CConstaterende datwaadhoeke
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1: Bestemmingsplan: Poiesz -Berltsum Sportleane, It Achtepaed

Gemeenteraad Waadhoeke 24 november 2022, gemeente waadhoekeBij agendapunt: Bestemmingsplan en beeldkwaliteitsplan Poiesz Berltsum20.919 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

bestemmingsplan Berltsum - Poiesz vastgesteld

bestemmingsplan

Berltsum - Poiesz vastgesteld 24-11-2022

bestemmingsplan Berltsum - Poiesz

Inhoudsopgave

Toelichting

5

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging van het plangebied 1.3 Doelstelling 1.4 Leeswijzer

7 7 7 8 10

Hoofdstuk 2 Planbeschrijving 2.1 Bestaande situatie 2.2 Planvoornemen 2.3 Markttechnische onderbouwing

11 11 13 16

Hoofdstuk 3 Beleidskader 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Gemeentelijk beleid

19 19 22 24

Hoofdstuk 4 Omgevingsaspecten 4.1 Erfgoed 4.2 Ecologie 4.3 Bodemkwaliteit 4.4 Externe veiligheid 4.5 Hinder van bedrijvigheid 4.6 Water 4.7 Geluidhinder 4.8 Verkeer en parkeren 4.9 Luchtkwaliteit 4.10 Kabels en leidingen 4.11 Duurzaamheid 4.12 Milieueffectrapportage

25 25 27 28 29 31 32 34 35 36 37 37 37

Hoofdstuk 5 Juridische vormgeving 5.1 Plansystematiek 5.2 Toelichting op de regels 5.3 Overige aspecten 5.4 Bestemmingsplanprocedure

43 43 43 44 45

Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid 6.1 Economische uitvoerbaarheid 6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid

47 47 48

Bijlagen bij de toelichting

49

Bijlage 1

Beeldkwaliteitsplan

51

Bijlage 2

DPO-onderzoek

71

Bijlage 3

Archeologisch onderzoek

87

Bijlage 4

Beknopte natuurtoets

131

Bijlage 5

Nader ecologisch onderzoek

143

3

bestemmingsplan Berltsum - Poiesz

Bijlage 6

Aeriusberekening

149

Bijlage 7

Bodemonderzoek

183

Bijlage 8

Wateradvies

293

Bijlage 9

Akoestisch onderzoek

299

Bijlage 10

Verkeersonderzoek

357

Bijlage 11

Nota Inspraak en overleg

423

Regels

445

Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2

Inleidende regels Begrippen Wijze van meten

447 447 451

Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4

Bestemmingsregels Detailhandel Verkeer - Verblijfsgebied

453 453 455

Hoofdstuk 3 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8

Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Overige regels

457 457 459 461 463

Hoofdstuk 4 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht bouwwerken Overgangsrecht gebruik Slotregel

465 465 467 469

Bijlage bij de regels

471

Bijlage 1

472

Inrichtingstekening

4

bestemmingsplan Berltsum - Poiesz

Toelichting

5

bestemmingsplan Berltsum - Poiesz

6

bestemmingsplan Berltsum - Poiesz

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

De aanleiding voor dit bestemmingsplan betreft het planvoornemen voor de verplaatsing van de Poiesz supermarkt naar It Achtepaed in Berltsum. Reden voor de verplaatsing van de supermarkt betreft de introductie van de nieuwe winkelformule van Poiesz om in te spelen op de veranderende vraag van de consument. Om het klantenbestand op peil te houden moet de winkel worden opgewaardeerd. De huidige locatie aan de Hôfsleane biedt onvoldoende ruimte om een dergelijke opwaardering mogelijk te maken. Met die reden is een nieuwe locatie aan It Achtepaed gevonden. Het geldend bestemmingsplan 'Berltsum Wier' biedt geen mogelijkheden om op de nieuwe locatie een supermarkt mogelijk te maken. Met die reden is een nieuw bestemmingsplan opgesteld waarin de verplaatsing van de supermarkt is uitgewerkt. In het bestemmingsplan is zowel de oude als nieuwe locatie voorzien van een nieuwe regeling.

1.2

Ligging van het plangebied

Het plangebied bestaat uit zowel de oude als de nieuwe locatie van de supermarkt. Het gaat om de volgende twee locaties. Locatie A: Hôfsleane 65A De eerste locatie van het plangebied betreft de oude locatie van de supermarkt aan de Hôfsleane 65A in Berltsum. Het betreft een gedeelte van het kadastrale perceel 5178 sectie A gemeentecode BLK00 van de gemeente Waadhoeke. De oppervlakte van dit plangebied betreft 1.360 m2 . Navolgende figuur geeft de ligging van het plangebied weer.

Figuur 1. Ligging plangebied Hôfsleane (bron: Pdok viewer 2021)

7

bestemmingsplan Berltsum - Poiesz

Locatie B: hoekperceel It Achtepaed/Sportleane De tweede locatie van het plangebied betreft de nieuwe locatie van de supermarkt op de hoek van It Achtepaed en de Sportleane in Berltsum. Het betreft de kadastrale percelen 5206 deels, 4820, 4761, en 4954 sectie A gemeentecode BLK00 van de gemeente Waadhoeke. De oppervlakte van het plangebied bedraagt circa 5.350 m2 . Navolgende figuur geeft de ligging van het plangebied weer.

Figuur 2. Weergave ligging plangebied It Achtepaed/Sportleane (bron: Pdok viewer 2021)

1.3

Doelstelling

Geldend bestemmingsplan Voor de plangebieden is het bestemmingsplan 'Berltsum Wier' (vastgesteld op 7 december 2017) van kracht. A: HÔFSLEANE 65A Voor de huidige supermarktlocatie aan de Hôfsleane is de bestemming Detailhandel opgenomen. De gronden kunnen daarmee voor diverse detailhandelsactiviteiten, waaronder een supermarkt, gebruikt worden. Binnen de detailhandelsbestemming is tevens een bouwvlak opgenomen. Gebouwen mogen alleen binnen dit bouwvlak gebouwd worden.

8

bestemmingsplan Berltsum - Poiesz

Figuur 3. Uitsnede verbeelding Hôfsleane (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl) B: IT ACHTEPAED/SPORTLEANE In het geldend bestemmingsplan zijn voor de locatie It Achtepaed/Sportleane de bestemmingen Groen, Wonen, Maatschappelijk en Dienstverlening van toepassing. De opgenomen bestemmingen bieden de ruimte aan diverse activiteiten op korte afstand van elkaar. Binnen geen van deze bestemmingen is de bouw en het gebruik van een supermarkt mogelijk.

9

bestemmingsplan Berltsum - Poiesz

Figuur 4. Uitsnede verbeelding It Achtepaed/Sportleane (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl) Strijdigheid geldend bestemmingsplan Met de verplaatsing van de supermarkt naar It Achtepaed/ Sportleane is een detailhandelsfunctie in de vorm van een supermarkt aan de Hôfsleane niet langer gewenst. De opgenomen detailhandelsbestemming sluit een nieuwe supermarkt echter niet uit. Om nieuwvestiging van een supermarkt te voorkomen is aanpassing van het bestemmingsplan wenselijk. De opgenomen bestemmingen aan It Achtepaed/Sportleane bieden geen mogelijkheden voor het bouwen en gebruiken van de gronden voor een supermarkt. Voor het voornemen ontbreken daarmee de juiste juridisch-planologische mogelijkheden om tot realisatie van de supermarkt op deze locatie te komen. Met voorliggend bestemmingsplan worden beide strijdigheden opgeheven.

1.4

Leeswijzer

Na de inleiding in dit hoofdstuk is in hoofdstuk 2 nader op het plan ingegaan. Relevant overheidsbeleid is daaropvolgend in hoofdstuk 3 uiteengezet. Een omschrijving van de omgevingsaspecten betreffende de planologische en milieukundige randvoorwaarden is opgenomen in hoofdstuk 4. Tot slot is in hoofdstuk 5 de juridische vormgeving van het plan beschreven en is in hoofdstuk 6 de (economische en maatschappelijke) uitvoerbaarheid uiteengezet.

