Bijlage 1 Jaarverslag 2024 Elan Onderwijsgroep
Tekst van het document
Voor het onderhoud van bestaande gebouwen is een meerjarenonderhoudsplan opgesteld. Tegelijkertijd wordt proactief ingezet op het intensiveren van de samenwerking met gemeenten om renovatie- en nieuwbouwprojecten van de grond te krijgen. Er is aandacht voor duurzaamheid, multifunctionaliteit en toekomstbestendigheid van de huisvesting, mede in relatie tot leerlingprognoses en veranderende onderwijsvormen.
Informatievoorziening Risicomanagement is sterk afhankelijk van de juistheid, volledigheid en tijdigheid van de interne informatievoorziening. Om de effectiviteit van de risicobeheersing te waarborgen, is per risicogroep vastgelegd welke indicatoren of informatiebronnen worden gebruikt voor de evaluatie. Deze informatie wordt gedurende het jaar regelmatig behandeld door de Raad van Toezicht (RvT). Voorbeelden van gebruikte informatie zijn de leerlingenprognoses, onderwijsresultaten, rapporten van de Onderwijsinspectie, tevredenheidsonderzoeken en het 30
accountantsverslag, evenals opmerkingen van de Gemeenschappelijke Medezeggenschapsraad (GMR), het directieberaad en gemeentelijke toezichthouders. Daarnaast wordt relevante informatie periodiek verstrekt via de financiële tussenrapportages. Actuele ontwikkelingen worden telkens door de voorzitter van het College van Bestuur (CvB) ingebracht tijdens de vergaderingen van de RvT. Het gevoerde risicomanagement wordt in de begroting en jaarrekening verantwoord en geactualiseerd, zodat de RvT altijd over de meest actuele gegevens beschikt om haar toezichthoudende rol goed uit te voeren.
Informatiebeveiliging In 2024 zijn belangrijke stappen gezet om de informatiebeveiliging (IB) en privacy (P) structureel te versterken. Na jaren van losse initiatieven is ingezet op de ontwikkeling van een samenhangende en duurzame aanpak, gericht op het verminderen van risico’s rond informatieveiligheid en de bescherming van persoonsgegevens. Onder leiding van de functionaris gegevensbescherming (FG) is een planmatige werkwijze ingevoerd, met het Normenkader IBP voor het funderend onderwijs als uitgangspunt. Op basis van een analyse van de AVG-verplichtingen en relevante onderdelen van het normenkader is een stapsgewijs uit te voeren plan van aanpak opgesteld. Bij de totstandkoming hiervan is samengewerkt met CBO Noordwest Fryslân en vier andere Friese schoolbesturen, gericht op het delen van inzichten, afstemming van werkwijzen en gezamenlijke materiaalontwikkeling. Een concrete beleidsverbetering in 2024 betrof de actualisatie van het interne IBP-beleid, waaronder het verwerkingsregister, de procedure voor datalekmeldingen en de verdeling van verantwoordelijkheden. Deze vernieuwingen zijn breed besproken en gecommuniceerd binnen de organisatie, wat heeft geleid tot meer bewustwording en handelingsbekwaamheid bij medewerkers. Ook op technisch en organisatorisch vlak is geïnvesteerd in een veiliger ICT-omgeving.
Zonder in te gaan op specifieke maatregelen, zijn diverse kwetsbaarheden aangepakt, zoals het verbeteren van toegangsbeveiliging, het beheer van mobiele apparaten en de inrichting van digitale werkprocessen. Het IBP is in 2024 stevig verankerd in de organisatie. Het is een terugkerend onderwerp in overleggen en evaluaties, waaronder het Directieberaad. Elan Onderwijsgroep werkt actief aan een cultuur waarin informatieveiligheid en privacy vanzelfsprekend onderdeel zijn van het dagelijks handelen. De in 2024 gelegde basis wordt in 2025 verder uitgebouwd, met als doel volledige aansluiting op het normenkader en versterking van de integrale organisatieveiligheid.
Risicobeheersings- en controlesysteem Uit het voorgaande volgt dat het risico- en beheersingssysteem een continu doorlopend proces is, gericht op het identificeren, prioriteren, analyseren en beheersen van risico’s die het behalen van organisatiedoelstellingen bedreigen. Het geheel van beleidsmaatregelen, processen, taken en gedragingen stelt de organisatie in staat om te reageren op belangrijke risico’s én dragen bij aan het naleven van interne afspraken en wettelijke regels. 31
Risicomanagement Het risicoprofiel is in het verslagjaar stabiel gebleven. De belangrijkste zorg blijft het waarborgen van voldoende en gekwalificeerd personeel. Deze ontwikkeling vraagt om voortdurende alertheid binnen het strategisch HR-beleid. De externe accountant heeft geconcludeerd dat de bedrijfsvoering als “in control” kan worden aangemerkt. Hoewel er geen opdracht is gegeven aan de accountant om de werkzaamheden, zoals opgenomen in de onderstaande tabel bij het onderwijsaccountantsprotocol inzake de tijdige aanwezigheid van de VOG in 2024 uit te voeren, is er in algemene zin gewezen op het tijdig beschikken over de VOG. Er waren namelijk een aantal VOG’s te laat aanwezig. Ook constateerde de accountant dat er geen VOG-administratie werd gevoerd omtrent het personeel niet in loondienst. De aandachtspunten worden opgevolgd.
Nieuwe VOG’s om 2024 VOG aanwezig op ingangsdatum
VOG te laat aanwezig
VOG niet aanwezig
Nieuw medewerkers in loondienst
46
<5
0
Nieuwe personen niet in loondienst met een VOG-verplichting
P.M.
P.M.
P.M.
Totaal
46
<5
0
Gedurende het verslagjaar zijn geen nieuwe risico’s of onzekerheden opgetreden die de realisatie van de strategische doelen in gevaar brengen of de financiële continuïteit onder druk zetten. Daarmee zijn ingrijpende wijzigingen in het risicobeleid of substantiële bijstellingen van de meerjarenbegroting niet aan de orde, op voorwaarde dat het huidige budgetbeheer en de sturingsinformatie op niveau blijven.
Dekking van de risico’s Omdat het onmogelijk is alle risico’s uit te sluiten of te beheersen wordt ieder jaar in de begroting een raming van € 100 K opgenomen voor onvoorziene uitgaven. Als zich risico’s manifesteren die hogere lasten met zich meebrengen, komt dat tot uitdrukking in het exploitatiesaldo en worden zo nodig de financiële buffers aangesproken. Het minimaal benodigde weerstandsvermogen voor risicodekking is door de RvT bepaald op € 1,2 miljoen. Deze bufferliquiditeit sluit aan bij het risicoprofiel van de instelling en het niveau van risicobeheersing. Het weerstandsvermogen en de liquiditeit zijn ruimschoots toereikend om continuering van de bedrijfsvoering te verzekeren. Bij de toelichting op de 32
financiële positie in hoofdstuk 4.4 wordt verder ingegaan op dit onderwerp en op de reservepositie.
4. Verantwoording financiën 4.1
Continuïteitsparagraaf
Balans in meerjarig perspectief Het onderstaande overzicht laat een prognose voor de komende jaren zien. Deze prognose is gebaseerd op de vastgestelde meerjarenbegroting 2025 – 2029. Hierin is rekening gehouden met de geplande investeringen en vervangingsinvesteringen in de komende jaren. Daarnaast is rekening gehouden met een jaarlijkse dotaties en onttrekkingen aan de voorzieningen.
Investeringsbeleid Voor vervanging van meubilair, ICT en onderwijsmethodes zijn meerjarenplanningen opgesteld. Deze worden ieder jaar bij de begrotingsgesprekken per school geactualiseerd. Als scholen een investeringsverzoek indienen wordt dit eerst getoetst aan de meerjarenplanning. Als de aanvraag daarin is opgenomen, dan wel anderszins is onderbouwd waarom de investering nodig is, worden offertes aangevraagd. Voor noodzakelijke kosten van cyclisch onderhoud is ook een meerjarenplanning opgesteld. Na een bouwkundige inspectie van alle scholen wordt ieder jaar bepaald welke werkzaamheden onvermijdelijk c.q. wenselijk zijn. Omschrijving. (Bedragen x € 1.000) Materiele vaste activa Vlottende activa Liquide middelen
Realisatie 2023
Realisatie 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
2.638
3.269
3.418
3.680
3.602
2.318
375 7.366
461 6.345
461 6.115
461 5.900
461 5.615
461 3.072
TOTAAL ACTIVA
10.378
10.074
9.993
10.040
9.677
9.607
Eigen vermogen Voorzieningen Kortlopende schulden
3.158 4.212 3.009
3.086 3.906 3.082
3.022 3.924 3.047
3.129 3.286 3.625
3.021 3.001 3.655
3.244 2.866 3.497
TOTAAL PASSIVA
10.378
10.074
9.993
10.040
9.677
9.607
33
Toelichting op verwachte ontwikkelingen Bij gelijkblijvende omstandigheden wordt voor de komende jaren een nihil resultaat verwacht. Dit resultaat wordt mede bereikt door actieve sturing op het exploitatieresultaat, onder andere door het opnemen van taakstellingen. De eerste positieve effecten hiervan zijn naar verwachting in 2026 zichtbaar. Door de solide financiële positie beschikt Elan over de ruimte om noodzakelijke aanpassingen gefaseerd en beheerst door te voeren. Hiermee wordt niet alleen de continuïteit gewaarborgd, maar worden ook voorwaarde gecreëerd om gericht te blijven investeren in goed onderwijs en een sterke organisatie.
