CConstaterende datwaadhoeke
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1: Bestemmingsplan Hamerenweg 11 te Vrouwenparochie

Gemeenteraad Waadhoeke 7 september 2023, gemeente waadhoekeBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Hamerenweg 11 te Vrouwenparochie18.977 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Hamerenweg 11 te Vrouwenparochie

Hamerenweg 11 te Vrouwenparochie 18-07-2023

Hamerenweg 11 te Vrouwenparochie

Inhoudsopgave

Toelichting

5

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Geldend bestemmingsplan 1.3 Leeswijzer

7 7 8 9

Hoofdstuk 2 Planbeschrijving 2.1 Plangebied 2.2 Huidige situatie 2.3 Toekomstige inrichting

11 11 11 12

Hoofdstuk 3 Beleid 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Gemeentelijk beleid

17 17 18 20

Hoofdstuk 4 Omgevingsaspecten 4.1 Erfgoed 4.2 Water 4.3 Bodem 4.4 Hinder van en voor bedrijven en voorzieningen 4.5 Geluidhinder 4.6 Externe veiligheid 4.7 Ecologie (en stikstof) 4.8 Verkeer en parkeren 4.9 Luchtkwaliteit 4.10 Overig

23 23 25 26 28 29 30 31 33 34 35

Hoofdstuk 5 Juridische toelichting 5.1 Plansystematiek 5.2 Toelichting op de regels 5.3 Overige aspecten 5.4 Bestemmingsplanprocedure

37 37 37 40 40

Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid 6.1 Economische uitvoerbaarheid 6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid

41 41 41

Bijlagen bij toelichting

45

Bijlage 1

Watertoets

47

Bijlage 2

Verkennend bodemonderzoek

55

Bijlage 3

Beknopte natuurtoets

113

Bijlage 4

Stikstofdepositie-onderzoek

125

Bijlage 5

Vooroverlegreactie Brandweer Fryslân

147

Bijlage 6

Vooroverlegreactie Provinsje Fryslân

157

Regels

163

Hoofdstuk 1 Inleidende regels Artikel 1 Begrippen Artikel 2 Wijze van meten

165 165 171

Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels Artikel 3 Agrarisch

173 173

3

Hamerenweg 11 te Vrouwenparochie

Artikel 4 Wonen - Recreatie Artikel 5 Waarde - Karakteristieke boerderijpanden / woningtypen

175 177

Hoofdstuk 3 Algemene regels Artikel 6 Anti-dubbeltelregel Artikel 7 Algemene bouwregels Artikel 8 Algemene gebruiksregels Artikel 9 Algemene afwijkingsregels Artikel 10 Overige regels

179 179 181 183 185 187

Hoofdstuk 4 Artikel 11 Artikel 12

189 189 191

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel

Bijlagen bij de regels

193

Bijlage 1

Algemene lijst van bedrijven

194

Bijlage 2

Karakteristieke boerderijpanden / woningtypen

207

Bijlage 3

Landschappelijk inpassingsplan

228

4

Hamerenweg 11 te Vrouwenparochie

Toelichting

5

Hamerenweg 11 te Vrouwenparochie

6

Hamerenweg 11 te Vrouwenparochie

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Aan de Hamerenweg 11 in het buitengebied van Vrouwenparochie is een rijksmonumentale kop-hals-rompboerderij gesitueerd (monumentnummer: 9524, geregistreerd per 19-09-1973). De vorige eigenaar heeft het schuurgedeelte voor een groot deel gesloopt met als doel deze in ere te herstellen maar dat is niet gelukt. De boerderij is nu aangekocht door initiatiefnemers die het voorhuis en hals gaan bewonen en de schuur in de oorspronkelijke bouwvorm willen gaan herstellen. De nieuwe eigenaren hebben plannen ontwikkeld om dat te laten slagen door ter plaatse dag- en verblijfsrecreatieve activiteiten op het terrein te ontplooien.

Figuur 1. Bovenste foto's b etreffen huidige toestand van monumentale boerderijbebouwing eind 2021 (bron: BügelHajema Adviseurs), en onder de b eb ouwingstoestand in het verleden (bron: RCE) Het plan is van de schuur een permanente trouw- en vergaderlocatie te maken, waarbij ook in de schuur logies voor groepen tot 25 personen (in 10 kamers) wordt geboden. Bij de bruiloften is het mogelijk dat er een feest plaatsvindt. Dat is in dit bestemmingsplan toegelaten, maar wel gemaximeerd (op ten hoogste 24 per

7

Hamerenweg 11 te Vrouwenparochie

jaar). Omwille van het planvoornemen wordt een gemeenschappelijke parkeervoorziening met 25 parkeerplaatsen aangelegd. Initiatiefnemers willen daarnaast op termijn een kleinschalig kampeerterrein (maximaal 15 kampeermiddelen) en een theetuin (met 10 tafeltjes voor ten hoogste 25 personen) realiseren, in lijn met het toeristisch-recreatief beleid van de gemeente. Voor deze recreatieve activiteiten zullen diverse voorzieningen op het eigen erf worden aangelegd. Overigens is voor herbouw van de schuur reeds omgevingsvergunning door de gemeente afgegeven dus maatvoering dienaangaande wordt als juridisch bestaand voor dit bestemmingsplan gezien.

1.2

Geldend bestemmingsplan

Op de planlocatie is het bestemmingsplan Buitengebied van de toenmalige gemeente het Bildt van kracht, als vastgesteld op 12 mei 2010. Het plangebied is hierin bestemd als 'Agrarisch' met een ruim aangeduid "bouwvlak" van bijna 1,5 ha ten behoeve van de vroegere agrarische bedrijfsvoering met bijbehorende bebouwing. De bestaande boerderij kent daarnaast vanwege het rijksmonumentale karakter de dubbelbestemming 'Waarde - Karakteristieke boerderijpanden / woningtypen'. Verder zijn in het plangebied een functieaanduiding "specifieke vorm van agrarisch - bouwperceel agrarisch grondgebonden bedrijf", een bouwaanduiding "specifieke bouwaanduiding - karakteristiek 1" en een gebiedsaanduiding "geluidzone weg" van toepassing.

Figuur 2. Kaartuitsnede van b estemmingsplan Buitengebied van de toenmalige gemeente het Bildt (bron www.ruimtelijkeplannen.nl) De voorgenomen woonfunctie en dag- en verblijfsrecreatieve activiteiten ter plaatse zijn niet passend in het geldende bestemmingsplan. Om het planvoornemen te kunnen realiseren is een op zichzelf staande bestemmingsplanprocedure noodzakelijk. Hiervoor is voorliggend bestemmingsplan opgesteld die ziet op de herziening van het planologisch-juridisch kader ter plaatse.

8

Hamerenweg 11 te Vrouwenparochie

1.3

Leeswijzer

Hoofdstuk 2 gaat verder in op het planvoornemen. In hoofdstuk 3 is het geldende en relevante ruimtelijke overheidsbeleid in het plangebied uitgewerkt. In hoofdstuk 4 volgt een beschrijving van de omgevingsaspecten betreffende de planologische en milieukundige randvoorwaarden. Hoofdstuk 5 betreft de toelichting op de juridische vormgeving van het bestemmingsplan en de hiervoor te volgen procedure. Tot slot is in hoofdstuk 6 ingegaan op de (economische en maatschappelijke) uitvoerbaarheid van het plan.

9

Hamerenweg 11 te Vrouwenparochie

10

Hamerenweg 11 te Vrouwenparochie

Hoofdstuk 2 2.1

Planbeschrijving

Plangebied

Het plangebied aan de Hamerenweg 11 te Vrouwenparochie ligt ongeveer 2 km ten zuiden van Vrouwenparochie, in het buitengebied nabij de kruising met de Súdhoekstermiddelweg en de Hamerenweg. Bovendien ligt de locatie ook in de directe nabijheid van de noordelijke Elfstedenroute die via de Súdhoekster Faart (noordelijk langs de Súdhoekstermiddelweg) loopt. Voor de exacte plangrens wordt verwezen naar de bij het voorliggende bestemmingsplan behorende verbeelding. Het plangebied van dit bestemmingsplan omvat de kadastrale perceelnummers 248 en 251 sectie G van de kadastrale gemeente Lieve Vrouwe Parochie (gemeentecode VWE00). De kadastrale oppervlaktes bedragen 17.940 m 2 (agrarisch perceel westelijk) en 8.120 m 2 (het huisperceel) wat tot een totaaloppervlak leidt van het plangebied van 26.060 m 2, dus ruim 2,5 ha. Overigens is ook het kadastrale perceelnummer 252 zuidelijk van het huisperceel (met een oppervlakte van 2.960 m 2) in eigendom van initiatiefnemers. Aangezien hier reeds een agrarische bestemming op grond van het geldende bestemmingsplan Buitengebied van de toenmalige gemeente het Bildt op rust, en daar geen recreatieve activiteiten worden toegestaan, is dit perceel buiten het plangebied van voorliggend bestemmingsplan gehouden.

