CConstaterende datwaadhoeke
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1. Sociaal Economisch Actieprogramma 21.201131.pdf

Gemeenteraad Waadhoeke 29 april 2021, gemeente waadhoekeBij agendapunt: Sociaal Economische Actieprogramma21.453 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Ambitie Met de innovatietafels willen we de innovatie in de regio in de stuwende clusters een boost geven door met innovatieve ondernemers kansrijke ideeën van kennis, naar kunde naar kassa te brengen. Het resultaat zijn haalbare en financierbare businesscases die de start vormen van innovatieve nieuwe business.

2. Beoogd resultaat en impact Beoogd resultaat Doel is het om binnen het project 50 ondernemers vanuit verschillende disciplines, sectoren én regio’s te laten meewerken aan twee innovatietafels (met meerdere bijeenkomsten). Vervolgens worden twee aanvullende innovatietafels voor andere sectoren uitgevoerd. Er zullen 4 bijeenkomsten per jaar plaatsvinden. Impact • De drempel om te innoveren is verlaagd doordat bedrijven samenwerken en kosten delen. • Bedrijven vullen, vanuit hun eigen achtergrond en specialisatie, elkaars kennis en expertise aan. Ook cross-sectoraal en crossregionaal. • Het kennisniveau in alle bedrijven neemt toe. In plaats van meer concurrentie zorgt dit vooral voor een sterker ecosysteem in de regio en een aantrekkelijker vestigingsklimaat. • De innovaties worden door alle betrokkenen partners gebruikt om hun marktpositie te verbeteren. •

Mogelijke indicatoren voor de impact zijn: De ambitie is om de arbeidsproductiviteit in de twee sectoren te laten groeien met 42% (agrifood) c.q. 34% (maritiem cluster). Dit moet een bijdrage leveren aan een economische groei van 22% tot 2030.het aantal ondernemers dat deelneemt aan de innovatietafels; het aantal ideeën dat voortkomt uit de innovatietafels; het aantal bedrijven dat aangeeft bereid te zijn om deel te nemen aan een innovatietafel; de marktpositie van de ondernemers.

3. Te nemen maatregelen Ontwikkeling van een programma voor innovatietafels. • Het opzetten van een programma van innovatietafels met een looptijd tot en met 2030. Deze innovatietafels worden ingericht naar voorbeeld van de versnellingstafels uit Zuid-Limburg. Een mogelijk onderwerp zou duurzame vernieuwing kunnen zijn. • Innovatietafels vormen een platform om ondernemers met creatieve ideeën in kansrijke sectoren te begeleiden in de ontwikkeling van hun businessmodel en te verbinden aan het mkb waar vraag bestaat naar de oplossingen die zij bieden. Per innovatietafel is maatwerk nodig: het onderwerp (ideeën opdoen, ideeën concretiseren, ideeën financieren etc.) en de deelnemers kunnen per tafel verschillen waardoor concrete tafels gevormd worden. • Het traject van innovatietafels bestaat uit de volgende stappen: o Het formuleren van goede randvoorwaarden waardoor ondernemers vertrouwen hebben in de participatie en de samenwerking. Dit kan ingevuld worden door het tekenen van een samenwerkingsovereenkomst of intentieakkoord. o Aandragen en ontwikkelen van innovatieve ideeën door ondernemers; waar de grootste (financiële) kansen worden gezien op het gebied van duurzaamheid. Daarbij: ▪ wordt aangesloten op het bestaande kennisnetwerken (o.a.

van Ynbusiness) ▪ worden ook bovenregionale netwerken verbonden om voldoende massa te kunnen maken o Selectie van veelbelovende innovaties en startups door geïnteresseerde partijen uit het mkb en verbonden kennisinstellingen; o Inschrijven door ondernemers voor een geselecteerde innovatie of startup; o Begeleiding bij de uitwerking van de ideeën tot business proposities door innovatie-experts en andere ondernemers; o Het pitchen van de ontwikkelde proposities aan ondernemers, mogelijke financiers en intermediairs.

•

• • •

Het opzetten van twee innovatietafels, ieder gefocust op een kansrijke sector in de regio en geleid door een samenwerkingsplatform tussen de 3O’s. o Een innovatietafel die zich richt op hogere innovatiecapaciteit in ketendichtheid binnen de agrofood sector; o Een innovatietafel die cross-over verbindingen stimuleert tussen de regionale maritieme sector en schone energie. Voor elke innovatietafel worden er 5 bijeenkomsten georganiseerd. Dus 10 in totaal. Bij een succesvol verloop van de pilots zal het concept uitgebreid worden naar andere stuwende sectoren. Deze businesscase zal uitgevoerd worden door Ynbusiness, vanwege hun sterke banden met de regio en de provincie en vanwege hun uitgebreide ervaring met innovatietafels.

4. Crossovers tussen businesscases De businesscase innovatietafels heeft veel raakvlakken met de andere businesscases. • Innovatietafels stimuleren nieuwe samenwerkingen binnen het MKB en tussen het MKB en onderwijsinstellingen. • Innovatietafels inspireren de kennismakelaars tot het leggen van nieuwe samenwerkingen. • Tijdens innovatietafels ontmoeten ondernemers elkaar wat kan leiden tot nieuwe mentorschappen. • De kennismakelaars spelen een actieve rol in het enthousiasmeren van ondernemers om deel te nemen aan de tafels. 5. Partners Overheid - Gemeente Harlingen - Gemeente Waadhoeke - Ynbusiness (trekker) Ondernemers • Mogelijke partners aan de versnellingstafel agrifood zijn Smeding Groente en Fruit, Huhtamaki, Fobek, FrieslandCampina, AC Hartman BV, Vink Sion BV, Flexoplast, maar ook kennisinstellingen als de Universiteit van Wageningen en lokale onderwijsinstanties. • Mogelijke partners aan de versnellingstafel maritiem zijn de REC, ICON Yachts, Vermilion, maar (bovenregionaal) ook de Energiecampus en Watercampus Leeuwarden. Onderwijs - Universiteit van Groningen - Innovation Centre Wageningen - Leeuwarden Energiecampus en Watercampus 6. Te nemen stappen Looptijd project: ontwikkeling 2021 uitvoering 2022-2030 -

Opzet programma en benaderen enthousiaste bedrijven Start pilots agrofood en maritieme sector & schone energie Innovatietafels uitgebreid naar andere sectoren.

2: Ondernemers mentorprogramma 1. Urgentie en ambitie Urgentie • De gemeenten Harlingen en Waadhoeke hebben te maken met een krimpende werkzame beroepsbevolking en tegelijkertijd een toenemende vraag naar personeel als gevolg van ontgroening en vergrijzing. • De verwachting is dat in 2030 de potentiële beroepsbevolking ten opzichte van 2013 afgenomen zal zijn met 8% (4.000 inwoners). • De gemeenten Harlingen en Waadhoeke hebben te maken met een hoog percentage van relatief kleine bedrijven (minder dan 10 werknemers). Dit zorgt voor minder efficiënte werkwijzen en een suboptimale kennisdeling. • Voor de vitaliteit van de regio is het van belang jonge ondernemers te steunen bij het opzetten of (door)ontwikkelen van een onderneming zodat ondernemers zich blijven vestigen en daarmee nieuwe bedrijvigheid, innovatie en kennis naar de regio brengen. • Een ondernemers-mentorprogramma waarin gevestigde ondernemers en nieuwe ondernemers kennis, ideeën en ervaring uitwisselen maakt het aantrekkelijker om nieuwe ondernemingen op te starten. Geschikte matches kunnen leiden tot vruchtbare samenwerkingen, waarbij de ervaren ondernemer de startende ondernemer aan een vliegende start helpt. • Het koppelen van een ervaren ondernemer aan een starter kan bijdragen aan het vinden van een passende opvolger voor de stoppende ondernemer, waardoor het bedrijf overeind blijft.

