Bijlage 1: Ruimtelijke onderbouwing
Tekst van het document
ERZONDEN 19 AUG ZOfl Ons briefnummer
14.304657 Uw kenmerI
Behandeld door A. Alma Toestel 14 0517
E-mail wabobket@franekeradecl.nl
Frnneker, ISaugustus 2014 Bijlage(n)
Onderwerp Positiefeindadvies aanvmag vooroverleg omgcvingsvergunning
Geachte heer Spoelsira, Op IS juli 2014 vroeg U een vooroverleg biJ ons nun namens de heer W. Postma te Achlum. U vraagt het overleg nan voor bouwen van een 5e pluimveestal op Deersum I te Achium. In deze brief leest u meer over uw aanvraag. U heeft een omgevingsvergunning nodig voor de onderdelen: (Ver)bouwen van een bouwwerk; Nandelen in strijd met regels ruimtelijke ordening; Net oprichten, veranderen of in werking hebben van een inrichting.
-
-
-
Wij verwachten dat uw project vergunbaar is. Dit blijkt uit onze beoordeling van de aanvraag. Waar keken we nanr7 In overleg met u keken wij naar bet bestemmingsplan “Buitengebied 2013” en de noodzakelijkheid om cen Nije Pleats Eraject te doorlopen. Wij hebben de bcoordeling gebaseerd op de volgende stukken: Forrnulieraanvraag vooroverlcg met regisiratienummer 14.111349 Begeleidend schrijven MS1I7072014 met registratienummer 14.111351 Toelichting Iandschappelijke inpassing met registratienummer 14.111350 Tekening landschappelijke inpassing met registratienummer 14.111352 Email aanvWlende informatie d.d. I] augustus 2014 met registmtienummer 14.112261 Gewijzigde tekening met Meinere both met registratienummer 14.112262 -
-
-
-
-
We beoordeelden uw aanvraag op het ter plaatse geldende bestemmingsplan “Buitengebied 2013” en de noodzakelijkheid cm een Nije Pleats traject te doorlopen.
Vat zagen wlj? Dit zagen wij: Her beswmn:ingsplan
IDe aanvmag is in strijd met bet bestemmingsplan “Buitengebied 2013”. Het vooraverleg gnat aver een loads van 1800 iii’ (20 x 90 meter) buiten bet bauwvlak, voor do huisvesting van circa 37.000 kippen. Met deze informatie hebben wij, voor zover dat mogelijk was, de aanvraag getoetst nan bet bestemmingsplan. Hieruit zijn de volgende strijdigheden met het besiemmingsplan naar voren gekomen: Len bedrijfsgebouw lea behoeve van bet stallen van yea mag ten hoagste 1600 in zijn; Dc gebouwen moeten binnen een boutvvlak gebouwd warden -
-
Beaurdeling irenseljjkheW oni afte w(/ken van her besternniingsplan Wij hebben in ccii ambteHjk overleg benordeeld of het wenselijk is am afte wijken van het bestemmingsplan en toe to staan dat de loads op de betreffende locatie wordt gebouwd. Qok is bet plan besproken met do verantwoordelijke wethouder. Hieruit is naar voren gekomen dat op voorhand geen bezwaren zijn am medewerking te verlenen ann het plan, mits wordt valdaan ann de voorwaarden zoals genoemd in hat besternming(artikel 3.3.7 enartikel 3.7.2. van bet bestemmingsplan Builengebied 2013). Her Nj/c Pleats ira/ed U heeft ons gevraagd of bet in dit specifieke geval noodzakelijk is am een Nije Pleats tnject te doorlopen. De slal past geheel bthnen de bestaande Iandschappelijke unpassing. Deze Iandschappelijke inpassing is in 2008 tot stand gekomen met Landschapsbeheer Friesland en is oak zo gerealiseerd. Hiermee is destijds een nieuw groen afgebderd erfontstaan. Dc voorgestelde locatie van de nieuwe foods is vanuit landschappelijk ongpunc de meest geschikte locatie binnen de bestaande groenstwctuw. Gelet hierop achten vij he: doorlopen van en Nije Pleats traject niet noodzakelijk am tot een goode mimtelijke overweging te kunnen komen.
Voorwaurden otis rnedeiverMng Ic verlenen [let bestemmingsplan Buiteagebied 2013 geeft de volgende criteria am medewerking te verlenen nan een bouwplan met een bedrijfsgebouw grater dan 1600 mz die buiten bet bouwlak is gesitucerd:
Afwiiken van bet bestemmingsplan en toe staan dot en bedriifsaebouw worth uebauwd met een grotere or,yervlakte van 1600 in3: Met cen erfinrichtingsplan en eon lichtplan meet warden aangetoond dat de ontwikkeling op zorgvuldige wijze landschappelljk wordt ingepast; Er mag geen onevenredige aftreuk warden gednan ann bet bebouwingsbeeld, de milleusituatie, de woansituatie, de natuurlijke en landschappelijke waniden en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden. -
-
Wijziirwsbevoegdheid voor bet vergroten van bet bouwvlak nanr 3,00 hectare: Dc oppeivlakte van het boutwak tstrdt vergroot tat maximaal 3,00 hectare, waarbij de oppervlakte van bet bauwvlak dat in gebruik is ten behoeve van nict-grondgebonden agrarische bedrijfsactiviteiten ten hoogste 1,50 hectare mag zijn en de omvang van de niet-grondgebonden agrarische bedrijfsactiviteiten de 300 Nge niet mag overschrijden; -
-
-
-
-
-
Er mag binnen het bestaande bouwvlak geen ruimte meer zijn your de benodigde uitbreiding; Er is zicht op een langdurige vergroting van de productieomvang ala gevolg van de schaalvergroting of extensiveringlverbreding van de bedrijfsactiviteiten en de noodzaak van de bedrijfsuitbreiding is aangetoond; Bij toepassing van de wijzigingsbevoegdheid wordt de methodiek uit het Werkboek De Nije Pleats in Fryslthi 2009 toegepast; De vergroting van bet agrarisch bedrijf mag geen onevenredige negatieve gevolgen hebben voor bet bestaande wegennet; Er mag geen onevcnredige afbreuk worden gedaan aan de milleusituatie, de natuurlijke en Iandschappelijke waardcn, de archeologische waarden, de woonsituatie, bet bebouwingsbeeld en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende granden.
Uw aanvraag moet aan de bovenstaande criteria voldoen. De voorwaarde dat een Nije Pleats traject doorlopen moet worden komi daarbij Ic vervallen. Dit moet wel nader in de ruimtelijke onderbouwing gemotiveerd warden. Zo vraagt u de vergunning aan U kunt een vergunning nanvragen via www.omgevingsloket.nl. Hier kunt ii oak een papieren aanvraagformulier printen. Waar moct ii op letten? Mouth u bij uw aanvraag rekening met de resultaten van onze beoordeling. De volgende acliviteiten nice? u aanvragen: (Ver)bouwen van een bounverk; Randelen in sthjd met regels ruimtelijke ordening; Ret oprichten, veranderen of in werking hebben van een inrichting. -
-
-
U sinurt de volgende infornratie mae met mv aanvraag Informatie als genoemd in de hoofdstukken 2, 3 en 4 van de Ministeriele regeling omgev ingsrecht; Erflnrichtingsplan en Iichtplan; Informatie waarmec de noodzakelijkheid van de bedrijfsuitbreiding is aangetaond; Informatie waawit blijkt dat de vergroting van bet agrarisch bedrijfgeen onevenredige negatieve gevolgen heeft voor bet bestaande wegennet; Goede ruimtelljke onderbouwing.
-
-
-
-
-
Wi] kunnen de ruimtelijke onderbouwing oak voor ii verzorgen. WIJ vmgen dan Rho adviseurs am deze onderbouwing op te stellen. De kosten hiervan komen voor rekening van de aanvrager. Oak wordt in dat geval cen extra legesbedrag (conform de legesverordening) in rekening gebracht voor bet verzorgen van de ruimtelijke onderbouwing. Waarschijnlijk zal sprake zijn van cen omgevingsvergunning met een doorloaptijd van 6 maanden. Dit omdat er sprake is van een uitgebreide procedure. Deze termijn kan eenmaal met zes weken worden verlengd.