Financiële positie Om een oordeel te kunnen geven over de financiële positie wordt hierna een overzicht gepresenteerd van de ontwikkeling van een aantal financiële kengetallen voor vermogens- en budgetbeheer. De belangrijkste zijn de solvabiliteit, de liquiditeit, het weerstandsvermogen en de rentabiliteit. Het kengetal voor de solvabiliteit geeft de verhouding aan tussen eigen en vreemd vermogen. Het verschaft daarmee inzicht in de mate waarin de bezittingen (op de activazijde van de balans) zijn gefinancierd met eigen vermogen (incl. voorzieningen). Uit de onderstaande tabel volgt dat de solvabiliteit ver boven de ondergrens ligt, waardoor er op lange termijn aan de financiële verplichtingen kan worden voldaan. Het kengetal “liquiditeit” geeft dat er ook ruimschoots voldaan kan worden aan alle korte termijn verplichtingen (= betaling van de kortlopende schulden). Het cijfer voor het weerstandsvermogen zegt iets over de reservepositie en over de mogelijkheden om financiële tegenvallers op te vangen. Dit kengetal ligt ruim boven de signalerings-waarde. Met het kengetal rentabiliteit wordt aangegeven in hoeverre er bij de reguliere bedrijfsvoering evenwicht is tussen de baten en lasten. De verwachting is dat dit de komende jaren kan worden gerealiseerd. De grenswaarden die in het overzicht worden genoemd zijn vastgesteld door de Inspectie van het Onderwijs.
De benchmark-gegevens zijn gebaseerd op de jaarrekeningen van 40 schoolbesturen met 1500 t/m 3000 leerlingen. De belangrijkste financiële ratio’s ontwikkelen zich als volgt:
Solvabiliteit Weerstandsvermogen PO Ratio Publiek Vermogen Current ratio Rentabiliteit 34
Ondergrens
2024 realisatie
2025 begroting
2026 begroting
2027 begroting
2028 begroting
<30% <5%
69% 13%
69% 13%
64% 14%
62% 14%
63% 14%
>1,0 0,8 ≥ -1,0%
0,7 2,2 -0,3%
0,7 2,1 -1,1%
0,7 1,7 0,0%
0,7 1,6 0,0%
0,7 1,8 0,0%
Totale baten/ rijksvergoeding Totale lasten/ rijksvergoeding Personele lasten/ rijksvergoeding Materiële lasten/ rijksvergoeding
Streefwaarde 1,1
2024 realisatie 1,0
2025 begroting 1,1
2026 begroting 1,0
2027 begroting 1,0
2028 begroting 1,0
1,1
1,1
1,1
1,1
1,1
1,1
0,8
0,9
0,9
0,9
0,9
0,9
0,2
0,2
0,2
0,2
0,2
0,2
Toelichting: solvabiliteit à kengetal dat aangeeft in welke mate op lange termijn aan de verplichtingen kan worden voldaan Formule: solvabiliteit = eigen vermogen + voorzieningen/balanstotaal x 100 % weerstands- à dit is het eigen vermogen (excl. voorzieningen) dat beschikbaar is om onvoorzienbare vermogen PO tegenslagen c.q. risico’s op te vangen Formule: eigen vermogen/totale baten x 100 % Current ratio à de current ratio geeft aan in hoeverre op korte termijn aan betalingsverplichtingen kan worden voldaan, ofwel of er voldoende in kas is Formule: liquiditeit = vlottende activa (vorderingen + liquide middelen)/kortlopende schulden
Leerlingen Het werkgebied bevindt zich in een regio met dalende leerlingenaantallen. Als gevolg hiervan zijn de afgelopen jaren meerdere fusies gerealiseerd. Het belang van de leerlingen heeft daarbij steeds vooropgestaan, en instemming van ouders/verzorgers was hierbij een voorwaarde. Onder vergelijkbare voorwaarden zullen mogelijk ook in de komende jaren nog enkele scholen fuseren. Per 1 augustus is De Cingel (18SR) gefuseerd met een school van CBO Noard-East Fryslân. Hierdoor daalt het totale leerlingenaantal per peildatum 2025 ten opzichte van 2024
Aantal leerlingen per 1 februari
35
2024
2025
2026
2027
2028
2.120
2.032
1.982
1.966
1.949
Formatie Binnen de strategische personeelsplanning is bewust gekozen voor een koers die rust en vertrouwen uitstraalt. Vanuit krachtig en verbindend leiderschap wordt gestuurd op een zorgvuldige balans tussen goed werkgeverschap en financiële duurzaamheid. Daarbij wordt het spanningsveld erkend tussen de wens om medewerkers perspectief en werkzekerheid te bieden en de realiteit van fluctuerende leerlingenaantallen. In deze dynamiek wordt bewust tijd genomen om, waar mogelijk, via natuurlijk verloop, interne mobiliteit en gerichte begeleiding tot oplossingen te komen. Gedwongen maatregelen gelden nadrukkelijk als uiterste middel. Door proactief te sturen en helder te communiceren, wordt gestreefd naar het borgen van zowel de kwaliteit van het werkgeverschap als de toekomstbestendigheid van de organisatie. Dit komt onder andere tot uiting in:
1. Het zijn van een goede werkgever, wat zichtbaar is in een bovengemiddeld scholingsbudget, aantrekkelijke arbeidsvoorwaarden, ruime promotiemogelijkheden en een hoge dienstverlenende instelling richting medewerkers. 2. Door meer studenten vanuit de PABO (leerkrachten) en MBO (onderwijsassistenten) kennis te laten maken met Elan Onderwijsgroep. Hiervoor heeft Elan Onderwijsgroep heeft hiervoor haar “opleidingsschool” geoptimaliseerd. Deze strategie leidt tot de volgende (begrote) formatie.
Aantal fte’s directie Aantal fte’s onderwijzend personeel Aantal fte’s ondersteunend personeel Aantal fte’s per 31 december
2024 14,3 142,2 34,3 190,8
2025 15,1 140,9 37,5 193,5
2026 13,8 136,6 35,8 186,2
2027 13,8 136,9 35,5 186,2
2028 13,8 137,1 35,0 185,9
Het beleid is gericht op een toekomstbestendige organisatie waarin medewerkers zich gezien en gesteund weten, en waarin de kwaliteit van onderwijs en de financiële continuïteit in balans blijven.
