CConstaterende datwaadhoeke
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Gemeenteraad Waadhoeke 27 oktober 2022, gemeente waadhoeke29.239 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Het Nieuwe Kanaal bereikte in 1893 Franeker, liep aan de zuidkant om de toenmalige stad heen en sloot ten westen van Franeker weer aan op de (eveneens verbeterde) vaarweg naar Harlingen. Uitbreiding en modernisering Daardoor verloor het Vliet een deel van de oorspronkelijke functie, maar de werf kreeg in feite een betere ligging aan die nieuwe vaarweg van Leeuwarden naar Harlingen, die door veel grotere schepen gebruikt kon worden. Johannes wilde wel mee met de nieuwe tijd en met vooruitziende blik had hij al van tevoren bouwland gekocht, grenzend aan de werf en achter de huizen aan het Oostvliet. De nieuwe situering bood interessante mogelijkheden voor aanpassing, uitbreiding en modernisering van de werf, hetgeen ook gebeurde. Er werden nieuwe hellingen gebouwd zodat aan meer schepen tegelijk gewerkt kon worden.27

Cultuurhistorische waardering Werfgebouw Draaisma - 30 april 2022 - blz. 8

IJzerbouw Minder vooruitziend was Johannes als het ging om een andere noviteit, die de industriële revolutie met zich meebracht op scheepsbouwgebied: de bouw van ijzeren schepen.28 Johannes moest daar niet veel van weten, maar zijn zoon (Klaas Johannes, let op de opvolging van voornamen) had dat beter door. Hij had de kennis van de ijzeren scheepsbouw op een werf in Groningen opgedaan en in 1897 werd de eerste ijzeren tjalk gebouwd voor een Franeker schipper, die het schip toepasselijk 'De Eersteling' noemde. Draaisma was daarmee één van de eerste Friese ijzerbouwers.29 Verdere uitbreiding In 1901 kon Klaas de werf van zijn vader overnemen en verdere uitbreiding stond op het programma. Er kwam een dwarshelling bij, bedoeld voor binnenschepen van 80 tot 100 ton. Zes tjalken konden tegelijk 'op de helling' worden gezet. Voor de aandrijving van de lieren voor het omhoogtrekken van de schepen werd een verbrandingsmotor aangeschaft en uiteindelijk een elektromotor. Vóór die tijd gebeurde dat met de hand. Er werd een werkplaats gebouwd, ook al met een verbrandingsmotor om de machines aan te drijven. Door de omschakeling op de ijzerbouw en de verdere uitbreiding werd het steeds drukker op de werfhelling en was steeds meer personeel nodig. Met de andere werven bood Draaisma in Franeker heel wat werkgelegenheid.

Marketing De jaren 1920 lieten in ons land een tijd van kortstondige, maar ongekende technische en economische groei en bloei zien. Klaas had oog voor de nieuwe vormen van bedrijfsvoering en marketing. Er werden uiteenlopende scheepstypes gebouwd voor diverse marktsegmenten: de typisch Friese skûtsjes en snikken, maar ook de grotere tjalken, aken, klippers en klipperaken (ook als motorschip). Daarnaast sleepboten, vletten, schouwen en voor de landbouw melkboten en pramen. De pramen werden gebouwd in soorten en maten, van vijf tot 22 ton met nog zeven keuzes daar tussenin. Ze werden ook gebouwd voor eigen rekening en risico, waarbij ze later verkocht konden worden. Verhuur Maar er was ook een voorraad pramen voor de verhuur. Dit was een lucratieve bron van inkomsten en voor de agrariërs in de omgeving een uitkomst. Het gebruik van pramen was doorgaans sterk seizoensgebonden (oogsten, hooien) en zo kon men over een praam beschikken uitsluitend wanneer die nodig was. Op krediet Klaas leverde ook op krediet aan klanten en zorgde daarbij voor een overeenkomst voor rente en aflossing. De werf zat voldoende ruim bij kas en dat leverde opnieuw meer werk op. Verder werd Klaas met zijn werf ook lid van de Friesche Scheepbouwers Vereniging, al met al was hij een druk zakenman. Behalve nieuwbouw bleven reparatie en onderhoud van belang.

In de jaren 1920 verbleven jaarlijks zo'n honderd schepen met dat doel op de helling. Crisis en oorlog De beurskrach, die een bruusk einde maakte aan de 'roerige jaren twintig' raakte vanaf begin jaren 1930 ook ons land. De crisisjaren begonnen voor de werf trouwens dubbelslecht. In 1931 overleed Klaas, de man die de werf zo kundig tot bloei had gebracht. Zijn weduwe nam de werf over. De dagelijkse leiding ging gelukkig naar de volgende generatie, naar hun zoon die - hoe kan het ook anders - wederom Johannes heette, op dat moment pas 17 jaar oud.

Cultuurhistorische waardering Werfgebouw Draaisma - 30 april 2022 - blz. 9

Het laatste skûtsje De nieuwbouw van schepen kwam intussen bijna stil te liggen - in 1933 werd op de werf het laatste ijzeren skûtsje gebouwd, overigens ook het laatste skûtsje van heel Friesland!30 De werkzaamheden beperkten zich verder tot onderhoud en reparatie. Nog in de jaren 1930 werd een reparatiewerkplaats voor scheepsmotoren en een machinefabriek ingericht met draaibank, freesmachine en zaagmachines. Zo konden de activiteiten worden uitgebreid met aanpalend werk als plaat- en smeedwerk en ijzerconstructies. Al snel volgde echter de malaise van de oorlogsjaren. Er ontstond gebrek aan alles en nu lag ál het werk stil. Nieuwe bloeiperiode Na de Tweede Wereldoorlog krabbelde de economie langzaam weer op, tot rond 1950 toen het vooroorlogse welvaartspeil weer was bereikt. In de jaren 1950 en 1960 vond in ons land weer een nieuwe economische bloeiperiode plaats, waar ook de scheepsbouw van profiteerde. Ook Friesland profiteerde mee, maar waar de nieuwe economische ontwikkelingen elders in Nederland vaak tot sterke mechanisering en schaalvergroting in de scheepsbouw leidden, maakte de scheepsbouw in Friesland, enkele uitzonderingen daargelaten, juist geen sterke industrieel georiënteerde schaalvergroting mee. In Friesland bleef de scheepsbouw, meer dan elders, een ambacht, niet zelden blijvend uitgeoefend in familieverband.

Van Harinxmakanaal Voor de noordelijke provincies werd het vooroorlogse plan tot vergaande verbetering van de grote kanalen, opnieuw opgepakt.31 Voor de verbetering van de vaarverbinding Leeuwarden - Franeker Harlingen werd het Van Harinxmakanaal aangelegd; deels nieuw, deels als verbetering van de bestaande vaarwegen. De uitmonding van het Vliet werd omgelegd naar dit nieuwe kanaal. De feestelijke opening van het Van Harinxmakanaal vond plaats op 30 mei 1951. Ambachtelijk Voor de werf van Draaisma bood dit wederom nieuwe kansen door de verbeterde bereikbaarheid, al was er enig protest nodig om te zorgen dat de werf goed bereikbaar zou blijven. Johannes schakelde leden van de Gedeputeerde Staten en de Gemeente Franeker in. Uiteindelijk met succes; er werd voorzien in een adequate verbinding en een ruime opvaart en havenkom voor de werf. Overigens bleef de scheepswerf van Draaisma, ondanks de technologische vernieuwingen, een duidelijk ambachtelijk karakter houden. In het onderstaande (blz. 14) zullen we zien hoe dat voor een heel groot van de Friese scheepsbouw gold. Jachtbouw Van de economische groei profiteerde het bedrijf volop. Er bestond een sterke inhaalvraag naar achterstallig onderhoud en reparatie, modernisering en nieuwbouw van schepen voor de beroepsvaart. Veel schepen werden verlengd om daardoor het laadvermogen te vergroten.

