CConstaterende datVught
Koppel je AI →
Document · PDF

-NIEUW- Bijlage - Toelichting archeologische verwachtingskaart

Raadsvergadering 6 april 2023, gemeente VughtBij agendapunt: Vaststelling Paraplubestemmingsplan ‘Archeologie’40.375 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 5

Gemeente Vught Toelichting op de archeologische verwachtings- en beleidskaart L.A. Tebbens (met bijdragen van D. Beckers, R. Berkvens & A.M.J.H Huijbers) BAAC-rapport V-20.0078

1

juni 2022

Status: definitief

2

Colofon ISSN: Auteur(s):

Cartografie: Redactie: Copyright:

1873-9350 dr.ir. L.A. Tebbens met bijdragen van drs. D. Beckers, drs. R. Berkvens & dr. A.M.J.H. Huijbers J. van Gestel drs. E. Ball, drs. K. Leijnse Gemeente Vught / BAAC te ‘s-Hertogenbosch

Autorisatie (senior archeoloog):

drs. K. Leijnse

juni 2022

© BAAC, ’s-Hertogenbosch (2022) BAAC aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit de toepassing van de adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek.

BAAC Onderzoeks- en adviesbureau voor Bouwhistorie, Archeologie, Architectuur- en Cultuurhistorie Graaf van Solmsweg 103 5222 BS ‘s-Hertogenbosch Tel.: (073) 61 36 219 Fax: (073) 61 49 877 E-mail: denbosch@baac.nl

3

Postbus 2015 7420 AA Deventer Tel.: (0570) 67 00 55 Fax: (0570) 61 84 30 E-mail: deventer@baac.nl

Toelichting archeologische verwachtingskaart Vught

4

Administratieve gegevens

5

Provincie: Gemeente: Datum opdracht: Datum rapportage:

Noord-Brabant Vught 23-3-2020 1-6-2022 versie 4 def. (incl. Helvoirt)

Uitvoerder:

BAAC Graaf van Solmsweg 103 5222 BS 's-Hertogenbosch tel. 073-6136219

Projectleider:

dr.ir. L.A. Tebbens

Auteurs:

BAAC-rapportnummer:

dr.ir. L.A. Tebbens drs. D. Beckers dr. A.M.J.H. Huijbers drs. R. Berkvens V-20.0078

Beheer documentatie:

BAAC te 's-Hertogenbosch

Opdrachtgever:

Gemeente Vught Contactpersonen: dhr. G. Timmermans dhr. C. de Ruijter dhr. M. Raes mevr. A. Rövekamp dhr. M. de Jong

Toelichting archeologische verwachtingskaart Vught

6

Inhoud Administratieve gegevens

5

Inhoud

7

1

Inleiding 11 1.1 Aanleiding 11 1.1.1 Aanleiding tot het laten opstellen van de beleidsadvieskaart 11 1.1.2 Aanleiding actualisatie 12 1.2 Wettelijk kader 13 1.2.1 Algemeen 13 1.2.2 De oude Monumentenwet 1988 en Wamz 14 1.2.3 De Erfgoedwet 15 1.2.4 De Omgevingswet 17 1.3 Erfgoed en ruimtelijke ordening 18 1.4 Gemeentelijk archeologiebeleid 18 1.5 Gemeentelijke archeologische inventarisatie- en beleidsadvieskaart 20 1.6 Ligging van het gebied 20 1.7 Leeswijzer 21

2

Onderzoeksopzet 2.1 Inleiding 2.2 Archeologische inventarisatie 2.3 Archeolandschappelijke eenhedenkaart 2.4 Archeologische inventarisatiekaart 2.5 Inventarisatiekaart conflictarcheologie 2.5.1 Inleiding 2.5.2 Methodologie conflictarcheologie 2.5.3 Verantwoording selectie van opgenomen structuren 2.6 Verstoringen en gebieden met geringe informatie 2.7 De archeologische beleidsadvieskaart 2.8 Beperkingen van een verwachtingskaart

23 23 24 24 26 27 27 27 29 30 31 31

3 Landschappelijke ontwikkeling en ondergrond 33 3.1 Landschappelijke ontwikkeling 33 3.1.1 Inleiding 33 3.1.2 Pleistoceen 33 3.1.3 Holoceen 35 3.2 Reconstructie van het landschap voor de verschillende archeologische perioden 37 3.2.1 Inleiding 37 3.2.2 Laat-Paleolithicum – neolithicum (35.000-2.000 voor Chr.) 37 3.2.3 Bronstijd en ijzertijd (2.000 – 12 v.Chr.) 38 3.2.4 Romeinse tijd (12 v.Chr. – 450 n.Chr.) 38 3.2.5 Middeleeuwen en nieuwe tijd (450 n.Chr. tot heden) 39 3.3 Bodem 39 3.3.1 Inleiding 39 3.3.2 Hoog liggend dekzandgebied 39 3.3.3 De Gement: afgedekt dekzandlandschap 41

7

Toelichting archeologische verwachtingskaart Vught

3.3.4

Bodemverstoringen

42

4

Bewoningsgeschiedenis 4.1 Inleiding 4.2 Paleolithicum 4.3 Mesolithicum 4.4 Neolithicum 4.5 Bronstijd 4.6 IJzertijd 4.7 Romeinse tijd 4.8 Vroege middeleeuwen (450-1050) 4.9 Volle middeleeuwen: Vught als handelsplaats? 4.9.1 Inleiding 4.9.2 De fiscus Vught 4.9.3 Kooplieden in Vught in de volle middeleeuwen 4.9.4 Mogelijke locaties van handelsactiviteiten in Vught 4.10 Staatssamenlevingen (late middeleeuwen-nieuwe tijd) 4.10.1 Inrichting landschap 4.10.2 Kastelen 4.10.3 Dorpskernen en buurtschappen in de gemeente Vught 4.10.4 Kerken 4.10.5 Kloosters 4.10.6 Kapellen 4.10.7 Molens 4.10.8 Landgoederen 4.10.9 Waterhuishouding en infrastructuur

5

Conflictarcheologie 91 5.1 Inleiding 91 5.1.1 Situatie tot het begin van de 16e eeuw 91 5.1.2 Slagen en veldtochten 16e-18e eeuw 92 5.1.3 Fort Isabella en de Isabellakazerne 93 5.1.4 Het beleg van ’s-Hertogenbosch in 1629 97 5.1.5 Exercitieterrein en salpeterproductielocatie 1776 99 5.1.6 Verschanste legerplaats Willem II, oefenterreinen en de Stelling van Vught 1844-1848 100 5.2 Tweede Wereldoorlog 102 5.2.1 Inleiding 102 5.2.2 Mobilisatie en de eerste oorlogsdagen in 1940 102 5.2.3 Bezetting 103 5.2.4 Frontperiode 1944 106 5.2.5 Na de bevrijding van Zuid-Nederland 109 5.3 Koude Oorlog 109 5.3.1 Inleiding 109 5.3.2 Koude Oorlog Vught 110

6

Verwachtingskaart 6.1 Inleiding 6.2 Inventarisatie van de bekende vindplaatsen 6.2.1 Waarnemingen in Archis 6.2.2 Archeologische monumenten 6.3 Inventarisatie van overige bronnen

45 45 45 46 47 48 49 51 53 55 55 55 56 58 60 60 63 64 75 76 77 79 81 85

111 111 111 112 115 115

8

6.3.1 6.3.2 6.3.3

Archeologische onderzoeken Historische bronnen Conflictarcheologie

115 116 117

7

Landschappelijke eenheden- en archeologische inventarisatiekaart 7.1 Inleiding 7.2 De landschappelijke eenhedenkaart 7.2.1 Geomorfologische kaart 7.2.2 Bodemkaarten 7.2.3 Actueel Hoogtebestand Nederland 7.2.4 Bebouwde kom Vught 7.2.5 Bodemverstoringen 7.3 Landschappelijke eenheden 7.3.1 Hoog liggend dekzandlandschap 7.3.2 Laag liggend dekzandlandschap 7.4 De archeologische verwachting 7.4.1 Indicatieve Kaart Archeologische Waarden 7.4.2 Het nieuwe verwachtingsmodel 7.4.3 De gaafheid van vindplaatsen 7.4.4 De verwachtingskaart 7.5 Beperkingen

8

Beleid en beleidsadvieskaart 141 8.1 Inleiding beleid 141 8.2 Toelichting op de beleidsadvieskaart: waarden en verwachtingen 142 8.3 Beleidscategorieën en ondergrenzen vrijstelling archeologisch onderzoek 146 8.4 Toevalsvondsten 150 8.5 Tot besluit 151

