Agendabundel
Tekst van het document
Ongeadresseerd drukwerk Het facultatieve artikel 15a heeft als doel de verspreiding van ongewenst drukwerk, en daarmee uiteindelijk afval, te voorkomen. De grondslag voor dit artikel is artikel 10.23 van de Wm. Bladen en drukwerk met ‘redactionele’ inhoud onderscheiden zich van reclamedrukwerk zonder redactionele inhoud. De hoeveel redactionele inhoud (van nieuws en informatie uit het verspreidingsgebied) van een huis-aan-huisblad ten opzichte van de reclame wordt uitgedrukt in een percentage (eerste lid). Het percentage van 10% is naar verwachting toereikend om het te onderscheiden van reclamedrukwerk. Een hoger percentage beperkt de verspreidingsmogelijkheden van partijen die afhankelijk zijn van reclame-inkomsten voor het rendabel exploiteren van een nieuwsmedium. Daarmee zou het de bestaansmogelijkheid van dat nieuwsmedium kunnen beperken. Een dergelijke beperking zou in strijd kunnen zijn met de persvrijheid (artikel 10 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM)). In het derde lid is bepaald dat de gemeente bezorging van ongeadresseerd reclamedrukwerk uitsluitend toestaat als de ontvangende bewoner of gebruiker van een perceel (een woning, bedrijf of woonschip) onmiskenbaar – met een ja-ja sticker – duidelijk heeft gemaakt dat hij het ongeadresseerde reclamedrukwerk wil ontvangen.
Daarbij gaat het niet alleen om de bezorging maar ook om het laten bezorgen. De adverteerders dienen zich ook aan dit zogenoemde opt-in systeem te houden (zie Gerechtshof Amsterdam 24 septe mber 2019, ECLI:NL:GHAMS:2019:3423). Voor de formulering van het derde lid dient een keuze gemaakt te worden. Artikel 19a. Kadavers van gezelschapsdieren De wetgever heeft gemeenten bevoegd gemaakt om regels te stellen over het aangeven, bewaren, ophalen en overdragen van kadavers van gezelschapsdieren (zie artikel 3.5, eerste lid, van de Wet dieren). Bijlage 4/4 bij VNG ledenbrief, maart 2021
Hierbij geldt dat Rendac Son B.V. onder alle omstandigheden het eindstation is van de kadavers (zie artikel 3.21, tweede lid, van de Regeling dierlij ke producten. De gemeente regelt op welke wijze de kadavers aan Rendac Son B.V. worden overgedragen. Daarom zal de gemeente moeten regelen welke partij belast wordt met het inzamelen, bewaren en overdragen van de kadavers aan Rendac Son B.V. Inzamelen via milieustraat/inzamelplaats Voor de gemeente is het een optie om mogelijk te maken dat kadavers van gezelschapsdieren via de inzamelplaats/milieustraat aan Rendac Son B.V. worden overgedragen. De inzamelplaats/milieustraat bewaart de kadavers op de wettel ijk voorgeschreven wijze. Bij of krachtens de verordening wordt de inzameling op de milieustraat mogelijk gemaakt. De gemeente moet dan wel afspraken maken met Rendac Son B.V. Artikel 3.5, tweede en derde lid, van de Wet dieren, ziet op deze overeenkomst. Afgeven bij dierenartsen of andere ondernemer Een alternatief voor inzameling op de inzamelplaats/milieustraat is dat de gemeente een andere ondernemer het bewaren, ophalen en overdragen aan Rendac Son B.V. kan laten verzorgen. Dierenartsen en dierenklinieken zouden dat kunnen en misschien willen doen . De ondernemer die aangewezen wordt, moet net als de milieustraat voldoen aan de voorwaarden die de wet stelt aan de opslag en verzameling van deze zgn. cat. 1 kadavers.
Deze ondernemer kan een tarief rekenen voor deze dienst. Dit tarief zal naar verwacht ing het wettelijke tarief van Rendac Son B.V. omvatten en daarbovenop nog een vergoeding voor de kosten die de ondernemer maakt. Dit maakt deze wijze van afgeven van het kadaver van het gezelschapsdier potentieel duur voor de eigenaar. Dat houdt het risico in zich dat de eigenaar, als deze geen betaalbare of kosteloze alternatieven heeft, zijn overleden huisdier op een andere, mogelijk illegale, manier verwijdert. Het verdient daarom niet de aanbeveling om commerciële ondernemers als enigen aan te wijzen voor de inzameling van kadavers van gezelschapsdieren, maar deze mogelijkheid te benutten in aanvulling op inzameling op een inzamelplaats/milieustraat. Inzamelen door de inzameldienst Inzamelen door een inzameldienst is theoretisch mogelijk, maar ligt niet voor de hand. De inzameldienst heeft, naar verwachting, niet de capaciteit om de kadavers op te halen binnen een verantwoorde termijn. In het tweede lid worden twee keuzes gegeven voor de aanwijzing. De gemeente kan ervoor kiezen om de gemeentelijke verzamelplaats aan te wijzen, maar het mag ook een ondernemer zijn, ook beide mag.
Het is van belang om ook bij de aanwijzing van deze inzamelaar aandacht te besteden aan ontwikkelingen in de jurisprudentie met betrekking tot schaarse vergunningen, zie daarvoor ook de opmerkingen bij de artikelen 3 en 4 van deze implementatiehandleiding. Het derde lid bevat de verplichting voor de inzamelaar om de kadavers aan te geven bij Rendac Son B.V. en deze aan die partij over te dragen. Het vierde lid bevat de verplichting voor de houder om het kadaver af te geven aan degene die de inzameling daarvan doet. De gemeente maakt hier een keuze. Bijlage 4/4 bij VNG ledenbrief, maart 2021
Artikel 20. Strafbare feiten Als de gemeente het facultatieve artikel 19a in de verordening opneemt, wordt dit artikel hier toegevoegd aan de opsomming van strafbare feiten,
Bijlage 4/4 bij VNG ledenbrief, maart 2021
1 bijlage 3 was-wordt-tabel
Was-wordt-tabel Wijziging Model Afvalstoffenverordening (gewijzigd model, maart 2021) Leeswijzer modelbepalingen - […] of (bijvoorbeeld) [iets] = door gemeente in te vullen. - [iets] = facultatief. - [iets EN/OF iets] = door gemeente te kiezen. - [(iets)] = een voorbeeld ter illustratie of uitleg voor gemeente. - Combinaties zijn ook mogelijk. In de ‘bestaande tekst’ zijn de woorden en leestekens waaraan iets verandert, cursief gezet en – als het een facultatieve bepaling betreft – eveneens onderstreept (aangezien dan de hele bepaling cursief is i.v.m. het facultatieve karakter). In de ‘nieuwe tekst’ zijn de nieuwe woorden en leestekens vet gedrukt.
Artikel 1 (artikel I, onderdeel A, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 1. Begrippen In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder perceel: perceel waar geregeld huishoudelijke afvalstoffen kunnen ontstaan.
Artikel 1. Definities In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: - inzamelmiddel: voor de inzameling van afvalstoffen bestemd hulp- of bewaarmiddel, ten behoeve van een huishouden; - inzamelplaats: daartoe op grond van artikel 5 aangewezen plaats; - inzamelvoorziening: voor de inzameling van afvalstoffen bestemd(e) bewaarmiddel of plaats ten behoeve van meerdere huishoudens; - perceel: perceel waar geregeld huishoudelijke afvalstoffen kunnen ontstaan.
Artikel 3 (artikel I, onderdeel B, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 3. Aanwijzing van de inzameldienst Variant A 1. De [(gemeentelijke inzameldienst)] is als inzameldienst belast met de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen.
Artikel 3. Aanwijzing van de inzameldienst Variant A 1. De [gemeentelijke inzameldienst] is als inzameldienst belast met de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen.
Bijlage 1/4 bij VNG ledenbrief, maart 2021
2. Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen over het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen.
2. Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen over de wijze waarop de inzameldienst huishoudelijke afvalstoffen inzamelt.