36
Ontwikkeling baten en lasten Onderstaand overzicht toont de ontwikkeling van baten en lasten over de periode 2023-2027. De cijfers voor 2025-2027 zijn ontleend aan de vastgestelde meerjarenbegroting 2025-2029. Omschrijving (bedragen x € 1.000)
Realisatie 2023
Begroting 2024
22.032
21.750
22.133
21.252
21.000
21.500
313
405
361
544
350
350
3
10
3
5
10
10
Overige baten
578
710
590
648
640
500
Totale baten
22.926
22.875
23.087
22.449
22.000
22.110
Personele lasten
17.737
19.200
19.333
18.773
18.339
18.498
548
525
522
600
575
650
Huisvestingslasten
2.713
1.875
1.344
1.879
1.778
1.773
Overige lasten
1.966
1.675
2.194
1.678
1.539
1.420
Totale lasten
22.964
23.275
23.392
22.930
22.231
22.341
-38
-400
-306
-481
-231
-231
242
275
234
231
231
231
204
-125
-72
-250
0
0
Rijksbijdragen Overige overheidsbijdragen Werken voor derden
Afschrijving
Saldo baten en lasten Financiële baten en lasten Exploitatieresultaat
Realisatie 2024
Meerjarenbegroting 2025 * 2026 * 2027 *
De neerwaartse trend in de leerlingenaantallen leidt tot een dalende reguliere bekostiging vanuit de rijksoverheid. In de tabel blijft de daling van de rijksbijdragen beperkt doordat vanaf 2026 incidentele subsidie-inkomsten zijn begroot, waardoor naar verwachting een sluitende exploitatie wordt bereikt. Daarnaast valt de daling van de personeelslasten op, die in 2026 circa EUR 1.000K lager ligt dan de realisatie 2024. Hoewel dit een aanzienlijke daling is, nemen de personeelslasten niet in gelijke mate af met de reguliere rijksbijdragen. Enerzijds komt dit door de minimaal benodigde formatie om de onderwijskwaliteit te waarborgen, anderzijds door stijgende loonkosten als gevolg van de krappe arbeidsmarkt. Inmiddels is gebleken dat de eerder geprognotiseerde leerlingenaantallen te pessimistisch zijn ingeschat. De actuele prognoses en de effecten hiervan zullen zichtbaar worden in de meerjarenbegroting 2026-2030. Daarnaast zal tegen die tijd meer duidelijkheid zijn over de incidentele subsidies. 37
4.2
Staat van baten en lasten
Onderstaand overzicht toont de ontwikkeling van baten en lasten over 2023 en 2024. De toelichtingen op de verschillen worden per rubriek separaat gegeven. Omschrijving Realisatie Begroting Realisatie (Bedragen x € 1.000) 2023 2024 2024 Baten 22.032 21.750 22.133 (Rijks)bijdragen OCW 313 405 361 Overige overheidsbijdragen en -subsidies 3 10 3 Baten werk in opdracht van anderen 578 710 590 Overige baten 22.926 22.875 23.087 Totaal baten Lasten Personele lasten Afschrijvingen Huisvestingslasten Overige lasten Totaal lasten
17.737 548 2.713 1.966 22.964
19.200 525 1.875 1.675 23.275
19.333 522 1.344 2.194 23.392
Saldo baten en lasten
-38
-400
-306
Financiële baten en lasten
242
275
234
Nettoresultaat
204
-125
-72
38
Baten Omschrijving (bedragen x € 1.000) Baten (Rijks)bijdragen OCW Overige overheidsbijdragen en -subsidies Baten werk in opdracht van anderen Overige baten Totaal baten
Realisatie 2023 22.032 313 3 578 22.926
Begroting 2024 21.750 405 10 710 22.875
Realisatie 2024 22.133 361 3 590 23.087
Verschil begroting en realisatie 2024 Ten opzichte van de begroting is sprake van een positief verschil van circa EUR 383K bij de (Rijks)bijdragen OCW. Dit verschil kent meerdere oorzaken. Ten eerste bedraagt de indexatie van de loon- en prijsontwikkeling voor de reguliere bekostiging 5,37%. Daartegenover staan lagere inkomsten uit de bekostiging voor asielzoekers en vreemdelingen (EUR 260K), uit het samenwerkingsverband (EUR 100K) en uit subsidies voor basisvaardigheden (EUR 248K). Het negatieve verschil bij de overige overheidsbijdragen wordt voornamelijk veroorzaakt door lagere gemeentelijke subsidies. Dit hangt samen met vertraagde subsidiebeschikkingen, waardoor subsidiabele activiteiten en de bijbehorende inkomsten zijn doorgeschoven naar het volgende kalenderjaar. Een voorbeeld hiervan is de ontwikkeling van het expertisecentrum voor NT2-scholen. De overige baten lager dan begroot, omdat de verwachte bijdragen van derden niet zijn ontvangen.
Verschil realisatie 2024 en 2023 Ondanks de indexatie van 5,37% waren de Rijksbijdragen in 2024 nagenoeg gelijk aan 2023. Dit wordt voornamelijk verklaard door een lager aantal asielzoekers en vreemdelingen, resulterend in EUR 565K minder inkomsten. Daarnaast zijn de inkomsten voor onderwijsachterstandenbestrijding afgenomen met EUR 222K. De overige baten zijn in 2024 zijn in lijn met die van 2023.
39
Personele lasten Omschrijving (Bedragen x € 1.000) Lonen en salarissen Overige Uitkeringen UWV Totale personele lasten
Realisatie 2023 16.784
Begroting 2024 18.300
Realisatie 2024 18.078
1.092 -139 17.737
1.075 -175 19.200
1.314 -58 19.334
Verschil begroting en realisatie 2024 De lagere loonkosten worden voornamelijk verklaard door een iets lagere personele inzet dan begroot: de formatie was geraamd op 192,1 fte, terwijl de werkelijke inzet 190,8 fte bedroeg. De stijging van de overige kosten wordt vooral veroorzaakt door extra nascholingsactiviteiten (EUR 134K).
Verschil realisatie 2024 en 2023 De gemiddelde personele bezetting is in 2024 met 0,4 fte afgenomen ten opzichte van 2023. Tegelijkertijd zijn de loonkosten gestegen met 7,8%, nagenoeg volledig als gevolg van caoafspraken. Halverwege 2023 werd een loonsverhoging van 10% doorgevoerd, wat doorwerkt in de cijfers van 2024. Per 1 oktober 2024 is een aanvullende loonsverhoging van 4,9% ingegaan. De stijging van de overige personele kosten is grotendeels toe te schrijven aan de inzet van extern personeel, waarbij de kosten met EUR 231K zijn toegenomen ten opzichte van 2023.
Afschrijving Omschrijving (Bedragen x € 1.000) Afschrijving gebouwen Afschrijving OLP Afschrijving ICT Afschrijving meubilair Afschrijving duurzaamheid Afschrijving speeltoestellen Afschrijving overige Totale afschrijvingen
Realisatie 2023 53 48 359 69 15 4 0 548
Begroting 2024 10 47 236 96 38 0 98 525
Realisatie 2024
Op totaalniveau zijn de verschillen marginaal. Op individueel niveau valt vooral de post "afschrijving overige" op. Hoewel investeringen wel zijn begroot, zijn de bijbehorende afschrijvingen niet correct verdeeld over de bestaande categorieën. 40
30 49 278 121 38 6 0 522
Huisvestingslasten Omschrijving (Bedragen x € 1.000) Huur Huisvesting MFC’s Dotatie voorziening onderhoud Cyclisch onderhoud Preventief onderhoud Energie en water Schoonmaakkosten Heffingen Totale huisvestingslasten
Realisatie 2023 32 188 1.052 481 300 535 543 24
Begroting 2024 30 170 380 50 215 415 590 25
3.155
1.875
Realisatie 2024 28 161 -77 20 240 367 575 30 1.344
De daling van de huisvestingslasten wordt vooral veroorzaakt door lagere onderhoudskosten. In 2023 bedroegen deze nog cumulatief EUR 1.800K, in 2024 slechts EUR 183K. Hieraan liggen twee oorzaken aan ten grondslag. Allereerst vond in 2023 een eenmalige dotatie aan de onderhoudsvoorziening plaats door de overgang naar de componentenmethode. Ten tweede is, mede op basis van meer duidelijkheid over het gemeentelijke integrale huisvestingsplan, het meerjarenonderhoudsplan in 2024 herzien. Hierdoor zijn (ver)nieuwbouwplannen toegevoegd, wat leidde tot een lagere onderhoudsvoorziening per ultimo 2024.
Overige lasten Omschrijving (Bedragen x € 1.000) Administratie- en beheerskosten Inventaris en apparatuur Leermiddelen Overige Totale overige lasten
Realisatie 2023 374 30 1.135 427 1.966
Begroting 2024 320 45 865 445 1.875
Realisatie 2024 552 46 1.120 475 2.193
De overige lasten zijn in 2024 aanzienlijk hoger dan in 2023 en hoger dan begroot. Naast algemene prijsstijgingen zijn twee specifieke oorzaken aan te wijzen. In 2024 is Elan gestart met een organisatieontwikkeltraject (EUR 85K), waarvan de afronding in 2025 wordt verwacht. Daarnaast is sprake van hogere licentiekosten (EUR 160K), waarvoor in de begroting 2024 nog geen rekening was gehouden.
41
Bestemming van het resultaat Het exploitatieresultaat in 2024 bedraagt volgens de staat van baten en lasten € -71.812. Dit resultaat is als volgt bestemd: (nog te bepalen) Algemene publieke reserve Algemene private reserve Bestemmingsreserve OLP Resultaat
€ € € €
121.485 -22.586 -170.710 -71.812
De algemene publieke reserve dient als buffer om onverwachte uitgaven te kunnen bekostigen. Jaarlijks wordt het saldo tussen de ontvangen vergoedingen en uitgaven met betrekking tot de publieke exploitatie aan deze reserve onttrokken c.q. toegevoegd.
42
4.3
Balans
Omschrijving. (Bedragen x € 1.000) Materiële vaste activa Vlottende activa Liquide middelen
Realisatie 2023 2.638 375 7.366
Realisatie 2024 3.269 461 6.345
TOTAAL ACTIVA
10.378
10.074
Eigen vermogen Voorzieningen Kortlopende schulden
3.158 4.212 3.009
3.121 3.906 3.047
TOTAAL PASSIVA
10.378
10.074
Toelichting Het balanstotaal is per 31 december 2024 afgenomen tot EUR 10.074K. Aan de activazijde zijn investeringen verwerkt ter waarde van EUR 1.153K (2023: EUR 1.672K). Per saldo is de boekwaarde van de materiële vaste activa gestegen met EUR 631K naar EUR 3.269K. De vlottende activa betreffen voornamelijk vooruitbetaalde bedragen, nog te ontvangen posten en debiteuren. De liquide middelen zijn afgenomen met EUR 1.020K, als gevolg van de gedane investeringen en de daling van de voorzieningen. Aan de passivazijde bestaat het eigen vermogen uit EUR 3.121K en zijn voorzieningen opgenomen voor een bedrag van EUR 3.906K, waarvan EUR 3.517K voor planmatig onderhoud. De kortlopende schulden bedragen EUR 3.047K, waarvan EUR 1.774K verband houdt met personeelslasten, zoals sociale premies, pensioenafdrachten en vakantiegeld. Daarnaast is EUR 938K vooruit ontvangen voor subsidies, onder meer ten behoeve van de verbetering van basisvaardigheden. De uitvoering en besteding hiervan vindt plaats in het volgende kalenderjaar.