10

bestemmingsplan Berltsum - Poiesz

Hoofdstuk 2 2.1

Planbeschrijving

Bestaande situatie

A: HÔFSLEANE Aan de Hôfsleane is in de huidige situatie supermarktbebouwing aanwezig met bijbehorend parkeerterrein. De aanwezige bebouwing bestaat uit één bouwlaag met kap. Tot en met 2018 was in deze bebouwing een SPAR supermarkt gevestigd. Na overname en verbouwing in 2018, is deze locatie verder gegaan als Poiesz supermarkt. De locatie wordt zowel aan de Mulseleane als Hôfsleane ontsloten. De omgeving van deze locatie bestaat uit zowel woon- als bedrijfsbebouwing. Navolgende figuren geven een impressie van de bestaande situatie.

Figuur 5. Bebouwing Hôfsleane, gezien vanaf de Hôfsleane (bron: Poiesz)

11

bestemmingsplan Berltsum - Poiesz

Figuur 6. Bebouwing Hôfsleane, gezien vanaf de Mulseleane (bron: Poiesz) B: IT ACHTEPAED/SPORTLEANE De nieuwe locatie van de supermarkt betreft de voormalige locatie van het dorpshuis 't Heechhout en Groene Kruis gebouw aan de Sportleane. Naast het dorpshuis is op deze locatie woonbebouwing aanwezig (It Achtepaed 1 en 3). De gronden rondom de woonbebouwing zijn ingericht als tuin. Het perceel behorende bij het dorpshuis en het Groene Kruis gebouw biedt ruimte voor het parkeren van auto's. Daarnaast was op dit perceel een speeltuin aanwezig. De aanwezige bebouwing van zowel het dorpshuis als de woningen bestaat uit één bouwlaag met kap. De omgeving van deze locatie bestaat voornamelijk uit woonbebouwing. Aan de zuidzijde van het plangebied zijn sportvelden aanwezig. Het plangebied en deze sportvelden worden van elkaar gescheiden door bosschages. Navolgende figuren geven een impressie van de huidige situatie van het plangebied en omgeving.

Figuur 7. Bebouwing dorpshuis Sportleane (bron: GoogleStreetview, 2014)

12

bestemmingsplan Berltsum - Poiesz

Figuur 8. Huidige woonbebouwing It Achtepaed, gezien vanaf It Achtepaed (bron: GoogleStreetview, 2014)

2.2

Planvoornemen

A: HÔFSLEANE Voor de oude supermarktlocatie is nog geen nieuwe invulling gevonden. Het pand en omliggende gronden zijn in eigendom van Poiesz Vastgoed BV. De aanwezige bebouwing op het perceel blijft staan, ook het omliggende parkeerterrein blijft ongewijzigd. Zeker is, dat op deze locatie geen nieuwe supermarkt gevestigd kan worden. In de regels van voorliggend bestemmingsplan wordt nieuwvestiging van een supermarkt uitgesloten. Mocht te zijner tijd een nieuwe invulling voor het pand en bijbehorend terrein gevonden worden, dan dienen de plannen te passen binnen het geldend bestemmingsplan of dient hiervoor een eigenstandige procedure doorlopen te worden. B: IT ACHTEPAED/SPORTLEANE Op de locatie van de nieuwe supermarkt is na realisatie van het voornemen alle bestaande bebouwing gesloopt. In plaats daarvan is een nieuwe supermarkt van circa 1.560 m2 brutovloeroppervlakte (exclusief inpandig laden en lossen) gerealiseerd. De nieuwe bebouwing bestaat deels uit één bouwlaag met platte afdekking. Er is sprake van een incidentele verhoging bij het dak bij de ingang. Het gaat hier deels om een zogenoemde 'schijnkap' met een esthetische functie ter verduidelijking van de entree. Anderszijds bevinden zich hier nog ruimten voor spreekkamer en personeel van circa 100 m2 . Het laden en lossen vindt inpandig aan de zuidzijde van het pand plaats.

De winkelvloeroppervlakte bedraagt circa 1.100 m2 . De groenstrook aan de oost- en westzijde van het plangebied blijft behouden. Op de hoek van It Achtepaed en de Sportleane is het bijbehorende parkeerterrein gerealiseerd. De parkeerplaatsen mogen naast de bezoekende klanten ook door omwonenden gebruikt worden. Na sluitingstijd wordt het terrein afgesloten. Alleen de parkeerplaatsen gericht op de Sportleane zijn dan nog voor omwonenden beschikbaar. Op het plangebied is de detailhandelsbestemming van toepassing, waarbij de gronden uitsluitend ten behoeve van een supermarkt gebruikt mogen worden. De bebouwing past binnen het strak ingetekende bouwvlak. Het plangebied krijgt met de nieuwbouw van de supermarkt een eigentijdse uitstraling, passend bij de huidige manier van boodschappen doen. Dit is terug te zien in de uitstraling van het geheel. Voor het project is een beeldkwaliteitsplan opgesteld waarin de gewenste beeldkwaliteit is vastgelegd. Het beeldkwaliteitsplan doorloopt een eigenstandige procedure en is opgenomen als Bijlage 1. In de hiernavolgende paragraaf is nader ingegaan op de achtergronden van het plan en wat verder nog meer met de vernieuwde winkelformule van de supermarkt kan worden verwacht.

13

bestemmingsplan Berltsum - Poiesz

Figuur 9. Weergave nieuwe inrichting supermarktterrein (bron: Wijbenga & Tromp architecten, 2021).

Figuur 10. Gevelimpressie nieuwe supermarkt (bron: Wijbenga & Tromp architecten, 2021)

14

bestemmingsplan Berltsum - Poiesz

Figuur 11. Weergave nieuwe inrichting terrein (bron: Wijbenga & Tromp architecten, 2021) Laden en lossen In de toekomstige situatie vindt het laden en lossen inpandig plaats aan de zuidzijde van het gebouw. Voor het veilig laden en lossen wordt aan deze zijde een aparte inrit voor de vrachtwagens gerealiseerd. Dagelijks vindt op verschillende momenten bevoorrading van de supermarkt plaats. De vrachtwagens gemiddeld 3 per dag (waarvan 1 voorzien van koeling) - worden over het algemeen direct na aankomst gelost. De effectieve laad- en losduur bedraagt ongeveer 30 minuten per vracht- of bestelwagen. Brood- en bakkerijproducten worden in de nachtperiode, vóór 7.00 uur, bij de hoofdentree aangeleverd. De producten worden aangevoerd met een middelzware vrachtwagen. Vanwege een voldoende draaicirkel voor het inrijden van de vrachtauto vanaf It Achtepaed wordt It Achtepaed verbreed tot 8,5 meter. Parkeren In de noord en westzijde van het plangebied wordt een parkeerterrein gerealiseerd. Op het parkeerterrein wordt de ruimte geboden aan het parkeren van 65 auto's en twee mindervalideparkeerplaatsen. Het parkeerterrein wordt na sluitingstijd afgesloten door middel van een hek. De parkeerplaasten aan de Sportleane (15 stuks) blijven beschikbaar voor omwonenden. Paragraaf 4.8 gaat hier nader op in.

Naar aanleiding van een ingekomen inspraakreactie is het ontwerp op kleine onderdelen aangepast. Voor een verkeersveilige situatie en voldoende manouvreerruimte voor het inparkeren aan de Sportleane is de weg verbreed tot 6 meter. Openingstijden De gebruikelijke openingstijden van de supermarkt zijn op maandag t/m woensdag van 08.00 tot 20.00 uur. Op donderdag en vrijdag is de winkel een uur langer, tot 21.00 uur, geopend. Op zaterdag is de winkel van 08.00 tot 20.00 uur geopend. Op zondag is de winkel gesloten. De openingstijden blijven met het planvoornemen ongewijzigd ten opzichte van de huidige situatie.

15

bestemmingsplan Berltsum - Poiesz

2.3

Markttechnische onderbouwing

Het planvoornemen voor de verplaatsing van de supermarkt in Berltsum is ingegeven door de vernieuwde bedrijfsfilosofie van het supermarktbedrijf in reactie op veranderende behoeften van de consument. De volgende onderwerpen kunnen vanuit deze context puntsgewijs nader worden belicht: 1.

2.

3.

4.

