CConstaterende datwaadhoeke
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Onderzoeksrapport Realisatie coalitieakkoord Waadhoeke 2022-2026

Gemeenteraad Waadhoeke 12 maart 2026, gemeente waadhoekeBij agendapunt: Rekenkameronderzoek Realisatie coalitieakkoord Waadhoeke 2022-202634.218 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

rekenkamer

De realisatie van het coalitieakkoord

De realisatie van het coalitieakkoord

7 december 2025

Colofon Rekenkamer Waadhoeke dr. mr. R.J. (Rick) Anderson (hoofdonderzoeker, lid) drs. J.H. (Jet) Lepage MPA (voorzitter) dr. M.S. (Marsha) de Vries CPC (secretaris)

Contactgegevens Email: rekenkamer@waadhoeke.nl Website: www.waadhoeke.nl

1

De realisatie van het coalitieakkoord

Inhoudsopgave Inleiding .............................................................................................................................................................................................4 Bestuurlijke samenvatting ..........................................................................................................................................................5 Hoofdstuk 1 Onderzoeksopzet: Realisatie coalitieakkoord ....................................................................................... 12 1.1 Inleiding en aanleiding ................................................................................................................................................ 12 1.2 Onderzoeksvraag, methoden en technieken van onderzoek ....................................................................... 12 Hoofdstuk 2 Aandachtspuntenkader .................................................................................................................................. 15 2.1 Betrouwbaarheid ............................................................................................................................................................ 15 2.2 Interne validiteit ..............................................................................................................................................................

15 2.3 Overige aandachtspunten .......................................................................................................................................... 17 2.4 De aandachtspunten samengevat ........................................................................................................................... 18 Hoofdstuk 3 Het coalitieakkoord en de uitwerking ...................................................................................................... 20 Hoofdstuk 4 Informatievoorziening richting de raad ................................................................................................... 22 Hoofdstuk 5 Analyse ambities, informatievoorziening en rol van de raad .......................................................... 25 5.1 Betrouwbaarheid ............................................................................................................................................................ 25 5.2 Validiteit ............................................................................................................................................................................. 52 Hoofdstuk 6 Nadere analyse van de onderzoeksbevindingen .................................................................................

77 6.1 Betrouwbaarheid op basis van de selectie ........................................................................................................... 77 6.2 Consistentie tussen de verschillende publicaties .............................................................................................. 78 6.3 Analyse validiteit............................................................................................................................................................. 80 6.4 Overige aandachtspunten .......................................................................................................................................... 86 Hoofdstuk 7 Conclusies en aanbevelingen ...................................................................................................................... 90 7.1 Betrouwbaarheid: traceerbaar en verifieerbaar.................................................................................................. 90 7.2 Betrouwbaarheid: consistentie.................................................................................................................................. 91 7.3 Validiteit: betrekking op ambities en activiteiten .............................................................................................. 92

2

De realisatie van het coalitieakkoord

7.4 Validiteit: causale relatie tussen ambitie, activiteit en toelichting .............................................................. 92 7.5 Validiteit: wanneer is een ambitie gerealiseerd of een activiteit uitgevoerd? ....................................... 92 7.6 Overige aandachtspunten .......................................................................................................................................... 93 7.7 Aanbevelingen ................................................................................................................................................................ 94 Bijlage 1 Bestuurlijke reactie rekenkameronderzoek coalitieakkoord ................................................................... 96 Bijlage 2 Nawoord Rekenkamer ............................................................................................................................................

99 Bijlage 3 Lijst van bestudeerde documenten .................................................................................................................100 Bijlage 4 Lijst van bestudeerde literatuur ........................................................................................................................103 Bijlage 5 Coalitieakkoord samengevat .............................................................................................................................105 Bijlage 6 Collegeprogramma ................................................................................................................................................115 Bijlage 7 Ambities die in 2021 al in uitvoering zijn .....................................................................................................143 Bijlage 8 Tussenbalans, exclusief de ambities die in uitvoering zijn .....................................................................153

3

De realisatie van het coalitieakkoord

Inleiding 2025 is het laatste volledige jaar van de huidige coalitie en het zittende college. Het vaststellen van het coalitie akkoord in 2022 kan als startpunt, maar tevens als handelingsperspectief van de huidige coalitie worden aangemerkt. Om als gemeenteraad de controlerende rol goed te kunnen vervullen, is informatievoorziening richting de gemeenteraad cruciaal. Dit rekenkameronderzoek beziet in hoeverre de raad adequaat wordt geïnformeerd over de voortgang van het coalitieakkoord. Is de informatievoorziening met betrekking tot de voortgang van het coalitieakkoord betrouwbaar en valide? Was vooraf duidelijk welke voortgang eigenlijk geboekt moest worden en welke activiteiten men wilde uitvoeren in welk jaar? Was vooraf duidelijk wanneer een ambitie gerealiseerd is en wanneer niet? Kan de gemeenteraad tussentijds nog bijsturen op de activiteiten die in het kader van het coalitieakkoord worden uitgevoerd? Dit zijn de vragen die op de achtergrond richting hebben gegeven aan dit onderzoek. Het wordt welhaast een traditie, maar ook nu wil de rekenkamer de ambtelijke organisatie bijzonder hartelijk danken voor de zeer constructieve samenwerking. Tijdens het onderzoek zijn drie steekproeven uitgevoerd en het verzamelen en toelichten van de dossiers die betrekking hebben op de geselecteerde ambities en activiteiten heeft zeer veel gevergd van de ambtelijke organisatie.

Dit is de rekenkamer zeker niet ontgaan en de rekenkamer kan de organisatie dan ook enkel dankbaar zijn voor de zeer tijdige en accurate informatieverstrekking. Deze informatieverstrekking is cruciaal geweest voor dit onderzoek. Om de verwachtingen al in deze inleiding goed te managen: dit onderzoek richt zich op de kwaliteit van de informatievoorziening met betrekking tot de voortgang van het coalitieakkoord richting de gemeenteraad. Het onderzoek beoogt geen extra tussenbalans op te leveren waarin systematisch wordt aangegeven in hoeverre de voorgenomen ambities zijn gerealiseerd en hoe afwijkingen mogelijkerwijs verklaard kunnen worden. De tussenbalans uit 2024 vormt uiteraard wel een expliciet object van onderzoek, evenals de separate informatievoorziening richting de raad die betrekking heeft op ambities en activiteiten die voor de steekproeven zijn geselecteerd. Wij hopen met dit onderzoeksrapport de bovenstaande vragen te kunnen beantwoorden voor u en hopen daarmee tevens een bijdrage te leveren aan uw kaderstellende en controlerende rol.

drs. Jet Lepage MPA Voorzitter rekenkamer Waadhoeke

4

De realisatie van het coalitieakkoord

Bestuurlijke samenvatting Inleiding Op 24 mei 2022 stelt de gemeenteraad het coalitieakkoord vast (Besluitenlijst Raadsvergadering, 24 mei 2022). Bij het vaststellen van dit coalitieakkoord wordt het college verzocht een uitvoeringsprogramma op te stellen en dit voor 1 november 2022 voor te leggen aan de raad (Raadsvoorstel, 24 mei 2022). Dit uitvoeringsprogramma wordt in de vorm van een collegeprogramma 2022-2026 op 13 oktober 2022 ter kennisgeving voorgelegd aan de raad. 2025 is het laatste volledige jaar van de zittende coalitie en de vraag rijst, in hoeverre de ambities uit het coalitieakkoord zijn gerealiseerd. In het verlengde hiervan ligt de vraag in hoeverre de raad hierover is geïnformeerd. De rekenkamer heeft besloten hier een onderzoek naar uit te voeren. Het onderzoek heeft tot doel om inzicht te krijgen in de betrouwbaarheid en validiteit van de informatievoorziening richting de raad, met betrekking tot de realisatie van de ambities uit het coalitieakkoord. Met dit inzicht beoogt het onderzoek een bijdrage te leveren aan de controlerende rol van de raad. Deze onderzoeksdoelstelling is vertaald naar de volgende vraagstelling:

In hoeverre zijn de ambities uit het coalitieakkoord 2022-2026 navolgbaar voor de gemeenteraad gerealiseerd? Navolgbaarheid wordt in dit onderzoek vertaald naar betrouwbaarheid en interne validiteit. Onder betrouwbaarheid wordt verstaan, dat de rapportages gebaseerd zijn op traceerbare data en dat bij een herhaling van de data-analyse tot dezelfde rapportage gekomen wordt (Hogwood & Gunn, 1984; Ospina e.a., 2017; van der Knaap e.a., 2020). Betrouwbaarheid impliceert tevens, dat geen licht mag zitten tussen wat er in een rapportage staat en wat er daadwerkelijk is gebeurd. Interne validiteit heeft betrekking op de vraag of daadwerkelijk gemeten wordt wat men wil meten (Sabatier, 1986; Winter, 1990; Yin, 1990; Howlett, 2018). Zo dienen de gepresenteerde data logisch verband te houden met de activiteiten en ambities uit het coalitieakkoord. Daarnaast zal ook sprake moeten zijn van een logisch causaal verband tussen activiteiten en ambities: leiden de voorgenomen activiteiten logischerwijs tot de realisatie van de geformuleerde ambitie? Hier gaat het ook om de vraag hoe de ambities beschreven zijn en of voldoende duidelijk is wat de ambitie precies inhoudt. Bij interne validiteit is tevens een belangrijk aandachtspunt, dat vooraf duidelijk moet zijn wanneer een ambitie of een activiteit is gerealiseerd, maar dat tevens duidelijk moet zijn wanneer dat niet het geval is.

Het onderzoek richt zich niet op het traceren van verklaringen voor de mate van realisatie, maar eerder op de kwaliteit van de informatievoorziening richting de raad in termen van betrouwbaarheid en validiteit. Expliciet gaat het er dus niet om, om de mate van realisatie van een verklaring of een oordeel te voorzien.

5

De realisatie van het coalitieakkoord

Ten behoeve van dit onderzoek wordt eerst een aandachtspuntenkader vormgegeven. Dit kader zal zich voornamelijk richten op de criteria die gesteld kunnen worden aan de betrouwbaarheid en de interne validiteit van rapporteren en informeren. Aan de hand van een eenduidige operationalisatie van deze begrippen kan later tijdens het onderzoek de betrouwbaarheid en validiteit van de informatievoorziening richting de raad beoordeeld worden. Het onderzoek betreft een evaluatie van de informatievoorziening richting de raad en kent de vorm van een documentenanalyse. Aan de hand van een documentenanalyse wordt eerst onderzocht op welke momenten de raad is geïnformeerd over de realisatie van de ambities. Vervolgens wordt de betrouwbaarheid van de informatievoorziening richting de raad beoordeeld. Daartoe worden aan de hand van twee steekproeven onderliggende documenten, bestanden en data, die ten grondslag hebben gelegen aan de informatievoorziening, opgevraagd en geanalyseerd. Tevens wordt in deze fase aan de hand van een derde steekproef de validiteit van de informatievoorziening richting de raad beoordeeld. Dit houdt in, dat ook wordt bezien in hoeverre de informatievoorziening richting de raad daadwerkelijk betrekking heeft op de ambities, of er een logisch verband bestaat tussen ondernomen activiteiten en ambities en of duidelijk is wanneer een ambitie is gerealiseerd of niet.

De drie steekproeven zijn dusdanig vormgegeven, dat per steekproef alle drie de thema’s (Sûn Libje, Libje & Wurkje en Wurkje aan ‘e takomst) en zo veel mogelijk verschillende subthema’s aan bod komen. Naar aanleiding van dit onderzoek kunnen de volgende conclusies worden getrokken. Conclusies betrouwbaarheid: traceerbaar en verifieerbaar De informatie uit de tussenbalans is over het algemeen te traceren en te verifiëren. De geselecteerde tien ambities zijn over het algemeen correct op ‘afgerond’ gezet in de tussenbalans. Zo is daadwerkelijk een voorstel voor de pilot Sport en Cultuur uitgewerkt om drempelloos te kunnen sporten en cultuur te kunnen beleven. Het dorpen- en wijkenfonds is daadwerkelijk geëvalueerd en ook is bijvoorbeeld de visie op de binnenstad heroverwogen. Het beheerplan van de gemeentelijke gebouwen is eveneens verifieerbaar geactualiseerd en dit geldt ook voor het beheerplan Openbaar Groen. In de meeste raads- en collegevoorstellen wordt daarbij expliciet verwezen naar het collegeprogramma. Een ander voorbeeld betreffen de startersleningen. Duidelijk en verifieerbaar is, dat de starterslening is ingevoerd. Tevens is traceerbaar en verifieerbaar de duurzaamheidslening en de verzilverlening aangeboden aan de raad. Het is echter niet altijd duidelijk wanneer een activiteit is uitgevoerd.

De nieuwe functieomschrijving van de dorpen- en wijkencoördinatoren sluit aan op de ambitie om deze coördinatoren een ruimer takenpakket toe te kennen, maar onduidelijk is, wanneer deze omschrijving is vastgesteld, zodat niet geverifieerd kan worden of deze activiteit ten tijde van de tussenbalans correct op ‘afgerond’ is gezet. Daarnaast zijn niet alle activiteiten en resultaten geheel traceerbaar. De uitspraak dat er geen witte vlekken in het buitengebied zijn op het gebied van glasvezel, kan bijvoorbeeld niet teruggeleid worden tot een gemeentelijke administratie. Een nadere analyse leert, dat Kabel Noord uitvoering geeft aan de aansluitingen in het buitengebied. De gemeente vervult hier een faciliterende rol en baseert deze uitspraak op een opgave van Kabel Noord zelf. Aangezien de gemeente zelf geen

6

De realisatie van het coalitieakkoord

administratie hiervan bijhoudt en de opgave van Kabel Noord niet zichtbaar verifieert, kan deze uitspraak ook door de rekenkamer niet geverifieerd worden. Sommige ambities zijn deels te verifiëren, maar ook deels niet. Geverifieerd kan bijvoorbeeld worden, dat de prestatieafspraken met de corporaties zijn gemaakt, althans, als het persbericht hierover als basis wordt genomen. De realisatie van de ambitie om gemeentelijke standpunten tijdens de voorbereidende gesprekken in te brengen en deze standpunten op onderdelen zichtbaar te laten zijn in de afspraken, is echter niet te verifiëren. Dit hangt samen met de aard van de geformuleerde ambitie. Conclusies betrouwbaarheid: consistentie De activiteiten uit het collegeprogramma die al gepland stonden in 2022, worden in de jaarstukken 2022 niet letterlijk opgevoerd. Dit hangt vermoedelijk samen met het feit, dat de jaarstukken aan moeten sluiten op de begroting. Het coalitieakkoord en het collegeprogramma zijn in 2022 vormgegeven, terwijl de begroting 2022 al in 2021 is vastgesteld. Het collegeprogramma kan dan dus niet zijn opgenomen in de begroting 2022, met als gevolg dat ook in de jaarstukken 2022 geen aansluiting gevonden kan worden met het collegeprogramma.