Verantwoording Eigen Vermogen In 2020 is door OCW een signaleringswaarde geïntroduceerd om tijdig mogelijke bovenmatige publieke reserves binnen onderwijsinstellingen te signaleren. Deze waarde wordt vastgesteld op basis van uniforme uitgangspunten en geeft aan welk niveau van publiek eigen vermogen redelijkerwijs nodig is om investeringen en risico’s af te dekken. De signaleringswaarde wordt als volgt bepaald: • • • 43
50% van de actuele waarde van de gebouwen, gecorrigeerd met een factor 1,27; De boekwaarde van de overige materiële vaste activa; Een liquiditeitsbuffer van 5% van de jaarlijkse lasten.
Op basis van deze systematiek geldt het volgende normatief publiek eigen vermogen: Omschrijving AW gebouwen x 50% x 1,27 Boekwaarde overige MVA Liquiditeitsbuffer (5%) Normatief publiek vermogen (a) Eigen vermogen Af: private reserves Publieke reserves (b) Saldo a-b (-/- = bovenmatig) Ratio Eigen Vermogen
Realisatie 2024 718
Begroting 2025 718
Begroting 2026 718
Begroting 2027 718
Begroting 2028 718
2.525 1.154 4.398
2.699 1.122 4.540
2.961 1.100 4.780
2.883 1.106 4.707
2.633 1.118 4.469
3.086 94 2.992 1.406
2.911 76 2.834 1.706
3.035 58 2.997 1.802
2.945 40 2.905 1.802
3.186 22 3.164 1.306
0,68
0,62
0,62
0,62
0,71
Het publieke eigen vermogen ligt in 2024 onder de signaleringswaarde, wat duidt op een toereikende reservepositie. Ook in de daaropvolgende jaren blijft het publieke eigen vermogen onder de signaleringswaarde. Op basis van de huidige meerjarenbegroting is er dan ook geen sprake van bovenmatige publieke reserves. De ratio eigen vermogen blijft gedurende de planperiode stabiel, tussen 0,62 en 0,71. Dit wijst op een gezonde, maar beperkte financiële buffer. Wel is het van belang aandacht te houden voor ontwikkelingen die op langere termijn de vermogenspositie kunnen beïnvloeden, zoals: • • •
Voortgaande investeringen in materiële vaste activa; Afname van liquide middelen; Structureel hoge lasten ten opzichte van de inkomsten.
Om de continuïteit te waarborgen, wordt periodiek gemonitord of aanvullende beheersmaatregelen noodzakelijk zijn.
44
4.4
Slotbeschouwing
Samenvattend kan worden geconcludeerd dat de afwijkingen tussen de begroting en de realisatie over 2024 in vrijwel alle rubrieken marginaal zijn. Zowel aan de baten- als aan de lastenzijde bedroegen de afwijkingen minder dan 1%. Het boekjaar is afgesloten met een negatief exploitatiesaldo van EUR 72K (2023: EUR 204K positief). Dit resultaat komt overeen met -0,3% van de baten en blijft daarmee ruim binnen de grenswaarde die voor het kengetal rentabiliteit is vastgesteld (≥ -1%). Het kengetal voor het weerstandsvermogen is in 2024 gedaald van 14% naar 13%. De bufferliquiditeit blijft hiermee ruimschoots boven de ondergrens die door de Raad van Toezicht is vastgesteld op EUR 1.200K, gebaseerd op een risico-inventarisatie. Ook wordt voldaan aan de norm van de Inspectie van het Onderwijs, die een minimale bufferliquiditeit van 5% (EUR 1.154K) voorschrijft. De overige kengetallen bevinden zich eveneens binnen de daarvoor gestelde grenswaarden. Het meerjarenperspectief geeft op dit moment geen aanleiding tot zorg, waardoor de continuïteit van de bedrijfsvoering niet direct onder druk staat. Tegelijkertijd zijn er duidelijke aandachtspunten en risico’s die op termijn impact kunnen hebben op de financiële stabiliteit en de realisatie van strategische doelstellingen.
De organisatie blijft zich in lijn met de organisatieslogan ‘Waar talenten bloeien door samen te groeien’ actief inzetten op het duurzaam versterken van zowel de onderwijskwaliteit als de financiële bedrijfsvoering. Op basis van de gerealiseerde financiële resultaten, de beheersing van risico’s en de inrichting van de interne processen, is het bestuur van Elan Onderwijsgroep van oordeel dat sprake is van een adequaat functionerend systeem van interne beheersing. Het bestuur acht de organisatie over het verslagjaar 2024 dan ook in control. Stiens, juni 2025 Mr. S.T. van der Galiën Voorzitter College van Bestuur
45
5. Verantwoording RvT Rol RvT Visie en beoogde resultaten zijn het primaire domein van de Raad van Toezicht (RvT). De voorbereiding en uitvoering daarvan is de verantwoordelijkheid van het College van Bestuur (CvB). De RvT fungeert daarbij als klankbord en sparringpartner, maar houdt daar bovenal intern toezicht op. Daarnaast fungeert de RvT als werkgever van het CvB. De functionele scheiding tussen de RvT als intern toezichthouder en de CvB als dagelijks bestuur is statutair vastgelegd. De taak- en bevoegdheidsverdeling tussen RvT, CvB en schooldirecteuren is nader uitgewerkt in een Bestuursreglement annex managementstatuut. De RvT treedt op als collegiaal orgaan en de leden zijn gezamenlijk bevoegd. In dit document wordt op hoofdlijnen verantwoording afgelegd over de rolinvulling in 2024.
Samenstelling RvT De RvT bestaat uit zes leden, waarvan twee zijn benoemd op bindende voordracht van de oudergeleding van de GMR. In de RvT zijn personen benoemd die beschikken over specifieke deskundigheid en/of gekwalificeerde relaties met voor het primair onderwijs relevante maatschappelijke sectoren én affiniteit hebben met de regio.
Commissies Om de RvT bij te staan in de werkgeversrol en de uitoefening van toezicht op de bedrijfsvoering kent de organisatie een remuneratiecommissie, een auditcommissie en een commissie Kwaliteit & Onderwijs. Deze commissies zijn samengesteld uit RvT-leden, die daarin vanuit hun specialisme voorbereidende werkzaamheden verrichten. Er is door deze commissies geen afzonderlijke verantwoording opgesteld, de verslagen zijn wel beschikbaar.
Continuïteit van de organisatie Na het stellen van (kritische) vragen in de commissievergaderingen en tijdens de RvTvergaderingen, heeft de RvT geen aanleiding om aan te nemen dat de rechtmatige en doelmatige bestemming en aanwending van middelen niet is geborgd binnen Elan Onderwijsgroep. De Jaarrekening 2024 en het Jaarverslag 2024 zijn door de RvT bij de bespreking van deze stukken goedgekeurd.
Branchecode Goed Bestuur De RvT onderschrijft de “Code Goed Bestuur in het Primair Onderwijs” en de “Code Goed Toezicht”, die daar een aanvulling op is. Jaarlijks wordt getoetst of aan de formele vereisten van goed bestuur wordt voldaan. Als van de genoemde codes wordt afgeweken, wordt daarvan melding gemaakt in het bestuursverslag. Situaties met (potentieel) tegenstrijdig belang zijn binnen de RvT niet aan de orde geweest. Er zijn geen aanwijzingen dat gedurende het verslagjaar (bewust) in strijd is gehandeld met de branchecode.