Overige toestemmingen en voorzieningcn Voor bet realiseren van uw project heeft ii naast tie omgevingsvergunning moeliJk nog een toestemming nodig op grond van de Natuurbesehermingswet. Indien u deze ontheffing nodig heeft kunt is dit (vóôr bet indienen van de aanvraag omgevingsvergunning) vragen aan de minister van Economisehe zaken, Landbouw en Innovatie. Ook kunt u er voor kiezen om de deze ontheffing te lawn aanhaken bij de aanvraag omgevingsvergunning. In dat geval vmgen wij NJ de minister van Economisehe zaken, Landbouw en Innovatie een verUaring van bedenkingen. Na ontvangst van tie verkiaring van geen bedenkingen kunnen wij pus tie omgevingsvcrgunning verlenen. Wij weten niet zeker of ii tie vergunning straks krijgt K.rijgt ii een positief advies op uw aanvroag7 Dan betekent dot niet automatisch dat u tie omgevingsvergunning krijgt. Kñjgen wij readies binnen? Of veranderen tie regels? Dan kan ons oordeel veranderen, 1k geelu grang moor informatie Wilt u meer informatie over deze brief? U kunt mij nltijd bellen. Mijn telefoonnummer is 140517. 1k help is groag verder. Hoogoehtend, burgemeester en wethouders van Franekeradeel, namens dezen,
a
A. Alma, Medewerker afdeling Ruimle.
:!iiU1iM’ I
.[W:1J1Jik hmi
O NTVAN 6 EN 13 OKI 2008
Landschapsbeheer Friesland
Pietersma & Spoelstra Aan mr. Al Spoelstra Postbus 707 9200 AS Drachten
Kenmerk: CR/JV-8793 Betreft: landschappelijke inpassing ert Postma
Beetsterzwaag, 9 oktober 2008 -
Achlum
Geachte heer Spoelstra,
Hierbij ontvangt ti twee exemplaren van bet plan voor de landschappelijke inpassing van het erf van de heer Postma in Achlum. Door de beer Postma is op diverse p(aatsen rond bet ert beplanting aangebracht, Voor de Iandschappelijke inpassing vind ik meer beplanting niet noodzakelijk. Wel heb ik met de beer Postma gesproken over het aangeplante sortiment. De schets geeft een beeld van de toekomstige situatie, wanneer de aanplant is volgroeid. In de toelichting is een beheeradvies opgenomen. Het betreft de omvorming van een Iandschappelijk ongewenste soon (kronkelwilg) naar Iandschappelijk verantwoorde soorten. Met vriendelijke greet, Landschapsbeheer Friesland,
ing. C. Reynders
5tkhtng Landschapsbeheer Friesland, Commkseweg 15, 9244 GB Beetsterzwaag, Telefoon 0512-383800, Fax 0512-381457 www.Iandschapsbeheerfries(and.nt, E-maiI friecland@landschaosbeheer.nl, Banknr. 38.90.67.474, Ki K. nr, 41001941
t
-
hoogspannings biding
bestaande event. aanvullen met knot wilgen
hoogspannings leiding
Landschappehjke inpassing p/u/rn veebedruf tam. Postma Achium
schaal 1:2.000 oktober 2008
oude erfbeplanting
bestaande knotwilgen
jonge bouts/n gel populieren en struikbep!anting
I
rD
C
Wfl!W
IfflUttW
Landschapsbeheer Friesland
Coinmissiewug IS 9244 GB Beetsteawaag tel 0512383800 c- ,eyndos(latldschapsbetieerfrieslondnl
MEMO
1.
Van Project Opdrachtgever
: : :
Jan Kleefstra 20191073 Gemeente Waadhoeke
Datum Aan CC
: : :
9-09-2019 Dhr. P. van der Ploeg Dhr. O. van der Eems
Betreft
:
Notitie uitbreiding intensieve veehouderijen
INLEIDING
Er is bij uw gemeente een principeverzoek ingediend voor uitbreiding van het stalvloeroppervlak van het intensief veehouderijbedrijf op het perceel Deersum 1 te Achlum. Het principeverzoek is uitgebreid beschreven in een brief van Pietersma & Spoelstra, gedateerd 25 april 2019. De inhoud daarvan wordt, om te voorkomen dat beschikbare tekst over wordt geschreven, hier herhaald en ingelast beschouwd. In de brief is ook het huidige planologische kader beschreven en is het provinciaal beleid benoemd. Die informatie is grotendeels juist en is als basis gebruikt voor deze memo. Op basis van die informatie kan worden geconcludeerd dat de uitbreiding in strijd is met het bestemmingsplan Buitengebied 2013 van de voormalige gemeente Franekeradeel. Op basis van dat bestemmingsplan mogen bouwvlakken die in gebruik zijn voor intensieve veehouderij niet groter zijn dan 1,5 ha. In dit geval is er in de bestaande situatie reeds een bouwvlak van 1,5 ha aanwezig. Het provinciaal beleid biedt een uitzondering voor een beperkte vergroting van de 1,5 ha. Uitbreiding boven de 1,5 ha is volgens de provincie mogelijk als deze uitbreiding beperkt blijft en de achterliggende reden voor de uitbreiding maatschappelijk voordeel oplevert. Daarbij is in de provinciale verordening een viertal aspecten genoemd die onder maatschappelijk voordeel begrepen moeten worden.
U heeft naar aanleiding van dit verzoek de vraag opgeworpen in hoeverre dergelijke uitbreidingen bij intensieve veehouderijbedrijven in het belang van dierenwelzijn en verbetering van de milieusituatie en het economisch belang van de agrariër kan worden gehonoreerd in relatie tot een verdere verstening van het buitengebied. U heeft ons verzocht om een notitie die handvaten biedt om in dergelijke gevallen een goede afweging te kunnen maken. Deze notitie geldt voor intensieve veehouderijbedrijven in zijn algemeenheid en voor het bedrijf aan Deersum 1 in het bijzonder.
2.
OVERWEGINGEN
Het is binnen het gemeentelijk en provinciaal beleid al lange tijd gebruikelijk om agrarische bedrijfskavels een maximale omvang toe te kennen. Die maximale omvang is in de loop van de tijd aangepast aan de gewijzigde omstandigheden in de landbouw en het beleid dat van toepassing is op de diverse vormen waarin de agrarische bedrijven zich in de loop van de tijd hebben gemanifesteerd. Niet alleen het voorkomen van verstening heeft aan die omvang ten grondslag gelegen. Ook het meebewegen met schaalvergroting, verbreding van 1 Rho adviseurs voor leefruimte Druifstreek 72-C 8911 LH LEEUWARDEN
bedrijfsactiviteiten dan wel de aard van de bedrijvigheid en de maatschappelijke wenselijkheid van ontwikkelingen hebben tot een gedifferentieerde benadering geleid. Een belangrijk uitgangspunt voor de vergroting van agrarische bedrijfskavels is inmiddels de landschappelijke inpasbaarheid. In Fryslân wordt daarvoor boven een omvang van 1,5 ha De Nije Pleats-methode toegepast. Vanuit dat principe moet de benodigde omvang wel gemotiveerd worden, maar een grotere omvang is in beginsel mogelijk, mits dit op een verantwoorde wijze wordt ingepast. Naast de landschappelijke inpassing is er de laatste jaren steeds meer aandacht voor verduurzaming van de landbouw en het verbeteren van dierenwelzijn, met name in de intensieve veehouderij. Die ontwikkeling gaat door. In het ontwerp voor de Nationale Omgevingsvisie streeft het Rijk naar een volledige kringlooplandbouw in 2030. Kortom de landbouw is sterk in transitie en dat zal ook andere ruimtelijke vraagstukken met zich meebrengen die direct weer van invloed zijn op de omvang van de agrarische bedrijfskavels. Vanuit het specifieke geval aan de Deersum 1 te Achlum is de vraag aan de orde in hoeverre het aanvaardbaar is dat een bouwvlak voor een intensief veehouderijbedrijf in zijn algemeenheid in beperkte mate wordt vergroot ten behoeve van verbetering van dierenwelzijn waarbij eveneens milieutechnische verbeteringen tot stand komen.
Vanuit de maatschappelijke veranderingen en de koers voor een landbouwtransitie van het Ministerie is het goed om hier beleidsmatige ruimte voor te bieden, waarbij de kanttekening relevant is dat maatwerk ook tot de conclusie kan leiden dat die ruimte op sommige plekken om wat voor reden dan ook niet toelaatbaar is. In landschappelijke zin bestaan in beginsel geen overwegende bezwaren tegen beperkte uitbreidingen. Weliswaar neemt de verstening ter plaatse toe, maar dat is slechts in beperkte mate. Bovendien is de verstening relatief daar waar het de intensieve veehouderijbedrijven betreft. In het bestemmingsplan is een mogelijkheid opgenomen om intensieve veehouderijbedrijven om te zetten naar een grondgebonden agrarische bedrijfsvoering. Op het moment dat een intensief veehouderijbedrijf omschakelt naar een grondgebonden agrarische bedrijfsvoering ontstaat ter plaatse ruimte voor een bedrijf met een bouwvlak van maximaal 3 ha. Op iedere locatie waar nu een intensief veehouderijbedrijf is gevestigd, ligt in beginsel, afhankelijk van enkele randvoorwaarden, de mogelijkheid van een bedrijfskavel tot een omvang van 3 ha. In planologische zin ligt er daarmee al een gezamenlijke claim op het buitengebied voor verstening waarop deze buitenplanse uitbreidingsmogelijkheden een marginale invloed hebben.
