Bijlage 1: Bestemmingsplan: Poiesz -Berltsum Sportleane, It Achtepaed
Tekst van het document
In tegenstelling tot rustige woongebieden zijn in dergelijke levendige gebieden milieubelastende activiteiten op kortere afstand van woningen mogelijk. Hiertoe bestaat de methode dat de bij functiescheiding op grond van de VNG-publicatie aangegeven minimale richtafstanden met één afstandsstap worden verkleind (milieucategorie 1 wordt 0, 2 wordt 1, 3.1 wordt 2, etc.). Een ander methode is om te werken met een categorie-indeling waarbij voorwaarden voor de inpassing worden gegeven, te weten: Categorie A: Activiteiten die zodanig weinig milieubelastend voor hun omgeving zijn, dat deze aanpandig aan woningen kunnen worden uitgevoerd. De eisen uit het Bouwbesluit voor scheiding tussen wonen en bedrijven zijn daarbij toereikend. Categorie B: Activiteiten die in gemengd gebied kunnen worden uitgeoefend, echter met een zodanige milieubelasting voor hun omgeving dat zij bouwkundig afgescheiden van woningen en andere gevoelige functies dienen plaats te vinden. Categorie C: Activiteiten zoals genoemd bij categorie B, waarbij vanwege de relatief grote verkeersaantrekkende werking een ontsluiting op de hoofdinfrastructuur is aangewezen. In woongebieden is vooral sprake van omgevingstype 1, oftewel de rustige gebieden waar functiescheiding wordt nagestreefd.
In centrumgebieden en de directe overgangszones is eerder sprake van omgevingstype 2 betreffende de levendige gebieden met functiemenging. Ter plaatse komen naast elkaar diverse functies als wonen, bedrijvigheid, detailhandel en voorzieningen voor, dan wel dat hier de juridisch-planologische mogelijkheden toe bestaan. Toetsing Op basis van de VNG-publicatie geldt voor supermarkten (SBI-code 471) in geval van functiescheiding een minimale richtafstand van 10 m (milieucategorie 1) tot aan hindergevoelige objecten. De aspecten geluid en gevaar gelden hiervoor als maatgevende afstand. In geval van functiemenging is categorie B van toepassing. De geldende bestemmingsplannen vormen het juridisch-planologisch kader van functies, bebouwing en werkzaamheden die in de verschillende op de verbeelding aangegeven besluitvakken zijn toegelaten. Op basis hiervan is in planologisch-juridische zin nagegaan welke milieuhinderlijke bedrijvigheid is toegelaten en waar hindergevoelige functies aanwezig zijn. Voor het plangebied aan de Hôfsleane is slechts een functiewijziging van toepassing. Het gaat hier om het wegbestemmen van een supermarktfunctie in de opgenomen detailhandelsbestemming. Wat betreft hinder
31
bestemmingsplan Berltsum - Poiesz
vanwege bedrijvigheid wijzigt voor deze locatie weinig. In navolgende paragraaf wordt daarom alleen ingegaan op de nieuwe locatie van de supermarkt aan It Achtepaed/Sportleane. It Achtepaed/Sportleane In aansluiting op de bovengenoemde karakterisering van de woonomgeving en rekening houdend met de huidige gebruiksfuncties van het perceel (dorpshuis en Groene Kruisgebouw), de naastgelegen winkelfunctie (Dominee van Eijck van Heslingastrjitte 47) en de nabijgelegen sportvelden kan voor de toelaatbaar te achten geluidniveaus bij de omliggende woningen worden aangesloten bij de richt- en grenswaarden geldend voor een ‘gemengd gebied’. Het voornemen leidt tot de nieuwvestiging van een supermarkt in de buurt. Op de locatie waren tot voor kort maatschappelijke voorzieningen aanwezig. Met het planvoornemen vindt dan ook een wijziging plaats van de hinder van bedrijvigheid voor omliggende woningen. De afstand van de bedrijvigheid van de supermarkt tot de gevel van de dichtstbijzijnde woning (Sportleane) bedraagt circa 20 m. Het naastgelegen gymnastieklokaal (Ds. H. van Eijck van Heslingastrjitte 47) heeft een gemengde bestemming. Het gymnastieklokaal is niet meer als zodanig in gebruik maar is getransformeerd naar een winkel (voorzijde) en een woning (achterzijde). Deze woning kan worden aangemerkt als hindergevoelige functie.
De afstand van de grens van de bestemming voor de supermarkt tot de gevel van het voormalig gymnastiekgebouw bedraagt nog geen 10 m. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is akoestisch onderzoek uitgevoerd naar de geluidsbelasting van de supermarkt op omliggende hindergevoelige objecten. De onderzoeksresultaten hiervan zijn in paragraaf 4.7.2 besproken. Hieruit blijkt dat voldaan kan worden aan de richtwaarde voor de maximale geluidsniveaus. Conclusie De uitvoerbaarheid van het planvoornemen ondervindt met het oog op een goede ruimtelijke ordening geen belemmeringen vanwege het aspect hinder van bedrijvigheid.
4.6
Water
Normstelling en beleid In de ruimtelijke ordeningspraktijk is de wettelijk verplichte 'watertoets' van belang voor het klimaatbestendig en waterrobuust inrichten van de ruimte. De watertoets wordt gezien als een procesinstrument dat moet waarborgen dat de gevolgen van ruimtelijke ontwikkelingen voor de waterhuishouding meer expliciet worden afgewogen. De watertoets zorgt ervoor dat in alle ruimtelijke plannen aandacht wordt besteed aan veiligheid, kwaliteit en kwantiteit van water. Belangrijk onderdeel van de watertoets is het vroegtijdig afstemmen van ontwikkelingen met de betrokken waterbeheerder. Watertoets Voor het planvoornemen is via de digitale watertoets advies gevraagd bij het Wetterskip Fryslân. Uit dit advies, zie Bijlage 8 blijkt dat de normale procedure gevolgd moet worden. Dit houdt in dat de aanwezige wateraspecten van invloed zijn op het plan. REGIONALE EN LOKALE KERING Het plangebied aan It Achtepaed/Sportleane is gelegen in de zonering van een waterkering. TOENAME VERHARDING Door ruimtelijke ontwikkelingen neemt de hoeveelheid verhard oppervlak toe met als gevolg een versnelde afvoer van hemelwater. Het is nodig om deze versnelde afvoer te compenseren om de waterberging in een gebied in stand te houden.
Dit geldt ook voor toevoegen van oppervlakteverharding die wel past binnen het bestemmingsplan, maar waarvan de grond al meer dan vijf jaar braak ligt en waar in het verleden niet voor gecompenseerd is.
32
bestemmingsplan Berltsum - Poiesz
Het is verboden zonder watervergunning neerslag versneld tot afvoer te laten komen indien daarbij meer dan 200 m2 onverharde grond in stedelijk gebied en 1.500 m2 in landelijk gebied wordt bebouwd of verhard. Er geldt een vrijstelling van de vergunningsplicht wanneer wordt voldaan aan de compensatieregels genoemd in dit wateradvies. De meest voorkomende manier van compenseren is het graven van extra oppervlaktewater. Bij het graven van extra oppervlaktewater is onderstaande tabel van toepassing. Uiteraard is het toepassen van alternatieve maatregelen in het plan ook mogelijk. Afhankelijk van de maatregel kunnen andere normen gelden dan vermeld in de onderstaande tabel. Indien er niet wordt gecompenseerd door extra oppervlaktewater te graven waarbij onderstaande percentages worden gehanteerd of indien er geen overeenstemming plaatsvindt in de watertoetsprocedure over alternatieve maatregelen dan dient een watervergunning bij het waterschap te worden gevraagd. Gebied
Stedelijk (>200 m2 )
Landelijk (>1.500 m2 )
Boezem
5%
5%
Polder
10%
10%
Vrij afstromend
Maatwerk mogelijk
Maatwerk mogelijk
Met het planvoornemen wordt aan It Achtepaed/Sportleane circa 1.590 m2 toegevoegd ten opzichte van de bestaande situatie. Nadere afstemming met het Wetterskip vindt plaats over de te nemen compenserende maatregelen. Gedacht wordt aan mogelijkheden voor een Wadi aan de zuidkant van het plangebied of infiltratiekratten in het midden van het plangebied. Zie ook navolgende figuur.