Daarbij kwam dat met de toenemende welvaart de werf kon inspelen op de groei van de pleziervaart. Een nieuwe afdeling voor jachtbouw, reparatie en stalling werd ingericht. Verandering nodig In 1972 werd het bedrijf omgezet in een vennootschap onder firma (v.o.f.); Johannes en zijn beide zonen Klaas en Jetze traden toe als firmanten. Na het overlijden van Johannes in 1984 zetten de beide broers de vennootschap voort. Klaas en Jetze waren zich ervan bewust dat verandering nodig was; ze specialiseerden zich in onderhoud, reparatie en nieuwbouw van kleinere jachten en bedrijfsvaartuigen, maar ook van gespecialiseerde vaartuigen voor de overheid (meet- en inspectievaartuigen). In 1985 werd er een grote loods gebouwd voor een overdekte winterberging voor pleziervaartuigen. Het bedrijf bleef tot 2001 aan het Vliet gevestigd, vlakbij de binnenstad van Franeker.

Cultuurhistorische waardering Werfgebouw Draaisma - 30 april 2022 - blz. 10

Shipdock Draaisma verhuisd Uiteindelijk bleek de locatie aan het Vliet niet voldoende geschikt voor een rendabele bedrijfsvoering, ook al vanwege de strenger wordende milieuwetgeving. Het bedrijf werd opgedeeld en verhuisde in 2001 naar een locatie op het Industrieterrein West langs het Van Harinxmakanaal, waar de werf onder de naam 'Shipdock Draaisma' nog altijd opereert. Klaas en Jetze Draaisma trokken zich uit het actieve bedrijfsleven terug, maar de naam Draaisma bleef bestaan! Cultuurhistorisch waardevol In 2021 werd het hele bedrijfsterrein verkocht aan een projectontwikkelaar, die er - conform de wens van de gemeente - woningen wil bouwen. Tegen woningen kan de rechtgeaarde Franeker geen bezwaar hebben, want ook hier bestaat een tekort aan huizen. Echter, op het terrein van Draaisma resteert nog het cultuurhistorisch waardevolle werfgebouw van eind negentiende eeuw. Dat zou zo maar gesloopt kunnen worden. Dan zou een representatieve, herkenbare en (vooral!) unieke herinnering aan de vele, kleinere werven die eeuwenlang in en om de stad hebben bestaan, verloren gaan. In het hierna volgende hoofdstuk 2 wordt als een 'redengevende omschrijving' op kwalitatieve wijze betoogd dat sloop van het historisch werfgebouw cultuurhistorisch gezien onverantwoord is.

En het zij nogmaals gezegd: mede als aanvulling (en aanscherping) op de opmerking van het Steunpunt, dat behoud van de werf uit cultuurhistorisch oogpunt 'wenselijk' is.32

Cultuurhistorische waardering Werfgebouw Draaisma - 30 april 2022 - blz. 11

Harlingerend

Vliet Harlinger trekvaart Scheepsbouw sinds +/- 1770

Het Vliet was sinds medio zeventiende eeuw onderdeel van de Harlinger Trekvaart en daarmee een druk bevaren scheepvaartroute. Eerste scheepsbouwactiviteiten vinden we hier al eind zestiende eeuw (Bron: Topotijdreis - kaartbeeld 1880). De stad ontwikkelde zich meer en meer als het centrum van de binnenvaart in Westergo, gunstig gelegen aan de trekvaarten en andere waterwegen in de omgeving (Bron: kaart van Westergo uit Sepp, Jan Christiaan; Reise- en Zakatlas, 1773. via https://tjerkmiedema.nl/artikelen_franeker/Franeker-stadsbeeldin-1773.pdf).

Cultuurhistorische waardering Werfgebouw Draaisma - 30 april 2022 - blz. 12

Tijdens de industriële revolutie ging de infrastructuur op de schop. Het Nieuwe Kanaal werd gegraven en de werf kreeg een betere ligging met mogelijkheden voor modernisering. (Bron: Historisch Centrum Franeker) Na de Tweede Wereldoorlog was wederom nieuwe infrastructuur nodig en werd het Van Harinxmakanaal aangelegd. Daarmee ontstonden weer nieuwe kansen voor modernisering en uitbreiding voor Draaisma. (Foto aan de muur in het kantoor van Draaisma, bron: Vereniging Vrienden van de Stad Franeker - Max Popma).

Cultuurhistorische waardering Werfgebouw Draaisma - 30 april 2022 - blz. 13

2. CULTUURHISTORISCHE WAARDERING Onderstaand wordt een integrale cultuurhistorische waardering van het werfgebouw van de scheepswerf Draaisma gepresenteerd. De gehanteerde werkwijze leunt sterk op de methodiek die destijds gebruikt is ten behoeve van het Monumenten Selectie Project én op die van het Projectbureau Industrieel Erfgoed, beide gebruikt voor objecten uit de periode 1850 en 1940, dus bij uitstek geschikt voor de onderhavige scheepswerf van Draaisma.33,34 Opgemerkt moet worden dat onderstaande motiveringen niet altijd het individuele werfgebouw betreffen, maar de scheepswerf als geheel. Dat was niet altijd te vermijden; het blijft gaan om het behoud van het werfgebouw. Als het behouden wordt is dit object te zien als een waardige representant van de werf van Draaisma. 1. Cultuurhistorische waarden • Belang van het object als bijzondere uitdrukking van een sociaal-economische ontwikkeling Franeker heeft een lange geschiedenis als stad van handel en verkeer, die teruggaat tot de Middeleeuwen. Talloze objecten, meest in de oude binnenstad, getuigen daarvan. Daaronder Rijksmonumenten als het Korendragershuisje, de Waag, pakhuizen aan Froonacker en Vliet, grachten en kaden, maar ook vele woonhuizen. Daarbij gaat het vooral om monumenten van vóór 1850. De ontwikkeling van Franeker als stad van handel en verkeer hield echter niet op in 1850, integendeel.

De industriële revolutie én de economische ontwikkelingen daarna zorgden ervoor dat handel en nijverheid bloeiden als nooit tevoren. Handel en nijverheid stimuleren van oudsher de scheepsbouw. Franeker heeft dan ook al een zeer lange scheepsbouwtraditie. Juist in de tweede helft van de negentiende eeuw kwam de scheepsbouw, na de crisis, tot hernieuwde bloei. Veldman telt in zijn boek 'Schuitmakers in Franeker' dertien scheepswerven op diverse plekken rond de stad; een enkele bestaande, maar ook nieuw gevestigde.35 Daarvan was de werf Welgelegen van de familie Draaisma er één. Niet alleen is deze werf, op provinciaal niveau, nu één van de meest kenmerkende met de 'oudste papieren',36 het is ook één van de weinige werven uit die tijd die nog herkenbaar aanwezig is, al zijn enkele belangrijke elementen in de loop van de tijd wel verdwenen.37 Dat kenmerkende zit 'm vooral ook in het ambachtelijke karakter, dat - ondanks technologische vernieuwingen - duidelijk aanwezig bleef. Dat geldt voor de gehele scheepsbouw in Friesland die, enkele uitzonderingen daargelaten, in de twintigste eeuw geen sterke schaalvergroting heeft meegemaakt, zoals elders in Nederland. De traditionele ordening, met veel kleine, lokaal georiënteerde werven bleef gehandhaafd. In Friesland was de scheepsbouw, meer dan elders, een ambacht.

Van een echte industriële ontwikkeling met de daarbij behorende schaalvergroting was doorgaans geen sprake. • Belang van het object als bijzondere uitdrukking van een technische of typologische ontwikkeling Technisch en typologisch is het object een sprekend voorbeeld van een werfgebouw uit de tijd dat van houtbouw werd overgegaan op de scheepsbouw in ijzer en staal.38 Met in het interieur de voor ijzerbouw typerende techniek (werktuigen en gereedschappen) van een ambachtelijk werkende scheepswerf.