• Meer verbinding en uitwisseling van kennis en kunde tussen gevestigde bedrijven en startups werkt in het voordeel van beide partijen. Gevestigde ondernemers geven hun kennis en kunde door aan een volgende generatie. Daarnaast blijkt uit onderzoek dat elkaar helpen en iets teruggeven aan de maatschappij voor ervaren ondernemers motiverend werkt. Anderzijds hebben jonge ondernemers behoefte aan het advies en de ervaring van gevestigde ondernemers. • Een vergelijkbaar initiatief is de Mentoring Service van OndernemersLift+, waarin ondernemers concrete problemen in drie tot zes gesprekken bespreken met een coach. Een ander succesvol bestaand initiatief is het coaching programma van nlgroeit, waarin mkb-ondernemers met succes worden gecoacht door mentoren. Jonge ondernemers geven aan zich zekerder en meer begrepen te voelen als gevolg van de ondersteuning door een coach. Ook geven ze aan meer motivatie te hebben en betere besluiten te nemen, waardoor de productiviteit van hun bedrijf sneller groeit dan wanneer ze geen ondersteuning zouden krijgen. Ambitie De gezamenlijke ambitie van de regio is: • Jonge ondernemers in de regio een kans geven om nieuwe ondernemingen succesvol van start te laten gaan. • Stoppende ondernemers ondersteunen bij het vinden van bedrijfsopvolging. 2. Beoogd resultaat en impact Beoogd resultaat • Het jaarlijks organiseren van 4 bijeenkomsten.

• Per bijeenkomst worden 10 matches gemaakt tussen gevestigde en startende ondernemers. • Uit de helft van deze matches moet een succesvolle onderneming ontstaan, wat inhoudt dat tot en met 2030, 50 nieuwe ondernemingen zullen ontstaan in de regio. Impact Door het mentorprogramma wordt de werkgelegenheid in de regio behouden door opvolgers voor stoppende ondernemers te vinden en door het ontstaan van nieuwe ondernemingen. Startende

ondernemers worden ondersteund in het brengen van hun beginnend bedrijf naar een succesvolle onderneming. • Mogelijke indicatoren voor de impact zijn: een bijdrage te leveren aan de economische groei van 22% tot 2030; het aantal matches tussen gevestigde en startende ondernemers; de arbeidsparticipatie in de regio; het aantal nieuwe ondernemingen; het aantal ondernemingen dat is overgenomen door een nieuwe ondernemer; werkgelegenheid in de regio; werkloosheidscijfers in de regio. 3. Te nemen maatregelen De gemeenten Harlingen en Waadhoeke voeren de volgende activiteiten in de periode 2021 t/m 2030 uit: • Inventariseren onder ondernemers wie er mentoren willen zijn en welke ondernemers er behoefte hebben aan een mentor. • Inventariseren in hoeverre er aangesloten kan worden bij bestaande netwerken van mentoren en mentees (zoals EMS Leeuwarden en stichting Ondernemers Klankbord). Hier kan Ynbusiness een rol vervullen. • Het organiseren van vier jaarlijkse bijeenkomsten (speeddatedagen) waarbij startende en gevestigde ondernemers met elkaar in contact gebracht worden en de startende ondernemers steun kunnen krijgen bij het ontwikkelen van hun bedrijfsplannen. • Het koppelen van startende bedrijven aan stoppende bedrijven om nieuwe ondernemers een vliegende start te geven. • Informatieteksten plaatsen op de websites van de gemeenten, Ynbusiness en andere relevante partijen.

• Het faciliteren van reiskostenvouchers aan de mentoren (€250 per mentor) om hen te motiveren voor langere tijd in de coaching te investeren. 4. Crossovers tussen businesscases De businesscase ondernemers mentorprogramma hangt samen met de andere businesscases: • Vanuit het mentorprogramma worden omliggende onderwijsinstellingen aangesproken om het aanbod bij studenten onder de aandacht te brengen. Potentiële starters en jonge ondernemers krijgen op die manier al tijdens hun studie hulp bij het oprichten van een eigen bedrijf. • Studenten worden op de hoogte gesteld van de mogelijkheden in de regio Harlingen / Waadhoeke, waardoor zij minder snel werk buiten de regio zullen zoeken. Op deze manier wordt talent behouden. • Kennis en talent wordt behouden door kennis en kunde te delen. • Door het delen van kennis en kunde worden nieuwe innovatieve samenwerkingen gestimuleerd. • Het woon-en vestigingsklimaat wordt behouden door startende ondernemers te steunen en voor stoppende ondernemers een passende opvolger te vinden. 5. Partners Overheid - Gemeenten Harlingen en Waadhoeke Ondernemers - Gevestigde ondernemers in de regio - Stoppende ondernemers Onderwijs - ROC Friese Poort Bedrijfsopleidingen - NHL Stenden Hogeschool 6.

Te nemen stappen Looptijd project: Vanaf 2021 Opzet programma en benaderen enthousiaste bedrijven - Start pilots agrofood en maritieme sector & schone energie - Innovatietafels uitgebreid naar andere sectoren.

3: Maritieme campus Harlingen 1. Urgentie en ambitie Urgentie • De maritieme sector is een van de grootste sectoren in de regio. De haven in Harlingen is voornamelijk een overslagpunt voor zand, grind en zout, maar ook is het de grootste garnalenhaven van Europa en het vertrekpunt voor 760.000 passagiers naar de Waddeneilanden. Ook in Waadhoeke is de maritieme sector van groot belang door de aanwezigheid van scheepswerven, jachthavens en de binnenvaart in Franeker. In 2018 bood de maritieme sector in de regio werk aan bijna 1900 FTE en was de sector met €159 mln. Goed voor 13% van het BRP. • Verwacht wordt dat het BRP van de maritieme sector tot 2030 met 38% zal kunnen groeien. Om deze ambitie te bereiken zal het tekort aan werknemers opgelost moeten worden en zal de arbeidsproductiviteit flink moeten stijgen. Het verwachte tekort aan personeel (bij een stijging van de arbeidsproductiviteit van €85.000,- in 2018 naar €114.000,- in 2030) is 401 FTE in 2030. Wanneer de arbeidsproductiviteit minder zal stijgen, zal de vraag om personeel nog verder toenemen. Een oplossing voor deze vraag zal zowel aandacht moeten besteden aan de vraag om personeel als aan het versterken van innovatie. • De regio wil een campus voor de maritieme sector oprichten om aan deze vraagstukken te voldoen.

De campus wordt een fysieke locatie waar ondernemers, studenten, stagiairs, innovators, koplopers en andere betrokken partijen bij elkaar komen rondom het thema maritiem, met een speciale focus voor robotisering, automatisering en verduurzaming in de sector • Met deze campus wordt tegemoetgekomen aan de wens van de regio, zoals geuit in de SWOTanalyse, om achteruitgang van de regio te voorkomen door samenwerking, netwerken en clusteren te bevorderen en arbeidsparticipatie te verhogen en uitstroom te verminderen door de bekendheid van bedrijven in de regio bij jongeren te vergroten. • Op deze campus zal ruimte en ondersteuning geboden worden voor innovatie, onder meer door het leveren van experimenteer- en onderzoeksruimte, het aanbieden van de diensten van een kennismakelaar en het creëren van ruimte voor innovatietafels. Op een maritieme campus zal zeker de innovatietafel op het raakvlak van de maritieme sector en schone energie uitstekend passen. • Ook zal de maritieme campus ruimte bieden voor om- her en bijscholingstrajecten van het programma ‘Leren en Werken in je eigen regio’ en hiermee een bijdrage leveren aan de afname van het werknemerstekort. • Het concept van een maritieme campus wordt al met succes ontwikkeld in andere regio’s. Op vergelijkbare schaal op Urk als onderdeel van de Regio Deal Noordelijk Flevoland.