5.

6. 7.

8.

9.

Allereerst is het van belang dat een fullservice supermarkt in een kleine kern of buurtcentrum geen of in ieder geval zo weinig mogelijk aanleiding geeft op basis waarvan de consument zou kunnen besluiten elders te gaan winkelen. Om mee te kunnen blijven spelen in de sterk concurrerende markt van de levensmiddelen, moet een supermarktvoorziening worden geboden die op alle fronten voldoet aan de wensen en eisen van de hedendaagse en toekomstige consument. Met de realisatie van de beoogde nieuw te bouwen supermarkt in Berltsum wordt hieraan voldaan. Meer specifiek is het belangrijk om bijvoorbeeld voldoende 'verkeersruimte' in de winkel te kunnen bieden op basis waarvan de consument zich vrijelijk en zonder belemmeringen kan bewegen. De gangpaden moeten niet te smal zijn, de ruimte voor en achter de kassa's moeten de diverse verkeersstromen gemakkelijk aankunnen en daar waar een consument doorgaans even stil staat om een keuze te maken, moet het mogelijk zijn om te passeren en de consument ongestoord haar winkelroute te kunnen laten volbrengen. In de vernieuwde supermarkt is hiervoor in alle gevallen ruimte ingeruimd. Daar waar een consument behoefte heeft aan een efficiënte en effectief ingerichte supermarkt qua verkeersruimte, heeft een medewerker behoefte aan effectief en efficiënt ingerichte voorbewerkingsruimten.

Binnen de formule van Poiesz wordt er nog relatief veel op de plaats van verkoop geproduceerd c.q. bewerkt en in dat kader is een substantieel deel van de bvo nodig voor de voorbewerkingsruimten. Met de uitbreiding kan aan de vereisten vanuit de medewerkers worden voldaan. De levensmiddelenmarkt is onophoudelijk in beweging en het fenomeen 'blurring' (branchevervaging) is allang niet meer weg te denken uit de hedendaagse markt. Zo bestaat de vernieuwde 'Puur Poiesz'-formule allang niet meer uit enkel het traditionele supermarktassortiment maar wordt er ook veel gedaan aan het creëren van nieuwe markten en het verkopen van een ander assortiment producten. Door de ontwikkelingen op het gebied van online winkelen en 'omni-channel' (het bedienen van de consument via meerdere kanalen) is ook Poiesz genoodzaakt om de winkels geschikt te maken voor deze tak van sport. In de nieuwe formule is een 'pick-up point'/afhaalpunt voorzien in de supermarkt waarbij er middels 'storepicking' (het verzamelen van een online bestelling in de winkel) sprake is van extra activiteiten. Hiervoor is ook extra opslagcapaciteit nodig, zowel gekoeld als ongekoeld. In de vernieuwde supermarkt worden deze elementen en componenten allemaal ingepast.

Een consument wil, mede door de voornoemde ontwikkelingen op het gebied van online en omnichannel, op brede schaal worden gefaciliteerd maar daarnaast nadrukkelijk worden geïnspireerd. Ook op het gebied van communicatie en techniek is de behoefte van de hedendaagse consument sterk in ontwikkeling. Op communicatief vlak wordt de consument in de vernieuwde winkelformule middels traditionele communicatie alsmede de digitale varianten optimaal geïnformeerd en geprikkeld. Daar waar het gaat om de techniek wordt de consument van de mogelijkheid voorzien om gebruik te maken van zelfscanning. Hiervoor zijn aparte 'checkouts' (betaalkassa's) ontwikkeld en uiteraard is er ruimte ingeruimd voor de stalling van de zelfscanners en de stalling van de speciale winkelwagens die voor dit doel zijn ontwikkeld. Het sociale aspect is ook een belangrijk onderdeel binnen de formule van Poiesz supermarkten. Dit was altijd al zo, maar in de vernieuwde winkels is er ook in praktische zin meer ruimte voorzien voor het ontmoeten van elkaar en het creëren van een omgeving waar de interactie (zowel onderling als vanuit de bedrijfsleider of de medewerkers met de consument) plaats kan vinden. Concreet is de koffiehoek met stamtafel een belangrijk ijkpunt in de vernieuwde formule en uiteraard heeft dit weer ruimtebeslag tot gevolg. Binnen het bedrijf is service een van de 'unique selling points'.

Poiesz onderscheidt zich op het gebied van klantgerichtheid en klantvriendelijkheid. Op meerdere fronten krijgen service en dienstverlening bovengemiddeld veel aandacht. Het servicepunt heeft een prominente plaats in de winkel en wordt

16

bestemmingsplan Berltsum - Poiesz

continu bemand om de consument ten dienste te zijn. De service vertaalt zich verder in activiteiten zoals een stomerijservice en een PostNL pakketservice waarmee de consument op haar wenken wordt bediend. De winkeltrip wordt daarmee voller en interessanter waarmee ook de toevoeging van meer branchevreemde activiteiten belangrijk zijn voor de continuïteit van het bedrijf. Ook in Berltsum is met de vernieuwde supermarkt een verdere groei van deze activiteiten voorzien. 10. Tot slot wil Poiesz ook op het gebied van duurzaamheid voldoen aan de marktnorm waarbij dit onder meer wordt doorvertaald in een beperkte retourette waarin niet alleen sprake is van de inname van lege flessen maar tevens ook het inzamelen van batterijen, lampen en vetten. Omdat de consument zo snel mogelijk de winkelwagen volledig beschikbaar wil hebben voor de producten, wordt de emballageafdeling aan het begin van de winkel gesitueerd waardoor er derhalve meer ruimtebeslag optreedt.

17

bestemmingsplan Berltsum - Poiesz

18

bestemmingsplan Berltsum - Poiesz

Hoofdstuk 3

Beleidskader

3.1

Rijksbeleid

3.1.1

Nationale Omgevingsvisie

De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een duurzaam perspectief voor de leefomgeving. Hiermee kan ingespeeld worden op de grote uitdagingen die voorliggen. Allerlei trends en ontwikkelingen hebben invloed op de leefomgeving. Veranderende en groeiende steden, de overgang naar een duurzame en circulaire economie en het aanpassen aan de gevolgen van de klimaatverandering vormen slechts een deel van de opgave. Dit biedt kansen, maar vraagt wel om zorgvuldige keuzes. Want de ruimte, zowel boven-, als ondergronds, is een schaars goed. Het combineren van al die opgaven vraagt een nieuwe manier van werken. Niet van bovenaf opgelegd, maar in goede samenwerking tussen overheden, bedrijven, kennisinstellingen, maatschappelijke organisaties en burgers. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt. Met de NOVI wordt een proces in gang gezet waarmee keuzes voor de leefomgeving sneller en beter kunnen worden gemaakt. De NOVI komt voort uit de Omgevingswet, die naar verwachting in 2022 in werking treedt.

De NOVI vervangt, samen met het Besluit Kwaliteit Leefomgeving (BKL) de SVIR, het Barro en het Bro. Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten: 1. 2. 3. 4.

ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie duurzaam economisch groeipotentieel sterke en gezonde steden en regio's toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied

De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI zoeken we naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat onze leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. De NOVI vindt haar doorwerking in het regionale en lokale beleid waaraan uiteindelijk plannen zullen worden getoetst. De algemene denklijn van de NOVI is in de planvorming betrokken.