Het agrarische perceel betreffende kadastraal perceelnummer 248 is daarentegen wel betrokken in dit bestemmingsplan om zodoende het voormalig agrarisch bouwvlak in het geldende bestemmingsplan Buitengebied weg te kunnen bestemmen.

2.2

Huidige situatie

In het plangebied is een rijksmonumentale kop-hals-rompboerderij aanwezig. Van deze boerderij staat alleen het voorhuis (kop) en de (korte) hals nog geheel overeind. Van de bijbehorende schuur (romp) zijn enkel nog de muren over. Het gehele dak is verdwenen. Door de huidige leegstand en staat van de schuur is de uitstraling van het erf onvoldoende. Het terrein en herbouw/renovatie van de schuur biedt goede kansen voor ruimtelijke kwaliteitsverbetering. De als eerste stap te nemen herstellen van de schuur zal het aanzicht van het perceel al snel ten goede komen. De inrichting van het terrein vraagt om een goede inpassing om het karakter van een woon- en toeristisch-recreatieve bestemming te rechtvaardigen. Aandachtspunten zijn het aanzicht vanaf de straatzijde (de Hamerenweg) op de bebouwing en het gedeelte van het terrein waar de minicamping komt. De aanwezige (boom)beplanting rondom de bebouwing op het huisperceel zijn een kwaliteit die een fraaie, groene uitstraling van de locatie geven en dienen te worden behouden en eventueel versterkt.

11

Hamerenweg 11 te Vrouwenparochie

Figuur 3. Luchtfoto van huidige situatie vanuit het westen bezien

2.3

Toekomstige inrichting

Beoogde activiteiten Hoofdactiviteiten Als hoofdactiviteit voor het toekomstig gebruik van de boerderij geldt het wonen in het voorhuis en hals, waarbij de schuur als permanente trouwlocatie gaat dienen, met de mogelijkheid van logies voor groepen tot 25 personen. De schuur kan ook multifunctioneel als mogelijke vergaderplek worden gebruikt. De bedoeling is logies in de schuur per keer (dag/weekend/doordeweeks) aan één partij te gaan verhuren. Dat kan zijn voor een bruiloft waarbij een aantal van de gasten overnachten, of bijvoorbeeld voor families met een familieweekend. Met het faciliteren van groepen in de schuur wordt wel afgeweken van de Nota recreatie en toerisme gemeente Waadhoeke (2020), waarop in paragraaf 3.3.1 nader is ingegaan. Er zullen namelijk meer kamers voor meer personen (circa 10 kamers voor maximaal 25 personen) worden gerealiseerd dan waar in de gemeentelijke nota voor kleinschalige logies wordt uitgegaan, te weten een maximum van 5 kamers/eenheden voor maximaal 10 personen. Motivering om daarvan af te wijken is dat een dergelijke accommodatie als nu voorligt verder niet in de gemeente voorkomt en het planvoornemen op toeristisch-recreatief vlak dan ook een toevoeging vormt op het huidige gemeentelijke aanbod.

Dat is in lijn met de provinciale ambities als geformuleerd in het "Actieplan vitale logiesaccommodaties binnen het programma Gastvrij Fryslân 2028" (uit 2021) die namens Provinsje Fryslân door ZKA Leisure Strategy is opgesteld. Aan de drie kwantitatieve hoofddoelen die hierin gesteld zijn, kan het planvoornemen bijdragen, te

12

Hamerenweg 11 te Vrouwenparochie

weten: 1. Bevordering van brede welvaart: in 2028 is ten minste 91% van de Friese inwoners tevreden met het leven. Logiesaccommodaties dragen hier indirect aan bij door de impuls die zij leveren aan de ruimtelijke kwaliteit, banen, voorzieningen en stuwende bestedingen. 2. Vitalisering van regulier logiesaanbod: door een gerichte aanpak heeft Fryslân in 2028 ongeveer 55% meer vitale logiesaccommodaties (circa 160 bedrijven), circa 20 nieuwe en/of herontwikkelingen en ongeveer 45% minder niet vitale logiesaccommodaties. 3. Slimme groei van kleinschalig logiesaanbod en vraag: door vooral in te zetten op herontwikkeling van erfgoed voor de cultuur en natuurtoerist varieert de jaarlijkse groei afhankelijk van de deelregio tussen 13%. Voor de regio noordwest is in het actieplan gesteld dat het qua aantal aanbieders de kleinste regio van Fryslân is. Daarvan valt bijna 70% van het huidige aanbod in de minder-vitale segmenten. Opvallend groot is het aandeel van circa 40% bedrijven 'stuck in the middle'. Voor de regio wordt hierom vooral ingezet op het vitaliseren van het huidige aanbod, waardoor het huidige aanbod aantrekkelijker wordt voor gasten waardoor de logiesaccommodaties meer toeristische vraag zullen genereren.

Tegelijkertijd wordt in de regio ook marktruimte voor nieuwe reguliere en kleinschalige ontwikkelingen gezien, maar dient goed te worden gekeken of het een onderscheidende aanvulling is op het bestaande aanbod. Dat is met voorliggend planvoornemen het geval, omdat er geen gelijke in de regio te vinden is. Het planvoornemen kan worden gezien als van toegevoegde waarde waarmee bovendien, en zeker niet onbelangrijk, het rijksmonumentale karakter van de boerderij wat betreft bouwvorm en voorkomen in oude luister kan worden hersteld. Naast voorgaande kan nog worden opgemerkt dat officiële trouwlocaties in de gemeente behoorlijk schaars zijn en dat deze plek daarin op gemeentelijk niveau ook nog eens wat toevoegt aan het aanbod. Al met al kan worden geconstateerd dat het voorliggende planvoornemen een kwalitatieve impuls aan toeristisch-recreatieve mogelijkheden gaat bieden in de gemeente die passend zijn in de doelstellingen als geformuleerd in de Nota recreatie en toerisme gemeente Waadhoeke. Nevenactiviteiten Naast voorgaand benoemde hoofdactiviteiten willen initiatiefnemers op termijn mogelijk nog enkele kleinschalige recreatieve nevenactiviteiten op het terrein ontplooien. Het ruime voormalige boerderijerf leent zich daar goed voor. Aan het volgende wordt gedacht: De exploitatie van een theetuin c.q.

rustpunt voor fietser en wandelaars; Een kleinschalig kampeerterrein met 15 kampeerplekken (voor mobiele kampeermiddelen als caravans, campers en tenten) conform de provinciale verordening; Een bij de trouwlocatie incidenteel voorkomend huwelijksfeest (ook wel bruiloftsfeest of trouwfeest genoemd) wordt verder niet als evenement maar als nevenactiviteit behorende bij de hoofdactiviteit als trouwlocatie aangemerkt (vanwege het niet openbare karakter). De feesten in het plangebied zijn met dit bestemmingsplan gemaximeerd op ten hoogste 24 per jaar. Voor de toeristisch-recreatieve activiteiten betreffende de theetuin en het kamperen wordt als doelgroep met name ingezet op de cultuurtoerist en rust- en ruimtezoeker die de regio Noordwest-Fryslân daarvoor specifiek opzoeken.

13

Hamerenweg 11 te Vrouwenparochie

Figuur 4. Voorgenomen terreininrichting/situering toeristisch-recreatieve functies door initiatiefnemers (bron: Zantman architecten, 2022) De voorgenomen hoofdactiviteiten betreffende trouwlocatie met logies en vergaderen in de boerderijbebouwing worden als hoofdfunctie naast het wonen gezien en vandaar dat in voorliggend bestemmingsplan wordt uitgegaan van een te bestemmen situatie als 'Wonen - Recreatie'. Dit uitgangspunt voor recreatie naast het wonen is kwantitatief passend in de kwalitatieve insteek die gelet op het karakter voor de locatie en de omgeving toeristisch-recreatief wordt voorgestaan door de gemeente. Inrichting terrein De huidige boerderijbebouwing op het erf wordt in de nieuwe ontwikkeling in stand gehouden en de schuur wordt met het planvoornemen hersteld. Ten behoeve van deze restauratie gebruiken eigenaren een bestaand bijgebouw voor tijdelijke bewoning op het erf, die op termijn als gastenverblijf (zijnde een onderdeel van de woning) voor familie en vrienden wordt ingezet.

