CConstaterende datVught
Koppel je AI →
Document · PDF

Inspraakreactie mevrouw Van der Laak - Op weg naar een zon en windvisie voor de gemeente Vught

Gezamenlijke commissie t/m 31-03-2022 18 november 2021, gemeente VughtBij agendapunt: Spreekrecht voor publiek36.769 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 5

Gemeenteraad Vught T.a.v. de griffie Theederheyde Collectief Datum: Onderwerp:

16 november 2021 Inspraakbijdrage zon- en windenergie Commissievergadering 18 november

Beste gemeenteraad van Vught, Op 18 november a.s. spreekt u als gemeenteraad van Vught over de visie zon- en windenergie in Vught. We onderschrijven de noodzaak om samen te werken aan een duurzame energietransitie, maar met de huidige visie zon- en wind van gemeente Vught worden ons inziens verkeerde keuzes gemaakt. Er zijn betere opties beschikbaar, met bestaande technieken die sneller, goedkoper en met minder risico en impact voor inwoners en omgeving kunnen worden uitgerold. Het Theederheyde Collectief wil u met deze inspraakbijdrage namens 300 bewoners en 10 landgoederen vragen om geen medewerking te verlenen om voorbereidingen te treffen om windturbines te plaatsen in Vught, gezien de volgende argumenten. 1) De gemeente heeft een zorgplicht voor haar burgers. Uit recent onderzoek van 3 november jl. blijkt dat het RIVM-onderzoek m.b.t. de impact op de gezondheid van omwonenden van een windturbine niet deugt. In een recent 70 pagina’s tellend onderzoek is aangetoond dat het onderzoek waar de Nederlandse wetgeving op leunt m.b.t. schadelijke effecten op de gezondheid door windturbines niet deugt.

Nu wind op land onderbouwd omstreden is gebleken in het licht van de volksgezondheid, kan de gemeenteraad van Vught het risico eenvoudigweg niet nemen om verantwoordelijkheid te dragen voor de gezondheidsschade met deze kennis in de hand en bewust de gezondheid van de inwoners in gevaar brengen. Het Nevele arrest stelt dat er verplicht een MER (Milieu en Effect Rapportage onder meer voor de volksgezondheid) opgesteld dient te worden, ook in de zoek- en planfase nog zonder project – dit is een dure bijkomstige verplichting en het geeft 2 tot 3 jaar vertraging om deze juridische hobbel te nemen, met nog uiterste ongewisse toekomst geeft de demissionaire minister aan. Recent is er daarbij jurisprudentie ontstaan waarbij omwonenden tot 150.000,00 schadevergoeding kunnen eisen omdat hun gezondheid wel degelijk in het geding is in de omgeving van een windturbine op land. Gemeente Vught kan een dergelijke claim nooit financieel dragen. De zorgplicht voor een veilige en gezonde woonomgeving is van een hogere rangorde dan de berekende CO2 reductie van de energieopwekking door windturbines op land. Bronnen: 1.a) Persbericht ondeugdelijk onderzoek gezondheidsrisico’s van 3 november 2021. https://www.windwiki.nl/

1.b) Het volledige 70 pagina’s tellende rapport over het originele onderzoek van 3 november 2021 over de bewezen ondeugdelijkheid van de berekeningen m.b.t. te lage inschattingen van de gezondheidsrisico’s. https://www.windwiki.nl/wp-content/uploads/2021/11/Gezondheidseffecten-van-windturbinegeluid-D.-Bijl-2021.pdf 1.c) Persbericht vandaag over impact gezondheid windturbines dichtbij woningen en ondeugdelijk onderzoek RIVM; https://eenvandaag.avrotros.nl/item/windmolens-steeds-krachtiger-en-te-vaak-dichtbij-woonwijken-terwijl-dathelemaal-niet-nodig-is 1.d) Weerstand tegen windturbines groeit; juridische problemen door verplichtstelling MER ook in zoekfase door gezondheidsissues laaien steeds verder op. https://www.gld.nl/nieuws/7171151/plannen-voor-windmolens-vangensteeds-meer-tegenwind

2) De veronderstelling van de wethouder dat met alleen zon op dak niet voldoende CO2 reductie kan worden behaald om als gemeente Vught de RES NOB doelstelling te halen, is gebaseerd op foutieve informatie. Dit kan wel. Deloitte heeft in opdracht van de landelijke Rekenkamer een onderzoek uitgevoerd naar alle geschikte daken – ook in Vught – met daarin een aangetoonde berekening dat 50% van ALLE energiebehoefte van gemeente Vught kan worden opgewekt op bestaande daken van bedrijven, industrie, overheidsgebouwen, scholen, maatschappelijk vastgoed en de agrarische sector. “892 km2 dakoppervlak in Nederland is geschikt voor zonnepanelen. Dit is het equivalent van 125.000 voetbalvelden”. Bij navraag bleek de wethouder dit onderzoek niet te kennen en kan derhalve hier ook geen rekening mee hebben gehouden in de visie zon- en wind. Zon op dak heeft volgens de RES de voorkeur – zie de zonneladder - maar kan ook op veel meer draagvlak rekenen dan zonnevelden of windturbines. Daarnaast wordt het netwerken minder belast omdat de grootverbruiker al zelf een deel van de stroom kan gebruiken wat niet via het net hoeft te worden geleverd. Een wetswijziging waarmee gemeenten dakeigenaren kunnen dwingen om panelen te plaatsen, komt eraan. Ondertussen bouwen we elk jaar ongeveer drie miljoen vierkante meter nieuw industriedak", zegt Rotmans (hoogleraar energietransitie).

"En daar ligt dan weer nauwelijks een paneel op." Bronnen: 2.a) Onderzoek Deloitte over de potentie zon op dak, waarin wordt aangetoond dat ook in gemeente Vught de doelstellingen ruimschoots kunnen worden behaald met zon op dak. https://www2.deloitte.com/nl/nl/pages/dataanalytics/articles/zonnepanelen.html Zie het originele rapport en kaart van Vught in de bijlage. 2.b) Interview Hoogleraar klimaattransitie Jan Rotmans bij de NOS https://nos.nl/nieuwsuur/artikel/2369275-stopmet-zonneparken-en-leg-zonnepanelen-op-daken.

3) De huidige visie zon- en wind van gemeente Vught is niet in lijn met de richtlijnen van de RES landelijk én RES NOB waarin wordt verplicht de zonneladder te volgen. De Provincie Noord-Brabant gaat hier bij alle gemeenten op toezien en zal zelfs beroep aantekenen tegen onrechte verleende vergunningen. De zonneladder houdt in: eerst zon op dak, daarna zon dichtbij industrieterreinen waar grootverbruikers zijn gevestigd, pas daarna – mits het draagvlak is gewaarborgd en de milieu effect rapportages het toestaan – zon en wind op land. Inzetten op zonnevelden en windturbines is een exponent van het geven dat Nederland te laat is gestart met verduurzamen. Deze “grote stappen snel thuis”-tactiek is schadelijk en kent een enorm risico

van “regret”. Provincie Noord-Brabant heeft recent een motie aangenomen dat zij gemeenten gaan controleren op een correcte toepassing van de zonneladder. Gemeente Vught zal een corrigerende aanwijzing tegemoet kunnen zien met de plannen zoals berekend in de huidige visie zon- en wind. Bronnen: 3.a) RES NOB richtlijnen en provinciale aanwijzingen aan gemeente voor correcte toepassing zonneladder: https://solarmagazine.nl/nieuws-zonne-energie/i23173/provincie-brabant-gaat-toezien-op-correcte-toepassingzonneladder-door-gemeenten

4) In de SDE++ subsidie voor 2022 en verder wordt de onrendabele top gesubsidieerd uitgaande van de meest goedkope vorm van duurzame energieopwekking. In Vught waait het het minst van heel Nederland. Wind op land gaat inclusief de infrastructurele kosten die mee moeten worden berekend in de toekomst, het afleggen tegen goedkopere vormen zoals CO2 opslag. Het ministerie zal de subsidie SDE++ vanaf heden aan de meest kostenefficiënte duurzame CO2 reductie technieken gaan toekennen: CO2opslag, zon op dak en geothermie. Gemeente Vught ligt op de windkaart in het minst windrijke deel van Nederland; de onrendabele top zal daarmee enorm zijn en maakt geen kans op volledige subsidie. Windturbines en grootschalige zonnevelden zijn daarnaast niet rendabel te maken mede door de problemen waar ook Vught mee zal gaan kampen: capaciteitsproblemen in het netwerk, maatschappelijke weerstand, gebrek aan draagvlak. Gemeente Vught zal niet slagen in het behalen van subsidietoekenning door de grote concurrentie van goedkopere CO2 reductietechnieken. Volhouden om een eigen bijdrage te willen leveren als gemeente Vught met grootschalige zonnevelden en windturbines kan daarmee worden gezien als een persoonlijke missie van de betrokken wethouder, met waardering voor de consistentie en volharding, maar zonder uitzicht op een succesvolle bijdrage aan de energietransitie de praktijk.

