Bijlage 1 Ontwerpbestemmingsplan Deinum Marssumerdyk 7.pdf
Tekst van het document
november ’19
5
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Marssumerdyk nr. 7 te Deinum
aanleiding vooronderzoek Het onderhavige bodemonderzoek betreft een verkennend bodemonderzoek in het kader van de geplande nieuwbouw van een woning/kantoor/toiletgebouw op de onderzoekslocatie. Het vooronderzoek is uitgevoerd op basis van aanleiding A, conform paragraaf 6.2.1 “opstellen hypothese bodemkwaliteit ten behoeve van een bodemonderzoek” uit de NEN-5725 (2017). geraadpleegde bronnen in het kader van het vooronderzoek Voor het vooronderzoek zijn de volgende bronnen geraadpleegd: • informatie verstrekt door de opdrachtgever/eigenaar; • informatie verstrekt door de gemeente Waadhoeke (e-mail d.d. 04-10-2019); • informatie bodemloket.nl; • informatie van de bodematlas van de Provincie Fryslân; • www.topotijdreis.nl; • Kadaster/BAG Viewer; • grondwaterkaart van Nederland; • ahn.nl; • Dinoloket.nl; • handelsbestand van de Kamer van Koophandel; • terreininspectie voorafgaand aan de veldwerkzaamheden. Het uitgevoerde vooronderzoek heeft betrekking tot de onderhavige onderzoekslocatie alsmede de aangrenzende percelen binnen een straal van 25 meter. De onderzoeksvragen voor het opstellen van de onderzoekshypothese en de gekozen onderzoeksstrategie zijn, voor zover relevant, in de onderstaande paragrafen nader uitgewerkt. locatiegegevens In Tabel 2 is een overzicht van de basisinformatie/locatiegegevens weergegeven. Tabel 2: overzicht basisinformatie
Adres Plaats Gemeente Topografisch overzicht Coördinaten Kadastrale aanduiding Eigendomssituatie Oppervlakte onderzoekslocatie (onderzochte deel van de locatie, plangebied) Algemene omschrijving Bebouwing en bouwjaar (Kadaster BAG) Terreinverharding Ondergrondse infrastructuur Archeologische waarden Geplande herinrichting bijzonderheden: -
november ’19
Marssumerdyk nr. 7 Deinum Waadhoeke Zie bijlage 1 X = 178,451 Y= 578,771 Gemeente Deinum, sectie F nr. 3977 Niet onderzocht 500 m2. De onderzoekslocatie betreft een woonhuis met schuurruimte. Voor de woning/schuur op de locatie is het bouwjaar 1961 opgenomen. De bijgebouwen dateren van 2000, 2009 en 2017. De onderzoekslocatie is deels verhard met asfalt en klinkers. Geen informatie, bij grondwerk dient een KLICmelding gedaan te worden. De locatie heeft op basis van de archeologische waardenkaart (IKAW) de vermelding “lage trefkans”. Nieuwbouw woning/kantoor/toiletgebouw.
6
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Marssumerdyk nr. 7 te Deinum
afbakening onderzoekslocatie Het onderhavige onderzoek, het geografisch besluitvormingsgebied, betreft het onderzochte onderzoekslocatie, zoals weergegeven in bijlage 2. bodemgebruik In de onderstaande Tabel 3 is de beschikbare informatie weergegeven over het historisch, huidig en toekomstig gebruik van de onderzoekslocatie en de directe omgeving. Tabel 3: beschrijving bodemgebruik
Omschrijving
Gebruik
Potentieel bodembedreigende activiteiten en situaties
Onderzoekslocatie Historisch (op basis van topografische kaarten, Topotijdreis) Huidig
Op kaarten vanaf 1908 tot 1972 blijkt de locatie onderdeel van een agrarisch perceel. Op kaarten na 1972 wordt bebouwing op de locatie aangegeven.
Geen.
Woning met schuur
Geen.
Toekomstig
Woning/kantoor/toiletgebouw.
Geen.
Directe omgeving (<25 m) Historisch (op Op kaarten vanaf 1908 tot 1932 is in de nabijheid van Geen. basis van de locatie geen bebouwing te herkennen. Op kaarten topografische na 1932 wordt nabij de locatie bebouwing kaarten, weergegeven. Rond 1951 wordt noordelijke van de Topotijdreis) locatie het Van Harinxma-kanaal weergegeven. Huidig en Noordzijde: campingterrein en Van Harinxma-kanaal Geen toekomstig Oostzijde: Marssumerdyk en achtergelegen agrarische percelen Zuidzijde: woning (nr. 3). Westzijde: agrarisch.
november ’19
7
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Marssumerdyk nr. 7 te Deinum
bedrijfsmatige activiteiten, bodembedreigende activiteiten en calamiteiten In Tabel 4 staat een overzicht weergegeven van de potentieel bodembedreigende activiteiten en calamiteiten op basis van de beschikbare informatie. Tabel 4: overzicht potentieel bodembedreigende activiteiten en calamiteiten
Gebruik
De onderzoekslocatie, het beoogde plangebied, betreft een woning met schuurruimte. In het verleden was nabij de schuur, buiten de onderhavige onderzoekslocatie, sprake van een ondergrondse tank met pomp. De tank is in 1994 gesaneerd.
Bouwvergunning
Er is geen andere informatie beschikbaar omtrent evt. (voormalige) potentieel bodembedreigende activiteiten/calamiteiten (verbranding afval, opslag van gevaarlijke stoffen etc.) op de onderzoekslocatie. Voor de onderzoekslocatie zijn bouwvergunningen verleend.
Milieuvergunning
Niet bekend.
Handelsregister
De locatie wordt vermeld in het handelsregister van de Kamer van Koophandel onder: - SMITS VUREN B.V. vestiging is opgeheven of verplaatst - Mini-Camping "a/h van Harinxmakanaal" vestiging is opgeheven of verplaatst - Besko - FGB Onderhoud - Berkinxsma B.V. - Vereniging van Eigenaren Valerius-, Haydn-, Vivaldistraat - Ver. van Eig. Ny Siercksma te Leeuwarden, Telemannstr - Vereniging van Eigenaars Marningewegflat - Vereniging van Eigenaren Sleedoorn-VuurdoornGaspeldoorn-Boksdoorn - Joberco B.V. - Beheervereniging Midi Center Leeuwarden 2 - Ver. van Eigenaren Flatgebouw Uiterdijksterweg-Augustien - Ver. van Eig. flatgebouw Iepenstraat tussen de Vogelk - RD-Jomile OG Beheer B.V.
Aanwezigheid brandstoftanks
Voor 1994 heeft zich nabij de schuur een ondergrondse tank met pomp bevonden. De tank is in 1994 gesaneerd.
Er is geen andere informatie omtrent de eventuele aanwezigheid of voormalige aanwezigheid van andere boven- of ondergrondse brandstoftanks op de onderzoekslocatie, t.p.v. het plangebied. Er bestaat altijd de mogelijkheid dat boven- en ondergrondse brandstoftanks in het verleden geplaatst zijn zonder melding, de aanwezigheid van dergelijke tanks blijkt niet uit de verkregen informatie. Aanwezigheid asbest Er is geen informatie bekend omtrent de evt. aanwezigheid van asbest in de bodem t.p.v. het plangebied. Er bestaat altijd de mogelijkheid dat asbest (afval/puin) ed. is begraven. Op voorhand is hiervan geen informatie bekend. Ophogingen/dempingen/stortingen Er is geen informatie omtrent evt. met bodemvreemd materiaal gedempte watergangen/ sloten t.p.v. de onderzoekslocatie (binnen het onderzochte terreindeel). Er is geen informatie omtrent evt. opgebrachte november ’19
8
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Marssumerdyk nr. 7 te Deinum
Niet gesprongen explosieven
Verdachte activiteiten < 25 m
november ’19
gebiedsvreemde grond (ophogingen), verhardingsmateriaal, puinmateriaal en/of afval op de onderzoekslocatie. Geen informatie, in Nederland zijn er niet gesprongen explosieven (NGE) uit de Tweede Wereldoorlog in de grond achtergebleven. De (potentiële) aanwezigheid van niet gesprongen explosieven kan een bedreiging inhouden bij grondroerende werkzaamheden en kan tot vertraging leiden bij planvorming en uitvoering van werkzaamheden. NGE's worden met name aangetroffen ter plaatse van 'strategische doelen' zoals binnensteden, verbindingswegen, spoorwegen, bruggen en havens. De gemeente is op basis van regelgeving verantwoordelijk voor het opsporen en ruimen va niet gesprongen explosieven uit de Tweede Wereldoorlog. Voor aanvullende informatie wordt verwezen naar de gemeente. Niet bekend.