19

bestemmingsplan Berltsum - Poiesz

3.1.2

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012)

Op 13-03-2012 is de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) van kracht geworden. Hierin is de visie van het Rijk op de ruimtelijke en mobiliteitsopgaven voor Nederland richting 2040 aangegeven. Dit betreft een integraal kader voor bestaand en nieuw rijksbeleid met ruimtelijke consequenties. In de SVIR is gekozen voor een selectieve inzet van het rijksbeleid waarbij 14 nationale belangen aan de orde zijn die in de SVIR verder gebiedsgericht zijn uitgewerkt in concrete opgaven voor de diverse onderscheiden regio's. Buiten deze nationale belangen hebben decentrale overheden meer beleidsvrijheid op het terrein van de ruimtelijke ordening gekregen; het Kabinet is van mening dat provincies en gemeenten beter op de hoogte zijn van de actuele situatie in de regio en de vraag van bewoners, bedrijven en organisaties en daardoor beter kunnen afwegen welke (ruimtelijke) ingrepen in een gebied nodig zijn. 3.1.3

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)

In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro, 07-12-2011), ook wel bekend onder de naam Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) Ruimte, zijn de nationale belangen uit de SVIR voorzien van juridische kaders, waarmee de doorwerking van de nationale belangen op ruimtelijk gebied is geborgd. Uit het Barro blijkt dat voor het planvoornemen en het projectgebied geen sprake is van specifieke aspecten van nationaal belang. Wel geldt bij elk ruimtelijk plan nationaal belang 13 met betrekking tot een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. Dit moet met behulp van de zogeheten Ladder voor duurzame verstedelijking (hierna: de Ladder) worden onderbouwd. Deze verplichte toetsing is vastgelegd in het Barro, dat weer verwijst naar het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). 3.1.4

Ladder voor duurzame verstedelijking

In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte is de 'ladder voor duurzame verstedelijking' geïntroduceerd. Per 1 oktober 2012 is deze ladder als motiveringseis in artikel 3.1.6, tweede en derde lid van het Besluit ruimtelijke ordening opgenomen. De Ladder is als instrument waarmee vraag en aanbod van stedelijke functies goed op elkaar afgestemd worden. Per 1 juli 2017 is de ladder aangepast en luidt als volgt: 'De toelichting van een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling. Indien blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien, bevat de toelichting een motivering daarvan en een beschrijving van de mogelijkheid om in die behoefte te voorzien op de gekozen locatie buiten het bestaand stedelijk gebied'. De Ladder is onder andere van toepassing op ontwikkelingen die worden aangemerkt als nieuwe stedelijke ontwikkeling. Bij het bepalen óf en hoe de Ladder moet worden toegepast zijn de volgende aspecten van belang: 1. 2. 3. 4. 5.

Is er sprake van een stedelijke ontwikkeling? Is de stedelijke ontwikkeling nieuw? Wat is het ruimtelijk verzorgingsgebied? Is er behoefte aan de voorgenomen ontwikkeling? Ligt de ontwikkeling in bestaand stedelijk gebied?

Afweging 1. Is sprake van een stedelijke ontwikkeling? De handreiking begint met de vraag om wat voor een plan het gaat. In dit geval gaat het om detailhandel. Als een plan met overige functies, zoals detailhandel, wordt aangemerkt als nieuwe stedelijke ontwikkeling moet de Ladder worden toegepast. Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling bepaalt men aan de hand van de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving. Uit rechtspraak (ABRvS 28 juni 2017; ECLI:NL:RVS:2017:1724) blijkt dat niet iedere ontwikkeling, van onder meer detailhandel, als stedelijke ontwikkeling valt te kwalificeren. Zo is geoordeeld dat er sprake is van een stedelijke ontwikkeling in de

20

bestemmingsplan Berltsum - Poiesz

vorm van een gebouw met brutovloeroppervlakte kleiner dan 500 m2 niet als stedelijke ontwikkeling kan worden aangemerkt. Wanneer een bestemmingsplan voorziet in een terrein met een ruimtebeslag van meer dan 500 m2 of in een gebouw met een brutovloeroppervlakte groter dan 500 m2 , dan wordt deze ontwikkeling in beginsel wel als stedelijke ontwikkeling aangemerkt. Het planvoornemen voorziet in het toevoegen van een winkelfunctie van 1.700 m2 brutovloeroppervlakte (inclusief inpandig laden en lossen). Hoewel de supermarktfunctie op de oude locatie wegbestemd wordt, blijft de winkelfunctie daar van kracht. Op basis van de jurisprundentie is dan ook sprake van een stedelijke ontwikkeling. 2. Is de stedelijke ontwikkeling nieuw? Of sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving en de bestemde situatie in het geldende bestemmingsplan (juridisch-planologisch ruimtebeslag). Beoordeeld moet worden of sprake is van een nieuw beslag op de ruimte. Daarvan is in beginsel sprake als het nieuwe ruimtelijke besluit meer bebouwing mogelijk maakt dan op grond van het voorheen geldende planologische regime aanwezig was, of kon worden gerealiseerd. Het bestemmingsplan 'Berltsum - Wier' is op beide locaties van toepassing.

Bestaand Aan de Hôfsleane wordt planologisch de ruimte geboden voor de uitoefening van detailhandel van circa 900 m2 brutovloeroppervlakte. Deze ruimte is in de huidige situatie volledig benut. Daarnaast kan het bijbehorende terrein ingericht worden ten behoeve van de detailhandelsfunctie. Aan It Achtepaed/Sportleane is in de Maatschappelijke bestemming een ruim bouwvlak opgenomen van circa 1.600 m2 . Bij de bestemming 'Dienstverlening' is een bouwvlak ingetekend van circa 685 m2 . Voor de woonbestemming is een bouwvlak van 275 m2 opgenomen. De bebouwingsmogelijkheden op deze locatie komen daarmee uit op 2.560 m2 brutovloeroppervlakte. De aanwezige bebouwing beslaat een totale oppervlakte van circa 1.147 m2 . Ook hier kunnen de bijbehorende terrein ingericht worden ten behoeve van de bestemde functies. Het totale planologische ruimtebeslag van beide locaties in de huidige situatie komt uit op circa 3.460 m2 plus bijbehorende terreinen. Nieuw Met het planvoornemen wordt de supermarktfunctie aan de Hôfsleane wegbestemd. Het vestigen van overige detailhandel blijft wel mogelijk. Het aanwezige bouwvlak (900 m2 ) blijft eveneens ongewijzigd. Aan It Achtepaed/Sportleane wordt de mogelijkheid geboden voor de vestiging van een supermarkt van circa 1.700 m2 bvo (inclusief inpandig laden en lossen), waarvan 1.100 m2 winkelvloeroppervlakte. Het gaat hier om een strak ingetekend bouwvlak.

In totaal is in de nieuwe situatie het planologisch ruimtebeslag voor beide locaties circa 2.600 m2 brutovloeroppervlakte plus bijbehorende terreinen. Het bestaande tegen het nieuwe planologisch ruimtebeslag afgezet, komt uit op een negatief resultaat van 860 m2 . Dat wil zeggen, het nieuwe planologische ruimtebeslag is kleiner dan het huidige. Er is dan ook geen sprake van een nieuw beslag op de ruimte. Alsdan is geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling en hoeft de ladder niet verder te worden doorlopen. 3. Ruimtelijk verzorgingsgebied / 4.Behoefte voorgenomen ontwikkeling Hoewel de Ladder in principe niet van toepassing is, zo blijkt uit voorgaande trede, dient de behoefte aan de mogelijk gemaakte ontwikkeling in het kader van de uitvoerbaarheid van het voorliggend plan, wel te worden aangetoond (ABRvS 16 september 2015; ECLI:NL:RVS:2015:2921). Daarnaast neemt met het voornemen het aantal vierkante meters beschikbare winkelvloeroppervlakte in Berltsum toe. Om leegstand te voorkomen is het van belang dat de nut en noodzaak van de ontwikkeling wordt onderbouwd. Voor een dergelijke onderbouwing is een distributieplanologisch onderzoek uitgevoerd. De volledige rapportage is opgenomen in Bijlage 2.

21

bestemmingsplan Berltsum - Poiesz

Uit het onderzoek blijkt dat de supermarkt een belangrijke functie voor Berltsum en directe omgeving vervult. De supermarkt vervult een primaire verzorgingsfunctie voor de eigen plaats. Daarnaast wordt het centrum ook door het direct aangrenzende regiogebied bezocht. Dan gaat het vooral om bewoners van kleinere plaatsen als Bitgum en Wier. De functie van de supermarkt is en blijft lokaal verzorgend. Daarnaast blijkt dat voldoende ruimte in de markt aanwezig is voor de verplaatsing van de supermarkt en het in stand houden van de oude locatie voor detailhandel. Uit het onderzoek komt naar voren dat op basis van vraag en aanbod in Berltsum ruimte aanwezig is voor circa 1.250 m2 tot 1.300 m2 winkelvloeroppervlakte. Met het planvoornemen wordt daarvan circa 1.100 m2 benut. Kwantitatief gezien is er derhalve voldoende ruimte in de markt aanwezig voor een verplaatsing en vergroting van de Poiesz-supermarkt. De vergroting is vooral bedoeld om het comfort en gemak voor de bezoekers in de winkel te vergroten; de koopkrachtbinding in Berltsum zelf zal hierdoor ten opzichte van de huidige situatie toenemen. De aantrekkelijkheid van de winkel neemt immers toe. In beperkte mate zal dit ook gelden voor bezoekers van buiten Berlikum. In de omliggende dorpen zijn ook Poiesz supermarkten aanwezig, de externe aantrekkende werking zal dan ook beperkt zijn.

