CConstaterende datVught
Koppel je AI →
Document · PDF

(nieuw) Bijlage Nota van zienswijzen Programma grootschalige opwek_V2

Raadsvergadering 12 september 2024, gemeente VughtBij agendapunt: Programma grootschalige opwek Vught22.817 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen Programma grootschalige opwek Vught 2024 2 juli 2024 Toelichting: Voor zover de zienswijzen omschrijvend waren, zijn deze samengevat in kortere teksten. Soms is na indienen van een zienswijze nog overleg geweest wat tot verduidelijking van de zienswijze heeft geleid. De samengevatte zienswijzen zijn op volgorde genummerd per indiener (kolom C) om de vindbaarheid in de brief van de zienswijze te vergemakkelijken (voor de gemeente en de indiener). De zienswijzen zijn in de volgende 4 categorieën ingedeeld: - over de participatie - algemeen, over onderwerpen geen specifiek onderdeel betreffend - over het kaartmateriaal - technische vragen en/of inbreng (milieutechnisch, natuurtechnisch, natuur- en landschap etc.) Categorie zienswijze Technische vragen en/of inbreng Specifiek onderwerp windturbines

Indiener/anoni misatiecode ZW PGOV 01

Inhoud van de zienswijze (essentie/samenvatting) Indiener heeft opmerkingen over: (1) Opgave van de RES is lineair berekend en dat zou onjuist zijn. (2) Gemeente Vught zou de technologieën weergegeven in het plan van Duurzaam Cromvoirt 'Energietransitie Gemeente Vught, Alternatief plan' moeten toepassen. Hierbij ligt de nadruk op de technieken die zich meer focussen op warmtewinning met zonnepanelen. De opgave van 2030 tot en met 2050 zou buiten beschouwing moeten worden gelaten.

Reactie op de zienswijze (1) De opgave van de Regionale Energie Strategie is enkel een inschatting van het elektriciteitsverbruik tot 2030 en 2050. We houden hier al geen rekening met het elektrificeren van de warmtevoorziening en elektrificatie van vervoer of desnoods waterstof (welke een energiedrager is en ook nog eens extra veel elektrciteit vraagt om te maken (i.v.m. het grote energieverlies bij conversie)). Kortom de opgave is een

Programma aanpassen en argumentatie Nee. De zienswijze gaat om een wens tot aanpassing, die niet past binnen de onderzoeksopdracht van het gemeentebestuur.

Aanpassing

(3) Om verschillende redenen wordt afgeraden niet met 'industriële zeeturbines' de opgave te realiseren.

onderbouwde inschatting/berekening van wat er nodig is. De werkelijke opgave is waarschijnlijk groter. Dit zal de komende jaren opgepakt moeten worden waarbij we zo veel mogelijk ook sturen op besparingen en slimme oplossingen. (2) Op 8 april 2022 heeft het college van B&W gereageerd op het plan van Duurzaam Cromvoirt 'Energietransitie Gemeente Vught, Alternatief plan'. In de reactie is toentertijd het volgende aangegeven: "Het is van belang om daarbij alternatieven af te wegen. We betrekken op deze wijze het burgerinitiatief bij de verdere ontwikkeling om te komen tot zonen windbeleid." De gemeente heeft zich hieraan gehouden. (3) In het PlanMER is het alternatief van kleine windturbines meegenomen. In het PlanMER kwam naar voren dat er 1.040 kleine windturbines nodig zijn om de opgave tot 2050 te realiseren. De gemeente haalt windturbines met een tiphoogte van 255 meter niet uit het Programma. De reden daarvoor is dat van begin af aan, mede op basis van advies van de Commissie mer, verschillende alternatieven in

Algemeen, over onderwerpen geen specifiek onderdeel betreffend

ZW PGOV 02

Algemeen, over onderwerpen geen specifiek onderdeel betreffend

ZW PGOV 03

De indiener heeft opmerkingen over verschillende percelen waar trajecten lopen met o.a. de gemeente Vught. 1) De indiener vraagt zich af of er goed gekeken is naar lopende project plannen, specifiek rondom de Helvoirtseweg 227. 2) Daarbij wordt gesteld of het wel noodzakelijk is dat zoekgebied 5 zo groot moet zijn dat deze gronden daaronder vallen. Indiener heeft zorgen over enkele onderwerpen: (1) Beoogde enorme windmolens zijn horizonvervuiling. Windmolens met maximale tiphoogte van 255 meter zijn overal in Vught zichtbaar en dat is zonde van het mooie Vught. (2) Het uitzicht gaat achteruit (3) Invloed op waarde van huizen. (4) Indiener vraagt zich af of het anders kan: meer besparing: panelen en windmolens op daken.

het PlanMER zouden worden onderzocht, betreffende zon- en windenergie. Het Programma bevat bovendien geen bestuurlijke en maatschappelijke wenselijkheid. Het afwegen en toepassen van maatschappelijke wenselijkheid is een politieke aangelegenheid voor het gemeentebestuuur. 1) Op basis van het zoekgebied is het voorkeursrecht op de percelen gelegd die onderdeel uitmaken van het zoekgebied en niet andersom. 2) De zoekgebieden zijn bepaald met een analyse in de Regionale Energie Strategie.

(1) Impact op het landschap is meegenomen in het PlanMERonderzoek en het is bekend in hoeverre zonneparken en/of windturbines impact hebben op het landschap. Dat is ook meegenomen in de afweging en het advies waar ontwikkeld kan worden voor de opgave tot 2030. In hoeverre horizonvervuiling wordt ervaren is een politieke aangelegenheid en is per individu verschillend. Dat windturbines horizonvervuiling zijn

Nee. Zienswijze heeft betrekking op projecten.

Nee. Aan energiebesparing wordt al gewerkt. Windmolens op daken blijken niet rendabel genoeg, waarbij vervolgens de vraag is in hoeverre dit door mensen als horizonvervuiling wordt gezien. Nog los van geluidsoverlast door kleine windturbines op daken. Vanwege het lage rendement tellen kleine windmolens op dak mee als besparing. De

is een mening en politiek geladen. Windmolens met een tiphoogte van 255 meter zullen op veel plekken zichtbaar zijn, maar niet in heel Vught. Dat is afhankelijk van de zichtlijnen op het punt waar iemand staat. (2) Windturbines met een tiphoogte van 255 meter zullen op veel plekken zichtbaar zijn, maar niet in heel Vught. Dat is afhankelijk van de zichtlijnen op het punt waar iemand staat. (3) Waardevermindering van woningen (nadeelcompensatie) maakt geen onderdeel uit van een PlanMER. Op dit moment heeft de gemeente geen bewijs dat er geen overlast gaat zijn bij nabijgelegen woningen. Of dat wel of niet zo is, moet blijken uit vervolgstudies waarin met modellen en studies wordt gewerkt. In de Omgevingswet is hier een regeling voor opgenomen, de mogelijkheden hiervoor worden onderzocht en aan het gemeentelijk bestuur voorgelegd. (4) Er wordt vanuit de warmtetransitie gewerkt aan energiebesparing. Desondanks zal bedrijvigheid groeien, neemt elektrische mobiliteit toe en zal een groot deel van de transitie van

gemeente zet daarnaast ook in op grote daken voor de grootschalige opwekopgave.

Algemeen, over onderwerpen geen specifiek onderdeel betreffend

ZW PGOV 04

Indiener is betrokken maar uit ook zorgen: (1) Indiener komt op voor natuur, landschap en milieu, is voorstander van schone energie maar tegen schade aan natuur en landschap. (2) Zoekgebieden zijn te beperkt. (3) Er zouden andere opties zijn voor groene energie in Vught. Er zou onvoldoende aangetoond zijn in het Programma dat niets anders zou kunnen. (4) Er zijn gebreken in het PlanMER en daarom wordt gevraagd om zeer zorgvuldig aanvullend onderzoek, niet tijdens projectfase, maar ook nu al, tijdens de planfase, voordat de raad zoekgebieden kiest. (5) Het Programma toont niet aan waarom het ecologsich advies niet wordt gevolgd om het gebied ten noorden van het Drongelens kanaal te

aardgas met elektrisch verwarmen worden ingevuld. Dat is althans, met de technologie en innovatie op dit moment het geval. Voor de grootschalige opwek opgave zet de gemeente in op grootschalig zon op grote daken. Windmolens op daken (particulieren) worden geteld als besparing, omdat dit onvoldoende oplevert voor de grootschaligeopwekopgave van de regio. (1) In het PlanMER is onderzoek gedaan naar effecten op plaatselijke fauna. Bepaalde zaken in het PlanMER, waaronder ecologie, moeten dieper en breder onderzocht worden in het vervolgonderzoek. In hoeverre inpassing in het landschap wordt ervaren, verschilt per individu. Een gerenommeerd bureau op het gebied van inpassing in het landschap heeft hier o.a. onderzoek naar gedaan. (2) De zoekgebieden zijn in 2020 en 2021 in regionaal verband en met de samenleving van Vught tijdens meerdere participatiesessies behandeld en tot stand gekomen. Toentertijd is tijdens het participatietraject zonzoekgebied 5 toegevoegd. Voor de gemeente Vught is er daarom geen aanleiding om meerdere zoekgebieden te

Ja, ecologie wordt nader onderzocht.