14

Hamerenweg 11 te Vrouwenparochie

Figuur 5. Zicht op b omensingel aan de noordkant (links) en het bestaande bijgebouw voor tijdelijke bewoning/toekomstig gastenverblijf (rechts) Alle binnenactiviteiten zullen plaatsvinden binnen de bestaande bouwmogelijkheden. De bestaande boerderij kent een dubbelbestemming 'Karakteristieke boerderijpanden / woningtypen' die ziet op behoud van de bestaande bebouwing. Deze dubbelbestemming blijft op de boerderij bestaan. De bebouwingssituatie zal niet aangetast worden door dit plan, maar vormt juist de kans en mogelijkheid om het geheel te gaan restaureren. Het onbebouwde deel van het plangebied blijft verder vrij van bebouwing. Deze gronden zullen gebruikt worden voor de buitenactiviteiten zoals het kamperen. Bij de entree van het perceel wordt een collectief parkeerterrein voor bezoekers/gasten gerealiseerd met in ieder geval 25 plekken. Er is op het gehele terrein uiteindelijk meer capaciteit voor parkeren aanwezig, want zo nodig kan er ook op en bij de kampeerplaatsen worden geparkeerd. Het parkeren door bewoners vindt elders op het terrein plaats. Het gehele parkeerverhaal is verder uitgewerkt in paragraaf 4.8 Verkeer en parkeren.

Figuur 6. Zicht op achtererf van huisperceel, op het in te richten terrein voor kleinschalig kamperen Ten behoeve van het kleinschalig kampeerterrein zullen te zijner tijd uiteraard sanitaire voorzieningen (toilet/douche) worden gerealiseerd. Dat zal in de boerderij of in de directe nabijheid van de boerderij op het achtererf plaatsvinden.

15

Hamerenweg 11 te Vrouwenparochie

16

Hamerenweg 11 te Vrouwenparochie

Hoofdstuk 3

Beleid

Ruimtelijke ontwikkelingen moeten passen binnen wetten, regels en beleid van het Rijk en de provincie, alsmede eventueel regionaal en lokaal gevoerd beleid op (inter)gemeentelijk niveau.

3.1

Rijksbeleid

3.1.1

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012)

"Nederland concurrerend, b ereikbaar, leefb aar en veilig" Op 13 maart 2012 is de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) van kracht geworden. Hierin is de visie van het Rijk op de ruimtelijke en mobiliteitsopgaven voor Nederland richting 2040 aangegeven. Dit betreft een integraal kader voor bestaand en nieuw rijksbeleid met ruimtelijke consequenties. In de SVIR is gekozen voor een selectieve inzet van het rijksbeleid waarbij 13 nationale belangen aan de orde zijn die in de SVIR verder gebiedsgericht zijn uitgewerkt in concrete opgaven voor de diverse onderscheiden regio's. Buiten deze nationale belangen hebben decentrale overheden meer beleidsvrijheid op het terrein van de ruimtelijke ordening gekregen; het kabinet is van mening dat provincies en gemeenten beter op de hoogte zijn van de actuele situatie in de regio en de vraag van bewoners, bedrijven en organisaties en daardoor beter kunnen afwegen welke (ruimtelijke) ingrepen in een gebied nodig zijn. Met betrekking tot het voornemen kan worden geconcludeerd dat geen van de 13 nationale belangen worden geschaad.

3.1.2

Nationale Omgevingsvisie (2020)

"Duurzaam perspectief voor onze leefomgeving" Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) van kracht geworden. De NOVI is een instrument van de nieuwe Omgevingswet en loopt vooruit op de inwerkingtreding van die wet. Vanwege het uitstel van de inwerkingtreding van de Omgevingswet komt de NOVI als structuurvisie uit onder de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Zodra de Omgevingswet in werking is getreden, zal deze structuurvisie gelden als de Nationale Omgevingsvisie, zoals in de nieuwe wet bedoeld. De NOVI bevat de hoofdzaken van het beleid voor de fysieke leefomgeving. Uit de Omgevingswet volgt dat al het strategische beleid uit de bestaande beleidsdocumenten, met en zonder wettelijke grondslag, én het nieuwe strategische beleid op het beleidsterrein van de fysieke leefomgeving worden opgenomen in de NOVI. Het Nationaal Milieubeleidsplan (NMP4, 2001) en de Rijksnatuurvisie 2014 gaan op in en worden vervangen door de NOVI en het bijbehorende Nationaal Milieubeleidskader. De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vervalt geheel, behalve paragraaf 4.9 Caribisch Nederland en Caribische Exclusieve Economische Zone. De NOVI geldt verder als wijziging van enkele onderdelen van het Nationaal Waterplan 2016-2021 (NWP) op grond van de Waterwet. In zijn totaliteit kent de NOVI in totaal 21 nationale belangen en opgaven die het verder uitwerkt.

Die opgaven zijn niet meer op zichzelf staand op te lossen, maar grijpen in elkaar. Met de NOVI zoekt het Rijk een perspectief om de grote opgaven aan te pakken, om Nederland mooier en sterker te maken en daarbij voort te bouwen op het bestaande landschap en de (historische) steden. Om die reden worden binnen de NOVI prioriteiten gesteld. De NOVI stelt daarbij een integrale aanpak voor: integraal, samen met andere overheden en maatschappelijke organisaties, en met meer regie vanuit het Rijk. Met steeds een zorgvuldige afweging van belangen werkt het Rijk aan de vier prioriteiten: 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; 2. Duurzaam economisch groeipotentieel; 3. Sterke en gezonde steden en regio's; 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Centraal bij de afweging van belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving, zowel van de boven- als van de ondergrond. De NOVI onderscheidt daarbij drie afwegingsprincipes: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; en,

17

Hamerenweg 11 te Vrouwenparochie

3.

Afwentelen wordt voorkomen.

Het Rijk zal bij de uitvoering van de NOVI zichtbaar maken hoe de afwegingsprincipes benut worden. Met de NOVI presenteert het Rijk een integrale, op samenwerking gerichte aanpak. De NOVI geeft een gebiedsgericht afwegingskader en sturende visie in een, gericht op het realiseren van een gezond, leefbaar, herkenbaar en economische sterk Nederland. Het voornemen beoogd een oude monumentale boerderij te herstellen. Dit herstel zal de cultuurhistorische waarde van het gebied ten goede komen. Door een recreatiefunctie toe te voegen aan de gronden sluit het plan aan bij de NOVI om gebieden gecombineerde functies toe te delen. Het voornemen van de sluit aan bij de NOVI.

3.1.3

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (2011)

In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro, 07-12-2011), ook wel bekend onder de naam AMvB Ruimte, zijn de nationale belangen uit de SVIR voorzien van juridische kaders, waarmee de doorwerking van de nationale belangen op ruimtelijk gebied is geborgd. De algemene regels bewerkstelligen dat nationale ruimtelijke belangen doorwerken tot op lokaal niveau. Inhoudelijk kan het daarbij gaan om nationale belangen die samenhangen met het beschermen van ruimtelijke functies zoals natuur in de ecologische hoofdstructuur (EHS) of met het vrijwaren van functies, bijvoorbeeld kapitaalintensieve functies in gebieden waar rivierverruiming noodzakelijk is. Nationale belangen kunnen ook procesvereisten of spelregels met zich mee brengen, zoals het uitvoeren van een landschaps- of cultuurtoets bij bestemmingsplannen Ook geldt bij elk ruimtelijk plan nationaal belang 13 met betrekking tot zorgvuldig ruimtegebruik. Bij het voornemen wordt rekening gehouden met wettelijke vereisten van het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening. Ladder voor duurzame verstedelijking Nationaal belang 13 van de SVIR van het Rijk vraagt om een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. Dit moet met behulp van de zogeheten Ladder voor duurzame verstedelijking (hierna: de Ladder) worden onderbouwd.

Per 01-07-2017 is een vereenvoudigde Ladder van toepassing. De Ladderonderbouwing komt verder in paragraaf 4.10.1 aan de orde.