9
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Marssumerdyk nr. 7 te Deinum
voorgaande bodemonderzoeken in Tabel 5 is een overzicht van voorgaande bodemonderzoeken en informatie van de bodemkwaliteitskaart weergegeven. Tabel 5: overzicht voorgaande bodemonderzoeken en bodemkwaliteitskaart
voorgaande bodemonderzoeken Onderzoekslocatie
1994, Hekkema, BRL-K902, d.d. 23-11-1994 Verkennend onderzoek Oranjewoud, ref. 07-08-2006 Bovengrond pomp (0,1-0,6 m-mv): minerale olie > S Tankput (0,5-1,5 m-mv): minerale olie > S Grondwater tankput: Conclusie: Op basis van de resultaten kan worden gesteld dat t.p.v. de vm. tank en pomp licht verhoogde gehalten aan minerale olie zijn gemeten. Indicatie onderzoek CSO-Milfac, ref. o6-F394, 01-08-2006 Aanleiding: in het kader van de tanksanering waarbij mogelijk de vrijgekomen verontreinigde grond op de locatie is hergebruikt. Bovengrond: minerale olie plaatselijk > S
Omgeving <25 m
Verkennend onderzoek fietsbrug van Harinxmakanaal MUG Ingenieursbureau, 51504517, 19-01-2018 Status: opstellen saneringsplan
Vermoeden van (een geval van ernstige) bodemverontreiniging op de locatie of een deel daarvan informatie bodemkwaliteitskaart
Niet bekend.
-
bodemopbouw, geohydrologie en antropogene beïnvloeding De ondiepe geologie in het onderzoeksgebied is afgeleid van de Grondwaterkaart van Nederland (Dienst grondwaterverkenning TNO/DGGV) en ontleend aan het dinoloket (www.dinoloket.nl). De bovenste laag, de deklaag, heeft een hoogte van ca. 1.0 m+NAP. In Tabel 6 staat de geohydrologische opbouw weergegeven. Tabel 6: geohydrologische opbouw
diepte m-mv 0-3,4 3,4-5
beschrijving
Formatie
Klei Zand zeer fijn/uiterst fijn
Naaldwijk Naaldwijk
De stromingsrichting van het ondiepe grondwater van het eerste watervoerend is in het kader van dit onderzoek niet vastgesteld. Opgemerkt dient te worden dat de stromingsrichting van het grondwater beïnvloed kan worden door drainagepatroon, ligging van sloten, riolering, kabels, leidingen en funderingen.
november ’19
10
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Marssumerdyk nr. 7 te Deinum
(financieel-) juridische situatie In Tabel 7 zijn de financieel- juridische aspecten weergegeven. Tabel 7: financieel/juridische aspecten
kadastrale gegevens opdrachtgever/ belanghebbende rechtspersonen
Gemeente Deinum, sectie F nr. 3977 -
In het kader van onderhavig bodemonderzoek is behoudens de opgenomen kadastrale gegevens geen nadere financieel juridische informatie verzameld. Het uitvoeren van een daadwerkelijke juridische toets maakt geen deel uit van onderhavig bodemonderzoek.
2.1
Hypothese en onderzoeksstrategie
Volgens de onderzoeksnorm NEN 5740 dient, m.b.t. de aanwezigheid van eventuele bodemverontreiniging, vooraf een onderzoekshypothese te worden opgesteld. De hypothese kan worden opgesteld op basis van bekende (historische) gegevens, uit de betrokken informatie kan blijken dat de onderzoekslocatie, vooraf, als “verdacht” of “onverdacht” wordt aangemerkt. Op basis van de historische informatie uit het vooronderzoek blijkt dat op de locatie geruime tijd in gebruik is geweest als woonhuis met schuur. Rondom de schuur bevindt zich bestrating. Rondom het woongedeelte bevindt zich hoofdzakelijk tuin. Voor 1994 was nabij de schuur, buiten de onderhavige onderzoekslocatie, een ondergrondse dieseltank met pomp gesitueerd. Na de tanksanering zijn in de boven- en ondergrond lichte verhogingen minerale olie gemeten. T.a.v. het plangebied is geen andere informatie beschikbaar omtrent evt. (voormalige) potentieel bodembedreigende activiteiten (verbranding afval, opslag van gevaarlijke stoffen etc.) of evt. (voormalige) potentieel bodembedreigende calamiteiten. De onderzoekslocatie, het beoogde plangebied, is in eerste aanleg als milieuhygiënisch "onverdacht" aangemerkt. Op basis van deze hypothese is het bodemonderzoek t.p.v.
de onderzoekslocatie uitgevoerd conform de bijbehorende onderzoeksstrategie, volgens NEN 5740+A1, paragraaf 5.1, strategie voor een onverdachte locatie (ONV-NL) (literatuur 1). In Tabel 8 is de gehanteerde onderzoeksstrategie weergegeven. Tabel 8: gehanteerde onderzoeksstrategie
mogelijke verontreiniging (deel)locatie
grond
grondwater
onderzoeksstrategie
-
-
ONV-NL
NEN-5740+A1 plangebied (ca. 500 m2) Op basis van bekende informatie zijn geen gegevens bekend dat op de locatie sprake zou kunnen zijn van een bodemverontreiniging met asbest. Op voorhand is geen concrete informatie bekend waaruit
november ’19
11
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Marssumerdyk nr. 7 te Deinum
blijkt dat t.p.v. de onderzoekslocatie asbesthoudend materiaal in de bodem aanwezig is. Er is in dit onderzoek vooralsnog geen onderzoek naar de aanwezigheid van asbest in grond uitgevoerd. Het opgeboorde monstermateriaal op de onderzoekslocatie is in dit onderzoek visueel beoordeeld op de aanwezigheid van asbesthoudend materiaal. Opgemerkt dient te worden dat asbestanalyses geen deel uitmaken van uitgevoerde analyses in het kader van de NEN-5740+A1. Onderhavig onderzoek betreft geen asbest onderzoek in bodem volgens NEN-5707+C2 of NEN-5897+C2. Er bestaat echter altijd de mogelijkheid dat asbest (afval/puin) ed. in de bodem terecht gekomen is of is begraven. Alleen een verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707+C2 of onderzoek asbest in puin volgens NEN-5897+C2 kan een uitspraak doen over de evt. aanwezigheid van asbest in de bodem. Tevens dient opgemerkt te worden dat aanwezig puinmateriaal en/of (half)verhardingsmaterialen niet chemisch-analytisch zijn onderzocht.
november ’19
12
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Marssumerdyk nr. 7 te Deinum
3
VELDONDERZOEK
In dit hoofdstuk wordt het uitgevoerde veldwerkonderzoeksprogramma beschreven. Daarnaast worden de resultaten van het veldonderzoek weergegeven. 3.1
Uitvoering van het veldonderzoek
Het veldonderzoek is uitgevoerd onder procescertificaat BRL SIKB 2000 en conform de eisen uit de protocollen 2001 en 2002. Het onderzoeksprogramma is ruimtelijk weergegeven in bijlage 2. In deze bijlage zijn alle geplaatste boringen geprojecteerd. Het uitvoeren van boringen, het plaatsen van de peilbuis en het nemen van grondmonsters heeft plaatsgevonden op 31 oktober september 2019. Het bemonsteren van het grondwater is (conform NEN-5740+A1) een week na plaatsing van de peilbuizen op 07 november 2019 uitgevoerd. De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd door en onder toezicht van dhr. M. van Wuykhuyse geregistreerde veldwerkers van Sigma Bouw & Milieu te Emmen. Bedrijfs- en persoonerkenningen zijn weergegeven op de internetsite van Bodem+ (https://www.bodemplus.nl/aanvragen/erkenningen/zoekmenu). Een onafhankelijkheidsverklaring is opgenomen in bijlage 5. Voorafgaand aan het plaatsen van boringen is een locatie-inspectie gehouden. De locatie betreft een woonhuis met schuur, tuin en erfverharding. Op basis van de locatie-inspectie zijn op de onderzoekslocatie geen bijzonderheden waargenomen. Alle geplaatste boringen zijn zodanig ruimtelijk verspreid over de onderzoekslocatie dat een zo representatief mogelijke indruk van de onderzoekslocatie wordt verkregen. De positionering van alle boringen is weergegeven in bijlage 2. Het veldwerkprogramma staat weergegeven in Tabel 9.
Tabel 9: veldwerkprogramma
Onderdeel
Aantal
Diepte (m-mv)
Nummers
4
0,5
3 t/m 6
1
2
2
1
3,9
1
Onderzoekslocatie (500 m2) Boringen Peilbuis
De geplaatste peilbuis is opgebouwd uit 1 meter HDPE peilfilter omstort met filtergrind. Het filtergrind zorgt voor een goede instroming van het grondwater in het filter, daarnaast voorkomt het dat het filter dichtslibt. Het peilfilter bevindt zich 0,5 meter beneden het grondwaterniveau. Boven het peilfilter bevindt zich blinde HDPE opzetbuis, omstort met bentoniet (zwelklei). De zwelklei dient ervoor te zorgen dat toestroming vanuit de bovengrond wordt voorkomen. De peilbuis is geplaatst conform de eisen uit het protocol 2001.