In paragraaf 1.1 van het Programma wordt in de laatste alinea benoemd dat ecologie nader wordt onderzocht, dit is ook benoemd in het raadsvoorstel over het Programma.

ontzien van zonneparken en/of windparken.

vormen of de bestaande zoekgebieden groter te maken dan wel te verplaatsen. (3) In het PlanMER en het Programma is uitgegaan van grootschalige opwek met windturbines en zonnevelden. Dat is in lijn met het Nationaal Programma Regionale Energie Strategie. (4) Wij wachten hiervoor het advies van de Commissie mer af die de taak heeft objectief het rapport op kwaliteit te beoordelen en zullen dan in de keuze van een voorkeursalternatief de verdiepingsslag maken. Uiteindelijk wordt er in een ProjectMER definitief onderzocht wat de situatie is bij de komst van een ontwikkeling omdat dan pas de exacte locaties, type en ruimte beslag van de installaties bekend zijn. (5) In het PlanMER zijn zaken die beter onderzocht moeten worden, zoals ecologie. Bepaalde ecologische aspecten worden tijdens de projectfase (komt na de planfase) onderzocht. Bijvoorbeeld bepaalde vogelsoorten. In het Programma wordt aangetoond dat het gebied ten noorden van het Drongelens kanaal geschikt is voor wind- en/of zonne-energie. Dat wil

Algemeen, over onderwerpen geen specifiek onderdeel betreffend

ZW PGOV 05

niet zeggen dat niet wordt erkend dat er ecologische aspecten zijn in dit gebied die ook zwaar meewegen. Mail 1: (1) De gemeente heeft op (1) Indiener kaart aan dat het verschillende momenten op Klaverblad niet in het buitengebied van verschillende kanalen Helvoirt wordt bezorgd en dat de gecommuniceerd over gemeente verplicht is haar inwoners op bijeenkomsten, het indienen van de hoogte te stellen van ontwikkelingen reacties en zienswijzen (zie hiervoor (bijv. uitnodiging informatieavond). ook de participatietijdlijn op Indiener vraagt hoe de gemeente dit in WijinVught). Op WijinVught kunnen het vervolg gaat doen. inwoners en belanghebbenden (2) Indiener verzoekt / adviseert om terecht voor veel informatie over geen gronden aan te wenden voor grootschalige opwek. De uitsluitend de aanleg van Zonnevelden communicatie rondom de eerste maar het dubbel of trippel gebruik van inloopavond van het PlanMER, die in de schaarse grond te laten prevaleren. Helvoirt plaatsvond, had breder en Want: ruimte is schaars, doelstelling eerder gekund. In de toekomst wordt kan behaald worden met alleen wind, eerder en breder gecommuniceerd zonnepanelen op bestaande bebouwing over dergelijke zaken. kan een alternatief zijn, regelgeving (2) Het wordt erkend dat de grond en aanpassen zodat nieuwe daken van de ruimte die voor zonneparken bedrijfspanden/loodsen geschikt nodig is, schaars is.

Bij worden. zonnepanelen is twee- of drievoudig gebruik van de grond lastiger dan bij Mail 1 en 2: windturbines. De gemeenteraad zal (3) Indiener komt tot de constatering kiezen of de energie wordt opgewekt dat de 37 woningen in het Fazantbos, met zon en wind of alleen wind. Het Eekhoornbos en Spechtbos in Helvoirt klopt dat de doelstelling behaald NIET als gevoelig object (woning) staan kan worden met alleen windenergie. ingetekend op de kaarten van de Er is een onderzoek bezig met MKB PlanMER en verzoekt de 37 woningen Vught naar potentie van grote (bedrijfs)daken om daarmee zonne-

Ja, de betreffende woningen De betreffende woningen zijn meegenomen in PlanMER. zijn verwerkt in het PlanMER en zijn als gevoelige objecten weergegeven en meegewogen in de kaarten.

alsnog in het Programma op te nemen als gevoelig object (woning).

Algemeen, over onderwerpen geen specifiek onderdeel betreffend

ZW PGOV 06

Indiener wil gezondheid voorop zetten en niet de "tweede testgemeente van Nederland" worden: (1) Indiener onderbouwt met eigen onderzoek en bronnen waarom windmolens van dit formaat, dichtbij de bebouwde kom, niet wenselijk zijn. (2) Uit de onderzoeken blijkt dat windturbines mogelijk effect hebben op zowel de fysieke als de geestelijke gezondheid en het ontbreken van sluitend bewijs betekent niet dat er geen potentiele gezondheidseffecten zijn, alleen dat er meer onderzoek nodig is. Aangehaalde onderzoeken: de Laat

energie op te wekken. Mogelijk hoeft regelgeving niet te worden aangepast, maar zijn er wel hoge kosten verbonden aan het geschikt maken van de daken (bijvoorbeeld dak versteviging). (3) Als dit permanente woningen zijn en ook zo zijn erkend door de formele instanties, dan dienen deze woningen meegenomen te worden in het onderzoek. Als dat niet is gedaan, dan wordt dat alsnog gedaan. Dan zullen deze woningen als gevoelig object aangemerkt worden en wordt het PlanMER hierop opnieuw bekeken en wordt het Programma aangepast indien dat van invloed is. (1) De gemeente vindt gezondheidsaspecten belangrijk. Op dit moment wordt gebruik gemaakt van de normen die door het RIVM zijn opgesteld, waar het gaat om bijvoorbeeld geluid en slagschaduw. Daarnaast wordt gebuik gemaakt van bestaande onderzoeken die bewezen zijn, alsook arresten vanuit de rechtsgang die normbepalend zijn. Het is waarschijnlijk dat er nieuwe (afstands)normen komen, alsook geluidsnormen. Op het moment dat

Ja. In paragraaf 1.1 van het Programma wordt in de laatste alinea benoemd dat geluid nader wordt onderzocht, dit is ook benoemd in het raadsvoorstel over het Programma.

In paragraaf 1.1 van het Programma wordt in de laatste alinea benoemd dat geluid nader wordt onderzocht, dit is ook benoemd in het raadsvoorstel over het Programma.

et al (2021), WHO waarschuwing in 2003, RIVM (2021) komt terug op eerder uitspraken over de gevolgen van geluidsoverlasten en adviseert in rapport een afstand van 10 keer de masthoogte tot de bebouwde kom, onderzoek Windpark Spui 2003, Godono et al (2023) vergelijkende meta studie van uitgevoerde onderzoeken naar slaapproblemen, Australische onderzoek van Crichton en Petrie (2015).

die zijn vastgesteld en de projectfase loopt, zullen deze normen meegenomen moeten worden. Daarnaast wordt nu gerekend met scenario's van de huidige en conceptnormen die in de toekomst waarschijnlijk worden vastgesteld. Vanwege de aannemelijkheid dat de nieuwe norm 550 meter wordt, wordt in het raadsadvies voor de keuze van vervolgonderzoek van de locaties hier al rekening mee gehouden. De gemeenteraad heeft tijdens haar keuzes over zoekgebieden dus beschikking over het beeld van de zoekgebieden, met toekomstige normen. (2) Trillingen die door de windturbine in de bodem worden veroorzaakt zijn niet meetbaar op afstanden groter dan enkele meters van de windturbine. Effecten van (bodem)trillingen op honderden meters afstand zijn uitgesloten. Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat windturbinegeluid kan leiden tot hinder bij omwonenden. Deze hinder treedt over het algemeen op bij hogere geluidniveaus van de windturbines. Ook blijkt dat weerstand (emotionele spanning en angst voor overlast) tegen de