Bronnen: 4.a) Windkaart van Nederland met Vught in minst windrijke gebied https://www.rvo.nl/sites/default/files/2021/02/Windkaart%20windsnelheid%20per%20gemeente%20versie%20febru ari%202021.pdf 4.b) SDE++regeling 2022 met wijzigingscausule voor voorrang CO2 opslag t.o.v. voorgaande jaren https://www.rvo.nl/subsidie-en-financieringswijzer/sde/aanvragen/wind

5) Het netwerk kan de komende 10 jaar de piekbelasting van zonnevelden en windturbines niet aan. Met de huidige visie zon- en windenergie kunnen de CO2 reductie doelstellingen technisch qua infrastructuur helemaal niet worden behaald. Het duurt 8 jaar om alle voorbereidingen te treffen om het netwerk uit te breiden en twee jaar om het uit voeren. Het is een slecht doordacht en niet uitvoerbaar plan. Bovendien concurreren de grootschalige projecten met de zonneladder die pleit voor zon op dak. Duizenden dakeigenaren die zonne-energie willen terug leveren aan het netwerk kunnen dit niet omdat er congestie op het net is. Voor uitbreiding op het net geldt de regel “wie het eerst komt, wie het eerst maalt” bij de netwerkbeheerder. De buitenlandse investeerders die

de subsidies binnenhalen met grootschalige projecten ten koste van landbouwgrond en natuur, zijn veel sneller en geraffineerder dan de lokale bedrijven. Het effect is dat deze laatste groep achter het net vist en veelal buitenlandse investeerders er met de “buit” van doorgaan. Gemeente Vught kan pleiten voor aanpassingen in de wet dat niet de regel geldt “wie het eerst komt, die het eerst maalt”, maar de meest duurzame vorm van groene stroom opwekking uitgaande van de zonneladder het eerst wordt bediend. Meewerken aan zonnevelden en windturbines is 1 op 1 de concurrentie aangaan met de lokale dakeigenaren ten faveure van het grote geld. Exact tegen alle bedoelingen van de RES en de gemeenteraad in die pleit voor duurzame energieopwekking en lokaal eigenaarschap. De snelheid waarmee een zonnepark verrijst en de onvoorspelbaarheid van de exacte locatie in landelijke gebieden, stelt de netbeheerder voor problemen. Het ontbreekt aan tijd en menskracht om de netten snel genoeg te kunnen aanpassen voor alle nieuwe grote gebruikers – zowel producenten als afnemers. In regio’s waar daadwerkelijk knelpunten ontstaan, geldt sinds 1 oktober 2019 de zogeheten transportindicatie. Wie gebruik wil maken van de nieuwe SDE+ subsidies, moet een transportindicatie kunnen overleggen.

Op de landelijke capaciteitskaart is te zien waar voldoende transportcapaciteit is en waar schaarste dreigt of al is opgetreden. Deze transportindicatie kan in geen geval door de buurgemeente Boxtel noch Vught worden afgegeven. Bronnen: 5.a) Netwerkbeheer Nederland https://www.netbeheernederland.nl/dossiers/netcapaciteit-60 5.b) Uitzending Pointer van 15 november jl. https://tvblik.nl/pointer/15-november-2021 5.c) Landelijke capaciteitskaart energienetwerk rondom Vught: https://capaciteitskaart.netbeheernederland.nl/

6) Samenwerken met Boxtel is een utopie in zoekgebied “wind 4”; juist op deze plek gaat gemeente Vught nooit een samenwerking rond krijgen om windturbines te plaatsen, mochten zij die ondanks vorige argumenten 1 t/m 5 dit blijven nastreven. De redenen op een rij waarom windgebied 4 in geen geval een reële optie is: -

-

-

-

Gemeente Boxtel heeft enorme congestie op het netwerk (rood) en kan alleen al om die reden nooit voor 2030 een of meerdere windturbines plaatsen. Zij geen partner die deze ambitie redelijkerwijs in kan vullen. De gemeenteraad van Gemeente Sint-Michielsgestel heeft gekozen voor een strategie van volledig zon en op dak en de gemeenteraad heeft expliciet het besluit genomen GEEN windturbines te gaan plaatsen. Het zoekgebied wind 4 ligt in een beekdal. Beekdalen dienen expliciet ontzien te worden via de landelijke aanwijzingen en de RES NOB. Gemeente Boxtel heeft al aangegeven niet tegen deze richtlijnen in te gaan en geen pogingen te ondernemen om in het beekdal aan de kant van Boxtel te gaan plaatsen. De enige andere plek aangrenzend aan Vught en Sint-Michielsgestel voor gemeente Boxtel is het landgoed het Wilhelminapark. De langgoedeigenaar - Marggraff Stichting – heeft al expliciet uitgesproken niet mee te gaan werken. Onteigening zou dan de enige optie zijn voor gemeente Boxtel omdat ook het beekdal is afgevallen.

-

-

-

Gemeente Boxtel is bezig met een bezuinigingsronde van 5,5 miljoen euro en heeft helemaal geen geld om tot onteigening over te gaan. De Marggraff Stichting is daarentegen zeer kapitaalkrachtig en is gehouden aan het testament van Ewald Marggraff dat er 100 jaar tot na zijn dood niets aan het Wilhelminapark mag worden veranderd. Deze locatie ligt in de aanvliegroute van vliegveld Volkel en Eindhoven wat hoogtebeperkingen met zich meebrengt om windturbines te plaatsen. Het landschap is gelegen tegen natuurgebieden aan, midden in het Groene Woud, Van Gogh Nationaal Park en Brabantse coulisselandschap en is de leefomgeving van beschermde diersoorten zoals dassen en bevers. Allemaal redenen die het Rijk en de Provincie aangeven waarom hier geen windturbines geplaatst mogen worden. Op deze locatie is al 1,5 jaar een grote groep van 300 inwoners fel gekant tegen de plaatsing van windturbines. Er kan hierdoor niet aan de wettelijke eis van draagvlak onder de lokale bevolking worden voldaan. Ook stakeholders zoals het Brabants landschap, de Brabantse Milieufederatie, Natuurmonumenten, natuurgroepen en de landgoedeigenaren van 10 landgoederen gelegen in en om het “zoekgebied wind 4” zijn absoluut tegen de plaatsing van windturbines in dit gebied. Samen met de inwoners hebben zij zich georganiseerd en vormen een sterke oppositie.

Op zijn minst zorgt dit voor strijd, lange juridische procedures, vertragingen en hoge kosten als dit gebied toch als zoekgebied wordt aangewezen. Een dergelijke strijd zal alleen maar verliezers kennen en in geen geval een positieve bijdrage leveren aan duurzame energietransitie voor Vught waarbij draagvlak cruciaal is om samen een mooie en duurzame toekomst te bouwen met vertrouwen in de lokale politiek.

Conclusie windgebied 4: Al deze argumenten tezamen maakt het onmogelijk om “windgebied 4” aan te wijzen als geschikt gebied voor windturbines door gemeente Vught. Als er nog steeds een ambitie blijft ondanks alle argumenten om geen windturbines te plaatsen, dan is dit het minst kansrijke zoekgebied en het meest kostbaar qua aanleg. Namelijk een ander zoekgebied ligt volledig op gronden in eigendom van de gemeente; veel dichterbij een centrale in ‘sHertogenbosch die geen congestie heeft, daar is geen afhankelijkheid van medewerking van andere gemeenten, er is geen sprake van onteigening of andere vertragende en kostenverhogende factoren. Desondanks is wind in de visie zon- en wind voor gemeente Vught ons inziens een slecht een onwenselijk plan ook op deze locatie. De oproep aan de gemeenteraad van Vught Werk als gemeenteraad niet mee aan de voorbereidingen on windturbines op land in Vught e.o. mogelijk te maken. (H)erken zoekgebied 4 als het minst kansrijk en zet hier niet langer op in. Doorgaan op de voorgenomen weg van het College gaat naast heel veel strijd, kosten en ellende niets opleveren voor een duurzame toekomst.

