Bijlage 1 Landschapsbiografie Waadhoeke 2023
Tekst van het document
Stationsgebouw Tzummarum
Stationsgebouw Vrouwbuurstermolen Landschapsbiografie - Waadhoeke
- 77
Spoorlijn Doorgaande wegen Lokale wegen Van Harinxmakanaal Grote vaarten
5.2 Wegennet Vrij snel na de ontwikkeling van het tram- en spoornet worden de investeringen in het wegennet geïntensiveerd. Onder koning Willem I wordt een begin gemaakt met de aanleg van het rijkswegenstelsel. In dat kader is in 1842 de Harlingerstraatweg aangelegd.
Kleine vaarten
St.-Annaparochie
Au t o
Franeker Va n
Harlingen Spoor lijn Har lingen- Leeu
Belangrijke infrastructuren rond 1960
wa r d e
n
H a r i nx
m
a
weg
a -k
na
Ha
al
euw n -Le r linge
arden
Dronryp
Leeuwarden
Zo wordt een gebied dat aanvankelijk voor het transport op het water was aangewezen langzaamaan tot een gebied waar, net als elders, het vervoer voornamelijk over land plaatsvindt. Voortaan zijn alle dorpen ook over de weg bereikbaar. Langs de hoofdwegen, maar ook langs kleinere wegen, worden opgaande bomen -veelal iepen, maar ook linden en populieren- aangebracht, waarmee het open landschap geleidelijk meer beschutting verkrijgt. De verbeterde wegontsluiting maakt ook een einde aan de binnenvaart, in het vervolg wint de vrachtwagen het van het binnenvaartschip. Nog altijd huisvest het gebied veel transportondernemingen die hun oorsprong in de binnenvaart kennen. De opkomst van het wegtransport leidde er ook toe dat medio twintigste eeuw veel van de dorpshavens zijn gedempt. Lange tijd vormden zij het hart van het dorp. Hier legden skûtsjes en kleinere schepen aan om turf en meel aan te voeren en melk, vee en terpaarde af te voeren. In de Greidhoeke zijn zo de haventjes (wâl) van Boksum, Dronryp en Blessum gedempt. De aanleg van de Afsluitdijk (1931) maakt Waadhoeke vanuit westelijk Nederland veel beter bereikbaar. Toch is dit voor de ontwikkeling van dit gebied maar beperkt van betekenis. Het is niet zo dat Waadhoeke daarmee plots werd meegezogen in de vaart der volkeren. De voorgenomen spoorlijn over de Afsluitdijk is nooit gerealiseerd.
De A7, die vanaf de Afsluitdijk naar Leeuwarden voert, verkreeg een zuidelijk tracé waardoor de as Harlingen-Leeuwarden in ontwikkelperspectief achter bleef. Wel is omstreeks 1985 de A31 aangelegd, waarin men vanaf Dronryp nog het kaarsrechte tracé van de voormalige trambaan herkent.
Wegbeplanting (Greidhoeke) 78 - BoschSlabbers
Spoorlijn Snelweg Doorgaande weg Lokale wegen Van Harinxmakanaal
En zo trok de drukte letterlijk aan het gebied voorbij. Dat is vandaag de dag nog steeds het geval. De toeristen haasten zich naar Holwerd en Harlingen om de boot naar de Waddeneilanden te halen, zonder te beseffen dat ze hiermee aan een van de meest intrigerende landschappen voorbij gaan. Waadhoeke is daarmee bijna letterlijk een ‘vergeten landschap’. 5.3 Van Harinxmakanaal Omstreeks 1950 wordt het Van Harinxmakanaal ontwikkeld. Hierbij is het tracé van de Trekvaart / het Trekpad dat van Harlingen naar Leeuwarden voerde -en zich keurig om alle kernen heen boogals vertrekpunt gekozen. Bij de omvorming van smalle watergang tot breed kanaal heeft een aantal lastige bochten een meer vloeiend verloop gekregen. Het initiatief tot de aanleg van dit kanaal kwam in eerste instantie van de provincie Groningen. Al in 1901 bracht de provincie Groningen het belang van een goede verbinding met Amsterdam naar voren en vijf jaar later liet zij een plan ontwerpen. Het tracé ging voor een groot deel door Friesland en die bedong dat tegelijkertijd een aansluitende waterweg van Fonejacht naar Harlingen zou worden gemaakt om zo een betere verbinding naar zee te krijgen. Dat leidde rond 1920 tot een kanalenplan voor de drie noordelijke provincies: Plan tot verbetering van de vaarwegen Groningen – IJsselmeer en Fonejacht – Harlingen.
In 1935 werd voor de uitvoering in Friesland een afzonderlijke dienst opgericht. Het doel was een breder en dieper kanaal te maken met zo weinig mogelijk belemmeringen waarbij zoveel mogelijk gebruik werd gemaakt van bestaande waterlopen.
Grote vaarten Kleine vaarten
St.-Annaparochie
Leeuwarden A31
Af
jk - Leeuwarden s l u it d i
Dronryp Franeker
Harlingen Spoor lijn Har lingen- Leeu
wa r d e
n
n Va
Ha
r in
x
-k a n a a l ma
Belangrijke infrastructuren in 2021
5.4 Aansluiting op het elektriciteitsnetwerk Begin twintigste eeuw wordt ook het kustgebied op het elektriciteitsnet aangesloten, waarbij het net aanvankelijk bovengronds wordt ontwikkeld. De talrijke houten palen langs de weg bepaalden lange tijd mede het straatbeeld in de dorpen. Later is het stroomnet ondergronds aangelegd, waarbij de fraai vormgegeven bakstenen trafo-huisjes aan het wegbeeld zijn toegevoegd. Van Harinxmakanaal
Trafo-huisje Landschapsbiografie - Waadhoeke
- 79
Beplanting brengt extra tekening aan in het landschap
6. ONTWIKKELING LANDBOUW EN VISSERIJ 6.1 Landarbeiders organiseren zich Lange tijd waren de landarbeiders in dienst van grootgrondbezitters en kloosters. Het werk was zwaar -met lange dagen tegen een karig loon loon- de huisvesting slecht en het leven somber. Omstreeks 1880 zet de grote landbouwcrisis in. De Verenigde Staten en Argentinië brengen hun graanovervloed op de wereldmarkt, Denemarken verdringt de Nederlandse boter en in Australië komt de margarineproductie en -export op gang. De Nederlandse landbouw kan de wereldconcurrentie niet bijbenen. De crisis die de akkerbouw, de veehouderij en de tuinbouw treft, houdt zo’n vijftien jaar aan. De crisis verslechtert wederom de positie van de landarbeiders. Tegen het einde van de negentiende eeuw komen zij in verzet tegen hun slechte omstandigheden. In 1889 wordt in het Bildt de Eerste Nederlandse Landarbeidersbond ‘Broedertrouw’ opgericht. “De vereniging stelt lotsverbetering der arbeiders in de eerste plaats. Niettemin zal zij de overige belangen der arbeiders in ’t bijzonder en van de vierde stand in het algemeen, niet uit het oog verliezen. Met alle ten dienste staande middelen zal zij trachten dit doel te bereiken”.