Figuur 11. Weergave watercompensatiemogelijkheden. Voor de locatie aan de Hôfsleane zijn geen bijzonderheden. RUIMTELIJKE ADAPTATIE
33
bestemmingsplan Berltsum - Poiesz
Om ook in de toekomst prettig te kunnen wonen, werken en recreëren moeten steden en dorpen ingericht worden met het oog op de toekomst. Het is belangrijk kansen te benutten om het gebied klimaat robuust in te richten. Zo is het mogelijk om het bebouwd gebied beter bestand te maken tegen hevige regenbuien, periodes van droogte en hitte en de gevolgen van een mogelijke overstroming. Voor veel maatregelen geldt bovendien dat ze kosteneffectief zijn, als ze maar in een vroeg stadium in het planvormingsproces worden meegenomen. Conclusie Het project is wat betreft het aspect water uitvoerbaar.
4.7
Geluidhinder
4.7.1
Vanwege wegverkeer
Wet- en regelgeving De Wet geluidhinder (Wgh) is er op gericht om de geluidhinder vanwege onder andere wegverkeerslawaai, spoorweglawaai en industrielawaai te voorkomen en te beperken. De Wgh bepaalt dat de 'geluidsbelasting' op gevels van woningen en andere geluidsgevoelige objecten niet hoger mag zijn dan een in de wet bepaalde norm die als voorkeursgrenswaarde wordt aangeduid. Overigens is van spoorweglawaai en industrielawaai in het plangebied in ieder geval geen sprake. Daarom is alleen op wegverkeerslawaai ingegaan. Toetsing Een supermarkt is in tegenstelling tot een woning geen voor geluidgevoelige functie. Berekeningen naar wegverkeerslawaai zijn voor de supermarkt daarom niet nodig. Op indirecte hinder betreffende wegverkeerslawaai vanwege de inrichting (het supermarktbedrijf) is in navolgende paragraaf ingegaan. Conclusie De uitvoerbaarheid van het planvoornemen van voorliggend bestemmingsplan wordt niet door geluidhinder vanwege wegverkeer belemmerd. 4.7.2
Vanwege bedrijvigheid
Wet- en regelgeving De te realiseren supermarkt valt onder de werkingssfeer van het 'Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer' (Activiteitenbesluit milieubeheer) en betreft een inrichting type B. De op grond van het planvoornemen te verwachten geluidsniveaus dienen uit oogpunt van milieuwetgeving getoetst te worden aan de in dit besluit opgenomen geluidsvoorschriften. Toetsing Voor het planvoornemen is inzage nodig in de toekomstige geluidssituatie vanwege de supermarktuitbreiding. Er is dan ook akoestisch onderzoek verricht naar de geluidsbelasting van de inrichting op de omgeving. Doel van het onderzoek is het bepalen van de na de uitbreiding te verwachten geluidniveaus vanwege de supermarkt in de omgeving geweest. Het akoestisch onderzoek geldt als Bijlage 9 bij dit bestemmingsplan. Uit de conclusies hiervan blijkt het volgende. De geluidsituatie bij woningen rondom een supermarkt wordt gevormd door een samenspel van factoren zoals de grootte van de inrichting, het aantal bezoekers, de afstand tussen bron en ontvanger, de plaats van laad- en losactiviteiten, de mate waarin het geluid in de overdrachtsweg wordt gereduceerd en/of gereflecteerd en de organisatorische aspecten.
Teneinde de nadelige gevolgen voor het milieu zoveel mogelijk te beperken zijn de volgende geluidreducerende maatregelen voorzien: De bevoorrading is beperkt tot de akoestische dagperiode (tussen 07.00 en 19.00 uur) en vindt inpandig plaats. Voor de aanvoer van brood- en bakkerijproducten in de nachtperiode wordt gebruikt
34
bestemmingsplan Berltsum - Poiesz
gemaakt van een stille middelzware vrachtwagen (Piek-Keuruitvoering). Gebruik wordt gemaakt van moderne, relatief stille winkelwagens (Wanzl® of vergelijkbaar), met kunststof aanslagen en stootringen en rubberen loopvlak van de wielen. Ook de wielen van het in te zetten distributiematerieel (Feil® en Hartwall® rolcontainers, roldolly’s en vergelijkbaar) zijn uitgevoerd met een rubber loopvlak, het materieel is aanvullend in belangrijke mate voorzien van kunststof bodems en tussenbodems. Voor de supermarktkoeling en gebouwventilatie wordt gebruik gemaakt van moderne apparatuur die voldoet aan de stand der techniek. De koelcompressoren en de water-water warmtepompinstallatie staan inpandig opgesteld. De vanwege de nieuwe supermarkt in de omgeving te verwachten langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus voldoen aan de beoordelingscriteria als vastgelegd in de VNG-uitgave “Bedrijven en milieuzonering”, alsmede de algemene geluidvoorschriften als verbonden aan het Activiteitenbesluit milieubeheer. Bij het laden en lossen van vrachtwagens kunnen geluidpieken optreden. Ter beperking van mogelijke hinder bij de woning Ds. van Eijck van Heslingastrjitte 47 (voormalig gymnastieklokaal) wordt het laden en lossen inpandig opgelost.
Als op termijn op de inbreidingslocatie aan It Achtepaed een woning wordt gerealiseerd dient rekening te worden gehouden met de maximale geluidniveaus die verband houden met bevoorrading van de supermarkt in de nachtperiode (bakkerswagen). Afhankelijk van de uiteindelijke situering van de woning op het perceel kan het nodig zijn om middels maatwerk de maximale geluidniveaus verband houdend met deze bevoorrading toe te staan. Op voorhand is duidelijk dat deze geluidpieken (veroorzaakt door het rijden van de bakkerswagen over het terrein van de supermarkt) ter plaatse van de inbreidingslocatie niet leiden tot een onacceptabele aantasting van het woon- en leefklimaat. Uit het onderzoek volgt verder dat ter plaatse van een aantal omliggende woningen de voor indirecte hinder geldende voorkeurswaarde van LAeq = 50 dB(A) etmaalwaarde met ten hoogste 3 dB wordt overschreden. Voor deze omliggende woningen geldt dat gelet op de staat van onderhoud en de gevelopbouw, kan worden uitgegaan van een minimale gevelgeluidwering GA . 20 dB. Het te verwachten binnenniveau bedraagt ten hoogste 53 – 20 = 33 dB(A) etmaalwaarde. Aan de toelaatbare binnenwaarde van 35 dB(A) etmaalwaarde kan worden voldaan. Conclusie Het planvoornemen is wat betreft het aspect geluidhinder uitvoerbaar.
4.8
Verkeer en parkeren
In navolgende paragraaf wordt alleen ingegaan op de locatie aan It Achtepaed/Sportleane. De functiewijziging voor de locatie aan de Hôfsleane heeft geen invloed op de verkeer- en parkeersituatie en wordt daarom in het navolgende niet verder onderbouwd. VERKEER Voor een ruimtelijk plan geldt dat verkeerseffecten die optreden als gevolg van een planvoornemen moeten worden onderbouwd. Hiertoe kan gebruik worden gemaakt van vuistregels en kengetallen die in publicatie nr. 381 'Toekomstbestendig parkeren' (2018) en publicatie nr. 272 'Verkeersgeneratie voorzieningen' (2008) van CROW (het nationale kennisplatform voor infrastructuur, verkeer, vervoer en openbare ruimte) zijn aangereikt. De cijfers zijn algemeen van aard en gelden als hulpmiddel om de bandbreedte van de parkeerbehoefte en verkeersgeneratie bij ruimtelijke ontwikkelingen te kunnen bepalen. Voor meer specifieke oplossingen dient rekening gehouden te worden met: bereikbaarheidskenmerken van een locatie; specifieke eigenschappen van een functie; mobiliteitskenmerken van gebruikers/bezoekers van een functie; het gemeentelijk parkeer- of mobiliteitsbeleid.
35
bestemmingsplan Berltsum - Poiesz
Het CROW beveelt hierover aan de vrijheid te nemen om af te wijken van de kencijfers als er uit ervaring bij een specifieke functie reden is om dit te doen. Voor een goed inzicht in de verkeersgeneratie vanwege het voornemen is een verkeersonderzoek uitgevoerd. De resultaten van het onderzoek zijn in Bijlage 10 opgenomen. De resultaten wijzen uit dat de omliggende wegen voldoende capaciteit hebben om de nieuwe verkeersintenstiteiten op te vangen. Ook leidt het planvoornemen niet tot verkeersonveilige situaties. Naar aanleiding van een ingekomen inspraakreactie is het planvoornemen aangepast waarbij de Sportleane ten behoeve van verkeersveiligheid verbreed is tot 6 meter. PARKEREN Voor een goed inzicht in de parkeerbehoefte van het voornemen is een parkeerberekening uitgevoerd. De resultaten van het onderzoek zijn in Bijlage 10 opgenomen. De berekende parkeerbehoefte van de voorgenomen ontwikkeling is 97 auto- en 42 fietsparkeerplaatsen. Het planvoornemen voorziet in 67 autoen 40/50 fietsparkeerplaatsen (20-25 fietsbeugels) in het plangebied. Met realisatie van de 67 parkeerplaatsen in het plangebied zijn gedurende de week ruim voldoende parkeerplaatsen aanwezig. Op de drukke momenten, te weten koopavond en zaterdagmiddag, kan niet in voldoende parkeergelegenheid in het plangebied worden voorzien.