3.2

Provinciaal beleid

3.2.1

Visies

3.2.1.1 Omgevingsvisie Fryslân (2020) "De Romte Diele" Op 23 september 2020 is de omgevingsvisie Fryslân vastgesteld. In wat voor Fryslân wilt u in 2025-2030 wonen, werken, recreëren, kortom: leven? Deze vraag staat centraal bij het maken van de nieuwe Omgevingsvisie van de provincie Fryslân. In het plan komt al het provinciale beleid voor de fysieke leefruimte te staan. Het gaat om de hoofdlijnen voor de ruimtelijke inrichting van Fryslân, de provinciale waterhuishouding, infrastructuur, natuur, landschap en milieu. Een van de doelen in de omgevingsvisie is een vitaal en samenhangend netwerk van steden en dorpen met een variatie aan woningen, bedrijven, kennis- en onderwijsinstellingen, werkgelegenheid en voorzieningen. Fryslân kent een samenhangend netwerk van steden, grote en kleinere dorpen. Deze steden en dorpen vullen elkaar aan op het gebied van wonen, werken en voorzieningen, ieder vanuit de eigen kwaliteiten. De inzet is

18

Hamerenweg 11 te Vrouwenparochie

om de onderdelen van dit netwerk nog sterker met elkaar te verbinden tot een compleet palet aan woon-, en werkmilieus en voorzieningen. Het netwerk vormt daarmee de basis voor onder andere plezierig wonen in een verscheidenheid aan woonbuurten, waarbij het woningaanbod aansluit op de vraag van inwoners en van mensen die zich in Fryslân willen vestigen. Vanuit de wettelijke verantwoordelijkheid voor zorgvuldig en verantwoord gebruik van de schaarse ruimte, vindt er regionale afstemming van plannen voor woningbouw, bedrijventerreinen en kantoorvolume plaats. Tussen provincie en gemeenten in regioverband worden meerjarige programmeringsafspraken over passend aanbod, zowel kwantitatief als ook kwalitatief wanneer dat gewenst is, gemaakt. Van belang hierbij is dat stedelijke functies naar aard en schaal passen bij stad of dorp, en daarop aansluiten. En dat ze goed ontsloten worden, waarbij vervoersknooppunten zoveel mogelijk benut worden. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de verdeling van woningbouw en aanleg van bedrijfslocaties over hun kernen; in hun visies/ plannen bepalen ze waar dit gebeurt en in welke kwaliteit. Bij nieuwe inzichten en ontwikkelingen kan van afspraken worden afgeweken. Dit biedt flexibiliteit, ook om in te spelen op kwaliteiten waar aantoonbaar behoefte aan is.

In de omgevingsvisie wordt gesproken over de slimme groei van de gastvrijheidseconomie in Fryslân als een van de doelen. Het voornemen van de initiatiefnemer sluit goed aan bij de realisatie van dit doel. Door de monumentale boerderij te herstellen en te voorzien van een nieuwe functie wordt nieuw leven geblazen in de economie van het buitengebied op een bij de omgeving passende wijze.

3.2.1.2 Grutsk op 'e Romte (2014) Provinciale Staten hebben op 26 maart 2014 het document 'Grutsk op 'e Romte' als thematische structuurvisie over landschap en cultuurhistorie vastgesteld. In deze thematische structuurvisie zijn landschappelijke en cultuurhistorische structuren van provinciaal belang in samenhang geanalyseerd en gewaardeerd. Het doel hiervan is behoud en verdere ontwikkeling van de ruimtelijke kwaliteit door middel van informeren, inspireren en adviseren. 'Grutsk op 'e Romte' is als procesvereiste opgenomen in de provinciale ruimtelijk verordening, zodat bij het opstellen van een ruimtelijk plan een analyse dient te worden gemaakt van de aanwezige waarden in het plangebied. Op deze wijze verwacht Provinsje Fryslân de doorwerking van provinciale belangen in ruimtelijke plannen van gemeenten, rijk en provincie te borgen.

3.2.2

Verordeningen

3.2.2.1 Verordening Romte Fryslân 2014 (geactualiseerd 2018) Op 21-02-2018 is de wijzigingsverordening Verordening Romte Fryslân 2014 vastgesteld. Deze verordening is een hernieuwde vaststelling van de verordening uit 2014. In de verordening zijn concrete regels gesteld die ervoor moeten zorgen dat de provinciale ruimtelijke belangen (uit het streekplan, maar ook daarna opgestelde structuurvisies) doorwerken in de gemeentelijke ruimtelijke plannen. In de verordening is onder meer de grens tussen het bestaand stedelijk gebied en landelijk gebied vastgelegd. Bestaand stedelijk geb ied In de verordening is onderscheid gemaakt tussen de begrippen bestaand stedelijk gebied en landelijk gebied. Voor bestaand stedelijk gebied geldt dat een grotere mate van beleidsvrijheid wat betreft de ruimtelijke ordening bestaat dan in het landelijk gebied. Onder bestaand stedelijk gebied wordt verstaan: “het gebied dat de bestaande of bij bestemmingsplan toegelaten en voorziene woon- of bedrijfsbebouwing waaronder mede begrepen de daarbij behorende openbare voorzieningen en verkeersinfrastructuur van een kern bevat, zoals begrensd op de van de verordening deel uitmakende kaarten Begrenzing bestaand stedelijk gebied”. De definitie van landelijk gebied sluit daar op aan: “het gebied buiten het bestaand stedelijk gebied”. Het plangebied van dit bestemmingsplan ligt in het landelijk gebied.

Nieuwe stedelijke ontwikkelingen zijn hier in principe niet toegestaan. Het voornemen is geen stedelijke ontwikkeling en daarmee op dit punt niet in strijd met de Verordening Romte Fryslân (VRF). Hergebruik vrijkomende (niet-)agrarische b ebouwing

19

Hamerenweg 11 te Vrouwenparochie

Artikel 1.2.1 van de verordening regelt dat nieuwe stedelijke functies in landelijk gebied kunnen worden toegestaan indien sprake is van hergebruik, verbouw of vervanging van vrijkomende gebouwen. Functies die kunnen worden toegestaan zijn wonen en zorg, dagrecreatie en verblijfsrecreatie (met inachtneming van artikel 5.5.1) functies op het gebied van natuur- en landschapsbeheer, cultuur, kunst, educatie, restaurants, logies of daarmee vergelijkbare horecavormen. Ook is detailhandel, dienstverlening en niet-industriële bedrijven behorende tot milieucategorieëen 1, 2 en 3 mogelijk. Alle met voorliggend planvoornemen te realiseren activiteiten (onder meer een theetuin en het gebruik van de bebouwing als vergaderlocatie) zijn mogelijk op grond van de verordening. Hierbij bestaat op grond van de verordening ook de mogelijkheid om enige aanvullende nieuwbouw te realiseren, mits deze wat betreft omvang onderschikt is aan het hoofdgebouw. Kleinschalige dag- en verblijfsrecreatie De minicamping met sanitair en de groepsaccommodatie zijn eveneens toegestaan op grond van artikel 1.2.1, tweede lid met een verdere inkadering middels voorwaarden in artikel 5.5.1, eerste lid onder a (minicamping) c.q. f (groepsaccommodatie) van de verordening. Kamperen is alleen in het toeristisch seizoen toegestaan. Er zijn geen stacaravans toegestaan.

Het kampeerterrein moet een kleinschalige opzet hebben en moet goed zijn ingepast (een ruimtelijk plan voor het landelijk gebied dient te voorzien in een zorgvuldige inpassing van een nieuwe recreatieve voorziening of uitbreiding van een recreatieve voorziening, artikel 2.1.1, derde lid onder e). 3.2.2.2 Omgevingsverordening Fryslân In de aanstaande Omgevingsverordening Fryslân staan de provinciale regels voor de fysieke leefomgeving geformuleerd. De nieuwe verordening komt voort uit het ingezette beleid in de provinciale omgevingsvisie en vormt de voortzetting van de meeste regels uit diverse provinciale verordeningen met een ruimtelijke werking. Zo vervangt de omgevingsverordening de Wegen- en Vaarwegenverordening, Milieuverordening, Verordening Wet Natuurbescherming, Waterverordening en de huidige Verordening Romte. Op sommige punten hebben de aanstaande Omgevingswet en Omgevingsvisie tot aanpassingen geleid in de verordenend door de provincie voor te schrijven regels. Daarbij kan worden gedacht aan het herstel van biodiversiteit, energietransitie, klimaatadaptatie, circulaire economie, werkgelegenheid of landschapsversterking. Het ontwerp van de Omgevingsverordening Fryslân is op 16 februari 2021 door Gedeputeerde Staten vastgesteld en heeft inmiddels ter inzage gelegen voor het indienen van zienswijzen.