Technische vragen en/of inbreng Specifiek onderwerp windturbines

ZW PGOV 07

Indiener juicht windturines zeer toe, maar uit ook zorgen: (1) Het plaatsen van turbines op zee is een intelligenter gebruik van belastinggeld dan domweg wat molens langs een bosrand te plaatsen. Windturbines doen het beter als er wind is, dus op zee. (2) Het plaatsen van "zeeturbines" op land zorgt ervoor dat de opbrengst halveert. Indiener verwijst naar

ontwikkeling van turbines het gevoel van hinder door de windturbines kan vergroten. Er bestaat echter geen wetenschappelijk bewijs voor een directe relatie tussen het ervaren van hinder als gevolg van windturbines en de effecten op de gezondheid. Het effect van geluid wordt in het vervolgtraject uitgebreid onderzocht. Desondanks blijft geluidservaring subjectief. De ene persoon heeft er veel last van, een ander helemaal niet. Ervaring van geluid kan (in deze tijd) niet volledig objectief worden gemeten. In het PlanMER zijn de gezondheidseffecten meegenomen door de onderzoekers. Ook in de (vervolg)projectfase wordt dit gedaan. We blijven dus wel in iedere fase de gezondheidseffecten checken. (1) Wind op zee is niet beschikbaar voor de inwoners van de gemeente Vught. Dit zal overigens een zelfstaande activiteit zijn. Uw opmerking over belastinggeld kunnen wij niet plaatsen in deze context. (2) Het is aan de (lokale)initiatiefnemers om een goede businesscase in te dienen met een bijbehorende opbrengst. De

Nee. Het betreft hier wensen, waaronder wind op zee. Daar gaat de gemeente Vught niet over en heeft een eigen opgave.

Algemeen, over onderwerpen geen specifiek onderdeel betreffend

ZW PGOV 08

Algemeen, over onderwerpen geen specifiek

ZW PGOV 09

voorbeeld dat 15 jaar geleden dezelfde windturbines zijn geplaatst in Waalwijk en op de Stufter bij de Maasvlakte. Daaruit blijkt dat dezelfde turbines op land (Waalwijk) nog niet de helft minder energie opleverd dan deze aan de kust (Stufter). (3) Indiener geeft aan dat het op twee keer zo grote hoogte het twee keer zo hard waait. En als het twee keer zo hard waait haal je 2 tot de macht 3 ofwel 2x2x2=8 keer zoveel energie uit de wind. (4) Verzoek: noem locaties op zee aan voor het realiseren van turbines. (1) Indiener komt tot de constatering dat de 37 woningen in het Fazantbos, Eekhoornbos en Spechtbos in Helvoirt NIET als gevoelig object (woning) staan ingetekend op de kaarten van de PlanMER en verzoekt de 37 woningen alsnog in het Programma op te nemen als gevoelig object (woning).

Indiener acht zoekgebieden Zon 1 en 2 en Wind 1 en 2 ongeschikt vanwege: (1) Aantasting van woon/verblijfsgenot (ook in buurgemeenten) door geluidoverlast, slagschaduw en horizonvervuiling van windturbines.

gemeente Vught gaat niet over windturbines op zee of aan de kust. (3) Vandaar dat het PlanMER ook voornamelijk hoge turbines onderzoekt. (4) De gemeente Vught gaat niet over locaties op zee. Dat is een Rijksaangelegenheid. De gemeente Vught gaat over het grondgebied van de gemeente Vught.

(1) Als dit permanente woningen zijn en ook zo zijn erkend door de formele instanties, dan dienen deze woningen meegenomen te worden in het onderzoek. Als dat niet is gedaan, dan wordt dat alsnog gedaan. Dan zullen deze woningen als gevoelig object aangemerkt worden en wordt het PlanMER hierop opnieuw bekeken en wordt het Programma aangepast indien dat van invloed is. (1) Er is onderzoek gedaan in het PlanMER naar het effect van geluid op de omgeving, op basis van op dit moment geldende wet- en regelgeving, normen en andere formele richtlijnen. Lokale normen

Ja, de betreffende woningen De betreffende woningen zijn meegenomen in PlanMER. zijn verwerkt in het PlanMER en zijn als gevoelige objecten weergegeven en meegewogen in de kaarten.

Ja. Bij ontwikkeling in een zoekgebied, wordt nader onderzoek gedaan met normen die op dat moment zijn vastgesteld en gelden.

Het is waarschijnlijk dat de conceptnormen die er nu zijn, vanuit de Rijksoverheid, vanaf halverwege 2025 gaan gelden. Hiermee wordt al

onderdeel betreffend

(2) Gevolgen voor de natuur: zeldzame vlindersoort Moerputten (Pimpernelblauwtje) en weidevogelgebied. (3) Waardedaling woningen/bedrijven (TNO onderzocht de impact). (4) Overbelasting stroomnet waardoor opgewekte energie niet altijd teruggeleverd kan worden. (5) PlanMER incomleet: geen onderzoek naar afstanden tussen woningen en windturbines of onderzoek naar lokale normen voor geluid of slagschaduw.

voor geluid zijn er niet, althans niet in Vught. Geluidsoverlast is op hoofdlijnen onderzocht, maar tijdens de projectfase moet geluidsimpact op de omgeving nog beter en uitgebreid worden onderzocht. Bovenstaande heeft ook betrekking op de buurgemeenten. Op dit moment heeft de gemeente geen bewijs dat er geen overlast gaat zijn bij nabijgelegen woningen. Of dat wel of niet zo is, moet blijken uit vervolgstudies waarin met modellen en studies wordt gewerkt. Het kan in dat geval ook zijn dat een ontwikkelgebied kleiner wordt, of geheel afvalt. Er is onderzoek gedaan in het PlanMER naar het effect van slagschaduw op de omgeving, op basis van op dit moment geldende wet- en regelgeving, normen en andere formele richtlijnen. Lokale normen voor slagschaduw zijn er niet, althans niet in Vught. Dit wordt verder onderzocht in vervolgonderzoeken bij ontwikkeling. Of er wel of geen hinder voor omwonenden is, moet blijken uit vervolgstudies waarin met modellen en studies wordt gewerkt. Het kan in het geval van ervaren

rekening gehouden. Ze zijn in het PlanMER verwerkt en het Programma is erop aangepast waar dit van toepassing is.

hinder zijn dat een ontwikkelgebied kleiner wordt, of geheel afvalt. Slagschaduw mag niet meer bedragen dan 20 minuten per jaar. Daar wordt rekening mee gehouden. Impact op het landschap is meegenomen in het PlanMER onderzoek en het is bekend in hoeverre zonneparken en/of windturbines impact hebben op het landschap. Dat is ook meegenomen in de afweging en het advies waar ontwikkeld kan worden voor de opgave tot 2030. In hoeverre horizonvervuiling wordt ervaren is een politieke aangelegenheid en verschilt per individu. Dat windturbines horizonvervuiling zijn is een mening en politiek geladen. Windmolens met een tiphoogte van 255 meter zullen op veel plekken zichtbaar zijn, maar niet in heel Vught. Dat is afhankelijk van de zichtlijnen op het punt waar iemand staat. Bovenstaande heeft ook betrekking op de buurgemeenten. (2) De realisatie van windturbines kan leiden tot aanvaringsslachtoffers onder vogels en vleermuizen. In het kader van de PlanMER is een eerste analyse

gemaakt aangaande de gevolgen van de plaatsing van windturbines en zonnepanelen binnen de gemeente Vught. Bij een concreet initiatief is nader ecologisch onderzoek naar de gevolgen van de beoogde ontwikkeling noodzakelijk. Bepaalde zaken in het PlanMER, waaronder ecologie, moeten dieper en breder onderzocht worden in het vervolgonderzoek. (3) Waardevermindering van woningen (nadeelcompensatie) maakt geen onderdeel uit van een PlanMER. Op dit moment heeft de gemeente geen bewijs dat er geen overlast gaat zijn bij nabijgelegen woningen. Of dat wel of niet zo is, moet blijken uit vervolgstudies waarin met modellen en studies wordt gewerkt. In de Omgevingswet is hier een regeling voor opgenomen, de mogelijkheden hiervoor worden onderzocht en aan het gemeentelijk bestuur voorgelegd. (4) De gemeente is zich bewust van overbelasting van het stroomnet op dit moment en in de huidige situatie kunnen de komende jaren geen energieparken worden aangesloten op het stroomnet. (5) Het is waarschijnlijk dat er nieuwe (afstands)normen komen,

alsook geluidsnormen. Op het moment dat die zijn vastgesteld en de projectfase loopt, zullen de geldende normen op dat moment meegenomen moeten worden. Daarnaast wordt nu gerekend met scenario's van de huidige en conceptnormen die in de toekomst waarschijnlijk worden vastgesteld. Vanwege de aannemelijkheid dat de nieuwe norm 550 meter wordt, wordt in het raadsadvies voor de keuze van vervolgonderzoek van de locaties hier al rekening mee gehouden. De gemeenteraad heeft tijdens haar keuzes over zoekgebieden dus beschikking over het beeld van de zoekgebieden, met toekomstige normen. Zie antwoorden bij (1) m.b.t lokale normen voor geluid of slagschaduw. Algemeen, over onderwerpen geen specifiek onderdeel betreffend

