemen en welke daarna.

Ook schetsen we de eerste contouren van de route richting een aardgasvrije gemeente Harlingen tot 2050. Tenslotte kunt u lezen hoe we willen bijhouden of we onze ambities hebben behaald en wat u zelf al kunt doen.

1

42

|

Energieneutraal betekent dat er binnen de gemeente minstens evenveel energie wordt opgewekt als er lokaal verbruikt wordt. Dat betekent niet dat er helemaal geen aardgas meer mag worden gebruikt; zolang er minstens evenveel energie wordt opgewekt dan verbruikt, is de bron niet van belang om aan deze doelstelling te voldoen.

Ambitie

Strategie De gemeente Waadhoeke is slimme volger van de landelijke en regionale doelstellingen en houdt de nieuwste ontwikkelingen goed bij om naar een CO2-neutrale en aardgasvrije gemeente te komen in 2050. In onze gemeente gaan we nog geen wijken, buurten en dorpen aardgasvrij maken voor 2030. Dat vinden wij nog te vroeg. De klimaatopgave is zeer complex, en vergt de juiste aandacht en tijd. Er heerst tot dusver nog veel onzekerheid over beschikbaarheid van de alternatieven voor aardgas en bovendien is volledig van het aardgas afgaan nu vaak nog te kostbaar. We kiezen ervoor om stapsgewijs richting aardgasvrij te gaan. Om onze ambities te halen en de gebouwen in de gemeente Waadhoeke in 2050 aardgasvrij te hebben gemaakt en onze CO2-uitstoot met 95% te hebben verlaagd volgen we drie strategische sporen.

Spoor 1: iedereen isoleren!

De gemeente Waadhoeke wil resultaatgericht aan de slag met energiebesparing om de warmtevraag (en daarmee de aardgasvraag) te verminderen. Isolatie en gedragsverandering is daarin de belangrijkste stap. In 2022 gaat de gemeente aan de slag met het verder uitwerken van regelingen en instrumenten om binnen de gemeente energie – en daarmee CO2 – te besparen. Dit programma volgt de doelstelling van 17,5% energiebesparing in 2030 ten opzichte van 2020. Dat betekent dat we een jaarlijkse energiebesparing nastreven van 1,75%. Uit een analyse van het besparingspotentieel met geen-spijtmaatregelen blijkt dat we een aanzienlijk deel van de huidige warmtevraag (circa 25%) kunnen besparen wanneer inwoners hun huis verbeteren. Hier kunt u meer over lezen in de bijlage 'Verdieping: energiebesparingspotentie per buurt met geen-spijtmaatregelen'.

Spoor 2: stap voor stap aardgasvrij worden

Uiteindelijk is het de bedoeling dat ieder gebouw in de gemeente Waadhoeke in de periode tussen nu en 2050 aardgasvrij wordt. Dat doen we stap voor stap. We zetten in op een geleidelijke transitie. De gemeente Waadhoeke heeft besloten niet zelf actief aan de slag te gaan met het volledig aardgasvrij maken van wijken, buurten en dorpen vóór 2030. Vooral waar een collectieve oplossing mogelijk kansrijk is, gaan we verdiepend onderzoek uitvoeren. Zo maken we tot 2030 de WAT-kaart steeds concreter. Door hiermee aan de slag te gaan krijgen we een beter antwoord op de volgende vragen: • Is een warmtenet technisch écht kansrijk of gaan we toch voor individuele oplossingen?

Strategie

|

43

• Kloppen de uitkomsten van de WAT-kaart technisch gezien precies en hoe gaan we de kansrijke, duurzame warmteoplossingen in een bepaald gebied betalen? • Hoe kunnen we werk met werk combineren? Kunnen we bijvoorbeeld werkzaamheden aan riolen en wegen uitstellen? Is er sprake van grootschalige renovatieplannen bij woningcorporaties? En moeten we in bepaalde wijken het gasnetwerk vervangen of eruit halen? • Hoe zorgen we ervoor dat er draagvlak onder inwoners ontstaat?