Als resultaat hiervan vinden zo nodig nog aanpassingen op onderdelen plaats. Afhankelijk van inwerkingtreding van de aanstaande Omgevingswet vindt het van kracht worden van de provinciale omgevingsverordening plaats. De Friese gemeenten op hun beurt verwerken de uiteindelijk regels van de provinciale omgevingsverordening in de eigen omgevingsplannen.

3.3

Gemeentelijk beleid

3.3.1

Nota recreatie en toerisme gemeente Waadhoeke (2020)

"Beleef Waadhoeke!" De gemeente Waadhoeke heeft met de Nota recreatie en toerisme gemeente Waadhoeke in 2020 een visie en uitvoeringsagenda opgesteld waarmee richting wordt gegeven aan hoe de gemeente de komende vier jaar invulling wil geven aan het thema recreatie en toerisme. De toeristische sector kan een actieve bijdrage leveren aan de leefbaarheid en de dynamiek. De gemeente heeft zich als doel gesteld om meer bezoekers te trekken die komen genieten van de prachtige gemeente en tegelijkertijd door hun bestedingen de lokale economie en de toeristische sector versterken en bevorderen. Gemeente Waadhoeke zet in op waardevol toerisme en heeft de ambitie dat in 2024 de toeristisch-recreatieve bestedingen met 30% zijn toegenomen. Toeristisch-recreatieve aanbieders zoals ondernemers leveren een belangrijke bijdrage hierin. Wat betreft de versterking van het logiesaanbod wordt in de gemeentelijke Nota recreatie en toerisme ruimte gezien voor uitbreiding van het kleinschalig logiesaanbod. Onder kleinschalige logies kunnen Bêd&Brochjes, vakantiehuisjes en -appartementen worden geschaard. Het gaat hierbij om een min of meer zelfregulerend

20

Hamerenweg 11 te Vrouwenparochie

markt, maar voor de gemeente ligt er de taak om een aantal heldere uitgangspunten te hanteren. De toeristisch-recreatieve nota geeft hiervoor bijvoorbeeld aan dat ondergeschikte kleinschalige logies mogelijk kan zijn met de eigenaar als hoofdbewoner, een maximum van 3 tot 5 kamers/eenheden en/of maximaal 6 tot 10 personen (passend bij het karakter van het desbetreffende dorp dan wel landschap), er geen ontoelaatbare parkeerdruk of inbreuk op de leefomgeving ontstaat, er sprake is van een aanvulling op het bestaande aanbod qua locatie of concept (logies als beleving/verhaal, luxeniveau). Wat betreft het voorliggende planvoornemen geldt dat geen sprake is van kleinschalige logies ondergeschikt aan de woonfunctie, maar naast de woonfunctie, en dat het bestemmingsplan ziet op een menging van beide functies (wonen en recreatie, resulterend in de bestemming 'Wonen-Recreatie' die ziet op het dubbelgebruik als hoofdfunctie in het plangebied). Het planvoornemen sluit daarmee nog steeds goed aan bij de gemeentelijke ambities op het gebied van recreatie en toerisme. De voorgenomen inrichting van de boerderijbebouwing als trouwlocatie met logies voor groepen tot 25 personen en als vergaderlocatie, naast kleinschalige recreatieve nevenactiviteiten als een theetuin, kleinschalig kampeerterrein, draagt bij aan de toeristisch-recreatieve sector in de gemeente Waadhoeke.

3.3.2

Nota Parkeernormen (2020)

Het perceel heeft een ontsluiting op de Hamerenweg. De gemeente Waadhoeke beschikt over een Nota parkeernormen van november 2020. Deze is door het college van B&W vastgesteld op 8 december 2020. Uitgangspunt is dat de parkeerbehoefte wordt opgevangen door genoeg parkeerplaatsen op eigen terrein. Het plan voorziet in voldoende parkeergelegenheid. Het aspect parkeren is verder uitgewerkt in paragraaf 4.8.

21

Hamerenweg 11 te Vrouwenparochie

22

Hamerenweg 11 te Vrouwenparochie

Hoofdstuk 4

Omgevingsaspecten

Uit de bestaande omgevingssituatie kunnen (wettelijke) belemmeringen en/of voorwaarden voor een planvoornemen blijken. Uitgangspunt is dat er een goede omgevingssituatie bestaat. In de volgende paragrafen zijn de randvoorwaarden voortkomend uit de omgevingsaspecten voor het plangebied beschreven en beoordeeld op eventuele beperkingen voor het planvoornemen.

4.1

Erfgoed

Normstelling en beleid De Monumentenwet 1988 is per 1 juli 2016 vervallen. Een deel van de wet is op deze datum overgegaan naar de Erfgoedwet. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over naar de Omgevingswet, wanneer deze in werking treedt. Vooruitlopend daarop zijn deze artikelen te vinden in het Overgangsrecht in de Erfgoedwet, waar ze ongewijzigd van toepassing blijven zolang de Omgevingswet nog niet van kracht is. De Erfgoedwet bundelt en wijzigt een aantal wetten op het terrein van cultureel erfgoed. De kern van deze wet is dat wanneer de bodem wordt verstoord, de archeologische resten intact moeten blijven (in situ). Wanneer dit niet mogelijk is, worden archeologische resten opgegraven en elders bewaard (ex situ). Daarnaast moet ieder ruimtelijk plan een analyse van de overige cultuurhistorische waarden van het plangebied te bevatten. Voor zover in een plangebied sprake is van erfgoed, moet op grond van voorgaande dan ook aangegeven worden op welke wijze met deze cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten archeologie rekening wordt gehouden. Voor het onderzoek naar erfgoed wordt uitgegaan van de Cultuurhistorische Kaart 2 (CHK2) van de Provinsje Fryslân, waar ook de Friese Archeologische Monumentenkaart Extra (FAMKE) deel van uit maakt.

Op deze kaarten is informatie opgenomen over archeologische en cultuurhistorische waarden.

4.1.1

Archeologie

Toetsing Op de FAMKE zijn voor het gemeentelijk grondgebied de bekende als wel de te verwachten archeologische waarden aangegeven. Daarbij worden twee verschillende onderzoeksperioden onderscheiden, te weten steentijd-bronstijd en ijzertijd-middeleeuwen. Ten behoeve van het planvoornemen van dit bestemmingsplan is de provinciale advisering ten aanzien van archeologie nagegaan. Hieruit blijkt dat voor beide onderzoeksperioden op grond van de FAMKE het advies geldt dat 'geen onderzoek noodzakelijk' is. Er is geen sprake van verwachte of bekende archeologische waarden in het plangebied. Hierom is dan ook geen archeologisch veldonderzoek uitgevoerd. Conclusie Dit bestemmingsplan mag wat betreft archeologie uitvoerbaar worden geacht. Nota bene De archeologische meldingsplicht blijft te allen tijde van kracht. Dit betekent dat wanneer bij graafwerkzaamheden vondsten worden aangetroffen waarvan redelijkerwijs kan worden aangenomen dat het archeologie betreft, dit gemeld moet worden bij het bevoegd gezag, zijnde de gemeente Waadhoeke.

4.1.2

Cultuurhistorie

Toetsing In het plangebied is als bekend sprake van de aanwezigheid van een rijksmonumentale boerderij. Dit betreft monumentnummer 9524 als ingeschreven op 19-09-1973 in het rijksmonumentenregister. De rijksmonumentomschrijving hiertoe is de volgende geweest: "Boerderij van het kop-hals-romptype. Gaaf voorhuis tussen topgevels, waarlangs b oeiborden; topschoorstenen met borden. Omlijste ingang; zesruitsvensters. In de top kleine lichtopeningen."