46
Betaalde en onbetaalde (neven)functies RvT en CvB De leden van de RvT en het CvB oefenen betaald of onbetaald de volgende functies en nevenfuncties uit: Naam W.T. ScholtenKluitenberg (Wendy)
Functie bij Elan Onderwijsgroep Voorzitter RvT vanaf 1 augustus 2024
Relevante (neven-)functies en/of werkzaamheden Sectormanager projectenbureau gemeente Leeuwarden. (hoofdfunctie)
Betaald/ Onbetaald Betaald
Bestuurslid “Dress for Success”
Onbetaald
Concerncontroller gemeente Súdwest-Fryslân (hoofdfunctie)
Betaald
Lid RvT
Afdelingsleider VO (hoofdfunctie)
Betaald
Lid commissie Kwaliteit & Onderwijs
Lid GMR Scholengemeenschap Piter Jelles
Onbetaald
Eigen bedrijf Planning en formatie
Betaald
Lid RvT tot 1 augustus 2024 Lid remuneratiecommissie
R.J. Admiraal (Remco)
Secretaris-penningmeester RvT Lid auditcommissie
E. Elsinga (Eric)
T. Oosterveld (Theo)
K.A. Breuker (Kanter) Benoemd op voordracht GMR
47
Lid RvT
Gepensioneerd
Lid commissie Kwaliteit & Onderwijs
Secretaris Stichting Leergeld Leeuwarden e.o. (vrijwilligerswerk)
Onbetaald
Lid RvT RSG Magister Alvinus
Vergoeding
Zelfstandig juridisch organisatieadviseur
Betaald
Voorzitter Stichting Behear Provinsjale en Buma Bibliotheek fan Fryslan
Onbetaald
Voogd Stichting het dr. H. Popta Gasthuis
Niet bovenmatige vacatiegeld
Bestuurslid Stichting Herbert Duintjer Fonds
Onbetaald
Lid RvT vanaf 1 augustus 2024
L.M. Lijzenga (Leon)
Lid RvT vanaf 1 augustus 2024 tot 1 maart 2025
Ontwikkelmanager Gemeente Leeuwarden
Betaald
Benoemd op voordracht GMR J.W. van Beem (Jan Willem)
Lid auditcommissie
Voorzitter Ijscentrale Leeuwarden
Onbezoldigd
Voorzitter RvT tot 1 augustus 2024
Vestigingsmanager Van Mossel Autolease Leeuwarden (hoofdfunctie)
Betaald
Inhuur Omrop Fryslan m.b.t. PC
Vergoeding
Lid RvT Zorgventrum de Bildt Bokma Advies
Vergoeding Betaald (ondernemer)
Projectleider Nationaal Coördinator Groningen
Betaald (zzp)
Bestuurslid Stichting Vrienden Doniastate
Onbetaald
Voorzitter College van Bestuur (hoofdfunctie) Geen nevenfuncties
Betaald
Benoemd op voordracht GMR J. Bokma (Jan) Benoemd op voordracht GMR
Lid remuneratiecommissie Lid RvT tot 1 augustus 2024 Lid auditcommissie
College van Bestuur Mr. S.T. van der Galiën (Sjoerd)
48
Voorzitter CvB
Honorering De jaarlijkse vergoeding voor de voorzitter RvT is bepaald op bruto € 8.242. Voor de overige RvT-leden bedraagt de honorering € 4.945 per jaar bruto. Deze honorering past binnen de minimum- en maximumgrenzen die worden geadviseerd door de Vereniging Toezichthouders in Onderwijsinstellingen (VTOI) en voldoet tevens aan de Wet Normering Topinkomens.
Aandachtsgebieden De Raad van Toezicht is in 2024 zes keer regulier bijeengekomen. Daarnaast heeft er tweemaal een gezamenlijk overleg met de Gemeenschappelijke Medezeggenschapsraad (GMR) plaatsgevonden. In het kader van de wervingsprocedure voor nieuwe leden van de Raad van Toezicht heeft de RvT ook meerdere keren in besloten kring overlegd, waaronder enkele bijeenkomsten samen met (een afvaardiging van) de GMR. De belangrijkste onderwerpen tijdens de vergaderingen waren de eigen professionalisering en zelfevaluatie, het strategisch beleid, de verkenning van het bestuurlijk perspectief, het werkplekleren en de samenwerking met opleidingsinstituten, de (voorgenomen) scholenfusie te Bitgummole, de onderwijskwaliteit, het passend onderwijs, de financiën en de formatie.
Wettelijke taken Elan Onderwijsgroep is een lerende, open en betrokken organisatie die staat voor goed, ambitieus, innovatief en inspirerend onderwijs. De slogan “Waar talenten bloeien door samen te groeien” blijft leidend in het beleid en de dagelijkse praktijk van de scholen. In 2024 is verder gewerkt aan de uitvoering van het Strategisch Beleidsplan 2023-2027, met als speerpunten het optimaliseren van de onderwijskwaliteit, het stimuleren van de professionele ontwikkeling van medewerkers, het creëren van passende leeromgevingen en het inspireren, profileren en innoveren binnen de organisatie De meerjarenbegroting 2025 – 2029 is vastgesteld in de RvT-vergadering van 21 november 2024. Deze begroting is aansluitend daarop goedgekeurd door de betrokken gemeenten.
Intern toezicht De Raad van Toezicht (RvT) heeft in 2024 haar rol als intern toezichthouder verder vormgegeven. Er is aandacht besteed aan professionalisering, zelfevaluatie en het borgen van de kwaliteit van toezicht. De samenwerking met het College van Bestuur (CvB) en de GMR is versterkt, onder andere door regelmatig overleg en gezamenlijke bijeenkomsten. De RvT heeft de jaarstukken, waaronder het bestuursverslag en de jaarrekening, voorlopig vastgesteld en na goedkeuring door de gemeenten definitief vastgesteld De wijze waarop door de RvT vorm en inhoud wordt gegeven aan de rol als intern toezichthouder is vastgelegd in de notitie “Toezichtkader”. Aanvullend is in de beleidsnotitie “Risicomanagement” vastgelegd welke informatiebronnen worden geraadpleegd om een oordeel te kunnen vormen over het reilen en zeilen van de organisatie. Deze gegevens liggen ten grondslag aan belangrijke beleidsstukken die door de RvT worden besproken, zoals de (meerjaren)begroting, het bestuursformatieplan en de jaarrekening. 49
De samenwerking tussen RvT en CvB is gericht op elkaar adviseren, ondersteunen en informeren conform het ‘no-surprise’- beginsel. De auditcommissie staat de RvT bij in de uitoefening van het intern toezicht. Voorafgaand aan iedere RvT-vergadering bespreekt de commissie daartoe als regel de actuele vraagstukken op het gebied van bedrijfsvoering met de controller. Tijdens de RvT-vergadering brengt de commissie verslag uit van haar bevindingen. Door het bestuur is via managementrapportages, alsmede schriftelijke dan wel mondelinge mededelingen tijdens RvT-vergaderingen en op diverse andere contactmomenten, verantwoording afgelegd over het gevoerde beleid. Tussen de vergaderingen door heeft de voorzitter RvT zich frequent door het bestuur laten informeren over actuele ontwikkelingen. De RvT heeft zich ook door overleg met de GMR, schoolbezoeken, via rapporten van de Onderwijsinspectie en de managementletter van de accountant op de hoogte gesteld van relevante ontwikkelingen. De RvT kent 3 commissies, de Renumeratie Commissie, Onderwijscommissie en de Audit Commissie. De commissies brengen verslag uit aan de RvT.
Rechtmatigheid en doelmatigheid Bij de behandeling van de financiële tussenrapportages en de jaarstukken is telkens de rechtmatige verwerving, alsmede de doelmatige en rechtmatige bestemming en aanwending van de rijksbijdragen, getoetst en is erop toegezien dat overige relevante wettelijke voorschriften zijn nageleefd. Daarbij zijn geen onregelmatigheden vastgesteld. Er is afdoende gebleken dat op het gebied van beleidsvoering aan alle wettelijke verplichtingen wordt voldaan en dat het beleidsvoerend vermogen voldoende is. De financiële rechtmatigheid van de verwerving en besteding van publieke middelen en de balansmutaties die in de jaarrekening zijn verantwoord, is bevestigd door de accountant.
Bestuursverslag De RvT kan zich als intern toezichthouder verenigen met het bestuursverslag. Mede gezien het oordeel van de accountant over de jaarrekening zijn de jaarstukken daarom voorlopig vastgesteld. Na goedkeuring door de gemeenten stelt de RvT de jaarstukken definitief vast.
50
Werkgeversfunctie Voor de voorzitter van het college van bestuur geldt de CAO Bestuurders PO als rechtspositieregeling. De totale bezoldiging is contractueel begrensd conform de Wet normering topinkomens (WNT). De remuneratiecommissie ondersteunt de Raad van Toezicht bij de invulling van de werkgeversrol en voert jaarlijks het functioneringsgesprek met de voorzitter van het college van bestuur.
Professionalisering De leden van de Raad van Toezicht blijven zich actief ontwikkelen in hun toezichthoudende rol. De ontwikkelingen op het gebied van governance en intern toezicht volgen elkaar in hoog tempo op. De RvT-leden worden hierover onder meer geïnformeerd via de Contactgroep Governance van VOS/ABB en het Netwerk Toezichthouders Onderwijs Nederland (Newton). Daarnaast is de professionaliseringsbehoefte van de leden geïnventariseerd en hebben zij, waar nodig, individueel scholing gevolgd over relevante thema’s.
Evaluatie De Raad van Toezicht is als intern toezichthouder verantwoordelijk voor de kwaliteit van het eigen functioneren. In dat kader evalueert de RvT eens per twee jaar zowel het functioneren als collectief en dat van de individuele leden, alsook de samenwerking met het college van bestuur. In 2020 vond onder begeleiding van een externe deskundige een evaluatie plaats, waarbij de nadruk lag op versterking van rolinneming en rolvastheid. Dit heeft geleid tot een aantal verbeteracties die zijn opgevolgd. Een evaluatie hiervan heeft plaatsgevonden in 2023. In 2025 wordt onder begeleiding van een externe deskundige opnieuw een evaluatie gehouden.