november ’19
13
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Marssumerdyk nr. 7 te Deinum
monstername grond Het vrijkomende bodemmateriaal is zintuiglijk beoordeeld op bodemkundige eigenschappen, o.a. de korrelgrootteverdeling (textuur), kleur en eventueel aanwezige verontreinigingskenmerken. Na de zintuiglijke beoordeling is het bodemmateriaal in trajecten van 0,5 meter of per afwijkende bodemlaag bemonsterd. Grondmonsters t.b.v. analyse op vluchtige aromaten zijn m.b.v. een steekbus bemonsterd. Grondmonsters zijn genomen conform de eisen uit het protocol 2001. monstername grondwater Om een representatief grondwatermonster te verkrijgen is de peilbuis, na plaatsing en voor monstername, grondig (3 maal de inhoud van het peilfilter) afgepompt. Voorafgaand aan de bemonstering is de grondwaterstand t.o.v. het maaiveld ingemeten. Grondwatermonsters zijn genomen conform de eisen uit het protocol 2002 en NEN-5744 (literatuur 11). Tijdens de monstername van het grondwater is in het veld de zuurgraad (pH) en de elektrische geleidbaarheid (EGV) bepaald. 3.2
Resultaten van het veldonderzoek
bodemopbouw De boorprofielbeschrijvingen van alle verrichte boringen met bijbehorende zintuiglijke waarnemingen zijn grafisch uitgewerkt en opgenomen in bijlage 3. In Tabel 10 is op basis van de waarnemingen de lokale bodemopbouw beschreven. Tabel 10: lokale bodemopbouw
bodemlaag m-mv 0,0-0,5 0,5-1,5 1,5-3,9
hoofdbestanddeel
toevoeging
kleur
Klei Klei Klei
zwak siltig zwak siltig zwak siltig
lichtbruin lichtgrijs-bruin donkergrijs
Veldmetingen grondwater De resultaten van de veldwaarnemingen van het grondwater zijn in weergegeven in Tabel 11. Tabel 11: veldwaarnemingen grondwater
Peilbuis filtertraject grondwaterstand voorpompen pH m-mv m-mv liter 1
2,9-3,9
november ’19
0,9
6
EGV troebelheid geleidingsvermogen (NTU) µS/cm 7,1 770 6,8
14
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Marssumerdyk nr. 7 te Deinum
Zintuiglijke waarnemingen grond Het bij de boringen vrijkomende bodemmateriaal is zintuiglijk beoordeeld op eventuele afwijkingen. De zintuiglijke waarnemingen zijn omschreven en grafisch weergegeven in bijlage 3. In het opgeboorde materiaal zijn op basis van zintuiglijke waarnemingen geen bodemvreemde afwijkingen waargenomen welke duiden op een vorm van bodemverontreiniging. grondwater Het bemonsterde grondwater bevatte geen zintuiglijk waarneembare afwijkingen. asbest Tijdens de locatie-inspectie is aandacht geschonken aan de aanwezigheid van asbest op het maaiveld, hierbij is op het maaiveld geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Het opgeboorde monstermateriaal (grond) is zintuiglijk beoordeeld op de aanwezigheid van asbesthoudend materiaal. Op basis van zintuiglijke waarnemingen van het opgeboorde monstermateriaal is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen (indicatieve waarneming). Hierbij wordt opgemerkt dat in dit onderzoek handboringen zijn uitgevoerd met een 5 cm edelman boor de trefkans op het aantreffen van asbesthoudend materiaal (t.g.v. verdringing van materiaal) is kleiner dan bij het graven van inspectiegaten volgens NEN-5707+C2. Bij het graven van proefgaten of proefsleuven ontstaat een beter beeld van eventueel aanwezig bodemvreemd materiaal.
Met nadruk wordt vermeld dat onderzoek naar de aanwezigheid van asbest in de bodem/puin geen onderdeel uitmaakt van het onderhavige onderzoek dat volgens NEN-5740+A1 is uitgevoerd. Het onderhavige onderzoek kan daarom geen uitspraak doen over de aan- of afwezigheid van asbest in de bodem op de onderhavige locatie. Opgemerkt dient te worden dat geen asbestanalyses van grond en/of puin e.d. hebben plaatsgevonden. Asbestanalyses maken geen deel uit van verkennend bodemonderzoek in het kader van de NEN-5740+A1. Tevens wordt opgemerkt dat de zintuiglijke beoordeling op asbest en de locatie-inspectie niet opgevat dient te worden als een onderzoek uitgevoerd op basis van NEN-5707+C2 (asbestonderzoek in grond) en/of NEN-5897+C2 (monsterneming en analyse van asbest in onbewerkt bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat). Alleen een asbestonderzoek volgens NEN-5707+C2 / NEN-5897+C2 geeft meer zekerheid over de aanwezigheid van asbest in de bodem resp. puin. De chemische samenstelling van eventueel aanwezig verhardingsmateriaal is niet in dit onderzoek onderzocht.
november ’19
15
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Marssumerdyk nr. 7 te Deinum
4
CHEMISCH-ANALYTISCH ONDERZOEK
In dit hoofdstuk worden de uitvoering, het toetsingskader en de resultaten van de chemische analyses besproken. Vervolgens worden de resultaten van het chemisch-analytisch onderzoek geïnterpreteerd Het chemisch onderzoek van grond is uitgevoerd door het NEN-EN-ISO 17025 geaccrediteerde milieulaboratorium van Omegam. Alle analyses zijn geanalyseerd volgens het accreditatieschema AS3000 “laboratoriumanalyses voor milieuhygiënisch bodemonderzoek”, waarvoor Omegam is geaccrediteerd en erkend door het ministerie van I&W. De conservering van grond- en grondwatermonsters is uitgevoerd conform SIKB protocol 3001 “conserveringsmethoden en conserveringstermijnen voor milieumonsters”. 4.1
Onderzoeksprogramma chemisch-analytisch onderzoek
grond Teneinde in het kader van het verkennend bodemonderzoek een indruk te krijgen van de algemene kwaliteit van de grond zijn de grondmonsters, welke tijdens het veldonderzoek zijn genomen, in het laboratorium met elkaar gemengd tot grondmengmonsters. Van het totaal aantal genomen grondmonsters op de locatie zijn vier grond(meng)monsters samengesteld en geanalyseerd. grondwater Uit de geplaatste peilbuis is een grondwatermonster genomen en geanalyseerd. In onderstaande Tabel 12 wordt de samenstelling van de grondmengmonsters, grondwatermonsters, de monsternamediepte en de uitgevoerde analyses weergegeven. Tabel 12: analyseschema
Monstercode boringnummer(s)
diepte (m-mv) zintuigelijke waarnemingen
analysepakket
1+2+3+4+5+7 1+2
0-0,5 0,5-2,0
-
NEN-grond(*)+AS3000 NEN-grond(*)+AS3000
1
2,9-3,9
-
NEN-grondwater(**)
grond 1 (MM1) 2 (MM2) Grondwater 1 (peilbuis)
verklaring van de gebruikte afkortingen en codes:(1) * NEN-grond = Standaard Pakket Grond omvat AS3000 voorbehandeling, 9 zware metalen, PAK (10-VROM), minerale olie (GC), PBC’s, droge stof, organische stof en lutum; **NEN-water = Standaard Pakket Grondwater omvat AS3000 voorbehandeling zware metalen, vluchtige aromaten (incl. naftaleen), chloorhoudende oplosmiddelen, chloorbenzenen, minerale olie, styreen en bromoform; Zware metalen = barium (Ba)/cadmium (Cd)/Cobalt(Co)/koper (Cu)/lood (Pb)/nikkel (Ni)/zink (Zn)/Molybdeen (Mo)/kwik(Hg); Vluchtige aromaten = Benzeen (B), Tolueen (T), Ethylbenzeen (E), Xylenen (X), Naftaleen (N) Styreen (S) (BTEXNS); PCB = Polychloorbifenylen; PAK = Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen; VOH = Vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen. Bromoform = Tribroommethaan
november ’19
16
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Marssumerdyk nr. 7 te Deinum
4.2
Toetsingscriteria
Om de kwaliteit van de bodem en de mate van verontreiniging te kunnen beoordelen, zijn de analyseresultaten van grondmonsters getoetst aan de geldende toetsingswaarden; 1) de achtergrondwaarde (AW-2000) zoals opgenomen in bijlage B van “de Regeling Bodemkwaliteit” 2) de interventiewaarde zoals opgenomen in tabel 1 van “de Circulaire Bodemsanering”, De toetsing van de meetresultaten is uitgevoerd middels BoToVa, de Bodem Toets Validatie Service van de overheid voor grond, grondwater en waterbodem, waarbij de toetsmodules T12 en T13 zijn gehanteerd. BoTova gaat uit van het wettelijk kader dat per 1 juli 2013 van kracht is. In de BoToVa toetsing worden de meetwaarden gecorrigeerd/teruggerekend voor de “standaard bodem” (humus=10% en lutum=25%). Generiek toetsingskader Voor de beoordeling van de analyseresultaten van de grond- en grondwatermonsters wordt gebruik gemaakt van de achtergrondwaarden grond zoals opgenomen in de Regeling bodemkwaliteit, de streefwaarden grondwater en interventiewaarden grond en grondwater zoals opgenomen in de Circulaire bodemsanering. Achtergrondwaarde (AW-2000): De achtergrondwaarde (AW-2000) geeft de kwaliteit weer die 'van nature' voorkomt in de bodem van natuur- en landbouwgronden waarvoor geldt dat er geen sprake is van belasting door lokale verontreinigingsbronnen.