Spoor 3: denk vooruit, flexibel anticiperen op ontwikkelingen

In veruit de meeste wijken, buurten en dorpen in de gemeente Waadhoeke is een individuele oplossing het meest kansrijk. Vaak is het afhankelijk van de ouderdom en de staat van het gebouw of dat dan een allelectric warmtepomp is of een hybride warmtepomp met (hernieuwbaar) gas is. De gebouweigenaren doen dat op een moment dat het hen het beste uitkomt. Bijvoorbeeld omdat inwoners duurzaamheid belangrijk vinden of omdat de cv-ketel kapot of oud is. Ergens in de komende 29 jaar moet dit alles gebeuren. Om dat goed te laten verlopen, moeten we vooruitdenken. Dat doen we door de volgende stappen te nemen: • We onderzoeken hoe groot de kans is dat de gasnetwerken beschikbaar blijven; • We herijken de Transitievisie Warmte iedere 5 jaar, zodat de nieuwste kennis en informatie mee kan worden genomen. Daarbij kijken we onder meer naar nieuwe inzichten rondom geothermie, restwarmte en de beschikbaarheid van hernieuwbare gassen. • We gaan bewustwording creëren onder inwoners om op 'natuurlijke momenten' (bijvoorbeeld bij verbouwingen) de transitie te maken.

44

|

Strategie

Van de Transitievisie Warmte naar een aardgasvrije gemeente Waadhoeke in 2050 Door de sporen “Iedereen isoleren”, “Stap voor stap aardgasvrij” en “Denk vooruit” te bewandelen, gaat de gemeente aan de slag met het terugdringen van het aardgasverbruik. Zo worden alle gebouwen gelijkdelijk, maar zeker aardgasvrij-ready. Na deze sporen zullen er nieuwe routes en sporen bijkomen die we kunnen volgen. Net als een spoorboekje voor de trein wordt ook het spoorboekje voor de warmtetransitie om de zoveel tijd opnieuw bekeken en waar nodig aangepast. In bepaalde gebieden kan het kansrijk zijn om écht aan de slag te gaan richting aardgasvrij. Bijvoorbeeld in gebieden waar inwoners of bedrijven een initiatief hebben en graag aan de slag gaan. Het kan ook zo zijn dat de onderzoeken laten zien dat een warmtenet in een bepaald gebied haalbaar is. Met de inwoners, bedrijven en andere partijen die graag mee willen doen, kan een gezamenlijk project op worden gestart, waarin een zogeheten Wijk- en warmte-uitvoeringsplan wordt opgesteld. In een wijk- en warmte-uitvoeringsplan werken alle deelnemers gezamenlijk aan een plan om bijvoorbeeld een warmtenet aan te leggen of een gezamenlijk initiatief verder te brengen – bijvoorbeeld collectieve inkoopacties. Alle deelnemers hebben invloed op hoe het plan eruit komt te zien.

Toch is het aan te raden in het plan minimaal in te gaan op de volgende onderwerpen. Dit is zeker belangrijk wanneer deelnemers een subsidie bij de Rijksoverheid willen aanvragen voor het plan: • In een wijk- en warmte-uitvoeringsplan wordt een definitieve, gezamenlijke keuze gemaakt voor een duurzame oplossing en de begrenzing van een gebied; • Het is aan te raden zoveel mogelijk inwoners, bedrijven en andere mogelijke geïnteresseerden mee te laten doen aan het opstellen van het plan. In het plan kan komen te staan hoe dat voor elkaar is gekregen; • Wat de deelnemers belangrijk vinden bij de realisatie van de duurzame warmteoplossing; • Hoe de realisatie van een duurzame warmteoplossing wordt georganiseerd; wie doen er mee? Wie heeft, welke rol? Wanneer worden welke stappen genomen? Welke afspraken worden gemaakt? • Wetten en regels om rekening mee te houden richting uitvoering van een warmtenet en hoe daarmee om te gaan; • De financiering; hoeveel kost de groene, duurzame oplossing? Hoe kan dat worden betaald? Wie betaalt wat? En wanneer wordt welk deel betaald? • Is er voldoende ruimte in de ondergrond beschikbaar? • Is er voldoende capaciteit beschikbaar op het elektriciteitsnet? Doorlooptijden van vervolgfases zijn belangrijk om in het achterhoofd te houden. Het opstellen van een warmteuitvoeringsplan gaat over jaren.