ZW PGOV 10

Indiener wijst erop dat onvoldoende rekening gehouden is met de woning aan de Gementweg 5 in Cromvoirt en verzoekt het plan op dit punt te herzien. Indiener dringt aan op nader onderzoek naar effecten van geluid en slagschaduw op de woning. Argumenten: (1) Toegepaste afstand tussen woning

(1) Er is gecontroleerd of er daadwerkelijk te weinig rekening is gehouden met de woning aan de Gementweg. Dit blijkt niet zo te zijn. Er is 350 meter tot gevoelige objecten aangehouden en ook tot de Gementweg 5 in Cromvoirt. Deze afstand is aangehouden tot het BAGpunt behorende bij de woning op dit

Nee. Het betreft hier wensen. Andere benoemde aspecten zijn gecheckt en blijken te kloppen.

en oostelijke turbine in wind 1 correspondeert niet met de gehanteerde uitgangspunten. (2) Bij de afstandsbepaling dient rekening te worden gehouden met slagschaduweffecten. Nader onderzoek is nodig. (3) Minimale afstand tot bebouwing uit de Beleidsnota Windenergie van de provincie Noord-Brabant zou minimaal 780 meter bedragen. (4) Indiener verzoekt om gerechtigden van percelen met voorkeursrecht en gerechtigden die binnen de contouren van de opgenomen zoekgebieden voor zon en wind vallen in het vervolg persoonlijk te informeren over onwikkelingen en vervolgstappen in het proces (schriftelijk en digitaal via email). (5) Indiener verzoekt de tenderprocudure te herzien en een aanpak te ontwikkelen die open staat voor lokale initiatiefnemers en ontwikkeling "van onderaf" en inwoners hier actief bij betrekt.

adres. De desbetreffende windturbine van variant A staat op 350 meter van dit punt. (2) Er is onderzoek gedaan in het PlanMER naar het effect van slagschaduw op de omgeving, op basis van op dit moment geldende wet- en regelgeving, normen en andere formele richtlijnen. Lokale normen voor slagschaduw zijn er niet, althans niet in Vught. Dit wordt verder onderzocht in vervolgonderzoeken bij ontwikkeling. Of er wel of geen hinder voor omwonenden is, moet blijken uit vervolgstudies waarin met modellen en studies wordt gewerkt. Het kan in het geval van ervaren hinder zijn dat een ontwikkelgebied kleiner wordt, of geheel afvalt. Slagschaduw mag niet meer bedragen dan 20 minuten per jaar. Daar wordt rekening mee gehouden. Er is onderzoek gedaan in het PlanMER naar het effect van geluid op de omgeving, op basis van op dit moment geldende wet- en regelgeving, normen en andere formele richtlijnen. Lokale normen voor geluid zijn er niet, althans niet in Vught. Geluidsoverlast is op hoofdlijnen onderzocht, maar

Algemeen, over onderwerpen geen specifiek onderdeel betreffend

ZW PGOV 11

Indiener maakt zich zorgen over: (1) Geluidsoverlast. (2) De impact op het landschap. (3) Waardevermindering van onroerend goed. (4) Heeft de gemeente voldoende bewijs dat deze overlast er niet gaat zijn

tijdens de projectfase moet geluidsimpact op de omgeving nog beter en uitgebreid worden onderzocht. Bovenstaande heeft ook betrekking op de buurgemeenten. Op dit moment heeft de gemeente geen bewijs dat er geen overlast gaat zijn bij nabijgelegen woningen. Of dat wel of niet zo is, moet blijken uit vervolgstudies waarin met modellen en studies wordt gewerkt. Het kan in dat geval ook zijn dat een ontwikkelgebied kleiner wordt, of geheel afvalt. (3) We hanteren voor afstanden tot zogenaamde gevoelige objecten de geluidsnorm (wettelijk) als standaard en voorlopend op nieuwe wetgeving de afstand van 2x de tiphoogte. De norm die u noemt is bij ons niet bekend danwel door bevoegd gezag vastgesteld. (4) Dit is mogelijk en wordt gedaan. (5) De gemeente is blij dat indiener dit opmerkt en heeft het voornemen het op deze manier te doen. (1) Er is onderzoek gedaan in het PlanMER naar het effect van geluid op de omgeving, op basis van op dit moment geldende wet- en regelgeving, normen en andere formele richtlijnen. Lokale normen voor geluid zijn er niet, althans niet

Ja. Geluidsoverlast wordt bij keuze van ontwikkellocaties beter onderzocht.

In paragraaf 1.1 van het Programma wordt in de laatste alinea benoemd dat geluid nader wordt onderzocht, dit is ook benoemd in het

of werkt de gemeente met modellen of studies die de geluidsimpact op nabijgelegen woningen kunnen garanderen binnen acceptabele grenzen te blijven? (5) Zijn er alternatieve oplossingen die minder invasief zijn? Bijv. zonne-energie op strategisch minder opvallende locaties?

in Vught. Geluidsoverlast is op hoofdlijnen onderzocht, maar tijdens de projectfase moet geluidsimpact op de omgeving nog beter en uitgebreid worden onderzocht. Bovenstaande heeft ook betrekking op de buurgemeenten. Op dit moment heeft de gemeente geen bewijs dat er geen overlast gaat zijn bij nabijgelegen woningen. Of dat wel of niet zo is, moet blijken uit vervolgstudies waarin met modellen en studies wordt gewerkt. Het kan in dat geval ook zijn dat een ontwikkelgebied kleiner wordt, of geheel afvalt. (2) In hoeverre inpassing in het landschap wordt ervaren, kan per individu verschillen. Een gerenommeerd bureau op het gebied van inpassing in het landschap heeft o.a. hier onderzoek naar gedaan. (3) Waardevermindering van woningen (nadeelcompensatie) maakt geen onderdeel uit van een PlanMER. Op dit moment heeft de gemeente geen bewijs dat er geen overlast gaat zijn bij nabijgelegen woningen. Of dat wel of niet zo is, moet blijken uit vervolgstudies waarin met modellen en studies wordt gewerkt. In de Omgevingswet

raadsvoorstel over het Programma.

Algemeen, over onderwerpen geen specifiek onderdeel betreffend

ZW PGOV 12

Indiener maakt zich zorgen over: (1) Horizonvervuiling (negatieve impact landelijke aanblik, ook vanuit woonkamers en tuinen, woon- en wandelgenot en stress voor bewoners). (2) Slagschaduw en geluid (hinder en overlast voor omwonenden). (3) Effect op plaatselijke fauna. (4) Lichtflitsen van de verlichting (continue te zien vanuit woonkamers en tuinen, met name 's nachts geeft het veel overlast).

is hier een regeling voor opgenomen, de mogelijkheden hiervoor worden onderzocht en aan het gemeentelijk bestuur voorgelegd. (4) Zie antwoord bij (1). (5) Zonnevelden kunnen beter ingepast worden in het landschap dan windturbines en zijn dus veel minder zichtbaar. Dat wil niet zeggen dat ze nooit zichtbaar zijn, dat is afhankelijk van de plek, hoogte en waar een persoon zich bevindt. (1) Impact op het landschap is meegenomen in het PlanMER onderzoek en het is bekend in hoeverre zonneparken en/of windturbines impact hebben op het landschap. Dat is ook meegenomen in de afweging en het advies waar ontwikkeld kan worden voor de opgave tot 2030. In hoeverre horizonvervuiling wordt ervaren is een politieke aangelegenheid en per individu verschillend. Dat windturbines horizonvervuiling zijn, is een mening en politiek geladen. Windmolens met een tiphoogte van 255 meter, zullen op veel plekken zichtbaar zijn, maar niet in heel Vught. Dat is afhankelijk van de zichtlijnen op het punt waar iemand staat. (2) Er is onderzoek gedaan in het

Ja. Geluidsoverlast en ecologie worden bij keuze van ontwikkellocaties beter onderzocht.