9

Geraadpleegde bronnen

Bijlagen Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6 Bijlage 7 Bijlage 8 Bijlage 9 Bijlage 10 Bijlage 11 Bijlage 12

119 119 119 119 120 121 122 123 124 124 125 126 126 127 132 133 139

153

Overzicht van geologische en archeologische tijdvlakken Inventarisatiekaart jagers-verzamelaars Inventarisatiekaart vroege landbouwsamenlevingen Inventarisatiekaart late landbouwsamenlevingen Inventarisatiekaart staatssamenlevingen Inventarisatiekaart conflictarcheologie, met toelichting (6B) Verwachtingskaart Gemeente Vught Verwachtingskaart uitsnede historische dorpskern Vught Verwachtingskaart uitsnede historische dorpskern Cromvoirt Verwachtingskaart uitsnede historische dorpskern Helvoirt Beleidsadvieskaart Gemeente Vught Catalogus A onderzoeken (zaak-ID nrs. tot 31-12-2020) B vindplaatsen C cultuurhistorische objecten D militair erfgoed Bijlage 13 Planregels voor het paraplubestemmingsplan archeologie Bijlage 14 Handreikingen voor het archeologisch onderzoekstraject Appendices A-C Georeferentiepunten kaart J. van Deventer

9

Toelichting archeologische verwachtingskaart Vught

10

1

Inleiding

1.1 Aanleiding 1.1.1 Aanleiding tot het laten opstellen van de beleidsadvieskaart De gemeente Vught heeft een rijke geschiedenis met in potentie een rijke voorraad aan archeologische vindplaatsen. Onderzoek van vooral de laatste jaren heeft nieuwe inzichten opgeleverd over de vroegste geschiedenis van Vught. Om zorgvuldig te kunnen omgaan met dit bodemarchief bestaat behoefte aan een actualisatie van de meest recente informatie. Daarbij speelt dat sinds 1 juli 2016 de Erfgoedwet van kracht is geworden. Deze wet bundelt de bestaande wet- en regelgeving voor behoud en beheer van het cultureel erfgoed in Nederland. Het betreft daarbij zowel het roerend als onroerend erfgoed. Samen met de Omgevingswet, die naar verwachting in 2022 zal worden geïmplementeerd, maakt de Erfgoedwet een integrale bescherming van het cultureel erfgoed mogelijk. Met de Erfgoedwet en de Omgevingswet is archeologie een verplicht en geïntegreerd onderdeel van het ruimtelijke besluitvormingsproces geworden. Er is sprake van decentralisatie van taken en verantwoordelijkheden, waarbij de gemeente verantwoordelijk is voor het behoud van het archeologische erfgoed en cultuurhistorische waarden binnen de gemeentegrenzen.

Archeologie moet nu al worden meegewogen bij het opstellen van gemeentelijke bestemmingsplannen en zal na in werking treden van de Omgevingswet ondergebracht worden in omgevingsplannen, waarin ook cultuurhistorische waarden integraal worden afgewogen. Om dit te kunnen bewerkstelligen, dienen gemeenten een gemeentelijk erfgoedbeleid te ontwikkelen. Hiervoor moeten de gemeenten het bekende en verwachte archeologisch bodemarchief en de cultuurhistorische waarden onderbouwd in kaart brengen. Vervolgens dient dit archeologisch bodemarchief middels een dubbelbestemming ‘waarde archeologie’ te worden gekoppeld aan het aanleg-, sloop- en/of bouwvergunningstelsel. Dit aanleg-, sloop- en/of bouwvergunningstelsel dient vervolgens te worden opgenomen in de gemeentelijke omgevingsplannen. De onderbouwing van veel gemeentelijke beleidskaarten bestaat meestal uit een gedetailleerde archeologische informatiekaart die in combinatie met een landschappelijke eenhedenkaart, wordt omgezet in een archeologische verwachtingskaart. De bijgevoegde rapportage is de onderbouwing voor de verschillende beleidsregels per archeologische verwachtingszone. Al in 2011 (archeologie) en 2015 (cultuurhistorie) zijn kaarten opgesteld voor het grondgebied van de gemeente Vught. Die kaarten zijn echter niet in alle bestemmingsplannen verwerkt, waardoor de bescherming van het erfgoed nog niet goed geregeld is.

De gemeente Vught wil, vooruitlopend op de nog te implementeren Omgevingswet, graag beschikken over een actuele archeologische verwachtingskaart en de daarbij behorende beleidskaart. In dat kader heeft zij aan BAAC Archeologie en Bouwhistorie opdracht verleend om een nieuwe archeologische inventarisatie uit te voeren en daarin de cultuurhistorische waardenkaart uit 2015 te betrekken. Het doel van onderhavig onderzoek is inzicht te krijgen in de aanwezige archeologische en cultuurhistorische waarden én in de kans dat archeologische resten binnen de

11

Toelichting archeologische verwachtingskaart Vught

gemeentegrenzen in de ondergrond aanwezig zijn om zo te kunnen komen tot een goed onderbouwd gemeentelijk erfgoedbeleid. Al in 2010 was aan Vestigia opdracht verleend om voor vier gemeenten (Haaren, Heusden, Loon op Zand en Vught) een archeologische inventarisatie uit te voeren, waarna een archeologische verwachtingskaart en beleidsadvieskaart voor die gemeenten zijn opgesteld.1 Daarop volgend heeft de Omgevingsdienst ZuidoostBrabant (ODZOB) in 2015 een aanvullende erfgoedkaart opgesteld, waarin zowel archeologische waarden, cultuurhistorische waarden als historisch-geografische informatie was opgenomen.2 Het doel van deze onderzoeken was inzicht te krijgen in de aanwezige archeologische en cultuurhistorische waarden én in de kans dat archeologische resten in de ondergrond aanwezig zijn binnen de gemeentegrenzen van voornoemde gemeenten om zo te kunnen komen tot een goed onderbouwd gemeentelijk archeologiebeleid.

1.1.2 Aanleiding actualisatie Hoewel de gemeente Vught al sinds 2011 over een gemeentelijke archeologische verwachtingskaart en beleidsadvieskaart beschikt, zijn deze kaarten pas ten dele overgenomen in de huidige bestemmingsplankaarten. Niet alle gebieden met een middelhoge of hoge archeologische verwachting zijn verwerkt in de bestemmingsplannen. Datzelfde geldt ook voor de gebieden die op de (cultuurhistorische) Erfgoedkaart van Vught zijn onderscheiden. Het archeologisch bodemarchief is daarom tot op heden nog niet optimaal beschermd en het aantal archeologische onderzoeken is onbedoeld achtergebleven bij de omliggende gemeenten. Het risico daarvan is dat archeologische vindplaatsen pas laat aan het licht komen. Ruimtelijke ontwikkelingen zouden daardoor vertraging kunnen oplopen. De gemeente Vught wil nu een inhaalslag maken door een paraplubestemmingsplan archeologie op te stellen, dat ziet op alle bestaande bestemmingsplannen en nieuwe bestemmingsplannen. Met dit paraplubestemmingsplan kunnen de archeologische beleidszones alsnog worden verwerkt in de nieuwe generatie bestemmingsplannen (straks: omgevingsplannen). Door gebiedsgericht beleid te voeren kan het belang van (potentiële) archeologische en cultuurhistorische waarden beter worden afgewogen in de planvorming bij nieuwe ontwikkelingen.

Een tweede kans die zich voordoet, is dat de resultaten van onderzoeken sinds 2011 (het verschijnen van de eerste verwachtingskaart)3 en 2015 (het verschijnen van de ODZOB-Erfgoedkaart voor Vught) kunnen worden meegenomen op de nieuwe kaart. Sinds de peildatum van de vorige verwachtingskaart (31-8-2010)4 zijn 207 nieuwe archeologische onderzoeken uitgevoerd (tot peildatum deze kaart: 31-12-2020). Dat heeft geresulteerd in 75 nieuwe waarnemingen en enkele nieuwe vindplaatsen. Bij de actualisatie zijn al deze onderzoeken meegenomen en verwerkt in de kaarten. Een derde kans is om ook relatief nieuwe archeologische thema’s (zoals conflictarcheologie) te verwerken in het kaartbeeld en om nog eens kritisch naar de bestaande kaarten te kijken en deze, waar nodig, te herzien op basis van nieuwe waarnemingen, vindplaatsen en inzichten.5 Met de bestaande kaarten worden de landschaps- en archeologische verwachtingskaarten uit 2011 bedoeld, alsmede de Erfgoedkaart uit 2015. De actualisatie heeft betrekking op het gehele grondgebied van de huidige gemeente Vught, dus het buitengebied inclusief de historische kernen van dorpen binnen de huidige gemeentegrenzen (Cromvoirt en Vught). In maart 2021 is opdracht verstrekt om ook de kern Helvoirt en omliggend 1