Vanaf 2023 verandert dit, aangezien de begroting 2023 wel de ambities en de activiteiten uit het coalitieakkoord en het collegeprogramma heeft opgenomen, zodat ook de jaarstukken 2023 hierop in kunnen gaan. Dit heeft tot gevolg, dat aan de hand van de jaarstukken 2022 niet eenvoudig kan worden getraceerd in hoeverre de voorgenomen activiteiten in 2022 daadwerkelijk in uitvoering zijn. Als de ambities en activiteiten inhoudelijk worden bezien, kan echter gesteld worden, dat ook de jaarstukken 2022 activiteiten opvoeren, die over het algemeen goed aansluiten op de opgevoerde ambities uit het collegeprogramma. In het collegeprogramma wordt dan terecht aangegeven, dat deze activiteiten in 2022 al in uitvoering zijn. In een enkel geval komen de ambities of de bijbehorende activiteiten uit het collegeprogramma in het geheel niet terug in de jaarstukken van 2022, hoewel het collegeprogramma stelt, dat deze activiteiten in 2022 al in uitvoering zijn. Het toegankelijk maken van gezonde voeding voor iedereen, het stimuleren van moestuinprojecten of initiatieven voor pluktuinen, worden bijvoorbeeld niet benoemd in de jaarstukken 2022, hoewel het collegeprogramma stelt, dat deze activiteiten in uitvoering zijn in 2022. Deze ambitie en activiteiten komen overigens wel expliciet terug in de jaarstukken van 2023.

Hoewel de meeste ambities uit het collegeprogramma letterlijk terugkomen in de jaarstukken van 2023, is dit niet altijd het geval. Het realiseren van een aantrekkelijk woon- en werkklimaat met een landschap dat uitnodigt om te wandelen, te fietsen en te sporten, komt niet als zodanig terug in de jaarstukken 2023, hoewel deze ambitie ook gepland staat voor 2023. Als de bijbehorende activiteiten uit het collegeprogramma nader worden geanalyseerd, kan echter wel een inhoudelijke relatie met de jaarrekening 2023 worden geconstateerd. Over de geselecteerde cases wordt consistent gerapporteerd. Niet is geconstateerd dat een activiteit in de jaarstukken op afgerond wordt gezet, om deze activiteit nadien op ‘in uitvoering’ te zetten.

7

De realisatie van het coalitieakkoord

Conclusies validiteit: betrekking op ambities en activiteiten De tussenbalans gaat zeer systematisch in op alle activiteiten, zoals omschreven in het collegeprogramma. Daarmee kan geconstateerd worden, dat de verstrekte informatie uit de tussenbalans specifiek betrekking heeft op de ambities en activiteiten uit het coalitieakkoord en het collegeprogramma. Conclusies validiteit: causale relatie tussen ambitie, activiteit en toelichting Over het algemeen wordt in het collegeprogramma een valide relatie gelegd tussen de ambitie, de activiteiten en de toelichting. Bij de ambitie om bereikbare en toegankelijke sportvoorzieningen te realiseren, wordt bijvoorbeeld als activiteit het stimuleren van spelen, bewegen en ontmoeten in de buitenlucht opgevoerd. Als toelichting wordt dan opgevoerd dat beweegtuinen gecreëerd worden en dat extra op speeltuinen wordt ingezet. Tussen deze ambitie, de activiteit en de toelichting bestaat inhoudelijk zeker een valide verband. Soms wordt een ambitie sterk geconcretiseerd naar activiteiten, waar andere activiteiten ook denkbaar zouden zijn. Aan de andere kant bestaat inhoudelijk zeker een valide verband tussen de geconcretiseerde activiteit en de ambitie. Conclusies validiteit: wanneer is een ambitie gerealiseerd of een activiteit uitgevoerd? De ambities zoals opgenomen in het collegeprogramma zijn zeer open geformuleerd.

Dit maakt, dat van iedere ambitie uit de steekproef gesteld kan worden dat zij zijn gerealiseerd, maar tegelijkertijd dat zij nog niet zijn gerealiseerd. “Ondernemers krijgen ruimte en kansen voor duurzame ontwikkeling waar mogelijk met maatwerk”, is hier een goed voorbeeld van. De gemeente zal immers altijd in zekere zin een bijdrage leveren aan deze ambitie (dan is de ambitie gerealiseerd), terwijl tegelijkertijd gesteld kan worden dat er altijd meer ruimte en kansen geboden kunnen worden (dan is de ambitie nog niet gerealiseerd). Als gevolg van deze formuleringssystematiek krijgt de beoordeling van de mate waarin deze ambitie nu daadwerkelijk is gerealiseerd, een sterk politiek normatief karakter. Als de activiteiten van het collegeprogramma nader worden geanalyseerd, valt in lijn met de vorige constatering op, dat deze veelal dusdanig zijn geformuleerd dat de activiteiten in zeker opzicht altijd worden uitgevoerd en gerealiseerd, terwijl de activiteiten aan de andere kant altijd zullen blijven doorlopen. Het stimuleren van spelen, bewegen en ontmoeten in de buitenlucht, is bijvoorbeeld een activiteit, waarvan gesteld kan worden dat de gemeente deze altijd tot op zekere hoogte uitvoert, terwijl deze activiteit vermoedelijk altijd wel gecontinueerd zal worden. Deze constatering geldt voor vrijwel alle formuleringen van activiteiten uit de steekproef.

Hoewel de toelichtingen uit het collegeprogramma concreter zijn, geldt de vorige constatering ook voor de toelichtingen, zij het in mindere mate. Ook hier is de formulering dusdanig gekozen, dat de activiteit vrijwel altijd tot op zekere hoogte is uitgevoerd en aan de andere kant nooit is afgerond. De toelichting op de activiteit ‘stimuleren van spelen, bewegen en ontmoeten in de buitenlucht’ vermeldt bijvoorbeeld: “We zetten in op bewegen en spelen in de openbare ruimte. Dit doen we door extra op speeltuinen in te zetten”. Ook hiervan kan gesteld worden dat deze activiteit in zekere zin altijd wordt uitgevoerd. Aan de andere kant zullen deze activiteiten nooit zijn afgerond.

8

De realisatie van het coalitieakkoord

Toch wordt niet bij iedere geselecteerde activiteit in de toelichting geopteerd voor dergelijke formuleringen. Bij de bovengenoemde activiteit ‘stimuleren van spelen, bewegen en ontmoeten in de buitenlucht’, wordt bijvoorbeeld naast de bovengenoemde toelichting ook vermeld: “het creëren van beweegtuinen”. Van deze activiteit kan in een later stadium bezien worden of en hoeveel beweegtuinen zijn gecreëerd. De consequentie van deze systematiek van open formuleren is, dat altijd gesteld kan worden dat deze activiteiten worden uitgevoerd en overigens ook nog niet zijn afgerond. Ernstiger is echter, dat bij deze manier van formuleren het tegendeel niet kan worden aangetoond. Niet eenvoudig kan immers gesteld worden, dat niet (voldoende) wordt ingezet op bewegen en spelen in de openbaren ruimte, of dat de gemeente cultuur niet inzet bij maatschappelijke en sociale vraagstukken. Dit maakt, dat reflectie of controle vanuit de raad op het collegeprogramma vrij lastig is en dit geldt evenzeer voor de mogelijkheden van de raad om bij te sturen op dit collegeprogramma. Als echter de ambtelijke reacties en de raadsvoorstellen worden geanalyseerd, die betrekking hebben op de geselecteerde ambities, ontstaat een positiever beeld. De ambtelijke reacties en de raadsvoorstellen geven doorgaans goed aan welke activiteiten precies uitgevoerd moeten worden.

Soms worden deze activiteiten zelfs voorzien van een planning. Op zich zou dit een basis kunnen bieden om in een later stadium te bezien in hoeverre deze activiteiten daadwerkelijk zijn uitgevoerd. De rapportages over deze concrete activiteiten laten echter op sommige onderdelen ruimte voor onduidelijkheid. Soms is de ambtelijke reactie zeer concreet, maar hadden de omschreven activiteiten vooraf bepaald, omschreven en gepland kunnen worden, zodat later bezien kan worden in hoeverre de gemeente deze activiteiten conform planning uitvoert (taalbeleid). Soms wordt vooraf een zeer concreet plan aangeboden, maar wordt later hierover niet traceerbaar gerapporteerd (ketensamenwerking jeugd, ondermijning, werkleerbedrijf). Soms wordt in de ambtelijke reactie een actie vermeld, maar blijft onduidelijk tot hoeveel inwoners deze actie zich richt en wat de follow up is (gedupeerden toeslagenaffaire). Soms is een concreet plan vastgesteld en wordt een tussenevaluatie aangeboden, maar geeft de tussenevaluatie geen inzicht in de voortgang van de voorgenomen activiteiten (cultuur, woningbouwprogramma). Conclusies: overige aandachtspunten De tussenbalans gaat zeer systematisch in op alle activiteiten, zoals omschreven in het collegeprogramma. De tussenbalans geeft een toelichting op activiteiten die buiten de planning lopen.

