CConstaterende datwaadhoeke
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1: Ruimtelijke onderbouwing

Gemeenteraad Waadhoeke 26 september 2024, gemeente waadhoekeBij agendapunt: Verklaring van geen bedenkingen Deersum 1 Achlum18.705 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Ruimtelijke onderbouwing Verlenging pluimveestal 1 en 2 Deersum 1 te Achlum

Colofon:

Opdrachtgever:

N.N.

Contactpersoon: Uitgevoerd door: Contactpersoon: Telefoon:

mr. A.J. Spoelstra Omgevingsadviseur N.N. 0512-369900

Email: Projectnummer:

info@spoelstra-advies.nl AJS/2023103

Datum:

Drogeham, april 2024

Inhoudsopgave

____________________________________________________________________________________1 1.Inleiding _______________________________________________________________________________ 4 1.1

Algemeen _______________________________________________________________________ 4

1.2

Projectgebied ____________________________________________________________________ 4

1.3

Leeswijzer _______________________________________________________________________ 5

2. Projectbeschrijving ______________________________________________________________________ 6 2.1

Huidige situatie __________________________________________________________________ 6

2.2

Bestaande omgeving ______________________________________________________________ 6

2.3

Het initiatief _____________________________________________________________________ 6

3. Beleid _________________________________________________________________________________ 8 3.1

Rijksbeleid _______________________________________________________________________ 8

3.2

Provinciaal beleid _________________________________________________________________ 8

3.3

Gemeentelijk beleid ______________________________________________________________ 10

4. Omgevingsaspecten ____________________________________________________________________ 14 4.1

Algemeen ______________________________________________________________________ 14

4.2

Milieuzonering __________________________________________________________________ 14

4.3

Luchtkwaliteit ___________________________________________________________________ 14

4.4

Wet ammoniak en Veehouderij _____________________________________________________ 15

4.5

Besluit ammoniakemissie huisvesting veehouderij ______________________________________ 16

4.6

Geur __________________________________________________________________________ 16

4.7

Water _________________________________________________________________________ 16

4.8

Externe veiligheid ________________________________________________________________ 17

4.8.1

Algemeen ______________________________________________________________________ 17

4.9

Flora- en faunawet _______________________________________________________________ 17

4.9.1

Natuurbeschermingswet __________________________________________________________ 18

5. Uitvoerbaarheid _______________________________________________________________________ 22 5.1

Maatschappelijke uitvoerbaarheid ___________________________________________________ 22

5.2

Economische uitvoerbaarheid ______________________________________________________ 22

Ruimtelijke onderbouwing Deersum 1 Achlum Projectnr: AJS/2023103 Drogeham, april 2024

-2-

Bijlagen Bijlage 1.

Berekening geurbelasting

Bijlage 2.

Berekening fijn stof emissie

Bijlage 3.

Wateradvies

Bijlage 4.

Landschappelijke inpassing (brief d.d. 18 augustus 2014)

Bijlage 5.

Extern Advies (Rho, d.d. 09-09-2019)

Bijlage 6.

Ecologisch onderzoek 2003

Bijlage 7.

Toestemming Leidingbeheerder (TenneT, d.d. 5 juni 2023)

Bijlage 8.

Landschappelijk inpassingsplan 2023

Bijlage 9.

Ecologische onderzoeksrapportage 2023

Bijlage 10.

Positieve weigering Wnb 6 juni 2023

Bijlage 11.

Welstandsadvies 2023

Ruimtelijke onderbouwing Deersum 1 Achlum Projectnr: AJS/2023103 Drogeham, april 2024

-3-

1.

1.1

Inleiding

Algemeen

Op perceel Deersum 1 te Achlum is het bedrijf van Mts. W. Postma-IJntema gevestigd. Uit hoofde van dit bedrijf worden 203.800 stuks vleeskuikens, 80 stuks vrouwelijk jongvee en 150 schapen gehouden. Het jongvee wordt in de oorspronkelijke boerderij en in een ligboxstal gehouden. De vleeskuikens zijn gehuisvest in een vijftal pluimveestallen. De schapen zijn uitsluitend tijdens de aflammerperiode binnen de inrichting. Thans wordt uit oogpunt van dierenwelzijn een omgevingsvergunning (een veranderingsvergunning) gevraagd voor de uitbreiding van het stalvloeroppervlak van de bestaande stallen 1 en 2 in combinatie met een herhuisvesting van de dieren over de bestaande stallen. In het kader van dierenwelzijn is het wenselijk dat per m2 stalvloeroppervlak niet meer dan 15 dieren worden gehouden. De dierbezetting per m2 bedraagt thans ca. 17,5 dier. Om het in 2016 vergunde aantal dieren (203.800) voor het merendeel te kunnen behouden, is het derhalve noodzakelijk het stalvloeroppervlak uit te breiden. De maatschap is derhalve voornemens de stallen 1 en 2 elk met 35 meter in zuidelijke richting uit te breiden. De oppervlakte van deze stallen zal dan per stal ca. 2.500 m2 bedragen. Daarmee kan echter het vergunde aantal dieren (203.800) niet volledig ge(her)huisvest worden in de gewenste dierbezetting van 15 dieren per m2.

Het aantal te houden dieren zal daardoor afnemen met 8.350 dieren tot in totaal 195.450 dieren. Daarnaast komt het jongvee in de boerderij te vervallen. Het overige vee-gedeelte (jongvee en schapen) van de inrichting blijft ongewijzigd. De gewenste uitbreiding voldoet niet zondermeer aan het vigerende bestemmingsplan. Met toepassing van artikel 2.12 lid 1 sub onder 3 kan hiervoor een omgevingsvergunning worden verleend mits de voorgenomen activiteit niet in strijd is met de goede ruimtelijke ordening en het besluit daartoe voorziet in een goede ruimtelijke onderbouwing. Onderhavige notitie beoogt te voorzien in deze eis van een goede ruimtelijke onderbouwing. Een omgevingsvergunning kan derhalve uitsluitend worden verleend als daartoe een goede ruimtelijke onderbouwing is opgesteld, waaruit blijkt dat geen sprake is van strijdigheid met de goede ruimtelijke ordening. De onderhavige notitie voorziet hierin. 1.2

Projectgebied

Het beoogde project wordt gerealiseerd aan de zuidzijde van het agrarisch perceel Deersum 1 te Achlum. Het projectgebied is indicatief weergegeven in figuur 1.

Ruimtelijke onderbouwing Deersum 1 Achlum Projectnr: AJS/2023103 Drogeham, april 2024

-4-

Figuur 1: projectgebied 1.3

Leeswijzer

Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 ingegaan op de huidige situatie en het voorgenomen plan. Dit wordt in de hoofdstukken 3 en 4 getoetst aan het beleid en de milieu- en omgevingsaspecten. In hoofdstuk 5 wordt nader ingegaan op de uitvoerbaarheid van het plan. Hoofdstuk 6 gaat tenslotte in op de conclusie.

Ruimtelijke onderbouwing Deersum 1 Achlum Projectnr: AJS/2023103 Drogeham, april 2024

-5-

2.

Projectbeschrijving

2.1

Huidige situatie

Op perceel Deersum 1 te Achlum is het bedrijf van Mts. W. Postma-Yntema gevestigd. Uit hoofde van dit bedrijf worden 203.800 stuks vleeskuikens, 80 stuks vrouwelijk jongvee en 150 schapen gehouden. Het jongvee wordt in de oorspronkelijke boerderij en in de aanwezige ligboxstal gehouden. De vleeskuikens zijn gehuisvest in de reeds aanwezige vijftal pluimveestallen. De schapen zijn uitsluitend tijdens de aflammerperiode binnen de inrichting 2.2

Bestaande omgeving

De onderhavige inrichting is gelegen in het buitengebied van de gemeente Waadhoeke nabij de plaats Achlum (kadastraal bekend gemeente Franekeradeel, Sectie D, nr. 0221). De afstand van de inrichting tot Achlum bedraagt ca. 675 meter. De afstand van het emissiepunt van de te verlengen stallen tot de dichtstbijzijnde gevoelige bebouwing van derden bedraagt ca. 160 meter (perceel Wiske 4). Het gebied wordt gekenmerkt door verspreid liggende agrarische bedrijven (onregelmatige blokverkaveling) te midden van grasland (lagere delen) en akkerbouw met structurerende elementen als dijken, kwelderwallen, slenken, paden en vaarten. 2.3

Het initiatief

In het kader van dierenwelzijn is het wenselijk dat per m2 stalvloeroppervlak niet meer dan 15 dieren worden gehouden. De dierbezetting bedraagt thans ca. 17,5 dier per m2 bij een totale vergunde dierbezetting van 203.800 dieren. De maatschap is derhalve voornemens de stallen 1 en 2 elk met 35 meter in zuidelijke richting uit te breiden (700 m2 per stal). De oppervlakte van deze stallen zal dan na verlenging per stal ca. 2.500 m2 bedragen. Daarnaast zullen de beide stallen voorzien worden van de best beschikbare technieken op het gebied van emissiereductie van ammoniak en fijnstof. Met de verlenging van deze stallen betekent dit dat de maatschap kan blijven voldoen aan de steeds verder gaande dierenwelzijns-eisen. Met behoud van nagenoeg de vergunde dierbezetting (195.450) is een investering in uitsluitend vierkante meter vloeroppervlakte als economisch haalbaar/verantwoord te beoordelen. Daarnaast omvat het initiatief het verplaatsen van het emissiepunt van de warmtewisselaar van stal 5. Tijdens de bouw van stal 5 is de warmtewisselaar niet geplaatst op de positie zoals aangegeven op de bij de omgevingsvergunning behorende plattegrondtekening. Het voornemen is thans om deze omissie te corrigeren. Bijgaande tekening laat de situering van de gewenste verlenging van stal 1 en 2 en zien, alsmede de positie van het emissiepunt van de warmtewisselaar van stal 5.