De achtergrondwaarden zijn opgenomen in het Besluit Bodemkwaliteit en zijn gebaseerd op het onderzoek ‘Achtergrondwaarden 2000’. Hierin zijn gehalten vastgesteld van een groot aantal stoffen in bodem van natuur- en landbouwgronden in Nederland. De achtergrondwaarde (AW-2000) geeft het niveau aan waarbij sprake is van duurzame bodemkwaliteit. Bij overschrijding van de achtergrondwaarde is er sprake van bodemverontreiniging. Tussenwaarde/bodemindex-waarde >0,5:; De gemiddelde waarde van de achtergrondwaarde en de interventiewaarde (S+I)/2, hierna te noemen 'tussenwaarde'(T), wordt gehanteerd om aan te geven dat bij overschrijding de kans aanwezig is dat er sprake is van een ernstige verontreiniging, ofwel dat nader onderzoek noodzakelijk is. De tussenwaarde heeft geen wettelijke status maar is een indicatieniveau voor het uitvoeren van aanvullend onderzoek. De tussenwaarde geeft het concentratieniveau aan waarboven onder bepaalde omstandigheden risico’s voor mens en milieu aan de orde kunnen zijn. De tussenwaarde is zodoende een indicatiewaarde voor nader onderzoek. Bij overschrijding van de T-waarde of bodemindex waarde (>0,5) dient aanvullend/nader bodemonderzoek in overweging genomen te worden. Een nader onderzoek wordt uitgevoerd indien er een vermoeden bestaat dat er sprake is van een ernstig geval van bodemverontreiniging.
Interventiewaarde: De interventiewaarde (I) geeft aan dat bij overschrijding van deze waarde de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, plant en dier ernstig zijn verminderd of dreigen te worden verminderd. Is er sprake van een ernstige bodemverontreiniging en wordt de interventiewaarde in meer dan 25 m3 grond of 100 m3 grondwater (bodemvolume) overschreden, dan kan er noodzaak zijn tot sanering. De saneringsurgentie wordt bepaald door blootstellingsrisico's van mens, dier en plant en de verspreidingsrisico's van de betreffende stoffen (actuele risico’s). De interventiewaarden zijn gebaseerd op de risico's voor de volksgezondheid en het milieu (onderzoek RIVM). Bij de beoordeling van bodemverontreiniging aan de hand van de genoemde toetsingswaarden spelen nog een aantal aspecten een rol. Rekening dient te worden gehouden met het feit dat de mobiliteit van stoffen in de bodem en daardoor de verspreiding van stoffen afhankelijk is van diverse bodemkenmerken. Daarnaast speelt de bestemming en het gebruik van de locatie in de huidige situatie alsmede de toekomstige situatie, een grote rol bij de beoordeling van de risico's voor het milieu.
november ’19
17
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Marssumerdyk nr. 7 te Deinum
4.3
Analyseresultaten en interpretatie
In deze paragraaf zijn de resultaten van de chemische analyses van de grond- en grondwatermonsters, gerelateerd aan toetsingswaarden, weergegeven in tabelvorm. Na elke tabel worden de onderzoeksresultaten besproken. In bijlage 4 zijn van alle uitgevoerde analyses de analysecertificaten van Omegam opgenomen. 4.3.1
Milieuhygiënische kwaliteit grond
boven- en ondergrond (0,0-2,0 m-mv) In Tabel 13 wordt een volledig overzicht weergegeven van de analyseresultaten getoetst aan de toetsingswaarde. Tabel 13: gemeten gehaltes (mg/kg d.s.) in grond met beoordeling conform de Wet Bodembescherming Project Certificaten Toetsing Toetsversie
OPID 17814009#19-M9135-Marsummerdyk 7 te Deinum 961936 T.12 - Beoordeling kwaliteit van grond volgens Wbb BoToVa 3.0.0 Toetsdatum: 27 november 2019 11:05
Parameters
Toetsing
Analyse Eenheid Lutum/Humus Organische stof % (m/m ds) Lutum % (m/m ds) Droogrest droge stof % Metalen ICP-AES barium (Ba) mg/kg ds cadmium (Cd) mg/kg ds kobalt (Co) mg/kg ds koper (Cu) mg/kg ds kwik (Hg) (niet vluchtig) mg/kg ds lood (Pb) mg/kg ds molybdeen (Mo) mg/kg ds nikkel (Ni) mg/kg ds zink (Zn) mg/kg ds Minerale olie minerale olie (florisil clean-up) mg/kg ds Polycyclische koolwaterstoffen naftaleen mg/kg ds fenantreen mg/kg ds anthraceen mg/kg ds fluoranteen mg/kg ds benzo(a)antraceen mg/kg ds chryseen mg/kg ds benzo(k)fluoranteen mg/kg ds benzo(a)pyreen mg/kg ds benzo(ghi)peryleen mg/kg ds indeno(1,2,3-cd)pyreen mg/kg ds Sommaties som PAK (10) mg/kg ds Polychloorbifenylen PCB - 28 mg/kg ds PCB - 52 mg/kg ds PCB - 101 mg/kg ds PCB - 118 mg/kg ds PCB - 138 mg/kg ds PCB - 153 mg/kg ds PCB - 180 mg/kg ds Sommaties som PCBs (7) mg/kg ds Legenda @ x AW(IND) x AW(WO) -
AW
T
I
Monster 6138777 Monster 6138778 1, 01: 0-50, 02: 25-50, 03: 5-50, 04: 0-50, 05: 0-50, 07: 5-50 2, 01: 50-200, 02: 50--200 Max. Bodemindex 0,299 Max. Bodemindex Toetsoordeel Toetsoordeel Ana.Res. Std.Res. T.Oordeel B.Index Ana.Res. Std.Res. T.Oordeel
B.Index
4,4 29,1
10 25
0 0
74,8
74,8
0,004
0 0
1,4 23,3
10 25
@
0
79,3
79,3
@
0
190 0,6 15 40 0,15 50 1,5 35 140
555 6,8 102,5 115 18,075 290 95,75 67,5 430
920 63 13 0,28 190 12 190 17 36 0,19 530 26 190 < 1.5 100 24 720 73
56 0,32 11 17 0,19 26 < 1.0 21 71
@ 1.2 AW(WO) -
0 0 0 0 0,001 0 0 0 0
31 < 0.2 7,8 7,3 0,05 16 < 1.5 21 52
33 < 0.18 8,2 8,7 0,05 18 < 1.0 22 59
@ -
0 0 0 0 0 0 0 0 0
190
2595
5000 160
360
1.9 AW(IND) 0,035
< 35
< 120
-
0
< 0.05 0,06 < 0.05 0,22 0,09 0,09 0,07 0,09 0,05 0,06
< 0.035 0,06 < 0.035 0,22 0,09 0,09 0,07 0,09 0,05 0,06
0,8
0,8
0 0 0 0 0 0 0
< 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001
< 0.0035 < 0.0035 < 0.0035 < 0.0035 < 0.0035 < 0.0035 < 0.0035
0
0,005
< 0.024
< 0.05 1 0,24 11 0,06 0,06 < 0.05 0,05 < 0.05 < 0.05 1,5
0,02
20,75
0,51
40 13
< 0.035 1 0,24 11 0,06 0,06 < 0.035 0,05 < 0.035 < 0.035 13
< 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001
< 0.0016 < 0.0016 < 0.0016 < 0.0016 < 0.0016 < 0.0016 < 0.0016
1 0,005
< 0.011
0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 8.4 AW(IND) 0,299
-
0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 -
0 0 0 0 0 0 0 0
-
0,004
Geen toetsoordeel mogelijk x maal Achtergrondwaarde (Industrie) x maal Achtergrondwaarde (Wonen) <= Achtergrondwaarde
november ’19
18
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Marssumerdyk nr. 7 te Deinum
interpretatie onderzoeksresultaten grond In Tabel 14 staat een samenvatting weergegeven van de toetsresultaten van de onderzochte mengmonsters. Tabel 14: samenvatting toetsresultaten per mengmonster
Mengmonster 1 (MM1)
Boringen 1+2+3+4+5+7
Diepte 0-0,5
2 (MM2)
1+2
0,5-2,0
Legenda >AW
overschrijding achtergrondwaarde (bodemindex =<0,5)
>T
Zintuigelijk >AW kwik, minerale olie, PAK -
>T -
>I -
Indicatieve toetsing Bbk* Industrie*
-
-
AW*
>I
overschrijding tussenwaarde (criteria voor nader onderzoek, bodemindex >0,5) overschrijding interventiewaarde (bodemindex >1)
Bbk
besluit bodemkwaliteit
*= beoordeling is excl. onderzoek naar PFAS-verbindingen, onderzoek naar deze verbindingen is vanaf 8 juli 2019 verplicht bij beoordeling van hergebruiksmogelijkheden van de grond
bovengrond (0,0-0,5 m-mv) Bovengrondmengmonster MM1 (boring 1+2+3+4+5+7) bevat een verhoogd gehalte kwik (zware metalen), minerale olie en polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) t.o.v. de achtergrondwaarde. De verhoogd gemeten gehalte kwik (zware metalen), minerale olie en polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) in het bovengrondmengmonster MM1 overschrijden de tussenwaarde (indicatiewaarde voor nader onderzoek) en de bodemindex-waarde (>0.5) niet en geven daardoor uit milieuhygiënische overweging, naar onze mening, geen directe aanleiding tot het instellen van aanvullend onderzoek. Wel geldt in dit geval dat voor kwik olie bij toetsing aan het Besluit bodemkwaliteit, de onderzochte grond indicatief voldoet aan bodemkwaliteitsklasse industrie. De verhoogd gemeten gehalten kwik (zware metalen), minerale olie en polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) in het bovengrondmengmonster MM1 zijn niet te relateren aan zintuiglijk waargenomen bijmengingen in het bodemmateriaal. De overige onderzochte stoffen zijn in het bovengrondmengmonster MM2 niet verhoogd gemeten t.o.v. de achtergrondwaarde en/of detectiewaarde. In gebieden welke reeds langere tijd door de mens in gebruik zijn (o.a. langdurige bewoning of menselijk gebruik) worden vaker verhoogde gehalten aan o.a. zware metalen en PAK in de grond gemeten.