Hessing et al. 2011. Berkvens & Leenders 2015. 3 Hessing et al. 2011, Berkvens & Leenders 2015. 4 Hessing et al. 2011, 30. 5 Bv. Huijbers 2010. 2

12

buitengebied in het onderzoek te betrekken. Tot en met 31-12-2020 lagen de kern Helvoirt en een deel van het omliggend buitengebied nog in de gemeente Haaren. Sinds een gemeentelijke herindeling per 1-1-2021 behoort de kern Helvoirt tot de gemeente Vught. Om tot een archeologische verwachting te komen voor zones waarvoor nog geen vindplaatsen bekend zijn, zijn de nieuwe onderzoeken binnen de gemeente Vught geïnventariseerd. Die onderzoeken zijn landschappelijk geanalyseerd in samenhang met al bekende archeologische vindplaatsen om een archeologische verwachting te kunnen opstellen voor de gehele gemeente. De al bekende verstoringen zoals ontgrondingen zijn daarin meegenomen. Vervolgens is aan de verschillende verwachtingszones - en rekening houdend met bestaande archeologische en cultuurhistorische waarden beleid gekoppeld en weergegeven op een verwachtingsen beleidsadvieskaart (bijlagen 7 en 11). Waar van toepassing is het onderzoek uitgevoerd conform de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA), versie 4.1.6 In hoofdstuk 2 wordt uitgebreid op de gebruikte onderzoeksopzet ingegaan.

1.2 Wettelijk kader 1.2.1 Algemeen Het Europese verdrag inzake de bescherming van het archeologisch erfgoed (beter bekend als het Verdrag van Valletta of Malta, 1992) is in 1998 door de Tweede en Eerste Kamer goedgekeurd. De daaropvolgende implementatie van het verdrag van Malta in de Nederlandse wetgeving heeft in 2007 geleid tot de Wet op de Archeologische Monumentenzorg (WAMz) die per 1 september van dat jaar van kracht is geworden. De implementatie heeft geleid tot aanpassing van de Monumentenwet 1988 en enkele wetten op aanpalende werkvelden die voor de archeologie relevant zijn, zoals bijvoorbeeld de Ontgrondingenwet, de Woningwet, de Wet ruimtelijke ordening en de Wet algemene bepaling omgevingsrecht (Wabo). De WAMz beoogt dat zo goed en zo vroeg mogelijk rekening wordt gehouden met de aanwezigheid óf mogelijke aanwezigheid van archeologische waarden in de bodem. De WAMz heeft twee belangrijke uitgangspunten: •

•

Het streven naar behoud van archeologische resten in hun originele context in de bodem (‘in situ’), of, als dit niet mogelijk is, door opgraving en documentatie (‘ex situ’). Degene die nieuwe ontwikkelingen met mogelijk bodemverstorende ingrepen tot stand brengt, is verantwoordelijk voor de inventarisatie en een verantwoord beheer van de bekende en te verwachten archeologische resten in de ondergrond (volgens het principe ‘de verstoorder betaalt’)

Deze uitgangspunten zullen naar verwachting ook gehandhaafd blijven als in 2023 de nieuwe Omgevingswet van kracht zal worden.

Verantwoordelijkheden Rijk De nieuwe wetgeving beoogt tevens een decentralisatie van taken van de landelijke en provinciale overheden naar de lokale overheden en versterkt daarmee de rol van bevoegde overheid voor gemeenten, die mede verantwoordelijk worden voor de (mogelijk aanwezige) archeologische waarden op hun grondgebied. De rijksoverheid blijft echter de nodigde verantwoordelijkheden behouden, bijvoorbeeld wanneer monumentale, archeologische of cultuurlandschappelijke waarden van nationaal of internationaal belang in het geding zijn. Ook wanneer het Rijk initiatiefnemer is bij projecten is zij verantwoordelijk voor het archeologische belang. In het geval van projecten waarvoor een milieu effect rapportage (m.e.r.) dient te worden opgesteld, heeft het Rijk een wettelijke 6 SIKB 2010.

13

Toelichting archeologische verwachtingskaart Vught

adviesrol. Het Rijk kan gebieden aanwijzen tot beschermd (archeologisch) rijksmonument en kan vergunningen verlenen tot wijziging, afbraak of verwijdering van een dergelijk archeologisch rijksmonument. Tot de invoering van de Erfgoedwet in 2016 verstrekte het Rijk de opgravingsvergunningen aan opgravende instanties. Dit is, zoals in paragraaf 1.2.3 zal worden besproken, inmiddels niet meer het geval. Het Rijk is tevens verantwoordelijk voor de instandhouding van een centraal archeologisch informatiesysteem (Archis). Tot slot kan het Rijk werk stilleggen. De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) en de Erfgoedinspectie zijn de instanties die (namens de minister van OCW) verantwoordelijk zijn voor bovenstaande taken.

Verantwoordelijkheden Provincie De provincie is het bevoegd gezag voor de (her)ontwikkeling van gebieden die onder de Ontgrondingenwet vallen, bij m.e.r. -procedures en soms in het geval van ontwikkelingen met een bovenlokaal karakter (bijvoorbeeld de aanleg van provinciale wegen, landinrichtingsprojecten, waterberging, etc.). De staat wordt eigenaar van alle vondsten en de opgravingsdocumentatie van archeologisch onderzoek, maar de provincies zijn via de provinciale depots voor bodemvondsten verantwoordelijk voor het beheer, instandhouding en ontsluiting van deze archeologische vondsten en opgravingsdocumentatie. Zij vervullen dus de rol van depothouder. De provincie is bevoegd om op verzoek van een gemeente een gemeentelijk depot aan te wijzen binnen de gemeentegrenzen. Daarbij zullen eisen worden gesteld aan bewaarcondities en beheer. De gemeente Vught heeft echter geen eigen depot. 1.2.2 De oude Monumentenwet 1988 en Wamz De bescherming van monumenten, waartoe ook archeologische monumenten behoren, en stads- en dorpsgezichten was tot 1 januari 2008 geregeld via de Monumentenwet 1988. Daarna was dat geregeld via de Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz)en was ook sprake van de bescherming van te verwachten archeologische waarden.

De uitgangspunten bij de (herziene) Monumentenwet 1988 (na inwerkingtreding Wamz) zijn: • Het is verboden een beschermd monument te beschadigen of te vernielen (artikel 11 Monumentenwet 1988); • Het aansluiten op de Wet ruimtelijke ordening door te stellen dat bij vaststelling van een bestemmingsplan rekening gehouden dient te worden met archeologie (art. 38 t/m 44 Monumentenwet 1988). Hierbij wordt vanuit de wet 100 m2 als vrijstellings-/ondergrens ten aanzien van de onderzoeksverplichting voor ‘projecten' gehanteerd (artikel 41a Monumentenwet 1988). In ditzelfde artikel staat echter vermeld dat de gemeenteraad beargumenteerd een hiervan afwijkende andere oppervlakte kan vaststellen; • Beleidsuitgangspunt dient behoud en bescherming van het archeologisch erfgoed in situ te zijn door het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden. Indien dit niet mogelijk is, dan dienen behoudenswaardige vindplaatsen te worden opgegraven; in uitzonderlijke gevallen kunnen in plaats van een opgraving de werkzaamheden archeologisch worden begeleid (opgraving, variant archeologische begeleiding); • Provincies zijn bevoegd om zogenoemde archeologische attentiegebieden aan te wijzen.

Dit betreft gebieden binnen het grondgebied van de provincie die archeologisch waardevol zijn of naar verwachting archeologisch waardevol zijn en die binnen geldende bestemmingsplannen onvoldoende bescherming genieten. Voor die gebieden dient de desbetreffende gemeente binnen een nader vast te stellen termijn een nieuw bestemmingsplan op te stellen, waarbij rekening wordt gehouden met de aanwezige en/of verwachte archeologische waarden (artikel 44 Monumentenwet 1988).

14

•

•

•

Het verhalen van de kosten verbonden aan het veiligstellen van archeologische waarden op de initiatiefnemer van de geplande ruimtelijke ingreep. Met andere woorden, de verstoorder betaalt; Introductie van marktwerking voor de uitvoering van archeologisch werk en controle van de kwaliteit hiervan middels de introductie van een kwaliteitssysteem;7 Er is een uitgebreidere meldingsplicht m.b.t. archeologie en informatie over het erfgoed dient toegankelijk te zijn (art. 51 t/m 54 Monumentenwet 1988).