Ruimtelijke onderbouwing Deersum 1 Achlum Projectnr: AJS/2023103 Drogeham, april 2024

-6-

Figuur 2: situering verlenging stal 1 en 2 en emissiepunt stal 5

Tabel dierbezetting vleeskuikenhouderij Tabel 1 Stal 1 Stal 2 Stal 3 Stal 4 Stal 5 Totalen Bezetting

m2 2016 1.800 1.800 2.750 3.300 1.980 11.630

Bezetting Vergund 2016 31.500 31.500 48.250 57.750 34.800 203.800 17,5/m2

m2 2024 2.500 2.500 2.750 3.300 1.980 13.030

Bezetting Gevraagd 2024 37.500 37.500 41.250 49.500 29.700 195.450 15,0/m2

Toe- of afname + 6.000 + 6.000 - 7.000 - 8.250 - 5.100 - 8.350

Ruimtelijke onderbouwing Deersum 1 Achlum Projectnr: AJS/2023103 Drogeham, april 2024

-7-

3.

Beleid

3.1

Rijksbeleid

Het beleid van het rijk op de ruimtelijke ontwikkeling en mobiliteit van Nederland is neergelegd in de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). (Vastgesteld 11-09-2020). Het Rijk kiest voor een selectievere inzet van Rijksbeleid op 21 nationale belangen. Voor deze belangen acht het Rijk zich verantwoordelijk en wil het resultaten boeken. Buiten deze 21 belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. De opgaven die voortkomen uit de nationale belangen van het Rijk zijn vertaald in vier integrale prioriteiten die weer vertaald worden in beleidskeuzes: 1.

Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie;

2.

Duurzaam economisch groeipotentieel;

3.

Sterke en gezonde steden en regio’s;

4.

Toekomstbestendige ontwikkeling van het platteland.

Het initiatief is niet in strijd met het genoemde beleid van de Rijksoverheid. 3.2

Provinciaal beleid

Het provinciaal omgevingsbeleid van de provincie Fryslân is neergelegd in de Omgevingsvisie 2020 Fryslân en de (Provinciale Omgevingsvisie De Romte Diele (23 september 2020). Hierin staat het provinciale omgevingsbeleid rondom milieu, verkeer en vervoer, water en ruimtelijke ordening. De Omgevingswet is echter nog niet in werking getreden waarmee ook de daarop gebaseerde ontwerpverordening nog niet in werking is getreden. Gelet daarop is onderhavig initiatief getoetst aan de thans nog in werking zijnde provinciale omgevingsverordening Romte 2014 dat grotendeels is gebaseerd op het Streekplan 2007. In deze verordening zijn regels gesteld waarmee bij het vaststellen van ruimtelijke plannen rekening moet worden gehouden. Artikel 6.1.2 van de Provinciale verordening biedt een uitzondering voor een beperkte vergroting van de 1,5 ha. Ingevolge het derde lid is uitbreiding boven de 1,5 ha mogelijk als deze beperkt blijft en de achterliggende reden voor de uitbreiding maatschappelijk voordeel oplevert voor één of meer van de volgende aspecten: 1.

Verbetering van dierwelzijn;

2.

Vermindering van milieubelasting;

3.

Een innovatieve bedrijfsvoering die bijdraagt aan duurzaamheid;

4.

Aanmerkelijke landschappelijke verbetering.

Verbetering van dierwelzijn: De dierbezetting binnen de inrichting zal in alle stallen dalen van 17,5 naar ten hoogste 15 dieren per m2.

Ruimtelijke onderbouwing Deersum 1 Achlum Projectnr: AJS/2023103 Drogeham, april 2024

-8-

Vermindering van milieubelasting: Ammoniakontwikkeling De ammoniakemissie daalt van 7.697,8 naar 4.387,45 kg/per jaar. Een afname met ruim 43%. Dit wordt voornamelijk bereikt door de vervanging van het traditionele stalsysteem in de stallen 1 en 2 (E 5.100) met een buizenverwarmingssysteem (E 5.15) in combinatie met een reductie van de dierbezetting met 8.350 vleeskuikens en 30 st. jongvee. Fijnstofontwikkeling De fijnstofemissie reduceert op bedrijfsniveau van 3.925.040 naar 3.266.650 gram/jaar. Een afname met ruim 16%, welke voornamelijk tot stand komt vanwege de toepassing van een nageschakelde techniek op basis van positieve ionisatie door middel van koolstofborsteltjes met een verwijderingsredement van 31% (E 7.15). Geurhinder Als gevolg van de toepassing van een nokventilatiesysteem met een hoge luchtuittrede snelheid, zal de geurbelasting op de dichtstbijzijnde geurgevoelige locaties, De Wiske 4 en Oosterstraat 15, afnemen met respectievelijk 6,1 en 0,7 Odour units per kubieke meter lucht (OUE/m3) ten opzichte van de vergunde situatie. Innovatieve bedrijfsvoering Met dit initiatief wordt gebruik gemaakt van de best beschikbare technieken hetgeen tevens bijdraagt aan de duurzaamheid. Landschappelijke verbetering De verlenging van beide stallen wordt landschappelijke ingepast overeenkomstig bijgevoegd inpassingsplan.

Daarmee is sprake van een verbetering van de landschappelijke inpassing van het gehele bedrijf. In een vooroverlegreactie van de Provinsje Fryslân (zie bijlage) is echter het navolgende gesteld: Op grond van de Verordening Romte mag een intensief bedrijf groeien tot 1,5 ha. Als deze omvang is bereikt dan is met een afwijking nog een verdere uitbreiding van 10-15% mogelijk, mits dit een maatschappelijk voordeel oplevert. U meent dat voorliggend initiatief inpasbaar is binnen de regels van de Verordening Romte door gebruik te maken van deze afwijking. Wij constateren echter dat het bedrijf hier in 2016 al gebruik van heeft gemaakt. Wij hebben toen ingestemd met een extra uitbreiding van het bedrijf met 15-20 %. Op grond van de Verordening Romte kan slechts eenmaal gebruik worden gemaakt van de afwijking. Dit is geregeld in de begripsbepaling voor ‘bestaande bebouwing’ in de verordening. Een en ander betekent dat het voorliggende initiatief om het bedrijf verder uit te breiden niet direct past binnen de regels in de Verordening Romte. Wel hebben wij de mogelijkheid om ontheffing te verlenen als bijzondere omstandigheden hiertoe aanleiding geven. Wij denken dat deze bijzondere omstandigheden hier aanwezig zijn. Het initiatief draagt bij aan diervriendelijker kuikenstallen.

Ook worden de beide te verlengen stallen voorzien van de best beschikbare technieken op het gebied van emissiereductie van ammoniak en fijnstof. Dit kan wellicht bijdragen tot minder overlast voor de omwonenden van het bedrijf. Daarbij kan ook de

Ruimtelijke onderbouwing Deersum 1 Achlum Projectnr: AJS/2023103 Drogeham, april 2024

-9-

inwerkingtreding van de Omgevingsverordening per 1 januari 2024 tot slot nog als bijzondere omstandigheid worden meegewogen. De Omgevingsverordening biedt onder voorwaarden extra uitbreidingsmogelijkheden voor intensieve bedrijven. Wij willen in dit geval een ontheffing in het vooruitzicht stellen. Volgens de Provinsje Fryslân is artikel 6.1.2 van de Verordening hier derhalve niet toepasbaar maar stelt indien daarom wordt gevraagd wel een ontheffing in het vooruitzicht. In artikel 10.1.1., eerste lid is het navolgende bepaald omtrent het verlenen van de ontheffing door Gedeputeerde Staten: Gedeputeerde Staten kunnen op aanvraag van burgemeester en wethouders een ontheffing als bedoeld in artikel 4.1.a van de wet verlenen van het bepaalde in de artikelen 1.1.1, 5.1 tot en met 5.4, 6.1.1 tot en met 6.1.3, 6.2.1 en 6.4.1, voor een ruimtelijke ontwikkeling in het landelijk gebied van stedelijke of recreatieve of agrarische functies, in die gevallen waarin de verwezenlijking van het gemeentelijk ruimtelijk beleid wegens bijzondere omstandigheden onevenredig worden belemmerd in verhouding tot de met die regels te dienen provinciale belangen. De bedoelde bijzondere omstandigheden zijn reeds door de provinsje benoemd op grond waarvan een ontheffing in het vooruitzicht wordt gesteld.