In algemene zin wordt opgemerkt dat antropogene beïnvloeding van een locatie in de meeste gevallen een negatief effect heeft op de kwaliteit van de bodem. ondergrond (0,5-2,0 m-mv) Ondergrondmengmonster MM2 (boring 1+2) bevat geen van de onderzochte stoffen verhoogd t.o.v. de achtergrondwaarde en/of detectiewaarde. Opmerking: Wanneer het gehalte van een parameter beneden de rapportagegrens van AS3000 ligt mag er, conform de Wijziging Regeling Bodemkwaliteit (Stc. 122, 27 juni 2008), voor de betreffende parameter vanuit worden gegaan dat deze voldoet aan de achtergrondwaarde (AW2000). Op basis van de circulaire bodemsanering 2009 zijn de toetsingswaarden voor barium (zware metalen) tijdelijk ingetrokken. Indien er op een locatie sprake is van een antropogene bron kan het gemeten gehalte barium indicatief worden getoetst aan de voormalige interventiewaarde.
november ’19
19
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Marssumerdyk nr. 7 te Deinum
4.3.2 Milieuhygiënische kwaliteit grondwater In Tabel 15 wordt een volledig overzicht weergegeven van de analyseresultaten getoetst aan de toetsingswaarde. Tabel 15: gemeten gehaltes (µg/l) in grondwater met beoordeling conform de Wet Bodembescherming Project Certificaten Toetsing Toetsversie
OPID 18037559#19-M9135-Marsummerdyk 7 te Deinum 964305 T.13 - Beoordeling kwaliteit van grondwater volgens Wbb BoToVa 2.0.0
Parameters
Toetsing
Analyse Eenheid Metalen ICP-MS (opgelost) barium (Ba) µg/l cadmium (Cd) µg/l kobalt (Co) µg/l koper (Cu) µg/l Kwik (Hg) (niet vluchtig) µg/l lood (Pb) µg/l molybdeen (Mo) µg/l nikkel (Ni) µg/l zink (Zn) µg/l Minerale olie minerale olie (florisil clean-up) µg/l Vluchtige aromaten benzeen µg/l ethylbenzeen µg/l naftaleen µg/l o-xyleen µg/l styreen µg/l tolueen µg/l xyleen (som m+p) µg/l Sommaties aromaten som xylenen µg/l Vluchtige chlooralifaten 1,1,1-trichloorethaan µg/l 1,1,2-trichloorethaan µg/l 1,1-dichloorethaan µg/l 1,1-dichlooretheen µg/l 1,1-dichloorpropaan µg/l 1,2-dichloorethaan µg/l 1,2-dichloorpropaan µg/l 1,3-dichloorpropaan µg/l cis-1,2-dichlooretheen µg/l dichloormethaan µg/l monochlooretheen (vinylchloride) µg/l tetrachlooretheen µg/l tetrachloormethaan µg/l trans-1,2-dichlooretheen µg/l trichlooretheen µg/l trichloormethaan µg/l Sommaties som C+T dichlooretheen µg/l som dichloorpropanen µg/l Vluchtige gehalogeneerde alifaten - divers tribroommethaan (bromoform)µg/l
S
Legenda @ xS
T
Toetsdatum: 27 november 2019 11:06
I
Monster 6144874 Pb1, 01-1: 290-390 Max. Bodemindex 0,043 Toetsoordeel Overschrijding Streefwaarde Ana.Res. Std.Res. T.Oordeel B.Index
50 0,4 20 15 0,05 15 5 15 65
337,5 3,2 60 45 0,175 45 152,5 45 432,5
625 75 6 < 0.2 100 2,1 75 7,7 0,3 < 0.05 75 < 2 300 2,5 75 5,8 800 88
1.5 S 1.4 S
0,043 0 0 0 0 0 0 0 0,031
50
325
600 < 50
-
0
0,2 4 0,01
15,1 77 35,005
-
6 7
153 503,5
30 < 0.2 150 < 0.2 70 < 0.02 < 0.1 300 < 0.2 1000 < 0.2 < 0.2
0 0 0 0 0 0 0
0,2
35,1
0,01 0,01 7 0,01
150,005 65,005 453,5 5,005
7
203,5
0,01 0,01 0,01 0,01
500,005 2,505 20,005 5,005
24 6 0,01 0,8
-
70 0,2
-
0
-
262 203
300 < 0.1 130 < 0.1 900 < 0.2 10 < 0.1 < 0.2 400 < 0.2 < 0.2 < 0.2 < 0.1 1000 < 0.2 5 < 0.2 40 < 0.1 10 < 0.1 < 0.1 500 < 0.2 400 < 0.2
-
0 0 0 0,006 0 0 0 0 0 0 0,026 0,002 0,006 0 0 0
10,005 40,4
20 0,1 80 0,4
-
0,007 0
630 < 0.2
@
0
-
-
Geen toetsoordeel mogelijk <= Streefwaarde x maal Streefwaarde
november ’19
20
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Marssumerdyk nr. 7 te Deinum
interpretatie resultaten grondwater In Tabel 16 staat een samenvatting weergegeven van de toetsresultaten van het onderzochte grondwatermonster. Tabel 16: samenvatting toetsresultaten per grondwatermonster Grondwatermonster
Diepte filter
Zintuigelijk
>S
>T
>I
Pb1
2,9-3,9
-
barium, zink
-
-
Legenda >S
overschrijding streefwaarde (bodemindex <=0,5)
>T
overschrijding tussenwaarde (criteria voor nader onderzoek, bodemindex >0,5)
>I
overschrijding interventiewaarde (bodemindex >1)
peilbuis 1 (2,9-3,9 m-mv) Het grondwater ter plaatse van peilbuis 1 bevat een verhoogd gehalte barium en zink (zware metalen) t.o.v. de streefwaarde. De verhoogd gemeten gehalten barium en zink (zware metalen) in het grondwater ter plaatse van peilbuis 1 overschrijden de tussenwaarde en de bodemindex-waarde (>0.5) niet en geven daardoor geen aanleiding tot het instellen van aanvullend onderzoek. Ten aanzien van het voorkomen van verhoogde gehaltes zware metalen in het freatisch grondwater kan worden opgemerkt dat dergelijke verhoogde gehaltes op tal van onverdachte locaties in Nederland regelmatig voorkomen. De gehaltes worden vaak in verhoogde mate aangetoond zonder dat daarbij sprake is van een verontreinigingsbron. De verhoogde gehaltes zware metalen kunnen o.a. worden veroorzaakt door wisselende milieuomstandigheden in de bodem alsmede door diverse bodemprocessen. Zo kan het onvoldoende herstelde evenwicht tussen grond en grondwater ten tijde van de bemonstering een mogelijke oorzaak zijn van het verhoogd voorkomen van zware metalen. Deels kunnen zware metalen van nature, door uitloging uit sedimenten, afhankelijk van het redoxpotentiaal, in verhoogde mate in het grondwater voorkomen, het betreft in deze gevallen natuurlijk verhoogde achtergrondwaarden.
Opmerking: Wanneer het gehalte van een parameter beneden de rapportagegrens van AS3000 ligt mag er, conform de Wijziging Regeling Bodemkwaliteit (Stc. 122, 27 juni 2008), voor de betreffende parameter van uit worden gegaan dat deze voldoet aan de achtergrondwaarde (AW2000), e.e.a. geldt voor de gecorrigeerde som 1,2dichlooretheen, gecorrigeerde som dichloorpropaan en som xylenen.
november ’19
21
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Marssumerdyk nr. 7 te Deinum
5
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN
Naar aanleiding van de resultaten van het verkennend milieukundig bodemonderzoek worden de volgende conclusies getrokken en aanbevelingen gedaan. zintuiglijke waarnemingen Op basis van zintuiglijke waarnemingen zijn in het opgeboorde bodemmateriaal geen bodemvreemde afwijkingen of asbestverdacht materiaal waargenomen (indicatieve waarneming). Een samenvatting van de toetsingsresultaten staat weergegeven in Tabel 17. Tabel 17: samenvatting toetsingsresultaten
Mengmonster
Boringen
Diepte
Zintuigelijk
>AW of >S
>T
>I
Indicatieve toetsing Bbk*
Grond 1 (MM1)
1+2+3+4+5+7
0-0,5
-
kwik, minerale olie, PAK
-
-
Industrie*
2 (MM2)
1+2
0,5-2,0
-
-
-
AW*
Grondwater Pb1
1
2,9-3,9
-
-
-
n.v.t.