80 - BoschSlabbers
6.2 Naoorlogse periode: optimaliseren van het producerend vermogen In jaren na de Tweede Wereldoorlog (19401945) is het overheersende sentiment ‘er zal nooit meer honger zijn’. Om de nationale voedselvoorziening veilig te stellen zet de overheid zwaar in op het verbeteren van de productiviteit. Ruilverkavelingen worden ingezet om de arbeidsomstandigheden te verbeteren, het peilbeheer op het landbouwkundig gebruik toe te snijden en een schaalvergroting in de landbouw te realiseren om zo een meer efficiënte bedrijfsvoering mogelijk te maken. Door het ruilen van kavels, het vergroten en afvlakken van percelen, het verbeteren van de afwatering en de aanleg van wegen in het buitengebied kan de landbouw veel efficiënter produceren. Deze ontwikkeling gaat gepaard met de komst van grotere en zwaardere machines, grotere loodsen en schuren en grotere stallen. De aardappelen, die voorheen in droogschuren werden opgeslagen, worden voortaan in koelhuizen bewaard. Met een omvang van 8000 vierkante meter zijn de grootste koelhuizen inmiddels twee voetbalvelden groot. Deze schaalsprong is vergelijkbaar met de schaalsprong die eerder in de 16e eeuw heeft plaatsgevonden en die toen heeft geleid tot de ontwikkeling van de kop-hals-romp-boerderij.
Anders dan toen heeft de naoorlogse schaalvergroting echter niet tot een streekeigen boerderijvorm geleid, gebouwd door aannemers uit de streek, opgetrokken met materialen van de streek. In de geest van de tijd zijn de agrarische
opstallen nu zuiver utilitair ontwikkeld, veelal opgetrokken uit pre-fab elementen, waardoor een meer industrieel beeld is ontstaan. 6.3 Ruilverkavelingen In de naoorlogse periode zijn in Waadhoeke zeven grote ruilverkavelingen uitgevoerd. • ‘Zuiderpolder’ is in 1966 als eerste ruilverkaveling aangenomen. Het betrof een gebied van 2080 hectare met gronden in de gemeenten Franeker, Franekeradeel, Baarderadeel en Hennaarderadeel. De werkzaamheden zijn in 1984 afgesloten. • De ruilverkaveling ‘Berlikum’ (1986-2001, 4285 ha) besloeg al een veel groter grondgebied. De kavelruil, grondverbetering en infrastructurele ontsluitingen betrof het buitengebied in de gemeenten Menaldumadeel, Barradeel, Franekeradeel en een klein stukje van het Bildt. Berltsum kreeg bij deze ruilverkaveling het 7 ha grote Hemmemapark, op de plaats van een vroegere state. • Tussen 1975 en 1990 is de ruilverkaveling ‘De Bjirmen’ uitgevoerd. Met een omvang van 8550 hectare was dit de grootste van de ruilverkavelingen. Deze lag in de gemeenten Baarderadeel, Menaldumadeel, Franeker, Franekeradeel en Harlingen. In het kader van de ruilverkaveling is hierbij ook de strijd tegen de verzilting aangepakt. Bij deze ruilverkaveling ontstond aan de A31 ten noorden van Franeker een stadsbos van 18 hectare. • De ruilverkaveling ‘Wonseradeel-Noord’
Agrarische schaalvergroting
(8300 hectare) betrof delen van het buitengebied van de toenmalige gemeenten Bolsward, Harlingen, Franeker, Franekeradeel, Hennaarderadeel en natuurlijk Wonseradeel. • De ruilverkaveling ‘Winsum’ (8200 hectare) betrof de gemeenten Littenseradeel, Wonseradeel, Franekeradeel, Bolsward en Wymbritseradeel. • De ruilverkaveling ‘het Bildt’ (6800 hectare) betrof voor het grootste deel de gemeente het Bildt (6300 hectare) en een klein deel de gemeenten Leeuwarderadeel en Ferwerderadeel (500 hectare). Inmiddels is ook de gebiedsontwikkeling Franekeradeel-Harlingen in uitvoering. Deze is opgezet om de schade als gevolg van zout- en gaswinning in het gebied te compenseren. Hier worden verschillende actuele opgaven met elkaar gecombineerd tot een oplossing gebracht: verzilting, bodemdaling, herverkaveling. Waar elders in het land de agrarische schaalvergroting ook heeft geleid tot een ruimtelijke schaalvergroting -niet zelden leidde het samenvoegen van kavels tot het saneren van houtwallen, houtsingels en andere opgaande beplantingen- was dat in Waadhoeke minder het geval. Zeker in het noordelijk deel was het landschap van Waadhoeke, met uitzondering van het gardenierslandschap tussen Wier en Bitgum, overwegend arm aan beplantingen en beschikte het al over een immense weidsheid.