Uit het onderzoek blijkt dat in de openbare ruimte ruim voldoende capaciteit aanwezig is om de resterende berekende parkeervraag op te vangen. Bovendien geven de ervaringscijfers van de supermarkt weer dat de berekende parkeerbehoefte erg ruim is en dat in werkelijkheid een veel lagere parkeerbehoefte wordt verwacht. Het planvoornemen voldoet aan de Beleidsregel van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Waadhoeke houdende regels omtrent parkeernormen en voorziet in voldoende parkeergelegenheid. Conclusie Het voornemen is wat betreft het aspect verkeer en parkeren uitvoerbaar.
4.9
Luchtkwaliteit
Normstelling en beleid In hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer (Wm) zijn de grenswaarden op het gebied van de luchtkwaliteit vastgelegd. Daarbij zijn in de ruimtelijke ordeningspraktijk vooral de grenswaarden voor stikstofdioxide (NO2 ), fijnstof (PM10 ) en zeer fijn stof (PM2,5 ) van belang. Grenswaarden ten aanzien van de jaargemiddelde concentratie betreffen 40 ìg/m3 voor zowel NO2 als PM10 en 25ìg/m3 voor PM2,5 . Projecten met een invloed van 'niet in betekenende mate' (nibm) op de luchtkwaliteit zijn daarbij vrijgesteld van toetsing aan de grenswaarden. Op grond van de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen) zijn onder andere projecten vrijgesteld die leiden tot minder dan 3% verslechtering van luchtkwaliteit (een toename van maximaal 1,2 ìg/m3 NO2 of PM10 ). Deze grens komt overeen met een toename van 1.886 auto's dan wel 170 vrachtwagens per weekdagetmaal (grenswaarde in 2022, per 29-05-2017). PM10 en PM2,5 zijn sterk gerelateerd, aangezien PM2.5 onderdeel uitmaakt van de emissie van PM10 . Als aan PM10 wordt voldaan, mag daarom worden aangenomen dat ook de grenswaarde van PM2.5 niet wordt overschreden. Toetsing Het is geen geval aannemelijk dat als gevolg van het planvoornemen een dusdanige toename van het verkeer plaatsvindt dat de luchtkwaliteit in het geding komt. Het betreft tenslotte een verplaatsing van de reeds bestaande functies.
In paragraaf 4.8 is nader ingegaan op de verkeerseffecten van het voornemen. Er wordt van uit gegaan dat geen grote wijzigingen in de grootte van de dagelijkse verkeersstroom van en naar het projectgebied hoeft te worden verwacht. Het voornemen kan dan ook worden aangemerkt als een project van 'nibm'. Luchtkwaliteitsvereisten vormen geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het
36
bestemmingsplan Berltsum - Poiesz
planvoornemen. Conclusie Het voornemen wordt niet door de wettelijk gestelde eisen wat betreft het aspect luchtkwaliteit belemmerd.
4.10 Kabels en leidingen Het is van belang dat de ligging van kabelverbindingen planologisch wordt veiliggesteld. Ook dient het tracé van een kabelverbinding gevrijwaard te blijven van (nieuwe) ruimtelijke ontwikkelingen en activiteiten die van negatieve invloed kunnen zijn op de functionaliteit van de kabelverbinding. Zo wordt voor 50kV-kabelverbindingen doorgaans een dubbelbestemming ‘Leiding – Hoogspanning’ opgenomen, zodat de kabel planologisch is beschermd en ontwikkelingen slechts na afweging mogelijk zijn. Voor het projectgebied en de omgeving daarvan is een KLIC-melding gedaan. In het projectgebied zijn geen planologisch relevante leidingen gelegen die extra bescherming vragen. De overige kabels en leidingen worden beschermd via de Wet informatie-uitwisseling ondergrondse netten (WION).
4.11 Duurzaamheid Landelijke eisen Het Nationaal Plan voor het bevorderen van bijna-energieneutrale gebouwen in Nederland beschrijft het Nederlandse beleid om te komen tot bijna-energieneutrale woningen vanaf 2021. Het beleid is erop gericht dat de Energieprestatiecoëfficient-eis in het Bouwbesluit per 31 december 2020 dichtbij nul komt te liggen, oftewel bijna-energieneutraal. De eis wordt vanaf 2020 op andere wijze bepaald (BENG-norm), maar komt ongeveer overeen met een EPC van 0,2. De huidige eis is een EPC van 0,4. Op 3 april 2018 is een aanpassing van de Gaswet in werking getreden waardoor de gasaansluitplicht voor woningen is komen te vervallen. Dit betekent dat geen omgevingsvergunningen meer mogen worden afgegeven voor nieuwbouw van woningen die aangesloten wordt op een gasnet. Deze regeling geldt voor omgevingsvergunningen aangevraagd vanaf 1 juli 2018 en vooralsnog alleen voor woningen. Met voorliggend voornemen is sprake van de nieuwbouw van een supermarkt. Deze supermarkt wordt gasloos gebouwd. Tevens worden er zonnepanelen, een water-water warmtepomp en een CO2 neutrale koelinstallatie geplaatst. Daarnaast streeft Poiesz supermarkten op het gebied van duurzaamheid naar een beperkte retourette waarin niet alleen sprake is van de inname van lege flessen maar tevens ook het inzamelen van batterijen, lampen en vetten.
4.12 Milieueffectrapportage De bij elk ruimtelijk plan uit te voeren m.e.r.-beoordeling houdt in dat nagegaan moet worden of er activiteiten plaatsvinden die negatieve effecten op het milieu kunnen hebben. De grondslag hiervoor is enerzijds het Besluit m.e.r. (Besluit milieueffectrapportage) en anderzijds de hiervoor beschreven onderzoeken. In onderdeel C en D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten in het kader van het omgevingsvergunning plan-m.e.r.-plichtig, project-m.e.r.-plichtig of m.e.r.-beoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Voor detailhandel is een "stedelijk ontwikkelingsproject" uit onderdeel D van de bijlage relevant. Hierbij is een ontwikkeling m.e.r.-beoordelingsplichtig indien het gaat om een ontwikkeling met een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. Indien een activiteit onder de drempelwaarden blijft, dient alsnog een vormvrije m.e.r.-beoordeling uitgevoerd te worden, waarbij onderzocht dient te worden of de activiteit belangrijke nadelige gevolgen heeft voor het milieu. Dit dient als volgt te gebeuren: Voor de ontwerp-bestemmingsplanfase moet een m.e.r-beoordelingsbeslissing worden genomen,
37
bestemmingsplan Berltsum - Poiesz
waarin wordt aangegeven of wel of geen MER nodig is, gelet op de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële (milieu)effecten en mogelijke mitigerende maatregelen. Voor elke aanvraag waarbij een vormvrije m.e.r.-beoordeling aan de orde komt moet de initiatiefnemer een aanmeldingsnotitie opstellen, waarbij ook mitigerende maatregelen mogen worden meegenomen. Het bevoegd gezag dient binnen zes weken na indienen een m.e.r.-beoordelingsbesluit af te geven. Een vormvrije m.e.r.-beoordelingsbeslissing hoeft echter niet gepubliceerd te worden.
Criteria
Beschrijving van mogelijke effecten
Noodzaak m.e.r.-procedure
HOOFDTHEMA 1: KENMERKEN VAN HET PROJECT A.
De omvang van het project.
D 11.2 Mogelijkheid tot stedelijk ontwikkelingsproject nee (drempelwaarde: >100 ha of > 2000 woningen of bedrijfsvloeroppervlakte > 200.000 m). Het planvoornemen omvat de nieuwbouw van een supermarkt van circa 1.700 m2 bvo (inclusief inpandig laden en lossen), de herinrichting van een parkeerterrein in een plangebied van circa 5.342 m2 . Daarnaast vindt in een ander deel van het plangebied een functiewijziging plaats. De genoemde drempelwaarde wordt niet overschreden.
B.
De cumulatie met andere projecten.