Met het vragen en verlenen van de bedoelde ontheffing is er geen sprake meer van strijd met het provinciale beleid.

3.3

Gemeentelijk beleid

Aan het betreffende perceel is ingevolge het bestemmingsplan Buitengebied 2013 Franekeradeel de bestemming “agrarisch” (artikel 3) toegekend met de nadere aanduidingen op de plankaart “gemengd agrarisch bedrijf” en deels “hoogspanningsverbinding”. 1. In artikel 3.2.1 sub b is bepaald dat gebouwen uitsluitend binnen een bouwvlak zullen worden gebouwd. De voorgestane verlengingen worden echter gerealiseerd buiten het bouwvlak. In lid d. is vervolgens bepaald dat de gezamenlijke oppervlakte van de bedrijfsgebouwen ten behoeve van de nietgrondgebonden agrarische bedrijfsvoering ten hoogste 1,5 ha. mag bedragen. 2. In artikel 3.2.1 sub h. is bepaald dat de oppervlakte per stal maximaal 1.600 m2 mag bedragen. De stallen zullen na realisatie van de voorgestane verlengingen 2.500 m2 bedragen. 3. Tenslotte is in artikel 34.2.2 (Leiding-Hoogspanningsverbinding) bepaald dat ten behoeve van de dubbelstemming “Leiding-Hoogspanningsverbinding” geen gebouwen en overkappingen mogen worden gebouwd. Ad 1. De gewenste verlenging van de stallen 1 en 2 is gelegen buiten het op de plankaart aangeduide bouwvlak. In 2016 is vergunning verleend voor de bouw van stal 5, welke eveneens is gelegen buiten het bouwvlak. De oppervlakte van het daarmee ontstane fictieve bouwvlak ten behoeve van de intensieve veehouderij bedraagt daarmee reeds 1,5 ha. (zie bijgaande tekening).

Met de voorgenomen uitbreiding van de stallen 1 en 2 wordt deze oppervlakte vergroot met 1.400 m2 tot 1,64 ha. De verlangde uitbreiding is derhalve zowel in strijd met artikel 3.2.1 lid b als met lid d.

Ruimtelijke onderbouwing Deersum 1 Achlum Projectnr: AJS/2023103 Drogeham, april 2024 -

-10

In artikel 3.7.2 heeft de raad aan het college van burgemeester en wethouders een wijzigingsbevoegdheid toegekend om het bouwvlak te vergroten tot 3 ha., mits de oppervlakte van het bouwvlak ten behoeve van het niet-grondgebonden bedrijfsgedeelte maximaal 1,5 ha. zal bedragen. Ook hieraan kan niet worden voldaan, zodat geconcludeerd moet worden dat het initiatief op dit onderdeel in strijd is met het vigerende bestemmingsplan en deze strijd ook niet met toepassing van deze binnenplanse wijzigingsbevoegdheid kan worden opgeheven. Ad 2. Ingevolge artikel 3.2.1 sub h. mag de oppervlakte per stal maximaal 1.600 m2 bedragen. Na realisatie van de verlenging bedraagt de oppervlakte per stal 2.500 m2. In artikel 3.3.7 is aan echter het college van burgemeester en wethouders onder voorwaarden- een afwijkingsbevoegdheid toegekend om een grotere oppervlakte dan 1.600 m2 toe te staan. Aan deze voorwaarden (erfinrichtingsplan (zie bijlage), lichtplan (uit de te verlengen stallen is geen lichtuitstraling mogelijk nu de openingen automatisch worden verduisterd (zie ook paragraaf 4.10)) kan worden voldaan. De strijdigheid met het bestemmingsplan kan met toepassing van deze afwijkingsbevoegdheid worden opgeheven. Ad 3. De verlengingen van de stallen 1 en 2 vinden plaats in de aanduiding op de plankaart “LeidingHoogspanningsverbinding”.

Het bouwen van gebouwen in deze leidingstrook is ingevolge artikel 34.2.2 niet toegestaan. Ingevolge artikel 34.3.1 kunt u echter afwijken van dit verbod en toestaan dat daar wel gebouwen worden gebouwd, mits daarover instemming bestaat bij de leidingbeheerder en de brandweer. Deze instemmingen zijn bijgevoegd. Ook deze strijdigheid is derhalve opgeheven.

Ruimtelijke onderbouwing Deersum 1 Achlum Projectnr: AJS/2023103 Drogeham, april 2024 -

-11

Figuur3: ligging hoogspanningsleiding

Ruimtelijke onderbouwing Deersum 1 Achlum Projectnr: AJS/2023103 Drogeham, april 2024 -

-12

Geconcludeerd moet derhalve worden dat het bouwen buiten het bouwvlak in strijd is met het bestemmingsplan en dat de flexibiliteitsbepalingen in het bestemmingsplan daarvoor geen uitkomst kunnen bieden. Een buitenplanse ontheffing/afwijking is derhalve noodzakelijk voor het kunnen vergunnen van de gevraagde stalvloeruitbreiding. Een belangrijk toetsingscriterium daarvoor vormt het provinciaal beleid waaraan hiervoor is getoetst en waaraan wordt voldaan. 3.4

Externe adviezen

Door de gemeente Waadhoeke is in het kader van het vooroverleg inzake de gevraagde uitbreiding van het stalvloeroppervlak op de locatie Deersum 1 te Achlum, extern advies ingewonnen bij Rho Adviseurs voor Leefruimte. Het advies is als bijlage 5 toegevoegd. 3.5

Cultuurhistorie

Gelet op de Cultuurhistorische Kaart Fryslân is onderhavige locatie niet in gebruik geweest als stins, state of buitenplaats. Ook is de locatie niet aangewezen als Rijksmonument of anderszins als gebied met bijzondere waarden. Wel zijn de landschappelijke, stedenbouwkundige en de cultuurhistorische waarden in de voormalige gemeente Franekeradeel (thans Waadhoeke) in sterke mate bepalend voor de identiteit van het gebied. In dit geval gaat het dan met name om de landschappelijke waarden. Dit gebied kan in vier landschapstypen worden onderscheiden; Oude Zeepolder (aandijkingen), kwelderwallen, kweldervlakten en terpengebied. Het projectgebied is gelegen in een kweldervlakte. Deze gebieden kenmerken zich door: -

open landschap

-

grote continuïteit in open ruimte in de parallel richting

-

parallelle samenhang in richting en structuur met de kwelderwal

-

de wegenstructuur is niet gekoppeld aan de structuur van de vlakten maar concentrisch georiënteerd op Franker

-

de watergangen liggen aan de rand van de kwelderwal of zijn dwars op de kwelderwal gesitueerd als opvaart naar de dorpen

-

het slotenpatroon haaks in de kweldervlakte is recht en kleinschalig van structuur, de waterlopen parallel aan de kwelderwal zijn gebogen van structuur

-

incidentele agrarische bebouwing op een eilanderf

Het initiatief behelst een verlenging van twee bestaande stallen en borduurt voort op de reeds ter plaatse bestaande bebouwde structuren. Cultuurhistorische en daarmee samenhangende landschappelijke kwaliteiten worden met het initiatief niet aangetast.

Ruimtelijke onderbouwing Deersum 1 Achlum Projectnr: AJS/2023103 Drogeham, april 2024 -

-13

4.

Omgevingsaspecten

4.1

Algemeen

Het uitgangspunt is dat met de voorgenomen uitbreiding van het stalvloeroppervlak van de pluimveetak een goede omgevingssituatie wordt gehandhaafd. Daarom zijn in het kader van deze ruimtelijke onderbouwing diverse omgevingsaspecten beschreven en is onderzocht hoe de voorgenomen uitbreiding zich verhoudt tot in dit verband toepasselijke wet- en regelgeving. 4.2

Milieuzonering

Ter bescherming van de leefkwaliteit is het aanbrengen van een ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende en milieugevoelige functies noodzakelijk. Om die reden moet worden onderzocht of in de directe omgeving van het perceel milieugevoelige functies aanwezig zijn en in welke mate de agrarische activiteiten, die vanuit het plangebied worden uitgeoefend, hinderlijk zijn voor deze (gevoelige) functies. In de VNG-brochure “Bedrijven en milieuzonering” zijn de meest voorkomende vormen van bedrijvigheid beoordeeld op grond van hun hinderlijkheid en aan de hand daarvan verdeeld in een zestal milieucategorieën. Op grond van de mate van milieuhinderlijkheid wordt geadviseerd een bepaalde afstand ten opzichte van gevoelige functies aan te houden, zoals woningen, scholen, e.d. Deze afstandsnormen zijn indicatief van aard. Voor het houden van vleeskuikens wordt geadviseerd een afstand aan te houden van 200 meter ten opzichte van een rustig woongebied. Deze afstand wordt hoofdzakelijk ingegeven door de geur die bij de bedrijfsvoering vrijkomt. Voor geluid en stof welke vrijkomen behoeft slechts een afstand van 50 en 30 meter in acht te worden genomen. Het betreft hier indicatieve afstanden; afhankelijk van de situatie ter plaatse kan een kleinere afstand worden aangehouden, mits goed gemotiveerd. De afstand van de inrichting tot Achlum bedraagt ca. 675 meter.