Deze toelichtingen zijn over het algemeen echter zeer summier en geven weinig nadere duiding. De toelichtingen geven over het algemeen namelijk geen daadwerkelijke verklaringen voor de constatering dat activiteiten uit de planning lopen. Eveneens gaan de toelichtingen niet in op de vraag wat men nu moet of gaat doen om de activiteiten alsnog binnen de gestelde planning uit te voeren. De activiteiten die zijn afgerond worden niet toegelicht. Het kan echter een goed inzicht in de hand werken, als wordt aangegeven hoe men tot het oordeel is gekomen dat een bepaalde activiteit is afgerond.

9

De realisatie van het coalitieakkoord

Het collegeprogramma zet de activiteiten uit in de jaren 2022, 2023 en 2024 en verder. De tussenbalans doet dit niet: de tussenbalans vermeldt niet het jaartal waarin de voorgenomen activiteit oorspronkelijk gepland stond. Hierdoor gaat een belangrijk inzicht verloren. In het collegeprogramma worden bepaalde activiteiten bijvoorbeeld gepland voor het jaar 2022, zoals het onderzoeken hoe we goede voorbeelden van extra zorg in het onderwijs kunnen uitrollen. In de tussenbalans wordt deze activiteit op ‘in uitvoering’ gezet. Hier rijst uiteraard de vraag waarom deze activiteit niet in 2022 is afgerond en in hoeverre deze activiteit daadwerkelijk binnen de planning loopt, zoals de tussenbalans stelt. Het collegeprogramma plande deze activiteit immers in 2022, terwijl de tussenbalans dateert van 2024. Als de activiteit dan in 2024 nog in uitvoering is, ontstaat het beeld dat de uitvoering ofwel uit de planning loopt, ofwel dat deze activiteit een continu karakter heeft. Het is uiteraard mogelijk, dat enkele voorgenomen activiteiten uit het collegeprogramma een doorlopend karakter kennen, maar dan zou dit in de jaarplanning van het collegeprogramma moeten zijn aangegeven. Ook zou hier in de tussenbalans op ingegaan kunnen worden. Het is voor raadsleden immers van belang om te weten of activiteiten op een goed moment zijn afgerond of juist een doorlopend karakter hebben.

Ook budgettair is dit van belang: voor continue activiteiten zal immers een structurele dekking gevonden moeten worden. Omdat van de activiteiten die op uitvoering worden gezet (en dat betreft het merendeel van de activiteiten) niet wordt aangegeven in welk jaar deze activiteiten zijn opgestart, gaat een tweede belangrijk inzicht verloren: zijn de activiteiten opgestart in het jaar zoals staat aangegeven in het collegeprogramma? Omdat de tussenbalans niet met jaartallen werkt, kan geen antwoord op deze vraag gegeven worden. Gesteld kan worden, dat de tussenbalans een sterk accent legt op volledigheid en tijdigheid. Minder accent wordt gelegd op zelfstandigheid en relevantie. De toelichtingen die op afwijkingen worden gegeven, bevatten doorgaans geen verklaringen of oplossingsrichtingen. Daarnaast wordt niet toegelicht waarom sommige activiteiten op afgerond worden gezet. Ook worden in de tussenbalans de activiteiten niet uitgezet naar jaartallen, zoals het collegeprogramma dat wel doet. Aanbevelingen Bovenstaande conclusies leiden tot de volgende aanbevelingen die primair gericht zijn aan het college: 

Formuleer voorgenomen activiteiten in het collegeprogramma op een dusdanige manier, dat kan worden vastgesteld wanneer deze activiteiten zijn uitgevoerd en wanneer niet. Zoals in de conclusies wordt aangegeven, hanteert het collegeprogramma doorgaans een systematiek van formuleren waarbij de activiteit enerzijds altijd wordt uitgevoerd en anderzijds vrijwel nooit is afgerond. Dit maakt reflectie en controle vanuit de raad op het uitvoeren van activiteiten zeer moeilijk. Bovendien rijst het gevaar dat met dergelijke formuleringen onbewust structurele activiteiten worden opgenomen waar tevens (in een later stadium) structureel budget voor nodig is.

10 

De realisatie van het coalitieakkoord

In het collegeprogramma dient idealiter tevens het eindjaar van de activiteit vermeld te staan. Mocht het om een structurele activiteit gaan, dan dient dit vermeld te worden in het collegeprogramma.

Over voorgenomen activiteiten dient gerapporteerd te worden. Als de raad kennis heeft genomen van voorgenomen activiteiten, dan lijkt het logisch dat de raad tevens kennis neemt van de voortgang van deze activiteiten. De rapportages dienen daadwerkelijk in te gaan op de voortgang van de activiteiten en daarbij hetzelfde abstractieniveau als de oorspronkelijke voornemens aan te houden. Deze rapportages kunnen zeer wel specifiek van aard zijn en betrekking hebben op een specifieke ambitie of activiteit uit het collegeprogramma.

Een toekomstige tussenbalans zou verklaringen moeten opnemen voor afwijkingen ten opzichte van de oorspronkelijke voornemens. Ook zou de tussenbalans bij afwijkingen dienen aan te geven wat gedaan gaat worden om de activiteiten alsnog binnen de planning uit te voeren.

Bij activiteiten die zijn afgerond dient een toekomstige tussenbalans aan te geven hoe men tot het oordeel is gekomen dat deze activiteiten zijn afgerond.

Voor alle activiteiten dient ook de tussenbalans met jaartallen te werken. De tussenbalans dient duidelijk te maken in welk jaar de activiteiten zijn opgestart, in welk jaar de activiteiten nog worden uitgevoerd en in welk jaar de activiteiten zijn afgerond. Uiteraard dienen deze jaartallen afgezet te worden tegen de jaartallen zoals vermeld in het collegeprogramma. Als activiteiten een doorlopend karakter blijken te hebben, dient dit eveneens vermeld te worden in de tussenbalans.

11 

De realisatie van het coalitieakkoord

Hoofdstuk 1 Onderzoeksopzet: Realisatie coalitieakkoord 1.1 Inleiding en aanleiding Op 24 mei 2022 stelt de gemeenteraad het coalitieakkoord vast (Besluitenlijst Raadsvergadering, 24 mei 2022). Dit coalitieakkoord, ‘Sûn wurkje oan ‘e takomst’, is onder begeleiding van een formateur vormgegeven door de drie coalitiepartijen en heeft betrekking op de raadsperiode 2022-2026. Het akkoord wordt ter bespreking voorgelegd aan de raad, om ook andere fracties de kans bieden hun mening over het akkoord te geven en eventueel ook moties en amendementen in te dienen. Mogelijk kunnen immers meer dan alleen de coalitiepartijen zich vinden in dit akkoord op hoofdlijnen (Raadsvoorstel, 24 mei 2022). Uiteindelijk wordt het coalitieakkoord zonder amendement, met 19 stemmen voor en 9 stemmen tegen, vastgesteld. De coalitiepartijen stemmen tijdens de vergadering voor, de overige partijen stemmen tegen (Besluitenlijst Raadsvergadering, 24 mei 2022). In dit coalitieakkoord worden op verschillende terreinen ambities geformuleerd. Zo beoogt men bereikbare en toegankelijke sportvoorzieningen te realiseren, armoede te voorkomen, gezonde voeding toegankelijk te maken, de afstemming tussen vraag en aanbod op de arbeidsmarkt te verbeteren, ruimte te bieden aan ondernemers voor duurzame ontwikkeling, toekomstbestendige schoolgebouwen te realiseren en in 2040 energieneutraal te zijn (Coalitieakkoord, 2022).