Variant B 1. Burgemeester en wethouders wijzen de inzameldienst aan die is belast met de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen. 2. Aan de aanwijzing kunnen voorschriften worden verbonden en beperkingen worden gesteld. Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissing) is niet van toepassing. 3. Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen over de voorbereiding van de aanwijzing en over het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen.
Variant B 1. Burgemeester en wethouders wijzen de inzameldienst aan die is belast met de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen. 2. Aan de aanwijzing kunnen voorschriften worden verbonden en beperkingen worden gesteld. Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing. 3. Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen over de wijze waarop de inzameldienst huishoudelijke afvalstoffen inzamelt.
Artikel 4 (artikel I, onderdeel C, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 4. Regulering van andere inzamelaars 1. Het is voor anderen dan de inzameldienst verboden huishoudelijke afvalstoffen in te zamelen, tenzij de inzamelaar: a. daartoe is aangewezen door burgemeester en wethouders; b. bij nadere regels van burgemeester en wethouders van het verbod is vrijgesteld; of c. verplicht is tot inname, bedoeld in artikel 9.5.2, derde lid, aanhef en onderdeel b, of vierde lid, van de Wet milieubeheer. [2. Burgemeester en wethouders kunnen aan een aanwijzing, bedoeld in het eerste lid, onder a, voorschriften verbinden en beperkingen stellen. Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissing) is niet van toepassing. OF 2. Op de aanwijzing van een inzamelaar, bedoeld in het eerste lid, onder a, is artikel 3,
Artikel 4. Regulering van andere inzamelaars 1. Het is voor anderen dan de inzameldienst verboden huishoudelijke afvalstoffen in te zamelen, tenzij de inzamelaar: a. daartoe is aangewezen door burgemeester en wethouders; b. bij nadere regels van burgemeester en wethouders van het verbod is vrijgesteld; of c. verplicht is tot inname, bedoeld in artikel 9.5.2, derde lid, aanhef en onderdeel b, of vierde lid, van de Wet milieubeheer. [2. Burgemeester en wethouders kunnen aan een aanwijzing, bedoeld in het eerste lid, onder a, voorschriften verbinden en beperkingen stellen. Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing. OF 2. Op de aanwijzing van een inzamelaar, bedoeld in het eerste lid, onder a, is artikel 3,
Bijlage 1/4 bij VNG ledenbrief, maart 2021
tweede lid, (variant B) van overeenkomstige toepassing.]
tweede lid, (variant B) van overeenkomstige toepassing.]
Artikel 7 (artikel I, onderdeel D, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 7. Afvalscheiding Variant A 1. De inzameldienst [… (bestanddeel of
Artikel 7. Gescheiden afvalinzameling Variant A 1. De inzameldienst zamelt [… (bestanddeel of
bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen, bijvoorbeeld groente- fruit- en tuinafval)] ten minste eenmaal per [week OF [aantal] weken] afzonderlijk, [bij OF nabij] elk perceel in. [2. In afwijking van het eerste lid, wordt [bestanddeel van huishoudelijke afvalstoffen genoemd in het eerste lid] in [(aanduiding van delen van de gemeenten) OF (aanduiding van bepaalde bouwtypes)] niet ingezameld.] [3. … (zo nodig model eerste lid herhalen voor andere bestanddelen huishoudelijke afvalstoffen waarvoor een andere frequentie van afzonderlijke inzameling moet gelden of die niet 'bij' maar 'nabij' elk perceel afzonderlijk worden ingezameld.)]] [4. … (zo nodig model tweede lid opnieuw gebruiken om voor bepaald gebied af te wijken van het derde lid.)]] 5. De resterende huishoudelijke afvalstoffen, met uitzondering van grof huishoudelijk afval, worden ten minste eenmaal per [week OF [aantal] weken] ingezameld [bij elk perceel OF bij inzamelvoorzieningen nabij elk perceel], [met uitzondering van (bepaalde locaties of bouwtypen binnen de gemeente)].
Bijlage 1/4 bij VNG ledenbrief, maart 2021
bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen, bijvoorbeeld bioafval)] ten minste eenmaal per [week OF [aantal] weken] afzonderlijk, [bij OF nabij] elk perceel in. [2. In afwijking van het eerste lid, wordt [bestanddeel van huishoudelijke afvalstoffen genoemd in het eerste lid] in [[aanduiding van bepaalde locaties] OF [aanduiding van bepaalde bebouwingstypen]] niet ingezameld.] [3. [… (zo nodig model eerste en tweede lid herhalen voor andere bestanddelen huishoudelijke afvalstoffen waarvoor een andere frequentie van afzonderlijke inzameling moet gelden of die niet ‘bij’ maar ‘nabij’ elk perceel afzonderlijk worden ingezameld.)]] [4. [… (zo nodig model tweede lid opnieuw gebruiken om voor bepaald gebied af te wijken van het derde lid.)]] 5. De resterende huishoudelijke afvalstoffen, met uitzondering van grof huishoudelijk afval, worden ten minste eenmaal per [week OF [aantal] weken] ingezameld [bij elk perceel OF bij inzamelvoorzieningen nabij elk perceel], [met uitzondering van [aanduiding van bepaalde locaties] OF [aanduiding van bepaalde bebouwingstypen]]. [6. [Bioafval wordt ingezameld met [andere afvalstroom (bijvoorbeeld restafval)] [in de [aanduiding van bepaalde locaties]]. OF [… (bijvoorbeeld plastic verpakkingen, metalen verpakkingen en drankkartons)] worden gezamenlijk ingezameld.]]
Variant B 1. Burgemeester en wethouders stellen regels over de bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen die afzonderlijk door de inzameldienst worden ingezameld, over de frequentie van de inzameling van elk van deze bestanddelen, en over de locaties van deze inzameling bij of nabij elk perceel. 2. In ieder geval de volgende bestanddelen huishoudelijke afvalstoffen worden afzonderlijk ingezameld: [- groente-, fruit- en tuinafval; - papier en karton;
- glas; - textiel; - kunststof verpakkingsmateriaal; - elektrische of elektronische apparatuur; - klein chemisch afval; - [andere omschrijving].] [3. In het belang van een doelmatig afvalstoffenbeheer kunnen burgemeester en wethouders de aanwijzing van afzonderlijk in te zamelen bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen, bedoeld in het tweede lid, of fracties daarvan, achterwege laten.]
Variant B 1. Burgemeester en wethouders stellen regels over de bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen die afzonderlijk door de inzameldienst worden ingezameld, over de frequentie van de inzameling van elk van deze bestanddelen, en over de locaties van deze inzameling bij of nabij elk perceel. 2. In ieder geval de volgende bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen worden afzonderlijk ingezameld: [- bioafval; - papier en karton; - metaal; - glas; - textiel; - kunststof verpakkingsmateriaal;
- [andere omschrijving].] [3. [Bioafval wordt ingezameld met [andere afvalstroom (bijvoorbeeld restafval)] [in de [aanduiding van bepaalde locaties]]. OF [… (bijvoorbeeld plastic verpakkingen, metalen verpakkingen en drankkartons)] worden gezamenlijk ingezameld.]]]
Artikel 8 (artikel I, onderdeel E, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 8. Gescheiden aanbieding 1. Het is verboden de bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen, bedoeld in artikel 7, anders dan afzonderlijk: a. ter inzameling aan te bieden; b. achter te laten op een inzamelplaats, bedoeld in artikel 5.
Artikel 8. Gescheiden aanbieding [1.] Het is verboden de bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen, bedoeld in artikel 7, anders dan afzonderlijk: a. ter inzameling aan te bieden; b. achter te laten op een inzamelplaats als bedoeld in artikel 5. [2. In afwijking van het eerste lid is het verboden de [bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen waarvoor geen gescheiden inzameling geldt als bedoeld in artikel 7] anders aan te bieden dan afzonderlijk of gezamenlijk met de
Bijlage 1/4 bij VNG ledenbrief, maart 2021
2. Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen. Deze regels kunnen voor categorieën van gevallen of personen een vrijstelling inhouden van het verbod, bedoeld in het eerste lid.
bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen, genoemd in artikel 7, [zesde (variant A) OF derde (variant B)] lid.] [3. Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen. Deze regels kunnen voor categorieën van gevallen of personen een vrijstelling inhouden van het verbod, bedoeld in het eerste lid.]