Cultuurhistorische waardering Werfgebouw Draaisma - 30 april 2022 - blz. 14

Qua producten (de vaartuigen) werden er - eveneens technisch en typologisch gezien - allerlei schepen gebouwd in meer variaties dan voorheen, vooral voor de binnenvaart: de typisch Friese skûtsjes en snikken, maar ook grotere tjalken, motorvrachtschepen, sleepboten en dergelijke. En voor de directe omgeving (Franeker lag en ligt te midden van agrarisch gebied) natuurlijk melkboten en pramen. • Belang van het object wegens innovatieve waarden of pionierskarakter Waren de meeste scheepswerven rond 1900 nog actief met het bouwen van houten schepen, Draaisma bleek meer innovatief en schakelde al vóór 1900 over op het bouwen van ijzeren schepen. Een belangrijke technische ontwikkeling, die door Draaisma als één van de eerste Friese werven werd toegepast.39 Van de talloze schepen die hier gebouwd werden, zijn er nog vele in de vaart, met name skûtsjes en tjalken. Ze maken al dan niet deel uit van de bruine vloot, zoals de beroemde 'Bruinvisch' van Cees Dekker, één van de oudste zeilende historische charterschepen in ons land.40 Met bouwjaar 1902 is de Bruinvisch overigens een mooi voorbeeld van een ijzeren tjalk uit die pioniersfase. 2.

Architectuurhistorische waarden • Belang van het object voor de geschiedenis van de architectuur Het werfgebouw is een zeer typerend voorbeeld van een industrieel gebouw in de zeer sobere en strikt functionele architectuur van eind negentiende, begin twintigste eeuw, zoals dat in Franeker niet meer in gave en herkenbare vorm voorkomt.41 • Belang van het object wegens de bijzondere samenhang tussen exterieur en interieur Hoewel de Draaisma's dus zeker lange tijd economische en technische ontwikkelingen op de voet gevolgd hebben, bleef de werkwijze ambachtelijk. Dat betekent dat niet alleen het huidige gebouw, maar ook gereedschappen en werktuigen en het interieur grotendeels dezelfde geschiedenis weerspiegelen. 'Hier staan nog de oude metaalbewerkingsmachines. Er is nog een oude smidse, met zwartgeblakerde schouw en Friese geelties als brandwerende vloer. Om de hoek van de smidse is nog een grote nagelbak, met in ieder vak een ander soort klinknagel. Aambeelden, klinkhamers, smeedtangen, al het gereedschap is er nog', aldus Meindert Seffinga, voormalig directeur van het Fries Scheepvaartmuseum in Sneek.42 De samenhang is zonder meer overtuigend. 3.

Ensemblewaarden • Belang van het object als essentieel onderdeel van een groter geheel dat cultuurhistorisch en stedenbouwkundig van groot belang is / bijzondere betekenis van het object wegens de situering verbonden met de ontwikkeling en uitbreiding van stad en infrastructuur Als het 'grotere cultuurhistorisch en stedenbouwkundig-historisch geheel' beschouwen we hier het totale gebied rond het Vliet vanaf de binnenstad, vanouds een druk bevaren route richting Harlingen en medio zeventiende eeuw geschikt gemaakt als trekvaart. Het Vliet ontwikkelde zich in de loop van de tijd buiten de toenmalige stad tot een maritiem-economisch gebied met een bijzonder en eigen karakter; tamelijk zelfstandig en kenmerkend voor menig havenbuurt, ook elders in ons land.43

Cultuurhistorische waardering Werfgebouw Draaisma - 30 april 2022 - blz. 15

In 1893 werd het Nieuwe Kanaal aangelegd, een nieuw gegraven verbinding ten zuidoosten van de bestaande bebouwing aan het Vliet. Daardoor verloor het Vliet een deel van de oorspronkelijke functie, maar de werf kreeg in feite een betere ligging aan die nieuwe vaarweg van Leeuwarden naar Harlingen die door veel grotere schepen gebruikt kon worden. De nieuwe situering bood interessante mogelijkheden voor aanpassing, uitbreiding en modernisering van de werf, hetgeen ook gebeurde. Het gebied tussen de oude stad Franeker en het Nieuwe Kanaal raakte intussen meer en meer vol met bedrijfsbebouwing. Uit de tijd, dat het Nieuwe Kanaal werd gegraven (jaren 1890) is in de directe omgeving van de werf nog een brugwachterswoning aanwezig, behorend bij een draaibrug over het kanaal. Deze is van een standaardtype, dat op meer plaatsen langs het Nieuw Kanaal werd gebouwd.44 Brug en water zijn op die plek inmiddels weg; de voormalige brugwachterswoning heeft nu een woonfunctie. Ook de aanleg van het Van Harinxmakanaal na WO II bood voor de werf nieuwe kansen door de verbeterde bereikbaarheid. Daarbij kwam dat door de toenemende welvaart de werf kon inspelen op de groei van de pleziervaart. Een nieuwe afdeling voor jachtbouw en -reparatie en stalling werd ingericht. Zo illustreren werf en werfgebouw op heldere wijze de relatie met de ontwikkeling van de stad Franeker en haar infrastructuur.

• Betekenis van het object wegens de wijze van verkaveling en inrichting van het werfterrein als geheel Er bestaat een duidelijke relatie met de insteekhaven bij de werf, vanwege de voormalige helling die vanaf het werkgebouw naar de insteekhaven liep. In het algemeen is de verkaveling, zoals die historisch is gegroeid, nog in tact. • Bijzondere betekenis van het object voor het aanzien van de stad Hoewel niet direct bij de binnenstad gelegen, gaat het om een markant bedrijfsgebouw dat van groot belang is voor het aanzien van een stad, die het in de negentiende en twintigste eeuw vooral moest hebben van de bloei van handel en verkeer, waaronder dus de scheepsbouw.45 • Belang van het object wegens de relatie met andere objecten in de stad Aan de Groen van Prinstererlaan (toentertijd de Kanaalweg) bevindt zich op nr. 18 nog steeds de woning van de eerste eigenaar van de werf: Klaas Draaisma. De woning wordt gesierd door een tegeltableau met een schip erop.46 4. Gaafheid/herkenbaarheid • Belang van het object wegens de gaafheid van ex- en interieur Het werfgebouw is nog in hoge mate herkenbaar als negentiende/twintigste-eeuwse bebouwing van een scheepswerf, ook qua interieur.

Cultuurhistorische waardering Werfgebouw Draaisma - 30 april 2022 - blz. 16

• Belang van het object in relatie tot de visuele gaafheid van grote delen van de directe stedelijke omgeving De directe stedelijke omgeving, waarmee we hier vooral het Vliet bedoelen, is in hoge mate visueel gaaf gebleven of weer als zodanig gerestaureerd. Aan het Vliet bevinden zich nog een aantal historische - deels Rijksmonumentale - pakhuizen en een - Rijksmonumentale - ophaalbrug. Het Vliet valt bovendien tot ongeveer de helft binnen het beschermd stadsgezicht. De relatie met het in principe gaaf bewaarde werfgebouw is van groot belang voor het historisch aanzien van het hele gebied. 5. Zeldzaamheid • Uitzonderlijk belang van het object wegens een of meer van de onder 1 tot en met 4 genoemde kwaliteiten Van de dertien scheepswerven uit de negentiende en twintigste eeuw is een aantal bewaard gebleven, echter niet in hun historische vorm. Twee belangrijke werven zijn in de tweede helft van de twintigste eeuw verhuisd naar het westelijke industriegebied aan het Van Harinxmakanaal, ook Draaisma zelf (onder de naam Shipdock Draaisma). De tegenover de werf van Draaisma aanwezige werf van Bodewes is inmiddels geheel verdwenen en vervangen door woningbouw. Aan de Dongjumervaart bevinden zich nog gebouwen van de voormalige werf van Brandsma. Dit zijn nu woningen die in niets meer herinneren aan de tijd dat hier een scheepswerf was gevestigd.

Het historische werfgebouw op de werf van Draaisma is, met enige annexen, het enige object dat nog als zodanig herkenbaar is en als zodanig herinnert aan de scheepsbouw die in Franeker In de negentiende en twintigste eeuw ontstond én tot bloei kwam. Dat betekent dat dit werfgebouw zeer zeldzaam (want uniek) is in de onder 1 tot en met 4 genoemde kwaliteiten en daarmee van uitzonderlijk belang. In heel Friesland zijn twee werven aangewezen als Rijksmonument, in Workum en in Joure. Deze representeren typologisch gezien beide de houtbouw van schepen. Van de werven die typologisch gezien de zo belangrijke periode van de ijzer- en staalbouw representeren, is zelfs in heel Friesland vrijwel niets herkenbaars meer over dat als cultuurhistorisch waardevol gezien kan worden. Naast Franeker bevindt zich, voor zover we weten, een vergelijkbare werf alleen nog in Drachten, waarmee de werf van Draaisma zelfs op provinciaal niveau een buitengewoon hoge zeldzaamheidswaarde heeft.