Bij een concrete keuze voor een specifieke warmteoplossing, zoals een warmtenet of een volledig elektrische oplossing, duren infrastructuur-aanpassingen bijna 10 jaar om daadwerkelijk gerealiseerd te zijn.

Steeds meer ervaring Gaandeweg – en door projecten uit te voeren – krijgen we steeds meer ervaring, kennis en ideeën en worden nieuwe ontdekkingen gedaan. Zo zijn nieuwe wetten en regels nodig om de warmtetransitie mogelijk te maken. De Rijksoverheid werkt momenteel aan de Warmtewet 2.0. Hierin komt meer te staan over deze nieuwe wetten en regels. De warmtetransitie zal waarschijnlijk veel geld kosten. Hoe de warmtetransitie wordt betaald, dat is nog niet bekend. Dit komt onder andere doordat de Rijksoverheid dat nog niet heeft bepaald. De gemeente Waadhoeke zal op de hoogte blijven van de nieuwste kennis en ontwikkelingen. Zodra meer kennis beschikbaar is, dan vult de gemeente de Transitievisie Warmte hiermee aan en worden betrokkenen hierover geïnformeerd. Los daarvan wordt de Transitievisie Warmte iedere vijf jaar aangevuld met de nieuwste inzichten over aardgasvrij verwarmen.

Van de Transitievisie Warmte naar een aardgasvrije gemeente Waadhoeke in 2050

|

45

Monitoring Wij willen in onze gemeente graag zicht houden op de voortgang van de warmtetransitie. Dat gaan we bijhouden door ieder jaar de uitstoot van CO2 die afkomstig is van gebouwen te monitoren aan de hand van het cumulatieve (opgetelde) aardgasgebruik. Dit wordt bijgehouden door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Hierover rapporteert de gemeente jaarlijks. Voor deze monitoring gebruiken we bekende bronnen als de Klimaatmonitor van de Rijksoverheid en het platform waarstaatjegemeente.nl.

46

|

Monitoring

Zelf aan de slag Inwoners kunnen nu al verbetermaatregelen uitvoeren die altijd zullen lonen. Denk aan het besparen van energie en het isoleren van de woning. Bewoners kunnen zelf ook kiezen om de gevolgen van klimaatverandering ook mee te nemen in hun woningverbeteringsplannen. Zo is een groendak goed om hitte en wateroverlast tegen te gaan, en draagt het bij aan de biodiversiteit. Door deze geen-spijtmaatregelen bereiden we ons voor op een aardgasvrije toekomst en zijn we er beter klaar voor als het aardgas op termijn verdwijnt. Dus, zijn er plannen om de keuken te verbouwen? Kies dan voor koken op inductie. Zijn er plannen om het huis te verbouwen? Neem dan gelijk isolatie mee. Ook is het mogelijk zonnepanelen op het dak te leggen. Daarmee kunnen inwoners zelf hun energie opwekken. Zeker wanneer de energieprijzen stijgen, wordt het steeds aantrekkelijker om deze maatregelen te implementeren. Op de volgende pagina is een figuur te zien genaamd ‘Wat past bij mijn woning?’ Daarop is voor verschillende bouwjaren en typen woningen te zien welke maatregelen in huis een kunnen worden genomen. Meer informatie en besparingstips zijn te vinden via het Duurzaam Bouwloket.