In het kader van Urk Maritime werken bedrijven in de maritieme sector samen aan innovatieve projecten en wisselen ze kennis uit, waardoor de maritieme sector goed op de kaart gezet wordt. Ambitie Het doel van deze campus is om de samenwerking te bevorderen, bedrijven met elkaar in contact te brengen, onderwijs en arbeidsmarkt dichter bij elkaar te brengen, kruisbestuiving plaatst te laten vinden om innovatie te bevorderen en uit te stralen dat de regio een toplocatie is voor maritieme bedrijvigheid. De maritieme hub zal hiermee het boegbeeld zijn van de haven van Harlingen als hét duurzame maritieme hart van Noord-Nederland. 2. Beoogd resultaat en impact

Beoogd resultaat • Het doel van deze hub is om ideeën te verzamelen, samenwerking te bevorderen en daarmee innovatie aan te jagen. • Bedrijven met elkaar in contact te brengen. • Onderwijs en arbeidsmarkt dichter bij elkaar brengen. • Kruisbestuiving plaatst laten vinden om innovatie te bevorderen en uit te stralen dat de regio een toplocatie is voor maritieme bedrijvigheid. Impact • De maritieme hub draagt indirect bij aan een toename van de arbeidsparticipatie in de regio naar 70 procent. • De maritieme hub draagt bij aan het oplossen van het werknemerstekort van 401 fte. • De maritieme hub draagt bij aan een toename van de arbeidsproductiviteit met 34 procent. • Mogelijke indicatoren voor de impact zijn: de arbeidsproductiviteit in de maritieme sector stijgt met 34% tot 2030. Dit zal een bijdrage leveren aan een economische groei van 22% tot 2030 de afname van werknemerstekort in fte; toename van arbeidsproductiviteit; het aantal mensen dat aangeeft de haven van Harlingen het maritieme hart van Noord-Nederland is; het aantal ondernemingen dat gebruik maakt van de ruimtes van de campus; het aantal om- her en bijscholingstrajecten dat plaatsvindt op de campus. 3. Te nemen maatregelen De volgende concrete activiteiten worden in de periode 2021 t/m 2030 uitgevoerd: •

•

•

Het ontwikkelen van een scherpe positionering met het unique selling point van Noord Fryslân voor de maritieme sector waarbij: o wordt aangesloten op het bestaande kennisnetwerken (o.a. van Ynbusiness) o worden ook bovenregionale netwerken verbonden om voldoende massa te kunnen maken. Zo valt te denken aan het maritieme jachtbouwcluster in Sneek/Makkum Het ontwikkelen van een bedrijfsverzamelgebouw (al dan niet ‘in kind’) met ruimtes voor overleg, samenwerking, scholing en coaching, waarbij wordt aangesloten bij de Maritieme Academie maar de focus ligt op bedrijvigheid en het verbinden van het onderwijs, arbeidsmarkt en ondernemers. Het ontwikkelen van experimenteerruimte voor starters en voor (nieuwe) samenwerkingsverbanden.

4. Crossovers tussen businesscases • • • • • •

Een maritieme campus behoudt talent door ruimte te bieden voor nieuwe samenwerkingen en kennis. Innovatieve samenwerkingen komen sneller van de grond doordat de maritieme campus ruimtes ter beschikking stelt. Mentoren en mentees kunnen elkaar op de maritieme campus ontmoeten. De hub biedt ruimte voor het aanbieden van de diensten van een kennismakelaar. De hub biedt ruimte voor het creëren van innovatietafels. De maritieme hub biedt ruimte voor om- her en bijscholingstrajecten van het programma ‘Leren en Werken in je eigen regio’.

5. Partners

Overheid - Gemeente (ondersteunend) Ondernemers - Grote maritieme bedrijven uit de regio (bijvoorbeeld ICON Yachts, Talsma, Damen Shiprepair, Draaisma, Frisia Zout) Onderwijs - Projectorganisatie Leren en werken in je eigen regio - Maritieme Academie Harlingen 6. Te nemen stappen Looptijd project: 2021 tot en met 2030 • Onderzoeken locatie maritieme campus • ontwikkelen maritieme campus • maritieme campus in gebruik door 25 bedrijven en onderwijsinstellingen In een tweede fase: inzet van 20 studenten per jaar, ontwikkeling van 3 nieuwe concepten/projecten per jaar, realisatie van 1 startup per jaar.

4: Agrifood hub Waadhoeke 1. Urgentie en ambitie Urgentie • De agrifood sector is een van de grootste sectoren in de regio. Deze sector is een combinatie van de agrarische sector en de voedingsmiddelen- en verpakkingsindustrie. In 2018 bood de agrifood sector in de regio werk aan bijna 1800 FTE, waarvan 1400 in de agrarische sector, en was de sector met €118 mln. goed voor 9% van het BRP. De landbouwsector wordt gekenmerkt door koplopers in de AGF-branche (aardappelen, groente en fruit), 10% van de wereldproductie van pootaardappelen is afkomstig uit de regio. Ook zijn er grootschalige voedingsmiddelenverwerkers en -verpakkers en kleine, innovatiebedrijven in de regio aanwezig. Wat betreft glastuinbouw kent de regio clusters in Sexbierum en Berlicum. • Veel bedrijven in de regio zijn bezig met innovatieve agrifood concepten. FrieslandCampina is hierbij een grote speler door R&D inspanningen op gezonde en verantwoorde voeding en door te investeren in het innoveren van processen en technologieën in de zuivelproductielocaties. Fobek richt zich, samen met vrije kwekers op veredelingsprogramma’s van aardappelrassen. AC Hartman BV en Vink Sion BV richten zich op duurzame teelt van gewassen en Huhtamaki en Flexoplast richten zich op duurzame, recyclebare verpakkingen. • Verwacht wordt dat het BRP van de agrifood sector tot 2030 met 17% zal kunnen groeien.

Groei zal hierbij plaatsvinden in de “food-industrie” en de “food-groothandel”, terwijl de primaire agrarische sector zal krimpen. Met een toename van de arbeidsproductiviteit van €66.200,- in 2018 naar €94.000,- in 2030 zal de benodigde hoeveelheid personeel afnemen met 20 fte tot 2030. Wanneer de arbeidsproductiviteit minder zal stijgen, zal er wel een vraag om personeel ontstaan. Groei in de agrifood sector zal gezocht moeten worden in een toename van de arbeidsproductiviteit en dus in innovatie. Arbeidsproductiviteit betekent ook meer opbrengsten per FTE: bijvoorbeeld door stijgende prijzen voor het primaire product of er niet een neveninkomen ontstaan, bijvoorbeeld levering van groen-blauwe diensten / recreatie / korte ketens / eigen boerderijwinkel / of CO2 – koolstof certificaten. • De regio wil een hub voor de agrifood sector oprichten om aan dit vraagstuk te voldoen. De hub wordt een fysieke locatie waar ondernemers, studenten, stagiairs, innovators, koplopers en andere betrokken partijen bij elkaar komen rondom het thema agrifood, met een speciale focus voor robotisering, automatisering en verduurzaming in de sector .

• Met deze hub wordt tegemoetgekomen aan de wens van de regio, zoals geuit in de SWOT-analyse, om achteruitgang van de regio te voorkomen door samenwerking, netwerken en clusteren te bevorderen en arbeidsparticipatie te verhogen en uitstroom te verminderen door de bekendheid van bedrijven in de regio bij jongeren te vergroten. Zorgen voor voldoende arbeidskrachten in de toekomst zal ook betekenen dat bestaande banen zullen verdwijnen om meer handjes in de primaire productie in te zetten. • Op deze hub zal ruimte en ondersteuning geboden worden voor innovatie, onder meer door het leveren van experimenteer- en onderzoeksruimte, het aanbieden van de diensten van een kennismakelaar (businesscase 1A) en het creëren van ruimte voor innovatietafels (businesscase 1B). Op een argri-food hub zal zeker de innovatietafel voor een verhoging van de ketendichtheid in de agrifoodsector goed passen. • Ook zal de agrifood hub ruimte bieden voor om- her en bijscholingstrajecten van het programma ‘Leren en Werken in je eigen regio’. • Het concept van een agrifood hub wordt al met succes ontwikkeld in andere regio’s.

Onder andere op de Grow Campus in ’s-Hertogenbosch waar hoogstaand (beroeps)onderwijs, toegepast onderzoek en ondernemers uit de agrifoodsector, en van buiten deze sector, samenkomen en samenwerken aan product- en businessontwikkeling voor bedrijven en star-ups en aan leven lang leren voor alle bedrijven.