Bovendien zijn er ontwikkelingen, en biedt het bestemmingsplan daar ook ruimte voor, om tot sanering van bebouwing te komen, daar waar bedrijven stoppen. De exacte omvang van een agrarische bedrijfskavel is vanuit landschappelijke waarden minder relevant. Het gaat om postzegels in het landschap, die daar een nauwe relatie mee hebben en die daar om die reden ook thuishoren. Agrariërs benutten onder meer om financiële en bedrijfstechnische redenen niet meer ruimte dan strikt noodzakelijk en maar een beperkt aantal zal een schaalsprong maken naar een omvang waarbij de landschappelijke waarden in geding komen. Het gaat daarbij niet zozeer om de exacte omvang van een bedrijfskavel (ook een kleine bedrijfskavel kan grote invloed op de landschappelijke waarden hebben), maar om maatwerk per bedrijf, de plek in het landschap en de landschappelijke inpassing daarvan. Voor een bedrijf met een omvang van 1,7 of 3,3 ha blijft een goede landschappelijke inpassing binnen de maat en schaal van het landschap bepalend voor de toelaatbaarheid van het bedrijf, maar op voorhand daarvoor een exacte omvang vastleggen is niet wenselijk. De discussie over de toelaatbare omvang van agrarische bedrijven moet niet gaan over de exact toelaatbare omvang van een bedrijfskavel, maar om de noodzakelijke omvang van het bedrijf om te komen tot een toekomstbestendig bedrijf en de inpasbaarheid daarvan.
Aandacht voor die landschappelijke inpasbaarheid is al gewaarborgd middels De Nije Pleats methode, omdat die doorlopen moet worden bij uitbreidingen boven de 1,5 ha. Het gaat er om een toekomstbestendig agrarisch bedrijf te laten functioneren. Een toekomstbestendig bedrijf is niet alleen een bedrijf dat in economische zin weet te overleven, maar is ook een bedrijf dat inspeelt op de ontwikkelingen die gaande zijn binnen de transitie van de landbouw en die inspeelt op de ontwikkelingen naar 2 Rho adviseurs voor leefruimte Druifstreek 72-C 8911 LH LEEUWARDEN
een duurzame kringlooplandbouw. Dat is niet alleen voor de ondernemer van belang, maar heeft ook zijn uitstraling naar het gebruik van het landelijk gebied en daarmee naar de landschappelijke waarden. Op het moment dat een bedrijf zich ontwikkelt naar een kringloopbedrijf, met natuurinclusiviteit en een duurzame bedrijfsvoering, moet de omvang passend zijn bij de uitoefening van dat bedrijf. Op weg naar die toekomstbestendige landbouw is er niks op tegen om bij intensieve bedrijven een beperkte vergroting toe te staan, als dat leidt tot een verbetering van dierenwelzijn al dan niet in combinatie met verbetering van de milieusituatie en duurzaamheidsmaatregelen. Er zijn meer gemeenten die een dergelijke vergroting al toelaten in hun bestemmingsplannen, waarbij als voorwaarden zijn opgenomen dat een dergelijke vergroting alleen is toegelaten als dat gebeurt vanuit dierenwelzijn en -gezondheid en het aantal dierplaatsen niet toeneemt. Dat ligt ook in de lijn van de provinciale regeling. Belangrijk is wel om altijd als voorwaarde te stellen dat de uitbreiding nodig is vanuit dierenwelzijnseisen en/of dierengezondheidseisen of nodig is om de transitie naar een volledig duurzaam kringloopbedrijf te maken.
Een dergelijke verbetering gaat vrijwel altijd gepaard met oppervlaktevergroting, omdat een ondernemer in de meeste gevallen de verbetering wil realiseren bij een gelijkblijvend aantal dieren. Aanpassing van de bedrijfsvoering en de bedrijfsgebouwen aan nieuwe eisen is bedrijfseconomisch vaak niet uitvoerbaar/rendabel als daarvoor ook nog dieren ingeleverd moeten worden. Bij een gelijkblijvend aantal dieren is dat in sommige gevallen economisch gezien al niet rendabel. Er zijn bestemmingsplannen van andere gemeenten waarin ook een toename van het aantal dieren is toegelaten. De provincie stelt hier geen regels over in haar verordening. Veelal vindt de uitbreiding ten behoeve van dierenwelzijn plaats vanuit verplichte wettelijke eisen. Dat brengt voor een bedrijf financiële consequenties met zich mee, die in sommige gevallen alleen te dragen zijn als de productie ook verhoogd kan worden. In die gevallen hebben gemeenten eveneens een beperkte uitbreiding van het aantal dieren toegelaten om de wettelijke verplichting ook daadwerkelijk te kunnen realiseren. Die keus moet per geval worden gemaakt, dan wel moet een keuze vooraf in een bestemmingsplan worden vastgelegd. In het geval van Deersum 1 te Achlum is hiervan geen sprake. Daar kan de uitbreiding en verbetering van het bedrijf gepaard gaan met afname van het aantal dieren.
Het aantal dieren kan vervolgens in het bestemmingsplan worden vastgelegd. Een aanpassing van de bedrijfsvoering vanuit verbetering van de milieuomstandigheden of vanuit duurzaamheidsmaatregelen hoeft niet per se gepaard te gaan met oppervlaktevergroting. Vandaar dat er in ieder geval sprake moet zijn van verbetering van dierenwelzijn en -gezondheid, waarbij uitbreiding met een min of meer gelijkblijvend aantal dieren onontkoombaar is. Vervolgens gaat een dergelijke verbetering idealiter gepaard met verbeteringen op het gebied van milieu en duurzaamheid. Dat is geen harde voorwaarde, maar is wel een aandachtspunt in het gesprek met de agrariër, mede ook vanuit het oogpunt van toekomstbestendigheid. De vraag is vervolgens wat een aanvaardbare beperkte vergroting is. In de provinciale verordening is aangegeven dat het daarbij om circa 10% van de oppervlakte van het bouwvlak mag gaan. Er staat dus niet dat het om maximaal 10% moet gaan. De provincie laat de mogelijkheid toe om maatwerk te leveren, en dus goed gemotiveerd op een plek ook meer dan 10% toe te laten. Het is voorstelbaar om een dergelijke objectieve norm niet in de regels vast te leggen. Een dergelijke norm kan als richtgetal in de toelichting worden opgenomen. Dat laat ruimte voor een kwalitatief toetsingskader waarmee maatwerk per bedrijf geleverd kan worden.
Belangrijk hierbij is dat in het verleden al richting sommige agrariërs is aangegeven dat de grens van de omvang van het bedrijf is bereikt. Daar waar dat is gesteld in relatie tot de omvang van de bebouwing, is het belangrijk dat standpunt nog eens af te wegen tegen de toekomstbestendige ontwikkeling die het bedrijf nu doormaakt. In het geval dat standpunt is ingenomen in relatie tot het aantal dieren, kan worden gesteld dat daar waar het aantal dieren gelijk blijft of afneemt, de ontwikkeling aanvaardbaar is. Het standpunt is wel relevant om niet telkens opnieuw binnen de 10% verdere verruiming toe te staan. Het is geen plicht om mee te werken, maar een bevoegdheid. De gemeente kan daar altijd goed gemotiveerd van afzien en per geval maatwerk leveren. In het geval Deersum 1 wordt de uitbreiding aanvaardbaar geacht vanwege de ontwikkeling die het bedrijf doormaakt naar een toekomstbestendig bedrijf in de lijn van de transitie die de landbouw doormaakt en het 3 Rho adviseurs voor leefruimte Druifstreek 72-C 8911 LH LEEUWARDEN
gegeven dat daarmee het aantal dieren vermindert. Bovendien vindt er nog een aanzienlijke verbetering van de milieuomstandigheden plaats. Daarmee neemt het bedrijf in omvang niet toe, maar neemt het bedrijf wel een voorschot op veranderende regelgeving met betrekking tot agrarische bedrijven en het maatschappelijk voordeel dat daarmee geboekt kan worden. Dat het bedrijf zich bij haar uitbreiding meer naar de weg toe beweegt is in dit geval, gezien de resterende afstand tot de weg, niet bezwaarlijk.