Artikel 10 (artikel I, onderdeel F, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 10. Wijze en plaats van aanbieding 1. Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen ter inzameling aan te bieden anders dan in overeenstemming met de door burgemeester en wethouder te stellen regels over het gebruik van: a. inzamelmiddelen voor het aanbieden ter inzameling bij een perceel; b. inzamelvoorzieningen voor het aanbieden ter inzameling nabij een perceel. [2. Het is verboden om een inzamelmiddel na afloop van de tijden, bedoeld in artikel 9, buiten een perceel te laten staan. 3. Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen voor categorieën van percelen. Deze regels kunnen een vrijstelling van het verbod inhouden.]
Artikel 10. Wijze en plaats van aanbieding [1.] Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen ter inzameling aan te bieden anders dan in overeenstemming met de door burgemeester en wethouder te stellen regels over het gebruik van: a. inzamelmiddelen voor het aanbieden ter inzameling bij een perceel; b. inzamelvoorzieningen voor het aanbieden ter inzameling nabij een perceel. [2. Het is verboden om een inzamelmiddel na afloop van de bepaalde dag en tijden, bedoeld in artikel 9, buiten een perceel te laten staan.] [3. Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen voor categorieën van percelen. Deze regels kunnen een vrijstelling van het verbod inhouden.]
Artikel 11 (artikel I, onderdeel G, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 11. Inzameling bedrijfsafvalstoffen door inzameldienst Burgemeester en wethouders kunnen bestanddelen van bedrijfsafvalstoffen aanwijzen die worden ingezameld door de inzameldienst die is aangewezen krachtens artikel 3, in gevallen waarin de voor deze inzameling
Artikel 11. Inzameling bedrijfsafvalstoffen door inzameldienst Burgemeester en wethouders kunnen bestanddelen van bedrijfsafvalstoffen aanwijzen die worden ingezameld door de inzameldienst die is aangewezen op grond van artikel 3, in gevallen waarin de voor deze inzameling
Bijlage 1/4 bij VNG ledenbrief, maart 2021
krachtens [citeertitel verordening gemeentelijke reinigingsheffing] verschuldigde heffing is voldaan.
krachtens [citeertitel Verordening Gemeentelijke reinigingsheffingen] verschuldigde heffing is voldaan.
Artikel 12 (artikel I, onderdeel H, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 12. Aanbieden ter inzameling van bedrijfsafvalstoffen Het is verboden anders dan in overeenstemming met artikel 11 bedrijfsafvalstoffen ter inzameling door de inzameldienst aan te bieden, aan de inzameldienst over te dragen of bij de inzamelplaats, bedoeld in artikel 5, achter te laten.
Artikel 12. Aanbieding ter inzameling van bedrijfsafvalstoffen Het is verboden anders dan in overeenstemming met artikel 11 bedrijfsafvalstoffen ter inzameling door de inzameldienst aan te bieden of over te dragen, of bij een inzamelplaats als bedoeld in artikel 5, achter te laten.
Artikel 13 (artikel I, onderdeel I, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 13. Regeling van inzameling van bedrijfsafvalstoffen 1. Het is verboden bedrijfsafvalstoffen ter inzameling aan te bieden anders dan in overeenstemming met de door burgemeester en wethouders te stellen regels over de dagen, tijden, wijzen en plaatsen van inzameling van de krachtens artikel 11 aangewezen bedrijfsafvalstoffen. 2. Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen voor het aanbieden of overdragen van bedrijfsafvalstoffen. Deze regels kunnen mede worden vastgesteld voor anderen dan de inzameldienst. Deze regels kunnen een vrijstelling van het verbod, bedoeld in het tweede lid, inhouden.
Artikel 13. Regeling van inzameling van bedrijfsafvalstoffen 1. Het is verboden bedrijfsafvalstoffen ter inzameling aan te bieden anders dan in overeenstemming met de door burgemeester en wethouders te stellen regels over de dagen, tijden, wijzen en plaatsen van inzameling van de krachtens artikel 11 aangewezen bedrijfsafvalstoffen. 2. Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen voor het aanbieden, overdragen of achterlaten van bedrijfsafvalstoffen. Deze regels kunnen mede worden vastgesteld voor anderen dan de inzameldienst. Deze regels kunnen een vrijstelling van het verbod inhouden.
Bijlage 1/4 bij VNG ledenbrief, maart 2021
Na artikel 15 (artikel I, onderdeel J, van het wijzigingsbesluit) wordt een artikel ingevoegd, luidende: Bestaande tekst
Nieuwe tekst [Artikel 15a. Ongeadresseerd drukwerk 1. In dit artikel wordt verstaan onder: - huis-aan-huisblad: ongeadresseerd blad dat met een vaste frequentie gratis huis aan huis wordt verspreid in een geografisch beperkt gebied, waarvan tenminste [aandeel (bijvoorbeeld 10%)] van de inhoud bestaat uit informatie over en nieuws uit het eigen verspreidingsgebied, niet zijnde reclame; - ongeadresseerd reclamedrukwerk: reclamedrukwerk of proefmonsters van producten die gratis huis aan huis worden verspreid zonder vermelding van naam, adres of postbus en woonplaats van de ontvanger, niet zijnde: a. een huis-aan-huisblad of andere informatie over werkzaamheden of activiteiten in de buurt die voor de bewoners of gebruikers van een woning, bedrijf of woonschip in die buurt van belang zijn om te weten; b. drukwerk van vrijwilligers of nietcommerciële organisaties. 2. Een huis-aan-huisblad mag worden bezorgd bij een perceel, tenzij de bewoner of gebruiker expliciet kenbaar heeft gemaakt geen prijs te stellen op het ontvangen ervan. [3. [Ongeadresseerd reclamedrukwerk mag uitsluitend worden bezorgd bij een perceel als de bewoner of gebruiker kenbaar heeft gemaakt prijs te stellen op het ontvangen ervan. OF Het is verboden ongeadresseerd reclamedrukwerk te bezorgen bij een perceel, tenzij de bewoner kenbaar heeft gemaakt prijs te stellen op het ontvangen ervan.]]
Artikel 16 (artikel I, onderdeel K, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Bijlage 1/4 bij VNG ledenbrief, maart 2021
Nieuwe tekst
Artikel 16. Zwerfafval rondom inrichtingen 1. Degene die een inrichting drijft waar eet- of drinkwaren worden verkocht die ter plaatse kunnen worden genuttigd draagt zorg voor de aanwezigheid in of nabij de inrichting, van een steeds voor gebruik door het publiek beschikbare en tijdig geleegde afvalbak of soortgelijk middel voor het houden van afval. 2. Degene die de inrichting drijft verwijdert zo vaak als nodig etenswaren, verpakkingen, afval of andere materialen die kennelijk uit de inrichting afkomstig zijn of voor de inrichting zijn bestemd binnen een straal van ten minste 25 meter van de inrichting.
Artikel 16. Zwerfafval rondom inrichtingen 1. Degene die een inrichting drijft waar eet- of drinkwaren worden verkocht die ter plaatse kunnen worden genuttigd, draagt zorg voor de aanwezigheid in of nabij de inrichting van een steeds voor gebruik door het publiek beschikbare en tijdig geleegde afvalbak of soortgelijk middel voor het houden van afval. 2. Degene die de inrichting drijft verwijdert zo vaak als nodig etenswaren, verpakkingen, afval of andere materialen, die kennelijk uit de inrichting afkomstig zijn of voor de inrichting zijn bestemd, binnen een straal van ten minste 25 meter van de inrichting.
Artikel 17 (artikel I, onderdeel L, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 17. Afval en verontreiniging op de weg 1. Het is verboden een weg, bedoeld in artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994, te verontreinigen of het milieu nadelig te beïnvloeden door afvalstoffen, stoffen of voorwerpen te laden, te lossen of te vervoeren of andere werkzaamheden te verrichten. 2. Degene die in strijd met het eerste lid de weg verontreinigt of het milieu nadelig beïnvloedt of diens opdrachtgever zorgt terstond na de beëindiging van de werkzaamheden van die dag voor het reinigen van de weg, of zoveel eerder als nodig is om de veiligheid van het verkeer of de bescherming van het wegdek te verzekeren.