Daarnaast wordt per ambitie aangegeven wat concreet gedaan gaat worden om die ambities te realiseren. Bij het vaststellen van dit coalitieakkoord wordt het college verzocht een uitvoeringsprogramma op te stellen en dit voor 1 november 2022 voor te leggen aan de raad (Raadsvoorstel, 24 mei 2022). Dit uitvoeringsprogramma wordt in de vorm van een collegeprogramma 2022-2026 op 13 oktober 2022 ter kennisgeving voorgelegd aan de raad. Daarbij wordt tevens voorgesteld om de financiële vertaling van dit collegeprogramma te verwerken in de begroting 2023 (Raadsvoorstel, 13 oktober 2022). Dit voorstel wordt met 18 stemmen voor en 7 stemmen tegen overgenomen (Besluitenlijst Raadsvergadering, 13 oktober 2022). Dit collegeprogramma hanteert dezelfde driedeling als het coalitieakkoord. Ook worden dezelfde ambities en concrete acties opgenomen in dit programma. Daarnaast wordt per actie een toelichting gegeven en wordt aangegeven in welk jaar de actie plaatsvindt (Collegeprogramma 2022-2026). De financiële uitwerking van het collegeprogramma neemt deze driedeling niet over, maar maakt onderscheid tussen structurele en incidentele budgetaanvragen (Financiële uitwerking collegeprogramma, 13 oktober 2022). 2025 is het laatste volledige jaar van de zittende coalitie en de vraag rijst, in hoeverre de ambities uit het coalitieakkoord zijn gerealiseerd.

In het verlengde hiervan ligt de vraag in hoeverre de raad hierover is geïnformeerd. De rekenkamer heeft besloten hier een onderzoek naar uit te voeren.

1.2 Onderzoeksvraag, methoden en technieken van onderzoek In dit onderzoek wordt niet alleen bezien in hoeverre de ambities uit het coalitieakkoord gerealiseerd zijn, maar wordt tevens bezien in hoeverre dit navolgbaar is gebeurd. Navolgbaar impliceert, dat op een betrouwbare en valide wijze richting de raad gerapporteerd wordt over de realisatie van de

12 

De realisatie van het coalitieakkoord

ambities. Het onderzoek richt zich niet op het traceren van verklaringen voor de mate van realisatie, maar eerder op de kwaliteit van de informatievoorziening richting de raad in termen van betrouwbaarheid en validiteit. Expliciet gaat het er dus niet om, om de mate van realisatie van een verklaring of een oordeel te voorzien. Het onderzoek heeft tot doel om inzicht te krijgen in de betrouwbaarheid en validiteit van de informatievoorziening richting de raad, met betrekking tot de realisatie van de ambities uit het coalitieakkoord. Met dit inzicht beoogt het onderzoek een bijdrage te leveren aan de controlerende rol van de raad. Deze onderzoeksdoelstelling is vertaald naar de volgende vraagstelling:

In hoeverre zijn de ambities uit het coalitieakkoord 2022-2026 navolgbaar voor de gemeenteraad gerealiseerd? Navolgbaarheid wordt in dit onderzoek vertaald naar betrouwbaarheid en interne validiteit. Onder betrouwbaarheid wordt verstaan, dat de rapportages gebaseerd zijn op traceerbare data en dat bij een herhaling van de data-analyse tot dezelfde rapportage gekomen wordt (Hogwood & Gunn, 1984; Ospina e.a., 2017; van der Knaap e.a., 2020). Betrouwbaarheid impliceert tevens, dat geen licht mag zitten tussen wat er in een rapportage staat en wat er daadwerkelijk is gebeurd. Interne validiteit heeft betrekking op de vraag of daadwerkelijk gemeten wordt wat men wil meten (Sabatier, 1986; Winter, 1990; Yin, 1990; Howlett, 2018). Zo dienen de gepresenteerde data logisch verband te houden met de activiteiten en ambities uit het coalitieakkoord. Daarnaast zal ook sprake moeten zijn van een logisch causaal verband tussen activiteiten en ambities: leiden de voorgenomen activiteiten logischerwijs tot de realisatie van de geformuleerde ambitie? Hier gaat het ook om de vraag hoe de ambities beschreven zijn en of voldoende duidelijk is wat de ambitie precies inhoudt. Bij interne validiteit is tevens een belangrijk aandachtspunt, dat vooraf duidelijk moet zijn wanneer een ambitie of een activiteit is gerealiseerd, maar dat tevens duidelijk moet zijn wanneer dat niet het geval is.

Ten behoeve van dit onderzoek wordt eerst een aandachtspuntenkader vormgegeven. Dit kader zal zich voornamelijk richten op de criteria die gesteld kunnen worden aan de betrouwbaarheid en de interne validiteit van rapporteren en informeren. Aan de hand van een eenduidige operationalisatie van deze begrippen kan later tijdens het onderzoek de betrouwbaarheid en validiteit van de informatievoorziening richting de raad beoordeeld worden. Het onderzoek betreft een evaluatie van de informatievoorziening richting de raad en kent de vorm van een documentenanalyse. Aan de hand van een documentenanalyse wordt eerst onderzocht op welke momenten de raad is geïnformeerd over de realisatie van de ambities. Vervolgens wordt de betrouwbaarheid van de informatievoorziening richting de raad beoordeeld. Daartoe worden aan de hand van twee steekproeven onderliggende documenten, bestanden en data, die ten grondslag hebben gelegen aan de informatievoorziening, opgevraagd en geanalyseerd. Tevens wordt in deze fase aan de hand van een derde steekproef de validiteit van de informatievoorziening richting de raad beoordeeld. Dit houdt in, dat ook wordt bezien in hoeverre de informatievoorziening richting de raad

13 

De realisatie van het coalitieakkoord

daadwerkelijk betrekking heeft op de ambities en of er een logisch verband bestaat tussen ondernomen activiteiten en ambities. Voor dit onderzoek wordt het accent gelegd op het beoordelen van rapportages met een vaste structuur die een integraal beeld geven van de geboekte voortgang bij de ambities uit het coalitieakkoord. Zonder een integrale rapportage volgens een heldere systematiek kan immers in feite geen sprake zijn van navolgbare realisatie van de ambities. Het is vanzelfsprekend voorstelbaar dat daarnaast op onderdelen van het coalitieakkoord sprake is van rapportages of andere vormen van informatievoorziening die inzicht geven in de realisatie van ambities binnen dat onderdeel. Van een eenvoudig te verkrijgen totaalbeeld van de stand van zaken is dan echter geen sprake. Daarom worden bij dit onderzoek eventuele deelrapportages of andere vormen van informatievoorziening die enkel betrekking hebben op onderdelen van het coalitieakkoord, in eerste instantie buiten beschouwing gelaten. Deze deelrapportages zullen wel object van analyse zijn bij de ambities en activiteiten die voor de steekproeven zijn geselecteerd.

14 

De realisatie van het coalitieakkoord

Hoofdstuk 2 Aandachtspuntenkader In dit hoofdstuk zullen enkele aandachtspunten worden geformuleerd, die betrekking hebben op de informatievoorziening richting een volksvertegenwoordiging. De daadwerkelijke manier waarop de raad wordt geïnformeerd over de realisatie van de doelstellingen uit het coalitieakkoord, kan dan in een later stadium van dit onderzoek worden afgezet tegen dit aandachtspuntenkader.