Het tweede uitgangspunt (aansluiting op de Wet ruimtelijke ordening/Wabo) heeft de meeste gevolgen voor de gemeenten, aangezien hiervoor een gemeentelijke verwachtings- en beleidsadvieskaart noodzakelijk is. Ook voor de burger heeft dit uitgangspunt grote gevolgen. De bescherming van aanwezige en/of verwachte archeologische waarden wordt namelijk geregeld door het opnemen van regels in het bestemmingsplan ten aanzien van de afgifte van omgevingsvergunningen. In dergelijke regels worden bepaalde voorwaarden gesteld aan het verlenen van vergunningen (bijvoorbeeld een onderzoeksplicht op het gebied van archeologie). De aanvrager van een vergunning zal aan de voorwaarden moeten voldoen voordat de vergunning wordt verleend. De uitvoering van de Wamz sluit zoveel mogelijk aan bij de al bestaande regelgeving met betrekking tot de afgifte van de omgevingsvergunningen op het gebied van bijvoorbeeld milieu en flora en fauna. Op deze wijze wordt voorkomen dat de burger wordt geconfronteerd met onnodige kosten en tijdverspilling. Een volgend uitgangspunt van de Wamz dat grote gevolgen heeft voor de burger is het uitgangspunt dat de verstoorder betaalt.

Zoals hierboven uiteen is gezet kan de gemeente een initiatiefnemer middels een omgevingsvergunning, een afwijking op grond van de Wet ruimtelijke ordening of een besluit ter voorbereiding waarvan een milieueffectrapportage is uitgevoerd, verplichten tot archeologisch onderzoek. De kosten voor dit onderzoek komen voor rekening van de initiatiefnemer. De gemeente kon onder bijzondere omstandigheden (bijvoorbeeld een particulier project van maatschappelijk belang waarbij sprake is van excessieve kosten voor archeologisch onderzoek) beslissen om de kosten van de verstoorder te compenseren. Deze zogenaamde nadeelcompensatie kon worden verleend op basis van artikel 42 van de Wamz, artikel 26 van de Ontgrondingenwet of artikel 15.20 van de Wet milieubeheer. In de Wamz was tevens een artikel opgenomen (artikel 34a) op grond waarvan de gemeente in aanmerking kan komen voor compensatie door het Rijk voor een deel van de kosten van de nadeelcompensatie. Zoals in pararaaf 1.2.3 uiteen is gezet, is de excessieve kostenregeling met de implementatie van de Erfgoedwet komen te vervallen. 1.2.3 De Erfgoedwet De bestaande wet- en regelgeving voor behoud en beheer van het cultureel erfgoed in Nederland is per 1 juli 2016 gebundeld in de Erfgoedwet. Daarnaast is een aantal nieuwe bepalingen aan de Erfgoedwet toegevoegd.

Samen met de nog te implementeren nieuwe Omgevingswet maakt de Erfgoedwet een integrale bescherming van het cultureel erfgoed mogelijk. De Monumentenwet (1988, geactualiseerd in 2008) komt dan te vervallen. Voor het onroerend cultureel erfgoed zijn de implementatie van de Erfgoedwet en de toekomstige implementatie van de Omgevingswet van belang. Het deel van de Monumentenwet 1988 dat direct raakt aan de fysieke leefomgeving, zal opgaan in de Omgevingswet. Het resterende deel van de Monumentenwet is opgenomen in de Erfgoedwet. De essentie van de Erfgoedwet is nog steeds dat waardevolle archeologische resten zoveel mogelijk in 7 Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA, meest actuele versie).

15

Toelichting archeologische verwachtingskaart Vught

de bodem behouden blijven. In een zo vroeg mogelijk stadium van de ruimtelijke planvorming dient daarom rekening te worden gehouden met het aspect archeologie. De uitgangspunten uit het Verdrag van Valletta (of Malta) blijven dus ook in de Erfgoedwet de basis voor de omgang met de archeologische monumentenzorg. Er zijn echter wel enkele veranderingen doorgevoerd. De belangrijkste verandering ten opzichte van de Wamz betreft de vervanging van de opgravingsvergunning door een wettelijk geregelde certificering. Sinds de invoering van de Erfgoedwet is het verboden om zonder certificaat opgravingen te verrichten. Met deze certificering moeten alle opgravende partijen zich aan dezelfde kwaliteitsnormen houden. Ook gemeenten die in eigen beheer archeologische opgravingen willen doen, hebben hiermee te maken. Bedrijven en organisaties die professioneel archeologische opgravingen uitvoeren, kunnen kiezen uit verschillende certificerende instellingen om een certificaat aan te vragen (paragraaf 5.1, art. 5.1 t/m 5.6 van de Erfgoedwet). Het verbod op het verrichten van een opgraving zonder certificaat zou een grote impact hebben op amateur-archeologen. In de Erfgoedwet staan daarom voorwaarden vermeld waaronder het is toegestaan om op te graven zonder certificaat.

Zo mogen verenigingen van vrijwillige archeologen zelfstandig opgraven op locaties waar de gemeente heeft vastgesteld dat de archeologie niet behoudenswaardig is. Verenigingen van vrijwillige archeologen moeten de start van een opgraving melden bij de RCE, de vondsten overdragen aan het archeologisch depot van de provincie of de betreffende gemeente en rapporteren over hun bevindingen aan de RCE. Ook voor metaaldetectie is een uitzondering in de Erfgoedwet opgenomen. Wanneer een detectoramateur een vondst uit de grond haalt, wordt dat namelijk beschouwd als een opgraving. Hiervoor zou de detectoramateur dan een certificaat in bezit moeten hebben. Omdat de detectoramateurs een waardevolle bijdrage leveren aan de ontwikkeling van archeologische kennis, is echter besloten dat een dergelijke eis disproportioneel is. Bodemverstoring van de bovenste dertig centimeter van de bodem (bouwvoor) is derhalve toegestaan. Op deze regel geldt een aantal uitzonderingen, bijvoorbeeld dat metaaldetectie niet is toegestaan op een archeologisch gemeentelijk, provinciaal of rijksmonument. De uitzondering geldt ook voor archeologische terreinen als de gemeente een detectorverbod heeft geregeld in de algemene politieverordening (apv). Deze uitzondering geldt overigens ook voor verenigingen van vrijwillige archeologen.

Een tweede verandering ten opzichte van de Wamz is dat het maritieme archeologische erfgoed beter in de Erfgoedwet is ingekaderd, of meer in het algemeen het erfgoed dat onder oppervlaktewater kan voorkomen. Voor de gemeente Vught kan hierbij bijvoorbeeld worden gedacht aan de watervoerende lopen van de Dommel ten oosten van de historische kern. Een derde wijziging in de regelgeving ten opzichte van de Wamz is dat de excessieve kostenregeling is geschrapt. Reden hiervoor is dat de excessieve kostenregeling onderdeel was van de overgangssituatie bij de implementatie van het Verdrag van Valletta. Men is echter van mening dat nu de integratie van de archeologie in de ruimtelijke ordening vergaand tot stand is gebracht, ook de voorspelbaarheid van archeologie en de kosten die daarmee verband houden, is toegenomen. Het (financiële) vangnet van de rijksoverheid wordt niet meer noodzakelijk geacht. Ook het principe dat de ‘verstoorder betaalt’ is inmiddels gemeengoed. Dat principe had immers als doel om archeologische waarden zoveel mogelijk in situ te beschermen. Immers, bij hoge kosten zou een afweging tot bescherming van archeologische waarden eerder in beeld komen en gaat een stimulans uit om archeologievriendelijk te bouwen. Ter compensatie van de afschaffing van de excessieve kostenregeling

16

ontvangen gemeenten bestuurslastenvergoeding en een structurele extra tegemoetkoming excessieve kosten in het Gemeentefonds. Daarnaast is een fonds opgezet voor archeologische opgravingen van bijzondere internationale betekenis.

1.2.4 De Omgevingswet Het omgevingsrecht bestaat nu nog uit tientallen wetten en honderden regelingen voor ruimte, wonen, infrastructuur, milieu, natuur en water. Al deze wetten en regelingen hebben hun eigen uitgangspunten, procedures en eisen. De rijksoverheid is van mening dat de wetgeving daardoor te ingewikkeld geworden is. Dat kan gevolgen hebben, bijvoorbeeld dat het langer duurt dan nodig is om een project op te starten. De rijksoverheid heeft daarom besloten om het omgevingsrecht makkelijker te maken en samen te voegen in één nieuwe wet, de Omgevingswet. De Omgevingswet moet gaan zorgen voor een samenhangende aanpak van de leefomgeving, ruimte voor lokaal maatwerk en betere en snellere besluitvorming. Daarnaast zal participatie worden bevorderd, door bijvoorbeeld burgers en ondernemers zo goed mogelijk te betrekken bij de ontwikkeling van de leefomgeving.8 De implementatie van de Omgevingswet heeft echter de nodige vertraging opgelopen. De verwachting is nu dat de nieuwe wet op 1 januari 2023 zal ingaan. Een aantal bestaande wetten zullen in hun geheel opgaan in de Omgevingswet. Dit betreft bijvoorbeeld de Wet ruimtelijke ordening. Van de (herziene) Monumentenwet 1988 zullen alle onderdelen over omgevingsrecht overgeheveld worden naar de Omgevingswet.