In paragraaf 1.1 van het Programma wordt in de laatste alinea benoemd dat geluid en ecolologie nader worden onderzocht, dit is ook benoemd in het raadsvoorstel over het Programma.

PlanMER naar het effect van slagschaduw op de omgeving, op basis van op dit moment geldende wet- en regelgeving, normen en andere formele richtlijnen. Lokale normen voor slagschaduw zijn er niet, althans niet in Vught. Dit wordt verder onderzocht in vervolgonderzoeken bij ontwikkeling. Of er wel of geen hinder voor omwonenden is, moet blijken uit vervolgstudies waarin met modellen en studies wordt gewerkt. Het kan in het geval van ervaren hinder zijn dat een ontwikkelgebied kleiner wordt, of geheel afvalt. Slagschaduw mag niet meer bedragen dan 20 minuten per jaar. Daar wordt rekening mee gehouden. Er is onderzoek gedaan in het PlanMER naar het effect van geluid op de omgeving, op basis van op dit moment geldende wet- en regelgeving, normen en andere formele richtlijnen. Lokale normen voor geluid zijn er niet, althans niet in Vught. Geluidsoverlast is op hoofdlijnen onderzocht, maar tijdens de projectfase moet geluidsimpact op de omgeving nog beter en uitgebreid worden onderzocht. Bovenstaande heeft ook

Algemeen, over onderwerpen geen specifiek onderdeel betreffend

ZW PGOV 13

Indiener, namens meerdere bewoners op < 500 meter afstand van de windturbines, maakt zich grote zorgen om: (1) Geluidsoverlast: berichten van huisartsen in Groningen en Den Bosch over toename hoofdpijn en concentratieproblemen bij directe omwonenden van windturbines. Is er voldoende bewijs dat deze overlast er in Cromvoirt niet gaat zijn? (2) Effect op lokale fauna: vogelreservaat, gevaar voor vogels, andere dieren en verstoring van de rust. (3) Lichtvervuiling: Met name 's nachts storend voor dieren en bewoners die

betrekking op de buurgemeenten. Op dit moment heeft de gemeente geen bewijs dat er geen overlast gaat zijn bij nabijgelegen woningen. Of dat wel of niet zo is, moet blijken uit vervolgstudies waarin met modellen en studies wordt gewerkt. Het kan in dat geval ook zijn dat een ontwikkelgebied kleiner wordt, of geheel afvalt. (3) In de PlanMER is onderzoek gedaan naar effecten op plaatselijke fauna. (4) De (rode) lichtpuntjes kunnen 's nachts worden uitgeschakeld en gaan in dat geval alleen aan als er vliegverkeer (helikopters) nadert. (1) De gemeente vindt gezondheidsaspecten belangrijk. Op dit moment wordt gebruik gemaakt van de normen die door het RIVM zijn opgesteld, waar het gaat om bijvoorbeeld geluid en slagschaduw. Daarnaast wordt gebruik gemaakt van bestaande onderzoeken die bewezen zijn, alsook arresten vanuit de rechtsgang die normbepalend zijn. Trillingen die door de windturbine in de bodem worden veroorzaakt zijn niet meetbaar op afstanden groter dan enkele meters van de windturbine. Effecten van (bodem)trillingen op honderden

Ja. Bij ontwikkeling in een zoekgebied, wordt nader onderzoek gedaan met normen die op dat moment zijn vastgesteld en gelden. Het is waarschijnlijk dat de conceptnormen die er nu zijn, vanuit de Rijksoverheid, vanaf halverwege 2025 gaan gelden. Hiermee wordt al rekening gehouden. Ze zijn in het PlanMER verwerkt en het Programma is erop aangepast waar dit van toepassing is.

De conceptafstandsnormen 550 meter van het Rijk zijn verwerkt in het PlanMER en het Programma, waar van toepassing. In paragraaf 1.1 van het Programma wordt in de laatste alinea benoemd dat ecologie nader wordt onderzocht, alsook geluid. Dit is ook benoemd in het raadsvoorstel over het Programma.

vanuit hun huis zes rode lampen aan de hemel zullen zien. (4) Onmogelijke inpassing in het buitengebied vanwege de enorme omvang (een windturbine van dit formaat is nog nooit eerder in het binnenland gebruikt). (5) Indiener roept op breder te kijken dan alleen onze eigen gemeente om de doelstellingen te halen. (6) Indiener vraagt zich af of de helikoptervluchten van de EBI een reden zijn om geen windturbines in zoekgebied 2 te plaatsen. (7) Indiener wijst op waardervermindering van huizen en compensatie voor bewoners in het gebied rond Cromvoirt. Indiener wijst op het risico op rechtzaken en claims.

meters afstand zijn uitgesloten. Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat windturbinegeluid kan leiden tot hinder bij omwonenden. Deze hinder treedt over het algemeen op bij hogere geluidniveaus van de windturbines. Ook blijkt dat weerstand (emotionele spanning en angst voor overlast) tegen de ontwikkeling van turbines het gevoel van hinder door de windturbines kan vergroten. Er bestaat echter geen wetenschappelijk bewijs voor een directe relatie tussen het ervaren van hinder als gevolg van windturbines en de effecten op de gezondheid. Het is niet uitgesloten dat in de toekomst bij de projectfase uitgebreid onderzoek wordt gedaan naar geluidstrillingen. Desondanks blijft geluidservaring subjectief. De ene persoon heeft er veel last van, een ander helemaal niet. Ervaring van geluid kan (in deze tijd) niet volledig objectief worden gemeten. In het PlanMER zijn de gezondheidseffecten meegenomen door de onderzoekers. Ook in de (vervolg)projectfase wordt dit gedaan. We blijven dus wel in iedere fase de gezondheidseffecten checken. (2) In de PlanMER is onderzoek

gedaan naar effecten op plaatselijke fauna. (3) De (rode) lichtpuntjes kunnen 's nachts worden uitgeschakeld en gaan in dat geval alleen aan als er vliegverkeer (helikopters) nadert. (4) In hoeverre inpassing in het landschap wordt ervaren, kan per individu verschillen. Een gerenommeerd bureau op het gebied van inpassing in het landschap heeft o.a. hier onderzoek naar gedaan. (5) Samen met deRegionale Energie Strategiewordt de energieopgave ingevuld. (6) Er is overleg en afstemming met de EBI, alsook met Defensie. De EBI geeft aan dat de komst van windturbines geen enkele invloed zal hebben op de EBI. De piloten die deze vluchten uitvoeren zijn zeer ervaren en hebben ervaring met het vliegen onder alle omstandigheden. In het PlanMER blijkt dat de vluchten geen invloed hebben op windzoekgebied 2. (7) Waardevermindering van woningen (nadeelcompensatie) maakt geen onderdeel uit van een PlanMER. Op dit moment heeft de gemeente geen bewijs dat er geen overlast gaat zijn bij nabijgelegen

Algemeen, over onderwerpen geen specifiek onderdeel betreffend

ZW PGOV 14

Indiener uit zorg over beperkte visie PlanMER: (1) De zonnepotentie is niet voldoende onderzocht om een gefundeerde keuze te kunnen maken tussen wind en zonne-energie. (2) Er zijn geen geluidscontouren berekend. Hiermee geeft de PlanMER geen inzicht in de impact van windturbines op de leefomgeving en kunnen daar ook geen conclusies uit gegetrokken worden, laat staan op de gezondheid van omwonenden. (3) Andere gemeenten en landen hanteren een veel grotere afstandsnormering. Het Drongelenskanaal is de verkeerde locatie voor windmolens. Er is te weinig wind en het is te dicht op gebouwd gebied. (4) Voorzorgsprincipe en voortschrijdend inzicht: wind op land is niet meer nodig om de energiedoelstellingen te halen. Vanwege het voorzorgsprincipe heeft de

woningen. Of dat wel of niet zo is, moet blijken uit vervolgstudies waarin met modellen en studies wordt gewerkt. In de Omgevingswet is hier een regeling voor opgenomen, de mogelijkheden hiervoor worden onderzocht en aan het gemeentelijk bestuur voorgelegd. (1) De zonnepotentie op land is volledig onderzocht. (2) Er is onderzoek gedaan in het PlanMER naar het effect van geluid op de omgeving, op basis van op dit moment geldende wet- en regelgeving, normen en andere formele richtlijnen. Lokale normen voor geluid zijn er niet, althans niet in Vught. Geluidsoverlast is op hoofdlijnen onderzocht, maar tijdens de projectfase moet geluidsimpact op de omgeving nog beter en uitgebreid worden onderzocht. Bovenstaande heeft ook betrekking op de buurgemeenten. Op dit moment heeft de gemeente geen bewijs dat er geen overlast gaat zijn bij nabijgelegen woningen. Of dat wel of niet zo is, moet blijken uit vervolgstudies waarin met modellen en studies wordt gewerkt. Het kan in dat geval ook zijn dat een ontwikkelgebied kleiner wordt, of geheel afvalt.