2.1 Betrouwbaarheid Onder betrouwbaarheid wordt verstaan, dat de rapportages gebaseerd zijn op traceerbare en verifieerbare data en dat bij een herhaling van de data-analyse tot dezelfde rapportage gekomen wordt (Hogwood & Gunn, 1984; Ospina e.a., 2017; van der Knaap e.a., 2020). Gebeurtenissen die hebben plaatsgevonden worden geregistreerd door de gemeente. Die registratie kan betrekking hebben op de besteding van budget, op de snelheid waarmee processen worden gevoerd, op de output die de gemeente levert en zelfs op de maatschappelijke effecten die met de gemeentelijke interventie wordt gerealiseerd. Het is voor de betrouwbaarheid van belang, dat deze registratie correct is: de registratie moet datgene weergeven wat daadwerkelijk is gebeurd. Als deze administratie immers niet juist is, kan in een later stadium immers nooit correct richting de raad gerapporteerd worden (Duesberg et al, 2014; Weaver, 2014; Howlett, 2018; Capano & Howlett, 2020; Mukherjee, Coban & Bali, 2021; Goren, Vashdi & Beeri, 2022). De informatievoorziening dient in dit verband traceerbaar en verifieerbaar te zijn. Dit houdt in, dat al datgene wat gerapporteerd wordt, terug te leiden is tot de gemeentelijke administratie en geverifieerd kan worden.

De informatievoorziening richting de raad zal dus daadwerkelijk gebaseerd moeten zijn op de gemeentelijke administraties die gevoerd worden binnen de gemeente en mag niet gebaseerd zijn op beleidsopvattingen of meningen. Voorkomen moet worden, dat men rapporteert dat een activiteit is uitgevoerd, terwijl dat feitelijk nog niet het geval is (Ospina e.a., 2017). Vervolgens dient de informatievoorziening volledig te zijn. Bij een herhaling van rapporteren dient men tot dezelfde rapportage en tot dezelfde bevindingen te komen en de volledigheid van rapporteren borgt dit criterium van consistentie. Als slechts een klein deel van de data worden opgenomen in de rapportage, ontstaat het gevaar dat men bij een herhaling andere data selecteert voor de rapportage en dat deze tweede rapportage uiteindelijk tot andere bevindingen leidt. Doorgaans geldt: hoe vollediger de data worden opgenomen in de rapportage, hoe betrouwbaarder men rapporteert (v.d. Knaap e.a., 2020).

2.2 Interne validiteit Interne validiteit heeft betrekking op de vraag of daadwerkelijk gemeten wordt wat men wil meten (Sabatier, 1986; Winter, 1990; Yin, 1990; Howlett, 2018). Zo dienen de gepresenteerde data betrekking te hebben op de activiteiten en ambities uit het coalitieakkoord. Daarnaast zal ook sprake moeten zijn

15 

De realisatie van het coalitieakkoord

van een logisch causaal verband tussen activiteiten en ambities: leiden de voorgenomen activiteiten logischerwijs tot de realisatie van de geformuleerde ambitie? Hier gaat het ook om de vraag hoe de ambities beschreven zijn en of voldoende duidelijk is wat de ambitie precies inhoudt. De bovenstaande omschrijving van interne validiteit is te vertalen naar een aantal operationele criteria. Eerst zullen de gepresenteerde data betrekking moeten hebben op de voorgenomen activiteiten en ambities uit het coalitieakkoord. Dit impliceert, dat vooraf moet worden nagedacht over de data die geregistreerd worden met betrekking tot de activiteiten en de ambities. Deze data dienen een valide beeld te geven van de activiteiten en de ambities die men wil realiseren. Als de gemeente bijvoorbeeld wil inzetten op het realiseren van woningen voor specifiek ouderen, dienen de data specifiek betrekking te hebben op dit type woningen en dus niet op de totale woningvoorraad. Binnen sommige gemeenten wordt gebruik gemaakt van kengetallen en deze worden vanuit het BBV zelfs voorgeschreven. Los van de verplichte kengetallen, dienen de kengetallen die gepresenteerd worden daadwerkelijk betrekking te hebben op de voorgenomen activiteiten en ambities. Vervolgens zal aannemelijk moeten zijn, dat de voorgenomen activiteiten daadwerkelijk leiden tot het realiseren van de geformuleerde ambities.

Doorgaans kan een overheidsinterventie ontleed worden naar input, proces, output en effect (Sabatier & Mazmanian, 1979; Hood, 1986; Howlett, 1991; O'Toole, 2004; Ben-Zadok, 2006; Howlett, 2018; Capano & Lepori, 2024). Onder input worden de middelen verstaan die benodigd zijn voor de interventie (ambtelijke capaciteit, budget, etc.). De ambtelijke werkzaamheden en activiteiten behoren tot het onderdeel proces. Te denken is dan aan het formuleren van beleid, besluitvorming, maar ook het in behandeling nemen van een aanvraag. De output heeft betrekking op datgene dat de gemeente levert: een subsidie, een vergunning, een andere beschikking, een paspoort, etc. Het maatschappelijk effect betreft het effect dat de overheidsinterventie genereert (verhoogde subjectieve veiligheid, een hogere welvaartsgraad, etc.). De drie W-vragen die het BBV voorschrijft, gaan eveneens in op dit onderscheid: wat mag het kosten, verwijst naar input, wat gaan we daarvoor doen, verwijst naar het proces en de output en wat willen we bereiken, verwijst naar effect. Bestuurlijke ambities worden binnen gemeenten veelal op effectniveau geformuleerd. In de nadere uitwerking worden deze ambities dan van activiteiten voorzien op proces- of op outputniveau. In P&C producties, zoals een programmabegroting of een jaarrekening, vindt dan een koppeling plaats van activiteiten en input (budget).

Het verband tussen proces, output en effect dient causaal aannemelijk te zijn (Radaelli & Dunlop, 2013; Howlett et al., 2020; Mukherjee, Coban & Bali, 2021). Een veel voorkomend probleem met betrekking tot het causale verband tussen activiteiten en ambities, betreft het abstractieniveau waarop binnen overheidsorganisaties de ambities en de activiteiten worden geformuleerd (Ben-Zadok, 2006). Als het abstractieniveau van een ambitie te hoog is geformuleerd (een gelukkige samenleving), kan met enige fantasie iedere voorgenomen activiteit tot de realisatie van deze ambitie leiden. Ernstiger is echter, dat als activiteiten en ambities op een te hoog abstractieniveau zijn geformuleerd, niet duidelijk kan worden gemaakt, wanneer de activiteiten en de ambities niet zijn gerealiseerd (Sabatier & Mazmanian, 1979). Volgens sommige auteurs is dit de reden waarom binnen overheidsorganisaties soms met abstracties wordt gewerkt: op deze manier kan het niet realiseren immers moeilijker worden aangetoond (Hogwoon & Gunn, 1984). Bij een formulering

16 

De realisatie van het coalitieakkoord

zoals ‘het ontwikkelen van een gezond leefklimaat’, kan men bijvoorbeeld moeilijk tegenwerpen dat deze activiteit niet is uitgevoerd (de gemeente zal immers op een of andere manier altijd wel iets ondernomen hebben in het kader van een gezond leefklimaat). Politieke ambities en activiteiten dienen daarom dusdanig geformuleerd te zijn, dat niet alleen duidelijk is wanneer zij zijn gerealiseerd, maar tevens duidelijk is wanneer dat vooral niet is gebeurd.