Dit betreft een belangrijk deel van de monumentenzorg, namelijk de omgang met archeologie in de fysieke leefomgeving.9 Zo zullen vergunningen tot wijziging, sloop of verwijdering van rijksmonumenten onder de Omgevingswet komen te vallen. Maar ook verordeningen, bestemmingsplannen, vergunningen en ontheffingen op het gebied van archeologie komen onder de nieuwe wet te vallen. Dat zelfde geldt straks ook voor de bescherming van stads- en dorpsgezichten. Eén van de uitgangspunten van de wet is dat decentrale overheden al hun regels over de leefomgeving bijeenbrengen in één gebiedsdekkende regeling. Het omgevingsplan zal voor de gemeenten die gebiedsdekkende regeling moeten gaan vormen. Het omgevingsplan biedt daarmee één integrale, inhoudelijk op elkaar afgestemde set van regels die van toepassing zijn op een locatie. Ook de regelgeving die van toepassing is op archeologie hoort daar bij. In het geval van archeologie zal het hierbij gaan om een actuele beleidskaart met bijbehorende beleidsregels. De beleidskaart (inclusief regels) kunnen bij het inwerking treden van de Omgevingswet één-op-één worden opgenomen in het omgevingsplan. Hierbij is het wel van belang dat de beleidskaart goed is onderbouwd. De Omgevingswet voorziet niet in een actualiseringsplicht voor het omgevingsplan. Er bestaat dus geen verplichting om het omgevingsplan met een vaste termijn te actualiseren.

Het achterwege laten van de actualiseringplicht ontslaat de gemeente echter uitdrukkelijk niet van het actueel houden van haar beleid. Het is na de implementatie van de Omgevingswet echter aan de gemeente om te beoordelen of het omgevingsplan actueel is of (op onderdelen) wijziging behoeft. Zoals vermeld gaat de Omgevingswet naar verwachting op 1 januari 2023 in. De onderdelen van de (herziene) Monumentenwet 1988 en Wamz, die dan overgaan naar de Omgevingswet, blijven van kracht totdat de Omgevingswet in werking treedt.

8 9

17

www.rijksoverheid.nl 2020. www.rijksoverheid.nl 2020.

Toelichting archeologische verwachtingskaart Vught

1.3 Erfgoed en ruimtelijke ordening Een vroegtijdige inventarisatie van archeologische en cultuurhistorische waarden is in het belang van zowel de initiatiefnemers van een project met bodemverstorende activiteiten als de planontwikkeling. Bij vroegtijdige opsporing kunnen archeologische waarden immers nog ingepast worden, zodat de kosten voor bijvoorbeeld een opgraving vermeden kunnen worden. Tevens kunnen archeologische waarden en indien van toepassing cultuurhistorische waarden dan behouden blijven voor toekomstige generaties. Een tijdige opsporing voorkomt dat de daadwerkelijke ontwikkeling van te bebouwen of ontgraven gebieden vertraagd wordt. Het behoud van archeologische en cultuurhistorische waarden brengt bewoners en gebruikers meer historisch besef over hun omgeving bij. Inpassing daarvan in een omgevingsplan kan een gebied cultuurhistorische identiteit verlenen en daarmee kwaliteit toevoegen aan de openbare ruimte. Bij inpassing kan bijvoorbeeld gedacht worden aan bescherming en behoud van archeologische waarden op een vindplaats door er een plantsoen of speelweide overheen aan te leggen. Een eerder gepland gebouw op diezelfde locatie zou bijvoorbeeld in een ander deel van het plangebied gerealiseerd kunnen worden. Behoud kan ook worden gerealiseerd door technische maatregelen te nemen die bodemverstorende ingrepen voorkomen (bv. ophoging).

Naast archeologische waarden moet hierbij nadrukkelijk ook worden gedacht aan bestaande cultuurhistorische waarden, zoals bijvoorbeeld beeldbepalende panden of monumentale bomen. Om dergelijke cultuurhistorische waarden te kunnen beschermen, zijn de cultuurhistorische waarden die de afgelopen tien jaar onder de Belvedère-gebieden zijn geschaard, opgenomen in een regeling in het RO-instrumentarium. Voor de gemeente Vught is hiertoe een cultuurhistorische waardenkaart gemaakt.10 De bodem wordt vaak verstoord in gebieden die planologisch (her)ontwikkeld gaan worden en/of die een nieuwe bestemming krijgen, bijvoorbeeld van agrarisch grondgebruik naar bedrijventerrein/wonen of nieuwe natuur. Dat betekent dat archeologische waarden een grote rol spelen in de procedures bij ruimtelijke ordening. Het betreft bijvoorbeeld vergunningaanvragen voor infrastructurele werken, ontgrondingen en allerhande klein- en grootschalige bouw- of natuurontwikkelingsprojecten die de bodem dieper dan de normaal agrarisch bewerkte bovengrond zullen roeren. Ook grootschalige verlagingen van het grondwaterpeil kunnen mogelijk bedreigend zijn voor het archeologisch erfgoed, omdat door oxidatie van organisch materiaal in de bodem grondsporen kunnen vervagen en kwetsbare materialen als hout, textiel, botresten en leer sneller zullen vergaan.

Daarmee verdwijnt informatie die van belang kan zijn voor de interpretatie en reconstructie van archeologische vindplaatsen bij latere opgravingen.

1.4 Gemeentelijk archeologiebeleid De gemeente Vught heeft wettelijk gezien een belangrijke rol bij het behoud en het beheer van het ondergrondse cultureel erfgoed. De gemeente is namelijk bij bodemingrepen van enige omvang (>100 m2)11 verplicht rekening te houden met zowel de bekende archeologische waarden als de te verwachten archeologische resten. In de huidige praktijk worden vergunningsaanvragen voor nieuwe planologische ontwikkelingen nog getoetst tijdens bestemmingsplanprocedures in het kader van de Wabo en de Wro. Dat is met name relevant als in de plankaarten van het bestemmingsplan of het omgevingsplan voor bepaalde gebieden een archeologische dubbelbestemming is opgenomen. Voor cultuurhistorische waarden bestaat een dergelijke regeling nog niet, maar in de nieuwe Omgevingswet dienen

10

Berkvens & Leenders 2015a, b. Een gemeente mag onderbouwd afwijken van deze oppervlakte en strengere of minder strenge regels hanteren. 11

18

gemeenten ook daarmee rekening te houden in hun integrale afweging bij het vaststellen van een omgevingsplan. De gemeenten hebben een loketfunctie voor initiatiefnemers en dienen voor alle gebieden in de gemeente aan te geven wanneer er een plicht tot archeologisch vooronderzoek bestaat (bv. bij de huidige bestemmingsplanprocedures of vanaf 2021 bij de omgevingsplanprocedures) of onder welke voorwaarden een vergunning verleend kan worden (bv. bij omgevingsvergunningen). In de voorschriften van het bestemmingsplan dienen zaken als onderzoeksplicht en de voorwaarden te zijn beschreven waaraan voldaan moet worden voordat een vergunning wordt afgegeven. Indien uit het gemeentelijk beleid blijkt dat een archeologisch (voor)onderzoek is vereist, dan dient dergelijk onderzoek te worden uitgevoerd conform een door de gemeente goedgekeurd Programma van Eisen (PvE) dat aan de vigerende KNA voldoet,12 in combinatie met een Plan van Aanpak (PvA). Uitzondering hierop zijn bureauonderzoeken en booronderzoeken. Voor bureauonderzoek is geen PvA noodzakelijk, voor booronderzoeken wel. Naast de richtlijnen van de KNA kan een gemeente ook (aanvullende) richtlijnen opstellen waar het onderzoek aan moet voldoen. Ook deze richtlijnen dienen in het PvE en/of PvA te worden opgenomen.