Accountantscontrole De accountantscontrole is tot wederopzegging opgedragen aan Van Ree Accountants te Zwolle. De accountant beoordeelt, met inachtneming van de Regeling Jaarverslaglegging Onderwijs, of de jaarrekening een getrouw beeld geeft van de grootte en samenstelling van het vermogen en het exploitatieresultaat. Op advies van de auditcommissie heeft in 2024 een bespreking met de accountant plaatsgevonden.
Toezicht gemeenten De gemeenten Leeuwarden, Noardeast-Fryslân en Waadhoeke zijn in het kader van hun we}elijke toezichthoudende taak op het openbaar onderwijs belast met: - goedkeuring van begro~ng, jaarrekening en jaarverslag; - benoeming en ontslag leden Raad van Toezicht; - goedkeuring van statutenwijzigingen; - ontbinding van de s~ch~ng bij erns~ge taakverwaarlozing. De uitgangspunten voor uitvoering van de toezichthoudende taak zijn vastgelegd in een convenant. Er hee• laatstelijk op 5 november 2020, via MS Teams, overleg plaatsgevonden met de commissie “Toezicht s~ch~ng openbaar onderwijs”. 51
Er zijn sindsdien herhaaldelijk, over uiteenlopende onderwerpen, individuele contacten geweest met de portefeuillehouders onderwijs.
Stiens, 24 juni 2025
Raad van Toezicht Elan Onderwijsgroep
-----------------------------------
--------------------------------------
-----------------------------------
W.T. Scholten-Kluitenberg
R.J. Admiraal
E. Elsinga
Voorzitter
Secretaris-penningmeester
Lid
-----------------------------------
-----------------------------------
T. Oosterveld
K.A. Breuker
Lid
Lid
52
6. Jaarrekening
53
A.
BALANS PER 31 DECEMBER 2024
(na verwerking resultaatbestemming)
31-12-2024
31-12-2023
Vaste activa 1.1
Materiële vaste activa
3.268.545
2.637.525 3.268.545
2.637.525
Vlottende activa 1.2
Vorderingen
1.3
Liquide middelen
460.911
374.976
6.344.793
7.365.817
Totaal activa
6.805.704
7.740.793
10.074.249
10.378.318
Eigen vermogen 2.1
Eigen vermogen
3.085.694
3.157.506 3.085.694
3.157.506
2.2
Voorzieningen
3.906.128
4.211.569
2.3
Kortlopende schulden
3.082.427
3.009.243
Totaal passiva
10.074.249
10.378.318
54
B.
STAAT VAN BATEN EN LASTEN 2024
Werkelijk 2024
Begroting 2024
Werkelijk 2023
Baten 3.1
(Rijks)bijdragen OCW
3.2
Overige overheidsbijdragen en -subsidies
3.3
21.750.000
22.031.935
361.003
405.000
312.920
Baten werk in opdracht van anderen
3.4
22.132.846
Overige baten
3.345
10.000
2.822
589.624
710.000
578.606
Totaal baten
23.086.818
22.875.000
22.926.283
Lasten 4.1
Personele lasten
19.333.491
19.200.000
17.736.879
4.2
Afschrijvingen
521.713
525.000
547.715
4.3
Huisvestingslasten
1.343.628
1.875.000
2.712.915
4.4
Overige lasten
2.193.513
1.675.000
1.966.455
Totaal lasten
5
55
23.392.345
23.275.000
22.963.964
Saldo baten en lasten
305.527-
400.000-
37.681-
Financiële baten en lasten
233.715
275.000
241.963
Nettoresultaat
71.812-
125.000-
204.282
C.
KASSTROOMOVERZICHT 2024
Werkelijk 2024
Werkelijk 2023
Kasstroom uit operationele activiteiten Saldo baten en lasten
305.527-
37.681-
Aanpassingen voor: - afschrijvingen
521.713
547.715
- mutaties voorzieningen
305.441-
644.545
-
-
- overige mutaties eigen vermogen
216.272
1.192.261
Veranderingen in vlottende middelen: - vorderingen
85.935-
-
- schulden
73.184
12.751-
Kasstroom uit bedrijfsoperaties
-
102.006-
1.154.580
Ontvangen interest
237.509
245.935
Betaalde interest
3.794-
3.972-
-
-
Buitengewoon resultaat
Totaal kasstroom uit operationele activiteiten
233.715
241.963
131.709
1.396.543
Kasstroom uit investeringsactiviteiten Investeringen in materiële vaste activa Desinvesteringen in materiële vaste activa
1.152.732-
1.672.086-
-
1.152.732-
1.672.086-
Totaal kasstroom uit investeringsactiviteiten
1.152.732-
1.672.086-
Mutatie liquide middelen
1.021.023-
275.544-
56
D.
1.
GRONDSLAGEN VOOR BALANSWAARDERING EN RESULTAATBEPALING
Algemeen
Grondslagen voor de jaarrekening Deze jaarrekening is ingericht volgens de Regeling Jaarverslaggeving Onderwijs (RJO) en derhalve volgens de bepalingen uit het Burgerlijk Wetboek (boek 2, titel 9) en de Richtlijnen van de Raad voor de Jaarverslaggeving. Deze jaarrekening is opgesteld uitgaande van een verslaggevingsperiode van een kalenderjaar en van de continuïteitsveronderstelling. Ter vergelijking zijn de realisatiecijfers van het voorgaande jaar opgenomen. Tevens zijn de cijfers van de goedgekeurde begroting over het huidige jaar opgenomen. De gehanteerde grondslagen van waardering en van resultaatbepaling zijn ongewijzigd gebleven ten opzichte van het voorgaande jaar. De bedragen opgenomen in de jaarrekening luiden in hele euro's. Het kasstroomoverzicht is opgesteld op basis van de indirecte methode. Verbonden partijen Als verbonden partij worden alle rechtspersonen aangemerkt waarover overheersende zeggenschap, gezamenlijke zeggenschap of invloed van betekenis kan worden uitgeoefend. Ook rechtspersonen die overheersende zeggenschap kunnen uitoefenen worden aangemerkt als verbonden partij. Transacties van betekenis met verbonden partijen worden toegelicht voor zover deze niet onder normale marktvoorwaarden zijn aangegaan. Hiervan wordt toegelicht de aard en de omvang van de transactie en andere informatie die nodig is voor het verschaffen van het inzicht.
In hoofdstuk G van deze jaarrekening is een overzicht opgenomen van deelnemingen en/of verbonden partijen.
2.
Grondslagen voor waardering van activa en passiva
Algemeen De algemene grondslag voor de waardering van activa en passiva, alsmede voor het bepalen van het resultaat, is de verkrijgingsprijs. Voor zover niet anders vermeld, worden activa en passiva opgenomen voor de nominale waarde. Materiële vaste activa De materiële vaste activa worden gewaardeerd op basis van de aanschafwaarde, verminderd met de lineair berekende afschrijvingen, gebaseerd op de verwachte economische levensduur: gebouwen duurzaamheidsinvesteringen meubilair (bureaustoelen) overig meubilair onderwijsmethodes (OLP) ICT
10 jaar 10 jaar 10 jaar 20 jaar 8 jaar 5 jaar
De ondergrens voor activering is € 1.000. De materiële vaste activa worden lineair afgeschreven vanaf de maand van aanschaf. Investeringssubsidies die ontvangen zijn, worden in mindering gebracht op de investering. Gebouwen Schoolgebouwen, waarvan het juridisch eigendom berust bij de stichting en het economisch eigendom bij de gemeente, zijn niet in de balans opgenomen. Eventuele bruikleenscholen zijn eveneens niet verwerkt. De investering van € 248.836 ten behoeve van o.b.s. "de Opslach", deel uitmakend van de multifunctionele accommodatie "Triviant" te Franeker, is ultimo 2023 afgeschreven. De kosten van tijdelijke huisvesting bij o.b.s. " 't Fonnemint" te Sint Annaparochie ad € 97.889 (2020) worden afgeschreven in 10 jaar. Deze units zijn in eigendom van de stichting. De kosten van cyclisch onderhoud aan de schoolgebouwen worden, indien deze meer dan € 1.000 bedragen, ten laste gebracht van de voorziening onderhoud. Financiële vaste activa Financiële vaste activa (deposito's) zijn gewaardeerd tegen de nominale waarde. Vorderingen De vorderingen worden opgenomen tegen de nominale waarde, voor zover noodzakelijk onder aftrek van een voorziening voor het risico van oninbaarheid. Liquide middelen Liquide middelen bestaan uit kas, banktegoeden en deposito's met een looptijd korter dan twaalf maanden.
Rekening-courant schulden bij banken zijn opgenomen onder schulden aan kredietinstellingen, als kortlopende schulden. 57 De liquide middelen worden gewaardeerd tegen nominale waarde en staan, voor zover niet anders vermeld, ter vrije beschikking van het bestuur.