Nog bestaand microreliëf
Daarentegen had de schaalvergroting in de landbouw ruimtelijk wel andere effecten: sloten en greppels zijn gedempt, het micro-reliëf is uitgevlakt, het contrast tussen droog en nat is genivelleerd, de omvang van de agrarische bebouwing is sterk toegenomen, waarbij zij ook van aard is veranderd en er zijn nieuwe vormen van beplanting toegevoegd. Slootdemping Wat de boomwallen en houtsingels voor het landschap van de zandgronden zijn, zijn de slenken, sloten en greppels voor het landschap van Waadhoeke. Tezamen met hun rietkragen brengen zij tekening in het landschap. Zij zijn niet alleen ruimtelijk van betekenis, maar ook van grote waarde voor de biodiversiteit. Gemiddeld zijn in Waadhoeke de kavels in de loop van de twintigste eeuw 4 x zo groot geworden. Hierbij zijn veel sloten gedempt. Daarmee heeft het landschap minder tekening, minder detail gekregen en is de biodiversiteit afgenomen. Met de slootdemping heeft soms ook de loop van voormalige slenken aan herkenbaarheid ingeboet. Verlies aan micro-reliëf Waadhoeke is rijk aan micro-reliëf. Dit is met name het geval in het oude boeren-greppeltjesland, waar tussen de greppels de karakteristiek opbollende percelen liggen. Dit micro-reliëf geeft karakter aan het land en is ook vanuit de biodiversiteit een belangrijke kwaliteit. Vaak zijn deze gronden lang niet geploegd. Zij zijn rijk aan
grassen en kruiden en herbergen grote populaties weidevogels. Micro-reliëf is een belangrijke kwaliteit, maar ook een kwaliteit waar je letterlijk snel overheen kijkt. Met het samenvoegen van de kavels is in de ruilverkavelingen veel van het plaatselijk aanwezige micro-reliëf uitgevlakt. Kruinige percelen zijn gladgestreken. Hierdoor heeft het landschap aan nuance, maar ook historische perspectief, groeiplaatsomstandigheden en biodiversiteit, ingeboet. Nivellering van het onderscheid tussen ‘droog’ en ‘nat’ Met de ruilverkavelingen is het contrast tussen ‘droog’ en ‘nat’ vergaand genivelleerd. Voormalige extensief gebruikte hooilanden zijn omgezet naar intensief begraasde weilanden. Waar de hooilanden bestonden uit een rijk sortiment aan blauwgrassen en kruiden bestaan de weilanden nu vooral uit Engels raaigras. Daarmee heeft het landschap veel aan kleur verloren. Grotere bedrijven De schaalsprong, die in de naoorlogse periode in de landbouw plaatsvindt, uit zich in veel grotere veehouderijbedrijven en in de omslag van kleine akkerbouw naar hele grote bedrijven. De schaalvergroting heeft geleid tot veel grotere boerderijen met aanzienlijk grotere loodsen, schuren, stallen en koelhuizen. Niet zelden past de boerderij met alle bijbehorende opstallen nauwelijks meer op zijn huisterp. De agrarische opstallen zijn primair utilitair ontwikkeld. Landschapsbiografie - Waadhoeke
- 81
Dorpsbos Tzum
Andere beplantingsvormen Bij de ruilverkaveling werd 5% van de ingebrachte grond aangewend voor ‘doeleinden ten algemenen nutte’, waaronder de aanleg van wegen, maar ook van dorpsbossen, recreatieterreintjes, fiets- en wandelpaden. Zo zijn in het kader van de ruilverkavelingen, als ook in het kader van de ontwikkeling van nieuwe glastuinbouwgebieden, andere beplantingsvormen aan het landschap van Waadhoeke toegevoegd. Om de bewoners van het gebied de mogelijkheid te bieden dicht bij huis een ommetje te maken zijn op verschillende plaatsen bossen of bosjes aangelegd, zoals het stadsbos van Franeker of het dorpsbos van Dongjum of Tzum. Deze bossen worden door de omgeving hogelijk gewaardeerd, de keerzijde is dat zij afbreuk doen aan de openheid en de herkenbaarheid van het reliëf. 6.4 Glastuinbouw In de Planologische Kernbeslissing (PKB) en de Vijfde Nota Openbare Ruimte is Berltsum aangewezen als concentratielocatie voor glastuinbouw. Eind 2004 besluit de Raad voor het Landelijk Gebied echter dat extra financiële steun van de rijksoverheid hier niet nodig is en adviseert de glastuinbouw te concentreren in de “greenports” Westland, Oostland, Aalsmeer en Venlo. Sinds het besluit om bij Berltsum glastuinbouw te concentreren is er ruim 60 hectare ontwikkeld. Ook bij Oosterbierum en Sexbierum is op enige schaal glastuinbouw tot ontwikkeling gekomen.
82 - BoschSlabbers
6.5 Visserij Lange tijd was er aan de Waddenkust -van Harlingen tot westelijk van Zwarte Haan- een levendige gemeenschap van waddenvissers. Hier viste men, vaak met fuiken haaks op de kust, op een verscheidenheid van vissoorten en incidenteel werden ook zeehonden geschoten. In de jaren na de aanleg van de Afsluitdijk (1932) verdween de visserij langs de Bildtse kust. Door het dichtslibben van het Wad was vissen vrijwel onmogelijk geworden en leverde het niet langer genoeg op om van te leven. Honderden vissers verloren hun werk en de ooit bloeiende vissersgemeenschap is geheel verdwenen. Het monument ‘De Waadfisker’ herinnert aan deze tijd.
I N T E R M E Z ZO : D E 7 R U I LV E R K AV E L I N G E N VA N WA A D H O E K E
Zuiderpolder Bij Zuiderpolder vallen vier grote veranderingen in het kaartbeeld op: • De aanleg van het Van Harinxmakanaal, met daaraan verbonden de ontwikkeling van het bedrijventerrein aan de zuidzijde van Franeker, langs het kanaal. • De groei van Franeker en in mindere mate vanTzum, terwijl in een kern als Lutjelollum het woningaantal gelijk is gebleven • De schaalvergroting door het samenvoegen van kavels die in de ruilverkaveling heeft plaatsgevonden. • Het verbeteren van de hoofdwegen als de N384, waarbij wegen zijn verbreed en tracés rechter zijn getrokken.
Berltsum, tussen Wier en Bitgum De kaart van 1980 toont de effecten van de ruilverkaveling op de maat, schaal en herkenbaarheid van het voormalige gardenierslandschap; elzensingels zijn gerooid, kavels samengevoegd en sloten gedempt. Wat de kaart niet in beeld brengt is het verlies aan micro-reliëf dat heeft plaatsgevonden. De kaart van 2021 toont hoe het landschap dat met de ruilverkaveling is ontstaan vervolgens weer is ‘overruled’ door de ontwikkeling van het grote glastuinbouwgebied aan de zuidrand van Berltsum. De kaart toont ook de aanleg van de N383 en de uitbreiding van Berltsum tot over de oude zeedijk (Hege Dyk). In het kaartbeeld 2021 is het landschap ‘groener’ geworden. Gekoppeld aan de aanleg van het glastuinbouwgebied en aan de ontwikkeling van de nieuwe woonwijk zijn brede beplantingen aangelegd om deze gebieden landschappelijk beter in te passen en voor de inwoners van Berltsum een ‘ommetje’ mogelijk te maken. Tot slot springt zowel in het Bildt als in het ‘terpenland’ de schaalvergroting in de agrarische bebouwing in het oog. De boerderijen met alle bijbehorende opstallen zijn fors in omvang toegenomen.
