CConstaterende datwaadhoeke
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Gemeenteraad Waadhoeke 26 januari 2023, gemeente waadhoeke35.668 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

We noemen bijvoorbeeld de ontwikkeling van de Friese Preventieaanpak en de samenwerkingsagenda, waar de zorgverzekeraar samen met gemeenten invulling aan heeft gegeven voor het totale sociale domein.

“De bedoeling van al onze inspanningen en ingezette middelen binnen de jeugdzorg is dat jeugdigen veilig opgroeien en zich ontwikkelen op een manier die past bij hun mogelijkheden”.

8

Op dit moment bieden nog niet alle Friese wijk- en gebiedsteams lichte hulp en ondersteuning. Tegelijkertijd is dit wel een onderdeel van de beweging die we willen maken.

10

Omdat deze ontwikkelingen nog vaak eigenstandige ontwikkelingen zijn, verbinden wij deze ontwikkelingen en komen tot synergie. Inzet van jeugdhulp heeft duurzame effecten Als de ondersteuning of versterking van jeugdigen/ het gezin nodig is via jeugdhulp, verwachten wij van de jeugdhulpmedewerkers dat zij anders gaan kijken naar een hulpvraag. In de inkoop van de specialistische jeugdhulp is vastgelegd dat gewerkt wordt met (bewezen) effectieve interventies. Jeugdhulpaanbieders kunnen gebruik maken van de interventies uit een databank (bijvoorbeeld van het NJi) of zelf aantonen dat hun interventie effectief is. Het gaat in Fryslân om het bieden van hulp in de eigen omgeving van een jeugdige/het gezin. Het gaat eerder om hulp ‘bijschakelen’ in het gezin of bijvoorbeeld op school. Het gaat er ook om die plaatsen zo te versterken dat de kans op terugval verkleind wordt. En waar nodig te zorgen voor een lichte vorm van vervolgondersteuning via de gebiedsteams of basisvoorzieningen. Dit alles is essentieel om te voorkomen dat jeugdhulp nodig is en nodig blijft. Het vereist daarnaast dat jeugdhulpaanbieders niet alleen specialistische hulp bieden, maar ook meedoen aan de versterking van de basis, terugvalpreventie en eerstelijnsondersteuning.

Een groep jeugdigen en gezinnen is blijvend niet in staat (volledig) op eigen kracht of met behulp van hun sociale netwerk op te groeien of op te voeden. Voor deze groep zal levenslang professionele jeugdhulp nodig zijn, zeker bij ingrijpende ‘life-events’. Ook voor deze groep hebben we aandacht en vullen we onze taak optimaal in.

Mei-inoar foar ús bern

2.3 Onze leidende principes Om onze bedoeling en de beweging in het jeugdstelstel te kunnen realiseren hebben we herkenbare en gedragen leidende principes nodig. De leidende principes vormen de basis voor ons handelen. Ze geven aan wat wij als jeugdhulpregio belangrijk vinden. Het gaat over onze ambities en hoe we daarin met elkaar willen omgaan: onze identiteit. Ze bieden houvast om naast de verschillende invalshoeken, methodieken of belangen, samen de beste uitkomst voor Friese jeugdigen en gezinnen voor ogen te houden. Het zijn waarden die sturend zijn in de besluitvorming. Ze helpen onze doelen (richting) te vertalen naar structuren en werkprocessen (inrichting) en naar uitvoering van activiteiten (verrichting). Daarnaast helpen ze fundamentele keuzes te maken over welke acties prioriteit moeten krijgen als het gaat om het realiseren van de resultaten. Niet alles kan tegelijk en we moeten in een open gesprek samen met onze partners focus aanbrengen: Hebben we dezelfde doelen? Ervaren we dezelfde knelpunten? Wat doen we eerst? De leidende principes zijn het resultaat van verschillende gesprekken met jongeren en maatschappelijke partners. In dialoog met jongeren is een eerste selectie gemaakt van de belangrijkste leidende principes. De gesprekstafel ‘leidende principes’ heeft verder gebouwd op deze resultaten en is tot een eerste prioritering gekomen.

De vijf leidende principes zijn: 1. jeugdige en gezin centraal; 2. goed samenspel; 3. hulp is passend en flexibel; 4. iedere jeugdige heeft recht op leerontwikkeling; 5. de basis op orde.

Jeugdige en gezin centraal (‘het gewone leven is het uitgangspunt’) Het gewone leven van jeugdige en gezin is en blijft altijd het uitgangspunt. Dit betekent dat we altijd sámen met jeugdige, gezin en omgeving vaststellen wat nodig is om hen te ondersteunen en hulp niet afsluiten zonder vast te stellen dat zij op eigen kracht verder kunnen. Waar mogelijk bieden we jeugdhulp in de directe leefomgeving, zodat het leven van het gezin zoveel mogelijk door kan gaan op een manier die zij wensen en bij hen past. We tonen vertrouwen in wat het gezin met hulp van de omgeving zelf kan en bieden geen hulp en steun waar dat niet nodig is. Goed samenspel We voelen ons als netwerk verantwoordelijk voor de kwaliteit van de hulp. We zorgen voor goede samenwerking, met jeugdige en gezin èn met elkaar. Dat betekent dat we afstemmen wie het gezin ondersteunt bij het voeren van casusregie over de hulp, dat we duidelijk zijn over onze rol en afstemmen wie wat doet, om te zorgen dat de hulp passend is. Waar dat kan zorgen we voor één aanspreekpunt en zorgen we voor overzicht met één ondersteuningsplan. In ons taalgebruik, processen en systemen zorgen we ervoor dat we aansluiten bij elkaar en dubbel werk voorkomen.

Hulp is passend en flexibel (‘kwaliteit en keuzevrijheid’) We bieden duidelijkheid over de beschikbaarheid en kwaliteit van de hulp zodat de jeugdige en het gezin zelf een keuze kunnen maken. We hebben aandacht voor de match tussen hulpvrager en professional. We blijven in contact met jeugdigen en het gezin als hulp niet direct van start kan gaan. Het zorgvuldig omgaan met gegevensdeling is in een flexibel systeem extra belangrijk. We zorgen voor meer herkenbaarheid, transparantie en eenheid in de informatie die we delen en de wijze waarop.

11

Het inzichtelijk en overzichtelijk houden van de kwaliteit van de jeugdhulp leidt tot betere jeugdhulp. We streven naar steeds betere monitoring en afspraken over hoe alle betrokkenen proactief bijdragen aan het bereiken van gestelde doelen. De ervaring van jeugdige en gezin speelt hierin een grote rol. We zetten hun denkkracht en ervaring in op alle niveaus. Elke jeugdige heeft recht op leerontwikkeling Leren (en het onderwijs) heeft een belangrijke plek in het leven van jeugdigen. Leren is meer dan het ontwikkelen van cognitieve vaardigheden en dit gebeurt ook op andere plaatsen dan op school. Het ontwikkelen van levensvaardigheden en aandacht voor psychologische, sociale en emotionele ontwikkeling is belangrijk. Jeugdigen kunnen via leren hun talenten ontdekken en deze zo goed mogelijk inzetten. Passende ondersteuning en versterking is aanwezig als dat nodig is, zowel binnen school als in een niet-schoolse setting. De basis op orde Om te zorgen dat jeugdigen zich kunnen ontwikkelen, moeten de basisvoorwaarden op orde zijn: veiligheid, een thuis, voeding, onderwijs en inkomen. Jeugdigen moeten worden beschermd als hun ontwikkeling gevaar loopt. De ondersteuning en behandeling van de jeugdige wordt nog beter verbonden aan de (gewenste) thuiswereld en de andere gezinsleden.

Als thuis wonen niet lukt, streven we (zolang dat nodig is) naar een kleinschalige vertrouwde en veilige omgeving waar de jeugdige zich thuis voelt.

Mei-inoar foar ús bern

2.4 Gemeentelijke toegang en specialistische jeugdhulp De derde afspraak uit de NvO betreft de aansluiting tussen de gemeentelijke toegang en specialistische jeugdhulp. Goede toegang tot jeugdhulp betekent dat jeugd en gezin die een hulpvraag hebben zo snel mogelijk – en in zo min mogelijk stappen – passende ondersteuning krijgen. Het principe van ‘matched care’ staat voor ons centraal. Dat vraagt onder andere om een goede intake (vraagverheldering, probleemen krachtenanalyse en verklarende analyse) en om gerichte triage (passende en effectieve jeugdhulp). Daarbij gaan we uit van normaliseren: we verbreden het pad van de normale ontwikkeling. We zetten hulp en steun in op de plekken in de gewone leefwereld om meedoen voor zoveel mogelijk jeugdigen mogelijk te maken. We kijken bij het verwijzen naar jeugdhulp àltijd naar de context waarin een hulpvraag zich voordoet en beslissen altijd sámen met jeugdige en gezin.