In de omgeving van het plangebied zijn geen ontwikkelingen gepland die gezamenlijk met de ontwikkeling van het plangebied tot negatieve effecten kunnen leiden.
C.
Gebruik natuurlijke hulpbronnen.
Het gebruik van natuurlijke hulpbronnen ten behoeve nee van realisatie van de gebouwde omgeving zal plaatsvinden op een conventionele manier en geeft geen aanleiding aanzienlijke gevolgen voor het milieu te veronderstellen, zodanig dat daarvoor een MER dient te worden uitgevoerd. Reguliere bouw wordt doorgaans gerealiseerd met onder meer steenachtige materialen, beton, staal en hout. Het gaat om grondstoffen die niet bijzonder schaars zijn. Daarnaast wordt de toekomstige supermarkt gerealiseerd met aandacht voor duurzame energie(systemen), en wordt de supermarkt niet op het gasnet aangesloten.
D.
De productie van afvalstoffen.
Afvalstoffen komen vrij en/of ontstaan als gevolg van nee normaal gebruik van de bebouwing. Bouwafval kan bij aanleg - evenals bedrijfsafval in de gebruiksfase – op de gebruikelijke wijze worden ingezameld en verwerkt. Het gaat hierbij om afvalsoorten die geschikt zijn voor hergebruik. Over het algemeen kan ruim 90% van het bouwafval worden ingezet als grondstof voor nieuwe producten. Het is daarom essentieel om bouwafval goed te scheiden. Dit begint op de bouwplaats.
38
nee
bestemmingsplan Berltsum - Poiesz
E.
Verontreiniging en hinder
Aanlegfase: enkel tijdens de bouw.
nee
Gebruiksfase: met toename van verkeer door de ontwikkeling van het plan zijn er consequenties voor geluid en luchtkwaliteit. Dit leidt echter niet tot relevante milieueffecten. Gelet op de omvang van het plan draagt het planvoornemen slechts in 'niet in betekenende mate' bij aan de luchtkwaliteit. Daarnaast is het plangebied gelegen in gebied waar een maximumsnelheid van 30 km/uur geldt waarmee geluidseffecten vanwege wegverkeer door ontwikkeling van het voornemen nauwelijks optreden. Geluidhinder vanwege de bedrijvigheid wordt ondervangen door geluidreducerende maatregelen. Het plangebied is gelegen op ruime afstand (circa 7,3 km) tot het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied (Waddenzee) en op 4,2 km afstand tot het dichtstbijzijnde weidevogelkansgebied. Een stikstofberekening is uitgevoerd om de te verwachten effecten te kunnen achterhalen. Hieruit blijkt dat effecten van stikstofdepositie op het Natura 2000-gebied als gevolg van het plan niet te verwachten zijn. Significant negatieve effecten treden door vermesting en verzuring dan ook niet op. F.
Het risico van zware ongevallen en/of rampen waaronder rampen door klimaatverandering.
Binnen en nabij het plangebied zijn geen risicovolle Nee inrichtingen gelegen waarvan een plaatsgebonden risicocontour of invloedsgebied van het groepsrisico over het plangebied gesitueerd is. Daarnaast is in de nabijheid geen sprake van transportroutes met vervoer van gevaarlijke stoffen die van invloed zijn op het plangebied. Met het voornemen worden daarnaast geen risicovolle inrichtingen mogelijk gemaakt.
G.
Risico's voor de menselijke gezondheid.
Het voornemen maakt geen ruimtelijke ontwikkeling mogelijk met effecten op de volksgezondheid (zoals hinderveroorzakende objecten/activiteiten).
nee
HOOFDTHEMA 2: PLAATS VAN HET PROJECT A.
Het bestaande grondgebruik. Een deel van het plangebied is nu in gebruik voor nee maatschappelijke voorzieningen en woningen. In het plangebied bevinden zich gebouwen ten behoeve van deze maatschappelijke- en woonfuncties, bijbehorende tuinen en parkeerruimte. In de directe omgeving bevinden zich vooral woningen maar ook enkele sportvelden.
39
bestemmingsplan Berltsum - Poiesz
B.
Relatieve rijkdom aan en de In en in de omgeving van het plangebied komen nee kwaliteit en het verschillende soorten planten voor. Beschermde regeneratievermogen van de plantensoorten zijn echter niet aangetroffen. Het natuurlijke hulpbronnen van plangebied en omgeving biedt daarnaast ruimte voor het gebied. verblijfplaatsen van beschermde diersoorten. Aanvullend onderzoek is uitgevoerd naar de verblijfplaatsen van gierzwaluw, huismus en vleermuis deze zijn niet aangetroffen. Negatieve effecten zijn niet te verwachten. Het meest nabijgelegen gebied beschermd door de Wet natuurbescherming betreft het Natura 2000-gebied 'Waddenzee' op ruim 7,3 km afstand. Eveneens ook het dichtstbijzijnde NNN-gebied. Uit de uitgevoerde stikstofberekening blijkt dat negatieve effecten op aangewezen habitattypen in de natuurgebieden niet te verwachten zijn.
C.
het opnamevermogen van het natuurlijke milieu, met in het bijzonder aandacht voor de gevoelige gebieden.
Vanwege het huidige gebruik en de aard van de nee omgeving heeft het planvoornemen geen gevolgen voor het opnamevermogen van het natuurlijke milieu. Het planvoornemen leidt daarnaast niet tot significant negatieve effecten op bijvoorbeeld Natura 2000-gebieden en het NNN.
HOOFDTHEMA 3: KENMERKEN VAN HET POTENTIËLE EFFECT A.
De aard, de orde van grootte en het ruimtelijk bereik van de effecten (bijvoorbeeld geografisch gebied en omvang van de bevolking die getroffen kan worden).
De effecten als gevolg van de nieuwvestiging van de nee supermarkt en de inrichting van het parkeerterrein blijven beperkt tot enkele tientallen meters. Qua aard en omvang van de nieuwe bebouwing past het planvoornemen in het bebouwingsbeeld en het gebruik in de omgeving. Het plangebied ligt verder op voldoende afstand van gebieden met beschermde natuurwaarden (zie 2B). Het bereik van het voornemen reikt niet tot het Natura 2000-gebied.
B.
Het grensoverschrijdende karakter van het effect.
Van grensoverschrijdende milieueffecten is geen sprake
C.
De intensiteit en de complexiteit van het effect.
De potentieel aanzienlijke effecten op de directe nee woon- en leefomgeving wijzigen niet significant als gevolg van de ontwikkeling van het plangebied. Het effect is beperkt tot het plangebied en nabije omgeving. Relevante milieuaspecten voor onderzoek zijn bodem, ecologie, externe veiligheid, geluidhinder, water, bedrijvenhinder en luchtkwaliteit. Hiertoe is al een verkennend onderzoek gedaan waaruit geen redenen blijken om aan te nemen dat sprake is van onoverkomelijke belemmeringen voor ontwikkeling op deze locatie.
40
nee
bestemmingsplan Berltsum - Poiesz
D.
Waarschijnlijkheid van het effect, de verwachte aanvang, de duur, de frequentie en de omkeerbaarheid van het effect.
De effecten duren zo lang het plangebied als zodanig nee in gebruik is. De effecten zijn uitsluitend omkeerbaar door het gebruik te beëindigen en de hiertoe gerealiseerde bebouwing op te ruimen. Omdat mag worden uitgegaan van een duurzaam gebouwde omgeving gaat het hierbij dan ook in zekere zin om een onomkeerbare ontwikkeling.
E.
Cumulatie van effecten met Als aangegeven (zie 1B) zijn in de omgeving van het nee de effecten met effecten van plangebied geen ontwikkelingen gepland die andere projecten. gezamenlijk tot cumulerende effecten kunnen leiden.
F.
De mogelijkheid om de effecten doeltreffend te verminderen.
Er zijn als gevolg van het planvoornemen geen nee effecten op de omgeving te verwachten waarvoor op voorhand mitigerende maatregelen aan de orde zijn.
Conclusie In voorgaande tabel zijn de gevolgen van het realiseren van de nieuwvestiging van een supermarkt en de inrichting van een parkeerterrein op een stedelijke locatie in de gemeente Waadhoeke doorgenomen. De studie is vormgegeven aan de hand van de relevante criteria die staan opgenomen in de Wet milieubeheer en bijlage III bij Richtlijn 2014/52/EU (waarmee Richtlijn 2011/92/EU is gewijzigd). Dit betekent dat gekeken is naar de kenmerken van de activiteit, de locatie van de activiteit en de gevolgen van de activiteit voor het milieu. Het voornemen is in zekere zin onomkeerbaar, maar in vergelijking met de drempelwaarde van een stedelijk ontwikkelingsproject van een relatief zeer geringe omvang. Wanneer er geen 'belangrijke nadelige gevolgen' zijn voor het milieu is het conform de wetgeving en de vigerende praktijk niet nodig om een volledige m.e.r.-procedure te doorlopen. Uit de uitgevoerde analyse blijkt dat er geen relevante effecten zijn die het doorlopen van de m.e.r.-procedure zinvol maken. Om bovenstaande reden is het doorlopen van een m.e.r.- procedure niet noodzakelijk.