Zuiderpolder 1950 (Topotijdreis.nl)
Zuiderpolder 2000 (Topotijdreis.nl)
Berltsum 1960 (Topotijdreis.nl)
Berltsum 1980 (Topotijdreis.nl)
Berltsum 2021 (Topotijdreis.nl) Landschapsbiografie - Waadhoeke
- 83
De Bjirmen Bij de Bjirmen vallen zes dingen op. • De groei van Sexbierum en Tzummarum. • De aanleg van nieuw groen bij Tzummarum, gekoppeld aan de aanleg van nieuwe woongebieden en sportvelden. • De ontwikkeling van het windpark bij Sexbierum. • De ontwikkeling van de glastuinbouw bij Sexbierum. • De forse schaalvergroting in de agrarische bebouwing. • De vergroting van de kavelstructuur.
Franeker 1970-2020 Het kaartbeeld 1970 toont hoe Franeker inmiddels aan het Van Harinxmakanaal ligt en hoe rond Franeker een ringweg is aangelegd. Deze vormde voor enige tijd de natuurlijke begrenzing van de stadsuitbreidingen, maar de kaart 1970 laat al zien dat nieuwe uitbreidingen aan de overzijde van de ringweg in voorbereiding zijn. Het kaartbeeld 2021 toont hoe snel de stedelijke ontwikkeling is gegaan en hoe bepalend de ontwikkeling van de infrastructuur hierbij is. Benoorden Franeker is de A31 aangelegd. Dit vormt de nieuwe begrenzing van de uitbreiding. Gekoppeld aan de ontwikkelingen van de nieuwe woonwijken is aan de westzijde het Franeker Stadsbos aangelegd. Op een kleinere schaal zien we deze ontwikkeling ook terug bij Dongjum, dat nu aan de N384 ligt en eveneens een relatief grote groei heeft doorlopen en waar ook een klein dorpsbos is aangelegd. Daarnaast toont ook deze kaartvergelijking de schaalvergroting in de agrarische bebouwing en in de verkaveling. Niet zichtbaar op deze kaartvergelijking is de bodemdaling die hier heeft plaatsgevonden.
84 - BoschSlabbers
De Bjirmen 1975 (Topotijdreis.nl)
De Bjirmen 2021 (Topotijdreis.nl)
Stadsbos Franeker 1975 (Topotijdreis.nl)
Stadsbos Franeker 2021 (Topotijdreis.nl)
Wonseradeel-Noord Wonseradeel-Noord toont het effect van de schaalvergroting in de landbouw: kavels zijn samengevoegd, sloten gedempt en de agrarische bebouwing is dominant in het landschap aanwezig. Opvallend voor Waadhoeke is dat de agrarische bebouwing vrijwel ‘naakt’ in het landschap staat. Er is nauwelijks tot geen sprake van een begeleidende beplanting, waardoor het utilitaire karakter van de loodsen en schuren onverbloemd zichtbaar is.
Wonseradeel-Noord 1975 (Topotijdreis.nl)
Wonseradeel-Noord 2021 (Topotijdreis.nl)
Winsum 1975 (Topotijdreis.nl)
Winsum 2021 (Topotijdreis.nl)
Het Bildt 1975 (Topotijdreis.nl)
Het Bildt 2021 (Topotijdreis.nl)
Winsum Ook deze kaartvergelijking toont de ruimtelijke effecten van de landbouwkundige schaalvergroting: grotere kavels, gedempte sloten en megalomane agrarische bebouwing. De kaartvergelijking toont ook de groei van Winsum en de ontwikkeling van het bedrijventerrein aldaar.
Het Bildt De kaartvergelijking laat een lichte groei zien van St.-Jacobiparochie en St.-Annaparochie en de komst van dorpsbosjes aldaar. Ook hier zijn kavels samengevoegd en sloten gedempt. Vanaf de inpoldering van het Bildt was er al grote agrarische bebouwing aanwezig, zoals de herenboerderijen aan de ‘veilige’ kant van de dijken, nu zijn er op aanzienlijke schaal grote loodsen en schuren aan het landschap toegevoegd.
Landschapsbiografie - Waadhoeke
- 85
rechttrekken van weg op de kwelderwal schaalvergroting agrarische bebouwing
Te rp rui enla l ve n r ka d s c h ve lin ap v g an
kw
Te rp rui enla l ve n r ka d s c h ve lin ap v g an eld
er w
all
en
en
kw
eld
er v
lak
ten
vó
kw
eld
er w
all
en
en
kw
eld
er v
lak
ór
ten
na
groei van terpdorp
Zu
ide
lijk
Zu ter
pe
nla
nd
sc
ha
pv
óó
rr
uil
ve
r ka
ve
lin
g
Ruimtelijke effecten op het landschap van Waadhoeke 86 - BoschSlabbers
ide
lijk
ter
pe
nla
nd
sc
ha
pn
ar
uil
ve
r ka
ve
lin
g
groei van agrarische bebouwing
schaalvergroting agrarische bebouwing
gedempte sloten
teloorgang van gardenierslandschap
Ou
de
zee
Ou kle
ipo
lde
rs
vó ó
r ru
i l ve
r ka
ve l
de
ze
ek
lei
po
lde
rs
na
rui
l ve
ing
r ka
ve
lin
g
gedempte sloten
groei dorpskernen
schaalvergroting agrarische bebouwing
Jo
ng
ez
ee
kle
Jo ipo
lde
rs
vó
ór
rui
l ve
r ka
ve
lin
ng
ez
ee
kle
ipo
lde
rs
na
rui
l ve
g
r ka
ve
lin
g
gedempte sloten rechte zeedijk
Ni
eu
we
aa
Ni nd
ijk
ing
en
vó
ór
rui
l ve
r ka
ve
lin
g
eu
we
aa
nd
ijk
ing
en
na
rui
l ve
r ka
ve
lin
g
Landschapsbiografie - Waadhoeke
- 87
Bebouwing in 2020 Bebouwing in 1975 Bebouwing in 1962 Bebouwing in 1908 Historische stadscentra Beschermd stads-/dorpsgezicht Kassen Bedrijventerrein Windmolens
St.-Annaparochie
Dronryp Franeker
Stads- en dorpsuitbreidingen - van historische centra t/m 2020 88 - BoschSlabbers
Villa in Pietersbierum
Bedrijven aan de rand van Dronryp
7.