Artikel 17. Afval en verontreiniging op de weg 1. Het is verboden een weg, bedoeld in artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994, te verontreinigen of het milieu nadelig te beïnvloeden door afvalstoffen, stoffen of voorwerpen te laden, te lossen of te vervoeren of andere werkzaamheden te verrichten. 2. Degene die in strijd met het eerste lid de weg verontreinigt of het milieu nadelig beïnvloedt, of diens opdrachtgever, zorgt terstond na de beëindiging van de werkzaamheden van die dag voor het reinigen van de weg, of zoveel eerder als nodig is om de veiligheid van het verkeer of de bescherming van het wegdek te verzekeren.
Artikel 18 (artikel I, onderdeel M, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 18. Geen opslag van afval in de open lucht
Artikel 18. Geen opslag van afval in de open lucht
Bijlage 1/4 bij VNG ledenbrief, maart 2021
Het is verboden afvalstoffen op een voor het publiek waarneembare plaats in de open lucht en buiten een inrichting als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet milieubeheer op te slaan of opgeslagen te hebben, anders dan door het in overeenstemming met paragraaf 2 van deze verordening aanbieden of overdragen van huishoudelijke afvalstoffen.
Het is verboden afvalstoffen op een voor het publiek waarneembare plaats in de open lucht en buiten een inrichting als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet milieubeheer op te slaan of opgeslagen te hebben, anders dan door het in overeenstemming met paragraaf 2 van deze verordening aanbieden, achterlaten of overdragen van huishoudelijke afvalstoffen.
Na artikel 19 (artikel I, onderdeel N, van het wijzigingsbesluit) wordt een paragraaf ingevoegd, luidende: Bestaande tekst
Nieuwe tekst [§ 4a. Kadavers van gezelschapsdieren Artikel 19a. Kadavers van gezelschapsdieren 1. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder gezelschapsdier verstaan: een dier dat de mens in of rond het huis houdt en verzorgt, niet zijnde een hobby- of landbouwhuisdier. [2. Burgemeester en wethouders wijzen een of meer verzamelplaatsen aan waar kadavers van gezelschapsdieren worden ingezameld. EN/OF 2. Burgemeester en wethouders kunnen een ondernemer aanwijzen die [tevens] belast is met de inzameling van kadavers van gezelschapsdieren.] 3. Van ingezamelde kadavers wordt aangifte gedaan bij Rendac Son B.V. De kadavers worden bewaard en overgedragen aan Rendac Son B.V. in overeenstemming met het bepaalde bij of krachtens artikel 3.1 van de Wet dieren. 4. Uiterlijk op de eerste werkdag die volgt op de dag waarop het gezelschapsdier dood is aangetroffen, geeft de houder van het kadaver dit af [op een aangewezen verzamelplaats OF aan de ondernemer, bedoeld in het tweede lid]. 5. Tot het tijdstip van afgifte bewaart de houder het kadaver zodanig dat er geen vermenging is met ander materiaal.
Bijlage 1/4 bij VNG ledenbrief, maart 2021
6. Het vierde lid is niet van toepassing op het kadaver dat wordt begraven op een terrein dat ter beschikking staat van de houder van het kadaver of dat uiterlijk de eerste werkdag na overlijden wordt afgegeven aan een ondernemer die is erkend op grond van artikel 24, eerste lid, onder b, c of d, van de Verordening 1069/2009/EG.]
Artikel 20 (artikel I, onderdeel O, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 20. Strafbare feiten Overtreding van artikel 4, artikel 6 of van artikel 8 tot en met artikel 10 en artikel 12 tot en met artikel 19, is een strafbaar feit als bedoeld in artikel 1a, onderdeel 3, van de Wet op de economische delicten.
Artikel 20. Strafbare feiten Overtreding van het bij of krachtens de artikelen 4, 6, 8 tot en met 10 en 12 tot en met 19[a] bepaalde en de daarbij gegeven voorschriften en beperkingen, is een strafbaar feit als bedoeld in artikel 1a, onderdeel 3, van de Wet op de economische delicten.
Paragraaf 6 (artikel I, onderdeel P, van het wijzigingsbesluit) komt te luiden: Bestaande tekst
Nieuwe tekst
§ 6. Slotbepalingen
§ 6. Overgangs- en slotbepalingen Artikel 22. Wijzigingen als gevolg van de Omgevingswet en overgangsrecht
Op het tijdstip waarop de Omgevingswet in werking treedt, wordt deze verordening gewijzigd als volgt: a. in artikel 14, tweede lid, onder d, wordt “Waterwet” vervangen door “Omgevingswet”; b. in artikel 16 vervallen de aanduiding “1.” voor het eerste lid, en het tweede en derde lid; c. in artikel 18 vervalt “en buiten een inrichting als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet milieubeheer” en na het slot van het artikel wordt toegevoegd “Het verbod Bijlage 1/4 bij VNG ledenbrief, maart 2021
geldt niet als voor de opslag van afvalstoffen een omgevingsvergunning is afgegeven.”; d. in artikel 19 wordt “anders dan door afgifte aan een inrichting als bedoeld in artikel 6 van het Besluit beheer autowrakken” vervangen door “anders dan door afgifte aan de houder van een omgevingsvergunning voor het demonteren van autowrakken of wrakken van tweewielige motorvoertuigen” e. in artikel 21 wordt na “Wet algemene bepalingen omgevingsrecht” ingevoegd “of artikel 18.6 van de Omgevingswet”. Artikel 22. Intrekking oude verordening De [citeertitel oude verordening] wordt ingetrokken.
Artikel 23. Intrekking oude verordening De [citeertitel oude verordening] wordt ingetrokken.
Artikel 23. Overgangsrecht […] Artikel 24. Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Afvalstoffenverordening [naam gemeente]. Artikel 25. Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking met ingang van [datum].
Bijlage 1/4 bij VNG ledenbrief, maart 2021
Artikel 24. Inwerkingtreding en citeertitel 1. Deze verordening treedt in werking met ingang van [datum]. 2. Deze verordening wordt aangehaald als: Afvalstoffenverordening [naam gemeente en eventueel jaartal].
Toelichting Sinds 1 juli 2020 is het Besluit gescheiden inzameling huishoudelijke afvalstoffen (hierna: Besluit GIHA) van kracht. Gemeenten zijn nu wettelijk verplicht om groente-, fruit- en tuinafval, papier, metaal, kunststof, glas en elektronische apparatuur gescheiden in te zamelen. Voor textiel en gevaarlijke afvalstoffen gaat deze verplichting in per 1 januari 2025. Het Besluit GIHA bevat de mogelijkheid om in bepaalde gevallen af te wijken van het gescheiden inzamelen. Daarnaast wordt voorzien in regelgeving voor een ja-ja sticker bij ongeadresseerd drukwerk en worden regels gesteld over de aangifte en het bewaren en inzamelen van kadavers van gezelschapsdieren. De actualisatie van de [citeertitel Afvalstoffenverordening] bevat tevens bepalingen ter implementatie van de Omgevingswet (hierna: Ow). Naast deze inhoudelijke wijzigingen zijn wetgevingstechnische en redactionele verbeteringen aangebracht. Artikelsgewijs Artikel I, onderdelen B, C, E t/m I en K t/m M, O en P In deze onderdelen worden geen inhoudelijke, maar tekstuele en technische aanpassingen voorgesteld die bovendien grotendeels voor zich spreken, zodat zij geen afzonderlijke toelichting behoeven. Artikel, onderdeel A In dit onderdeel wordt het opschrift van artikel 1 aangepast in ‘Definities’.