Ja. Conceptnormen afstandsnormen van de Rijksoverheid zijn meegenomen in het PlanMER.

Bij ontwikkeling in een zoekgebied, wordt nader onderzoek gedaan met normen die op dat moment zijn vastgesteld en gelden. Het is waarschijnlijk dat de conceptnormen die er nu zijn, vanuit de Rijksoverheid, vanaf halverwege 2025 gaan gelden. Hiermee wordt al rekening gehouden. Ze zijn in het PlanMER verwerkt en het Programma is erop aangepast waar dit van toepassing is.

gemeente Vught de verplichting om de impact op leefbaarheid verder te onderzoeken. (5) Keuze voor windmolens zal energietransitie stagneren. Indiener vraagt aan de gemeenteraad te kiezen: - Stagnatie met 0,0 resultaat en verwijdering van jullie burgers. - Beslissing plaatsen molens uit te stellen tot na 2030, heel snel aan de slag met o.a. zonne-energie.

(3) Het is waarschijnlijk dat er nieuwe (afstands)normen komen, alsook geluidsnormen. Op het moment dat die zijn vastgesteld en de projectfase loopt, zullen de geldende normen op dat moment meegenomen moeten worden. Daarnaast wordt nu gerekend met scenario's van de huidige en conceptnormen die in de toekomst waarschijnlijk worden vastgesteld. Vanwege de aannemelijkheid dat de nieuwe norm 550 meter wordt, wordt in het raadsadvies voor de keuze van vervolgonderzoek van de locaties hier al rekening mee gehouden. De gemeenteraad heeft tijdens haar keuzes over zoekgebieden dus beschikking over het beeld van de zoekgebieden, met toekomstige normen. (4) Wind op land is absoluut noodzakelijk voor de mix tussen zon en wind in het zicht van lokaal eigendom en het balanceren van het lokale energienetwerk. Ten aanzien van de windsterkte in Vught is bekend dat op de hoogte van moderne windmolens meer dan voldoende windsnelheid is om een goede businesscase te kunnen overleggen. Er is geen reden om wind op deze grond uit te sluiten en

Algemeen, over onderwerpen geen specifiek onderdeel betreffend

ZW PGOV 15

Indiener uit zorg over: (1) Gezondheid vanwege vele wetenschappelijke onderzoeken die mogelijk gezondheidseffecten laten zien van geluiden, trillingen en afstoot plasticdeeltjes van windmolens. Gemeente heeft een zorgplicht naar haar burgers en wettelijke verplichting vanuit het voorzorgbeginsel uit de Omgevingswet. Wettelijke afstandsnormen bewijzen niet de veiligheid. (2) Stilstand energietransitie: een jarenlang juridisch gevecht kost veel geld en onnodig tijd en is niet in lijn met het coalitieakkoord waarin is afgesproken om de energietransitie te versnellen. Alternatieven zijn 'zon op

dat zullen we dus ook niet doen. Het door u genoemde voorzorgsprincipe achten wij dan ook niet van toepassing. https://www.nationaleenergieatlas. nl/windsnelheden-op-100m-hoogte . (5) Dit is een politieke aangelegenheid. In het PlanMER en het Programma is uitgegaan van grootschalige opwek met windturbines en zonnevelden. Dat is in lijn met het Nationaal Programma Regionale Energie Strategie. (1) De gemeente vindt gezondheidsaspecten belangrijk. Op dit moment wordt gebruik gemaakt van de normen die door het RIVM zijn opgesteld, waar het gaat om bijvoorbeeld geluid en slagschaduw. Daarnaast wordt gebruik gemaakt van bestaande onderzoeken die bewezen zijn, alsook arresten vanuit de rechtsgang die normbepalend zijn. Trillingen die door de windturbine in de bodem worden veroorzaakt zijn niet meetbaar op afstanden groter dan enkele meters van de windturbine. Effecten van (bodem)trillingen op honderden meters afstand zijn uitgesloten. Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt

Ja, toevoeging dat grootschalig zon op dak van de opgave zon en/of wind op land wordt afgetrokken. Batterijopslag wordt bij vervolgstappen ook meegenomen.

Bij ontwikkeling in een zoekgebied, wordt nader onderzoek gedaan met normen die op dat moment zijn vastgesteld en gelden. Het is waarschijnlijk dat de conceptnormen die er nu zijn, vanuit de Rijksoverheid, vanaf halverwege 2025 gaan gelden. Hiermee wordt al rekening gehouden. Ze zijn in het PlanMER verwerkt en het Programma is erop aangepast waar dit van toepassing is. In paragraaf 1.1 van het Programma

dak' en 'zon op land' om de doelstelling tot 2030 te halen en na 2030 pas richten op 2050 met nieuwe ontwikkelingen. Indiener stelt voor om met voortschrijdend inzicht MET de burgers (bottum up) doelen te behalen door middel van zonne-energie en zet een streep door windmolens (niet nodig, niet veilig, geen draagvlak).

dat windturbinegeluid kan leiden tot hinder bij omwonenden. Deze hinder treedt over het algemeen op bij hogere geluidniveaus van de windturbines. Ook blijkt dat weerstand (emotionele spanning en angst voor overlast) tegen de ontwikkeling van turbines het gevoel van hinder door de windturbines kan vergroten. Er bestaat echter geen wetenschappelijk bewijs voor een directe relatie tussen het ervaren van hinder als gevolg van windturbines en de effecten op de gezondheid. Het is niet uitgesloten dat in de toekomst bij de projectfase uitgebreid onderzoek wordt gedaan naar geluidstrillingen. Desondanks blijft geluidservaring subjectief. De ene persoon heeft er veel last van, een ander helemaal niet. Ervaring van geluid kan (in deze tijd) niet volledig objectief worden gemeten. In het PlanMER zijn de gezondheidseffecten meegenomen door de onderzoekers. Ook in de (vervolg)projectfase wordt dit gedaan. We blijven dus wel in iedere fase de gezondheidseffecten checken. In de coating van windturbines kunnen stoffen zitten die schadelijk

wordt in de laatste alinea benoemd dat geluid nader wordt onderzocht, dit is ook benoemd in het raadsvoorstel over het Programma. In paragraaf 1.1 van het Programma wordt benoemd dat wordt ingezet op grootschalig zon op dak.

zijn voor het milieu als ze loslaten. Het RIVM heeft in 2023 een verkennend onderzoek gedaan naar de aanwezigheid van chemische stoffen (waaronder microplastics). Naar schatting komen er per jaar per turbine tussen de 3,1 gram tot 14 kilogram microplastics vrij. Het hangt er onder andere van af of technieken worden gebruikt die slijtage kunnen beperken. Omdat niet bekend is welke turbines er komen weten we ook nog niet of deze technieken worden gebruikt op de bladen van windturbines. (2) In het PlanMER en het Programma is uitgegaan van grootschalige opwek met windturbines en zonnevelden. Dat is in lijn met het Nationaal Programma Regionale Energie Strategie. We zetten in op zon op dak, wat er op het dak kan worden opgewekt wordt afgehaald van de opgave zon of wind op land. De beschikbaarheid van geschikte daken, de mogelijkheid om deze aan te sluiten op het net en ook de netbelasting hiermee te verdelen is dermate klein dat we tot 2030 niet zonder grootschalige opwek kunnen.