De initiatiefnemers verwachten niet zo zeer een groter klantenbestand van de supermarkt, maar juist een hogere gemiddelde besteding vanwege een groter en veelzijdiger aanbod van producten. De verplaatsing heeft dan ook geen gevolgen voor het klantenbestand van de andere in het dorp gevestigde detailhandelsfuncties. De nieuwbouw van de supermarkt leidt daarnaast ook niet tot eventuele winkelleegstand van omliggende winkelpanden vanwege een te groot aanbod aan detailhandelsfuncties of tot een onaanvaardbare situatie in de betrokken (detailhandels)regio. Het voornemen voldoet aan de Ladder voor Duurzame verstedelijking.

3.2

Provinciaal beleid

3.2.1

Omgevingsvisie Fryslân, De Romte Diele

De provinciale Omgevingsvisie vervangt het strategisch beleid van de provincie in het Streekplan, Milieubeleidsplan, Waterhuishoudingsplan en het Verkeer- en vervoerplan. In de visie is aangegeven wat de provincie doet om de huidige basiskwaliteiten van de Friese leefomgeving op orde te houden. Daarnaast wil de provincie extra inzetten op vier urgente, integrale opgaven te weten: Fryslân vitaal, leefbaar en bereikbaaar houden; Energietransitie met kracht voortzetten; Fryslân klimaatadaptief inrichten; Versterken biodiversiteit. De omgevingsvisie is op 23 september 2020 vastgesteld. 3.2.2

Grutsk op 'e Romte!

Provinciale Staten hebben op 26 maart 2014 het document 'Grutsk op 'e Romte' als thematische structuurvisie over landschap en cultuurhistorie vastgesteld. In Grutsk op ‘e Romte worden landschappelijke en cultuurhistorische structuren van provinciaal belang in samenhang geanalyseerd, gewaardeerd en van een richtinggevend advies voorzien. Het landschap met daarbinnen de vele karakteristieke steden en dorpen en de kenmerkende functies landbouw, natuur, water en recreatie, vormt het kapitaal van Fryslân, aldus de provincie. Dit kapitaal wil de provincie samen met andere partijen instandhouden en verder versterken. Meer dan voorheen spelen de kernkwaliteiten van de landschapstypen een richtinggevende rol in de totale belangenafweging bij ruimtelijke ontwikkelingen. De provincie onderscheidt binnen haar grondgebied een aantal landschapstypen. Het plangebied wordt gerekend tot het volgende landschapstype: Kleigebied Westergo. De volgende kernkwaliteiten behoren tot

22

bestemmingsplan Berltsum - Poiesz

dit gebied toe: Het stelsel van smalle kwelderwallen met terpen, terpdorpen en terpsteden, die met hun vaak lineaire structuren de kwelder- en oeverwallen volgen. De dorpen zijn verbonden door één hoofdweg. het uitgestrekte, open kleiterpengebied met een hoge dichtheid aan terpen en terpdorpen en veelal verhoogde boerderijerven. de brede kwelderoeverwallen, met hierop verdichtingen in de vorm van terpen en terpdorpen met kerken, boerderijerven en stateterreinen in hun groene context, in contrast met de veelal lege zeepolders. de overgangszone van het klei- naar het veengebied als onderdeel van de strook die diagonaal over Fryslân loopt. In Westergo kenmerkt deze zone zich door de aanwezigheid van (onzichtbare) (veen)terpen en ontginningssporen, hemdijken, droogmakerijen en het begin van de opstrekkende verkaveling van het veen. de invloed van de dynamiek van zee het systeem van zeedijken en voormalige zeedijken, hemdijken en polderdijken ingepolderde meren. De plangebieden zijn gelegen in het midden van het dorp Berltsum. Op beide locaties zijn geen cultuurhistorische of landschappelijke structuren aanwezig die meegenomen moeten worden in de belangenafweging van de ruimtelijke ontwikkeling. Het planvoornemen is dan ook in overeenstemming met Grutsk op é Romte. 3.2.3

Omgevingsverordening Fryslân (ONTWERP)

Op 16 februari 2021 heeft GS ingestemd met de ontwerp Omgevingsverordening Fryslân. Vooruitlopend op de inwerkingtreding van de Omgevingswet heeft provinsje Fryslân een omgevingsverordening opgesteld. Wanneer de Omgevingswet in werking treedt zal deze nieuwe verordening de Verodening Romte Fryslân 2014 vervangen. De omgevingsverordening vindt aansluiting op de nieuwe omgevingsvisie maar is deels ook een voorzetting van de regelgeving zoals opgenomen in de Verordening Romte. Stedelijke functies zijn in bestaand stedelijk gebied toegestaan. In het algemeen zijn per saldo voldoende locaties voor stedelijke voorzieningen, zoals woningbouw en bedrijvigheid en voorzieningen beschikbaar in steden en dorpen om in de vraag te voorzien. Benutting van bestaande locaties en bestaande capaciteit staat daarom voorop. Detailhandel dient zoveel mogelijk geconcentreerd te worden in het kernwinkelgebied en het gebied daarop aansluitend. Hierbij wordt de verantwoordelijkheid bij gemeente neergelegd over het bepalen van de omvang van een kernwinkelgebied op basis van lokaal maatwerk. De Omgevingsverordening Fryslân is nog niet van kracht. Plantoetsing vindt dan ook plaats in de navolgende paragraaf aan de hand van de gelende Verordening Romte. 3.2.4

Verordening Romte Fryslân 2014

Op 25-06-2014 is de Verordening Romte Fryslân 2014 door het College van Gedeputeerde Staten van Fryslân vastgesteld. De verordening wordt regelmatig gewijzigd, waarbij de laatste wijziging is vastgesteld op 25 november 2020. Met de verordening zijn concrete beleidsregels vastgelegd die ervoor moeten zorgen dat de provinciale ruimtelijke belangen (uit het streekplan) doorwerken in de gemeentelijke ruimtelijke plannen. Als daaraan niet wordt voldaan, zal de provincie een zienswijze indienen en eventueel een aanwijzing geven als daaraan onvoldoende tegemoet is gekomen. In de verordening is onderscheid gemaakt tussen het begrip bestaand stedelijk gebied en het begrip landelijk gebied. Voor bestaand stedelijk gebied geldt een grotere mate van beleidsvrijheid voor het realiseren van stedelijke functies. De plangebieden zijn gelegen in door de provincie aangewezen bestaand stedelijk gebied. Een ruimtelijk plan kan voorzien in detailhandelsfuncties als deze gelegen is binnen het bestaande kernwinkelgebied. Het kernwinkel gebied, volgens artikel 1.48 van de verordening, bestaat uit het aaneengesloten gebied in een kern dat als het belangrijkste winkelcentrum van de kern kan worden aangemerkt, zowel wat betreft aantal winkels als winkelassortiment. In Berltsum zijn slechts 7 winkels aanwezig, die verspreid over het dorp gevestigd zijn.

Een eenduidig kernwinkelgebied is dan ook niet te benoemen.

23

bestemmingsplan Berltsum - Poiesz

Uitgangspunt van de verordening is dat nieuwe detailhandel geen afbreuk doet aan de functionele en ruimtelijke kwaliteit van het kernwinkelgebied. Daarnaast moet de detailhandel wat betreft schaal en functionele en ruimtelijke kwaliteit aansluiten bij de aard en schaal van de kern. Zoals blijkt uit het uitgevoerde distributieplanologisch onderzoek past de verplaatsing van de supermarkt binnen het aanwezige vraag en aanbod van Berltsum en omgeving. Daarnaast geeft het geen aanzet tot leegstand van andere winkelpanden. Het voornemen is dan ook in overeenstemming met de Verordening Romte.