Daarnaast worden de begrippen ‘inzamelmiddel’, ‘inzamelplaats’ en ‘inzamelvoorziening’ gedefinieerd om deze van elkaar te onderscheiden. Artikel I, onderdeel D In dit onderdeel wordt het opschrift van artikel 7 aangepast in ‘Gescheiden afvalinzameling’. [Er wordt een [zesde (variant A) OF derde (variant B)] lid ingevoegd. Daarmee wordt bepaald dat in de gemeente [bioafval niet gescheiden wordt ingezameld, maar gelijk met een andere afvalstroom. OF de gescheiden inzameling van bijvoorbeeld plastic verpakkingen, metalen verpakkingen en drankkartons (hierna: PMD) niet nodig is, omdat voldaan is aan artikel 10, derde lid, onder a, van de Kaderrichtlijn afvalstoffen.] [In het tweede lid (variant B) wordt geregeld welke bestanddelen in ieder geval afzonderlijk ingezameld dienen te worden.] [Artikel I, onderdeel E In dit onderdeel wordt het tweede lid (nieuw) ingevoegd. Voor de bestanddelen die niet gescheiden worden ingezameld is niet-afzonderlijke aanbieding toegestaan.] [Artikel I, onderdeel J In dit onderdeel wordt een nieuw artikel ingevoegd. Artikel 15a heeft als doel om de verspreiding van ongewenst drukwerk, en daarmee uiteindelijk afval, te voorkomen. De grondslag voor dit artikel is artikel 10.23 van de Wet milieubeheer (hierna: Wm).
Met de komst van nee-nee-, ja-ja- en nee-jabrievenbusstickers kunnen bewoners hun voorkeur ten aanzien van de ontvangst van commercieel reclamedrukwerk en/of de huis-aan-huisbladen kenbaar maken (Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 25 februari 2020, ECLI:NL:GHARL:2020:1528). De adverteerders dienen zich ook aan het zogenoemde opt-in systeem te houden (Gerechtshof Amsterdam 24 september 2019, ECLI:NL:GHAMS:2019:3423).]
Bijlage 1/4 bij VNG ledenbrief, maart 2021
[Artikel I, onderdeel N In dit onderdeel wordt een paragraaf ingevoegd: § 4a. Kadavers van gezelschapsdieren. Deze paragraaf bestaat uit artikel 19a. Dit artikel regelt de aangifte en het bewaren en inzamelen van kadavers van gezelschapsdieren.] Artikel I, onderdeel P In dit onderdeel wordt het opschrift van paragraaf 6 aangepast in ‘Overgangs- en slotbepalingen’. Artikel 22 wordt vernummerd tot artikel 23 (intrekking oude verordening). Artikel 22 (nieuw) regelt de wijzigingen als gevolg van de Ow en het overgangsrecht. De inwerkingtreding van de Ow is voorzien op 1 januari 2022. Hierbij worden tevens wijzigingen in de Wm aangebracht die van invloed zijn op deze verordening. De artikelen 24 en 25 worden samengevoegd waardoor artikel 25 vervalt. Artikel 24 (nieuw) bepaalt de inwerkingtreding en citeertitel.
Bijlage 1/4 bij VNG ledenbrief, maart 2021
1 Bijlage 4 ontwerp Afvalstoffenverordening Waadhoeke 2022
Afvalstoffenverordening gemeente Waadhoeke 2022 De raad van de gemeente Waadhoeke; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van [datum en nummer]; gelet op de artikelen 10.23, eerste lid, 10.24, tweede lid, 10.25 en 10.26, eerste lid, van de Wet milieubeheer, gelet op artikel artikel 3.5, eerste lid, van de Wet dieren gelet op artikel 2, eerste lid, van het Besluit gescheiden inzameling huishoudelijke afvalstoffen; gezien het verslag van de inspraakprocedure; besluit vast te stellen de volgende verordening: Afvalstoffenverordening gemeente Waadhoeke 2022 § 1. Algemeen Artikel 1. Definities In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: - inzamelmiddel: voor de inzameling van afvalstoffen bestemd hulp- of bewaarmiddel, ten behoeve van een huishouden; - inzamelplaats: daartoe op grond van artikel 5 aangewezen plaats; - inzamelvoorziening: voor de inzameling van afvalstoffen bestemd(e) bewaarmiddel of -plaats ten behoeve van meerdere huishoudens; - perceel: perceel waar geregeld huishoudelijke afvalstoffen kunnen ontstaan. Artikel 2. Doelstelling De toepassing van deze verordening is gericht op de bescherming van het milieu, met inbegrip van een doelmatig beheer van afvalstoffen. § 2. Huishoudelijke afvalstoffen Artikel 3. Aanwijzing van de inzameldienst 1.
Burgemeester en wethouders wijzen de inzameldienst aan die is belast met de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen. 2. Aan de aanwijzing kunnen voorschriften worden verbonden en beperkingen worden gesteld. Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing. 3. Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen over de wijze waarop de inzameldienst huishoudelijke afvalstoffen inzamelt.
Artikel 4. Regulering van andere inzamelaars 1. Het is voor anderen dan de inzameldienst verboden huishoudelijke afvalstoffen in te zamelen, tenzij de inzamelaar: a. daartoe is aangewezen door burgemeester en wethouders; b. bij nadere regels van burgemeester en wethouders van het verbod is vrijgesteld; of c. verplicht is tot inname, bedoeld in artikel 9.5.2, derde lid, aanhef en onderdeel b, of vierde lid, van de Wet milieubeheer. 2. Op de aanwijzing van een inzamelaar, bedoeld in het eerste lid, onder a, is artikel 3, tweede lid, van overeenkomstige toepassing. Artikel 5. Aanwijzing van inzamelplaats Burgemeester en wethouders dragen zorg voor ten minste één daartoe ter beschikking gestelde plaats binnen de gemeente of binnen de huidige gemeenten waarmee wordt samengewerkt, waar in voldoende mate gelegenheid wordt geboden om huishoudelijke afvalstoffen, met inbegrip van grof huishoudelijk afval, achter te laten. Artikel 6. Algemene verboden Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen: a. ter inzameling aan te bieden aan een ander dan de inzameldienst of een inzamelaar als bedoeld in artikel 4, eerste lid; b. over te dragen aan een ander dan een inzamelaar als bedoeld in artikel 4, eerste lid; of c. achter te laten op een andere plaats dan de inzamelplaats, bedoeld in artikel 5. Artikel 7. Gescheiden afvalinzameling 1.
Burgemeester en wethouders stellen regels over de bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen die afzonderlijk door de inzameldienst worden ingezameld, over de frequentie van de inzameling van elk van deze bestanddelen, en over de locaties van deze inzameling bij of nabij elk perceel. 2. In ieder geval de volgende bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen worden afzonderlijk ingezameld: - bioafval (groente-, fruit- en tuinafval); - oud papier en karton; - metaal/oud ijzer; - glas; - textiel; - kunststof; - afgedankte elektrische of elektronische apparatuur; - gevaarlijke afvalstoffen (klein chemisch afval); - grof tuinafval; - (verduurzaamd) hout;
- grof huishoudelijk (rest)afval - asbest en asbesthoudend afval; - particulier bouw- en sloopafval. 3. Plastic verpakkingsmateriaal, metalen verpakkingen en drankkartons (PMD) worden gezamenlijk ingezameld met huishoudelijk restafval. Artikel 8. Gescheiden aanbieding 1. Het is verboden de bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen, bedoeld in artikel 7, anders dan afzonderlijk: a. ter inzameling aan te bieden of; b. achter te laten op een inzamelplaats, als bedoeld in artikel 5. 2. In afwijking van het eerste lid is het verboden de bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen waarvoor geen gescheiden inzameling geldt als bedoeld in artikel 7 anders aan te bieden dan afzonderlijk of gezamenlijk met de bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen, genoemd in artikel 7, derde lid. 3. Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen. Deze regels kunnen voor categorieën van gevallen of personen een vrijstelling inhouden van het verbod, bedoeld in het eerste lid. Artikel 9. Tijdstip van aanbieding Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen ter inzameling aan te bieden anders dan op de door burgemeester en wethouders daartoe bepaalde dag en tijden. Deze kunnen voor verschillende bestanddelen verschillend worden vastgesteld. Artikel 10. Wijze en plaats van aanbieding 1.
Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen ter inzameling aan te bieden anders dan in overeenstemming met de door burgemeester en wethouder te stellen regels over het gebruik van: a. inzamelmiddelen voor het aanbieden ter inzameling bij een perceel; b. inzamelvoorzieningen voor het aanbieden ter inzameling nabij een perceel. 2. Het is verboden om een inzamelmiddel na afloop van de bepaalde dag en tijden, bedoeld in artikel 9, buiten een perceel te laten staan. 3. Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen voor categorieën van percelen. Deze regels kunnen een vrijstelling van het verbod inhouden. § 3. Zwerfafval en overige Artikel 11. Dumpingsverbod 1. Het is verboden zonder ontheffing van burgemeester en wethouders, buiten een inrichting, hinder of nadelige beïnvloeding van het milieu te veroorzaken, door een afvalstof, een stof of een voorwerp op of in de bodem te brengen, te storten, te houden, achter te laten of anderszins daar te plaatsen. 2. Het eerste lid is niet van toepassing op: a. het aanbieden, overdragen of achterlaten van huishoudelijke afvalstoffen of bedrijfsafvalstoffen in overeenstemming met deze verordening;
b. het composteren van huishoudelijk groente-, fruit- of tuinafval op het perceel waar dit is ontstaan; c. het laden, lossen of vervoeren van afvalstoffen, met inbegrip van daarbij niet te vermijden plaatsing van afvalstoffen, stoffen of voorwerpen op de weg, bedoeld in artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994; d. handelingen die zijn verboden bij of krachtens de Wet bodembescherming, de Waterwet of het Besluit bodemkwaliteit. 3. Indien de overtreder van dit artikel onbekend is, wordt de persoon tot wie de aangetroffen afvalstof, stof of voorwerp kan worden herleid, geacht te hebben gehandeld in strijd met dit artikel.
Artikel 12. Zwerfafval in de openbare ruimte 1. Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen van beperkte omvang en gewicht die zijn ontstaan buiten een perceel, achter te laten in de openbare ruimte, anders dan in daartoe bestemde afvalbakken of andere middelen ter inzameling van deze afvalstoffen. 2. Reclamedrukwerk, ander promotiemateriaal en de verpakking daarvan, die in weerwil van het eerste lid in de openbare ruimte wordt weggeworpen of achtergelaten, wordt terstond opgeruimd door degene die het in de betreffende omgeving onder het publiek verspreidde. 3. Het is verboden zwerfafval te veroorzaken door ter inzameling gereedstaande afvalstoffen of inzamelmiddelen te doorzoeken of te verspreiden, te stoten, te schoppen, omver te werpen of door deze anderszins te behandelen. Artikel 12a. Ongeadresseerd drukwerk 1. In dit artikel wordt verstaan onder: - huis-aan-huisblad: ongeadresseerd blad dat met een vaste frequentie gratis huis aan huis wordt verspreid in een geografisch beperkt gebied, waarvan tenminste 10% van de inhoud bestaat uit informatie over en nieuws uit het eigen verspreidingsgebied, niet zijnde reclame; - ongeadresseerd reclamedrukwerk: reclamedrukwerk of proefmonsters van producten die gratis huis aan huis worden verspreid zonder vermelding van naam, adres of postbus en woonplaats van de ontvanger, niet zijnde: a.
een huis-aan-huisblad of andere informatie over werkzaamheden of activiteiten in de buurt die voor de bewoners of gebruikers van een woning, bedrijf of woonschip in die buurt van belang zijn om te weten; b. drukwerk van vrijwilligers of niet-commerciële organisaties. 2. Een huis-aan-huisblad mag worden bezorgd bij een perceel, tenzij de bewoner of gebruiker expliciet kenbaar heeft gemaakt geen prijs te stellen op het ontvangen ervan. 3. Ongeadresseerd reclamedrukwerk mag worden bezorgd bij een perceel, tenzij de bewoner of gebruiker expliciet kenbaar heeft gemaakt geen prijs te stellen op het ontvangen ervan.
Artikel 13. Zwerfafval rondom inrichtingen 1. Degene die een inrichting drijft waar eet- of drinkwaren worden verkocht die ter plaatse kunnen worden genuttigd, draagt zorg voor de aanwezigheid in of nabij de inrichting van een steeds voor gebruik door het publiek beschikbare en tijdig geleegde afvalbak of soortgelijk middel voor het houden van afval. 2. Degene die de inrichting drijft verwijdert zo vaak als nodig etenswaren, verpakkingen, afval of andere materialen, die kennelijk uit de inrichting afkomstig zijn of voor de inrichting zijn bestemd, binnen een straal van ten minste 25 meter van de inrichting. 3. De vorige leden gelden niet voor situaties waarin wordt voorzien door het Activiteitenbesluit milieubeheer. Artikel 14. Afval en verontreiniging op de weg 1. Het is verboden een weg, bedoeld in artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994, te verontreinigen of het milieu nadelig te beïnvloeden door afvalstoffen, stoffen of voorwerpen te laden, te lossen of te vervoeren of andere werkzaamheden te verrichten. 2. Degene die in strijd met het eerste lid de weg verontreinigt of het milieu nadelig beïnvloedt, of diens opdrachtgever, zorgt terstond na de beëindiging van de werkzaamheden van die dag voor het reinigen van de weg, of zoveel eerder als nodig is om de veiligheid van het verkeer of de bescherming van het wegdek te verzekeren. Artikel 15.
Geen opslag van afval in de open lucht Het is verboden afvalstoffen op een voor het publiek waarneembare plaats in de open lucht en buiten een inrichting als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet milieubeheer op te slaan of opgeslagen te hebben, anders dan door het in overeenstemming met paragraaf 2 van deze verordening aanbieden, achterlaten of overdragen van huishoudelijke afvalstoffen. Artikel 16. Ontdoen van autowrakken Het is verboden zich te ontdoen van een autowrak dat afkomstig is van een perceel, anders dan door afgifte aan een inrichting als bedoeld in artikel 6 van het Besluit beheer autowrakken. § 3a. Kadavers van gezelschapsdieren Artikel 17. Kadavers van gezelschapsdieren 1. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder gezelschapsdier verstaan: een dier dat de mens in of rond het huis houdt en verzorgt, niet zijnde een hobby- of landbouwhuisdier. 2. Burgemeester en wethouders wijzen een of meer verzamelplaatsen aan waar kadavers van gezelschapsdieren worden ingezameld of kunnen een ondernemer aanwijzen die tevens belast is met de inzameling van kadavers van gezelschapsdieren. 3. Van ingezamelde kadavers wordt aangifte gedaan bij Rendac Son B.V. De kadavers worden bewaard en overgedragen aan Rendac Son B.V. in overeenstemming met het bepaalde bij of krachtens artikel 3.1 van de Wet dieren.
4. Uiterlijk op de eerste werkdag die volgt op de dag waarop het gezelschapsdier dood is aangetroffen, geeft de houder van het kadaver dit af[op een aangewezen verzamelplaats of aan de ondernemer, bedoeld in het tweede lid. 5. Tot het tijdstip van afgifte bewaart de houder het kadaver zodanig dat er geen vermenging is met ander (afval)materiaal. 6. Het vierde lid is niet van toepassing op het kadaver dat wordt begraven op een terrein dat ter beschikking staat van de houder van het kadaver of dat uiterlijk de eerste werkdag na overlijden wordt afgegeven aan een ondernemer die is erkend op grond van artikel 24, eerste lid, onder b, c of d, van de Verordening 1069/2009/EG. § 4. Handhaving en toezicht Artikel 18. Strafbare feiten Overtreding van het bij of krachtens de artikelen 4, 6, 8 tot en met 10 en 11 tot en met 17 bepaalde en de daarbij gegeven voorschriften en beperkingen, is een strafbaar feit als bedoeld in artikel 1a, onderdeel 3, van de Wet op de economische delicten. Artikel 19. Toezichthouders Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast de krachtens artikel 5.10, derde lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht door burgemeester en wethouders aangewezen ambtenaren. § 5. Overgangs- en slotbepalingen Artikel 20.