7.3 Planmatige uitbreidingen onder invloed opkomend forensisme In de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw neemt het forensenverkeer toe en worden ook in Waadhoeke dorpen en steden voor het eerst meer planmatig uitgebreid. Opvallend is dat dit niet overal gebeurt; alleen kernen die direct aan de (nieuw gevormde) N-wegen liggen krijgen uitbreidingsruimte. Daarentegen krijgen de talloze dorpjes en gehuchten die minder direct waren ontsloten nauwelijks ruimte tot uitbreiden. Dit heeft geleid tot een onderscheid in dorpen die zich hebben ontwikkeld tot forensendorp -als Menaam, Deinum en Dronryp- en een flinke groei hebben doorlopen, naast een veelheid aan dorpen die ten opzichte van 1900 nauwelijks in omvang zijn toegenomen.
S TA D S - E N D O R P S U I T B R E I D I N G E N
7.1 19e-eeuwse villacultuur Noordwest-Fryslân was tot circa 1870 het meest welvarende platteland van Nederland. Dat zie je nog altijd terug in de aldaar veel vervaardigde luxe voorwerpen (glaswerk, majolica, porselein, zilverwerk, klokken) die nu nog regelmatig worden aangeboden bij programma’s als ‘Tussen Kunst en Kitsch’. Zij geven aan hoe rijk dit deel van Friesland rond het midden van de 19e eeuw is geweest. De welvaartsexplosie die hier tussen 1840 en 1870 heeft plaatsgevonden vertaalt zich ook naar de bouwkunst. In deze periode komt, met name in het kleiterpenlandschap van de Greidhoeke, de ‘villa-cultuur’ op. De Hearewei in Dronryp is daarvan een voorbeeld, maar ook elders in de Greidhoeke treft men dergelijke villa’s meer verspreid aan. 7.2 Inbreidingen Onder invloed van eerst de vakbonden (Broedertrouw, 1889) en later de woningwet van 1902 maken de dorpen rond de wisseling van de negentiende naar de twintigste eeuw een eerste bescheiden groei door. Dit blijft beperkt tot kleine toevoegingen van woningen in de kern, aan bestaande wegen. Dit waren meer in- dan uitbreidingen.
Bij deze dorpsuitbreidingen zijn veel sloten gedempt. Hiermee is de veelal kenmerkende dorpsstructuur minder herkenbaar geworden. Begin jaren tachtig van de vorige eeuw is daarop besloten dat in beschermde terpdorpen geen sloten meer mogen worden gedempt of nieuwe gegraven. Dit betreft de terpensnoeren Wijnaldum-Foarryp, Dongjum-Berltsum, Tzummarum-Minnertsga en Schalsum-Slappeterp. Ook de terpenreeks van De Bjirmen (Pietersbierum, Sexbierum, Oosterbierum) valt onder deze beschermende bepaling.
Koehoal, Foarryp, Klooster Lidlum, Doayum, Sopsum en Lutjelollum zijn de schaal van het buurtschap niet ontstegen. Peins, Boer, Schalsum en Zweins -die ooit samen met Ried deel uitmaakten van de Franeker Vijfga- zijn voorbeelden van kernen die niet of nauwelijks zijn gegroeid. Dat geldt ook voor Dongjum, Skingen, Slappeterp, Herbaijum en Hitzum. Bij grotere plaatsen als Franeker, Sexbierum, Minnertsga, Tzummarum, Berltsum, Menaam, Marsum, Deinum, Winsum en Dronryp verrijzen vanaf de jaren zestig van de 20ste eeuw nieuwbouwwijkjes in alle richtingen.
7.4 Overgang stad-land Met de groei van de dorpen zijn aan de oude kernen ruimer opgezette nieuwbouwwijken toegevoegd, waarmee ook de overgang van ‘kern’ naar ‘land’ aanzienlijk is veranderd. Oorspronkelijk vloeiden kern en buitengebied vrijwel natuurlijk in elkaar over. Richting het land werd de bebouwing aan de wegen geleidelijk extensiever en het groen in de kern liep naadloos over in het groen van het land. De nieuwbouwwijken trekken daarentegen doorgaans een harde grens naar het buitengebied, zij grenzen ‘koud’ aan het landschap en bepalen vanuit het land bezien in belangrijke mate het aanzien van de kern.
Landschapsbiografie - Waadhoeke
- 89
Groate Kerk St.-Jacobiparochie
Verschillende type windturbines in het landschap
7.5 Ontwikkeling bedrijventerreinen In de naoorlogse periode komen ook de bedrijventerreinen tot ontwikkeling, al blijft deze in Waadhoeke in vergelijking met andere gebieden in Friesland beperkt. Aan het Van Harinxmakanaal zijn bij Franeker en in mindere mate bij Dronryp bedrijventerreinen ontwikkeld. Ook St.-Annaparochie in het Bildt beschikt over een bescheiden bedrijventerrein. Ook voor deze bedrijventerreinen geldt dat zij het aanzien van de dorpen en de overgang dorp-buitengebied danig hebben veranderd.
de windturbines en de schaalvergroting in de landbouw (zie onder 6) het buitengebied van Waadhoeke een meer verstedelijkt en industrieel aanzien gegeven.
7.6 Beperkte verblijfsrecreatieve ontwikkeling De verblijfsrecreatie is in Waadhoeke maar bescheiden tot ontwikkeling gekomen. Mogelijk ligt het gebied daartoe toch te ver uit de route of wordt het landschap in het noordelijk deel van de gemeente daartoe als ‘te meedogenloos’ ervaren. Bij Franeker is de Bloemketerp als recreatiepark aan de kern toegevoegd. Daarnaast is het kleinschalig toerisme in opkomst, dit uit zich met name in de verspreide ontwikkeling van B&B’s. 7.7 Meer verstedelijkt aanzien van het buitengebied Deze ontwikkelingen tezamen hebben het beeld van het buitengebied veranderd. De uitbreidingen van de dorpen en van Franeker, de ontwikkeling van bedrijventerreinen en verblijfsrecreatie terreinen hebben, gevoegd bij de ontwikkeling van de infrastructuur, de ontwikkeling van
90 - BoschSlabbers
8.