Elke gemeente blijft een eigen koers houden maar successen worden sneller integraal overgenomen om zo het effect maximaal te benutten.

Een stevige basis helpt partners om hun zorgproces effectiever te maken en voorkomt dat we elkaars werk herhalen en daarmee het gezin belasten. We streven dan ook naar meer eenheid in de basis: het verwijsproces, benodigde professionaliteit en beoordeling en samenwerkingsafspraken bij onveiligheid.

3. Regionaal ondersteuningsplan Jeugd: alle gemeenten werken met één basis ondersteuningsplan. Hiermee borgen we de minimale kwaliteit van vraagverheldering, gegevensdeling en resultaatsturing.

Onze regio heeft hierin al de volgende stappen gezet: 1. De regionale visie wijk- en gebiedsteams: de visie beschrijft de benodigde eenheid en stelt doorontwikkeling voor op de aspecten: • Werken aan Veiligheid • Effectief en efficiënt verwijzen naar specialistische jeugdhulp • Benodigde professionaliteit. 2. De gemeenten onderschrijven de Pedagogische visie ‘Sa dogge wy dat’: het fundament onder het professionele handelen van alle wijk- en gebiedsteams.

4. Regionale monitor toegang tot jeugdhulp: Hoe krijgt de regionale visie op gemeentelijke toegangsteams in de praktijk vorm? Wat kunnen we leren van wat we waarnemen? Welke afspraken moeten we met elkaar maken? 5. Leerbijeenkomsten Kenniswerkplaats Jeugd Friesland.

De leidraad bij de ingezette doorontwikkeling is gebaseerd op de door KPMG in 2019 geformuleerde basisfuncties gemeentelijke toegang jeugdhulp (wijk- en gebiedsteams), gedefinieerd aan de hand van vijf basisfuncties. Het is de lokale verantwoordelijkheid van iedere gemeente om te zorgen dat deze functies geborgd zijn in het

12

lokale team. Daarnaast werkt het rijk op dit moment aan een bestuurlijk kader voor lokale teams (in het kader van de Hervormingsagenda). Dit uniformeert de eisen ten aanzien van de lokale toegang op landelijk niveau. Naar verwachting is dit kader in het najaar van 2022 gereed. Uiteraard gaan wij het kader ook in onze jeugdhulpregio concreet vertalen. Regionaal Expertiseteam Jeugd Om onvoldoende passend hulpaanbod in de regio, problemen in de samenwerking of onvoldoende effectieve hulp tegen te gaan, is er in Fryslân het Regionaal Expertiseteam Jeugd (REX Jeugd). REX Jeugd brengt een bindend advies uit over casussen die vastlopen door bijvoorbeeld onvoldoende samenwerking of het ontbreken van aanbod. REX Jeugd is onafhankelijk en bestaat uit verschillende experts op het brede terrein van jeugd. Jeugdhulpaanbieders, verwijzers èn ook ouders kunnen een casus aanmelden bij het REX. REX Jeugd geeft, naast het bindend advies, ook aanbevelingen over beleid en inkoop, bijvoorbeeld door regionaal ontbrekend zorgaanbod te signaleren en te benoemen. Het Friese team REX Jeugd vormt samen met de teams REX Jeugd van respectievelijk Groningen en Drenthe de basis van het Jeugdexpertise Netwerk Noord-Nederland (JENN).

Doel van het JENN is structureel met partners ervoor zorgen dat jeugdigen en gezinnen met complexe en/of weinig voorkomende problematiek op tijd de hulp krijgen die ze nodig hebben.

Mei-inoar foar ús bern

Samenvatting hoofdstuk 3 De Friese gemeenten werken in partnerschap met maatschappelijke partners aan het realiseren van maatschappelijke doelstellingen. Er zit een verschil tussen partnerschap opschrijven en dit ook daadwerkelijk uitvoeren. De wijze waarop het partnerschap precies wordt ingevuld, is onderwerp van gesprek voor het jaarplan van 2023 (zie hiervoor hoofdstuk 5).

verkennen gemeenten en onderwijs op welke manier een contextgerichte aanpak, met gebruik van de in de gemeente aanwezige steunstructuren, kan bijdragen aan het versterken van het pedagogisch klimaat op scholen. •

We gaan meer praktijk- en datagericht monitoren. Het meten van resultaten gebruiken we als instrument om te sturen op kwaliteit. We vinden het belangrijk jeugdhulpaanbieders te betrekken bij het opstellen van kritieke prestatie-indicatoren (KPI’s), monitoring en sturingsinformatie. Deze informatie is belangrijk om de zorgbehoefte scherp in beeld te krijgen en te houden. Hierbij ontstaan aanknopingspunten om het bestaande aanbod beter te laten aansluiten op de zorgbehoefte of ontbrekend zorgaanbod te ontwikkelen. Daarnaast is het gezamenlijk duiden van de gegevens een belangrijke ontwikkelstap.

•

We willen meer dan nu leren van ervaringsdeskundige ouders en jeugdigen. Gedurende de looptijd van de regiovisie bouwen we verder aan bestaande initiatieven, zoals het regionaal jongerennetwerk en de jeugdwelzijnsraad.

Eén onderdeel van een goede samenwerking is een lerend netwerk. Met en rond jeugd en gezin vormen gemeenten, jeugdhulpaanbieders, onderwijsorganisaties, huisartsen, gecertificeerde instellingen, kennisinstellingen en andere partners al één groot netwerk. In dit lerend netwerk gaan we aan de slag met de volgende thema’s:

•

•

Normaliseren is een belangrijk uitgangspunt om in gezamenlijkheid verder uit te werken. De afgelopen jaren heeft dit thema vooral een beleidsmatige invulling gekregen en minder in de dagelijkse praktijk van professionals. Om hieraan bij te dragen versterken we gezamenlijk het opvoedkundig klimaat in gezinnen, de omgeving, wijken, scholen en in voorzieningen als kinder- en peuteropvang. Vanuit de Friese gemeenten ondersteunen we het streven naar meer inclusief onderwijs met normaliseren als uitgangspunt. Inclusief betekent dat scholen (in samenwerking met gemeenten) voor alle jongeren een veilige plek zijn waar ze de ondersteuning krijgen die ze nodig hebben. In intensieve samenwerking

Het lerend netwerk is breder dan alleen de regio Fryslân. Bovenregionaal wordt samengewerkt met Groningen en Drenthe op het niveau 3Noord. Ook hier wordt toegewerkt naar een passende governancestructuur.

13

3. Samen leren en ontwikkelen Met een duidelijke visie voor de jeugdhulp en de leidende principes uit hoofdstuk 2 is de vraag hoe de Friese gemeenten en maatschappelijke partners hierop gaan sturen. Dit hoofdstuk beschrijft onze sturingsfilosofie, de governance, het (lerend) zorglandschap en de (boven)regionale samenwerking. Het gaat om de afspraken 4 en 5 uit de NvO.

Mei-inoar foar ús bern

3.1 Sturingsfilosofie De sturingsfilosofie beschrijft de manier waarop gemeenten willen sturen op het realiseren van hun maatschappelijke doelstellingen. De Friese gemeenten kiezen voor partnerschap met maatschappelijke partners omdat verwacht wordt dat hiermee het bereiken van maatschappelijke resultaten en daadwerkelijke transformatie in de jeugdhulp de meeste kans van slagen heeft. Het gaat bij partnerschap om de gezamenlijke overtuiging dat met respect voor ieders rol en positie en vertrouwen op elkaars kennis en expertise samengewerkt wordt om een gezonde en veilige ontwikkeling voor de jeugdigen in Fryslân te realiseren. Gemeenten en maatschappelijke partners vullen elkaar aan in plaats van alles zelf of vanuit het eigen perspectief of belang te willen doen. We willen in Fryslân een goede en gedragen balans vinden tussen vertrouwen en controle enerzijds en formaliteiten en normen anderzijds. Ons uitgangspunt is dat we partnerschap zien als morele verantwoordelijkheid voor iedere betrokkene bij de jeugdhulp. Dit partnerschap gaat verder dan samenwerking. Uit onder andere de evaluatie van het bekostigingsmodel voor de specialistische jeugdhulp in Fryslân is gebleken dat er op dit moment nog onvoldoende sprake is van partnerschap.