Ambitie Het doel van deze hub is om de samenwerking te bevorderen, bedrijven met elkaar in contact te brengen, onderwijs en arbeidsmarkt dichter bij elkaar te brengen, kruisbestuiving plaatst te laten vinden om innovatie te bevorderen en uit te stralen dat de regio een toplocatie is voor bedrijvigheid in de agrifood sector. De agrifood hub zal hiermee het boegbeeld zijn van de intensieve en innovatieve samenwerking van de agri food sector in Noordwest-Friesland. 2. Beoogd resultaat en impact Beoogd resultaat • Een verbeterde bedrijfsoverstijgende samenwerking tussen ondernemers, onderwijs en overheid in de regio door een fysieke plek aan te bieden waar alle partijen samen kunnen komen. • Een toename in het aantal innovatieve projecten, ook door kleine bedrijven, door het aanbieden van experimenteerruimte. • Samenwerking bevorderen; bedrijven met elkaar in contact te brengen; onderwijs en arbeidsmarkt dichter bij elkaar te brengen; kruisbestuiving plaatst laten vinden om innovatie te bevorderen en uit te stralen dat de regio een toplocatie is voor bedrijvigheid in de agrifood sector. • Vanaf 2025: inzet van 20 studenten per jaar, ontwikkeling van 3 nieuwe concepten/projecten per jaar, realisatie van 1 startup per jaar. Impact • De agrifood hub draagt indirect bij aan een toename van de arbeidsparticipatie in de regio naar 70 procent.

• De agrifood hub draagt bij aan een toename van de arbeidsproductiviteit met 42 procent. •

Mogelijke indicatoren voor de impact zijn: de arbeidsproductiviteit in de maritieme sector stijgt met 42% tot 2030. Dit zal een bijdrage leveren aan een economische groei van 22% tot 2030 de afname van werknemerstekort in fte; toename van arbeidsproductiviteit; het aantal mensen dat aangeeft de haven van Harlingen het maritieme hart van Noord-Nederland is; het aantal ondernemingen dat gebruik maakt van de ruimtes van de campus; het aantal om- her en bijscholingstrajecten dat plaatsvindt op de campus.

3. Te nemen maatregelen •

•

•

Het ontwikkelen van een scherpe positionering met het unique selling point van Noord Fryslân voor de agrifood sector waarbij: o wordt aangesloten op het bestaande kennisnetwerken (o.a. van Ynbusiness) o aansluiting wordt gezocht met bestaande programma’s zoals de duurzaamheidsagenda Waadhoeke, projecten binnen de Regiodeal Natuurinclusieve Landbouw, en het agrarisch collectief Waardâne; o worden ook bovenregionale netwerken verbonden om voldoende massa te kunnen maken. Het ontwikkelen van een bedrijfsverzamelgebouw (al dan niet ‘in kind’) met ruimtes voor overleg, samenwerking, scholing en coaching, waarbij de focus ligt op bedrijvigheid en het verbinden van het onderwijs, arbeidsmarkt en ondernemers. Het ontwikkelen van experimenteerruimte voor starters en voor (nieuwe) samenwerkingsverbanden

4. Crossovers tussen businesscases Deze businesscase hangt op de volgende manier samen met de andere businesscases: • De hub biedt ruimte en ondersteuning voor innovatie, onder meer door het leveren van experimenteer- en onderzoeksruimte,

•

• •

De hub biedt ruimte voor het aanbieden van de diensten van een kennismakelaar (businesscase 1A), waarbij de kennismakelaar zorgt voor een duidelijke link en vertaling van analyses naar praktisch uitvoerbaar advies. De hub biedt ruimte voor het creëren van ruimte voor innovatietafels (businesscase 1B). De agrifood hub biedt ruimte voor om- her en bijscholingstrajecten van het programma ‘Leren en Werken in je eigen regio’.

5. Partners Overheid - Gemeente (ondersteunend) Ondernemers - Grote agrifoodbedrijven uit de regio uit diverse onderdelen van de voedselketen: o Primaire productie o Verwerking en verpakking Onderwijs - Projectorganisatie Leren en werken in je eigen regio 6. Te nemen stappen Looptijd project: 2021 tot en met 2030 • Onderzoeken locatie agrifood hub • ontwikkelen agrifood hub • agrifood hub in gebruik door 25 bedrijven en onderwijsinstellingen

5A: Programma “Leren en Werken in je eigen Regio” uitbreiden met omscholing, herscholing en bijscholing 1. Urgentie en ambitie Urgentie • De gemeenten Harlingen en Waadhoeke hebben te maken met een krimpende werkzame beroepsbevolking en tegelijkertijd een toenemende vraag naar personeel wat mede veroorzaakt wordt door de lage arbeidsparticipatie (67,8% in Harlingen) en het feit dat veel jongeren de regio verlaten om elders in het land hun opleiding te volgen. • Het vertrek van jongeren en het tekort op de arbeidsmarkt kan voor een aanzienlijk deel verklaard worden door het gat tussen de beleefwereld van de jeugd en de realiteit van de ondernemers. De verwachting is dat de totale vervangings- en uitbreidingsvraag ten opzichte van 2018, 3.984 fte (5.180) personen zal zijn. • De verwachting is dat in 2030 de potentiële beroepsbevolking ten opzichte van 2013 afgenomen zal zijn met 8% (4.000 inwoners). • Nieuwe werknemers moeten volgens de analyse (SWOT) komen uit een verhoging van de arbeidsparticipatie (1.100 fte), door talent te behouden (1.500 fte), meer instroom uit de rest van Nederland (200 fte), een hogere inkomende pendel (400 fte), instroom uit de EU (500 fte) of van buiten de EU (150 fte). • Er is vooral behoefte naar mbo 3/4 en hbo-niveau geschoold personeel en technisch geschoold personeel van alle niveaus.

Vooral in de scheeps- en jachtbouw wordt het tekort aan personeel als bijzonder groot ervaren. • Het programma “Leren en Werken in je eigen Regio” pakt dit probleem in de regio aan door, onder meer, stages en opleidingsplekken voor leerlingen bij lokale bedrijven te faciliteren. Hiernaast worden via het programma ook speeddates met ondernemers en een beroepenmarkt georganiseerd en worden ondernemers uitgenodigd om gastlessen te geven op de scholen. Al deze maatregelen helpen om de jeugd voor het MKB in de regio te behouden. • Door het programma “Leren en Werken in je eigen Regio” uit te breiden naar herintreders, zijinstromers, statushouders en nieuwkomers op de arbeidsmarkt en door om-, her- en bijscholingstrajecten te faciliteren zullen niet alleen jongeren, maar ook andere potentiële werknemers voor de regio behouden worden. Dit verhoogt de arbeidsparticipatie en zorgt voor meer geschikt personeel voor bedrijven. Vooral de speeddates met de daaraan gekoppelde bedrijfsbezoeken en korte stages zijn hiervoor zeer geschikt, zo blijkt uit best practice voorbeelden. • Het programma Leren en Werken in je Eigen Regio is al aanwezig in Sint Annaparochie (Campus Middelsee). Bovendien wordt de aanpak van het programma al gehanteerd in Harlingen en Franeker.

Het programma heeft als doel om de lokale jeugd te binden aan bedrijven in de regio (en op termijn in de gehele regio Noord West Friesland). • Omdat het om een bewezen project met veel regionale draagvlak gaat, kan de uitbreiding snel worden uitgevoerd. De partners kennen en vertrouwen elkaar en werken efficiënt samen. Door niet alleen op scholieren in te zetten, maar ook te focussen op herintreders, omscholers en mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt wordt het positieve effect voor de regio laagdrempelig vergroot. Ambitie Vanuit ‘Leren en werken in je eigen regio’ een bijdrage leveren om bedrijven, onderwijsinstellingen en overheden gezamenlijk de transitie te laten realiseren naar een nieuwe manier van continu leren en ontwikkelen. Deze transitie is noodzakelijk om huidige en potentiële toekomstige medewerkers die competenties te laten ontwikkelen die zij nodig hebben in de voortdurend veranderende omgeving. Dit moet een bijdrage leveren aan het verhogen van de arbeidsparticipatie naar 70%, het tekort op de arbeidsmarkt voor technisch personeel te halveren en een bijdrage leveren aan de economische groei van 22% tot 2030 2. Beoogd resultaat en impact

Beoogd resultaat • Doel is het om vanaf 2022 jaarlijks gemiddeld 50 werknemers klaar te stomen voor de regionale arbeidsmarkt, geschoold en met kwalificaties en vaardigheden die passen bij de vraag van het regionale bedrijfsleven. • Toename van de arbeidsparticipatie in de regio. • Een verbeterde structuur/methodiek in het aanbieden van om-, her- en bijscholing. Met ruimte voor maatwerk. Impact • Vraag en aanbod op de arbeidsmarkt zijn meer in evenwicht door werknemers en werkzoekenden passende scholingsmogelijkheden aan te bieden die passen bij de behoefte van het regionale bedrijfsleven • Een verbeterde doorstroom op de arbeidsmarkt, waardoor het aantrekkelijker wordt om in de regio te blijven / naar de regio te komen voor werk (behoud van personeel voor de regio) • Voldoende en passend geschoold personeel voor het (vooral midden- en klein-) bedrijfsleven. •

Mogelijke indicatoren voor de impact zijn naast de arbeidsparticipatie, -productiviteit en de economische groei: het aantal gefaciliteerde stages; het aantal deelnemers aan speeddates; het aantal bezoekers op de beroepenmarkt; het aantal werknemers dat een om-, her- en bijscholingstraject afrondt; de werkgelegenheid in de regio; de arbeidsparticipatie in de regio.