41
bestemmingsplan Berltsum - Poiesz
42
bestemmingsplan Berltsum - Poiesz
Hoofdstuk 5 5.1
Juridische vormgeving
Plansystematiek
Dit bestemmingsplan is zodanig vormgegeven dat het voldoet aan de vereisten voortkomend uit de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Bij de vormgeving van de regels en de verbeelding is aangesloten op de meest recente regeling Ruimtelijke Standaarden ruimtelijke ordening en is de Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen 2012 (SVBP2012) toegepast. SVBP2012 De SVBP2012 bevat een aantal juridische regels die moeten worden opgevolgd. Voor de planregels betekent dit dat er sprake is van een aantal dwingend voorgeschreven begripsbepalingen, die worden neergelegd in artikel 1 aangaande de begrippen. Ook schrijft de SVBP2012 voor op welke wijze er invulling moet worden gegeven aan artikel 2 betreffende de wijze van meten. Vanwege het Bro geldt verder een formulering die ten aanzien van de anti-dubbeltelregel en het overgangsrecht eveneens in de planregels moet worden overgenomen. Analoog vs. digitaal bestemmingsplan De regels zijn zo opgesteld dat deze gebruikt kunnen worden in een analoog alsook in een digitaal bestemmingsplan. Op basis van de Wro is het digitaal vastgestelde bestemmingsplan leidend. Als er een verschil bestaat tussen het analoge en digitale bestemmingsplan, is het digitale bestemmingsplan bepalend qua vormgeving en inhoud.
5.2
Toelichting op de regels
De hoofdstukindeling van de regels is op een standaardwijze opgesteld, namelijk: Inleidende regels Hoofdstuk 1 van de regels betreffen de inleidende regels. Artikel 1: Begrippen In artikel 1 van de regels zijn waar nodig de in de regels gebruikte begrippen verklaard. Dit is alleen het geval wanneer begrippen niet op voorhand voor een eenduidige uitleg, conform normaal spraakgebruik, vatbaar zijn. Een deel van deze begrippen is voorgeschreven in de SVBP2012. Artikel 2: Wijze van meten De wijze waarop maten, afstanden en dergelijke gemeten moeten worden, is opgenomen in artikel 2. Bestemmingsregels Hoofdstuk 2 van de regels zijn de bestemmingsregels die betrekking hebben op de in het bestemmingsplan gehanteerde bestemmingen en artikelsgewijs in de regels zijn opgenomen. De regels kunnen onder meer bestaan uit de volgende onderdelen: Bestemmingsomschrijving: In de bestemmingsomschrijving wordt uitgegaan van een volledige opsomming van wat binnen de bestemming functioneel ten aanzien van het gebruik van de gronden is toegestaan. Bouwregels: De bouwregels bieden het kader in hoeverre er ergens gebouwd mag worden voor hoofdgebouwen, aan- en uitbouwen en bijgebouwen dan wel het oprichten van bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Bouwregels kunnen eisen wat betreft maatvoering, oppervlakte- en inhoudsbepalingen en aantallen te plaatsen bouwwerken omvatten.
Afwijken van de bouwregels: Met het afwijken van de bouwregels wordt geregeld dat door het bevoegd gezag in voorkomende gevallen onder voorwaarden kan worden afgeweken van de eerder opgenomen bouwregels.
43
bestemmingsplan Berltsum - Poiesz
Met voorliggend bestemmingsplan is sprake van de bestemming 'Detailhandel' en 'Verkeer Verblijfsgebied'. Gebouwen en overkappingen ten behoeve van detailhandel zijn binnen een bouwvlak toegestaan. Op de verbeelding is de te hanteren bouwhoogte opgenomen. De bestemmingen bieden ruimte voor het realiseren van parkeerplaatsen, toegangswegen en bijbehorende ondergeschikte bebouwing zoals reclamezuilen, stallingen voor winkelwagens en vlaggenmasten. In het plan is de keuze gemaakt om de aanduiding 'supermarkt uitgesloten' op te nemen voor de oude locatie van de Poiesz. Het is vanuit de gemeente niet wenselijk dat op de oude locatie weer een supermarkt wordt gerealiseerd. Voor de nieuwe locatie geldt juist de aanduiding 'supermarkt' voor het uitsluitend toestaan van supermarktactiviteite op die locatie. Algemene regels Hoofdstuk 3 van de bestemmingsregels omvatten de algemene regels. De algemene regels gelden in het algemeen voor het gehele bestemmingsplan en staan min of meer los van de specifieke bestemmingsregels en worden om die reden altijd in een apart hoofdstuk opgenomen. Artikel 5: Anti-dubbeltelregel De anti-dubbeltelregel ziet er op toe dat grond die reeds eerder bij een verleende omgevingsvergunning voor het bouwen is meegenomen, niet nog eens bij de verlening van een nieuwe omgevingsvergunning voor het bouwen mag worden meegenomen.
De anti-dubbeltelregel heeft uitsluitend betrekking op situaties die plaatsvinden ten tijde van het geldende bestemmingsplan. Artikel 6: Algemene bouwregels In de algemene bouwregels staat omschreven dat ondergeschikte bouwdelen buiten beschouwing worden gelaten, mits de overschrijding van de bouw- en bestemmingsgrenzen niet meer dan 1,00 m bedraagt. Artikel 7: Algemene gebruiksregels In de algemene gebruiksregels is vastgelegd welk gebruik in ieder geval strijdig is met de in de regels gegeven bestemmingsomschrijvingen. Artikel 8: Overige regels Overige regels zien er op toe dat er een juiste afstemming aanwezig is tussen het bestemmingsplan en wettelijke regelingen zoals die bij de inwerkingtreding van het bestemmingsplan van kracht zijn. In geval van voorliggend bestemmingsplan is in dit artikel de borging van voldoende parkeergelegenheid ten behoeve van het plangebied vastgelegd. Overgangs- en slotregels In hoofdstuk 4 zijn de afsluitende regels van het bestemmingsplan neergelegd. Het gaat hierbij om: Artikelen 9 en 10: Overgangsrecht en slotregel Overeenkomstig de in het Bro voorgeschreven formulering van het overgangsrecht en de SVBP2012 zijn de overgangs- en slotregels in de afsluitende artikelen van de regels opgenomen.
5.3
Overige aspecten
Additionele voorzieningen In de regels van dit bestemmingsplan zijn de al dan niet in directe relatie met een bestemming staande voorzieningen bij de bestemming inbegrepen zonder dat dit uitdrukkelijk is vermeld. Het kan hierbij bijvoorbeeld gaan om ondergrondse leidingen, verhardingen, bermen, geluidwerende voorzieningen, centrale installaties ten behoeve van de energievoorziening, voorzieningen ten behoeve van de waterbeheersing in de vorm van watergangen, duikers, waterkeringen en dergelijke.
44
bestemmingsplan Berltsum - Poiesz
Handhaving Het bestemmingsplan geeft de gewenste planologische situatie voor het plangebied aan. Bestemmingsplannen zijn bindend voor de overheid en de burger. Enerzijds kan de overheid naleving van bestemmingsplannen afdwingen, anderzijds vormt het bestemmingsplan een juridisch kader voor burgers waaruit deze kan afleiden wat de bouw- en gebruiksmogelijkheden zijn, op de in eigendom zijnde dan wel de naastgelegen buurpercelen, in de directe woon- en leefomgeving.