23

Hamerenweg 11 te Vrouwenparochie

Figuur 7. Foto van oorspronkelijke toestand in 1973 op basis waarvan de aanwijzing in het rijksmonumentenregister heeft plaatsgevonden (bron: Tresoar, 2022) Met de rijksmonumentale waarde van de boerderij dient in het bestemmingsplan en bij de aanvraag om omgevingsvergunningen op basis van dit bestemmingsplan rekening te worden gehouden. Het is verder aan de welstandscommissie om middels de geldende waarderingscriteria voor bouwkunst te beoordelen in hoeverre de uiteindelijk in te dienen bouwplannen (zoals die voor herstel van de schuur, maar ook de bouw van bijbehorende bouwwerken) toelaatbaar zijn ten aanzien van de rijksmonumentale waarde van de boerderij. De vijf hoofdcriteria (onder te verdelen in subcriteria) voor bouwkunst zijn: 1. Cultuurhistorische waarden 2. Architectuur- en kunsthistorische waarden 3. Situationele en ensemblewaarden 4. Gaafheid en herkenbaarheid 5. Zeldzaamheid

24

Hamerenweg 11 te Vrouwenparochie

Figuur 8. Cultuurhistorische Kaart Fryslân 2 (bron: Provinsje Fryslân, 2022) De CHK2 is voorts geraadpleegd op de aanwezigheid van overige belangwekkende cultuurhistorische elementen en objecten. Hieruit blijkt (als getoond in figuur 4) dat direct zuidelijk van het huisperceel van de kop-hals-rompboerderij een vroegere 'boerderijplaats' ligt. Boerderijplaatsen worden van belang geacht omdat deze de kern vormden van de vroegere agrarische samenleving en daarom kennis kunnen verschaffen over de bewoningsgeschiedenis en over de ontwikkeling van het cultuurlandschap. Daarnaast is de Hamerenweg in het kader van de inventarisatie Oude Paden Nieuwe Wegen als historische weg geïnventariseerd. Beide cultuurhistorische waarden worden met voorliggend bestemmingsplan niet verstoord. Verder kan worden opgemerkt dat het plangebied in een zeeboezemvlakte met rechthoekige polderverkaveling ligt (vanwege nieuw aangewassen en bedijkte gronden van de Middelsee leidende tot de vorming van het Bildt). Ook hieruit komen geen beperkingen voor het planvoornemen van dit bestemmingsplan naar voren. Conclusie Het planvoornemen van dit bestemmingsplan leidt tot de versterking van cultuurhistorische (monumentale) waarden door het herstel van de kop-hals-rompboerderij. Onderkende cultuurhistorische waarden worden niet belemmerd door het planvoornemen.

Het planvoornemen als aanleiding van dit bestemmingsplan (zoals geschetst in Hoofdstuk 2) mag dan ook uitvoerbaar worden geacht.

4.2

Water

Normstelling en beleid In de ruimtelijke ordeningspraktijk is de wettelijk verplichte 'watertoets' van belang voor het klimaatbestendig en waterrobuust inrichten van de ruimte. De watertoets wordt gezien als een procesinstrument dat moet waarborgen dat de gevolgen van ruimtelijke ontwikkelingen voor de waterhuishouding meer expliciet worden afgewogen. De watertoets zorgt ervoor dat in alle ruimtelijke plannen aandacht wordt besteed aan veiligheid, kwaliteit en kwantiteit van water. Belangrijk onderdeel van de watertoets is het vroegtijdig afstemmen van ontwikkelingen met de betrokken waterbeheerder, in het geval van voorliggend plangebied Wetterskip Fryslân. Toetsing Via de Digitale Watertoets is Wetterskip Fryslân van het initiatief op de hoogte gebracht. De watertoets is uitgevoerd op 28 april 2022 en opgenomen in Bijlage 1. De aanmelding heeft ertoe geleid dat de korte procedure is doorlopen. Dit betekent dat voorliggend plan een beperkte invloed heeft op wijzigingen in de

25

Hamerenweg 11 te Vrouwenparochie

waterhuishouding en afvalwaterketen. Mogelijke gevolgen kunnen worden opgevangen door het treffen van gestandaardiseerde maatregelen. In de Leidraad watertoets van Wetterskip Fryslân staan aandachtspunten voor alle wateraspecten omschreven waarmee rekening gehouden moet worden en is ook informatie raadpleegbaar over te nemen standaard maatregelen. Verharding Met de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling neemt het verhard oppervlak niet toe. Er kan dan ook vanuit worden gegaan dat het hemelwater niet versneld tot afstroming komt. Compenserende waterberging is niet noodzakelijk. Conclusie Wat betreft voorliggend plan zijn er geen waterhuishoudkundige bezwaren. De watertoets is afgerond met het afgeven van de indicatie dat een 'korte procedure' op het plan van toepassing is.

4.3

Bodem

Wettelijk kader De milieuhygiënische bodemkwaliteit mag geen belemmering zijn voor de economische uitvoerbaarheid van het voornemen. De aanwezige bodemkwaliteit behoort te passen bij het huidig of het toekomstig gebruik van de bodem. De bodemkwaliteit mag immers geen onaanvaardbare risico's opleveren voor de gebruikers van de bodem. Ter plaatse van locaties die verdacht worden van bodemverontreiniging, moet milieukundig bodemonderzoek worden uitgevoerd. Informatie over verdachte locaties, uitgevoerde bodemonderzoeken en bodemsaneringen staan vermeld op de Bodeminformatiekaart (via www.bodemloket.nl). Toetsing Op 15 februari 2022 is er een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd op het plangebied. Dit onderzoek is opgenomen als Bijlage 2. Voor het onderzoek zijn een aantal van 25 boringen gezet op het huisperceel en het ten zuiden daarvan gelegen agrarische gronden. De locatie van de boringen zijn hieronder verbeeld. Alleen de boringen op het huisperceel zijn relevant, aangezien het zuidelijk agrarisch perceel buiten het plangebied van voorliggend bestemmingsplan is gehouden. Hier worden namelijk geen structurele activiteiten ten behoeve van het voorgenomen toeristisch-recreatieve planvoornemen ontplooid. De agrarische functie ter plaatse blijft ongewijzigd.

26

Hamerenweg 11 te Vrouwenparochie

Figuur 9. Locaties van geplaatste b oringen. (bron: Best 4 best) Uit het uitgevoerde verkennend bodemonderzoek blijkt dat:

27

Hamerenweg 11 te Vrouwenparochie

De milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (grond en grondwater) geen belemmering vormt voor de bestemmingsplanwijziging; In het mengmonster van de bovengrond (MMBG1) van de geanalyseerde parameters de achtergrondwaarden voor nikkel, lood en PAK wordt overschreden; In het mengmonster van de bovengrond (MMBG3) de achtergrondwaarde voor PAK wordt overschreden; In de mengmonsters van de boven- en ondergrond (MMBG2 en MMOG1) geen verhoogde gehalten zijn aangetoond ten opzichte van de achtergrondwaarden; in het grondwater geen verhoogde concentraties ten opzichte van de streefwaarde zijn aangetoond; De gemeten overschrijdingen van de achtergrondwaarde zijn echter dermate gering dat zij vanuit een milieukundig oogpunt geen bezwaar vormen. Nader onderzoek wordt daarom niet noodzakelijk geacht. Conclusie Het aspect bodem vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het plan.

4.4

Hinder van en voor bedrijven en voorzieningen

Normstelling en beleid Milieubelastende functies (zoals bedrijven) kunnen tot hinder vanwege geur, stof, geluid, gevaar en dergelijke op milieugevoelige functies (zoals woningen) in de directe omgeving leiden. Ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening is het waarborgen van voldoende afstand tussen bedrijven en woningen dan ook noodzakelijk. Op basis van de publicatie 'Bedrijven en milieuzonering' (2009) van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) wordt hiertoe een richtafstandenlijst voor milieubelastende activiteiten gehanteerd. Per bedrijfstype zijn voor de verschillende hinderaspecten minimale afstanden aangegeven die in de meeste gevallen kunnen worden aangehouden tussen milieubelastende en milieugevoelige objecten om hinder en schade aan mensen binnen aanvaardbare normen te houden. De grootst aangegeven afstand is daarbij bepalend. De genoemde maten zijn richtinggevend, maar met een goede motivering kan en mag hiervan worden afgeweken. Er dient te worden aangetoond dat het planvoornemen van dit bestemmingsplan geen belemmeringen ondervindt van of tot belemmeringen leidt voor nabijgelegen functies. Systematiek b edrijven en milieuzonering In de VNG-publicatie Bedrijven en Milieuzonering worden twee omgevingstypen onderscheiden, te weten: 1.