De gemeente kan het PvE zelf opstellen, of dit laten doen door het inhuren van een gecertificeerd senior KNA-archeoloog/bedrijf, als de benodigde kennis niet in huis is. Dit geldt ook voor het goedkeuren van een PvE en/of PvA dat door particulieren of andere initiatiefnemers wordt ingediend. Hoewel niet wettelijk verplicht, is het aan te raden om tevens het PvA voorafgaand aan het onderzoek te toetsen. Op deze wijze kan voorkomen worden dat een initiatiefnemer het onderzoek opnieuw moet laten uitvoeren omdat het gebruikte PvA niet correct was. De initiatiefnemer laat vervolgens het onderzoek op basis van het goedgekeurde PvA en/of PvE uitvoeren door een (gecertificeerd) archeologisch bedrijf. Dit resulteert in een rapport waarin een selectieadvies is opgenomen (bijvoorbeeld: geen vervolgonderzoek noodzakelijk). De gemeente dient dit rapport te toetsen op de inhoud, maar dient ook na te gaan of het onderzoek conform de richtlijnen van de KNA en het PvE/PvA is uitgevoerd. Als het rapport voldoet aan alle eisen, dan dient de gemeente het in het rapport beschreven selectieadvies om te zetten in een selectiebesluit. Het selectiebesluit mag afwijken van het advies, mits daar gegronde redenen voor zijn. Ook het toetsen van archeologische rapporten kan worden uitbesteed, indien men van mening is dat binnen de gemeente de benodigde kennis ontbreekt.

Naast het beschermen van archeologische en cultuurhistorische waarden binnen de gemeentegrenzen, kan de gemeente het erfgoed ook inzetten voor andere doeleinden. Binnen de gemeente Vught zijn bijvoorbeeld al verscheidene partijen actief om het cultuurhistorische erfgoed voor een groter publiek te ontsluiten. Zo zijn vrijwilligers actief bij opgravingen en worden regelmatig lezingen, excursies en exposities georganiseerd door de historische verenigingen die binnen die gemeente actief zijn.13 Een dergelijke aanpak draagt bij aan het historisch besef van de burger en kan een extra stimulans voor het toerisme in de gemeente zijn.

12 Dit is een wettelijke verplichting. Het recht tot toetsing en goedkeuring van het PvE en/of

PvA door de gemeente is in de KNA verankerd. 13 Bv. Stichting Erfgoed Vught.

19

Toelichting archeologische verwachtingskaart Vught

1.5 Gemeentelijke archeologische inventarisatie- en beleidsadvieskaart Iedere gemeente dient over voldoende kennis te beschikken aangaande de archeologie en de cultuurhistorische waarden op haar eigen grondgebied, voordat bodemverstorende werkzaamheden of bijvoorbeeld de verwijdering van cultuurhistorische waarden al dan niet kunnen worden toegestaan. Ten aanzien van de archeologische waarden verplicht de Wamz gemeenten niet alleen om de bekende archeologische waarden, maar ook de onderbouwd te verwachten archeologische waarden binnen hun gemeentelijke grenzen te inventariseren. Essentieel onderdeel hierin zijn een archeologische inventarisatie- en beleidsadvieskaart. Deze kaarten vormen een cartografische onderbouwing van de (verwachte) voorraad archeologie binnen de gemeente en het daarop afgestemde archeologische beleid. Het rapport behorende tot de archeologische inventarisatieen beleidskaart dient als inhoudelijke onderbouwing van het beleid en kan worden gebruikt bij het toetsen van PvE’s en onderzoeksrapporten. Aangezien in de wet is opgenomen dat informatie over het erfgoed toegankelijk dient te zijn, kunnen het rapport en de bijbehorende kaarten bijvoorbeeld via het internet openbaar worden gemaakt. Initiatiefnemers en geïnteresseerde burgers kunnen die op deze wijze gemakkelijk inzien.

Hierbij kan worden besloten om bepaalde delen van het rapport, bijvoorbeeld de catalogus, niet vrij te geven. Dit om schatgraverij te voorkomen. Bij onderhavig onderzoek is getracht om met de beschikbare middelen en tijd bekende archeologische en cultuurhistorische waarden zo uitgebreid mogelijk te inventariseren. Ook de te verwachten archeologische waarden zijn geïnventariseerd om een archeologische inventarisatie- en beleidskaart te kunnen opstellen, waarmee de gemeente kan voldoen aan de toekomstige Omgevingswet. Het uitgangspunt hierbij is dat zodra bekend is wat binnen de gemeentelijke grenzen aanwezig is en verwacht kan worden, het mogelijk wordt een voor burgers en private partijen transparant beleid te formuleren met betrekking tot (een selectie van) te behouden archeologische waarden en het beheer daarvan. Dit beleid dient het uitgangspunt te zijn bij een integrale afweging van omgevingsplannen en het nemen van beslissingen bij de vergunningsprocedures. Bij het bepalen van het beleid is rekening gehouden met gemeentelijke, maar ook met provinciale belangen.

1.6 Ligging van het gebied Het onderzoeksgebied betreft het gehele grondgebied van de gemeente Vught en beslaat een oppervlakte van 6111,56 ha, waarvan 5735,1 ha land en 376,46 ha water. Tot 1933 behoorde de buurtschap Deuteren nog tot de gemeente Vught en was Cromvoirt nog een zelfstandige gemeente. Na die tijd is Deuteren overgegaan naar de gemeente ’s-Hertogenbosch en is Cromvoirt bij de Gemeente Vught gevoegd. De twee grootste historische dorpskernen zijn dus Vught en Cromvoirt. Per 1-1-2019 is bij een grenscorrectie het gebied De Gement (ten noorden van het Drongelens kanaal) overgegaan van de gemeente ’s-Hertogenbosch naar de gemeente Vught, opdat de Randweg Vught – ’s-Hertogenbosch geheel op Vughts grondgebied zou komen te liggen.14 Op 1-1-2021 is een nieuwe gemeentelijke herindeling uitgevoerd, waarbij een deel van de voormalig aangrenzende gemeente Haaren (de kern Helvoirt met een deel van het omliggende buitengebied) naar Vught is overgegaan. De gemeente Haaren is daarna opgeheven. In de uiterst noordelijke punt is een klein deel overgegaan van de gemeente Vught naar de gemeente ’s-Hertogenbosch. Afb. 1.1 geeft het huidige gemeentelijke grondgebied weer, inclusief de ligging van de grootste kernen Vught, Cromvoirt en Helvoirt (na herindeling op 1-1-2021). 14

Provinciaal Blad, uitgave Provincie Noord-Brabant nr. 5112, dd. 9-7-2018.

20

Afb. 1.1 Het nieuwe grondgebied van de gemeente Vught (na samenvoeging met de kern Helvoirt op 1-1-2021).

Bij aanvang van de opdracht grensde de gemeente in 2020 in het westen en zuiden nog aan de gemeente Haaren. In het noorden grenst Vught aan de gemeente ’sHertogenbosch. Ten oosten van Vught ligt de gemeente Sint-Michielsgestel. De gemeente Haaren is op 1-1-2021 bij een gemeentelijke herindeling opgeheven. De kern Helvoirt en een groot deel van het buitengebied rond Helvoirt zijn op dat moment toegevoegd aan de gemeente Vught. Het dorp Biezenmortel hoort nu bij de gemeente Tilburg. Het dorp Haaren is toegevoegd aan de gemeente Oisterwijk. Het dorp Esch met omgeving is toegevoegd aan de gemeente Boxtel. De gemeente Vught grenst dus nu in het zuiden aan de gemeenten Tilburg, Oisterwijk en Boxtel.

1.7 Leeswijzer In de onderliggende rapportage staan de resultaten van het onderzoek, inclusief de actualisatie, beschreven. Dit rapport vormt mede de onderbouwing van de landschapsreconstructie en de daarop gebaseerde archeologische verwachting per hoofdperiode en complextype zoals die in de als bijlage toegevoegde kaarten is weergegeven. In hoofdstuk 2 wordt aangegeven welke bronnen zijn gebruikt bij het tot stand komen van de diverse kaarten. In hoofdstuk 3 wordt de ontwikkeling van het natuurlijke landschap geschetst waarbij ook wordt aangegeven hoe het landschap er in de verschillende archeologische perioden uitzag en welke bodemkundige eenheden relevant waren voor de bewoningsgeschiedenis. In hoofdstuk 4 wordt globaal de bewoningsgeschiedenis van het gebied beschreven. Daarbij worden achtereenvolgens vier verschillende hoofdperioden en subperioden behandeld, te weten de steentijd (paleolithicum en mesolithicum), de periode van vroege landbouwsamenlevingen (neolithicum, vroege bronstijd), de periode van late landbouwsamenlevingen (midden-bronstijd tot en met vroege middeleeuwen). Bij de perioden volle middeleeuwen tot en met nieuwe tijd (‘staatssamenlevingen’) is zoveel van het landschap en de bewoningsgeschiedenis bekend dat deze ook thematisch wordt behandeld. Daarbij worden ook de nog bestaande dorpskernen beschreven.