3.
VOORSTEL
Het voorstel is om mee te werken aan beperkte uitbreidingen van intensieve veehouderijbedrijven met een gelijkblijvend of afnemend aantal dieren op het moment dat daarmee maatschappelijk een belangrijke meerwaarde wordt bewerkstelligd. Het moet daarbij gaan om een verbetering van het dierenwelzijn en gezondheid, idealiter gecombineerd met verbeteringen op het gebied van milieu en duurzaamheid in een ontwikkeling naar een duurzaam toekomstbestendig agrarisch bedrijf. De landschappelijke inpassing van de uitbreidingen vindt plaats via De Nije Pleats methode. Voor de omvang van een beperkte uitbreiding wordt de lijn van de provincie aangehouden en wordt vastgelegd op circa 10%. Daarbij wordt ruimte voor maatwerk gelaten. Op het moment dat een bedrijf de volledige sprong maakt naar een kringloopbedrijf, moet de discussie over de bedrijfskavel en het wel of niet exact voldoen aan de 10% niet doorslaggevend zijn voor het wel of niet toelaten van de ontwikkeling van het intensieve veehouderijbedrijf. De 10% is een richtgetal, dat duidelijk maakt binnen welke omvang de ontwikkeling van een bedrijf zich af moet spelen. ===
4 Rho adviseurs voor leefruimte Druifstreek 72-C 8911 LH LEEUWARDEN
Postbus 718, 6800 AS Arnhem, Nederland
CLASSIFICATIE
Maatschap W. Postma - Yntema T.a.v. de heer W. Postma Deersum 1 8806 KS ACHLUM
DATUM ONZE REFERENTIE BEHANDELD DOOR TELEFOON DIRECT E-MAIL AANTAL BIJLAGEN
BETREFT
C1 - Publieke Informatie 5 juni 2023 TOE0006482 FKO/TVU Koenders, Frank 026 373 15 88 toestemming@tennet.eu 2
Uitbouwen Pluimvee-stallen Deersum 1 Achlum
Geachte heer Postma, Naar aanleiding van een aanvraag door de heer R. Riemersma van Veenstra & Riemersma Omgevingsadvies van 14 februari 2023 deelt TenneT TSO B.V. (hierna TenneT) u het volgende mee. Hoogspanningsverbinding De pluimvee-stallen en de voor de oprichting hiervan benodigde werkzaamheden zijn (gedeeltelijk) aanwezig en worden uitgevoerd binnen de belemmerde strook van onze bovengrondse 110 kVhoogspanningsverbinding Herbayum – Marnezijl (HBY-MNZL110) tussen mastnummers 16 en 17. In deze belemmerde strook gelden, in het kader van veiligheid en ongestoorde leveringszekerheid, veiligheidsaanbevelingen. Op deze strook is ten gunste van TenneT, of een van haar rechtsvoorgangers, een zakelijk recht gevestigd ten behoeve van de aanwezige hoogspanningsverbinding. In dit zakelijk recht zijn onder meer de rechten en verplichtingen opgenomen van TenneT en van diegene die activiteiten in de belemmerde strook wil ondernemen. De strook heeft op deze locatie een breedte van 20,00 meter aan weerszijden vanuit de hartlijn van de hoogspanningsverbinding (totale breedte 40,00 meter). Ter informatie is een kaartje uit ons netbeheersysteem bijgevoegd met daarop de situering van onze hoogspanningsverbinding. Deze brief met voorwaarden kan worden gezien als schriftelijke toestemming zoals wordt bedoeld in het gevestigde zakelijk recht.
Voorwaarden Voor het hebben en houden van de pluimvee stallen en de voor de oprichting hiervan benodigde werkzaamheden gelden verschillende technische voorwaarden. Onderstaand zijn deze voorwaarden per onderdeel opgenomen.
TenneT TSO B.V. Bezoekadres Utrechtseweg 310, Arnhem Postadres Postbus 718, 6800 AS Arnhem Factuuradres Postbus 428, 6800 AK Arnhem Handelsregister Arnhem 09155985 Telefoon 0800 83 66 38 8 Fax 026 373 11 12 Internet www.tennet.eu
DATUM ONZE REFERENTIE PAGINA
TenneT TSO B.V. 5 juni 2023 TOE0006482 FKO/TVU 2 van 4
Het werk en technische voorwaarden Wij hebben geen bezwaar tegen het hebben en houden van de pluimvee stallen (hierna het werk) aan de Deersum 1 in Achlum in de gemeente Waadhoeke, kadastraal bekend als gemeente Tjum, sectie D, nummer 797, mits daarbij de volgende voorwaarden in acht worden genomen: •
Het werk wordt gerealiseerd conform de bij uw aanvraag gevoegde documenten.
•
Het werk moet voldoen aan de aanbevelingen zoals vermeld in onze bijgevoegde veiligheidsbrochure.
•
Het werk moet worden opgetrokken uit onbrandbaar of zeer moeilijk brandbaar materiaal. Voor de uitbreiding van de stal 2 geldt voor de dak- en hoofddraagconstructie een minimale brandwerendheidseis van 60 minuten, voor de wanden is deze eis minimaal 30 minuten. Ten aanzien van de brandwerendheid moet worden voldaan aan de eisen die gesteld worden in het geldende bouwbesluit, rekening houdend met de vereisten uit NEN-EN 50341-2. Indien er gebruik wordt gemaakt van een sprinklerinstallatie, is bovenstaande brandwerendheidseis niet van toepassing.
•
In de nabijheid van een hoogspanningsverbinding kan hinder worden ondervonden van elektromagnetische beïnvloeding. Om een veilige werking van apparatuur en veiligheid met betrekking tot objecten te garanderen kan het noodzakelijk zijn mitigerende maatregelen te treffen. Metalen delen van bouwwerken moeten worden geaard, zoals vermeld in de geldende norm NEN 1010. U bent hier als initiatiefnemer zelf verantwoordelijk voor.
Werkzaamheden en technische voorwaarden Wij hebben geen bezwaar tegen de door u geplande werkzaamheden voor het uitbreiden van de pluimvee stallen aan de Deersum 1 in Achlum in de gemeente Waadhoeke, mits bij de uitvoering van de werkzaamheden de volgende voorwaarden in acht worden genomen: •
De werkzaamheden worden uitgevoerd conform de bij uw aanvraag gevoegde documenten.
•
De werkzaamheden moeten voldoen aan de aanbevelingen zoals vermeld in onze bijgevoegde veiligheidsbrochure(s).
•
De werkzaamheden moeten zorgvuldig worden uitgevoerd. Onzorgvuldig handelen kan leiden tot levensgevaarlijke situaties.
•
Deze technische voorwaarden voor werkzaamheden zijn van toepassing op uw huidige aanvraag en hebben een geldigheid van 1 jaar.
•
De maximale veilige werkhoogte onder onze hoogspanningsverbinding HBY-MNZL110 tussen de mastnummers 16 en 17 bedraagt 10,00 meter boven N.A.P.
•
Let op: U moet zelf de hoogte ten opzichte van het huidige maaiveld vaststellen. Voor de maaiveldhoogte ten opzichte van N.A.P. kunt u het Actueel Hoogtebestand Nederland (www.ahn.nl) raadplegen.
•
Het mechanisch, elektrisch of elektronisch blokkeren van de draaicirkel en/of de hoogte van de werktuigen is aanbevolen. U bent zelf verantwoordelijk voor de juiste werking hiervan.
•
Er mag geen (tijdelijke) grond- en/of materiaalopslag plaatsvinden in de belemmerde strook.
•
Metalen delen van bouwwerken moeten worden geaard, zoals vermeld in de geldende norm NEN 1010.
•
Alle werktuigen moeten door middel van een sleepketting worden geaard.
DATUM ONZE REFERENTIE PAGINA
•
TenneT TSO B.V. 5 juni 2023 TOE0006482 FKO/TVU 3 van 4
Tijdens de werkzaamheden is vanwege veiligheid van personen en leveringszekerheid van het hoogspanningsnet toezicht door TenneT noodzakelijk. De toezichthouder kan aanvullende voorwaarden stellen. Het houden van toezicht moet minimaal 15 werkdagen voor de start van de uitvoering worden aangevraagd. Hiervoor kunt u een e-mail sturen naar realisatiekv@qirion.nl . Qirion houdt namens TenneT toezicht bij deze hoogspanningsverbinding.