Wijzigingen als gevolg van de Omgevingswet en overgangsrecht Op het tijdstip waarop de Omgevingswet in werking treedt, wordt deze verordening gewijzigd als volgt: a. in artikel 11, tweede lid, onder d, wordt “Waterwet” vervangen door “Omgevingswet”; b. in artikel 13 vervallen de aanduiding “1.” voor het eerste lid, en het tweede en derde lid; c. in artikel 15 vervalt “en buiten een inrichting als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet milieubeheer” en na het slot van het artikel wordt toegevoegd “Het verbod geldt niet als voor de opslag van afvalstoffen een omgevingsvergunning is afgegeven.”; d. in artikel 16 wordt “anders dan door afgifte aan een inrichting als bedoeld in artikel 6 van het Besluit beheer autowrakken” vervangen door “anders dan door afgifte aan de houder van een omgevingsvergunning voor het demonteren van autowrakken of wrakken van tweewielige motorvoertuigen”; e. in artikel 19 wordt na “Wet algemene bepalingen omgevingsrecht” ingevoegd “of artikel 18.6 van de Omgevingswet”. Artikel 21. Intrekking oude verordening De Afvalstoffenverordening gemeente Waadhoeke 2018 en Destructieverordening gemeente Waadhoeke 2018 worden ingetrokken.
Artikel 22. Inwerkingtreding en citeertitel 1. Deze verordening treedt in werking met ingang van 1-1-2022. 2. Deze verordening wordt aangehaald als: Afvalstoffenverordening gemeente Waadhoeke 2022.
Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van [datum]. De raad voornoemd, ,voorzitter ,griffier
010 Begroting 2023 Dienst Sociale Zaken en Werkgelegenheid 1 Dossier 1801 voorblad.pdf
Gemeenteraad Waadhoeke Dossiernummer
1801
Vertrouwelijk
Nee
Vergaderdatum
2 juni 2022
Agendapunt
010
Titel
Begroting 2023 Dienst Sociale Zaken en Werkgelegenheid
Eigenaar
Heins, Petra
Portefeuillehouder
Tol
Bijlagen 2022 05 10 RVS begroting 2023 Dienst Sozawe NWF bijlage 1 2022 04 14 - Brief aanbieding concept begroting 2023 aan college bijlage 2 Concept Begroting 2023 versie 1b Dienst Noardwest Fryslân 16-3-2022 bijlage 3 Bijlage document Concept Begroting 2023 versie 1, Dienst Noardwest Fryslân, 29-03-2022 Geagendeerd
Vergaderdatum
Gemeenteraad Waadhoeke
2 juni 2022
Voorgesteld besluit 1. Kennis te nemen van de eerste begroting 2023 van de Dienst Sociale Zaken en Werkgelegenheid Noardwest Fryslan 2. Geen zienswijze kenbaar te maken over de eerste begroting 2023 van de Dienst Sociale Zaken en Werkgelegenheid Noardwest Fryslan 3. De financiële gevolgen te verwerken in de kadernota 2023-2026.
Besluit 1. Kennis te nemen van de eerste begroting 2023 van de Dienst Sociale Zaken en Werkgelegenheid Noardwest Fryslan 2. Geen zienswijze kenbaar te maken over de eerste begroting 2023 van de Dienst Sociale Zaken en Werkgelegenheid Noardwest Fryslan 3. De financiële gevolgen te verwerken in de kadernota 2023-2026.
1 2022 05 10 RVS begroting 2023 Dienst Sozawe NWF
INT
AAN DE RAAD Agenda: 2 juni 2022 Franeker,
Onderwerp Concept begroting 2023 Dienst Sociale Zaken en Werkgelegenheid Portefeuillehouder B. Tol Auteur Beleidsteam NWF Samenvatting De concept-begroting 2023 van de Dienst Sociale Zaken en Werkgelegenheid Noardwest Fryslân ligt voor zienswijze voor. De begroting laat een uitzetting zien van afgerond € 1,6 miljoen t.o.v. de begroting 2022. Er is dekking aanwezig binnen de begroting van Waadhoeke. De cijfers worden in de Kadernota 2023-2026 opgenomen. Voorstel 1. Kennis te nemen van de eerste begroting 2023 van de Dienst Sociale Zaken en Werkgelegenheid Noardwest Fryslan 2. Geen zienswijze kenbaar te maken over de eerste begroting 2023 van de Dienst Sociale Zaken en Werkgelegenheid Noardwest Fryslan 3. De financiële gevolgen te verwerken in de kadernota 2023-2026.
1/5
INT
Inleiding De conceptbegroting 2023 van de Dienst Sociale Zaken en Werkgelegenheid Noardwest Fryslân bevat de financiële weergave van de uitvoering van de Participatiewet, de WMO en de Jeugdwet, voor zover deze taken zijn gedelegeerd aan de Dienst. Ook de uitvoeringskosten van de Dienst zijn inbegrepen. De begroting 2023 is going concern opgesteld en bevat geen uitzettingen nieuw beleid, immers die bevoegdheid ligt bij de gemeenteraad. Volgens de wet op de Gemeenschappelijke Regeling moet de begroting van de Dienst voor 1 augustus zijn ingediend bij de provincie. Het bestuur van de Dienst ziet de schriftelijke reactie op bijgaande conceptbegroting 2023 graag voor 15 juni 2022 tegemoet. Beoogd effect De raad informeren over de financiële verwachtingen met betrekking tot de uitvoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning, de jeugdwet, de Participatiewet, het BBZ, de IOAW en de IOAZ en de bedrijfsvoeringslasten van de Dienst. Advies 1. Kennis te nemen van de eerste begroting 2023 van de Dienst Sociale Zaken en Werkgelegenheid Noardwest Fryslan. 2. Geen zienswijze kenbaar te maken over de eerste begroting 2023 van de Dienst Sociale Zaken en Werkgelegenheid Noardwest Fryslan. 3. De financiële gevolgen te verwerken in de kadernota 2023-2026.
Motivatie/argumenten eventuele alternatieven 2.1 Hiermee wordt voldaan aan artikel 16 lid 3 van de Gemeenschappelijke Regeling 2022 De raden van de deelnemende gemeenten kunnen bij het bestuur hun zienswijzen kenbaar maken over de ontwerpbegroting. De begroting 2023 geeft inzicht in de verwachte inkomsten en uitgaven. 3.1 In de Kadernota 2023-2026 zijn de mutaties voor 2023 zichtbaar. Zoals gebruikelijk zal het financieel effect in de ruimteberekening worden opgenomen onder het onderdeel Gemeenschappelijke Regelingen. Kanttekeningen n.v.t. Financiën De mutatie van 2022 naar 2023 toont een aanzienlijk nadeel van afgerond € 1,6 miljoen, zoals in onderstaande tabel is weergegeven. De (financiële) verklaring is als volgt: • De stijging bij Participatie is het gevolg van hogere lasten inburgering. Hiertegenover staat een specifieke uitkering, die de gemeente ontvangt. • De stijging bij Inkomen wordt o.a. veroorzaakt door hogere lasten loonkostensubsidie. Het aantal cliënten is verhoogd met het doel welke is opgenomen in de Wet Banenafspraak: "Op naar de 125.000 banen!". 2/5
INT
• •
•
Het aantal uitkeringsgerechtigden neemt af, dit is de reguliere bestandsontwikkeling. De stijging op WMO wordt veroorzaakt door de demografische ontwikkelingen. Zo wordt een stijging van 10% voorzien in de aanvragen voor huishoudelijke hulp. Het budget voor Jeugd stijgt naar het niveau van de realisatie 2021. De verwachting is dat dit kostenniveau doorzet naar de komende jaren. De oorzaak ligt met name in de hogere kosten van de specialistische jeugdhulp. Dit komt door hogere aantallen jeugdigen in de zorg, ondanks de lagere gemiddelde trajectprijzen. (Dit betekent dat in 2022 ook aanvullend budget nodig is. Wij komen in Berap I hier op terug.) Tot slot is de stijging in de bedrijfsvoeringslasten te verklaren door cao-ontwikkelingen en prijsstijgingen.