Daarna volgen enkele thematische beschrijvingen van onder meer molens en verdedigingswerken (bv. de linie 1629). In hoofdstuk 5 worden de te

21

Toelichting archeologische verwachtingskaart Vught

verwachten sporen van conflictarcheologie toegelicht, waaronder de Tweede Wereldoorlog. Vervolgens komt de inventarisatie van de bestaande archeologische waarden en conflictarcheologie-locaties binnen de gemeente aan bod (hoofdstuk 6), op basis waarvan de inventarisatiekaarten zijn gemaakt (bijlagen 2-6, incl. bijlage 6B) en de verwachtingskaart (bijlage 7). Voor de historische kernen Vught, Cromvoirt en Helvoirt zijn detailkaarten gemaakt (bijlage 8-10). In hoofdstuk 7 zal worden toegelicht hoe de archeologische landschapskaart en inventarisatiekaarten (per hoofdperiode, bijlagen 2-6) tot stand zijn gekomen. Vervolgens zal in hoofdstuk 8 worden ingegaan op het beleidskader dat is gekoppeld aan de beleidsadvieskaart (bijlage 11). Ten slotte geeft hoofdstuk 9 het overzicht van de geraadpleegde bronnen zoals literatuur, kaartmateriaal en websites. Bijlage 12A geeft een totaaloverzicht van alle Achis3-zaakidentificatienummers (onderzoeken en meldingen) die op 31-12-2020 voor de gemeente Vught bekend waren. De daaruit afgeleide vindplaatsen en locaties met cultuurhistorische waarde(n) die in de tekst worden genoemd staan op de inventarisatiekaarten en verwachtingskaart afgebeeld met hun catalogusnummer.

Dit nummer verwijst naar een catalogus met de details van vindplaatsen en/of locaties met cultuurhistorische waarde(n) die als respectievelijk de bijlagen 12B en 12C zijn toegevoegd. Hierin worden alle vindplaatsen genoemd die reeds bekend zijn of die op basis van historische en cartografische bronnen vermoed worden. Bijlage 12D betreft de catalogus van locaties waar militair erfgoed kan worden verwacht. Tenslotte is in bijlage 13 een set planregels beschreven die geïncorporeerd kunnen worden in het paraplubestemmingsplan Archeologie 2022 voor de gemeente Vught. Na vaststelling van die regels zullen die samen met de kaarten in bijlage 7 en bijlage 11 (de beleidsadvieskaart) de basis gaan vormen voor de archeologische monumentenzorg in de gemeente. Bijlage 14 bevat enkele handreikingen als toelichting op het archeologisch onderzoekstraject.

22

2

Onderzoeksopzet

2.1

Inleiding

Om tot een gemeentelijke archeologische inventarisatiekaart- en beleidsadvieskaart te komen, is het onderzoek opgesplitst in een aantal fasen. In de eerste fase zijn de binnen de gemeente bekende archeologische en cultuurhistorische waarden geïnventariseerd. Hiertoe zijn eerst de digitale gegevens van de al bestaande archeologische verwachtingskaart uit 2010 en de cultuurhistorische waardenkaart uit 2015 verzameld.15 Vervolgens is deze informatie aangevuld en geactualiseerd met de resultaten van waarnemingen van met name archeologisch onderzoek dat is uitgevoerd na het gereedkomen van de archeologische verwachtingskaart uit 2010. De peildatum voor de inventarisatie van die kaart was 31-8-2010. Resultaten van gravend onderzoek (proefsleufonderzoek, opgravingen en begeleidingen) en waarnemingen van amateurs na die peildatum en tot de peildatum voor de nieuwe kaart zijn meegenomen. De peildatum voor de onderhavige nieuwe kaart is 31-122020 (vanwege de gemeentelijk herindeling op die datum). De gegevens van bureau- en booronderzoeken zijn in beperkte mate meegenomen, omdat de context van archeologische indicatoren daarin niet altijd duidelijk is. Digitale gegevens van de cultuurhistorische waardenkaart zijn verwerkt in de archeologische periodekaarten voor zover zij relevantie kunnen hebben voor de lokale archeologische verwachting.

Voorbeeld: een landgoed waarvan de locaties van het landhuis, een koetshuis, een bijbehorende hoeve en een ijskelder bekend zijn of een kasteel met een oude grachtstructuur. De inventarisatie is verwerkt in vijf inventarisatiekaarten en een catalogus (bijlagen 2-6 en bijlage 12A-C). Vervolgens zijn de landschappelijke en geomorfologische opbouw van het gebied inclusief de bodems geïnventariseerd (fase 2), omdat verschillende geomorfologische zones in het landschap ieder een eigen rol kunnen hebben gespeeld bij de locatiekeuze voor nederzettingen, vooral in de prehistorie. Tevens is aandacht gegeven aan het in kaart brengen van al bekende verstoringen, zoals ontgrondingen, afgravingen en ophogingen. Een veldinspectie vormde geen onderdeel van deze inventarisatie.16 Dit heeft geresulteerd in een archeolandschappelijke eenhedenkaart. De inventariserende fasen 1 en 2 hebben geleid tot het opstellen van een verwachtingskaart (fase 3). Deze kaart is opgesteld op basis van de relatie tussen landschappelijke ligging en de locatie van archeologische waarden, gecombineerd met locatiekeuzefactoren. Tot slot is aan de verschillende verwachtingseenheden een beleidscategorie met adviezen, vrijstellingen en planregels gekoppeld, waarmee een archeologische beleidskaart is ontstaan (fase 4). Daarna heeft mevr. R.

Berkvens planregels uitgewerkt voor het gewenste paraplubestemmingsplan archeologie voor de gemeente Vught. In de navolgende paragrafen wordt per fase een uitgebreide beschrijving van de werkwijze weergegeven. 15

Hessing et al. 2011; Berkvens & Leenders 2015a, b. Eugene Ball heeft nog wel de locatie van de oude atletiekbaan op de hei bezocht en de mogelijke locatie van de St.-Augustinuskapel te Bergenshuizen. 16

23

Toelichting archeologische verwachtingskaart Vught

2.2

Archeologische inventarisatie

Op basis van de gegevens is een overzicht gemaakt van bekende archeologische waarnemingen en vondstmeldingen. Hiervoor zijn diverse bronnen geraadpleegd, waaronder het ARCHeologisch Informatie Systeem (ARCHIS) van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), de cultuurhistorische waardenkaart uit 2015 en gegevens uit de literatuur. Tevens is contact opgenomen met lokale vrijetijdsarcheologen.17 Alle waarnemingen en meldingen zijn geanalyseerd op betrouwbaarheid, met name de coördinaten (administratief geplaatste waarnemingen zijn verwijderd). De gegevens zijn verzameld in een database en catalogus en op de inventarisatiekaarten (bijlagen 2-6) weergegeven, met het landschap als achtergrond. Tijdens de actualisatie zijn de sinds 2010 in Archis toegevoegde waarnemingen tot 31-12-2020 geraadpleegd. Beoordeeld is in hoeverre ‘nieuwe’ waarnemingen aan al bestaande vindplaatsen konden worden toegevoegd, of misschien een nieuwe vindplaats vormen.18 Nieuw in vergelijking met de in 2010 vervaardigde kaart is dat voor onderhavig rapport ook rekening is gehouden met de aanwezigheid van relicten uit de Tweede Wereldoorlog. Voor de inventarisatie van deze gegevens is gebruik gemaakt van onder andere het verliesregister voor vliegtuigen en informatie uit archieven (zoals luchtfoto’s). Die gegevens zijn opgenomen op de inventarisatiekaart conflictarcheologie (bijlagen 6 en 6B).

De bekende archeologische waarden zijn per periode op de inventarisatiekaarten weergegeven. Het gaat hierbij om bekende vindplaatsen. De gemeente Vught heeft sinds de gemeentelijke herindeling drie AMK-terreinen19 op haar grondgebied en nog geen gemeentelijke archeologische monumenten. De binnen de gemeente uitgevoerde archeologische onderzoeken zijn op de verwachtingskaart geplot (bijlage 7). De kaart is aangevuld met historische elementen die vooral voor de perioden staatsamenlevingen relevant zijn. Dat betreft laat- en post-middeleeuwse elementen zoals verdedigingswerken, dorpskernen, landgoederen, waterstaatkundige werken, molens, etc. De grenzen van de historische kernen zijn gebaseerd op de eerste kadastrale kaarten uit de periode 1832. De historische kaarten waarvan gebruik is gemaakt staan achter in het rapport vermeld. Hierbij dient in het bijzonder de kaart vermeld te worden die dhr. R. de Vrind vervaardigd heeft op basis van historische kaarten van het beleg van ’s-Hertogenbosch in 1629. De recent uitgekomenen boeken ‘Vught en Cromvoirt in kaart’ en ‘Twee bijzondere dorpen.