3.3

Gemeentelijk beleid

3.3.1

Welstandsnota

Het welstandsbeleid geeft de gemeente de mogelijkheid om de cultuurhistorische, stedenbouwkundige en architectonische waarden, die in een bepaald gebied aanwezig zijn, te benoemen en een rol te laten spelen bij de ontwikkeling en de beoordeling van bouwplannen. Voor de gemeente is in 2019 een nieuwe Welstandsnota opgesteld met daarin een gebiedsgerichte aanpak. Door deze gebiedsgerichte aanpak wil de gemeente de belangrijke karakteristieken van de bebouwing beschermen en zorgen dat nieuwe ontwikkelingen daarop voortbouwen. De gebiedsgerichte aanpak zal eveneens een bijdrage kunnen leveren aan een bewustere omgang met de gebouwde omgeving. Het bestemmingsplan regelt onder meer de functie en het ruimtebeslag van bouwwerken. Bouwmogelijkheden die het bestemmingsplan geeft, kunnen niet door welstandscriteria (of een beeldkwaliteitsplan) worden tenietgedaan. De architectonische vormgeving wordt exclusief door de welstandsnota geregeld. Het welstandsadvies kan zich richten op de gekozen invulling binnen de mogelijkheden die het bestemmingsplan biedt. In een situatie waarin een bouwplan in overeenstemming is met het bestemmingsplan, kan toch een negatief welstandsadvies worden gegeven als de gekozen architectonische oplossing te sterk afbreuk doet aan de ruimtelijke beleving van het betreffende gebied. Uiteraard moet in zo'n geval de welstandsnota daartoe de argumentatie leveren.

Door het opstellen van welstandsbeleid wil de gemeente een helder, controleerbaar en klantgericht welstandstoezicht inrichten. Burgers, ondernemers en ontwerpers kunnen in de toekomst in een vroeg stadium worden geïnformeerd over de criteria die bij de welstandsbeoordeling een rol spelen. Ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling wordt een beeldkwaliteitsplan opgesteld waarin de beoogde beeldkwaliteit voor de nieuwe supermarkt uiteen wordt gezet. Het beeldkwaliteitsplan doorloopt een eigenstandige (maar gelijktijdig met het bestemmingsplan) procedure. De voorgenomen bouw wordt ter beoordeling voorgelegd aan de welstandscommissie. De ontwerpen zullen moeten voldoen aan de geldende welstandscriteria en het beeldkwaliteitsplan. Op die manier wordt verwacht een positief advies van de welstandscommissie te krijgen.

3.3.2

Nota Parkeernormen

Op 8 december 2020 is door Burgemeester en Wethouders de Nota Parkeernormen vastgesteld. Hierin is vastgelegd welke parkeernorm de gemeente hanteert voor verschillende gebieden en functies. Daarnaast is aangegeven op welke manier de parkeervraag aan de hand van de normen moet worden berekend en welke eisen worden gesteld aan de invulling van de parkeervraag. In beginsel wordt de parkeervraag op eigen terrein opgelost maar onder bepaalde omstandigheden kan hiervan af worden geweken. Benutting van de bestaande openbare parkeercapaciteit is dan een optie. Deze nota geeft aan welke mogelijkheden er zijn en onder welke voorwaarden. In paragraaf 4.8 wordt nader ingegaan op de toetsing aan de Nota Parkeernormen. Hieruit blijkt dat het planvoornemen kan voldoen aan deze nota. In het bestemmingsplan is daarnaast een regeling opgenomen om de parkeervoorzieningen te borgen.

24

bestemmingsplan Berltsum - Poiesz

Hoofdstuk 4 4.1

Omgevingsaspecten

Erfgoed

Normstelling en beleid De Monumentenwet 1988 is per 01-07-2016 vervallen. Een deel van de wet is op deze datum overgegaan naar de Erfgoedwet. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over naar de Omgevingswet, wanneer deze naar verwachting in 2022 in werking treedt. Vooruitlopend op de datum van ingang van de Omgevingswet zijn deze artikelen te vinden in het Overgangsrecht in de Erfgoedwet, waar ze ongewijzigd van toepassing blijven zolang de Omgevingswet nog niet van kracht is. De Erfgoedwet bundelt en wijzigt een aantal wetten op het terrein van cultureel erfgoed. De kern van deze wet is dat wanneer de bodem wordt verstoord, de archeologische resten intact moeten blijven (in situ). Wanneer dit niet mogelijk is, worden archeologische resten opgegraven en elders bewaard (ex situ). Daarnaast dient ieder ruimtelijk plan een analyse van de overige cultuurhistorische waarden van het projectgebied te bevatten. Voor zover in een projectgebied sprake is van erfgoed, dient op grond van voorgaande dan ook aangegeven te worden op welke wijze met deze cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten archeologie rekening wordt gehouden.

Voor het onderzoek naar erfgoed wordt uitgegaan van de Cultuurhistorische Kaart 2 (CHK2) van de Provinsje Fryslân, en de Friese Archeologische Monumentenkaart Extra (Famke) van de Provinsje Fryslân. Op deze kaarten is informatie opgenomen over archeologische en cultuurhistorische waarden. 4.1.1

Archeologie

Toetsing Op de FAMKE zijn voor het gemeentelijk grondgebied de bekende als wel de te verwachten archeologische waarden aangegeven. Daarbij worden twee verschillende onderzoeksperioden onderscheiden, te weten IJzertijd-Middeleeuwen en Steentijd-Bronstijd. IJzertijd-Middeleeuwen Navolgende figuur geeft een weergave van de archeologische verwachtingswaarden voor de periode IJzertijd-Middeleeuwen. In beide plangebieden is 'karterend onderzoek 1' van toepassing. In deze gebieden kunnen zich archeologische resten bevinden uit de periode ijzertijden-middeleeuwen. De provincie beveelt aan om bij ingrepen van meer dan 500 m2 een karterend archeologisch onderzoek te verrichten.

Figuur 8. Uitsnede FAMKE-kaart IJzertijd-Middeleeuwen Steentijd-Bronstijd

25

bestemmingsplan Berltsum - Poiesz

Navolgende figuur geeft een weergave van de archeologische verwachtingswaarden voor de periode Steentijd-Bronstijd. Op beide plangebieden is 'geen onderzoek' van toepassing. In de gebieden waar dit advies geldt is op basis van eerdere onderzoeken gebleken dat er zich geen archeologische resten in de bodem bevinden of wanneer de archeologische verwachting erg laag is.

Figuur 9. Uitsnede Famke-kaart Steentijd-Bronstijd ANALYSE Aan de Hôfsleane vinden geen bodemingrepen plaats en betreft het planvoornemen slechts een functiewijziging. De onderzoeksgrens wordt hier niet overschreden. Archeologisch onderzoek voor deze locatie is dan ook niet noodzakelijk. Aan It Achtepaed/Sportleane worden diverse gebouwen gesloopt, vindt nieuwbouw plaats en wordt het bijbehorende terrein opnieuw ingericht. Op deze locatie vindt een overschrijding van de genoemde onderzoeksoppervlakte plaats. Met die reden is archeologisch onderzoek uitgevoerd. ARCHEOLOGISCH ONDERZOEK Een archeologisch onderzoek is uitgevoerd in het plangebied aan It Achterpaed/Sportleane. De volledige rapportage is opgenomen in Bijlage 3. Uit het onderzoek komen de volgende resultaten naar voren: In totaal zijn tijdens het veldonderzoek (karterende fase) zes boringen verricht. Tijdens het veldonderzoek zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen en zijn geen aanwijzingen gevonden voor zogenaamde terplagen en/of archeologisch relevante cultuurlagen die te maken kunnen hebben met historische bewoning of losse vindplaatsen. In alle boringen is een verstoord/vergraven en deels opgebracht pakket aanwezig in de bovengrond van het plangebied. De gemiddelde dikte van deze laag is 100 centimeter. De kans op de aanwezigheid van archeologische waarden in het plangebied wordt als klein ingeschat.