Cultuurhistorische waardering Werfgebouw Draaisma - 30 april 2022 - blz. 17

Belang van het object als bijzondere uitdrukking van een sociaal-economische ontwikkeling. Talloze (Rijksmonumentale) objecten in de oude binnenstad getuigen van de lange geschiedenis van Franeker als stad van handel en verkeer, waaronder het Korendragershuisje. Daarbij gaat het vooral om monumenten van vóór 1850 (Bron: Agnes Monkelbaan via Wikimedia Commons) Belang van het object als bijzondere uitdrukking van een sociaal-economische ontwikkeling. De ontwikkeling van Franeker hield niet op in 1850. Juist in de tweede helft van 19e eeuw kwamen handel en verkeer, en daarmee de scheepsbouw, tot hernieuwde bloei en zagen we zo'n dertien scheepswerven rond de binnenstad ontstaan. (Bron: Veldman, H.O. 2009)

Cultuurhistorische waardering Werfgebouw Draaisma - 30 april 2022 - blz. 18

Belang van het object als bijzondere uitdrukking van een sociaaleconomische ontwikkeling. Van de dertien werven, die Veldman telt, was de werf Welgelegen van de familie Draaisma er één. Op provinciaal niveau is het één van de meest kenmerkende met de 'oudste papieren'. (Bron: Johan Jorritsma)

Belang van het object als bijzondere uitdrukking van een sociaaleconomische ontwikkeling. De situering aan het Nieuwe Kanaal vanaf 1893 bood interessante mogelijkheden voor aanpassing, uitbreiding en modernisering van de werf, hetgeen ook gebeurde. (Bron: Delpher via de 'Werkgroep Vliet')

Cultuurhistorische waardering Werfgebouw Draaisma - 30 april 2022 - blz. 19

Belang van het object wegens innovatieve waarden of pionierskarakter. Draaisma schakelde, als één van de eerste Friese werven, al vóór 1900 over op de bouw van ijzeren schepen. Van die ijzeren schepen zijn er nog vele in de vaart, zoals de beroemde 'Bruinvisch' van Cees Dekker. (Bron: De Mark, www.msdemark.nl)

Belang van het object wegens innovatieve waarden of pionierskarakter. Van andere vroege ijzeren schepen van Draaisma hangt nog een herinnering in het werfgebouw. (Bron: Vereniging Vrienden van de Stad Franeker - Max Popma)

Cultuurhistorische waardering Werfgebouw Draaisma - 30 april 2022 - blz. 20

Belang van het object voor de geschiedenis van de architectuur. Een zeer typerend voorbeeld van een industrieel gebouw in de zeer sobere en functionele architectuur van de negentiende en twintigste eeuw, zoals dat in Franeker niet meer in gave vorm voorkomt. (Bronnen: Johan Jorritsma)

Cultuurhistorische waardering Werfgebouw Draaisma - 30 april 2022 - blz. 21

Belang van het object wegens de bijzondere samenhang tussen exterieur en interieur. De werkwijze bleef ambachtelijk en niet alleen het huidige gebouw, maar ook gereedschappen en werktuigen, en het interieur als geheel, weerspiegelen grotendeels dezelfde geschiedenis. (Bron: Vereniging Vrienden van de Stad Franeker - Max Popma)

Belang van het object wegens de bijzondere samenhang tussen exterieur en interieur. Om de hoek van de smidse is nog een grote nagelbak, met in ieder vak een ander soort klinknagel. (Bron: Douwe Jorna)

Cultuurhistorische waardering Werfgebouw Draaisma - 30 april 2022 - blz. 22

Belang van het object wegens de bijzondere samenhang tussen exterieur en interieur. Hier staan nog de oude metaalbewerkingsmachines. 'Aambeelden, klinkhamers, smeedtangen, al het gereedschap is er nog'. De samenhang is zonder meer overtuigend. (Bronnen: Vereniging Vrienden van de Stad Franeker - Max Popma)

Cultuurhistorische waardering Werfgebouw Draaisma - 30 april 2022 - blz. 23

Belang van het object als essentieel onderdeel van een groter geheel dat cultuurhistorisch en stedenbouwkundig van groot belang is… Als het grotere cultuurhistorisch en stedenbouwkundig-historisch geheel beschouwen we hier het totale gebied vanaf de binnenstad rond het Vliet, vanouds een druk bevaren route richting Harlingen en medio zeventiende eeuw geschikt gemaakt als trekvaart. (Bron: Plattegrond van Schotanus [1664] via Wikimedia Commons) ….. en de bijzondere betekenis van het object wegens de situering verbonden met de ontwikkeling en uitbreiding van stad en infrastructuur. In 1893 werd het Nieuwe Kanaal aangelegd, waardoor de werf Draaisma kreeg een betere ligging kreeg . (Bron: Topotijdreis - kaartbeeld 1930)

Cultuurhistorische waardering Werfgebouw Draaisma - 30 april 2022 - blz. 24

Belang van het object als essentieel onderdeel van een groter geheel dat cultuurhistorisch en stedenbouwkundig van groot belang is…. Het Vliet ontwikkelde zich in de loop van de tijd tot een gebied met een bijzonder en eigen karakter'; kenmerkend voor menig havenbuurt, ook elders in ons land. (Bronnen: Historisch Centrum Franeker)

Cultuurhistorische waardering Werfgebouw Draaisma - 30 april 2022 - blz. 25

….. en de bijzondere betekenis van het object wegens de situering verbonden met de ontwikkeling en uitbreiding van stad en infrastructuur. Uit de tijd, dat het Nieuwe Kanaal werd gegraven, dateert in de directe omgeving van de werf nog een brugwachterswoning, behorend bij een draaibrug over het kanaal (zie de letters 'Dr V br' op de plattegrond op bladzij 24). Brug en water zijn weg, de brugwachterswoning bleef. (Bronnen: Google Streetview [boven] en Historisch Centrum Franeker [onder])

Cultuurhistorische waardering Werfgebouw Draaisma - 30 april 2022 - blz. 26

Betekenis van het object wegens de wijze van verkaveling en inrichting van het werfterrein als geheel. Er bestaat een duidelijke relatie met de insteekhaven bij de werf, vanwege de voormalige helling die vanaf het werfgebouw naar de insteekhaven liep. (Bron: Friends of Frentsjer) Bijzondere betekenis van het object voor het aanzien van de stad. Het gaat om een markant bedrijfsgebouw dat van groot belang is voor het aanzien van de stad, die het onder meer moest hebben van de scheepsbouw. (Bron: Vereniging Vrienden van de Stad Franeker - Max Popma)

Cultuurhistorische waardering Werfgebouw Draaisma - 30 april 2022 - blz. 27

Belang van het object wegens de relatie met andere objecten in de stad. Aan de Groen van Prinstererlaan (voorheen Kanaalweg) bevindt zich op nr. 18 nog steeds de woning van de eerste eigenaar van de werf: Klaas Draaisma. De woning wordt gesierd door een tegeltableau met een schip er op in Art Nouveau-stijl of Jugendstil. (Bron: Piet Postma)

Cultuurhistorische waardering Werfgebouw Draaisma - 30 april 2022 - blz. 28

Belang van het object wegens de gaafheid van ex- en interieur. Het werfgebouw is nog in hoge mate herkenbaar als negentiende/twintigste-eeuwse bebouwing van een scheepswerf, ook qua interieur. (Bron: Vereniging Vrienden van de Stad Franeker - Max Popma) Belang van het object in relatie tot de visuele gaafheid van grote delen van de directe stedelijke omgeving. De directe stedelijke omgeving, waarmee we hier vooral het Vliet bedoelen, is in hoge mate visueel gaaf gebleven of weer als zodanig gerestaureerd. Aan het Vliet, bevindt zich nog een aantal historische - deels Rijksmonumentale en gerestaureerde - pakhuizen en een - Rijksmonumentale - ophaalbrug. (Bron: Historisch Centrum Franeker)