Zelf aan de slag

|

47

Zelf aan de slag

|

49

Bijlagen

Inleiding In dit bijlagenboek vindt u verdiepende informatie en achtergronden bij de Transitievisie Warmte. Het bijlagenboek bestaat uit: • • • • • •

52

|

Lijst met begrippen Toelichting op gebruikte energie-eenheden Hoe werken de oplossingen en welke warmtebronnen zijn er beschikbaar? Hoe is de WAT-kaart bepaald? Energiebesparingspotentie per buurt met geen-spijtmaatregelen Indeling van de gemeente Waadhoeke in wijken en buurten

Inleiding

Verdieping: lijst met begrippen Hier vindt u uitleg bij de in de Transitievisie Warmte gebruikte begrippen. Aanvullende maatregelen Onder aanvullende maatregelen verstaan we de maatregelen die afhankelijk van de uiteindelijk te kiezen duurzame warmteoplossing moeten worden toegepast in het gebouw. Het is afhankelijk van de te kiezen oplossing of aanvullende maatregelen zich zullen uitbetalen. Daartegenover staan de geen-spijtmaatregelen. Deze kunnen ongeacht de te kiezen duurzame warmteoplossing worden uitgevoerd, omdat ze altijd lonend zijn. Aardgasvrij In 2050 moeten alle gebouwen in de gemeente Waadhoeke en de rest van Nederland aardgasvrij zijn. Dat betekent dat er geen aardgas meer wordt gebruikt om woningen, kantoorpanden en andere gebouwen te verwarmen, te koken en om warm water te maken. In plaats van aardgas worden duurzame warmteoplossingen geïmplementeerd om toch comfortabele warme gebouwen te hebben, warm te kunnen douchen en om te kunnen koken. Bijvoorbeeld een warmtepomp of een warmtenet. Aardgasvrij-ready Om alle gebouwen in de gemeente Waadhoeke en de rest van Nederland aardgasvrij te laten zijn in 2050, zijn meerdere stappen nodig. Direct op korte termijn van het aardgas afgaan is vaak te duur en ook zijn niet alle alternatieven overal al beschikbaar. Om de tijd tussen nu en 2050 goed te benutten, kunnen we echter al wel stappen zetten.

Bijvoorbeeld door de gebouwen te isoleren, het gasfornuis te vervangen door een inductiekookplaat of door zonnepanelen te plaatsen. Dat noemen we het aardgasvrij-ready maken van de gebouwen: er voor zorgen dat de uiteindelijke afkoppeling van het aardgas in de toekomst makkelijk(er) verloopt. Maatregelen die kunnen worden genomen om een gebouw aardgasvrij-ready te maken, omvatten zowel geenspijtmaatregelen (die kunnen ongeacht de te kiezen warmteoplossing worden uitgevoerd) en aanvullende maatregelen (die zijn afhankelijk van de te kiezen warmteoplossing). Aardwarmte Aardwarmte (ook wel geothermie genoemd) is warmte die uit de diepe ondergrond (dieper dan 500 meter) wordt gehaald. De temperatuur is zo diep onder de grond hoger omdat het binnen in de aarde heel erg heet is. Aardwarmte wordt met een warmtenet naar woningen gebracht. Er bestaat zowel diepe als ondiepe aardwarmte. Vaak moet de warmte uit ondiepe geothermie nog opgewaardeerd worden voordat het gebruikt kan worden voor verwarming van huizen. Afgiftetemperatuur Bij collectieve oplossingen (warmtenetten) wordt er via een leidingennetwerk met warm water warmte geleverd aan de aangesloten gebouwen. Dat warme water wordt verwarmd door een warmtebron (zie voor meer informatie hierover ook de term warmtenet).