Er is sprake van onderlinge concurrentie tussen aanbieders en gemeenten geven zelf niet altijd het goede voorbeeld met betrekking tot het gewenste gedrag. Het gaat veel tijd kosten om het ideaalbeeld van partnerschap te realiseren en het vertrouwen in elkaar

te herstellen en vervolgens te bewaren. Tegelijkertijd is partnerschap als sturingsfilosofie nodig, omdat de gewenste inhoudelijke transformatiebeweging zoals beschreven in het vorige hoofdstuk anders niet haalbaar is. Een sturingsfilosofie die niet alleen het eigenbelang aanwakkert, maar ook zorgt voor het (willen) realiseren van het gezamenlijke en maatschappelijke belang is nodig. Daarvoor is ook partnerschap tussen aanbieders onderling nodig. Er zit echter een groot verschil tussen partnerschap opschrijven en partnerschap daadwerkelijk in de praktijk brengen. Toch denken we dat we dit kunnen bereiken door: 1. Een gedeelde visie op inhoud vast te stellen. 2. Gezamenlijk vaststellen van leidende principes. 3. Een gedeelde visie op de (invulling) partnerschap te realiseren. 4. Tijd te nemen om dit samen op te bouwen en hierop te reflecteren. 5. Scholing, training en coaching voor medewerkers voor de juiste rolinvulling te organiseren. Met deze regiovisie zetten we een belangrijke stap om punt 1 en 2 te realiseren en maken we de keuze voor de sturingsfilosofie expliciet. Hiervoor leggen we met het vaststellen van de regiovisie ook het bestuurlijke commitment vast. Punt 3 tot en met 5 vragen meer tijd en inzet. In hoofdstuk 5 wordt vooruitgekeken naar het vervolg op de regiovisie, waarbij ook de (structurele) wijze van overleg aan bod komt.

Dit dient mede als een platform om het partnerschap gezamenlijk verder te concretiseren en, ook op het uitvoerende niveau, eigen te maken.

14

“Het gaat bij partnerschap om de gezamenlijke overtuiging dat met respect voor ieders rol en positie en vertrouwen op elkaars kennis en expertise samengewerkt wordt”.

Mei-inoar foar ús bern

3.2 Lerend zorglandschap Bij partnerschap als sturingsfilosofie hoort een lerend netwerk. Jeugdigen en gezinnen, gemeenten, jeugdhulpaanbieders, onderwijsorganisaties, huisartsen, gecertificeerde instellingen, kennisinstellingen en andere partners vormen samen al één groot netwerk, bestaand uit allerlei kleinere netwerken die continu in beweging zijn. We willen meer en bewuster gebruik gaan maken van de kracht van ons regionaal lerend netwerk om onze doelen te bereiken. We willen de mogelijkheden van (de samenwerking in) de jeugdhulpketen beter benutten, actief leren van elkaars kennis en ervaringen en daarmee de kwaliteit van hulp verbeteren. Voorop staat dat beter weten moet leiden tot anders dóen. Preventie en normaliseren De afgelopen jaren is het begrip normaliseren vooral uitgelegd op de manier dat de verantwoordelijkheid voor jeugdigen allereerst bij henzelf en hun opvoeders dient te worden gelegd en dat men indien nodig een beroep doet op jeugdhulp. In operationele zin heeft de betekenis van normaliseren voor de ontwikkeling van de algehele pedagogische steunstructuur, het professioneel handelen en samenwerking, nog te weinig samenhangende invulling gekregen. Het is daarom van belang dat we de komende tijd als regio het thema normaliseren actief oppakken en manieren ontwikkelen om dit in de praktijk concreet te maken.

Naast maatschappelijke partners zoals scholen, jeugdgezondheidszorg (jgz), zorgaanbieders en gemeenten, verdienen jeugdigen en hun netwerk in deze concretisering een prominente plek aan tafel. De huidige Jeugdwet schrijft immers voor dat het kernconcept de-medicaliseren, ontzorgen en

normaliseren verwezenlijkt kan worden door ‘onder meer het opvoedkundig klimaat te versterken in gezinnen, wijken, scholen en in voorzieningen als kinderopvang en peuterspeelzalen’. Dat vraagt van de regio om een eenduidige beleving van het thema en de daarbij gepaard gaande acties, zoals het versterken van de pedagogische context, de afweging van de professional en alternatieve oplossingen voor of naast jeugdhulp. Dit raakt aan de geschetste beweging die we in de jeugdhulp willen maken, zoals beschreven in hoofdstuk 2. Onderwijs en Jeugdhulp Vanuit de Friese gemeenten ondersteunen we het streven naar meer inclusief onderwijs met normaliseren als uitgangspunt, waarbij normaliseren opgevat dient te worden als het omarmen van variëteit tussen mensen. Inclusief betekent dat scholen (in samenwerking met gemeenten) voor alle jongeren een veilige plek zijn, waar ze de ondersteuning krijgen die ze nodig hebben. Dit betekent niet dat de schoolomgeving voor iedere jeugdige hetzelfde moet zijn. Kinderen en jongeren zijn verschillend en dat mag tot uiting komen in de context waarin zij les krijgen. Inclusiviteit betekent dat in de basis de ondersteuning aansluit bij de omgeving waarin een leerling zich bevindt. Als er wel extra ondersteuning nodig is, dan draagt dit bij aan de jeugdige in de onderwijscontext.

In intensieve samenwerking verkennen gemeenten en onderwijs op welke manier een contextgerichte aanpak, met gebruik van de in de gemeente aanwezige steunstructuren, kan bijdragen aan het versterken van het pedagogisch klimaat op scholen. Om elke jeugdige zich optimaal te laten ontwikkelen is in sommige gevallen extra steun, hulp in de thuissituatie of

15

behandeling van een professional nodig. Door middel van een lerende aanpak onderzoeken jeugdige en gezin, scholen, jeugdgezondheidszorg, gemeenten en zorgaanbieders hoe jeugdhulp bijdraagt aan een integrale oplossing. Het vertrekpunt van de cyclus van de lerende aanpak is de aanname dat samenwerking tussen onderwijs, zorg en jeugd bijdraagt aan het vergroten van ontwikkelkansen van jeugdigen. Maatschappelijke opgaven Prioritering is belangrijk. Met welke grote maatschappelijke opgaven voor onze regio gaan we aan de slag, welke verbeteracties zijn nodig en wie trekken hierbij samen op? Hiervoor stellen we jaarplannen op. Dit plan is geen beleidsplan, maar is bedoeld als concrete te-doen-lijst. Samen met onze maatschappelijke partners stellen we vast welke maatschappelijke opgaven prioriteit krijgen en waar we precies naartoe werken. Naast de jaarplannen behouden we het meerjarig perspectief, zodat we de doelstellingen en ambities uit deze regiovisie vasthouden. Naast nieuwe initiatieven geeft het plan weer hoe lopende en aanpalende acties en projecten bijdragen aan het realiseren van de resultaten. We doen dit onder andere door verbindingen te leggen met en tussen verschillende actuele ontwikkelingen, zoals de Friese Preventieaanpak en het project Geweld hoort nergens thuis.

Meer informatie over de jaarplannen leest u in hoofdstuk 5, waarin we het vervolg op de regiovisie schetsen. Monitoren: Praktijk èn datagericht transformeren Het meten van resultaten gebruiken we als instrument om te sturen op kwaliteit. We vinden het belangrijk om jeugdhulpaanbieders te betrekken bij het opstellen van

Mei-inoar foar ús bern

KPI’s, monitoring en sturingsinformatie. Samen met onze maatschappelijke partners werken wij aan goed ingerichte regionale informatievoorziening. Deze informatie is de basis voor een regionale monitor waarmee we structureel relevante informatie bieden over de stand van zaken en de ontwikkelingen in de jeugdhulp en de gemeentelijke toegang. Het gaat dan ook vooral om het verbeteren en effectiever benutten van bestaande data, informatie en expertise in het verbeterproces. Hierdoor kan steeds beter proactief gehandeld worden in plaats van reactief en kunnen trends en ontwikkelingen beter worden voorspeld. Duidelijkheid in het gebruik van indicatoren is de basis om te kunnen verbeteren. Daarin bestaat een stevige samenhang tussen informatie uit de lokale infrastructuur, zoals onderwijs, basisondersteuning, wijk-/gebiedsteams en het regionale hulp- en ondersteuningsaanbod. In samenwerking met kennis- en data-experts verkennen we welke databronnen belangrijk zijn en afstemming vragen om onze maatschappelijke opgaven te kunnen volgen. Het leren van casussen valt eveneens onder praktijkgericht transformeren. Om effectief te leren van de praktijk blijven we gebruik maken van de bevindingen van onze partners, inzichten in hulptrajecten van de expertisetafels (REX Jeugd, JENN, Team Toegang) en de Kenniswerkplaats Jeugd Friesland.