Wij wijzen u erop dat deze voorwaarden enkel van toepassing zijn op uw huidige ingediende aanvraag. Elke verandering aan uw aanvraag moet opnieuw door TenneT worden goedgekeurd. Wanneer u een aangepast plan wil laten beoordelen, adviseren wij u het kenmerk (TOE-nummer) van deze brief te vermelden. Dit voorkomt stagnatie in de behandeling van uw aanvraag. Aansprakelijkheid werk U vrijwaart onze vennootschap voor aansprakelijkheid voor schade voortvloeiend uit de aanwezigheid van de hoogspanningsverbinding. Ook voor derden die werkzaamheden uitvoeren of gebruik maken van het uit te voeren werk. Aansprakelijkheid werkzaamheden Op het moment dat tijdens de uitvoering van de werkzaamheden door u wordt geconstateerd dat onze eigendommen beschadigd dreigen te raken en/of de ongestoorde leveringszekerheid in gevaar komt, verzoeken wij u de werkzaamheden direct stil te leggen en met TenneT in overleg te treden over het verdere verloop. Wij wijzen u erop dat u (wettelijk) aansprakelijk bent voor eventuele schades aan onze eigendommen, inclusief eventuele vervolgschade. Indien er tijdens de werkzaamheden materiële schade aan onze assets is ontstaan, dan moet u dit melden via schade@tennet.eu onder vermelding van het kenmerk van deze brief. Veiligheid De opdrachtgever is altijd verantwoordelijk voor een veilige werkomgeving.
Het is dan ook belangrijk dat al het uitvoerende personeel en onderaannemers op de hoogte zijn van de risico's van het uitvoeren van werkzaamheden in de nabijheid van hoogspanning en werken volgens de voorwaarden in deze brief. In het belang van de veiligheid van betrokken personen en om de ongestoorde leveringszekerheid van de elektriciteitsvoorziening te waarborgen, verzoeken wij u (of uw opdrachtgever) het uitvoerende personeel en onderaannemers te informeren over de inhoud van deze brief. Deze brief met bijlagen moet tevens aanwezig zijn op de locaties waar de werkzaamheden worden uitgevoerd. Veiligheid is voor ons van groot belang. Daarom kunnen er vanuit TenneT bij de werkplek controles worden uitgevoerd. Hierbij wordt gecontroleerd of deze brief op de werklocatie aanwezig is en/of volgens de gestelde voorwaarden wordt gewerkt.
DATUM ONZE REFERENTIE PAGINA
TenneT TSO B.V. 5 juni 2023 TOE0006482 FKO/TVU 4 van 4
Contact Heeft u nu nog vragen? Neemt u dan contact op met onze adviseur. De contactgegevens staan rechtsboven in deze brief vermeld. Wij wensen u veel succes toe met het zorgvuldig en veilig uitvoeren van de werkzaamheden.
Met vriendelijke groet, TenneT TSO B.V.
Angélique Avink Head Rights & Environment Management
Spoelstra omgevingsadviseur
Uitbreiding inpassingsplan nieuwbouw Deersum 1, Achlum
Uitbreiding inpassingsplan nieuwbouw Deersum 1, Achlum
1994
De landschappelijke inpassing zoals voorgesteld door Landschapsbeheer omkaderde de stallen met populieren en knotwilgen. Opvallend is de strakke en rechtlijnige uitwerking. Aan de zuidzijde
De maatschap Postma-Yntema is een moderne pluimvee-
van het erf wordt weinig toege-
houderij aan de historische structuur rond Deersum. Het bedrijf is fors gegroeid de laatste decennia en daarbij is een landschappelijke inpassing aangebracht. Het bedrijf
2006
iepen en populier. Vooral de fasti-
sing van de landschappelijke inpassing nodig.
giate vorm van de vroegere resistente iepen is opvallend. Maar
Het erf is gelegen aan de oprit naar de voormalige state
deze zijn nu volgroeid en deze
“Groot Deersum”. Deze streek, bekend als Westergo, was het
structuur blijft dus vooralsnog
hartland van Friesland en bracht illustere personen voort. maar door de verhalen van Greate Pier.
bestaan.
2010
Het is nog steeds een goed geconserveerd en fraai land-
zuidzijde en het iets verder door-
begin van de jaartelling bewoond en in cultuur was. Opval-
trekken van de baplnting langs de
lend zijn de reeksen terpen de verschillende dijken die
waterpartij direct ten westen.
werden aangelegd. Met name de Slachtedyk is bepalend geweest voor het gebied. Het erf waar de uitbreiding plaats-
De beplanting aan de zuidzijde
vind ligt juist te noorden van de dijk. schalige ruilverkaveling zijn geweest, is het erf fors veran-
2014
tweede orde bevatten. Hiermee
jaren tachtig een hoogspanningsleiding door het gebeid
kan echter een forse winst voor
getrokken is.
de biodoversiteit worden gehaald.
Vanaf 2008 breidt het erf naar het oosten uit waarvoor een
Dat wordt aangevuld door een
landschappelijke inpassing is gemaakt. Deze inpassing van
soorten. De nu gevraagde uitbreiding neemt deze inpassing als basis. Doel is om het bedrijf een fraai erf te laten zijn wat past in het historische landschap.
Uitbreiding inpassingsplan nieuwbouw Deersum 1, Achlum
hoogspanningsleiding. Deze heesters en bomen van de
pluimveestallen op het zuidelijke deel van het erf nadat in de
zelf aangelegde beplanting. Gekozen wordt voor streekeogen
wordt beperkt in hoogte door de beplanting zal dus voornamelijk
derd. Vanaf het begin van deze eeuw verschijnen de
Landschapsbeheer bouwt voort op de eerder door Postma
De aanpassing op de inpassing bestaat uit een toevoeging aan de
schap. Dit gebied was een kleiterplandschap wat al vanaf het
Hoewel de omgeving weinig veranderd is en er geen groot-
het meeste zicht op het erf. De oostelijke beplanting bestaat uit
wil nu twee stallen verlengen. Daarvoor is een aanpas-
Dorpen als Kimswerd en Arum zijn goed bekend al was het
voegd en juist vanaf die kant is
extra watergang.
2017
Schietwilg
Sa
Salix alba Knotwilg
Sa
Salix alba (knot) Cm
De landschappelijke inpassing wordt aangevuld en rond
Crateagus monogyna
het bedrijf getrokken. Tegelijkertijd dient er rekening te worden gehouden met de doorluchting en afvoer van
Zwarte els
Ag
Alnus glutinosa
lucht in de verlengede stallen. En de hoogte van de beplanting onder de hoogspanningsleiding is beperkt.
Sa
Al
een voorwaarde. Sn
Pp
Vogelkers Prunus padus
voedselhygiëne zal deze aan de noordzijde geen flauw talud of een ecologische oever kennen. De zuidzijde kan eventueel, worden uitgevoerd. Gezien de ligging op de zon zal deze ech-
Vlier Sambucus nigra
Om deze redenen zal er aan de zuidzijde in overleg met het
indien gewenst door initiatiefnemer, met een flauw talud
Krent Amelanchier lamarckii
meer solide en klimaatbestendiger erf is toevoegen van watr
Wetterskip een waterpartij worden aangelegd. Omwille van
Lijsterbes Sorbus aucuparia
Bijkomend zijn de hogere eisen vanuit het waterbeheer. Nieuwbouw dient gecompenseerd te worden en voor een
Meidoorn
Ps
Sleedoorn Prunus spinosa
Sa
ter weinig nut kennen.
Sa
Sa Ag
De waterpartij wordt begeleid door wilgen en aan de zuid-
Sa
Ag
Pp
Sa
Ag
Sa Sa
Ag
westzijde met Grauwe els. De wilgen ten zuiden van de
Sa
Ps Pp
Sa
Sa
Sa
Al
Sa
Pp Ag
nieuwbouw worden geknot. Tussen de wilgen worden hees-
Sa
Ag
Sa
Sa
Ps
Sa
Al
Sa
Sa PpSa Al
Sa
ters aangebracht. Gekozen is voor streekeigen soorten die
Sa
Al
Pp
het goed doen op de lichte klei. De oostzijde van de nieuwbouw wordt begeleid door knotwilgen. Doorzetten van de bestaande structuur heeft wegens een te groot verschil in ouderdom geen nut.