Wat dan wel? We roepen de gemeente Vught op om: 1) Volledig in te zetten op de zonneladder en een concreet doel te stellen van 50% van alle energiebehoefte van de eigen inwoners en bedrijven in Vught via zon op bestaande daken op te gaan wekken; 2) Alle mogelijke lokale wetgeving, macht en middelen in te zetten om voorrang te geven om de netwerkcapaciteit te verruimen in de volgorde van de meest duurzame energieopwekking: zon op dak; 3) Zelf het goede voorbeeld te geven door op alle maatschappelijke vastgoed en gemeentegebouwen versneld zonnepanelen te leggen; 4) Constructief, structureel en positief het debat aan te gaan met inwoners en bedrijven en daarin vooral ook ruimte bieden voor ideeën en initiatieven die er leven, in plaats van te “zenden” tijdens een bewonersavond en geen ruimte te laten voor het delen van visies, bezwaren en ideeën. 5) Goed te luisteren naar de experts zoals hoogleraren energietransitie, Urgenda en rijksadviseurs leefomgeving die adviseren per direct te stoppen met het volleggen van landbouwgronden en natuurgebieden met grootschalige zonnevelden en windturbines. Met vriendelijke groet, Namens het Theederheyde Collectief Familie van der Heijden 06-53833630 info@theederheyde.nl

Windsnelheid per gemeente SDE++ en SCE Gemiddelde windsnelheid in m/s ≥ 8,5 m/s ≥ 8,0 en < 8,5 m/s ≥ 7,5 en < 8,0 m/s ≥ 7,0 en < 7,5 m/s ≥ 6,75 en < 7,0 m/s < 6,75 m/s Gemeentegrenzen* per 31 december 2019 (bron: BAG)

Gemeente Windsnelheidscategorie

Haarlem Elburg Deventer Rijssen-Holten Hof Wierden Almelo Borne Oldenzaal Hengelo Enschede Dinkelland Losser Hilversum Huizen Laren Blaricum Eemnes Baarn Soest Zeist Amersfoort Leusden Woudenberg Renswoude Veenendaal Rhenen Heerde Harderwijk Nunspeet Epe Ermelo Putten Barneveld Voorst Apeldoorn Ede Scherpenzeel Wageningen Renkum Arnhem Brummen Westervoort Rozendaal Rheden Doesburg Lochem Zutphen Bronckhorst Doetinchem Montferland Nijmegen Heumen Woensdrecht Rucphen Breda Oosterhout Baarle-Nassau Gilze -Chaam Dongen Loon Tilburg Goirle Reusel-De Hilvarenbeek Oisterwijk Haaren Heusden ‘s-Hertogenbosch Vught Boxtel Oirschot Bladel Bergeijk Eersel Veldhoven Son Best Eindhoven Waalre Valkenswaard Meierijstad Bernheze Landerd Uden Boekel Grave Mill Cuijk Sint Boxmeer Gemert-Bakel Laarbeek Nuenen Helmond Deurne Asten Someren Geldrop-Mierlo Heeze-Leende Cranendonck Mook Gennep Venray Horst Venlo Peel Beesel Nederweert Weert Leudal Roermond Maasgouw Roerdalen Echt-Susteren Sittard-Geleen Stein Brunssum Meerssen Maastricht Beekdaelen Valkenburg Eijsden-Margraten Gulpen-Wittem Vaals Voerendaal Landgraaf Kerkrade Heerlen Geertruidenberg Simpelveld Etten-Leur Zundert Halderberge Roosendaal Drimmelen Waalwijk Gorinchem Dordrecht Sliedrecht Papendrecht Zwijndrecht Hendrik-Ido-Ambacht Alblasserdam Ridderkerk Oldebroek Hattem Olst-Wijhe Raalte Ommen Hellendoorn Twenterand Tubbergen Haaksbergen

Winterswijk Berkelland Zeewolde Wijdemeren Bunschoten Gooise Nijkerk Utrecht Nieuwegein Bunnik Houten Wijk Buren Tiel Neder-Betuwe Maasdriel Druten Overbetuwe Beuningen Wijchen Lingewaard Duiven Zevenaar Oss Vlaardingen Schiedam Albrandswaard Capelle Barendrecht Culemborg Zaltbommel Vijfherenlanden Molenlanden Hoeksche Altena Hulst Terneuzen Sluis Reimerswaal Kapelle Goes Borsele Vlissingen Middelburg Steenbergen Moerdijk Tholen Nissewaard Hellevoetsluis Brielle Maassluis Rotterdam-West Hardinxveld Midden-Delfland Delft Pijnacker-Nootdorp Lansingerland Zuidplas Krimpenerwaard Zoetermeer Waddinxveen Gouda Bodegraven-Reeuwijk Rijswijk Zoeterwoude Voorschoten Leidschendam-Voorburg ‘s-Gravenhage Nieuwkoop Leiderdorp Leiden Oegstgeest Alphen Kaag Teylingen Lopik IJsselstein Montfoort Oudewater Woerden Stichtse Uithoorn Amstelveen Ouder-Amstel Weesp Diemen Amsterdam Heemstede Zaanstad Wormerland Oostzaan Landsmeer Purmerend Waterland Almere Lelystad Dronten Kampen Zwartewaterland Zwolle Dalfsen Staphorst Hardenberg Meppel Steenwijkerland Weststellingwerf Westerveld Hoogeveen Midden-Drenthe Ooststellingwerf Coevorden Emmen Midden-Groningen Groningen Veendam Pekela Stadskanaal Westerwolde Tynaarlo Noordenveld Assen Aa Borger-Odoorn Noord-Beveland Delfzijl Loppersum Appingedam Oldambt Dantumadiel Achtkarspelen Tytsjerkeradiel Smalingerland Opsterland Leeuwarden Urk Noordoostpolder

Enkhuizen Medemblik Stede Drechterland Hoorn Opmeer Koggenland Heerhugowaard Langedijk Edam-Volendam Alkmaar Beemster Castricum Heiloo Uitgeest Heemskerk Beverwijk Velsen Bloemendaal Hillegom Lisse Katwijk Wassenaar Westland Westvoorne Goeree-Overflakkee Schouwen-Duiveland Noordwijk Westerkwartier Veere Hollands Schagen Bergen Zandvoort Rotterdam Hogeland Noardeast-Fryslân Waadhoeke Harlingen Súdwest-Fryslân Den Texel Vlieland Terschelling Ameland Schiermonnikoog lsmeer ermeer lten Bilt Ronde Wolden Fryske -Michielsgestel van Anthonis Helder bij Gelre Maas Betuwe IJsselstreek Hunze Broec St. Meren Breughel se Duurstede aan Maas (L) (NH) Dal Rijen Twente Vecht c.a. Braassem Zand p aan Middelaar Kroon Waard Marren Hubert Heuvelrug Venen Zoom Mierden (excl. Maasvlakte aan Giessendam Maas en (wijk Waal Rijn IJssel wijk IJssel 17,Geul wijk 17,23 23 wijk excl. en23 buurt 27)buurt 8, en8wijk 27) < 8,5 ≥ 6,75en 7,0 7,5 8,0 m/s en m/s en <<<8,0 7,5 8,5 7,0m/s m/s m/s

* Vanwege grote verschillen in windsnelheid is gemeente Rotterdam onderverdeeld op wijk- of buurtniveau.

Onderwerp : SDE++ en SCE Windcategorieën per gemeente De gemiddelde windsnelheid (m/s) op 100 meter hoogte over de periode 2004 - 2013 per gemeente. Datum: Februari 2021

Bron: KNMI, CBS en RVO.nl

State of the State-onderzoek Zonnepanelen kunnen de helft van de Nederlandse elektriciteitsbehoefte opwekken Maart 2018

“892 km2 dakoppervlak is geschikt voor zonnepanelen. Dit is het equivalent van 125.000 voetbalvelden”

State of the State | De potentie van zonnepanelen in Nederland

Analyse van publieke data levert inzichten op over potentieel zonne-energie Stelt u zich eens voor dat er in Nederland op elk daarvoor geschikt dak zonnepanelen liggen. Zelfs in het lang niet altijd zonnige Nederland heeft dat veel potentie: een dakoppervlak van 892 km2 kan met zonnepanelen worden belegd. De opgewekte energie kan voorzien in 50 procent van de Nederlandse elektriciteitsvraag, zo blijkt uit onderzoek van Deloitte’s State of the State-programma. Dit onderzoek beantwoordt de vraag: hoeveel energie wekken we op als we zonnepanelen installeren op elk daarvoor geschikt dak in Nederland? De berekeningen van de maximaal mogelijke opbrengst zijn gebaseerd op openbare data en uitgevoerd in nauwe samenwerking met MapGear en Object Vision. Object Vision is een aan de Vrije Universiteit gelieerd softwarebedrijf en ontwikkelde GeoDMS, een big data geospatial modeling framework, dat kan worden gebruikt om op basis van hoogtegegevens de totale grootte, hoek en windrichting van dakoppervlakten te berekenen. MapGear ontwikkelt geo-apps en heeft vele jaren ervaring met het berekenen van de effectiviteit van zonnepanelen. De totale zonne-energieopbrengst Nederland heeft momenteel ongeveer 9 miljoen gebouwen. Daarvan heeft slechts 4,4 procent zonnepanelen op het dak liggen; een totaal van 3 miljoen zonnepanelen in 2017.