3. Te nemen maatregelen De volgende concrete activiteiten worden in de periode 2021 t/m 2030 uitgevoerd: • De bestaande structuren (netwerk van bedrijven en scholen) en de opgedane kennis (sectoraal en regionaal) worden geoptimaliseerd en uitgebreid met een specifiek aanbod voor om-, her- en bijscholing. • Doelgroepen van deze trajecten zijn geen scholieren maar bijv. mensen die moeite hebben om op de arbeidsmarkt (terug) te komen of mensen die zich op een andere baan willen (of moeten) oriënteren en op die manier dreigen de regio te verlaten. Per doelgroep de nadruk op praktijk (zijinstromers en herintreders) of theorie (nieuwkomers). • Concreet betekent dit dat in Harlingen en Waadhoeke de volgende activiteiten in de periode 2021 t/m 2023 zullen worden uitgevoerd: o Bedrijven, kennis- en innovatiecentra krijgen gesprekspartners bij de onderwijsinstellingen om hun behoefte te laten horen en om uit weloverwogen eigen belang bij te dragen (volwassenen-)onderwijs. De gesprekken worden gevoerd door de bedrijfsconsulenten die via het project in dienst zijn. o Het maken van afspraken met het bedrijfsleven om jaarlijks 15 stageplekken beschikbaar te stellen, (ook financieel) te investeren in zo nodig goede faciliteiten (vergelijkbaar met technieklokalen) dan wel als alternatief het beschikbaar stellen van eigen faciliteiten.

o Organisatie van open dagen bij bedrijven om arbeidsperspectieven bij deze bedrijven voor herintreders zichtbaar te maken. Hiermee zullen de herintreders zicht krijgen op het aanbod in de regio en kunnen zij hier hun bij-, her- of scholing op laten aansluiten. o Vanaf 2022 wordt gestart met meerdere trajecten voor werkgevers en werknemers, gemiddeld 50 per jaar. Tijdens de pilot fase (2022-2023) worden bedrijven uit de twee stuwende sectoren maritiem en agrifood benaderd. • Na een evaluatie kan dit worden uitgebreid vanaf 2024 met twee aanvullende sectoren 4. Crossovers tussen businesscases Tussen de businesscases bestaat de volgende samenhang: • Bij het uitbreiden van het aanbod omscholing, herscholing en bijscholing kunnen ook learning communities ingezet worden. • Bij het uitbreiden van het aanbod omscholing, herscholing en bijscholing kan ook de werkcarroussel betrokken worden zodat mensen zich beter oriënteren om de mogelijkheden.

• Omscholing, herscholing en bijscholing is ook beschikbaar voor arbeidsmigranten waardoor zij zich voor langere tijd in Nederland kunnen vestigen. • Uiteraard is goed onderwijs een randvoorwaarde voor innovatie en een goed vestigingsklimaat. 5. Partners Overheid - Gemeente Harlingen - Gemeente Waadhoeke Ondernemers - Bestaande bedrijven in het netwerk van ‘Leren en werken in de eigen regio’ - Aanvullende bedrijven uit de sectoren maritiem en agrifood Onderwijs - Simon Vestdijk (Harlingen en Franeker) - Anna Maria van Schurman - Campus Middelsee - U. van Houtenschool 6. Te nemen stappen -

gesprekken in kansrijke sectoren: 100 bedrijven benaderd afspraken over aanbieden stageplekken: 15 stageplekken per jaar trajecten om-, her- en bijscholing: gemiddeld 50 trajecten per jaar in fase twee: aanvullende sectoren gemiddeld 100 trajecten per jaar + 30 stageplekken

5B. Ervaren kracht: verbeterde afbouw arbeidsmarkt 1. Urgentie en ambitie Urgentie • Uit onderzoek blijkt dat bedrijven in de gemeenten Harlingen en Waadhoeke te maken hebben met een toenemend aantal bijna-gepensioneerden (55-70 jaar). Waar de ene persoon in deze leeftijdsgroep nog eenvoudig door kan werken tot het pensioen, heeft de ander hier grote moeite mee. Zij komen voor een keuze te staan tussen op dezelfde manier blijven doorgaan tot ze niet meer kunnen of stoppen met werken. • Voor bedrijven vormt dit een reële bedreiging: alle kennis- en ervaring van deze werknemers gaat verloren. Omdat het grootste kapitaal van bedrijven de impliciete en institutionele kennis van de medewerkers is, ligt hier een grote opgave voor de regionale bedrijven. Vooral MKB-bedrijven hebben vaak niet voldoende middelen, tijd of het besef van het belang van een goede kennisoverdracht van ervaren naar nieuwe werknemers. • Wanneer deze bijna-gepensioneerden niet worden behouden, gaan kennis en kunde verloren en daalt de arbeidsproductiviteit. • Om deze personen te behouden en te voorkomen dat kennis en kunde verloren gaat, is maatwerk nodig. Velen van hen zullen aan het werk kunnen blijven wanneer werkzaamheden worden gevonden die passen bij leeftijd, gezondheid en werkervaring.

• De regio wil met een aantal (MKB) bedrijven een plan ontwikkelen om bijna-gepensioneerden te begeleiden langs het gat tussen arbeidsmarkt en pensioen en tegelijk hun capaciteiten optimaal te benutten voor de opleiding van jonge werknemers en zij-instromers zonder de juiste startkwalificatie. Hierdoor neemt de arbeidsproductiviteit; gaat er geen kennis verloren; blijft het DNA van bedrijven voortbestaan; Oudere werknemers krijgen taken die bij hun situatie passen (bijvoorbeeld minder uren per week of fysiek minder zware taken) en jonge werknemers profiteren van de ervaring die al eerder is opgedaan. Ook ervaren zij een directe binding met het bedrijf en het beroep. Daarnaast kunnen oudere werknemers ook veel leren van hun jongere collega’s, bijvoorbeeld op het gebied van digitale vaardigheden. • Vergelijkbare projecten worden al met succes uitgevoerd bij individuele bedrijven in de hele wereld. Onderzoek (bijv. van het Top Employers Institute) laat zien dat vergelijkbare mentorprogramma’s niet veel geld hoeven te kosten en relatief informeel kunnen worden georganiseerd. Ambitie De regio heeft als ambitie de vaardigheden en kennis van bijna-gepensioneerden (werknemers en ondernemers!) optimaal te benutten waardoor kennis en kunde behouden wordt voor de jongere generaties.

Hierdoor zal er voorkomen worden dat de arbeidsmarkt wordt verstoord door het eerder uittreden van waardevolle werknemers. De betrokken partijen leveren een bijdrage aan de verhoging van de arbeidsparticipatie (samen met andere initiatieven naar 70% in 2030) en aan de ambitie om tot 2030 22% economische groei te realiseren. 2. Beoogd resultaat en impact Beoogd resultaat • Per jaar worden er 100 oudere werknemers te gecoacht. • Per jaar starten er 50 mentortrajecten. Een coach kan wel 4 werknemers uit een bedrijf coachen (door middel van een presentatie en vier 1-op-1 gesprekken). • Vanaf 2021: gesprekken in kansrijke sectoren. Impact • Oudere werknemers kunnen en willen langer doorwerken. • Oudere werkgevers vinden sneller een goede opvolger door jong potentieel klaar te stomen, waardoor de bedrijvigheid behouden blijft.