Uitbreiding inpassingsplan nieuwbouw Deersum 1, Achlum
100
200
Aanpassing Landschappelijke inpassing Nieuwbouw Deersum 1, Achlum CONCEPT 10 december 2023 status: ter goedkeuring opdrachtgever opdrachtgever: Spoelstra omgevingsadviseur Lytse Wei 20 9289 LB Drogeham telefoon: 0512 36 99 00 fax: 0512 36 99 01 info@spoelstra-advies.nl auteur: Ir. M.J. Oosterhagen. Landschapsarchitect BNT 3.021101.001 projectnummer OLA0212023 Dit rapport is vervaardigd op verzoek en in eigendom vanopdrachtgever. Niets uit dit rapport mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt op welke wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van adviseurs, opdrachtgever en auteur. Auteur is niet aansprakelijk voor gevolgschade, alsmede schade welke voortvloeit uit de toepassing van deze productie. Opdrachtgever vrijwaart auteur voor aanspraken van derden in verband met toepassing van deze productie.
Uitbreiding inpassingsplan nieuwbouw Deersum 1, Achlum
Spoelstra omgevingsadviseur
ECOLOGISCHE QUICKSCAN 16/10/2023 | PROJECTNUMMER: 23-243 In verband met de uitbreiding van 2 stallen gelegen aan de Deersum 1 in Achlum
Opdrachtgever: Bouwbedrijf Jelle Bruinsma Adres: Industrieweg 1c, 8861 VH Harlingen Uitgevoerd door: Vonk Ecologie Contactpersoon: Dhr. D. Vonk
De Hout 42A 1607 HD Hem 1607 HD Hem De Hout 42A 1607 HD Hem
Tel
: 06 228 418 78
info@vonkecologie.nl www.vonkecologie.nl info@vonkecologie.nl www.vonkecologie.nl
Inhoudsopgave 1 Inleiding
4
1.1 Doel van de quickscan en uit te voeren werkzaamheden
4
1.2 Projectlocatie
4
1.3 Het plan
5
2 Werkwijze Quickscan
6
2.1 Bureauonderzoek/literatuuronderzoek
6
2.2 Locatiebezoek
6
2.3 Uitwerking
6
3 Wettelijk kader
7
3.1 Wet Natuurbescherming
7
3.2 Zorgplicht
7
3.3 Bescherming van soorten
7
3.4 Bescherming van gebieden
8 8 9
3.4.1 Natura2000 3.4.2 Natuur Netwerk Nederland
3.5 Bescherming van houtopstanden 4 Flora en Fauna op de locatie en omgeving
9 10
4.1 Locatie omschrijving
10
4.2 Flora
10
4.3 Fauna 4.3.1 Vogels 4.3.2 Amfibieën, vissen en reptielen 4.3.3 Zoogdieren 4.3.3.1 Vleermuizen 4.3.3.2 Grondgebonden zoogdieren
10 10 11 11 11 11
4.4 Natura2000
11
4.5 Natuur Netwerk Nederland (NNN-gebieden)
12
5 Toetsing soortbescherming
13
5.1 Vaatplanten
13
5.2 Vogels
13
5.2.1 Jaarrond beschermde vogels met nesten 5.2.2 Alle broedende vogels met nesten
13 13
5.3 Amfibieën, vissen en reptielen
13
5.4 Zoogdieren
13 13 13
5.4.1 Vleermuizen 5.4.2 Grondgebonden zoogdieren 6 Toetsing gebiedsbescherming
14
6.1 Algemeen
14
6.2 Natura2000
14
7 Conclusie/Advies/Tips
15
7.1 Conclusie
15
7.2 Tips 7.2.1 Huismus / Gierzwaluw 7.2.2 Vleermuizen 7.2.3 Algemeen
15 15 16 16
7.3 Advies voor/tijdens de realisatiefase
16
1 Inleiding 1.1 Doel van de quickscan en uit te voeren werkzaamheden Er is het voornemen om 2 stallen op het perceel gelegen aan de Deersum 1 te Achlum aan de achterzijde te vergroten. Een onderdeel van het vergunningtraject is een Quickscan Flora en Fauna. Het doel van de quickscan is om te bepalen of het deel van het perceel of de directe omgeving eromheen geschikt danwel ongeschikt is voor beschermde soorten en/of soortgroepen en of de beoogde plannen een negatieve invloed hebben op beschermde gebieden in de omgeving.
1.2 Projectlocatie
Afb 1: Projectlocatie, ligging in de omgeving
Afb 2: Het bedrijf met in de ovaal de uit te breiden stallen
1.3 Het plan Het plan is om 2 van de 5 stallen op het perceel uit te breiden op een zelfde bouwwijze als de uit te breiden stallen, dus met een staalconstructie, deels metselwerk, geisoleerde damwandprofiel wanden en geïsoleerde geprofileerde dakplaten. In totaal zullen beide stallen met 35m verlengd worden tot in totaal ruim 125m lengte. Zie onderstaande afbeeldingen voor een indruk van het plan
Afb 3: Situatie
Afb 4: 3D impressie van de uitbreiding van de 2 stallen
2 Werkwijze Quickscan 2.1 Bureauonderzoek/literatuuronderzoek Het onderzoek is uitgevoerd middels het verrichten van een locatiebezoek/veldbezoek en een bureauonderzoek. Op deze wijze is inzicht verkregen in de aanwezigheid van geschikt habitat en de daarbij te verwachten beschermde soorten, gesitueerd op of nabij de onderzoekslocatie. Er zijn omtrent gebiedsbescherming gegevens van de provincie opgevraagd. Door het raadplegen van actuele verspreidingsgegevens van flora en fauna uit de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) en aan de hand van verspreidingsatlassen is nagegaan welke bijzondere planten- en diersoorten er voor kunnen komen op de onderzoekslocatie.
2.2 Locatiebezoek De heer D. Vonk van Vonk Ecologie is 12 oktober 2023 op de locatie geweest om een indruk te krijgen over welke leefgebieden (ecotopen) voor flora en fauna op de projectlocatie aanwezig zijn en om eventuele beschermde planten en dieren (of sporen van) waar te nemen.
2.3 Uitwerking Aan de hand van de gegevens uit het bureauonderzoek en het veldonderzoek kan een inschatting gemaakt worden welke invloed de beoogde plannen hebben op nabij gelegen en de op de locatie eventueel voorkomende beschermde soorten. Aanvullend wordt advies gegeven die betrekking hebben op de te volgen procedures en handelingen. Bijvoorbeeld, een aanvullend onderzoek of het aanvragen van een ontheffing. De ecologische quickscan is een toets van de ecologische potenties van de onderzoekslocatie en betreft geen volwaardig soort(en) specifiek onderzoek. Er zijn in het onderhavige onderzoek geen inventarisaties uitgevoerd van soorten en soortgroepen. Een ecologische inventarisatie/onderzoek beslaat meerdere veldbezoeken gedurende de voor de soortgroep meest gunstige periode van het jaar.
3 Wettelijk kader 3.1 Wet Natuurbescherming Dit hoofdstuk geeft achtergrondinformatie over de natuurwetgeving waaraan de voorgenomen ingreep op de onderzoekslocatie wordt getoetst. Er wordt een globale toelichting gegeven ten aanzien van potentiële overtredingen van de Wet natuurbescherming bij de meest voorkomende soorten en soortgroepen. Dit hoofdstuk is niet toegespitst op de situatie op de onderzoekslocatie, maar geeft enkel een beschrijving van de vigerende wetgeving. De Wet natuurbescherming is gericht op: het beschermen en ontwikkelen van de natuur, mede vanwege de intrinsieke waarde en het behouden en herstellen van de biologische diversiteit; het doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de natuur ter vervulling van maatschappelijke functies; het verzekeren van een samenhangend beleid gericht op het behoud en beheer van waardevolle landschappen, vanwege hun bijdrage aan de biologische diversiteit en hun cultuurhistorische betekenis, mede ter vervulling van maatschappelijke functies. De bevoegdheid voor het verlenen van ontheffingen en vrijstellingen bij soortenbescherming ligt grotendeels bij de provincies. De provincie is bevoegd gezag voor de toetsing van handelingen met mogelijke gevolgen voor beschermde dier- en plantensoorten (de soortenbeschermingsbepalingen) én voor Natura 2000-gebieden (de gebiedenbeschermingsbepalingen).
Alleen bij ruimtelijke ingrepen waarmee grote nationale belangen zijn gemoeid, blijft het Rijk bevoegd gezag.
3.2 Zorgplicht Het eerste artikel in de Wet natuurbescherming heeft betrekking op de zorgplicht en heeft betrekking op het voorkomen of beperken van schade aan soorten en gebieden, voor zover deze niet middels overige verbodsbepalingen zijn gereguleerd. Het gaat daarbij in de praktijk vooral om minder streng beschermde soorten, waarbij het onnodig doden, verwonden of beschadigen dient te worden vermeden. Artikel 1.11. Zorgplicht
1.