Geadviseerd wordt om geen archeologisch vervolgonderzoek uit te voeren. Conclusie De uitvoerbaarheid van het voornemen wordt niet door de aanwezigheid van eventuele archeologische waarden belemmerd. NOTA BENE De archeologische meldingsplicht blijft van kracht. Dit betekent dat wanneer bij graafwerkzaamheden vondsten worden aangetroffen waarvan redelijkerwijs kan worden aangenomen dat het archeologie betreft, dit gemeld moet worden bij het bevoegd gezag, zijnde de gemeente Waadhoeke.

26

bestemmingsplan Berltsum - Poiesz

4.1.2

Cultuurhistorie

Toetsing De CHK2 is geraadpleegd op de aanwezigheid van belangwekkende cultuurhistorische elementen en objecten. In en in de omgeving van het projectgebied zijn geen cultuurhistorische elementen of objecten aanwezig die mogelijkerwijs een belemmering kunnen vormen voor het planvoornemen. Conclusie Het planvoornemen is wat betreft het aspect cultuurhistorie uitvoerbaar.

4.2

Ecologie

Normstelling en beleid In het kader van de uitvoerbaarheid van ruimtelijke plannen is het conform artikel 3.1.6 Bro noodzakelijk om aandacht te besteden aan de effecten op natuurwaarden. Effecten dienen te worden beoordeeld in relatie tot geldende wet- en regelgeving op het terrein van zowel de soorten- als wel de gebiedsbescherming. Per 01-01-2017 is hiertoe de Wet natuurbescherming (Wnb) van kracht. Ecologische inventarisatie Om nader inzicht te verkrijgen in het voorkomen van beschermde natuurwaarden in het plangebied is zowel een bureau-inventarisatie als veldbezoek uitgevoerd. De rapportage hiervan is als Bijlage 4 bij dit bestemmingsplan opgenomen. De consequenties van de voorgenomen graaf- en bouwwerkzaamheden in het plangebied zijn getoetst aan de Wnb en het provinciaal gevoerde natuurbeleid. Alleen het plangebied aan It Achtepaed/Sportleane is geïnventariseerd. Aan de Hôfsleane worden geen werkzaamheden uitgevoerd en is daarmee geen aanleiding om hier ecologisch onderzoek uit te voeren. SOORTEN Als gevolg van de plannen gaan mogelijk vleermuisverblijfplaatsen en jaarrond beschermde nesten van huismus en gierzwaluw verloren. Nader onderzoek naar deze soort(groep)en is nodig om te bepalen of nest- en verblijfplaatsen aanwezig zijn in de bebouwing. Op basis van dit nader onderzoek wordt bepaald of een ontheffing voor de Wnb nodig is.

Het plangebied zal naar verwachting niet volledig ongeschikt worden als foerageergebied voor de te verwachten vleermuissoorten die in het plangebied foerageren. Bovendien is in de directe omgeving van het plangebied in ruime mate alternatief en deels hoogwaardiger foerageergebied aanwezig. Negatieve effecten op het foerageergebied van vleermuizen, ten gevolge van de werkzaamheden, treden niet op. Voor de overige vogelsoorten geldt dat, indien de werkzaamheden tijdens het broedseizoen worden uitgevoerd, in gebruik zijnde nesten van vogels kunnen worden verstoord of vernietigd. Dit is bij wet verboden. Vernietiging of verstoring van in gebruik zijnde nestplaatsen kan voorkomen worden door bij de planning en uitvoering van de werkzaamheden rekening te houden met het broedseizoen. Een standaardperiode voor het broedseizoen is er niet; van belang is of een broedgeval aanwezig is, ongeacht de periode. Voor de meeste vogels geldt dat het broedseizoen ongeveer van 15 maart tot 15 juli duurt. Als gevolg van de ontwikkelingen kunnen enkele verblijfplaatsen van algemene amfibieën- en zoogdiersoorten worden verstoord en vernietigd. Ook kunnen hierbij enkele exemplaren worden gedood. De te verwachten algemene soorten worden niet in hun voortbestaan bedreigd en vallen in de vrijstellingsregeling bij ruimtelijke ontwikkelingen van de provincie Fryslân.

Voor deze soorten hoeft geen ontheffing te worden aangevraagd. Wel geldt voor deze soorten de zorgplicht van de Wnb. BESCHERMDE GEBIEDEN In het kader van de Wnb beschermde gebieden liggen op ruime afstand van het plangebied. Het meest nabijgelegen beschermde gebied betreft het Natura 2000-gebied 'Waddenzee' op een afstand van circa 7,3 kilometer ten noordwesten van het plangebied. De Waddenzee is eveneens het meest nabijgelegen

27

bestemmingsplan Berltsum - Poiesz

NNN-gebied. Het dichtstbijzijnde gebied dat is aangewezen als 'Natuur buiten het NNN' omvat een bosstrook die op circa 180 meter afstand ten zuidwesten van het plangebied is gelegen. Het meest nabijgelegen weidevogelkansgebied is gelegen op een afstand van circa 4,2 kilometer ten zuidwesten van het plangebied. Er zijn in potentie hooguit effecten mogelijk door externe werking. Het plangebied is gescheiden van Natura 2000- gebieden door bebouwing, (water)wegen en agrarisch gebied. Gezien de afstand tot het Natura 2000-gebied, de inrichting van het tussenliggende gebied en de aard van het plan, kan een toename van verstoring door geluid, verlichting of optische verstoring worden uitgesloten. Gelet op de aard van de ontwikkeling en de grote afstand tot Natura 2000-gebied 'Waddenzee' is een toename van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden niet te verwachten. Gezien de afstand tot de beschermde gebieden en de aard van het plan, zijn geen negatieve effecten te verwachten op het NNN, natuur buiten het NNN en weidevogelkansgebieden. De ontwikkeling is niet in strijd met het provinciaal ruimtelijk natuurbeleid. Aeriusberekening Naar aanleiding van de uitgevoerde ecologische inventarisatie is een Aeriusbereking uitgevoerd om de stikstofdepositie van het planvoornemen te achterhalen. Deze berekening is ingevoegd als Bijlage 6.

Uit deze berekening blijkt dat de bijdrage van stikstofdepositie vanwege het planvoornemen in zowel de aanleg- als de gebruiksfase op het meest nabijgelegen verzuringsgevoelige Natura 2000-gebied, 0,00 mol/ha/jaar bedraagt. Aan de hand hiervan kan geconcludeerd worden dat negatieve effecten vanwege stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden zijn uitgesloten. NADER ONDERZOEK Vanwege de uitkomsten van de ecologische inventarisatie is nader onderzoek uitgevoerd naar nest- of verblijfplaatsen van huismus, gierzwaluw en vleermuizen. De volledige rapportage is opgenomen in Bijlage 5. Hieruit blijkt dat bij sloop van de aanwezige bebouwing in het plangebied geen jaarrond beschermde nestplaatsen van huismus en gierzwaluw en verblijfplaatsen van vleermuizen verloren gaan. Ook is geen sprake van aantasting van essentieel foerageergebied van huismus, gierzwaluw en vleermuizen of aantasting van een belangrijke vliegroute voor vleermuizen. Voor het plan is geen ontheffing van de Wet natuurbescherming nodig. Conclusie Het planvoornemen is wat betreft het aspect ecologie uitvoerbaar.

4.3

Bodemkwaliteit

Normstelling en beleid Met het oog op een goede ruimtelijke ordening moet in geval van ruimtelijke ontwikkelingen worden aangetoond dat de bodem geschikt is voor het beoogde functiegebruik. Ter plaatse van locaties die verdacht worden van bodemverontreiniging, moet in ieder geval een verkennend bodemonderzoek worden uitgevoerd. In geval van verontreinigingen is de Wet bodembescherming (Wbb) van toepassing. Hierin is geregeld dat als ter plaatse van een projectgebied ernstige verontreinigingen worden aangetroffen er sprake is van een saneringsgeval. Voor te ontgraven en eventueel buiten een projectgebied af te voeren gronden kan op basis van het Besluit Bodemkwaliteit (Bbk) een milieuhygiënische verklaring noodzakelijk zijn. Toetsing VOORONDERZOEK Het zogeheten Bodemloket van Rijkswaterstaat biedt informatie over bodemonderzoeken en -saneringen die zijn uitgevoerd en over bedrijven of terreinen waar 'verdachte' werkzaamheden hebben plaatsgevonden die mogelijk bodemverontreiniging hebben veroorzaakt en waar mogelijk bodemonderzoek moet worden uitgevoerd.