Daarbij gaat het tempo van realisatie zo langzaam dat we de doelstelling niet halen. We zien in praktijk dat de bottumup aanpak voor zon op dak niet werkt voor grootschalige doelen. Eigenaren van daken die hiervoor mee zouden tellen (minimaal 15Kwp vermogen en meer) leggen enkel voor eigen gebruik, kunnen fysiek (constructietechnisch) niet meer, kunnen niet terugleveren aan het net, kunnen geen aansluiting krijgen, de eigenaar/verhuurder is het er niet mee eens of kan de financiering niet rondkrijgen en tot slot is het soms een verzekeringskwestie. Wij dagen onze inwoners en ondernemers, die grote daken beschikbaar hebben, graag uit hier actie op te ondernemen en aan te tonen dat we hiermee toch de doelstelling op een realisitische manier binnen de tijd kunnen halen. Tot op heden is onze informatie (Enexis, vergunningen en gesprekken en onderzoeken) niet hoopgevend. In 2021 zijn er verschillende fysieke en digitale participatiemomenten geweest om de zoekgebieden door te nemen met inwoners en belanghebbenden.

Algemeen, over onderwerpen geen specifiek onderdeel betreffend

ZW PGOV 16

Indiener uit diepe bezorgdheid over het plaatsen van grote windturbines vanwege: (1) Gebrek aan grondig onderzoek naar de effecten van en blootstelling aan risico's door het plaatsen van windturbines met deze hoogte nabij een woonplaats voor mens en natuur. (2) Wat is het gevolg voor de mensen die dagelijks op het land en de golfbaan werken? (3) Wat het gevolg is voor de kwaliteit van de (biologische) gewassen die hier worden geteeld voor menselijke consumptie? (4) Indiener verzoekt de gemeente nader onderzoek te doen en pleit voor het voorzorgsprincipe wanneer gevolgen niet meetbaar zijn.

In de projectfase worden (vertegenwoordigers van) burgers betrokken om mee te denken en te helpen bij de uitvoering. Ook wordt gestreefd naar eigenaarschap van lokaal eigendom door inwoners samen met bedrijven en maatschappelijk middenveld. We streven naar 100% lokaal eigendom. (1) De effecten zijn in het PlanMER onderzocht. Zoals in het PlanMER beschreven zijn de effecten van de 130/130 of 170/170 turbines niet gelijk. Zie ook de tabel in het hoofdstuk Alternatieven, paragraaf Effectbeoordeling alternatieven, onder Samenvattende effectbeoordeling alternatieven. (2) De initiële afstanden zijn dermate groot dat de effecten hiervan niet aantoonbaar zijn. De exacte afstanden zullen te zijner tijd bij een daadwerkelijk project beoordeeld moeten worden. (3) De kwaliteit van biologische producten wordt gewaarborgd door SKAL. Deze hebben geen verband gevonden tussen windturbines en biologische teelt. Mocht dit ooit aan de orde zijn vernemen wij dit graag van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit. Er is geen onderzoek bekend waaruit een

Nee. Genoemde aspecten zijn onderzocht. Zoals bij andere zienswijzen ook is geantwoord, vindt wel op sommige onderdelen vervolgonderzoek plaats, zoals ecologie en geluid.

Algemeen, over onderwerpen geen specifiek

ZW PGOV 17

Indiener uit zorgen over de plaatsing van enorme windmolens: (1) Gezondheiseffecten: met name vanwege het artikel van een huisarts in Engelen over de schrikbarende

verband blijkt dat windturbines de groei van agrarische gewassen negatief beïnvloeden. Daarbij speelt mee dat de omvang van de slagschaduw van het rotorvlak, ten opzichte van de omvang van de landbouwpercelen, beperkt is. Het grondgebruik rondom de molen kan hier gewoon plaatsvinden voor agrarische doeleinden. Enkel de voet van de turbine en de opstelplaats voor de kraan zijn niet als landbouwgrond bruikbaar gedurende de circa 20 jaar dat de turbine er staat. (4) Er is wetenschappelijke consensus over de wijze waarop gezondheidsrisico's in beeld zijn gebracht rondom grootschalige opwek. Hiermee wordt voldaan aan de basis van het voorzorgsprincipe. Enkel erkende en gepeerreviewde onderzoeken zouden deze consensus kunnen verstoren. We houden hiermee de normstelling van het RIVM aan als basis en bewegen mee als hiertoe aanleiding zou zijn vanuit dit rijksinstituut. (1) De relatie tussen hinder en gezondheidseffecten is nog niet duidelijk en daarom vinden de ministeries van EZK en I&W het noodzakelijk dat er meer onderzoek

Ja.

In paragraaf 1.1 van het Programma wordt in de laatste alinea benoemd dat geluid nader wordt onderzocht, dit is ook

onderdeel betreffend

toename van klachten sinds het plaatsen van windmolens. Is de gemeente hiervan op de hoogte? Vraagt dat niet om gedegen onderzoek? (2) Geluidsoverlast: met name in stille gebieden wordt dit als zeer storend ervaren. Heeft de gemeente voldoende bewijs dat deze overlast er niet gaat zijn of werkt de gemeente met modellen of studies die de geluidsimpact op nabijgelegen woningen kunnen garanderen binnen acceptabele grenzen te blijven? (3) Visuele impact: altijd en overal staat deze krankzinnig hoge windmolen in je blikveld. (4) Impact op de natuur: wij kunnen dit niet rijmen met het onlangs getekende Weidevogelconvenant in Vughtse Gement en alle investeringen die zijn gedaan voor het behoud van het blauwe vlindertje. (5) Energietransitie naar de toekomst: we zijn van mening dat de gemeente nu al achter loopt en hiermee makkelijk wil scoren op de korte termijn. Indiener verzoekt op zoek te gaan naar een zinvolle bijdrage die in de gemeente past en niet ten koste gaat van kwaliteit en welzijn.

wordt gedaan. Het RIVM heeft in 2022 de mogelijkheden verkend voor (vervolg)onderzoek naar gezondheidseffecten van windturbines in Nederland. Het RIVM heeft het inmiddels aangekondigd dat ze onderzoek gaat doen naar de relatie tussen windturbinegeluid en hinder en slaapverstoring. Ook de beleving van bewoners en andere factoren zijn een onderdeel van dit project. De resultaten worden in 2026 verwacht. Zie: Onderzoek naar de blootstelling-responsrelatie windturbinegeluid en hinder en slaapverstoring | RIVM. (2) Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat windturbinegeluid kan leiden tot hinder bij omwonenden. Deze hinder treedt over het algemeen op bij hogere geluidniveaus van de windturbines. Ook blijkt dat weerstand (emotionele spanning en angst voor overlast) tegen de ontwikkeling van turbines het gevoel van hinder door de windturbines kan vergroten. Er bestaat echter geen wetenschappelijk bewijs voor een directe relatie tussen het ervaren van hinder als gevolg van windturbines en de effecten op de

benoemd in het raadsvoorstel over het Programma.

gezondheid. Het is niet uitgesloten dat in de toekomst bij de projectfase uitgebreid onderzoek wordt gedaan naar geluidstrillingen. Desondanks blijft geluidservaring subjectief. De ene persoon heeft er veel last van, een ander helemaal niet. Ervaring van geluid kan (in deze tijd) niet volledig objectief worden gemeten. In het PlanMER zijn de gezondheidseffecten meegenomen door de onderzoekers. Ook in de (vervolg)projectfase wordt dit gedaan. We blijven dus wel in iedere fase de gezondheidseffecten checken. (3) Impact op het landschap is meegenomen in het PlanMER onderzoek en het is bekend in hoeverre zonneparken en/of windturbines impact hebben op het landschap. Dat is ook meegenomen in de afweging en het advies waar ontwikkeld kan worden voor de opgave tot 2030. In hoeverre horizonvervuiling wordt ervaren is een politieke aangelegenheid en verschilt per individu. Dat windturbines horizonvervuiling zijn, is een mening en politiek geladen. Windmolens met een tiphoogte van 255 meter, zullen op veel plekken