Een ieder neemt voldoende zorg in acht voor Natura 2000-gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden en voor in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving.
2.
De zorg houdt in elk geval in dat een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen kunnen worden veroorzaakt voor een Natura 2000-gebied, een bijzonder nationaal natuurgebied of voor in het wild levende dieren en planten: a) dergelijke handelingen achterwege laat, dan wel, b) indien dat achterwege laten redelijkerwijs niet kan worden gevergd, de noodzakelijke maatregelen treft om die gevolgen te voorkomen, of c) voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk beperkt of ongedaan maakt.
Tabel 1: Zorgplicht Overtreding van de zorgplicht is niet strafbaar gesteld; “de zorgplicht kan wel door toepassing van bestuursdwang worden gehandhaafd”. Deze formulering van de zorgplicht brengt met zich mee dat wanneer men een bepaalde handeling wilt verrichten die gevolgen voor natuurwaarden zou kunnen hebben, men zich daaraan voorafgaand op de hoogte stelt van de aanwezige natuurwaarden, de kwetsbaarheid ervan en de mogelijke gevolgen daarvoor van het voorgenomen handelen. De zorgplicht is te allen tijde van toepassing, ook al vindt er geen overtreding van een verbodsbepaling plaats. Indien er aanleiding is maatregelen te nemen ten aanzien van de zorgplicht, zal dat voor het betreffende beschermde natuurgebied en de betreffende soortgroep in deze rapportage worden aangegeven.
3.3 Bescherming van soorten Bij een quickscan flora en fauna wordt in beeld gebracht of er (potentiële) vaste rust- of verblijfplaatsen aanwezig zijn van de soorten uit de verschillende beschermingsregimes. Vervolgens wordt beoordeeld of de voorgenomen ingreep verstorend kan zijn en of nader onderzoek noodzakelijk wordt geacht. De Wet natuurbescherming onderscheidt beschermingsregimes voor soorten op grond van internationale verdragen, aangevuld met soorten die vanuit een nationaal oogpunt beschermd worden. Hierdoor zijn er in de Wet natuurbescherming drie verschillende verbodsartikelen per categorie soorten; soorten van de Vogelrichtlijn (artikel 3.1); soorten van de Habitatrichtlijn en de verdragen van Bern en Bonn (artikel 3.5); andere soorten (artikel 3.10). Onderstaande tabel toont de verbodsbepalingen in meer detail.
Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn § 3.1 Wnb
Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn § 3.2 Wnb
Beschermingsregime Nationaal beschermde soorten (andere soorten) § 3.3 Wnb
Art 3.1 lid 1 Het is verboden in het wild levende vogels opzettelijk te doden of te vangen.
Art 3.5 lid 1 Het is verboden soorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen
Art 3.10 lid 1a Het is verboden soorten opzettelijk te doden of te vangen.
Art 3.1 lid 2 Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen.
Art 3.5 lid 4 Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen.
Art 3.10 lid 1b Het is verboden de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen.
Art 3.1 lid 3 Het is verboden eieren te rapen en deze onder zich te hebben.
Art 3.5 lid 3 Het is verboden eieren van dieren in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen.
Niet van toepassing
Art 3.1 lid 4 en lid 5 Het is verboden vogels opzettelijk te storen, tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort.
Art 3.5 lid 2 Het is verboden dieren opzettelijk te verstoren.
Niet van toepassing
Niet van toepassing
Art 3.5 lid 5 Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.
Art 3.10 lid 1c Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.
Tabel 2: Soortenbescherming en verbodsbepalingen volgens de Wet Natuurbeheer
3.4 Bescherming van gebieden Indien een plangebied in of nabij een beschermd gebied is gelegen, dan dient te worden bepaald of er een (extern) effect valt te verwachten. Het gaat daarbij om Natura 2000-gebieden en gebieden behorend tot het Natuurnetwerk Nederland.
3.4.1 Natura2000 Natura 2000 is de benaming voor een Europees netwerk van natuurgebieden waarin belangrijke flora en fauna voorkomen, gezien vanuit een Europees perspectief. Met Natura 2000 wil men deze flora en fauna duurzaam beschermen. De staatssecretaris van Economische Zaken heeft voor Nederland ruim 160 Natura 2000-gebieden aangewezen. Gezamenlijk hebben ze een oppervlak van ruim 1,1 miljoen hectare. Ze maken deel uit van een samenhangend netwerk van natuurgebieden in de Europese Unie die zijn aangewezen op grond van de vogelrichtlijn en habitatrichtlijn. Het doel van Natura 2000 is het keren van de achteruitgang van de biodiversiteit. Binnen een gebied kan spanning optreden tussen economie en ecologie. In een zogenaamd beheerplan leggen Rijk en provincies vast welke activiteiten, op welke wijze mogelijk zijn. Uitgangspunt is steeds het realiseren van ecologische doelen met respect voor en in een zorgvuldige balans met wat particulieren en ondernemers willen. Het opstellen gebeurt daarom in overleg met alle direct betrokkenen, zoals beheerders, gebruikers, omwonenden, gemeenten, natuurorganisaties en waterschappen. Samen geven ze invulling aan beleven, gebruiken en beschermen. Daar draait het om in de Nederlandse Natura 2000-gebieden (bron: Regiegroep Natura 2000).
Het is krachtens de Wet natuurbescherming verboden zonder vergunning van gedeputeerde staten projecten te realiseren of andere handelingen te verrichten die gelet op de instandhoudingsdoelstellingen voor een Natura 2000-gebied de kwaliteit van de natuurlijke habitats of de habitats van soorten in dat gebied kunnen verslechteren of een significant verstorend effect kunnen hebben op de soorten waarvoor dat gebied is aangewezen (artikel 2.7, lid 2). Handelingen die een negatieve invloed hebben op Natura 2000-gebieden, worden slechts onder strikte voorwaarden toegestaan. Een vergunning is vereist. Door middel van het Nederlandse vergunningsstelsel wordt een zorgvuldige afweging gewaarborgd. De vergunningen zullen beoordeeld en afgegeven
worden door de desbetreffende provincie.
3.4.2 Natuur Netwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland is het Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied. Het Natuurnetwerk Nederland bestaat uit: bestaande natuurgebieden, waaronder de Nationale Parken; gebieden waar nieuwe natuur aangelegd wordt; landbouwgebieden, beheerd volgens agrarisch natuurbeheer; ruim 6 miljoen hectare grote wateren: meren, rivieren, de Noordzee en de Waddenzee; alle Natura 2000-gebieden. Conform artikel 1.12 van de Wet natuurbescherming dragen gedeputeerde staten in hun provincie zorg voor de totstandkoming en instandhouding van een samenhangend landelijk ecologisch netwerk, genaamd ‘Natuurnetwerk Nederland’. Zij wijzen daartoe in hun provincie gebieden aan die tot dit netwerk behoren. De planologische begrenzing en beschermingsregimes van het Natuurnetwerk Nederland loopt via het traject van de provinciale ruimtelijke structuurvisies en verordeningen.
3.5 Bescherming van houtopstanden De bescherming van houtopstanden conform hoofdstuk 4 van de Wet natuurbescherming heeft als doel om het aanwezige areaal bos in Nederland te behouden. Onder houtopstanden vallen alle zelfstandige eenheden van bomen, boomvormers of struiken van een oppervlakte van tien are of meer of rijbeplanting die meer dan twintig bomen omvat. In bijlage 1 (tabel V) worden de regels nader toegelicht. Wanneer houtopstanden geveld worden, niet vallende onder artikel 4.1 van de Wet natuurbescherming, geldt een meldingsplicht bij Gedeputeerde Staten van desbetreffende provincie (artikel 4.2 Wnb). Op basis van deze melding wordt door de provincie beoordeeld of de voorgenomen velling aanvaardbaar is in het kader van natuur- en landschapswaarden. Indien er geen bezwaar is om de houtopstanden te kappen, verplicht artikel 4.2 van de Wet natuurbescherming om binnen 3 jaar na het vellen of tenietgaan van de houtopstand op dezelfde grond houtopstanden opnieuw aan te planten. Er geldt een algehele vrijstelling van de herplantplicht voor houtopstanden die gekapt worden in het kader van natuurbeheer en natuurbehoud. Indien bij de voorgenomen ontwikkeling herplantplicht geldt, maar niet voldaan kan worden aan de herplantplicht op de projectlocatie zelf, dan dient een ontheffing aangevraagd te worden met betrekking tot de herplantplicht bij de desbetreffende provincie.