Eigen vermogen Onder het eigen vermogen worden de algemene reserve en de bestemmingsreserves gepresenteerd. Er is binnen het eigen vermogen een onderscheid gemaakt naar publieke en private reserves. Publieke middelen zijn middelen die verkregen zijn bij of krachtens de wet ingestelde heffingen. Algemene reserve De algemene publieke reserve betreft een buffer ter waarborging van de continuïteit van de bedrijfsvoering. Deze wordt opgebouwd uit resultaatbestemming van overschotten welke ontstaan uit het verschil tussen de toegerekende baten en de werkelijke lasten, na verrekening met de bestemmingsreserves. In geval van een tekort wordt dit resultaat ten laste van de algemene publieke reserve gebracht. Bestemmingsreserves Reserve zelfbeheer OLP De bestemmingsreserves Onderwijsleerpakket (OLP) zijn per school gevormd uit onderwijsbudgetten die aan directeuren in zelfbeheer zijn gegeven. Het verschil tussen het toegekende budget en de werkelijke lasten wordt jaarlijks per school verrekend met de bestemmingsreserve OLP. Bestemmingsreserve privaat De algemene private reserve is bedoeld voor specifieke toekomstige uitgaven die uit door ouders/verzorgers of derden ingebrachte middelen gedekt moeten worden.
Deze is opgebouwd uit jaarlijkse verschillen tussen vrijwillige ouderbijdragen en overige privaatrechtelijke baten betreffende schoolactiviteiten op vrijwillige basis (schoolreisjes, sportactiviteiten, vieringen). Via resultaatbestemming worden de overschotten van een boekjaar toegevoegd en tekorten onttrokken aan de algemene private reserve. Voorzieningen In de balans wordt een voorziening opgenomen indien: a. er sprake is van een in rechte afdwingbare of feitelijke verplichting, die het gevolg is van een gebeurtenis in het verleden; b. het waarschijnlijk is dat voor de afwikkeling van deze verplichting een uitstroom van middelen noodzakelijk is; c. er een betrouwbare schatting kan worden gemaakt van de omvang van de verplichting. De voorzieningen worden gewaardeerd tegen de beste schatting van de bedragen die noodzakelijk zijn om de verplichtingen per balansdatum af te wikkelen. Enkel uitgaven waarvoor de voorziening oorspronkelijk was gevormd worden ten laste van de voorziening gebracht. Voorziening ambtsjubilea De voorziening ambtsjubilea wordt opgenomen tegen de contante waarde van de verwachte uitkeringen gedurende het dienstverband. De berekening is gebaseerd op aanspraken op grond van de CAO, de ingeschatte blijfkans, het aantal dienstjaren en de mogelijkheid om het jubileum te behalen voor de pensioengerechtigde leeftijd.
Er is gerekend met een gemiddelde salarisstijging van 1,75 % per jaar en een disconteringsvoet van 0,0 %. De betaalde jubileumgratificaties worden ten laste van deze voorziening gebracht. Voorziening duurzame inzetbaarheid De CAO-regeling duurzame inzetbaarheid biedt aan medewerkers van 57 jaar de mogelijkheid een spaartegoed op te bouwen dat later tot verlof leidt. Voor uren die zijn gespaard in het kader van een spaarplan met een verlofdoel, is een voorziening opgebouwd door dotaties ten laste van de exploitatierekening. De voorziening is bepaald op basis van de nominale waarde van in de toekomst op te nemen verlofsaldi. De berekening is gebaseerd op gedane toezeggingen vanuit de CAO en de salarisschaal van de werknemers. Voorziening onderhoud Voor de toekomstige kosten van periodiek onderhoud aan schoolgebouwen die in juridisch eigendom zijn bij de stichting, is een meerjarenonderhoudsplan (MJOP) opgesteld. Hierin zijn de te verwachten kosten over een periode van 50 jaar per schoolgebouw uitgesplitst in verschillende bouwelementen, die op basis van vigerende regelgeving tot de risicosfeer van schoolbesturen behoren. In geval van voorgenomen scholenfusies of nieuwbouw/renovatie binnen een tijdsbestek van 10 jaar is uitgegaan van de vermoedelijk resterende gebruiksduur. Er is geen rekening gehouden met een eigen bijdrage bij nieuwbouw/renovatie.
In het MJOP, dat jaarlijks wordt geactualiseerd, is per onderhoudscomponent uitgegaan van een algemeen gebruikelijke economische levensduur en een actueel prijsniveau. Er is geen rekening gehouden met indexering van kosten door inflatie of conjuncturele aanpassingen. Op basis van het MJOP is voor de verwachte kosten inzake periodiek onderhoud van gebouwen een voorziening gevormd tegen nominale waarde. Toevoegingen aan de voorziening geschieden op basis van het geschatte bedrag per onderhoudscomponent en de periode die telkens tussen de werkzaamheden voor groot onderhoud verloopt. Jaarlijks wordt na een bouwkundige inspectie ter plaatse per schoolgebouw bepaald welke werkzaamheden noodzakelijk zijn om te blijven voldoen aan technische kwaliteitseisen en daarmee de goede onderhoudsstaat van de gebouwen en installaties te continueren, waarna de werkelijke kosten van voorzien onderhoud aan de voorziening worden onttrokken. De schattingselementen die zijn gerelateerd aan deze voorziening betreffen de gebruiksduur, de onderhoudscyclus, het bedrag dat is vereist en het moment waarop het onderhoud wordt uitgevoerd.
58
Kortlopende schulden De kortlopende schulden hebben een verwachte looptijd van maximaal één jaar. Kortlopende schulden worden opgenomen tegen de nominale waarde.
3.
Grondslagen voor bepaling van het resultaat
Algemeen Het resultaat wordt bepaald als het verschil tussen de baten en lasten over het jaar. De baten en lasten worden toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Lasten en risico's die hun oorsprong vinden voor het einde van het verslagjaar worden in acht genomen, indien zij voorafgaand aan het vaststellen van de jaarrekening bekend zijn geworden en de omvang betrouwbaar kan worden vastgesteld. (Rijks)bijdragen OCW De ontvangen (normatieve) rijksbijdragen worden in het jaar waarop de toekenning betrekking heeft als bate verwerkt in de staat van baten en lasten. Personeelsbeloningen Lonen, salarissen en sociale lasten worden op grond van de arbeidsvoorwaarden verwerkt in de staat van baten en lasten over de verslagperiode voor zover ze verschuldigd zijn aan de werknemers respectievelijk de belastingautoriteit. Voor zover de verschuldigde betalingen op balansdatum nog niet zijn voldaan, wordt hiervoor een verplichting opgenomen. De uitgestelde personeelsbeloningen voortvloeiende uit de overgangsregeling BAPO (bevordering arbeidsparticipatie ouderen) zijn als periodekosten in de staat van baten en lasten verwerkt. Pensioenregelingen De entiteit is aangesloten bij het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds (ABP). Het ABP is het bedrijfstakpensioenfonds voor overheidswerkgevers, waaronder onderwijsinstellingen.
De over het verslagjaar verschuldigde premie wordt als last verantwoord. Afschrijvingen Voor een toelichting op de afschrijving op materiële vaste activa wordt verwezen naar de hiervoor vermelde waarderingsgrondslagen. Overige kosten Alle kosten anders dan personeelsbeloningen en afschrijvingen, die in het boekjaar zijn gerealiseerd en waar geen opbrengsten tegenover staan die nog niet zijn gerealiseerd. Financiële baten en lasten Rentebaten en lasten worden tijdsevenredig verwerkt, rekening houdend met de effectieve rentevoet van de desbetreffende activa en passiva. Bij de verwerking van de rentelasten wordt rekening gehouden met de verantwoorde transactiekosten op de ontvangen leningen. Bankkosten worden ten laste gebracht van het boekjaar waarop deze betrekking hebben.
59
E.
TOELICHTING BEHORENDE TOT DE BALANS
1.1 Materiële vaste activa 1.2.1 Gebouwen/ terreinen en duurzaamh. investeringen en speeltoestellen
1.2.2 Inventaris en apparatuur
1.2.3 Andere vaste bedrijfsmiddelen (OLP)
Totaal
Aanschafprijs
898.676
4.640.256
694.544
6.233.476
Cumulatieve afschrijvingen en waardeverminderingen
-313.464
-2.771.869
-510.617
-3.595.950
Boekwaarde 1 januari 2024
585.212
1.868.387
183.927
2.637.526
Investeringen
232.678
879.210
40.844
1.152.732
Afschrijvingen
-74.726
-400.166
-46.821
-521.713
Saldo mutaties
157.952
479.044
-5.977
631.019
Aanschafprijs
1.131.354
5.519.466
735.388
7.386.208
Cumulatieve afschrijvingen en waardeverminderingen
-388.190
-3.172.035
-557.438
-4.117.663
Boekwaarde 31 december 2024
743.164
2.347.431
177.950
3.268.545
Desinvesteringen
De in 2020 gepleegde investering van € 97.889 in tijdelijke huisvesting (units) voor o.b.s. "'t Fonnemint" te Sint Anna-parochie is volledig gefinancierd met private middelen. De jaarlijkse afschrijving ad € 9.789 maakt deel uit van de private lasten. Het saldo van de private baten en lasten komt tot uitdrukking in de resultaatbestemming. Ultimo 2024 bedraagt de boekwaard € 40.950 maakt deel uit van de totale boekwaarde van 1.2.1. Gebouwen en terreinen. Per september 2024 is de aanbouw bij De Polle te Marsum gerealiseerd. Het geinvesteerde bedrag van € 55.732 is volledig gefinancierd met private middelen. De jaarlijkse afschrijving ad. € 5.573 maakt deel uit van de private lasten. Ultimo 2024 bedraagt de boekwaarde € 52.945 en maakt deel uit van de totale boekwaarde van 1.2.1 Gebouwen en terreinen.