5.4
Bestemmingsplanprocedure
In de Wro en het Bro zijn wettelijke regels voor de bestemmingsplanprocedure vastgelegd. Hierin zijn de volgende fasen onderscheiden: Voorbereidingsfase De gemeente voert ten behoeve van de voorbereiding van een bestemmingsplan onderzoek uit naar de bestaande situatie en de mogelijke (ruimtelijke) ontwikkelingen in de gemeente. De gemeente stelt voor het overleg op grond van artikel 3.1.1 Bro haar voornemen (vaak als een concept- dan wel voorontwerpbestemmingsplan) beschikbaar aan de besturen en diensten van hogere overheden. Ook kan de gemeente aan belangstellenden de mogelijkheid bieden om te reageren op het voorontwerpbestemmingsplan via inspraak. In dit geval is er voor gekozen voor het plan geen inspraakprocedure te volgen. De gemeente geeft een reactie op mogelijke overlegreacties die voor zover noodzakelijk worden verwerkt in de regels en verbeelding. Terinzageleggingsfase Het ontwerpbestemmingsplan wordt na aankondiging in de Staatscourant, het Gemeenteblad en de website www.ruimtelijkeplannen.nl voor een periode van 6 weken ter inzage gelegd. In deze periode kan door iedereen een zienswijze op het ontwerpbestemmingsplan worden ingediend. Vaststellingsfase Na de periode van terinzagelegging stelt de gemeenteraad het ontwerpbestemmingsplan, mogelijk met wijzigingen, binnen een periode van ten hoogste 12 weken vast.
Beroepsfase Na de vaststelling van het bestemmingsplan maakt de gemeenteraad het vaststellingsbesluit bekend en legt het vastgestelde bestemmingsplan ter inzage. Dit gebeurt als volgt: Indien Gedeputeerde Staten (GS) of de Inspectie voor Leefomgeving en Transport (ILT) een zienswijze hebben ingediend die door de gemeenteraad niet volledig is overgenomen of indien de gemeenteraad het bestemmingsplan gewijzigd heeft vastgesteld, geschiedt bekendmaking en terinzagelegging 6 weken na vaststelling. Indien het bestemmingsplan ongewijzigd is vastgesteld en er gehoor is gegeven aan eventuele zienswijzen van GS en/of de ILT wordt het vaststellingsbesluit door de gemeenteraad uiterlijk 2 weken na vaststelling bekend gemaakt. Tevens wordt uiterlijk 2 weken na vaststelling het bestemmingsplan ter inzage gelegd. Binnen 6 weken na bekendmaking van het vaststellingsbesluit kan er door belanghebbenden beroep worden ingesteld bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS). Indien geen beroep tegen het vastgestelde bestemmingsplan is ingediend, is het bestemmingsplan na afloop van de beroepstermijn onherroepelijk.
45
bestemmingsplan Berltsum - Poiesz
46
bestemmingsplan Berltsum - Poiesz
Hoofdstuk 6
Uitvoerbaarheid
6.1
Economische uitvoerbaarheid
6.1.1
Grondexploitatie
Op grond van artikel 6.12 Wro stelt de gemeenteraad een exploitatieplan vast voor gronden waarop een bouwplan is voorgenomen. Wat onder een bouwplan moet worden verstaan, is in artikel 6.2.1 Bro aangegeven. Dit bestemmingsplan ziet toe op de sloop van de bestaande supermarkt en herbouw van een nieuwe supermarkt en betreft daarmee een bouwplan op grond van artikel 6.2.1 Bro onder b: "de bouw van één of meer andere hoofdgebouwen". Doel van een grondexploitatieregeling is het inzichtelijk maken van de financiële haalbaarheid en het bieden van meerdere mogelijkheden voor het kostenverhaal, waardoor er meer sturingsmogelijkheden zijn. Er wordt onderscheid gemaakt tussen de publiekrechtelijke weg via een exploitatieplan en de privaatrechtelijke weg in de vorm van overeenkomsten. In het geval van een exploitatieplan kan de gemeente eisen en regels stellen voor de desbetreffende gronden. 6.1.2
Onderzoeks- en plankosten
De kosten voor het verrichten van de noodzakelijke onderzoeken ten behoeve van de planvorming vanwege dit bestemmingsplan worden door de ontwikkelende partij gedragen. Door de gemeente worden kosten voor de ambtelijke planbegeleiding gemaakt die worden verhaald in de tussen partijen af te sluiten anterieure overeenkomst waarin de kostenafspraken zijn vastgelegd. 6.1.3
Realisatiekosten en financiële uitvoerbaarheid
Initiatiefnemer van het planvoornemen van dit bestemmingsplan is een private partij; te weten Poiesz Vastgoed B.V. uit Sneek. Poiesz is een regionale speler en met 69 vestigingen een gevestigde partij in de supermarktbranche. De kosten voor realisatie van het planvoornemen komen voor rekening van het supermarktbedrijf. Poiesz heeft hiertoe budget gereserveerd. Het gaat om een financieel gezond bedrijf met kennis van zaken. Op grond daarvan mag in redelijkheid worden aangenomen dat de beoogde ontwikkeling binnen de planperiode van in beginsel 10 jaar wordt uitgevoerd. 6.1.4
Planschade
Door het opstellen van dit nieuwe bestemmingsplan voor de betreffende gronden is er de kans dat door eigenaren van gronden in de directe omgeving van het plangebied bij de gemeente op grond van artikel 6.1 Wro een verzoek tot tegemoetkoming in planschade wordt ingediend. Diegenen die schade lijden door de bestemmingsplanherziening, omdat hun onroerend goed in waarde vermindert, kunnen de schade verhalen (voor zover deze redelijkerwijs niet voor de aanvrager behoort te blijven). Afspraken over de mogelijke kosten die samenhangen met deze tegemoetkoming in de planschade worden in de tussen initiatiefnemer en gemeente overeengekomen anterieure overeenkomst opgenomen. 6.1.5
Conclusie
Het kostenverhaal, evenals de afwenteling van de planschade, is geregeld in een tussen de gemeente en initiatiefnemer gesloten afzonderlijke anterieure overeenkomst. Op basis van deze overweging moet het planvoornemen van dit bestemmingsplan economisch uitvoerbaar worden geacht. De exploitatiekosten zijn derhalve anderszins verzekerd. Een exploitatieplan op grond van de Grondexploitatiewet is dan ook niet noodzakelijk. Voorgaande betekent dat dit bestemmingsplan niet door onvoldoende economische uitvoerbaarheid wordt belemmerd.
47
bestemmingsplan Berltsum - Poiesz
6.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
6.2.1
Informatiebijeenkomst
Op 31 augustus 2020 is een informatiebijeenkomst georganiseerd over het planvoornemen. Op hoofdlijnen zijn de plannen goed ontvangen. Enkele vragen werden gesteld over de locatie van glasbakken, het aantal afvalbakken op het terrein, een duidelijke route voor voetgangers en aandacht voor het plaatsing van de koeling op het dak vanwege geluidsoverlast. Tevens zijn aanvullende gesprekken gevoerd met de direct naastwonende buren. 6.2.2
Overleg ex. art. 3.1.1 Bro
In het kader van het bestuurlijk vooroverleg ex artikel 3.1.1 Bro wordt voorliggend bestemmingsplan aan verschillende maatschappelijke instanties voorgelegd voor een reactie. Daarnaast heeft het plan als voorontwerp te inzage gelegen. Op het plan zijn meerdere reacties ingekomen. Voor de reacties en de gemeentelijke beantwoording wordt verwezen naar Bijlage 11. De ingekomen reacties hebben geleid tot enkele aanpassingen in het bestemmingsplan. 6.2.3
Tervisielegging ontwerp
Op grond van artikel 3.8 Wro heeft het ontwerp van dit bestemmingsplan zes weken ter inzage gelegen. Er zijn geen zienswijzen ingediend en het plan wordt ongewijzigd vastgesteld.
48
bestemmingsplan Berltsum - Poiesz
Bijlagen bij de toelichting
49
bestemmingsplan Berltsum - Poiesz
50
bestemmingsplan Berltsum - Poiesz
Bijlage 1 Beeldkwaliteitsplan
51
BEELDKWALITEITSPLAN POIESZ BERLTSUM
P000415 28 maart 2022
1
Afbeelding 1. Topografische kaart 1940 (Bron: topotijdreis.nl)
Afbeelding 2. Topografische kaart 1980 (Bron: topotijdreis.nl)
INHOUD 1. Inleiding 5 2. Ruimtelijk beleid 7 3. Ruimtelijke analyse 9 4. Planbeschrijving 11 5. Beeldkwaliteit bebouwing
13
6. Beeldkwaliteit terreininrichting 17 Colofon 18
3
ne
mi
Do
Sp
d
ae
tep
ch
It A Afbeelding 3. Plangebied geprojecteerd op luchtfoto
ne
ea
tl or
an ev
k
Eijc
van
slin
He
te
rjit
st ga
1
INLEIDING Aanleiding Poiesz Supermarkten wil op de hoek van de Sportleane/Dominee van Eijck van Heslingastrjitte en It Achtepaed (zie afbeelding 3) een nieuwe supermarkt realiseren. Momenteel staat op de locatie een gebouw waarin het Groene Kruis en het dorpshuis ’t Heechhout zijn gehuisvest. Deze functies gaan verhuizen naar het MFC Berlikum, waardoor de locatie vrij komt. Verder staat er nog een tweetal geschakelde woningen op de locatie; deze zullen ook worden gesloopt. Poiesz Supermarkten heeft enkele jaren geleden de nieuwe Puur Poiesz 2.0 formule geïntroduceerd en is momenteel bezig met de uitrol ervan. De vernieuwing van het winkelconcept en de eisen die aan een toekomstbestendige supermarkt worden gesteld, leiden tot een andere ruimtebehoefte. De huidige locatie aan de Hôfsleane biedt hiervoor onvoldoende mogelijkheden. Dit is de aanleiding om in Berltsum over te gaan naar nieuwbouw op de hiernaast afgebeelde locatie. De nieuwbouw wordt vormgeven in aansluiting op de huisstijl van Poiesz.