De temperatuur die door dit warme water wordt geleverd – de afgiftetemperatuur – verschilt naargelang de warmtebron. De tem van het warme water kan echter verschillen. Vaak wordt er onderscheid gemaakt tussen lage-, midden- en hogetemperatuur warmte. Daarnaast is er ook nog een zogeheten bronnet: • • • •

Een bronnet levert warmte met een temperatuur tussen de 10°C en de 30°C. Lagetemperatuur (LT) warmte heeft een temperatuur tussen de 30°C en de 55°C. Middentemperatuur (MT) warmte heeft een temperatuur tussen de 55°C en de 75°C. Hogetemperatuur (HT) warmte heeft een temperatuur van 75°C of hoger.

Warmtenetten op basis van midden- of hogetemperatuur warmtebronnen hebben geen aanvullende warmtepompen nodig. Wel kan – zeker bij middentemperatuur – aanvullende isolatie nodig zijn. Bij warmtenetten op basis van lagetemperatuur is een aanvullende (buurt)warmtepomp nodig om de woning of het gebouw comfortabel te kunnen verwarmen. All-electric

Verdieping: lijst met begrippen

|

53

Een warmteoplossing die alleen gebruik maakt van elektriciteit. Er is bij een all-electric warmteoplossing geen gebruik van het gasnet of een warmtenet. Voorbeelden van een all-electric warmteoplossing zijn: • Warmtepomp (lucht- of bodemwarmtepomp) • Elektrische kachel • Infraroodpanelen Aquathermie Aquathermie is de verzamelterm voor duurzaam verwarmen (en, wanneer er gebruik wordt gemaakt van WKO, koelen) met de thermische energie uit water. Aquathermie is één van de alternatieven voor duurzaam verwarmen die is genoemd in het Klimaatakkoord. Er zijn meerdere vormen van aquathermie: • Thermische energie uit oppervlaktewater (TEO); • Thermische energie uit afvalwater, ook wel riothermie genoemd (TEA); • Thermische energie uit drinkwater (TED). Biogas Een gas dat ontstaat bij de vergisting van biomassa (bijvoorbeeld mest, gft-afval, etcetera) en dat gebruikt kan worden als alternatief voor aardgas. Dit gas moet worden bewerkt tot groengas om het direct in te zetten in het bestaande aardgasnet. Biomassa Biomassa bestaat uit organisch, natuurlijk materiaal (hout, snoeiafval, gft-afval, zuiveringsslib, afval uit de voedingsindustrie, mest etc.). Dit materiaal bevat energie. Door biomassa te verbranden of te vergisten kan energie wordt opgewekt. Niet alle energie uit biomassa wordt als duurzaam beschouwd, dat ligt aan de herkomst van de biomassa.

CO2-neutraal Een woning, gebouw, gebied of activiteit is CO2-neutraal als de CO2-uitstoot op jaarbasis netto nul is. Over een jaar gezien wordt er minstens evenveel CO2 opgenomen als uitgestoten. Dat kan ook door compensatie plaatsvinden. College van B&W Het college van burgemeester en wethouders. Dit is het dagelijks bestuur van een gemeente. Duurzame energie Energie die wordt opgewekt uit natuurlijke, herbruikbare bronnen. Voorbeelden daarvan zijn zon, wind, bodem en water. Biomassa wordt afhankelijk van de herkomst ook als duurzame energiebron gezien. Duurzame warmteoplossingen Manieren om gebouwen op een duurzame manier te verwarmen. Daarmee worden warmtebronnen bedoeld die (netto) geen CO2 uitstoten. Voorbeelden zijn aquathermie, hernieuwbare gassen (groengas, waterstof) en duurzame elektriciteit om all-electric oplossingen mee te laten functioneren. Duurzaamheid, duurzame ontwikkeling Duurzame ontwikkeling is een ontwikkeling die tegemoetkomt aan de levensbehoeften van de huidige generatie, zonder die van de toekomstige generaties tekort te doen. Energielabel Een energielabel is een gestandaardiseerde indicatie van de energiezuinigheid van een gebouw. In Nederland gaan de energielabels van A (hoogst, meest energiezuinig) tot G (laagst, minst energiezuinig).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=waadhoeke&id=3db4d8f3-b2ce-4b81-b151-99c68d7df904