Cultuurhistorische waardering Werfgebouw Draaisma - 30 april 2022 - blz. 29

Belang van het object in relatie tot de visuele gaafheid van grote delen van de directe stedelijke omgeving. Het Vliet valt deels binnen het beschermd stadsgezicht. De relatie met het in principe gaaf bewaarde werfgebouw aan de andere kant van het Vliet is van groot belang voor het historisch aanzien van het hele gebied.(Bronnen: Wikimedia Commons [boven] en Marion Golsteijn via Wikimedia Commons [onder])

Cultuurhistorische waardering Werfgebouw Draaisma - 30 april 2022 - blz. 30

Zeldzaamheid - Uitzonderlijk belang van het object wegens een of meer van de onder 1 tot en met 4 genoemde kwaliteiten. Het werfgebouw van Draaisma is, van de vele werven die Veldman telt, als enige representant herkenbaar overgebleven. En is dus zeer zeldzaam (want uniek) in de onder 1 tot en met 4 genoemde kwaliteiten. (Bron: Veldman, H.O. 2009)

Zeldzaamheid. De tegenover de werf van Draaisma gelegen werf van Bodewes bijvoorbeeld, is inmiddels geheel verdwenen en vervangen door woningbouw. (Bron: Historisch Centrum Franeker)

Cultuurhistorische waardering Werfgebouw Draaisma - 30 april 2022 - blz. 31

Zeldzaamheid. Bij de Noorderpoort bevond zich tot begin jaren 1920 de werf van Koningsveld. 'Niets wijst heden ten dage meer naar de plek waar ooit een scheepswerf was gevestigd'.47 (Bron: Historisch Centrum Franeker).

Zeldzaamheid. Aan de Dongjumervaart bevinden zich nog gebouwen van de voormalige werf van Brandsma, gesloten in de jaren 1930. Het zijn nu woningen die in niets meer herinneren aan de scheepswerf van weleer. (Bron: Historisch Centrum Franeker).

Cultuurhistorische waardering Werfgebouw Draaisma - 30 april 2022 - blz. 32

BRONNEN Brugge, Jeroen ter en Gerbrand Moeyes, Elisabeth Spits (red): Scheepsbouw in perspectief, werven in Nederland 1870 - 2007 (Zutphen, 2009). Commissie Industrieel Erfgoed: Het Industrieel Erfgoed en de Kunst van het vernietigen. Adviesnota, uitgebracht door de Commissie Industrieel Erfgoed in opdracht van de Minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur (Zeist, 1990), hoofdstuk 7: Naar een verantwoorde selectie. Delpher, online krantenbank: www.delpher.nl. Eissens, Jan (Stichting Stamboek Ronde en Platbodemjachten, SSRP) via de website van de SSRP: https://www.ssrp.nl/publicaties/goed-gebundeld/jan-eissens-het-stamboek-in-de-spiegel-derzeilvaart/2020-5-de-pioniersgeest-van-het-stamboek-deel-4/de-friese-scheepsbouw-en-scheepvaart--jaarboek-fries-scheepvaart-museum-en-oudheidkamer-kamminga-l-1977. Blz. 36-37. Heide, Gerard van der: Knokken op het Vliet. In: Franicker, historisch tijdschrift voor Franeker en omgeving. Nummer 7 (2012). Laan, Anne van der: Tering en nering aan het Vliet. In: Franicker, historisch tijdschrift voor Franeker en omgeving. Nummer 7 (2007), m.n. blz. 27-28. Lyklema, Hisse: Scheepswerf Welgelegen. In: Franicker, historisch tijdschrift voor Franeker en omgeving. Nummer 7 (2007), blz. 33-36. Miedema, Tjerk: 18de eeuwse reisgids onthult Franeker stadsbeeld (Kleve, 2015).

Via: https://tjerkmiedema.nl/artikelen_franeker/Franeker-stadsbeeld-in-1773.pdf. Postma, Piet: Gevelstenen in Franeker, keihard bewijs van een rijk verleden (Franeker, 2020). Rijksdienst voor de Monumentenzorg: Handleiding Selectie en Registratie Jongere Stedebouw en Bouwkunst 1850 - 1940 (Zeist, 1991). Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed: https://www.cultureelerfgoed.nl/onderwerpen/waarderenvan-cultureel-erfgoed. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed: Eenheid en verscheidenheid. Een zoektocht naar een integrale cultuurhistorische waardestelling van het materiële erfgoed (Amersfoort, 2014). Inmiddels zag, eveneens bij genoemde Rijksdienst, onder de korte titel 'Waarderingscriteria' een (iets ander, maar handzaam) overzicht van de 'criteria voor bouwkunst' op twee bladzijden het licht. https://www.cultureelerfgoed.nl/onderwerpen/waarderen-van-cultureelerfgoed/documenten/publicaties/2014/01/01/eenheid-en-verscheidenheid; https://www.cultureelerfgoed.nl/publicaties/publicaties/2019/01/01/waarderingscriteria. Seffinga, Meindert: Kleinschalige Friese scheepsbouw - Scheepswerf Draaisma te Franeker. In: Jeroen ter Brugge, Gerbrand Moeyes, Elisabeth Spits (red): Scheepsbouw in perspectief, werven in Nederland 1870 - 2007 (Zutphen, 2009), blz. 107-114. Steunpunt Monumentenzorg Fryslân: Waardebepaling scheepswerf Vliet 145 te Franeker, juni 2016 / januari 2022.

Cultuurhistorische waardering Werfgebouw Draaisma - 30 april 2022 - blz. 33

Snijder, G.L. (red): Friese werven - Verzameling van eerder gepubliceerd materiaal ('sHertogenbosch, 2018). Stichting 'Foar de Neiteam': https://www.skutsjehistorie.nl. (Website over de geschiedenis van de skûtsjes met verhalen over de werven waar ze gebouwd werden, zoals de werf van Draaisma.) Topotijdreis: www.topotijdreis.nl Veldman, H.O.: Schuitmakers in Franeker, geschiedenis van de Franeker scheepswerven (Franeker, 2009). Werff, Ate van der: Werf(f)boek - Twaalf generaties Van der Werf / Van der Werff - 1685 -2009 (Bridel [Lux], 2009), blz. 1-33-1 t/m 1-33-14 over de werf van de Draaisma's in Franeker.

Cultuurhistorische waardering Werfgebouw Draaisma - 30 april 2022 - blz. 34

NOTEN 1 In de 'volksmond', zowel als in de literatuur worden de namen 'Welgelegen' en 'Draaisma' voor deze werf door elkaar gebruikt. In het onderhavige document wordt zoveel mogelijk de naam 'Draaisma' gebruikt. Waar nodig wordt gesproken van het 'Werfgebouw Draaisma', om aan te geven dat het niet gaat om het behoud van de hele (huidige) werf, maar slechts om dat gedeelte, dat cultuurhistorisch van dermate groot belang is, dat het behouden zou moeten worden. 2 De Erfgoedverordening van de Gemeente Waadhoeke biedt die mogelijkheid. 3 De gemeente Waadhoeke stelt hiervoor als eis dat het pand minstens 19 punten op de 'Schaal van het Steunpunt' moet verwerven. Bij de hernieuwde waardestelling van januari 2022 bleef het pand dus steken op 17 punten. Het staat de gemeente overigens vrij om, als daar aanleiding toe is, van dit generieke uitgangspunt af te wijken. 4 Opmerkelijk is, dat het object niet is meegenomen in de inventarisatie, die in de jaren 1990 is uitgevoerd ten behoeve van het zogeheten Monumenten Selectie Project (MSP). In de lijst die tijdens het daaraan voorafgaande Monumenten Inventarisatie Project (MIP) is opgesteld, komen werf of werfgebouw simpelweg niet voor. De reden dat deze objecten in het geheel ontbreken hebben we tot dusver niet kunnen achterhalen.