Volgens het Nationaal Solar Trendrapport brachten de zonnepanelen in 2016 ongeveer 6 petajoule. Dat betekent dat zonnepanelen voorzien in minder dan 2 procent van de totale Nederlandse vraag naar elektriciteit. De conclusie van onze analyse is dat er 892 km2 dakoppervlak geschikt is voor zonnepanelen. Dit is het equivalent van 125.000 voetbalvelden. In dit optimale scenario kunnen er 270 miljoen zonnepanelen worden geïnstalleerd die in totaal 217 petajoule kunnen opbrengen, gemiddeld 139 kWh/m2. Terwijl zonne-energie nu voorziet in slechts 2 procent van de Nederlandse elektriciteitsvraag (434 petajoule in 2016), zou het in dit optimale scenario kunnen voorzien in tot 50 procent van de totale elektriciteitsvraag. Twintig procent van de totale elektriciteitsvraag komt van huishoudens. De totale opbrengst van zonnepanelen op daken van woonhuizen zou bijna 80 petajoule zijn, wat gelijk staat aan 98 procent van de totale elektriciteitsvraag van huishoudens in Nederland. Dat betekent dat wanneer er alleen gekeken wordt naar daken van woonhuizen, vrijwel elk huishouden met zonne-energie in zijn elektriciteitsvraag kan voorzien.

Totale energievraag

6 PJ

Huidige productie

217 PJ

434 PJ

Potentiele productie

Figuur 1: Huidige en potentiele elektriciteitsproductie door middel van zonne-energie op daken 3

State of the State | De potentie van zonnepanelen in Nederland

Geschikt dakoppervlak en potientiele opwekking door zonnepanelen

De ene kaart laat het geschikte dakoppervlak per gemeente zien en de andere kaart laat het potentieel per inwoner per provincie zien.

2 Geschikt dakoppervlak (km(km ) 2) Suitable roof surface

0,1 0,1 Figuur 2: Geschikt dakoppervlak voor zonnepanelen

4

17,5 17,5

State of the State | De potentie van zonnepanelen in Nederland

Potentiële opwekking per inwoner (GJ) 0,1

16,2

Figuur 3: Potentiele opwekking door zonnepanelen per inwoner (MapGear)

5

State of the State | De potentie van zonnepanelen in Nederland

Terugdringen van CO2-uitstoot en economische voordelen Nederland wil dat de CO2-uitstoot in 2030 met 49 procent is teruggedrongen. Zonnepanelen op elk daarvoor geschikt dak installeren kan – gebaseerd op de huidige situatie – de aan elektriciteitsproductie gerelateerde CO2-uitstoot terugbrengen met 63 procent, en de totale CO2-uitstoot met 20 procent. Gebaseerd op de huidige energieproductie en -consumptie zou het aandeel duurzame energie stijgen naar 16 procent. Naast de afname van CO2-uitstoot zijn er andere voordelen van het plaatsen van zonnepanelen. In totaal zijn 270 miljoen zonnepanelen nodig voor het dakoppervlak van 892 km2. Volgens MilieuCentraal kost een zonnepaneel gemiddeld 365 euro, inclusief transformator en installatie. De Nederlandse zonne-energiesector zou hierdoor een impuls van 100 miljard euro kunnen krijgen. Uiteraard zorgt deze impuls ook voor een groei van het aantal banen in deze sector. Nu is dat ongeveer 9.000 fte.

892 km2

270 mln

50%

20%

Geschikt dakoppervlak

Zonnepanelen

Van de energie productie

Co2 reductie

Figuur 4: Potentie zonne-energie

Uitdagingen voor realisatie Alleen weten wat zonnepanelen kunnen opbrengen, betekent niet dat ze volgend jaar op elk daarvoor geschikt dak liggen. De opbrengst van zonne-energie kan groeien van 6 petajoule naar 217 petajoule. Zelfs met een geschatte groei van 40 procent per jaar, zou de installatie van zonnepanelen op elk daarvoor geschikt dak 10 jaar in beslag nemen. 215

217

2027

2028

153 109 78

0.3

0.4

0.6

1.4

2.8

3.8

5.5

7.4

10

15

20

2010

2011

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

2020

29

2021

Figuur 5: Groeiprognose opgewekte energie door zonnepanelen op daken (petajoule) 6

40

2022

56

2023

2024

2025

2026

State of the State | De potentie van zonnepanelen in Nederland

Naast de groei en de installatiecapaciteit noemen we nog drie uitdagingen wanneer het tempo van de aanleg van zonnepanelen versnelt: stimuleringsprogramma’s van de overheid, beperkte capaciteit van het elektriciteitsnetwerk en energieopslag. Stimuleringsprogramma’s van de overheid zijn erg belangrijk voor de groei van het aantal zonnepanelen op daken. Het Solar Trendrapport 2018 laat zien welke programma’s er zijn. Over het algemeen stimuleert een hogere opbrengst voor consumenten en bedrijven de groei van de sector. De uitdaging voor de komende jaren is om de installatie van zonnepanelen aan te moedigen en tegelijkertijd de subsidiekosten in toom te houden. Een andere grote uitdaging is de huidige capaciteit van het Nederlandse elektriciteitsnetwerk en de mogelijkheden voor opslag. Zonne-energie wordt gedurende de dag opgewekt en omdat er dan al een energieoverschot is, wordt het moeilijker om vraag en aanbod in balans te houden. Er moet dus flink geïnvesteerd worden om het energieoverschot te kunnen transporteren. Daarnaast is het netwerk nu onvoldoende toegerust om energie op te slaan, zowel op centraal als op decentraal niveau. Batterijen zijn duur en nieuwe opslagmethoden staan nog in de kinderschoenen. Om te kunnen profiteren van de extra toevoer van energie zijn er meer decentrale opslagoplossingen nodig.

Meer elektrische auto’s en batterijopslag in huishoudens zouden het makkelijker maken om zonne-energie op te slaan voor later gebruik. Toename van het aantal zonnepanelen zou verdere innovatie op deze gebieden kunnen stimuleren.

CO2-UITDAGING

TRANSITIE NAAR ZONNE-ENERGIE

POTENTIELE BATEN

Figuur 6: Haal het maximale uit zonne-energie 7

State of the State | De potentie van zonnepanelen in Nederland

State of the State

Dit onderzoek naar de opbrengst van zonnepanelen is onderdeel van Deloitte’s State of the State-programma, een actuele data-analyse van ons land die bedoeld is om beleidsmakers en organisaties van nuttige inzichten te voorzien op verschillende sociale thema’s. State of the State is onderdeel van GovLab, Deloitte’s platform voor sociale innovatie. Kijk op www.stateofthestate.nl voor meer onderzoeken. Doel van het onderzoek Het doel van dit onderzoek is om het potentieel van zonne-energie te laten zien, gebruikmakend van alle daarvoor geschikte daken. Gebaseerd op de gemiddelde prijs en opbrengst per zonnepaneel hebben we per gemeente de potentiële opbrengst van zonne-energie berekend. De nationale overheid kan in overleg met provincies en gemeenten besluiten hoe de groei van zonne-energie verder gestimuleerd kan worden. Onderzoeksmethode Om de potentiële zonne-energieopbrengst in Nederland te kunnen berekenen, moesten we eerst bepalen hoeveel vierkante meter dak er is in Nederland en welk deel daarvan geschikt is voor de installatie van zonnepanelen. Daarvoor hebben we gebruik gemaakt van de openbare dataset Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG), beschikbaar gesteld door het Kadaster. Samen met de digitale hoogtekaarten van het Actueel Hoogtebestand Nederland, AHN2 en AHN3, konden we de hoogte en oppervlakten van alle daken berekenen. Niet alle daken zijn meegeteld.

We negeerden daken en delen van daken die niet geschikt zijn voor zonnepanelen, zoals dakkapellen en richels. We onderzochten de oriëntatie en hellingsgraad van de daken. Als op een dak een minimum hoeveelheid zonlicht scheen van 690kWh per m2, dan telde dat specifieke dak mee. Als op een zonnepaneel te weinig zonlicht scheen om rendabel te zijn, werd het dakoppervlak uitgesloten van de analyse. Voor de berekening van het aantal zonnepanelen per dakoppervlak in heel Nederland hebben we een validatiedataset van MapGear voor de stad Utrecht gebruikt. MapGear is eigenaar van de Zonnekaart, een van de meeste gedetailleerde datasets over dit onderwerp. Het aantal zonnepanelen per dakoppervlak vermenigvuldigden we met de opbrengst van een enkel zonnepaneel. Het nominale vermogen stelden we op 270 wattpiek, de werkelijke opbrengst wordt kleiner afhankelijk van de precieze oriëntatie en hellingsgraad. Op basis van verschillende validaties en controles zijn lokale variaties meegenomen in de data-analyses. De geconsolideerde data en berekeningen zijn vervolgens in een tool gestopt waarmee we per gemeente kunnen berekenen wat de totale opbrengst zou zijn als we zonnepanelen op alle daarvoor geschikte daken zouden plaatsen.