Om te weten of we slagen in onze regionale ambities toetsen we dit altijd bij jeugd en gezin. Nog niet overal halen we hun ervaring op een eenvoudige en gestructureerde manier op. We onderzoeken of een gezamenlijk instrument hierbij kan helpen, evenals het samenbrengen van lokale cliëntervaringsonderzoeken. In de komende jaren worden data uit het berichtenverkeer verrijkt met data uit andere bronnen. We intensiveren het gebruik van de basisset aan landelijke indicatoren voor het monitoren van de outcome van jeugdhulp. Ook zullen we regelmatig gesprekken plannen rond het thema ‘Samenwerken aan Resultaten en Kwaliteiten’ waarin we aan de hand van tellen en vertellen samen met partners de gegevens vertalen in informatie. Handelen: Effectief samen leren en ontwikkelen Een lerende regio is per definitie dynamisch en de netwerkstructuur waarbinnen er geleerd wordt, moet duurzaam zijn. Binnen dit netwerk zijn heldere afspraken gemaakt over wie wat doet: 1. Hoe de samenwerking vorm krijgt in de praktijk. 2. Op welke schaal samenwerking het best kan worden georganiseerd. 3. Welke kwaliteitseisen we daaraan stellen. Om vervolgens samen te leren, is een proces dat onderhouden moet worden.

“Cijfers geven niet een goed beeld hoe ik de hulp ervaar. Smileys werken voor mij bijvoorbeeld al beter”. (jeugdige over cijfers in de jeugdhulp)

16

Naast inzicht en openheid over het eigen doen en laten van de betrokken partners, vereist dit ook een gezamenlijke leervriendelijke cultuur. Tegenvallende resultaten en onderliggende oorzaken kunnen in deze cultuur besproken worden. Een voorstel voor een gezamenlijke lerende omgeving wordt gedaan in het afsluitende hoofdstuk over het vervolg op de regiovisie. Ervaringsdeskundigheid en jongerenparticipatie Kinderen-, jongeren- en opvoederparticipatie zijn een essentieel onderdeel van beleidsontwikkeling in de jeugdhulp. Daarbij gaat het zowel om de participatie van jongeren vanuit hun ervaring met jeugdhulp als jongerenparticipatie gericht op alle jongeren uit de regio. Er is al een aantal initiatieven tot stand gekomen waarbij gebruik gemaakt wordt van deze kennis en ervaring. Deze willen we de komende jaren verbinden en versterken: 1. Jongerenadviesraden - kinderburgemeesters Jongerenparticipatie krijgt in diverse gemeenten al vorm, onder andere in lokale adviesraden of in de vorm van een kinderburgemeester. De door hen als belangrijk aangemerkte thema’s willen wij in het jeugdbeleid zichtbaar maken en laten aansluiten op elkaar. 2. Zorgbelang – de Adviesvangers Via Zorgbelang zijn jongeren uit diverse cliëntenraden met elkaar verbonden.

Een aantal jongeren (zogenoemde adviesvangers) in het netwerk daagt hun leeftijdsgenoten uit mee te denken, ideeën aan te dragen of hun mening te geven over vragen van gemeentes en organisaties. 3. ExpEx Bestaat ook uit getrainde jongeren die zelf ervaring hebben in de jeugdhulp en die zich inzetten als maatje van jongeren en/of adviseur van instellingen en overheden. 4. Kenniswerkplaats – leren van praktijkervaringen

Mei-inoar foar ús bern

3.3 Het zorglandschap In het project ‘Leren van praktijkervaringen in de hulpverlening’ reflecteren jongeren, ouders, hulpverleners en beleidsmakers samen op vragen uit de praktijk. Doel is om samen te leren van zowel de hulpverleningstrajecten waarin de hulp vastliep, als waarin de hulp juist goed verliep. Elke deelnemer denkt mee vanuit eigen ervaring, kennis en expertise. Naast de bestaande initiatieven zetten we ons als regio in om jongeren vaker de gelegenheid te bieden om onderwerpen te agenderen en mee te denken over regionale thema’s. Dat vraagt van ons dat we participatie voor hen toegankelijker maken door bij jongeren aan te sluiten in taalgebruik en vindplekken als het onderwijs, sportverenigingen, jongeren- en buurtwerk beter te benutten en door digitaal op bijvoorbeeld social media goed zichtbaar te zijn.

De regio Fryslân heeft goed zicht op het gebruik van zorg, het aantal gecontracteerde partijen en de soort ondersteuning die deze aanbieders verzorgen. Toch ontbreekt nog specifieke informatie over lacunes en trends in het zorgaanbod. Om de gewenste beweging te kunnen vaststellen èn te kunnen maken is de juiste (sturings) informatie over de belangrijkste ontwikkelingen in het zorglandschap noodzakelijk. Het is belangrijk om te benoemen dat het zorglandschap niet alleen gaat over jeugdhulp, maar ook over de raakvlakken met onderwijs, (jeugd)gezondheidszorg, wijk-/ gebiedsteams en andere voorliggende voorzieningen. De onderlinge samenhang is nodig om de juiste beweging te kunnen maken, zowel in visie als in informatie. Zo krijgen alle jeugdigen en gezinnen passende hulp en is alle hulp en ondersteuning beschikbaar. Sturing vanuit de gezamenlijke gemeenten is hierbij gewenst om het mogelijk te maken dat maatschappelijke partners gemakkelijker kunnen samenwerken, bijvoorbeeld door op en af te schalen. Om meer inzicht te krijgen in het zorglandschap gaan we onder andere aan de slag met de volgende punten:

1. Meer inzicht in het zorglandschap begint met het inzicht in welke jeugdhulpaanbieders welke hulp leveren. Hoewel dit grotendeels bekend is, willen we dit meer overzichtelijk presenteren om de beweging in het zorglandschap beter in beeld te krijgen. 2. De analyse bij de start van ieder traject is essentieel. Een goede analyse zorgt ervoor dat passende hulp ingezet kan worden. Daarnaast geeft dit informatie over de behoefte aan bepaalde typen hulp en ondersteuning. Deze informatie benutten de Friese gemeenten om hierop kunnen te sturen. 3. De contractmanagers van de Friese gemeenten en Sociaal Domein Fryslân halen in gesprekken met zorgaanbieders op waar de lacunes in het preventieve èn specialistische zorglandschap liggen. Zo bundelen contractmanagers kwantitatieve data en kwalitatieve gegevens uit gesprekken met maatschappelijke partners. 4. Er dient een infrastructuur te komen waarin gezamenlijk geleerd wordt. Tegelijkertijd moeten we beter gebruik maken van de bestaande infrastructuur. Zo is er bijvoorbeeld het Regionaalexpertise Team Jeugd (REX Jeugd), het JENN, Team Toegang en de leerstructuur van de Kenniswerkplaats Jeugd Friesland. Deze punten bieden goede aanknopingspunten om het zorglandschap beter in beeld te krijgen en hier vervolgens gerichter op te sturen.

Het slothoofdstuk en paragraaf 3.2 in deze regiovisie raken aan deze infrastructuur waarin we gezamenlijk leren.

17

Mei-inoar foar ús bern

3.4 Arbeidsmarkt­ problematiek Er is sprake van spanning op de arbeidsmarkt. Vrijwel alle sectoren hebben te maken met een tekort aan gekwalificeerd personeel. Hetzelfde geldt in het sociaal domein. Voor alle stakeholders is het belangrijk aandacht te besteden aan ‘employer branding’ en het werkgeluk van medewerkers. De krapte op de arbeidsmarkt vraagt mogelijk ook om een nieuwe inrichting van hulp en zorg en hoe we ons werk doen. Als gemeenten herkennen en erkennen we de uitdagingen op de arbeidsmarkt en de gevolgen daarvan voor de jeugdhulp. Goed geschoold en voldoende personeel is een randvoorwaarde om te komen tot een succesvolle uitwerking van de regiovisie in Fryslân. Tegelijkertijd zijn de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt niet de verantwoordelijkheid van de Friese gemeenten. Omdat voldoende geschoold en gekwalificeerd personeel een voorwaarde is voor duurzaam goede jeugdhulp, gaan gemeenten èn jeugdhulpaanbieders wel hierover in gesprek. De jeugdhulpaanbieders hebben hierbij een initiërende rol waarbij zoveel mogelijk aangesloten wordt bij lopende initiatieven zoals bij de leerschool van NHL Stenden.