barium, zink
Legenda >AW / >S
overschrijding achtergrondwaarde/streefwaarde (bodemindex =<0,5)
>T
overschrijding tussenwaarde (criteria voor nader onderzoek, bodemindex >0,5)
>I
overschrijding interventiewaarde (bodemindex >1)
*= beoordeling is excl. onderzoek naar PFAS-verbindingen, onderzoek naar deze verbindingen is vanaf 8 juli 2019 verplicht bij beoordeling van hergebruiksmogelijkheden van de grond
grond bovengrond (0,0-0,5 m-mv) Bovengrondmengmonster MM1 (boring 1+2+3+4+5+7) bevat een verhoogd gehalte kwik (zware metalen), minerale olie en polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) t.o.v. de achtergrondwaarde. De verhoogd gemeten gehalte kwik (zware metalen), minerale olie en polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) in het bovengrondmengmonster MM1 overschrijden de tussenwaarde (indicatiewaarde voor nader onderzoek) en de bodemindex-waarde (>0.5) niet en geven daardoor uit milieuhygiënische overweging, naar onze mening, geen directe aanleiding tot het instellen van aanvullend onderzoek. ondergrond (0,5-2,0 m-mv) Ondergrondmengmonster MM2 (boring 1+2) bevat geen van de onderzochte stoffen verhoogd t.o.v. de achtergrondwaarde en/of detectiewaarde.
grondwater peilbuis 1 (2,9-3,9 m-mv) Het grondwater ter plaatse van peilbuis 1 bevat een verhoogd gehalte barium en zink (zware metalen) t.o.v. de streefwaarde.
november ’19
22
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Marssumerdyk nr. 7 te Deinum
De verhoogd gemeten gehalten barium en zink (zware metalen) in het grondwater ter plaatse van peilbuis 1 overschrijden de tussenwaarde en de bodemindex-waarde (>0.5) niet en geven daardoor geen aanleiding tot het instellen van aanvullend onderzoek. toetsing hypothese Op basis van de vooraf gestelde hypothese is de onderzoekslocatie in eerste aanleg als milieuhygiënisch verdacht aangemerkt. Op basis van de resultaten van het verkennend bodemonderzoek blijkt dat de locatie niet vrij is van bodemverontreiniging. De bovengrond en het grondwater ter plaatse van de onderzoekslocatie bevatten plaatselijk verontreinigingen t.o.v. resp. de achtergrondwaarde en de streefwaarde. De plaatselijk verhoogd gemeten chemische verontreinigingen overschrijden de tussenwaarde en/of de bodemindex >0.5 niet en geven daardoor geen aanleiding tot het instellen van een nader onderzoek. De onderzoeksresultaten stemmen overeen met de gestelde hypothese, de vooraf gestelde hypothese “verdacht” wordt bevestigd. Uit de resultaten van het onderzoek blijkt dat er beïnvloeding van de bodemkwaliteit heeft plaatsgevonden. De vooraf gehanteerde hypothese is gezien de doelstelling van het onderzoek alsmede de bekende onderzoeksresultaten voldoende om conclusies te verbinden betreffende de kwaliteit van de bodem t.p.v. de onderzoekslocatie.
Op basis van de chemisch-analytische onderzoeksresultaten zijn er uit milieuhygiënische overwegingen in relatie tot de bodemkwaliteit, naar onze mening, geen belemmeringen ten aanzien van de geplande nieuwbouw van een woning/kanoot/toiletgebouw op de onderzoekslocatie. Opgemerkt wordt dat de conclusies betrekking hebben op de chemische gesteldheid van de bodem (excl. asbest). Een asbestonderzoek in grond of puin conform de NEN 5707+C1 resp. NEN 5897 maakt geen onderdeel uit van de scope van onderhavig onderzoek. Op basis van dit onderzoek dat volgens NEN-5740+A1 is uitgevoerd kan geen uitspraak worden gedaan omtrent de aanwezigheid van asbesthoudend materiaal in de bodem of puin. Indien een formele uitspraak over het voorkomen van asbest in de bodem gewenst is dient een asbestonderzoek uit gevoerd te worden conform de NEN 5707+C1 of NEN 5897.
november ’19
23
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Marssumerdyk nr. 7 te Deinum
Aanbevelingen Indien de grond ontgraven gaat worden, bijvoorbeeld ten behoeve van bouwwerkzaamheden, is het Besluit Bodemkwaliteit van toepassing. Middels het Besluit is het mogelijk om door het lokaal bevoegd gezag lokale maximale bodemgebruikswaarden vast te stellen, of om deze bodemgebruikswaarden te conformeren aan de maximale waarden uit het (landelijke) generieke model. Indien grond van het eigen terrein moet worden afgevoerd zal deze verwerkt dienen te worden conform de eisen van het Besluit Bodemkwaliteit. De mogelijkheden hiertoe kunnen worden vastgesteld na overleg met de betrokken overheidsinstanties. Volledige duidelijkheid omtrent de bodemkwaliteitsklasse van vrijkomende grond wordt pas verkregen op basis van een partijkeuring conform het Besluit Bodemkwaliteit. Opgemerkt dient te worden dat de vertaalslag van verkennend bodemonderzoek naar hergebruik van grond volgens het Besluit Bodemkwaliteit, veelal, niet mogelijk is. In de meeste gevallen zijn aanvullende gegevens noodzakelijk, het bevoegd gezag (de gemeente waarin de grond wordt toegepast) kan hier uitsluitsel over geven. Op 8 juli jl. heeft het Ministerie van Infrastructuur en Milieu een tijdelijk handelingskader vastgesteld voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie. Vanaf 8 juli 2019 is het verplicht om onderzoek naar de stofgroep PFAS uit te voeren bij o.a.
partijkeuringen in het kader van afvoer van grond. In dit verkennend bodemonderzoek is geen onderzoek uitgevoerd naar PFAS stoffen in de bodem. De in dit onderzoek opgenomen indicatieve toetsing aan het Besluit Bodemkwaliteit is excl. onderzoek naar PFAS-stoffen, onderzoek naar deze verbindingen is bij definitieve beoordeling van evt. hergebruiksmogelijkheden van evt. af te voeren grond alsnog nodig. Indien het noodzakelijk is dat er grond afgevoerd moet worden van de locatie zal er een melding grondverzet gedaan moeten worden via het landelijk meldpunt: www.meldpuntbodemkwaliteit.nl. Opgemerkt wordt dat evt. afvoer van grond met de bodemkwaliteitsklasse “wonen”, “industrie” en “niet toepasbare grond” meer kosten met zich meebrengt dan de afvoer van schone grond “achtergrondwaarde”. Mocht grondwater onttrokken worden t.b.v. bemaling, dient bekeken te worden in hoeverre de grondwaterkwaliteit de lozingsnormen overschrijdt.
november ’19
24
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Marssumerdyk nr. 7 te Deinum
Algemeen/opmerkingen/betrouwbaarheid/uitsluitingen Het onderhavige onderzoek heeft betrekking gehad op een deel van een perceel gelegen aan de Marssumerdyk nr. 7 te Deinum (zie bijlage 2). Op basis van het onderhavige onderzoek kan alleen een uitspraak worden gedaan omtrent de bodemkwaliteit van het onderzochte terreindeel, zie bijlage 2. Op basis van het onderhavige onderzoek kan geen uitspraak worden gedaan: omtrent de bodemkwaliteit van niet onderzochte terreindelen, de bodemkwaliteit van niet bekende verdachte terreindelen, de bodemkwaliteit onder gebouwen en/of gesloten verharding, de bodemkwaliteit van niet verkende bodemlagen, de milieuhygiënische kwaliteit van het diepere grondwater etc. Daarnaast kan op basis van dit onderzoek geen uitspraak worden gedaan omtrent de eventuele aanwezigheid van asbest in de bodem/puin. Indien echter een formele uitspraak over het voorkomen van asbest in de bodem gewenst is dient een asbestonderzoek uit gevoerd te worden conform de NEN 5707+C2 of NEN 5897+C2. Alleen een asbestonderzoek volgens NEN-5707+C2 / NEN5897+C2 geeft meer zekerheid over de aanwezigheid van asbest in de bodem resp. puin. In algemene zin wordt opgemerkt dat bij analyse van mengmonsters de gehalten in de individuele deelmonsters van een mengmonster zowel hoger als lager kunnen zijn dan de aangetoonde gehalten in het betreffende mengmonster.
Er kan in gevallen waarbij sprake is van ruime overschrijdingen van de achtergrondwaarde, gemeten in een mengmonster, niet worden uitgesloten dat individuele deelmonsters gehalten boven de tussen- of interventiewaarde bevatten. T.a.v. historische (bodem) informatie van de locatie wordt opgemerkt dat de geraadpleegde bronnen niet altijd zonder fouten en volledig zijn. Voor het verkrijgen van historische informatie is Sigma Bouw & Milieu afhankelijk van deze bronnen, waardoor Sigma Bouw & Milieu niet kan instaan voor de juistheid en volledigheid van de verzamelde historische informatie. Het kan voorkomen dat niet alle bronnen zijn geraadpleegd, doordat ze niet voorhanden waren. Hierdoor kan informatie ontbreken. Dit bodemonderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd conform de toepasselijke en van kracht zijnde regelgeving en methoden. Een bodemonderzoek wordt in zijn algemeenheid echter uitgevoerd door het, conform de geldende richtlijnen, steekproefsgewijs bemonsteren van de bodem d.m.v. een representatief geacht aantal monsters, waardoor het, op basis van de resultaten van een bodemonderzoek, onmogelijk is om garanties af te geven ten aanzien van de milieuhygiënische bodemkwaliteit. Een verkennend bodemonderzoek geeft nooit volledige zekerheid omtrent de toestand van de bodem ter plaatse van een locatie.