5 Steunpunt Monumentenzorg Fryslân: Waardebepaling scheepswerf Vliet 145 te Franeker, juni 2016 / januari 2022. Zie opmerkingen achteraan het document. 6 Steunpunt Monumentenzorg Fryslân: Waardebepaling scheepswerf Vliet 145 te Franeker, juni 2016 / januari 2022. Zie opmerkingen achteraan het document. 7 Het Steunpunt Monumentenzorg zegt hier zelf over: 'Het doel van de waardestelling is niet om exact wetenschappelijk te bepalen wat beschermenswaardig is (..)'. 8 In totaal kunnen maximaal 46 punten aan een object toegekend worden. Daarvan kunnen hooguit acht punten onder het kopje 'cultuurhistorische waarden' terecht komen. 9 Drs. Bé Lamberts is architectuurhistoricus te Drachten met een schat aan ervaring op erfgoedgebied, onder andere waar het gaat om cultuurhistorische waardestellingen. Lamberts is tevens gelieerd aan de stichting Smelne's Erfskip, die zich bezighoudt met de cultuurhistorie van Smallingerland. 10 Het huidige werfgebouw is ontstaan en ontwikkeld in deze periode. 11 Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (Amersfoort, 2014), blz. 20 en 21. 12 Zie voor een nadere toelichting en uitwerking van waardering van cultureel erfgoed: a. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (Amersfoort, 2014). b. Rijksdienst voor de Monumentenzorg (Zeist, 1991). c. Commissie Industrieel Erfgoed (Zeist, 1990), hoofdstuk 7.

Hier worden de contouren geschetst van een cultuurhistorische waardestelling van industrieel erfgoed in het bijzonder, passend binnen het MIP en MSP. Met deze nota werd de grondslag gelegd voor de cultuurhistorische waarderingen die in de periode 1990 - 2000 door het Projectbureau Industrieel Erfgoed werden uitgevoerd. Er is geen reden tot twijfel over de nog altijd actuele betekenis van deze waardestellingen. 13 Een 'culturele biografie' is een meer of minder uitgebreide geschiedenis van een erfgoed-object en verwijst naar de veelheid aan betekenissen van een object in z'n historisch-maatschappelijke context. Dat is belangrijk, want het is die context die het object pas werkelijk zijn cultuurhistorische betekenis geeft. Onder een andere benaming speelde deze context een belangrijke rol in de methodiek die het PIE destijds gebruikte gebruikte voor de cultuurhistorische waardestellingen van industrieel-erfgoedobjecten en -complexen. 14 Deze betrokkenen zijn, naast Heemschut en de Vrienden - onder meer- de Werkgroep Vliet, Varenderfgoedorganisatie 'Noorderschippers', het Historisch Centrum Franeker, Stichting Gerben van der Kooi en een groot aantal andere actieve Franekers en Harlingers. 15 BOEi is een maatschappelijke onderneming, in het algemeen gericht op herbestemming van 'moeilijk erfgoed'.

Oorspronkelijk was dat industrieel erfgoed, inmiddels is daar (onder meer) agrarisch en religieus erfgoed bijgekomen. Zie https://www.boei.nl. 16 Zie ook: Jeroen ter Brugge, Gerbrand Moeyes, Elisabeth Spits (red, Zutphen, 2009), blz. 7: In dit boek 'Nu eens geen traditionele werfgeschiedenissen (…), maar wel de rol die werven speelden in de ruimtelijk ordening, economie, sociale verhoudingen, …' 17 In de 'volksmond', zowel als in de literatuur worden de namen 'Welgelegen' en 'Draaisma' voor deze werf door elkaar gebruikt. In het onderhavige document wordt zoveel mogelijk de naam 'Draaisma' gebruikt.

Cultuurhistorische waardering Werfgebouw Draaisma - 30 april 2022 - blz. 35

18 Informatie voor dit hoofdstuk is voornamelijk afkomstig uit Veldman, H.O. (2009), Seffinga, Meindert (2009) en https://www.skutsjehistorie.nl. Waar nodig wordt naar een specifieke bladzij in één van deze bronnen verwezen. 19 Zevenhuizen was gunstig gelegen aan de Leeuwarder trekvaart, aan de andere kant van de stad. 20 https://www.skutsjehistorie.nl. 21 Veldman, H.O. (2009), blz. 7. 22 Dat wil zeggen: Franeker (stad), Franekeradeel, de stad Harlingen, Barradeel, Menaldumadeel en Henneradeel). Veldman, H.O., (2009), blz. 7. 23 Veldman, H.O. (2009), blz. 7. 24 Veldman, H.O. (2009), blz. 29. 25 https://www.skutsjehistorie.nl. 26 Over het aantal werven dat in Friesland de periode 1890 - 1910 verdween en (dus) overbleef, bestaat enige onduidelijkheid. Veldman spreekt van 300 scheepswerven, die in 1900 nog over zouden zijn (2009, blz. 7). Volgens Snijder waren het er in 1906 nog 22 (2018, blz. 4). Eissens houdt het erop, dat dit laatste in ieder geval niet kan kloppen en noemt een getal van 105 werven in 1910 (2020, blz. 36-37). Duidelijk is in ieder geval wel, dat de industriële revolutie en de daarmee gepaard gaande omschakeling van hout- op ijzerbouw én de schaalvergroting in scheepvaart en scheepsbouw in maritiem Friesland diepe sporen heeft nagelaten.

Van belang is voorts, dat de werf Draaisma in Franeker dankzij een sterke pioniersgeest tot de succesvolle overlevers behoorden! 27 Het huidige werfgebouw stamt uit deze tijd, was oorspronkelijk van hout en is langzamerhand uitgebreid en verbouwd, waarbij steeds meer in steen werd uitgevoerd (mondelinge informatie G. van der Heide, Historisch Centrum Franeker). 28 IJzer en staal: vaak wordt gesproken van 'ijzerbouw' en 'ijzeren schepen'. Puur ijzer werd in de scheepsbouw echter niet gebruikt. Staal is ijzer waaraan een aantal stoffen zijn toegevoegd, met name koolstof. Wanneer (ook alhier) van ijzer wordt gesproken, wordt altijd een vorm van staal bedoeld; ijzer dus, waaraan meer of minder van dergelijke stoffen zijn toegevoegd. 29 Seffinga, Meindert (2009), blz. 108-109. 30 Seffinga, Meindert (2009), blz. 112. Opmerkelijk is dat zowel het eerste als het laatste ijzeren skûtsje van Friesland van de werf van Draaisma kwam. 31 Dat zijn het Prinses Margrietkanaal, het Van Harinxmakanaal (beiden in Friesland) en het Van Starkenborghkanaal (in Groningen). Delen van dit 'netwerk' (w.o. het Van Starkenborghkanaal) werden al voor de oorlog uitgevoerd in het kader van de werkverschaffing tijdens de crisisjaren. 32 Steunpunt Monumentenzorg Fryslân: Waardebepaling scheepswerf Vliet 145 te Franeker, juni 2016 / januari 2022. Zie opmerkingen achteraan het document.

33 Het huidige werfgebouw dateert in oorsprong van eind negentiende eeuw. 34 Zie voor de verantwoording van het gebruik van deze methodiek de Inleiding. 35 Veldman, H.O. (2009), blz. 88-89. Zie ook blz. 19 en 32 in het onderhavige rapport. 36 Seffinga, Meindert (2009), blz. 107. 37 Zo zijn onder andere de scheepshellingen inmiddels verdwenen. 38 Dit in tegenstelling tot twee andere (Rijksmonumentale) scheepswerven, die vooral de technische en typologische ontwikkeling van de houtbouw representeren (De Hoop in Workum en De Jong in Joure, v/h van Eeltje Holtrop van der Zee. Deze laatste werf is vooral beroemd geworden vanwege de bouw van houten schepen). 39 Seffinga, Meindert (2009), blz. 108. 40 Zie: https://nl.wikipedia.org/wiki/Bruinvisch_(schip,_1902). 41 Strikt functioneel: er is geen enkele poging tot overbodige versiering, detaillering of ornamentering gedaan. 42 Seffinga, Meindert (2009), blz. 108. 43 Zie o.a.: Miedema, Tjerk (2015); Laan, Anne van der (2007), blz. 27-28; Heide, Gerard van der (2012). 44 Onder andere bij de Stationsbrug in Franeker staat nog een exemplaar van dit 'standaardtype', inmiddels eveneens met uitsluitend woonfunctie. 45 Als, volgens het Masterplan Recreatie uit 2011, watersporttoeristen vanuit het Van Harinxmakanaal via Het Vliet de binnenstad 'ingelokt' worden, is het werfgebouw met het bord 'Scheepswerf Welgelegen' het eerste wat ze zien.