Geschiedenis van Vught en Cromvoirt’ zijn geraadpleegd en de archeologisch relevante informatie daaruit is verwerkt.20 Alle bekende vindplaatsen en terreinen zijn geprojecteerd op de topografische ondergrond en landschapsinformatie, waarbij elke archeologische vindplaats dan wel cultuurhistorisch relict genummerd is. Deze nummers verwijzen naar de catalogus (bijlage 12A-C) waarin de verschillende terreinen kort worden beschreven. Op deze wijze is gekomen tot een betrouwbaar overzicht van de tot nu toe bekende archeologische waarden en tal van historische elementen binnen de gemeente Vught.

2.3

Archeolandschappelijke eenhedenkaart

In fase 2 is de landschappelijke en geomorfologische opbouw van het gebied geanalyseerd. De archeologische verwachting in een gebied kan namelijk worden 17

Het contact met de Stichting Erfgoed Vught verliep via de heer W. Kievits. Als sprake was van een nieuwe periode en nieuw complextype en de coördinaten met voldoende detail bekend was, is sprake van een nieuwe vindplaats. 19 De AMK-terreinen 4174, 4182 en 4183, alle drie met status ‘hoge archeologische waarde’. 20 Thiers 2017; Van den Oord & Thiers 2020. 18

24

opgesteld aan de hand van de landschappelijke kenmerken van een gebied. Immers, mensen hadden in het verleden een sterke voorkeur voor bepaalde delen in het landschap. Met name overgangsgebieden tussen hooggelegen, droge locaties en laaggelegen natte locaties waren ideale plekken voor bewoning. Hier had men op korte afstand beschikking over (drink)water en ook voedsel was hier volop aanwezig. Relatief hoog gelegen terreinen grenzend aan een laag gelegen en natte omgeving zoals de dekzandruggen langs het Dommeldal en het beekdal van de Leij/Broekleij zijn daarom vanuit archeologisch oogpunt interessant. De dekzandruggen zijn eveneens van belang, omdat dergelijke ruggen altijd hoog lagen, in de prehistorie al bewoond waren en vanaf de late middeleeuwen zijn afgedekt met een plaggendek. Een dergelijk plaggendek heeft een conserverend effect op onderliggende archeologische resten, die buiten het bereik kwamen te liggen van oppervlakkige bodemverstoringen zoals ploegen. Vanwege de sterke relatie tussen landschappelijke ligging en bodemtype wordt bij de vervaardiging van archeologische verwachtingskaarten en inventarisatiekaarten over het algemeen gebruik gemaakt van (gedetailleerde) bodemkaarten en geomorfologische kaarten.

In het verleden is gebleken dat bepaalde bodemtypen een goede indicatie zijn voor het voorspellen van de aanwezige (tot nu toe niet ontdekte) archeologische waarden. Een bepaald bodemtype kan dus in grote mate voorspellend zijn voor het al dan niet aanwezig zijn van archeologische waarden, zodat aan dat bodemtype een bepaalde archeologische verwachting kan worden toegekend. De gedetailleerde bodemkaarten (1:10.000/1:25.000)21 en de geomorfologische kaart met schaal 1:50.000 zijn gebruikt.22 Een probleem bij het vervaardigen van een archeolandschappelijke eenhedenkaart voor de bebouwde kom is dat de bebouwde kom op bodemkaarten en geomorfologische kaarten veelal niet is gekarteerd, zo ook voor Vught. Als gevolg hiervan is voor dergelijke gebieden geen detailinformatie beschikbaar over de (oorspronkelijke) landschappelijke situatie. Om toch informatie te krijgen over de oorspronkelijke landschappelijke situatie ter plaatse van de bebouwde kom, is gebruik gemaakt van historische kaarten die de percelering, bebouwing en/of het landgebruik laten zien, waaronder de kadastrale kaart uit 1832 en de topografische kaarten uit circa 1850-1920. Immers, op die kaarten was een groot deel van de huidige bebouwde kom nog niet bebouwd.

Aan de hand van de beeklopen en het landgebruik (grasland in lage, natte terreinen en akkerland op hoger gelegen, droge terreinen) kan een globale reconstructie worden gemaakt van het landschap. Dergelijke informatie is echter minder nauwkeurig dan de gedetailleerde bodemkaarten. Om te kunnen komen tot een zo gedetailleerd mogelijke archeolandschappelijke eenhedenkaart voor de gemeente Vught is gebruik gemaakt van de volgende bronnen: -

Bodemkaart, schaal 1:50.000;23 Gedetailleerde bodemkaarten met schaal variërend van 1:10.000 tot 1:25.000;24 Geomorfologische kaart, schaal 1:50.000;25 Actueel Hoogtebestand Nederland, versie 3; Landschappelijke gegevens die vermeld staan in de diverse archeologische rapporten; Literatuur over de ontwikkeling van het landschap gedurende het Holoceen.

21

Dirkx & Soonius 1991; Zegers 1959. Ten Cate & Van den Berg 1983; Koomen & Maas 2004. 23 Bles et al. 1984. 24 Dirkx & Soonius 1991; Zegers 1959. 25 Bles et al. 1984. Blad 45 West. 22

25

Toelichting archeologische verwachtingskaart Vught

Bovenstaande gegevens hebben geresulteerd in een vereenvoudigde kaart waarop de verschillende landschappelijke eenheden zijn aangegeven die van invloed zijn geweest op de bewoningsgeschiedenis. Met name het noordelijke deel van de gemeente stond onder invloed van de Maas en hier zijn oudere landschappelijke eenheden vaak overdekt door veen en latere kleiafzettingen. Als hier oudere bewoningssporen aanwezig waren, dan zijn die afgedekt. De archeolandschappelijke eenhedenkaart is onderverdeeld in twee landschapstypes, te weten het lage afgedekte dekzandlandschap in De Gement en het hoge dekzandlandschap ten zuiden van de Gementweg. Tot het hoge dekzandlandschap rekenen we ook het beekdal van de Dommel.

2.4

Archeologische inventarisatiekaart

Om te kunnen komen tot een archeologische inventarisatiekaart is de relatie tussen bekende archeologische vindplaatsen en landschappelijke eenheden geanalyseerd. We zijn voor het landschap uitgegaan van de bodemkundige eenheden in combinatie met hun grondwatertrap. Zoals in paragraaf 2.3 al kort is genoemd, liggen archeologische vindplaatsen namelijk niet willekeurig verspreid door het landschap, maar in landschappelijke zones die in het verleden geschikt waren voor bewoning of beakkering. Hierdoor zijn gebieden aan te wijzen waar veel archeologische vindplaatsen dicht bij elkaar liggen, terwijl in andere gebieden tot op heden nauwelijks archeologische resten zijn gevonden. Op basis van kennis over de relatie tussen het nederzettingspatroon en het landschap26 kunnen we inschatten op welke locaties nederzettingen en grafvelden verwacht worden. Dat is vooral relevant voor de perioden tot de late middeleeuwen, waarvoor historische bronnen (zeer) schaars zijn (Romeinse tijd/vroege middeleeuwen) of ontbreken (prehistorie) en cartografische bronnen geheel ontbreken.

Voor de late middeleeuwen zijn meer historische bronnen beschikbaar (al is uit deze periode vaak nog geen kaartmateriaal beschikbaar), terwijl voor de nieuwe tijd relatief veel historische bronnen en kaartmateriaal beschikbaar zijn.27 Deze analyse heeft geleid tot een archeologische verwachtingskaart waarbij vlakdekkend en op perceelsniveau zichtbaar is of voor een bepaald terrein een archeologische verwachting geldt of niet. Deze verwachting is een weergave van het verwachtingsmodel dat op basis van de voorgaande fasen is opgesteld. Het verschil tussen de verschillende verwachtingszones is terug te voeren op een verschil in trefkans op en dichtheid van te verwachten archeologische vindplaatsen. In een zone met een hoge archeologische verwachting is, op basis van de huidige kennis binnen de archeologische wetenschap, een hogere kans op en grotere dichtheid aan archeologische vindplaatsen te verwachten dan in zones met een lage verwachting. De verwachtingszones doen echter geen uitspraak over de potentiële waarde van eventuele vindplaatsen. Deze waarde is namelijk afhankelijk van verscheidene parameters, zoals de gaafheid van de vindplaats en ook de mate waarin het type vindplaats binnen de regio voorkomt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Vught&id=4108be5a-6344-43e4-8aa9-e7ca272de92f