KERKBOUW
De welvaartsexplosie die tussen 1840 en 1870 heeft plaatsgevonden is ook van grote invloed geweest op de ontwikkeling van de kerken. De bouw van de imposante neoclassisistische Groate Kerk in St.-Jacobiparochie is volledig betaald door de boeren uit de parochie. Ook elders in Waadhoeke is het ombouwen en moderniseren van romaanse kerken door boeren betaald. In vergelijking met de bredere omgeving kent Waadhoeke nog maar weinig gave romaanse kerken. In de tweede helft van de negentiende eeuw zijn veel kerken verbouwd -waarbij de zadeldaktoren is vervangen door een vlak opgaande toren met ingesnoerde spits- of door een nieuwe kerk vervangen.
9 . B O D E M DA L I N G E N D E L F S TO F WINNING Het gegeven dat het landschap van Waadhoeke vanuit de zee is ontstaan werkt door in de aanwezigheid van delfstoffen, als ook in gevoeligheid van verzilting van het grondwater. Door verdamping van de zee (200-300 miljoen jaar geleden) ligt er op een diepte van 2,5 - 3 km een dikke zoutlaag waaruit op een aantal plaatsen zout wordt gewonnen.
Door zout- en gaswinning is in een groot deel van het gebied de bodem tot 35 cm gedaald. De grootste daling heeft plaatsgevonden tussen Tzummarum en Boer, ten oosten van Sexbierum en ten westen van Franeker, langs de A31. Daarnaast vindt over het gehele gebied een autonome bodemdaling plaats, maar die bedraagt vooralsnog minder dan 1 mm per jaar. De bodemdaling versterkt de negatieve effecten van de zeespiegelstijging, maakt het gebied meer gevoelig voor over overstroming en verzilting.
10.
ENERGIE
Waadhoeke heeft door de eeuwen heen een energieopgave gekend. Aanvankelijk stookte men hout -dat hier maar heel beperkt beschikbaar was- en verbrandde men mest en turf. In de 20e eeuw komen de gasfabrieken tot ontwikkeling, nabij Franeker liggen 2 gasvelden waarbij uit het kleinste gasveld (Ried) nog altijd aardgas wordt gewonnen. Inmiddels maken we de overgang van fossiele brandstoffen naar energie uit zon en in Waadhoeke vooral uit wind. Daarmee wordt andermaal het landschap ingezet voor het opwekken van energie. De provincie Friesland heeft lange tijd het beleid gehad dat bij iedere boerderij een windturbine kon worden opgericht hetgeen heeft geleid tot een sterk gespreide ontwikkeling van windturbines. Verspreid over het buitengebied van Waadhoeke treft men individueel ontwikkelde solitaire windturbines aan.
In de jaren 80 van de vorige eeuw zetten energiemaatschappijen grotere windparken op. Nabij Sexbierum ontstaat het eerste windmolenpark van Nederland. Dit park van 16 turbines werd nog geen succes; er waren problemen met de aansluiting op het ondergrondse energienetwerk, twee windmolens waaiden om en van anderen braken de wieken af. Al in 1994 is het park verkocht en afgebroken, waarna een nieuw windpark van 12 grotere turbines is gebouwd. Ook elders in Waadhoeke verschenen windparken; een rijopstelling van 3 turbines in de Zuidermiedpolder, een rijopstelling van 5 turbines nabij Slappeterp, een park van 10 turbines onder Herbaijum aan het Van Harinxmakanaal, een cluster van 11 turbines in de Groote Noorderpolder nabij Minnertsga.
11 . B E S T U U R Westergo was -met Oostergo en Zevenwoudenéén van de drie streken waar de huidige provincie Friesland vroeger in was ingedeeld. Zoals de toevoeging ‘go’ aanduidt was het gebied van oorsprong een gouw van het Frankische Rijk. De indeling in gouwen dateert uit de tijd van Karel de Grote. Van 1579 tot 1795 maakt Friesland deel uit van de Republiek der 7 Verenigde Nederlanden. Westergo bestaat dan uit 9 grietenijen, waarvan er 7 in de huidige Waadhoeke liggen; het Bildt, Franekeradeel, Franeker, Barradeel, Menaldumadeel, Henneradeel en Baarderadeel. Een grietenij was in Friesland de voorloper van de huidige Nederlandse gemeente. Met de gemeentewet van 1851 is de aanduiding ‘grietenij’ vervangen door de hedendaagse term ‘gemeente’. Deze indeling, die in basis dateert uit de middeleeuwen, heeft tot in de twintigste eeuw standgehouden. Toen is het aantal gemeenten teruggebracht van 6 naar 4; het Bildt, Franekeradeel, Menameradiel (voorheen Menaldumadeel) en Littenseradiel. In 2018 zijn zij samengevoegd tot de gemeente Waadhoeke.
De drie gouwen van Friesland Bron: Udo Ockema, via Wikipedia
Landschapsbiografie - Waadhoeke
- 91
E Huidige tijd
10.000 v. Chr.
Het landschap van Waadhoeke is het resultaat van een eeuwendurend proces. De zee heeft -met een continue afwisseling van erosie en sedimentatie- de natuurlijke basis voor een landschap gelegd dat de mens de afgelopen 2500 jaar stap voor stap in cultuur heeft gebracht en daarbij letterlijk naar zijn hand heeft gezet. In de loop der tijd heeft de samenleving het landschap voortdurend aangepast aan de wensen van zijn tijd en aan de technische, organisatorische en financiële mogelijkheden waarover men op dat moment beschikte. Hierbij heeft iedere episode zijn eigen aardigheden aan het landschap toegevoegd. Het resultaat is een buitengewoon intrigerend landschap, samengesteld uit structuren en elementen uit verschillende tijdlagen.
Het landschap van Waadhoeke laat zich lezen als een geschiedenisboek vol kleurrijke verhalen. Verhalen over vissers, jagers en verzamelaars, over terpenbouwers, Romeinen en Vikingen, over kloosterordes en dijkenbouwers, over stinzen en states, over Friezen en Hollanders, over trekschuit en stoomtram, over herenboer en landarbeider, over de modernisering van de landbouw en over hoe de internationalisering de aardappelboer in zijn greep kreeg.
het landschap van vandaag beschikt. Dat zijn de kwaliteiten die het DNA van het landschap van Waadhoeke bepalen en die waar mogelijk ook moeten worden meegenomen naar het landschap van morgen.