28

bestemmingsplan Berltsum - Poiesz

Om inzicht te verkrijgen in de milieuhygiënische bodemkwaliteit voor beide locaties is het Bodemloket geraadpleegd. Voor de locatie aan de Hôfsleane komt naar voren dat een evaluatie van de uitgevoerde sanering moet plaatsvinden. Deze status is van toepassing op het parkeerterrein, dat officieel geen onderdeel uitmaakt van het plangebied van voorliggend bestemmingsplan. Voor het overige terrein (supermarktbebouwing) is geen bodeminformatie bekend. Voor de gehele locatie zijn geen bodemingrepen beoogd en is slechts sprake van een kleine functiewijziging. Het gebruik op deze gronden wijzigt niet zodanig dat dit aanleiding geeft om te vermoeden dat de bodem niet geschikt is voor het beoogde gebruik. Wanneer in een toekomstige situatie sprake gaat zijn van grondroerende werkzaamheden of een wijziging van gebruik van het parkeerterrein dan is een actualiserend bodemonderzoek wel noodzakelijk. In het kader van voorliggend bestemmingsplan is voor deze locatie gen nader onderzoek naar de bodemkwaliteit noodzakelijk. Voor een deel van de gronden aan It Achtepaed/Sportleane is wel aanvullend onderzoek noodzakelijk, zo blijkt uit het Bodemloket. Voor het andere deel is geen informatie bekend. Voor deze locatie is daarom een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd om inzage te verkrijgen in de milieuhygiënische bodemkwaliteit.

VERKENNEND EN VERVOLG BODEMONDERZOEK Een verkennend en vervolgonderzoek is uitgevoerd naar de aanwezige bodemkwaliteit in het plangebied. De volledige rapportage hiervan is opgenomen in Bijlage 7. Voor het overgrote deel van het plangebied is geen nader onderzoek noodzakelijk. in het plangebied is echter langs de westelijke gevel van het dorpshuis c.q. Groene Kruis gebouw een sterke verontreiniging aangetroffen. Op basis van de beschikbare onderzoeksresultaten kan de conclusie worden getrokken dat de omvang van de sterke verontreiniging het criterium van een geval van ernstige bodemverontreiniging in ruime mate overschrijdt. Verwacht wordt dat de sterke verontreiniging een minimale oppervlakte van circa 250 m2 heeft, die zich deels onder het pand bevindt. Aanbevolen wordt om rekening te houden met extra saneringsmaatregelen en -kosten vanwege de aanwezige ernstige bodemverontreiniging. De sanering dient voorafgaand bij het bevoegd gezag (provincie) gemeld te worden. Verder geldt, dat de werkzaamheden door een BRL 7000 gecertificeerde aannemer, onder begeleiding van een BRL 6000 gecertificeerde milieukundige, dienen te worden uitgevoerd. De vrijkomende verontreinigde grond dient naar een erkende be-/verwerker te worden afgevoerd. Eventuele kosten vanwege de saneringsmaatregelen kunnen door de initiatiefnemer worden gedragen.

Na sloop van de bebouwing wordt het saneringsplan opgesteld en conform de hiervoor beschreven werkwijze uitgevoerd. Conclusie Het planvoornemen kan, ondanks de aangetroffen verontreiniging, als uitvoerbaar worden beschouwd.

4.4

Externe veiligheid

Normstelling en beleid Externe veiligheid gaat over het beheersen van de risico's voor de woon- en leefomgeving bij gebruik, opslag en vervoer van gevaarlijke stoffen, zoals vuurwerk, aardgas of LPG. Het aandachtsveld van externe veiligheid richt zich op zowel inrichtingen (bedrijven) waar gevaarlijke stoffen aanwezig zijn als het transport van gevaarlijke stoffen. Dit vervoer kan plaatsvinden over weg, water en spoor en door buisleidingen. Het beleid is er op gericht te voorkomen dat te dicht bij gevoelige bestemmingen activiteiten met gevaarlijke stoffen plaatsvinden. Dit is verankerd in diverse wet- en regelgeving, zoals het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb), Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer (Barim: Activiteitenbesluit).

29

bestemmingsplan Berltsum - Poiesz

Het externe veiligheidsbeleid heeft vorm gekregen in de risicobenadering. Er wordt getoetst aan twee verschillende normen: het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Ten aanzien van het plaatsgebonden risico geldt een kans van 10-6 als grenswaarde. Dit betekent dat binnen de zogenaamde PR 10-6-contour geen nieuwe kwetsbare objecten mogen worden toegestaan. Voor ontwikkeling van nieuwe beperkt kwetsbare objecten, geldt deze norm als streefwaarde. Het GR drukt de kans per jaar uit dat een groep mensen van minimaal een bepaalde omvang overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het onderscheid tussen kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten is vastgelegd in het Besluit externe veiligheid inrichtingen. Toetsing In het kader van het Interprovinciaal Overleg (IPO) is een zogenoemde risicokaart ontwikkeld. Hierin is informatie opgenomen die met risico's te maken heeft; zowel risicobronnen als kwetsbare objecten worden getoond die aandacht verdienen bij ruimtelijke ontwikkelingen. Voor het planvoornemen is op de risicokaart nagegaan of er ook aandachtspunten (in dit geval risicobronnen) op het vlak van de externe veiligheid aanwezig zijn.

Figuur 10. Weergave Risicokaart. Zoals uit voorgaande afbeelding blijkt is op een afstand van respectievelijk 200 en 400 m een hogedrukaardagstransportleiding van de Gasunie aanwezig. Het betreft een NEN 3650-leiding met een maximale werkdruk van 4000 kpa en een uitwendige diameter van 219 mm. Voor deze leiding geldt een belemmeringstrook voor het plaatsgebonden risico van 5 m. Het plangebied ligt ruimschoots buiten deze zone. Een risicoberekening voor het plaatsgebonden risico is dan ook niet noodzakelijk. Voor een dergelijke buisleiding is een 1%-letaliteitsgrens van 95 m en een 100%-letaliteitsgrens van 50 m van toepassing. Beide locatie liggen buiten deze zone. Geconcludeerd kan worden dat de buisleiding geeft invloed heeft op de ontwikkeling in het plangebied.

30

bestemmingsplan Berltsum - Poiesz

Conclusie Het voornemen is wat betreft het aspect externe veiligheid uitvoerbaar.

4.5

Hinder van bedrijvigheid

Normstelling en beleid Ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening, als uitgangspunt van de Wet ruimtelijke ordening (Wro), is het waarborgen van voldoende afstand tussen hinderveroorzakende functies, zoals bedrijven en voorzieningen, en hindergevoelige functies, zoals woningen, noodzakelijk. Bij de ruimtelijk-functionele afstemming hiervan kan gebruik worden gemaakt van de richtafstanden uit de basiszoneringslijst van de publicatie Bedrijven en milieuzonering (2009) van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). Een richtafstand wordt beschouwd als de afstand waarbij onaanvaardbare milieuhinder als gevolg van bedrijfsactiviteiten (betreffende geluid, geur, stof en gevaar) redelijkerwijs kan worden uitgesloten in gebieden met functiescheiding (omgevingstype 1: rustige woonwijk dan wel rustig buitengebied). De grootst aangegeven afstand is bepalend. In de genoemde VNG-publicatie worden twee omgevingstypen onderscheiden. Bij het omgevingstype ‘rustige woonwijk of rustig buitengebied’ wordt functiescheiding nagestreefd. Hiertoe worden minimale richtafstanden gehanteerd, waarbij een bepaalde bij een bedrijf of voorziening behorende milieucategorie een zoneringsafstand ten opzichte van hindergevoelige functies inhoudt. Bij het omgevingstype ‘gemengd gebied’ is sprake van functiemenging.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=waadhoeke&id=58ae33d2-d232-42c9-a8d2-fe2d6d24c43b