Het onderzoek dient geïnterpreteerd worden als een inschatting van de verontreinigingssituatie op een bepaald moment. Het is echter op basis van dit onderzoek nooit uit te sluiten dat er lokaal afwijkingen in de bodem voorkomen. Het kan op basis van dit onderzoek niet uitgesloten worden dat zich op de locatie verontreiniging bevindt welke in dit onderzoek niet is aangetroffen/ontdekt. Het uitgevoerde verkennend bodemonderzoek is dan ook indicatief en een momentopname. De resultaten van het onderzoek kunnen minder representatief worden naarmate de tijd verstrijkt. Eventuele toekomstige activiteiten, calamiteiten, sloopwerkzaamheden, bouwrijp maken en/of aanvoer van grond van elders, kunnen de bodemkwaliteit (sterk) beïnvloeden. Tijdens werkzaamheden in de bodem dient men alert te blijven op waarneembare bijzonderheden, die kunnen duiden op eventuele verontreinigingen Het onderzoek is gebaseerd op informatie van derden en het verrichten van een beperkt aantal boringen en analyses, conform de geldende richtlijnen. Hierdoor is het mogelijk dat niet alle informatie is verkregen, dan wel dat niet alle afwijkingen in de bodem zijn geconstateerd.
Sigma Bouw & Milieu aanvaardt derhalve op generlei wijze aansprakelijkheid voor de gevolgen/schade dan wel enige andere indirecte incidentele of gevolgschade welke voortvloeien uit beslissingen welke worden genomen op basis van de onderzoeksresultaten van het onderhavige onderzoek als in de praktijk blijkt dat de verontreinigingssituatie anders is dan in dit onderzoek vermeld.
november ’19
25
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Marssumerdyk nr. 7 te Deinum
LITERTUURLIJST 1. Bodemonderzoeksstrategie bij verkennend bodemonderzoek volgens de Nederlandse norm, NEN 5740+A1 (NNI, april 2016). 2. Boringen zijn geplaatst volgens de eisen uit het SIKB-protocol 2001 (vigerende versie). 3. Grondmonsters zijn genomen volgens de eisen uit het SIKB-protocol 2001 (vigerende versie), grondwatermonsters zijn genomen volgens de eisen uit het SIKB-protocol 2002 (vigerende versie). 4. De conservering van monsters in het veld is uitgevoerd volgens de eisen uit de SIKBprotocollen 2001 en 2002 (vigerende versie). 5. Regeling Bodemkwaliteit” (zie vigerende versies op www.wetten.overheid.nl of
www.rwsleefomgeving.nl) 6. Circulaire Bodemsanering (zie vigerende versies op www.wetten.overheid.nl of www.rwsleefomgeving.nl) 7. Classificatie van onverharde grondmonsters, NEN 5104, september 1989. 8. Geologische overzichtskaarten van Nederland, Rijks Geologische Dienst, 1995. 9. Grondwaterstromingsstelsels in Nederland, Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, 1989. 10. Strategie voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend en nader bodemonderzoek, NEN 5725, (oktober 2017). 11. Bodem-Monsterneming van grondwater, NEN 5744, (NNI maart 2011). 12. NEN 5707+C2; Bodem - Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond; uitgifte december 2017.
november ’19
26
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Marssumerdyk nr. 7 te Deinum
COLOFON opdrachtgever project omvang rapport datum projectleider
: : : : :
Auteur Ing. A.D.M. van Wuykhuyse
november ’19
BJZ.nu Marssumerdyk nr. 7 te Deinum 27 blz. 28 november 2019 ing. A.D.M. van Wuykhuyse
Paraaf
Gecontroleerd door ing. M.J.A. van Wuykhuyse
Paraaf
Datum
Status
28 november 2019
definitief
27
BIJLAGE 1 TOPOGRAFISCH OVERZICHT IJij axB F
Adviesgroepen: Bouw Milieu
Sigma Bouw & Milieu Phileas Foggstraat 153 7825 AW Emmen Tel. (0591) 65 91 28 Fax (0591) 65 93 25 http://www.sigma-bm.nl email: info@sigma-bm.nl
Situatie rond 1910
Situatie rond 1935
Situatie rond 1970
Situatie rond 1975
Situatie rond 1990
Situatie rond 2000
JD]RQP DDLYHOG
NOHL]ZDNVLOW LJ]ZDNKXP HXVOLFKW EUXLQHGHOP DQ
NOHL]ZDNVLOW LJOLFKW EUXLQJULMV HGHOP DQ
NOHL]ZDNVLOW LJGRQNHUJULMV HGHOP DQ
W \SH S H LOE X LVP H W I LOW H U GDW XP ERRUP HHVW HU 0 YD Q : X \N K X \VH
NOLQNHUP DDLYHOG
]DQGP DW LJILMQ]ZDNVLOW LJOLFKW JULMVHGHOP DQ
NOHL]ZDNVLOW LJQHXW UDDOJULMV HGHOP DQ
W \SH J U RQ G E RU LQ J GDW XP ERRUP HHVW HU 0 YD Q : X \N K X \VH
ERGHP SURILHOHQ VFK D D O RQGHU]RHN SURMHFW FRGH GDW XP JHW HNHQGFRQIRUP SDJLQD
0 D U VX P P H U G \N W H ' H LQ X P 0 1 (1 YD Q
W XLQP DDLYHOG
]DQGP DW LJILMQ]ZDNVLOW LJQHXW UDDO EUXLQJULMVHGHOP DQ ]DQGP DW LJILMQ]ZDNVLOW LJOLFKW JULMVHGHOP DQ
W \SH J U RQ G E RU LQ J GDW XP ERRUP HHVW HU 0 YD Q : X \N K X \VH
JD]RQP DDLYHOG
NOHL]ZDNVLOW LJ]ZDNKXP HXV QHXW UDDOEUXLQJULMVHGHOP DQ
W \SH J U RQ G E RU LQ J GDW XP ERRUP HHVW HU 0 YD Q : X \N K X \VH
JD]RQP DDLYHOG
NOHL]ZDNVLOW LJ]ZDNKXP HXV QHXW UDDOEUXLQJULMVHGHOP DQ
W \SH J U RQ G E RU LQ J GDW XP ERRUP HHVW HU 0 YD Q : X \N K X \VH
NOLQNHUP DDLYHOG
]DQGP DW LJILMQ]ZDNVLOW LJOLFKW JULMVHGHOP DQ
W \SH J U RQ G E RU LQ J GDW XP ERRUP HHVW HU 0 YD Q : X \N K X \VH
NOLQNHUP DDLYHOG
]DQGP DW LJILMQ]ZDNVLOW LJOLFKW JULMVHGHOP DQ NOHL]ZDNVLOW LJ]ZDNKXP HXVOLFKW EUXLQHGHOP DQ
W \SH J U RQ G E RU LQ J GDW XP ERRUP HHVW HU 0 YD Q : X \N K X \VH
ERGHP SURILHOHQ VFK D D O RQGHU]RHN SURMHFW FRGH GDW XP JHW HNHQGFRQIRUP SDJLQD
0 D U VX P P H U G \N W H ' H LQ X P 0 1 (1 YD Q
3(,/%8,6
%25,1 *
2/,(23: $7(55($&7,(
QXP P HU
ERGHP P RQVW HUJHURHUG
*HHQ FDVLQJ
=ZDN
0DW LJ
6W HUN
8LW HUVW
ERGHP ODDJ
*(85,1 7(1 ,67(,7
EHQW RQLHW
JURQGZDW HUVW DQGW LMGHQVERUHQ
ERGHP P RQVW HURQJHURHUG
ILOW HUJULQG
*HHQ =HHU]ZDN
=ZDN
0DW LJ
6W HUN
ERGHP ODDJ ILOW HUW UDMHFW JURQGZDW HUVW DQG
OLQNV FP P DDLYHOG UHFKW V FP 1$3
*521 ' 62257(1
0 $7(9 $1 %,-0 (1 *,1 *
*ULQGJULQGLJ *J
]ZDN
=DQG]DQGLJ =]
P DW LJ
/HHP VLOW LJ /V
VW HUN
.OHLNOHLLJ .N
XLW HUVW !