• • • •

Jonge werknemers leren nieuwe vaardigheden en kennis aan van hun oudere collega’s en oudere werknemers leren van hun jongere collega’s. De arbeidsmarkt wordt minder verstoort, omdat oudere werknemers langer door kunnen blijven werken en werkgevers opvolgers vinden waardoor het bedrijf voort blijft bestaan. Er ontstaat meer verbinding tussen oudere en jongere collega’s op de werkvloer. Mogelijk indicatoren van de impact zijn naast de arbeidsparticipatie, - productiviteit en de economische groei: het aantal oudere werknemers dat langer doorwerkt; het aantal werknemers dat andere werkzaamheden krijgt die beter passen bij de leeftijd; het aantal oudere werknemers dat zich opgeeft als coach; het aantal jongere werknemers dat gecoacht wordt; de arbeidsproductiviteit; de arbeidsparticipatie.

3. Te nemen maatregelen Persoonlijke coaching voor werknemers • Inventariseren welke oudere werknemers bereid zijn om coach te worden. • Inventariseren welke bedrijven hoeveel potentiële coaches beschikbaar hebben en deze bedrijven voor langere tijd aan het project te binden, bijvoorbeeld door het beschikbaar maken van financiële middelen. • Bedrijven ontvangen vouchers voor persoonlijke coaching van werknemers (55+) die richting pensioen gaan. Het doel van de coaching is tweeledig: o Enerzijds krijgt de medewerker meer inzicht in mogelijkheden, opties en ontwikkelingsrichtingen. o Anderzijds kan het bedrijf beter ingaan op de situatie van de werknemer en kan de werknemer mogelijk langer (blijven) inzetten. • Per jaar worden gemiddeld 100 werknemers van hogere leeftijd begeleid richting het eind van zijn of haar loopbaan. Er wordt vanuit gegaan dat één coach circa 4 mensen kan begeleiden. Kennisoverdracht • Oudere werknemers brengen hun kennis en kunde via een mentorconstructie over op een jongere generatie. • Per jaar starten er 50 mentortrajecten, wat zou betekenen dat circa de helft van de werknemers die een coaching hebben gehad voor deze optie kiest. 4. Crossovers tussen businesscases De verschillende businesscases hangen als volgt samen: • Door het aanbieden van passende werkzaamheden op hogere leeftijd, wordt talent behouden.

• Wanneer oudere werknemers langer doorwerken, kunnen zij hun kennis meenemen naar de innovatietafels. • Oudere werknemers (waaronder oudere ondernemers) zijn uitermate geschikt voor het ondernemers mentorprogramma. De overdracht van kennis kan een bijdrage leveren aan innovatie en ondernemerschap. 5. Partners Overheid - Gemeente Harlingen - Gemeente Waadhoeke Ondernemers 6. Te nemen stappen Looptijd project: 2021-2030 - gesprekken in kansrijke sectoren: 50 mentortrajecten per jaar

6A: Werkcarrousel per sector 1. Urgentie en ambitie Urgentie • De gemeenten Harlingen en Waadhoeke hebben te maken met een krimpende werkzame beroepsbevolking en tegelijkertijd een toenemende vraag naar personeel. De verwachting is dat in 2030 de potentiële beroepsbevolking ten opzichte van 2013 afgenomen zal zijn met 8% (4.000 inwoners). • Nieuwe werknemers moeten volgens de analyse (SWOT) komen uit een verhoging van de arbeidsparticipatie (1.100 fte), door talent te behouden (1.500 fte), meer instroom uit de rest van Nederland (200 fte), een hogere inkomende pendel (400 fte), instroom uit de EU (500 fte) of van buiten de EU (150 fte). Omdat het in de regio vooral om MKB-bedrijven gaat is er vaak onvoldoende capaciteit om een professioneel HR-beleid op te zetten. • Er is vooral behoefte naar mbo 3/4 en hbo-niveau geschoold personeel en technisch geschoold personeel van alle niveaus. Vooral in de scheeps- en jachtbouw wordt het tekort aan personeel als bijzonder groot ervaren. • De regio wil werkcarrousels voor de stuwende sectoren inrichten. Een werkcarrousel werkt als regionale, gezamenlijke arbeidspool die zowel perspectieven biedt voor werknemers die zich willen blijven ontwikkelen als voor bedrijven die makkelijker regionaal talent vinden.

Hierbij biedt een pool van samenwerkende bedrijven uit de regio aan werkzoekenden en geïnteresseerde werknemers de kans om zich te oriënteren op verschillende werkzaamheden en banen en daarvoor de benodigde vaardigheden te verwerven. Op die manier verhogen de werkcarrousels de zichtbaarheid van de werkgelegenheid in de regio (3.000 vacatures); leveren ze een bijdrage aan het opvangen van het tekort aan werknemers en bevorderen ze de werkcultuur. Daarnaast zijn werkcarrousels een goede en laagdrempelige manier om werknemers te werven, waarbij ongewenste concurrentie op de arbeidsmarkt moet worden tegengegaan. • Bij wederzijds belangstelling volgt de werkzoekende of werknemer vanuit het werkcarrousel een omher- of bijscholingstraject om zich voor te bereiden op de nieuwe baan. • Deze aanpak is in lijn met het concept van ‘leven lang leren’ dat door het Rijk wordt gefaciliteerd en dat zich in meerdere regio’s al bewezen heeft, zoals het programma ‘NL leert door’ van waaruit gratis ontwikkeladviezen voor professionals worden aangeboden. Het concept sluit ook aan bij activiteiten vanuit Harlingen (onder meer ‘Harlingen werkt!’ en het voorstel P.A.C.) en kan daarmee eenvoudig worden uitgebreid naar Waadhoeke. Zo werken binnen Pastiel al 6 gemeenten samen, waardoor snel meters gemaakt kunnen worden.

• Binnen het project maken wij een opstap naar meerdere werkcarrousels in de regio door twee carrousels in de stuwende sectoren (technische) maakindustrie en agrifood in te richten. Ambitie De gezamenlijke ambitie van de regio is: • Een bijdrage te leveren om het tekort aan personeel in de regio, vooral in de technische sector, op te lossen door leven lang leren te stimuleren en werknemers flexibel inzetbaar te maken, waardoor ook de kans op een passende baan voor werknemers toeneemt. • Werknemers en werkzoekenden te ondersteunen in het vinden van een passende baan in de technische beroepen; met in het bijzonder oog voor seizoenswerk(ers). 2. Beoogd resultaat en impact Beoogd resultaat • Het doel is om in 2030, 240 mensen te hebben begeleid naar een nieuwe baan. • Daarmee willen we tot 2030, 500 mensen (talenten) voor de regio behouden door te voorkomen dat zij naar een andere regio gaan voor passend werk of de arbeidsmarkt (vroegtijdig) verlaten. Dit zal een bijdrage leveren aan de gezamenlijke ambitie om 22% groei van het BRP tot 2030 te realiseren.

Impact De impact van de werkcarrousel is het vinden van een balans tussen de vraag en aanbod op de arbeidsmarkt door werkgevers en werknemers met elkaar kennis te laten maken. Een juiste balans zal bijdrage aan: • Het verhogen van de arbeidsparticipatie. • Het voorkomen van werkloosheid. •

Mogelijke indicatoren voor de impact zijn: het aantal deelnemende bedrijven in de carrousel; het aantal werknemers en werkzoekende die deelnemen aan de carrousel; het aantal her, om of bijscholingscursussen die gevolgd worden naar aanleiding van de carrousel; de arbeidsparticipatie; de werkloosheid in de regio.

3. Te nemen maatregelen Potentiële werknemers worden gekoppeld aan diverse bedrijven door inzichtelijk te maken welk talent er aanwezig is en welke baankansen er bestaan in de regio en binnen een bepaalde sector. Hierdoor krijgen deze (potentiële) werknemers een beter beeld van de werkzaamheden en bij welke bedrijven zij zich wel zien werken. Ook kunnen deelnemende bedrijven goed zien wat deze personen in huis hebben en of ze potentie hebben bij het bedrijf. Om dit te bereiken worden t/m 2023 twee pilots uitgevoerd en een aantal ondersteunende activiteiten georganiseerd: • Om werkzoekenden en aanbieders een plek te geven om elkaar te vinden wordt er één digitaal platform ontwikkeld naar het voorbeeld van ‘Kijk binnen bij bedrijven’. Op dit platform kunnen zowel werkzoekenden en jongeren als werkgevers zich inschrijven en kunnen alle vacatures in de regio op één platform gepubliceerd worden. Het is belangrijk dat we hier aansluiten bij bestaande initiatieven zoals de Regionale Banenmarkt. • Deelnemende bedrijven bieden per sector 5 betaalde werkervaringsplekken voor een korte tijd aan voor de werkzoekenden. • Bij het vinden van een passende match krijgen werkzoekenden de mogelijkheid tot extra scholing, het gaat om 20 trajecten per jaar (2022 - 2023). In de eerste instantie worden werkcarrousels opgezet in de sectoren waar de vraag om personeel het grootst is.