Doel en status De ontwikkeling van een supermarkt in het plangebied valt buiten de reikwijdte van de huidige gemeentelijke welstandsnota. Het beeldkwaliteitsplan is/wordt vastgesteld door de gemeenteraad en vervangt voor dit plangebied de gebiedsgerichte eisen uit de gemeentelijke welstandsnota. In aanvulling op het beeldkwaliteitsplan blijven de algemene criteria en de reclamecriteria uit de welstandsnota wel van toepasing. Voorliggend beeldkwaliteitsplan voorziet in een toetsingsinstrument voor welstand (Hûs en Hiem) voor het nieuwbouwplan. Naast een toetsingsinstrument, is het beeldkwaliteitsplan ook een inspiratiebron voor de (bouwkundige) planvorming. Ten aanzien van de maatvoering en de plaatsing van gebouwen is het bestemmingsplan maatgevend.
Leeswijzer Hoofdstuk 1 bestaat uit een algemene inleiding en hoofdstuk 2 gaat kort in op het welstandsbeleid. Hoofdstuk 3 geeft een beknopte ruimtelijke analyse van het plangebied en hoofdstuk 4 voorziet in de planbeschrijving van de nieuwe ontwikkeling. Hoofdstuk 5 gaat in op de gewenste beeldkwaliteit van de bebouwing en het laatste hoofdstuk beschrijft de gewenste beeldkwaliteit van de terreininrichtins. De beeldkwaliteitsrichtlijnen in de hoofdstukken 5 en 6 dienen als kader voor de welstandstoetsing en worden als zodanig door de gemeenteraad vastgesteld.
5
Afbeelding 4. Uitsnede welstandskaart
2
RUIMTELIJK BELEID Welstandsnota Waadhoeke De gemeente Waadhoeke heeft op 12 december 2019 de welstandsnota vastgesteld. Deze welstandsnota is op 1 juli 2021 op onderdelen gewijzigd. Het plangebied valt onder Deelgebied 8. Na-oorlogse uitbreidingen (zie afbeelding 4). Het welstandsbeleid in dit gebied is, voor zover bebouwing is gerealiseerd, gericht op het beheer van de bestaande situatie. Bijzondere ontwikkelingen worden niet verwacht voor deze gebieden. Voor het gebied is een regulier ambitieniveau van kracht. De nadruk ligt hierbij op het respecteren van de bestaande basiskwaliteit. Incidentele veranderingen worden over het algemeen mogelijk geacht.
Relatie met de ontwikkelingen in het beeldkwaliteitsplan De criteria in de welstandsnota zijn erop gericht het bestaande beeld te respecteren. In het gebied wordt een nieuwe ontwikkeling voorzien die leidt tot een verandering van de bestaande gebouwde en functionele structuur. De welstandsnota bevat geen welstandscriteria voor (her)ontwikkelingsprojecten die de bestaande ruimtelijke structuur en karakteristiek doorbreken. De nieuwe ontwikkeling valt daarmee buiten de reikwijdte van de welstandsnota, waardoor het huidige welstandskader niet toereikend is. Het voorliggende beeldkwaliteitsplan is opgesteld om te voorzien in een passend welstandskader. De inhoud van dit beeldkwaliteitsplan is afgestemd op de voorwaarden die welstandsnota hieraan stelt.
7
D
str
u bo
n Tú te
jit
A B
inee
Dom
*1
C Sp
ne
ea
tl or
*2
d
ae
tep
ch
It A
Afbeelding 5. Ruimtelijke structuur
v
ijck an E
van
H
jitte
astr
g eslin
3
RUIMTELIJKE ANALYSE Het plangebied bevindt zich in een woonbuurt die overwegend projectmatig tot stand is gekomen. De verschillende ontwikkelperioden van de jaren ‘60 tot de jaren ‘80 van de vorige eeuw zijn goed herkenbaar. De buurt is gevarieerd, waarbij zowel woningen aan de straat, als woningen in hofjes zijn gebouwd. Afbeelding 5 geeft op indeling van de buurt weer.
Wat valt op aan de bebouwing? •
•
•
•
•
Gebied A bestaat overwegend uit woningen met een hoofdvorm van een bouwlaag met een kap. De voormalige sportzaal, nu een winkel (*1) en het dorpshuis (*2) hebben een grotere korrelgrootte. De voormalige sportzaal heeft ook een afwijkende hoofdvorm door de toepassing van platte daken. Door de vormgeving, de (terugliggende) situering en de ruime groene setting voegen deze grotere gebouwen zich goed in de woonomgeving. De bouwrichting in dit gebied is afgestemd op de oorspronkelijke verkavelingsrichting (zie afbeelding 1 en 2) en staat hier haaks op, of evenwijdig aan. Doordat de Dominee van Eijck van Heslingastrjitte onder een hoek is aangelegd ten opzichte van de oorspronkelijke verkaveling, zijn verspringende voorgevelrooilijnen onstaan. Gebied B bestaat uit twee blokjes rijenwoningen met een hoofdvorm van een bouwlaag met een kap. Opvallend is de situering onder een schuine hoek en de groene ruimte rondom de woningen. In gebied C is de bebouwing overwegend twee bouwlagen met een kap. De bebouwingsstructuur is deels in lijn met de oorspronkelijke verkaveling en staat hier ook deels haaks op. De bebouwing heeft overwegend een sterke relatie met de weg en staat hier haaks of evenwijdig op. Gebied D valt op door de hofjes langs de Túnboustrjitte. De bebouwing is twee bouwlagen met een kap en de bebouwing is duidelijk geclusterd rondom de hofjes.
De woonbebouwing in de buurt heeft over het algemeen een sobere uitstraling. De gevels zijn overwegend in een rode of gele baksteen uitgevoerd en de daken zijn overwegend afgedekt met antraciete of donkerrode dakpannen. De woningen aan de Túnboustrjitte vallen op door de oranje dakpannen.
Wat valt op aan de openbare ruimte? •
•
• •
De openbare ruimte heeft een redelijk groen karakter door de aanwezige brede groene bermen en de groen ingerichte overhoeken. Ook de inrichting van de tuien draagt bij aan het groene beeld. De groene inrichting bestaat vooral uit gras en lage beplanting; het aantal bomen is beperkt. De verharding bestaat voor een groot deel uit betonklinkers voor de rijbaan en betontegels voor de stoepen. De rijbaan van de Túnboustrjitte en een deel van de Sportleane bestaat uit gebakken klinkers. De aanwezige stevige beplantingsstrook tussen woongebied/plangebied en sportvoorzieningen is een groene kwaliteit op groter schaalniveau. De aanwezige langszaamverkeersverbinding (Kwekerijleane) met sportvoorzieningen is een kwaliteit.