2.3 Overige aandachtspunten Naast betrouwbaarheid en interne validiteit zijn nog enkele andere aandachtpunten te benoemen. De gepresenteerde data dienen relevant te zijn. Dat wil zeggen, dat de informatie een focus aanbrengt en richting geeft aan de besluitvorming binnen de raad. Hier treedt echter wel een spanning op tussen volledigheid (betrouwbaarheid) en relevantie. Het is met het oog op relevantie immers minder raadzaam om alle data uit alle gemeentelijke administraties op te nemen in de informatievoorziening richting de raad. Dit zou de informatievoorziening te weinig richting geven en onbruikbaar maken. Informatievoorziening dient relevant te zijn en een selectie en wellicht een aggregatie van data is dan ook noodzakelijk. De gemeente zal daarbij een balans moeten vinden tussen volledigheid van rapporteren enerzijds en relevantie van rapporteren anderzijds. Uiteraard dient de informatie ook actueel te zijn. Tussen de presentatie van data en de gebeurtenissen waar die data naar verwijzen, mag niet al teveel tijd liggen (Yin, 1990). Ook hier treden enkele complicaties op. Zo hangt het van de specifieke gebeurtenis af, binnen welke termijn de raad geïnformeerd moet worden. De voortgang van de nieuwbouw van een gemeentehuis behoeft bijvoorbeeld niet iedere maand omgezet te worden in een rapportage richting de raad.

Een relatieve grote budgetoverschrijding met betrekking tot die nieuwbouw dient vermoedelijk echter zo snel mogelijk kenbaar gemaakt te worden aan diezelfde raad. Een en ander wordt tevens bepaald door de politieke gevoeligheid die op het dossier rust. Daarnaast kan de raad uiteraard zelf hebben aangegeven zeer frequent geïnformeerd te willen worden over een bepaald dossier. Hier kan zich ook een spanning voordoen met het criterium dat de informatievoorziening volledig dient te zijn. Soms dienen gebeurtenissen zo snel gerapporteerd te worden, dat de ambtelijke organisatie onvoldoende tijd heeft om de informatievoorziening compleet te maken. Ook hier zal een balans gevonden moeten worden (v.d. Knaap e.a., 2020). Politieke en bestuurlijke ambities zijn doorgaans niet in beton gegoten (Sabatier & Mazmanian, 1979). Onder invloed van externe omstandigheden, maar ook door voortschrijdend inzicht, kunnen en moeten ambities soms worden bijgesteld. Zoals de oorspronkelijke ambities vastgesteld dienen te worden door de meerderheid van de raad, zal dit evenzeer dienen te gelden voor de bijgestelde ambities. Dit houdt in, dat de bijstellingen vooraf gecommuniceerd dienen te worden richting de raad en idealiter, dat deze bijstellingen worden vastgesteld door de raad.

17 

De realisatie van het coalitieakkoord

2.4 De aandachtspunten samengevat Samengevat kunnen de aandachtspunten, de operationele criteria en de specifieke vertaling daarvan naar informatievoorziening richting de raad, als volgt worden weergegeven. Aandachtspunten

Operationele criteria

Vertaling naar informatievoorziening richting de raad

Betrouwbaarheid De informatievoorziening is traceerbaar en verifieerbaar. De informatievoorziening moet terug te leiden zijn tot een gemeentelijke administratie en verifieerbaar zijn. Voorkomen moet worden, dat men rapporteert dat een activiteit is uitgevoerd, terwijl dat feitelijk nog niet het geval is. Bij een herhaling van rapporteren dient men tot dezelfde rapportage te komen. De rapportage is volledig. Alle essentiële gebeurtenissen zijn opgenomen in de rapportage. Validiteit Data hebben betrekking op voorgenomen activiteiten of ambities. De informatie moet specifiek betrekking hebben op de voorgenomen activiteiten of ambities. Kengetallen die gepresenteerd worden, dienen betrekking te hebben op de voorgenomen activiteiten en ambities.

Het causaal verband tussen activiteiten en ambities is aannemelijk. De relatie tussen proces, output en effect is causaal aannemelijk. Politieke ambities en activiteiten dienen dusdanig geformuleerd te zijn, dat niet alleen duidelijk is wanneer

18 

De realisatie van het coalitieakkoord

zij zijn gerealiseerd, maar tevens duidelijk is wanneer dat vooral niet is gebeurd. Overige aandachtspunten Relevantie De informatie brengt focus aan en geeft richting aan besluitvorming. Een balans is gevonden tussen volledigheid en relevantie. Actualiteit Gebeurtenissen dienen tijdig gerapporteerd te worden. Een balans is gevonden tussen volledigheid en actualiteit. Bijstellen ambities Het wijzigen van ambities zal vooraf gecommuniceerd moeten worden richting de raad en de bijstellingen dienen vastgesteld te worden door de raad.

19 

De realisatie van het coalitieakkoord

Hoofdstuk 3 Het coalitieakkoord en de uitwerking In dit hoofdstuk worden de ambities van het coalitieakkoord nader geanalyseerd en wordt bezien, hoe deze ambities zijn vertaald naar het uitvoeringsprogramma. Het coalitieakkoord ‘Sûn wurkje oan ‘e takomst’, bevat niet alleen ambities die betrekking hebben op maatschappelijke effecten, maar geeft tevens aan wat daarvoor gedaan moet worden. Het akkoord gaat in die zin dus ook in op de activiteiten en op de output die men voor ogen heeft. Het akkoord hanteert een driedeling waarbinnen de diverse ambities zijn ondergebracht: Sûn Libje, Libje & Wurkje en Wurkje aan ‘e takomst. Binnen deze thematische driedeling worden subthema’s onderscheiden. Binnen het thema Sûn Libje zijn ambities opgenomen op het gebied van sport, welzijn, materiële welvaart, vrije tijd en gezondheid. Het thema Libje & Wurkje bevat ambities op het gebied van veiligheid, samenleving, bereikbaarheid, arbeid en arbeidsmarkt. Wurkje aan ‘e takomst beslaat dan ambities op het gebied van onderwijs, wonen, duurzaamheid en landschap (Coalitieakkoord, 2022). Per subthema kunnen meerdere ambities worden opgevoerd en deze ambities kunnen dan weer voorzien worden van meerdere activiteiten. Zo beslaat het subthema sport twee ambities (bereikbare en toegankelijke sportvoorzieningen en een levendig en vitaal sportklimaat).

Deze twee ambities worden dan weer voorzien van verschillende activiteiten. Het coalitieakkoord is verkort weergegeven in bijlage 1. Ter illustratie kan het subthema Welzijn dienen:

(Coalitieakkoord, 2022, p. 5)

20 

De realisatie van het coalitieakkoord

Tijdens de behandeling van het coalitieakkoord 2022-2026 is het college verzocht om het coalitieakkoord te vertalen in een collegeprogramma en dit voor 1 november 2022 aan de raad voor te leggen. “Het collegeprogramma is de vertaling van het college van het coalitieakkoord. Het laat zien hoe het college de komende jaren aan de slag wil gaan met de ambities en volgt daarbij de hoofdstukindeling van het coalitieakkoord. In het coalitieakkoord is op hoofdlijnen geschetst waaraan de coalitie wil werken onder de thema’s Sûn libje, Libje & Wurkje en Wurkje oan ’e takomst. De ambities zijn (in dit collegeprogramma, red.) voorzien van een nadere duiding, zijn financieel vertaald en geprioriteerd” (Adviesnota Raad, 13 oktober 2022, p. 2). Dit collegeprogramma wordt op 13 oktober 2022 door de raad voor kennisgeving aangenomen. Het collegeprogramma volgt logischerwijze dezelfde drieslag en dezelfde indeling naar subthema’s als het coalitieakkoord. Ook komen de ambities en de activiteiten van het collegeprogramma overeen met die uit het coalitieakkoord. In het collegeprogramma wordt echter een nadere toelichting gegeven op de betreffende ambitie en de bijbehorende activiteit. Daarnaast wordt aangegeven in welk jaar de betreffende activiteit in de planning staat. Het collegeprogramma is verkort weergegeven in bijlage 2.

Ter illustratie kan de ambitie ‘Gezonde voeding is voor iedereen toegankelijk’ dienen, zoals deze is opgenomen binnen het subthema Gezondheid.