Dit zijn de (technische) maak sector en de agrifood sector, vooral met blik op de huidige situatie rond arbeidsmigranten, de toekomstige vraag naar innovatie en de verwachte krimp en demografische ontwikkelingen. De zorgsector kan hier als voorbeeld fungeren, aangezien werkcarrousels in deze sector al bestaan. Bij succes t/m 2023 wordt het concept uitgebreid naar andere sectoren waar de vraag om personeel groot is (zoals de haven / maritiem of de cluster schone energie). •

Na de uitbreiding gaat het om 40 trajecten per jaar (2024 - 2030).

4. Crossovers tussen businesscases De verschillende businesscases hebben de volgende overlap met elkaar: • Door actief werkzoekende en werknemers te koppelen aan bedrijven in de regio, wordt talent behouden en vertrekt het niet naar andere regio’s. • De werkcarrousels zetten de werkgelegenheid en het vestigingsklimaat van de regio op de kaart, zowel in als buiten de regio. • De werkcarrousels kunnen kennismakelaars inspireren in het zoeken naar nieuwe samenwerkingen en komen nieuwe samenwerkingen misschien eerder van de grond.

5. Partners Trekkers: - Gemeente Harlingen (techniek / maak) - Gemeente Waadhoeke (agrifood sector)

-

Technische sector (ICON Yachts, Talsma, Damen Shiprepair, Faber Audiovisuals, Oostwoud International, Horjus, etc.) Agri/food sector (Fobek, Huhtamaki, FrieslandCampina, lokale boeren, etc.) UWV Gemeentes Onderwijs

6. Te nemen stappen Looptijd project: 2021-203 -

Een digitaal platform 20 scholing trajecten per jaar Na de uitbreiding gaat het om 40 trajecten per jaar

6B: Verbeterplan arbeidsmigranten 1. Urgentie en ambitie Urgentie • De gemeenten Harlingen en Waadhoeke hebben te maken met een krimpende werkzame beroepsbevolking en tegelijkertijd een toenemende vraag naar personeel. De verwachting is dat in 2030 de potentiële beroepsbevolking ten opzichte van 2013 afgenomen zal zijn met 8% (4.000 inwoners). • Het inzetten van arbeidsmigranten is één van de manieren waarmee de regionale bedrijven het personeelstekort kunnen op te lossen. Regionale bedrijven hebben grote behoefte aan voldoende en op het juiste niveau geschoold personeel. Een bredere inzetbaarheid, meer stabiliteit en beter geschoolde arbeidsmigranten kunnen een deel van de oplossing zijn. • In de periode 2018-2019 woonden tussen 1500 en 2200 arbeidsmigranten in de gemeente Waadhoeke. De meesten zijn echter ‘short stay’ arbeidsmigranten die na ca 3 à 6 maanden de regio weer verlaten. Dit heeft veelal te maken met het soort werk (seizoenswerk in de agrifood). • Om aan de werknemersvraag te voldoen moeten er volgens de SWOT-analyse 500 fte vanuit de EU instromen. • Om de ‘short stay’ arbeidsmigranten langer in onze regio te houden en nieuwe arbeidsmigranten die zich in Nederland willen vestigen aan te trekken, moeten wij hen stimuleren zich (langer) in onze regio te vestigen. Hierbij focussen we ons vooral op arbeidsmigranten die langer of permanent willen blijven.

• De focus ligt op creatieve, bovenlokale oplossingen met voldoende draagvlak in de kernen en nauw afgestemd met het MKB. Door taallessen en scholing te bieden voor capaciteiten die gewenst zijn voor het regionale MKB wordt de inzetbaarheid van arbeidsmigranten vergroot en daarmee ook de kans dat ze in de regio aansluitend werk vinden. • Door taallessen en scholing te bieden aan arbeidsmigranten doen zij de capaciteiten op die gewenst zijn voor het regionale MKB. In een soortgelijk project in Noord-Limburg (Arbeidsmigranten en Taal) verbeterde de Nederlandse taalvaardigheid van de cursisten aan de BBL-opleiding, kregen zij meer contact met Nederlanders en werd door een deel van hen een betere positie op de arbeidsmarkt verkregen. Hierdoor werden zij meer tevreden over hun verblijf in de regio. • Ook in het dorp Oostbierum in de regio Waadhoeke is aandacht geweest voor het betrekken van arbeidsmigranten bij de samenleving met een ‘Cursus Nederlands voor beginners’. 30 arbeidsmigranten namen hier succesvol aan deel en kregen hiermee een sterkere binding met de regio. • Op het gebied van huisvesting kunnen ook stappen genomen worden om arbeidsmigranten een beter bestaan in de regio te bieden en voor langere tijd aan de regio te binden. Hiervoor zijn en worden al actief stappen ondernomen door de gemeenten Harlingen en Waadhoeke.

In Waadhoeke is in 2019 onderzoek uitgevoerd door Expertisecentrum Flexwonen en heeft de gemeente beleid ontwikkeld betreffende de huisvesting van arbeidsmigranten. Ook de gemeente Harlingen besteedt aandacht aan de huisvesting van arbeidsmigranten door deelname aan de werkgroep Huisvesting Arbeidsmigranten in 2019 en het ontwikkelen van beleid op de onderverhuur van woningen aan arbeidsmigranten. Ambitie De gezamenlijke ambitie van de regio is arbeidsmigranten in de regio breder en langduriger inzetbaar maken op de werkvloer door hen goede, veilige huisvesting en voorzieningen te bieden en hen zich welkom en gewaardeerd te laten voelen. Hierdoor zullen arbeidsmigranten sneller intrigeren in de maatschappij.

2. Beoogd resultaat en impact Beoogd resultaat Doel is het deel arbeidsmigranten dat voor langere tijd aan de regio gebonden blijft (langer dan een jaar) van het huidige 30% te verhogen naar 50% in 2030 (landelijk ligt het op 70%, maar dit is inclusief kenniswerkers). Dit zal rond de 300 nieuwe (vaste) werknemers opleveren, die zich ook kunnen door ontwikkelen (bijscholing ed.). En daarmee tot 2030 300 werknemers voor de regio te behouden en een bijdrage te leveren aan de economische groei van 22% tot 2030. • In 2030 zullen 400 arbeidsmigranten het basisniveau Nederlands hebben bereikt. • In 2030 hebben 200 arbeidsmigranten een praktische vakopleiding afgerond en 130 arbeidsmigranten een cursus gevolgd. • In 2030 zijn er 20 bijeenkomsten georganiseerd voor arbeidsmigranten en bewoners • In 2030 zijn er 8 bijeenkomsten georganiseerd voor kennistransfer en ervaringsuitwisseling in Fryslân. Impact • Het voorkomen van faillissement door een tekort aan personeel. • Het behoud van werkgelegenheid. • Een toename in het aantal duurzame arbeidsmigranten. • Mogelijke indicatoren voor de impact zijn: mate van evenwicht op de arbeidsmarkt, het aantal arbeidsmigranten die langer dan een jaar in de regio blijven; het aantal arbeidsmigranten dat taallessen volgt; het aantal arbeidsmigranten dat scholing volgt; de werkgelegenheid in de regio;

3. Te nemen maatregelen Concreet worden de volgende activiteiten in de periode 2021-2030 uitgevoerd: • Taalles. Door de arbeidsmigranten de Nederlandse taal bij te brengen zal de communicatie op de werkvloer verbeteren. Hier is al sprake van in het dorp Oostbierum in de gemeente Waadhoeke waar het project ‘Cursus Nederlands voor beginners’ succesvol gelopen heeft in het jaar 2019. Dit succesvolle project zal verder uitgebreid worden naar de hele regio. De ambitie van de regio is om tot 2025 200 deelnemers succesvol een basisniveau van de Nederlandse taal bij te brengen. • Scholing. Vanuit de sector waarin de arbeidsmigranten werkzaam zijn zal in samenwerking met het regionale onderwijs aandacht besteed worden aan het gericht opleiden van arbeidsmigranten voor functies binnen het MKB-bedrijf. De inzetbaarheid van deze werknemers zal hiermee vergroot worden en de wil om in de regio op langere termijn te blijven werken zal toenemen. De ambitie van de regio is om tot 2025 100 arbeidsmigranten een praktische vakopleiding te laten afronden en 65 arbeidsmigranten een cursus te laten afronden. Daarbij besteden we specifiek aandacht aan: o Het aanbieden van een verkorte trajecten aan hen die voorheen andere functies bekleedden. o Het aanbieden van praktijkcertificaten aan arbeidsmigranten om het gebrek aan officiële kwalificaties op te lossen. • Interactie met lokale bevolking.