Rustige woonwijk dan wel rustig buitengebied: Functiescheiding wordt nagestreefd door de minimale richtafstanden te hanteren die in een lijst bij omgevingstype 1 zijn opgenomen, waarbij een bepaalde bij een bedrijf of voorziening behorende milieucategorie tot een zoneringsafstand ten opzichte van hindergevoelige functies leidt. Het gaat hierbij om functies van gemiddelde grootte. Van de aangegeven minimale richtafstanden kan gemotiveerd worden afgeweken als de te realiseren activiteiten bijvoorbeeld kleiner van aard, schaal en opzet zijn dan op grond van de VNG-publicatie wordt aangenomen. Hiertoe bestaat de methode dat minimale richtafstanden met één afstandsstap worden verkleind (milieucategorie 1 wordt 0, 2 wordt 1, 3.1 wordt 2, etc.). 2. Gemengd gebied: Bij de aanwezigheid en het naast elkaar samengaan van uiteenlopende hinderveroorzakende en hindergevoelige functies is sprake van functiemenging. In tegenstelling tot de rustige woongebieden van omgevingstype 1 zijn in dergelijke levendige gebieden milieubelastende activiteiten op kortere afstand van milieugevoelige objecten mogelijk.

Hiertoe kan eveneens gebruik worden gemaakt van het verkleinen van de minimale richtafstand met een afstandsstap als genoemd bij functiescheiding, of de lijst worden gehanteerd voor bedrijven en voorzieningen die in gemengd gebied in de nabijheid van gevoelige functies zoals woningen kunnen worden toegelaten. Toetsing Voor de ligging van het plangebied kan worden uitgegaan van een rustig buitengebied (omgevingstype 1), waar functiescheiding aan de orde is. Voorliggend bestemmingsplan maakt een bestemming 'Wonen Recreatie' mogelijk die als zowel hindergevoelig (het wonen) kan worden gezien als hinderveroorzakend (de bedrijfsmatig te ontplooien activiteiten in het kader van dag- en verblijfsrecreatie). In navolgende is allereerst beschouwd in hoeverre er hinder voor het wonen op de planlocatie kan bestaan en vervolgens welke hinder er van de planlocatie naar de omgeving kan uitgaan. Hinderwerking op plangeb ied

28

Hamerenweg 11 te Vrouwenparochie

Ten noorden van het plangebied is aan Hamerenweg 8 een groothandel in agrarische en humane verzorgingsproducten en verkoop van warmtepompen gesitueerd. Dit bedrijf behoort volgens de bijlage van het geldende bestemmingsplan tot milieucategorie 3.1 met een minimaal aan te houden richtafstand van 50 m tot hindergevoelige bebouwing in een rustig landelijk gebied. De kortste afstand van het bedrijfsperceel tot het plangebied aan Hamerenweg 11 bedraagt bijna 100 m. Er wordt dan ook ruimschoots voldaan aan geldende richtafstanden die op basis van functiescheiding dienen te worden gehanteerd. Hierbij is gemeten tussen het bestaande bedrijfsperceel aan Hamerenweg 8 en de met voorliggend bestemmingsplan toe te passen woonbestemming op het huisperceel van de boerderij aan Hamerenweg 11. Hinderwerking van planvoornemen Dit bestemmingsplan ziet op het mogelijk maken van diverse activiteiten in het plangebied. Het gaat hierbij om een groepsaccommodatie, mogelijkheden om te trouwen en vergaderen, kleinschalig kamperen en een theetuin.

Gelet op de aard van de activiteiten met het planvoornemen kan worden aangesloten bij de volgende in de VNG-publicatie opgenomen categorieën van het onderdeel 'logies-, maaltijden- en drankenverstrekking': SBI-code 5510: Hotels en pensions met keuken, conferentie-oorden en congrescentra = milieucategorie 1 met een minimale richtafstand bij functiescheiding van 10 m (op basis van de bepalende hinderaspecten geur en gevaar; voor de aspecten stof en geluid wordt niet van hinder in deze categorie uitgegaan). SBI-code 553, 552: Kampeerterreinen, vakantiecentra, e.d. (met keuken) = milieucategorie 3.1 met een minimale richtafstand bij functiescheiding van 50 m (op basis van het bepalende hinderaspect geluid; voor de aspecten geur en gevaar geldt 30 m; voor stof wordt niet van hinder in deze categorie uitgegaan). De kortste afstand van de gronden in het plangebied, waar vorengenoemde hinderveroorzakende activiteiten op het perceel kunnen plaatsvinden, ten opzichte van de erfgrens van het zuidelijk gelegen, hindergevoelige buurperceel (want een reguliere woning) betreft ongeveer 34 m. Hiermee wordt voor wat betreft de aan te houden afstand voor reguliere kampeerterreinen niet voldaan aan de minimale richtafstand van 50 m.

Omdat het planvoornemen echter uitgaat van kleinschalig kamperen (maximaal 15 kampeermiddelen) kan de categorisering van deze te realiseren functie worden afgeschaald naar milieucategorie 2 en een bijbehorende minimale richtafstand van 30 m worden gehanteerd. Er wordt met het planvoornemen dus voldaan aan richtafstanden met het oog op een goede ruimtelijke ordening en er kan wat betreft hinder van en voor bedrijven en voorzieningen worden gesproken van een uitvoerbaar planvoornemen. Conclusie Aan te houden afstanden uit oogpunt van een goede ruimtelijke ordening van het plangebied tot zowel hinderveroorzakende als wel hindergevoelige functies in de omgeving zijn groot genoeg. Wat betreft het aspect bedrijvenhinder mag het plan derhalve uitvoerbaar worden geacht.

4.5

Geluidhinder

Wet- en regelgeving De Wet geluidhinder (Wgh) is erop gericht om geluidhinder vanwege onder meer wegverkeerslawaai, spoorweglawaai en industrielawaai te voorkomen en te beperken. De Wgh bepaalt dat de 'geluidsbelasting' op gevels van woningen en andere geluidsgevoelige objecten niet hoger mag zijn dan een in de wet bepaalde norm die als voorkeursgrenswaarde wordt aangeduid. Wanneer binnen een geluidzone langs (spoor)wegen of ten behoeve van industrielawaai nieuwe geluidgevoelige objecten, zoals woningen, worden gerealiseerd, moet door middel van akoestisch onderzoek worden vastgesteld of aan de grenswaarden uit de Wgh wordt voldaan. Spoorweg- en industrielawaai is niet aan de orde in het plangebied en omgeving. Daarom is hiernavolgend enkel op wegverkeerslawaai als bron van mogelijke geluidhinder ingegaan. Toetsing Het plangebied ligt aan de Hamerenweg waar een snelheidsregime van maximaal 60 km/uur geldt. De

29

Hamerenweg 11 te Vrouwenparochie

Hamerenweg heeft in het kader van de Wgh daardoor een geluidzone van 250 m ter weerszijden van de weg. In het geldende bestemmingsplan Buitengebied is voor de Hamerenweg een regeling getroffen middels het opnemen van een gebiedsaanduiding "geluidszone - weg" waarmee een toename van geluidgehinderden in geluidsgevoelige gebouwen wordt voorkomen. De met voorliggend bestemmingsplan mogelijk te maken functies (groepsaccommodatie, vergader- en trouwlocatie en het kleinschalig kampeerterrein) worden op grond van de Wgh echter niet aangemerkt als zijnde geluidgevoelig waarvoor akoestisch onderzoek nodig zou zijn vanwege de nabijgelegen Hamerenweg. Er worden met voorliggend bestemmingsplan verder geen extra wooneenheden mogelijk gemaakt. Wel wordt de bestaande woonfunctie in de boerderij omgezet van agrarische bedrijfswoning naar een reguliere woonfunctie. Het bestaande woonhuis betreft een geluidgevoelig object, maar in dit geval gaat het echter om een bestaande woonsituatie en neemt het aantal geluidgehinderden door de bestemmingswijziging niet toe. Op basis van art. 76 lid 3 Wgh hoeft de geluidsbelasting van een aanwezige weg (waar geen wijzigingen optreden) op bestaande woningen ook niet getoetst te worden aan van toepassing zijnde grenswaarden voor geluid. Geluidsgevoelige gebouwen in het plangebied zijn reeds aanwezig en bestaand. Hier treden geen veranderingen in op.

Conclusie Ten aanzien van het omgevingsaspect geluidhinder bestaan geen belemmeringen voor het planvoornemen van dit bestemmingsplan.