1.2 Vorderingen 31-12-2024 1.2.1 Debiteuren
97.648
1.2.2 OCW/LNV 1.2.3 Overige overheden 1.5.7.a Fietsplan/bedrijfsfitness
31-12-2023 43.352
-
-
117.314
120.976
34.923
30.076
1.5.7.c Lonen en salarissen
-
-
1.5.7.b Overige vorderingen
-
1.2.4 Overige vorderingen
34.923
30.076
1.5.8.a Vooruit betaalde bedragen
70.546
44.258
1.5.8.b Nog te ontvangen bedragen
7.834
-
-
-
1.5.8.c Uitkeringen 1.5.8.d Overig
132.646
1.2.5 Overlopende activa
136.314 211.026
180.572
460.911
374.976
1.3 Liquide middelen 31-12-2024
1.3.1 Tegoeden op bank- en girorekeningen
60
31-12-2023
6.344.793
7.365.817
6.344.793
7.365.817
2.1 Eigen vermogen stand per
overige
resultaat-
Stand per
31-12-2023
mutaties
bestemming
31 december 2024
2.1.1 Algemene reserve Algemene publieke reserve
2.622.330
108.590-
121.485
2.635.225
418.609
108.590
170.710-
356.488
116.567
-
22.586-
93.981
3.157.506
-
71.812-
3.085.694
2.1.2 Bestemmingsreserve (publiek) Reserve OLP 2.1.3 Bestemmingsreserve (privaat) Algemene private reserve
2.2 Voorzieningen 2.2.1
2.2.3
Personeels-
Overige
beloningen
voor-
Totaal
zieningen Stand per 31 december 2023
364.110
3.847.459
4.211.569
Stand per 1 januari 2024
364.110
3.847.459
4.211.569
Dotaties
40.932
Onttrekkingen
15.513-
253.137-
268.649-
-
77.724-
77.724-
3.516.598
3.906.128
Vrijval 2.2
Stand per 31 december 2024
389.530
40.932
De voorziening onderhoud is opgenomen bij 2.2.3. Overige voorzieningen.
2.3 Kortlopende schulden 31-12-2024
31-12-2023
2.3.1 Crediteuren
243.551
401.746
2.3.2 OCW/LNV
-
-
2.3.3 Belastingen en premies sociale verzekeringen
932.133
855.447
2.3.4 Schulden terzake van pensioenen
239.138
218.117
2.5.9.a Netto salarissen 2.5.9.b Premie aanvullende verzekeringen 2.5.9.c Overig
3.255
1.826
-
-
-
-
2.3.5 Overige kortlopende schulden
3.255
1.826
2.5.10.a Vakantiegeld 2.5.10.d Nog te betalen bedragen
599.918
558.915
-
67.063
2.5.10.e Nog te besteden subsidies Ministerie
874.922
880.319
Overige nog te besteden subsidies 2.5.10.f Overig 2.3.6 Overlopende passiva
61
98.667
-
90.843
25.810 1.664.350
1.532.107
3.082.427
3.009.243
Geoormerkte doelsubsidies (model G) G 1 Subsidies waarbij het eventueel niet aangewende deel van de subsidie, mits de activiteiten volledig zijn uitgevoerd, kan worden besteed aan andere activiteiten waarvoor bekostiging wordt verstrekt. Omschrijving
Toewijzing Kenmerk
De activiteiten zijn ultimo verslagjaar conform de subsidiebeschikking geheel uitgevoerd en afgerond Datum
Status
Gelijke Kansen Onderwijs
GKO22-030
13-10-2022
onderhanden
Regeling School & Omg. voor starters
RSOS22097
11-11-2022
onderhanden
Verb. Basisvaardigheden
VBV22-PO-4275
11-11-2022
ja
Expertisedeling Nieuwkomers Basisvaardigheden
SEN22062 VBV23-PO-2173
28-11-2022 31-05-2023
onderhanden
Basisvaardigheden
VBV23-PO-2636
31-05-2023
onderhanden
Basisvaardigheden
VBV23-PO-2865
31-05-2023
onderhanden
Basisvaardigheden
VBV23-PO-2947
31-05-2023
onderhanden
Basisvaardigheden
VBV23-PO-2967
31-05-2023
onderhanden
Basisvaardigheden
VBV23-PO-1861
31-05-2023
onderhanden
Basisvaardigheden
VBV23-PO-1867
31-05-2023
onderhanden
Basisvaardigheden
VBV23-PO-4656
31-05-2023
onderhanden
Onderwijsass. Naar opl. Leraar
Sool22621
11-11-2023
onderhanden
Onderwijsass. Naar opl. Leraar
Sool22622
09-11-2023
onderhanden
Onderwijsass. Naar opl. Leraar
Sool23362
01-12-2023
onderhanden
Onderwijsass. Naar opl. Leraar
Sool23363
01-12-2023
onderhanden
Studieverlof
DUO
31-08-2023
onderhanden
Onderwijsass. Naar opl. Leraar
SOOLPO24077
21-05-2024
onderhanden
Basisvaardigheden
VBV24-PO-3306
18-06-2024
onderhanden
Basisvaardigheden
VBV24-PO-0161
18-06-2024
onderhanden
Basisvaardigheden
VBV24-PO-0956
18-06-2024
onderhanden
Basisvaardigheden
VBV24-PO-1143
18-06-2024
onderhanden
Basisvaardigheden
VBV24-PO-1149
18-06-2024
onderhanden
Basisvaardigheden
VBV24-PO-1153
18-06-2024
onderhanden
Basisvaardigheden
VBV24-PO-1315
18-06-2024
onderhanden
Studieverlof
DUO
21-08-2024
onderhanden
Ontwikkelkracht 2024-2025
OWK240059
05-09-2024
onderhanden
Onderhanden
=
Onderhanden = de subsidie loopt nog conform de subsidieverplichtingen
Ja
=
De subsidie is afgerond conform subsidieverplichtingen
Nee
=
De subsidie is afgerond in strijd met de subsidieverplichtingen
62
onderhanden
2.4 Niet uit de balans blijkende verplichtingen Van langer dan een jaar doorlopende contractuele verplichtingen die van invloed kunnen zijn op de liquiditeit, solvabiliteit en inherente risico's kan het volgende overzicht worden gegeven: nr.
onderwerp
contractuele partner
looptijd
duur automatische verlenging
opzeg-termijn
indicatie kosten opmerkingen per jaar
onbepaald
1 jaar
3 maanden
€ 100.000
Vos/abb
onbepaald
1 jaar
3 maanden
€ 6.500
€ 3,29 per ll.
PO Raad
onbepaald
1 jaar
3 maanden
€ 13.000
€ 6,32 per ll.
Aansluiting bij geschillen-,
Stg.Onderwijs-
onbepaald
1 jaar
3 maanden
€ 2.000
LGC/LKC/Fuwa/
klachten- en beroepscommissies
geschillen
Administratie, beheer en bestuur 1
Beheer en verstrekken van administratieve Confina licenties
2
Lidmaatschap landelijke scholenvereniging
3
Lidmaatschap sectororganisatie PO
4
DGO (€ 1 p/ll.)
Personeelszaken 5 6
Bedrijfsgezondheidszorg
MK Basics
3 jaar
1 jaar
3 maanden
€ 65.000
tot 1-1-2026
Buurtsportcoaches
Waadhoeke
3 jaar
1 jaar
3 maanden
€ 88.000
tot 01-08-2025
7
Digitale HRM-tool portfolio/ bekwaamheidsdossier (E-learning)
Coo7
3 jaar
3 jaar
3 maanden
€ 25.000
tot 01-01-2027
Schoonmaakonderhoud
Novon
3 jaar
1 jaar
3 maanden
€ 400.000
tot 28-10-2027
Energielevering
Audax
1 jaar
1 jaar
3 maanden
€ 450.000
tot 01-01-2026
Beheer MS-devices/
Telfort/TCOMB Hively
3 jaar 3 jaar
1 jaar 3 jaar
3 maanden 3 maanden
€ 3.500 € 20.000
tot 01-01-2026 tot 01-01-2026
12
Beheer draadloos netwerk