Volgens dit Masterplan zou deze omgeving binnen dit deel van het gebied 'Vliet-Tuinen' worden ingericht als 'Wervenkwartier', met een cultuurhistorische aantrekkingskracht. 46 Postma, Piet (2020), blz.16. 47 Veldman, H.O. (2009), blz 57.

Cultuurhistorische waardering Werfgebouw Draaisma - 30 april 2022 - blz. 36

1 Beantwoording raadsvragen SAM CDA CU van 20 oktober 2022 over herontwikkeling locatie Scheepswerf Draaisma (27-10-2022).pdf

RAADSVRAGEN

Vraag

Inhoud

van: aan:

fracties SAM Waadhoek, CDA Waadhoeke en ChristenUnie Waadhoeke het college van burgemeester en wethouders

d.d.:

20 oktober 2022

vorm:

schriftelijk

Onderwerp: Herontwikkeling locatie scheepswerf Draaisma Inleiding: Hieronder treft u de verzamelde vragen met antwoorden aan die bij de griffie zijn binnengekomen. De vragen zijn overwegend verdiepend van aard. De antwoorden kunnen niet los worden gezien van de context behorende bij dit onderwerp. Mede daarom zou de hiervoor verantwoordelijke wethouder Kees Arendz vooraf graag in de gelegenheid worden gesteld om een toelichting/verheldering te geven op het voorliggende voorstel, waarbij tevens de onderstaande vragen zullen worden beantwoord. Sam Waadhoeke Toelichting: Er heeft een toetsing plaats gevonden m.b.t. de cultuurhistorische waarde van de Draaisma werf. Dit heeft plaats gevonden in de periode Franekeradeel en heeft er toe geleid dat het pand geen aanvullende beschermde regeling toegekend wordt en zelfs niet de status "karakteristiek". Vraag: Zijn de criteria van toetsing aangepast zodat dit pand mogelijk nu wel een hogere waardering krijgt ? Antwoord: Nee, de methode en criteria van Steunpunt Monumentenzorg Fryslân zijn niet aangepast. Volgens die methode – die bijvoorbeeld ook in de gemeenten Harlingen, Súdwest-Fryslân en De Fryske Marren is toegepast – komen panden met 19 punten of meer in aanmerking voor de status van gemeentelijk monument. Panden met een score van 15 punten of meer worden aangemerkt als karakteristiek.

Zoals bekend heeft de gemeente Franekeradeel bij de herziening van de bestemmingsplannen voor Franeker daarvan afgeweken en er voor gekozen om panden met 19 punten of meer als karakteristiek aan te merken. Het pand van de Oude smidse scoorde destijds 15 punten. Op basis van een recente herbeoordeling door het Steunpunt scoorde het pand 17 punten en ligt daarmee nog steeds onder de door Franekeradeel gehanteerde grens.

Toelichting: Bij de keuze voor scenario 2 zal met de ontwikkelaar overeenstemming moeten worden bereikt over de te betalen prijs. Uiteraard streven we voor de locatie van de oude smidse naar een reële prijs met een bandbreedte tussen de € 300.000 en € 500.000. De ontwikkelaar heeft de gehele locatie verworven voor € 907.000,-. Vraag: De verhouding aankoop oude smidse versus aankoop gehele locatie is nogal uit verhouding. Hoe worden deze bedragen samengesteld? Antwoord: Dit heeft te maken met de locatie van het terrein, de omvang van deze locatie en de potentiële waarde in relatie tot de beoogde ontwikkeling. Toelichting: In scenario 2 wordt voorgesteld om de smidse aan te kopen, 2 jaar onderzoek te doen naar de mogelijkheden en mogelijk daarna weer terug te laten kopen. Risico is hier dat de gemeente met een schuldenlast blijft zitten omdat de waarde van het pand en grond dermate hoog zijn dat hier fors verlies op wordt geleden. Vraag: Hoe zien we kans dit risico te verlagen? Antwoord: We zien hier geen risico. Indien nodig, kan de ontwikkelaar na twee jaar het terrein terugkopen van de gemeente voor hetzelfde aankoopbedrag. Vraag: Kunt u een inschatting maken van de onderzoekskosten? Antwoord: Nee, dat zal moeten worden onderzocht.

Vraag: Is het mogelijk vast te leggen dat de ontwikkelaar dit voor een gegarandeerd bedrag weer terugneemt? Antwoord: Indien de raad instemt met aankoop zal er een overeenkomst met de ontwikkelaar worden afgesloten betreffende deze aankoop.

ChristenUnie Waadhoeke Vraag: 1. Heeft de gemeente Waadhoeke een eigen taxateur het gebouw laten taxeren? Zo ja, wat is de getaxeerde waarde? Zo niet, waarom niet? Antwoord: Nee, er is door de eigenaar van het pand een taxatie gedaan.

Vraag: 2. Is er ook een bouwkundig onderzoek uitgevoerd? Zo nee, waarom niet? Zo ja, wat waren de bevindingen?

Antwoord: Nee, er is geen bouwkundig onderzoek uitgevoerd. Het pand is niet van de gemeente. Dit zou eventueel kunnen wanneer de raad instemt met de aankoop van het pand. Vraag: 3. Is er een schone grond verklaring bij? Antwoord: Nee. Vraag: 4. Wat zijn de jaarlijkse kosten na aankoop van het gebouw? Antwoord: Op dit moment onbekend. Dit is afhankelijk van de toekomstplannen. Vraag: 5. Hoe zit het met het gedeelte wat teruggekocht is door de oude eigenaar? Is de gemeente van doel om dat ook terug te kopen? Welke consequenties heeft het, als het niet teruggekocht kan worden? Antwoord: Indien de raad ervoor kiest om de oude smidse aan te kopen. Dan betreft dit het gehele pand en de bijbehorende grond. De ontwikkelaar heeft hierover afspraken gemaakt met de oude eigenaar. Vraag: 6. Er staat in de adviesnota dat er geen andere marktpartijen zijn. Stel dat er over twee jaar (na de onderzoeksfase), de huidige projectontwikkelaar krijgt de 1e koop maar ziet er vanaf, welke opties heeft de gemeente dan voor ogen? Antwoord: De locatie verkopen of zelf ontwikkelen. Vraag: 7. Is er een hardheidsclausule te bedenken dat het na 2 jaar teruggaat voor minimaal het aankoopbedrag, aan de huidige projectontwikkelaar? Antwoord: Ja. Vraag:

8. Als de gemeente het zelf gaat ontwikkelen/nieuwe invulling gaat zoeken wat zijn daarvan de (extra) kosten? Antwoord: Op dit moment onbekend. Dit is afhankelijk van de eventuele toekomstplannen. Vraag: 9. Waar in de begroting is die € 3 tot € 5 ton terug te vinden voor aankoop van de Scheepswerf? Is hier al dekking voor? Antwoord: Nergens. Het is eerst van belang dat de raad een uitspraak doet of ze bereid is om de oude smidse, met de daarbij behorende grond, aan te kopen. Mocht dit het geval zijn dan zal dekking gezocht worden. Dit voorstel zal aan uw raad worden voorgelegd. Vraag: 10. Wat vinden de inwoners van heel Waadhoeke (en niet alleen van Vliet/Tuinen) van de eventuele aankoop van de Scheepswerf? Is er een inwonerspeiling gedaan? Antwoord: Het is ons niet bekend wat de inwoners van Waadhoeke hiervan vinden. Er is geen inwoners peiling gedaan. Dit is ook niet de gebruikelijke route bij dit soort projecten. Vraag: 11. Is er een deadline van de huidige projectontwikkelaar, wanneer hij wil weten of de gemeente het aan gaat kopen of niet? Wat is de datum? Antwoord: De ontwikkelaar had graag al duidelijkheid willen hebben op 6 oktober. Gezien de omstandigheden wacht hij de raad van 27 oktober af. Vraag: 12. Bij scenario 1: Ontwikkelen van de totale locatie, staat op blz.