De budgettaire uitzetting kan, zoals hiervoor aangegeven, voor een deel worden opgevangen door de specifieke uitkering inburgering op te hogen op hetzelfde niveau als de hogere lasten inburgering. Daarnaast is gekeken naar welke reserveringen al in de begroting op het gebied van het sociaal domein zijn opgenomen die een relatie hebben met deze uitzettingen. Op de post “onvoorzien met bestemming” staat een reservering voor de kosten van het woonplaatsbeginsel. In de uitgaven Jeugd zijn deze kosten al opgenomen, dus de reservering kan vrijvallen. Met de septembercirculaire 2021 is geanticipeerd op loon- en prijsstijgingen in het sociaal domein door een reservering van € 600.000 structureel op te nemen voor 2022. Deze reservering kan als dekking ingezet worden. Dan resteert nog € 514.364 dat kan worden opgevangen door het inzetten van een deel van het structurele restantbudget sociaal domein. (Na deze onttrekking bedraagt het restantbudget sociaal domein nog € 306.089.)
Participatie Inkomen Armoedebestrijding Wmo Jeugd Bedrijfsvoering SPUK inburgering WPB jeugd reservering vervallen LPO Wmo en Jeugd septembercirculaire Restantbudget Sociaal Domein Per saldo
Conceptbegroting Begroting 2022 2023 Waadhoeke Dienst Verschil 1.910.625 2.055.341 -144.716 14.998.538 15.118.398 -119.861 1.725.160 1.729.237 -4.077 10.406.096 11.055.953 -649.857 11.497.000 12.339.030 -842.030 6.546.485 6.372.745 173.740 47.083.904 48.670.705 -1.586.801 144.716 327.721 600.000 514.364 0
In deze cijfers is geen rekening gehouden met de mutatie in de BUIG-middelen. Recent is de nieuwe voorlopige beschikking over 2022 ontvangen, die doorwerkt in 2023. Het effect kon niet meer in de cijfers van dit advies worden meegenomen, maar wordt in Berap I 2022 en in de kadernota 2023-2026 verwerkt. In september komt de voorlopige beschikking 2023 binnen. 3/5
INT
Ook is geen rekening gehouden met het effect van gewijzigde aantallen op de uitkering uit het gemeentefonds. Participatie, Juridisch, Communicatie & Publicatie Juridisch Wet gemeenschappelijke regeling en de Gemeenschappelijke regeling Dienst Sociale Zaken en Werkgelegenheid Noardwest Fryslân 2022. Communicatie De begroting 2023 is door De Dienst met de gemeenten afgestemd. Participatie & Publicatie nvt Procedure Gemeenten kunnen hun zienswijzen ten aanzien van de begroting bij De Dienst binnen 8 weken na 14 april 2022 kenbaar maken. Na behandeling door de raad wordt De Dienst over de uitkomsten geïnformeerd. Voor 15 juni 2022 zal derhalve een zienswijze kenbaar moeten zijn gemaakt. Advies van de raadscommissie Nvt. Datum behandeling in B&W en ondertekening 10 mei 2022
Bijlagen 1. Aanbiedingsbrief begroting 2023 2. Concept begroting 2023 De Dienst 3. Bijlagedocument Concept Begroting 2023 De Dienst
Burgemeester en wethouders van Waadhoeke
, burgemeester
4/5
INT
, secretaris
NR.: CONCEPT De raad van de gemeente Waadhoeke
Gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van Waadhoeke van 10 mei 2022;
BESLUIT
1. Kennis te nemen van de eerste begroting 2023 van de Dienst Sociale Zaken en Werkgelegenheid Noardwest Fryslan 2. Geen zienswijze kenbaar te maken over de eerste begroting 2023 van de Dienst Sociale Zaken en Werkgelegenheid Noardwest Fryslan 3. De financiële gevolgen te verwerken in de kadernota 2023-2026.
Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 2 juni 2022,
{{Signer2}}
{{Signer1}}
5/5
, voorzitter
, griffier
1 bijlage 1 2022 04 14 - Brief aanbieding concept begroting 2023 aan college
1 bijlage 2 Concept Begroting 2023 versie 1b Dienst Noardwest Fryslân 16-3-2022
Concept Begroting 2023 Versie 1
Concept Begroting 2023 (versie 1), De Dienst Noardwest Fryslân
1
Dit is een publicatie van de Dienst Sociale Zaken en Werkgelegenheid Noardwest Fryslân Postadres algemeen: Postbus 4 8800 AA Franeker Telefoonnummer algemeen: 0517-380200 Eise Eisingastraat 8 8801 KE Franeker
Concept Begroting 2023 (versie 1), De Dienst Noardwest Fryslân
2
Voorwoord 2022 is nog maar net begonnen, maar met deze primitieve begroting 2023 van De Dienst moeten we al ruim een jaar vooruit kijken. Dat is op zichzelf al lastig genoeg, maar ik schrijf dit voorwoord in een week vol gebeurtenissen met grote invloed op de gemeentelijke plannen en hun praktische en financiële consequenties in het sociaal domein. De gemeenteraadsverkiezingen zijn namelijk net achter de rug en de coalitieonderhandelingen moeten nog plaatsvinden. Een spannende periode, want gemeenten hebben maar beperkt geld, wettelijke ruimte en mensen voor de onderwerpen die de kiezers belangrijk vinden. Maar die kiezers hebben wél hoge verwachtingen van gemeenten, zo blijkt uit een gezamenlijk onderzoek van I&O Research en Berenschot. De gemeenten moeten een antwoord vinden op de vraag welke invloed de nieuwe raden op het beleid en daarmee de begroting voor 2023 zullen hebben. Een dreigende(r) situatie is de oorlog in Oekraïne. De oorlog zal ook ons sociaal domein raken. Denk bijvoorbeeld aan de opvang van Oekraïense vluchtelingen en de economische boycot die de bestaanszekerheid van mensen in Nederland kan aantasten. Tegelijk neemt onze koopkracht af, vooral door de snel stijgende energieprijzen. Naar schatting heeft 10% van de Nederlandse huishoudens een te hoge energierekening ten opzichte van hun inkomen. Zij lopen het risico om schulden te maken.
Als de energieprijzen hoog blijven of zelfs verder stijgen, krijgen nog veel meer huishoudens hier de komende jaren mee te maken. Daarnaast heeft een kwart van de Nederlanders een gebrek aan vertrouwen in instituties van de rechtsstaat, ze voelen zich niet gezien door de overheid. Dat heeft op gemeentelijk niveau bijvoorbeeld weerslag op de verwachtingen die het Rijk wekt met een toegezegde verhoging van de Energietoeslag en de vraag bij de gemeenten wie dat gaat betalen. Goed nieuws, maar ook met onbekende consequenties, is dat deze week vrijwel alle coronamaatregelen zijn opgeheven. We kunnen niet overzien of ze op termijn toch weer nodig zijn, en ook die onzekerheid heeft invloed op de plannen en budgetten in het sociaal domein. Kortom: we maken deze begroting op in een op vele fronten onzekere periode. Beschouw deze primitieve begroting daarom als een kladversie, een werkdocument. In het najaar ontvangt u een herziene begroting, zowel op inhoud als op vorm. Gelukkig is er een ding dat wél hetzelfde blijft: we blijven samenwerken aan een goed functionerend sociaal domein. Met oog voor de kwetsbaren en aandacht voor elkaar. Zo zorgen we er met elkaar voor dat sociale ondersteuning werkt! Marius Jellema Directeur
Concept Begroting 2023 (versie 1), De Dienst Noardwest Fryslân
3
Inhoudsopgave Voorwoord ............................................................................................................................ 3 Inhoudsopgave...................................................................................................................... 4 1 Begroting 2023 .............................................................................................................. 5 1.1 Over het sociaal domein: waar doen we het voor? ................................................. 5 1.2 Samenwerkende partijen in het sociaal domein ..................................................... 6 1.3 Rol van de Dienst in het Sociaal Domein in Noardwest Fryslân ............................. 6 2 Beleidsagenda 2023 ...................................................................................................... 8 2.1 Beleidsontwikkeling in het Sociaal Domein ............................................................ 8 2.2 Voorbehoud: beleidsonderwerpen 2023 nog niet bekend.......................................