4.6

Externe veiligheid

4.6

Externe veiligheid

Normstelling en beleid Externe veiligheid gaat over het beheersen van de risico's voor de woon- en leefomgeving bij gebruik, opslag en vervoer van gevaarlijke stoffen, zoals vuurwerk, aardgas of LPG. Het aandachtsveld van externe veiligheid richt zich op zowel inrichtingen (bedrijven) waar gevaarlijke stoffen aanwezig zijn als het transport van gevaarlijke stoffen. Dit vervoer kan plaatsvinden over weg, water en spoor en door buisleidingen. Het beleid is er op gericht te voorkomen dat te dicht bij gevoelige bestemmingen activiteiten met gevaarlijke stoffen plaatsvinden. Dit is verankerd in diverse wet- en regelgeving, zoals het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb), Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer (Barim: Activiteitenbesluit). Toetsing In het kader van het Interprovinciaal Overleg (IPO) is een zogenoemde risicokaart ontwikkeld. Hierin is informatie opgenomen die met risico's te maken heeft; zowel risicobronnen als kwetsbare objecten worden getoond die aandacht verdienen bij ruimtelijke ontwikkelingen. Voor het planvoornemen van dit bestemmingsplan is op de risicokaart nagegaan of er ook aandachtspunten (in dit geval risicobronnen) op het vlak van de externe veiligheid aanwezig zijn.

Hieruit is gebleken dat in en in de wijde omgeving geen risicobronnen aanwezig zijn met invloed dan wel effecten in het plangebied. De meest nabijgelegen bron betreft een aardgastransportleiding die op ruim 2 km afstand is gesitueerd. Bestrijdbaarheid Bij bestrijdbaarheid gaat het om de mogelijkheden tot voorbereiding van de bestrijding en beperking van de omvang van een calamiteit. Om de gevolgen zoveel mogelijk te beperken, is het van belang dat de hulpverleningsdiensten niet worden belemmerd in de uitvoering van hun taken. Daarbij geldt ten aanzien van: Bereikbaarheid: Het plangebied en de omgeving zijn voldoende snel en in voldoende mate bereikbaar zodat de brandweer eventuele optredende effecten kan bestrijden. Het plangebied is goed bereikbaar over de Hamerenweg. Zelfredzaamheid Bij zelfredzaamheid gaat het om de mogelijkheden voor personen om zichzelf in veiligheid te brengen. Belangrijk aspect hierbij is dat zij kunnen vluchten of schuilen zonder daadwerkelijke hulp van de hulpverleningsdiensten. Wat betreft zelfredzaamheid kan het volgende worden geconstateerd: Zelfredzaam vermogen: Het planvoornemen ziet niet op het langdurig verblijf van groepen verminderd

30

Hamerenweg 11 te Vrouwenparochie

zelfredzame personen in het invloedsgebied van risicobronnen. De toekomstige gebruikers vormen een gemiddelde bevolkingsgroep uit de samenleving, die over het algemeen als zelfredzaam wordt beschouwd. Alarmeringsmogelijkheden: Eind 2012 is NL-Alert geïntroduceerd. Met NL-Alert kan de overheid mensen in het rampgebied en in de directe omgeving van een (dreigende) noodsituatie met een tekstbericht informeren via de eigen mobiele telefoon. Daarnaast wordt bij grote rampen alarm geslagen via onder meer calamiteitenzenders, geluidswagens en sociale media. Hierdoor is een snelle alarmering in het plangebied mogelijk. Conclusie De uitvoerbaarheid van dit bestemmingplan wordt niet belemmerd door een extern veiligheidsrisico.

4.7

Ecologie (en stikstof)

Wet- en regelgeving In het kader van de uitvoerbaarheid van ruimtelijke plannen is het conform artikel 3.1.6 Bro noodzakelijk om aandacht te besteden aan de effecten op natuurwaarden. Effecten dienen te worden beoordeeld in relatie tot geldende wet- en regelgeving op het terrein van zowel de soorten- als wel de gebiedsbescherming. Relevante wet- en regelgeving betreft de Wet natuurbescherming (Wnb) die per 1 januari 2017 in werking is getreden en het provinciale gebiedsgerichte natuurbeleid. Voor wat betreft de effecten op natuurwaarden moet onder meer aangegeven worden of er als gevolg van een plan vergunningen of ontheffingen noodzakelijk zijn en, zo ja, of deze verkregen kunnen worden. Onderzoek Om de uitvoerbaarheid van het planvoornemen te toetsen is een ecologisch onderzoek ingesteld naar de effecten op eventuele beschermde waarden in het plangebied en in de omgeving daarvan. Hiervoor is het plangebied op 8 december 2021bezocht door een ecoloog van BügelHajema Adviseurs. De rapportage van deze zogeheten beknopte natuurtoets is als Bijlage 3 opgenomen. In navolgende zijn de resultaten en conclusies van dit onderzoek weergegeven. Voor achtergrondinformatie wordt op deze plaats naar het ecologisch onderzoek verwezen. Toetsing Soortenbescherming Als gevolg van de plannen gaan geen jaarrond beschermde nesten van vogels verloren.

Mogelijk gaan wel verblijfplaatsen van vleermuizen verloren. Dit kan het geval zijn wanneer de houten gevelbetimmering en daklijsten aan de zuidzijde van het woonhuis worden verwijderd en/of bewerkt of wanneer het nieuwe dak van de schuur hier tegen aan wordt gebouwd waardoor de verblijfplaats niet meer bereikbaar is. Als deze werkzaamheden plaatsvinden, is nader onderzoek nodig om te bepalen of vleermuisverblijfplaatsen in het gebouw aanwezig zijn. Het plangebied zal naar verwachting niet volledig ongeschikt worden als foerageergebied voor de te verwachten vleermuissoorten en kleine marterachtigen die in het plangebied kunnen foerageren. Bovendien is in de directe omgeving van het plangebied in ruime mate alternatief en bovendien hoogwaardiger foerageergebied aanwezig. Negatieve effecten op vleermuizen en kleine marterachtigen door verlies van foerageergebied treden niet op. Bij uitvoering van het plan wordt het plangebied mogelijk minder geschikt als foerageergebied voor ransuil en sperwer. Het plangebied vormt echter hooguit een klein onderdeel van het foerageergebied van deze soorten en bovendien is in de directe omgeving in ruime mate alternatief foerageergebied van hogere kwaliteit aanwezig. Negatieve effecten op vogels met jaarrond beschermde nesten door verlies van foerageergebied treden niet op.

Voor de overige vogelsoorten geldt dat, indien de werkzaamheden tijdens het broedseizoen worden uitgevoerd, in gebruik zijnde nesten van vogels kunnen worden verstoord of vernietigd. Dit is bij wet verboden. Vernietiging of verstoring van in gebruik zijnde nestplaatsen kan voorkomen worden door bij de planning en uitvoering van de werkzaamheden rekening te houden met het broedseizoen. Een standaardperiode voor het

31

Hamerenweg 11 te Vrouwenparochie

broedseizoen is er niet; van belang is of een broedgeval aanwezig is, ongeacht de periode. Voor de meeste vogels geldt dat het broedseizoen ongeveer van 15 maart tot 15 juli duurt. Als gevolg van de ontwikkelingen kunnen enkele verblijfplaatsen van algemene amfibieën- en zoogdiersoorten worden verstoord en vernietigd. Ook kunnen hierbij enkele exemplaren worden gedood. De te verwachten algemene soorten worden niet in hun voortbestaan bedreigd en vallen in de vrijstellingsregeling bij ruimtelijke ontwikkelingen van de Provincie Fryslân. Voor deze soorten hoeft geen ontheffing te worden aangevraagd. Wel geldt voor deze soorten de zorgplicht van de Wnb. Gebiedsbescherming Het plangebied ligt niet of grenst niet aan een in het kader van de Wnb beschermd gebied. Het meest nabijgelegen beschermde Natura 2000-gebied 'Waddenzee' ligt circa 6,5 km ten noorden van het plangebied. Het dichtstbijzijnde gebied dat is aangewezen als 'Natuur buiten het NNN' ligt circa 2,4 km ten westen van het perceel. Het dichtstbijzijnde gebied dat is aangewezen als NNN ligt circa 6,5 km ten noorden van het terrein. Het terrein ligt circa 5,8 km ten westen van het dichtstbijzijnde weidevogelleefgebied.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=waadhoeke&id=b7b01ca1-8f48-4f08-9a1b-c63f12dea574