3.5 Regionale en bovenregionale samen­werking tussen gemeenten Gegeven onze schaal (in totaal zijn er op 1 januari 2022 in Fryslân 15.000 jeugdigen die aangewezen zijn op jeugdhulp) kunnen we voor weinig voorkomende jeugdhulp niet altijd zelf een kwalitatief volwaardige of bedrijfseconomisch haalbare infrastructuur in stand houden. Daarvoor is samenwerking op het niveau van de drie noordelijke provincies (vier jeugdhulpregio’s) noodzakelijk. Het feit dat het rijk nog werkt met centrumgemeenten voor bijvoorbeeld gesloten jeugdhulp, maakt de bovenregionale samenwerking extra complex. Op het niveau van 3Noord zijn initiatieven genomen om met begeleiding vanuit het landelijke ondersteuningsbureau Transformatie jeugdhulp te onderzoeken welke governancestructuur passend en werkzaam is op bovenregionaal niveau. Centrumgemeenten, jeugdhulpregio’s en betrokken jeugdhulpaanbieders zijn gezamenlijk in overleg over een passende governance-structuur die in staat is snel beslissingen te nemen over onderwerpen die op bovenregionaal niveau aandacht vragen. Wijzigingen in de Jeugdwet en bestuurlijke afspraken in de Hervormingsagenda kunnen in de periode 20232026 nog leiden tot een andere governance op regionaal, bovenregionaal of landelijk niveau.

18

Mei-inoar foar ús bern

Samenvatting hoofdstuk 4

4. Opdrachtgeverschap van de Friese gemeenten

De 18 Friese gemeenten willen de administratieve lasten voor alle maatschappelijke partners zo laag mogelijk houden. Tegelijkertijd zijn er bepaalde keuzes gemaakt die de administratieve lasten beïnvloeden. Deze keuzes zijn gemaakt omdat de administratieve handelingen bijdragen aan het duurzaam leveren van kwalitatieve jeugdhulp.

De regiovisie onderstreept het belang van het maken van afspraken over het opdrachtgeverschap van gemeenten en jeugdhulpregio’s. Zo dienen regio’s de administratieve lasten laag te houden (afspraak 6), zorgvuldigheidseisen te hanteren (afspraak 7) en reële tarieven te bieden (afspraak 8). In onderstaande teksten komen deze drie onderwerpen aan bod.

Jeugdhulpaanbieders mogen van ons de zorgvuldigheidseisen verwachten ten aanzien van inkoopprocedures. We publiceren tijdig, hanteren meerjarige contracten en bieden continuïteit van zorg. De tarieven in de regio zijn gebaseerd op zorgvuldig onderzoek en tot stand gekomen in overleg met jeugdhulpaanbieders.

19

Mei-inoar foar ús bern

4.1 Lage administratieve lasten Ook in onze jeugdhulpregio willen we de admini­stratieve lasten voor alle maatschappelijke partners, zoals jeugdhulp­ aanbieders, verwijzers en gemeenten, zo laag mogelijk houden. Tegelijkertijd zijn er bepaalde keuzes gemaakt die invloed hebben op de admini­stratieve druk in de regio: • De keuze voor ons bekostigings­systeem (trajectfinanciering en resultaatsturing) draagt eraan bij dat er administratieve handelingen noodzakelijk zijn buiten het berichtenverkeer om. • Per perceel is de best passende uitvoeringsvariant (inspanningsgerichte, resultaatgerichte of taak­gerichte financiering) gekozen. Dit geeft voor betrokkenen extra administratieve lasten. Toch denken we dat het voordeel van maatwerk, dat we op deze manier kunnen zoeken, opweegt tegen de extra administratieve lasten. • Het werken met hoofd- en onderaannemers, de verplichting van een kwaliteitsverslag (m.i.v. 2023) en het door jeugdhulpaanbieders vragen om aan te tonen dat van effectieve interventies gebruik wordt gemaakt, legt een extra claim op alle partijen. Deze keuzes zijn gemaakt omdat de admini­stratieve handelingen bijdragen aan het duurzaam leveren van kwali­tatieve jeugdhulp. In verschillende bijeen­komsten is samen met jeugdhulp-aanbieders gesproken over deze thema’s.

De komende jaren willen we bij de uitwerking van de regiovisie het verminderen van admini­stratieve handelingen opnemen als één van de thema’s om gezamenlijk uit te werken. Dit heeft ook te maken met de gevolgen van admini­stratieve lasten voor de verschillende onderdelen uit deze regiovisie. Zo leiden te veel administratieve lasten bijvoorbeeld tot minder werkplezier en daarmee tot extra inspanningen op de arbeidsmarkt.

4.2 Zorgvuldigheids­eisen De uitgangspunten die rondom tijdigheid in de NvO zijn opgenomen zijn ook voor onze jeugdhulpregio in de lopende inkoopprocedures (Wonen en Specialistische Jeugdhulp) en bij de toekomstige procedures uitgangspunt van handelen. Jeugdhulpaanbieders mogen van ons verwachten dat we de inkoopprocedures uiterlijk 1 april voorafgaand aan het nieuwe contractjaar publiceren. De inkoopprocedure ronden we uiterlijk af op 1 oktober van het jaar voorafgaand aan de ingangsdatum van nieuwe contracten. Het uitgangspunt dat we meerjarige contracten sluiten met jeugdhulpaanbieders, vullen we ook daadwerkelijk in. Voor de percelen Specialistische Jeugdhulp (SJH) en Wonen is de termijn twee keer vier jaar. Voor Hoogspecialistische Jeugdhulp is dat vijf jaar, voor Enkelvoudige Dyslexie twee keer twee jaar (vanwege de te verwachten landelijke ontwikkelingen in dat perceel) en voor Pleegzorg ook twee keer vier jaar. Continuïteit van zorg bestaat uit twee elementen: de continuïteit voor jeugdigen en de continuïteit van jeugdhulpaanbieders. • Voor de continuïteit van zorg richting jeugdigen is in elk van de inkoopprocedures in de betreffende raamcontracten aangegeven dat jeugdhulpaanbieders verplicht zijn te zorgen voor die continuïteit van zorg.

Er is hiervoor een exit-protocol ontwikkeld die ingevuld wordt als een jeugdhulp-aanbieder stopt (of moet stoppen) met het leveren van zorg in onze regio. • Als het gaat om de continuïteit van jeugdhulpaanbieders volgen wij nauwgezet de ontwikkelingen rondom jaarresultaten, liquiditeit en solvabiliteit tijdens de periodieke contractmanagementgesprekken en voortgangsgesprekken (op zowel ambtelijk als bestuurlijk niveau).

20

4.3 Reële tarieven Wij werken in onze regio niet met aanbieder-specifieke tarieven, maar met generieke tarieven. Dat houdt in dat we werken met gemiddelden voor onder meer de opslag overhead die we hanteren. Ook hanteren we een norm voor de productieve uren van direct bij de hulpverlening of behandeling betrokken functionarissen. Door het gebruik van generieke tarieven bestaat de mogelijkheid dat voor sommige jeugdhulp-aanbieders geldt dat zij hun exploitatie niet volledig gedekt krijgen. In dat geval kijken we naar de positie van de betreffende jeugdhulp-aanbieder in het totale zorglandschap en zullen we afhankelijk van de impact die het wegvallen van het aanbod heeft, in gezamenlijkheid zoeken naar oplossingen voor exploitatieproblemen. We lossen deze uitdagingen niet op door de tariefstelling aan te passen, maar spreken een pakket met maatregelen af die maken dat ook de bedrijfsvoering van de betreffende jeugdhulp-aanbieder past binnen de kaders die de generieke tarieven bieden. De regio Fryslân vindt dat de tarieven reëel zijn. Deze zijn en blijven in de toekomst gebaseerd op zorgvuldig onderzoek. De bevindingen met betrekking tot een uit te voeren kostprijs-onderzoek en onze afwegingen in dat kader, zijn transparant en worden voorgelegd aan en besproken met de betrokken jeugdhulpaanbieders.

Mei-inoar foar ús bern

5. Vervolg op regiovisie

Samenvatting hoofdstuk 5 Ook het vervolg van de regiovisie willen we in partnerschap vormgeven. In jaarplannen worden de concrete acties en thema’s benoemd waarmee we dat jaar aan de slag gaan. Het eerste jaarplan geldt voor 2023. Daarnaast zijn we structureel met elkaar in gesprek op bestuurlijk, tactisch en operationeel niveau. De overlegstructuur wordt na de zomer van 2022 opgezet en hier wordt gezamenlijk toegewerkt naar het eerste jaarplan van de regiovisie.