8

State of the State | De potentie van zonnepanelen in Nederland

Figuur 7: Factoren die de geschiktheid van een dakoppervlak bepalen

9

State of the State | De potentie van zonnepanelen in Nederland

Aannames & Bronnen

-

-

-

-

-

-

Voor deze analyse hebben we volgende aannames gedaan: Alle gebouwen in Nederland die staan geregistreerd in de BAG zijn onderdeel van deze analyse. Om kassen niet mee te nemen hebben we in het Westland oppervlakten groter dan 2.500 m2 uitgesloten. Kassen in de rest van het land zijn wel meegenomen in de analyse, waardoor het werkelijke resultaat met maximaal een paar procent zal afwijken. Gebouwen die na het uitkomen van AHN2 zijn neergezet, zijn geen onderdeel van deze analyse, waardoor het resultaat iets kan afwijken van de werkelijke opbrengst. Voor de berekening van de potentiële opbrengst van zonnepanelen op huisdaken hebben we elk gebouw dat in de BAG is gelabeld als huis meegenomen, ook als deze een woon- en kantoorfunctie heeft. Als een gebouw in de BAG geen huisfunctie heeft maar een kantoorfunctie, dan is het gebouw als kantoor meegenomen in de berekeningen. Met dezelfde benadering zijn industriële en andere functies bepaald. Dakoppervlakten zijn alleen meegenomen wanneer ze genoeg zonuren krijgen in een jaar. Een zonnepaneel op zo’n dak verdient zichzelf in minder dan 10 jaar terug. Die duur is mede-afhankelijk van subsidies, de prijs van elektriciteit en salderingsregelingen. Een zonnepaneel heeft een nominaal vermogen van 270 wattpiek.

Dit vermogen is bepaald op basis van data van het Kenniscentrum Zonnepanelen VoltaSolar18, dat zich baseert op het Photovoltaic Geographical Information System (PVGIS) van de Europese Unie. De zonnekracht is verondersteld overal in Nederland hetzelfde te zijn. Daarnaast is er geen onderscheid gemaakt tussen het aantal zonnepanelen dat op een plat oppervlak en dat op een oppervlak met een helling kan worden gelegd. Ook is schaduw van nabijgelegen gebouwen niet meegenomen in de berekeningen. De afnemende opbrengst van een zonnepaneel door de jaren heen is niet meegenomen in de berekeningen. Beleid dat de installatie van zonnepanelen op bepaalde daken verbiedt, bijvoorbeeld op die van monumenten, is niet meegenomen in de berekeningen. Ook dit kan de totale opbrengst met een paar procent verminderen. Het verschil zal groter zijn in gemeenten waar dit soort beleid van toepassing is. In dit onderzoek is alleen gekeken naar de mogelijke opbrengst van zonnepanelen op daken. De mogelijke opbrengst van zonneboerderijen is niet meegenomen in de berekeningen Voor de groeiprognose figuur is een factor van 1 kWh / Wp / Jaar gebruikt

Bronnen CBS: https://opendata.cbs.nl/#/CBS/nl/dataset/81955NED/table?ts=1518510853155 CBS: http://statline.cbs.nl/Statweb/publication/?DM=SLNL&PA=80324ned&D1=01&D2=a&D3=373&HDR=G2&STB=T,G1&VW=T CBS: https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/dataset/82375NED/table?ts=1511882840671 CBS: http://statline.cbs.nl/Statweb/publication/?VW=T&DM=SLNL&PA=70946ned&D1=a&D2=0-1,5,15,18&D3=a&HD=1608231750&HDR=G1&STB=T,G2 CBS: https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/dataset/82610NED/table?ts=1518511831914 CBS: https://opendata.cbs.nl/#/CBS/nl/dataset/80324ned/table?ts=1518510986807 Milieucentraal: https://www.milieucentraal.nl/nieuwsbrieven/professionals/juli-2016/400000-huizen-met-zonnepanelen-hoe-kom-jeer-bij/ Milieucentraal: https://www.milieucentraal.nl/energie-besparen/zonnepanelen/zonnepanelen-kopen/kosten-en-opbrengstzonnepanelen/ Nationaal Solar Trendrapport 2018: http://www.solarsolutions.nl/download/ Planbureau: http://www.pbl.nl/sites/default/files/cms/publicaties/pbl-2017-analyse-regeerakkoord-rutte-III-effecten-op-klimaat-enenergie_3009.pdf Bespaarbezaar: https://www.bespaarbazaar.nl/kenniscentrum/financieel/zonnepanelen-opbrengst/

10

State of the State | De potentie van zonnepanelen in Nederland

Contact

Jeroen van der Wal Partner Deloitte Financial Advisory Services Energy & Resources Mobiel: +31655853480 Werk: +31882880608 E-mail: jvanderwal@deloitte.nl

Pouya Zarbanoui Senior manager Deloitte Consulting Technology Mobiel: +31612342866 Werk: +31882881768 E-mail: pzarbanoui@deloitte.nl

Auteurs • Sjors Broersen • Niels van den Berg • Ceiloi van Deutekom • Rens van Erk • Michael Hompes • Kim Lijding • Alberto Ogura • Marloes de Raad • Mirjam Streefkerk • Hans Teuben • Pouya Zarbanoui

Sjors Broersen Senior consultant Deloitte Consulting Technology Mobiel: +31683330457 Werk: +31882885790 E-mail: sjbroersen@deloitte.nl

11

State of the State | De potentie van zonnepanelen in Nederland

Deloitte refers to one or more of Deloitte Touche Tohmatsu Limited (“DTTL”), its global network of member firms, and their related entities. DTTL (also referred to as “Deloitte Global”) and each of its member firms are legally separate and independent entities. DTTL does not provide services to clients. Please see www.deloitte.nl/about to learn more. Deloitte is a leading global provider of audit and assurance, consulting, financial advisory, risk advisory, tax and related services. Our network of member firms in more than 150 countries serves four out of five Fortune Global 500® companies. Learn how Deloitte’s approximately 264,000 people make an impact that matters at www.deloitte.nl. This communication contains general information only, and none of Deloitte Touche Tohmatsu Limited, its member firms, or their related entities (collectively, the “Deloitte network”) is, by means of this communication, rendering professional advice or services. Before making any decision or taking any action that may affect your finances or your business, you should consult a qualified professional adviser. No entity in the Deloitte network shall be responsible for any loss whatsoever sustained by any person who relies on this communication. © 2018 Deloitte The Netherlands 12

Tilburg, 12 mei 2021

Aan: Gemeenteraad en B&W van gemeenten in Noordoost-Brabant Kopie verstuurd aan Gedeputeerde Staten en Provinciale Staten

Kenmerk: EN 03.10-1919-sl Betreft: reactie op RES 1.0 Noordoost-Brabant Geachte Gemeenteraad en geacht College, De conceptversie Regionale Energiestrategie (RES) 1.0 van Noordoost-Brabant is gereed en als Gemeenteraad en College wordt u gevraagd om al dan niet in te stemmen met de RES 1.0. De opwarming van de aarde is een urgent probleem en de CO 2 uitstoot moet de komende jaren fors omlaag. De energietransitie van fossiele naar hernieuwbare elektriciteit en warmte moet dan ook voortvarend worden opgepakt, tegelijk met forse energiebesparing. Door het Klimaatakkoord en de RES staan deze onderwerpen letterlijk en figuurlijk bij uw gemeente op de agenda. Als natuur- en milieuorganisaties zijn wij voorstander van een versnelde energietransitie. Om van een echt groene en duurzame energietransitie te kunnen spreken, moeten natuur-, landschaps- en milieubelangen volwaardig worden meegenomen. Als natuur- en milieuorganisaties zijn we via de BMF vertegenwoordigd in de bestuurlijke klankbordgroep van de RES NOB en hebben we in voorbereiding aan de Concept RES deelgenomen aan werkateliers en werkgroepen. Met deze brief geven Brabants Landschap, Vereniging Natuurmonumenten en de Brabantse Milieufederatie u graag de volgende punten mee voor de beoordeling van de RES 1.0 en de uitvoeringsperiode erna. Doelen van de RES zijn in Noordoost Brabant niet bereikt….

