Bijlage 1: Bestemmingsplan Hamerenweg 11 te Vrouwenparochie
Tekst van het document
2.3
Historische gegevens
Op basis van Topotijdreis.nl blijkt dat de huidige boerderij omstreeks 1930 is gebouwd. Hiervoor was er geen bebouwing bekend in het onderzoeksgebied.
2.4 Reeds uitgevoerde bodemonderzoeken Op basis van nazca-i (bodeminformatiesysteem van de provincie Fryslân) en www.bodemloket.nl blijken in de directie omgeving geen bodemonderzoeken en saneringen bekend te zijn.
2.5 Asbest Op basis van de asbestdaken-viewer van de provincie Fryslân blijken de bestaande panden geen asbestverdachte dakplaten te hebben.
2.6 Hypothese & onderzoekstrategie Op basis van de resultaten van het vooronderzoek is de locatie beschouwd als verdacht met betrekking tot het voorkomen van bodemverontreiniging omdat het een voormalig agrarisch bedrijf betreft. Hieruit volgt voor het bodemonderzoek de bijhorende onderzoeksstrategie VED-HE-NL (strategie voor een verdachte locatie, diffuse bodembelasting, hetrogeen verdeelde verontreiniging op schaal van monsterneming) uit de NEN 5740.
5
3 Uitgevoerd bodemonderzoek 3.1 Algemeen Het veldwerk en de monstername is onafhankelijk van de opdrachtgever uitgevoerd conform de BRL SIKB 2000, protocol 2001, 2002 en indien nodig protocol 2018 (versie 6.0). Het veldwerk (grondmonstername en plaatsing van de peilbuis) is uitgevoerd op 1 februari 2022 door de heer M.K. Visser. De grondwatermonstername is op 8 februari 2022 uitgevoerd door
3.2 Veldwerk Tijdens het veldwerk zijn de volgende werkzaamheden verricht: Tabel 2 uitgevoerde boringen
Locatie
Boring
Boordiepte (m-mv)
Filterdiepte (m-mv)
Gehele locatie 11.080 m²
01 02 03 t/m 06 06 t/m 25
2,9 2,9 2,0 0,5
1,9 – 2,9 1,9 – 2,9
In bijlage 2 is een overzicht met de boorpunten opgenomen. In bijlage 6 zijn foto’s van de onderzoekslocatie opgenomen.
3.3 Zintuiglijke waarnemingen Het opgeboorde materiaal is beoordeeld op kleur, textuur, bijmenging en eventuele bijzonderheden. In het bemonsterde materiaal zijn op diverse plaatsen bodemvreemde materialen aangetroffen. Deze zijn weergeven in de onderstaande tabel. Voor de boorprofielbeschrijvingen wordt verwezen naar bijlage 3. Tabel 3: Zintuiglijke waarnemingen
Boring 02
Traject (m-mv) 2.00 - 2.90
Grondsoort Klei
Zintuigelijke waarneming sporen schelpen
07
0.00 - 0.50
Klei
resten boomwortels
13
0.00 - 0.50
Klei
sporen baksteen
15
0.00 - 0.50
Klei
sporen baksteen
17
0.00 - 0.50
Klei
sporen baksteen
21
0.00 - 0.50
Klei
sporen baksteen
24
0.00 - 0.50
Klei
sporen baksteen
6
Bij de overige boringen zijn zintuiglijk geen afwijkingen waargenomen die kunnen duiden op het voorkomen van een bodemverontreiniging. Er is op basis van de zintuiglijke waarnemingen en de uitgevoerde locatie inspectie geen aanleiding tot het uitvoeren van een verkennend asbestonderzoek.
3.4 Grondwaterbemonstering De troebelheid (NTU), pH en de geleidbaarheid (EC) van het grondwater zijn in het veld bepaald. De resultaten zijn weergegeven in onderstaande tabel en geven geen aanleiding de analysestrategie te wijzigen. Tabel 4 Peilbuisgegevens
Peilbuis 01 02
Filterdiepte (m-mv) 1,9-2,9 1,9-2,9
Grondwaterstand (m-mv) 1,2 1,3
Belucht
PH
Nee Nee
7,15 7,15
EC (µS/cm) 1.630 1.720
Troebelheid (NTU) 13 12
De pH en de EC hebben, voor deze regio, normale waarden. Tijdens de monsterneming van het grondwater is de troebelheid van het grondwater gemeten. Verondersteld wordt dat het water in de bodem van nature een troebelheid van 0 – 10 NTU heeft. Een troebelheid hoger dan 10 NTU is niet bezwaarlijk maar kan bij de interpretatie van de analyseresultaten worden gebruikt. Een direct verband tussen de hoeveelheid deeltjes en de gemeten NTU is niet te leggen aangezien de reflectie, vorm en kleur van de deeltjes sterk kunnen verschillen. Aanvullend onderzoek naar een verhoogde NTU wordt niet relevant geacht.