De Friese regiovisie geeft de koers aan voor de komende jaren in de jeugdhulp. Zoals iedere visie geeft ook de Friese regiovisie jeugdhulp vooral op hoofdlijnen de richting van de jeugdhulp aan. Wat we willen bereiken in de jeugdhulp wordt duidelijk, maar hoe we dit gaan bereiken komt nog in mindere mate aan bod. Alleen door deze ‘hoe-vraag’ gezamenlijk als gemeenten met de maatschappelijke partners in te vullen, brengen we de jeugdhulp in de regio Fryslân een stap verder.

21

Mei-inoar foar ús bern

5.1 Jaarplannen De Friese gemeenten willen de concretisering vormgeven via jaarplannean èn een overlegstructuur. In de jaarplannen komt concreet aan bod wie op welk moment met welke acties aan de slag gaat. Net zoals bij de regiovisie is het zaak om met een brede vertegenwoordiging van maatschappelijke partners tot de jaarplannen te komen en deze uit te voeren. Het zijn immers niet alleen gemeenten, maar ook jeugdhulpaanbieders, GI’s, onderwijs, GGD en huisartsen die een rol hebben en krijgen in de uitwerking van de regiovisie. De jaarplannen bevatten ook een stevige analyse van de huidige situatie. Gecombineerd met de geschetste beweging in deze regiovisie creëren we hiermee een beeld van de nog te zetten stappen. We behouden eveneens het meerjarig perspectief uit deze regiovisie in de jaarplannen. De ambities, doelstellingen en uitgangspunten blijven zo leidend voor de jaarplannen.

5.2 Structureel overleg Om de concretisering en de voortgang van de regiovisie te borgen is een structurele manier van overleg noodzakelijk. We moeten, met andere woorden, samen in gesprek zijn en blijven om de juiste beweging in de jeugdhulp voort te zetten en te borgen. We zetten het uitgangspunt partnerschap hiermee ook bij de concretisering van de regiovisie door.

2. Tactisch Alle verschillende onderdelen van het jaarplan moeten nader ingevuld worden. Op het tactisch niveau opereren onder andere de beleidsmedewerkers, kwaliteitsmedewerkers, (team)managers en contractmanagers van maat­ schappelijke partners èn gemeenten. Zij vormen de schakel tussen het uitvoerende en bestuurlijke niveau en schrijven beleid en voeren projecten uit.

De structurele wijze van overleg geven de Friese gemeenten op drie niveaus vorm.

3. Operationeel Professionals in de uitvoering (van gemeenten en maatschappelijke partners) komen direct in aanraking met het beleid, de werkwijze en gemaakte afspraken op bestuurlijk en tactisch niveau. Zij worden actief betrokken op tactisch niveau om vooraf mee te denken bij de projecten, maar geven ook na implementatie aan wat wel en niet werkt. Zo creëren we een werkwijze waarin de effectiviteit van het beleid in de uitvoering leidend is voor ons handelen.

1. Bestuurlijk De bestuurders bewaken de ambities en doelstellingen uit de regiovisie. Realiseren we de juiste beweging in de jeugdhulp en het zorglandschap? Hierin zitten niet alleen bestuurders van de Friese gemeenten, maar ook de bestuurders van de belangrijkste ketenpartners. De jaarplannen worden op dit niveau vastgesteld. Om gezamenlijke verantwoordelijk­ heid te creëren worden aan verschillende thema’s uit de jaarplannen verantwoordelijke bestuurders gekoppeld, zowel van gemeenten als van de maatschappelijke partners.

22

We werken in de drie niveaus vanuit het vertegen­ woordigings­model. Dit betekent dat met een selectie van maatschappelijke partners de drie niveaus ingevuld worden. Wij streven hierbij naar een zo goed mogelijke afspiegeling van de maatschappelijke partners. Verder krijgen ervaringsdeskundigen een plek in de structurele manier van overleg om de kans op realistisch en effectief beleid te vergroten.

Mei-inoar foar ús bern

5.3 Vaststellen regiovisie

5.4 Jaarplan 2023

De vaststelling van de regiovisie vindt plaats in de 18 Friese gemeenteraden in het najaar van 2022 of begin 2023. Het opzetten van de overlegstructuur en de eerste stappen in de concretisering worden al eerder gezet.

In voorbereiding op de jaarplannen heeft in mei 2022 een gesprek plaatsgevonden tussen gemeenten en maatschappelijke partners. Onder andere de prioritering van het jaarplan stond op de agenda. Uit het gesprek is naar voren gekomen dat in ieder geval de onderstaande thema’s als eerste de aandacht vragen bij het opstellen van het jaarplan 2023:

In de dagelijkse praktijk is sprake van een eigen dynamiek. Jeugdhulpaanbieders, wijk- en gebiedsteams en individuele professionals zijn dagelijks bezig met hun belangrijke werk en bedenken dan soms vernieuwende ideeën die passen bij de beweging die wij in deze regiovisie benoemen. Voor dergelijke initiatieven, die een regionale impact kunnen hebben, moet ruimte zijn.

•

In de op te stellen jaarplannen geven we onder andere aan of er initiatieven zijn die als thema regionaal opgepakt kunnen worden. Een voorbeeld hiervan is het initiatief dat de aanbieders Hoogspecialistische Jeugdhulp willen nemen om de samenwerking met wijk- en gebiedsteams te versterken op het gebied van vroegsignalering. Door deze innovatieve thema’s op te nemen in de jaarplannen en een plek te geven in de regionale initiatieven, werken we samen gericht aan het verbeteren van de gespecialiseerde jeugdhulp in Fryslân.

We werken samen met maatschappelijke partners aan de volgende twee resultaten: 1. Het eerste jaarplan voor concretisering van de regiovisie is opgesteld samen met maatschappelijke partners in het eerste kwartaal van 2023; 2. De overlegstructuur zoals hierboven beschreven is opgezet in het eerste kwartaal van 2023 en op ieder niveau heeft tenminste één bijeenkomst plaatsgevonden.

•

•

•

We versterken de samenhang tussen onderwijs en jeugdhulp. Het gaat hierbij bijvoorbeeld over het concretiseren van de rol- en taakverdeling tussen specifieke functies en het verduidelijken (en toepassen) van bestaande afspraken tussen gemeenten en het onderwijs. Dit raakt aan de belangrijke preventieve rol van het onderwijs. We concretiseren partnerschap tussen gemeenten en maatschappelijke partners. We beschrijven hoe we met elkaar samenwerken en wat we wanneer van elkaar verwachten. We concretiseren de precieze rol van de wijk- en gebiedsteams (ten aanzien van specialistische jeugdhulp èn de sociale basis). De toegang speelt een belangrijke verbindende rol in de jeugdhulp en vormt een basis voor normaliseren. We geven ervaringsdeskundigen (ouders en jeugdigen) een structurele stem bij het uitwerken van de regiovisie. We maken in het jaarplan 2023 afspraken over de wijze waarop we dit organiseren.

23

Jaarplan 2023

Vragen en meer informatie

www.friesejeugdhulp.nl

oktober 2022

1 Toezegging nav mail 29 september jl

Witvoet, Leander Van: Verzonden: Aan: CC: Onderwerp:

Secretariaat Adviesraad <post@asdnwf.nl> dinsdag 22 november 2022 18:28 Hees van, Achille; 'Rena Zijlstra' 'Themagroep Jeugd'; 'Themagroep Wzw'; Creemers, Mathijs; db@asdnwf.nl RE: Toezegging nav mail 29 september jl

LET OP: Dit bericht is afkomstig van buiten de organisatie. Klik niet op links of bijlagen tenzij u de afzender en de inhoud van het bericht vertrouwt.

Geachte heer van Hees, beste Achille, Met onderstaande mail heb jij ons gevraagd om een advies uit te brengen inzake de Fryske regiovisie Jeugdhulp. Gelet op de korte tijd die ons daarvoor gegeven is gaat ons dat helaas niet lukken, maar onderstaand vind je wel een aantal kanttekeningen van ons bij dit document. Wij verwachten van jou dat je deze opmerkingen meeneemt in jouw voorstel aan de colleges. Om te beginnen willen we graag kwijt het bijzonder teleurstellend te vinden dat onze raad niet in de gelegenheid is gesteld om aan te sluiten bij de voorlichtingsbijeenkomst voor de gemeenteraden. Dit is geen verwijt aan jou, maar het SDF, dat voor ons toch al op grote afstand staat, heeft hierin een slechte beurt gemaakt. Dan nu puntsgewijs onze kanttekeningen bij dit visiestuk: Als we dit stuk lezen kunnen we alleen maar zeggen dat het een prachtig verhaal is. Als alles wat hier in staat waargemaakt kan worden dan hebben we een ideaal zorglandschap voor Jeugd gecreëerd. Een papieren werkelijkheid dus, maar voor ons is van belang wat daar in de praktijk van terecht komt. In dit stuk wordt op verschillende plekken daar ook wel op gewezen.