9
Túnboustrjitte
6.5 m
6.0 m 2.0 m
iv a iv a m m
5pp
fietsen
Totaal 65pp + 2 miva
40.0 m
Opstelplaats vrachtwagen laden/lossen
plangebied ca. 5342 m2
It Achtepaed
Kwekerijleane
Route vrachtwagen vanaf Koekkoeksleane (zuidelijke ring onder Berlikum)
Afbeelding 6. Inrichtingsplan (Bron: Wijbenga | Tromp architecten)
40.3 m
Poiesz Supermarkt
39.5 m
40.8 m 30.0 m
fietsen
ww stalling
entree
9 parkeerplaatsen
6.0 m
11 parkeerplaatsen
1.5 m
Te behouden bomen
OIESZ 70 BERLIKUM
UATIE
8.5 m
6.0 m
Materialen terrein: - parkeervakken en rijbaan d.m.v. betonklinkers - t.p.v. de entree en langs het pand betontegels
11 parkeerplaatsen
lichtmast
14 parkeerplaatsen
beukenhaag, hoogte 1 meter (haag blijft blad behouden in de winter)
4.0 m
15 parkeerplaatsen
9.5 m
Sportleane
5.1 m
N
4
PLANBESCHRIJVING Toelichting In het plangebied wordt een nieuwe supermarkt met parkeerterrein ingepast (zie afbeelding 6). De situering van de bebouwing is dusdanig dat deze aansluit op de bestaande bebouwingsstructuur. De bebouwing is daarom oostelijk op het perceel gesitueerd. De verspringende rooilijn en de bouwrichting worden gehandhaafd. De supermarkt wordt vormgegeven met een hoofdvorm van een bouwlaag met een kap. Hierdoor voegt dit grotere volume zich op een gelijkwaardige wijze in de bestaande gebouwde omgeving als het bestaande dorpshuis. Een vrachtwagenruimte is onderdeel van de planvorming. Dit hogere volume voegt zich op een onopvallende manier in de omgeving door de situering op de achterzijde (zuidzijde) van het perceel en de terugliggende plaatsing. De bebouwing heeft representatieve gevels naar de Sportleaen en It Achtepaed en heeft, mede door het hoekaccent, een dubbele oriëntatie, passend bij de hoeksituatie. Het kleur- en materiaalgebruik wordt afgestemd op/is passend bij de omgeving. De zuidoost- en noordoostzijde van het terrein worden ingepast met struiken, eventueel aangevuld met bomen. Hierdoor wordt de bebouwing (deels) aan het zicht onttrokken en voegt het gebouw zich in de bestaande beplantingssingel/het bestaande bosje. Op het terrein wordt mogelijk nog water aangelegd om te voorzien in de waterberging.
Als gevolg van de gekozen situering ontstaat een open hoek ter plaatste van het kruispunt van de Sportleane en It Achtepaed. Het open, ruimtelijk ogende parkeerterrein geeft hierdoor lucht in de bebouwingsstructuur. De twee toegangen tot het parkeerterrein worden verkeersveilig vormgegeven en duidelijk gemarkeerd. Verlichting op het gebouw en op het terrein draagt bij aan een vriendelijke en veilige uitstraling tijdens donkere momenten. Ten aanzien van de verlichting wordt aangesloten bij het gemeentelijke donkertebeleid (Tusken Skimer en Moarnsdage, donkertebeleid gemeente Waadhoeke).
Ruimtelijke ambities Met de invulling van het gebied worden onderstaande ambities vormgegeven. • De bebouwing en het (parkeer)terrein zijn goed ingepast in de bestaande ruimtelijke structuur. • De bebouwing en het (parkeer)terrein hebben een representatief en uitnodigend karakter. • De situering en vormgeving van het gebouw en de terreininrichting dragen bij aan het zoveel mogelijk voorkomen van negatieve effecten op de belendende percelen. • Het terrein voorziet in een passende parkeeroplossing voor auto’s en fietsen. • Het (parkeer)terrein heeft een verkeersveilige aansluiting op de bestaande wegen- en padenstructuur.
11
Afbeelding 7. Gevels in rode baksteen. De hoek/entree en de gevels zijn representatief en uitnodigend vormgegeven (MixArchitectuur, Bron: tenbrinke.com).
Afbeelding 8. Gevels in rode baksteen. De hoek/entree is representatief en uitnodigend vormgegeven (Bron: wijbengagroep.nl).
5
BEELDKWALITEIT BEBOUWING De beeldkwaliteitscriteria voor de bebouwing zijn gericht op het realiseren van het in hoofdstuk 4 beschreven ambities.
Plaatsing
Hh
De bebouwing sluit aan bij het voorkomende bebouwingspatroon en ligt oostelijk op het perceel. Aan de Sportlaan voegt de gevel zich in de verspringende voorgevelrooilijn.
•
De bouwrichting is afgestemd op de bouwrichting van de naastgelegen bebouwing en staat hier haaks op, of is hier evenwijdig aan.
•
Er is sprake van een duidelijk hoekaccent met entree. De vrachtwagenruimte is door de plaatsing ondergeschikt in het beeld.
Re
Iv
• • • •
Aan- en uitbouwen zijn ondergeschikt. Op het terrein komen geen vrijstaande bijgebouwen voor.
Hoofdvorm
Hh
De hoofdvorm vorm van de supermarkt is een bouwlaag met een kap. De vrachtwagenruimte heeft een hoofdvorm van maximaal twee bouwlagen met een plat dak.
•
De massaopbouw is enkelvoudig tot samengesteld. De opzet is kantig.
•
Er is sprake van een duidelijk hoekaccent in de massaopbouw.
•
Aan- en uitbouwen zijn ondergeschikt en in een afgeleide architectuur.
Re
Iv
•
Aanzichten
Hh
Er is sprake van gerichtheid op de (semi)openbare ruimte. De supermarkt heeft aan de zijde van de Sportleane en It Achtepaed een bij een supermarkt passende representatieve vormgeving. De supermarkt heeft een uitnodigende, transparante en duidelijk herkenbare entree op de hoek.
•
Eigentijdse, bij de woonomgeving en de functie passende architectuur.
•
Re
De fietsparkeerplaatsen en de winkelwagentjes zijn ingepast in het gebouwontwerp, bijvoorbeeld door de toepassing van een luifel.
•
De vormgeving en plaatsing van verlichtingsarmaturen is afgestemd op het gevelontwerp.
•
Zonnepanelen en technische installaties zijn ondergeschikt in het gevelbeeld.
•
Iv
Beleidsintentie: Hh - Handhaven/herstel en restauratie; Re - Respecteren en interpreteren; Iv - Incidenteel veranderbaar.
13
Opmaak
Hh
Gevels grenzend aan, of zichtbaar vanaf de Sportleane en It Achtepaed worden uitgevoerd in baksteen en glas. De overige gevels mogen gesloten zijn.
•
Gevels uitvoeren in een rode tot roodbruine baksteen. De vrachtwagenruimte mag afwijkend worden vormgeven in een antraciete baksteen.
•
Hellende daken afdekken met dakpannen in een antraciete tot zwarte niet glanzende dakpan.
•
Maximaal twee kleuren toepassen voor kozijnen, boeiplanken, etc. Geen felle accentkleuren toepassen (m.u.v. eventuele reclame-uitingen).
Re
Iv
•
De detaillering ondersteunt de gekozen architectuur.
•
Reclame-uitingen
Hh
In afwijking van de reclamecriteria R2 uit de welstandsnota, zijn aan de gevels maximaal drie reclame reclameuitingen toegestaan. De reclame-uitingen zijn qua situering en grootte in een duidelijke samenhang met het gevelontwerp.
•
Re
Iv
Beleidsintentie: Hh - Handhaven/herstel en restauratie; Re - Respecteren en interpreteren; Iv - Incidenteel veranderbaar.
15
Afbeelding 9. Beeld parkeerplaatsen verzachten met hagen en/of lage beplanting
6
BEELDKWALITEIT TERREININRICHTING De beeldkwaliteitscriteria voor de terreininrichting zijn gericht op het realiseren van de in hoofdstuk 4 beschreven ambities.
Terrein
Hh
Rijbaan uitvoeren in (grijs) asfalt en stoepen in grijze betontegels. In aanvulling hierop worden maximaal twee kleuren klinkers toepast voor de overige terreinverharding. Kleuren materiaalgebruik afstemmen op de inrichting van de openbare ruimte in de directe omgeving. Het beeld van de parkeerplaatsen en de bebouwing verzachten vanaf de openbare weg door de inpassing van lage hagen en/of lage beplanting (zie afbeelding 9).
Iv
• •
Ter plaatse van de noordoostgevel bomen en struikachtige beplanting aanbrengen om het aanzicht van de bebouwing te verzachten. Langs de zuidoostrand van het terrein (aansluitend op de bestaande beplantingssingel/het bestaande bosje en de Kwekerijleane) struikachtige beplanting aanbrengen om de bebouwing in te passen en het aanzicht van de bebouwing en het terrein te verzachten. Het sortiment beplanting langs de zuidoostrand is inheems en op de ondergrond passend.
Re
• •
Inrichtingselementen (zoals hekwerken, fietsbeugels, paaltjes, afvalbakken, containers, verlichtingsarmaturen, etc.) worden uitgevoerd in RVS of een donkere kleur, zoals bijvoorbeeld zwart. Naast het RVS maximaal één kleur toepassen. Geen felle accentkleuren toepassen op de inrichtingselementen.