(Collegeprogramma, 2022, p. 14)

21 

De realisatie van het coalitieakkoord

Hoofdstuk 4 Informatievoorziening richting de raad In het collegeprogramma van 2022 wordt bij sommige ambities aangegeven, dat de realisatie van deze ambities al in 2022 in uitvoering is. De ambities die in 2022 al in uitvoering zijn, staan in bijlage 3 weergegeven. Op 24 juni 2024 wordt een memo aan de raad geconcipieerd. In deze memo wordt een tussenbalans gegeven van het collegeprogramma. De memo wordt op 26 juni 2024 door het college als actieve informatievoorziening aangeboden aan de raad (Raadsmemo Tussenbalans, 2024). In deze tussenstand wordt per actie aangegeven of het actiepunt is afgerond, of het actiepunt volgens de planning verloopt of in uitvoering is, of het actiepunt iets buiten de planning loopt (maar nog niet zorgwekkend) en of het actiepunt buiten de planning loopt met significante afwijkingen (Tussenbalans collegeprogramma, 2024, p. 4). Een zeer groot aantal actiepunten verloopt volgens deze tussenbalans conform de planning en/of is in uitvoering. De acties die zijn afgerond of buiten de planning lopen, kunnen worden samengevat als in bijlage 4. Naast het collegeprogramma van 2022 en de officiële tussenbalans van 2024, gaan ook de jaarstukken in op de realisatie van ambities, zoals verwoord in het coalitieakkoord.

De jaarstukken volgen echter niet de drieslag die in het coalitieakkoord wordt gemaakt, maar volgen de programma-indeling uit de programmabegroting, hetgeen op basis van het BBV overigens ook is voorgeschreven. Toch is een vergelijking tussen het collegeprogramma en de jaarstukken wel te maken. Ter illustratie kan het subthema veiligheid dienen. Het collegeprogramma van 2022 voert op het gebied van veiligheid de volgende ambitie en de volgende activiteiten op: Ambitie

Activiteit

Toelichting

Het integraal

We actualiseren het veiligheidsbeleid. Hiervoor maken we

veiligheidsbeleid

eerst een startnotitie en maken we een veiligheidsanalyse.

actualiseren.

Daarna gaan we in gesprek over de prioritering van

De inwoners voelen zich veilig in hun eigen leefomgeving.

veiligheidsvraagstukken. Meer aandacht besteden

We geven verder uitvoering aan het plan van aanpak

aan bewustwording over

ondermijning waarbij ingezet wordt op bewustwording en

ondermijning en

preventie, versterken informatiepositie, wijzigingen in

georganiseerde criminaliteit

lokale wet- en regelgeving en de aanpak van concrete

en hier steviger tegen

signalen in samenwerking met ketenpartners.

optreden.

22 

De realisatie van het coalitieakkoord

Ondermijning krijgt tevens een plek in het integraal veiligheidsbeleid. De boa’s gemeentebreed

Eind 2022 zal gestart worden met het opstellen van

inzetten, waar dat het meest

integraal handhavingsbeleidsplan en uitvoeringsplan. Zo

nodig is.

kan op basis van prioriteiten de capaciteit van de BOA’s worden ingezet waar dit het meest nodig is.

(Collegeprogramma, 2022, p. 17). In de jaarstukken 2022 wordt het thema veiligheid echter op de volgende manier uitgewerkt: Wat wilden we bereiken?

Wat hebben we daarvoor gedaan?

Een veilige leefomgeving voor inwoners. We sturen besmettingsbrieven bij inbraken. We voeren de Veiligheidsmonitor uit. We doen horeca-controles en passen het sanctiebeleid toe. We maken een integrale aanpak op jeugdoverlast. We nemen jaarlijks deel aan een crisisoefening. We stellen ondermijningsbeelden op en rollen een vervolgaanpak uit. We actualiseren het integraal veiligheidsplan.

(Jaarstukken, 2022, p. 16 en 17) Te zien is, dat sommige activiteiten aansluiten op elkaar. Zo valt de actualisatie van het integraal veiligheidsbeleid (collegeprogramma) samen met het actualiseren van het integraal veiligheidsplan (jaarstukken 2022). Aan de andere kant worden in het collegeprogramma activiteiten opgevoerd, die niet expliciet in de jaarstukken onder dit programma staan vermeld of wel vermeld worden, maar in andere bewoordingen. Zo voert het collegeprogramma de verdere uitvoering aan het plan van aanpak ondermijning als activiteit op. De jaarstukken 2022 maken melding van ondermijningsbeelden en een vervolgaanpak. Ondanks de verschillende bewoordingen, maakt de toelichting in de jaarstukken 2022 duidelijk, dat hier een samenhang aanwezig is: “Het ondermijningsbeeld is de basis geweest voor het Plan Aanpak Ondermijning. We hebben conform deze aanpak geïnvesteerd op bewustwording, het verbeteren van de informatiepositie van de gemeenten, de aanpassing van wet- en regelgeving en er zijn concrete signalen van ondermijning in behandeling genomen” (Jaarstukken 2022, p. 17). Deze toelichting in de jaarstukken 2022 maakt duidelijk, dat de gemeente in 2022 het plan van aanpak ondermijning verder heeft uitgevoerd en dat het ondermijningsbeeld de basis is geweest voor dit plan 23 

De realisatie van het coalitieakkoord

van aanpak. Ook komt de inzet op bewustwording, het versterken van de informatiepositie, het wijzigen van wet- en regelgeving en de aanpak van concrete signalen, zoals verwoord in het collegeprogramma, goed overeen met de toelichting in de jaarstukken 2022. Sommige activiteiten uit het collegeprogramma vallen deels samen met de activiteiten zoals opgevoerd in de jaarstukken 2022 onder het betreffende thema. Zo valt de gemeentebrede inzet van boa’s, zoals beoogd in het collegeprogramma, deels samen met het uitvoeren van horeca-controles en het toepassen van het sanctiebeleid, getuige de toelichting in de jaarstukken 2022: “De gemeente voert controles uit op het schenken en verkopen van alcohol aan jongeren onder de 18 jaar. Ook bij evenementen wordt gecontroleerd op het schenken aan 18-minners, maar ook op het alcoholbezit onder 18-minners. De controles worden uitgevoerd door toezichthouders van de gemeente Waadhoeke. De gemeente heeft eigen BOA’s voor deze toezichthoudende taken. In totaal zijn 33 evenementen gecontroleerd en zijn 30 controles bij para-commerciële instellingen uitgevoerd. Bij geconstateerde overtredingen wordt het sanctiebeleid gevolgd. Er is één overtreding geconstateerd waarbij zonder vergunning alcohol is verstrekt, verder zijn dit jaar geen overtredingen geconstateerd” (Jaarstukken 2022, p. 17).

De ambitie uit het collegeprogramma beoogt echter een gemeentebrede inzet van boa’s en niet alleen een inzet bij het schenken en verkopen van alcohol. Bovendien beoogt het collegeprogramma het opstellen van een integraal handhavingsbeleidsplan. Dit laatste beleidsplan wordt niet genoemd in de jaarstukken 2022. Tot slot maken de jaarstukken duidelijk, dat de gemeente meer doet dan de activiteiten die in het collegeprogramma worden opgevoerd. Zo maken de jaarstukken 2022 melding van het versturen van besmettingsbrieven, een activiteit die niet expliciet in het collegeprogramma wordt genoemd. Hoewel de bovenstaande illustratie laat zien, dat het coalitieakkoord en het collegeprogramma een andere indeling volgen dan de jaarstukken, laat de illustratie tevens zien, dat de jaarstukken zeker ook ingaan op de bestuurlijke ambities en de voorgenomen activiteiten uit het coalitie akkoord. Deze constatering maakt, dat ook de jaarstukken betrokken kunnen worden in de analyse van de informatievoorziening richting de raad met betrekking tot de bestuurlijke ambities uit het coalitieakkoord. Daarnaast wordt uiteraard zeer frequent separaat gerapporteerd over de realisatie en de uitvoering van ambities respectievelijk activiteiten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=waadhoeke&id=c3f408a3-5749-4604-b8f6-8ee5d3d21466