Een paar zaken die we tegen kwamen: - op bladzijde 6 wordt erop gewezen dat het ondertekenen van de regiovisie door de maatschappelijke partners nog geen garantie biedt voor de uitvoering in de praktijk; de toekomst zal ons dit dus moeten leren; - wat wij wel mooi vonden is de uitspraak op bladzijde 8 dat regels en protocollen kunnen verdwijnen of worden aangepast als er niet uitkomt wat de bedoeling ervan was. Maar in een gesprek dat wij hebben gehad met medewerkers Jeugd in het gebiedsteam is ons gebleken dat dat veel tijdrovend werk met zich meebrengt i.v.m. afstemming en akkoord binnen de organisatie. Én iedere medewerker werkt anders, waar de één vasthoudend is aan het protocol gaat de ander eerder maatwerk zoeken ,maken en uitvoerbaar maken; - in paragraaf 2.1 op bladzijde 9 gaat het over onze bedoeling, maar wij hebben er twijfels over of die bedoelingen, gelet op dee doorgevoerde bezuinigingen, wel kunnen worden waargemaakt; - op bladzijde 14 staat dat er onvoldoende sprake is van partnerschap door onderlinge concurrentie tussen aanbieders en doordat gemeenten niet altijd het goede voorbeeld geven. Verderop staat dan hoe men denkt dat te gaan oplossen waarbij wel duidelijk wordt dat dit een zaak van lange adem wordt; - op bladzijde 16 gaat het over jongerenparticipatie. Onder 2, 3 en 4 worden clubs genoemd waar jongeren met ervaring al een bijdrage leveren.

Onder 1 staat onder andere de jongerenadviesraden. In Waadhoeke is ook zo'n jongerenraad, maar voor zover wij weten heeft die nooit over dit onderwerp gesproken. Als het goed is wordt deze jongerenraad begeleid door de griffie, dus wij willen graag bepleiten dat zij deze raad proberen in die richting te duwen; - op bladzijde 20 staat dat men wil streven naar het verminderen van administratieve handelingen. Wij weten natuurlijk dat in het hele zorglandschap geklaagd wordt over de administratieve druk, die ten koste gaat van de zorg zelf. In dit geval worden drie redenen aangevoerd voor deze druk. Wij kunnen daar verder niet over oordelen maar vinden het toch van belang ervoor te pleiten om het aantal administratieve handelingen zo klein mogelijk, of zo laag mogelijk (voorbedrukte formulieren waar men kan volstaan met kruisjes zetten) te houden; - ook op bladzijde 20 wordt gesproken over het hanteren van generieke tarieven. Wij weten natuurlijk dat die beslissing eerder is genomen, maar houden wel onze twijfels. Wij bepleiten dan ook een maximale inspanning om tot een oplossing te komen voor eventuele exploitatieproblemen. - tot slot nog de vraag os de gebiedsteams ook betrokken zijn bij de totstandkoming van deze regiovisie en daarvoor hun inbreng hebben kunnen leveren. 1

Tot zover onze kanttekeningen en wij zien het voorstel aan de colleges graag tegemoet. Met vriendelijke groet, Koos Woudt secretaris ASD NWF post@asdnwf.nl 06-83900882

-----Oorspronkelijk bericht----Van: Hees van, Achille <a.vanhees@waadhoeke.nl> Verzonden: donderdag 17 november 2022 09:39 Aan: 'Rena Zijlstra' <rena.zijlstra@hotmail.com> CC: Themagroep Jeugd <jeugd@asdnwf.nl>; Themagroep Wzw <wmo@asdnwf.nl>; Koos Woudt <kooswoudt@gmail.com>; Creemers, Mathijs <m.creemers@waadhoeke.nl> Onderwerp: RE: Toezegging nav mail 29 september jl Goedendag Rena, Ik heb jullie dinsdag 15-11-2022 de definitieve conceptversie van de regiovisie gestuurd. Ik heb jullie in een eerder stadium(12-09-2022) meegenomen om advies te vragen en input te geven en dat hebben jullie toen gedaan. We hechten veel waarde aan jullie advies en ik zet in het collegeadvies dan ook dat we formeel om advies vragen. Mijn vraag aan jullie is om voor 28-11-2022 met een advies te komen betreffende Regiovisie. Het is een voorstel en niet leidend. Ik weet dat jullie formeel 6 weken de tijd hebben en als jullie dat nodig achten dan is dat zo. We willen als NWF graag dat de regiovisie in januari door de gemeenteraden vastgesteld wordt. De gemeenteraden zijn overigens door SDF in het proces goed meegenomen.

Ik kan dan de stukken nog in december in het college laten behandelen met jullie advies in het raadsvoorstel, dat zou heel fijn zijn, Ik zou het ook graag mondeling via teams of telefonisch willen toelichten als daar behoefte aan is, Met vriendelijke groet, Achille van Hees Beleidsadviseur Sociaal Domein Taakveld Jeugd T: +31 625755830 E: a.vanhees@waadhoeke.nl Beleidsteam Sociaal Domein Noardwest Fryslân

-----Oorspronkelijk bericht----Van: Rena Zijlstra <rena.zijlstra@hotmail.com> Verzonden: maandag 14 november 2022 07:56 Aan: Hees van, Achille <a.vanhees@waadhoeke.nl> CC: Themagroep Jeugd <jeugd@asdnwf.nl>; Themagroep Wzw <wmo@asdnwf.nl>; Koos Woudt <kooswoudt@gmail.com> 2

Onderwerp: Re: Toezegging nav mail 29 september jl LET OP: Dit bericht is afkomstig van buiten de organisatie. Klik niet op links of bijlagen tenzij u de afzender en de inhoud van het bericht vertrouwt.

Goedemorgen Achille, Bedankt voor je vlotte reactie! Spijtig om te lezen dat de werkgroep heeft besloten de Adviesraad niet aan te laten sluiten bij de raadsbijeenkomst en wij lezen graag jouw reactie naar deze reden. Wij vullen in dat jij hier geen invloed hebt gehad. Wij lazen dat het visiestuk bij de Gemeente Terschelling op 6 december op de agenda staat en bij de andere gemeenten vlak voor de Kerst. Wij ontvangen graag de stukken voor deze datum om onze input te geven. Tot slot schrijf je dat we in een eerder stadium het visiestuk omarmen maar ivm tijdgebrek en onderbezetting wil ik nog opmerken dat wij het visiestuk op inhoud niet goed tot ons hebben genomen om een gedegen bijdrage te kunnen leveren en waardoor ik niet kan zeggen dat wij van Themagroep Jeugd het omarmen. Dat betekent m.I. dat we het ermee eens zijn. Wij ontvangen dan ook graag het concept visie stuk die de college’s cq raden ontvangen om onze input te geven waarbij wij hopen dat jij je toezegging kunt staven cq bevestigen. Achille,we lezen graag je reactie op bovenstaande. Vriendelijke groet Rena Zijlstra Themagroep Jeugd/WZW ASD NW Fryslan

Verstuurd vanaf mijn iPhone > Op 11 nov. 2022 om 08:32 heeft Hees van, Achille <a.vanhees@waadhoeke.nl> het volgende geschreven: > > Hallo Rena, > > Wat betreft de raadsbijeenkomst heeft de werkgroep ervoor gekozen om geen adviesraad te laten aansluiten. Aanbeveling is natuurlijk wel om de visie zsm aan te bieden bij de adviesraad. De bijeenkomst die is gehouden waren de raden zeer positief. Ik doe jullie zsm het collegeadvies etc toekomen. In een eerder stadium waren we al met zijn allen tot de conclusie gekomen dat we het visiestuk omarmen, > > Met vriendelijke groet, > > Achille van Hees > > Beleidsadviseur Sociaal Domein > Taakveld Jeugd > > T: +31 625755830 > E: a.vanhees@waadhoeke.nl > Beleidsteam Sociaal Domein Noardwest Fryslân > > > > > > -----Oorspronkelijk bericht----3