Algemeen, over onderwerpen geen specifiek onderdeel betreffend

ZW PGOV 18

Indiener uit diepe zorgen over de plaatsing van immens grote windmolens, vanwege: (1) Gezondheidseffecten zoals geluidsoverlast en slagschaduw. - Hoe rijmt dit plan met het eerder afwijzen van verzoek een kleine windmolen op dak te plaatsten vanwege gezondheidsklachten voor de koeien? - Is daadwerkelijk doorgerekend wat de impact is van slagschaduw? - Hoeveel wekken de windmolens dan echt op als ze bij slagschaduw uitgezet moeten worden? De gepresenteerde cijfers lijken niet reëel. (2) Effect op lokale fauna.

zichtbaar zijn, maar niet in heel Vught. Dat is afhankelijk van de zichtlijnen op het punt waar iemand staat. (4) Het kan zijn dat uit vervolgonderzoek blijkt dat turbines (deels) niet samengaan met het Weidevogelconvenant. In dat geval vervalt (deels) het betreffende zoekgebied. (5) In het PlanMER en het Programma is uitgegaan van grootschalige opwek met windturbines en zonnevelden. Dat is in lijn met het Nationaal Programma Regionale Energie Strategie. (1) - De door u genoemde casus is bij ons niet bekend. We houden ons aan de geldende wet- en regelgeving. - De plaatsing van kleinere windturbines op daken vallen onder de wet- en regelgeving en bouwvergunningen. Er wordt gekeken naar de meest efficiënte wijze waarop energie opgewekt kan worden in een gebied. Grootschalige turbines zijn hierbij preferabel. Het staat iedereen vrij een aanvraag te doen voor kleine windmolens op het dak mits het voldoet aan de daarvoor bestaande milieu- en

Ja, toevoeging dat grootschalig zon op dak van de opgave zon en/of wind op land wordt afgetrokken.

In paragraaf 1.1 van het Programma wordt benoemd dat wordt ingezet op grootschalig zon op dak.

(3) Waardevermindering huis. (4) Toerisme wordt hierdoor minder aantrekkelijk. (5) Verzoek om mogelijkheid voor zon op dak te onderzoeken en dit onderzoek eerst af te wachten. Batterij opslag in elke buurt? (6) Het ijkpunt van de opwekking van energie ligt terug in 2017. Sindsdien zijn er al veel investeringen gedaan in zonnepanelen in Cromvoirt op de daken. (7) Indiener verzoekt op zoek te gaan naar minder invasieve oplossingen (bijv. zonne-energie op strategische minder opvallende locaties).

bouwregels. - De impact van slagschaduw wordt bij een concrete aanvraag zeer nauwkeuring berekend. Omdat er geen sprake is van een concrete aanvraag maar een planstudie om te zien waar überhaupt zon - en of wind kan komen in Vught is dit nu op hoofdlijnen onderzocht. Zodra er een concreet plan komt, is er ook bekend welk type turbine waar wordt gekozen en wat de exacte impact van slagschaduw is, waar wij als overheid standaard willen mitigeren tot nul. - De derving van windturbines die stilstaan om slagschaduw te voorkomen betreft maximaal 2% van de tijd. Bij windparkopstellingen op grote afstanden van veel gevoelige objecten kan dit cijfer aanzienlijk lager zijn. Een businesscase van een ontwikkelaar (commercieel of coöperatief) blijft hoogstwaarschijnlijk overeind staan bij dervingspercentages van maximaal 2%. (2) Bepaalde zaken in het PlanMER, waaronder ecologie, moeten dieper en breder onderzocht worden in het vervolgonderzoek. (3) Waardevermindering van woningen (nadeelcompensatie)

maakt geen onderdeel uit van een PlanMER. Op dit moment heeft de gemeente geen bewijs dat er geen overlast gaat zijn bij nabijgelegen woningen. Of dat wel of niet zo is, moet blijken uit vervolgstudies waarin met modellen en studies wordt gewerkt. In de Omgevingswet is hier een regeling voor opgenomen, de mogelijkheden hiervoor worden onderzocht en aan het gemeentelijk bestuur voorgelegd. (4) De recreatie in Vught richt zich nu vooral op dagjesmensen voor wellness, de IJzeren Man en de golfbaan. De effecten van de komst van windturbines zullen op deze activiteiten beperkt van invloed zijn. Als er een concreet plan komt zal dit volgens het Programma onderdeel moeten zijn van het totaalpakket van de ontwikkeling (immers nemen we naast energie ook recreatie, transitie landbouw en natuur mee). (5) We zetten in op zon op dak, wat er op dak kan worden opgewekt wordt afgehaald van de opgave zon of wind op land. Batterijopslag wordt bij vervolgstappen ook meegenomen. (6) Dit is in de Regionale Energie Strategie zo opgenomen. (7) Zonnevelden kunnen beter

Algemeen, over onderwerpen geen specifiek onderdeel betreffend

ZW PGOV 19

Indiener maakt zich ernstig zorgen over de plaatsing van zeer grote windmolens wanwege: (1) Geluidsoverlast: er bestaat inmiddels voldoende en aantoonbaar bewijs dat geluidsoverlast kan resulteren in fysieke en psychische klachten. (2) Visuele impact. (3) Invloed op de woningwaarde. (4) Slagschaduw. (5) Verstoring van het lokale ecosysteem: windturbines en de bijbehorende infrastructuur verstoren het lokale ecosysteem, waaronder het veranderen van dierlijke migratiepaden en het verstoren van de lokale fauna. Ze vormen potentieel gevaar voor vogels. (5) Aanvullende infrastructuur (elektriciteitslijnen en wegen) hebben verdere milieu- en visuele impact dan alleen de windmolens zelf. (6) Lichtvervuiling (met name de heftige lichtflitsen 's nachts). (7) Beperkte levensduur en afvalbeheer: vooralsnog woden turbines gedemonteerd en begraven

ingepast worden in het landschap dan windturbines en zijn dus veel minder zichtbaar. Dat wil niet zeggen dat ze nooit zichtbaar zijn, dat is afhankelijk van de plek, hoogte en waar een persoon zich bevindt. (1) Er is onderzoek gedaan in het PlanMER naar het effect van geluid op de omgeving, op basis van op dit moment geldende wet- en regelgeving, normen en andere formele richtlijnen. Lokale normen voor geluid zijn er niet, althans niet in Vught. Geluidsoverlast is op hoofdlijnen onderzocht, maar tijdens de projectfase moet geluidsimpact op de omgeving nog beter en uitgebreid worden onderzocht. Bovenstaande heeft ook betrekking op de buurgemeenten. Op dit moment heeft de gemeente geen bewijs dat er geen overlast gaat zijn bij nabijgelegen woningen. Of dat wel of niet zo is, moet blijken uit vervolgstudies waarin met modellen en studies wordt gewerkt. Het kan in dat geval ook zijn dat een ontwikkelgebied kleiner wordt, of geheel afvalt. (2) Impact op het landschap is

Ja, geluid wordt meegenomen in vervolgonderzoek.

In paragraaf 1.1 van het Programma wordt in de laatste alinea benoemd dat geluid nader wordt onderzocht, dit is ook benoemd in het raadsvoorstel over het Programma.

wat vervuiling geeft. (8) Veiligheidsrisico's: er bestaat een risico op ijsafzetting op de turbinebladen die vervolgens kunnen afbreken, wat gevaarlijk kan zijn voor mensen, dieren en eigendommen. (9) Indiener verzoekt te zoeken naar alternatieve oplossingen zoals zonneenergie op strategisch minder opvallende locaties.

meegenomen in het PlanMER onderzoek en het is bekend in hoeverre zonneparken en/of windturbines impact hebben op het landschap. Dat is ook meegenomen in de afweging en het advies waar ontwikkeld kan worden voor de opgave tot 2030. In hoeverre horizonvervuiling wordt ervaren is een politieke aangelegenheid en verschilt per individu. Dat windturbines horizonvervuiling zijn, is een mening en politiek geladen. Windmolens met een tiphoogte van 255 meter, zullen op veel plekken zichtbaar zijn, maar niet in heel Vught. Dat is afhankelijk van de zichtlijnen op het punt waar iemand staat. (3) Er is onderzoek gedaan in het PlanMER naar het effect van slagschaduw op de omgeving, op basis van op dit moment geldende wet- en regelgeving, normen en andere formele richtlijnen. Lokale normen voor slagschaduw zijn er niet, althans niet in Vught. Dit wordt verder onderzocht in vervolgonderzoeken bij ontwikkeling. Of er wel of geen hinder voor omwonenden is, moet

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Vught&id=4a3ff8bd-deaf-42b4-820d-868298552bc1