De afstand van het emissiepunten van de te verlengen stallen 1 en 2 tot de dichtstbijzijnde gevoelige bebouwing van derden in het buitengebied bedraagt respectievelijk 158 en 183 m. (De Wiske 4). Aan genoemde indicatieve afstanden wordt derhalve voldaan. Bovendien worden de te verlengen stallen emissiearm uitgevoerd, waardoor er per saldo voor de gehele inrichting sprake is van een afname van de ammoniakemissie. Uit de geurberekening (V-stacks) kan worden afgelezen dat er sprake zal zijn van een afname van de geurbelasting op de relevante woningen van derden (zie bijlage inzake de geurberekening). 4.3

Luchtkwaliteit

In de Wet luchtkwaliteit (2007) zijn normen opgenomen voor de kwaliteit van de buitenlucht. Deze normen hebben betrekking op de concentraties in de buitenlucht van een aantal luchtverontreinigende stoffen. Het betreft de stoffen zwaveldioxide, stikstofdioxide, fijn stof (PM10 en PM2,5), lood, koolmonoxide en benzeen. Deze wetgeving vloeit voort uit normen voor luchtkwaliteit die door de Europese Unie zijn gesteld. Om aan deze Europese normen te voldoen zijn in Nederland extra maatregelen nodig, met name voor fijn stof (PM10) en stikstofdioxide (NO2). De Nederlandse overheid heeft hiervoor het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) opgesteld. Projecten die van dit NSL deel uit maken hoeven niet afzonderlijk aan de wettelijke normen te worden getoetst. De nieuw vestiging van het onderhavige agrarische bedrijf vormt geen NSL-project, zodat een afzonderlijke toetsing aan de Wet Luchtkwaliteit vereist is.

Ruimtelijke onderbouwing Deersum 1 Achlum Projectnr: AJS/2023103 Drogeham, april 2024 -

-14

Op grond van de wet moet een bestuursorgaan bij onder meer het opstellen van een bestemmingsplan dat gevolgen kan hebben voor de luchtkwaliteit, aantonen dat bij de uitvoering van dat plan: •

de wettelijke grenswaarden voor de genoemde stoffen niet worden overschreden, dan wel;

•

bij een beperkte toename van de concentratie van één of meer van de genoemde stoffen door een met het project samenhangende maatregel/effect de luchtkwaliteit per saldo verbetert, dan wel;

•

het project niet in betekenende mate bijdraagt aan de concentratie van een stof waarvoor een grenswaarde is opgenomen.

In het "Besluit niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)" (hierna: Besluit nibm) is het begrip 'niet in betekenende mate' nader uitgewerkt. Wanneer de bijdrage van het project aan de concentraties van fijn stof (PM10) en stikstofdioxide (NO2) niet groter is dan 3% van de wettelijke grenswaarden voor die stoffen, draagt het project niet in betekenende mate bij aan een verslechtering van de luchtkwaliteit. Voor bepaalde landbouwinrichtingen wordt op voorhand al aangenomen dat zij niet in betekenende mate zullen bijdragen aan de luchtkwaliteit. Deze zijn opgenomen in een ministeriële regeling (Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteit)). Deze regeling is echter niet van toepassing op pluimveehouderijbedrijven. Verkeer en luchtkwaliteit De wijziging van de inrichting zal niet leiden tot een toename van het aantal verkeersbewegingen van en naar de inrichting doordat de uitbreiding plaatsvindt bij een gelijkblijvend aantal dieren binnen de inrichting. Als gevolg hiervan zal ook de uitstoot van PM10 en NO2 nagenoeg gelijk blijven. Fijn stof vanuit de stallen en luchtkwaliteit Nu het in de onderhavige situatie een pluimveehouderij-tak betreft, zal vanuit de inrichting zelf emissie van fijn stof in de vorm van huid-, mest-, voer- en strooiseldeeltjes plaatsvinden.

In verband hiermee is een berekening voor de uitstoot van fijn stof conform model ISL3a versie 2020_2 uitgevoerd. Uit de berekening blijkt dat de som van de achtergrondwaarde en de emissies van de inrichting niet leiden tot overschrijding van de jaargemiddelde grenswaarden en het aantal dag overschrijdingen buiten de inrichting. De berekening is als bijlage bij deze notitie gevoegd.

4.4

Wet ammoniak en Veehouderij

De Wet ammoniak en veehouderij (Wav) stelt regels in verband met de emissie van ammoniak die vrijkomt uit dierenverblijven in relatie tot voor ammoniak kwetsbare gebieden. Ammoniakemissie uit andere bronnen, zoals mestopslag en -verwerking wordt in deze wet niet geregeld. De wet heeft ten doel kwetsbare gebieden te beschermen tegen de nadelige gevolgen van de uitstoot van ammoniak uit veehouderijen die in en nabij dergelijke kwetsbare gebieden zijn gelegen. Het gaat daarbij om verzuringgevoelige gebieden die zijn gelegen binnen de Ecologische Hoofdstructuur (EHS). De oprichting van nieuwe veehouderijen is op grond van de wet niet toegelaten binnen kwetsbare gebieden en een zone van 250 meter daar omheen. De locatie voor de te verlengen stallen is niet gelegen binnen een gebied dat op grond van de Wav als een kwetsbaar gebied moet worden aangemerkt, of in een zone om een dergelijk gebied. Dat betekent dat er geen directe beperkingen zijn volgens de wet. Op geruime afstand van het plangebied liggen diverse natuurgebieden. Deze gebieden zijn aangewezen als Natura 2000-gebied.

Ruimtelijke onderbouwing Deersum 1 Achlum Projectnr: AJS/2023103 Drogeham, april 2024 -

-15

De Provinsje Fryslân is op 25 juni 2020 en 15 januari 2021 via een afzonderlijke vergunningaanvraag verzocht de vereiste Natuurbeschermingswet-vergunning te verlenen, met in acht name van de uitspraak van de Raad van State, d.d. 20 januari 2021 inzake interne saldering. Bij besluit van 6 juli 2021 heeft het bevoegd een positieve weigering afgegeven (zie bijlage) 4.5

Besluit ammoniakemissie huisvesting veehouderij

De Algemene Maatregel van Bestuur ammoniakemissie huisvesting veehouderij (Besluit huisvesting) is van toepassing op de onderhavige pluimvee-tak. De ammoniakuitstoot van pluimveebedrijven is afhankelijk van het toegepaste stalsysteem. In de onderhavige situatie is er in de bestaande situatie sprake van de stalsystemen E 5.100 (stal 1+2), E 5.11 in combinatie met E 7.7 (stal 3+4) en E 5.11 in combinatie met E 7.6 (stal 5). In de gevraagde situatie zullen de stallen 1 en 2 voorzien worden van een emissiearm stalsysteem op basis van buizenverwarming (E 5.15). 4.6

Geur

De Wet geurhinder en veehouderij vormt het toetsingskader voor geur. Deze wet geeft normen voor de geurbelasting die een veehouderij mag veroorzaken op een geurgevoelig object. Deze normen hebben enkel betrekking op geur die vrijkomt bij het houden van dieren in stallen. Andere geurbronnen, zoals de opslag van veevoer en mest buiten gebouwen, mestverspreiders en dergelijke worden niet door de wet geregeld. Voor dieren waarvoor een geuremissiefactor is opgenomen in de Regeling geurhinder en veehouderij, wordt de geurbelasting berekend en getoetst met het verspreidingsmodel V-stacks vergunning. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen gebieden die tot de bebouwde kom moeten worden gerekend en gebieden die daar niet toe behoren. Het begrip bebouwde kom is niet gedefinieerd in de wet, maar uit de Memorie van Toelichting blijkt dat de aard van de omgeving bepalend is voor de ligging van een inrichting binnen of buiten de bebouwde kom; gebieden met aaneengesloten bebouwing die in overwegende mate een woon- of verblijfsfunctie hebben en waarin veel mensen per oppervlakte-eenheid ook daadwerkelijk wonen en/of verblijven. Absolute criteria zijn derhalve niet gegeven. Het projectgebied moet worden getoetst aan de normstelling voor het buitengebied nu het onderhavige zonder twijfel buitengebied is.