9HHQKXP HXV 9K 6OLE
9 (5+ $5' ,1 *(1
*5$' $7,(= $1 '
DVIDOW EHW RQNOLQNHUVW HJHOV VW HOFRQSODDW RQGRRUGULQJEDUHODDJ
XI XLW HUVW ILMQ XP ]I ]HHUILMQ XP P I P DW LJILMQ XP P J P DW LJJURI XP ]J ]HHUJURI XP XJ XLW HUVW JURI XP
29 (5,*
*5$' $7,(*5,1 '
ERGHP YUHHP GHEHVW DQGVGHOHQDDQZH]LJ
I ILMQ P P P J P DW LJJURI P P ]J ]HHUJURI P P
ZDW HU
%(6&+ 5,-9 ,1 *%2' (0 /$$* SLG SKRW RLRQLVDW LHGHW HFW RU EY ERGHP YRFKW RZ ROLHRSZDW HU
=HHUVW HUN
BIJLAGE 4 ANALYSECERTIFICATEN
Sigma Bouw en Milieu T.a.v. de heer M. van Wuijkhuijse Phileas Foggstraat 153 7825 AW EMMEN
Uw kenmerk : 19-M9135-Marsummerdyk 7 te Deinum Ons kenmerk : Project 961936 Validatieref. : 961936_certificaat_v1 Opdrachtverificatiecode : AHSE-WSIZ-NWKF-KYPR Bijlage(n) : 2 tabel(len) + 1 oliechromatogram(men) + 2 bijlage(n)
Amsterdam, 8 november 2019 Hierbij zend ik u de resultaten van het laboratoriumonderzoek dat op uw verzoek is uitgevoerd in de door u aangeboden monsters. De resultaten hebben uitsluitend betrekking op de monsters, zoals die door u voor analyse ter beschikking werden gesteld. Het onderzoek is, met uitzondering van eventueel uitbesteed onderzoek, uitgevoerd door Eurofins Omegam volgens de methoden zoals ze zijn vastgelegd in het geldende accreditatie-certificaat L086 en/of in de bundel "Analysevoorschriften Eurofins Omegam". De in dit onderzoek uitgevoerde onderzoeksmethoden van de geaccrediteerde analyses zijn in een aparte bijlage als onderdeel van dit analyse-certificaat opgenomen. De methoden zijn, voor zover mogelijk, ontleend aan de accreditatieprogramma's/schema's en NEN- EN- en/of ISO-voorschriften. Ik wijs u erop dat het analyse-certificaat alleen in zijn geheel mag worden gereproduceerd. Ik vertrouw erop uw opdracht volledig en naar tevredenheid te hebben uitgevoerd. Heeft u naar aanleiding van deze rapportage nog vragen, dan verzoek ik u contact op te nemen met onze klantenservice. Hoogachtend, namens Eurofins Omegam,
Ing. J. Tukker Manager productie
Op dit certificaat zijn onze algemene voorwaarden van toepassing. Dit analyse-certificaat mag niet anders dan in zijn geheel worden gereproduceerd.
Eurofins Omegam B.V. H.J.E. Wenckbachweg 120 NL-1114 AD Amsterdam-Duivendrecht Nederland
T +31-(0)20-597 66 80 CSOmegam@eurofins.com www.eurofins.nl
IBAN NL 16 BNPA 0227667980 BIC BNPANL2A BTW nr. NL8139.67.132.B01 KvK nr. 34215654
Tabel 1 van 2 ANALYSECERTIFICAAT Project code Project omschrijving Opdrachtgever
: 961936 : 19-M9135-Marsummerdyk 7 te Deinum : Sigma Bouw en Milieu
Monsterreferenties 6138777 = 1, 01: 0-50, 02: 25-50, 03: 5-50, 04: 0-50, 05: 0-50, 07: 5-50 6138778 = 2, 01: 50-100, 01: 100-150, 01: 150-200, 02: 50-100, 02: 150-200, 02: 100-150 Opgegeven bemonsteringsdatum Ontvangstdatum opdracht Startdatum Monstercode Matrix
: : : : :
Monstervoorbewerking S AS3000 (steekmonster) S gewicht artefact S soort artefact S voorbewerking AS3000
g
31/10/2019 01/11/2019 01/11/2019 6138777 Grond
31/10/2019 01/11/2019 01/11/2019 6138778 Grond
uitgevoerd n.v.t. n.v.t. uitgevoerd
uitgevoerd n.v.t. n.v.t. uitgevoerd
Algemeen onderzoek - fysisch S droge stof % S organische stof (gec. voor lutum) % (m/m ds) S lutumgehalte (pipetmethode) % (m/m ds)
74,8 4,4 29,1
79,3 1,4 23,3
Anorganische parameters - metalen S barium (Ba) mg/kg ds S cadmium (Cd) mg/kg ds S kobalt (Co) mg/kg ds S koper (Cu) mg/kg ds S kwik (Hg) (niet vluchtig) mg/kg ds S lood (Pb) mg/kg ds S molybdeen (Mo) mg/kg ds S nikkel (Ni) mg/kg ds S zink (Zn) mg/kg ds
63 0,28 12 17 0,19 26 < 1,5 24 73
31 < 0,20 7,8 7,3 0,05 16 < 1,5 21 52
Organische parameters - niet aromatisch S minerale olie (florisil clean-up) mg/kg ds
160
< 35
Organische parameters - aromatisch Polycyclische koolwaterstoffen: S naftaleen mg/kg ds S fenantreen mg/kg ds S anthraceen mg/kg ds S fluoranteen mg/kg ds S benzo(a)antraceen mg/kg ds S chryseen mg/kg ds S benzo(k)fluoranteen mg/kg ds S benzo(a)pyreen mg/kg ds S benzo(ghi)peryleen mg/kg ds S indeno(1,2,3-cd)pyreen mg/kg ds S som PAK (10) mg/kg ds
< 0,05 1,0 0,24 11 0,06 0,06 < 0,05 0,05 < 0,05 < 0,05 13
< 0,05 0,06 < 0,05 0,22 0,09 0,09 0,07 0,09 0,05 0,06 0,80
Organische parameters - gehalogeneerd Polychloorbifenylen: S PCB -28 mg/kg ds S PCB -52 mg/kg ds S PCB -101 mg/kg ds S PCB -118 mg/kg ds S PCB -138 mg/kg ds S PCB -153 mg/kg ds S PCB -180 mg/kg ds S som PCBs (7) mg/kg ds
< 0,001 < 0,001 < 0,001 < 0,001 < 0,001 < 0,001 < 0,001 0,005
< 0,001 < 0,001 < 0,001 < 0,001 < 0,001 < 0,001 < 0,001 0,005
Dit analyse-certificaat, inclusief voorblad en eventuele bijlage(n), mag niet anders dan in zijn geheel worden gereproduceerd. - De met een 'Q' gemerkte analyses zijn door RvA geaccrediteerd (registratienummer L086). - De met een 'S' gemerkte analyses zijn door RvA geaccrediteerd (L086) en op basis van het schema AS 3000 erkend. Opdrachtverificatiecode: AHSE-WSIZ-NWKF-KYPR
Ref.: 961936_certificaat_v1
Tabel 2 van 2 ANALYSECERTIFICAAT Project code Project omschrijving Opdrachtgever
: 961936 : 19-M9135-Marsummerdyk 7 te Deinum : Sigma Bouw en Milieu
Opmerkingen m.b.t. analyses Opmerking(en) algemeen Organische stof gehalte (gecorrigeerd voor lutum en vrij ijzer in de vorm van Fe2O3) Het organische stofgehalte is gecorrigeerd voor het in het analysecertificaat gerapporteerde lutumgehalte. Indien het lutumgehalte niet is gerapporteerd is de correctie uitgevoerd met een lutumgehalte van 5,4% (gemiddeld lutumgehalte Nederlandse bodem, AS3010/AS3210, prestatieblad organische stofgehalte in grond/waterbodem). Indien het vrij ijzergehalte is bepaald en groter is dan 5 % m/m, is bij de berekening van het organische stof gecorrigeerd voor dat gehalte aan vrij ijzer. Sommatie van concentraties voor groepsparameters De sommatie is uitgevoerd volgens AS3000 paragraaf 2.5.2 en bijlage 3.
Dit analyse-certificaat, inclusief voorblad en eventuele bijlage(n), mag niet anders dan in zijn geheel worden gereproduceerd. Opdrachtverificatiecode: AHSE-WSIZ-NWKF-KYPR
Ref.: 961936_certificaat_v1
Oliechromatogram 1 van 1
OLIE-ONDERZOEK Monstercode : Project omschrijving : Uw referentie : Methode :
6138777 OPID 17814009#19-M9135-Marsummerdyk 7 te Deinum 1, 01: 0-50, 02: 25-50, 03: 5-50, 04: 0-50, 05: 0-50, 07: 5-50 minerale olie (florisil clean-up)
OLIECHROMATOGRAM
➝ oliefractieverdeling OLIEFRACTIEVERDELING 1) 2) 3) 4)
fractie > C10 - C19 fractie C19 - C29 fractie C29 - C35 fractie C35 -< C40
15 % 70 % 14 % 1%
minerale olie gehalte: 160 mg/kg ds
Minerale olie Interpretatie: raadpleeg voor de typering van de oliesoort de OMEGAM oliebibliotheek. De hoogte van de signalen is geen maat voor de concentratie van de olie in het monster. (Het chromatogram heeft een variabele schaalindeling) Bij een minerale olie gehalte kleiner dan de rapportagegrens worden geen oliefracties weergegeven. Dit analyse-certificaat, inclusief voorblad en eventuele bijlage(n), mag niet anders dan in zijn geheel worden gereproduceerd. Opdrachtverificatiecode: AHSE-WSIZ-NWKF-KYPR
Ref.: 961936_certificaat_v1
Bijlage 1 van 2 ANALYSECERTIFICAAT Project code Project omschrijving Opdrachtgever
: 961936 : 19-M9135-Marsummerdyk 7 te Deinum : Sigma Bouw en Milieu
Barcodeschema's Monstercode Uw referentie
monster
diepte
barcode
6138777
1, 01: 0-50, 02: 25-50, 03: 5-50, 04: 0-50, 05: 0-50, 07: 5-50
01 02 03 04 05 07
0.0-0.5 0.25-0.5 0.05-0.5 0.0-0.5 0.0-0.5 0.05-0.5
3188766AA 3188740AA 3324404AA 3324402AA 3324393AA 3324395AA