7
4 Resultaten 4.1 Toetsing grond(water) De analyseresultaten zijn getoetst aan de door het Ministerie van Infrastructuur en Milieu vastgestelde achtergrond- en interventiewaarden voor grond en de streef- en interventiewaarden voor grondwater. De achtergrondwaarden voor grond zijn vastgelegd in de Regeling bodemkwaliteit. De interventiewaarden voor grond en de streef- en interventiewaarden voor grondwater zijn vastgelegd in de Circulaire bodemsanering 2013. De toetsing aan de eisen in de Wet Bodembescherming en de Circulaire bodemsanering is beoogd om te beoordelen of er sprake is van een ernstig gevaar voor de volksgezondheid en/of het milieu. Hierbij worden de volgende waarden onderscheiden: • • •
•
achtergrondwaarde (AW) voor grond: het niveau waarbij sprake is van een duurzame kwaliteit van de grond; bij overschrijding wordt gesproken van een lichte verontreiniging; streefwaarde (S) voor grondwater: het niveau waarbij sprake is van een duurzame kwaliteit van het grondwater; bij overschrijding wordt gesproken van een lichte verontreiniging; interventiewaarde (I) bodem: het niveau waarbij de functionele eigenschappen van de bodem voor mens, plant of dier ernstig verminderd zijn of ernstig bedreigd worden; bij overschrijding wordt gesproken van een sterke verontreiniging. tussenwaarde (T): Gelijk aan het gemiddelde van de achtergrond- of streefwaarde en de interventiewaarde. Deze waarde kan, afhankelijk van het doel van het onderzoek, als triggerwaarde worden gehanteerd voor het uitvoeren van een nader onderzoek.
Conform de Regeling bodemkwaliteit zijn de analyseresultaten op basis van het gemeten lutum- en organische stofgehalte omgerekend naar deze standaardbodem en vervolgens getoetst. Zowel de originele als de gecorrigeerde analyseresultaten zijn opgenomen in de toetsingstabellen in Bijlage 5: Getoetste analyseresultaten. Hierin zijn tevens de toetsingswaarden opgenomen.
4.2 Verontreiniging & zorgplicht Er is sprake van een geval van ernstige verontreiniging indien in meer dan 25 m3 bodemvolume in het geval van grond- of sedimentverontreiniging, of in meer dan 100 m3 bodemvolume in het geval van grondwaterverontreiniging, het gemiddelde gehalte de interventiewaarde overschrijdt. Bij een verontreiniging met asbest in grond is het volumecriterium niet van toepassing en is bij overschrijding van de interventiewaarde direct sprake van een geval van ernstige verontreiniging. De spoedeisendheid van de sanering is afhankelijk van de actuele risico's van de ernstige verontreiniging voor de volksgezondheid, het ecosysteem en verspreiding via het grondwater. Indien geen sprake is van actuele risico's, dan hebben saneringsmaatregelen geen spoed. In de Wet bodembescherming (Wbb) is in artikel 13 de zorgplicht neergelegd. Deze bepaling verplicht bij bodemverontreiniging (dus ook grondwater) tot het nemen van alle maatregelen die redelijkerwijs kunnen worden gevergd. Deze zorgplichtbepaling verplicht bij (dreigende) bodemverontreiniging, dus ook van het grondwater, tot het nemen van alle maatregelen die redelijkerwijs kunnen worden gevergd. De zorgplicht geldt alleen voor zogenaamde 'nieuwe' bodemverontreinigingen. Dit zijn bodemverontreinigingen die op of ná 1 januari 1987 zijn ontstaan. 8
4.3
Toetsingsresultaten
Tabel 5 Samenvatting toetsing analyseresultaten grond
Monster
MMBG1
MMBG2
MMBG3
MMOG1
Boring & traject (m-mv) 03: 0.00 - 0.50, 04: 0.00 - 0.50, 07: 0.00 - 0.50, 08: 0.00 - 0.50, 09: 0.00 - 0.50, 11: 0.00 - 0.50, 12: 0.10 - 0.50, 13: 0.00 - 0.50, 14: 0.00 - 0.50 01: 0.00 - 0.50, 05: 0.00 - 0.50, 15: 0.00 - 0.50, 16: 0.00 - 0.50, 17: 0.00 - 0.50, 18: 0.00 - 0.50, 19: 0.00 - 0.50, 20: 0.00 - 0.50 02: 0.00 - 0.50, 06: 0.00 - 0.50, 21: 0.00 - 0.50, 22: 0.00 - 0.50, 23: 0.00 - 0.50, 24: 0.00 - 0.50, 25: 0.00 - 0.50 01: 0.50 - 1.00, 02: 0.50 - 1.00, 03: 0.50 - 1.00, 04: 0.50 - 1.00, 05: 0.50 - 1.00, 06: 0.50 - 1.00
Analysepakket
Toetsoordeel
Standaardpakket
*nikkel, lood, PAK
Standaardpakket
<
Standaardpakket
*PAK
Standaardpakket
<
Toelichting tabel: < * **: ***
resultaat lager dan achtergrondwaarde; overschrijding achtergrondwaarde en kleiner dan tussenwaarde; overschrijding tussenwaarde en kleiner dan interventiewaarde; overschrijding interventiewaarde;
9
Tabel 6 Samenvatting toetsing analyseresultaten grondwater
Peilbuis
Filterdiepte (m-mv)
Zintuigelijke waarnemingen
Analysepakket
Toetsoordeel
01
1,9-2,9
n.a.