Blijkens bijgaande berekeningen waarbij gebruik is gemaakt van het door de rijksoverheid beschikbare rekenmodel V-stacks voldoet de voorgestane wijziging aan de vergunde normstelling op grond van de Wet Geurhinder. 4.7

Water

Vanwege het belang van het water in de ruimtelijke ordening, moet bij nieuwe ruimtelijke projecten worden aangegeven op welke wijze in het plan rekening is gehouden met de gevolgen voor de waterhuishouding. De verplichting hiertoe vloeit voort uit het bepaalde hieromtrent in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Waterschappen moeten daarom in een vroeg stadium betrokken worden bij het opstellen van ruimtelijke plannen. Het Wetterskip Fryslân is op 1 april 2020 om advies gevraagd inzake de voorgenomen ontwikkeling via de digitale watertoets. Het Wetterskip heeft per ommegaande geadviseerd dat er geen compensatiemaatregelen noodzakelijk zijn (zie bijlage).

Ruimtelijke onderbouwing Deersum 1 Achlum Projectnr: AJS/2023103 Drogeham, april 2024 -

-16

Afvalwater Schoon regenwater kan binnen het projectgebied deels in de bodem infiltreren en daarnaast op het oppervlaktewater worden geloosd. Afvalwater in de vorm van spoel- en schrobwater wordt afgevoerd naar de aanwezige spoelwaterkelder en wordt vervolgens uitgereden over het land. 4.8

Externe veiligheid

4.8.1 Algemeen Externe veiligheid beschrijft de risico's die ontstaan als gevolg van opslag of handelingen met gevaarlijke stoffen. Dit kan betrekking hebben op inrichtingen (bedrijven) of transportroutes voor gevaarlijke stoffen. Op beide categorieën is verschillende wet- en regelgeving van toepassing. 4.8.2 Externe veiligheid inrichtingen Op grond van het Besluit Externe veiligheid Inrichtingen (Bevi) moet afstand worden aangehouden tussen risicovolle en risicogevoelige functies. Risicovolle functies betreffen hoofdzakelijk bedrijven die met gevaarlijke stoffen werken, welke veiligheidsrisico's opleveren voor hun directe omgeving. Het agrarisch bedrijf vormt geen inrichting die onder de werkingssfeer van het Bevi valt. 4.8.3 Weg- en railtransport gevaarlijke stoffen De huidige regelgeving voor transport van gevaarlijke stoffen over weg, spoor en water staat beschreven in de circulaire 'Risiconormering vervoer gevaarlijke stoffen' (Crnvgs, ook wel circulaire genoemd), die naar verwachting zal worden vervangen door het 'Besluit transportroutes externe veiligheid' (Btev)). Het bedrijf is gelegen aan Deersum 1 te Achlum. Over deze weg vindt nauwelijks vervoer van gevaarlijke stoffen plaats. Buiten het plangebied komen geen andere wegen of spoorlijnen voor die in dit opzicht veiligheidsri-sico's met zich meebrengen.

Voorts is er geen sprake van het oprichten van een nieuw (beperkt) kwetsbaar object. 4.8.4 Transport gevaarlijke stoffen via buisleidingen Voor transport van gevaarlijke stoffen via buisleidingen geldt per 1 januari 2011 het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). In de nabijheid van het projectgebied komen geen buisleidingen voor transport van gevaarlijke stoffen als bedoeld in voornoemd besluit voor. 4.9

Flora- en faunawet

De Flora- en faunawet (Ff-wet) heeft ten doel in het wild levende planten en dieren te beschermen. Handelen dat deze doelstelling in gevaar brengt is in strijd met de wet. Het onderzoeksgebied is onderdeel van de huiskavel en is mede in gebruik als intensief gebruikt grasland en ruwvoeropslag. De vegetatie op het terrein is derhalve vrij soortenarm en beschermde soorten of soorten van de Rode Lijst zijn niet aangetroffen. Alle voorkomende planten zijn (zeer) algemeen en duiden op voedselrijke omstandigheden. Door de verlenging van de stallen 1 en 2 zullen kleine zoogdieren mogelijk een (klein) gedeelte van hun foerageergebied kwijtraken, maar dat zal de gunstige staat van instandhouding niet in gevaar brengen. Daarnaast komen in het gebied broedvogels voor. Om die reden zal bij het uitvoeren van werkzaamheden rekening worden gehouden met het broedseizoen. Voor het overige komen naar verwachting geen beschermde soorten flora en fauna voor waarmee bij de realisering van de onderhavige verlenging van de stallen 1 en 2 rekening moet worden gehouden.

Ruimtelijke onderbouwing Deersum 1 Achlum Projectnr: AJS/2023103 Drogeham, april 2024 -

-17

Ten behoeve van de realisatie van stal 3 heeft onderzoeksbureau Altenburg en Wymenga in een rapportage d.d. 3 juni 2003 het navolgende geconcludeerd: Uit de beschouwing van de huidige situatie en de beschikbare ecologische gegevens komt naar voren dat het bouwperceel ecologisch van zeer geringe betekenis is en bijzondere soorten op het perceel en directe omgeving ontbreken. De bouw van de vleeskuikenstal zal dan ook niet leiden tot verstoring van bijzondere soorten; ook voor weidevogels zijn de effecten beperkt aangezien deze vanwege andere factoren en storingsbronnen reeds afwezig zijn of alleen in kleine aantallen voorkomen. Ten behoeve van onderhavige verlenging van de twee stallen is op 16 oktober 2023 opnieuw een ecologisch onderzoek uitgevoerd door Vonk Ecologie te Hem (zie bijlage). Daarin wordt het navolgende geconcludeerd: Door het ontbreken van openingen in de gevels en daken is het uitgesloten dat er genesteld wordt en dat er verblijfplaatsen zijn van vleermuizen. Ook voor andere planten en diergroepen is de locatie ongeschikt. Gezien de aard en omvang van de beoogde plannen zijn er geen negatieve effecten voor overige soorten of op beschermde gebieden te verwachten. Ten alle tijden dient rekening gehouden te worden met de Algemene Zorgplicht.

4.9.1 Natuurbeschermingswet Om de natuur in Europa als geheel te beschermen en te ontwikkelen werken de lidstaten van de Europese Unie samen aan een Europees netwerk van natuurgebieden, het Natura 2000-netwerk. De aanwijzing van Nederlandse natuurgebieden die deel uitmaken van dit netwerk is inmiddels in gang gezet. Natura 2000gebieden in Nederland worden beschermd door de Natuurbeschermingswet 1998. Om schade aan natuurwaarden binnen Natura 2000-gebieden te voorkomen bepaalt de Natuurbeschermingswet dat projecten en andere handelingen die de kwaliteit van de habitats kunnen verslechteren of die een verstorend effect kunnen hebben op de aanwezige soorten niet mogen plaatsvinden zonder vergunning. Het plangebied zelf valt niet binnen de begrenzing van een Natura 2000-gebied. Op ruime afstand ligt het dichtstbij gelegen Natura 2000-gebied (duinen eilanden en Alde Feanen) welke voor verzuring gevoelig is. Op verschillende voor verzuring gevoelige Natura-2000 gebieden is de ammoniakdepositie berekend voor zowel in de huidige als in de nieuwe situatie. Op grond van deze berekening kunnen we concluderen dat er in de gewenste situatie sprake is van een afname in de ammoniak depositie op de betreffende natuurgebieden.