> Van: Rena Zijlstra <rena.zijlstra@hotmail.com> > Verzonden: vrijdag 11 november 2022 08:26 > Aan: Hees van, Achille <a.vanhees@waadhoeke.nl>; Themagroep Jeugd <jeugd@asdnwf.nl>; Koos Woudt <kooswoudt@gmail.com>; Klaas De Graaf <kdegraaf21@gmail.com>; Jules Dutrieux CTJH <dutrieux-ct@home.nl>; Klaske Miedema <klaskemiedema123@gmail.com>; Wim Tuma <wtuma@ziggo.nl> > Onderwerp: Toezegging nav mail 29 september jl > > LET OP: Dit bericht is afkomstig van buiten de organisatie. Klik niet op links of bijlagen tenzij u de afzender en de inhoud van het bericht vertrouwt. > > > Goedemorgen Achille, > > Nav ons mailcontact op 29 september mail ik je terug met de vraag of je al weet wanneer er een raadsbijkomst is waar oa de Themagroep Jeugd als toehoorder kon aansluiten bij de behandeling van de Fryske regiovisie Jeugdhulp. > De Themagroep Jeugd is sterk uitgedund en bestaat uit alleen mijn persoon en ik ben daardoor aangesloten bij de Themagroep WZW/Participatie,deze leden neem ik in deze wisseling cc mee. Koos Woudt neem ik ook mee omdat die is ingesprongen als tijdelijk lid van de Themagroep Jeugd. > Achille,we lezen graag je reactie,alvast bedankt. > > Vriendelijke groet > Rena Zijlstra > Themagroep Jeugd > ASD > > Verstuurd vanaf mijn iPhone

4

09 Bestemmingsplan geluidzones industrie Franeker 1 Dossier 2064 voorblad.pdf

Gemeenteraad Waadhoeke Dossiernummer

2064

Extern Zaak ID

2022-249954

Vertrouwelijk

Nee

Vergaderdatum

26 januari 2023

Agendapunt

09

Titel

Bestemmingsplan geluidzones industrie Franeker

Eigenaar

Heide, Doetie van der

Portefeuillehouder

Jan Dijkstra

Bijlagen RV Adviesnota Raad Bijlage 1 Partiële herziening geluidzones industrie Franeker Geagendeerd

Vergaderdatum

Gemeenteraad Waadhoeke

26 januari 2023

Toelichting Franeker heeft een viertal bedrijventerreinen waarbij vestiging van geluidzoneringsplichtige bedrijven is toegestaan (bedrijventerrein Oost, bedrijventerrein West, bedrijventerrein Zuid en bedrijventerrein Vliet en Tuinen). Voor zulke bedrijventerreinen moet op grond van de Wet geluidhinder een geluidzone voor industrielawaai worden opgenomen in het bestemmingsplan. Een geluidzone biedt duidelijkheid over de exacte locaties waar de meer luidruchtige (geluidzoneringsplichtige) bedrijven zich mogen vestigen en biedt daardoor ook bescherming aan nabij gelegen geluidgevoelige functies zoals woningen van derden. In de geluidzone gelden beperkingen voor het bestemmen van geluidgevoelige bestemmingen. Ambtelijk werd eerder geconstateerd, dat in de huidige bestemmingsplannen voor de bedrijventerreinen Oost en West het juiste beloop van die geluidzones niet goed op de plankaart was opgenomen. Daarnaast was ook de binnenste begrenzing van bedrijventerrein West niet geheel voorzien van de benodigde aanduiding ‘overige zone- gezoneerd industrieterrein’. Om bovengenoemde te herstellen is een ontwerpbestemmingsplan opgesteld. U bent hiervan eerder op de hoogte gesteld bij collegevergadering van 27 september jl. Het ontwerpbestemmingsplan heeft gedurende zes weken ter inzage gelegen om een ieder de mogelijkheid te geven een zienswijze in te dienen.

Er is geen zienswijze ingediend. De procedure kan nu verder vervolgd worden Voorgesteld besluit

1. Het bestemmingsplan ‘partiële herziening geluidzones industrie Franeker’, met identificatienummer NL.IMRO.1949.PHFraIndustWenOGZ-VAS1, vast te stellen. 2. Voor dit bestemmingsplan geen exploitatieplan vast te stellen. Besluit 1. Het bestemmingsplan ‘partiële herziening geluidzones industrie Franeker’, met identificatienummer NL.IMRO.1949.PHFraIndustWenOGZ-VAS1, vast te stellen. 2. Voor dit bestemmingsplan geen exploitatieplan vast te stellen. Het voorstel is met algemene stemmen vastgesteld.

1 RV Adviesnota Raad

AAN DE RAAD

Datum opgesteld

06-12-2022

Datum agendering

26-01-2023

Onderwerp

Vaststellen bestemmingsplan geluidzones industrie Franeker Jan Dijkstra

Portefeuillehouder Samenvatting

Behandelend ambtenaar E-mailadres Telefoonnummer

D. van der Heide-Wiersma dj.vanderheide@waadhoe ke.nl 0517 380 380

Het gaat hier om de vaststelling van een bestemmingsplan voor het corrigeren van de geluidzones voor twee industrieterreinen in Franeker, waar geluidzoneringsplichtige bedrijven zijn toegestaan.

Voorstel 1. Het bestemmingsplan ‘partiële herziening geluidzones industrie Franeker’, met identificatienummer NL.IMRO.1949.PHFraIndustWenOGZ-VAS1, vast te stellen. 2. Voor dit bestemmingsplan geen exploitatieplan vast te stellen.

Inleiding Franeker heeft een viertal bedrijventerreinen waarbij vestiging van geluidzoneringsplichtige bedrijven is toegestaan (bedrijventerrein Oost, bedrijventerrein West, bedrijventerrein Zuid en bedrijventerrein Vliet en Tuinen). Voor zulke bedrijventerreinen moet op grond van de Wet geluidhinder een geluidzone voor industrielawaai worden opgenomen in het bestemmingsplan. Een geluidzone biedt duidelijkheid over de exacte locaties waar de meer luidruchtige (geluidzoneringsplichtige) bedrijven zich mogen vestigen en biedt daardoor ook bescherming aan in nabij gelegen geluidgevoelige functies zoals woningen van derden. In de geluidzone gelden beperkingen voor het bestemmen van geluidgevoelige bestemmingen. Ambtelijk werd eerder geconstateerd, dat in de huidige bestemmingsplannen voor de bedrijventerreinen Oost en West het juiste beloop van die geluidzones niet goed op de plankaart was opgenomen. Daarnaast was ook de binnenste begrenzing van bedrijventerrein West niet geheel voorzien van de benodigde aanduiding ‘overige zone- gezoneerd industrieterrein’. Om bovengenoemde te herstellen is een ontwerpbestemmingsplan opgesteld. U bent van de start van de procedure hiervan eerder bij raadsmemo op de hoogte gesteld. Het ontwerpbestemmingsplan heeft gedurende zes weken ter inzage gelegen om een ieder de mogelijkheid te geven een zienswijze in te dienen.

Er is geen zienswijze ingediend. De procedure kan nu verder vervolgd worden. In bijlage 1 treft u het voorgestelde vast te stellen bestemmingsplan aan. Beoogd (meetbaar) effect Het doel van deze partiële herziening is het juridisch en planologisch correct regelen van de gebiedsaanduidingen voor zowel de geluidzones als het gezoneerd industrieterrein voor bedrijventerreinen Oost en West in Franeker. Motivering Argumenten 1.1 Dit bestemmingsplan zorgt voor een juridisch en planologisch correcte regeling van de gebiedsaanduidingen voor de geluidzones. Er is geen sprake van inhoudelijke wijzigingen voor de industrieterreinen. Het gaat hier alleen om het correct opnemen van de gebiedsaanduidingen voor de geluidzones en het gezoneerd industrieterrein van de bedrijventerreinen Oost en West in Franeker, omdat deze eerder bij de vaststelling van de huidige bestemmingsplannen per ongeluk niet of niet juist zijn opgenomen. 1.2 Uw raad is bevoegd tot het vaststellen van het bestemmingsplan. Nu er geen zienswijzen tegen het ontwerpbestemmingsplan zijn ingediend, kan de procedure worden vervolgd. Dit betekent dat het plan ongewijzigd door uw raad kan worden vastgesteld. 2.1 Het betreft hier een gemeentelijk actualisatieplan. Het gaat hier om herstel van de huidige regeling. De gemeente draagt hierbij zelf de kosten voor het opstellen van het plan en de bijbehorende procedure.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=waadhoeke&id=a6ac3896-f237-4213-b01f-9dff79fafc6e