De provincie toetst vervolgens of voldaan wordt aan de bij de provinciale verordening gestelde regels voor herbeplanting op andere perceelsgronden. Deze regels hebben onder andere betrekking op de kwaliteit, oppervlakte en locatie van de andere grond en de natuurwaarde van de te vellen houtopstand. Tevens kan ontheffing verleend worden van herplantplicht ter plaatse, indien gewerkt wordt via een door het ministerie goedgekeurde gedragscode die gebruikt mag worden door een van de betrokken partijen voor een wijze van vellen en een wijze van herplanten.
4 Flora en Fauna op de locatie en omgeving 4.1 Locatie omschrijving De locatie is gelegen in landelijk gebied net buiten Achlum. Het perceel wordt omringd door graslanden omkaderd door watergangen. Op het perceel zijn enkele bomenrijen en clusters met bomen/bosschage aanwezig. Verder is rondom de bebouwing vooral verharding en kortgehouden gras aanwezig. De uit te breiden stallen zijn voorzien van damwandprofiel wanden en golfplaten daken (geïsoleerd, zowel wanden als dak). Het onderste deel van de stallen, tot circa 2m hoogte bestaat uit metselwerk (spouwmuur). Onderstaand een impressie:
Afb 5: Achterzijde van de uit te breiden stallen
4.2 Flora Op de locatie van de uitbreidingen is alleen grasland aanwezig. Dit bestaat uit monotoon aangelegd, intensief onderhouden gras. Beschermde soorten zijn niet aanwezig.
4.3 Fauna 4.3.1 Vogels In de gevelbeplating in aansluiting met het metselwerk en met de dakranden zijn geen openingen aanwezig welke gebruikt kunnen worden door vogels om in- en ut te vliegen. In de open aanbouwen achter de stallen zijn geen nesten aanwezig. De golfplaten van het dak zijn dichtgezet.
Afb 6: Geen openingen tussen metselwerk en gevelbeplating
Afb 7: In aanbouw achter stallen geen nesten aanwezig
Afb 8: Golfplaten dichtgezet
4.3.2 Amfibieën, vissen en reptielen Binnen de invloedssfeer van de werkzaamheden/van de uitbreiding zijn geen watergangen of andere waterpartijen aanwezig. Ook ontbreekt landhabitat zoals vergraafbaar/mul zand voor de beschermde Rugstreeppad en/of reptielen.
4.3.3 Zoogdieren 4.3.3.1
Vleermuizen
In het metselwerk zijn geen open stootvoegen aanwezig. Ook ontbreken openingen tussen gevelmetselwerk en de gevelbeplating. De gevels en daken van de stallen zijn ongeschikt voor vleermuizen. Zie foto’s paragraaf 4.3.1
4.3.3.2
Grondgebonden zoogdieren
Op het perceel zullen algemeen voorkomende grondgebonden zoogdieren voorkomen zoals onder andere muizen, ratten en mollen.
4.4 Natura2000 Op circa 6km afstand ligt het dichtstbijzijnde Natura2000-gebied (Waddenzee). Onderstaande kaart toont de ligging van het perceel ten opzichte van Natura2000-gebieden.
Afb 9: Ligging perceel (rode stip) ten opzichte van Natura2000 gebieden
4.5 Natuur Netwerk Nederland (NNN-gebieden) Op ruime afstand liggen de gebieden vallend onder het Natuur Netwerk Nederland.
Afb 10: Ligging perceel ten opzichte van gebieden vallend onder het Natuur Netwerk Nederland (groen)
5 Toetsing soortbescherming 5.1 Vaatplanten Er zijn rondom de locatie geen beschermde soorten aanwezig of te verwachten.
Door de beoogde werkzaamheden worden geen beschermde planten verwijderd, vernield of beschadigd, zoals bedoeld in artikel 3.5 en 3.10 uit de Wet Natuurbescherming.
5.2 Vogels 5.2.1 Jaarrond beschermde vogels met nesten Bijvoorbeeld het nest van de Huismus, Gierzwaluw, roofvogels en uilen is jaarrond beschermd. Deze bescherming is er omdat deze soorten het nest niet alleen tijdens de broedperiode gebruikt, maar mogelijk het hele jaar door als rustplaats of omdat bepaalde vogelsoorten nogal honkvast zijn en dus graag wederkeren naar het nest van het vorige jaar (Gierzwaluw). De gevels en daken zijn ongeschikt voor vogels met jaarrond beschermd nest. Ook het perceel is binnen de invloedssfeer van de werkzaamheden ongeschikt voor vogels met jaarrond beschermd nest.
Door de beoogde werkzaamheden worden geen (bezette) nesten verwijderd, vernield of beschadigd, zoals bedoeld in artikel 3.1, lid 2 uit de Wet Natuurbescherming.
5.2.2 Alle broedende vogels met nesten De gevels en daken zijn ongeschikt voor algemene broedvogels. Het is mogelijk dat er in het voorjaar genesteld wordt door weidevogels in het grasland. Raadzaam is om, wanneer werkzaamheden gepland zijn in het voorjaar, het deel van het perceel broedvrij te houden door vogelwerende maatregelen te treffen.
Door de beoogde werkzaamheden worden, rekening houdend met bovenstaande, geen (bezette) nesten verwijderd, vernield of beschadigd, zoals bedoeld in artikel 3.1, lid 2 uit de Wet Natuurbescherming.
5.3 Amfibieën, vissen en reptielen Door het ontbreken van geschikt water- en landhabitat is het uitgesloten dat er binnen de invloedssfeer van de werkzaamheden beschermde soorten aanwezig zijn.
Door het uitvoeren van de werkzaamheden worden, rekening houdend met bovenstaande, geen dieren gedood of verstoord en worden vaste voortplantings- of rustplaatsen niet vernield of beschadigd zoals bedoeld in artikel 3.5, lid 1, 2 en 4 en artikel 3.10 lid 1 uit de Wet Natuurbescherming.
5.4 Zoogdieren 5.4.1 Vleermuizen De gevels en daken zijn door het ontbreken van openingen ongeschikt voor vleermuizen
Door het uitvoeren van de werkzaamheden worden geen dieren gedood of verstoord en worden vaste voortplantings- of rustplaatsen niet vernield of beschadigd zoals bedoeld in artikel 3.5, lid 1, 2 en 4 en artikel 3.10 lid 1 uit de Wet Natuurbescherming.
5.4.2 Grondgebonden zoogdieren Alleen algemeen voorkomende soorten waarvoor een vrijstelling geldt zijn te verwachten op het perceel. Hiervoor geldt de algemene zorgplicht.
Door het uitvoeren van de werkzaamheden worden geen dieren gedood of verstoord en worden vaste voortplantings- of rustplaatsen niet vernield of beschadigd zoals bedoeld in artikel 3.5, lid 1, 2 en 4 en artikel 3.10 lid 1 uit de Wet Natuurbescherming.
6 Toetsing gebiedsbescherming 6.1 Algemeen In algemene zin kan er door een plan sprake zijn van negatieve gevolgen (significante aantasting) vanuit natuurwetgeving voor beschermde gebieden. Beschermde gebieden die hieronder vallen zijn: Natura2000 gebieden Natuurnetwerk Nederland (Natura2000 gebieden zijn hier ook onderdeel van). Voorbeelden van significante aantasting: Wegnemen van een deel van het gebied Verstoring door licht, geluid Extra bemesting Verdroging van het gebied Waterpeil daling of stijging (door de werkzaamheden In dit hoofdstuk wordt beschreven voor welke gebieden er mogelijk sprake is van negatieve effecten als gevolg van de voorgenomen ingrepen op de onderzoekslocatie. Verder wordt beschreven of een vervolgtraject noodzakelijk is en wat de eventuele consequenties zijn ten aanzien van vergunningen.
6.2 Natura2000 Het dichtstbijzijnde stikstofgevoelige Natura2000 gebied ligt op circa 6km afstand. Er worden door de werkzaamheden geen negatieve effecten verwacht. De omvang van het project kortdurend en beperkt in omvang. Ter verificatie kan een stikstofdepositieonderzoek uitgevoerd worden. Toetsing voor overige effecten (zie paragraaf 6.1) zijn niet nodig.
7 Conclusie/Advies/Tips 7.1 Conclusie Door het ontbreken van openingen in de gevels en daken is het uitgesloten dat er genesteld wordt en dat er verblijfplaatsen zijn van vleermuizen. Ook voor andere planten en diergroepen is de locatie ongeschikt. Gezien de aard en omvang van de beoogde plannen zijn er geen negatieve effecten voor overige soorten of op beschermde gebieden te verwachten. Ten alle tijden dient rekening gehouden te worden met de Algemene Zorgplicht.