Om maar direct met de deur in huis te vallen: de RES Noordoost-Brabant is als proces feitelijk mislukt. Daarbij heeft het niet ontbroken aan kennis, expertise, inzet en toewijding van ambtelijke werkgroepen, maatschappelijke stakeholders en andere inhoudelijk betrokkenen. De RES is in onze ogen mislukt doordat het niet is gelukt om regionaal bindende afspraken te maken over de zoekgebieden/locaties voor opwekking van wind- en zonne-energie. Dat laatste is cruciaal voor de natuur en het landschap in de regio Noordoost-Brabant. In het Klimaatakkoord staat het duidelijk omschreven (pagina 24): ‘De Regionale Energiestrategieën (RES) omvatten regionale afspraken over elektriciteit, (groen) gas en warmte’. Echter, de RES Noordoost-Brabant zet in op ‘lokale autonomie’ in plaats van ‘regionale afspraken’. De enige afspraak waar u met deze RES 1.0 mee instemt is een aandeel in de totale opwekking van hernieuwbare energie in 2030, die weer is afgeleid van individuele gemeentelijke ambities. Kortom, de wrange constatering is dat het niet uitmaakt of u voor of tegen deze RES 1.0 stemt. Hoogstens stemt u in met goede bedoelingen en intenties. …maar als gemeenteraad kunt u nu wél het verschil maken De RES Noordoost-Brabant bevat in de bijlagen enkele zeer bruikbare handreikingen. In de RES 1.0 hebben deze handreikingen een vrijblijvend karakter.

Echter, als u als gemeenteraad Spoorlaan 434 | 5038 CH Tilburg 013-535 6225 | bmf@brabantsemilieufederatie.nl | www.brabantsemilieufederatie.nl Kamer van Koophandel: 41095498 | Triodosbank: NL22 TRIO 0212 4972 51

besluit om deze handreikingen daadwerkelijk te gebruiken, dan kunt u alsnog de noodzakelijke stappen zetten naar de oplossing van een urgent klimaatprobleem, waarbij transparantie en duidelijkheid in beleid de juiste voorwaarden scheppen voor maatschappelijke participatie en acceptatie. Hiermee kunnen de doelen van de Regionale Energie Strategie, zoals verwoord in het Klimaatakkoord, alsnog bereikt worden. Naar onze overtuiging kunt u als gemeenteraad de volgende 10 stappen zetten die de energietransitie vooruit helpen, met een transparant en maatschappelijk gedragen beleid. We lichten de stappen hieronder nader toe. 1. Neem de handreikingen ‘Overwegingskader’ en ‘Participatie 50% lokaal eigendom’ op in lokaal beleid Ondanks het gebrek aan regionale afspraken in deze RES 1.0 zijn de inhoudelijk doordachte ‘Handreiking Overwegingskader’ (bijlage 4 RES 1.0) en ‘Handreiking Participatie 50% lokaal eigendom’ (bijlage 5) zeer geschikt om als beleidsdocument door uw raad vast te stellen. Hiermee biedt u zowel de eigen inwoners als initiatiefnemers/ontwikkelaars vooraf inzicht en duidelijkheid over de criteria van locatiekeuzes voor grootschalige energieopwekking.

U kunt dit doen door hiertoe een amendement of motie in te dienen waarbij u beide handreikingen als beleidsdocumenten voor uw eigen gemeente vaststelt, dan wel door de handreikingen integraal op te nemen in uw eigen (actualisatie van) beleid over grootschalige energieopwekking. Door dit te doen, borgt u in ieder geval: a) b) c) d) e) f) g)

Toepassing van de zonne- en windladder Criteria voor landschappelijke inrichting en gebiedsontwikkeling Beoordeling van maatschappelijke kosten en baten Mogelijkheden voor koppelkansen met andere opgaven Beoordeling van maatschappelijke acceptatie Vormgeving van 50% lokaal eigendom Aandacht voor energie-armoede

2. Borg de landschappelijke kwaliteit met de Handreiking Afwegingskader landschap Veel inwoners maken zich zorgen om de gevolgen van grootschalige energieopwekking in het Brabantse landschap. Tijdens de totstandkoming van de RES 1.0 is een zeer gedegen ‘Handreiking Afwegingskader landschap’ geschreven. Deze is bijgevoegd als Bijlage 4a bij de RES 1.0. We pleiten ervoor om deze handreiking (nu nog vrijblijvend als handreiking opgenomen) op te nemen als beleidsdocument en dit als zodanig door uw raad vast te stellen. U kunt dit doen door hiertoe een amendement of motie in te dienen waarbij u deze handreiking als beleidsdocument voor uw eigen gemeente vaststelt, dan wel door de handreiking integraal op te nemen in uw eigen (actualisatie van) beleid over grootschalige energieopwekking. Door dit te doen borgt u in ieder geval: a) b) c) d)

Leidende principes voor zon- en windprojecten Verbinding met andere gebiedsopgaven Ontwerpprincipes voor landschappelijke inpassing Gedegen uitgangspunten voor ruimtelijke kwaliteit

Spoorlaan 434 | 5038 CH Tilburg 013-535 6225 | bmf@brabantsemilieufederatie.nl | www.brabantsemilieufederatie.nl Kamer van Koophandel: 41095498 | Triodosbank: NL22 TRIO 0212 4972 51

3. Vraag om een openbare en transparante toetsing van het Overwegingskader bij lokale zoekgebieden Náást bovenstaande punten 1 en 2 roepen wij u ook op om het voor zoeklocaties ingevulde Overwegingskader openbaar te delen met en door uw gemeenteraad, zodat aan inwoners transparant wordt verantwoord hoe de belangen voor een locatie van grootschalige hernieuwbare opwekking zijn afgewogen. Tevens vragen wij u om het College van B&W op te dragen om altijd een advies te vragen aan de RES Stuurgroep én aan de bestuurlijke klankbordgroep (dat laatste is nu een optie), en om de adviezen van deze twee overlegorganen ook openbaar te delen met uw raad bij besluitvorming. Ook deze openbare en transparante toetsing kunt u opnemen in een amendement of motie bij de RES 1.0, dan wel integraal opnemen in uw eigen gemeentelijke beleid over grootschalige energieopwekking. Met een openbare en transparante toetsing van het Overwegingskader kunt u het goede gesprek met inwoners en maatschappelijk betrokken organisaties voeren over locaties van grootschalige energieopwekking, zorgt u voor lokale democratie en participatie en draagt u bij aan meer maatschappelijk draagvlak voor de energietransitie. 4.

Hogere ambitie op besparen De ambitie in de RES 1.0 op energiebesparing van 11% in 2030 ten opzichte van 2019 is gelijk aan de autonome ontwikkeling die wordt voorspeld in de Klimaat en Energieverkenning 2020. Dat is de besparing bij het huidige ingezette beleid, dus zonder nieuw beleid door de RES-en. In essentie betekent dit dat deze RES 1.0 geen extra inspanning levert om energie te besparen, terwijl de maatschappelijke consensus om energie te besparen zeer hoog is. Deze RES blijft ver achter bij de andere Brabantse RES-en, zoals die van Hart van Brabant (met 20% energiebesparing in 2030). Volgens Urgenda is in 2030 zelfs een besparing mogelijk van 40-50%. We roepen u om ambitieus te zijn. 5. Start vandaag nog met het verduurzamen van woningen De warmteparagraaf van de RES 1.0 gaat met name over regionale beschikbare warmtebronnen (die er niet zijn). Voor uw gemeentelijke ‘Transitievisie Warmte’ die eind dit jaar gereed moet zijn, vragen wij om vooral aandacht te hebben voor participatie en het verduurzamen van woningen. Met isoleren kunt u vandaag al beginnen. Wacht daar niet mee tot de eerste proefwijk die van het aardgas af moet. 6. Zet sterk in op zon-op-dak De RES 1.0 zet met 0,4 TWh voor zon-op-grote-daken in op 25% van de totale elektriciteitsopgave van 1,6 TWh. Andere Brabantse RES-en streven naar minimaal 35% van de totale opgave.