Standaardpakket
<
02
1,9-2,9
n.a.
Standaardpakket
<
Toelichting tabel: n.a: < * **: ***
niet aanwezig resultaat lager dan streefwaarde; overschrijding streefwaarde en kleiner dan tussenwaarde; overschrijding tussenwaarde en kleiner dan interventiewaarde; overschrijding interventiewaarde;
4.4 Interpretatie 4.4.1 Grond Uit de analyseresultaten blijkt dat in het mengmonster van de bovengrond (MMBG1) van de geanalyseerde parameters de achtergrondwaarden voor nikkel, lood en PAK wordt overschreden. Verder is in het mengmonster van de bovengrond (MMBG3) een licht verhoogde waarde PAK gemeten. In de overige mengmonsters van de boven- en ondergrond (MMBG2 en MMOG1) zijn geen verhoogde gehalten aangetoond ten opzichte van de achtergrondwaarden.
4.4.2 Grondwater In het grondwater uit peilbuis 01 en 02 zijn geen concentraties aangetoond die de streefwaarde overschrijden.
4.5 Toetsing hypothese De vooraf opgestelde hypothese ‘verdachte locatie’ kan formeel worden aanvaard. In een deel van de bovengrond is namelijk maximaal een licht verhoogde concentratie nikkel, lood en PAK gemeten. De gemeten overschrijdingen van de achtergrondwaarde zijn echter dermate gering dat zij vanuit milieukundig oogpunt geen bezwaar vormen. Nader onderzoek wordt daarom niet noodzakelijk geacht.
10
5 Conclusies en aanbevelingen In opdracht van heeft Best4best B.V. een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd op de locatie Hamerenweg 11 Vrouwenparochie. De ligging van de locatie is weergegeven in bijlage 1. Aanleiding voor het uitvoeren van het onderzoek is de voorgenomen bestemmingsplan wijziging. Doel van het bodemonderzoek is het bepalen van de algemene milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (grond en grondwater), om een uitspraak te kunnen doen of deze al dan niet een belemmering vormt voor de beoogde bestemmingsplan wijziging. Uit het uitgevoerde verkennend bodemonderzoek blijkt dat: • • • • •
De milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (grond en grondwater) geen belemmering vormt voor de bestemmingsplan wijziging; In het mengmonster van de bovengrond (MMBG1) van de geanalyseerde parameters de achtergrondwaarden voor nikkel, lood en PAK wordt overschreden; In het mengmonster van de bovengrond (MMBG3) de achtergrondwaarde voor PAK wordt overschreden; In de mengmonsters van de boven- en ondergrond (MMBG2 en MMOG1) geen verhoogde gehalten zijn aangetoond ten opzichte van de achtergrondwaarden; in het grondwater geen verhoogde concentraties ten opzichte van de streefwaarde zijn aangetoond;
De vooraf opgestelde hypothese ‘verdachte locatie’ kan formeel worden aanvaard. In een deel van de bovengrond is namelijk maximaal een licht verhoogde concentratie nikkel, lood en PAK gemeten. De gemeten overschrijdingen van de achtergrondwaarde zijn echter dermate gering dat zij vanuit milieukundig oogpunt geen bezwaar vormen. Nader onderzoek wordt daarom niet noodzakelijk geacht. Er zijn vanuit milieuhygienisch oogpunt geen belemmeringen voor de voorgenomen bestemmingsplan wijziging. Volledigheidshalve wordt opgemerkt, dat rekening gehouden dient te worden gehouden met het gegeven, dat bij eventuele toekomstige grondwerkzaamheden mogelijk aanvullende analyses noodzakelijk zijn en de grond mogelijk niet zonder restricties buiten de locatie kan worden toegepast. Het Besluit Bodemkwaliteit zal dan van kracht kunnen worden.
11
Bijlagen
12
Bijlage 1: Ligging van locatie
13
Bijlage 2: Situatieschets
14
Bijlage 3: Boorbeschrijving
Bijlage 4: Analysecertificaten
Bijlage 5: Getoetste analyseresultaten