De inleiding bij deze landschapsbiografie startte met de zin “In vandaag ligt een deel van het verleden en dat samen neem je weer naar morgen mee”. Waar de eerdere hoofdstukken het verleden hebben belicht, benoemt dit hoofdstuk de kernkwaliteiten waarover
Nu 0 Fotograaf: Piet Douma
Landschapstypen
Lijnen
Objecten en ruimtes
Zuidelijk kleiterpenlandschap
Dijken met bijzondere waarden
Terpen
Kweldervlakte
Overige dijken
Kwelderwal
Natuurlijke waterlopen
Oude zeepolders
Grote kanalen
Opgaande beplanting
Jonge zeepolders
Grote vaarten
Open ruimtes in het landschap
Laatste aandijkingen
Dorpsvaarten
Buitendijkse zomerpolders
Spoorlijn
Buitendijkse kwelders
Snelweg
Wadplaat
Autoweg
Kerken Nog beleefbare stinzen/states Kruinige percelen
Wadgeul Stad of dorp Kassen
St.-Annaparochie
Dronryp Franeker
Kernkwaliteiten van het landschap van Waadhoeke 94 - BoschSlabbers
2 1 3
5
Minnertsga
Tzummarum
Oosterbierum
4
1.
K E R N K WA L I T E I T E N L A N D S C H A P
1.1 Expressie van 3000 jaar leven met het water Het landschap van Waadhoeke is de expressie van ‘3000 jaar leven met het water’. Het landschap toont een volledige dwarsdoorsnede van de omgang met het water in de tijd: • van een omgeving die dan eens land, dan eens water is, waar natuurlijke processen heersen en waar de mens van tijd tot tijd te gast is, om te jagen en te vissen, om het vee te laten grazen, • naar een deels verder opgeslibt en vaker droogvallend land waar men zich vestigt en leeft met het water, zonder noemenswaardig tegen hoogwater te zijn beschermd, • naar bescherming van de woonplaatsen tegen hoog water, eerst nog individueel, maar al snel collectief, • naar collectieve bescherming van woonplaatsen en het bijbehorende land door de aanleg van dijken, • naar de best beschermde delta ter wereld waar de primaire dijken op deltahoogte zijn gebracht.
1. Waddenzee
2. Kwelder
3. Terp
4. Slachtedyk
Dat ‘leven met het water’ uit zich ook in een voortdurend sleutelen aan het watersysteem. Vandaag de dag toont dat zich nog in de aanwezigheid van enkele molens, als nu wat op zich zelf staande representanten van wat eens een zwerm aan molens was, in de gemalen, in de oude sluizen / zijlen, in de hokjes aan de Slachte waar schotbalken worden opgeslagen, et cetera. 5. Nieuwe Zeedijk Landschapsbiografie - Waadhoeke
- 95
Minnertsga
Oosterbierum
De Rie
Tzummarum
al rw
n
pla
Be
tin
n ge
ng wi
de
op
u bo
be
d
en
eg erw v O
e eld kw
te
lak
rv lde
we
nk
e op
Menaam
Kernkwaliteiten op de kaart (2021)
De Rie
al rw
e eld Kw
Kernkwaliteiten op de kaart (800 n. Chr.)
Buitendijkse landschap 96 - BoschSlabbers
te
lak
e Kw
rv lde
1.2 Herkenbare mariene basis Het landschap van Waadhoeke is in basis door de zee gevormd. Deze mariene oorsprong is zowel binnendijks als buitendijks nog volop zichtbaar. Westelijk van Zwarte Haan rollen de golven van de zee tot aan de dijk, oostelijk van Zwarte Haan smoren zij in het slikkige wad of de grazige kwelders. Oostelijk van Zwarte Haan is buitendijks de natuurlijke basis van waaruit het landschap van Waadhoeke is gevormd nog gaaf herkenbaar. Wie hier over de dijk stapt, stapt tevens terug in de tijd, naar het landschap zoals dat door de kolonisten is aangetroffen. Binnendijks is de mariene oorsprong in gestolde vorm aanwezig. De kwelder- en oeverwallen zijn als brede ruggen in het landschap herkenbaar, zij zijn door bebouwing en beplanting meer verdicht waar de kweldervlakten nog immer overwegend open en onbeplant zijn. De belangrijkste watergangen die het landschap dooraderen zijn te herleiden naar de oude kwelder- en wadslenken. In die zin vormt het landschap nog altijd de reflectie van de zeebodem.
Kruinige percelen Minnertsga
Tzummarum
De Rie
Oosterbierum
Sexbierum
1.3 Water tekent het landschap Waadhoeke is ontstaan vanuit het water en nog altijd tekent het water het landschap. Waadhoeke wordt dooraderd door het water, van brede voormalige slenken als de Rie, Roptaslenk en Marneslenk tot de ragfijne greppels van het greppeltjesland.
Greppeltjes
De Rie Landschapsbiografie - Waadhoeke
- 97
Dronryp Franeker
St.-Annaparochie
Wjelsryp
Tzum
Winsum
Nij Altoenae
Ouwe Syl
Landschapstype: organisch gegroeid terpenlandschap
Landschapstype: planmatig ontwikkelde het Bildt
Landschapstype: het buitendijkse land, de overgang van land naar Wad
1.4 Drie in essentie verschillende landschapstypen Het natuurlijke landschap en de daarop volgende occupatie door de mens heeft tot drie in essentie verschillende landschappen geleid: • het organisch gegroeide terpenlandschap • de planmatige zeekleipolders van het Bildt • het buitendijks landschap; de overgangszone van land naar wad.
zichtbaar anders dan in het terpengebied, waar de bewoners allemaal ‘in hetzelfde schuitje’ zaten. Ze moesten het allemaal zien te rooien met het water, aanvankelijk ieder voor zich, later in toenemende mate ‘met zijn allen’. Hoe anders was en is dat in het Bildt, waar het onderscheid tussen herenboeren en landarbeiders in alle toonaarden in het landschap zichtbaar is.
1.5 Verscheidenheid op het lager schaalniveau Een schaalniveau lager is binnen de hoofdindeling van terpenlandschap, landschap van de zeekleipolders en Waadhoeke-buitendijks een differentiatie aanwezig. Die differentiatie wordt bepaald door bodem, verkavelingstypologie, grondgebruik en de overheersende ruimtemaat.