Ook hierin is deze RES 1.0 weinig ambitieus te noemen. Dus pleit voor een daadkrachtige aanpak van zon-op-dak en zon-op-gevels, zodat de druk op het buitengebied beperkt blijft. 7. Bescherm het Natuurnetwerk Brabant en ongerepte natuurpanorama’s De biodiversiteit staat in Brabant onder druk, terwijl we soortenrijkdom hard nodig hebben voor onze gezondheid, welzijn, voedselproductie en natuurbeleving. Het Natuurnetwerk Brabant (NNB) beschermt kwetsbare natuur, heeft een hoge landschappelijke waarde en biedt ruimte voor ontspanning en recreatie. Windturbines vormen een bedreiging voor vogels en vleermuizen die juist in én rondom het NNB hun leefgebied vinden. In de RES 1.0 zien we meerdere zoekgebieden die dichtbij of rondom omsloten zijn door het NNB (onder andere Wijbosch Broek, Rooise Heide, Bossche Broek). Spoorlaan 434 | 5038 CH Tilburg 013-535 6225 | bmf@brabantsemilieufederatie.nl | www.brabantsemilieufederatie.nl Kamer van Koophandel: 41095498 | Triodosbank: NL22 TRIO 0212 4972 51

Ter bescherming van de aanwezige waarden zien we geen ruimte voor zon- en windprojecten binnen het NNB en pleiten we voor een minimale afstand van 500 meter tussen windturbines en de grenzen van het NNB. Voor weidevogelgebieden vragen we een minimale afstand van 1.200 meter tot windturbines, zoals in de Lithse polder. Dit gebied is daarnaast zeer belangrijk vanwege eendenkooien en wintergasten. Windturbines hebben een onmiskenbare impact op het landschap en als natuur- en milieuorganisaties realiseren we ons dat een energielandschap er anders uitziet. Echter, op een aantal plaatsen is de landschapsbeleving zo waardevol, dat deze behouden moet blijven. Voor Noordoost-Brabant zijn dat: de Maashorst, de Maasheggen, het Maasdal, Het Groene Woud en de Loonse en Drunense Duinen. De veelal ongestoorde horizon is een belangrijke kwaliteit van deze grotere natuurgebieden en hoge windturbines dienen op grote afstand te blijven (wij denken aan vijf kilometer). 8. Neem als gemeente de regie en voorkom een confetti van zon- en windparken Op basis van de in de RES 1.0 bepaalde zoekgebieden gaat u op lokaal niveau bezig met nadere invulling hiervan.

We pleiten ervoor dat u binnen uw gemeente hierin de regie neemt vanuit een gedegen gebiedsvisie en de Handreiking Afwegingskader landschap, en dat u de invulling niet laat bepalen door de toevallige afspraken tussen projectontwikkelaars en grondeigenaren. De regie overlaten aan de markt leidt tot een confetti van zon- en windparken die het mooie Brabantse landschap voor vele jaren kunnen aantasten. Wanneer u als College en Gemeenteraad de plaatsen aanwijst waar zon en wind lokaal gewenst zijn én waar niet, met in achtneming van landschaps- en natuurwaarden, blijft u in control en kunt u invulling geven aan een democratisch en participatief besluitvormingsproces, en kunt u borgen dat projecten natuurpositief worden uitgevoerd. 9. Betrek kennis van lokale natuur- en milieuorganisaties In lijn met punt 8 roepen wij u op om vooral gebruik te maken van de kennis en kunde van lokale natuur- en milieuorganisaties. Zij kennen de landschappelijke en ecologische waarden van een gebied als geen ander. Dat stelt u in staat om de juiste keuzes te maken voor geschikte locaties voor zon- en windprojecten in uw gemeente, dan wel om de juiste randvoorwaarden te stellen. Natuurlijk zijn wij als natuur- en milieuorganisaties graag bereid om met u in gesprek te gaan. 10.

Ga voor natuurpositieve, landschapsinclusieve en multifunctionele energieprojecten We zijn van mening dat de energietransitie en natuurontwikkeling/biodiversiteit elkaar kunnen versterken, mits de goede locaties worden gekozen en de inrichting van het gebied op de juiste manier plaatsvindt. We adviseren om altijd een gedegen landschapsontwerp uit te voeren in unieke cultuurhistorische landschappen. De ecologische invulling gaat verder dan het inzaaien van kruidenrijk grasmengsel voor bijen en vlinders, en het laten grazen van schapen tussen zonnepanelen. Door een uitgekiend ontwerp dat afgestemd is op de natuur-, cultuurhistorische-, landschappelijke- en recreatieve waarden kan een energiepark een gebied verrijken en versterken. Graag delen we met u onze inzichten en goede voorbeelden over wat mogelijk is, zoals bij Energietuinen (www.energietuinen.nl). We hopen dat we met deze brief een constructieve bijdrage leveren aan uw beoordeling van de RES 1.0 van Noordoost-Brabant en u suggesties hebben gegeven voor verdere uitwerking naar gemeentelijk beleid en uitvoering.

Spoorlaan 434 | 5038 CH Tilburg 013-535 6225 | bmf@brabantsemilieufederatie.nl | www.brabantsemilieufederatie.nl Kamer van Koophandel: 41095498 | Triodosbank: NL22 TRIO 0212 4972 51

We hebben ook een publieksvriendelijke online infographic gemaakt met een rapportcijfer voor de concept RES 1.0 van de regio Noordoost Brabant 1. Voor inhoudelijke vragen kunt u contact opnemen met Sandor Löwik, beleidsadviseur Energie van de Brabantse Milieufederatie: sandor.lowik@brabantsemilieufederatie.nl of op telefoonnummer 06-15350211. Met vriendelijke groeten, mede namens Brabants Landschap en Natuurmonumenten

Femke Dingemans, directeur Brabantse Milieufederatie

1 Link naar infographic: https://www.brabantsemilieufederatie.nl/nieuws/infographic-res-noordoost-brabant-haalt-doelen-niet/

Spoorlaan 434 | 5038 CH Tilburg 013-535 6225 | bmf@brabantsemilieufederatie.nl | www.brabantsemilieufederatie.nl Kamer van Koophandel: 41095498 | Triodosbank: NL22 TRIO 0212 4972 51

Gezondheidseffecten van windturbinegeluid Analyse RIVM-rapporten

Dick Bijl

Gezondheidseffecten van windturbinegeluid

Analyse van het RIVM-rapport 2020-0214 I. van der Kamp en G.P. van den Berg doi 10.21945/RIVM-2020-0214

dr. D. Bijl, oud-huisarts, epidemioloog Utrecht, oktober 2021

Op verzoek van het bestuur van Windwiki 2

Inhoud

1.

Samenvatting rapport

5

Inleiding

7

Achtergrond

7

Vraagstelling

7

Leeswijzer

8

2.

Wat is wetenschappelijk bewijs?

9

3.

Bronnen van vertekening in observationeel onderzoek

14

4.

Richtlijnen en literatuur

19

5.

Analyse en beoordeling RIVM-rapport

20

6.

Algemene conclusie RIVM in 2020

28

7.

Conclusie en eindoordeel

32

8.

Aanbevelingen voor nader onderzoek

37

Appendix A.

Definities en termen.

38

Appendix B.

Bespreking van onderzoeken.

40

Appendix C.

AXIS-checklist.

69

Appendix D.

Tabel: Kenmerken van de onderzoeken.

70

Appendix E.

Literatuurlijst RIVM-rapport.

74

Appendix F.

Over de auteur.

81

Appendix G.

Literatuurreferenties.

82

3

Samenvatting In dit rapport wordt de wetenschappelijke waarde en methodologische kwaliteit van de RIVM-rapporten over gezondheidsaspecten van windturbines beoordeeld. Eerst wordt uitgebreid ingegaan op de voorwaarden waaraan wetenschappelijke bewijs moet voldoen en welke vormen van onderzoek binnen de wetenschap worden gebruikt. Er wordt beschreven hoe onderzoek en onderzoeksresultaten kunnen worden vertekend, bijvoorbeeld door fouten in de onderzoeksmethode, of doordat het onderzoek wordt gefinancierd door een partij die belang heeft bij een bepaalde uitkomst. Gerandomiseerd dubbelblind onderzoek is het onderzoek met de hoogste graad van wetenschappelijke bewijsvoering. Voor het onderzoek naar hinder van windturbines geldt de beperking dat dit niet ‘dubbelblind’ gedurende langere tijd kan plaatsvinden. Men is aangewezen op lagere categorieën van wetenschappelijk onderzoek: het observationele onderzoek en dwarsdoorsnede-onderzoek. Met daarnaast het laboratoriumonderzoek.

De factoren die de uitkomsten kunnen vertekenen worden benoemd: rechtstreekse geluidsmetingen óf berekende en gemodelleerde geluidsniveaus, gemiddelde waarden in plaats van piekwaarden, aantal windturbines (WT’s), hoogte van de WT’s, afstand tot de woningen, de invloed van het plaatselijk klimaat (temperatuur, windsterkte, vochtigheid), deelnemers die financieel profiteren van WT’s, hebben deelnemers een normaal gehoor?, keuze van de gebieden (vakantiehuisjes, permanente bewoning), het verbergen van het doel van vragenlijstonderzoek (soms wel, soms niet), en zelf-gerapporteerde gezondheid of uit het medische dossier afgeleide. Het RIVM concludeert in 2017 dat onderzoek naar slaapverstoring geen doorslaggevende conclusies heeft opgeleverd. Wel wordt een verband gevonden tussen zelf-gerapporteerde slaapverstoring en hinder door windturbines.De in 2020 nieuw toegevoegde onderzoeken dragen niet bij aan inzicht vanwege de lage wetenschappelijke waarde. Vier onderzoeksvragen worden beantwoord: 1.