Door interactie met de lokale bevolking te faciliteren door de organisatie van gezamenlijke activiteiten en door het koppelen van arbeidsmigranten aan bewoners, zullen de arbeidsmigranten zich meer gezien en gehoord voelen. Ook zullen zij zich de Nederlandse taal sneller eigen maken en zullen zij meer bereid zijn om zich voor langere termijn in de regio te vestigen. • Verder ontwikkelen en uitvoeren beleid op de huisvesting van arbeidsmigranten in de regio. • Om deze maatregelen goed uit te voeren is het van belang om de doelgroep adequaat te bereiken: Daarvoor is het nodig:

o

• • •

Inventariseren hoeveel arbeidsmigranten er zijn en wie er interesse heeft in het volgen van taallessen en verdere scholing. o Het ontwikkelen van een goede informatieverstrekking richting arbeidsmigranten. o Contact leggen met moeilijk te bereiken arbeidsmigranten via hun kinderen op school. Het aanbieden van een verkorte trajecten aan hen die voorheen andere functies bekleedden. Het aanbieden van praktijkcertificaten aan arbeidsmigranten om het gebrek aan officiële kwalificaties op te lossen. Onderzoeken in hoeverre de bovenstaande maatregelen voor arbeidsmigranten ook voor statushouders toepasbaar zijn.

4. Crossovers tussen de businesscases De businesscases zijn met elkaar verbonden op de volgende manieren: • Door een goed vestigingsklimaat aan arbeidsmigranten aan te bieden door goede scholing en huisvesting, wordt nieuw talent aangetrokken en bestaand talent behouden. • De regio wordt in een positief daglicht gesteld (marketing) door het bieden van een goed vestigingsklimaat aan arbeidsmigranten, zowel in Nederland als daarbuiten. • Ervaren arbeidsmigranten kunnen deelnemen aan de mentorprogramma’s en op die manier kennis en kunde overdragen aan nieuwe/jonge werknemers. 5. Partners • MKB • Overheid • Ondernemersorganisaties • Onderwijs • Uitzendbureaus • Burgers 6. Te nemen stappen Looptijd project: 2021-2030 - 400 arbeidsmigranten hebben de Nederlandse taal geleerd - 200 arbeidsmigranten hebben een praktische vakopleiding afgerond - 130 arbeidsmigranten hebben een andere cursus afgerond - 20 bijeenkomsten zijn georganiseerd voor arbeidsmigranten en bewoners - 8 bijeenkomsten zijn georganiseerd voor kennistransfer en ervaringsuitwisseling in Fryslân

7: Academie van Franeker 1. Urgentie en ambitie Urgentie • De regio heeft veel moeite om hoger opgeleide jongeren aan de regio te binden. Deze jongeren vertrekken om te gaan studeren en komen vaak niet meer terug op de regionale arbeidsmarkt. • De gemeenten Harlingen en Waadhoeke hebben te maken met een krimpende werkzame beroepsbevolking en tegelijkertijd een toenemende vraag naar personeel. De verwachting is dat in 2030 de potentiële beroepsbevolking ten opzichte van 2013 afgenomen zal zijn met 8% (4.000 inwoners). Om dit te voorkomen moet er voorkomen worden dat de jeugd, de regio verlaat. • De Academie van Franeker kan een belangrijke rol spelen in het behoud van jongeren voor de regio door het in samenwerking met de Rijksuniversiteit Groningen aanbieden van hoger onderwijs en een onderzoeks- en publieksfunctie vervullen. De ambitie van de Academie is om op vier vakgebieden wetenschappelijk onderzoek uit te voeren: Natuur & Techniek, Mens & Gezondheid, Recht & Omgeving en Letter & Geest. Op drie van deze gebieden zijn al onderzoeksprogramma’s gestart. Door dit aanbod uit te breiden zal meer hoogopgeleid personeel voor de regio behouden kunnen blijven. • Door strategische samenwerkingsverbanden met regionale bedrijven op te bouwen kan de Academie bijdragen aan innovatie in de regio. Bijvoorbeeld op het gebied van verzilting.

Een onderwerp waarop de academie hét onderzoekscentrum wil zijn. • De Academie van Franeker zal door deze samenwerkingen met het regionale bedrijfsleven aan de ene kant en met onderwijsinstellingen binnen en buiten de regio aan de andere kant een belangrijke positie als schakel tussen ondernemers en onderwijs in de regio kunnen innemen. • De Academie moet een plek zijn waar HBO’ers van verschillende achtergronden elkaar kunnen treffen en een learning community, een kenniscentrum, vormen, die ingezet kan worden als bedrijven in de regio behoefte hebben aan mensen met HBO-niveau. Hierdoor zullen deze leerlingen al werkend leren en door de samenwerking met onderwijs/onderzoek en met werknemers uit de regio een beeld krijgen van de baanperspectieven in de regio en bovendien innovatie in de regio ondersteunen en meewerken aan oplossingen voor regionale problemen. Doordat de deelnemende leerlingen aan het eind van hun opleiding zullen zitten, kan een deel van hen doorstromen naar de bedrijven waarmee zij in de learning communities samengewerkt hebben. Het onderwijs en onderzoek aspect van deze samenwerking zal geregeld worden door nieuw aan te nemen docent en voor betrokken werknemers zal onder andere gebruik gemaakt kunnen worden van de oudere ervaren krachten bij regionale bedrijven.

• Door de positie als schakel tussen onderwijsinstellingen en bedrijven in de regio heeft de Academie een passende taak in het verbinden van leerlingen aan bedrijven in de regio en het coachen en onderwijzen van deze leerlingen in samenwerking met de onderwijsinstellingen. Ambitie De regio wil Hoger Onderwijs in de regio gaan aanbieden en daarmee meer jongeren een passende baan in de eigen regio aanbieden. Door de zichtbaarheid van (het aanbod van) de Academie van Franker te vergroten zal ook de aantrekkelijkheid van de regio versterkt worden. Hierbij kan eenvoudig voortgeborduurd worden op de geschiedenis van de academie als oudste universiteit van Nederland en van Franeker als universiteitsstad.

2. Beoogd resultaat en impact Beoogd resultaat • Learning communities opzetten met elk met 1 vertegenwoordiger uit het onderwijs/onderzoek, 2 á 3 werknemers uit de regio en 6 á 7 leerlingen. Het doel is om per jaar 4 van deze leerlingen te laten doorstromen naar de regionale arbeidsmarkt. • En daarmee tot 2030 300 werknemers voor de regio te behouden en een bijdrage te leveren aan de economische groei van 22% tot 2030. Impact • Jongeren verlaten de regio minder of niet en jongeren van buiten de regio worden naar de regio getrokken. • Het behoud van werkgelegenheid. • Het behoud van een goed vestigingsklimaat. •

Mogelijk indicatoren voor de impact zijn: meer evenwicht op de arbeidsmarkt, het aantal jongeren dat in de regio blijft; het aantal jongeren dat zich aansluit bij een learning community; het aantal ondernemers dat zich aansluit bij een learning community; het aantal leerlingen dat vanuit een learning community doorstroomt naar de regionale arbeidsmarkt; de arbeidsparticipatie in de regionale arbeidsmarkt; het aantal jogneren dat hoger onderwijs volgt aan de Academie van Franker.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=waadhoeke&id=b7fca056-fd28-44bd-8c67-029c46b60f96