Het terpenlandschap is gemaakt zonder dat het is ontworpen. Hier is het landschap stapsgewijs gegroeid, waarbij aanvankelijk individuele ontginningen het uitgangspunt vormden. De beperkte techniek maakte dat de inrichting werd gestuurd door de natuurlijke condities van de wadvlakte. De bewoning volgde het natuurlijk patroon van kwelderwallen. Hoe anders zijn de zeekleipolders van het Bildt, het meest grootschalige en open landschap van Friesland waar in geen velden of wegen een terp te bekennen is. Het Bildt vormt de kroon op een eeuwenlang proces van bedijking en landwinning in Waadhoeke. Anders dan in het organisch gegroeide terpenlandschap is de polder het Bildt ingedeeld naar een vastomlijnd plan, met een rationeel patroon van wegen met een rechte middenas en haaks daarop de zijwegen. Daarmee wijken de strakgelijnde Bildtpolders sterk af van het aanliggende, grillige terpenlandschap. Ook de sociale verhoudingen lagen in het Bildt 98 - BoschSlabbers
En dan is daar nog het derde landschapstype: buitendijks landschap. Vanaf de zomerdijk gaat de hoge kwelder geleidelijk over in de lage kwelder, die weer overgaat in eindeloos lijkende slikvelden. De sporen van de landaanwinningen zijn hier nog steeds te zien door de rijshoutdammen en een regelmatig patroon van greppels en sloten. ‘Waadhoeke buitendijks’ is het landschap van de jonge kwelders en slibvlakten, een gebied dat nog volledig onder invloed van het zoute water staat. Deze overgangszone is rijk aan natuurwaarden. De begroeide kwelder kent een verscheidenheid aan zouttolerante planten en is een belangrijk rustgebied voor tal van (trek-)vogels voor wie de aanliggende slibvlakten een rijk foerageergebied zijn. Dit gebied verhaalt over de omgang met het water, over hoe de mens steeds weer de kweldervorming stimuleerde om vervolgens de hoog opgeslibde kwelder bij het bedijkt land te voegen, maar ook over hoe de samenleving uiteindelijk tot andere keuzen kwam en het behoud van de aanwezige natuurwaarden belangrijker vond dan het vergroten van het landbouwareaal.
In het terpenlandschap is er onderscheid tussen: • Het zuidelijk kleiterpenlandschap, waar de wegen meer kronkelen, de nederzettingen losser over het land gespreid liggen, waar opvallend meer beplantingen aanwezig zijn, de gronden overwegend als grasland worden gebruikt en de weidevogels zich nadrukkelijker laten zien en horen. • Het terpenland van de kwelderwallen en kweldervlakten. Dit landschap kent veel minder opgaande beplantingen. Hier volgen de nederzettingen de kwelderwallen, zijn de kweldervlakten extreem open en zijn de zavelige gronden als akkerland en de zware kleigronden als grasland in gebruik. In het landschap van de zeekleipolders is onderscheid tussen: • De vroegmiddeleeuwse ontginningen die relatief klein van schaal zijn en arm aan bebouwing. • De grote laatmiddeleeuwse inpoldering van Oude Bildt, met de strakke, stelselmatige indeling en de hoofddorpen aan de Middelweg. Deze polders worden gekenmerkt door de
Hitzum
Ried
Bitgummole Slappeterp
Achlum
Peins
Ingelum
Zuidelijk kleiterpenlandschap
Terpenlandschap van kwelderwallen en kweldervlakten
grote ruimtemaat. • De later aangedijkte polders aan de randen (Nieuw Bildt, Polder Oude Bildtpollen), dit zijn de meest open polders van Waadhoeke. In het buitendijks landschap is onderscheid tussen: • Het deel westelijk van Zwarte Haan, waar de zee tegen de dijk klotst. • Het deel oostelijk van Zwarte Haan, waar voor de zeedijk de hoog opgeslibde kwelders liggen die overgaan in de lage kwelders waarachter zich de slibvlakte uitstrekt.
Vroegmiddeleeuwse ontginningen
Vrouwenparochie
St.-Annaparochie
Laatmiddeleeuwse ontginnen (het Oude Bildt)
Later aangedijkte polders (Nieuw Bildt, Polder Oude Bildtpollen)
Zwarte Haan
Westelijk van Zwarte Haan, waar de golven direct tegen de dijk klotsen
Oostelijk van Zwarte Haan, met laagomdijkte zomerpolders, kwelders en slibvlaktes Landschapsbiografie - Waadhoeke
- 99
Matrix: landschapstypen en hun kernkwaliteiten
ORGANISCH GEGROEID TERPENLANDSCHAP
P L A N M AT I G E Z E E K L E I P O L D E R S
Zuidelijk terpenlandschap
Terpenlandschap van kwelderwallen en kweldervlakten
Oude zeekleipolders
Verkaveling
Onregelmatige blokverkaveling
Overwegend regelmatige, opstrekkende blokverkaveling, met een afwisseling van grootschalige regelmaat en kleinschalige regelmaat
Kleinschalige, regelmatige blokverkaveling, haaks op de oude zeedijk
Grondgebruik (en bodemsamenstelling)
Grasland (zware klei)
Kwelderwallen: overwegend akkerland (zavel) Kweldervlakten: grasland (zware klei)
Grasland (zware klei)
Bebouwing
Terpdorpen en boerderijen verspreid, als eilanden in het landschap. Losse ordening in de bebouwing. Erven veelal beplant
Bewoning (terpdorpen) volgt het natuurlijk patroon van kwelderwallen. Boerderijen aan het lint van de kwelderwal of aan de polderwegen door de kweldervlakten
Weinig bebouwing (dorpen op de kwelderwal buiten het landschapstype). Boerderijen aan insteekwegen, haaks op de kwelderwal
Ruimtemaat en beplanting
Kleinschalig, half open half besloten, wegbeplanting
Kwelderwallen: relatief verdicht Kweldervlakten: open, nauwelijks opgaande beplanting
Grootschalig, open
Slachtedijk rond moederpolder Kenmerkende cultuurhistorische Kop-hals-rompboerderij elementen
Deels overgebleven staten en stinzen: zoals Camstrastate Kweldervlakten: rudimenten van voormalige wad- en kwelderslnken (De Rie)
Belangrijkste verdwenen elementen
Steenfabricage (kaart topotijdreis.nl, 1900)
Kwelderwallen: Groot deel van het gardenierslandschap (fruitteelt, erfbeplantingen)
Wegen
Bochtige wegen, veel wegbeplanting
Wegen volgen de kwelderwal, haaks daarop de zijwegen (voormalige lanen/schapendriften)
100- BoschSlabbers
Weg volgt de kwelderwal (buiten het landschapstype, haaks daarop de zijwegen