Het bevoegde gezag (Provinsje Fryslân) is in een afzonderlijke aanvraag verzocht de vereiste Na-tuurbeschermingswetvergunning te verlenen, dan wel “positief” te weigeren. Bij brief d.d. 6 juli 2021 heeft het bevoegd gezag een positieve weigering doen uitgaan (zie bijlage) 4.10

Licht

De te verlengen stallen hebben lichtopeningen in het dak en in de zijgevels vanwege dierwelzijnmaatregelen. De lichthinder blijft desondanks beperkt nu deze lichtopeningen automatisch worden verduisterd als het buiten donker wordt zodat er geen sprake kan zijn van lichtuitstraling. 4.11

Archeologie

De Provinsje Fryslân heeft de provincie Friesland in archeologische zin op de kaart gezet. Deze kaart bevat aanbevelingen voor wat betreft noodzakelijk bodemonderzoek in geval er ingrepen in de bodem worden

Ruimtelijke onderbouwing Deersum 1 Achlum Projectnr: AJS/2023103 Drogeham, april 2024 -

-18

verricht. Voor wat betreft de Steentijd geeft de provinciale kaart aan dat op onderhavige locatie geen onderzoek behoeft te worden verricht. Voor wat betreft de periode Middeleeuwen wordt onderzoek voorgeschreven bij ingrepen groter dan 2.500 m2. Het huidige plangebied beslaat 1.400 m2, waardoor er geen archeologisch onderzoek noodzakelijk is. Ten behoeve van de realisatie van stal 4 in 2009 is wel archeologisch onderzoek verricht. Archeologisch onderzoeks- en adviesbureau De Steekproef bv heeft in juli 2008 daartoe het navolgende geconcludeerd ten aanzien van de periode midden-bronstijd – vroege middeleeuwen: In het plangebied zijn zes boringen gezet. Hierbij is onder de ongeveer 40 centimeter dikke bouwvoor een pakket gelaagde klei aangetroffen met daaronder een pakket matig fijn zand. Het betreft hier volledig natuurlijke afzettingen waarin geen archeologische indicatoren aangetroffen. Ook vegetatiehorizonten of brandlaagjes die samenhangen met bewoningsactiviteiten in de ijzertijd ontbreken volledig. Het uitgevoerde onderzoek geeft derhalve geen aanleiding tot het adviseren van beschermende en/of beperkende maatregelen of archeologisch vervolgonderzoek. 4.12

Gezondheid

Op 30 november 2012 is door de Gezondheidsraad het rapport "Gezondheidsrisico's rond veehouderijen" gepubliceerd. In haar beschouwingen komt de onderzoekscommissie tot de conclusie dat de huidige wetenschappelijke gegevensbasis te smal is voor een kwantitatief beoordelingskader. In het schrijven d.d. 14 juni 2013 van de Staatssecretaris van Economische Zaken aan de Tweede Kamer wordt dan ook meegedeeld dat 3,4 miljoen beschikbaar is gesteld voor het doen uitvoeren van nader onderzoek. Voorts worden een aantal wettelijke voorzieningen aangekondigd om de maatschappelijke onrust over de risico's van veehouderijen voor de gezondheid van omwonenden weg te nemen. Deze wettelijke voorzieningen moeten nog worden uitgewerkt en vervolgens aan de Tweede en Eerste kamer worden voorgelegd. Uiteraard zal het nog uit te voeren nader onderzoek daarin een rol spelen. Tot nu toe zijn er echter nog geen gezondheidsnormen waaraan kan worden getoetst. De Staatssecretaris merkt in genoemde brief dan ook op dat het opvolgen van de aanbevelingen van de Gezondheidsraad wordt bemoeilijkt door het gebrek aan normen en kennis over eventueel te nemen risico beperkende maatregelen. De Raad van State heeft inmiddels verschillende uitspraken gedaan inzake de toetsing aan het bedoelde rapport van de Gezondheidsraad.

In de betreffende uitspraak citeert de Raad van State het rapport van de Gezondheidsraad daar waar wordt gesteld dat de stand van de wetenschap tekortschiet om duidelijke uitspraken over de gezondheidsrisico's van wonen in de buurt van veehouderijen te kunnen doen. De betreffende beroepsgrond van een omwonende tegen de verleende milieuvergunning wordt thans dan ook dan op een bestendige wijze ongegrond verklaard (voorbeeld: RvS 17 april 2013/Loon op Zand). Kort samengevat: Er zijn nog geen objectieve gezondheidsmaatstaven en normen waaraan kan worden getoetst. Het bedrijf wordt echter met een gelijkblijvende dierbezetting niet uitgebreid en er worden maatregelen getroffen ten aanzien een vermindering van de uitstoot van ammoniak en fijn stof. Gelet daarop zal het initiatief een voordelig effect sorteren voor wat betreft de volksgezondheid. 4.13

Landschappelijk inpassing via de Nije Pleats methode

In artikel 3.7.2 van het bestemmingsplan is bepaald dat bij vergroting van het bouwperceel de methodiek uit het werkboek De Nije Pleats in Fryslân 2009 dient te worden toegepast. Aangezien in 2008 al voorzien is in een goede landschappelijke inpassing is het bevoegd gezag verzocht het Nije Pleats-traject in dit geval niet van toepassing te verklaren. Bij brief d.d. 18 augustus 2014 (zie bijlage 4) heeft het college van burgemeester en wethouders van Franekeradeel daaromtrent het navolgende meegedeeld: Ruimtelijke onderbouwing Deersum 1 Achlum Projectnr: AJS/2023103 Drogeham, april 2024 -

-19

De stal past geheel binnen de bestaande landschappelijke inpassing. Deze landschappelijke inpassing is in 2008 tot stand gekomen met Landschapsbeheer Friesland en is ook zo gerealiseerd. Hiermee is destijds een nieuw groen afgekaderd erf ontstaan. De voorgestelde locatie van de nieuwe loods is uit landschappelijk oogpunt de meest geschikte locatie binnen de bestaande groenstructuur. Gelet hierop achten wij het doorlopen van een Nije Pleats traject niet noodzakelijk om tot een goede ruimtelijke overweging te kunnen komen. Het landschappelijk inrichtingsplan is in 2008 ontwikkeld door Landschapsbeheer Friesland (zie bijlage). Hierbij is het gehele erf ingepast en is een groen kader ontstaan waarbinnen voortgebouwd kan worden. Het opnieuw toepassing geven aan het Nije Pleats model wordt gelet daarop overbodig geacht. Dit mede gelet op het feit dat het hier om verlenging van reeds bestaande stallen gaat waarbij dus de situering reeds vast staat. Het gaat voor wat betreft de landschappelijke inpassing dan thans uitsluitend nog om het eventueel aanbrengen van groen rond of nabij de verlenging van stallen. Gelet daarop is een aanvullend een landschapsinpassingsplan ontwikkeld (zie bijlage) voor het inpassen van onderhavige verlenging van de beide stallen. Dit plan is hieronder afgebeeld en is integraal bijgevoegd.

Figuur 4: landschappelijk inpassingsplan

Ruimtelijke onderbouwing Deersum 1 Achlum Projectnr: AJS/2023103 Drogeham, april 2024 -

-20

4.14

Bodem

In het kader van de Wet bodembescherming dient te worden onderzocht of in het plangebied sprake is van bodemverontreiniging. De kwaliteit van de bodem is een belangrijk aspect. Gelet op het huidige gebruik is geen sprake van een verdachte locatie. Gelet daarop en het feit dat de staluitbreidingen - volgens de geregistreerde informatie uit het bodeminformatiesysteem - ook niet gesitueerd zijn ter plaatse van voormalige slootdempingen waarbij onbekend is wat voor kwaliteit materiaal voor de demping is gebruikt kan bodemonderzoek hier achterwege blijven. Daarnaast zijn beide staluitbreidingen niet bedoeld voor het voortdurend (of nagenoeg voortdurend) verblijf van personen hetgeen eveneens reden is om geen bodemonderzoek uit te voeren. 4.15

Welstand

De bouwplannen zijn voorgelegd aan Welstandszorg Hûs en Hiem. Bij brief d.d. 17 juli 2023 heeft deze welstandsorganisatie positief geadviseerd (zie bijlage).

Ruimtelijke onderbouwing Deersum 1 Achlum Projectnr: AJS/2023103 Drogeham, april 2024 -

-21

5.

Uitvoerbaarheid

5.1

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Wettelijk bestaat de verplichting om inzicht te geven in de uitvoerbaarheid van een omgevingsvergunning, waarbij van het vigerende bestemmingsplan wordt afgeweken. Daarbij kan onderscheid worden gemaakt in de maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid. Het ontwerp van de omgevingsvergunning zal overeenkomstig de openbare voorbereidings-procedure van de Algemene wet bestuursrecht ter inzage worden gelegd. Tijdens deze termijn kunnen door derden zienswijzen worden ingediend. Hieruit zal blijken of er maatschappelijk draagvlak voor het initiatief bestaat. Thans is omtrent de plannen reeds overleg gepleegd met de naaste buren wonende aan De Wiske 4 te Achlum. Deze hebben aangegeven geen bezwaar te hebben tegen het nu voorliggende initiatief. 5.2

Economische uitvoerbaarheid

Het project betreft een particulier initiatief, waarmee de gemeente geen financiële bemoeienis heeft. De aanvrager draagt de kosten voor de procedure en de uitvoering van het project. Hiervoor zijn de benodigde financiële middelen beschikbaar. Voorts sluit het bevoegd gezag een planschadeovereenkomst met initiatiefnemer. Het project wordt economisch uitvoerbaar geacht.

Ruimtelijke onderbouwing Deersum 1 Achlum Projectnr: AJS/2023103 Drogeham, april 2024 -

-22

Gegenereerd op: 7-03-2024

berekend met : V-Stacks Vergunning 2020 Release juli 2020

(c) DNV GL

Page 1

Naam van de berekening: Postma aanpassing stal 1+2 Gemaakt op: 2024-03-07 11:25:19 Rekentijd: 0:00:34 Naam van het bedrijf: Postma Achlum 2024v06 Berekende ruwheid: 0,060 m

Brongegevens: Volgnr. BronID

X-coord.