Wat is de wetenschappelijke en met name methodologische onderbouwing van de conclusies van het RIVM-rapport gezondheidseffecten Windturbinegeluid?

Veel onderzoek is gesponsord door nationale overheden en soms zelfs door direct belanghebbenden, zoals windturbinefabrikanten. De aanbevelingen en conclusies van deze onderzoeken lijken vooral de sponsor gerust te willen stellen en, al dan niet 4

gevraagd, adviezen te geven over de wijze van omgang met windturbinecritici en annoyance. De gebruikte literatuur die rapporteert over de gezondheidseffecten van windturbines wordt over het algemeen gekenmerkt door kwalitatief minder goed onderzoek waarin geen of onvoldoende rekening is gehouden met belangrijke bronnen van vertekening. De problemen van de onderzoeken worden door de auteurs meestal niet of onvoldoende kritisch beschreven. De specifieke gezondheidseffecten van laagfrequent geluid en infrageluid zijn vooral onderzocht in het laboratorium. Deze onderzoeken kenmerken zich door kleine aantallen, gezonde jongvolwassen proefpersonen die kortdurend werden onderzocht waarbij specifieke onderzoeksvragen of nieuwe onderzoeksmethoden worden onderzocht. Het gaat dus om hypothese-genererend onderzoek dat niet als wetenschappelijk bewijs geldt en waaraan geen causale conclusies kunnen worden gekoppeld. Het RIVM doet dat echter toch. 2. Is de interne en externe validiteit van de onderzoeken in voldoende mate gegarandeerd om de conclusies te onderbouwen? Vaak wordt er door onderzoekers niet of onvoldoende duidelijk gemaakt of de onderzochte groep proefpersonen representatief is voor de algemene bevolking. Sommigen, zoals de onderzoekers van de Canadese Community Noise and Health Study, geven expliciet aan dat ze niet geïnteresseerd zijn in representativiteit.

Wat betreft de interne validiteit van de onderzoeken zijn de statistische analysemethoden niet altijd nauwkeurig beschreven waardoor geen conclusie kan worden getrokken of deze goed zijn toegepast. 3. Is de zoekactie naar literatuur adequaat? Het gebruik van literatuur in het RIVM-rapport kenmerkt zich door een grote mate van inconsistentie. Het RIVM-rapport bespreekt behalve oorspronkelijke onderzoek ook reviews. Dit zijn veelal niet-systematische literatuuroverzichten waarvoor geen zoekacties worden gegeven en die dus niet controleerbaar zijn. Ze moeten worden gezien als persoonlijke visies van auteurs of instellingen. Er is sprake van oncontroleerbare selectiebias. Dat geldt ook voor de RIVM-rapporten die derhalve niet gekwalificeerd kunnen worden als wetenschappelijk bewijs. 4. Is de interpretatie van de onderzoeken adequaat? De conclusies die het RIVM trekt uit de onderzochte literatuur moeten op veel aspecten als inadequaat worden beschouwd. Het gebruik van niet-systematische 5

literatuuroverzichten alsmede onderzoeken uit een zeer lage categorie van wetenschappelijk bewijs, de invloed van onderzoekers met conflicterende belangen en het tekortschieten van de interne en externe validiteit van de onderzoeken gelden als voornaamste redenen daarvoor. Eindconclusie De eindconclusie luidt, dat op basis van slecht wetenschappelijk onderzoek geen harde conclusies kunnen worden getrokken met betrekking tot de gezondheidseffecten van windturbinegeluid op mensen. De conclusie dat er geen aanwijzingen zijn voor gezondheidseffecten van windturbinegeluid moet daarom worden verworpen. Er is dringend behoefte aan goed wetenschappelijk onderzoek uitgevoerd door onafhankelijke onderzoekers, die geen belang hebben bij de uitkomsten daarvan.

6

1.

Inleiding

Achtergrond Wereldwijd wordt sinds enkele decennia ingezet op het terugdringen van het gebruik van fossiele brandstoffen en het stimuleren van meer of minder groene, duurzame energie. Dit zou bijdragen aan schonere energie en zou meerdere positieve effecten hebben. De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) is een groot voorstander van en stimuleert de ontwikkeling en het gebruik van groene energiebronnen. Een van die bronnen is windenergie. In Nederland is sprake van een aanzienlijke toename van het aantal windturbines en windturbineparken. Deze dragen in toenemende mate bij aan de energievoorziening. Behalve positieve effecten van dit energiegebruik, is er vanaf het begin van de introductie van windturbines twijfel over de veiligheid en mogelijke gezondheidseffecten hiervan. Het gaat vooral om de effecten van het door de windturbines geproduceerd geluid. Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) heeft diverse rapporten uitgebracht over de effecten van windturbines. Hierin wordt op systematische wijze de wetenschappelijke literatuur over deze gezondheidseffecten samengevat. Achtereenvolgens verschenen rapporten in 2009, 2017, 2019 en 2020 en zeer recent verscheen een update in de vorm van een factsheet.

1 De conclusies van de RIVM-rapporten zijn over het algemeen dat er geen bewijs is voor gezondheidsschade door windturbines, uitgezonderd een effect op slaap en ‘annoyance’. Ik bespreek ze in de hoofdstukken 4 en 5 en appendix B en D. Niet iedereen onderschrijft de conclusies van de RIVM-rapporten. In Nederland is er aandacht voor gevraagd in dagbladen en op televisie. Een groep artsen heeft zich verenigd in een organisatie, genaamd Windwiki.2 Zij beschouwen windenergie niet passend in een dichtbevolkt land als Nederland vanwege de negatieve effecten op het leefklimaat en de gezondheid van omwonenden. Zij signaleren dat de wetenschappelijke kennis over de gevolgen van laag frequent geluid en infrageluid van windturbines onvoldoende bekend is bij beleidsmakers, artsen en de algemene bevolking. Zij maken zich zorgen over de gezondheidseffecten van windturbines.

Vraagstelling Het bestuur van Windwiki heeft mij gevraagd de RIVM-rapporten over Gezondheidseffecten van Windturbinegeluid te analyseren, met als uitgangspunt het rapport van 2020. De vraag die ik kreeg heb ik als volgt vertaald in deelvragen. •

Wat is de wetenschappelijke en met name methodologische onderbouwing van de conclusies van het RIVM-rapport gezondheidseffecten Windturbinegeluid van 2020? 7

•

Was de zoekactie naar literatuur adequaat?

•

Is de interpretatie van de onderzoeken adequaat?

•

Is de interne en externe validiteit van de onderzoeken in voldoende mate gegarandeerd om de conclusies te onderbouwen?

Leeswijzer Dit rapport begin ik met een algemene beschrijving van wat wetenschappelijk bewijs is, en met welke vormen van onderzoek wordt gewerkt. Dat is vooral observationeel onderzoek. Daarna bespreek ik de invloed van vertekenende factoren op de uitkomsten van observationeel onderzoek en de gevolgen daarvan voor de betrouwbaarheid. Ik besteed daarin ook aandacht aan causaal bewijs: wanneer kunnen we spreken van een causaal verband tussen een determinant en een gezondheidsuitkomst. Deze hoofdstukken, 2 en 3, zijn vrij uitgebreid en bedoeld ter onderbouwing van de beoordeling van het RIVM-rapport in hoofdstukken 5, 6 en 7. Ze zijn voor sommige lezers mogelijk wat (te) technisch, maar ik vind ze wel noodzakelijk om het onderzoekskader aan te geven. De hoofdstukken 2 en 3 kunnen desgewenst worden overgeslagen en men kan direct beginnen met hoofdstuk 4. In hoofdstuk 5 bespreek ik de onderzoeken die het RIVM heeft gebruikt om de conclusies die in hoofdstuk 6 zijn samengevat te onderbouwen. Mijn beoordeling en samenvatting van die onderzoeken staan in appendix B en de kenmerken van die onderzoeken staan in appendix D. De referenties alsmede de kenmerken van die onderzoeken zijn opgenomen in appendix D. Ik sluit af met een conclusie in hoofdstuk 7. Veel onderzoeken zijn dwarsdoorsnede-onderzoeken en een beoordelingslijst daarvoor is in appendix C opgenomen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Vught&id=899af96b-445e-4c0b-9d67-3df1a033d5b9