5 ‘De uitkomst van de planologische procedure is onzeker’, wat wordt hiermee bedoeld? Welke partijen gaat het om? Antwoord: Zoals bij u bekend zijn diverse partijen voor het behoud van de oude smidse. Bij scenario 1 is dit niet het geval. Dit zal mogelijk van invloed zijn op het verloop van de planologische procedure. CDA Waadhoeke Vraag: 1. Van wie is nu de perceel grond waar het nu om gaat ? Uit de brief van de Vrienden van Franeker lijkt het alsof er nog een derde voor 15% eigenaar is van de kavel die aangekocht wordt ? Hoe zit dit nu ?

Antwoord: De ontwikkelaar is eigenaar van de voormalige werf Draaisma. Er is nog een hoekje eigendom van de familie Draaisma. Indien de gemeente kiest voor aankoop, dan zal de gemeente de oude smidse met de daarbij behorende grond aankopen. Hierover heeft de ontwikkelaar afspraken gemaakt met de oude eigenaar (familie Draaisma).

Vraag: 2. En koopt de gemeente dan alleen het gebouw van SD projecten? of ook de grond ? Staat namelijk alleen een gebouw dat wordt aangekocht. Antwoord: Indien de raad besluit tot aankoop dan gaat het om de oude smidse met de daarbij behorende grond. Dus ook het zuidelijke puntje van het perceel van de werf Draaisma. Vraag: 3. Wat is de exacte vraagprijs van SD Projecten ? Antwoord: De vraagprijs ligt tussen de 300.000,- en 500.000,- euro. Dit is afhankelijk van de onderhandelingen. En heeft ook te maken met de mogelijkheden die de gemeente biedt op de rest van het terrein van de werf Draaisma. Vraag: 4. Waar is de bandbreedte van 300k-500k op gebaseerd ? Antwoord: Zie beantwoording van vraag 3. Ook de locatie speelt een rol. Vraag: 5. Er staat dat SD een recht van terugkoop heeft, hoe zit het dan met een eventuele plicht van terugkoop ? Als deze er niet is, wat wil het college dan met het pand ? Antwoord: Het is de bedoeling dat de gemeente met de ontwikkelaar afspraken maakt over de aankoop van de oude smidse. De ontwikkelaar wil als eigenaar van deze locatie, het recht van eerste terugkoop als na twee jaar blijkt dat een invulling van de oude smidse niet haalbaar is. Indien de ontwikkelaar hier geen gebruik van wil maken zal een andere partij worden gezocht of de gemeente zal de locatie zelf ontwikkelen. Vraag: 6.

Koopt verkoper SD het dan na 2 jaar weer voor dezelfde prijs als waarvoor het verkocht is ? Antwoord: Ja, indien de raad instemt met aankoop zal er een overeenkomst met de ontwikkelaar worden afgesloten betreffende de voorwaarden waaronder de

aankoop zal worden gedaan. Waarbij onze insteek is dat dit voor hetzelfde bedrag zal zijn. Vraag: 7. Is het opnieuw in de markt zetten, in de wetenschap van dalende prijzen over twee jaar, voor het college een optie ? en ziet het college dit niet als kapitaalvernietiging ? Antwoord: Wij verwachten dat de ontwikkelaar de terugkoop optie zal gaan lichten gezien de ligging van de locatie. Indien de ontwikkelaar dit niet doet, dan verwachten we deze locatie in de markt te kunnen zetten of zelf te ontwikkelen. Vraag: 8. Zijn er mogelijkheden voor een verkoopovereenkomst onder voorbehoud van…? Daar zouden we tijd mee kunnen kopen om vroegtijdige sloop van de scheepswerf te voorkomen. Antwoord: De ontwikkelaar mag op basis van het huidige beleid de oude smidse slopen. De ontwikkelaar heeft dit tot op heden nog niet gedaan. Hij heeft zelfs gesproken met de alle betrokken partijen. Door nu als gemeente de oude smids aan te kopen, waartoe de ontwikkelaar bereid is, wordt tijd gekocht op de toekomstmogelijkheden van de oude smidse te onderzoeken. Vraag: 9. Gaat de gemeente na aankoop zelf de ontwikkeling oppakken en regie voeren? wat worden de afspraken over de ontwikkeling en met wie ? Antwoord: De gemeente zal in nauw overleg met de Vrienden van de Stad Franeker en de Bond Heemschut afspraken maken wie welke rol heeft bij de onderzoeken naar de toekomst van de oude smidse.

De gemeente zal hierbij regie voeren.

009 Vaststellen geactualiseerde Afvalstoffenverordening 1 Dossier 1960 voorblad.pdf

Gemeenteraad Waadhoeke Dossiernummer

1960

Extern Zaak ID

2022-194926

Vertrouwelijk

Nee

Vergaderdatum

27 oktober 2022

Agendapunt

009

Titel

Vaststellen geactualiseerde Afvalstoffenverordening

Eigenaar

Machiela, Doede

Portefeuillehouder

Jan Dijkstra

Bijlagen Adviesnota Raad Afvalstoffenverordening gemeente Waadhoeke.docx Bijlage 1 Afvalstoffenverordening gemeente Waadhoeke 2023 (27102022).docx Bijlage 2 Adviesnota Raad actualisatie Afvalstoffenverordening 02062022.pdf Geagendeerd

Vergaderdatum

Gemeenteraad Waadhoeke

27 oktober 2022

Toelichting Medio 2022 is besloten om de Afvalstoffenverordening te actualiseren en te moderniseren aan de hand van recente wetgeving en nieuwe beleidsinzichten voor het gemeentelijke afvalbeheer. Het ontwerp van de geactualiseerde Afvalstoffenverordening is op 2 juni jongstleden aan de raad voorgelegd. De raad heeft met het ontwerp ingestemd en besloten om het ontwerp gedurende 6 weken ter inzage te leggen in aansluiting bij de bepalingen daarover uit de Wet milieubeheer. Het ontwerp heeft vanaf 20 juni tot en met 1 augustus 2022 ter inzage gelegen. De termijn is inmiddels afgelopen. Vervolgstap is om de Afvalstoffenverordening aan de raad voor te leggen ter vaststelling. Voorgesteld besluit 1. Kennis te nemen van de afloop van de inspraakprocedure 2. De Afvalstoffenverordening gemeente Waadhoeke (ongewijzigd) vast te stellen

Besluit 1. Kennis te nemen van de afloop van de inspraakprocedure 2. De Afvalstoffenverordening gemeente Waadhoeke (ongewijzigd) vast te stellen

1 Adviesnota Raad Afvalstoffenverordening gemeente Waadhoeke.docx

AAN DE RAAD

Datum opgesteld

26 september 2022

Datum agendering Onderwerp

27 oktober 2022 Vaststellen Afvalstoffenverordening gemeente Waadhoeke 2023 Jan Dijkstra

Portefeuillehouder

Behandelend ambtenaar E-mailadres Telefoonnummer

D. Machiela d.machiela@waadhoeke.nl 0517-380380

Samenvatting De Afvalstoffenverordening dient te worden geactualiseerd aan de hand van recente wetgeving en actuele beleidsinzichten voor het gemeentelijke afvalbeheer. Het ontwerp van de geactualiseerde Afvalstoffenverordening is aan de raad voorgelegd, waarbij besloten is om het ontwerp ter inzage te leggen in aansluiting bij de bepalingen daarover uit de Wet milieubeheer. Het ontwerp heeft vanaf 20 juni gedurende 6 weken tot en met 1 augustus 2022 ter inzage gelegen. De procedure is afgelopen en logische vervolgstap is om de Afvalstoffenverordening aan uw raad voor te leggen ter vaststelling. Voorstel 1. Kennis te nemen van de afloop van de inspraakprocedure 2. De Afvalstoffenverordening gemeente Waadhoeke (ongewijzigd) vast te stellen

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=waadhoeke&id=9726efa0-e241-4597-805b-39d90d07378c