Y-coord.

EP Hoogte

EP Diam.

EP Uittr. snelh. E-Aanvraag

Geb. Hoogte

1

Stal A+E

162 602

573 500

1,5

0,5

0,40

1 170

4,5

2

Stal 1

162 540

573 420

4,4

0,9

6,90

12 375

4,2

3

Stal 2

162 564

573 409

4,6

0,9

6,90

12 375

4,3

4

Stal 3

162 615

573 396

3,0

1,5

0,40

13 613

5,0

5

Stal 4

162 637

573 385

3,0

1,5

0,40

16 335

5,0

6

Stal 5

162 671

573 363

2,6

1,9

0,40

9 801

4,5

Geur gevoelige locaties: Volgnr. BronID

X-coord.

Y-coord.

Geurnorm

Geurbelasting

7

De Wiske 4

162 355

573 362

8,0

13,4

8

Oosterstraat 15

161 853

573 436

2,0

2,2

9

Oosterstraat 14

161 842

573 447

2,0

2,1

10

Oosterstraat 13

161 832

573 457

2,0

2,1

11

Oosterstraat 12

161 819

573 471

2,0

1,9

12

Oosterstraat 12a

161 782

573 508

2,0

1,7

13

It War 14

161 843

573 508

2,0

1,9

14

It War 13

161 825

573 519

2,0

1,8

15

It War 12

161 825

573 528

2,0

1,8

16

It War 10

161 815

573 539

2,0

1,7

17

It War 9

161 804

573 541

2,0

1,7

18

It War 7

161 793

573 561

2,0

1,6

19

It War 1

161 747

573 619

2,0

1,4

20

Beneysten 5

161 831

573 409

2,0

2,3

21

Beneysten 3

161 824

573 420

2,0

2,2

22

Sytstrastrjitte 33

161 807

573 393

2,0

2,2

23

Sytstrastrjitte 31

161 795

573 380

2,0

2,2

24

Sytstrastrjitte 38

161 714

573 388

2,0

1,9

25

Sytstrastrjitte 56

161 787

573 440

2,0

2,0

26

Sytstrastrjitte 54

161 783

573 444

2,0

1,9

27

Sytstrastrjitte 52

161 780

573 439

2,0

1,9

28

Sytstrastrjitte 50

161 774

573 426

2,0

2,0

29

Dalenstraat 3

161 619

573 508

2,0

1,3

30

Dalenstraat 17

161 687

573 506

2,0

1,5

31

Dorpsstraat 15

161 373

573 661

2,0

0,8

Gegenereerd op: 7-03-2024

berekend met : V-Stacks Vergunning 2020 Release juli 2020

(c) DNV GL

Page 2

Gegenereerd met ISL3a Versie 2022_1, Rekenhart Release 20 april 2022

(c) DNV GL

Gebiedsgegevens Berekend op: 2024/03/12

Naam van deze berekening: Postma Verlenging stal 1+2

15:04:34

Project: Postma Achlum 2024v06 RD X coordinaat: 161 000

Lengte X: 2000

Aantal Gridpunten X: 20

RD Y coordinaat: 573 000

Breedte Y: 1000

Aantal Gridpunten Y: 10

Berekende ruwheid: 0.051

Eigen ruwheid

Type Berekening: PM10

Eigen ruwheid: 0.000

Rekenjaar:2024

Soort Berekening: Contour

Toets afstand: n.v.t.

Onderlinge afstand: n.v.t.

Uitvoer directory: Z:\KLANTEN\P&S\LOPEND\POSTMA W. ACHLUM 62000\2019-04 Uitbreiding stal 1 en 2\2023 Aanvraag RD X Coord.

RD Y Coord.

Concentratie

Overschrijding

[m]

[m]

[microgram/m3]

[dagen]

De Wiske 4

162 355

573 362

15.08

6.7

Oosterstraat 15

161 853

573 436

12.93

6.1

Oosterstraat 14

161 842

573 447

12.92

6.1

Oosterstraat 13

161 832

573 457

12.92

6.1

Oosterstraat 12

161 819

573 471

12.91

6.1

Oosterstaat 12a

161 782

573 508

12.89

6.1

It War 14

161 843

573 508

12.90

6.1

It War 13

161 825

573 519

12.89

6.1

It War 12

161 825

573 528

12.89

6.1

It War 10

161 815

573 539

12.89

6.0

It War 9

161 804

573 541

12.88

6.0

It War 7

161 793

573 561

12.88

6.0

It War 1

161 747

573 619

12.86

6.0

De Beneysten 5

161 831

573 409

12.93

6.1

De Beneysten 3

161 824

573 420

12.93

6.1

Sytstrastrjitte 33

161 807

573 393

12.93

6.0

Sytstrastrjitte 31

161 795

573 380

12.93

6.0

Sytstrastrjitte 38

161 714

573 388

12.90

6.0

Sytstrastrjitte 56

161 787

573 470

12.90

6.1

Sytstrastrjitte 54

161 783

573 444

12.90

6.1

Sytstrastrjitte 52

161 780

573 439

12.90

6.1

Sytstrastrjitte 50

161 774

573 426

12.91

6.0

Van Dalenstraat 3

161 619

573 508

12.85

6.0

Van Dalenstraat 17

161 687

573 506

12.86

6.0

Dorpsstraat 15

161 373

573 661

12.80

6.0

Te beschermen object Naam:

Brongegevens Naam : Stal 1

Type: AB

RD X Coord.: 162 540

RD Y Coord.: 573 420

hoogte van emissiepunt:

4.40

Emissie:

0.01784

verticale uittreesnelheid:

6.90

diameter van emissiepunt:

0.89

X-coord. zwaartepunt van gebouw: 162 538

hoogte van gebouw: 4.2

temperatuur van emisstroom:

285.00

Y-coord. zwaartepunt van gebouw: 573 415

Naam : Stal 2

lengte van gebouw:

125.00

breedte van gebouw:

20.60

orientatie van gebouw:

70.00

Type: AB

RD X Coord.: 162 564

RD Y Coord.: 573 409

hoogte van emissiepunt:

4.60

verticale uittreesnelheid:

6.90

Emissie:

0.01784

hoogte van gebouw: 4.3

diameter van emissiepunt:

0.89

X-coord. zwaartepunt van gebouw: 162 562

temperatuur van emisstroom:

285.00

Y-coord. zwaartepunt van gebouw: 573 405

Date: 12-03-2024

Time: 15:04:37

Page 1

Gegenereerd met ISL3a Versie 2022_1, Rekenhart Release 20 april 2022

Naam : Stal 3

(c) DNV GL

lengte van gebouw:

125.00

breedte van gebouw:

20.60

orientatie van gebouw:

70.00

Type: AB

RD X Coord.: 162 615

RD Y Coord.: 573 396

hoogte van emissiepunt:

3.00

Emissie:

0.02485

verticale uittreesnelheid:

0.40

diameter van emissiepunt:

1.53

X-coord. zwaartepunt van gebouw: 162 609

hoogte van gebouw: 5.0

temperatuur van emisstroom:

285.00

Y-coord. zwaartepunt van gebouw: 573 400

Naam : Stal 4

lengte van gebouw:

110.00

breedte van gebouw:

25.00

orientatie van gebouw:

70.00

Type: AB

RD X Coord.: 162 637

RD Y Coord.: 573 385

hoogte van emissiepunt:

3.00

verticale uittreesnelheid:

0.40

Emissie:

0.02982

hoogte van gebouw: 5.0

diameter van emissiepunt:

1.53

X-coord. zwaartepunt van gebouw: 162 668

temperatuur van emisstroom:

285.00

Y-coord. zwaartepunt van gebouw: 573 374

Naam : Stal 5

lengte van gebouw:

110.00

breedte van gebouw:

30.00

orientatie van gebouw:

70.00

Type: AB

RD X Coord.: 162 671

RD Y Coord.: 573 363

hoogte van emissiepunt:

2.60

Emissie:

0.01318

verticale uittreesnelheid:

0.40

diameter van emissiepunt:

1.87

X-coord. zwaartepunt van gebouw: 162 668

hoogte van gebouw: 4.5

temperatuur van emisstroom:

285.00

Y-coord. zwaartepunt van gebouw: 573 364

Naam : Stal B

lengte van gebouw:

90.00

breedte van gebouw:

22.40

orientatie van gebouw:

70.00

Type: AB

RD X Coord.: 162 602

RD Y Coord.: 573 500

hoogte van emissiepunt:

1.50

verticale uittreesnelheid:

0.40

Emissie:

0.00006

hoogte van gebouw: 4.5

diameter van emissiepunt:

0.50

X-coord. zwaartepunt van gebouw: 162 602

temperatuur van emisstroom:

285.00

Y-coord. zwaartepunt van gebouw: 573 517

Date: 12-03-2024

Time: 15:04:37

lengte van gebouw:

19.00

breedte van gebouw:

18.00

orientatie van gebouw:

145.00

Page 2

Gegenereerd met ISL3a Versie 2022_1, Rekenhart Release 20 april 2022

Date: 12-03-2024

Time: 15:04:37

(c) DNV GL

Page 3

datum 1-4-2020 dossiercode 20200401-2-22918 Wateradvies korte procedure Project: Verlengen twee pluimveestallen Postma Achlum Gemeente: Waadhoeke Aanvrager: Tietsia Veenstra Organisatie: Pietersma & Spoelstra BV

Geachte heer/mevrouw Tietsia Veenstra, Voor het plan Verlengen twee pluimveestallen Postma Achlum heeft u een watertoets aangevraagd op www.dewatertoets.nl. De uitkomst is dat de korte procedure moet worden gevolgd. Het plan Verlengen twee pluimveestallen Postma Achlum heeft een beperkte invloed op de wateraspecten die van belang kunnen zijn bij ruimtelijke plannen. Werkwijze watertoetsprocedure Vanaf 2018 worden alle aanvragen uit de digitale watertoets digitaal afgehandeld. Dit betekent dat Wetterskip Fryslân voor de korte procedure standaard een wateradvies verstrekt. Wanneer noodzakelijk geacht ontvangt u op dit standaard wateradvies nog een aanvulling per email. Waterparagraaf Dit wateradvies geeft u handvatten om de uitkomsten en aandachtspunten van de watertoetsaanvraag mee te nemen in het opstellen van het ruimtelijke plan of besluit. Het is de bedoeling dat u op basis van dit document het plan uitwerkt. Uit de waterparagraaf moet duidelijk blijken wat voor wateraspecten van toepassing zijn en hoe u hier in het plan rekening mee houdt. Indien nodig verzoeken wij u om de wateraspecten te borgen op de Verbeelding en in de Regels van het plan. Ruimtelijke plannen hebben soms een lange doorlooptijd. Tegelijkertijd ontstaan er soms veranderende inzichten in het beleid ten aanzien van de waterketen, waterkeringen en het watersysteem.

Om te garanderen dat de juiste uitgangspunten worden toegepast in de planvorming hanteert het waterschap een uiterste houdbaarheidsdatum van maximaal 1 jaar. Wanneer deze termijn verstreken is kunt u contact opnemen met het waterschap voor een eventuele verlenging van nogmaals 1 jaar. Leidraad Watertoets De watertoets is een belangrijk instrument bij het klimaatbestendig en waterrobuust inrichten van de ruimte. De watertoets zorgt ervoor dat in alle ruimtelijke plannen aandacht wordt besteed aan veiligheid, kwaliteit én kwantiteit van water. Als richtlijn bij het beoordelen van ruimtelijke plannen werkt Wetterskip Fryslân met de Leidraad Watertoets. Hierin staat voor alle wateraspecten uitgangspunten omschreven waarmee u rekening moet houden en is informatie te vinden over de te nemen maatregelen. De leidraad is de te vinden via deze link: www.wetterskipfryslan.nl/vergunningen-wetten-en-regels/online-watertoets-voor-nieuwe-plannen Wateraspecten en aandachtspunten Hieronder staan de eventuele wateraspecten die van invloed zijn op het plan en aandachtspunten om mee rekening te houden.

Toename verharding Wij willen u verzoeken om in de waterparagraaf de volgende passage op te nemen over het onderdeel toename verharding. Door ruimtelijke ontwikkelingen neemt de hoeveelheid verhard oppervlak toe met als gevolg een versnelde afvoer van hemelwater. Het is nodig om deze versnelde afvoer te compenseren om de waterberging in een gebied in stand te houden. Dit geldt ook voor toevoegen van oppervlakteverharding die wel past binnen het bestemmingsplan, maar waarvan de grond al meer dan vijf jaar braak ligt en waar in het verleden niet voor gecompenseerd is. Het is verboden zonder watervergunning neerslag versneld tot afvoer te laten komen indien daarbij meer dan 200 m2onverharde grond in stedelijk gebied en 1500 m2in landelijk gebied wordt bebouwd of verhard. Er geldt een vrijstelling van de vergunningsplicht wanneer wordt voldaan aan de compensatieregels genoemd in dit wateradvies. De meest voorkomende manier van compenseren is het graven van extra oppervlaktewater. Bij het graven van extra oppervlaktewater is onderstaande tabel van toepassing. Uiteraard is het toepassen van alternatieve

maatregelen in het plan ook mogelijk. Afhankelijk van de maatregel kunnen andere normen gelden dan vermeld in het onderstaande tabel. Zie de Leidraad watertoets voor meer informatie over compenserende maatregelen of neem contact op met Cluster Plannen van Wetterskip Fryslân. Indien er niet wordt gecompenseerd door extra oppervlaktewater te graven waarbij onderstaande percentages worden gehanteerd of indien er geen overeenstemming plaatsvindt in de watertoetsprocedure over alternatieve maatregelen dan dient een watervergunning bij het waterschap te worden gevraagd. Gebied

Stedelijk (>200 m²)

Landelijk (>1.500 m²)

Boezem

5%

5%

Polder

10%

10%

Vrij afstromend

Maatwerk mogelijk

Maatwerk mogelijk

Toelichting tabel ● 5% heeft alleen betrekking op de Friese boezem; ● de algemene regels keur zijn in de onderstaande tabel verwerkt; ● maatwerk kan bestaan uit bijvoorbeeld infiltratie of berging van het overtollig hemelwater.

Ruimtelijke adaptatie Om ook in de toekomst prettig te kunnen wonen, werken en recreëren moeten steden en dorpen ingericht worden met het oog op de toekomst. Het is belangrijk kansen te benutten om het gebied klimaat robuust in te richten. Zo is het mogelijk om het bebouwd gebied beter bestand te maken tegen hevige regenbuien, periodes van droogte en hitte en de gevolgen van een mogelijke overstroming. Voor veel maatregelen geldt bovendien dat ze kosteneffectief zijn, als ze maar in een vroeg stadium in het planvormingsproces worden meegenomen. Meer informatie hierover is te vinden op De Friese klimaatatlas : www.frieseklimaatatlas.nl Waterwet Voor bepaalde werkzaamheden heeft u een watervergunning nodig. Bijvoorbeeld als u een sloot wilt dempen, afvalwater wilt lozen op oppervlaktewater of grondwater wilt onttrekken. Soms is het doen van een melding voldoende. Een watervergunning aanvragen is dan niet nodig. Op onze website www.wetterskipfryslan.nltreft u meer informatie aan over de Waterwet en u kunt daar onder andere ook meldingsformulieren en het aanvraagformulier voor een watervergunning downloaden. Via Omgevingsloket online (www.omgevingsloket.nl ) kunt u vooraf nagaan of u een watervergunning nodig heeft of een melding moet doen (vergunningcheck). U kunt hier ook meteen de vergunning aanvragen of de melding doen.

Afronding watertoetsprocedure In de besluitvormingsfase, ten tijde van het toesturen van het voorontwerp bestemmingsplan of ontwerp omgevingsvergunning, controleert Wetterskip Fryslân of de waterbelangen voldoende zijn meegenomen en geborgd in het ruimtelijke plan of besluit. Privacyverklaring Wetterskip Fryslân verwerkt uw naam, adres, telefoonnummer, e-mailadres en kadastrale gegevens om uw aanvraag te behandelen. De grondslag van de verwerking van deze gegevens zijn taken in het algemeen belang die in het Besluit Ruimtelijke Ordening aan het waterschap zijn opgedragen. Wij hebben gegevens van u ontvangen en verdere gegevens zullen wij opvragen uit het kadaster en ons geografische informatie systeem. Uw gegevens worden na afronding van uw aanvraag permanent bewaard. U heeft recht op inzage, een kopie, rectificatie, wissing, beperking, bezwaar en het indienen van een klacht bij de Autoriteit Persoonsgegevens. Een verzoek daartoe kunt u doen via privacy@wetterskipfryslan.nl. Nadere informatie over de verwerking van uw gegevens en uw rechten vindt u op https://www.wetterskipfryslan.nl/over-de-site/privacyverklaring

Met vriendelijke groet,

Wetterskip Fryslân Postbus 36 8900 AA Leeuwarden T 058 292 2222 E Info@wetterskipfryslan.nl

www.dewatertoets.nl

o NTV4 NO EN 2; AUG zDj Geneente-

Franekeradeel

Pietersma & Spoelsira ROlmilieuadviseurs BV de heer A.J. Spoclstra Pastbus 31 9289 ZR Drogeham

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=waadhoeke&id=1cfb5382-2414-414c-89d1-d5ca66ad6ea0